Posts weergeven met het label educatieve games-reviews. Alle posts weergeven
Posts weergeven met het label educatieve games-reviews. Alle posts weergeven

woensdag 11 januari 2012

Rekenoefeningen en spelletjes

Er zijn op internet heel veel plekken waar je kan oefenen met rekenen. Ik heb al verschillende keren in een blogpost een aantal spellen genoemd, zoals hier, hier en hier. Ik ben zeker niet de enige die dat doet.Maar zo'n mooie collectie rekenspellen en vooral een collectie die zo goed zijn onderverdeeld is als die op de site Mathchimp, vond ik nog niet eerder.

Via Mathchimp kan je zoeken naar rekenspelletjes op het niveau (grade 1 t.m. grade 5; vergelijkbaar met onze groepen 3 tot en met 7), en per niveau op onderwerp. Zo zijn de spelletjes bestemd voor leerlingen in grade 1, onderverdeeld in 'Operations and Algebraic Thinking', 'Number & Operations in Base Ten', 'Measurement & Data' en 'Geometry'. Die onderwerpen zijn dan weer verder onderverdeeld, bijv. bij 'Number & Operations in Base Ten' in: 'Extend the counting sequence', 'Understand place value' en 'Use place value understanding and properties of operations to add and subtract'. De onderverdeling komt van de Common Core Standards, een standaard voor rekenonderwijs die gehanteerd wordt in 36 staten in de VS.

Omdat het rekenspelletjes zijn is een groot deel goed bruikbaar voor het Nederlandse onderwijs. Je kan de spelletjes spelen zonder een account aan te maken. Kies je ervoor dat wel te doen, dan krijg je de mogelijkheid om aan te geven wat je van het spel vindt. Ik snap dat die informatie voor Mathchimp interessant is, maar voor het onderwijs vind ik de rating weinig betrouwbaar en daarom niet interessant. Eerder zou ik de leerlingen vragen om als ze een spel hebben gespeeld, daaraan een cijfer te geven in een online spreadsheet. Dat is dan weer mooi materiaal voor in de hogere groepen om gemiddeldes uit te rekenen en grafieken te maken ;-)

dinsdag 4 oktober 2011

Weeskinderen vier eeuwen geleden

logo game Kleine WeeshuisHoe het leven in vroeger tijden was, is niet altijd even makkelijk voor te stellen. Gelukkig zijn er mensen die daar prachtig over kunnen vertellen, er zijn boeken die je bijna niet weg kan leggen omdat ze zo mooi, ontroerend of grappig vertellen over lang vervlogen tijden en er zijn games waar je kan rondlopen in een wereld die lijkt op hoe het vroeger ooit is geweest.

Sinds kort is er een nieuw geschiedenisspel online te vinden: Het Kleine Weeshuis, gemaakt door Flavour in opdracht van het Amsterdam Museum. In dit spel kom je terecht in het Burgerweeshuis in Amsterdam. Daar maak je kennis met een regentes van het weeshuis en je helpt haar om haar bril te vinden. Daarna ga je op zoek naar de sleutel waarmee je op de binnenplaats van het weeshuis kan komen. Onderweg help je een weesmeisje bij het zoeken naar haar inktpot en veer die ze nodig heeft om te schrijven, voor de kokkin zoek je de ingrediënten waarmee ze pap kan maken en voor de muis zoek je een stukje kaas. Onderweg kom je allerlei zaken nodig die te maken hebben met hoe het leven in het weeshuis. Waarom heeft het weeshuis een eigen bierbrouwerij, wat zijn een plak en een pechvogel, wat gebeurde er als je te laat kwam, wat aten de weeskinderen en hoe maakten ze het eten warm?

Het spel is uitdagend genoeg om het uit te spelen en de teksten zijn lekker kort en krachtig gehouden waardoor de kans groot is dat kinderen ze ook echt lezen. Speel je het spel uit dan krijg je als beloning een bon waarmee je in het echte weeshuis een pannenkoek kan gaan eten. Ook kan je daar een code krijgen waarmee je een geheime kamer kan openen in het virtuele weeshuis. Daarmee wordt het aantrekkelijk om het echte museum te gaan bezoeken, maar het is geen noodzaak om het spel te kunnen spelen en zo weer wat meer inzicht te krijgen in het verleden. Als kinderen na het spelen van het spel en een eventueel bezoek aan het museum nog meer willen doen, dan kunnen ze op de site kleurplaten/knutselvellen downloaden om een eigen weeshuis mee te bouwen. Een goede mix van online en real life activiteiten!

dinsdag 20 september 2011

Mediawijsheid-dominospel

Vorige week mocht ik voor een groep bovenschoolse ICT-coördinatoren uit het PO een interactieve presentatie verzorgen over mediawijsheid. Nou ben ik niet zo'n fan van presentaties, en al helemaal niet als dat aan het einde van een middag moet gebeuren. Meestal zijn mensen dan al moe, en dan wordt het wel heel lastig om een boodschap over te brengen naar de luisteraars. Daarom bedacht ik een manier om met de mensen aan de slag te gaan. Na wat gepieker en gepeins bedacht ik een dominospel. Echt uittesten kon ik het niet omdat je voor het spelen van het spel minstens een stuk of 8 spelers nodig hebt, dus ik besloot de gok te wagen en het spel ter plekke uit te proberen.

Alhoewel het spel zeker niet vlekkeloos verliep, vond ik het toch de moeite waard. Hadden bij de inleiding op het spel sommige mensen nog moeite om de aandacht erbij te houden; bij het feitelijke spelen werd iedereen actief en betrokken. Wat dat betreft was mijn doel dus bereikt. Maar qua vormgeving moest ik er nog het nodige aan sleutelen en het spelen van het spel vroeg meer uitleg dan ik had verwacht. Maar na herziening ben ik nu tevreden met het resultaat en hoop ik dat het ook voor anderen bruikbaar is.

Wat is nu eigenlijk dit mediawijsheid-dominospel?

Het mediawijsheid-dominospel is bedoeld om onderwijsgevenden en anderen die zich in een school bezig houden met het gebruik van media (bijv. mediathecarissen, mediacoaches, ict-coördinatoren) door leerlingen, met elkaar in gesprek te laten gaan over wat zij al doen op het gebied van mediawijsheid en het werken met media, en wat zij zouden willen gaan doen. Het spel wordt ingezet om zichtbaar te maken:
  • op welke gebieden van mediawijsheid weinig of geen activiteiten ontwikkeld worden,
  • om op gebieden waarop al wel activiteiten ontwikkeld worden gesprekken te voeren hoe deze activiteiten op elkaar afgestemd kunnen worden en hoe aan deze activiteiten verdieping gegeven kan worden,
  • wat er nodig is om onderwijsgevenden en leerlingen en in staat te stellen media in te zetten om hun (onderwijs- en leer)doelen te realiseren,
  • wie binnen de school welke expertise heeft op het gebied van mediagebruik en mediawijsheid.
Het spel kan zowel ingezet worden om scholen te helpen een visie te ontwikkelen ten aanzien van mediagebruik en mediawijsheid, als voor het geven van een praktische invulling aan deze visie.

Na een korte introductie over wat mediawijsheid en hoe dit begrip onderverdeeld kan worden in deelgebieden (in kansen en bedreigingen m.b.t. content, contact en conduct/creatie) wordt het spel gespeeld. Daarvoor worden eerst lege dominostenen door de deelnemers ingevuld met beschrijvingen in steekwoorden van de activiteiten die zij met leerlingen ondernemen op het gebied van het gebruik van media of die zij met de leerlingen zouden willen ondernemen. Vervolgens worden de stenen uitgelegd, waarbij het de bedoeling is dat deelnemers die activiteiten op een bepaald gebied willen ondernemen op zoek gaan naar mensen die hiermee al ervaring hebben opgedaan.

Na het uitleggen van de stenen wordt met de deelnemers het resultaat bekeken en het resultaat geëvalueerd:
  • Zijn er gebieden waarop geen activiteiten ontwikkeld worden of waarop juist overlap is? Is deze situatie gewenst?
  • Wordt aan de leerlingen voldoende ondersteuning (kennis, software, hardware) geboden bij het ‘wijs’ inzetten van media?
  • Wordt aan de onderwijsgevenden voldoende ondersteuning (kennis, software, hardware) geboden bij het ‘wijs’ inzetten van media?
  • Hoe kunnen de deelnemers elkaar helpen bij het wijs gebruik van media in het onderwijs?
Ben je nieuwsgierig geworden en wil je het spel zelf spelen, met leerkrachten/docenten van één of meer scholen, secties, afdelingen, jaarlagen? Je kunt alle informatie (complete beschrijving van het spel en de regels, lege dominostenen enz.) als pdf-bestand hier downloaden. Het spel is beschikbaar onder de Creative Commons licentie CC-by, dus je mag het vrij gebruiken en aanpassen, zolang je er mijn naam als originele maker bij vermeldt. En natuurlijk zou ik het erg leuk vinden om het te horen als je het spel gaat spelen, en als je het hebt gespeeld, hoe het je is bevallen. Mocht je nog vragen hebben of zoek je hulp bij het spelen van het spel, dan kan je me hier vinden.

Succes!

Afbeelding van Tafkabecky, gepubliceerd onder CC-by-nc-sa.

dinsdag 24 mei 2011

Physion: simulaties voor natuurkunde maken of gebruiken

screenshot logo PhysionHet is alweer heel wat jaartjes geleden dat ik natuurkunde had en ik ben dan ook veel vergeten van die lessen. Maar één les heb ik nog scherp op het netvlies staan: de les waarin de leraar vertelde over behoud van impulsmoment. Dat ik die les onthouden heb is omdat de docent daarin liet zien wat het verder nogal abstracte begrip inhield door op een draaistoel te gaan zitten en zich daarop rond te laten draaien, waarbij hij afwisselend de benen en armen strekte en boog. Het was niet zo sierlijk als de pirouette van een kunstschaatser, maar het maakte op mij in ieder geval wel zoveel indruk dat ik de les - en de wet van behoud van impulsmoment - tot op de dag van vandaag heb onthouden. Ook al heb ik misschien niet alle finesses van de wet doorgrond: mijn interesse was zeker gewekt en nog altijd zal je mij met fascinatie zien kijken naar een gyroscoop of een Powerball die door sommigen wordt aangeraden als middel tegen RSI/CANS.

Maar niet iedere docent zal het leuk vinden om zo op een stoel rond te draaien. En soms heb je meer nodig om te laten zien hoe iets werkt. Een prachtige tool om natuurkunde-simulaties te maken is Physion. Met Physion kan je allerlei mechanicawetten demonstreren: wrijving, zwaartekracht, hoeksnelheid enz. Je kunt met Physion objecten maken met verschillende vormen, waarbij je vervolgens aangeeft wat de natuurkundige eigenschappen zijn daarvan, bijv. hoe zwaar dat object is, wat de wrijvingscoëfficiënt is of (bij een veer) wat de veerconstante is. Als je Physion download krijg je een bibliotheek met een aantal bruikbare simulaties voor de wiskundeles. Je kunt die simulaties bewerken of natuurlijk heel nieuwe simulaties maken.

Je kunt Physion gebruiken als docent om iets te laten zien, maar nog leerzamer is het als je leerlingen vraagt om zelf een simulatie te maken met Physion. Het programma is niet moeilijk in gebruik; wel zal het voor sommige leerlingen makkelijk zijn als de in het programma gebruikte Engelse termen vertaald worden naar het Nederlands.

Als je leerlingen hebt die handig zijn met programmeren, dan kan je ze ook laten werken met de scriptingtaal van Physion. Ga eens praten met de informaticadocent (als je school dat vak aanbiedt): misschien zijn er leerlingen die als eindopdracht voor dat vak je kunnen helpen bij het maken van een serie simulaties. De tool biedt heel veel mogelijkheden (zie bijv. ook dit filmpje over het maken van een simulatie van magneten m.b.v. Physion), dus als je de goede mensen bij elkaar brengt, dan zijn de mogelijkheden legio.

Jezelf als demo neerzetten van een natuurkundewet blijft voor mij de meest aansprekende manier om je les te illustreren, maar als dat niet mogelijk is dan is Physion een goed alternatief ;-)

dinsdag 10 mei 2011

Grenzen overschrijden, of niet?

Screenshot Can You Fix ItGrensoverschrijdend gedrag: daar lijken vooral pubers patent op te hebben. Dat doen ze niet alleen op school, maar ook in hun privé-leven. Grensoverschrijding door groepsdruk, grensoverschrijding in een relatie, digitale grensoverschrijding, grensoverschrijding buiten relaties en problemen rondom eerculturen. Grenzen overschrijden hoort er natuurlijk bij als je jezelf ontwikkelt, maar je moet er wel voor zorgen dat dat niet leidt tot blijvende schade.

Over dit soort zaken gaan we daarom (ook) op school met jongeren in gesprek: om ze zich ervan bewust te laten zijn dat bepaald gedrag risico's met zich meebrengt en hoe ze kunnen voorkomen dat ze in de problemen komen. Makkelijk is het niet, om dit soort gesprekken te voeren: het risico is groot dat je als volwassene buiten spel wordt gezet door de leerlingen als iemand die niets van het leven weet, die overal bang voor is of omdat ze je betweterig vinden.

IJsfontein heeft, in opdracht van Rutgers Nisso Groep en SOA AIDS Nederland, een serie videogames gemaakt, Can You Fix It, over grensoverschrijdend gedrag van jongeren. In het spel bekijk je een film waarin jongeren keuzes moeten maken, bijv.: welke informatie geef je weg als je iemand hebt leren kennen op MSN, wat doe je als je in de disco je eerst een drankje aanbiedt en dan vervolgens te dicht bij je komt, hoe pak je het aan als je wilt vrijen met je vriendin en wat doe je als je vriendinnen je uithoren over je uitje met je vriend? De speler moet het moment waarop het fout kan gaan in de film herkennen. Dan kan je aangeven welke keuze de speler moet maken. Daarmee bepaal je hoe de film afloopt: krijg je een happy end of zit de speler aan het einde van de film in de knoei?

Bij het maken van de games heeft IJsfontein een aantal uitgangspunten geformuleerd:
  • Wees positief: zorg voor handelingsperspectief voor de jongere (zelf of met hulp van anderen), praat over oplossingen,
  • oordeel niet: zorg dat jongeren hun eigen normen kunnen toetsen en waar nodig zelf bijstellen,
  • Hou geen preek: vertel niet hoe het moet, maar stuur aan op eigen inzicht,
  • Erken de verschillen tussen jongens en meiden,
  • Erken de verschillen tussen jongeren,
  • Maak het makkelijk,
  • Maak het aantrekkelijk.http://www.blogger.com/img/blank.gif
Wil je op basis van deze games met leerlingen in gesprek gaan, dan is het goed om je aan diezelfde uitgangspunten te houden.

De serie games Can You Fix It bestaat uit 10 filmpjes. Bij de meeste filmpjes kan je zelf kiezen welke rol je wilt spelen: die van het jongen of het meisje of vriend of vriendin. De filmpjes duren maar een paar minuten, maar leveren genoeg gespreksstof om er een lesuur (of meer) mee te vullen. Je kunt ze gebruiken als introductie op of als voorbeeld bij op een onderwerp of vak (seksuele voorlichting, veilig internet).

De games zijn gelanceerd in november 2010; vorige maand is de serie bekroond met een Spinaward (beste interactieve video concept) en genomineerd voor een Esprix Award (gedragsbeïnvloeding).

Voor wie veel met jongeren te maken heeft en met ze in gesprek wil gaan over hun gedrag, voor de les, als mentor of als vertrouwenspersoon, vind ik deze games een aanrader. Je kunt er meer over lezen op de site van IJsfontein of natuurlijk: zelf spelen!

dinsdag 8 maart 2011

De luchtvaart: daar kan je wat van leren

Gisteren vertelde ik over het project Serious Soap; vandaag besteed ik aandacht aan het spel Training Missions, dat net als Serious Soap is ontwikkeld in het kader van de Innovatieregeling 2010.

Het spel Training Missions is een uitbreiding op het spel Airline
Simulation Game, een spel dat gespeeld wordt door twee studenten tegen elkaar. Airline Simulation Game heeft tot doel studenten te leren over hoe netwerken gevormd moeten worden in de luchtvaart. Het spel Airline Simulation Game voldeed aan die doelstelling, maar in de praktijk bleken er twee problemen te zijn:
  • door het verschil in niveau tussen de spelers moesten de minder snelle studenten boven hun niveau spelen en werd voor de snelle studenten de vaart uit het spel gehaald.
  • er was weinig uitdaging en verdieping voor de snelle studenten
Om die problemen te ondervangen werd - met het programma Game Maker - het spel Training Missions ontwikkeld. Dat is in feite een inleiding op de theorie achter de Airline Simulation Game: het vormen van slimme netwerken in de luchtvaart. Het heeft dus alles te maken met logistiek en met speltheorie. Omdat het gemaakt is in Game Maker is het ook leuk om het spel eens te laten bekijken door leerlingen die zich bezig houden met het maken van games.

Training Missions wordt gespeeld tegen de computer, zodat iedereen het spel op zijn eigen niveau kan spelen. De bedoeling is dat na het spelen van het spel de studenten hun niveau goed kunnen inschatten en op zoek gaan naar een gelijkwaardige spelpartner voor de Airline Simulation Game. Het spel Training Missions en de bijbehorende handleiding kunnen gedownload worden via de site van de Innovatieregeling. In de eindrapportage staat beschreven hoe het spel is opgebouwd en welke vraagstukken de studenten tijdens het spelen moeten oplossen. Meer over de ontstaansgeschiedenis van het spel lees je in de blogposts die gedurende de looptijd van het project zijn geschreven.

De luchtvaart is overigens een branche waar wel vaker met simulaties wordt gewerkt. De moeite waard om eens naar te kijken vanuit het onderwijs, want veel van die games kunnen uitstekend ingezet worden in het voortgezet en/of het beroepsonderwijs, bijvoorbeeld voor het vak economie (logistiek, bedrijfseconomie, speltheorie) of voor een kennismaking met de verschillende facetten van de luchtvaart.

Heel bekend en al vele jaren oud zijn de flightsimulators waarin je als speler zelf een vliegtuig bestuurt. Heel leerzame games, die ook in het voortgezet onderwijs gebruikt kunnen worden.

Een ander bekend spel over de luchtvaart is Airline Tycoon. In dit (commerciële) entertainmentgame ben je de baas van een luchtvaartmaatschappij en ga je de concurrentie aan met andere maatschappijen door een goede vloot op te bouwen en de juiste orders binnen te slepen.

Van heel recente datum is het spel Smartgate, dat in opdracht van Air Cargo Nederland, de brancheorganisatie voor de luchtvrachtindustrie in Nederland, werd ontwikkeld door IJsfontein. Ook dat is een leerzaam spel dat zeker een plek kan krijgen in het voortgezet en het middelbaar beroepsonderwijs. In dit spel, een online single-player game, moet de speler het transport van goederen op de luchthaven verzorgen, vanaf de transporter hal waar de goederen binnenkomen, via de forwarder en de handler naar de airline om uiteindelijk per vlucht verscheept te worden. Smartgate is webbased en kan gratis door iedereen gespeeld worden.

Ken je nog meer spellen over de luchtvaart die gebruikt kunnen worden in het onderwijs? Laat het me weten via het reactieformulier!

maandag 7 maart 2011

Serious Soap: spel, soap of leren?

Al weer een tijdje geleden was de eindpresentatie van de Innovatieregeling 2010 van SURFnet. Daar werden de producten gepresenteerd die ontwikkeld waren in het kader van die regeling. Eén van de projecten waarin ik hier aandacht wil besteden is het project Serious Soap. Doel van dit project was om verzorgenden in de ouderenzorg te leren hoe je kunt voorkomen dat ouderen ten val komen en hoe de eerste tekenen van dementie herkend kunnen worden. Maar het doel ging verder dan alleen weten: het project had ook ten doel om het geleerde in de praktijk te brengen.

Om dat doel te bereiken is een 'serious soap' ontwikkeld: een game met de kenmerken van een soap of - als je dat liever wilt - een soap met game-eigenschappen. Serious Soap is een echte soap, met veel witte jasssen van verzorgenden, helpenden, teamleiders, zorgmanagers enz., met haat en nijd en natuurlijk ook met ontluikende liefdes en het bijgehorende verdriet. En zoals het een echte soap betaamt: de game/soap eindigt met een echte cliffhanger om je te verleiden ook de volgende aflevering te bekijken.

In de soap zijn vragen verwerkt zijn die beantwoord moeten worden om het vervolg van de film te kunnen zien. Tijdens het spelen heb je toegang tot een bibliotheek die je helpt de goede antwoorden te geven. Daarnaast zie je in de film af en toe 'oogjes' om je te attenderen op belangrijke momenten in de film. Je kunt punten verdienen door bijtijds op de oogjes te klikken en natuurlijk door de vragen te beantwoorden.

Om te weten of de spelers/kijkers ook echt wat opsteken van Serious Soap, wordt hen vóór en na het spelen van een spel een vragenlijst voorgelegd. Om te onderzoeken of het spelen van de game leidt tot gedragsveranderingen is door studenten van een HBO-Verpleegkunde opleiding van de HU onderzoek verricht en er zijn observaties gedaan in een verzorgingstehuis.

De resultaten van het project zijn overwegend positief: de deelnemers vonden het spel leuk om te spelen, het stimuleerde ze om kritisch te denken over handelen, gedrag en opstelling en de ontspannen sfeer van een soapachtig leidde ertoe om het spel uit te spelen en er met collega’s over na te praten. Uit het onderzoek bleek dat na het spelen van het spel de verzorgenden met name de richtlijnen rondom valpreventie iets beter toepasten in de praktijk.

Met name dat laatste vind ik een geweldig resultaat. Er zijn heel veel manieren om mensen kennis bij te brengen, maar het is veel lastiger om mensen ertoe te brengen om hun gedrag te veranderen. Gedrag zit vaak ingesleten en als een wijziging van gedrag niet direct iets oplevert dan is het lastig om mensen ervan te overtuigen dat ze dat toch moeten doen.

Maar de positieve uitkomsten verbazen me niet: ik heb het spel gespeeld en de plot zit ijzersterk in elkaar. Het is een heerlijke soap met karakteristieke figuren en een verhaal met verschillende verhaallijnen. Daarnaast zetten de spelers het verhaal erg overtuigend neer. Erg knap, zeker als je bedenkt dat de film in heel korte tijd geschoten moest worden en er gewerkt moest worden met mensen die nog niet eerder toneel hadden gespeeld. Maar daar is niets van te merken: de film zou zo door de omroep uitgezonden kunnen worden ;-)

Wil je meer weten over het project? Lees dan de blogposts over het verloop van het project of download het eindresultaat en ga ermee aan de slag (bestand uitpakken, en klikken op 'start.html'). Voor jezelf (omdat het leuk is om te bekijken) of voor leerlingen/studenten in de zorg in het VMBO of MBO. In het eindrapport vind je de resultaten van het onderzoek dat door de studenten van de HU gedaan is.

Wil je zelf ook een innovatief project gaan doen? Dat kan. SURFnet en Kennisnet bieden instellingen die binnen de SURFnet/Kennisnet doelgroep vallen de mogelijkheid een subsidie van maximaal € 10.000,- aan te vragen voor een project dat aansluit bij één van de volgende thema’s:
  • Leren op afstand/Online samenwerken
  • Augmented reality
  • Nieuwe videotoepassingen
  • 4K
Volgens mij bieden deze thema's ruimte voor iedere onderwijsinstelling om een projectaanvraag in te dienen!

maandag 24 januari 2011

Te leen: techno-gadgets om te leren

voorbeeld programmacode, gemaakt met het programma ScratchVoor mijn werk schaf ik soms producten aan om te kijken of die geschikt zijn voor gebruik in het onderwijs. Nadat ik ze zelf van alle kanten beklopt en bekeken heb, er wat mee heb gespeeld en natuurlijk erover geblogd heb, leen ik die producten graag uit aan docenten/leerkrachten omdat de beste test natuurlijk plaats vindt op de werkplek zelf: in de klas. Als tegenprestatie voor het lenen van die producten vraag ik om een stukje voor mijn blog, omdat kennis zich vermenigvuldigt als we die delen.

Op deze manier heb ik al eens mijn set Picocrickets en mijn Picoboard uitgeleend: materialen, gekoppeld aan sensoren, die aangestuurd worden door software (Scratch) waarmee kinderen (vanaf een jaar of 10) zelf een programma schrijven. Mijn Swinxs (een soort spelconsole die vooral wordt gebruikt voor (educatieve) spelactiviteiten op het schoolplein) heeft zelfs al op een aantal scholen uitgetest. De laatste lener is Brigit Moonen, intern begeleider van OBS De Driehoek in Hilvarenbeek. Onder de streep kun je lezen wat haar ervaringen zijn met de Swinxs.

Wil je zelf een aantal maanden de mogelijkheden van Picocrickets of Swinxs uitproberen in je klas? Laat dan een reactie achter in dit blog, zodat ik contact met je kan opnemen. Ik stuur de spullen dan naar je op. De tegenprestatie die ik van je vraag is dat je je ervaringen deelt via dit blog, ongeacht of het positieve of negatieve ervaringen zijn. Ik heb geen aandelen bij Swinxs of Picocrickets: mijn enige belang is dat ik het belangrijk vind dat we met elkaar de mogelijkheden en onmogelijkheden van dit soort 'nieuwe' gereedschappen verkennen.

Afbeelding van een stukje programmacode gemaakt met Scratch, afkomstig uit de handleiding Scratch voor basisschoolleerlingen, gemaakt door de TUDelft.


Van: Brigit Moonen

Via Margreet van den Berg heb ik een Swinxs te leen. Hij kwam een week voor de herfstvakantie binnen. Met de kinderen van de Plusklas hebben we hem -binnen- uitgeprobeerd. We komen al snel tot de ontdekking dat het veel leuker is om hem buiten te gebruiken omdat je voor veel van de spelletjes lekker moet rennen en dus ruimte nodig hebt. Maar omdat het op dat moment nogal hard regent, testen we hem binnen. Met elf kinderen tegelijk is dat niet echt een groot succes, maar ja, een pratend groen geval is toch wel erg aantrekkelijk.

De bedoeling is om na de vakantie te gaan proberen of we de Swinxs zelf kunnen programmeren. Samen met enkele kinderen bekijk ik op internet wat je daar voor moet doen. Vooraf heb ik zelf al het een en ander opgezocht en om eerlijk te zijn: het gaat mij allemaal boven mijn pet. Ik heb het idee dat je best wel de basisprincipes van een programmeertaal moet kennen om er echt mee aan de slag te kunnen. Via mijn eigen blog vertel ik iets over mijn eerste ervaringen.

Al snel krijg ik een reactie van @Swinxs op mijn blogbericht! Letterlijk: “@brigitmoonen Leuke post! Quiz maken met Swinxs kan ook simpeler zonder SDK (files zelf opnemen, juiste naam geven en opslaan in juiste map)”.
Huh? Komt natuurlijk door de 140 tekens maar deze cryptische boodschap vind ik toch lastig te ontcijferen. De leen-Swinxs heb ik op school laten staan dus ik kan het nu ook niet snel even uitproberen. Ik houd van moeilijke puzzels maar hier kan ik niet veel mee. Zal ik dan toch even naar school fietsen en de Swinxs ophalen? Uiteindelijk doe ik dat niet met als gevolg dat het programmeren van de Swinxs nog even op de agenda blijft staan. Wel heb ik contact met de supportafdeling van Swinxs. Inmiddels weet ik hoe ik samen met de kinderen van de Plusklas de quiz helemaal kan aanpassen. We moeten het alleen nog “eventjes” doen maar dat gaat zeker dit schooljaar nog gebeuren.

Intussen heb ik nog een idee voor de Swinxs. Hij (of is het een zij?) is bedoeld als speelcomputer, en dan vooral om actief mee aan te slag te gaan. Een quiz is wel leuk, maar daar wordt niet erg veel bij bewogen. De toegevoegde waarde van de Swinxs is nou juist het bewegen. Als intern begeleider van de groepen 1 t/m 4 merk ik dat veel kinderen moeite hebben met de overgang van de kleutergroep waarin veel wordt bewogen, gelopen, gerend en buiten gespeeld, naar groep 3. In groep 3 wordt van de kinderen verwacht dat ze langer op een stoeltje zitten en meer naar de leerkracht luisteren terwijl ze stilzitten. Ook de verwerking van de lesstof doen ze vaak zittend op een stoel aan een tafel. Natuurlijk spelen ze ‘s ochtends een kwartier buiten, en tussen de middag nog langer, maar dat is voor een aantal kinderen niet genoeg. Het gevolg is dat ze in de klas erg onrustig zijn en moeite hebben om te blijven zitten. En dat zie ik vooral zo rond half tien, als ze een uurtje aan het werk zijn en half twaalf, een klein uur na het speelkwartier. De periodes tussen de pauzes zijn gewoon net te lang. Mijn bedoeling is om de kinderen uiteindelijk zelfstandig met de Swinxs naar buiten te sturen. Nu het weer wat beter wordt, gaat dat er zeker van komen.

Leuk gevolg van dit alles is dat ik met mijn klas mag gaan bloggen over de Swinxs. Ik krijg er nu dus eentje voor onze school. Via het blog van Swinxs kun je meer lezen over onze avonturen!

maandag 15 november 2010

Monkeytales: games om te rekenen

screenshot spelIn Vlaanderen is toenemende aandacht voor de educatieve mogelijkheden van games. Zo werd onlangs het spel PING gelanceerd: Poverty Is Not a Game. Martijn besprak dat een dag of 10 geleden in dit weblog. In Vlaanderen zijn er ook commerciële educatieve uitgevers van games. Larian Studios ontwikkelde, in samenwerking met de educatieve uitgeverij Die Keure een reeks van games om te oefenen met rekenen: Monkey Tales. Het eerste spel uit de reeks is De Bibberburcht van Draconion.

In dit spel moet je de burcht van Draconian Huros Stultus overmeesteren. Je moet daarvoor door een heleboel kamers. In elke kamer vind je hindernissen die je moet overwinnen: monsters die je te grazen willen nemen, laserstralen die je moet ontwijken enz. Daarnaast is er in elke een aapje dat je moet verslaan met rekenen om de deur naar de volgende kamer open te maken. De rekensommen in het spel passen zich aan aan het niveau van de speler.

Het spel is niet moeilijk om te spelen maar wel uitdagend genoeg om door te blijven spelen. En om te kunnen blijven spelen moet je ook blijven rekenen. In dat opzicht voldoet het spel zeker. Wat ik wel heel jammer vind is dat je als speler geen feedback krijgt bij het rekenen. Als je een bepaald type opgaven niet snapt, dan krijg je geen tips hoe je het wel moet aanpakken. Dat vind ik een gemiste game-kans. Een leerkracht (of een medeleerling) kan daarin wel bijspringen, maar dat haalt je als speler uit het spel, waardoor het plezier vermindert. Daarnaast kreeg ik na een tijdje wel genoeg van het rekenwerk: het werd een soort rijstebrij-berg waar je doorheen moest om weer lekker te kunnen spelen. En dat is natuurlijk niet de visie op rekenen die je je leerlingen bij wilt brengen. Daarnaast biedt het spel geen mogelijkheden om de prestaties van de leerlingen te monitoren, dus je zult als leerkracht regelmatig zelf moeten toetsen of de leerling zijn rekenvaardigheid op de goede manier verder ontwikkelt.

Al met al vind ik het daarom niet echt een goed spel. Leerlingen zullen zeker aangezet worden om te gaan oefenen met rekenen, maar didactisch gezien vind ik dat er kansen zijn blijven liggen. Wel lijkt het spel me een kans voor kinderen die het leuk vinden om extra sommen te maken. Dan is het spel niet een middel om de vaardigheden van de zwakkere leerling te verbeteren, maar om de goede leerling te laten excelleren. En dat is natuurlijk ook een goed streven!

maandag 11 oktober 2010

Tafels oefenen: rijtjes of spelletjes?

screenshot spel MolesHet aanleren van de tafels is nog altijd verplichte kost op scholen. Niet gek: als je die eenmaal in je hoofd hebt zitten, kan je een stuk sneller rekenen. Voor sommige kinderen duurt het erg lang voordat ze de rijtjes in hun hoofd hebben waardoor kinderen erg gedemotiveerd kunnen raken om te leren rekenen.

Gelukkig zijn er tegenwoordig een heleboel verschillende manieren om de tafels te oefenen. Zo kreeg ik onlangs een mailtje van een leerkracht en rekencoördinator in het basisonderwijs, Frank de Witte, die zelf een programma had gemaakt om de tafels te oefenen: www.tafels-oefenen.nl. Frank schrijft over zijn website:
Het principe van deze website is dat de resultaten opgeslagen en zichtbaar gemaakt worden. Het programma is zo gemaakt dat vooral de tafelsommen geoefend worden die nog niet worden beheerst. Verder wordt er gebruik gemaakt van een uniek beloningssysteem.
Ik kan me voorstellen dat deze manier van leren voor sommige kinderen leuker is dan het maken van rijtjessommen. Handig is in ieder geval dat de score van een leerling wordt bijgehouden en dat een leerling zo zelf kan bijhouden welke tafels hij al heeft gedaan en welke niet. Een goede manier dus om te kijken of een leerling met een tafeldiploma naar huis mag.

Maar er zijn veel meer tafelsommen te vinden op internet, bijvoorbeeld:
We hebben natuurlijk ook Nederlandstalige spellen van ons eigen Freudenthal Instituut, bijvoorbeeld Kikker en Tafelgetallen. Ben je op zoek naar andere rekensommen, is het 'gouwe ouwe' spel Numbercruncher nog altijd een aanrader, vind ik. Een vrij recente versie vind je hier. Maar als je zoekt op het woord 'Numbercruncher' vind je er nog veel meer!

woensdag 23 juni 2010

9-box: om te oefenen met de tafels

Klik hier om naar het spelletje 9-box te gaanIk had het spelletje al eens een keer gezien, maar ik kwam het weer tegen op het net: 9-box. In het spel 9-box oefen je de tafels. Je hebt een speelveld met daarin 9 blokjes, voorzien van een cijfer. Elk blokje heeft 9 kruisjes, die oplopen in waarde: het kruisje linksboven heeft de waarde 1, die rechts daarvan de waarde 2, en het kruisje rechtsboven de waarde 3 enz.

In het spel licht elke keer een kruisje op in een blokje. De speler moet dan de uitkomst invullen van de waarde van het kruisje maal de waarde van het blokje. Dat is nog behoorlijk lastig. Je moet, zeker in het begin, goed nadenken welke waarde het kruisje dat oplicht vertegenwoordigt. Maar na een paar minuutjes krijg je dat goed in de vingers en kan je de sommetjes snel maken. Slimme spelers letten overigens helemaal niet op waar de kruisjes staan: die vullen per blokje zonder te kijken keurig de rijtjes in: 4, 8, 12, 16, 20 enz.

Heb je dat een keer door en gaat het spel vervelen, dan komt de grote uitdaging. In level 2 staan de cijfers niet meer netjes op volgorde, maar door elkaar en de kruisjes lichten niet meer per blokje op, maar kris kras door de blokjes heen. Dat betekent nadenken en vooral ook heel snel rekenen. Een goed resultaat krijg je alleen als je de tafels goed hebt geautomatiseerd. Als je dat niet hebt, dan gaat het allemaal veel te traag.

De speler krijgt keurig te zien hoeveel fouten hij heeft gemaakt, hoe vaak hij het juiste cijfer heeft ingevuld en hoeveel tijd hij nodig had voor het spelen van het spel.

Jammer dat de site niet helemaal af is: je kunt je niet aanmelden en je highscore opslaan. Ook zou ik graag extra levels toegevoegd zien, de blokjes in de gewone volgorde en de kruisjes ook per blokje, maar dan door elkaar, en een level waarin de blokjes in de gewone volgorde staan, maar waarbij de kruisjes willekeurig oplichten door de blokjes heen. Maar wie weet worden die levels nog een keer toegevoegd.

Tip: laat de leerlingen elke keer een screendump maken van het resultaat en laat ze proberen hun eigen score te verbeteren: sneller, of minder fouten, of -als ze erg goed zijn - allebei!

dinsdag 22 juni 2010

Immune Attack

Klik hier om naar de site van Immune Attack te gaanImmune Attack is een Engelstalig spel over immunologie dat is gemaakt door de FAS: de Federation of American Scientists. Het spel is geschikt voor spelers uit de bovenbouw Havo/VWO en voor studenten uit het hoger onderwijs. In het spel leer je over nanotechnologie, onderwerpen uit de moleculaire biologie en uit de celbiologie doordat je als 'nanobot' door het menselijk lichaam reist en in minigames zeven hindernissen moet overwinnen:
  1. Monocyte to Macrophage (Transmigration),
  2. Follow the Chemical Trail (of C3a),
  3. Recognize the Enemy (Activate LPS Receptors),
  4. Eat the Pseudomonas!,
  5. Call the Neutrophil to the Site of Infection (Activate CXCL8),
  6. Transfer Abilities to Neutrophils,
  7. Eat the Staphyloccocus.
Op de site vind je o.a.:

Leuk voor de dagen in de zomervakantie, waarop het weer iets minder mooi is: download Immune Attack en speel het spel, zodat je het volgend schooljaar aan je leerlingen kunt aanbieden. Laat je overtuigen door deze Amerikaanse docent.

vrijdag 26 maart 2010

Spelend leren

afbeelding van wereldkaart WereldhandelsspelOmdat leren in een spelvorm voor veel leerlingen erg motiverend is, en daarom ook leerwinst oplevert, hierbij de aankondiging voor (gratis) workshops van Bitpress om kennis te maken met hun educatieve games . In deze educatieve games draait het om handel, op het niveau van een onderneming (Bizzkidz, voor VO en MBO, en Bizzgames, voor VO, MBO en HO) of om handel wereldwijd (Wereldhandelsspel Oxfam Novib, voor VO en MBO).

In Bizzkidz en Bizzgames nemen leerlingenteams elke ronde via het internet beslissingen voor hun fictieve onderneming. De ondernemingssimulaties worden ingezet als praktische opdracht, sectorwerkstuk, project en voor Leren Ondernemen in het VO en MBO. Bij Bizzgames kunnen scholen zelf bepalen wanneer het spel start; Bizzkidz is een landelijke competitie die elk jaar rond december/januari van start gaat en eindigt omstreeks april. Voor dit jaar kan niet meer ingeschreven worden, maar volgend jaar is er weer een hele nieuwe ronde.

In het Wereldhandelsspel Oxfam Novib creëert de docent de wereldhandel in de klas.. Als regering van hun land nemen zes leerlingenteams gedurende de speelrondes beleidsbeslissingen. Bij deelname kan een gastspreker in de klas komen vertellen over het standpunt van Oxfam Novib ten aanzien van wereldhandel en globalisering. De tijdbesteding van het Wereldhandelsspel is circa acht studielasturen. Dit kan eventueel uitgebreid worden met aansluitende opdrachten voor de vakken economie, aardrijkskunde, geschiedenis en maatschappijleer, waardoor je kunt komen tot tot een vakoverstijgende praktische opdracht met 20 studielasturen.

Ik heb al een paar keer de finale bijgewoond van Bizzkidz en ik ben ervan overtuigd dat leren door middel van deze games niet alleen leuk is, maar leerlingen ook een beter inzicht geeft in de in de vakken die in de games aan de orde komen!

Ben je geïnteresseerd in het bijwonen van een introductieworkshop dan kan je je hiervoor aanmelden op de sites van de verschillende spellen: Bizzgames, Bizzkidz en Wereldhandelsspel.

vrijdag 19 maart 2010

Wiskunde-puzzels

Braintraining; ze zeggen dat het je geest scherp houdt en dat het je jong houdt. Dat betwijfel ik: je hersenen zijn geen spieren die je door te trainen in conditie kunt houden. Maar leuk vind ik het wel: die breinspelletjes, en als het me niet jong houdt, dan houdt het me in ieder geval van de straat ;-) Om die reden en omdat de weersverwachting voor het weekend me niet in de verleiding brengt om de straat op te gaan, deze keer een verzameling van maar liefst 32 gratis breinspelletjes, gemaakt door Simon Tatham. Ze zijn voor iedereen die houdt van logisch nadenken, van wiskunde en van puzzelen.

Ik denk dat je met dit materiaal zeker ook hoogbegaafde kinderen blij kunt maken. Vraag ze dan niet alleen om de spelletjes te spelen, maar ook om te beschrijven hoe ze de puzzels oplossen: welke strategie ze daarvoor ontwikkelen. Dat kan een opstapje zijn naar het zelf maken van een spel; met pen en papier of met een programma als Game Maker. Dat programma leent zich uitstekend om puzzel- en breinspelletjes mee te maken.

Je kunt de spelletjes van Simon Tatham online spelen, maar ook downloaden naar je eigen computer: windows, mac of Unix. Een aantal spellen kan ook geïnstalleerd worden op een mobieltje (Palm, Android en SymbianS60). Op de site vind je bij elk spelletje een handleiding, maar de meeste spelletjes zul je waarschijnlijk ook zonder dat wel kunnen doorgronden. De oplossingen staan er niet bij: die moet je helemaal zelf zoeken. En dat valt lang niet altijd mee. Veel plezier!

vrijdag 5 februari 2010

EnerCities

Screenshot van het spelHet spel EnerCities is al een tijdje te spelen via Facebook, maar nu is het voor iedereen en in maar liefst 6 talen beschikbaar. Het spel is geschikt voor leerlingen vanaf de onderbouw VO. Met wat hulp kan het ook gespeeld worden door leerlingen uit de bovenbouw van het PO.

EnerCities lijkt een beetje op SimCity: bij beide spellen moet je een stad bouwen. Bij de eerste versie van SimCity is dat een complexe organisatie: je moet niet alleen zorgen voor wegen en huizen, maar ook voor waterleiding en elektricitiet, voor scholen, politie en brandweer en natuurlijk moet er ook voldoende werkgelegenheid zijn. Terwijl je druk bezig bent om je bewoners te voorzien van alles wat een stad nodig heeft, bedreigen allerlei rampje je stad: er kan een overstroming komen of een brand uitbreken, en als je je inwoners niet tevreden stelt, dan dreigen er opstandjes. Simcity was/is zeker geen spel dat je 'even' speelde: het is een hele uitdaging om het goed in de vingers te krijgen.

Ook bij EnerCities moet je een stad bouwen waar mensen op een beetje prettige manier kunnen leven: omdat er voldoende huizen zijn, ze in een groene omgeving wonen, er voldoende energie is en waar ze kunnen werken om geld te verdienen. Daarbij is er voortdurend aandacht hoe je je stad zo duurzaam mogelijk kunt maken: bouw je een kolencentrale of maak je gebruik van windenergie? En koop je voor je bewoners spaarlampen, of plaats je zonnecellen op de daken? Je kunt bijna alle gebouwen duurzamer maken, maar dat kost natuurlijk wel geld, dus je moet wel zorgen dat je bewoners dat geld kunnen verdienen.

Al met al is EnerCities een spel dat lekker vlot en makkelijk wegspeelt. Het voordeel daarvan is dat het spelen van het spel makkelijk in te passen is in een les, of als huiswerkopdracht meegegeven kan worden. Het nadeel is dat het spel al snel verveelt, zeker voor de ervaren gamer. Voor die groep zou ik liever het spel SimCity Societies inzetten, waarin het niet alleen gaat over duurzame energie, maar ook over een duurzame sociale omgeving.

Of je wat kunt leren van dit soort spellen, staat voor mij buiten kijf. Of je er ook echt wat van leert, hangt af van een heleboel factoren: of je geïnteresseerd bent in het verhaal achter de game (je kunt EnerCities heel makkelijk spelen zonder te letten op de tekst, maar alleen op de cijfers), of de informatie in het spel aansluit bij je eigen kennis, of de game je voldoende informatie geeft en je voldoende spelvaardigheid hebt of eigen kunt maken om het spel uit te kunnen spelen, en of je in staat bent om wat je in het spel ziet of leest te vertalen naar je eigen leven. Een docent kan daarin een cruciale rol spelen: door een goede inleiding te geven op het spel, door inspirerende opdrachten te geven aan de spelers en door het spelen zo te organiseren dat de spelers voldoende ondersteuning krijgen om het spel uit te kunnen spelen, en door achteraf ervoor te zorgen dat wat (impliciet) in het spel geleerd is, expliciet te maken.

Een paar tips: zet een klassecompetitie op (wie haalt de hoogste score) of laat leerlingen in groepjes bepaalde opdrachten uitwerken, bijv. het vergaren van zoveel mogelijk geld of zo zuinig mogelijk omgaan met je grondstoffen of geef ze de opdracht om eerst een regio in Nederland te kiezen waar volgens hen energiezuinig wordt geleefd en laat ze dan het spel zoveel mogelijk 'naar waarheid' spelen. Of vraag de groepen elk de beste strategie bepalen, en laat die vervolgens door een ander groepje spelen. Zet leerlingen die veel game-ervaring hebben in als begeleiders van de teams. Speel het spel met behulp van een beamer of digibord en bespreek (kort, want anders gaat de vaart uit het spel) de keuzes die gemaakt worden. En - last but not least - betrek de leerlingen bij de manier waarop het spel wordt ingezet. Ze zullen je zeker goede adviezen geven! Mocht je daarna nog dieper op het onderwerp in willen gaan met je klas, kijk dan even op de PO-themasite over duurzaamheid, of de VO-themasite over duurzaamheid van Kennisnet.

donderdag 10 december 2009

Assassins Creed 2; nét de renaissance

Door: Martijn van den Berg

De laatste tijd zijn er slechts weinig spellen die ik nog graag in mijn bezit wil hebben. Daarvan zijn er nog minder die ik ook uit educatief doeleinde in mijn bezig wil hebben. Eén van de spellen die in beide categorieën hoort, is Assassins Creed 2. Na het eerste deel gespeeld te hebben, dat helaas een beetje repetitief was maar wel zeer uitdagend, vond ik zeker dat het tweede deel, waar wel aandacht was besteed aan historisch perspectief, een goede kans moest krijgen. Een kijkje dan maar?

Assassins Creed 2 gaat verder waar het eerste deel gestopt is. Je komt in de huid te lopen van een andere voorouder van Desmond, Ezio uit Florence. Het hele verhaaltje van de tempeliers bestaat nog steeds, alleen in dit deel ga je dieper op de betekenis in waar al die mensen nu precies naar op zoek zijn, wat weer neer komt op het aloude werelddominantie.

Grafisch ziet het er mooi uit, alhoewel het nog steeds gemaakt is met hetzelfde beeldprogramma als het eerste deel. Er is erg veel oog besteed aan detail, en dat zie je. Het is dan ook een genot om van de hoogste torens in hooibalen te springen, of op straat door de mensen te lopen. Daarnaast wil ik zeker nog een compliment wijden aan de variatie in wapens en moves, waarmee ik zeer blij ben. In plaats van je vijanden ieder keer op de zelfde manier het loodje te laten leggen, kan je dit keer genieten van verschillende vechttechnieken.

Maar waar ik in deze review extra aandacht aan wil besteden is het educatieve deel. Dit spel kent namelijk veel achtergrondinformatie. De meeste personen zijn gebaseerd op echt bestaande figuren. De steden die je kan bezoeken (Florence, Forli, Toscane en zelfs Venetië) zijn tot in het laatste detail gebaseerd op de echt bestaande steden en zijn met behulp van historici tot in het laatste detail weergegeven.

Vroeger zat ik wel eens te dommelen tijdens de geschiedenisles. Dan zat ik diep verzonken in mijn geschiedenisboek, en dan stelde ik mij voor om echt in die wereld rond te lopen zoals iemand in die tijd dat gedaan had. Dat zou mijn geschiedenisles een heel stuk leuker maken. Dit kan met dit spel, want overal waar je langs loopt kan je details lezen over gebouwen, personen. Zelfs de meeste personen die je vermoord hebben echt bestaan in die tijd.

Totnogtoe het deel dat je bewust leert en doelgericht. Maar wat nu als je voor het speelplezier gaat, en het je eigenlijk niets boeit of je wat leert of niet? Dan leer je nog steeds wat. De geweldige verhaallijn bijvoorbeeld, die je door de geschiedenis van Italië in de renaissance neemt. De meeste mensen houden van de actie in geschiedenis, en deze krijg je dan ook te zien als je door de vele complotten wordt gesleurd die de verschillende stadsbesturende families met elkaar hadden om van elkaar af te komen, of juist met elkaar samen te werken. Om te weten wat je moet doen zul je ook je missie moeten lezen, anders kom je onvoorbereid aan.

Een minpuntje op het educatieve gedeelte is helaas wel alle moeite die je moet doen om de verschillende delen van de video met “de waarheid” vrij te spelen. Deze puzzels, vaak vrij abstract, zullen vele mensen naar het internet leiden, omdat deze puzzels af en toe bijna onmogelijk op te lossen zijn.

Als je kijkt naar de duur van deze game, ben je om de hele game uit te spelen wel een aardig aantal uurtjes bezig. Maar dit is helemaal de moeite waard, want daarna leidt het wow gevoel je nog urenland door alle duivelse verstrikkingen van het complot heen, waarna je weer een ervaring rijker bent. Ik heb dingen begrepen die mijn geschiedenisboek mij nooit uit zou leggen. Dit is zeker een mooi spel als je leerlingen een rondleiding door het verleden wilt geven, of eindelijk een duidelijk maken wat de renaissance nu eigenlijk is. En daarnaast is het natuurlijk gewoon een onvergetelijke ervaring.

dinsdag 8 december 2009

On the ground reporter

screenshot spel On the Ground ReporterOn the ground reporter is een spel waarbij je als journalist onderzoek gaat doen in Darfur. Dat is niet ongevaarlijk: je zit in een oorlogsgebied, je spreekt de taal niet en eten en drinken is niet overal voorradig. Je moet ervoor zorgen dat mensen je vertrouwen en soms moet je risico's nemen om erachter te komen wat er is gebeurd. De verhalen die je hoort schrijf je op in een aantekenboekje en af en toe heb je contact met je opdrachtgever die je achtergrondinformatie geeft en je vertelt waar je naar op zoek moet gaan.

On the ground reporter is een adventuregame: om mensen aan het praten te krijgen moet je de juiste spullen verzamelen in het spel of de juiste contacten leggen. Soms moet je binnen korte tijd iets doen, bijv. water halen omdat je anders uitdroogt in de hitte. De game is niet erg spannend, maar misschien hoeft dat ook niet: het verhaal is 'spannend' genoeg. De gebeurtenissen die voorkomen in On the Ground Reporter zijn gebaseerd op ware gebeurtenissen en opgebouwd uit voornamelijk bestaande interviews, journalistieke artikelen en boeken. Het foto- en filmmateriaal is de laatste jaren gemaakt door verschillende Nederlandse journalisten.

Het spel kan goed ingezet worden om leerlingen kennis te laten maken met de problemen in Darfur. Een opdracht zou kunnen zijn om in groepjes het spel te spelen waarna elk groepje in een presentatie, essay of in een wiki één aspect van de oorlog moet uitdiepen: het conflict, de leefsituatie in de kampen, de janjaweed enz. Zo kan een totaalbeeld ontstaan waarin niet goed of slecht een rol speelt, maar waarin voorop staat dat in de huidige situatie er geen winnaars kunnen zijn.

woensdag 18 november 2009

Een spelletje voor zomaar even

Ook al schrijf ik er niet zo vaak meer over: ik verzamel nog altijd games waar je wat van kan leren. Vandaag kwam ik weer zo'n game tegen: Boxycraft. Boxycraft is een spel waarbij je een poppetje allerlei hindernissen moet laten nemen. Daarbij kan je gebruik maken van allerlei hulpmiddelen: dingen waar je op kunt klimmen, tandwielen die je met elkaar kunt verbinden met een ketting, water en drijvende blokjes, scharnieren enz. Het spel is een variant op het aloude spel Incredible machines, of - van meer recente datum, Launchball en Phun.

Het zijn nog altijd spellen waar kinderen en jongeren uren lang mee kunnen experimenteren. Ze kunnen een prima startpunt zijn voor een les over allerlei natuurkundige principes. Launchball is ook echt met dat doel gemaakt; de andere spellen lijken mij meer gemaakt om te spelen maar zijn in feite net zo educatief. Je kunt dit soort spellen op verschillende manieren inzetten. Je kunt leerlingen het spel laten spelen en ze vragen om in groepjes één van de natuurkundige principes te onderzoeken en daarover een presentatie te geven in de les waarbij ze voorbeelden geven van toepassingen van dat principe in de praktijk (een voor de hand liggende: als je geen rekening houdt met zwaartekracht kan je geen goede achtbaan bouwen). Je kunt ze natuurlijk ook een wiki laten maken waarin alle verschillende natuurkundige principes uitgewerkt worden. Dan hebben ze een document waar ze allemaal profijt van hebben.

De spellen Launchball en Incredible Machines bieden de mogelijkheid om leerlingen zelf levels te laten ontwerpen; voor het spel Boxycraft is een level-editor in de maak. Met een level-editor zou je een wedstrijdje kunnen uitschrijven waarbij elk groepje een beperkt aantal natuurkundige principes mag gebruiken: wie maakt het moeilijkste of het leukste level? Daarbij spreekt het natuurlijk voor zich dat de makers zelf hun zelfgemaakte level kunnen uitspelen ;-). Na afloop van de wedstrijd kan je met elkaar bespreken waarom dat level lastig is en wat de werking is van de door hen gebruikte natuurkundige principes. Misschien kan je de leerlingen het spel in het echt laten bouwen; dat hangt af van de objecten waar je gebruik van maakt. Om de leerlingen van elkaars ervaringen te laten leren kan je ze de opdracht geven een weblog bij te houden en ze daarbij op elkaars berichten laten reflecteren: welke tip zou jij geven om het level of het spel nog leuker te maken?

Er zijn mogelijkheden genoeg. Het zal zeker tijd kosten om op die manier een aantal natuurkundige principes te behandelen, maar ik ben ervan overtuigd dat hetgeen geleerd wordt wel beter begrepen wordt en langer beklijft. En dat levert dan weer tijdwinst op waardoor het uiteindelijke rendement toch weer positief kan zijn. Wie werkt er al op die manier?

maandag 19 oktober 2009

Spel 13 in de Oorlog van IJsfontein

screenshot van het spel 13 In de OorlogIk had gezegd dat ik niet zou bloggen in de herfstvakantie maar het spel '13 in de oorlog' is te mooi om te laten liggen tot na de vakantie. Vandaar dus toch maar een blogje.

Vandaag wordt tijdens het Cinekidfestival in Amsterdam een aantal nieuwe producties gelanceerd: de NPS-series 'De Oorlog' en '13 In de oorlog'. De Oorlog is een 9-delige geschiedenisserie, waarin het verhaal van de bezetting van Nederland door Duitsland en van Nederlands-Indië door Japan verteld wordt. Het verhaal wordt gedeeltelijk verteld op locatie: in Westerbork, Auschwitz, Arnhem en Bandung. Tegelijkertijd met De Oorlog, start het tv-programma 13 in de Oorlog, een 13-delige geschiedenisserie voor kinderen over de Tweede Wereldoorlog.

Bij deze serie heeft IJsfontein een spel gemaakt, met dezelfde titel als de serie: '13 in de oorlog'. In het spel is het 14 mei 1940. Je bent 13 jaar en je woont in Rotterdam. De stad is gebombardeerd en je vader is vermist. Natuurlijk ga je op zoek naar je vader maar dat is helemaal niet makkelijk: iedereen die je tegenkomt heeft zijn eigen problemen. Er zijn gewonden die geholpen moeten worden en mensen die weg willen maar geen geld hebben om de boot te betalen. Sommige mensen kunnen jou helpen maar dan moet jij hen ook helpen. En soms moet je risico's nemen: vertel je de Duitse officier dat je op zoek bent naar informatie of doe je alsof je neus bloedt en hoop je dat je gewoon door mag lopen? Gebruik je het medicijn dat je hebt gekregen van de arts om de gewonde Duitse soldaat te helpen in ruil voor geld dat je weer kunt gebruiken om een moeder met haar kind verder te helpen of gebruik je het voor een Nederlandse soldaat die op sterven ligt?

De keuzes die je als speler moet maken zijn niet vanzelfsprekend en zullen zeker tot discussies leiden in de klas. En daarmee dient het spel zijn doel: het zet de speler aan tot denken wat een oorlog betekent, hoe moeilijk het is om in een oorlog goede keuzes te maken en dat goede keuzes soms ook nare gevolgen kunnen hebben.

De eerste episode van het spel komt op 25 oktober beschikbaar op internet; na elke aflevering van 13 In de Oorlog verschijnt er een nieuwe episode. Zodra ik de link van het spel weet zal ik hem hier vermelden. Vandaag zal ook het gelijknamige boek van Ad van Liempt gepresenteerd worden, waarop de televisieserie geënt is. Goede achtergrondinformatie voor de docent die in de les aandacht gaat besteden aan de oorlog, en interessante lectuur voor degenen die nu echt met vakantie zijn!

vrijdag 5 juni 2009

De ene euro is de andere niet

Klik hier om naar het spel- De ene euro is de andere niet - te gaanKen je de quiz 'Miljoenenjacht'? Dat is dat spel met 26 koffers met daarin elk een geldbedrag, tussen 1 eurocent en 1 miljoen euro. Je kiest zelf één van die koffers en moet proberen om zoveel mogelijk koffers open te maken met een zo laag mogelijk geldbedrag. Na een paar koffers geopend te hebben doet de bank een bod. De hoogte van het bod is gebaseerd op de kans dat jij in jouw koffertje 1 miljoen euro hebt of een ander groot bedrag. Die kans wordt natuurlijk groter als er een groot aantal koffertjes is geopend met kleine geldbedragen.

Het leuke van het spel vind ik de risico-inschatting die mensen maken. De inschatting van de bank is gebaseerd op een wiskundige formule: puur rationeel dus. Maar mensen zijn geen rationele wezens: die kiezen vaak vooral vanuit hun gevoel. Wie het programma Miljoenenjacht kent zal weten dat dat gevoel over het algemeen allerminst betrouwbaar is!

Het spel 'De ene euro is de andere niet' gaat over irrationeel geldgedrag. Hoe ga je om met geld: is 5 euro winst op een groot bedrag meer dan 5 euro winst op een klein bedrag? Als je in een casino eerst 100 euro wint en er dan 70 verliest ben je dan blijer of juist minder blij dan wanneer je 30 euro wint?

Het is eigenlijk niet echt een spel te noemen: je ziet een filmpje en krijgt dan een vraag voorgelegd over hoe de mensen in het filmpje de risico's inschatten. Toch vind ik het wel een belangrijk spel en vooral een goede introductie over hoe jongeren omgaan met geld. Want dat veel jongeren moeite hebben om met geld om te gaan is bekend. Wie meer wil weten over risico-inschatting kan eens een kijkje op dit weblog: ik denk dat heel veel leerlingen een aantal van de hier genoemde inschattingsfouten herkennen. Als je meer wilt weten over hoe het dan wel moet, dan lijkt deze site van het Nibud voor jongeren mij de aangewezen plek daarvoor.

Een ander spel over geld dat ik tegenkwam is Meer keuze met geld. Ook daar gaat het over risico-inschatting maar dan vooral over beleggen en hoe je de risico's daarin kunt beperken. Beleg je al je geld of zet je liever een deel op een spaarrekening? Hoeveel risico’s ben je bereid te nemen en hoe kun je erachter komen of degene die je aandelen aanbiedt een vergunning heeft?

Ook Meer keuze met Geld is meer een quiz dan een echt spel maar het is wel een leuke manier om met leerlingen in gesprek te gaan over geld en hoe ze daarmee omgaan.

Je speelt de beide spellen uit in een minuut of 5 (en als je meer strategieën uit wilt proberen: 10). Je kunt ze de spellen laten spelen als huiswerkopdracht en ze dan allemaal een voorbeeld laten beschrijven welke inschattingsfout ze zelf wel eens hebben gemaakt. Je kunt de spellen ook gebruiken om te vertellen over wat de Autoriteit Financiële Markten doet. In dat geval kun je vragen welke inschattingsfout zij hebben gemaakt zodat we nu met ons allen in een financiële crisis terecht zijn gekomen. Beide opties lijken me leuke en leerzame exercities ;-)