donderdag 29 september 2011

Omgaan met ICT

Door: Martijn van den Berg
Toen ik nog op de middelbare school zat, ergerde ik me vaak kapot aan de gebrekkige ict-voorzieningen van mijn school. Dat er altijd gebrekkig, of zelfs geen internet was. Dat het enige wat je kon op een pc Word en internet was. Dat de helft van de websites geblokkeerd werd om ons maar niet af te leiden van schoolwerk. Gelukkig zie ik, met name de laatste tijd, steeds meer scholen die een stap naar ICT proberen te zetten.

Zo zag ik een tijdje geleden een voorbeeld van een school die alle leerlingen Ipads had gegeven. Natuurlijk was dat voor de leerlingen als een droom. Maar later bleek dat de leerlingen met hun Ipad meer met spelletjes en sociale netwerken bezig waren dan met school, tot frustratie van de docenten. Hetzelfde zag ik ook bij verschillende scholen die laptops in de klas uitprobeerden.

ICT aanschaffen voor leerlingen is natuurlijk heel erg leuk, maar als je leerlingen alleen een laptop of een Ipad geeft gaan ze natuurlijk eerst de dingen doen die ze thuis ook het liefst doen. En dat is geen school. Je moet dan wel een heel erg goed plan klaar hebben staan om met de nieuwe ict ook daadwerkelijk te gebruiken.

En dan ben je er nog niet, want zelfs met een erg goed plan kan het nog mis gaan. Het moeilijkste is vaak om de hele school mee te krijgen. Aangezien de ontwikkeling van ict niet stilstaat, moet je ook verder blijven ontwikkelen, en dit kan alleen door docenten zo ver te krijgen dat ze ook manieren gaan bedenken om de ict op een leuke manier te gaan gebruiken.

Het lukt misschien niet altijd om dingen als laptops en Ipads succesvol in te voeren. Dit is een moeilijk proces, en gaat niet altijd even snel. Ik denk wel dat het op elke school te doen valt, mits het geleidelijk gaat. Als je eerst een goede internetverbinding hebt door de hele school en een goed computernetwerk met een creatieve systeembeheerder, komt het vanzelf dat mensen nieuwsgierig worden naar wat er nu gaan gebeurt, en gaan uitproberen. Na een tijdje kan je dan gaan denken aan de volgende stap.

woensdag 28 september 2011

Maak geschiedenis met de klas

Als we het hebben over momenten van frontaal klassikaal onderwijs waar mensen van hebben genoten, dan wordt vaak verwezen naar een geschiedenisdocent die van die spannende verhalen kon vertellen. Ik heb ook zo'n docent gehad: hij vertelde zijn verhalen aan de klas en ik zat vaak een heel uur stil te luisteren. Maar hoe spannend ik de verhalen ook vond: het bleef voor mij lastig om de verhalen te onthouden. Ik denk dan ook dat verhalen vertellen niet genoeg is: na het vertellen van een verhaal moet je leerlingen ook iets laten doen met dat verhaal om het verhaal in het lange-termijn-geheugen op te laten slaan.

Een manier om dat te doen is door leerlingen te vragen beelden te zoeken bij het geschiedenisverhaal dat ze hebben gehoord (of gelezen) en die vast te prikken op een wereldkaart, op de locatie waar de geschiedenis zich afspeelde. Bij een verhaal over het einde van de Tweede Wereldoorlog kunnen ze bijvoorbeeld een foto zoeken van hotel de Wereld, waar op 5 mei 1945 onderhandelingen plaats vonden over de overgave van de Duitse bezetter in Nederland. En bij de lessen over Nederlands-Indië kunnen ze beelden zoeken van de plaatsen waarover in Max Havelaar verteld wordt. En natuurlijk kan je ze ook vragen om na te denken over 'historische' momenten in hun eigen leven en daar foto's bij te zoeken.

Met de tool HistoryPin kunnen deze foto's, voorzien van een titel en een toelichtende tekst, vervolgens op een wereldkaart geprikt worden en van een datum voorzien. Een leuk extraatje van deze tool is dat als je een oude foto hebt van een locatie (bijv. een foto van Hotel de Wereld in Wageningen), je die foto kunt plakken over de Google Streetview van die locatie, zodat precies kunt zien hoe de omgeving er toen uit zag in vergelijking met nu.

Je kunt HistoryPin ook gebruiken om beelden te zoeken bij de geschiedenis. Daarvoor zoom je op de kaart in op de plaats en je geeft aan uit welke periode je beelden wilt bekijken. Je kunt ook zoeken op woorden in de titel of in de toelichtende teksten bij de foto's (zoek bijv. op WWII). Je kunt op tijd zoeken vanaf 1840 tot nu; wil je iets zoeken uit de periode daarvoor dan moet je zoeken op woorden (bijv. Napoleon).Door de foto's die jij of je leerlingen vinden te benoemen als jouw favorieten, kan je daarmee (en ook met de foto's die je zelf online zet) een 'tour' samenstellen. Deze tour kan je bekijken als lijst van foto's, geplaatst in de kaart of als diashow.

Met HistoryPin kan je actief aan de slag met geschiedenis en beelden toevoegen aan verhalen om zo de verhalen langer te laten beklijven. Maar let wel op: je mag alleen foto's uploaden waarvan je zelf de rechten hebt, of die vrij te gebruiken zijn. De foto's die de leerlingen online zetten zijn vervolgens wel beschermd door copyright en gekoppeld aan hun gebruikersnaam en profiel op de site. Wie een foto online zet, doet dat dus niet anoniem. Dat kan zowel positief zijn (ere wie ere toekomt), als negatief (als je 'rare' foto's online zet kan de eigenaar achterhaald worden).

Dus vraag leerlingen zelf hun eigen foto's (of tekeningen) te maken of laat ze zoeken naar vrij te gebruiken beeldmateriaal. Dan leren ze niet alleen over geschiedenis, maar worden ze ook mediawijzer!


dinsdag 27 september 2011

Professionalisering: door de school zelf!

De laatste tijd heb ik me veel bezig gehouden met professionalisering: hoe kan je dat het beste vormgeven op scholen? Hoe zorg je ervoor dat lesgevenden geïnspireerd raken om hun onderwijs te vernieuwen en verbeteren en voldoende kennis en vaardigheden in huis hebben om die vernieuwingen tot stand te brengen?

Wat vaak gebeurt is dat scholen studiemiddagen organiseren en dan experts workshops en presentaties laten verzorgen. Mijns inziens wel een goede aanpak om een kleine groep mensen te inspireren, maar helaas blijft het daar dan vaak bij. Lang niet altijd komt het tot uitvoering van de ideeën en nog minder vaak worden de ideeën van de innovatieve voorhoede overgenomen door de collega's, waardoor op zich mooie projecten na verloop van tijd een stille dood sterven.

Ik denk dat het van groot belang is dat vernieuwing en verbetering van het onderwijs van binnenuit komt. Dat is geen nieuwe visie: ik zie op steeds meer scholen dat - naast workshops en presentaties van externe experts - ook interne experts - collega's - hun kennis delen. Ik ben daar erg enthousiast over: het is fijn om van je 'peers' te leren, om te laten zien welke expertise en ervaring je in huis hebt en als je een vernieuwing wil doorvoeren is het veel eenvoudiger om - vaak tussen de bedrijven door - een collega om hulp te vragen dan een externe expert die lang niet altijd aanwezig is op de momenten dat jij hem nodig hebt.

In alle gevallen is het belangrijk dat professionalisering plaats vindt op basis van een visie: hoe ziet op dit moment het onderwijs eruit, waar moet het naar toe en op welke gebieden is professionalisering noodzakelijk?

Wie het onderwijs wil verrijken met ICT kan voor professionalisering gebruik maken van één van de '23 Dingen'-cursussen. Deze cursus, die in eerste instantie is ontwikkeld voor informatieprofessionals in de VS (23Things), is vertaald voor de Nederlandse bibliotheken (23 Dingen), en vervolgens voor allerlei andere sectoren, waaronder het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs (23 Onderwijsdingen en 23 OVC-Dingen) en het hoger onderwijs (21eDingen).

Deze cursussen zijn beschikbaar onder een Creative Commons licentie en kunnen vrij gebruikt worden door onderwijsinstellingen. Natuurlijk kan je voor het geven van zo'n cursus een externe expert inhuren, maar dat is niet hoe deze cursussen opgezet zijn. Het is de bedoeling dat de cursus in groepjes van 4 tot 8 mensen gevolgd worden, onder leiding van een groepsbegeleider: een collega van de eigen onderwijsinstelling.

Deze begeleider hoeft zelf geen expert te zijn op het gebied van ICT in het onderwijs: daarvoor kan hij een beroep doen op de collega's in de onderwijsinstelling of - als niemand binnen de onderwijsinstelling de vraag kan beantwoorden, de cursuscoördinator. De taak van de begeleider is zijn collega's te stimuleren om met het materiaal aan de slag te gaan, onderling kennis te delen en eventuele (inhoudelijke of procesmatige) problemen te signaleren en die op te lossen. Als dat nodig is organiseert de begeleider overleg tussen de deelnemers van zijn groepje, extra bijeenkomsten of roept de hulp in van de cursuscoördinator.

De cursuscoördinator heeft tot taak een aantal centrale bijeenkomsten te organiseren (voor alle deelnemers aan de cursus), overleg tussen de groepsbegeleiders tot stand te brengen en vragen te beantwoorden die door de collega's binnen de eigen instelling niet beantwoord kunnen worden.

De 23Dingen-cursussen zijn behoorlijk omvangrijk en - zo heb ik ervaren - voor de meeste onderwijsinstellingen - teveel om als geheel aan te bieden aan de onderwijsgevenden. Ik zou daarom willen adviseren om als je zo'n cursus aanbiedt, eerst een selectie te maken uit het beschikbare lesmateriaal op basis van de onderwijsvisie van de onderwijsinstelling. Wat wil je bereiken met het inzetten van ict: wil je het onderwijs verbinden met de buitenwereld, competenties centraal stellen, onderwijs flexibeler maken, wil je dat leerlingen metacognitieve vaardigheden ontwikkelen of dat ze hun eigen kennis construeren?

Op basis van deze visie en op basis van de wensen van de groepjes (van een sectie, afdeling, jaarlaag) maak je een selectie uit het materiaal van een 23dingen-cursus. Niet minder van belang vind ik het dat dat dit materiaal aangepast wordt aan de onderwijsinstelling zodat de ict-mogelijkheden van de onderwijsinstelling (hardware en software) in de cursus verwerkt worden.

Ik zie een aantal voordelen aan deze aanpak:
  • de in de school aanwezige expertise wordt optimaal benut doordat collega's van elkaar leren. Dit heeft als gevolg dat na afloop van de cursus de expertise niet met de externe expert uit de school verdwijnt, maar in de school aanwezig blijft.
  • omdat het materiaal online beschikbaar is en de cursus in groepjes gevolgd wordt, kan optimaal afgestemd worden op de mogelijkheden (tijd en plaats) en (inhoudelijke) wensen van de cursisten,
  • Omdat de 23dingen-cursussen onder een CC-licentie beschikbaar zijn en door zoveel verschillende organisaties zijn aangepast en verder ontwikkeld, is het materiaal vrij beschikbaar en het is relatief eenvoudig om het materiaal aan te passen aan de eigen wensen.
  • Daarnaast maakt het brede gebruik van de 23dingen-cursussen het mogelijk om gebruik te maken van expertise van anderen die al eerder een 23dingen-cursus hebben gevolgd. Scholen in het VO en PO kunnen bijvoorbeeld contact leggen met de openbare bibliotheek in hun plaats om te kijken of zij een bijdrage kunnen leveren in het professionaliseringstraject. Ik denk hierbij zowel aan het helpen van de docenten om zich de stof eigen te maken als aan het helpen van leerlingen wanneer zij van hun docent/leerkracht de opdracht krijgen om met de ict-tools uit de 23dingen-cursus aan de slag te gaan.
Ik denk dat de 23dingen-cursussen het onderwijs veel te bieden hebben en ik hoop dat veel onderwijsinstellingen dit gratis materiaal gaan gebruiken om het onderwijs te verbeteren met behulp van ICT.

Hieronder een 'glog' waarin ik mijn visie op het gebruik van de 23dingen-cursussen (in dit geval de cursus 23 OVC-dingen) heb samengevat.

Ben je geïnteresseerd in het lesmateriaal van de cursus, neem dan contact op met de OVC of een van de andere aanbieders van een 23 (of 21)dingen-cursus. Je kunt natuurlijk ook reageren via dit blog: dan zal ik proberen je in contact te brengen met de juiste mensen.

maandag 26 september 2011

Gedichten-apps

screenshot JelloWie de iPad (of een andere tabletcomputer) wil gaan gebruiken in het onderwijs, zal al gauw tot de ontdekking komen dat er (nog) niet veel Nederlandstalige apps zijn. Voor sommige activiteiten is dat niet echt een probleem: wie sommen wil oefenen kan net zo goed gebruik maken van een Engelstalige app als van een Nederlandse, en om je eigen strip of animatie te maken met een Engelstalige app hoef je maar een paar woorden te leren.

Anders ligt het natuurlijk als je apps zoekt over de Nederlandse taal: die wil je natuurlijk wel in het Nederlands hebben. Grappig is dat er wel aardig wat apps zijn om je de Nederlandse taal eigen te maken, maar er zijn helaas maar weinig Nederlandstalige apps en er zijn er nog minder over de Nederlandse taal.

Een erg aardige uitzondering op die regel vind ik de poëzie-apps BOEM pats-s-s-s, Jello, The Northern Zone en Stop The Clock. Poëzie-apps zijn, volgens de site, 'poëtische spellen voor je mobile telefoon. Achter iedere poëzie-app zit een bestaand gedicht en het spelen van de app roept dezelfde emotie op als het lezen van dat gedicht'. In de apps hoor je wel geluiden, maar er worden geen teksten uitgesproken.

Boem pats-s-s-s, Jello, Northern zone en Stop the Clock zijn, hoewel de titels misschien anders doen vermoeden, gebaseerd op Nederlandse gedichten: Boem pats-s-s-s is natuurlijk gebaseerd op het werk van Paul van Ostaijen (m.n. de Music hall gedichten), Jello heeft zijn wortels in het gedicht het gedicht 'De Blauwbilgorgel' van C. Buddingh’, The Northern zone is gebaseerd op het gedicht 'De Noorderzon' van Toon Tellegen en de makers van Stop The Clock hebben zich laten inspireren door het gedicht 'Rebuut' van Gerrit Kouwenaar en het boek 'Stil de tijd' van Joke Hermsen.

Ik vind de apps niet allemaal even sterk. Wie Jello wil spelen heeft behoorlijk wat geduld nodig en ik vind het ronduit lastig dat de app The Northern Zone alleen te spelen is tussen twaalf uur 's nachts en vijf uur 's morgens. Natuurlijk is het een fluitje van een cent om de systeemtijd aan te passen en zo op een iets gangbaarder moment de app uit te testen, maar dat vind ik eigenlijk teveel gevraagd van een speler.

Maar ik vind het wel een leuk idee om van een gedicht een spel of een animatie te maken. Niet zozeer op basis van de tekst, maar vooral op basis van de sfeer die het gedicht uitstraalt. Voor leerlingen zal het maken van een app voor een tablet misschien niet haalbaar zijn, maar met tools als Game Maker of Scratch kunnen ze prima uit de voeten voor het maken van een game of animatie.

Een extra uitdaging voor zo'n opdracht zou kunnen zijn om mee te doen met de Creative Game Challenge. Daarvoor moeten leerlingen een game maken rond het thema 'botsingen'. Ga met je leerlingen eens op zoek naar gedichten rond dat thema: mensen die met elkaar 'botsen', objecten die met elkaar botsen, kunststromingen of tijden die met elkaar botsen: er is zijn genoeg gedichten waarin botsingen een rol spelen. Bespreek dan met je leerlingen wat hen aanspreekt in het gedicht dat ze uitgekozen hebben en waarom, en laat ze een mindmap maken en een moodboard. Vervolgens mogen de leerlingen zelf kiezen wat ze gaan maken: een spel van papier, een digitaal spel, een animatie of een video. Op die manier duiken leerlingen echt in een gedicht en maken ze er hun eigen beelden bij.

Laat je het hier weten als je je leerlingen hiermee aan de slag zet?

donderdag 22 september 2011

De 21st century skills

Door: Martijn van den Berg
Zoals al eerder aangekondigd, doe ik mee aan het project 21 learners of the 21st century. In dit project zijn 21 jongeren actief om uit te zoeken wat de 21st century skills zijn en wat deze precies betekenen in Nederland. We worden samen gezet met professionals uit de industrie, schoolleiders, en tot slot de beleidsmakers om te praten over hoe we het onderwijs in Nederland kunnen aanpassen zodat het meer aansluit op de tegenwoordige maatschappij, die toch de laatste tijd erg verandert.

Zo komen er nieuwe banen bij, waarvoor geen opleidingen zijn. Aangezien er nog weinig waarzeggers bestaan die met enige zekerheid kunnen zeggen hoe de toekomst er uit gaat zien, zijn de skills geïdentificeerd in een vooronderzoek uitgevoerd door de universiteit Twente.

Onze meest recente opdracht was om een filmpje te maken in een groepje van 3 learners over 2 skills, en uit te leggen wat deze skills zijn, en wat ze in de praktijk betekenen. Voor ons betekende dit dat we probleemoplossend vermogen en creativiteit mochten uitleggen, wat toch wel skills zijn waarover we beschikken.

Al snel vlogen de ideeën in het rond. We zijn bij elkaar gekomen en hebben binnen een dagje het filmpje gemaakt. Wat ik tof vind aan het maken van dit filmpje is dat iedereen gebruikt waar deze goed in was. Waar de een zeer creatief was met oplossingen bedenken, was de ander weer erg goed met cameratechniek, en kon weer een ander erg goed bewerken. Misschien is het in dit geval ook een typisch voorbeeld van samenwerken, het 1+1+1=4 voorbeeld. Het filmpje valt hieronder te bewonderen.

woensdag 21 september 2011

Engels leren

screenshot website ABEEngels is een taal die we overal om ons heen horen. Maar dat betekent niet dat wel die taal ook allemaal machtig zijn. Gelukkig zijn er veel sites die leerlingen helpen om de taal te leren. Een heel mooie site is de Minneapolis Adult Basic Education, gemaakt door de Minneapolis Community Education. Je vindt er talloze links naar taaloefeningen op het web. Alhoewel de site in principe is gericht op volwassenen, is er voor leerlingen van zowel het basis- als het voortgezet onderwijs - veel te vinden.

De links zijn gerangschikt op het niveau van de leerder: vanaf level 0 (de beginner) tot aan GED (General Educational Development). Per level vind je dan links naar oefeningen voor grammatica, luisteroefeningen, uitspraakoefeningen, leesoefeningen, spellingsoefeningen, woordenoefeningen en schrijfoefeningen. Er zijn ook links naar oefeningen die betrekking hebben op een thema, zoals het dagelijkse leven, eten, vakantie en 'persoonlijke zaken', zoals familieleven en gevoelens. De variatie in oefeningen is groot: er zijn invuloefeningen, spelletjes, quizzen, matchoefeningen en nog veel meer.

Daarnaast zijn er voor docenten links naar algemene sites over de Engelse taal en naar sites over de Amerikaanse cultuur, geschiedenis, het dagelijkse leven enz.

Omdat de oefeningen zowel op niveau als op thema gerangschikt zijn, kan je er makkelijk materiaal vinden ter aanvulling van een les. Voor wanneer het materiaal in de methode onvoldoende mogelijkheden biedt voor oefeningen, om meer variatie te bieden in de oefeningen of voor een leerling die wat extra oefening nodig heeft. De meeste oefeningen kunnen door leerlingen zelfstandig gebruikt worden omdat ze zelf kunnen zien of een antwoord goed of fout is. Wat helaas wel bijna bij alle oefeningen ontbreekt is feedback waarom een antwoord goed of fout is. Je zult dus als docent vinger aan de pols moeten houden of de leerling niet vastloopt of verkeerde ezelsbruggetjes ontwikkelt. De site maakt het je dus wel makkelijker, maar neemt het werk niet van je over!

dinsdag 20 september 2011

Mediawijsheid-dominospel

Vorige week mocht ik voor een groep bovenschoolse ICT-coördinatoren uit het PO een interactieve presentatie verzorgen over mediawijsheid. Nou ben ik niet zo'n fan van presentaties, en al helemaal niet als dat aan het einde van een middag moet gebeuren. Meestal zijn mensen dan al moe, en dan wordt het wel heel lastig om een boodschap over te brengen naar de luisteraars. Daarom bedacht ik een manier om met de mensen aan de slag te gaan. Na wat gepieker en gepeins bedacht ik een dominospel. Echt uittesten kon ik het niet omdat je voor het spelen van het spel minstens een stuk of 8 spelers nodig hebt, dus ik besloot de gok te wagen en het spel ter plekke uit te proberen.

Alhoewel het spel zeker niet vlekkeloos verliep, vond ik het toch de moeite waard. Hadden bij de inleiding op het spel sommige mensen nog moeite om de aandacht erbij te houden; bij het feitelijke spelen werd iedereen actief en betrokken. Wat dat betreft was mijn doel dus bereikt. Maar qua vormgeving moest ik er nog het nodige aan sleutelen en het spelen van het spel vroeg meer uitleg dan ik had verwacht. Maar na herziening ben ik nu tevreden met het resultaat en hoop ik dat het ook voor anderen bruikbaar is.

Wat is nu eigenlijk dit mediawijsheid-dominospel?

Het mediawijsheid-dominospel is bedoeld om onderwijsgevenden en anderen die zich in een school bezig houden met het gebruik van media (bijv. mediathecarissen, mediacoaches, ict-coördinatoren) door leerlingen, met elkaar in gesprek te laten gaan over wat zij al doen op het gebied van mediawijsheid en het werken met media, en wat zij zouden willen gaan doen. Het spel wordt ingezet om zichtbaar te maken:
  • op welke gebieden van mediawijsheid weinig of geen activiteiten ontwikkeld worden,
  • om op gebieden waarop al wel activiteiten ontwikkeld worden gesprekken te voeren hoe deze activiteiten op elkaar afgestemd kunnen worden en hoe aan deze activiteiten verdieping gegeven kan worden,
  • wat er nodig is om onderwijsgevenden en leerlingen en in staat te stellen media in te zetten om hun (onderwijs- en leer)doelen te realiseren,
  • wie binnen de school welke expertise heeft op het gebied van mediagebruik en mediawijsheid.
Het spel kan zowel ingezet worden om scholen te helpen een visie te ontwikkelen ten aanzien van mediagebruik en mediawijsheid, als voor het geven van een praktische invulling aan deze visie.

Na een korte introductie over wat mediawijsheid en hoe dit begrip onderverdeeld kan worden in deelgebieden (in kansen en bedreigingen m.b.t. content, contact en conduct/creatie) wordt het spel gespeeld. Daarvoor worden eerst lege dominostenen door de deelnemers ingevuld met beschrijvingen in steekwoorden van de activiteiten die zij met leerlingen ondernemen op het gebied van het gebruik van media of die zij met de leerlingen zouden willen ondernemen. Vervolgens worden de stenen uitgelegd, waarbij het de bedoeling is dat deelnemers die activiteiten op een bepaald gebied willen ondernemen op zoek gaan naar mensen die hiermee al ervaring hebben opgedaan.

Na het uitleggen van de stenen wordt met de deelnemers het resultaat bekeken en het resultaat geëvalueerd:
  • Zijn er gebieden waarop geen activiteiten ontwikkeld worden of waarop juist overlap is? Is deze situatie gewenst?
  • Wordt aan de leerlingen voldoende ondersteuning (kennis, software, hardware) geboden bij het ‘wijs’ inzetten van media?
  • Wordt aan de onderwijsgevenden voldoende ondersteuning (kennis, software, hardware) geboden bij het ‘wijs’ inzetten van media?
  • Hoe kunnen de deelnemers elkaar helpen bij het wijs gebruik van media in het onderwijs?
Ben je nieuwsgierig geworden en wil je het spel zelf spelen, met leerkrachten/docenten van één of meer scholen, secties, afdelingen, jaarlagen? Je kunt alle informatie (complete beschrijving van het spel en de regels, lege dominostenen enz.) als pdf-bestand hier downloaden. Het spel is beschikbaar onder de Creative Commons licentie CC-by, dus je mag het vrij gebruiken en aanpassen, zolang je er mijn naam als originele maker bij vermeldt. En natuurlijk zou ik het erg leuk vinden om het te horen als je het spel gaat spelen, en als je het hebt gespeeld, hoe het je is bevallen. Mocht je nog vragen hebben of zoek je hulp bij het spelen van het spel, dan kan je me hier vinden.

Succes!

Afbeelding van Tafkabecky, gepubliceerd onder CC-by-nc-sa.

maandag 19 september 2011

Nieuw MediaMachtig-jaar van start

logo Stichting MediaMachtigVandaag is door MediaMachtig een persbericht verstuurd waarin aangekondigd wordt dat met ingang van vandaag een aanvraag voor subsidie voor een mediawijs project ingediend kan worden. Natuurlijk publiceer ik het persbericht ook op mijn blog ;-)


Nieuwe subsidieronde MediaMachtig voor mediawijsheid in het basisonderwijs

Na een zeer succesvolle start in het schooljaar 2010-2011 stelt Stichting MediaMachtig ook dit schooljaar weer subsidie beschikbaar voor scholen in het basisonderwijs die met mediawijsheid aan de slag willen gaan. In het afgelopen jaar konden 12 scholen in het (speciaal) basisonderwijs met hulp van MediaMachtig een project doen waarbij mediawijsheid geïntegreerd in het curriculum werd aangeboden aan de leerlingen. Dit schooljaar hoopt Stichting MediaMachtig 20 scholen een steun in de rug te bieden om leerlingen mediawijs te maken. Aanvragen voor subsidie kunnen met ingang van 19 september ingediend worden via het formulier op de site.

Stichting MediaMachtig wil scholen voor basisonderwijs stimuleren hun leerlingen bewust te maken van de macht van media door ze het werken met media machtig te maken. Door leerlingen digitale vaardigheden bij te brengen en ze laten werken met media, worden ze zich bewust van de mogelijkheden en bedreigingen van het gebruik ervan. Daarvoor stelt MediaMachtig subsidies beschikbaar voor onderwijsvernieuwende projecten waarbij media worden ingezet. Deze projecten moeten passen binnen het normale curriculum, dat wil zeggen dat door het uitvoeren van deze projecten invulling wordt gegeven aan de leerdoelen van het basisonderwijs. Daarnaast moeten deze projecten ook invulling geven aan leerdoelen ten aanzien van mediawijsheid, zoals veilig internetten, informatievaardigheden en leren communiceren met elektronische middelen.

Stichting MediaMachtig zet het onderwijsveld zelf aan het stuur in het subsidietraject. De scholen bepalen zelf hoe ze mediawijsheid willen vormgeven in het onderwijs en de beoordeling van de aanvragen is in handen van een ‘Comité van Machtigen’, bestaande uit leerkrachten. Voor het uitvoeren van hun project leggen scholen contact met een ‘Maatje’: iemand van een andere school of een organisatie die zich bezighoudt met media en mediawijsheid.

Stichting MediaMachtig wordt gesteund door een groot aantal sponsors. Dankzij de steun van APS IT-diensten, Prowise, THORAX en Kennisnet kunnen dit jaar maar liefst 20 aanvragen gehonoreerd kunnen worden. Vives sponsort in 2012 het werk van MediaMachtig in natura door tijdens de IPON een MediaMachtig-bijeenkomst te organiseren.

Aanvragen voor de subsidieronde 2011/2012 kunnen worden ingediend tot uiterlijk 26 november 2011 via het aanvraagformulier dat is te vinden op de website van Stichting MediaMachtig. Een contactformulier biedt de mogelijkheid vragen te stellen aan de organisatie over dit initiatief.

donderdag 15 september 2011

In het diepe gegooid

Door: Martijn van den Berg
Afgelopen week heb ik meer geleerd dan welke week in mijn opleiding dan ook. Geen PBL of hoorcollege kan hier tegenop. Wat ik gedaan heb? Ik heb een week praktijk gelopen als front office manager. Vier shifts, ieder 8 uur, moesten mij in de eerste week leren hoe het is als manager en wat ik moest doen in die positie. Van tevoren wist ik niets over wat ik precies doen moest. Ik heb geen theorie gehad over wat ik nu precies moest doen. Ik kwam gewoon mijn eerste dag en begon.

Natuurlijk is praktijk lopen op het hotel van school geen vergelijking met het werken in een echt hotel. We zijn natuurlijk toch een leerhotel, waar het personeel voornamelijk bestaat uit leerlingen. Je bent onder medestudenten, wat een erg comfortabele werkomgeving geeft, en een van mijn grootste bezigheden was dan ook dat de eerstejaars leerden hoe ze fatsoenlijk de rol van een medewerker front office konden uitvoeren.

En toch voelde het erg echt. De tijdsdruk zorgde ervoor dat mijn dagen over het algemeen langer duurde dan die van mijn collega's. Ik moest alles af hebben voor ik weg ging. Ten slotte was ik eindverantwoordelijk voor de tijd dat ik manager was. Doordat er veel tegelijkertijd gebeurde, was het moeilijk om telkens het overzicht te houden. En dit zijn volgens mij wel dingen waar je als manager rekening mee moet houden. Daarnaast was het ook wel erg leuk om zo veel verantwoordelijkheid te hebben.

Ik geloof dat in uitdagingen goede leermomenten zitten. Als je iemand eens in de zoveel tijd boven zijn niveau laat werken, zal deze persoon creatiever worden, en harder gaan werken. Als je alleen maar dingen doet waar je toch maar weinig moeite voor doet, zul je nooit veel verder komen. Voorwaarde voor deze uitdagingen is overigens wel dat de uitdaging interessant moet zijn, en er enige soort van beloning in moet zitten. (welke in mijn geval was dat ik de hele afdeling kon runnen) Voor mij was het in ieder geval een ongelofelijke leerervaring. En dan mag ik nog vier weken. Ik heb er zin in!

woensdag 14 september 2011

Maak je eigen Android app

screenshot App InventorHoe cool is dat: je eigen app programmeren voor een Android tablet of telefoon! Met App Inventor voor Android van Google kan dat: je bepaalt welke objecten je wil gebruiken en geeft bij elk object aan wat die moet doen als zich een bepaalde situatie voordoet. Object-georiënteerd programmeren dus.

Het voordeel van object georiënteerd programmeren ten opzichte van een taal als Pascal vind ik dat je niet tevoren hoeft te bedenken welke variabelen je gaat gebruiken en welke objecten je nodig hebt, maar dat je die al doende kan toevoegen. Daardoor kan je wat makkelijker experimenteren en zo je programmeervaardigheden ontwikkelen.

De grafische vormgeving van App Inventor helpt daarbij: nadat je de objecten die je wil gaan gebruiken hebt aangemaakt en hebt voorzien van de juiste eigenschappen, open je het programmeerscherm. Daarin zie je welke opdrachten je kan toekennen aan de door jou gemaakte objecten. De opdrachten hebben de vorm van steentjes die je aan elkaar kan koppelen als een soort legosteentjes. Als je klaar bent met het schrijven van je programma, kan je het resultaat bekijken op een aan je p.c. gekoppeld Android-apparaat (telefoon of tablet) of in een ingebouwde emulator. Erg leuk als het klopt (en minder leuk als het niet werkt, want dan moet je ontdekken waar je de mist in bent gegaan ;-) ).

De vormgeving van de App Inventor deed mij sterk denken aan de programmeertaal Scratch: een taal die gemaakt is door het MIT en bedoeld is om kinderen vanaf een jaar of 10 te leren programmeren. Voor wie geïnteresseerd is in Scratch: de TU Delft heeft bij het programma een uitstekende handleiding geschreven.

Maar blijkbaar is die overeenkomst geen toeval: ik vermoed dat App Inventor is geschreven met de hulp van mensen van het MIT. En in de toekomst zal de bemoeienis van het MIT nog groter worden. Met steun van Google is op het MIT een Mobile Learning Lab opgericht dat de software van App Inventor verder uit gaat bouwen. Het nieuwe lab zal zich bezighouden met het ontwerpen en onderzoeken van nieuwe mobiele technologieën die het mogelijk maken dat mensen kunnen leren waar, wanneer en met wie ze zelf willen. En blijkbaar is de App Inventor één van die technologieën waar ze zich op storten!

Ik vind het een positieve ontwikkeling. Het MIT is sterk in leren en heeft al heel wat mooie en gebruiksvriendelijke soft- en hardware ontworpen. Ze zijn niet alleen de mensen die Scratch gemaakt hebben, maar ook van Picocrickets en Picoboard en nog veel meer andere aansprekende projecten. Ik heb er daarom alle vertrouwen in dat zij App Inventor nog veel mooier, gebruiksvriendelijker en toepasbaarder maken voor het onderwijs. En dan is de App Inventor niet alleen cool voor leerlingen die willen/moeten programmeren, maar ook voor hun docenten!

dinsdag 13 september 2011

Webdocs: een document vol met van alles

Wie wil werken op het digibord, zal vaak gebruik maken verschillende websites, tekeningen, video's enz. Je kunt die natuurlijk allemaal tevoren klaar zetten op je digibord, maar je kan ze ook verzamelen in één document en er zo een complete les van maken.

Om zo'n les te maken heb je verschillende tools. Allereerst hebben de meeste digiborden eigen software om een les te maken. Het nadeel daarvan is dat je soms speciale software hebt om die lessen op een andere plek te bekijken en dat je de les die je hebt gemaakt soms niet op borden van een ander merk kan bekijken. Vooral als je lessen wil delen met collega's van andere scholen (met andere digibordsoftware) is het daarom handig om te werken met bord-onafhankelijke software.

Een tool die op veel p.c.'s te vinden is, is het programma OneNote van Microsoft. Pieter Kleinjan, interimdirecteur op Basisschool De Zandbaan, heeft daarover een mooi artikel geschreven. Maar een nadeel van OneNote is dat het niet gebruikt kan worden op apparaten met een ander besturingssysteem dan Windows: dus geen Mac's, geen iPad's en geen Android-apparaten.

Een webbased tool om lessen te maken is Webdoc. Ik heb er wat mee gespeeld, en er onderstaande document mee gemaakt. Webdoc is erg gebruiksvriendelijk (en onderstaande handleiding is dus eigenlijk niet nodig, maar meer bedoeld als vingeroefening voor mijzelf ;-) ), en de mogelijkheden zijn uitgebreid. Je kunt in het document tekstvakken plaatsen, afbeeldingen, geluiden en video's. Je kunt gewoon een witte achtergrond aanhouden in het document, maar je kan ook een kleurtje of een patroon gebruiken. Alles wat je maakt kan je voorzien van een tekstvak of een tekstbubbel, waarin je bijv. uitleg geeft wat het is.

Wat ik erg goed vind van Webdocs is dat ze bij het zoeken van plaatjes de mogelijkheid geven om alleen te zoeken naar plaatjes die hergebruikt mogen worden (dus onder een Creative Commons licentie beschikbaar zijn). Dat biedt prachtige mogelijkheden om met leerlingen het gesprek aan te gaan hoe zij daarmee omgaan en wat zij ervan vinden dat plaatjes hergebruiken van het web niet zomaar mag, maar wel vaak gedaan wordt. Geluidsbestanden worden gehaald van Soundcloud: een website waar je geluidsbestanden vindt die je vrij mag gebruiken.

Naast afbeeldingen, tekst, video en geluid, kan je in een webdoc ook gebruik maken van een behoorlijk aantal apps. Je klikt ze aan, stelt in hoe ze vormgegeven moeten worden in jouw document en klaar. Er zijn apps om te stemmen of te ranken, kleine spelletjes, een diashow te embedden of een presentatie van Slideshare, een Twittersearch en nog zo wat dingen.

Al met al ben ik behoorlijk onder de indruk van Webdocs: makkelijk, veelzijdig en omdat het webbased en niet werkt op Flash, is het bruikbaar op alle mogelijke platforms. Een blijvertje, wat mij betreft!

maandag 12 september 2011

Digibord: een aanwinst of een sta-in-de-weg

Vandaag een post van Harm Hofstede, parttime groepsleerkracht op een Cluster 4 school, groep Fluitvis niveau groep 4/5. Hij schreef dit verhaal naar aanleiding van een bericht op de Scholenlijst, een mailinglist voor mensen die zich bezighouden met ict in het (basis)onderwijs. In dat bericht werd de vraag gesteld of digiborden nu echt een aanwinst zijn voor het onderwijs, of dat de digiborden uiteindelijk weinig goeds hebben gebracht. Harm reageerde daarop met onderstaande beschrijving van een dag in zijn groep en hoe hij het digibord daarbij inzet. Ik vond het verhaal meer dan de moeite waard.

Omdat waarschijnlijk niet iedereen die mijn blog leest ook de berichten volgt in de Scholenlijst, hierbij - met toestemming van Harm - de visie van Harm op het digibord in het onderwijs.



Bij binnenkomst zet ik de beamer aan en direct verschijnt het dagprogramma op het bord. Dat hoef ik dus niet meer ’s morgens vroeg op school neer te zetten, maar heb ik vanaf thuis al voorbereid doordat ik de digibordcomputer kan overnemen.

Voordat de leerlingen binnenkomen start ik vanaf het netwerk rustige yoga-muziek op. Het geluid komt heel zachtjes uit de luidsprekers bij het digibord en de leerlingen komen er rustiger door binnen, zo heb ik ervaren.

Als alle leerlingen er zijn, bespreken we met elkaar welke dag het vandaag is en wat voor weer het is.

Omdat het vrijdag is kijken we na de dagopening naar het jeugdjournaal op het digibord en daarna doen we een quiz.

Tijdens de taalles gebruik ik de leerkrachtassistent van de nieuwe taalmethode. De voorleesverhalen starten met één klik, terwijl de leerlingen de praatplaat groot in beeld zien. Dat is toch handiger dan een cassetterecorder en een leerlingboek onder je kin.

Bij rekenen zijn we druk bezig met klokkijken. Op Bordwerk hebben we een schat aan handige klokken. Wat een verademing vergeleken de houten klok die voorheen aan een spijkertje hing en regelmatig op de grond viel. Bovendien zien de leerlingen nu niet alleen de ronde klok, maar ook digitale tijd én de stand van de maan of de zon. Klokkijken is zoveel meer dan een rondje en twee wijzers.

Vlak voor de pauze vieren we de verjaardag van één van de leerlingen. Vroeger tekende ik een taart op het bord, en met net zoveel plezier en enthousiasme, gebruiken we tegenwoordig een digitale taart in plaats van een krijttaart.

Als ik verkeersles geef herinner ik me weer mijn eigen meester Kees, die slordige kruispunten op het krijtbord knalde en dan vroeg wie er voorrang heeft.
Dankzij het verkeersplein kan ik een situatie op het digibord neerzetten zodat iedereen het goed kan zien. Of beter nog: ik laat de leerlingen situaties bedenken.

’s Middags hebben we circuit: een groepje werkt met zelfcorrigerend materiaal, een groepje werkt met Ambrasoft achter de computer en een groepje werkt met een doos uit de techniektorens. De groepjes zijn elke week anders en worden gekozen door de computer. De kinderen vinden het prachtig om op het digibord te zien hoe eerlijk dat gaat.
Het techniek-groepje heeft een opdracht om een lampje te laten branden. Met de visualizer kunnen we het gloeidraadje heel groot op het digibord bekijken.

Vlak voor het naar huis gaan hebben we nog net even tijd over voor Simon. De spanning is te snijden, het is een concentratiespel voor de hele klas.

Tijdens het circuit heb ik foto’s gemaakt en die staan gelijk op de schoolwebsite – ook dát laat ik op het bord nog even zien, omdat ik hoop dat dat de kinderen thuis tot vertellen over school aanzet.

Kortom, ja – het digibord heeft mij en daarmee mijn leerlingen écht iets opgeleverd!



N.B. Harm heeft ook een pagina met tips voor tools voor op het Digibord. Wil je nog meer tips, bekijk dan de Digibordenpagina's op de Kennisnetsite (ook voor het VO) en de links bij de hoofdstukken en het lesmateriaal bij het Handboek DigiBord & Didactiek van Allard Bijlsma en Jori Mur van De Rode Planeet.

Afbeelding van vegiemince, gepubliceerd onder CC-by-nc.

woensdag 7 september 2011

Scheikunde interactief

Alhoewel scheikunde zeker niet mijn beste vak was, vond ik het toch wel fascinerend om te zien hoe stoffen zijn opgebouwd uit elementen, dat het kleinste deeltje van een element een molecuul is, dat moleculen zijn opgebouwd uit atomen en dat atomen op hun beurt weer zijn opgebouwd uit elektronen, neutronen en protonen. Met die neutronen, protonen en elektronen kan je dus in feite allerlei stoffen maken.

Ik zie daarin overeenkomsten met informatica, waarbij je de wereld terug kunt brengen tot nullen en enen door ingewikkelde vragen op te delen in deelvragen, vervolgens die deelvragen weer terug te brengen naar nog kleinere deelvragen totdat je bij een vraag komt die je kan beantwoorden met ja of nee. Tsja, ik snap dat niet iedereen dat leuk vindt, maar ik hou van dit soort simpele zaken ;-)

Maar scheikunde vond ik toch ingewikkelder en vooral ook erg abstract. Ik vergat steeds hoe het zat met al die verschillende deeltjes. We hadden wel een paar atoommodellen in de kast, maar meestal moesten we het doen met de modellen die de docent voor ons op het bord tekende. En je moest wel heel goed je best doen om je daarbij iets voor te stellen!

Gelukkig zijn er tegenwoordig prachtige middelen om te laten zien hoe stoffen opgebouwd zijn en hoe ze reageren op andere stoffen. Voor de iPad vond ik de app Chemist (zie het filmpje onderaan deze post). Daarmee krijg je een beschikking over een lab waarin je je eigen proefjes kan doen. Het gaf mij het gevoel een heuse alchemist te zijn. Helaas heb ik de Steen der Wijzen nog niet gevonden ;-)

Ook voor wie niet over een iPad beschikt zijn er prachtige sites. Ik ben erg onder de indruk van de site Chemical Education Digital Library. Je kunt daar o.a. geanimeerde atoommodellen bekijken, toelichting krijgen bij de elementen in het periodiek systeem en heel veel tips voor lesmaterialen (waaronder games, simulaties en animaties, zoals deze over de Wet van Boyle). Wil je zelf atoommodellen bouwen? Download dan het (open source) programma Avogadro en leef je uit op het bouwen van eenvoudige en ingewikkelde atoommodellen en toon ze op verschillende manieren (bijv. als bolletjes en stokjes en als draadframe). Bij de software zitten handleidingen en screencasts om uit te leggen wat je er allemaal mee kan doen. Geen overbodige luxe, volgens mij, want de mogelijkheden zijn ruim!

Tot op de dag van vandaag zijn veel scheikundige zaken voor mij geheim gebleven. Maar ik weet zeker dat als ik destijds met dit soort sites had kunnen experimenteren, me veel meer duidelijk was geworden. En mocht ik in bovenstaand stukje allerlei scheikundige missers hebben gemaakt, dan komt dat omdat ik destijds niet de beschikking had over dit soort gereedschappen!


dinsdag 6 september 2011

MediaMachtig: we gaan door in 2011-2012

logo Stichting MediaMachtigHet schooljaar 2010-2011 was het eerste jaar waarin Stichting MediaMachtig subsidie kon geven aan projecten op het gebied van mediawijsheid. We hadden subsidie gekregen van het programma Digivaardig Digibewust waardoor we maar liefst 12 basisscholen geld konden geven om aandacht te geven aan mediawijsheid binnen het curriculum. Van die 12 scholen zijn er 2 afgehaakt gedurende het schooljaar, en 2 scholen zullen hun project afronden in december van dit jaar. De overige 8 scholen hebben hun projecten uitgevoerd voor de zomervakantie. Eind juni hebben ze hun projecten afgerond en een eindevaluatie geschreven, die - samen met de blogposts die geschreven zijn gedurende de looptijd van het project - te vinden zijn op de site van MediaMachtig.

We zijn trots op wat er in de projecten bereikt is:
  • Basisschool De Vendelier die met iPad, iPod en sociale media aan de slag is gegaan, waar leerlingen interviews afnamen, apps beoordeelden en via Twitter vertelden waar ze mee bezig waren. En al doende leerden dat je niet zomaar alles kan delen via het web en dat sommige apps leuk zijn maar dat het niet allemaal goud is wat er blinkt,
  • De Witte Olifant, waar ouders en leerkrachten gezamenlijk optraden en met de leerlingen een heus filmfestival organiseerden en van experts hoorden wat je wel en wat je beter niet kan doen op het web,
  • Op de Dr. Bosschool lazen leerlingen boeken en vertelden in een filmpje waarom ze dat boek zo leuk (of juist helemaal niet leuk) vonden,
  • Leerlingen van groep 2 en 3 van De Groningse Schoolvereniging gingen aan de slag met het maken van een digitale schoolkrant. Daarvan leerden niet alleen de leerlingen: ook voor de leerkrachten ging een wereld open,
  • Op de Brede School Merenwijk maakten leerlingen filmpjes over 'moeilijke woorden' en vergrootten zo hun woordenschat, maar leerden ook over beeldtaal,
  • Voor Nutsschool Hertogin Johanna was de subsidie van MediaMachtig de start van een breed traject waarin de bibliotheek samenwerkt met de school om leerlingen te leren over de mogelijkheden en onmogelijkheden van media, leerlingen hun eigen digitaal portfolio opbouwen en leerkrachten scholing krijgen over sociale media in het onderwijs,
  • Leerlingen van St. Willibrord gingen naar buiten en deden daar een speurtocht met iPods en QR-codes. Gelukkig was het voor de vakantie begon lekker weer, dus dat was een buitenkansje ;-),
  • De achtstegroepers van de Van Asch van Wijckschool, tot slot, zijn dit jaar goed voorbereid aan de slag gegaan in de brugklas. Zij hadden voor de zomervakantie leerlingen uit het VO geïnterviewd over hun ervaringen in de brugklas. Daarmee maakten ze hun eigen overstap naar die grote nieuwe school natuurlijk wel een stuk eenvoudiger!
Wij van MediaMachtig vinden dat de successen van deze projecten smaken naar meer en we zijn dan ook hard op zoek gegaan naar nieuwe sponsors. En alhoewel we nog niet alle financiële gaatjes hebben kunnen vullen, kunnen we wel al met zekerheid zeggen dat we een nieuw MediaMachtig jaar kunnen beginnen. Over een week of twee gaan we de inschrijving open zetten en kunnen (speciale) basisscholen een aanvraag voor subsidie indienen.

Wil jij, net als de projectleiders van vorig jaar, je leerlingen mediawijzer maken? Bekijk dan alvast het reglement zodat je kan nadenken hoe jij tussen januari en eind mei 2012 mediawijsheid een plaats wil geven in het curriculum.

maandag 5 september 2011

Terug van weggeweest

Vandaag zijn de schoolvakanties in heel Nederland weer voorbij en dat betekent dat er vanaf nu weer berichtjes gaan verschijnen in dit blog. Ik heb genoten van een heerlijke vakantie en me ook laten inspireren door allerlei dingen die ik heb gelezen. Boeken, twitter, blogs, kranten en tijdschriften: het is zalig dat er zo veel informatie voorhanden is, die ook nog heel vaak gratis toegankelijk is voor iedereen.

Om daarvan te kunnen genieten, moet je wel een aantal dingen kunnen en weten. Allereerst moet je natuurlijk kunnen lezen. Het is fijn als je verschillende talen beheerst: dan zijn je mogelijkheden groter. Maar dat is niet genoeg: je moet ook weten waar je informatie kan vinden die voor jou interessant is. Daarnaast moet je in staat zijn om te selecteren: er is zoveel informatie dat je die nooit allemaal tot je kan nemen. Het helpt enorm als je weet welke andere mensen zich bezighouden met de onderwerpen die ook voor jou interessant zijn. Natuurlijk moet je ook dan nog filteren, maar de hoeveelheid informatie waaruit je kiest wordt daardoor wel overzichtelijker.

Wat je vervolgens leest, moet je met een kritische blik bekijken: niet alles wat geschreven staat is waar en - bijna - alles wat geschreven staat is subjectief. Het is daarom goed om als je werkelijk iets wilt weten over een onderwerp meer bronnen te raadplegen en zo verschillende visies te kunnen onderscheiden.

Op basis daarvan kan je vervolgens je eigen mening ontwikkelen. Daarvoor moet je in staat zijn om wat je al weet te verbinden met dat wat je hebt gelezen en daaruit je eigen conclusies trekken.

Als je over deze kennis en vaardigheden beschikt, dan kan je blijven leren, ook als je niet (meer) een opleiding volgt. Ik heb op die manier de afgelopen maanden mijn tasje weer gevuld met nieuwe kennis en visies. Daarmee hoop ik - samen met Martijn - het komende schooljaar dit weblog weer te kunnen vullen. En ik hoop dat ook dit schooljaar veel leerlingen en studenten meekrijgen wat ik ook heb meegekregen: de kennis en vaardigheden om niet alleen op school maar ook (lang) daarna nog te leren. Want dat maakt je leven, ook in de vakantie, veel rijker!

Afbeelding van Christine ™, gepubliceerd onder CC-by-nc-nd.