woensdag 31 januari 2007

Kahootz

KahootzVorig jaar heb ik de wedstrijd Make-a-Game op poten mogen zetten. Een enorm leuke klus waar ik met veel plezier op terug kijk. Naar aanleiding van die wedstrijd kreeg ik van verschillende mensen de vraag of een soortgelijke wedstrijd niet ook opgezet kon worden voor het basisonderwijs. Nu ben ik daar een grote voorstander van, maar ik denk wel dat voor veel leerlingen het bouwen van een game met behulp van het programma Game Maker erg veel gevraagd is. Ik weet dat er wel leerlingen zijn van de hoogste klassen die goed met het programma overweg kunnen (getuige bijvoorbeeld het spel dat door een basisschoolleerling is gemaakt bij de ThinkQuest website DinoByte), maar voor veel basisschoolleerlingen is dat echt niet haalbaar. Ik ben daarom op zoek gegaan naar software waarmee basisschoolleerlingen makkelijk een echte game kunnen programmeren. Ik wilde een pakket waarmee je redelijk eenvoudig goede resultaten kunt behalen, maar dat ook voor gevorderden interessant is. En natuurlijk moeten de gemaakte games een beetje professioneel ogen, en de games moeten gespeeld kunnen worden op gewone (niet al te geavanceerde) schoolp.c.'s.

En, je raadt het al: ik denk dat ik zo'n pakket heb gevonden. Op de BETT ontdekte ik het pakket Kahootz. Kahootz is gemaakt door de 'Australian Children's Television Foundation'. Ik heb me laten vertellen dat de laatste 2 jaar in Australië het maken van games steeds meer wordt gezien als een goede manier om probleemoplossend vermogen en de creativiteit van leerlingen te vergroten, en dat iets meer dan 25% van de Australische scholen gebruik maakt van Kahootz software.

Ik heb het niet gecontroleerd, maar ik kan me wel wat voorstellen bij dat percentage. Het werken met Kahootz is erg simpel: je kunt na een half uurtje al je eerste game maken. 'Cool' (of 'vet' of 'lauw') is het zeker: je werkt namelijk in een 3d-omgeving. En voor wie ver gevorderd is, biedt het pakket allerlei (extra) mogelijkheden. Wat ik bijvoorbeeld erg leuk vond is dat je een met Kahootz gemaakte animatie of game, kunt combineren met een filmpje dat gemaakt is met een z.g. 'green screen' (ook wel blue screen of chroma key).

Op de site van Kahootz staan verschillende voorbeelden van hoe je met Kahootz onderwerpen uit het curriculum kunt behandelen. Je kunt er namelijk niet alleen games mee maken, je kunt er ook animaties mee maken. En dat kun je weer heel goed gebruiken voor bijv. taalonderwijs of voor de creatieve vakken. Het werken in een 3d-omgeving bevordert het ruimtelijk inzicht. En door educatieve games te maken leer je wat over het vakgebied waar je game voor gemaakt is. Hier vind je een voorbeeld van een spel dat is gemaakt voor basisschoolleerlingen.

Iemand van de Australian Children's Television Foundation vertelde me dat ze overwegen om Kahootz uit te brengen op de Nederlandse markt. Dat zou ik geweldig vinden. En het liefst zou ik dan een internationale Kahootz-game-making wedstrijd organiseren. Want je leert volgens mij echt veel als je met andere leerlingen in internationaal verband samenwerkt aan een game!

dinsdag 30 januari 2007

Slecht onderwijs?

afbeelding overgenomen van http://www.terrascope.org/Het lijkt wel alsof ik de laatste tijd in de pers steeds vaker berichten lees over slecht onderwijs. Pabostudenten moeten bijgespijkerd worden op het gebied van rekenen, alle studenten ontberen kennis van de Nederlandse taal, en - afgelopen weekend in De Volkskrant - leerlingen en studenten vinden dat ze te weinig lessen krijgen. Ik word een beetje moe van dit soort berichten. Om te beginnen vind ik het jammer dat er zoveel aandacht is voor wat er mist in het onderwijs, en - in mijn ogen - zo weinig voor wat er allemaal wel gedaan wordt. Ik kom regelmatig bij allerlei onderwijsinstellingen en elke keer valt het mij op dat er zoveel docenten, directies en onderwijsondersteuners zijn die met veel bevlogenheid hun functie uitoefenen. Voor velen is hun werk geen baan van 9 tot 5, maar lijkt het bijna een 'lifestyle'.

Maar wat me nog meer dwars zit is dat er steeds vanuit een andere hoek gekeken wordt naar onderwijs. Ik noem het een houtje-touwtje berichtgeving: allerlei losse elementen van het onderwijs worden aan de orde gesteld zonder dat er samenhang in wordt gebracht. De laatste jaren zijn er allerlei veranderingen doorgevoerd in het onderwijs. Om te beginnen natuurlijk zaken als de basisvorming en de Tweede Fase, maar ook in de vakken werden andere accenten gelegd. Zo kwam er meer aandacht voor begrijpend lezen en in het rekenonderwijs werden realistische rekenmethodes ingevoerd. In het beroepsonderwijs werd meer gekeken naar competenties, want vanuit het bedrijfsleven werd daarom gevraagd. Al die veranderingen kwamen er niet zomaar: ze werden doorgevoerd omdat bleek dat het onderwijs niet voldeed. De aansluiting tussen voortgezet en hoger onderwijs was niet goed, het was niet langer voldoende om kinderen 'vol te pompen' met feiten: ze moesten ook in staat zijn om zelfstandig kennis te verwerven, er moest meer rekening gehouden worden met de mogelijkheden van de verschillende leerlingen etc.

En nu dus al die berichten dat we het niet goed doen. Nou zal ik niet zeggen dat elke onderwijsvernieuwing goed is, maar ik denk dat we ons vooral eens goed moeten bezinnen op wat we nu eigenlijk willen bereiken met ons onderwijs. En dat we dan de ontwikkelingen moeten plaatsen in het licht van die doelstelling. Natuurlijk is er minder aandacht voor spelling als we besluiten om meer aandacht te besteden aan andere zaken in het Nederlandse-taalonderwijs. En als we vinden dat leerlingen zelfstandig moeten leren, dan moeten we het ook aandurven om ze (af en toe) hun eigen keuzes te laten maken.

En laten we ons vooral realiseren dat er niet één goede manier is om onderwijs te geven. Wat voor de ene leerling een goede aanpak is, kan voor een andere redelijk fataal uitpakken. Belangrijk vind ik het dat we in het onderwijs duidelijke keuzes maken wat wij belangrijk vinden, en dat we die keuzes ook duidelijk zichtbaar maken. Daarmee maak je het mogelijk dat de leerlingen (of hun ouders) duidelijke keuzes kunnen maken, en dat ze zelf kunnen zorgen voor een goede aansluiting van de ene opleiding naar de andere. Want natuurlijk is het moeilijk om als je in het voortgezet onderwijs niet geleerd hebt om zelfstandig aan de slag te gaan, dat wel van je verwacht wordt in het hoger onderwijs. Of om, als je hebt gekozen voor een school die vooral inzet op begrijpend lezen, over te stappen naar een opleiding waar spelling een belangrijk onderdeel van het curriculum is. Ik denk dat de fout die in het onderwijs gemaakt wordt, niet zozeer ligt in de vernieuwingen die worden doorgevoerd, maar meer in het niet duidelijk naar buiten brengen waarom die veranderingen worden doorgevoerd en wat de consequenties ervan zijn!

maandag 29 januari 2007

Kasteel Palenstein

spel Kasteel PalensteinAfgelopen woensdag was ik bij de opening van het (virtuele) kasteel Palenstein in Zoetermeer. Een kasteel in Zoetermeer? Ja hoor, deze versie is digitaal, maar zo'n 6 eeuwen geleden (tussen 1370 en 1400) werd in Zoetermeer door Willem van Egmond kasteel Palenstein gebouwd. Tot 1493 bleef het kasteel in handen van de familie van Egmond; daarna ging het steeds over in handen van andere families totdat het in 1887 eigendom werd van de familie Brinkers, die eigenaar waren van Brinkers Margarinefabrieken. Een deel van het gebouw werd toen omgetoverd tot boterfabriek. Het kasteel raakte daarna in verval, en nu moet Zoetermeer het doen met een digitale variant.

Het spel 'Kasteel Palenstein' is gemaakt door de gemeente Zoetermeer in het kader van stadspromotie. In het spel moet je het kasteel exploiteren: je moet zorgen dat er genoeg turf en graan is, de burgers moeten tevreden zijn, er moeten soldaten zijn om het gebouw te verdedigen, en natuurlijk moeten de muren hoog genoeg zijn om de veiligheid van de bewoners van het kasteel te garanderen. Dat laatste is niet onbelangrijk, want het kan zomaar gebeuren dat je wordt aangevallen, of dat andere rampen zich voordoen.

Als je rondloopt door het kasteel zie je veel voorwerpen die je kunt aanklikken waarna er informatie volgt over dat onderwerp. Zo leer je wat een 'grape' is en wat lakenlood, en van welk materiaal vroeger dobbelstenen werd gemaakt. Jammer vind ik wel dat die informatie volledig overbodig is om het spel goed te spelen: ik zou het leuk vinden als die nodig was om bijvoorbeeld deuren te openen of het kasteel beter te exploiteren.

Zoetermeer heeft het overigens niet bij het spel gelaten. In het pakket dat ik overhandigd kreeg, zat ook een lespakket 'Wereldoriëntatie, geschiedenis en studievaardigheden voor het basisonderwijs', bestemd voor leerlingen van groep 7 en 8. Het lespakket omvat een lesbrief, informatiebladen en werkbladen, een kartonnen bouwplaat van het kasteel en een stel kleurplaten. De tijd die nodig is om het lespakket uit te voeren is ongeveer 4 uur. De lessen sluiten volgens de beschrijving goed aan op de leermethode 'Bij de tijd' van uitgeverij Malmberg. Maar omdat het onderwerp 'Kastelen' ook in andere geschiedenismethodes meestal uitgebreid aan de orde komt, kan het pakket volgens mij ook zonder problemen gebruikt worden in combinatie met andere methodes.

Ik vind het pakket zeer de moeite waard. Wat ik nog wel mis, is een beschrijving hoe je de game moet spelen. In het lespakket staat - terecht - dat de meeste leerlingen dit spel snel door zullen hebben. Maar of dat ook geldt voor de meeste leerkrachten, betwijfel ik. In de game zitten weliswaar een aantal oefenspellen waarmee je het spel kunt leren kennen, maar ik denk dat ook die voor niet-gamers hoog gegrepen zullen zijn. Ik zou het handig vinden als er voor degenen die dat willen, een handleiding bij zit voor het spel waarmee aangegeven wordt hoe je bepaalde resultaten kunt behalen. Maar als je het vraagt aan de leerlingen, dan zullen ze je vermoedelijk graag op weg helpen in het spel!

vrijdag 26 januari 2007

Create-a-Scape

Create-a-ScapeFuturelab, de organisatie die zich bezig houdt met onderwijsvernieuwing in de U.K., heeft een prachtig tooltje ontwikkeld waarmee je eenvoudig lessen kunt maken waarbij gebruik gemaakt wordt van GPS in een PDA. Met Create-a-Scape kun je aan geografische coördinaten (zoals bijvoorbeeld te vinden in Google Earth) bestanden koppelen. Kom je dan op de plek die overeenstemt met de tevoren opgegeven coördinaten, dan krijg je op je PDA een tekstje te zien, of er wordt een geluidsbestand of een video afgespeeld.

Wat me aanspreekt in het gebruik van PDA en GPS is dat je leerlingen zo ook buiten de school kunt voorzien van de nodige informatie waardoor het veel makkelijker is om ze buiten de klas onderzoek te laten doen. Op de site van Create-a-Scape vind je een heleboel ideeën voor opdrachten. Niet alleen voor aardrijkskunde, geschiedenis of biologie, maar ook voor bijvoorbeeld de talen, natuurkunde en voor l.o.

Op de site van Create-a-Scape kun je de software downloaden om een opdracht te maken (incl. links naar software om bijvoorbeeld foto's te bewerken en geluidsbestanden te bewerken) en je vindt er uitgebreide instructies. Ik vind het een aanrader!


Klik op het plaatje om een filmpje te zien waarin leerlingen vertellen over Create-a-Scape.

donderdag 25 januari 2007

De walkthrough, de duivel van het gamesplezier

Als je een game speelt, en dan met name een adventure of een platformgame heb je wel eens dat je heel erg hard probeert, maar helemaal niet verder kan komen of net niet het level kan halen omdat je niet weet hoe je verder moet lopen, of net die puzzel te moeilijk voor je is. Als je dit vaak hebt, dan kan dit tot frustratie leiden en soms tot wanhoop. Dan neigen sommige mensen (ik ben er een van) wel eens naar het gebruiken van een walkthrough. Sommige mensen doen dit zelfs voordat ze met het spel beginnen. Maar wat is een walktrough en is het gebruiken van een walkthrough goed of slecht?

Walkthrough betekent letterlijk vertaald “loop door” en dat is in feite ook precies wat het is. Een walkthrough is een bescrijving van het hele spel op papier door iemand die het spel al heeft gespeeld. Deze zijn meestal heel gemakkelijk te vinden op het internet. Voor ieder spel bestaat er wel een walkthrough, van shooters tot partygames. En uiteraard bevat de ene walkthrough andere info dan de andere. Bijvoorbeeld de walktrough voor een adventure bevat info over waar je heen moet gaan en de walkthrough over een racegame bevat info over wat je kan halen als je bepaalde dingen hebt gedaan.

Maar is het gebruiken van een walktrough gerechtvaardigd? Een walktrough is eigenlijk net als het gebruiken van cheats, en er is niets aan te doen. Maar als een game tot frustratie leidt, is het dan niet belangrijk om cheats te gebruiken om ooit verder te zoeken? Maar het probleem van een walkthrough is dat als je deze één keer gezien hebt, de verleiding groot is om het vaker te gaan doen als je maar heel even de weg niet kan vinden. Of om net even de geheimen op te zoeken.

Of je een walkthrough gebruikt moet je natuurlijk zelf bepalen. Maar besef wel dat je ook nog even kan doorzoeken en kan kijken of er toch nog iets is wat je niet hebt gehad. Want een walkthrough is eigenlijk gelijk aan cheats. En cheats is valsspelen, en bederft vaak spelplezier. Daarom is er een grens voor iedereen wanneer het wel of niet gerechtvaardigd is. Bij de een gebeurt het heel snel, bij de ander niet zo snel, maar waar die grans ligt, moet je voor jezelf bepalen.

woensdag 24 januari 2007

Dansende bibliothecaresse

Op Gametoday vond ik het volgende, prachtige, bericht:

overgenomen van http://www.sonic.net/~erisw/bdlib.html

In de Verenigde Staten heeft een bibliothecaresse wel een heel ongewone manier gevonden om met boetes om te gaan. Als iemand te laat is met het terugbrengen van boeken dan heeft hij of zij een mogelijk om onder de boete uit te komen.

Hiervoor moet je wel winnen van de bibliothecaresse in een wedstrijdje Dance Dance Revolution. Bij verlies moet alsnog de boete betaald worden, maar win je dan wordt de boete kwijtgescholden. De bibliothecaresse gebruikt de game ook om onderlinge ruzies tussen jongeren in de bibliotheek te beslechten.

Ik vond het een prachtig bericht. Niet alleen omdat deze bibliothecaresse blijkbaar, net als ik, zowel geïnteresseerd is in games als in bibliotheekwerk, maar ook omdat ze met humor problemen in de bibliotheek probeert op te lossen. Op deze manier daag je bovendien bibliotheekbezoekers uit om niet alleen hun hersens, maar ook hun lijf te gebruiken. En, ook niet vervelend: je blijft er als bibliothecaris zelf fit bij ;-)

dinsdag 23 januari 2007

Show off your products

Op de BETT was o.a. een druk bezochte stand van de BBC. Ik ken de BBC als een zeer actieve organisatie op het gebied van educatie. Ze hebben o.a. een prachtige site met allerlei games.

Op de BETT was voornamelijk aandacht voor een nieuwe site die ze in de lucht hebben gebracht: Blast. Op deze site kunnen jongeren laten zien welke producten ze hebben gemaakt, op het gebied van beeldende kunst, dance, film, muziek en schrijfwerk. Je vindt bij iedere kunstvorm ook informatie, tips, tools om (online) te experimenteren, en een messageboard waar je bijvoorbeeld adviezen kunt vragen. Ik was er erg enthousiast over, en heb de site dan ook direct bij mijn favorieten gezet.

Tot mijn verbazing las ik vorige week dat de NCRV iets soortgelijks in de lucht heeft gebracht: Expressonline. Ook op deze site kun je eenvoudig je eigen producten uploaden. De site is minder ver ontwikkeld dan de BBC-site en uitsluitend bedoeld voor videoproducten, maar dat kan nog komen: hij is pas net gelanceerd. Het lijkt mij in ieder geval iets om in de gaten te houden, zowel de Engelse als de Nederlandse site.

maandag 22 januari 2007

Superheld

Sculpo simuleerspelVorige week hoorde ik over een spel voor basisscholen (Superheld) dat zich richt op 'veilig en redzaam gedrag'. Bijzonder van het spel vind ik dat het zo breed is: het gaat zowel in op veilig gedrag op het schoolplein, als op veilig gedrag op internet en mobiele telefoon. En, ook bijzonder: het is geen computerspel, maar een 'ouderwets' bordspel.

Anders dan je misschien zou verwachten, vind ik dat geen heel vreemde keus. Een bordspel leidt namelijk over het algemeen wat makkelijker uit tot interactie, en dit spel zal inderdaad makkelijk een discussie losmaken tussen leerlingen onderling en tussen leerlingen en leerkracht. En zo'n discussie kan een goede aanleiding zijn om je gedrag te herzien, of om bestaande problemen aan te pakken. Zo'n discussie kan ook wel ontstaan naar aanleiding van een computerspel, maar dat is wat lastiger te realiseren, vooral omdat de meeste van dit soort games single-player zijn, zoals Malle Muis en Gebouw13. Door hierover met elkaar in de klas te praten, leren niet alleen de leerlingen over de mogelijkheden en gevaren van sociaal (internet)verkeer, maar leert de leerkracht ook over wat er in de klas speelt, en de leerlingen gaan de leerkracht zien als een gesprekspartner om dit soort zaken mee te bespreken. Vooral dat laatste vind ik erg belangrijk: uit eerder onderzoek is gebleken dat leerlingen bij problemen op internet zoals cyberpesten, hun docent daar vaak niet over benaderen omdat ze hem/haar niet als een goede gesprekspartner zien bij dit soort zaken. Een gesprek biedt de leerkracht de mogelijkheid te laten zien dat je niet per sé kennis nodig hebt van internet om toch samen te kunnen zoeken naar een oplossing, eventueel door gezamenlijk een derde partij in te schakelen!

Ik heb het spel (nog) niet zelf gespeeld, maar ik zie er dus wel de voordelen van. Ik zou het graag een keer willen spelen: het lijkt mij in ieder geval een goede manier om een ingewikkelde en soms gevoelige problematiek te bespreken op de basisschool!

vrijdag 19 januari 2007

Trots op je werk

Afbeelding overgenomen van Ontario Library ServiceZoals ik gisteren al schreef was ik vorige week in Londen waar ik ook een aantal scholen heb bezocht. Het was erg leuk en inspirerend om de verhalen te horen van de Engelse docenten. Opvallend vond ik het, dat ze zo trots waren op hun leerlingen èn op hun werk. Het werk van docent heeft daar, zo leek het mij, ook meer aanzien dan hier. Als je op een verjaardagsfeestje vertelt dat je als docent werkt, dan krijg je hier in Nederland toch vaak wat meewarige blikken. 'Goh, dat zal wel niet meevallen, met al die lastige leerlingen. Ennuh, ja, als je een keer in het onderwijs zit, dan kom je niet makkelijk meer ergens anders aan de bak.'

Jammer genoeg hoor ik vaak docenten die meegaan in die klaagzang. Heel onterecht, vind ik, want docent zijn is inderdaad niet makkelijk, maar ik vind dat juist een reden waarom ze trots mogen zijn op het werk dat ze doen! En ze doen prachtig werk. Ik ken talloze voorbeelden van zeer geïnspireerd onderwijs, van gevarieerde werkvormen, van coaching van studenten, van vernieuwing, van samen verkennen enz. Maar die verhalen hoor ik vaak alleen als ik ernaar vraag; zelden hoor ik een docent spontaan vertellen over die geweldige les waar de leerlingen zoveel van opstaken, de door henzelf ontwikkelde methode, of het inspirerende project dat ze bedacht hebben.

Wat mij betreft mogen docenten veel meer opscheppen over hun werk. En alhoewel ik privé een hekel heb aan kettingbrieven, zie ik er voor deze zaak wel mogelijkheden voor. Het lijkt mij een goed idee als directies van (samenwerkende) scholen een brief sturen aan een aantal docenten waarin ze vragen om als antwoord op de brief twee van hun allerbeste lessen ooit te beschrijven, en vervolgens het verzoek door te sturen aan 5 nieuwe collega's. Die 5 collega's sturen dan ook weer hun 2 beste lessen als antwoord, en sturen de brief weer door naar 5 andere collega's. Enz. Liefst wordt van iedere brief een kopie gestuurd naar bijvoorbeeld de mediathecaris van de school die al deze 'best practises' verzamelt en ontsluit. Als een docent op zoek is naar een andere werkvorm, dan is daar een prachtige collectie waar ze aansprekende voorbeelden uit kunnen halen.

Het lijkt me een leuke manier om docenten uit te dagen om te vertellen over de leuke kanten van hun vak, en vooral over de prestaties die ze neerzetten. Want laten we wel wezen: het is natuurlijk een geweldige prestatie die docenten dagelijks leveren! En een bijkomend voordeel is dat er een collectie ontstaat van lesvoorbeelden waar iedereen op school zijn of haar voordeel mee kan doen!

donderdag 18 januari 2007

Links van Engelse scholen

Kingwood CLC weblinksAfgelopen week was ik in Londen, waar de grote BETT-show was. Zeg maar: de Engelse versie van de NOT, maar dan helemaal gericht op ICT en onderwijs. Geen meubels, knutselmaterialen of boeken dus, maar wel prachtige software en hardware. Ik heb echt genoten van wat er allemaal te zien was.

Maar niet alleen op de BETT was veel te zien. Een dag voor mijn bezoek aan de tentoonstelling heb ik twee Engelse scholen bezocht: het Kingwood Learning Centre (een soort begeleidingsdienst voor basis- en voortgezet onderwijs) en Whitchurch Middle School: een school voor basis- en voortgezet onderwijs. Ik was erg onder de indruk van wat ik zag. Beide scholen hebben een veelheid aan ict-middelen, en ze maken er intensief gebruik van. Niet alles is even vernieuwend (ik vind het Engelse onderwijs in een aantal opzichten redelijk conservatief), maar het lijkt me heerlijk om zo'n ruime keus aan middelen tot je beschikking te hebben staan. De docenten die ik sprak waren erg enthousiast over hun werk, en sommigen gaven aan er ook veel tijd in te steken. Een enkeling moest door het hoofd van de school echt uit school worden gezet om 6 uur 's avonds omdat ze anders gewoon door bleef gaan. En daar kan ik me wat bij voorstellen ;-)

Naast alle inspirerende verhalen op de scholen, heb ik ook nog een paar interessante links opgeschreven. Heel veel materiaal is te vinden op de site van het Kingwood Learning Centre zelf, onder de knop Curriculum Weblinks. Je vindt er een aantal hoofdstukken:
Niet alles is natuurlijk bruikbaar, ofwel omdat het Engelstalig is (wat met name voor het basisonderwijs vaak lastig is), ofwel omdat het vakken zijn die op onze scholen niet gegeven worden. Bovendien zijn niet alle hier genoemde sites toegankelijk voor scholen buiten de UK, maar wat er overblijft is meer dan de moeite waard! Zo was ik erg gecharmeerd van de weblinks op het gebied van muziek: je vindt er prachtig (rechtenvrij) materiaal dat je goed kunt gebruiken bij bijv. het maken van animaties, dia-presentaties, games enz. Kijk maar eens op deze site: alles keurig gerangschikt op o.a. muziekstijl en sfeer. Maar ook deze site vind ik leuk: een soort Piccolo en Saxo, maar dan uitgebreider!

Ik heb nog niet alle links bekeken (ik ben het weekend al uren bezig geweest om alleen het foldermateriaal te sorteren), maar dat ga ik nog zeker een keer doen. Dus kijk zelf alvast: als ik nog iets heel bijzonders tegenkom zal ik het hier nog noemen.

O ja, en als je dan toch aan het surfen bent: kijk ook even op de London Grid for Learning. Die heeft o.a. een pagina voor schoolbibliotheken (met Best Practises en Top Tips) en ook weer heel veel links voor de verschillende vakgebieden.

woensdag 17 januari 2007

Dansmat

De EyeToy staat al een tijdje hier, deze is ook al uitgespeeld. Probleem van de EyeToy is dat je met deze vals kan spelen door je armen flink te zwaaien. Een tijdje geleden zag mijn moeder ook iets nieuws. Ze was in een arcadehal in Zandvoort en daar zag ze twee knakkers die allebei op hun eigen dansmat aan het dansen waren. En zoals zij zegt: “Dat zag er waanzinnig uit”. Dus zijn we op internet op zoek gegaan naar nog zo’n dansmat. Zo gezegd, zo gedaan, want binnen een paar weken kregen wij een dansmat op de vloer. Tijd voor een test…

De dansmat algemeen bestaat uit 4 pijlen en een “ja” en een “nee” knop. Ieder van deze vakken zijn ongeveer 25x25 cm groot. Bedoeling is dat je op het ritme van de muziek op deze pijlen stapt en dit zo perfect mogelijk probeert te doen. Om dit te doen heb je natuurlijk een spel nodig. Daarom hebben we Dancing stage Max (DSM) erbij gekocht voor de Playstation 2. Dit is een uitgebreid dansspel dat de mogelijkheden van de dansmat zeer goed benut.

Je hebt verschillende modes. In de Dance Master mode is het de bedoeling dat je verschillende liedjes danst om uiteindelijk bij een “special mission” te komen. Speel je deze uit, dan verdien je een prijs. Er zijn 4 richtingen die je op kunt, je begint met boven en je gaat, naarmate je richtingen uitspeelt met de klok mee. Er komen dan liedjes langs als “La Bamba” en “Kung Fu Fighting” waar je lekker op kan dansen. Het wordt moeilijker naarmate je verder komt.

Het dansen wordt verdeeld in tellen. In het begin krijg je eens in de 2 tellen (4/4 maat) een pijl en later wordt dit opgevoerd naar 2 keer per tel en zelfs hoger. Uitspelen is dus lastig. In de shop kun je met dansen dingen vrijspelen zoals nieuwe pijlen, lessen of muziek die je dan in de Free Play mode kan dansen. Je kan hier ook, als je een flink aantal dansen gedanst hebt, de kleding van je character aanpassen.

Het spel kent nog meer modes, die niet belangrijk zijn. Opvallend is wel de Workshop Mode, waarin je instelt wat je wilt dansen en hoeveel calorieën je wilt verbranden. Hierna krijg je een aantal liedjes die je of zelf uit kunt kiezen of uitgekozen kan laten worden, in het laatste geval met een oplopende moeilijkheidsgraad. Met de dansmat is gamen dus niet zo ongezond.

Spelen als:
- Je verdomd snelle voeten hebt
- Je vaak mensen op bezoek hebt
- Je van oude top40 muziek houdt
- Je een leuke partygame zoekt

Niet spelen als:
- Je weinig tijd hebt
- Je kamer vol staat
- Je graag rustig zit tijden het gamen
- Je niet van actie houdt

dinsdag 16 januari 2007

Zelf - uitwisselbare - leermaterialen maken


Kort voor de vakantie kreeg ik de nieuwsbrief van OSS (Open Source Software) in het onderwijs. Daarin las ik dat zij een 'Startpakket OSS Leereenheden maken' hebben gemaakt dat je kunt downloaden van hun site. Met dit pakket kun je zelf leereenheden maken en ze voorzien van metadata om ze zo aan te bieden in een elektronische leeromgeving.

Ik wilde dat pakket, eXe, wel eens uitproberen. Ik zie namelijk wel toekomst in het maken van leermaterialen door de scholen zelf. Door zelf leermaterialen te ontwikkelen kun je je lessen helemaal ontwikkelen volgens je eigen ideeën en je kunt inspringen op allerlei actuele zaken. Heel veel docenten en leerkrachten doen dat natuurlijk al lang, maar door het lesmateriaal volgens één standaard te maken kunnen scholen met elkaar materialen gaan uitwisselen, waardoor er steeds meer materiaal beschikbaar kan komen, en docenten en/of leerlingen steeds meer keuzemogelijkheden krijgen hoe de leerdoelen bereikt kunnen worden.

In de vakantie heb ik het startpakket van OSS in het Onderwijs gedownload en ben aan de slag gegaan. Eerst heb ik wat lesmateriaal gemaakt. Dat was redelijk eenvoudig: ik had na een half uurtje of zo de principes al wel onder de knie. Het schrijven of invoegen van een tekstje, flash-filmpje, applet enz., het maken van verschillende toetsen: het wijst zich al snel.

Veel lastiger vond ik het om het zo gegenereerde materiaal te voorzien van metadata. Door metadata toe te kennen, maak je het materiaal beheersbaar (b.v. versiebeheer) en terugzoekbaar. Kennisnet en SURFnet hebben een standaard ontwikkeld daarvoor op basis van de IEE-LOM standaard. Daarvoor moest ik echt de handleiding lezen, zowel van het pakket dat hiervoor gebruikt wordt (Reload), als van de metadateringsregels.

Over het eerste maak ik me niet zoveel zorgen: ik denk dat het gebruik van het pakket in de toekomst wel eenvoudiger zal worden, of dat er andere - meer gebruiksvriendelijke - pakketten voor ontwikkeld zullen worden. Over de moeilijkheidsgraad van het toekennen van de metadata daarentegen maak ik me wel zorgen. Een aantal metadata zullen in de toekomst waarschijnlijk automatisch toegekend worden (bijv. de auteursnaam, versie, soort leermateriaal), maar er zullen volgens mij ook velden blijven die handmatig ingevuld moeten worden. Zo is er een veld 'Keyword' waarbij de inhoud van de leereenheid in trefwoorden omschreven moet worden. Zeker zolang er een beperkte hoeveelheid materiaal is, is het natuurlijk van het grootste belang dat het aanwezige materiaal optimaal ontsloten is. Immers: als je 1000 treffers hebt in een zoekactie is het over het algemeen niet zo erg om er eentje te missen, maar als je maar 5 treffers hebt, dan kan die éne gemiste nu net de informatie bieden waarnaar je op zoek was.

Daarnaast is het opbouwen van een collectie leermaterialen meer dan alleen het verzamelen van leermaterialen waarmee de leerdoelen ingevuld kunnen worden. Om te beginnen zal daarbij in kaart gebracht moeten worden wat de inhoud de op te bouwen collectie minimaal zal moeten hebben: welke leerdoelen zijn er en welke materialen moeten we hebben om invulling te geven aan die doelen? Daarna zal er versiebeheer gedaan moeten worden op de in de ELO opgenomen leermaterialen, en er zullen bij tijd en wijle leermaterialen uit de collectie gehaald moeten worden omdat ze verouderde informatie bevatten, niet meer aansluiten bij de didactische principes van de school of niet meer aansluiten bij de leerdoelen. En soms zullen nieuwe materialen toegevoegd moeten worden, omdat er nieuwe leerdoelen gesteld zijn of ter vervanging van verwijderde leermaterialen.

Ik denk dat scholen die serieus met een ELO aan de slag gaan, van meet af aan daarbij een bibliothecaris moeten betrekken. Het opbouwen en onderhouden van een collectie, het toekennen van metadata, en het terugzoeken van materialen in een collectie, is een vak waarmee bibliothecarissen zich al jarenlang bezig houden. De bibliothecaris is bovendien in staat om vakoverstijgende verbanden te leggen, en die ook als zodanig te ontsluiten. Uiteraard
zal de bibliothecaris bij de opbouw, het ontsluiten en het beheer van de collectie ondersteuning moeten krijgen van vakspecialisten en van informatici die zich met de technische kant van de ELO bezig houden. Maar de bibliothecaris moet, volgens mij, hierbij de spin in het web zijn die alle draden met elkaar verbindt. En daarover heb ik helaas nog maar weinig gehoord van scholen!

maandag 15 januari 2007

Waterbesparing

WaterbustersIk ben een groot-waterverbruiker. Ik vind het heerlijk om 's morgens lang onder de douche te staan om mijn zonden te overpeinzen. Ik ben me ervan bewust dat ik daarmee een aanslag doe op het milieu: er verdwijnt onverantwoord veel - min of meer - schoon water zomaar in het waterputje. Daarom probeer ik op andere momenten wel op water te bezuinigen: ik maak gebruik van een waterbesparende douchekop, ik zorg dat de kranen niet lekken en als ik mijn handen was doe ik de kraan pas aan als ik mijn handen spoel en laat hem tussentijds niet lopen.

Wie meer tips wil hebben hoe je water kunt besparen, kan de (Engelstalige) game Waterbusters spelen. Het is geen moeilijk, en ook niet een erg uitdagend spel, maar het is toch wel leuk om te ontdekken hoe je water kunt besparen. In het spel moet je door je huis rondlopen en zoveel mogelijk voorkomen dat er onnodig water verloren gaat. Dat betekent onder andere dat je kranen moet repareren, een timer plaatst in de badkamer zodat je kunt controleren hoelang je onder de douche staat en waterverslindende apparaten vervangt door zuiniger versies. Elke keer als je een lek ergens hebt gerepareerd word je gefeliciteerd door Bert de Zalm, en hij geeft je dan ook tips hoe je nog meer water kunt besparen.

Er zijn 4 levels, en het is niet echt moeilijk om het spel te doorlopen. In de hogere levels wordt het iets lastiger omdat je een lekkende kraan moet ontwijken die in het huis rondloopt. Je hoeft niets te weten over waterbesparing: je hoeft alleen door de verschillende kamers te lopen, zoveel mogelijk gereedschappen te verzamelen, het gesprek aan te gaan met de characters die je tegenkomt in het spel, en alle waterverbruikende apparaten te bekijken. Het spel doet de rest: telkens als iets zuiniger kan, verschijnt dat op je scherm, waarmee je punten verdient.

Toch een aardige manier om wat te weten te komen over hoe je water kunt besparen. Wat mij betreft komt er een Nederlandstalige versie van dit spel! Of is die er misschien al?

vrijdag 12 januari 2007

Verschil in talent

talentDe meeste kinderen hebben talent voor het één of het ander. Je bent ófwel een wonder in wiskunde, óf je draait je hand niet om voor een opstel. Of je hebt misschien van kind af aan een voorliefde gehad voor sporten, en weet dan ook alles van de spelregels van alle sporten. Bijna iedereen heeft wel één of meer punten waarin hij uitblinkt.

In het onderwijs wordt daar maar weinig mee gedaan, vind ik. Je kunt weliswaar je profiel aanpassen aan je talent, maar dat laat onverlet dat je ook een aantal vakken waarvoor je minder talent hebt, op ongeveer gelijk niveau zult moeten doen.

Eén van de aansprekende dingen van de oude mavo vond ik dat je per vak kon bepalen op welk niveau je dat vak wilde doen. Was je bijvoorbeeld sterk in de talen en minder sterk in de beta-vakken, dan kon je ervoor kiezen het één op B- en het ander op D-niveau te doen. Natuurlijk waren er leerlingen die ervoor kozen om geen hoger niveau te nemen dan ze per sé moesten (bijvoorbeeld voor hun vervolgopleiding), maar er waren er ook die zich uitgedaagd voelden om elk vak op een zo hoog mogelijk niveau te doen.

Neem eens iemand met een duidelijke aanleg voor wiskunde, maar met duidelijke problemen waar het taalgevoel betreft. Je moet in elk profiel wel één of meer talen volgen, en ook wiskunde is in elk profiel verplicht. Zo iemand kiest misschien voor een havo-niveau omdat dat het maximaal haalbare is voor de talen, maar voor de beta-kant was misschien wel vwo-niveau haalbaar geweest (en in ieder geval uitdagender geweest!). Of neem leerlingen met dyscalculie: die hebben vaak erg veel moeite om überhaupt een diploma te halen, terwijl ze op de niet-wiskunde vakken misschien wel met gemak havo- of vwo-niveau kunnen scoren! Zou het voor dit soort leerlingen niet geweldig zijn om per vak te kunnen bepalen op welk niveau je wilt studeren?

Ik snap best dat het niet makkelijk is om verschillende niveaus in te voeren in het onderwijs. Uiteraard moet je rekening hebben met het vervolgonderwijs: als je een hbo-opleiding wilt volgen dan moet je alle vakken op tenminste havo-niveau doen, en voor een universitaire opleiding geldt dat alle vakken op vwo-niveau behaald moeten zijn. En sommige vakken zullen misschien gekoppeld moeten worden: als je economie op havo-niveau wilt doen dan is het vermoedelijk verstandig om bijvoorbeeld ook wiskunde op dat niveau te volgen. Ik zou zelf daarin graag de verantwoording leggen bij de leerling en diens ouders, en dit niet verplicht willen stellen maar het als advies mee willen geven.

Maar het kan ook voordelen hebben: door bepaalde vakken op een hoger niveau te volgen dan de overige vakken kun je laten zien dat je echt geïnteresseerd bent in die stof, en dat je er ook goed in bent. Dat lijkt me voor een vervolgopleiding of een toekomstige werkgever prettig om te weten! Ben jij bijvoorbeeld in staat om economie en wiskunde op havo-niveau te volgen, terwijl je de talen op vmbo-niveau volgt, dan lijkt me dat je een streepje voor hebt als je solliciteert naar een administratieve functie. Of misschien levert het je wel vrijstellingen op bij een vervolgopleiding.

Ik zou er daarom bij deze voor willen pleiten om in het onderwijs de mogelijkheid te creëren om vakken op verschillende niveaus te doen. Daarmee bied je de leerling meer uitdaging, en je vergroot de mogelijkheden voor de toekomst. Niet makkelijk om uit te voeren, maar volgens mij wel erg zinvol!

donderdag 11 januari 2007

Was het nou een film of een game?

Vroeger was er een hele grote barrière tussen film en games. Film werd veel eerder uitgevonden dan games en games kwamen dan ook op de markt toen de film al een tijdje bestond. Deze hadden toen nog niets met elkaar te maken. Later konden de games ingewikkelder gemaakt worden met betere beeldkwaliteit. En aan de filmkant kreeg je meer special effects en betere filmtechnieken. Door de jaren zijn de films en de games nogal tegen elkaar aan gegroeid. Maar er is nog steeds een verschil. Waarom een game en niet een film? En waarom zijn er veel meer gameverslaafden dan filmverslaafden?

Om te beginnen zal ik wat achtergrondinformatie geven. Er zijn 3 soorten games op dit gebied. Games die naar films gemaakt zijn. (denk aan Harry Potter, Lord of the Rings, Narnia) Nummer 2 is films die naar games gemaakt zijn (Tomb Raider, Resident Evil) en nummer 3 zijn de games die zich in films plaatsvinden. (Viewtiful Joe, Stunt Man) Daarnaast zordt er nog veel inspiratie verkregen voor films uit games en andersom. Er wordt dus onderling al heel wat uitgewisseld. Maar games zijn niet hetzelfde als films.

Bij games gaat het er om het verhaal zelf te kunnen spelen. Bij films zie je het gebeuren en kan je er zelf niets aan doen. Meestal weet je al dat de afloop ervan gelukkig wordt en dat maakt je relatief rustig. Bij games weet je dat het verhaal alleen een goede afloop kan hebben als je er zelf iets aan doet en dit ook goed doet. Je bent zeg maar in het verhaal en jij kan er voor zorgen dat het verhaal goed eindigt. En dit vergt veel concentratie en is heel erg spannend om te doen. Je krijgt er een bepaalde kick van. En juist deze kick maakt veel mensen verslaafd aan games en omdat films deze kick niet hebben, zijn er minder filmverslaafden.

Er is nog een reden. Games duren vaak veel langer dan films. Meestal duurt een film ongeveer 2 uur. Daarna leg je deze opzij en dan kan je deze nog een keer kijken, maar dan weet je wat er gebeurt. Games duren tegenwoordig ongeveer 10 uur en zijn op verschillende manieren uit te spelen, en hebben meestal ook nog een multiplayer modus ook, waardoor je veel sneller zonder filmmateriaal komt dan zonder gamemateriaal. Natuurlijk kost een film veel minder om te huren, maar dat weegt niet op tegen de vele mogelijkheden van een game.

Desondanks is het soms veel leuker om een film te kijken, want er zijn veel meer films dan games. Niet alleen omdat de filmindustrie langer bestaat, maar ook omdat films makkelijker te maken zijn. Ook is het zo dat films vaak veel meer ontspannen zijn en vaak meer emoties oproepen dan games, want in een game ben je meestal zo geconcentreerd op het spelen, dat het verhaal niet zo veel met je doet. Maar films en games komen steeds dichter bij elkaar, dus wie weet wat de toekomst ons te bieden heeft. ;-)

woensdag 10 januari 2007

Klokhuis-uitzending over Google

tv-gids Het KlokhuisIets wat ik zeker ga opnemen is de uitzending van het programma Klokhuis. Die gaat namelijk over Google. Op de site staat de volgende informatie:
Googelen is het toverwoord van internet. Je kan via Google werkelijk alles op zoeken. Maar hoe werkt deze enorme zoekmachine? Hoe kan het dat het trefwoord ‘Golden Retreiver’ in een paar seconde 325.000 hits geeft? Ernst goochelt met cijfers om uit te leggen hoe Google zoekt.
Toen ik nog mediathecaris was op een middelbare heb ik natuurlijk zelf talloze malen aan leerlingen en docenten uitgelegd hoe zoekmachines werken. Niet altijd met een positief resultaat: in mijn enthousiasme wilde ik nogal eens vergeten dat niet iedereen mijn interesse deelt. Daardoor ging ik soms veel te ver in mijn uitleg, en kreeg ik een lege blik in de ogen als antwoord op mijn verhaal ;-)

Ik hoop dat Klokhuis dat beter doet; ik ben erg benieuwd hoe ze deze voor de meeste mensen toch redelijk 'droge' materie overbrengen. Ik zet de video dus op opnemen vanavond, en hoop dat ik na vanavond weet hoe ik het zelf moet aanpakken in de toekomst!

dinsdag 9 januari 2007

Denk-stap-sprong en andere bewegingsspellen

Denk-stap-sprongIk heb de vakantie benut om een paar leuke spellen te spelen. Sommige spellen had ik al lang liggen, maar ik kwam er gewoon niet aan toe om er een keer echt voor te gaan zitten. Andere spellen had ik nog niet, maar daar had ik al langere tijd een oogje op. Dat laatste gold bijvoorbeeld voor spellen waarbij gebruik gemaakt wordt van een dansmat. Ik had een tijdje geleden in een arcadehal in Scheveningen een groepje jongeren helemaal uit hun dak zien gaan met het spel Dance Dance Revolution. Ze stonden heerlijk te swingen: jongens en meisjes beiden met evenveel plezier. Toen ik ernaar vroeg, vertelden ze het spel al meer dan een jaar regelmatig te oefenen. Niet gek dus, dat het er erg swingend uitzag ;-)

Ik was in erg onder de indruk van het spel. Ik had er wel eerder over gelezen en het ook wel in de praktijk gezien, maar toen waren het duidelijk minder ervaren spelers. Wat me nu ook opviel was het sociale element van het spel: degenen die niet op de mat stonden, stonden vaak ernaast net zo fanatiek mee te swingen als de dansers zelf.

Voor mij was het in ieder geval reden genoeg om eens te gaan praten met Gidi van Liempd, de maker van het programma Denk-stap-sprong, een educatief spel waarbij gebruik gemaakt wordt van een dansmat. In het spel Denk-stap-sprong moet je hard lopen op de dansmat. Op het scherm zie je een hordenloper. Hoe harder de speler loopt, des te sneller gaat de hordenloper. Terwijl je loopt krijg je vragen, bijvoorbeeld tafelsommen. Je krijgt telkens de keus uit 2 antwoorden. Geef je het goede antwoord, dan gaat je hordenloper vloeiend over de volgende horde heen, maar geef je het verkeerde antwoord, dan struikelt hij en kost het je kostbare seconden in de race naar de finish.

De didactische 'truc' van het spel is dat je beter kennis schijnt te kunnen automatiseren als je tegelijkertijd intensief beweegt waardoor je endorfines aanmaakt. Ik moet eerlijk zeggen dat ik mijn twijfels heb of dat het geval is bij dit spel, omdat je meestal maar kort op de dansmat staat, en endorfines - als ik het goed heb - pas aangemaakt worden als je ten minste een half uur aan het sporten bent. Maar ik zie wel andere voordelen: met Denk-stap-sprong kunnen leerlingen lekker hun energie kwijt tijdens het leren, en het werkt uitdagend doordat je de leerlingen tegen elkaar te laten spelen, elk met vragen op hun eigen niveau of - desgewenst - elk in een ander vak.

Als je een dansmat hebt aangeschaft, hoef je het niet bij het spel Denk-stap-sprong te laten. Je kunt met een eenvoudig (gratis) programmaatje elk willekeurig programma de dansmat gebruiken als invoermedium. Met het programma GlovePie kun je toetsen van je toetsenbord koppelen aan de vakken in de dansmat. De meeste dansmatten hebben 6 vlakken, zodat je bijvoorbeeld de scrollpijlen kunt bedienen met je voeten, de entertoets en de backspace. Op die manier kun je dus allerlei spellen of kwisjes koppelen aan de dansmat.

Wie dan nog niet genoeg heeft bewogen, kan ook nog één van de dansspellen gebruiken. Er zijn spellen voor de diverse gameconsoles, maar ook voor de p.c. Het spel Stepmania is gratis te downloaden, en is een behoorlijke uitdaging. Ondanks de vrije uren van de kerstvakantie, ben ik nog lang niet tot het hoogste niveau opgeklommen. Maar we hebben wel met zijn allen in het gezin, gamers en non-gamers, een hoop uren plezier gehad met bewegen!

maandag 8 januari 2007

Lesmateriaal bekroonde jeugdboeken

heruitgave bekroonde boeken Woutertje Pieterse PrijsTer gelegenheid van het 20-jarig bestaan van de Woutertje Pieterse Prijs worden in de komende weken 8 van de door hen bekroonde boeken heruitgegeven èn voorzien van (nieuw) gratis lesmateriaal.

Afgelopen zaterdag is de eerste titel gepresenteerd in de Volkskrant: Iep! van Joke van Leeuwen, bekroond in 1997. Lestips zijn te vinden op de site van Woutertje Pieterse Prijs. Tot en met 24 februari 2007 wordt elke week een nieuwe titel gepresenteerd. De boeken kunnen met een kortingsbon voor € 6,95 per stuk gekocht worden bij de boekhandel of via de krant besteld worden.

De titels die in deze serie heruitgegeven worden zijn:
De lessuggesties zien er prima uit. Ze kennen een vaste indeling: Boek, Leeftijd en (voor-)lezen, Groepsgesprek, Praten, Doen en Links. Ze zijn gemaakt door Lieke van Duin (publicist, redacteur en auteur) en Jos van Hest (publicist, poëziedocent en dichter) en mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van de Stichting Lezen.

Ik kan de boeken van harte aanbevelen: ze zijn stuk voor stuk prachtig. De allermooiste vind ik zelf Broere, maar de andere boeken vind ik ook zeker de moeite van het lezen waard. Als de boeken nog niet in de (school-)bibliotheek staan, dan kun je ze nu voor een klein bedrag aanschaffen.