dinsdag 31 januari 2012

ICT toepasbaar gemaakt in innovatieve projecten

Vorige week nodigde ik via dit weblog iedereen die geïnteresseerd is in innovatie in het onderwijs met behulp van ICT uit om naar het seminar Innovatie door Inspiratie te komen, op 15 februari in Maarssen. In dat seminar worden 36 innovatieve projecten gepresenteerd uit alle onderwijssectoren, vanaf het basisonderwijs tot en met het universitair onderwijs. Projecten die - denk ik - navolging verdienen: omdat ze heel direct praktisch toepasbaar zijn,, omdat ze prikkelend zijn, omdat ze onderwijs nieuwe mogelijkheden bieden of omdat de resultaten vragen om verdere uitdieping en onderzoek.

Van alle projecten is een eindevaluatie geschreven en de producten die in het kader van het project ontwikkeld zijn, worden gedeeld met het onderwijs door middel van een Creative Commons licentie. Maar ik kan me voorstellen dat niet iedereen de tijd kan vrijmaken om al die verslagen door te lezen. Ik ben daarom erg blij met het feit dat een aantal projectleiders de essentie van hun project hebben samengevat in een 'ePitch': een kort filmpje dat met dia's verrijkt is, zoals bij een weblecture.De filmpjes zijn te vinden in het 'kanaal' van de SURFnet/Kennisnet Innovatieregeling.

Ik vind deze vorm van pitchen een handig middel om anderen te vertellen over je project. Omdat de filmpjes maar kort zijn vraag je niet teveel van je kijkers, maar omdat in het commentaarveld een link staat naar meer informatie over de projecten kan iedereen die dat wil verder klikken. Hieronder een overzicht van de pitches die gemaakt zijn.
  • Woordenboek in context, van de Universiteit van Tilburg, Faculteit Katholieke Theologie. Klik hier voor meer informatie over dit project.
  • Coach in the pocket, van de Hogeschool Leiden. Klik hier voor meer informatie over dit project.
  • Flipcamera, van het Mondriaan College Oss. Klik hier voor meer informatie over dit project.
  • Videovergelijker, van de Guyotschool, thema: Nieuwe videotoepassingen. Klik hier voor meer informatie over dit project.
  • History in Close-up, van Lentiz onderwijsgroep | Dalton MAVO. Klik hier voor meer informatie over dit project.

Ik ben heel benieuwd wat jullie van deze pitches vinden. Wat vind je van deze manier om je verhaal te vertellen? En wat vind je van de pitches zelf? Door middel van een 'duimpje omoog' kan je laten weten welk(e) project(en) je aanspreekt/aanspreken.

En mocht je naar het seminar willen komen? Er zijn nog plaatsen vrij. Wel even aanmelden dan!

maandag 30 januari 2012

Audiotours maken: leuk en leerzaam!

Veel musea bieden het aan: een audiotour. Een soort 'ingeblikte' gids die je in het museum vertelt wat je daar kan zien. Handig, want deze gids vertelt zijn verhaal in het tempo dat jij wilt, zodat je nooit op een groep hoeft te wachten en het verhaal net zo vaak kan beluisteren als je wilt. Je kunt de gids alleen geen vragen stellen, maar gelukkig zijn er in de meeste musea suppoosten bij wie je je vragen kwijt kan. Audiotours in musea werken vaak met codes: je houdt je audio-apparaat bij een speciaal merkteken in het museum, die ervoor zorgt dat het audiobestand op het juiste punt begint met afspelen.

Er zijn ook audiotours voor buiten. Die werken als regel niet met zo'n markeerpunt, maar maken gebruik van GPS: het systeem dat ook door je TomTom (of een ander routesysteem) wordt gebruikt. Het maken van zo'n audiotour was een tijd lang voorbehouden aan experts, maar er komen steeds meer programma's waarmee leken audiotours kunnen maken, zoals Mscape/Create-a-Scape, GPS Mission (beide van een handleiding voorzien door Fontys PTH Educatieve Dienstverlening, en ARIS, alhoewel die laatste nog niet helemaal zonder bugs lijkt te zijn.

Een tool die ik onlangs ontdekte is Geotrio. Daarmee maak je op je iPhone of iPad (helaas is er nog geen Geotrio-app voor Android) in een handomdraai je eigen audiotour. Het is niet moeilijker dan het apparaat aanzetten en de route lopen (of fietsen/rijden: dat maakt niks uit). Op de plekken waar je wilt dat de gebruikers van jouw audiotour iets bekijken en te horen krijgen, sta je stil en je drukt op de opnameknop. Heb je je tekst ingesproken, dan loop je weer verder. Simpeler kan het echt niet. Ben je klaar met je tocht, dan zorg je dat je mobiele device toegang heeft tot internet, zodat je tocht geüpload kan worden naar de servers van Geotrio. Je kan dan op een p.c. nog een aantal veranderingen aanbrengen in de tour: een plaatje toevoegen dat getoond wordt bij de start, of een plaatje bij een 'halteplaats' (standaard krijg je bij een halteplaats een foto van die plek uit Google Maps), je geluidsopname vervangen door een andere opname en je route verleggen.

Nadat je eventuele wijzigingen hebt aangebracht, moet je je tour aanbieden ter review. Pas nadat de tour is goedgekeurd wordt deze voor andere gebruikers zichtbaar. Als je je tour plaatst in de categorie 'Casual Tours' is de review beperkt. Bij mij zaten er exact 3 minuten tussen het aanbieden en het goedkeuren van mijn tour. Door je tour in de categorie 'Casual Tours' te plaatsen, kan je er geen geld voor vragen als mensen je tour lopen, maar dat zal voor gebruik in het onderwijs vermoedelijk geen probleem zijn.


Als je een tour (van iemand anders) loopt, kan je tevoren en tijdens het lopen op de kaart zien hoe je moet lopen. Je kan ook tevoren de geluidsbestanden beluisteren, en de extra plaatjes bekijken. Dat maakt een tour wel minder spannend, maar als je ervoor zorgt dat het geluidsbestand en het toegevoegde beeld pas echt waarde krijgt als je op de locatie zelf bent (bijvoorbeeld doordat je op de plek zelf iets moet bekijken of doen, of omdat het plaatje iets toevoegt aan de locatie die de gebruiker gaat bekijken), dan blijft de tocht interessant.

Wat kan je doen met Geotrio? Je kunt natuurlijk zelf een audiotour maken: over kunst in de regio, over dieren of planten in de omgeving, over architectuur, over de infrastructuur of de geschiedenis van een plaats enz. Je kan ook je leerlingen - in groepjes - een audiotour laten maken. Laat ze informatie opzoeken en tevoren de route voorbereiden, bijvoorbeeld met Google maps. Ze kunnen in de route opdrachten verwerken die onderweg gemaakt moeten worden: op een papiertje of op de iPhone of iPad: die hebben ze toch bij de hand. Een opdracht kan zijn om een foto te maken, een filmpje, bijvoorbeeld van een rollenspel dat ze spelen, een vraag beantwoorden en insturen (via SMS of internet), maar ook het oplossen van een rebus waarbij ze op de locatie zelf de beelden zien en in de plaatjes in de tocht zien welke letters vervangen moeten worden (bijv. in het geluidsbestand krijgen ze de opdracht te kijken van wie het standbeeld is dat staat op punt X en in het plaatje op die locatie zien ze welke letters vervangen moeten worden).

Wat leerlingen leren van het maken van een audiotour is afhankelijk van het onderwerp van de tocht. Daarnaast kan je ze mediawijzer maken, bijvoorbeeld door met ze praten over hoe je informatie op internet zoekt en beoordeelt, of je voor het maken van een account bij Geotrio nu wel of niet je echte naam opgeeft of niet en of het nu wel of geen goed idee is dat je bij Geotrio verplicht bent om jouw tocht te uploaden naar de server van Geotrio.

Leerlingen in het basisonderwijs zullen bij het bedenken van zo'n tocht zeker wat hulp nodig hebben, bijvoorbeeld door het hele proces in stukken te hakken: eerst bedenken wat je wilt laten zien, dan de route uitstippelen, dan vragen bedenken, teksten uitschrijven die ze kunnen inspreken en het benodigde beeldmateriaal maken of zoeken. Maar met die hulp en natuurlijk de benodigde apparatuur kunnen leerlingen al vanaf groep 6 hun eigen tours maken. Leuk voor de les en ook bijvoorbeeld om je ouders uit te nodigen om jouw tocht te lopen. En misschien is er ook wel een afspraak te maken met de VVV uit de omgeving, het gemeentehuis of de bibliotheek: zij zullen het vast handig vinden als leerlingen een Geotrio-tocht maken over de plaats en wat daar allemaal te doen is.





donderdag 26 januari 2012

Hospiteren

Door: Martijn van den Berg
Ik woon in een studentenhuis in de binnenstad van Leeuwarden met nog 9 studenten. Dit betekent dat je nooit invloed kan hebben op met wie je samenwoont. Daarnaast deel je de gemeenschappelijke ruimtes met anderen, wat je heel erg afhankelijk maakt van andere huisgenoten. Daarom wordt het huis erg vaak gebruikt als doorstroom naar een betere woning. Aangezien het huis wel populair is onder studenten, betekent dit een hoge doorstroom. Een paar weken geleden stonden er nog 4 kamers leeg. Tijd voor een kijkdag.

Op een kijkdag nodigen we via facebook en kamernet mensen uit tussen een bepaalde tijd langs te komen. Als deze mensen komen, geven we ze een korte rondleiding, en proberen we tijdens de rondleiding een beetje het karakter in te schatten van deze personen. Daarna gaan we rond de tafel zitten, en besluiten we wie we in huis willen hebben. Dit proces heet hospiteren.

Vorige keer stonden er op mijn verdieping 3 kamers leeg, en dus een lastige beslissing, en minder keus. Ik bewaak de kwaliteit van de verdieping streng. Ik probeer te zorgen dat de hele groep samen eet, afwast en schoonmaakt, en organiseer daarnaast de meeste huisfeestjes. Dit werkt echter alleen als mensen hieraan willen meewerken. Dit betekent voor nieuwe mensen dat je binnen de 15 minuten van de rondleiding moet inschatten of ze het type zijn die een dergelijk systeem aankunnen. En dit is erg moeilijk.

Mensen die op het eerste gezicht rustig overkomen, kunnen in het bijzijn van vrienden erg luidruchtig zijn, en andersom. Mensen die er zelf erg netjes uitzien, kunnen zo mensen zijn die met afwassen en schoonmaken het laten afweten. Je kunt mensen wel vragen wat voor personen ze zijn, maar niet elk persoon beschikt over genoeg zelfkennis.

We hebben uiteindelijk 3 van de 4 mensen gevonden. De keuze lag erg moeilijk, aangezien je met alleen rustige mensen of alleen drukke mensen nergens komt. Je moet mensen uitkiezen waarvan je denkt dat ze bij elkaar passen. Binnenkort is het verhuistijd, en dan gaan we zien of mijn keuzes ook echt gewerkt hebben.

woensdag 25 januari 2012

Tablet of laptop: that's the question!

Heel veel scholen houden zich op dit moment bezig met de vraag via welke device(s) ze hun leerlingen toegang willen geven tot internet en alle tools die daar te vinden zijn en tot de leermaterialen die de leerlingen nodig hebben voor hun lessen. De antwoorden op die vraag zijn uiteenlopend: er zijn (nog) heel veel scholen waar leerlingen geen eigen device hebben maar wel gebruik kunnen maken van een groot aantal p.c.'s in lokalen, studiecentra en mediatheken, er zijn scholen waar minder wordt geïnvesteerd in laptops of p.c.'s op school omdat leerlingen daar een eigen laptop krijgen van school en er zijn ook scholen die hun leerlingen geen laptop geven maar een tablet.

Wat de beste keuze is, is natuurlijk afhankelijk van wat de school wil met het onderwijs. Aan het besluit welke investeringen de school doet in hardware voor de leerlingen, gaan dan ook vaak vele vergaderingen vanaf: welk doel willen we bereiken en wat zijn daarbij onze prioriteiten, en welke investeringen (zowel in geld als wat betreft scholing) willen we doen om dat doel te bereiken?

Zoals altijd geldt ook hierbij: praten is goed, maar daar moet je het niet bij laten: je moet er ook mee aan de slag. Dat was ook de insteek van het Mondriaan college in Oss. Zij zijn van plan het komend schooljaar hun leerlingen een eigen device te geven, en wilden - net als veel scholen op dit moment - weten welk device het beste past bij hun onderwijsvisie. Om daarachter te komen hebben zij - samen met Kennisnet - een uitgebreide plugfest-bijeenkomst georganiseerd waar ze eerst kennis maakten met een aantal mogelijke toepassingen van ICT in de klas, variërend van het gebruik van Twitter in de geschiedenisles tot het samen met de klas opzetten van een Wiki.

Vervolgens kwamen de verschillende devices waarvan ze de mogelijkheden en grenzen wilden verkennen op tafel: laptops en tablets van verschillende merken (Asus en Apple) en - dus ook - besturingssystemen. Om gedegen te kunnen testen was tevoren een testformulier opgesteld, met daarin allerlei opdrachten die leerlingen op school nu (op de huidige computers op school) - moeten en kunnen doen. Deze opdrachten  waren ingedeeld in de categorieën: materialen delen, audio en video afspelen/bekijken, digitaal leermateriaal van diverse uitgevers en organisaties bekijken, zelf creëren, gebruik van de ELO en bijzondere toepassingen zoals het gebruik van digibordsoftware en dyslexiemiddelen. De opdrachten werden op alle devices uitgeprobeerd en in het formulier werd opgeschreven wat het apparaat wel en niet kon: kon de opdracht uitgevoerd worden of niet, moest er speciale software geïnstalleerd worden, was alles op een goede manier zichtbaar op het scherm enz. Deze resultaten werden vervolgens in een excelformulier gezet in de vorm van plussen en minnen. Daarbij moesten de testers aangeven wat het belang was van die functie voor de lessen zoals ze die nu gaven.

Ik ben zelf niet bij de bijeenkomst geweest, maar ik hoorde van de organisator vanuit het Mondriaan college, Linda Le Grand, dat de dag een groot succes was omdat directie, docenten en leerlingen (allen vertegenwoordigd in de bijeenkomst) nu beter zicht hadden op de eisen die ze zelf stellen aan de ict-middelen voor hun lessen en op de mate waarin de diverse devices op dit moment aan die eisen tegemoet komen.

Ik heb Linda gevraagd of ze hun ervaringen wil delen via dit blog en dat wil ze graag doen. Daarom hierbij de links naar een aantal bestanden:
 Op dit moment zijn alleen de resultaten uitgewerkt voor de Asus Eepad; de resultaten voor de iPad komen binnenkort beschikbaar.

Als je op school overweegt de leerlingen van een eigen device te voorzien, dan kan ik je zeker adviseren om gebruik te maken van de materialen. De resultaten van de tests zijn interessant als eerste oriëntatie: wat kunnen de apparaten wel en wat niet. Ben je al een stap verder en wil de school op korte termijn nieuwe devices aanschaffen, dan zou ik je adviseren om zelf - mede op basis van het door het Mondriaan college ontwikkelde formulier - een eigen testformulier te ontwikkelen. Immers elke school heeft zijn eigen onderwijsvisie, elke docent heeft zijn eigen voorkeuren voor tools en leermaterialen en ook leerlingen hebben hun eigen visie en mogelijkheden m.b.t. het gebruik van apparatuur op en voor school.

Er is nog veel meer materiaal voor en over deze dag gemaakt: te veel om in deze blogpost te delen. Wil je meer informatie over de aanpak en de uitkomsten van deze dag, laat dan een reactie achter onder dit blog. Linda heeft beloofd te reageren op jullie vragen.

N.B. Inmiddels zijn ook de resultaten van de test op de iPad bekend. Je kan ze hier bekijken en downloaden. 

dinsdag 24 januari 2012

Leren en het brein

In de kerstvakantie heb ik een aantal boeken en andere publicaties gelezen over het brein. Dat onderwerp is nogal hot en ik heb de indruk dat er heel veel meer over verteld wordt dan dat we erover weten, maar dat weerhoudt me er niet van om met enige regelmaat me in de materie te verdiepen. Je weet immers maar nooit of het nog iets leuks oplevert ;-)

Mijn allerbelangrijkste conclusie is dat we (op dit moment nog) geen algemeen geldende regels kunnen opstellen voor het onderwijs. Er zijn wel algemene zaken die we weten over de ontwikkeling van hersenen, maar de verschillen tussen individuen zijn zo groot dat we ons onderwijs niet volledig op de algemene zaken kunnen afstemmen. Vergelijk het met kledingmaten: de meeste kinderen van 13 jaar hebben kledingmaat 158 en kinderen van 14 maat 164, maar er zijn maar weinig ouders en kinderen die op basis van deze gemiddelden kleding kopen. Voor de ontwikkeling van de hersenen geldt dat we wel kunnen duiden hoe het brein verandert, maar dat betekent niet dat we op individueel niveau weten wat iemand kan op een bepaalde leeftijd. We weten dat het voor adolescenten over het algemeen lastig is om consequenties op langere termijn te overzien, maar de ene leerling is daar toch duidelijk beter in dan de andere. Wil je goed onderwijs geven, dan zal je dus altijd rekening moeten houden met die verschillen en daar zoveel mogelijk op inspelen.

Toch vind ik (sommige) breinboeken wel de moeite waard om te lezen, omdat ze je een inzicht geven waar je rekening mee moet houden als je onderwijs geeft: wat je in zijn algemeenheid wel en niet kan verwachten van leerlingen op verschillende leeftijden (lees hiervoor bijv. het boek Ellis en het verbreinen, van Jelle Jolles) en hoe je het brein optimaal kan laten functioneren (te lezen in o.a. Breinmeester van John Medina).

Met name het laatste boek kan ik elke docent aanraden om te lezen. De tips die hierin gegeven worden zijn op alle leeftijden bruikbaar. De opbouw van het boek is helder en overzichtelijk en elk hoofdstuk eindigt met een samenvatting waarin o.a. de belangrijkste tips om je hersens optimaal te benutten worden opgesomd. Wat ik daarbij erg leuk vindt is dat het boek de tips die ze geven, waar mogelijk ook in de praktijk brengen, bijv. het geleerde herhalen, kapstokken (voorbeelden, intro's) bieden om de kennis aan op te hangen, 'saaie' informatie afwisselen met 'sappige' verhalen enz.

Natuurlijk heb ik me ook afgevraagd welke rol ICT kan spelen om de mogelijkheden van hersenen optimaal te benutten. Die mogelijkheden zijn er zeker. Denk bijvoorbeeld aan het aanspreken van meer zintuigen om kennis over te brengen: met ICT kan je informatie aanbieden in geschreven vorm, maar ook in beeld en geluid. Kennis herhalen is natuurlijk ook makkelijk met ICT: je kunt bijv. je lessen opnemen zodat leerlingen die naderhand nog eens kunnen terugkijken/-luisteren of gebruik maken van de communicatiemogelijkheden van ICT om op regelmatige tijden (delen van) de leerstof nogmaals bij leerlingen onder de aandacht te brengen.

Ben je geïnteresseerd in dit soort zaken? Ik heb een workshop samengesteld met tips over hoe je met behulp van ICT gebruik kan maken van wat we weten over de werking van de hersenen in het onderwijs. Ik kom hem graag geven op jouw school.

Afbeelding van nerdabout, gepubliceerd onder CC-by-nc-sa.

maandag 23 januari 2012

Fakebook

Meestal als je iemand hoort zeggen dat iets 'fake' is, dan wil hij daarmee zeggen dat hij het minder waardevol vindt dan het origineel. Maar Fakebook van Classtools is voor het onderwijs misschien nog wel leuker dan het 'echte' Facebook.

Fakebook is een website waarmee je 'net echte' Facebookprofielen kan maken. Maar in tegenstelling tot Facebook is het bij Fakebook niet de bedoeling om je eigen leven in kaart te brengen, maar juist het leven van anderen. Van historische figuren of hedendaagse kunstenaars, van politici of uitvinders, van schrijvers of van wetenschappers enz. Door het leven van die personen vast te leggen in Fakebook, kan je leren over die persoon en over het tijdperk en de cultuur waarin die persoon leeft of leefde. Je kan dat natuurlijk ook doen door een profiel te maken in het echte Facebook, maar dat is door Facebook formeel verboden. Daarnaast geldt er voor Facebook een leeftijdsgrens van 13 jaar, dus leerlingen in het basisonderwijs mogen er geen gebruik van maken.

Fakebook kent die beperkingen niet: de enige beperking die daaraan zit is dat het alleen bestemd is voor onderwijskundige doeleinden. Verder mag iedereen die dat wil met Fakebook een profiel aanmaken van iedereen die hij wil. En op dat profiel kan je behoorlijk wat informatie kwijt:
  • in het profiel zelf geef je een beschrijving in feiten van je leven, bijv. je geboortedatum, opleiding, werk, hobby's, burgerlijke status enz., en je zet bij je profiel een foto,
  • je kunt posts plaatsen bij je profiel over wat je hebt gedaan. 
  • In een post kan je YouTube-filmpjes embedden
  • bij die posts kan je comments plaatsen: van jezelf of van andere (imaginaire) figure,
  • bij een comment kan je een duimpje omhoog (like) of omlaag (dislike) zetten,
  • je kan ook aangeven wie je vrienden zijn en ook van hen kan je een foto online zetten. 

Foto's voor je eigen profiel of de profielfoto's van je vrienden kan je uploaden vanaf je eigen p.c. of automatisch laten zoeken door Google Image Safe Search. Daarmee loop je heel weinig risico dat je beelden krijgt die je liever niet wilt laten zien aan kinderen, maar het voegt natuurlijk wel wat toe als je leerlingen zelf plaatjes laat zoeken, zeker als je ze vraagt om een beeld te kiezen dat past bij het imago dat ze die persoon willen geven.

Om met Fakebook te kunnen werken heb je geen kennis nodig van HTML of dat soort zaken: je werkt gewoon met een tekstverwerker en als je een filmpje in een post wilt plakken, dan hoef je alleen de URL van het filmpje in je post te zetten. Als je een Fakebookprofiel hebt gemaakt, kan je dat opslaan in het archief zodat anderen er gebruik van kunnen maken, en/of opslaan op je eigen p.c.

Wil je dat leerlingen op elkaars profielen reageren? Embed dan de profielpagina's in een site of weblog zodat ze daarin hun reactie kunnen plaatsen. Daarmee creëer je de mogelijkheid om een rollenspel te spelen. Je kan je leerlingen de opdracht geven Fakebookprofielen te maken van historische figuren uit een bepaalde historische periode en die op elkaar laten reageren, of je kan leerlingen een rollenspel laten spelen waarbij ze een bepaald probleem toelichten vanuit het leven van hun profielpersoon (bijv. de vraag of we moeten vasthouden aan de Euro, gezien vanuit een ondernemer, een bank, de Nederlandse bank, een multinational, een pensionado die de winter doorbrengt in Spanje enz.).

Er zijn al heel wat Fakebooks gemaakt. Een deel daarvan is terug te vinden in het archief. Ook als je niet door je leerlingen een Fakebookprofiel wilt laten maken, is het leuk om er eens een kijkje te nemen. Misschien vind je er wel een profiel van iemand over wie jij net wat wilt gaan vertellen in de les.



View Fullscreen | Create your own


N.B. Je kunt natuurlijk ook met andere sociale media een (historische) periode in kaart brengen. Kijk maar eens wat Alwyn Collinson doet met haar Twitteraccount RealTimeWWII. Zo uitgebreid is misschien niet haalbaar, maar wat let je om een poging te wagen met je leerlingen?

donderdag 19 januari 2012

Het zijn de kleine dingen...

Door: Martijn van den Berg
Bij de hotelschool waar ik studeer, zijn er bij mijn opleiding ongeveer 2400 mensen. Als je dit verdeelt over 4 jaar, 4 modules per jaar, en 12 mensen in een klas, kan je tot de conclusie komen dat er in ieder moduul ongeveer 12 groepen zijn. Deze mensen volgen in een moduul allemaal hetzelfde vak. Aangezien de meeste docenten het niet leuk vinden om dezelfde workshop 12 keer in een week wordt gegeven, wordt elk vak door verschillende docenten gegeven. Iedere docent heeft een eigen manier van iets vertellen. Uiteindelijk betekent dit dat iedereen de stof net iets anders leert.

Maar deze verschillen kunnen erg groot zijn. Niet alleen in het vertellen van het verhaal kunnen veel verschillen zitten, maar ook in hoe een leraar voor de klas staat. Als een leraar iets enthousiast kan vertellen, zullen studenten ook sneller enthousiast zijn. Zo had ik op de middelbare school een leraar die in zijn vrije tijd DJ was, en bij iedere les alles relateerde naar de disco. Dit maakte de lessen er interessant.

Daarnaast is originaliteit ook heel erg belangrijk. Er zijn veel docenten die materiaal van andere leraren gebruiken. Op deze manier weet je zeker dat je dezelfde stof behandelt, maar aan de andere kant kan je meestal niet het verhaal erbij vertellen wat de docent bedoeld had

In het kader van "practice what you preach" vind ik het als leerling belangrijk dat docenten nadenken over hoe ze een boodschap overbrengen. De manier waarop je dingen zegt, en de inhoud van wat je zegt, heeft onbewust al heel veel invloed op hoeveel geleerd wordt. Zo zijn de kleine dingen in een les vaak al heel erg belangrijk, al is het maar onbewust.

woensdag 18 januari 2012

Games van English Attack

Al eerder schreef ik over English Attack: een site waar je videomaterialen vindt met daarbij oefeningen om Engels te leren. Sinds kort biedt de site ook de mogelijkheid om er verschillende games te spelen. En die zijn best leuk om te doen!

Er zijn op de site 5 spellen te vinden:
  • Verb Dash: een spel om onregelmatige werkwoorden te oefenen. Je moet ofwel de tegenwoordige tijd, of de verleden tijd of het voltooid deelwoord invullen van een werkwoord. Als je het goed en snel doet, win je de race;
  • Word Rescue. In dit spel ga je aan de slag met beelden en woorden uit de Videobooster of de Photo Vocab oefeningen. Je krijgt een beeld te zien en moet daarbij het goede woord invullen door de letters op een typemachine aan te klikken. In feite dus een variant op Galgje, en dan met de woorden en beelden uit de andere oefeningen.
  • Swap Mania. Ook voor dit spel wordt gebruik gemaakt van de beelden en woorden uit Videobooster en Photo Vocab. In dit spelkrijg je een plaatje te zien met daarbij het woord, alleen staan er een paar letters in de verkeerde volgorde. Door letters van plaats te laten wisselen, zorg je ervoor dat de letters in de juiste volgorde komen te staan.
  • Speed Pix. In dit spel wordt alleen gebruik gemaakt van het materiaal van Videobooster. In dit spel krijg je een woord en moet je uit een serie beelden zo snel mogelijk de juiste selecteren.
  • Say What: Een spel waarbij je een tekst te horen en te lezen krijgt. Sommige woorden zijn alleen te beluisteren: die moet je zelf invullen in de geschreven tekst. 
Het sterke van English Attack vind ik dat je op allerlei verschillende manieren aan de slag gaat met Engels. Door dezelfde informatie op verschillende manieren aan te bieden wordt die beter opgeslagen in je hersenen en is de kans dus groter dat je de kennis later kan reproduceren.

English Attack is niet helemaal gratis: als je er veel gebruik van maakt moet je betalen. Maar er is wel een aardige hoeveelheid gratis oefenmateriaal. Te mooi, vind ik, om ongebruikt te laten!




dinsdag 17 januari 2012

Seminar Innovatie door Inspiratie

Hebreeuws leren via filmpjes en 3-dimensionale beelden, zien wat zich onder de grond bevindt aan aardlagen en hoe oud die lagen zijn, met behulp van een webcam als het ware door je eigen lichaam heen kijken om te zien welke organen zich daarin bevinden, op je stage gebruik maken van een iPad om je ervaringen daar te delen met je medestudenten en je begeleider, kijken naar een video over paleis Soestdijk waarbij je kunt inzoomen op alle details zonder scherpte te verliezen: het zijn maar enkele voorbeelden van de projecten die het afgelopen jaar in het kader van de SURFnet/Kennisnet Innovatieregeling 2011 zijn uitgevoerd door onderwijsinstellingen in Nederland.

Op 15 februari a.s. organiseren Kennisnet en SURFnet het seminar ‘Innovatie door Inspiratie 2011’, waar de resultaten van deze projecten, op het gebied van augmented reality, nieuwe videotoepassingen, leren op afstand/online samenwerken of 4K-video, gepresenteerd zullen worden aan het onderwijsveld door de projectleiders. De dag staat in het teken van uitwisseling en inspiratie: hoe kan het onderwijsveld gebruik maken van de projecten die door deze voorhoedespelers op het gebied van ict en onderwijs zijn uitgevoerd?

Het seminar Innovatie door Inspiratie vindt plaats in Meetingplaza in Maarssen. Het programma begint om 9.30 uur en eindigt om 17.00 uur. Het seminar is – na aanmelding en zolang er plaatsen beschikbaar zijn - gratis toegankelijk voor iedereen die in het onderwijsveld werkzaam is. De hashtag die gebruikt zal worden op Twitter is #snkninspiratie.

Kom je ook?

Meer informatie en aanmelden kan hier.

maandag 16 januari 2012

Swinxs, picoboard en picocrickets te leen

In het vorige jaar heb ik mijn Swinxs, een spelcomputer voor buiten, uitgeleend aan Paul Koning, leerkracht op De Oversteek. De afspraak was dat hij het apparaat gratis mocht lenen, en dan hier op dit blog zijn ervaringen met jullie zou delen. Dat doet hij hieronder. Ervaringen van leerkrachten die al eerder mijn Swinxs hebben geleend, lees je hier en hier; ervaringen met Picoboard en - crickets staan hier en hier.

Wil jij als volgende de Swinxs lenen om hem te gebruiken in je klas of wil je leerlingen laten werken met een Picoboard of Picocrickets? Ik stuur ze je toe en je mag ze gebruiken tot het einde van dit schooljaar als je - net als Paul - daarna je ervaringen hier deelt. Stuur me een mailtje of laat onderaan deze blogpost weten wie je bent, wat je wilt lenen en waar ik je kan bereiken.

(Afbeelding van Stichting Kennisnet, gepubliceerd onder CC-by)



De Swinx in groep 7 op De Oversteek

Op internet en in de diverse speelgoedgidsen had ik de Swinx al regelmatig voorbij zien komen dus ik was wel benieuwd of dit elektronisch buitenspeelgoed in mijn groep zou aanslaan. Mijn groep 7 bestaat voor twee derde uit jongens en daarbij is precies één spel op het schoolplein populair: voetballen! De meiden doen soms mee of spelen met het andere buitenspeelgoed dat aanwezig is.

Als de Swinx bij mij thuis binnen is probeer ik 'm natuurlijk direct uit. De handleiding is duidelijk en de bediening eenvoudig. Er staan al een aantal spelletjes op en samen met mijn zoontje van 4 proberen we deze uit. Dit gaat prima maar ik kom er wel achter dat de polsbandjes van de Swinx niet voor volwassenen bedoeld zijn: zodra ik er ééntje om doe knapt het bandje, zonder dat het overigens moeite kostte om mijn hand er doorheen te krijgen. Het formaat van de bandjes doet ook niet aan alsof ze alleen voor kinderen bedoeld zijn. Na even googelen blijkt dat 3 nieuwe polsbandjes voor 10 euro te bestellen zijn (exclusief verzendkosten). Dat valt mee, dus maar even een set extra bandjes besteld. Dit heeft direct als voordeel dat we nu alle kleuren compleet hebben en er met het maximale aantal kinderen (10) mee kunnen spelen. Het bandje dat geknapt is werkt overigens nog wel prima en is dus nog gewoon te gebruiken door het met de hand vast te houden.

Het aansluiten op de computer levert ook geen problemen op. De Swinx wordt door Windows XP herkend, de software is snel geïnstalleerd en dan kunnen er spellen worden toegevoegd of verwijderd. Er is een behoorlijk aanbod aan spellen. Een aantal zijn betaald (hiervoor moeten credits worden gekocht) maar er zijn ook genoeg gratis spellen. Op school hebben we voldoende speelleermateriaal voor binnen dus ik zet er een aantal (ren)spellen op die buiten gespeeld kunnen worden. Tenslotte wordt de Swinx aangeprezen als buitenspeelcomputer.

De introductie in de groep levert enthousiaste reacties op. Een aantal kinderen kent de Swinx al en heeft al eens met een Swinx gespeeld. Na een korte uitleg over de werking is het al snel duidelijk hoe het apparaat werkt. We geven het een vaste plek in de klas, maken afspraken over wie er op let of de bandjes terugkomen en wanneer de Swinx wordt opgeladen. Daarna kan de Swinx gebruikt worden: tijdens de pauzes en af en toe ook tijdens het overblijven.

De eerste dagen is de Swinx enorm populair: alle kinderen willen er wel tegelijk mee spelen dus het is wachten voordat je aan de beurt bent. Alles werkt zoals het moet en het gebruik van het apparaat levert geen problemen op. Wat wel opvalt is dat het geluid voor buiten te zacht is, in elk geval op een vol schoolplein terwijl het ook nog een beetje waait. De kinderen moeten erg dicht bij de Swinx gaan zitten om de instructies goed te kunnen verstaan. Vooral bij het Spongebob spel is dit een probleem omdat er tijdens het rondrennen instructies worden gegeven die ze dan niet kunnen horen. Lastig maar niet onoverkomelijk. Nadat de nieuwigheid er af is, na 1 a 2 weken, wordt de Swinx geleidelijk minder populair. De jongens gaan toch weer liever voetballen en er wordt nu af en toe mee gespeeld door een wat kleiner groepje kinderen. Zo nu en dan zetten we er een nieuw spel op, iets wat prima door de kinderen zelf kan worden gedaan, en dat zorgt dan weer even voor een opleving. Maar het komt ook voor dat de Swinx dagen in de klas blijft liggen zonder dat er naar om wordt gekeken. Tijdens de overblijf wordt de Swinx wel regelmatig meegenomen: er zijn dan vaak te weinig kinderen om te voetballen en de andere groepen willen dan ook graag meespelen. Tijdens al dit spelen knapt er ook bij de kinderen nog een bandje

We krijgen later ook nog een aantal credits die we kunnen gebruiken en daarmee besluit ik de Shuttleruntest voor in gymzaal mee te kopen. Als we de test in de gymzaal willen uitvoeren is er iets vreemds aan de hand: we kunnen het spel niet selecteren en starten. Dit was ook al eens eerder gebeurd: het spel is wel te zien op de computer maar als je op de Swinx door de spellen bladert wordt het spel niet opgenoemd. Misschien een foutje in de software?

Conclusie
De Swinx is degelijk gebouwd en is door kinderen prima zonder hulp te bedienen. Het apparaat spreekt kinderen direct aan en er zijn voldoende gratis, afwisselende spellen. Het geluid is voor buiten soms net te zacht en de software is, in elk geval op ons exemplaar, nog niet helemaal ‘bug-free’ waardoor soms een spel niet te starten is.
Het is een leuke aanvulling op het bestaande buitenspeelgoed maar wanneer je een groep hebt die zich buiten al prima weet te vermaken is de prijs toch wel vrij fors. Een bal van een tientje levert in mijn groep minstens zoveel speelplezier op.

donderdag 12 januari 2012

Wat brengt dit jaar?

Door: Martijn van den Berg
Allereerst wil ik iedereen een gelukkig nieuwjaar wensen, met veel succes en geluk. Voor mij wordt dit jaar absoluut iets om naar uit te kijken. Na vorig jaar een start te hebben gemaakt met een aantal projecten, gaat dat dit jaar door. Dit zullen dan ook de voornaamste thema's van mijn blogjes worden. Even een overzichtje:

Microsoft Tuning Team
Ik ben teamleider geworden van het Microsoft Tuning Team. Dat betekent dat ik voor Microsoft naar scholen toe ga met een team, om studenten te laten zien hoe ICT studeren makkelijker kan maken. Hierbij proberen we dit vanuit het perspectief van de student te zien, door te proberen zo handig en goedkoop mogelijke software te gebruiken. Daarnaast is het mijn taak de vraag te peilen binnen deze scholen naar eventuele producten die nog niet bestaan, en om dit weer naar boven toe te gooien. Ik begin midden februari met de project, en de eerste fase duurt twee maanden.

21 Learners
Het project waar ik vorig jaar aan meegedaan heb, krijgt een staartje, of beter gezegd, een staart. Wat we vorig jaar uitgezocht hebben met de 21 Learners is goed opgepikt in de onderwijswereld, en daarom heeft Kennisnet dit jaar ook een budget vrijgemaakt voor ons groepje. Wat er precies gaat gebeuren, is nog niet helemaal bekend, maar wel is bekend dat het hoogstwaarschijnlijk uit drie elementen zal gaan bestaan: Een denktank, met mensen die gaan denken over hoe het onderwijs verbeterd kan worden, trendwatchers, die stukjes gaan schrijven over de nieuwe ontwikkelingen in het onderwijs en ambassadeurs, die naar scholen in het land gaan om daar uit te leggen hoe je de 21st Century Skills in het onderwijs kan gebruiken.

Zuid Afrika
Ik ga voor mijn school drie maanden studeren in Zuid Afrika, bij een departement van Stenden in Zuid Afrika. Ik ga hier projecten opbouwen om het toerisme te bevorderen. Ik ga hier iedere week proberen internet op te zoeken om te kijken wat de verschillen in onderwijs zijn, en op deze manier hoop ik vanuit daar door te bloggen.

Dit zijn de drie belangrijkste thema's van komend jaar, en ook de dingen waar ik het meeste naar uitkijk. Ik vind het ongelofelijk leuk dat ik deze dingen kan doen. 2012 wordt voor mij in ieder geval een topjaar!

woensdag 11 januari 2012

Rekenoefeningen en spelletjes

Er zijn op internet heel veel plekken waar je kan oefenen met rekenen. Ik heb al verschillende keren in een blogpost een aantal spellen genoemd, zoals hier, hier en hier. Ik ben zeker niet de enige die dat doet.Maar zo'n mooie collectie rekenspellen en vooral een collectie die zo goed zijn onderverdeeld is als die op de site Mathchimp, vond ik nog niet eerder.

Via Mathchimp kan je zoeken naar rekenspelletjes op het niveau (grade 1 t.m. grade 5; vergelijkbaar met onze groepen 3 tot en met 7), en per niveau op onderwerp. Zo zijn de spelletjes bestemd voor leerlingen in grade 1, onderverdeeld in 'Operations and Algebraic Thinking', 'Number & Operations in Base Ten', 'Measurement & Data' en 'Geometry'. Die onderwerpen zijn dan weer verder onderverdeeld, bijv. bij 'Number & Operations in Base Ten' in: 'Extend the counting sequence', 'Understand place value' en 'Use place value understanding and properties of operations to add and subtract'. De onderverdeling komt van de Common Core Standards, een standaard voor rekenonderwijs die gehanteerd wordt in 36 staten in de VS.

Omdat het rekenspelletjes zijn is een groot deel goed bruikbaar voor het Nederlandse onderwijs. Je kan de spelletjes spelen zonder een account aan te maken. Kies je ervoor dat wel te doen, dan krijg je de mogelijkheid om aan te geven wat je van het spel vindt. Ik snap dat die informatie voor Mathchimp interessant is, maar voor het onderwijs vind ik de rating weinig betrouwbaar en daarom niet interessant. Eerder zou ik de leerlingen vragen om als ze een spel hebben gespeeld, daaraan een cijfer te geven in een online spreadsheet. Dat is dan weer mooi materiaal voor in de hogere groepen om gemiddeldes uit te rekenen en grafieken te maken ;-)

dinsdag 10 januari 2012

Digibordtools Prowise/Bordwerk gratis beschikbaar

Goed nieuws voor alle digibordgebruikers: met ingang van deze week mag iedereen gratis gebruik maken van Presenter en de digibordtools (voor taal, rekenen, wereldoriëntatie en een aantal algemene tools) van Prowise. Omdat Presenter en de digibordtools van Prowise webbased zijn, kan iedereen van het gereedschap van Prowise gebruik maken, ongeacht van welk digibord je gebruik maakt. Je hoeft alleen een (gratis) account aan te maken. Daarna start je op je digibord je browser op en je kan aan de slag. Alleen als je met meer gebruikers aan de slag wilt gaan binnen hetzelfde account, meer dan 5 lessen of andere bestanden op wilt slaan, bestanden wilt exporteren of als je ondersteuning wilt bij het gebruik van de materialen, dan moet je betalen voor je account (€ 30,= per jaar/per gebruiker of € 360,= per basisschool).

Ik ben blij met deze ontwikkeling. Er is heel veel materiaal voor digiborden, maar veel daarvan is merkafhankelijk en daarmee alleen bruikbaar voor de gebruikers van dat specifieke merk digibord. Natuurlijk snap ik dat digibordsoftwaremakers (leuk woord voor Wordfeud) op de een of andere manier geld moeten verdienen met de materialen die ze maken, maar ik denk dat de oplossing daarvoor niet gezocht moet worden in het maken van bordafhankelijke software, maar in het aanbieden van ondersteunende diensten bij de software: het opleiden van gebruikers van digiborden en hen ondersteunen bij het gebruik ervan, het aanbieden van ruimte in de cloud om ontwikkelde lesmaterialen op te slaan en te ontsluiten, het opbouwen van een community van gebruikers enz.

Prowise heeft met het gratis beschikbaar maken van hun software een goed voorbeeld neergezet. Ik hoop dat velen dat voorbeeld zullen volgen en dat 2012 het jaar wordt van merkoverschrijdende digibordtools!


maandag 9 januari 2012

MediaMachtig: welke projecten kregen subsidie?

Ook dit schooljaar was het weer mogelijk om subsidie aan te vragen voor mediawijze projecten in het (speciaal) basisonderwijs. Scholen konden bij MediaMachtig een subsidie aanvragen van maximaal € 1.000,= voor een project waarbij mediawijsheid geïntegreerd wordt in de gewone vakken. Totaal dienden 28 scholen een aanvraag in bij de Stichting. Kort voor de kerstvakantie boog het Comité van Machtigen, een groep leerkrachten uit het basisonderwijs, zich over de aanvragen om te beoordelen welke projecten:
  1. leidden tot structurele integratie van mediawijsheid in het (speciaal) basisonderwijs,
  2. leerlingen aanzetten tot actief gebruik van nieuwe media,
  3. voorzagen in reflectie door de leerlingen op 'wijs' gebruik van media,
  4. vernieuwend waren - landelijk of voor de school zelf - op het gebied van onderwijs of ict-gebruik. 

Het was een zware taak voor het Comite, bestaande uit:

Na zorgvuldig overleg zijn 16 aanvragen gehonoreerd. Twee andere scholen krijgen een herkansing: hun aanvraag was inhoudelijk interessant maar bood het comité nog onvoldoende informatie om een gefundeerd besluit te nemen. Deze scholen krijgen de kans om een herziene aanvraag in te dienen.
  • ZMLK de Ark, Gouda gaat een woordenschatlijn ontwikkelen waarin leerlingen op verschillende manieren met taal in aanraking komen, bijv. d.m.v. filmpjes die gekoppeld worden aan QR-tags gekoppeld worden aan bepaalde voorwerpen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een QR-tag die op een koelkast wordt geplakt. Als leerlingen de QR-tag scannen start een filmpje waarin ze informatie krijgen over waarom voedsel in een koelkast bewaard wordt.
  • Op basisschool De Buitenburcht in Almere wordt een groep kinderen uit groep 5-8 opgeleid tot verslaggever. Zij leren artikelen te schrijven die op de website van de school geplaatst geplaatst worden.
  • Montessorischool De Eilanden wil onderzoeken wat leerlingen leren van werken met Scratch, een programma waarmee je animaties en games kan bouwen.
  • Op basisschool De Krullevaar in De Meern wordt een website ontwikkeld waar leerlingen leren hoe ze de mogelijkheden van internet kunnen benutten bij het doen van hun projectwerk. Op de website komt o.a. informatie over hoe je een goed onderwerp bedenkt voor je project, hoe je een woordweb maakt over dat onderwerp en hoe je daarbij informatie zoekt. De tips worden voorzien van filmpjes, die gemaakt zullen worden door leerlingen uit de bovenbouw.
  • Ook op de Martinus van Beekschool in Oss, een school voor kinderen met een taal- en/of spraakstoornis of slechthorendheid, wordt een website gemaakt voor leerlingen.Deze website moet een veilig startpunt worden voor deze bijzondere groep leerlingen die vaak moeite hebben om moeilijk om informatie op een goede manier te verwerken en te filteren.
  • De Mei, Wormerveer: leerlingen uit groep 7 gaan een cut out animatie maken over een verhaal. Goep 8 gaat animatieclip maken waarin ze hun eigen mening verwoorden. Daarbij krijgen de leerlingen inzicht hoe de beeldtaal moet aansluiten bij hetgeen je over wilt brengen.
  • Voor leerlingen op CBS 't Oegh, een kleine school in Munnekezijl, wordt de wereld een stuk groter als ze het komend half jaar contact gaan leggen met leerlingen van de Soroti primary school uit Oeganda.
  • De leerlingen van groep 8 van Basisschool de Pionier in Valkenswaard gaan een eigen persbureau opzetten, onderhouden en verwerken nieuws op een crossmediale manier (zowel tekst, film, podcasting geluid en sociale media)
  • Op de Dr. Poelsschool in Kessel-Eik wordt al gewerkt met iPads, maar er wordt nog wel gewerkt met een papieren portfolio. Met subsidie van MediaMachtig gaan de school de mogelijkheden van een digitaal portfolio onderzoeken.
  • Op De Ster in Westerhoven en de Willibrordusschool in Riethoven worden leerlingen mediawijs bij het woordenschatonderwijs. Leerlingen leggen de betekenis van woorden vast met behulp van foto, video en tekst en passen hun kennis toe in blogs en tweets.
  • Op SBO de Spinaker in Enschede, waar onderwijs gegeven wordt volgens de theorie van Meervoudige Intelligentie van Howard Gardner, gaan leerlingen zelf filmpjes maken, bewerken en beoordelen.
  • Leerlingen op Basisschool St. Martinus, Zevenaar, gaan filmpjes maken van elkaar op basis van wat Flip de Beer, die bij toerbeurt met één van de kinderen mee naar huis mag, beleeft bij de kinderen.
  • Op De Toermalijn in Cothen gaan leerlingen uit de midden- en bovenbouw filmpjes maken. Deze filmpjes worden gekoppeld aan een QR-tag.
  • Bs de Vendelier in Helmond gaat de Ipad2 en de Apple TV inzetten om leerlingen taalvaardiger te maken met gebruik van nieuwe media, bekeken vanuit meervoudige intelligentie.
  • kbs De Viersprong, Wijchen gaat, in samenwerking met een SBO-school onderzoek doen hoe de iPad in het onderwijs aan leerlingen met stoornissen in het autistisch spectrum effectief kan worden ingezet.
De komende maanden zullen alle projectleiders bloggen over de voortgang van het project op het MediaMachtig-blog.  Na afloop van het project zal er een eindevaluatie geschreven worden en alle leermaterialen die in het kader van het project worden ontwikkeld, zullen via dit blog onder een Creative Commons licentie ter beschikking van het onderwijsveld worden gesteld.

Mijn hartelijke felicitaties voor de mediawijze projectleiders van deze projecten en veel plezier en succes bij het realiseren van hun plannen!