woensdag 27 juni 2012
Methodes en multitools
Je hebt het vast ook wel eens gedaan: gezocht naar de ideale oplossing. De oplossing die beantwoordt aan alle eisen. Het gereedschap waarmee je kan timmeren en zagen, boren en hakken, schuren en schaven. De keukenmachine waarmee je deeg kan maken en een ei kan klutsen, tomatensoep kan maken en puree, sinaasappels kan persen en snijbonen kan snijden. Een jas die je zowel beschermt tegen de regen als tegen de kou, die handig is op de fiets en in de auto, die leuk staat op een broek en op een jurk, die makkelijk gewassen kan worden en ook nog een beetje charmant staat. Een laptop die je makkelijk kan meenemen, maar wel alles kan wat je desktop ook kan, die bij het aanzetten alle voor jou belangrijke programma's klaarzet en toch binnen 2 seconden startklaar is, een laptop die een lekker groot scherm heeft, veel in- en uitgangen heeft en natuurlijk een dvd-speler, een snelle processor en een webcam aan de binnen- en de buitenkant, maar tegelijkertijd handzaam is en natuurlijk ook niet al te duur.
En, is het gelukt? Bleek de oplossing die je gevonden hebt ook echt ideaal te zijn?
Waarschijnlijk niet. Die ideale oplossingen zijn er namelijk maar zelden. Vaak doe je er beter aan om verschillende apparaten te gebruiken. Een laptop, een desktop, een mobieltje en misschien ook nog een tablet. Jassen voor in de regen en in de kou. Een mixer en een rasp. Een hamer en een zaag, een boormachine en een beitel. Dat levert je uiteindelijk veel meer kwaliteit en mogelijkheden dan wanneer je dat éne apparaat koopt, met al die verschillende mogelijkheden.
In het onderwijs zoeken we vaak naar een multitool voor onze lessen: de methode. Die methodes zijn ontworpen om leerlingen vanaf leerjaar 1 tot het einde van hun schoolloopbaan alle aspecten van een vak te leren. De aanschaf van een methode is dan ook niet simpel: alle leerlingen moeten ermee werken, de kosten van de aanschaf zijn aanzienlijk en als regel wordt een methode pas na lange tijd afgeschreven.
Ik denk dat we met die alomvattende methodes het onderwijs tekort doen. Zoeken naar de ideale oplossing werkt volgens mij ook hier niet. Zouden we er niet beter aan doen om in plaats van te kiezen voor één ideale oplossing, meer oplossingen in te zetten? Het kost meer tijd om die verschillende oplossingen bij elkaar te zoeken, maar je kan er wel meer kwaliteit mee krijgen!
Labels:
overig
dinsdag 19 juni 2012
MapSkip
Er zijn vaak momenten in het onderwijs waarbij je gebruik maakt van een atlas. Uiteraard heb je die nodig voor aardrijkskunde, maar ook voor geschiedenis is het handig om een atlas bij de hand te hebben, bij de talen kan je een atlas gebruiken om te laten zien waar bepaalde schrijvers hebben geleefd of waar een verhaal zich afspeelt, bij maatschappijleer kan je een kaart gebruiken om een te laten zien waar bepaalde actuele gebeurtenissen zich afspelen, bij biologie om te laten zien waar bepaalde dieren of planten te vinden zijn en bij de beeldende vakken kan je op een kaart aangeven waar bepaalde architectuurstijlen, standbeelden of bouwwerken te vinden zijn.
Door bij het leren beelden te gebruiken, help je leerlingen de materie te onthouden: hoe meer zintuigen je gebruikt daarbij, des te beter beklijft de stof. Onthouden gaat nog beter wanneer je leerlingen actief aan de slag zet, bijvoorbeeld door ze zelf een kaart te laten maken of door ze bij de plaatsen op een kaart aantekeningen te laten maken of beelden erbij te zetten.
Wie op die manier aan de slag wil, kan gebruik maken van de (gratis toegankelijke en reclamevrije) tool MapSkip. In MapSkip kan je bij de plaatsen op de kaart (afkomstig van Google) een tekst schrijven. Bij die tekst kan je een foto of een geluidsbestand uploaden of er een YouTube video onder zetten.
Er zijn wel meer tools online te vinden waarbij je kaarten kan voorzien van je eigen informatie, zoals Communitywalk, Mapme en natuurlijk Google Maps, maar die vind ik persoonlijk minder makkelijk te gebruiken dan MapSkip. Maar wat MapSkip bijzonder maakt is dat het je de mogelijkheid biedt om leerlingenaccounts aan te maken. Daarmee kan je bijhouden wat je leerlingen toevoegen op MapSkip. Bij je leerlingenaccounts kan je aangeven of iedereen mag reageren op de door je leerlingen aangemaakte 'stories', of dat er alleen op gereageerd mag worden door je eigen leerlingen.
Verhalen die door je leerlingen worden toegevoegd op MapSkip, worden automatisch aan elkaar gelinkt onder de naam van de school die door de docent is opgegeven. Dat betekent dat je al je leerlingen kan laten samenwerken aan een project. Dat kan bijvoorbeeld een project zijn waarbij je je leerlingen een atlas laat maken van waar dieren uit de dierentuin in het wild leven en hoe ze daar leven, een project waarbij de bouwwerken van een architect getoond worden met daarbij een beschrijving wat er bijzonder is aan die bouwwerken, een project waarbij werken van Shakespeare getoond worden op de plaats waar ze zich afspelen enz. Wil je meer projecten opzetten die onafhankelijk van elkaar zijn, dan doe je er verstandig aan om per project een account aan te maken.
Een nadeel van MapSkip vind ik dat je plaatsen & stories die je als docent hebt aangemaakt, niet kan verwijderen; je kan alleen de naam en de tekst van het verhaal bewerken. De plaatsen/stories van je leerlingen kan je wel op onzichtbaar zetten, maar een optie om door jouzelf of door je leerlingen gemaakte plaatsen en verhalen te verwijderen, zou ik een welkome aanvulling vinden. Maar dat zou mij er niet van weerhouden om MapSkip in te zetten voor de les.
Door bij het leren beelden te gebruiken, help je leerlingen de materie te onthouden: hoe meer zintuigen je gebruikt daarbij, des te beter beklijft de stof. Onthouden gaat nog beter wanneer je leerlingen actief aan de slag zet, bijvoorbeeld door ze zelf een kaart te laten maken of door ze bij de plaatsen op een kaart aantekeningen te laten maken of beelden erbij te zetten.
Wie op die manier aan de slag wil, kan gebruik maken van de (gratis toegankelijke en reclamevrije) tool MapSkip. In MapSkip kan je bij de plaatsen op de kaart (afkomstig van Google) een tekst schrijven. Bij die tekst kan je een foto of een geluidsbestand uploaden of er een YouTube video onder zetten.
Er zijn wel meer tools online te vinden waarbij je kaarten kan voorzien van je eigen informatie, zoals Communitywalk, Mapme en natuurlijk Google Maps, maar die vind ik persoonlijk minder makkelijk te gebruiken dan MapSkip. Maar wat MapSkip bijzonder maakt is dat het je de mogelijkheid biedt om leerlingenaccounts aan te maken. Daarmee kan je bijhouden wat je leerlingen toevoegen op MapSkip. Bij je leerlingenaccounts kan je aangeven of iedereen mag reageren op de door je leerlingen aangemaakte 'stories', of dat er alleen op gereageerd mag worden door je eigen leerlingen.
Verhalen die door je leerlingen worden toegevoegd op MapSkip, worden automatisch aan elkaar gelinkt onder de naam van de school die door de docent is opgegeven. Dat betekent dat je al je leerlingen kan laten samenwerken aan een project. Dat kan bijvoorbeeld een project zijn waarbij je je leerlingen een atlas laat maken van waar dieren uit de dierentuin in het wild leven en hoe ze daar leven, een project waarbij de bouwwerken van een architect getoond worden met daarbij een beschrijving wat er bijzonder is aan die bouwwerken, een project waarbij werken van Shakespeare getoond worden op de plaats waar ze zich afspelen enz. Wil je meer projecten opzetten die onafhankelijk van elkaar zijn, dan doe je er verstandig aan om per project een account aan te maken.
Een nadeel van MapSkip vind ik dat je plaatsen & stories die je als docent hebt aangemaakt, niet kan verwijderen; je kan alleen de naam en de tekst van het verhaal bewerken. De plaatsen/stories van je leerlingen kan je wel op onzichtbaar zetten, maar een optie om door jouzelf of door je leerlingen gemaakte plaatsen en verhalen te verwijderen, zou ik een welkome aanvulling vinden. Maar dat zou mij er niet van weerhouden om MapSkip in te zetten voor de les.
Labels:
aardrijkskunde,
beeldende vakken,
biologie,
geschiedenis,
taalonderwijs
donderdag 14 juni 2012
Young Science Investigators: Cool Creations
Wie kinderen wil laten spelen met (en leren over) techniek, kan op internet een heleboel leuke sites vinden. Vandaag kwam ik terecht op de educatieve site van BP (BPES), waar zowel voor het basis- als voor het voortgezet onderwijs lessen zijn te vinden over allerlei technische onderwerpen.
Bij de lessen voor het voortgezet onderwijs ligt het accent op zaken waar BP zich mee bezig houdt, c.q. waar ze zich graag mee willen presenteren: energie, duurzaamheid, klimaatproblemen en -oplossingen, chemie en ondernemerschap. In de lessen voor het basisonderwijs komen ook andere zaken aan bod: je vindt er ook filmpjes, animaties en zelfbouwtips over met name fysische onderwerpen, zoals krachten, trillingen en elektriciteitsleer.
Omdat het materiaal Engelstalig is, is het vaak niet direct voor leerlingen bruikbaar. Maar voor de docent zal dat waarschijnlijk geen probleem zijn. En dan is de BP-site echt de moeite waard, met name voor het basisonderwijs. Vooral de 'Cool Creations' van de 'Young Science Investigators' spreken mij aan. Je vindt er tips voor lessen over hoe je leerlingen kunt leren over trillingen en geluid door ze een gitaar te laten maken, een les over torens bouwen van papier, over hoe je een karretje kan bouwen met echte wielen en assen, of - voor wie nog iets verder is - een elektrische helicopter enz. Bij elke les vind je uitleg over hoe je het voorwerp kan maken en plaatjes van verschillende variaties op het voorwerp. Ook is er bij elke les een animatie die laat zien waar zich in het bouwproces problemen kunnen voordoen. De animaties zijn bestemd voor de leerlingen, maar omdat ze Engelstalig zijn kan je ze daarvoor niet gebruiken. Wel kan je ze als leerkracht zelf gebruiken om het gesprek met leerlingen aan te gaan, bijv. over waarom het van belang is om eerst een ontwerp te maken voordat je gaat bouwen, hoe je je bouwsel kan testen en verbeteren, over hoe je snaren hoger en lager kan laten klinken, enz.
Sommige lessen zijn al bruikbaar voor leerlingen van groep 3; andere lessen zijn meer geschikt voor leerlingen van groep 6. Maar je kan natuurlijk ook zelf de lessen iets aanpassen.
Om van alle mogelijkheden (dus bijv. ook de werkbladen) gebruik te maken, moet je een gratis login aanmaken. Op zich wel de moeite waard, vind ik, omdat je met de tips op deze site heel wat lesmateriaal hebt voor de technieklessen en voor de creatieve vakken. Maar zonder login kan je er ook in komen: dan moet je creatief knippen en plakken met de links. Hieronder beschrijf ik hoe dat moet. Zo leidt deze link zonder mankeren naar het lesmateriaal over elektriciteit, krachten en materiaalsoorten, deze naar een onderdeel met onderzoeken en proefjes, en deze naar de hierboven besproken 'Cool Creations'. Het is niet zoals BP het bedoeld heeft, maar blijkbaar vinden ze het ook niet zo belangrijk dat ze het strikt afschermen ;-)
N.B. Creatief knippen en plakken met de links doe je zo:
Bij de lessen voor het voortgezet onderwijs ligt het accent op zaken waar BP zich mee bezig houdt, c.q. waar ze zich graag mee willen presenteren: energie, duurzaamheid, klimaatproblemen en -oplossingen, chemie en ondernemerschap. In de lessen voor het basisonderwijs komen ook andere zaken aan bod: je vindt er ook filmpjes, animaties en zelfbouwtips over met name fysische onderwerpen, zoals krachten, trillingen en elektriciteitsleer.
Omdat het materiaal Engelstalig is, is het vaak niet direct voor leerlingen bruikbaar. Maar voor de docent zal dat waarschijnlijk geen probleem zijn. En dan is de BP-site echt de moeite waard, met name voor het basisonderwijs. Vooral de 'Cool Creations' van de 'Young Science Investigators' spreken mij aan. Je vindt er tips voor lessen over hoe je leerlingen kunt leren over trillingen en geluid door ze een gitaar te laten maken, een les over torens bouwen van papier, over hoe je een karretje kan bouwen met echte wielen en assen, of - voor wie nog iets verder is - een elektrische helicopter enz. Bij elke les vind je uitleg over hoe je het voorwerp kan maken en plaatjes van verschillende variaties op het voorwerp. Ook is er bij elke les een animatie die laat zien waar zich in het bouwproces problemen kunnen voordoen. De animaties zijn bestemd voor de leerlingen, maar omdat ze Engelstalig zijn kan je ze daarvoor niet gebruiken. Wel kan je ze als leerkracht zelf gebruiken om het gesprek met leerlingen aan te gaan, bijv. over waarom het van belang is om eerst een ontwerp te maken voordat je gaat bouwen, hoe je je bouwsel kan testen en verbeteren, over hoe je snaren hoger en lager kan laten klinken, enz.
Sommige lessen zijn al bruikbaar voor leerlingen van groep 3; andere lessen zijn meer geschikt voor leerlingen van groep 6. Maar je kan natuurlijk ook zelf de lessen iets aanpassen.
Om van alle mogelijkheden (dus bijv. ook de werkbladen) gebruik te maken, moet je een gratis login aanmaken. Op zich wel de moeite waard, vind ik, omdat je met de tips op deze site heel wat lesmateriaal hebt voor de technieklessen en voor de creatieve vakken. Maar zonder login kan je er ook in komen: dan moet je creatief knippen en plakken met de links. Hieronder beschrijf ik hoe dat moet. Zo leidt deze link zonder mankeren naar het lesmateriaal over elektriciteit, krachten en materiaalsoorten, deze naar een onderdeel met onderzoeken en proefjes, en deze naar de hierboven besproken 'Cool Creations'. Het is niet zoals BP het bedoeld heeft, maar blijkbaar vinden ze het ook niet zo belangrijk dat ze het strikt afschermen ;-)
N.B. Creatief knippen en plakken met de links doe je zo:
- Klik met je rechtermuisknop op de link van de les waar je naar toe wilt. Kies voor 'hyperlink kopiëren'. Je krijgt dan een link die er ongeveer zo uitziet javascript:openInPopup('liveassets/bp_internet/bpes_new/bpes_new_uk/STAGING/protected_assets/flash/primary_resources/ysi_project_kit/index.html','600','800')
- Knip van deze link het voorste deel af, tot aan het enkele aanhalingsteken → javascript:openInPopup('
- Knip vervolgens het achterste deel van de link af: alles wat staat achter .html →','600','800')
- Plak wat nu overblijft achter www.bp.com/. Je link komt er dan ongeveer zo uit te zien: www.bp.com/liveassets/bp_internet/bpes_new/bpes_new_uk/STAGING/protected_assets/flash/primary_resources/ysi_project_kit/index.html.
- Plak deze link in je browser: klaar!
Labels:
beeldende vakken,
techniek
maandag 11 juni 2012
Vernieuwen roept weerstand op
Mensen houden vaak niet van veranderen. Dat betekent dat als je in het onderwijs vernieuwingen door wilt voeren, je vaak te maken krijgen met weerstand. Daarom is het lastig als mensen verplicht worden te vernieuwen. 'We doen het al jaren zo, en het gaat toch altijd goed?', 'ik zie het nut er niet van in, van al die vernieuwingen' of 'bewijs eerst maar eens dat die nieuwe aanpak beter is dan de oude', zijn zaken die je vaak te horen krijgt als mensen tegen hun wil in moeten vernieuwen. We kennen het verschijnsel van weerstand tegen vernieuwingen allemaal en er zijn dan ook allerlei cursussen waarin mensen die willen vernieuwen, leren hoe ze om kunnen gaan met weerstand.
Maar wie onderwijs wil vernieuwen moet niet alleen rekening houden met weerstand van volwassenen: ook leerlingen staan niet altijd te springen als ze verplicht worden om ander onderwijs te volgen. Een filmpje maken in plaats van een werkstuk kost meer tijd, als je moet samenwerken met medeleerlingen is de kans reëel dat de anderen een andere inzet hebben dan jijzelf, en betekenisvol onderwijs klinkt interessant, maar als je voor je eindexamen je kan beperken tot het vak, dan wil je liever niet investeren in het begrijpen hoe de samenhang is met andere vakken. En helemaal onbegrijpelijk vind ik die argumenten niet: leerlingen worden immers maar heel beperkt (tot niet) afgerekend op zaken die in allerlei vernieuwende onderwijsvormen zo belangrijk zijn: leren leren, samenwerken, communicatieve vaardigheden enz.
Ik heb in het verleden diverse malen leerlingen gevraagd hoe ze onderwijs willen hebben. Eén van de vragen die ik ze stelde was of ze liever hun lessen zouden willen hebben in de vorm van een game of liever 'gewoon' klassikaal. Bijna altijd was het antwoord dat ze gamen wel leuk vonden, maar veel te weinig effectief en dat ze daarom liever gewone lessen wilden. Argumenten dat je van een goede serious game meer leert dan alleen de lesstof, dat gamen zo leuk is dat je niet in de gaten hebt dat het tijd kost en dat je het geleerde beter kan toepassen in de praktijk, konden ze niet overtuigen. Pas als ze een keer bezig waren met een goede (serious) game, dan veranderden ze nogal eens van mening.
Ik denk dat we bij onderwijsvernieuwingen te weinig rekening houden met de weerstand van leerlingen. Wie onderwijs wil innoveren moet niet alleen weerstand wegnemen bij directie, staf, onderwijsgevend en onderwijsondersteunend personeel, maar ook bij leerlingen, omdat anders de weerstand van de leerlingen leidt tot hernieuwde of versterkte weerstand bij onderwijsgevend en onderwijsondersteunend personeel. En leerlingen bij de start van een vernieuwing niet overtuigd zijn van het nut en de noodzaak daarvan, zullen zeker niet bijdragen aan de resultaten van vernieuwingen, ook als leerlingen achteraf aangeven dat de nieuwe aanpak hen goed bevallen is.
Afbeelding van toffehoff, gepubliceerd onder CC-by-sa.
Maar wie onderwijs wil vernieuwen moet niet alleen rekening houden met weerstand van volwassenen: ook leerlingen staan niet altijd te springen als ze verplicht worden om ander onderwijs te volgen. Een filmpje maken in plaats van een werkstuk kost meer tijd, als je moet samenwerken met medeleerlingen is de kans reëel dat de anderen een andere inzet hebben dan jijzelf, en betekenisvol onderwijs klinkt interessant, maar als je voor je eindexamen je kan beperken tot het vak, dan wil je liever niet investeren in het begrijpen hoe de samenhang is met andere vakken. En helemaal onbegrijpelijk vind ik die argumenten niet: leerlingen worden immers maar heel beperkt (tot niet) afgerekend op zaken die in allerlei vernieuwende onderwijsvormen zo belangrijk zijn: leren leren, samenwerken, communicatieve vaardigheden enz.
Ik heb in het verleden diverse malen leerlingen gevraagd hoe ze onderwijs willen hebben. Eén van de vragen die ik ze stelde was of ze liever hun lessen zouden willen hebben in de vorm van een game of liever 'gewoon' klassikaal. Bijna altijd was het antwoord dat ze gamen wel leuk vonden, maar veel te weinig effectief en dat ze daarom liever gewone lessen wilden. Argumenten dat je van een goede serious game meer leert dan alleen de lesstof, dat gamen zo leuk is dat je niet in de gaten hebt dat het tijd kost en dat je het geleerde beter kan toepassen in de praktijk, konden ze niet overtuigen. Pas als ze een keer bezig waren met een goede (serious) game, dan veranderden ze nogal eens van mening.
Ik denk dat we bij onderwijsvernieuwingen te weinig rekening houden met de weerstand van leerlingen. Wie onderwijs wil innoveren moet niet alleen weerstand wegnemen bij directie, staf, onderwijsgevend en onderwijsondersteunend personeel, maar ook bij leerlingen, omdat anders de weerstand van de leerlingen leidt tot hernieuwde of versterkte weerstand bij onderwijsgevend en onderwijsondersteunend personeel. En leerlingen bij de start van een vernieuwing niet overtuigd zijn van het nut en de noodzaak daarvan, zullen zeker niet bijdragen aan de resultaten van vernieuwingen, ook als leerlingen achteraf aangeven dat de nieuwe aanpak hen goed bevallen is.
Afbeelding van toffehoff, gepubliceerd onder CC-by-sa.
Labels:
overig
woensdag 6 juni 2012
Motivatie-elementen in games
Wie wel eens heeft eens heeft gegamed, weet dat die activiteit behoorlijk verslavend kan zijn. En dat geldt niet alleen voor de hardcore gamer die uren bezig is om games als Bioshock en The Elder Scrolls te doorgronden, maar ook voor de casual gamer die niet kan ophouden met spelletjes als Draw Something, Where's my Water en het aloude Tetris dat op alle platformen te spelen is. Voordat je er erg in hebt, speel je veel langer dan je wilde en moet je je uiterste best doen om de (verloren) tijd weer in te halen.
Hoe doen ze dat toch, die spellenmakers? Is het de vormgeving, de beloning, de competitie? En kunnen we daar ook wat mee in het onderwijs? Want in het onderwijs willen we natuurlijk ook heel graag leerlingen die ongemerkt langer bezig zijn met de leerstof!
Zoals ik al vaker heb geschreven, denk ik dat we veel kunnen leren van gamedesigners. Daarvoor hoef je niet van je hele onderwijs een spel te maken, maar je kan wel gebruik maken van een aantal elementen van games. Hieronder een paar tips hoe je de motivatie van leerlingen kan verhogen door gebruik te maken van game-elementen.
Tot slot wat reclame: Wil je meer weten over gamificiation en met je collega's aan de slag hoe je leren kan brengen als spel, dan verzorg ik (in het volgende schooljaar) graag een workshop.
Afbeelding van Wesley Fryer, gepubliceerd onder CC-by-sa.
Hoe doen ze dat toch, die spellenmakers? Is het de vormgeving, de beloning, de competitie? En kunnen we daar ook wat mee in het onderwijs? Want in het onderwijs willen we natuurlijk ook heel graag leerlingen die ongemerkt langer bezig zijn met de leerstof!
Zoals ik al vaker heb geschreven, denk ik dat we veel kunnen leren van gamedesigners. Daarvoor hoef je niet van je hele onderwijs een spel te maken, maar je kan wel gebruik maken van een aantal elementen van games. Hieronder een paar tips hoe je de motivatie van leerlingen kan verhogen door gebruik te maken van game-elementen.
- In games kan je vaak objecten uitwisselen met je medespelers: een auto om sneller te rijden, tegen een radar die je de weg wijst. Doe dat ook in het onderwijs: laat leerlingen informatie, opdrachten, delen van werkstukken enz. uitwisselen met elkaar,
- In een spel is het superfrustrerend als je de eindstreep niet kan halen omdat je struikelt op één onderdeeltje. In het onderwijs is dat niet anders. Als een leerling slecht is in één onderdeel van de leerstof, biedt hem dan alternatieven om op een andere manier dat punt te scoren. Leg de stof op een andere manier uit (via een filmpje), vraag een medeleerling om te helpen, bedenk andere opdrachten: er zijn vele wegen die naar Rome leiden.
- Geef niet alleen één grote beloning aan het einde van de rit, maar ook veel tussentijdse beloningen.
- Een goed cijfer is een beloning maar misschien zijn er ook andere manieren om leerlingen te belonen. Vraag leerlingen of ze ideeën hebben daarover en wees zelf ook creatief. Een andere manier van lesgeven, tijd vrijmaken voor huiswerk, een speciale opdracht, een andere rol of taak in de klas of in de school: er is van alles mogelijk.
- Geef onverwacht eens iets 'zomaar' weg: dat houdt spelers (en ook leerlingen) alert.
- Geef de leerling zicht op zijn eigen leerproces en hoe zich dat verhoudt tot anderen. Maak een 'leaderboard' waarin je niet alleen de cijfers bijhoudt, maar ook andere aspecten waarin de leerling presteert, bijv. samenwerking, originaliteit, sociaal gedrag enz.
- Geef de leerling controle over het traject dat hij doorloopt om de eindstreep te halen. Biedt de mogelijkheid om te versnellen of te vertragen, andere of meer of minder opdrachten te maken, de stof op een andere manier uitgelegd te krijgen enz. Sta hierin ruilhandel toe: een moeilijker opdracht voor het een kan geruild worden voor een minder tijdrovende opdracht later enz.
- Beloon enerzijds samenwerking en stimuleer anderzijds competitie. Laat leerlingen bijvoorbeeld in groepen werken tegen elkaar en geef ieder groepslid een eigen rol waarin hij zijn talenten kan inzetten.
- Hoe echter hoe beter! Laat leerlingen iets doen waarmee ze ook buiten de school 'scoren'. Misschien zijn er bedrijven in de buurt waarvoor ze een opdracht kunnen uitvoeren. Bijvoorbeeld een filmpje voor de VVV over de geschiedenis van het dorp, een reclamecampagne bedenken en uitvoeren voor de literatuurwedstrijd van de openbare bibliotheek: er zijn vast organisaties die graag gebruik maken van de creativiteit van de leerlingen en de kennis die ze hebben over wat jongeren interessant vinden.
- Breng variatie in de vormgeving: wissel teksten af met audio en video, leer in de klas en daarbuiten, en online en offline.
- Hou de spanning in het leren: door activiteiten binnen een bepaalde tijd uit te laten voeren, onverwachte wendingen te creëren (ga door met het werk van je buurman), een gokelement te introduceren (je mag inzetten op je eigen prestatie: raad je je cijfer goed, dan krijg je een punt extra), enz.
Tot slot wat reclame: Wil je meer weten over gamificiation en met je collega's aan de slag hoe je leren kan brengen als spel, dan verzorg ik (in het volgende schooljaar) graag een workshop.
Afbeelding van Wesley Fryer, gepubliceerd onder CC-by-sa.
Labels:
gamification
maandag 4 juni 2012
Sociale media: we moeten de taal wel leren begrijpen
![]() |
| gebroeders Lumière |
Ik moet eerlijk zeggen dat ik dat probleem helemaal herken: ik vraag me soms ook wel eens af hoe het komt dat alle mensen die ik volg via de sociale media (want het probleem zit natuurlijk niet alleen bij Facebook, maar bij alle sociale media) zoveel leuke dingen beleven, terwijl ikzelf, naast alle ups, ook de nodige downs heb.
Maar dat maakt me nog geen tegenstander van sociale media. Integendeel: het maakt me tot een voorstander omdat ik zie dat als je sociale media leert begrijpen, ze ook positieve kanten hebben. Met sociale media kan je bijvoorbeeld iemand snel even informeren, je kan anderen om hulp vragen, bijblijven wat er gebeurt met neven en nichten: ik vind het handig en leuk. Maar je kan die positieve kanten alleen ten volle benutten als je het medium goed snapt. Inderdaad: je moet niet denken dat Facebook gelijk is aan het gewone leven, je moet op Twitter niet hetzelfde vertellen als bij de winkel op de hoek en je laat op YouTube niet dezelfde filmpjes zien als tijdens een familiereünie.
Maar dat is iets wat we natuurlijk allang weten: mediawijsheid heeft alles te maken met het snappen van de taal van de verschillende media. Het meest sprekende voorbeeld dat ik daarvan ken is de film. Toen de eerste films aan het grote publiek werden vertoond, snapten de mensen daar helemaal niets van. Het leek allemaal zo realistisch! Het verhaal gaat dat bij de vertoning van de film 'L'Arrivee d'un Train en Gare de la Ciotat' van de gebroeders Lumière over een trein die het station binnenkomt, de mensen in paniek raakten omdat ze dachten dat de trein de zaal inreed. Of dit zich echt zo heeft afgespeeld of niet, daar wordt nog over gediscussieerd, maar dat we beeldtaal hebben moeten leren verstaan om film te kunnen begrijpen, daar zal iedereen het over eens zijn. Gelukkig heeft dat er niet toe geleid dat we de film hebben verbannen, al waren er wel mensen die dat wilden. We hebben inmiddels geleerd om beelden te interpreteren en film is een waardevolle aanvulling geworden op onze cultuur.
Ik heb goede hoop dat over een aantal jaren de paniek over Facebook en andere sociale media geluwd zal zijn en dat we - net als van film - kunnen genieten van de virtuele beelden die we via sociale media binnenkrijgen.
Labels:
mediawijsheid
Abonneren op:
Posts (Atom)






