vrijdag 7 juli 2006

Vakantie

Nintendo DS LiteVandaag is voor mij de laatste dag voor mijn zomerstop. Vanaf vandaag tot 28 augustus zal ik geen berichtjes zetten op dit blog. Er is een tijd van werken, en er is een tijd om andere dingen te doen. De komende tijd hoop ik veel minder tijd achter het beeldscherm door te brengen dan de afgelopen maanden. Want ook al ben ik een echte laptoptijger: ik kan ook erg genieten van het lezen van een boek, buiten een eindje (hard-)lopen of fietsen, zwemmen in de zee, wat onkruidjes uit de tuin plukken of zomaar heerlijk op een doordeweekse dag buiten zitten. En genieten van mijn gezin, want zo door het jaar heen kunnen we soms behoorlijk langs elkaar heen leven: elk met zijn eigen bezigheden, op zijn of haar eigen kamer, achter het eigen beeldscherm.

Maar ook in de komende weken blijf ik me wel bezig houden met onderwijs en vooral ook met games. Want ja, scholen gaan wel dicht, maar er liggen nog wel allerlei andere klussen te wachten, en dit is een mooie tijd om die voor te bereiden. En buiten in de tuin kun je ook prima al dat achterstallige leeswerk wegwerken, zeker als je dat combineert met een kopje koffie!

Verder heb ik op mij bureautje een prachtig glimmende Nintendo DS Lite liggen. Die ga ik de komende tijd heerlijk uitproberen. Het lijkt mij namelijk een heel interessant apparaatje voor het onderwijs. Niet alleen omdat je er allerlei leuke games mee kunt doen, maar ook omdat wifi is ingebouwd, en omdat er een speciale versie is van Opera zodat je met je DS op internet kunt. Verder heeft het apparaatje een ingebouwde microfoon, en er komt software waarin gewerkt wordt met spraakherkenning. Volgens Ownage worden in Japan Adventure Books ontwikkeld die kinderen zelf kunnen lezen of waarmee ze zich voor kunnen laten lezen en waarbij de speler/lezer zelf het verloop van het verhaal kan bepalen.

Kortom: een veelzijdig apparaatje. Ik krijg al visioenen van kinderen die met zo'n DS op stap gaan. Opdrachten krijgen via internet op hun DS, met elkaar communiceren via de DS, (educatieve) spelletjes doen op het apparaat, opdrachten krijgen waarvoor ze het antwoord niet in hoeven te toetsen, maar inspreken in het apparaat waarna ze een volgende opdracht krijgen of een plaatje kunnen bekijken enz. Okee, ik weet het, het zijn allemaal dromen. Daarom ga ik de komende maanden maar met het apparaatje aan de slag, om uit te vinden wat mogelijk is en wat niet. Echt heel erg vind ik dat overigens niet..... ;-) Tot 28 augustus!

donderdag 6 juli 2006

You can have it in any color you want as long as it's black

Henri FordEergisteren sprak ik met een docent van de HvA over logistiek. Een boeiend vak, vind ik, waar je in allerlei sectoren mee te maken krijgt. In ons gesprek passeerden dan ook allerlei zaken de revue: de reden waarom rond de grote steden een maximum snelheid is ingesteld van 80 km/u, het spoorboekje, maar natuurlijk hadden we het ook over onderwijs.

Eén van mijn grote ergernissen is dat er over het algemeen een taboe rust op zitten blijven. Ik ben op zich niet tegen zittenblijven, omdat ik denk dat soms leerlingen gewoon niet toe zijn aan overgaan naar een nieuwe klas. Vaak is dat niet zozeer omdat ze de stof niet aan kunnen. Ik denk dat jongeren soms gewoon extra tijd nodig hebben om groot te worden. Tussen je 12e en je 18e moet je namelijk niet alleen een bepaalde hoeveelheid lesstof verwerken; je moet ook jezelf gaan ontdekken en jouw relatie tot de wereld. Dat kost tijd en energie en daardoor blijft er soms te weinig tijd over voor de lesstof. Ik vind dat op zich geen probleem, maar ik vind het wel jammer dat dat dan vaak betekent dat een leerling ofwel de school op een niveautje lager verder gaat, ofwel een vol jaar opnieuw dezelfde lessen moet volgen. Ik denk dat we in het onderwijs onze leerlingen ook zouden moeten kunnen aanbieden om een half jaar, of misschien ook wel maar één trimester/semester opnieuw te kunnen doen.

Dat is niet eenvoudig, want dan heb je op school allerlei verschillende stromen van leerlingen en het vraagt een goede logistiek om dat allemaal te stroomlijnen. Misschien moet je dan bijvoorbeeld wel de vakken geclusterd aanbieden, zodat je per tijdvak een aantal vakken van dat jaar afrondt. Of misschien moet je als school wel cursussen aanbieden waarop de leerlingen kunnen intekenen. Ik weet het niet, maar dat lijken me nu typisch vragen die iemand met kennis van logistieke zaken kan beantwoorden.

Het betekent in ieder geval een heel andere manier van onderwijs organiseren. Een organisatie waarbij er tijd is voor leerlingen om een vak sneller of langzamer te doorlopen, waarbij er tijd is om jezelf te ontdekken zonder dat je je daarna een jaar zit te vervelen tijdens de les. Een organisatie waarbij de leerlingen hun eigen kleur kunnen aannemen. Nu lijkt de school soms op de lopende band van Henri Ford, die alle auto's in dezelfde zwarte kleur afleverde: "You can have it in any color you want as long as it's black"! En dat willen we op school toch niet??

woensdag 5 juli 2006

Plagiaat: wat doen we ertegen?

plaatje anti-plagiaat Learning Support Centre University of Hong KongOp Edusite staat een artikel over de tweede Internationale Plagiaat Conferentie. Een van de sprekers op die conferentie, Sally Brown, stelde daar dat plagiaat het best bestreden kan worden door het aanpassen van de opdrachten.

Daarmee ben ik het niet oneens: door slim je opdrachten te formuleren kun je leerlingen/studenten dwingen om eigen werk te leveren. Mijn favoriete voorbeeld is daarbij dat je leerlingen niet vraagt om een verhaal te schrijven over een onderwerp en daar zelf bronnen bij te zoeken, maar dat je in plaats daarvan de bronnen zelf selecteert en de leerling de opdracht geeft om de opgegeven bronnen met elkaar te vergelijken en zelf tot conclusies te komen. Dat maakt het plegen van plagiaat meestal erg lastig!

Maar ik vind dat daarmee nog lang niet alles gezegd is over plagiaat. Ik zou aan de discussie over wat we moeten doen tegen plagiaat in het onderwijs nog twee elementen toe willen voegen.
Allereerst denk ik dat we heel kritisch moeten kijken naar de opdrachten die we aan onze leerlingen geven, en dat we soms juist gebruik moeten maken van het feit dat over bepaalde onderwerpen veel informatie te vinden is. Ik vind het niet verkeerd om leerlingen (de juiste!) informatie te laten zoeken over een onderwerp en dat samen te brengen in een document. Daarmee kunnen ze leren om goede informatie te zoeken en de essentie daarvan vast te leggen.

Don McCabe, een andere spreker tijdens de conferentie, stelde daarnaast voor om studenten een "erecode" te laten afleggen waarbij ze de belofte doen om "de hoogste standaard van academische integriteit te handhaven. Ik denk daar iets anders over. Ik denk dat we onze leerlingen moeten bijbrengen dat het plegen van plagiaat uiteindelijk in hun eigen nadeel is. Dat besef ontbreekt volgens mij bij veel leerlingen. Ik ga ervan uit dat onze leerlingen vrijwillig leren. Okee, soms lijkt dat wel anders, maar ik denk dat als een leerling werkelijk niets wil leren, die vast ook geen tijd wil investeren in het plegen van plagiaat. Voor mij staat vast dat een leerling in essentie wat wil leren. Maar van het plegen van plagiaat leer je als regel niets, dus waarom zou een leerling dat doen?

Ik denk dat wij op dit moment onze leerlingen onvoldoende duidelijk maken dat plagiaat plegen niets oplevert. Hoe vaak vragen we onze leerlingen niet om uitsluitend informatie te reproduceren? Ik heb dat zelf ook altijd zonde gevonden van mijn tijd: ik vind schrijven leuk, maar als iemand anders al eens wat heeft bedacht dan vind ik het zonde van mijn tijd om datzelfde verhaal nog een keer op te schrijven. Dat doe ik alleen als ik daar wat aan kan toevoegen: mijn eigen mening, een uitleg, een verband dat die ander nog niet had gelegd enz. Ik kan me heel goed voorstellen dat veel leerlingen het zonde vinden van hun tijd om een stuk te schrijven dat al door anderen geschreven is. Als wij vinden dat het belangrijk is dat een leerling zo'n stuk moet schrijven, dan moeten we ze ook uitleggen waaróm dat belangrijk is.

Ik denk dat we heel vaak moeite zullen hebben om die reden te geven. Want willen we eigenlijk wel dat leerlingen een verhaal schrijven dat anderen al geschreven hebben? Of willen we toch liever dat ze hun eigen visie ontwikkelen? Hoe beoordelen we of iets eigen is of niet? En hoe gaan we ermee om als die mening afwijkend is van bijvoorbeeld de algemene visie op dat onderwerp? Wat betekent het als een leerling een onjuist, maar wel heel origineel verhaal schrijft over het werk van een bekende schrijver? Ik heb soms de indruk dat we in het onderwijs niet altijd uit zijn op originaliteit, maar wel op reproductie! En dat is dan misschien wel een goede (?) reden om plagiaat te plegen!

dinsdag 4 juli 2006

Historische MySpace toepassing

Via Weblogg-ed kwam ik bij dit leuke voorbeeld van het gebruik van netwerksoftware als MySpace. Mr. Coe, ik vermoed dat hij docent geschiedenis is, heeft zijn leerlingen pagina's laten maken van historische personen uit de tijd van Richard III. Op elke pagina staat een foto van een historische figuur uit die tijd, je kunt er een aantal blog-entry's vinden en een uitspraak die die persoon ooit heeft gedaan.

Het leek mij een reuze leuke opdracht die je op veel manieren kunt invullen: maak pagina's van bekende wetenschappers uit een bepaald tijdperk waarin je aangeeft hoe ze elkaar geïnspireerd hebben, van moderne schrijvers waarin je ze commentaar laat geven op elkaars boeken, van politici (actueel: geef in hun weblog hun commentaar rondom het vallen van het kabinet), enz.

Wat leer je daarvan? Niet alleen moet je om zo'n pagina te kunnen maken je verdiepen in het leven van die personen, maar je moet je ook proberen in te leven in die persoon: wat vinden ze, hoe stonden/staan ze tegenover (het werk van) hun collega's enz. Om zich een totaalbeeld te kunnen vormen moeten ze het werk van hun medeleerlingen bekijken en bedenken hoe ze dat kunnen laten aansluiten bij hun eigen persoon. Om alles te kunnen verwoorden moeten de leerlingen kunnen schrijven, misschien zelfs in de stijl van de persoon van wie ze een pagina maken. En het wordt vooral leuk als ze tot slot gaan reageren op elkaar (of liever gezegd: op de pagina's van elkaars personen).

Ik zie er wel wat in, in zo'n opdracht!

maandag 3 juli 2006

Second Life onderzocht

Second LifeSecond Life is een virtuele wereld waarin mensen een virtueel bestaan opbouwen. De wereld kent meer dan 200.000 bewoners. Je kiest je eigen avatar en loopt daarmee door het spel. Je koopt met Linden dollars (de virtuele munteenheid) een stuk land, zet er een huis op en maakt contact met de andere bewoners van Second Life.

In februari werd in een televisie-uitzending van de VPRO aandacht besteed aan het spel. Met name werd gekeken naar de enorme inpact die het spel heeft op de levens van sommige van zijn bewoners. Er worden niet alleen virtuele vriendschappen gesloten, maar ook echte. En sommige relaties 'in real life' worden beëindigd als gevolg van virtuele relaties binnen (of met!) het spel Second Life. Ook in financieel opzicht kan het spel veel impact hebben op het 'echte' leven van de bewoners. In het spel wordt reclame gemaakt voor allerlei zaken en er zijn zelfs winkelketens die een virtuele vestiging hebben in het spel. Daar kun je overigens wel 'echt' geld uitgeven! Maar misschien nog wel veel meer geld wordt uitgegeven aan de aanschaf van allerlei virtuele zaken: virtuele kleding, virtuele diensten, maar ook virtueel vastgoed wordt in het spel verkocht. En daarbij gaat het soms om grote bedragen: maandelijks wordt er in deze virtuele wereld voor 6,5 miljoen echte dollars verhandeld.

David Nieborg doet op dit moment onderzoek naar Second Life. In het weblog De Nieuwe Reporter doet hij verslag van het onderzoek waarin bijdragen staan van UvA-studenten Jasper Moes, Esther Weltevrede en Heleen van der Klink, en interviews van journalist Jet Mok. Het eerste deel van zijn verslag is getiteld 'Echte dollars in een virtuele wereld', en gaat in op de virtuele en echte economie van het spel. Het tweede deel heet 'Tringo .... Bingo!'. In dit deel van het onderzoek wordt ingegaan op de rechten van de spelers die zelf virtuele goederen of content maken voor het spel. Het derde deel van de serie gaat over 'de digitale publieke sfeer en journalistiek' en deel 4 en 5 gaan in op virtueel vastgoed. Het totale onderzoek kan gedownload worden via Davids eigen weblog: GameSpace.nl

Ik vind het boeiende materie, vooral omdat het zo zichtbaar maakt dat het leven in de virtuele wereld van Second Life steeds minder virtueel wordt. Virtueel en echt lopen steeds meer door elkaar en hoe we daarmee in de toekomst zullen omgaan staat nog allerminst vast!