Posts weergeven met het label didactiek en jongeren. Alle posts weergeven
Posts weergeven met het label didactiek en jongeren. Alle posts weergeven

dinsdag 6 september 2005

Mag leren ook leuk zijn?

In de afgelopen weken heb ik met veel mensen gepraat over games in het onderwijs. Niet vreemd als je weet dat ik betrokken ben bij de organisatie van de wedstrijd Make-a-Game ;-) Eén vraag die mij nogal eens werd gesteld, was of het nu eigenlijk wel nodig was om leren 'leuk' te maken. Waarom zouden we de leerstof altijd moeten opleuken; we moeten onze leerlingen toch ook leren om te gaan met niet-leuke dingen? Ik heb in mijn vakantie daarover eens mijn gedachten laten gaan en ben voor mezelf tot de conclusie gekomen dat ik het eigenlijk een rare vraag vind. Waarom?

Ik denk dat in essentie iedereen altijd wil leren. Ik heb nog nooit een baby gezien die niet wil leren bewegen, of een kind dat niet wil leren praten of lezen. De een begint later met leren dan een ander, maar uiteindelijk wil iedere baby, ieder kind (en volgens mij ook iedere volwassene) leren. Dat leren is niet altijd leuk. Een kind dat leert lopen valt vaak en menige traan wordt geplengd tijdens het leerproces. Ook als kinderen ouder zijn, valt leren niet altijd mee. Een topvoetballer in wording geniet er echt niet altijd van als hij/zij voor de zoveelste keer het veld over moet dribbelen, of als het maar niet lukt om bij een strafschop de bal in de rechterbovenhoek van het doel te krijgen. Toch zetten ze door; blijkbaar weegt het plezier om iets onder de knie te krijgen op tegen de inspanning die daarvoor geleverd moet worden. Wel kiest ieder zijn eigen moment en zijn eigen manier om iets te leren. Het ene kind begint al bij 8 maanden te lopen en doet dat door veel te oefenen, een ander begint veel later en kijkt eerst de kunst af bij anderen. Mijn zoon weigerde te lopen totdat hij bijna twee jaar oud was. Maar vanaf dat moment deed hij het goed en met volle overgave: hij was met geen mogelijkheid meer in de buggy te krijgen! Ik denk dan ook dat het uitgangspunt van het onderwijs moet zijn dat onze leerlingen iets willen leren, en dat het de taak is van docenten en leerkrachten om het goede moment en de goede manier te vinden. Het ene kind wil leren lezen door letter voor letter te leren; een andere leert liever door spelletjes te doen met letters en woorden.

Leerstof inbedden in games is één van de manieren waarop je lesstof aan kunt bieden aan leerlingen. Een manier die soms aansluit bij leerlingen, maar soms ook niet. Games zijn dus voor mij niet een manier om lesstof leuker te maken. Ik betwijfel zelfs of leerlingen gamen altijd leuk vinden. Observeer maar eens een gamer, en let op de wanhoop wanneer het niet lukt zoals hij/zij wil, wanneer er tegenslag is of de 'vijand' sterker dan gedacht. Bij mijn kinderen willen er dan nog wel eens wat krachttermen vallen. Leuk? Nee niet echt. Maar ze willen het spel absoluut onder de knie krijgen, oftewel: ze willen leren!! Leren is dus blijkbaar toch leuk, ook al is de weg naar het eindresultaat soms lang en zwaar.

En zo moet het volgens mij ook zijn. Stel je voor dat leren niet leuk is. Wat doen we onze kinderen dan aan? Ze gaan zo'n 12 tot soms wel 20 jaar naar school, en dat allemaal om daarna een leuke baan te vinden? Als leren vervelend zou zijn, dan is dat wel een heel fikse investering met een uiterst onzeker resultaat!

Games zijn voor mij niet een manier om lesstof leuk te maken, maar ze bieden wel de mogelijkheid om lesstof aan te laten sluiten bij de manier waarop sommige leerlingen willen leren. En games bieden andere mogelijkheden dan bijv. het aanbieden van lesstof door het laten maken van werkstukken of het bespreken van/discussiëren over lessen. Maar daarover meer in een volgende post!

dinsdag 14 juni 2005

Marc Prensky over de mogelijkheden van mobiele telefoons

In het weblog van Marc Prensky, een Amerikaanse goeroe op het gebied van educatieve games, was vorige week een verhaal te vinden over de mogelijkheden van mobiele telefoons: 'What can you learn from a cell phone - Almost Anything'. Het artikel is te vinden in het internet-tijdschrift Innovate online. Als je het wilt lezen, moet je een password aanvragen, maar voor zover ik heb kunnen nagaan levert dat geen spam op, dus dat kun je gerust doen.

Marc Prensky wijst ons erop dat mobiele telefoons in feite kleine computers zijn, die steeds meer mogelijkheden hebben. Mogelijkheden die benut kunnen worden voor het onderwijs. Geen gekke gedachte, zeker niet als je bedenkt dat kinderen steeds vaker mobieltje hebben, en soms zelfs meer dan één.

In het artikel worden mobieltjes onderverdeeld in apparaten die alleen bestemd zijn voor spraak (dat zijn er nog maar weinig), mobieltjes met een SMS-functie, met grafische mogelijkheden, mobieltjes waarmee programma's gedownload en gedraaid kunnen worden, mobieltjes met een browserfunctie, met foto- of filmmogelijkheden en GPS-systemen. Bij elke functie worden een aantal toepassingen genoemd die gebruikt kunnen worden in het onderwijs. Soms heel basaal (een teksttelefoon kan gebruikt worden om teksten in vreemde talen te beluisteren en te bestuderen, SMS kan gebruikt worden om leerlingen berichten te sturen over wat ze moeten doen voor een volgende les), maar er worden ook dingen genoemd die misschien wat minder voor de hand liggen. Denk daarbij ook aan projecten zoals Frequentie 1550, waarbij leerlingen met behulp van GPS de geschiedenis van Amsterdam ontdekken, of het Rotterdamse project Codex Kodansky van het Kunstgebouw.

KunstgebouwDit project, genomineerd voor de Europrix 2005, is volgens de site: 'een multimediale zwerftocht, een spannend vierdimensionaal interactief hoorspel door het centrum van Rotterdam. Lopend door de stad hoort de speler de stem van de hoofdpersoon in zijn hoofd, de dwangmatige en paranoïde Kodanski. Met behulp van een koptelefoon en hightech navigatieapparatuur krijgt de speler toegang tot een heel andere stad, verborgen achter de zichtbare. Feiten, fictie, stadsgeschiedenis en statistische gegevens vermengen zich tot een spannend verhaal over en door de stad'.

Maar er zijn natuurlijk ook allerlei vormen van Geochaching te bedenken waarbij leerlingen met een mobieltje met GPS op zoek gaan naar iets, en daarbij allerlei dingen tegenkomen of ontdekken. In het mobieltje kan alle informatie gezet worden die ze nodig hebben bij hun zoektocht of de opdrachten die ze moeten maken. Denk eens aan een woordenboek dat ze kunnen raadplegen, een kaartje van de omgeving, een foto van een plek waar ze moeten zoeken enz.

Nu zijn veel van die mogelijkheden allemaal nog behoorlijk kostbaar: mobiel bellen loopt gauw in de papieren, heeft menige leerling al ontdekt. Dus het zal nog wel even duren voordat we deze mogelijkheden in de vingers hebben. Maar ik denk wel dat we ermee aan de slag moeten gaan: de techniek gaat snel, en willen we ons onderwijs in de wereld van nu passen, dan moeten we ook gebruik maken van de middelen van nu.

vrijdag 10 juni 2005

Inspirerend: coaching in samenwerking met VO

Gisteren had ik al verteld wat ik belangrijk vind bij het coachen van een ThinkQuest team. Wat ik in veel verantwoordingen van coaches van Junior-teams las, was dat zij van mening waren dat je als coach ook verstand moet hebben van het bouwen van een website. Daar ben ik het niet mee eens. Natuurlijk is het handig als je als coach weet hoe een website gebouwd moet worden, maar voor dat deel van het werk kun je ook heel goed een beroep doen op anderen. Wel moet je in het voortraject duidelijk maken dat als jij noch het team die kennis in huis hebben, er iemand gezocht moet worden die dat wel heeft en het team kan begeleiden in dat traject. Voor leerlingen van basisscholen is het misschien lastig om zelf iemand te vinden; voor de coach is dat vermoedelijk makkelijker. Misschien ken je zelf iemand die daarvan verstand heeft, of kun je de ouders van de (andere) teamleden vragen of zij iemand in hun kennissenkring hebben die het team kan begeleiden in dat proces. Of je kunt daarvoor misschien een beroep doen op leerlingen van een school voor voortgezet onderwijs in de buurt.

In Goes was er dit jaar een bijzondere samenwerking tussen de PO en VO in Goes. Drie Havo-leerlingen van Frans Peeters, docent informatica aan het het St. Willibrordcollege, hadden als Praktische Opdracht (PO) gekregen om een team te begeleiden van 4 leerlingen van groep 6 en 7 van Peter Reinders, leerkracht aan de Holtkampschool. Voor beide groepen leerlingen was dat heel leerzaam. Voor de leerlingen VO was het een ervaring om de stof uit te leggen aan die kinderen, ik denk dat voor de leerlingen PO een geweldige ervaring was om les te krijgen van die VO-leerlingen, en ik denk dat daarnaast ook de samenwerking tussen 2 de scholen een positieve uitwerking gehad zal hebben. Ik vond het in ieder geval een bijzonder goed initiatief, en ik denk zo'n samenwerking duidelijk maakt dat je als coach niet persé zelf hoeft te weten hoe websites gebouwd worden: daarvoor zijn altijd andere mensen te vinden.

donderdag 9 juni 2005

Coaching: niet makkelijk, wel leerzaam

In de afgelopen dagen heb ik alle inzendingen bekeken van ThinkQuest Junior. Ik ben een grote fan van deze 'web-strijd', en vindt dat het juweeltjes oplevert. Juweeltjes in de vorm van zeer bruikbare websites, maar ook omdat het maken van een website in teamverband veel mogelijkheden oplevert voor het onderwijs. Dit jaar heb ik zelf een team gecoacht, en ben in alle valkuilen gevallen waar ik in kon vallen. Heel leerzaam dus! Bij het bekijken van de ThinkQuest inzendingen, heb ik dan ook met veel aandacht de ervaringen van de Junior-coaches gelezen. Het is boeiend om te zien hoe verschillend mensen denken over coaching: in de coachverantwoordingen zijn daarover veel verschillende ideeën te vinden.

Ikzelf vind het vooral belangrijk om als coach:
  • afspraken te maken met het team over verantwoordelijkheid
  • talent binnen het zichtbaar te maken
  • het team te stimuleren om te leren van elkaar.

Wat betekent dat voor mij feitelijk?

Ik vind het belangrijk dat coach en team samen afspraken maken wat ze van elkaar kunnen verwachten. Niet alleen heel concreet over zaken zoals wanneer je bij elkaar komt, en wie welke taken heeft, maar vooral op het gebied van verantwoordelijkheid. Wat verwacht het team van een coach als bijvoorbeeld één teamlid afhaakt, of als deadlines niet gehaald worden? Is dan de coach verantwoordelijk voor het signaleren hiervan en voor het nemen van vervolgstappen, of ligt die taak bij het team? En wat is de doelstelling van het team: het winnen van de hoofdprijs of het bouwen van een website? En welke consequenties heeft die keuze voor het team? Betekent het gaan voor de hoofdprijs dat iedereen zich voortdurend 100% moet inzetten, en dat het bouwen aan de website gaat voor andere afspraken? Ik vond het belangrijke zaken om tevoren door te spreken met het team. Dat wil niet zeggen dat ik vind dat het team volledig de eigen route mag uitstippelen: ik vind dat je als coach ook bepaalde eisen kunt stellen aan het team. Je moet met elkaar samenwerken met respect voor ieders wensen en ideeën, dus ook met die van de coach!

Als duidelijk is wat het team en de coaches van elkaar kunnen verwachten, dan kan het team aan de slag. Soms zal de coach dan een organiserende taak hebben, meehelpen structuur aan te brengen of het team op pad helpen bij het bouwen zelf, maar ik vind het in ieder geval de taak van de coach om het talent binnnen het team op te sporen en zichtbaar te maken. Dat is volgens mij niet alleen stimulerend voor de teamleden, maar het is ook leuk om te doen! Ik vond het zelf erg leuk om te zien hoe de teamleden zich ontplooiden en elk op hun beurt dingen deden die ik misschien niet van ze had verwacht. Een teamlid dat heel leuke teksten bleek te schrijven, een ander dat zich ontpopte als regelaar, een derde die een bindende factor in het team bleek te zijn: heel bijzonder om te zien, en een kleine moeite om de teamleden te vertellen dat dit soort zaken niet vanzelfsprekend zijn, maar bijzonder en iets wat ze zeker kunnen benutten.

Een m.i. logisch daaruit volgende stap is dat je teamleden stimuleert om te leren van elkaar. Door elkaars talenten zichtbaar te maken en te laten zien hoe anderen te werk gaan, bied je teamleden de mogelijkheid om te leren van elkaar. Niet door ze te vertellen wat ze moeten doen: simpelweg het feit dat een ander iets doet en daarin succesvol is, zal leerlingen aanzetten om zelf te kijken of ze zichzelf kunnen ontwikkelen op dat gebied. Dat wil niet zeggen dat alle teamleden nu ineens geweldige vormgevers moeten worden, of allemaal op de hoogte zijn van het onderwerp van de site of van HTML-coderingen. Nee, ze leren wat ze zelf kunnen en niet kunnen, hoe ze optimaal gebruik (dus geen misbruik) kunnen maken van de kennis van anderen, en hoe ze hun eigen werk een stapje hogerop kunt tillen. Ik denk dat juist dat heel belangrijke vaardigheden zijn voor verdere studie of werk.