vrijdag 30 januari 2009

Wat doen kinderen met nieuwe media?

klik hier om de strip De Achtervolging te lezenIk was afgelopen week op de NOT en naast een heleboel juffen en meesters ontmoette ik daar ook kinderen die vertelden over waar ze mee bezig waren. Ik raakte in gesprek met een paar enthousiaste Wikikidsianen, afkomstig van basisschool De Dubbelburg: kinderen die werken aan de online encyclopedie voor en door kinderen: Wikikids. Ze vertelden vol enthousiasme hoe dat nu gaat, als je met elkaar een encyclopedie maakt. Dat je dan taken verdeelt en dat je dan de ene keer schrijft en de andere keer onderzoek doet en dat af en toe de meester of de juf helpt als je niet weet hoe het verder moet. Maar dat het vooral ook erg leuk is.

Ik genoot van de verhalen van de kinderen die het allemaal heel vanzelfsprekend vonden wat ze deden. Toen ik wegging werd ik nog even staande gehouden door de meester van de kinderen. De kinderen hadden zo tussen neus en lippen door ook nog een strip gemaakt met de Reisberen die ze mee hadden genomen. De Reisbeer is een beer van de meester die kinderen of volwassenen mee mogen nemen op reis om bij thuiskomst te vertellen over wat de beer heeft gezien en beleefd. Zoals je aan het plaatje van deze post kunt zien was de reisbeer ook op de NOT en de kinderen wisten er creatief mee om te gaan. Een dag later kreeg ik van dezelfde meester bericht dat zijn kinderen ook nog een paar filmpjes hadden gemaakt (hier en hier).

Wat de kinderen heel gewoon vonden, vind ik heel bijzonder. De creativiteit en het plezier spatten van hun werk af. De techniek die ze daarbij gebruiken is voor hen absoluut niet interessant: dat is het middel om hun doel te verwezenlijken. Soms lukt dat zonder hulp, en als ze wel hulp nodig hebben zorgen ze dat ze iemand vinden die ze helpt. Dat ze hiervan leren staat voor mij buiten kijf. Om een stripverhaal te maken moet je een verhaal bedenken en onder woorden kunnen brengen en natuurlijk zorgen voor de bijpassende beelden. Wie een interview doet moet kritisch na kunnen denken, goed vragen kunnen formuleren en teamwerk kunnen doen. Maar ik had niet de indruk dat de kinderen het gevoel hadden dat ze aan het leren waren: het was voor hen gewoon leuk om te doen!

Wat heb je daar nu voor nodig? Natuurlijk om te beginnen een leerkracht die weet wat kinderen bezig houdt en weet hoe de leerstof daarbij kan aansluiten. Daarnaast moet je het lef hebben om kinderen de ruimte te geven. Ja, dat vraagt lef: je weet namelijk nooit precies wat er gebeurt en of je het proces op de goede manier kunt aansturen. Je weet natuurlijk ook niet wat ze gaan doen met die dure camera die je ze in handen geeft. Je moet er dus op vertrouwen dat de kinderen op een goede manier omgaan met de vrijheid die je ze geeft en dat je zelf in staat bent om ze op hun pad te begeleiden naar het doel dat jij voor ogen hebt want aan het einde van de rit moeten ze natuurlijk wel de nodige lesstof hebben verwerkt.

Wie kinderen op die manier begeleidt geeft ze wel meer mee dan wat gevraagd wordt op de CITO-toets. Zaken als zelfkennis en zelfvertrouwen, de vaardigheid om samen te werken en respect te hebben voor anderen. Creativiteit en enthousiasme. Ik proefde het allemaal en ik genoot!!

p.s. Als je op de plaatjes klikt zie je de strips van de kinderen in het originele formaat.
Klik hier om de strip Bello en Bruno te lezen

donderdag 29 januari 2009

Prince of Persia; rennen door de fantasie


Door: Martijn van den Berg
Ik weet niet hoe Prince of Persia mijn aandacht trok in de eerste plaats. De naam interesseerde me wel, ik had beelden van vorige games gezien, maar bij deze versie waren alle vorige concepten volledig overboord gegooid. De beelden zijn ook niet geweldig, van alles wat ik gewend ben, en het concept is vrij simpel. En de 1001 collectibles trokken in het begin ook zeker niet mijn aandacht.Wat vooral mijn aandacht trok was het verhaal in deze game. Een verhaal dat ongelofelijk meeslepend is.

En om de mensen die dit lezen en de game niet hebben een stukje te laten beleven van wat ik beleefd heb, heb ik in de titel een linkje verborgen in de titel. Nu zul je vast denken: de strijd tussen licht en donker, dat is een heel erg klassiek scenario. Dat is waar, maar Prince of Persia kent voor iedere van de 4 corrupted leaders een sub-verhaal. Allemaal hoe ze uiteindelijk zichzelf overgegeven hebben aan het donker.

Ten tweede vond ik de vrijheid geweldig. Het is niet de ultieme vrijheid zoals bij games als Fallout en Oblivion, je bent gelimiteerd tot verschillende freerunning routes, waarnaast je om de 45 lichtpunten per gebied te verzamelen, zal moeten improviseren om overal in het gebied te komen. Het frustrerende aan collectibles is meestal dat je ze niet ziet, en dat is niet het geval. Je kan alles zien en het is vervolgens aan jou om te improviseren en daar te komen.
Ten derde en laatste vond ik de gevechten heel mooi. Het is niet achter elkaar knoppen rammen, je moet echt weten wat je op elk moment moet doen. Het spel maakt gebruik van combo's, waarbij je verschillende aanvallen achter elkaar zet om een mooi geheel te maken. Tussen iedere beweging heb je één seconde om de volgende beweging te maken. Nu kan je niet de beste combo zoeken en die blijven uitvoeren, want af en toe verandert een wezen van staat en dan kan je alleen nog maar je combo met een bepaalde knop beginnen en moet je dus iets anders verzinnen. Dit alles levert toch wel een titel op die een tevreden speeltijd oplevert.

woensdag 28 januari 2009

Leraar24

Klik hier om naar de site Leraar24 te gaanVandaag zal Minister Plasterk persoonlijk het startschot geven voor een nieuw initiatief van Kennisnet, Ruud de Moor Centrum (Open Universiteit), SBL en Teleac/NOT: Leraar24. Over dit nieuwe platform vond ik op de site de volgende informatie:
Leraar24 is een online platform van, voor en door leraren, bedoeld om u te ondersteunen bij het uitoefenen van uw beroep. Met Leraar24 kunt u zich op elk moment van de dag efficiënt en kosteloos informeren en verder groeien in uw vak.
Op de site staan filmpjes met praktijkvoorbeelden hoe scholen omgaan met allerlei zaken over het lesgeven in de praktijk, bijv. onderwijs aan hoogbegaafden, misconcepten in economie-onderwijs, het oefenen van rekenvaardigheden en het digitale schoolbord, en met zaken daaromheen, bijv. oudercontacten en het verminderen van werkdruk. Soms gaat het om losse filmpjes maar over een aantal onderwerpen zijn dossiers samengesteld met daarbij niet alleen filmpjes maar ook tekstbestanden en links naar websites over dat onderwerp.

Ik vond een heleboel interessante filmpjes op het web: ik denk dat het zeker de moeite waard is om eens rond te kijken. Dat is ook bijna de enige manier om een indruk te krijgen wat er is: de ontsluiting van het materiaal is erg beperkt. Er is een indeling in video's en dossiers en je kunt aangeven over welke sector je informatie zoekt: po, vo of mbo. Daarnaast kun je wel zoeken op trefwoorden maar voor zover ik kon nagaan wordt dan alleen gezocht op woorden in de titel. Er is geen tagcloud, geen categorieën en er is geen boomstructuur. Nu zijn er nog 'maar' 84 video's en 39 dossiers, maar dat is volgens mij al teveel om even door te kijken. En als er - wat te hopen is - nog meer materiaal komt dan is een uitgebreidere ontsluiting m.i. noodzakelijk.

Wat ik ook erg jammer vind is dat niet de mogelijkheid wordt geboden om de video's van Leraar24 in een website te embedden. Je kunt wel via de site een linkje sturen als je een interessante video hebt gevonden maar die video embedden in een website of blog is (nog) niet mogelijk. Embedden met behulp van de virtuele snijmachine van SURFnet kan ook niet omdat het filmpjes zijn in flv-format en dat wordt door de snijmachine niet ondersteund. Ik hoop dat ze die mogelijkheid straks wel gaan bieden, want dat vind ik wel handig. Daarom nu alleen een linkje naar één van de filmpjes die op de site te vinden zijn en waarvan ik denk dat het een goed voorbeeld is hoe je als school met mediawijsheid om kunt gaan. Klik hier om te zien hoe de KSE in Etten-Leur leerlingen begeleidt bij het gebruik van media.

N.B. Ik kon natuurlijk ook het filmpje downloaden en zelf herpubliceren maar er staat niet onder welke licentie de filmpjes gepubliceerd zijn dus ik mag het filmpje helaas niet hier herpubliceren. Misschien ook nog iets om aan te denken als de site uitgebreid wordt??

dinsdag 27 januari 2009

Nieuwe website met ICT-en-onderwijs-nieuws

Klik hier om naar de website ICT in School te gaanOnlangs kreeg ik een berichtje van Gerrit Aalbregt dat hij een website in de lucht heeft gebracht met daarop allerlei nieuws en tips op het gebied van ICT en onderwijs: ICT in School. Hij haalt het nieuws voor een groot deel van andere sites en brengt het onder in een aantal rubrieken:
  • praktijk (tips, ervaringen, diversen),
  • websites (onderwijswebsites, websites over internet, overig),
  • onderwijs software (methodegebonden, methodeafhankelijk, administratief, diversen),
  • overige software,
  • hardware (computer, digibord, diversen),
  • overheid.
De informatie op de site is vooral bedoeld voor het (speciaal) basisonderwijs. Hij heeft mij om toestemming gevraagd of hij (met bronvermelding) informatie mag overnemen uit mijn weblog en daar heb ik uiteraard geen enkel bezwaar tegen.

De website ziet er netjes uit maar de indeling is voor mij niet overal duidelijk. Waar zou Gerrit een praktijkverhaal neerzetten dat hij haalt uit een website over onderwijs en waar hoort een website die gaat over het gebruik van ict in het onderwijs? Waar horen tips over het gebruik van het digibord? Maar dat is natuurlijk alleen een probleem als je op zoek bent naar een bepaald artikel; je kunt natuurlijk ook gebruik maken van de RSS-feed en alle artikelen binnenhalen die Gerrit op zijn website plaatst. Voor verzamelfeeds geef ik zelf de voorkeur aan de Onderwijsnieuwsdienst waar je heel precies kunt aangeven waarin je geïnteresseerd bent, bijv. alleen informatie over speciaal onderwijs cluster 1, of over het vak geschiedenis.

Maar ik ben natuurlijk een echte nieuwtjesgek en ik kan me voorstellen dat het voor anderen juist heel fijn is dat Gerrit met een beperkte selectie komt van het nieuws. En, complimenten voor Gerrit: op de site zit een knop waarmee je het formaat van de letters met één druk op de knop kunt aanpassen. Héél handig voor wie een visuele beperking heeft. Dus doe er je voordeel mee, met deze nieuwe website!

maandag 26 januari 2009

Be my guest

Klik hier om naar het spel te gaanOverweeg je om in de toeristische sector te gaan werken? Bijvoorbeeld in een recreatiepark? Dan moet je echt het spel Be my Guest eens spelen. In het spel werk je in het recreatiepark Fun en Future. Je krijgt een plattegrond van het park en een mobieltje en je moet allerlei opdrachten uitvoeren: bezoekers te woord staan, een tekst van een aankondiging verbeteren, fietsen verhuren, reparaties uitvoeren, de schade in de sauna herstellen en nog veel meer. Tussendoor moet je er steeds voor zorgen dat het park schoon blijft door rommel op te ruimen.

Ik denk dat het spel een aardig beeld geeft van de diversiteit van het werken in de toeristische sector. In het spel wordt vooral nadruk gelegd op de klant die centraal staat maar ook veiligheid is een belangrijke issue en - in mindere mate - verkoopvaardigheden. Tijdens het spel krijg je feedback van de klanten en na afloop van het spel van de parkmanager. Van hem krijg je een Bewijs van Deelname met daarop het aantal punten dat je hebt behaald. Dat biedt natuurlijk mogelijkheden om te vergelijken in de klas: wie haalt de meeste punten? Wordt het spel in de klas gespeeld dan zou ik adviseren om leerlingen een screendump te laten maken van het scherm met de feedback van de parkmanager en de leerlingen die onderling te laten vergelijken. Op basis daarvan mogen ze het spel nog een keer spelen om hun score te verbeteren.

Tot slot mogen de leerlingen zelf situaties bedenken die zich zouden kunnen voordoen in een recreatiepark (of in een andere toeristische situatie) met daarbij de goede en de verkeerde keuzes. Daarvan kunnen ze dan weer zelf een quiz maken (bijvoorbeeld met PowerPoint of met de Websitemaker van Kennisnet). Ze kunnen er ook een mobiele game van maken met Mscape of Audacity door opdrachten te bedenken bij verschillende locaties in de plaats van de school en de antwoorden per sms te laten versturen. Wedden dat ze er een hoop van leren??

vrijdag 23 januari 2009

ReDistricting game

Klik hier om naar het ReDistricting Game te gaanDe verkiezingen in de VS zijn alweer ruimschoots achter de rug maar voor wie achteraf meer inzicht wil krijgen in het Amerikaanse verkiezingssysteem is het Redistricting Game een interessant spel. Daarin leer je wat kiesdistricten zijn en waarom de indeling in kiesdistricten bepalend kan zijn voor een verkiezingsuitslag.

In het spel moet je in 5 missies zelf kiesdistricten vormen. Uitgangspunt is een gelijke verdeling van het aantal kiezers maar wie de districten slim indeelt kan de uitslag van de verkiezingen bepalen. Als je een indeling hebt gemaakt leg je die voor aan de State Legislature, de State Governor en de State Court. Die zeggen niet alleen of ze akkoord gaan met je voorstel maar ze laten ook weten waarom ze zo stemmen.

Je kunt elke missie spelen op 2 niveaus: basic en advanced. Wie het spel helemaal uitspeelt op advanced-niveau kan daar wel een uurtje mee bezig zijn, maar dat is niet noodzakelijk voor het begrip van het Amerikaanse verkiezingssysteem. Maar wel leuk ;-)

donderdag 22 januari 2009

Gaming en laggeletterdheid

Door: Martijn van den Berg
Dat was het thema van mijn dag gisteren. Ik ben gisteren in Naturalis geweest om deel te nemen aan een debat of gaming kan helpen laaggeletterden te leren lezen en schrijven op een dag die in het teken stond van het bestrijden van laaggeletterdheid door het aanbieden van games in de bibliotheek. Razend interessant natuurlijk, vooral omdat ik zelf heel erg veel geleerd heb door games. Na deze dag raast het debat nog steeds in mij door en in een poging dit te bedwingen typ ik de link van blogger in en begin te schrijven.

Om maar te beginnen met een paar praktijkvoorbeelden van hoe ik dingen heb geleerd via games.Een voorbeeld dat mijn moeder maar al te graag gebruikt is Rollercoaster Tycoon. Dat was voor mij een spelletje waarbij ik van alles leerde over G-krachten en zwaartekracht zonder dat ik het zelf wist. Dat zijn termen die sommige volwassenen zelf nog niet zeggen. Later heb ik een praktische opdracht gemaakt over achtbanen, en heb ik de rest van theorie uitgezocht. En om een recenter voorbeeld te noemen: Fallout 3, waar ik vorige week een review over geschreven heb. Ik herkende vanochtend in de krant de plattegrond van Washington toen ik route van de tocht van Obama zag. Ik wist precies waar het Lincoln Memorial was en het Capitol.

Nu verder met de werking van games. Een game heeft twee geweldige eigenschappen. De eerste is dat je je in een andere wereld naar keuze kan bevinden en de tweede eigenschap van een game is dat je er mensen dingen kan laten leren zonder dat ze dat zelf merken. Om dit even terug te zetten naar laaggeletterdheid; je kan praktisch iedereen interesseren in games. Er kan altijd wel een spel zijn dat iemand leuk vind. Als je mensen kan interesseren in games en dus iets dat ze leuk vinden, kan je hier ook dingen in gaan verwerken. En mensen die laaggeletterd zijn, hebben vaak geen interesse in de Nederlandse taal. Als je ze dan via een game kan interesseren om ofwel met een simpele game taal te leren, ofwel ze het besef te geven dat ze alleen die bepaalde game kunnen spelen als ze kunnen lezen, krijg je wel mensen aan het lezen.

En om nu het hele verhaal bovenop de bibliotheek te zetten. De bibliotheek wordt door jongeren gezien als een saaie plaats. Ik zie de bibliotheek als een hobbyplaats voor mensen die graag boeken lezen. En dan een saaie hobbyplaats, want gesprekken over boeken vinden er niet eens plaats. Mijn voorspelling is dan ook, dat als het zo door gaat, met de nieuwe generatie steeds meer mensen op modernere media afgaan dan boeken. En dat terwijl een boek lezen ook zo geweldig kan zijn. Het probleem is dat boeken ons opgedrongen worden bij de middelbare school. Wij worden geacht bepaalde boeken te lezen die we vaak helemaal niet interessant vinden onder de categerie "begrijpend lezen". En ik vind dat je voor de moderne games die uitkomen ook aardig begrijpend moet gamen, omdat daar ook hele verhalen achter zitten waar je ook achter moet komen. Daarnaast trekt gaming groepen jongeren naar de bibliotheek om dingen te leren buiten school, waardoor ze ook automatisch beter zullen scoren op school. Je bent als het ware in een groepje iets aan het leren. En die faciliteit heeft een bibliotheek, en die heb je vaak thuis niet op die manier.

woensdag 21 januari 2009

Getallen aanschouwelijk maken

Ga naar de site Als de Wereld een dorp wasTrendmatcher blogde een tijdje geleden al over Gapminder World: een site waar je allerlei zaken over de wereld in beeld kunt brengen: verdeling rijk-arm, het percentage vrouwen met een baan, het energieverbruik per hoofd van de bevolking enz. De informatie wordt zichtbaar gemaakt door gekleurde bolletjes. Elk land heeft een eigen kleur en hoe groter het bolletje, des te groter het gegeven waarover informatie wordt gezocht (dus in het voorbeeld: des te meer rijkdom, des te groter het aantal werkende vrouwen etc.).

Marcel de Leeuwe reageerde daarop met een verwijzing naar de site WorldMapper. Ook daar kun je zien hoe bepaalde zaken verdeeld zijn in de wereld, alleen wordt het daar zichtbaar gemaakt door de oppervlakte van het land te relateren aan het gegeven waarover informatie wordt gezocht. Je krijgt dat vaak een vervormde wereldkaart te zien, soms zelfs zo erg dat je de afzonderlijke landen bijna niet meer kunt herkennen.

Gisteren kwam ik op Frank-ly nog weer een andere website tegen met gegevens over de wereldbevolking: If the world were a village. Daar worden de getallen weergegeven door poppetjes in een dorp met verschillende 'wijken', zoals een wijk met informatie over voedsel en een wijk over economie.

Al die verschillende manieren om statistische informatie weer te geven: wat leuk! Veel leuker dan de staaf- en cirkeldiagrammen waar ik altijd mee werkte. En er zijn natuurlijk nog veel meer manieren te bedenken. Je zou met woordenwolken kunnen werken die je projecteert op de wereldkaart, in Google Earth kun je markers plaatsen, je kunt 3-dimensionale plaatjes maken, animaties en wie weet wat nog meer! Het lijkt me een prachtige opdracht voor een vakoverstijgende opdracht voor de beeldende vakken en/of informatiekunde en bijvoorbeeld aardrijkskunde: maak op basis van de feitelijke gegevens een visuele interpretatie van de kindersterfte in de wereld in relatie tot het aantal beschikbare artsen, of een kaart waarbij het nationaal inkomen vergeleken wordt met het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking enz. Zijn er docenten die dit soort opdrachten geven??

dinsdag 20 januari 2009

Spelletje voor bibliothecarissen

Klik hier om naar het spel te gaanHet vak van bibliothecaris lijkt nog amper meer te bestaan: de meeste bibliothecarissen houden zich tegenwoordig met veel meer media bezig dan alleen boeken. Maar het beeld van het vak van bibliothecaris lijkt nog altijd onveranderd, zo wordt me wel duidelijk uit de spelletjes die gaan over deze beroepsgroep. Een bibliothecaris is een dame, bij voorkeur met een knotje in het haar en een brilletje op de neus, die rondrent tussen de boekenkasten en niets anders doet dan boeken stempelen, uitlenen en weer in de kast zetten. Ik heb me nooit echt aangesproken gevoeld door dat beeld maar ik vind het wel grappig, zulke duidelijke rolpatronen.

Vandaar dat ik je hier weer graag wil wijzen op weer zo'n fraai stereotype in het spel Lighting Librarian. Op basis van deze titel verwachtte ik op zijn minst een bibliothecaris op rollerskates maar niets is minder waar: ook in dit spel voldoet de bibliothecaris aan het standaardbeeld. De opdrachten die je als speler moet uitvoeren zijn ook als vanouds: boeken opzoeken in de kasten en op tijd bij de lezers brengen. Grappig: hoe zou het toch komen dat het vak van bibliothecaris niet echt 'in' is bij jongeren???

Voor wie nog meer bibliothecarisspelletjes wil: ik heb er hier eerder een paar gesignaleerd.

maandag 19 januari 2009

Crayon Physics DeLuxe

klik hier om naar de site te gaanIk speelde de (gratis) demoversie al een tijdje maar nu is hij eindelijk officieel uitgebracht: Crayon Physics. Het spel is te leuk om niet te hebben, vind ik, en voor het natuurkunde-onderwijs vind ik het een must. Maar het is zeker ook bruibaar voor techniek en de beeldende vakken.

Crayon Physics is een spel waarbij je een balletje naar een bepaald punt moet laten rollen. Daarvoor moet je eerst een route ontwerpen door objecten tekenen waarover het balletje kan rollen: rondjes, rechthoeken, driehoeken enz. Ook kun je lijnen trekken of touwen spannen. Je kunt maken wat je wilt: van autootjes tot aapjes en van kettingen tot katrollen. Om het balletje te laten rollen of de objecten te laten bewegen maak je gebruik van de zwaartekracht. Je kunt ook (zijwaartse) kracht geven, bijvoorbeeld in de vorm van een raket. Door de objecten al of niet of gedeeltelijk te verankeren kun je ze verschillende bewegingen laten maken. De basis van Crayon Physics zijn de puzzels die je moet oplossen. De levels worden voorgesteld door eilanden die je kunt bezoeken. Pas als je de puzzels van één eiland hebt opgelost mag je door naar het volgende eiland.

Met Crayon Physics kun je allerlei krachtenprincipes laten zien. Het begint natuurlijk met zwaartekracht maar je ook laten zien wat een moment is en wat torsiekrachten zijn enz. Je kunt als docent Crayon Physics daarom gebruiken om de werking van krachten te demonstreren, bijvoorbeeld op het interactieve bord. Je kunt leerlingen opdracht geven om met de level-editor 'machines' te maken waarin gebruik wordt gemaakt van die krachten. Voor de beeldende vakken kun je leerlingen de opdracht geven een virtueel kinetisch kunstwerk te maken.

Leuk aan Crayon Physics is de vormgeving: het voelt aan alsof je tijdens het telefoneren tekeningetjes aan het maken bent die tot leven komen. Wat Crayon Physics verslavend maakt is het feit dat elke puzzel op allerlei manieren opgelost kan worden. Iedereen maakt immers zijn eigen tekeningetjes en het maakt een (groot) verschil of je een balletje klein of groot maakt of dat je gebruik maakt van een gewicht aan een arm of een raket om het balletje een zet te geven. Je ziet daarom nu al dat er op internet, zowel op YouTube als op Vimeo, een groot aantal screencaptures gezet zijn waarin trots oplossingen van puzzels getoond worden. En natuurlijk zijn er al velen bezig om nieuwe puzzels te bedenken en uit te wisselen. De $ 19,95 die ik heb uitgegeven aan het spel vind ik daarom absoluut goed besteed!


Crayon Physics.... One possible solution from Highway6 on Vimeo.

vrijdag 16 januari 2009

De Flip

plaatje van mijn FlipVelen hebben er al over geschreven en ik ben dan ook zeker niet de eerste in Nederland die het apparaatje heeft: de Flip. De Flip is een heel handzame videocamera met een ingebouwde usb-stick waarmee je de video's direct op je p.c. kunt zetten. Ik hoorde er voor het eerst over tijdens de SURF Onderwijsdagen waar een paar vroege kopers trots het hebbeding toonden. Ik was er, eerlijk gezegd, nogal terughoudend over. Een snoertje meer of minder leek mij niet echt een goede reden om een andere camera aan te schaffen. Maar toen ik zag wat de kwaliteit was van filmpjes die met de Mino HD versie van de Flip gemaakt waren (kijk maar eens naar dit filmpje van Bart Frouws), toen ging ik overstag.

Ik heb het apparaat daarom besteld en ben er nu wat mee aan het experimenteren geweest. En ik moet zeggen: ik had het bij het verkeerde eind. Ik vind het werken met een ingebouwd stickie echt veel makkelijker dan met een snoertje. Het verschil is maar minimaal maar ik merk dat er nu geen enkele drempel meer is om filmpjes te maken en direct op de p.c. te zetten. Bij de Flip krijg je software (Flipshare) waarmee je van je filmpje een kaart kunt maken en kunt versturen (niet echt 'my cup of tea' maar ik denk dat velen dat wel leuk vinden) en je films online kunt zetten met één druk op de knop, bijv. op YouTube. En je kunt uit je video een frame selecteren waarvan je een foto maakt (wat ik nu ook niet echt erg aantrekkelijk vindt). Ook kun je met de software een paar eenvoudige bewerkingen doen met je zelfgemaakte video, bijvoorbeeld een titel of muziek eraan toevoegen. Leuk, maar voor maak ik liever gebruik van Moviemaker, of - nog handiger - iMovie.

Ik denk dat de Flip een prachtig apparaat kan zijn voor het onderwijs. Geef het kinderen in handen en laat ze ermee experimenteren. Het ding werkt erg intuïtief: je hoeft er nog geen 5 minuten aan te besteden om het werken met de Flip in de vingers te krijgen. Laat leerlingen verhalen vertellen met de videocamera, mensen interviewen (er zit een goede microfoon in), talenopdrachten doen, delen van hun stage-opdracht filmen, een proefje of rollenspellen in de klas (of als huiswerk) vastleggen enz. Leerlingen dingen op film vast laten leggen heeft veel voordelen, bijv.:
  • ze vinden het leuk en motiveert dus om aan de slag te gaan,
  • het levert vaak bruikbaar voorbeeldmateriaal op voor de les,
  • feedback hoeft niet direct op het moment zelf gegeven te worden door degenen die aanwezig zijn maar kan ook naderhand gebeuren en er kunnen anderen bij betrokken worden. Bovendien kun je gebeurtenissen in kleine stapjes bekijken,
  • leerlingen leren om een structuur te bedenken en aan te brengen in een reeks kleine gebeurtenissen door een compleet filmpje te maken,
  • door zelf met media aan de slag te gaan kun je leerlingen mediawijs maken.
Kijk maar eens op de website Documentairemaken van de Piersonschool wat leerlingen kunnen doen als je ze een videocamera in handen geeft (tip: geweldig instructiemateriaal is te vinden onder 'Aan de Slag'). Of deze inzendingen van de wedstrijd Expose Your Talent .

Er zijn genoeg redenen om video te gebruiken in het onderwijs en als apparaten als de Flip Mino HD in Nederland verkrijgbaar worden dan denk ik dat het de moeite waard is voor scholen om er gebruik van te maken. Hij kost nu in de VS $230,- maar het zou mij niet verbazen als die prijs nog wel wat gaat dalen.

donderdag 15 januari 2009

Fallout 3; Washington, maar dan net anders

Door: Martijn van den Berg
Massavernietigingswapens, en dan bedoel ik vooral die hele grote die we atoombommen noemen. In de koude oorlog was iedereen er bang voor. De scenario's die velen toen vreesden zijn daar en op dat moment geen bewaarheid geworden, in ieder geval niet in het westen. Zou er in Amerika een atoombom zijn gevallen dan zou de wereld er heel anders uit hebben gezien. Maar ik zou totaal geen idee hebben hoe. Bijvoorbeeld een grote stad als Washington, als daar een atoombom zou vallen, zouden er dan nog mensen leven? De mensen van Bethesda hebben hun fantasieknop omgedraaid en hebben een game gebouwd waarin je Washington kan bekijken, maar dan na een atoomaanval. En het spel hebben ze Fallout 3 genoemd.

Ik had het spel gekocht vanwege de goede recensies in gametijdschriften en op zich zag het er wel leuk uit. Je begint het verhaal, in een vault, een ondergrondse atoombunker, en vanuit daar ga je op een gegeven moment de wijde wereld in. En de wereld is wijd. Heel Washington is realistisch nagebouwd, alleen zijn er dan een hoop gebouwen vernietigd of beschadigd. Geld is waardeloos geworden en men betaalt alleen nog met dopjes van colaflessen. Zonder wapen overleef je niet want overal lopen gemuteerde wezens rond die door de straling hun natuurlijke vorm verloren zijn. Er zijn een paar veilige plaatsen, en dit zijn meestal ingenieus gebouwde stadjes.

Fallout is de literatuur van de games. Overal zitten verwijzingen naar dingen uit onze wereld. Zo is er een missie "The Nuka Cola Challenge" die verwijst naar een reclamecampagne van Coca Cola tegen en kom je iemand tegen genaamd "George Lincoln" die wil dat je de onafhankelijkheidsverklaring terug haalt. De fantasie erin is groot, maar toch heeft het een heel erg realistisch gevoel. En de beelden zijn geweldig.

De wereld is zo groot, en je bent zo vrij, dat zelfs als je alle missies hebt uitgespeeld, je nog lang bezig bent om dingen te verzamelen en nieuwe plaatsen te ontdekken. Het verhaal is zeker de moeite waard om uit te vinden, want het relateert zich mooitot het heden. En als je dat niet interesseert, is er altijd nog de uitdaging om alle supermutanten om zeep te helpen. Kortom, genoeg te doen!

woensdag 14 januari 2009

Cram: toetsen maken op je iPod


Ik ben al een tijdje de gelukkige bezitter van een iPod Touch. Niet omdat ik zoveel muziek beluister maar omdat het een leuk apparaat is om spelletjes op te spelen. Ik ben met name erg gecharmeerd van de ingebouwde versnellingsmeter waardoor je sommige spellen kunt aansturen door je iPod schuin te houden of ermee te schudden (of natuurlijk juist niet). Voor wie geen iPod Touch of iPhone heeft onderaan deze post een demo-filmpje.

Maar voor de iPod zijn ook talloze onderwijstoepassingen (edu-apps) verkrijgbaar. Vooral op basisschoolniveau zijn leuke applicaties te vinden om mee te leren tellen, spellen, tekenen enz. Maar ook voor het voortgezet onderwijs zijn er mooie applicaties, bijv. applicaties over het menselijk lichaam e.d. Helaas zijn de edu-apps bijna allemaal Engelstalig waardoor ze maar heel beperkt bruikbaar zijn voor het Nederlandse basis- en voortgezet onderwijs. Maar nu heb ik er een paar te pakken waarmee je tests met multiplechoicevragen kunt maken op je computer die je dan via je iPod kunt (laten) spelen. Niet heel erg spannend dus, maar ik denk dat het toch best leuk is als je dit soort zaken kunt aanbieden aan je leerlingen om een keer extra te oefenen met de leerstof. Voor als ze in de bus zitten en toch nog even willen oefenen voor hun repetitie, of om leerlingen de mogelijkheid te geven te testen of ze de stof voldoende begrijpen enz. Je kunt zelf de vragen maken maar je kunt ook (groepjes van) leerlingen vragen om zelf vragen te bedenken en daarbij de antwoorden in te voeren. Als je daarbij dan de opdracht geeft dat ze maximaal 30% weetvragen mogen stellen, en dat ze bij 40% van de vragen moeten laten zien dat ze inzicht hebben in de stof en de overige 30% dat ze het geleerde kunnen toepassen dan zullen leerlingen van die exercitie al heel veel leren. Door de ingeleverde vragen samen te voegen hebben leerlingen - als het goed is - voldoende vragen om hun kennis en inzicht te toetsen en als docent houd je er een leuke serie vragen aan over die kan dienen als basis van deze of volgende repetities.

Ik heb verschillende tools gevonden waarmee je tests kunt maken maar de meest gebruiksvriendelijke vond ik Cram. Ik heb de software op mijn iPod gezet en vervolgens op de computer vragen gemaakt. Je kunt je vragen delen met andere gebruikers van Cram. Er staat nu nog niet veel in de bibliotheek maar de software is natuurlijk nog vrij nieuw (net als overigens het bredere gebruik van de iPod) dus dat is niet zo verbazingwekkend. Handig van Cram vind ik dat je er mc-vragen als Flashcards mee kunt maken (kaarten met op de ene kant de vraag en de andere kant het antwoord).

Cram kost € 6,95 dus dat is voor de meesten wel op te hoesten. Nu de iPod nog.... ;-)

dinsdag 13 januari 2009

Luizenjacht

Klik hier om naar het spel te gaanHoofdluis: mijn kinderen zijn er gedurende hun basisschoolperiode een paar keer mee thuis gekomen. Dat leverde een heel gedoe op: er moest van alles in de was en het haar van de kinderen werd behandeld met shampoo of lotion. Daaraan had met name mijn dochter een verschrikkelijke hekel: ze vond het spul ongelooflijk stinken. Maar het allervervelendste voor mijn kinderen was het gevoel van schaamte. Want ook al wisten ze dat ze er niets aan konden doen dat ze hoofdluis hadden gekregen en dat het echt ook gebeurde als je schone haren had: ze voelden zich toch 'vies' omdat alles waar ze mee in aanraking waren gekomen gewassen moest worden. En er waren natuurlijk altijd kinderen die ze raakten in die zwakke plek door ze te pesten met het feit dat ze hoofdluis hadden. Want helaas wisten niet alle kinderen dat hoofdluis prima gedijt op een schoon hoofd.

Het is daarom dat zoveel mogelijk mensen weten wat hoofdluis is en hoe je het kunt voorkomen. Een goede manier om kinderen te informeren is het dossier van Het Klokhuis over hoofdluis. Maar er is ook een spel over hoofdluis: Luizenjacht. Luizenjacht is in feite een bordspel op het scherm en kan gespeeld worden door maximaal 4 kinderen tegelijk. Het doel van het spel is zo gauw mogelijk je luizen kwijt te raken door ze in het bad te leggen in het midden van het speelbord. Je mag een luisje in het bad leggen als je op een rood vakje komt en de vraag die je in dat vakje gesteld wordt goed beantwoordt. Soms mag je ook een minispelletje spelen, zoals luizen doden met een spuitbus.

Luizenjacht is een spel dat je in 5 tot 10 minuten kunt spelen. Het is niet het allerleukste spel dat ik ken maar ik denk dat kinderen het grappig vinden om te spelen, zeker als je er een klassencompetitie van maakt. Ik vind het wel belangrijk dat ze tevoren verteld wordt dat het spel is gemaakt door een fabrikant van luizenbestrijdingsmiddelen: er wordt namelijk met geen woord gerept over het gebruik van een luizenkam of van luizencapes of luizenzakken die tegenwoordig op veel scholen goede diensten doen. Maar met die wetenschap in het achterhoofd is Luizenjacht een spel dat zeker ingezet kan worden als middel om kinderen te informeren over luizen en als start van een open gesprek over luizen om te voorkomen dat er kinderen gepest worden als blijkt dat ze hoofdluis hebben.

maandag 12 januari 2009

Alles van waarde in een doosje

Klik hier om naar de site Museum Box te gaanHeb jij dat ook gehad: dat je mooie dingen verzamelde in doosjes en potjes? Ik heb de meest bijzondere verzamelingen gehad, variërend van mooie steentjes tot sleutelhangers, speldjes en mooie plaatjes. Heerlijk om het allemaal bij elkaar te hebben en dan te bekijken en te sorteren. Kleur bij kleur, grootte bij grootte, of juist op vorm. En nog altijd vind ik het leuk om dingen te verzamelen en daar ben ik niet de enige in. Op internet zijn talloze ruilbeurzen te vinden voor mensen die hun verzameling compleet willen krijgen.

De website Museum Box speelt in op dat sentiment. Je kunt op de website je eigen ladenkast vullen met inhoud. Je mag zelf bepalen of je 1, 2 of 3 laatjes hebt in je kast en hoeveel vakjes er in elk laatje zitten. In elk vakje zit dan weer een kubus waar je je informatie op kwijt kunt: een tekst, plaatjes, video of geluid, een (link naar een) webpagina of bestanden (Word, PowerPoint, Excel of PDF) die je uploadt naar de website.

Wat kun je hier nu mee in het onderwijs? Mijn eerste inval was om de website te gebruiken voor de ckv-vakken: een verzameling schilderijen, gebouwen met een bepaalde architectuur, muziekstijlen: het is leuk om er een verzameling van aan te leggen van informatie die je hebt gevonden of misschien ook zelf gemaakt (muziek die je zelf hebt gemaakt en opgenomen, een toelichtende tekst of presentatie die je hebt gemaakt enz.). Maar je kunt museumboxen voor veel meer gebruiken: je kunt materiaal verzamelen om een stelling te onderbouwen (en misschien op basis daarvan een betoog te schrijven), om iets te maken (een game of een website), om een leesdossier te maken, om je portfolio samen te stellen, om je verzameling favorieten te delen enz.

Handig van de site is dat je als docent een wachtwoord voor een klas kunt aanvragen. Je kunt dan zelf leerling-accounts aanmaken of leerlingen zich laten aanmelden voor jouw klas. Als leerlingen hun eigen ladenkast hebben gemaakt kunnen ze die bij hun docent 'inleveren'. De docent kan dan vervolgens de ladenkast publiceren zodat anderen de kast kunnen bekijken. Je kunt ook je leerlingen een berichtje over hun werk sturen via de site. Maar dat hoeft natuurlijk niet: je kunt ook je leerlingen een privé-account aan laten maken en ze vragen je een mailtje te sturen als ze klaar zijn met hun werk.

Deze tool biedt natuurlijk technisch gezien niet echt meerwaarde ten opzichte van allerlei andere sites waar je bestanden kunt uploaden en delen. Maar het is wel een heel speelse en visuele manier van presenteren die mij in ieder geval erg aanspreekt!

vrijdag 9 januari 2009

Helaas (weer) actueel

klik hier om naar het spel te gaanEen spel dat ik al een tijd ken maar hier nog nooit heb besproken is September 12th: a toy world. Je kunt September 12th spel bommen gooien naar terroristen. Als je goed mikt sterven ze bij bosjes. Helaas sneuvelen er elke keer ook onschuldige mensen en natuurlijk veroorzaakt elke bom ook de nodige schade. Bovendien blijkt na een tijdje komt voor elke gestorven terrorist een aantal nieuwe terroristen in het spel waardoor er steeds meer terroristen komen.

September 12th vind ik wel een goed, maar geen leuk spel: als je je realiseert wat er gebeurt voel je je behoorlijk machteloos. Ik start het spel daarom met tegenzin op: het kost me moeite om toe te zien hoe gewapende mannen rondlopen in het dorpje en geen actie te kunnen ondernemen. Want bommen gooien is geen optie: het verwijdert je alleen steeds verder van je doel. Het spel is volgens mij daarmee een prachtige start voor een discussie over terrorisme: wat kun je en wat moet je daarmee? Wat moeten wij met het huidige geweld in de Gazastrook, hoe staan wij tegenover de oorlog tussen Israël en Hamas? Moet je op basis van de geschiedenis gaan zoeken naar wie gelijk heeft en wie ongelijk? Maar je kunt het natuurlijk ook dichter bij huis houden: hoe staan wij ten opzichte van geweld in ons eigen land? Wat doen wij met extremisten in Nederland, van welke overtuiging of geloof dan ook?

N.B. Bekijk ook nog even deze site van de omroep over de Midden-Oosten problematiek. Daar is erg veel informatie te vinden die voor jongeren goed te begrijpen is.

donderdag 8 januari 2009

Computers op school zijn schaars

Door: Martijn van den Berg

Ik schrijf dit blogje in de mediatheek, op de laatst beschikbare computer, eentje die vergeten in een hoekje staat. Onze mediatheek heeft ongeveer de oppervlakte van 15 klaslokalen ruw geschat, en heeft ongeveer 80 computers. Daarnaast hebben wij nog 2 computerlokalen vol met computers, waar bij een volle klas iedereen een computer kan gebruiken. En ondanks dat dat heb ik moeite mij achter een computer te zetelen.


Ik heb 2 tussenuren. Ik begon te werken. Vervolgens komt er een lerares op mij af die vraagt of ik ergens anders heen wil gaan omdat ze hier les heeft. Nu ga ik wel weg, veel keus heb ik niet, maar dat betekent dat ik al mijn werk moet afsluiten en op een andere computer verder moet gaan. Een uur later heeft dezelfde lerares aan de andere kant van de mediatheek les en gebeurt me hetzelfde. Dit kan toch niet?

Op dit moment zitten drie klassen op het leerplein. Genoeg om bijna alle computers te bezetten. De paar leerlingen die hier komen om te studeren zitten nu in het midden ander werk te doen. Ik vind dit niet kunnen. Veel van het huiswerk dat ik tegenwoordig op krijg moet achter de computer, en in tussenuren vind ik het handig om hiermee aan de slag te gaan, omdat ik door het lawaai in de mediatheek me niet echt kan concentreren op andere dingen.

Dus bij deze, omdat ik denk dat ik niet de enige school ben met dit fenomeen. Docenten, hou eens rekening met de leerlingen en gebruik het computerlokaal wanneer dat kan. Schuif de les met computers op, tot er wel plaats is in de computerlokalen en ga niet massaal met z'n allen tegelijk in de mediatheek zitten, want dit hoort toch echt het domein van de leerlingen te zijn.

woensdag 7 januari 2009

Nominaties Gouden Apenstaart bekend

Klik hier om te stemmen wie volgens jou dit jaar de Gouden Apenstaart verdientJa, het is weer zover: de jury heeft de nominaties van de Gouden Apenstaart bekend gemaakt. Nu is het aan het publiek om te bepalen wat de beste en leukste site is voor kinderen van 4 tot 12 jaar. Er kan gestemd worden tot 21 januari.

Voor wie het nog niet weet: de Gouden Apenstaart is een prijs die jaarlijks wordt uitgereikt aan de makers van de beste kindersite. Er is een prijs beschikbaar voor de beste site die gemaakt is door kinderen en een prijs voor de beste site gemaakt door volwassenen. De organisatie hoopt door jaarlijks een prijs uit te reiken een discussie op gang te brengen over wat nu een goede site is voor kinderen en waar websitemakers op moeten letten bij het maken van sites voor kinderen. Die discussie moet zowel gevoerd worden door volwassenen (bijv.: mag reclame op een website en zo ja: onder welke voorwaarden, mag je kinderen vragen om hun naam achter te laten op een website, hoe betrek je ouders bij wat kinderen doen op internet enz.) als onder kinderen (bijv. wat vind je wel en wat niet leuk, wat vind je van pop-ups met reclame, is het leuk als een site een verrassende navigatie heeft of is het vooral belangrijk dat je makkelijk de knoppen vindt?).

Om kinderen te betrekken bij de uitreiking van de Gouden Apenstaart is er een lespakket ontwikkeld. Maar je kunt ook gebruik maken van de lessen op I-Respect, zoals deze les over publiceren op internet.

De volgende sites zijn genomineerd:
  1. sites gemaakt door volwassenen:
  1. sites gemaakt door kinderen:
Help mee om Nederland mediawijzer te maken en breng hier je stem uit!

dinsdag 6 januari 2009

Verslagen nakijken

afbeelding Digital Reader 1000SAl lang ben ik op zoek naar hoe je moet omgaan met het inleveren van werkstukken en verslagen. De meeste verslagen en werkstukken worden digitaal gemaakt dus het lijkt logisch dat ze ook zo worden ingeleverd. In eerste instantie gebeurde dat vaak via de mail. Dat bleek voor docenten en leerlingen geen onverdeeld genoegen: het gebeurde nogal eens dat werkstukken digitaal waren ingeleverd volgens de leerling, maar dat die vervolgens spoorloos verdwenen waren. Dat leidde soms tot pijnlijke situaties want het is natuurlijk lastig om dan te bewijzen dat je je werkstuk wel op tijd hebt ingeleverd.

ELO's bieden een goed alternatief in dit opzicht: in veel ELO's wordt vastgelegd wat ingeleverd is dus daar kan geen onduidelijkheid meer over ontstaan. Maar nu doet zich een ander probleem voor. Docenten krijgen soms heel veel werkstukken van leerlingen en om die allemaal op de computer te lezen en van commentaar te voorzien is vaak onhandig. Het leest immers niet handig van een scherm en als je commentaren toevoegt aan een document via de functie 'track-changes' kan het document erg onoverzichtelijk worden. Vandaar dat menig docent nu aan zijn leerlingen vraagt om het werkstuk uitgeprint in te leveren (al dan niet gecombineerd met digitaal inleveren).

Dat is natuurlijk ook niet een ideale situatie te noemen. Kijk maar eens in de tas van een docent rond de tijd dat de werkstukken ingeleverd worden. Tassen vol papier, soms netjes in kaftjes verzameld maar soms ook niet: een gewicht dat soms amper mee te torsen is. Niet voor niets zie ik steeds meer docenten die een tas op wieltjes achter zich aan slepen in de school!

Ik ben geen docent maar ik download vaak documenten van het web die ik wil lezen als ik in de trein zit. Omdat het vaak lijvige documenten zijn, print ik ze uit: lezen op mijn laptop vind ik dan niet prettig. Als ik ze lees maak ik aantekeningen op de printjes zodat ik makkelijk interessante passages terug kan vinden. Maar deze aanpak leidt helaas vaak tot chaos: ik heb meestal de verkeerde documenten bij me, en de aantekeningen die ik maak gaan verloren omdat al die losse stapeltjes niet echt lekker zijn om te bewaren. En om nu achteraf weer alle documenten in te scannen en zo te bewaren gaat me weer te ver. Ook voor mijzelf ben ik dus op zoek naar een instrument om documenten op te slaan en te bewerken.

Ik heb me daarom afgelopen vakantie eens verdiept in de mogelijkheden van de verschillende e-bookreaders. Daarop kun je immers een heleboel documenten opslaan en het lezen van een e-bookreader is vergelijkbaar met het lezen van een boek op papier. En er zijn e-bookreaders waarop je ook aantekeningen kunt maken wat noodzakelijk is als je de leerling feedback wilt geven en handig als je documenten wilt bewaren met daarop je eigen aantekeningen.

Een goed overzicht van beschikbare e-bookreaders is te vinden op deze site van uitgeverij Eburon die zelf behalve papieren boeken ook e-books uitgeeft. Veel meer ebookreaders zijn te vinden in de wiki Mobileread, maar die readers zijn niet allemaal leverbaar in Nederland. Ik ben op zoek gegaan naar een apparaat dat:
  • de mogelijkheid biedt om pdf-bestanden te lezen,
  • de mogelijkheid biedt om aantekeningen te maken in de documenten en die op te slaan,
  • de mogelijkheid biedt om te vergroten.
Daarnaast wilde ik natuurlijk een goed leesbaar scherm hebben, een accu met genoeg capaciteit voor ca. 8 uur en een redelijke opslagcapaciteit.

Alle appaten die ik heb bekeken konden het pdf-formaat aan. Maar niet alle teksten konden de pdf's vergroten: bij de meeste bleef vergroten beperkt tot teksten in het Mobipocket of txt-formaat. Bij de readers uit de DR-serie van Iliad was het wel mogelijk om op pdf's in te zoomen, zij het dat dit wel in kleine stappen moest gebeuren. Bij grote stappen gaf het apparaat een melding dat het daarvoor onvoldoende geheugenruimte vrij had (wat niet vreemd is als je je realiseert dat het apparaat maar 128MB RAM heeft!). Maar goed: met kleine stapjes kun je ook een eind weg komen ;-)

Het maken van aantekeningen bleek voorbehouden aan de readers van Irex. Al hun apparaten zijn voorzien van een Wacom scherm met stylus.

Aan die laatste twee eisen (accuduur en voldoende capaciteit) bleken eigenlijk bij alle apparaten uit de winkel van Eburon te voldoen. Het scherm van de 4 beschikbare apparaten van dit merk (iLiad 2nd Edition, iLiad Book Edition, iRex Digital Reader 1000 en iRex Digital Reader 1000S) doen niet voor elkaar onder: allemaal hebben ze een kleurdiepte van 16 grijstinten (in tegenstelling tot de Hanlin V3 Mobile Library en Cybook Gen3 DeLuxe edition die beiden 4 grijstinten hebben). Hanlin V3 Mobile Library en iRex Digital Reader 1000 en 1000S hebben een resolutie van 1024 x 1280 pixels; de beide iLiads en het Cybook hebben een lagere resolutie van 768 x 1024 pixels, resp. van 600 x 800 pixels. Het voordeel van de Irex Digital readers is dat ze een groot formaat hebben: bijna A4-formaat. Ik vond op alle apparaten de teksten goed leesbaar, maar ik vond de DR-serie van iRex mede door het grote formaat het prettigst lezen.

Ik heb daarom de Iliad DR 1000S besteld. Niet de goedkoopste maar wel handig, lijkt me. Zeker ook als je houdt van een wat groter scherm: de 1000-serie van Iliad heeft het grootste scherm van alle verkrijgbare readers (). De 1000SW is nog niet verschenen: die zal ook WiFi en Bluetooth-mogelijkheden hebben. Naar verwachting komt die begin dit jaar. Maar dat biedt voor mij vooralsnog geen meerwaarde. Ik overweeg op dit moment niet om een e-abonnement te nemen op een krant maar als ik dat later wel wil doen dan kan ik dat net zo goed doen door het bestand te downloaden op mijn eigen p.c. en het dan over te zetten naar de reader. Het downloaden van een krant op de Iliad via Wifi kan namelijk alleen via een open netwerk en dus niet via een hotspot waar je een toegangscode moet intypen.

Het apparaat is op dit moment beperkt leverbaar dus ik zal nog even geduld hebben voordat ik mijn e-bookreader in huis heb. Ik kijk er wel naar uit: het is echt heel fijn lezen van het scherm: dat heb ik uitgebreid getest in de winkel. Ik zal jullie op de hoogte houden hoe het apparaat verder in de praktijk bevalt en of het dé killer-app is voor docenten die veel verslagen moeten bekijken!

N.B. Wie op zijn e-bookreader niet alleen verslagen van leerlingen wil nakijken maar ook boeken wil lezen en/of kranten (op dit moment bieden in Nederland het NRC, De Volkskrant, het AD en het Nederlands Dagblad een e-book-abonnement aan) kan letten op een aantal andere criteria, bijv. of het apparaat ook Epub en Mobipocket-formaat ondersteunt (dit laatste formaat wordt o.a. gebruikt door de OU maar ook door veel commerciële e-bookuitgevers), of het apparaat Wifi en/of Bluetooth ondersteunt en of het gebruikt kan worden om mp3-bestanden mee te beluisteren. Bedenk ook dat er op dit moment redelijk veel nieuwe dingen in ontwikkeling zijn: er komen goedkopere apparaten op de markt (bijv. de eSlick reader) maar er worden ook nieuwe schermen ontwikkeld voor p.c.'s (zoals die van Pixel Qi) die ook leesbaar zijn als er zonlicht op valt.

maandag 5 januari 2009

Geen Procrustesbedden meer

plaatje beddenFascinerend vond ik altijd het verhaal van de herbergier Procrustes. Procrustes vulde zijn inkomen aan met het geld en de goederen van reizigers die in zijn herberg waren overleden. Hij had een bijzondere aanpak: hij bood lange mensen die zijn herberg aandeden een klein bed aan en korte mensen een lang bed. Natuurlijk paste dat niet maar daarvoor had Procrustes een oplossing. Lange mensen maakte hij een kopje kleiner om ze in het bed te laten passen; kleine mensen rekte hij op zodat ze de goede lengte kregen. De gevolgen van die actie waren duidelijk: de reizigers legden natuurlijk het loodje.

Ik heb me altijd afgevraagd hoe het eraan toe zou zijn gegaan in de herberg van Procrustes. Een reiziger komt binnen in de heerlijke warme herberg na een lange reis. Hij koestert zich in de warmte van de open haard. Procrustes biedt hem een lekkere warme maaltijd aan. De maaltijd wordt besloten met een drankje. Procrustes komt er gezellig bij zitten: het is niet druk in de herberg. Ze praten over de lange reis die de bezoeker heeft gemaakt en wat zijn plannen zijn voor de volgende dag. Procrustes is erg geïnteresseerd: wie verre reizen maakt kan veel verhalen en Procrustes zelf komt nooit verder dan zijn herberg. Hij vindt het heerlijk om zulke bijzondere bezoekers te hebben die elke keer weer verrassende verhalen hebben. Maar het wordt laat en de reiziger is moe dus Procrustes wijst hem zijn kamer. Daar aangekomen blijkt het bed aan de krappe kant. 'Geen probleem', stelt Procrustes de reiziger gerust: hij zal het wel oplossen....

Tijdens de afgelopen dagen bedacht ik dat het onderwijs op een bepaalde manier trekjes van Procrustes vertoont. We maken ze weliswaar niet letterlijk een kopje kleiner maar er is soms weinig ruimte voor leerlingen van een niet-gemiddeld 'postuur'. We zijn heel welwillend en geïnteresseerd, maar als het erop aan komt is moeten ze zich aanpassen aan het bed dat wij voor ze klaar zetten. Juist voor de dingen die leerlingen zo bijzonder maken is vaak weinig plaats in het onderwijs. De leerling moet zich aanpassen aan het bed. Daarbij moet er soms wat sneuvelen: er is vaak weinig ruimte om bijzondere talenten van leerlingen binnen het onderwijs te benutten en nog minder om ze uit te bouwen.

Ik denk niet dat het onwil is van het onderwijs: ik ben ervan overtuigd dat de meeste mensen die betrokken zijn bij het onderwijs oprecht geïnteresseerd zijn in de mensen die ze verder willen helpen in hun ontwikkeling. Maar het is moeilijk om voor elke leerling een passend bed te vinden: dat moet je zelf maken. En dat vraagt heel wat doorzettingsvermogen en creativiteit. Het curriculum lijkt soms een keurslijf, de leermethode biedt maar één aanpak, het rooster biedt geen ruimte, de school heeft niet de benodigde lokalen, ruimtes en materialen en gereedschappen en de docent heeft teveel leerlingen in de klas. Het zijn allemaal invoelbare argumenten maar mijns inziens mogen ze geen van alleen ertoe leiden dat een leerling in een Procrustes-bed belandt. Want voor elk probleem is een oplossing te bedenken, ook al zal dat soms niet eenvoudig zijn en tijd en energie vragen van docenten, onderwijsondersteunend personeel, directies, besturen en - niet te vergeten - de leerlingen zelf. Als iemand immers belang heeft bij een bed op maat dan is het wel de leerling zelf. Dat is een goede reden om hem bij het bouwen van het bed te betrekken, al was het alleen maar omdat je de leerling nodig hebt om de preciese maat van het bed te bepalen.

Mijn nieuwjaarwens is dat het onderwijs leerlingen minder vaak in een Procrustesbed gaat leggen maar bedden op maat gaat maken. De leerling die zo handig is met elektro maar zo slecht is in Engels mag een motor gaan bouwen en leert door het gebruik van de Engelstalige handleidingen. De leerling die gefascineerd is door sterrenkunde maar slecht is in natuurkunde doet onderzoek waarom de aarde niet uit zijn baan vliegt en de leerling die vooral veel tijd wil besteden aan zijn vrienden mag met een aantal medeleerlingen een internationale community oprichten en met hen een wiki gaan bouwen rond het onderwerp jeugdculturen. De schaatser van de klas doet onderzoek in de windtunnel hoe hij zijn tijd kan verbeteren door zijn houding te veranderen, de gamer verkent de geschiedenis door het spelen van Civilization en de leden van de schoolband ontwikkelen een poster voor hun band, schrijven een persbericht en maken een filmpje dat ze op YouTube plaatsen. Al doende lverbetert hun Nederlands, ze nemen kennis van vormgeving en ze doen informatievaardigheden op. Er zijn net zoveel mogelijkheden als er leerlingen zijn.

Moge in 2009 in het onderwijs de Procrustesbedden verdwijnen en overal in het onderwijs meegroeibedden in gebruik genomen worden!