woensdag 30 november 2005

weblog in de wiskundeles

Afgelopen jaar deed Elmine Wijnia onderzoek naar het gebruik van een weblog in de (wiskunde-)les. In het vakblad voor schoolmediathecarissen, Dossier kennis en media, deed zij tussentijds verslag van de resultaten, maar nu is het project helemaal afgerond en heeft ze de uitkomsten van het onderzoek gepubliceerd in haar weblog.

Een aantal conclusies (uit het eerdere tussentijdse verslag en uit het laatste groepsgesprek):
  • leerlingen gaan aan de slag met de opdracht in het weblog tussen allerlei recreatieve handelingen door (Als ik achter de computer zit te surfen dan kan ik ook snel even kijken of er nog iets nieuws op het weblog staat');
  • het werken via een weblog maakt dat de leerlingen extra druk ervaren om ook echt aan de slag te gaan met hun huiswerk (‘Je weet gewoon dat de leraar regelmatig kijkt of je al iets bij hebt gedragen, daarom ben je eerder geneigd je huiswerk te doen.’);
  • de docent krijgt goed inzicht in de fouten die de leerlingen maken doordat het weblog de leerlingen dwingt hun werkwijze te laten zien;
  • de leerlingen vinden het leuk om met een weblog te werken omdat ze kunnen zien wat de anderen hebben gedaan en dat ze de opdracht hebben opgelost met de hele klas.

Ik hoop dat het onderzoek nog een vervolg gaat krijgen, ook bij andere vakken. Experimenteren met het gebruik van nieuwe middelen wordt namelijk pas echt zinvol als die experimenten ook geëvalueerd worden en de ervaringen publiek gemaakt worden!

dinsdag 29 november 2005

Frik en zijn vriendjes

Onlangs kreeg ik een cd van Halloween: 'Frik en zijn vriendjes'. Het is een interactief prentenboek over Frik, Harrie en Piet. Ze wonen alle drie onder de grond, en vertellen over waar ze vandaan komen, waar ze nu wonen en je kunt ze opzoeken in hun huis. En ben je uitgekeken in hun huis, dan kun je met ze op stap. Naar de dierentuin of het circus of neem een kijkje in een ver land.

De cd is helemaal gesproken, er zijn liedjes te beluisteren en je kunt genieten van prachtige animaties. In de plaatjes kun je van alles aanklikken waardoor er iets gaat bewegen, er een liedje klinkt, een dier verschijnt enz. Typerend vond ik dat niet alleen ik van de cd heb genoten, maar ook mijn 15-jarige zoon. Er zijn zoveel dingen te ontdekken, en het geheel is met zoveel humor gebracht dat groot en klein hiervan kan genieten. Kinderen vanaf een jaar of 3 leren over hoe Frik, Harrie en Piet leven, wat ze eten, hoe mensen in verre landen wonen enz. Het verhaal biedt veel aanknopingspunten voor bijv. groepsgesprekken of werkstukken (hoe woon jij?).

Frik en zijn vriendjes is een uitgave van het voormalige Halloween Software. Helaas niet meer in de winkels verkrijgbaar, maar wie geïnteresseerd is kan voor de laatste exemplaren terecht bij Pompoen Multimedia: margreet at pompoenmulti.nl. Je moet er wel snel bij zijn: de voorraad is beperkt!

N.B. Voor wie denkt dat ik op de commerciële toer ben: ik heb geen aandeel in deze software, maar ik zou het verschrikkelijk jammer vinden als dit verloren gaat voor het onderwijs!

maandag 28 november 2005

Subsidiegeld beschikbaar voor PO- en VO-scholen

Stichting TQ-NLAfgelopen week was de i&i conferentie: de jaarlijkse bijeenkomst voor iedereen die iets met 'i' te maken heeft in het voortgezet onderwijs. Docenten, ict-coördinatoren, beleidsmakers, onderwijsadviseurs, onderwijsontwikkelaars: allerlei mensen waren bij elkaar om kennis te delen op het gebied van ict en onderwijs. Er waren veel boeiende presentaties. Wie wil weten wat er die dagen verteld en besproken is kan o.a. terecht op het weblog van de conferentie, en wie wil weten wie er waren kan een kijkje nemen op de foto-site.

Eén van de presentaties werd verzorgd door Frances Brazier, voorzitter van Stichting TQ-NL. Zij verraste de bezoekers van de i&i-conferentie met de mededeling dat Stichting TQ-NL komend jaar vernieuwende ict-toepassingen ten behoeve van het primair en het voortgezet onderwijs wil subsidiëren.

Elektronische informatie-uitwisseling moet in deze projecten een belangrijke rol spelen, bijvoorbeeld via internet of GPS. Scholen die een innovatief project willen ontwikkelen of een bestaand project verder willen uitbouwen, mogen een subsidieaanvraag bij de Stichting indienen. De projecten die ingediend mogen worden, zijn innovatief in onderwijskundig opzicht en leiden tot verrijking, verandering, vernieuwing of verbreding van het onderwijs.

Inzet van ict en vooral elektronische informatie-uitwisseling is daarbij een hoofdcomponent.

Bijzonder vind ik het dat leerlingen de Stichting zullen adviseren welke projecten volgens hen in aanmerking moeten komen voor deze subsidie. Prima om leerlingen hierbij te betrekken: zij zijn immers de ervaringsexperts! En ik denk een geweldige mogelijkheid voor het onderwijs om subsidie te krijgen voor projecten. Projecten waar mensen misschien al lang mee begonnen zijn, maar die verder uitgebouwd kunnen worden of ideeën die al op de plank liggen, maar die door geld- of tijdgebrek tot nu toe nog niet uitgevoerd konden worden.

De plannen voor deze subsidieronde moeten binnenkort al gestalte gaan krijgen. Volgens de planning mogen in februari 2006 de korte voorstellen (1 tot 2 A4'tjes) voor subsidie ingediend worden, uitgewerkte voorstellen worden verwacht in mei 2006 en in september 2007 volgt dan een slotevenement. Wie meer wil weten over de subsidieronde kan terecht bij de Stichting TQ-NL. Maar ik hou jullie uiteraard ook via dit weblog op de hoogte van de ontwikkelingen!

vrijdag 25 november 2005

Afscheid

Vandaag wil ik stilte op mijn weblog voor mijn vader die morgen begraven wordt.
En de weg die ik dan ga is grijs,
zonder spiegeling en zonder wanen;
't heeft iets droevigs, maar 't heeft ook iets blijs,
als een glimlach door een mist van tranen.
En die glimlach, weet ik, dat is God,
en die tranen zijn mijn aardse lot.

Ed. Hoornik

donderdag 24 november 2005

Reclame in games

In de nieuwsberichten van Emerce stond een artikeltje over reclame in games. Volgens game-expert Geoff Graber kunnen games goedkoper worden dankzij betaalde reclame in de spellen. Dat lijkt me een logisch verhaal: net zo goed als tijdschriften hun kosten drukken door reclames op te nemen, kunnen de kosten van games gedeeltelijk komen uit reclames. Ik ben er dus van overtuigd dat we in de toekomst steeds meer advertenties in games zullen tegenkomen.

Wat betekent dat nu? Ik kan nu natuurlijk een uitgebreid verhaal ophangen over bedreigingen: kinderen die via games langs slimme wegen een keuze voor (merk-)producten opgedrongen krijgen, beïnvloeding van het onderbewuste enz. Dat doe ik niet: ik ga liever op zoek naar een manier om met dit gegeven om te gaan.

beeldgerichtZoals tijdschriften verplicht zijn om duidelijk te maken wat advertenties zijn en wat niet (teksten die lijken op een advertentie worden om die reden altijd voorzien van een kopje 'advertentie' of 'advertorial'), zo zouden we op zoek moeten gaan naar een soort reclamecode voor games. Nog belangrijker vind ik het om kinderen te leren omgaan met beeld. Duidelijk is dat de jongste generatie erg beeldgericht is, in tegenstelling tot oudere generaties die vaak vooral tekstgericht zijn (zie bijv. de publicatie van Wim Veen en Frans Jacobs). Daar ligt m.i. een verplichting voor het onderwijs: we moeten leerlingen van nu niet alleen begrijpend leren lezen, maar ook begrijpend leren kijken. Niet vanuit de gedachte dat via beelden mensen een mening opgedrongen krijgen, maar omdat beelden net als teksten meer zijn dan een verzameling letters of een verzameling figuurtjes.

woensdag 23 november 2005

dit is een test

Test tijdens presentatie

i&i conferentie

i&i jubileumconferentieVandaag en morgen is de i&i conferentie. Dit jaar al weer voor de 15e keer, dus een jubileum. Ik heb dit jaar weer mee mogen organiseren. Speciaal voor deze twee dagen is er een weblog waarop alle abstracts te vinden zijn van de presentaties. Bezoekers van de presentaties zal gevraagd worden om hun mening te geven over wat er te horen, te zien en te doen was. Ik zal daarom zelf verder in dit weblog om te beginnen geen verhaal schrijven over de presentaties die ik bijwoon: dat laat ik liever over aan de bezoekers.

Daarnaast zullen er foto's gemaakt worden, er wordt gepodcast en er worden video's gemaakt van de dag die streaming aangeboden zullen worden. Ik hoop dat we hiermee een beeld krijgen van de mogelijkheden van deze middelen: voor de verslaglegging van dit soort evenementen, maar vooral ook voor de onderwijspraktijk!

dinsdag 22 november 2005

100 dollar laptop

100-dollar-laptopOp verschillende plekken las ik erover: een laptop die ontwikkeld is door het MIT, en die maar 100 dollar gaat kosten. Speciaal ontwikkeld voor kinderen in ontwikkelingslanden. Het apparaat heeft een 500MHz processor, netwerkfunctionaliteit en vier USB-poorten. Aan de zijkant zit een opwindslinger waardoor de laptop 'opgeladen' kan worden zodat die ook gebruikt kan worden op plaatsen waar geen elektriciteit beschikbaar is. Voor het besturingssysteem voor de laptop is gekozen voor Open Source software, zodat hiervoor geen extra kosten gemaakt hoeven te worden.

Ik vind het een prima initiatief en ik ben blij dat het eerste werkende exemplaar nu gemaakt is. En bovendien prima dat er gekozen is voor Open Source software. Dat is niet alleen gunstig voor de landen waar de laptop verspreid moet gaan worden, maar het zou ook nog wel eens een positieve impuls kunnen geven aan het gebruik van Open Source software in het onderwijs bij ons. Wij zijn over het algemeen nog wat huiverig om dat te gaan gebruiken, maar ik ben ervan overtuigd dat wanneer wat meer ervaring opgedaan zou worden met OS binnen het onderwijs, er meer gebruikers van OS zullen komen. En hoe meer gebruikers van OS er zijn, des te beter zullen de producten ontwikkeld worden! Uiteindelijk dus een initiatief waar we vermoedelijk allemaal beter van zullen worden.

N.B. Binnenkort zal het project OSS in het Onderwijs weer komen met een infopakket (boekje + cd-rom) over open standaarden in het onderwijs. Je kunt je er nu al op intekenen!

maandag 21 november 2005

Winnaars ThinkQuest Student en Docent bekend

hoofdprijs ThinkQuest Student en Docent 2005Afgelopen vrijdag was de grote finale van de wedstrijd ThinkQuest Student en Docent. Voor deze web-strijd maken teams van studenten en/of docenten een educatieve website die gebruikt kan worden in het basis- of voortgezet onderwijs. Al eerder maakte ik melding van één van de inzendingen: Typemania. Dat is één van de prijswinnaars geworden: ze hebben een tweede prijs in de wacht gesleept.

Maar er zijn nog meer juweeltjes gemaakt dit jaar. De hoofdprijs was voor een site over dromen: hoe kun je leren om je eigen dromen te bepalen, hoe kun je dromen uitleggen, wat zegt de psychologie over dromen en wat gebeurt er nu eigenlijk in je lichaam als je droomt? De site is gemaakt door een team onder leiding van twee studenten die eerder meededen met ThinkQuest voor Leerlingen. Echte doorzetters dus en met succes!

De eerste prijs voor een site bestemd voor het basisonderwijs ging naar de site 'De vier elementen': aarde, water, lucht en vuur. Over elk van de elementen is informatie te vinden, en er zijn extraatjes zoals proefjes die de leerlingen kunnen doen, een webkwestie, puzzeltjes of uitstapjes die je kunt doen en die te maken hebben met dat element.

De beste site voor het voortgezet onderwijs was Techniek Plus. Een site vol voorbeelden van echte doe-lessen. Opdrachten en onderzoekjes, proefjes, tests: leerlingen kunnen hiermee uren aan de slag!

Wat ik zelf opvallend vond was het grote aantal multidisciplinaire teams. In voorgaande jaren bestonden teams van ThinkQuest Docent en Student vaak uitsluitend uit docenten of studenten van één en dezelfde opleiding. Het valt mij op dat er dit jaar vaak wordt samengewerkt met mensen uit verschillende disciplines: kunstenaars, didactici/docenten, webbouwers, vakdeskundigen. Gezien de hoge scores van deze multidisciplinaire teams levert dit soort samenwerking de beste resultaten!

vrijdag 18 november 2005

Leesvoer over games en jongeren

Tijdens de SURF Onderwijsdagen heb ik niet alleen veel te horen gekregen, maar het leverde ook leesvoer op. Alle conferentiegangers kregen een exemplaar van het boekje van Wim Veen en Frans Jacobs: Leren van jongeren. Voor wie het boekje niet heeft gekregen (of vergeten is om zijn/haar bonnetje voor een gratis exemplaar in te ruilen): je kunt de publicatie ook downloaden.
Ook hoorde ik dat het boek 'Handbook of computer game studies', geschreven door Joost Raessens en Jeffrey Goldstein uit is. Die wil ik ook absoluut gaan lezen, maar die zal - gezien het aantal pagina's - moeten wachten tot de kerstvakantie!

donderdag 17 november 2005

Toekomstvisie 'biblio'-theken

De afgelopen dagen had ik het genoegen om bij de SURF onderwijsdagen een kijkje te mogen nemen. Ik heb er erg van genoten: veel inspirerende mensen en boeiende presentaties. Ik zal in mijn weblog niet van alle presentaties die ik heb bijgewoond verslag uitbrengen; dat hebben een aantal collega-bloggers al gedaan. Maar één presentatie pak ik er toch uit, namelijk die van Clifford Lynch. Hij schetste een beeld van de mogelijkheden van digitale bibliotheken. Ik vond het wel een interessant verhaal, ook omdat ik er zo mijn eigen beelden bij kreeg welke kant schoolmediatheken op zouden kunnen gaan. Bij deze een mix van mijn en zijn verhaal.

Stel je voor: bij je geboorte krijg je een basisbibliotheek cadeau. Nee, niet in de vorm van boeken, maar digitaal natuurlijk. Nu werken we nog met i-Pods en dergelijke 'grote' opslagmedia, maar die worden steeds kleiner. Misschien dat we ze zelfs ooit (zoals Mark Overmars, een van de andere sprekers van de conferentie zei) die informatie op een chip rechtstreeks in ons hoofd implanteren. In die basisbibliotheek zit een hoeveelheid informatie die we op dat moment nodig hebben en elk jaar kan die aangevuld worden met voor dat moment relevante informatie. De 'bibliotheek' kun je overal meenemen en natuurlijk wordt je erondersteld die ook gebruiken bij je lessen en bij examens.

Bijzonder van die bibliotheek is dat je er niet alleen toegang krijgt tot de feitelijke informatie, maar je kunt ook zelf aantekeningen maken en de aantekeningen inzien die anderen hebben gemaakt. Net zoals je bij Flickr aantekeningen kunt maken bij foto's, zo kun je de informatie in je bibliotheek voorzien van opmerkingen en die ter beschikking stellen aan anderen. De krabbels in de kantlijn, de samenvattingen die gemaakt zijn, je mening over de inhoud van de informatie: je kunt ze toevoegen, opvragen van anderen en ook natuurlijk weer reageren op de opmerkingen van anderen. Je kunt de opmerkingen bekijken van iedereen, maar je kunt ook vragen om alleen de opmerkingen van je eigen netwerk. Net zoals je bij MSN een eigen vriendenkring hebt, kun je voor je digitale bibliotheek een netwerk opbouwen van mensen waarvan jij denkt dat ze de expertise hebben die jij zoekt. Je klasgenoten, studiegenoten, of juist mensen uit aanverwante disciplines, experts enz. Je bepaalt zelf wie je in je 'kennis-kring' wilt opnemen.

Je houdt je hele leven toegang tot die bibliotheek. En als je op zoek bent naar meer informatie kun je die zoeken bij scholen, bibliotheken, bij mensen uit je kennis-kring, enz. en de gevonden informatie uploaden naar je eigen bibliotheek.

Het zal vast nog een tijdje duren voordat deze ideeën werkelijkheid worden. Maar ik zal het toejuichen als we deze kant uit gaan. Niet de informatie staat dan meer centraal, maar de toegevoegde waarde die wij aan die informatie geven. Niet de uitleg van één enkel persoon, maar juist de kennis van groepen mensen die gezamenlijk de informatie uitbouwen en gebruiken om nieuwe kennis te ontwikkelen. Op die manier werken we samen aan die kennismaatschappij die Nederland zo graag wil zijn.

woensdag 16 november 2005

Wiki in het (hoger) onderwijs

Kort geleden kreeg ik van een kennis de URL toegestuurd van de afstudeerscriptie van zijn zoon: 'Wiki in het Hoger Onderwijs : een onderzoek naar wiki ter facilitering van CSCL'. Het is een behoorlijk omvangrijk verhaal over theorie en praktijk van de wiki in het hoger onderwijs. Jeroen Jansen, de schrijver van de scriptie, heeft een casestudy uitgevoerd: de TelematicaWiki,
een zorgvuldig geselecteerde en op maat gesneden wiki engine.

Wat mij niet verbaast, zijn de resultaten van het onderzoek:

Studenten vinden de TelematicaWiki waardevol. Het merendeel van de studenten ziet de TelematicaWiki als een nuttig hulpmiddel bij het samenwerken aan een paper. De Telematica studenten hebben weinig bezwaar om wiki’s vaker terug zien in het onderwijs van de UvT.

En:

Ondanks de beperkingen blijkt wiki een technologie met een grote hoeveelheid potentiële use-case scenario's op het gebied van CSCL facilitering. Een wiki met op de context aansluitende affordances, kan samenwerking tussen (groepen) studenten faciliteren op verschillende wijzen, namelijk collaboratief, coöperatief en collectief.

Ik ben er zelf van overtuigd dat een wiki een goed onderwijsmiddel is. De meeste leerlingen vinden het leuk om in groepsverband iets maken en de wiki biedt goede mogelijkheden daarvoor. Iedereen kan zijn eigen pagina's maken, maar ook een bijdrage leveren aan het werk van anderen. Zijn er vragen, dan kun je via de wiki overleggen met elkaar. En doe je per ongeluk wat fout, dan is het eenvoudig om oudere versies van een pagina terug te zetten. Ook voor de begeleiding is het een uitstekend middel: je kunt altijd zien wanneer aan de wiki gewerkt is en door wie. En omdat oude versies van de pagina's terug te zetten, ben je af van het verhaal van sommige leerlingen dat het werkstuk echt op tijd af was, maar dat net op het laatste moment ineens alles kwijt was.

Dit onderzoek ondersteunt mijn ideeën. Ik heb het nog niet helemaal uitgelezen, maar dat ga ik zeker nog doen!

dinsdag 15 november 2005

Feedback in educatieve computerspellen

afstudeerscriptie-Marloes-NevenAfgelopen vrijdag zat ik met mijn dochter in het ziekenhuis te wachten totdat we aan de beurt waren voor een oogcontrole. Weinig spannend, dus mooi de tijd om wat leesvoer tot me te nemen. Ik had de afstudeerscriptie Communicatiestudies van Marloes Neven meegenomen en kon die nu lekker op mijn gemakje doornemen. De scriptie is getiteld 'Goed zo, ga zo door', en heeft als ondertitel 'Exloratief onderzoek naar de invloed van feedback van een leeftijdsgenoot en een docent in educatieve computerspellen'. Ik vind dat een interessant onderwerp omdat ik denk dat feedback een belangrijke factor is in het onderwijsproces, en mijn ervaring is dat feedback van medeleerlingen vaak veel meer invloed heeft op het leergedrag van kinderen dan van de docent.

In het kader van de afstudeerscriptie heeft Marloes ook onderzocht aan welke voorwaarden een educatieve computergame moet voldoen om als effectief onderwijsmiddel ingezet te kunnen worden. Ik citeer uit haar scriptie:

    Uit een aantal studies blijkt dat computerspelen effectief kunnen zijn wanneer een aantal maatregelen genomen worden:
    • Specifieke doelen en progressie in doelen. Leerlingen presteren beter als ze een specifiek doel krijgen, dan leerlingen die een meer algemeen doel krijgen (bijvoorbeeld: 'streef naar een zo hoog mogelijk waarde/score');
    • Feedback. Wanneer niet alleen product-feedback wordt gegeven, maar ook proces-feedback, leidt dit tot betere leerresultaten;
    • Richtvragen en advies kunnen de aandacht van de spelers richten op essentiële aspecten, ze bewust maken van bepaalde informatie, of van elementen die in de vergetelheid dreigen te raken;
    • Het is voor spelers eenvoudiger om tijdens en na het spel te leren van hun ervaringen, wanneer tijdens het spel niet alleen de voortgang wordt weergegeven, maar ook de geschiedenis van de acties. Zo kunnen leerlingen en leerkrachten inzicht krijgen in het gedrag door de acties (achteraf of tijdens het spel) te inspecteren, middels een 'replay' van het spel.
Voor degenen die op dit moment bezig zijn om (bijv. in het kader van de wedstrijd Make-a-Game) een educatieve game te bouwen, lijken me dit eenvoudige tips om te verwerken in het spel.

Overigens: ik kan iedereen aanraden de hele scriptie te lezen, want er staan nog veel meer lezenswaardige dingen!

maandag 14 november 2005

Outdoor GPS en MP3 op de basisschool

leerling met tracklogIk hoor vaak van docenten over allerlei inspirerende dingen die ze ondernemen met hun leerlingen. Initiatieven als 'Please help me' of een leerkracht die met al zijn leerlingen aan het webloggen gaat, maken me erg enthousiast. Bijzonder vind ik dat dit initiatieven zijn die zonder steun van allerlei organisaties door de leerkrachten zelf worden bedacht èn uitgewerkt. Dat betekent heel veel werk en het dit soort initiatieven kan dankzij ongelooflijk veel enthousiasme van die leekrachten uitgewerkt worden. Ik maak in mijn weblog graag melding van dit soort projecten omdat ik vind dat deze mensen een lintje verdienen en liefst ook nog ondersteuning en geld zodat ze hun ideeën kunnen uitwerken en ook aan anderen overdragen

Vandaar dat ik hier graag melding maak van alweer over zijn heel speciaal project.
Stel je een groep leerlingen voor die 's morgens op school komt en dan te horen krijgt van de leerkracht dat ze een speurtocht gaan doen. Niet echt vernieuwend, denk ik dan. Maar dat is het wel, want het is geen gewone speurtocht, maar eentje waarbij de leerlingen gebruik maken van een outdoor GPS-systeem. De kinderen lopen langs de kunstwerken in de wijk en beluisteren ter plekke op een mp3-speler die ze ook mee hebben gekregen de uitleg die door de leerkracht is ingesproken. En wat te denken van het beluisteren van een stukje Moldau bij een gps-tocht die onder andere langs een watertje voert. Of het beluisteren van een MP3-vogelgeluiden: "Luister goed en zet daarna je speler uit. Kun je die vogel nu ook in het echt horen?"

Ted Bisschop van de Anna van Burenschool in Enschede gaat op deze manier met zijn leerlingen op stap. Op de foto bij deze posting zie je een van zijn leerlingen, die de tracklog van zijn wandeling door de buurt heeft uitgeprint en nu een kaart maakt door alles wat hij tegenkomt op de juiste plaats in te tekenen.

Kostbaar? Dat valt wel mee. Een outdoor GPS heb je al voor ca. 100 euro en een mp-3 speler krijg je al voor minder geld. Wat het wel kost? Een sterke didactische visie om te kijken hoe technische hulpmiddelen ons onderwijs kunnen verrijken en daarnaast heel veel enthousiasme en doorzettingsvermogen om alle ideeën te realiseren!

Als je meer wilt weten over dit bijzondere project kun je een reactie achterlaten op dit weblog of een mailtje sturen naar Ted Bisschop: mp3 apenstaart avbschool.nl.

vrijdag 11 november 2005

Spannend erfgoed

Eergisteren was ik bij DE confererentie, een conferentie van Digitaal Erfgoed Nederland over ICT en Cultuur. Digitaal Erfgoed Nederland is een organisatie die zich bezighoudt met ICT in het erfgoed. Het woord 'erfgoed' roept bij veel leerlingen de reactie op 'musea: saai!!!!'. En daar was ik het vroeger ook erg mee eens. Musea, erfgoed: het kon mij niet bekoren. In mijn ogen was erfgoed iets voor oudere mensen die niets meer hadden om naar uit te kijken, en dus maar achterom keken. Not my cup of tea.

Maar de laatste jaren verdwijnt dat beeld volledig. Musea ontwikkelen allerlei leuke activiteiten en maken ruim plek voor jongeren. Zo heeft Teylers Museum al weer een jaar of 3 het Teylers adventure, een game waarbij de speler virtueel en in het echt een speurtocht maken door het museum. Eergisteren maakte ik kennis met de Wonderkamers van het Gemeentemuseum in Den Haag. In de kelder van het gemeentemuseum is een aparte ruimte gemaakt voor jongeren, die overigens ook voor 'ouderen' zoals ik erg aantrekkelijk is! In de Wonderkamers kun je verschillende dingen doen, maar de leukste vond ik toch wel dat je daar van opnames van historische muziekinstrumenten je eigen compositie kunt maken. Het is natuurlijk niet mogelijk dat bezoekers zelf de instrumenten bespelen die in het Gemeentemuseum worden tentoongesteld. Het Gemeentemuseum heeft daarom van een aantal instrumenten die nog bespeeld konden worden opnames gemaakt en daarmee kun je in de Wonderkamers nu je eigen compositie bouwen. Leuk is ook dat het Gemeentemuseum een samenwerking is aangegaan met Drie voor twaalf van de VPRO, waardoor die samples nu ook via de site kunt downloaden en ook thuis een remix kunt maken. Ik ben ervan overtuigd dat de site veel bezoekers trekt, en dat daarmee ook veel jonge bezoekers naar het museum komen.

Maar het Gemeentemuseum is zeker niet het enige museum dat allerlei leuke dingen ontwikkelt voor jongeren. Voor mij is duidelijk dat daar de laatste jaren een omwenteling heeft plaatsgevonden: niet meer wachten tot de jongeren komen, maar kijken wat de vraag is en actief aan de slag om ze te werven. Er is veel te halen in onze musea. En niet alleen voor jongeren: ik vind het zelf ook verschrikkelijk leuk ;-)

donderdag 10 november 2005

Nieuwskraker

NieuwskrakerDe Nieuwskraker is een nieuwe dienst van de Volkskrant waarmee je je via MSN op de hoogte kunt laten houden van het nieuws. Als je je hebt aangemeld bij de dienst, krijg je 10 minuten nadat je bent ingelogd op MSN de 3 laatste koppen en opmerkelijk (video-)berichten van de dienst. Daarna houdt De Nieuwskraker zijn mond totdat jij hem iets vraagt. Alleen bij groot nieuws zal hij je dat direct melden.

Je kunt ook zoeken in de berichten via de Nieuwskraker. In de schermnaam van de Nieuwskraker (die je altijd in je MSN-lijstje ziet) kun je een trefwoord invoeren en de Nieuwskraker doorzoekt het hele archief naar artikelen waarin dit woord voorkomt.

Een leuke dienst, lijkt mij, die natuurlijk wel staat of valt met de kwaliteit van de berichtgeving. Die zal naast 'zware kost' ook opmerkelijk nieuws brengen, gepresenteerd als korte video. Betekent dit dat de Volkskrant geschreven teksten beschouwt als zware kost??

De Nieuwskraker is niet helemaal een nieuw initiatief: al eerder schreef ik over Alice, een dienst die je via SMS informeert over het nieuws, maar waar je vragen kunt stellen over files, treinreizen, het weer, beurskoersen en nog veel meer.

Overigens bracht de Nieuwskraker de Volkskrant voor de lancering in de problemen, volgens Webwereld. Via de site van Nieuwskraker kon je gratis toegang krijgen tot het hele Volkskrantarchief. Ik hoop dat het ze veel extra abonnees heeft opgeleverd ;-)

woensdag 9 november 2005

Helft (Amerikaanse) tieners publiceert op het web

Gelezen op weblog GoedZO:

Een op vijf tieners heeft blog
Meer dan de helft van de schoolgaande tieners met internettoegang publiceert online. Dat gebeurt in de vorm van webpagina’s met kunst, foto’s en verhalen. Ongeveer eenvijfde houdt een weblog bij. Dit blijkt uit onderzoek van Pew Internet & American Life Project onder scholieren tussen de 12 en 17 jaar. Vooral meiden tussen de 15 en 17 zijn actief met een eigen blog. Een kwart houdt een online dagboek bij tegenover 15 procent van de jongens in die leeftijdsgroep. Onder volwassenen is het percentage bloggers met 7 procent een stuk geringer. Overigens zegt 26 procent van de volwassenen wel blogs te lezen. Onder jongeren is dit percentage hoger, namelijk 38 procent.


Op de site van Pew/Internet staat verder dat meer dan de helft van de alle tieners beschoud kan worden als 'content creators'. Zij hebben een weblog of website gemaakt, originele content (foto's, verhalen, video's, kunstwerken etc. ) of bewerkingen van bestaande content op het web geplaatst.

Dat verbaast me niet: publiceren via het web wordt door jongeren op alle mogelijke manieren gedaan. Ze gebruiken de middelen die ze worden aangeboden: websites, weblogs en ik vermoed dat ook veel jongeren al experimenteren met het gebruik van wiki's. Dit is weliswaar een Amerikaans onderzoek, maar ik denk dat jongeren ook bij ons het voortouw nemen in het schrijven en lezen van weblogs.

Eerder schreef ik al over het rapport van de Raad van Cultuur waarin gesteld wordt dat media-educatie zich in de toekomst bij media-educatie (of zoals zij het noemen: Mediawijsheid) meer nadruk moet komen te liggen op het zelf maken of produceren van media-inhouden. Dit onderzoek onderstreept dat belang. Jongeren maken blijkbaar al veel inhoud op internet. Of ze daarbij inzicht hebben in de voors en tegens van de verschillende media, en of ze de media daarbij maximaal benutten, valt te betwijfelen.

Het lijkt mij een uitdaging om met een klas samen te onderzoeken welke media jongeren van nu benutten (weblog, website, podcast, vodcast enz), hoe ze die inzetten en of dat een optimale keus is voor het doel dat ze willen bereiken. Daarbij kun je dan weer onderzoek naar bijvoorbeeld taalgebruik in de verschillende media, vormgeving enz. Op die manier benut je de kennis van de leerling over de media. De kennis die zo ontstaat kun je dan benutten voor bijvoorbeeld de manier waarop scholen communiceren met (aankomende) leerlingen, met ouders, met docenten enz. Het lijkt mij zinvol en in ieder geval veel leuker dan de lessen die ik kreeg waarbij ik een aantal kranten moest analyseren (terwijl ik die op dat moment nog zelden las). Als iemand al dit soort activiteiten ontplooit met de leerlingen dan ben ik heel geïnteresseerd. Wie weet is het voer voor een nieuw blogje of een artikel in het blad waar ik de hoofdredactie voor verzorg: Dossier kennis en media.

Het complete rapport van Pew/Internet is gratis te downloaden van de site.

dinsdag 8 november 2005

Mr. Motley

Mr. MotleyGisteren kreeg ik een berichtje in mijn mailbox over een tijdschrift voor jongeren dat gebruikt kan worden voor de vakken CKV1 en CKV 3 beeldend in de bovenbouw Havo en VWO: Mr. Motley. Ik kende het blad niet, maar het leek me wel interessant dus bij deze een korte beschrijving van Mr. Motley. Niet te verwarren overigens met een bij mij favoriete stripfiguur: Mr. Mutley!

Het tijdschrift verschijnt vier maal per jaar en ze zijn nu bij nummer 8 dus het moet nu ongeveer twee jaar oud zijn. Ieder nummer gaat uit van een thema zoals 'Op straat', 'Familie issue'‚ of 'Mister Motley hangt los'. Mister Motley maakt geen onderscheid tussen hoge en lage cultuur: alle interessante uitingen van alle (sub)culturen kunnen in het blad aan bod komen. Dat maakt het blad voor jongeren vaak heel herkenbaar.

Bij Mr. Motley is ook een website waarop extra informatie te vinden is bij de nummers, tips voor aanvullende activiteiten bij het thema, er is een handleiding te vinden voor docenten met tips voor opdrachten, er is een agenda met culturele evenementen, tentoonstellingen etc. die passen bij de artikelen in het blad, en leerlingen kunnen hun eigen kunstwerken via de site exposeren.

Voor de schoolmediatheek lijkt me Mr. Motley een aanrader. In het berichtje dat ik kreeg stond daarover dat Mr. Motley gebruikt kan worden :
  1. als achtergrondinformatie voor docenten over actuele ontwikkelingen in de hedendaagse beeldende kunst;
  2. als inspiratiebron voor docenten om invulling te geven aan het vak CKV1 en CKV3 beeldend;
  3. als informatiebron voor leerlingen bij het maken van werkstukken;
  4. als naslagwerk en inspiratie voor leerlingen tussen het vak CKV3 beeldend;
  5. als extra informatie voor leerlingen die zich willen oriënteren en voorbereiden op een kunstvakopleiding.
Voor wie geïnteresseerd is: losse nummers zijn te koop voor € 5,-- , een jaarabonnement kost € 20,-- Dat levert dus niet veel winst op! Maar een jaarabonnement kan wel verrekend worden met CKV-vouchers, want Mister Motley is erkend als acceptant hiervan. Ik weet dat op lang niet alle scholen alle vouchers gebruikt worden; misschien is dit een leuke invulling ervan!

maandag 7 november 2005

Open Source

LivreHij is al weer een tijdje uit: het nieuwste nummer van Livre, maar pas afgelopen weekend had ik tijd om het te lezen. De coverstory trok natuurlijk het meest mijn aandacht": 'Vrije software in het onderwijs'. Ik ben een groot voorstander van het gebruik van software van verschillende leveranciers binnen het onderwijs. Niet omdat ik een probleem heb met het bedrijf dat op dit moment de meeste software levert in het primair en voortgezet onderwijs, maar omdat ik vind dat we binnen het onderwijs de taak hebben onze leerlingen op te voeden tot burgers die in staat zijn om bewuste keuzes te maken.

Als je spreekt over studie- of beroepskeuze dan zal bijna iedereen die mening onderschrijven, maar ik denk dat leerlingen ook moeten leren om keuzes te maken tussen verschillende soorten software. Ik vind het daarom belangrijk dat het onderwijs leerlingen wijst op het bestaan van en ook laat kennismaken met open source software. Niet alleen om andere pakketten te leren kennen, maar ook omdat open source software gebaseerd is op een andere manier van omgaan met kennis. De grondgedachte achter open source software is dat door kennis met elkaar te delen uiteindelijk leidt tot voordeel voor iedereen. Ik zal niet beweren dat dat altijd zo is, maar ik vind die gedachte zeker de moeite waard om in onderwijsland neer te leggen.

De schrijvers van het artikel (Herman Bruyninckx, Eric Verhulst, Mark De Quidt, Kim Lauwers en Wilfried Feijens) vinden dat overigens ook: zij noemen als een voordeel van open source software dat dat de filosofie van open source software nauw aansluit bij de waarden van het onderwijs. Als andere voordelen van open source software noemen zij:
  • vrije software garandeert stabiliteit, veiligheid en uitwisselbaarheid;
  • de mogelijkheid tot het aanpassen van de broncode.

Nadelig vinden zij:

  • er is veel versnipperd aanbod;
  • er is beperkte en ongebruikelijke ondersteuning.

Mijn eigen conclusie over open source software is, dat het altijd de moeite is om te kijken of van bepaalde programma's ook alternatieven zijn die onder open source zijn uitgebracht. Niet omdat die alternatieven goedkoper zijn: het kost vaak veel tijd of geld (of beide) om open source software te implementeren, te documenteren (goede documentatie ontbreekt nog wel eens, zeker als er veel verschillende versies of aanpassingen zijn van een pakket), en te onderhouden. Maar open source software heeft vaak wel net die extra kleine handigheidjes die ik zoek in de software die ik gebruik, of ze zijn er redelijk eenvoudig in aan te brengen. Privé zal ik die aanpassingen overigens niet maken: daarvoor ontbreekt mij de handigheid, maar binnen (samenwerkingsverbanden van) scholen is die expertise er soms wel. Zelf pik ik graag uit elke ruif een graantje mee: ik gebruik als browser bij voorkeur Firefox, waar nodig Internet Explorer en soms Opera. Reuze handig!

vrijdag 4 november 2005

Taalweg

TaalwegGisteren kreeg ik tot mijn vreugde de voltooide versie van het programma Taalweg, een programma voor NT2-leerlingen van 16 jaar en ouder. Met Taalweg kunnen leerlingen oefenen met het schrijven en lezen van de Nederlandse taal. De methode Taalweg is adaptief doordat er verschillende 'levels' in zitten. Als een leerling een level heeft doorlopen krijgt hij direct de score te zien. Hij/zij krijgt daarbij een advies met welk niveau verder gegaan kan worden: hoger, lager of hetzelfde niveau. Wat ik ook handig vond is dat de leerling als hij/zij een verkeerd antwoord geeft, direct een tip krijgt waarop gelet moet worden om de vraag goed te beantwoorden. De leerling krijgt dan nog de kans om het antwoord te corrigeren. Twijfelt de leerling nog steeds, dan kan een tweede tip gevraagd worden en uiteindelijk kan het antwoord opgevraagd worden. Natuurlijk wordt het opvragen van hints wel in de score verrekend. Heel directe feedback dus, wat zeker stimulerend werkt.

Natuurlijk ben ik met Taalweg aan de slag gegaan: ik wil wel eens weten wat leerlingen NT2 aangeboden krijgen. Het is leuk om te doen: je krijgt een plaatje en daarbij krijg je telkens een vraag die beantwoord moet worden. Ik vond dat de vragen al snel lastig worden: je moet de zinnetjes soms echt goed begrijpen om het goede antwoord te kunnen geven. Zo krijg je bijvoorbeeld in het onderdeel 'De supermarkt' een advertentie te zien. Je moet de informatie in die advertentie interpreteren. Er staat bijvoorbeeld dat op een product 50% korting korting gegeven wordt. De cursist moet dan weten dat dat betekent dat het product voor de halve prijs de deur uitgaat. Niet makkelijk om zo'n vertaalslag te maken als je een taal nog niet volledig beheerst!

Wat ik wel jammer vond is dat de teksten wel erg gericht zijn op volwassenen, terwijl de cursus toch ook bestemd zou moeten zijn voor 16-jarigen. Ik denk dat die groep leerlingen over het algemeen andere zaken aan het hoofd heeft dan de zaken die in de cursus Taalweg aan de orde komen. Misschien is dat een leuke taak voor de makers van Taalweg het komende jaar!

donderdag 3 november 2005

Repetitie: het eind van een leerproces of het begin van evaluatie?

cijfersMijn kinderen zitten op dit moment in de toetsweek. Elke dag worden er toetsen gemaakt. Voor hen betekent een toets het einde van een leerperiode. Dat vind ik jammer: ik denk zelf dat het maken van een toets het begin moet zijn van een nieuwe leerperiode, namelijk de evaluatie van hetgeen ze zelf hebben gedaan en - op basis daarvan - de keuze hoe ze de periode daarop willen functioneren. Ik probeer ze daar zelf thuis van bewust te maken, maar ik denk dat er voor het onderwijs op dat gebied ook nog veel kansen liggen.

Het werken in groepen kan dat evaluatieproces stimuleren. Bij het maken van groepswerk lopen leerlingen vaak aan tegen het feit dat niet iedereen in zo'n groepje eenzelfde bijdrage levert aan het werk. Door ze te vragen het werk van die anderen te beoordelen, krijgen ze ook een beeld van hun eigen functioneren in de groep. Ik weet dat sommige docenten daarom aan groepswerk één cijfer geven dat gelijk is aan het product van het aantal leerlingen x het gemiddelde cijfer. De leerlingen moeten die punten dan onderling verdelen. Wil je dus bijvoorbeeld een 7 geven aan het werk van 4 leerlingen, dan krijgen ze 28 punten. De groep moet dan overleggen hoeveel punten elk groepslid apart heeft verdiend. Daaraan kun je als docent wel beperkingen opleggen, bijv. door te stellen dat de cijfers van de afzonderlijke groepsleden nooit meer dan max. 1 of 2 punten van het door de docent gegeven cijfer mag afwijken. Nadeel van dit systeem is dat leerlingen soms cijfers toekennen op een andere basis die de docent wil. Vriendjespolitiek speelt soms een (grote rol) daarbij, en soms is er ook sociale controle: een leerling die dreigt een te blijven zitten zullen ze niet zo snel een onvoldoende geven.

Gisteren hoorde ik van een docent aan de Capellen Scholengemeenschap in Zwolle over een ander systeem. Zij laat de leerlingen 1/3 deel van het cijfer bepalen. Voor de invulling van dat cijfer geven ze hun medeleerlingen 2 deelcijfers: het ene cijfer mogen ze vrij bepalen, en het tweede is de rangorde die zij toekennen aan het werk van hun medeleerlingen. In de praktijk ziet het er zo uit: de leerlingen kunnen in totaal 60 punten verdienen met hun werk. Daarvan worden er door de docent maximaal 40 toegekend. De leerlingen geven 2 cijfers. Daarvoor moeten ze eerst bepalen hoe de groepsleden afzonderlijk hebben gepresteerd en dat in volgorde zetten. Die rangorde bepaalt het eerste cijfer. Regel is dat ze niet aan 2 groepsleden dezelfde rangorde mogen toekennen, dus niet bijvoorbeeld 2 tweede plaatsen of allemaal op de derde plaats. Het tweede cijfer dat de leerlingen mogen geven, mogen ze vrij toekennen: daarin mogen dus wel 2 zevens voorkomen of 3 zessen. Alle punten worden per groepslid bij elkaar opgeteld, en gedeeld door 6. Als de zo verkregen cijfers sterk onderling verschillen, dan heeft de betreffende docent een gesprek met het groepje om te kijken wat er is gebeurd.

Deze methode van cijfers geven sprak mij erg aan. Het dwingt de leerlingen om kritisch te kijken naar hun eigen inzet en die van de andere groepsleden. Door de verschilende lagen in het cijfer in te brengen is het risico van vriendjespolitiek minder groot. Door het gegeven cijfer te evalueren met de leerlingen is er veel aandacht voor het evaluatieproces en daarmee ook op de keuze voor leerlingen hoe ze bij een volgende opdracht willen functioneren. Het systeem dat deze docent hanteert is niet eenvoudig, maar ik denk wel dat het recht doet aan de verschillen tussen de inzet van de leerlingen afzonderlijk, niet om leerlingen te straffen als ze niet optimaal hebben gepresteerd in een groep maar om ze te stimuleren zelf kritisch te kijken naar hun opstelling in een team en daar bewuste keuzes in te maken!

woensdag 2 november 2005

Les via SMS

Avonturenpark HellendoornAvonturenpark Hellendoorn heeft een nieuwe speurtocht voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Ze kregen via SMS zes opdrachten. De antwoorden moesten op het spelformulier worden ingevuld en vormden samen een sleutelwoord, dat vervolgens per sms moest worden teruggestuurd. De centrale computer hield de binnenkomende sms-jes bij en registreerde ook wie ze had ingezonden. Via het versturen van de opdrachten werd in de gaten gehouden hoe de bezoekers zich over het park verdeelden.

Ik ken de speurtocht niet, maar ik vind het wel een leuk idee. Als ik afga op de verhalen van mijn kinderen worden in het voortgezet onderwijs 'gewone' speurtochten lang niet altijd gewaardeerd door de leerlingen. Ik denk dat het gebruik van SMS aan die gewone speurtochten een nieuwe dimensie toevoegt. Ik ben benieuwd of ze ook van de andere mogelijkheden van die apparaatjes gebruik maken: foto's maken, geluiden opnemen enz. Stel je eens zo'n speurtocht voor in een dierentuin met als extra opdracht 'maak een ringtone van een brullende leeuw' of 'maak een screensaver van een pinguin'. Ik ben benieuwd wat dat voor resultaten zou opleveren ;-)


Bron: PCM : Personal Computer Magazine

dinsdag 1 november 2005

Elke week een nieuwe game maken!

ETC-CMU

Raoul Teeuwen (van ICT op School) wees me op een artikeltje in het weblog van Joystick. Daarin wordt melding gemaakt van een nieuw project op het Entertainment Technology Center van de Carnegie Mellon University. Vier afgestudeerde studenten van Carnegie Mellon University hebben zich ten doel gesteld iedere week één game te bouwen. Dat betekent in totaal per student maar liefst 52 games dit jaar. De resultaten van het project van afgelopen jaar (200 games) en dit jaar zijn te vinden op de site. De gedachte achter dit project is dat een grappig spel niet gecompliceerd hoeft te zijn, en dat het mogelijk is om eenvoudige games te bouwen die wel heel leuk zijn, mits ze interactie en een boeiende doelstelling bieden. De regels zijn:

  • Elk spel moet gemaakt worden in minder dan 7 dagen
  • Elk spel moet gemaakt zijn door één persoon: script, zowel als vormgeving en geluid
  • Elk spel moet gebaseerd zijn op één onderwerp, bijv. "zwaartekracht", "plantengroei", "magnetisme", etc.

De resultaten zijn niet allemaal even sterk, maar sommige zijn erg leuk. Bijvoorbeeld het spel waarbij je een toren moet bouwen, of die waarbij je papieren bootjes met behulp van parapluutjes droog aan de overkant moet brengen. Wie meedoet aan de wedstrijd Make-a-Game kan op deze site zeker inspiratie krijgen voor het bouwen van een educatieve game!

Bron: Joystick weblog