Voor mij alweer het laatste examentijd blogje. Anderen gaan begin volgende week nog door, maar bij mij zit het erop. Ik heb vakantie! Alles is af. En nu wachten op de resultaten...
aardrijkskunde: Aardrijkskunde is een vak van het toepassen van kennis. Wat je leert valt niet echt concreet samen te vatten, waarna je vooral moet oefenen op het toepassen van deze kennis in verschillende situaties. Dit maakt het vaak warrig, omdat je dus nooit kan testen of je het goed doet of niet. Aardrijkskunde is mijn zwakke vak, en dus de zwakke schakel in het halen van mijn examen. Ik was dan ook niet verbaasd dat het niet zo goed ging met aardrijkskunde. Ik zal het waarschijnlijk altijd een lastig vak blijven vinden.
Engels: Engels maakt de tegenstelling van de donderdag compleet. Zo moeilijk als ik aardrijkskunde vond, zo makkelijk vond ik Engels. Ik krijg nu al 6 jaar Engels in het Engels, en om het normale VWO examen Engels te maken, is natuurlijk niet zo moeilijk dan. Het enige moeilijke aan Engels bij het lezen van de tekst vind ik de vragen waarbij eigenlijk twee antwoorden goed kunnen zijn, en je moet gaan afwegen welke nu beter past.
Ik blijf tot de zomervakantie nog steeds iedere donderdag een blogje schrijven.
Je hebt spellen om te spelen en spellen om te leren, maar een heel bijzondere categorie zijn spellen die gemaakt zijn om een computer iets te leren: 'games with a purpose', oftewel GWAP. De meest bekende GWAP is vermoedelijk ESP: een spel waarbij twee spelers eenzelfde plaatje te zien krijgen en moeten proberen om dat te beschrijven in één woord. Als de spelers hetzelfde woord noemen, krijgen ze beiden een punt. Doel van dit spel is om de afbeeldingen in de Google-database van trefwoorden te voorzien en zo de afbeeldingen beter terugvindbaar te maken.
ESP was, voorzover ik weet, het eerste spel dat mensen gebruikte om materialen te voorzien van trefwoorden. Inmiddels zijn er meer van dit soort spellen:
Tag-a-tune, waarbij je door trefwoord te geven aan een geluidsfragment moet bepalen of je luistert naar hetzelfde fragment als je tegenspeler of een ander fragment),
Verbosity, een spel waarbij de ene speler een woord moet omschrijven dat de andere speler moet raden: een goede oefening voor Engels!),
Squigl, een spel waarbij je beiden een onderdeel in een afbeelding met je muis moet omcirkelen. Dat lijkt simpel, maar sommige dingen zijn lastig. Wat moet je bijvoorbeeld omcirkelen als je een luipaardvel ziet en je krijgt de opdracht in de tekening 'leopard' aan te wijzen?
Matchin: waarbij jij en je tegenspeler 2 afbeeldingen te zien krijgen waarbij je moet aangeven welke je de mooiste vindt. Als je dezelfde afbeelding aanwijst scoor je een punt.
Deze spellen zijn allemaal Engelstalig. Daarmee zijn ze allemaal bruikbaar om je kennis van de Engelse taal te verbeteren. Daarnaast kun je een aantal van deze spellen ook gebruiken om leerlingen te laten nadenken over wat goede trefwoorden zijn. Wie goed trefwoorden kan bepalen, is een eind op weg om te leren antwoorden te zoeken op zijn vragen.
Sinds vorige week is er ook een Nederlandstalige 'game with a purpose' (spel met een doel): Waisda. In dit spel, een samenwerkingsproject van Beeld en Geluid en de KRO, moet je trefwoorden toekennen aan videobeelden, bijvoorbeeld van Polygoon Journaals. Wordt hetzelfde trefwoord toegekend door meer spelers dan levert dat punten op.
Ik vond het leuk om het spel te spelen. Je kunt zelf kiezen waar je naar kijkt: er worden steeds nieuwe filmpjes aangeboden: 2 van Polygoon en 2 van andere televisieprogramma's (bijv. Boer zoekt vrouw, De Wandeling, enz.). En ik vind het leuk om te bedenken wat een ander gaat raden. Grappig vind ik dat dat vaak andere woorden zijn dan de trefwoorden die je zou moeten toekennen volgens de oude bibliotheekregels (lang geleden leerde ik op de bibliotheekopleiding hoe je aan boeken e.d. trefwoorden moet toekennen. Geen idee of dat nog steeds gebeurt op de opleidingen!). Dat geeft natuurlijk wel te denken: als gebruikers andere trefwoorden gebruiken dan bibliothecarissen, wie moet zich dan aanpassen??
Maar belangrijk lijkt mij in ieder geval dat dit spel er weer eentje is in de rij van voor het onderwijs bruikbare spellen. Want hoe je het ook wendt of keert: je leert wel nadenken over de zoektermen die je gaat gebruiken als je op internet naar informatie zoekt. En het is natuurlijk mooi meegenomen als we met ons allen in de tussentijd helpen de videocollectie van de omroep beter toegankelijk te maken!
Tip: de site geeft (nog) problemen als je werkt met Firefox. In dit geval kun je beter Internet Explorer gebruiken.
Gisteren heb ik bij elkaar opgeteld 7 kantjes aan examen geschreven. 2 voor Duits en 5 voor economie. Kortom: genoeg na te kijken voor de desbetreffende docenten.
Duits: Als eerste stond gisteren Duits op het programma. Duits is een vak dat bestaat uit vier onderdelen: Lezen, spreken, luisteren en schrijven. De laatste drie worden op school getoetst in de vorm van een schoolexamen. Dit telt totaal voor de helft mee. De andere helft is het lezen, wat dan ook gisteren getoetst werd in de vorm van een examen met 9 teksten. Nu is Duits een vaardigheidsvak, je kan ervoor oefenen, maar je moet het over de jaren opbouwen om zichtbaar resultaat te krijgen. Ik heb aardig voor teksten geoefend en begreep de teksten dan ook aardig. Het aparte van Duits is dat je een antwoord nooit zeker weet en dan ook geen flauw idee hebt welke kant je cijfer op gaat.
Economie: Als je mij in het begin van het jaar gevraagd zou hebben hoe het met economie zou zijn gegaan, zou ik gezegd hebben dat dat geen probleem was. Echter, dit jaar zijn mijn cijfers langzaam gedaald tot het niveau van mijn andere cijfers: gemiddeld. Economie is mij tegengevallen dit jaar, omdat het heel erg breed is. Voor de laatste weken heb ik er een tandje bij gezet om alles weer bij te werken. Ik vond dat dit proefwerk heel erg veel ging om het begrijpen van grafiekjes en het verwerken daarvan, en heel erg weinig om het grote verbanden leggen, waar economie vaak om gaat. Dit was aan de ene kant wel jammer, want ik had niet echt het gevoel dat ik mijn economische kennis goed kon benutten, maar aan de andere kant ook wel lekker, omdat je wel weet waar je goed hebt gescoord.
Op het moment dat dit postje verschijnt, ben ik mij waarschijnlijk mentaal aan het voorbereiden op mijn laatste twee examens, welke zeker niet de meest onbelangrijke zijn. Ik vond het ongelofelijk apart om mee te maken, en ongelofelijk chaotisch. Je wordt niet compleet in het diepe gegooid, maar na zes jaar dezelfde schoolstructuur een heftige afsluiting te hebben, is toch wel apart. Ik wil het daarom ook graag hebben over een ander systeem van examen doen dat op sommige scholen al bestaat. Dit betekent dat je de helft van je examens een jaar eerder doet, en dan ook dat jaar zeer intensief met die vakken bezig bent.
Mijn eerste reactie zou zijn dat dit wel lekker was, omdat je het aan het eind niet zo hectisch hebt. Een jaar eerder de helft van je examens zou betekenen dat je eigenlijk in de tijd dat andere leerlingen zwaar zitten te blokken, zelf maar half zit te blokken, en dus eventueel meer aandacht kan besteden aan belangrijke vakken en makkelijker een pauze kan nemen van het leren.
Maar dit zou ook betekenen dat je een jaar bijna alleen maar met de helft van je uiteindelijke vakken bezig zou zijn, en dat je dus in een jaar moet leren waar anderen twee jaar over doen. Dit kan een voordeel zijn, omdat je dan compleet volgepropt wordt met kennis over een bepaald gebied, maar dit kan ook een nadeel zijn, omdat je dan dingen heel erg goed moet bijhouden. Bovendien is het uiteindelijke rendement na het examen minder, omdat je alles zo snel moet leren.
De helft van je examens een jaar eerder doen betekent dat je een hele goede werkmentaliteit moet hebben om je hoofd bij de feiten te houden. Dit betekent dat je al je schoolonderzoeken versneld hebt, waardoor het echt belangrijk is dat je eventuele klappen in je cijfers snel opvangt. Persoonlijk zou ik het wel hebben willen hebben, om je goed te kunnen concentreren op de verschillende vakken. Bovendien zou ik het met de examentijd veel makkelijker hebben gehad. Ik denk alleen dat ik een dergelijk systeem niet aankan omdat het systeem mij in zou halen, en ik er achteraan zou moeten komen rennen.
Rapporten zijn rare dingen. Aan de ene kant zijn ze superbelangrijk en menig leerling rekent al bijna bij het begin van het schooljaar nauwkeurig door welke cijfers hij moet halen om een voldoende te halen op het eindrapport. Aan de andere kant is het voor velen niet iets om over op te scheppen, zelfs niet als het vol staat met prachtige cijfers voor alle vakken. Want ja, zeg nou zelf: hoe cool is het om aan je vrienden te vertellen dat je een 8 hebt voor wiskunde of een 9 voor geschiedenis? Maar ook als je gaat voor je eerste echte baan wordt zelden gevraagd naar je rapport: dat je de opleiding met succes hebt doorlopen geeft een bedrijf over het algemeen de garantie dat je voldoende kennis in huis hebt.
Rapporten zouden volgens mij ook meer moeten doen dan dat. Op de basisschool zie je dat ook wel: sommige rapporten zijn uitgebreide verslagen: niet alleen over wat een leerling aan kennis in huis heeft maar ook over zijn sociale vaardigheden en zijn vermogen om te leren. Maar in het voortgezet en hoger onderwijs blijft de verslaglegging over de opleiding vaak beperkt tot een cijfer voor de verschillende vakken. Vreemd, want als je kijkt naar wat het bedrijfsleven vraagt dan zie je dat daar niet alleen gevraagd wordt naar kennis maar ook naar allerlei andere vaardigheden. Ik heb eens een paar vacatures bekeken en ziehier mijn score:
overtuigingskracht,
doorzettingsvermogen,
pro-actief,
vermogen om te coördineren, plannen en communiceren,
flexibiliteit,
nauwkeurigheid,
samenwerkingsvermogen,
leidinggevende capaciteiten,
analytisch vermogen,
stressbestendigheid,
ondernemendheid/initiatiefrijk,
creativiteit, enz.
Het zijn allemaal competenties die op school nodig zijn en waar soms ook bewust aandacht aan wordt besteed. Maar zoals gezegd: slechts zelden worden ze benoemd in de rapporten die de leerlingen mee naar huis krijgen. Toch denk ik dat dit juist wel vaardigheden zijn waarin ze graag erkenning krijgen: niet alleen als ze proberen een (vakantie-)baan te krijgen, maar ook als mens.
Voor VO-scholen en hoger onderwijs is het over het algemeen heel lastig om 'verhaaltjesrapporten' te schrijven omdat leerlingen/studenten zoveel verschillende docenten hebben en ik kan me voorstellen dat het ondoenlijk is voor bijv. een mentor/studiebegeleider om op basis van de algemene indrukken van de collega's per leerling/student te omschrijven wat zijn capaciteiten zijn. Als je deze competenties wilt beoordelen dan is het handig als je daar door het jaar heen cijfers voor geeft. Om cijfers te kunnen geven moet je zorgen dat je opdrachten geeft waarvoor die competenties vereist zijn. Als je gaat kijken wat leerlingen/studenten gedurende het jaar doen dan zul je zien dat daarin al heel veel mogelijkheden zitten: er moet samengewerkt worden in groepen (samenwerkingsvermogen, leidinggevende capaciteiten), ze moeten oplossingen zoeken voor een probleem (creativiteit, analytisch vermogen), ze moeten de activiteiten die ze volgens hun planner moeten doen verdelen over het hele semester (plannings- en organisatievermogen) enz.
Het zou volgens mij goed zijn om deze competenties te benoemen, te omschrijven wat hierin verwacht wordt van de leerlingen/studenten en op basis van deze omschrijvingen de competenties te beoordelen. Aan het einde van het jaar of de studie krijgt de leerling of de student deze resultaten mee op papier, als aanvulling op de gewone cijferlijst. Natuurlijk heeft die 'competentiecijferlijst' niet het keurmerk van het Ministerie van Onderwijs, maar ik verwacht dat leerlingen en studenten deze lijst ten minste zo belangrijk vinden als die officiële cijferlijst!
Dit blogje is even iets later omdat dit ongeveer het drukste moment van de examens is en ik het dus nogal druk heb gehad. Bijna bij de eindstreep. Binnenkort de laatste sprint, waar alles over je heen komt en vervolgens afwachten. Wiskunde: Vandaag wiskunde. Dit proefwerk vond ik erg spannend. Om verschillende redenen. Niet alleen is het een profielvak, en dus erg belangrijk, maar het is ook nog eens een proefwerk waar je je heel goed over kan voelen, om vervolgens als je het proefwerk terug krijgt te ontdekken dat het allemaal instinkers waren. Je moet dus heel erg goed op de hoede zijn. Wiskunde is voor mij altijd een vak geweest dat je moet bijhouden. Je moet continu sommetjes blijven maken om de stof bij te houden. Als je dit niet deed raakte je achter, en had je dus een nadeel. Dit proefwerk was een redelijk goed te doen proefwerk. Het was niet makkelijk, je had er af en toe echt slimheid voor nodig, maar met een beetje kennis kon je zeker het gevoel krijgen dat je het goed hebt gemaakt.
Vaderdag (21 juni) komt er alweer aan. Wat maak je dit jaar met je leerlingen? Onlangs kreeg ik van Maarten Sprenger een Picozine over zijn bedrijf Dramatori. Een Picozine is een heel klein minitijdschriftje van 16 pagina's op A7-formaat. Wat ik begrijp van de uitleg op de site is Picozine begonnen als minitijdschrift voor de kunst: het zelf maken van de Picozines is volgens mij een bijproduct hiervan.
Om een Picozine te kunnen maken moet je eerst een account aanvragen. Daarna krijg je een boekje voor je waar je doorheen kunt bladeren. Je kunt op elke pagina de achtergrondkleur bepalen, tekst toevoegen (een koptekst of tekst op de pagina zelf in een kleur en lettertype naar keuze, en een plaatje toevoegen. Het plaatje kan op één pagina komen maar mag ook 2 pagina's beslaan.
Na het vullen van de pagina's download je de door jou gemaakte Picozine: een pdf-bestand van 2 pagina's. Daarvan maak je een dubbelzijdig printje (gewoon twee keer door de printer halen als je geen dubbelzijdige printer hebt) en dan is het alleen nog maar een kwestie van vouwen, nieten, de pagina's open en de witte randjes eraf knippen. En omdat het zo'n klein boekje is heb je daarvoor geen extra grote nietmachine nodig maar kun je een doodgewone nietmachine gebruiken. Het is echt heel simpel: het wijst zich allemaal vanzelf. Het lastigste is het om het printje te maken zodanig dat de beide kanten op de goede manier tegenover elkaar zitten. Het is natuurlijk mooi als je een kleurenprinter hebt maar zwart-wit kan ook. Misschien is het juist wel leuk om de leerlingen daarna de printjes in te laten kleuren!
Je hoeft dus alleen nog maar een leuke vulling te bedenken van je Picozine voor vaderdag of natuurlijk voor een andere feestelijke dag. Je kunt je leerlingen ook vragen om een Picozine te maken in plaats van een werkstuk. Of om een 'echt' tijdschrift maken (een goede reden om te onderzoeken wat er allemaal in een tijdschrift staat), of een tijdschrift voor het goede doel, of een boekje met je eigen gedichten of verhalen, enz. Leuk: journalistje of schrijvertje spelen!
Mediawijsheid krijgt op dit moment veel aandacht van de overheid, o.a. in de vorm van subsidies. Als oud-mediathecaris vind ik dat natuurlijk een goede zaak. In het onderwijs wordt veelvuldig gebruik gemaakt van informatie die de media aanbiedt: in de vorm van boeken, tijdschriften en websites. Allerlei informatie komen via de media de school in. De media bieden als het ware een raam op de wereld.
Helaas is het uitzicht soms beperkt en zijn de ramen soms vies waardoor je niet alles kunt zien en wat je ziet is niet altijd wat het is. Daarvoor zijn informatievaardigheden van groot belang: wie goed kan zoeken en in staat is om te beoordelen wat hij ziet vergroot zijn mogelijkheden.
Maar media zijn niet alleen het raam waardoor je naar de wereld kijkt: ze zijn ook de deuren waardoor je naar buiten kunt gaan. De meeste scholen zijn zich daarvan wel bewust: bijna elke school heeft wel contacten met de regionale pers. Maar die toegang tot de wereld wordt over het algemeen maar heel beperkt gebruikt voor het primair onderwijsproces. Dat is een gemiste kans. Niet alleen omdat leerlingen moeten leren hoe ze de media kunnen gebruiken om hun doel te bereiken (Obama heeft aangetoond dat door een slim gebruik van media je het tot president kunt schoppen), maar ook omdat publiceren en kennis delen een stimulans is bij het leren.
Het is erg motiverend om te ervaren dat anderen geïnteresseerd zijn in jouw ideeën en daarop reageren. Het wordt extra leuk als dat mensen zijn van buiten school: mensen die een wereld vertegenwoordigen waar de leerling vaak nog geen weet van heeft maar waar die wel onderweg naar toe is. Zo is het schrijven van een nieuw lemma voor Wikipedia (in het Nederlands of een andere taal) of voor Wikikids (of misschien als klasseproject zelfs een heel Wikibook), niet alleen een prachtige manier om te laten zien wat je zelf weet van een bepaald onderwerp, maar ook een mogelijkheid om in contact te komen met (andere) experts op dat vakgebied.
Een school die in een (Ning-)netwerk contacten onderhoudt met bedrijven, oud-leerlingen, ouders en wie er verder nog meer geïnteresseerd zijn in de school, creëert daarmee een platform voor hun eigen plannen en wensen, maar ook voor de leerlingen die stage willen lopen, voor hun (profiel-)werkstuk op zoek zijn naar experts of een onderzoeksgroep, of zich willen oriënteren op een baan of een vervolgopleiding.
Een weblog (al dan niet ingebouwd in Hyves of Facebook) biedt mooie kansen voor (o.a.) de talenvakken. Wissel eens uit met een school in het buitenland en vraag elke week één of meer leerlingen iets te schrijven over wat ze bezig houdt. Een betoog schrijven vinden maar weinig leerlingen leuk maar als je daarop reacties krijgt en vragen wordt het leuker en uitdagender. Het is niet nodig de stukjes te corrigeren: het doel van het schrijven is vooral om te oefenen en veel meters te maken. Bovendien werkt het natuurlijk remmend op de creativiteit als leerlingen weten dat ze op hun stukjes afgerekend kunnen worden. Je kunt natuurlijk wel het weblog positief inzetten: wie het beste stuk van de maand schrijft (bijv. het stuk dat het meest gelezen is of waarop het vaakst is gereageerd) kan daarmee een extra punt verdienen.
Door leerlingen te laten publiceren en ze zo te laten ondervinden wat wel werkt en wat niet en hoe ze zichzelf het beste kunnen presenteren zullen ze bovendien heel wat mediawijzer worden. Wie weet komt is één van de volgende presidenten van de VS wel een leerling van jouw school! ;-)
Met een dag onderbreking ben ik vandaag weer verder gegaan met de missie die men in professionele termen examen noemt. Vandaag stond geschiedenis op het programma.
Geschiedenis:
Tegen dit examen heb ik opgekeken. Er was namelijk iets unieks aan de hand bij het examen geschiedenis. De stof die we op het examen kregen, was bij ons nauwelijks getoetst bij de schoolexamens, en wij moesten dus in vier weken onszelf wijsmaken van een hele nieuwe wereld. Mijn grote probleem bij de vragen geschiedenis, is dat ze meestal niet naar feiten vragen, maar indirect naar informatie. Het zogenaamde toepassen van informatie en het plaatsen in de tijd met behulp van bronnen. Het proefwerk zelf was goed te doen, op sommige punten zelfs interessant. Enige dubieuze van dit soort proefwerken vind ik vragen die gaan over of een bron wel bruikbaar is voor onderzoek. ik vind dit zo weinig te maken hebben met geschiedenis zelf.
Het weblog bestaat pas sinds januari dus de inhoud is nog beperkt maar wat er is vind ik meer dan de moeite waard. Erg handig vind ik ook de overzichtspagina van healthgames waar de games op onderwerp bij elkaar staan, bijv. diabetes 1 en 2, obesitas, geestelijke en fysieke training, tandverzorging, astma enz. Het kost je menig uurtje om de site te bestuderen. Leuk, maar met een drankje en een borrelnootje erbij misschien toch niet zo’n heel gezonde tijdsbesteding ;-)
N.B. Morgen is het Hemelvaartsdag. Martijn zal dan vertellen over zijn examen van vandaag. Vrijdag hebben we een vakantiedagje en maandag gaan we weer verder.
Door: Martijn van den Berg Omdat ik nu mijn eindexamens heb, en het voor mij wel een aparte ervaring is, heb ik besloten om, naast de 'gewone' post, na ieder examen een klein extra post te maken over ieder examen. Gisteren: Nederlands en M&O
Nederlands: Nederlands is een examen waar je goed in bent of niet. Je krijgt een tekst met vragen en je moet een samenvatting maken, en als je niet goed bent in beide, heb je een probleem. Ik heb vooral keihard geoefend met samenvattingen, omdat je bij die dingen altijd precies een bepaalde tekst moet schrijven en het daardoor af en toe net is als een loterij. Ik vond de tekst in dit examen niet makkelijk. Het was erg sporadisch, de tekst sprong van de hak op de tak. De samenvatting was redelijk te maken, maar het natuurlijk altijd moeilijk in te schatten hoe zoiets nu precies moet.
M&O Ik ben met mijn methode van M&O heel erg de diepte in gegaan. Onze methode leerde ons altijd veel meer dan we moesten weten en deed dat meet heel erg veel tekst. Het examen blijft altijd een beetje bij de basis, en met weinig uitzonderingen. Zo ook dit examen, dat wel een paar kleine instinkers bevatte, maar voor de rest voor degene die de stof goed beheerst goed te doen is. De formulekaart was erg handig, en ik moet toegeven dat ik het zelfs nog wel leuk vond om te doen. Enige minpuntje is de doorrekenvraag op het eind, wat ik wel jammer vond.
Voor de vakantie schreef ik over The Great Flu, een spel dat ontwikkeld is door Ranj en waarin je leert hoe een virus zich verspreid en wat de overheid kan doen om verdere verspreiding te voorkomen. Toen ik het schreef was er nog niets bekend over de Mexicaanse groep (of zo je dat liever wilt: varkensgriep) en inmiddels lijkt het gevaar van die griep alweer een beetje geweken. Maar zo snel als het kwam en ging: game-ontwikkelaars zijn er snel op ingesprongen.
In het spel Sneeze gaat het erom dat je in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk mensen besmet met het (griep)virus. Dat doe je door te niezen als er mensen in de buurt zijn. Kinderen zijn makkelijk te infecteren omdat ze weinig weerstand hebben. Infecteren levert 5 punten op. Als je pensionado’s infecteert levert dat 15 punten op, maar ze komen vervolgens met maar weinig mensen in contact dus het virus verspreidt zich minder snel. Volwassenen infecteren levert 10 punten op, maar ze verspreiden het virus lekker snel ;-)
Ook bij Killer Flu moet je ervoor zorgen dat een virus zich verspreidt: een virus van een seizoensvirus, een heel nieuw virus of een variant van het H5N1-virus. Bij een seizoensvirus moet je eerst de mensen besmetten door een virus samen te stellen waar die persoon geen weerstand tegen heeft opgebouwd. Vervolgens moet je (bij alle virussen) de besmette persoon naar de omgeving sturen waar hij thuishoort: een kantoor, een huis, een boerderij enz.
Alle 3 de spellen zijn leuk om te spelen maar de educatieve waarde ervan is verschillend. Sneeze is vooral leuk maar je leert er weinig van, Killer Flu is educatief en leuk (in die volgorde). The Great Flu ten slotte zou ik niet zozeer leuk betitelen als intellectueel uitdagend (en op die manier ook leuk om te spelen) en héél erg leerzaam. Complimenten voor de (Nederlandse) makers van dit spel!
Regelmatig krijg ik vragen of ik spelletjes weet die speciaal geschikt zijn voor autistische kinderen. Ik moet eerlijk toegeven dat ik daar slecht in thuis ben: ik weet niet precies waaraan die doelgroep behoefte heeft. Daarnaast heb ik het gevoel dat autisten tekort wordt gedaan als je ze ziet als één doelgroep: volgens mij zijn de behoeften aan games tussen autisten onderling net zo verschillend als tussen een autist en een niet-autist. Maar ik ben geen expert, dus ik hoor het graag als iemand daar een beter zicht op heeft.
Maar het is me wel duidelijk dat er behoefte is aan games (en andere computertoepassingen) die geschikt zijn voor speciale doelgroepen. Ik had al wel eens eerder wat gevonden maar op de sites van de Engelse National Autistic Society en de Autism Society of America is véél meer materiaal te vinden.
Via de site van de Autism Society of Americavond ik de site Avens Corner, die gemaakt is door de vader van een driejarig meisje dat een stoornis heeft in het autistisch spectrum. Op de site zijn o.a. spelletjes te vinden die geschikt zijn voor deze speciale doelgroep maar die net zo bruikbaar zijn voor andere kinderen.
Uiteraard zijn niet alle spelletjes geschikt voor het Nederlandse onderwijs omdat ze Engelstalig zijn. Maar voor veel spelletjes speelt dat geen rol. Zo was ik erg gecharmeerd van het 'spelletje' waarbij je kikkervisjes mag vangen en daarna kunt zien hoe een kikkervisje uitgroeit tot een kikker, maar ook het spel waarbij je vliegen vangt, die in potjes doet om te zien wat de optelsom is van de aantallen vliegjes in de potjes vond ik erg leuk om te zien. Deze spellen zijn ook prima geschikt voor het interactieve schoolbord. Neem zelf eens een kijkje, zou ik zeggen! Ben je uitgekeken op deze site, klik dan ook eens op één van de links die links staan op deze pagina. Allemaal goed materiaal voor school, onafhankelijk of je leerlingen nu speciaal zijn of gewoon bijzonder!
Sjonnie Sjadow, heette het spel tot afgelopen jaar. Maar dit jaar is er een nieuwe versie van deze site van KWF Kankerbestrijding, gemaakt door IJsfontein. Net als voorheen kun je hier informatie krijgen over wat de zon doet voor (of liever gezegd: tegen) je huid. En je kunt er ook weer spelen: er zijn twee nieuwe minigames. Bij Weeralarm moet je Papadakolossis de kreeft met een parasol beschermen tegen de felle zon en bij de Zonnebrandinsmeerrace moet je razendsnel een zonnende badgast insmeren. Maar je moet wel zuinig zijn met de zonnebrandcrême want anders heb je niet genoeg voor de hele dag.
Maar er is veel meer te bekijken en te doen op de nieuwe site van Johnny Shadow. Je kunt er kennismaken met Papadakolossis de kreeft (die natuurlijk graag zo rood mogelijk wil zijn) en zijn hele familie en de camper van de stoere Johnny Shadow bekijken. In de kiosk kun je strips lezen over Johnny Shadow of kleurplaten downloaden. Je kunt ook zien wat je moet doen als je de zon schijnt en je buiten wilt spelen of zwemmen, voetballen of meedoet aan een tennistoernooi. Daarvoor moet je eerst aangeven op wie je lijkt: iemand met een lichte of een donkere huid, met rood haar of zwarte. Overigens heb ik niet kunnen constateren of dat verschil maakte bij de beoordeling van de keuzes die je maakt.
Er zijn aparte pagina's voor ouders en voor docenten. Op de pagina voor leerkrachten vind je o.a. een widget voor op je Hyvespagina. Ik heb 'm maar toegevoegd aan mijn Hyvesprofiel: beter een keertje teveel gewaarschuwd dan een keer te weinig. Want echt: teveel zon doet je huid schade. En wat heb je nu liever: oud worden met een blanke huid of ....?
Via de site kun je een lespakketten aanvragen voor de basis-, midden of bovenbouw. In elk lespakket zitten een boekje voor de leerlingen met daarin informatie, wat opdrachten, een strip, spelletjes om te spelen als er zon/schaduw is, en - afhankelijk van de bouw - kleurplaten en iets om te knutselen. Wat mij wel verbaasde is dat het boekje voor de bovenbouw op de spelletjes na identiek is aan het boekje voor de middenbouw. Ik denk dat de bovenbouw wel een iets hoger niveau aan kan dan dat ze nu krijgen. Het lespakket is overigens ook te downloaden via de site zodat je eerst kunt kijken of het iets is voor jouw groep.
Tot slot: Johnny Shadow heeft ook een wedstrijd uitgeschreven: maak een foto van de leukste schaduw. Mmm, ik was vroeger best goed in het bedenken van schaduwfiguren. Misschien moet ik eens een poging wagen. Alhoewel ik denk dat ik weinig kans maak als ik naar deze figuren kijk ;-)
Als men mij vraagt wat voor onderwijs ik nu aan het volgen ben, antwoord ik meestal TTO. Hoewel mijn TTO officieel in de vierde klas is beëindigd, en ik alleen nog Engels in het Engels heb, vind ik het toch altijd grappig om TTO te zeggen, om de verwarde blikken te zien bij deze, voor nog veel mensen onbekende, manier van onderwijs. Afgelopen maandag heb ik de laatste 25% van het TTO A2-examen afgerond, dus het is misschien tijd om terug te blikken en misschien TTO iets bekender te maken. Een interview met mezelf. :)
Wat is TTO?
TTO staat voor Tweetalig Onderwijs, en dit betekent dat je de eerste vier jaar de helft van je vakken in het Engels krijgt, om na het vierde jaar twee jaar alleen nog Engels Engelstalig te leren. Uiteindelijk is het de bedoeling dat je (bijna) even goed Engels kan spreken als iemand die al jaren in een Engelstalig land woont. Tijdens de lessen Engels bestudeer je verschillende dingen. Je bestudeert aan de ene kant literatuur, en aan de andere kant zaken die in de wereld aan de hand zijn, maar dit alles wel uit de Angelsaksische cultuur. Je wordt uiteindelijk getoetst met vier proeven. De interactive orals, (interactieve presentatie) de individual oral, (literatuurbespreking) paper 1, (vergelijkingsopstel) en paper 2 (opstel over jouw vergaarde kennis).
Hoe was het om TTO te doen?
In het eerste jaar was het een beetje wennen, omdat het toch iets ongelofelijk nieuws was. Het tweede en derde jaar heb ik een hele slechte docente gehad, om de laatste jaren een docent te hebben, die de draad supersnel wist op te pakken. Uiteindelijk waren wij de eerste groep op onze school, en dus mochten we alle reisjes als eerste uitproberen, wat voordelen en nadelen heeft gehad. Omdat we als eerste waren, werd er bij ons ook geëxperimenteerd met verschillende manieren van les geven. Wij spraken in de les al Engels, en hadden het spreken al vrij snel door. In plaats daarvan hebben wij een multicultureel programma gevolgd, wat ons toch wel veel heeft opgeleverd. Niet alleen in de vorm van kennis, maar ook in de vorm van vaardigheden, wat ons af en toe zelfs bij andere vakken heeft geholpen.
Hoe kijk je achteraf naar TTO?
In het begin heb ik er moeite mee gehad, omdat het natuurlijk wel een extra studielast is geweest. Later ben ik het meer gaan waarderen, omdat wij een ervaring kregen die eigenlijk uniek op school was. Vooral het ontmoeten van verschillende culturen heb ik geweldig gevonden. Je leert er heel veel van om een andere cultuur in huis te hebben. Het is een zeer persoonlijke manier van een cultuur leren kennen. Ik had wel verwacht dat het extra kopzorgen zou zijn voor de examentijd, maar uiteindelijk past het precies tussen je examens. Het is natuurlijk ook leuk dat je een internationaal geldig papiertje krijgt uiteindelijk, waarvoor je een minimumscore van slechts 4 hoeft te halen. TTO is iets wat je leuk vind of niet. Dat hangt van je karakter af. Voor mensen die net iets meer uitdaging willen, is dit zeker een aanrader.
Net voor de vakantie was ik bij de lancering van Codex KIT: een tool waarmee je locatiegebonden verhalen kunt vertellen. Codex Kit is gemaakt door Ranj en Hootchie Cootchie Mediacollectief die eerder Codex Kodanski maakten (de eerste educatieve location-based game), samen met Kunstgebouw die ook de verdere distributie verzorgt. Een locatiegebonden verhaal is een verhaal dat je ervaart (door het te beluisteren of te bekijken) in de omgeving waar het zich afspeelt. Bij Codex KIT gebeurt dit met behulp van een PDA en GPS, zodat je het verhaal door middel van geluid en beeld uit de PDA op de locatie zelf ervaart. In de vakantie mocht ik van de makers de tool uitproberen; hierbij mijn verslag.
Door het schrijven van zo'n verhaal kun je leerlingen een hoop kennis laten opdoen. Uiteraard leren ze ervan hoe je een verhaal kunt vertellen: welke structuren een verhaal kan hebben, hoe een plot zich kan ontwikkelen, wat een point of view is enz.
Om het verhaal te kunnen schrijven moeten leerlingen daarnaast ook kennis opdoen van de omgeving: heeft zich daar in het verleden iets afgespeeld, is er iets bijzonders te vertellen of te beleven daar, wonen er mensen met een inspirerend verhaal? De makers van de tool vertelden dat elke omgeving eigenlijk is opgebouwd uit een aantal 'lagen': je kunt kijken naar de geschiedenis van de omgeving maar ook naar de flora en fauna ervan, je kunt een verhaal vertellen dat zich afspeelt onder de grond (bedenk maar eens een leuk verhaal dat zich afspeelt in het riool van de stad) of een verhaal waarvoor je de statistische gegevens van de plaats benut.
Last but not least leren leerlingen hoe ze in hun verhaal beelden en geluiden kunnen verwerken, hoe je die kunt bewerken en welke effecten je daarmee kunt bereiken. Daarmee vergroten ze hun technische ict-vaardigheden maar ze worden er ook mediawijzer van.
De basis van de Codex KIT is het pakket Mscape dat je gratis kunt downloaden. Wat de makers van Codex Kit aan de software hebben toegevoegd is een handige digitale tutorial die de leerlingen stap voor stap door de software leidt, en - belangrijker - tips geeft hoe ze een goed (locatiegebonden) verhaal vertellen. Verder krijg je bij het pakket een kant-en-klare digitale kaart van je eigen omgeving die je kunt gebruiken om het verhaal te schrijven. De bijbehorende internetsite biedt erg veel mogelijkheden voor uitbreiding van de kennis over verhalen vertellen, geluid- en beeld bewerken en werken met Mscape.
Als je de Codex KIT bestelt krijg je een uitgebreidere versie van deze handleiding met complete lesprogramma's op 4 verschillende niveaus (een introductie van 1 lesuur, en lessen van 2 lesuren, van 3 tot 4 en van minimaal 6 lesuren. Daarbij komt dan nog het lopen van de wandelingen).
Wat ik sterk vind van de kit is dat het zich beperkt tot de basismogelijkheden van Mscape en de focus leggen op de (educatieve) mogelijkheden ervan. Voor de techneuten/informatica-liefhebbers onder ons is dat misschien jammer: er is nog véél meer mogelijk met het programma Mscape en al helemaal als je de allernieuwste (beta-)versie gebruikt. Maar daarmee is de kit wel heel interessant voor alle andere vakken, van biologie tot geschiedenis, van wiskunde tot Nederlands: je kunt met Codex KIT leren voor alle vakken en aangepast aan de tijd die je daarvoor hebt.
Tot slot: wat kost de Codex KIT en wat krijg je daarvoor? Alle informatie daarover vind je op de pagina voor docenten 'Codex KIT bestellen' en 'Het lespakket'. Het totale Codex KIT pakket bestaat uit: Een leskist met daarin:
15 PDA’s met cradle, oplader en de benodigde software (al geïnstalleerd),
15 koptelefoons,
15 leerlingenhandleidingen.
Daarnaast krijg je een cd met bestanden (ook met een code te downloaden via de site)
Docentenhandleiding,
Codex KIT Tutorial waarmee de leerling door het project wordt geleid.
Op de cd staat ook MScape en Active Sync. Dat is handig omdat je dan de goede versie van het programma hebt en alles bij elkaar hebt maar die software is ook gratis te downloaden via de site van HP, de maker van het programma MScape.
Om de kit 2 weken in huis te hebben betaal je € 355,= (incl. € 60,= vervoerskosten). Voor elke week die je de kit langer in huis wilt hebben komt daar € 100,= bij. Een week voordat je de kit ontvangt krijg je toegang tot het downloadgedeelte van de site zodat je met je leerlingen alvast aan de slag kunt gaan met het verkennen van de software en misschien ook al een begin kunt maken met het verzamelen van materialen e.d. voor het schrijven van het verhaal.
Er is één minpunt: de kit kan op dit moment alleen nog besteld worden door scholen in Zuid Holland. Ik hoop dat die beperking er gauw afgaat want de Codex Kit is natuurlijk een prachtige kans voor alle scholen in Nederland!
Het Creative Learning Lab van Waag Society 'onderzoekt en ontwikkelt innovatief onderwijs met creatieve technologie'. Uit de koker van De Waag zijn al heel wat inspirerende projecten gekomen: Teylers Adventure: een spel waarbij je onderzoek moet doen in het Teylers museum om te voorkomen dat de museumcollectie wordt verkocht, Scratchworx: een project waarbij jongeren zelf video-, foto- en geluidopnames maken, bewerken en mixen tot een live performance en Frequentie 1550: één van de eerste mobiele spellen (het eerste mobiele spel voor het onderwijs was volgens mij Codex Kodanski dat ontwikkeld is door Hootchie Cootchie).
Wil je inspiratie opdoen voor onderwijs dan is het de moeite waard eens je licht op te steken bij Creative Learning Lab. Je kunt dat natuurlijk doen door de projecten op hun site uitgebreid te bekijken maar Creative Learning Lab maakt het je makkelijker: ze organiseren inspiratiebijeenkomsten voor docenten en leidinggevenden van het basisonderwijs (20 mei, 15.00 tot 17.00 uur), het voortgezet onderwijs (28 mei, 15.00 tot 17.00 uur) en voor PABO studenten/docenten (27 mei, 15.00 tot 17.00). De bijeenkomsten zijn gratis en je kunt er van alles zien, horen en doen. Een greep uit de mogelijkheden:
Het maken van animatiefilmpjes (met iStopMotion voor de Mac)
Het maken van technisch speelgoed (met Picocrickets. Ik hoop daar binnenkort in dit weblog wat meer over te kunnen vertellen)
Het maken van GPS spellen (met het Games Atelier van De Waag)
De (4 à 5) miniworkshops staan opgesteld in een ruimte. De deelnemers kunnen na een korte introductie zelf bepalen hoeveel en welke miniworkshops ze gaan volgen of bekijken. Na het volgen en bekijken van de miniworkshops volgt een discussie over de mogelijkheden binnen het onderwijs.
De toepassingen waarmee je gaat werken zijn laagdrempelig; d.w.z. dat het niet moeilijk is om hiermee te leren werken. Maar de mogelijkheden ervan zijn groot: met een animatie kun je leerlingen een verhaal laten vertellen of een visie neer laten zetten, leerstof laten uitleggen, vormgeven, muziek maken, enz. Een GPS-spel kun je maken voor alle vakken en met Picocrickets kun je allerlei zaken die te maken hebben met techniek aan de orde laten komen. Er kan dus makkelijk aangesloten worden bij het curriculum.
Maar nog belangrijker dan aansluiting bij het curriculum vind ik de creatieve impuls die uitgaat van het werken met deze middelen. Creativiteit krijgt over het algemeen maar een heel bescheiden plaatsje op onze scholen: hoe verder je komt in je schoolloopbaan des te minder aandacht is er vaak voor de niet-cognitieve vakken. Jammer, vind ik: ik denk dat cognitieve ontwikkeling belangrijk is maar er is zoveel meer! Cognitieve zaken kunnen steeds vaker/beter door computers worden overgenomen worden maar creativiteit (nog) niet. Ik denk daarom dat het van cruciaal belang is dat we onze leerlingen juist op dat gebied meer gaan stimuleren, en ict kan daarbij een prachtig middel zijn.
Meld je dus aan voor één van de inspiratiebijeenkomsten door een mail te sturen aan trainingen_apenstaart_creativelearninglab.org. Om inspiratie op te doen voor je lessen of natuurlijk om je zelf creatief uit te leven ;-)
Het nieuws bestaat al een tijdje dankzij mijn supertrotse (en superwijze) moeder. Ik mocht dit ook als eerste verkondigen, maar ik was liever wat meer op de hoogte van de vooruitgang van de situatie voordat ik halsoverkop een blogje zou gaan schrijven. Daarom heb ik ervoor gekozen om de vakantie ertussen te houden, zodat ik nu mijn verhaal kan vertellen.
Vreemd genoeg begint dit verhaal niet bij het weblog. In het lokale nieuwsblaadje van mijn school stond iets over een wedstrijd van een organisatie die me vaag bekend voorkwam. Aangezien het concept van de wedstrijd mij zeer aansprak, ben ik meteen gaan brainstormen met in gedachte houdend alle dingen die ik de afgelopen jaren heb gezien en meegemaakt. De oplossing moet in ieder geval:
Docenten enthousiast maken. Veel docenten hebben geen zin om aan de slag te gaan met nieuwe media, deze moet je enthousiast maken om dit wel te doen.
Toegankelijk zijn. Docenten moeten zonder te veel moeite al een les kunnen geven met nieuwe media.
Docenten makkelijk leren met nieuwe media om te gaan. Veel docenten weten totaal niet hoe ze met bijvoorbeeld facebook om moeten gaan omdat dit na hun generatie is.
Goed bekend worden. Er zijn veel dingen geschreven op het gebied van nieuwe media en hoe er mee les te geven, maar deze vinden de geïnteresseerde docent niet, en de docent probeert vervolgens vaak zelf allerlei dingen uit, niet wetend hoe breed de mogelijkheden zijn.
Mijn oplossing om deze punten op te lossen is het bouwen van een website met kant-en-klare lessen om zo docenten makkelijk mediawijs te maken en ook de lessen wat op te fleuren. Ik probeer docenten een makkelijk alternatief te geven. Met dit idee heb ik de prijs gewonnen.
Na een start als bibliothecaris in het onderwijs heb ik me gespecialiseerd in informatie (gedrukt of digitaal, in tekst, games, illustraties enz.) en communicatie m.b.v. ICT. Het stimuleren van actief, kritisch en bewust gebruik van media door lerenden staat centraal in mijn werk. Ik werk voor het hele onderwijsveld: vanaf basis- tot en met hoger onderwijs. Mijn meest recente activiteiten zijn: medeschrijver van het boek Slimmerkunde, initiatiefnemer en bestuurslid MediaMachtig, ontwikkelen van een serie best practices voor SURFnet, begeleiden van gamesprojecten bij de Innovatieregeling van SURFnet, ontwikkelen 23 OVC Dingen en mede-ontwikkelaar 21eDingen, ontwikkeling Creative Game Challenge.
Lees meer over wat ik doe en heb gedaan in mijn portfolio.
Hallo, ik ben Martijn en ik ben 23 jaar. Ik ben de zoon van Margreet van den Berg en ben daarom de jongere kant van het weblog. Ik begon toen ik bij het weblog kwam met het schrijven van reviews, maar in de tijd dat ik blog, heeft zich een wereld voor mij geopenbaard. Ik ben hier dan ook mee aan de slag gegaan, en ik ben dankbaar voor alle kansen die ik heb gekregen om hier een bijdrage aan te leveren. Tegenwoordig laat ik het gamen een beetje links liggen, en schrijf ik vooral over onderwijs en wat ik daarin zie. Mijn toekomst zit niet hierin, daarvoor zouden mijn ambities te hoog liggen (I can't change the world ;-) ), maar tot die tijd hoop ik een interessante bijdrage te leveren aan dit weblog.
N.B. In verband met zijn studie heeft Martijn zijn bijdrage aan dit blog (voorlopig) opgeschort.