Over een paar dagen ga ik naar Zuid Afrika. Ik heb al mijn spullen inmiddels verhuisd naar het huis van mijn ouders, en zit om de laatste dingen in Leeuwarden te regelen een paar dagen bij een huisgenoot op de kamer. Ik merk dat sinds ik weg ben, het huishouden met de dag minder wordt. De WC ligt vol met lege rolletjes toiletpapier. De afwas is al een dag niet gedaan, en in de gang ligt troep op de grond. Het is net een stukje minder mijn huis.
De reden dat alles net iets minder strak loopt, is dat ik in de tijd dat ik hier gewoond heb, een huishouden heb geprobeerd te runnen. Dit is me niet altijd even goed gelukt, maar over het algemeen ben ik er redelijk in geslaagd om een situatie te creëren waar iedereen zijn eigen bijdrage levert aan het huishouden. Er werd bijna nooit meer dan één maaltijd per dag op hetzelfde fornuis gekookt, de vuilniszak zat nooit meer dan vol, en de keuken was meestal wit.
Nu ik weg ga, hoef ik me niet meer bezig te houden met het huishouden, en laat ik de rest zijn gang gaan. En dit heeft best wel veel effect. In de dagen dat ik nu bij een huisgenoot logeer, is het alsof ik logeer in mijn eigen huis, en toch voel ik me een gast. Alsof ik er nooit gewoond heb. Dingen veranderen nu zo snel.
Als ik over een paar jaar terug kom, verwacht ik dat het hele huis compleet veranderd zal zijn. Alle moeite die ik dan gedaan heb, zullen ze daar niet kennen. Aan de ene kant is dit raar om te beseffen. Aan de andere kant is het ook belangrijk om te weten dat wat ik gedaan heb, mij een erg leuke tijd heeft bezorgd in mijn studententijd. Als andere mensen een ander systeem vinden waar ze blij mee kunnen zijn, dan zal ik daar ook gelukkig mee zijn. Het blijft logeren in een huis waar je ooit gewoond hebt.
N.B. Na deze blogpost zal het een tijdje stil zijn op dit blog. Martijn gaat tot aan de zomervakantie studeren in Zuid-Afrika en zijn ouders mogen hem wegbrengen ;-) Dat betekent dat in ieder geval tot 7 mei er geen nieuwe berichten gepost zullen worden. Tot over een paar weken,
PowerPoint was jarenlang synoniem van van presentatie. Maar zelden hoorde je iemand zeggen dat hij een diapresentatie maakte; nee: er werd een PowerPoint gemaakt. Het gebeurt natuurlijk wel vaker dat merknamen generiek worden gebruikt. We kennen allemaal het aloude voorbeeld van aspirine dat eigenlijk een merknaam is, maar algemeen wordt gebruikt voor pijnstillers, en voor het raam hebben we geen zonwering, maar een luxaflex. Een voorbeeld van deze tijd van dit soort 'merkverwatering' is googelen, waarmee we bedoelen 'zoeken op internet'.
Eigenaren van merknamen zijn over het algemeen niet blij met merkverwatering, als hun sterke merknaam ook voor andere, minder sterke, merken wordt gebruikt. Ze zouden het natuurlijk ook kunnen zien als een compliment: blijkbaar is hun merk zo sterk, dat het alle andere merken overheerst. Maar als je elk product dat hetzelfde doet van dezelfde merknaam voorziet, dan loop je wel het risico dat mensen sneller op je merk uitgekeken raken. Ik denk dat dat ook het geval is met Powerpoint: ik hoor steeds meer mensen die op zoek zijn naar alternatieven daarvoor omdat ze 'Death by PowerPoint' willen voorkomen. Velen stappen daarom nu over op tools als Prezi of Glogster. Prima tools, waarmee je je verhaal fraai kan vormgeven, maar volgens mij is dat niet de motivatie om voor een presentatietool te kiezen. Ik denk dat het enige argument voor je keuze van een tool de vraag moet zijn of dat middel je kan helpen om je boodschap over te brengen bij het publiek waarvoor je de presentatie geeft. Ik vermoed dat als we een tool alleen kiezen omdat je er van die leuke effecten mee kan bereiken, we veel zullen lezen over 'Death by Prezi'.
Ook als je leerlingen een presentatie laat maken geldt het argument dat een tool een 'fraaier' eindresultaat oplevert, niet. Iets moois en bijzonders maken is op zich wel motiverend, maar ik denk dat het nog belangrijker is voor leerlingen als hun presentatie ook werkelijk binnenkomt bij het publiek waarvoor ze de presentatie maken. Natuurlijk helpt het dan als die presentatie mooi is vorm gegeven, maar belangrijker is dat de vorm van de presentatie het verhaal sterker maakt.
Ik maak zelf gebruik van verschillende tools om te presenteren. Beeld en geluid helpen natuurlijk om mijn verhaal te ondersteunen: hoe meer zintuigen je gebruikt, des te groter de kans dat je verhaal blijft hangen. Welke tool ik gebruik hangt af van zowel de inhoud van mijn verhaal (een presentatie over gamification probeer ik als game neer te zetten en voor een presentatie over Google Docs maak ik het liefst gebruik van Google Docs), en van de structuur van mijn verhaal: kent het verhaal een (chrono)logische volgorde, heeft het een boomstructuur, of zijn er categorieën of subgroepen te maken in mijn verhaal? Bij een sequentieel verhaal vind ik nog altijd PowerPoint of andere diapresentatietools prima middelen zoals Kizoa; bij een presentatie over zaken die in onderlinge structuur neergezet kunnen worden, maak ik liever gebruik van Prezi of Popplet. En Glogster vind ik sterk omdat je daarmee het publiek kan verleiden om een keuze te maken in wat ze op het scherm zien.
Ik laat me bij mijn keuze voor een tool bijna niet leiden door mijn publiek. Alleen als ik ze zelf gebruik laat maken van techniek (bijv. stemmen via een mobiele telefoon), dan probeer ik in te schatten of ze daarmee uit de voeten kunnen. Ik laat me wel door mijn publiek leiden bij de manier waarop ik van de tool gebruik maak: welke beelden ik gebruik en welke muziek, of ik animaties gebruik en meer of minder kleuren, etc. Het valt niet mee om een goede tool te kiezen!
En dan blijft daarnaast natuurlijk nog de keuze bestaan of ict überhaupt nodig is: een goed verhaal, een spel, een debat of een quiz met een heuse spelmaster kunnen meer teweeg brengen bij je publiek dan de allermooiste Prezi!
Op de site Piekie, gemaakt door Lieke Gijzel, een leerkracht die zowel in het regulier als in het speciaal basisonderwijs heeft gewerkt, vond ik een prachtige powerpoint/digibordles over de lente, prachtig materiaal om kinderen voor te bereiden op lezen. Lieke geeft zelf de volgende omschrijving:
Uitbreiding woordenschat. Oefenen met hakken / plakken, visuele discriminatie met auditieve ondersteuning indien gewenst, oefenen van diverse letters. Leuke bevestiging bij goed antwoord. Door de eenvoudige uitleg kunnen veel kinderen dit leerspel zelfstandig doen.
Voor mij was de site Piekie nieuw, dus ik ben hem maar eens gaan verkennen. Op de site vind je prachtig materiaal, gericht op de onderbouw en ingedeeld in thema's en in vakgebieden (spelling en rekenen). Dat onderscheid vind ik niet helemaal helder, want ook bij de thema's vind je materialen die te gebruiken zijn voor rekenen of spelling, dus het is slim om beide onderdelen door te kijken als je op zoek bent naar materiaal voor je les.
In de thema's deelt Lieke de materialen in in:
Powerpoint,
Gezelschapsspellen (varianten van Lotto, Memory, Ganzenbord enz.),
Er zijn drie soorten motivatie. Een is waarbij je iets doet, en je erna kapot bent en gedemotiveerd, omdat je er geen drol aan vindt. In deze situatie zal je ook niet je uiterste best doen, omdat je er eigenlijk niets aan vindt. De tweede situatie is als je iets niet geweldig vindt, maar er een of andere beloning voor krijgt, in de vorm van geld of iets wat je graag wilt. De derde situatie is als je iets doet, wat je zo leuk vindt, dat je er meer energie van krijgt. En dat is motivatie 2.0.
Denk hierbij bij een ondernemer die in zijn eigen succesvolle bedrijf loopt. Of een muzikant die optreedt op een groot podium. Maar ook een student kan motivatie 2.0 hebben.
Motivatie 2.0 komt bij studenten voor als je ongelofelijk geïnteresseerd bent in een bepaald onderwerp. Zo geïnteresseerd, dat je zelfs in je vrije tijd bezig bent met informatie zoeken. Dit gebeurt meestal niet met het onderwerp waar je op school mee bezig bent, omdat hier erg veel voor nodig is. Lessen moeten inspirerend zijn. Zo inspirerend, dat je zelfs na de lessen nog bezig bent met wat er gezegd is.
Voor mij is het slechts een paar leraren gelukt om mij voor een vak gemotiveerd 2.0 te maken. Over het algemeen zeer ervaren leraren, die continu de eigen lessen aan het evalueren waren. Deze lessen maken is een proces van uitproberen en testen. Zeker in de onderwijswereld is het moeilijk dit te bereiken, omdat je dezelfde les meerdere keren geeft. Maar als het lukt, loopt het onderwijsproces bijna vanzelf.
Voor en met één van mijn opdrachtgevers, het DaCapo-college in Sittard, heb ik de afgelopen maanden een aantal lessen voor een nascholingscursus voor docenten ontworpen. Onze filosofie bij het ontwerpen is eenvoudig: 'teach as you preach', oftewel 'maak de les met de tools die je in de les behandelt'. Een les over Google Docs maken we dus met Google Docs, een les over zoeken, vinden en verzamelen laten we de cursisten zoeken, vinden en verzamelen we de resultaten in een gezamenlijke collectie enz. Een erg leuke klus om te doen omdat het me dwingt om heel precies de mogelijkheden èn de onmogelijkheden te verkennen van de (web 2.0-)tools die we aanbieden.
Eén van de lessen die we hebben gemaakt is ook bruikbaar voor de taalvakken: in het basis- of in het voortgezet onderwijs. In deze les schrijven leerlingen in groepen in Google Docs een verhaal (een sprookje), verbeteren elkaars (met opzet gemaakte) schrijffouten en overleggen (ook weer in Google Docs) hoe ze het verhaal zo leuk mogelijk kunnen maken.
Ik heb de les iets aangepast voor jullie en online gezet. Je kan hem downloaden als Word-bestand of in Google Docs bekijken (en kopiëren voor eigen gebruik). Mocht je hem gaan gebruiken, dan stel ik het op prijs als je laat horen wat de resultaten ervan waren.
Zo, hij is weer achter de rug: de IPON. De Jaarbeurs stond weer vol met allerlei soft- en hardwareproducten. De commerciële uitwerking van vernieuwingen die de afgelopen jaren in het onderwijs hebben plaatsgevonden. Maar als je echt op de hoogte wilt zijn van de laatste ontwikkelingen, dan vind je die (bijna) niet op de stands op de IPON: vernieuwen vraagt vaak veel investeringen en lang niet altijd weet je tevoren of die investeringen ook rendement gaan opbrengen. De meeste bedrijven nemen dan ook het zekere voor het onzekere en brengen vooral producten op de markt waarvan ze al weten dat er interesse voor bestaat een groot aantal scholen. Er zijn maar heel weinig bedrijven die produceren voor de voorlopers op het gebied van onderwijsvernieuwing.Gelukkig waren die bedrijven ook te vinden op de IPON ;-)
Wie geïnteresseerd was in de nieuwste trends kon wel zijn hart ophalen bij een aantal presentaties. Het meest heb ik geleerd van de verhalen die onderling werden uitgewisseld: bij de lunch, na afloop van de presentaties, aan de stands. Wat een heerlijk bevlogen branche is het onderwijs toch!
Heb je de IPON gemist en wil je weten wat de laatste ontwikkelingen zijn in het onderwijs, dan kan ik je het jaaroverzicht van het SURFnet/Kennisnet Innovatieprogramma aanbevelen. Het is al een tijdje uit, maar ik was er nog niet aan toegekomen om erover te bloggen. Maar het is te mooi en te handig voor innovators om onbesproken te laten!
Het jaaroverzicht 2011 is vormgegeven als een soort interactief tijdschrift. Het verslag is ingedeeld in thema's en projecten die door SURFnet en Kennisnet zijn uitgevoerd, samen met het onderwijs:
In het tijdschrift vind je op elk van deze thema's/projecten een korte inleiding wat het thema/project behelst, wat je ermee kan doen (hoe je het kan inzetten) en wat die inzet je oplevert. Vaak zijn de inleidingen voorzien van een filmpje, waardoor je snel een beeld krijgt van het onderwerp. Elke inleiding is voorzien van een groot aantal links: naar een projectwebsite, naar projecten die in het kader van het programma zijn uitgevoerd, naar theorie en naar praktijkvoorbeelden. Erg handig: als je het tijdschrift doorleest zonder door te klikken weet je in een half uurtje wat de belangrijkste trends in het onderwijs zijn. Wil je meer informatie, dan zijn er meer dan genoeg links om verder te lezen. Veel leesplezier!
Onderzoek wijst uit dat leerlingen die wiskunde zien als een waardevol en interessant vak, beter presteren. In de methode wordt daarin vaak voorzien door rekenopgaven aan te kleden met een verhaaltje. Maar ik betwijfel of je met dat soort verhaalsommen ook echt gaat inzien wat de waarde is van wiskunde; waarvoor je het vak nodig hebt.
De site The Futures Channel biedt (Engelstalige) filmpjes over allerlei beroepen waarbij je kennis nodig hebt van wiskunde, natuurkunde, ANW of NLT, oftewel in het Amerikaanse curriculum: Science, Technology, Engineering and Mathematics. Aan sommige van die filmpjes zijn opdrachten gekoppeld die leerlingen kunnen maken. Een groot deel van die films kan je alleen bekijken met een abonnement, maar gelukkig zijn er ook films die je gratis kan bekijken. De volgende films zijn toegankelijk voor iedereen en voorzien van lesmateriaal:
Wie meer wil weten over de geschiedenis van wiskunde en/of op zoek is naar Nederlands ondertitelde films, kan ik de vertaalde BBC-documentaires aanbevelen: The Story of Maths (Wiskunde als fundament van onze beschaving) en The Code & Music of the Primes (Wiskunde als sleutel tot de wereld om ons heen). Deze documentaires (4 video's totaal) zijn al een tijdje tegen verlaagd tarief verkrijgbaar bij De Volkskrant. Zeker geen films voor wie het nut van wiskunde niet begrijpt, maar wel mooie documentaires voor wie juist meer op zoek is naar een breder kader. Voor een voorproefje kan je kijken op YouTube: daar zijn veel fragmenten uit de documentaires te vinden.
Wil je een beetje van allebei: achtergronden van de wiskunde en de praktijk, en dan ook nog in het Nederlands, dan kom je terecht bij mijn favoriet: De Wiskundemeisjes. Helaas verschijnt er nog maar ééns in de 2 weken een artikel, maar in hun archief is nog materiaal genoeg. En je kan beide meisjes volgen op Twitter: Ionica en Jeanine.
Na een start als bibliothecaris in het onderwijs heb ik me gespecialiseerd in informatie (gedrukt of digitaal, in tekst, games, illustraties enz.) en communicatie m.b.v. ICT. Het stimuleren van actief, kritisch en bewust gebruik van media door lerenden staat centraal in mijn werk. Ik werk voor het hele onderwijsveld: vanaf basis- tot en met hoger onderwijs. Mijn meest recente activiteiten zijn: medeschrijver van het boek Slimmerkunde, initiatiefnemer en bestuurslid MediaMachtig, ontwikkelen van een serie best practices voor SURFnet, begeleiden van gamesprojecten bij de Innovatieregeling van SURFnet, ontwikkelen 23 OVC Dingen en mede-ontwikkelaar 21eDingen, ontwikkeling Creative Game Challenge.
Lees meer over wat ik doe en heb gedaan in mijn portfolio.
Hallo, ik ben Martijn en ik ben 23 jaar. Ik ben de zoon van Margreet van den Berg en ben daarom de jongere kant van het weblog. Ik begon toen ik bij het weblog kwam met het schrijven van reviews, maar in de tijd dat ik blog, heeft zich een wereld voor mij geopenbaard. Ik ben hier dan ook mee aan de slag gegaan, en ik ben dankbaar voor alle kansen die ik heb gekregen om hier een bijdrage aan te leveren. Tegenwoordig laat ik het gamen een beetje links liggen, en schrijf ik vooral over onderwijs en wat ik daarin zie. Mijn toekomst zit niet hierin, daarvoor zouden mijn ambities te hoog liggen (I can't change the world ;-) ), maar tot die tijd hoop ik een interessante bijdrage te leveren aan dit weblog.
N.B. In verband met zijn studie heeft Martijn zijn bijdrage aan dit blog (voorlopig) opgeschort.