Posts weergeven met het label gamebouw-software. Alle posts weergeven
Posts weergeven met het label gamebouw-software. Alle posts weergeven

dinsdag 8 januari 2008

Zelf games maken: nu heel makkelijk!

Naar de Game-studioKlokhuis en IJsfontein hebben weer iets nieuws gemaakt. Een aantal jaren geleden kwamen ze met de Sketch Studio waarin je je eigen Klokhuis Sketch kunt maken. Ik vind het nog altijd een prachtige tool die heel goed bruikbaar is om aan de slag te gaan met mediawijsheid in het basisonderwijs. Maar nu is er weer iets heel nieuws: de Game Studio. In de Game Studio vind je een Game Kit waarmee je heel eenvoudig je eigen platformgame kunt maken die je vervolgens met anderen deelt in de Game Studio.

Om een spel te maken krijg je in de Game Kit de beschikking over een speelveld. Je kiest of de speler je spel van bovenaf gaat bekijken of van opzij. Daarna bepaal je wanneer de speler het spel (of de levels) wint: moet hij zoveel mogelijk punten verzamelen of een finish bereiken? En moet dat in zo kort mogelijke tijd of mag hij spelen totdat hij dood gaat? Je kiest je avator en je bepaalt of hij zwaar of licht moet zijn en of in welke mate hij kan stuiteren.

Dan ga je de levels maken. Eerst maak je een mooie achtergrond. Daarna plaats je bouwstenen in je speelveld:
  • vaste bouwstenen (bijv. een muur, een grasveld of een springveer),
  • bewegende bouwstenen (bijv. een lift, een raket of een schuifdeur),
  • levende bouwstenen die je volgen of juist wegvluchten of gewoon vrij rond bewegen (bijv. een krat, een schuw schaap of een plagende stekel),
  • score-objecten waarmee de speler punten (een munt) of gezondheid (appel) kan verdienen of verliezen (verkeerskegel of een zaag).
Je kunt ook zelf een bouwsteen maken door aan een rechthoek of een cirkel een reactie toe te kennen, bijv. als de speler je raakt dan levert dat punten of gezondheid op. Je kunt zelf bepalen hoeveel levels je maakt. Tussendoor speel je natuurlijk regelmatig je spel om uit te proberen of alles werkt. Uiteraard krijgt het spel ook nog een naam.

Als je helemaal klaar bent kun je het spel aan je vrienden sturen en/of online zetten in de studio zodat iedereen hem kan spelen. Als je goede tips krijgt dan kun je je spel nog aanpassen en het zo nog beter maken!

Ik ben onder de indruk van wat IJsfontein en Klokhuis neergezet hebben. De Game Studio biedt veel mogelijkheden om een eigen, origineel spel te maken. Dat het bouwen van het spel makkelijk is wil overigens niet zeggen dat het bedenken van een spel dat ook is. Ik denk dat leerlingen veel zullen moeten oefenen voordat ze echt een leuk spel hebben gemaakt. Gelukkig voorziet Klokhuis ook in die behoefte: er is een handleiding, op de site staan tips van experts en je kunt oude Klokhuis-afleveringen bekijken om te zien hoe professionele game-bouwers te werk gaan. En er zijn voorbeeldspellen die je kunt bekijken en ook bewerken zodat je daarvan je eigen variant kan maken. Overigens geldt dat voor alle spellen die in de Studio aangeboden worden: je kunt die spelen maar je kunt elk spel ook bewerken en zo je eigen kopie maken. Op die manier wordt tegemoet gekomen aan de verschillende leerstijlen van kinderen.

Wat leer je nu van zelf een spel maken in de Game Studio? Om te beginnen leer je om complexe projecten vorm te geven: hoe begin je zoiets, hoe maak je een plan en hoe werk je dat uit? Van het spel zelf leren kinderen over mechanica: botsingen en zwaartekracht zijn de basis van de Game Kit. De ondergrond bepaalt hoe je avatar beweegt: ijs is glad en in de modder kun je slecht stuiteren. Kinderen leren ook om een probleem in kleine stukjes uit te rafelen: een eerste stap op weg naar programmeren, maar ook de basis van andere vakken. En natuurlijk moet het spel mooi vormgegeven worden dus ook dat biedt aanknopingspunten voor het onderwijs.

Verder leren ze hoe een spel in elkaar steekt en hoe je ervoor kunt zorgen dat een spel 'verslavend' is. Belangrijke informatie, zeker als je kinderen hebt die bijna niet van de spelletjes weg te trekken zijn! Op de site wordt verder het advies gedaan om niet in je eentje een spel te maken. Daarmee kun je kinderen leren dat samenwerken meerwaarde kan hebben en dat het van belang is om elkaars sterke punten te benoemen en te benutten.

Ik vind dit eigenlijk bijna een must voor het onderwijs omdat het zoveel verschillende facetten aanspreekt: vormgeving, programmeren, techniek, mediawijsheid, planning, organisatie en samenwerking. En - niet te vergeten - het is natuurlijk wel verschrikkelijk cool om je eigen spel online te hebben en van anderen te horen dat zij jouw spel bijna net zo leuk vinden als jijzelf ;-)

woensdag 19 december 2007

Scheikunde

Naar het Robot-spelScheikunde was niet mijn favoriete vak op de middelbare school. Ik snapte niet waar het om ging en nog minder waarom het belangrijk was. Dat was misschien anders geweest als ik destijds dit spel had mogen spelen: Robot Constructor.

In Robot Constructor moet je met een zelfgemaakte robot goudklompjes verzamelen die verspreid liggen op een route. Je robot moet opgewassen zijn tegen allerlei obstakels zoals hitte, water, oplosmiddelen en elektriciteit. En natuurlijk moet hij voldoende energie hebben of onderweg genoeg energiebronnen vinden om zichzelf op te laden. Je kunt een voorgedefinieerde route lopen met je robot, maar je kunt ook zelf een route maken. Die routes kun je online delen met anderen zodat je anderen kunt uitdagen om jouw route te lopen.

In Robot Constructor komen allerlei scheikundige stoffen aan bod en hoe die stoffen op elkaar reageren. Bij het samenstellen van een route en het maken van de robot krijg je uitleg om welke stof het gaat en wat die stof doet met andere stoffen. Het spel is Engelstalig en je zou de leerlingen bij het spel een woordenlijstje kunnen geven waarin de moeilijkste woorden vertaald worden. Maar ik denk dat de taal voor de meeste leerlingen weinig problemen op zal leveren en dat ze er zonder problemen mee aan de slag gaan. Om zelf robots te maken en kant-en-klare routes te lopen maar vooral om routes te maken en elkaar uit te dagen om hun route te lopen.

N.B. De site werkt het best in Internet Explorer.

woensdag 12 december 2007

Leerlingen bouwen games

Download hier het boekjeMet een klein beetje trots maak ik hier melding van een boekje waaraan ik een bijdrage heb geleverd en dat kort geleden is verschenen in het kader van het project Groeien door Games.

Het bouwen van educatieve games is een manier om gaming in het onderwijs op de kaart te zetten. Ik heb nu al weer zo'n twee jaar geleden de pilot voor de wedstrijd Make-a-Game neergezet en ik heb toen wel gemerkt dat het enthousiasme voor het bouwen van educatieve games als onderdeel van de leerstof groot is, maar dat de valkuilen diep zijn. Het grootste probleem is niet het werken met de software: je kunt games maken met heel eenvoudige, intuïtieve software en bovendien zijn veel leerlingen in staat om zich (eventueel met de hulp van mede-leerlingen) de wat meer complexe software eigen te maken. Ik denk dat een groter probleem is dat leerlingen noch docenten over het algemeen veel ervaring hebben met het vorm geven van het hele (creatieve) traject van het bouwen van een game. Voor docenten: hoe begin je zo'n traject, wat moet je weten voordat je begint, wat moet je in huis hebben, hoe zorg je er als docent voor dat je lesdoelen gehaald worden, hoe beoordeel je het werk van de leerlingen, hoe hou je ze bij de les? En voor de makers van de games: hoe maak je van een educatieve game een spannend spel, welke stappen moet je zetten voordat je gaat programmeren, wat moet je weten van het onderwerp van je game, welke mensen moet je bij het project betrekken om een maximaal resultaat te halen?

In het boekje 'Leerlingen bouwen games' proberen we al deze vragen en nog een paar meer te beantwoorden. We behandelen elke stap in het proces van het bouwen van een educatieve game vanuit twee gezichtspunten: die van de docent die een groep leerlingen begeleidt bij die taak en van de groep leerlingen die de educatieve game gaan bouwen.

Het was leuk werk om het boekje te schrijven. Omdat het bouwen van een game een multidisciplinaire klus is, moest we voor het schrijven van dit boek ook een multidisciplinair team hebben. We hebben het daarom met zijn drieën geschreven: Gerard Mulder die afgestudeerd is als wiskundig bioloog in Leiden, werkte voor Uitgeverij Jumbo als redacteur van gezelschapsspellen en educatieve spellen en nu zelfstandig opereert, Henny van der Meijden die in 2005 gepromoveerd is op het onderwerp Samenwerkend leren en die bij de masteropleiding Onderwijskunde van de Radboud Universiteit cursussen geeft op het gebied van Leren met ICT, Leren in een sociale context en Samenwerkend leren, en ikzelf.

Ik hoop dat het lezen van het boekje voor jullie net zo leuk en boeiend is als voor mij het samenwerken in dit boeiende team!

N.b. Het boekje is online te vinden. Je kunt er ook een papieren versie van bestellen bij Mesoconsult.

vrijdag 7 december 2007

Groeien door Games

Naar de site Groeien door GamesAl een tijdje ben ik bezig met een grote klus. Alle scholen van de Onderwijsvernieuwingscoöperatie werken samen aan het project Groeien door Games. De bedoeling is dat op al deze scholen gaming een belangrijke plek gaat innemen in het curriculum. Er worden door de scholen zelf leermaterialen ontwikkeld waarin het spelen of bouwen van games wordt gebruikt als leerstofvervangend onderdeel, en op alle scholen starten projecten waarin leerlingen en docenten hun krachten bundelen om games (spelen en/of bouwen) een plek in de school te geven. Ik ben bij dat project betrokken als inhoudelijk projecteider wat betekent dat ik overal van mag meegenieten! Puur genieten dus omdat er zoveel verschillende kanten zitten aan games en omdat we binnen dit project de ruimte hebben om die kanten te ontdekken en vorm te geven.

Om de scholen te ondersteunen hebben we een speciale projectsite in de lucht gebracht: Groeien door Games. Op deze site proberen we zowel docenten en leermateriaal-arrangeurs aan te spreken als de leerlingen. De leerlingen zijn in dit project de designers, de makers van de games. Op de site (die uiteraard nog in ontwikkeling is al was het alleen maar omdat we nog zo weinig weten van games in het onderwijs) proberen we zoveel mogelijk informatie voor met name deze twee partijen bij elkaar te brengen.

Bij de informatie voor de docenten hebben we een apart hoofdstuk geschreven over het bouwen van games waarin kennis getoetst wordt. Niet omdat we dat zien als het ultieme format om games in het onderwijs in te zetten, maar wel omdat we denken dat het door leerlingen laten maken 'toetsgames' een zinvolle manier is om leerlingen kritisch na te laten denken over wat ze bestudeerd hebben. We hebben daarom ook een soort basisles gemaakt waarin we aangeven hoe dat proces uitgevoerd zou kunnen worden in de les. Deze basisles is eenvoudig aan te passen voor elk leergebied of vak.

Ook besteden we aandacht aan een aantal tools waarmee games gemaakt kunnen worden. Game Maker is voor het basisonderwijs natuurlijk de meest voor de hand liggende, maar ook met gereedschappen als Excel en HTML kunnen games gebouwd worden. Het lijstje dat wij aanbieden is natuurlijk niet uitputtend: we richten ons vooral op degenen die nieuw zijn in het vak van games bouwen en die met (betrekkelijk) eenvoudige gereedschappen snel een eerste resultaat willen boeken. Niet alleen bruikbaar voor informatica-leerlingen, maar ook voor leerlingen die dat vak niet volgen maar wel een game willen maken.

Op de site is nog veel meer te vinden; dat ga ik niet allemaal opnoemen. Maar neem gerust eens een kijkje op de site. Ik sta open voor op- en aanmerkingen, tips en natuurlijk ook complimenten ;-)

dinsdag 20 november 2007

Crazy machines, maar dan wetenschappelijk

Ga naar het spelHet Science Museum in Londen opent binnenkort een tentoonstelling over ruimtevaart. Voor ons niet zo interessant (behalve natuurlijk als je binnenkort een tripje naar Londen gaat maken), maar wat wel leuk is is het spel dat ze in dat kader online hebben gezet: Launchball. Launchball is een variant van het al oude spel Crazy (of Incredible) Machines, waar ik al eerder over schreef. De bedoeling van het spel is dat je een balletje naar een bepaald doel brengt. Je hebt daarvoor de beschikking over een aantal objecten, waarmee je wind kunt maken, het balletje kunt laten stuiteren, enz.

Om in het spel te komen zijn er 6 oefenlevels. De titels daarvan maken duidelijk welke mogelijkheden het spel biedt:
  • blown away
  • powering up
  • lights and mirrors
  • steam power
  • heating ice
  • switching on.
Het leuke van Launchball is dat het 'technisch' correct is: de bewegingen die de bal maakt zijn overeenkomstig de natuurkundewetten. Daarmee is het spel bijzonder interessant voor met name natuurkunde. Je kunt leerlingen het spel laten spelen en vervolgens de natuurkundewetten die ze in het spel hebben toegepast bespreken met elkaar.

Nog leuker zou ik het zelf vinden om ze hun eigen 'launchpad' te laten maken. Dat kan namelijk ook: je kunt een eigen lanceerbaan maken en die vervolgens delen met je vrienden (of te sturen naar een door de docent aangemaakt klasse-account waar alle door de leerlingen ontwikkelde spellen verzameld worden). Daar kun je voor de les natuurlijk gebruik van maken door een opdracht te geven waarbij ze bijvoorbeeld een baan moeten maken met ten minste één gewone magneet en twee elektromagneten en zowel gebruik te maken van geleidende als van niet geleidende materialen, of van warmte, licht en spiegels. Mogelijkheden genoeg voor een uitdagende en speelse les!

dinsdag 13 november 2007

e-Games om zelf te maken

Naar de e-Games generatorOm commerciële entertainmentgames in het onderwijs in te zetten, is vaak niet makkelijk. Er is geen lesmateriaal voor, er zijn geen kant-en-klare instrumenten om de activiteiten van de leerlingen te monitoren en er is geen pakketje om te meten wat de leerling geleerd heeft. Gelukkig zijn er scholen die zich door dit soort belemmeringen er niet van laten weerhouden om met games aan de slag te gaan.

Voor wie het nog een stap te ver is om de mogelijkheden van dit soort games te onderzoeken, zijn er andere mogelijkheden. Eén daarvan is om kennis te toetsen middels games. Als docent kun je kennis toetsen via een spel en je kunt leerlingen vragen een toetsspel te maken dat vervolgens gebruikt kan worden om (bij andere leerlingen) kennis te toetsen. Niet zo spectaculair misschien als het spelen van commerciële games, maar als leerlingen mogen kiezen tussen een gewone toets en een toets in spelvorm met een high-score list dan is voor velen de keuze snel gemaakt.

Er zijn verschillende plekken op het web waar dit soort spellen (toets-games) zelf te maken zijn. In het weekend ontdekte ik er weer een: de e-Games Generator. Op deze site kun je allerlei verschillende soorten spellen maken:
  • boter-kaas-eieren, galgje,
  • een spel waarbij je paren moet maken,
  • spellen waarbij je elementen moet rangschikken in de goede volgorde,
  • multiple choice-spellen.
Als je de games hebt gemaakt kun je ze plaatsen in je eigen game-arcade waarvoor je mensen kunt uitnodigen om je games te spelen. Je kunt als maker zien wie het spel hebben gespeeld en wat hun resultaten zijn.

Totaal zijn er 9 verschillende formats. Je hoeft alleen maar de content toe te voegen. De toets oogt als een spel: er zit een muziekje achter, de antwoorden moeten in een bepaalde tijd gegeven worden en er zijn van elk spel verschillende levels.

Wat ik bijzonder prettig vind is dat je de spellen niet alleen online kunt zetten: je kunt ook de door jou gemaakte games als SWF-bestand downloaden en op je eigen p.c. zetten. En bij elk spel kun je aangeven aangeven of je er een LMS-bestand bij wilt hebben of niet waarin de prestaties van de spelers worden opgeslagen. Op deze manier kun je de games ook in je eigen ELO hangen.

Ik heb er natuurlijk wat mee geëxperimenteerd en ik ben onder de indruk. Het enige nadeel dat ik kan ontdekken is dat je nergens (zelfs niet bij het schrijven van een inleiding op het spel) diakritische tekens kunt gebruiken. Maar dat weegt voor mij ruimschoots op tegen de voordelen: gratis (een docent kan hiermee zijn eigen toetsen maken, maar hij kan ook de leerling vragen om toetsen te maken en die vervolgens voorleggen aan andere leerlingen), zowel via internet te spelen als lokaal (dus als internet er een keer uitligt, dan kan het spel nog wel gespeeld worden), voor zover ik kon zien geen reclame-uitingen in de spellen en een redelijk goede 'game-vormgeving'. Wie geïnteresseerd is: op de site staat keurig aangegeven welk format zich waarvoor leent. Een erg compleet aanbod dus en zeer bruikbaar voor wie in is voor een educatief spelletje!

maandag 12 november 2007

Nogmaals quiz maken

Ga naar de site QtoroWoensdag vertelde ik over de site Purposegames, waar je eenvoudig een quiz kunt maken. Een andere site met soortgelijke mogelijkheden is Qtoro. Op deze site kun je multiple choice vragen maken die anderen kunnen beantwoorden. Om vragen te kunnen maken moet je eerst een account aanmaken. Daarna kun je zoveel vragen maken als je zelf wilt. Bij elke vraag moet je 4 mogelijke antwoorden geven. Je kunt aan elke vraag een plaatje toevoegen, een trefwoord, een verklarende tekst en een link naar een site waar je meer te weten komt over de vraag. Die link en de verklaring krijgt de speler overigens pas te zien nadat hij antwoord gegeven heeft. Feitelijk is het dus een vorm van feedback, wat erg handig is voor wie meer wil leren over het onderwerp. Bezoekers van de site die jouw vragen beantwoorden kunnen hiervoor een beoordeling geven.

Op Qtoro kun je ook alleen vragen van andere beantwoorden. De software houdt bij hoeveel punten je scoort. Daarbij speelt niet alleen een rol of je de vraag goed hebt beantwoord: ook de snelheid waarmee je de vraag beantwoordt speelt een rol. Je krijgt per vraag maximaal 20 seconden. Na 5 seconden wordt (random) één fout antwoord weggestreept, waardoor het iets makkelijker wordt om het goede antwoord te geven. Maar een goed antwoord levert dan natuurlijk wel minder punten op. Op de site staat uiteraard een high score list, zowel van degenen die de meeste punten hebben verzameld bij het beantwoorden van vragen, als van degene die de meeste vragen hebben gemaakt, c.q. waarvan de vragen het hoogst gewaardeerd worden.

Wat Qtoro geschikt maakt voor onderwijs is de mogelijkheid om vragen te beantwoorden die door een bepaalde speler zijn toegevoegd, of vragen die een bepaald trefwoord mee hebben gekregen. Dat kunnen vragen zijn die de docent heeft gemaakt, maar je zou ook aan leerlingen de opdracht kunnen geven om bijvoorbeeld elk 10 vragen te maken en van 2 anderen de vragen te beantwoorden en te ranken. Van de behaalde scores kunnen screendumps gemaakt worden zodat de scores per klas (of jaarlaag) berekend kunnen worden. Want dat maakt het natuurlijk wel spannender!

woensdag 7 november 2007

Lesmateriaal Game Maker van Technika 10

Naar de site Game Maker KidsNa jaren lobbyen en heel hard werken heeft Technika 10 Nederland nu prachtig lesmateriaal online gezet over het maken van spellen met Game Maker, versie 7.0. Ik weet bij benadering hoe lang de weg is die ze zijn gegaan en hoeveel gesprekken er zijn geweest voordat dit huzarenstukje geleverd kon worden, maar het is ze uiteindelijk goed gelukt. Op de site Game Maker kids is prachtig lesmateriaal te vinden, met daarbij uitleg hoe Game Maker geïnstalleerd moet worden, voorbeeldspellen en ook nog tips voor de docent die kinderen helpt bij het maken van games.

Met het lesmateriaal van Technika 10 kunnen kinderen van ca. 10 tot 12 jaar min of meer zelfstandig aan de slag. Natuurlijk is het daarbij gewenst dat een begeleider af en toe een handje helpt. Ook daarin is voorzien door Technika 10: ze geven een aantal tips hoe je de techniek moet organiseren als je met een groepje kinderen aan de slag gaat, en ze hebben een lijstje van de meest voorkomende programmeerfouten. Reuze makkelijk! Ook zijn bij het materiaal wat voorbeeldspellen gemaakt

Technika 10 Nederland wil met het project GameMaker Kids met name meisjes interesseren voor programmeren en de ICT, maar dat wil niet zeggen dat het niet geschikt is voor grotere (of kleinere) jongens of meisjes. Het is universeel bruikbaar materiaal dat in duidelijke woorden en zonder game-terminologie uitlegt hoe je spelletjes maakt. Eenvoudige spelletjes of meer gecompliceerde spellen: dat hangt af van wat het kind wil en kan. Bij het pakket zit een serie sprites die gebruikt kunnen worden bij het maken van de lessen.

Ook leuk om te lezen is het weblog van O.B.S. de Weier in Almelo. Die school heeft heeft samen met Technika 10 Nederland bij de Kennisrotonde van ICT op School het vraagstuk 'Begaafde leerlingen gamen samen' ingediend. Nu zijn ze met de leerlingen aan de slag en te zien aan de foto's gaat zijn ze geïnspireerd aan de slag!

Voor wie aan de slag wil met Game Maker zijn er volgens mij nu geen belemmeringen te bedenken. Technika 10: bedankt voor al het werk dat jullie hebben verricht!

dinsdag 6 november 2007

Quiz maken

Naar de site PurposegamesNog altijd ben ik op zoek naar plekken waar je eenvoudig computerspellen kunt maken. Er is natuurlijk software waarmee je games kunt programmeren (zoals Game Maker), maar om daarmee iets te kunnen maken ben je al gauw veel tijd kwijt en je hebt enige kennis nodig van de principes van programmeren. Wil je iets eenvoudigers maken, dan kom je al snel terecht bij spellen volgens een vast format: een memoryspel, ganzenbord of een quiz. Of een quiz een game genoemd kan worden, valt te betwisten, maar feit is wel dat een quiz nog altijd een format is dat werkt. Veel mensen vinden het leuk om een quiz in te vullen en te kijken hoe ze scoren ten opzichte van anderen en zowel online als in de gedrukte pers (m.n. meidentijdschriften) worden vaak een quiz aangeboden.

Een plek waar je makkelijk een quiz kunt maken is de site Purposegames. Je kunt hier een multiple choicequiz maken, of een quiz waarbij je onderdelen van een plaatje benoemt. Je kunt bijvoorbeeld de namen van plaatsen vragen op een blinde kaart (blinde kaarten kun o.a. vinden op de site Blank Map), maar je kunt ook een plaatje nemen van een machine en vragen om de namen bij de juiste onderdelen te zetten. Op de site van Purposegames zijn van beide soorten quizzen erg veel voorbeelden te vinden, bijv. over talen, aardrijkskunde en science (o.a. binask).

Het maken van een quiz is niet moeilijk en werkt volledig menu-gestuurd. Voor een multiple choice quiz voer je een vraag in en daarbij zowel het goede antwoord als ten minste één fout antwoord. Voor een plaatjesquiz upload je de afbeelding die je wilt gebruiken. Daarna zet je stippen op de plaatsen die je door de leerlingen wilt benoemen en je geeft aan welke naam die plaatsen hebben. Daarna publiceer je wat je gemaakt hebt, waarbij je ervoor kunt kiezen om je spel publiek te maken of privé te houden. In beide gevallen wordt overigens een high-score list gemaakt, wat de quiz natuurlijk spannender maakt.

Een leuke quiz vond ik SciFi, waarbij je plaatjes moet koppelen aan bekende Science Fiction boeken. Ik weet niet of die gemaakt is door een docent of door leerlingen, maar dat laatste zou ik zeker een leuke en zinvolle opdracht vinden.

donderdag 1 november 2007

Gamemaker; maak je eigen games!

logo Game Maker
Door Martijn van den Berg

Gamemaker is al een hele lange tijd in business en kijkend naar de games die daarmee gamaakt worden heeft het ook wel mogelijkheden. Het is ook best wel populair. Gamemaker is een programma waarmee je je eigen games kan bouwen. Dit vergt enige oefening, en er zijn veel mensen die opweg naar het goed kunnen ermee stoppen. Maar als je het kan zijn er wel leuke dingen mee te maken. Gamemaker gebruikt een soort programmering die makkelijker te leren is dan andere programmeertaal, waarmee je door verschillende stappen te combineren een bepaalde actie maakt.

Voordeel van gamemaker is dat met genoeg kennis je bijna alles kan maken. Ieder type game. Er zijn wel imieten aan het maken van games. Je zal bijvoorbeeld met gamemaker nooit een game als oblivion kunnen maken maar als je kijkt naar gratis internetspellen zijn dat de dingen die je van gamemaker kan verwachten. Het vergt wat creativiteit en vaak moet je alle dingen die je in de game wilt hebben zelf ontwerpen.

Groot nadeel is dat het een hele hoop tijd in beslag neemt, voor het leren hoe je alles moet maken, maar ook om alle plaatjes te ontwerpen en per actie een game te maken. Als je bedenkt dat voor professionele games mensen toch wel meestal met 20 mensen 2 jaar aan een game werken dus als jij iets moois wilt maken met gamemaker ben je ook nog wel een lange tijd bezig. Ik persoonlijk zou er niet mee werken, maar als je van programmeren houd, is het misschien wel leuk om te doen.

maandag 29 oktober 2007

Handleiding Mscape

Naar de wiki van Games2Learn met de handleiding MScapeVorige week kwam ik, tijdens een workshop van SURFnet in het kader van hun pilotproject Virtuele Omgevingen, Roel Martens tegen van Fontys PTH Eindhoven. Het team Educatieve Dienstverlening daar is erg actief met allerlei projecten, o.a. rondom mobiel leren. Ik had al eens eerder van Roel een handleiding gekregen die hij had gemaakt voor werken met het programma Create-a-Scape. Create-a-Scape is een gratis te downloaden programma waarmee je (op de p.c.) bestanden kunt koppelen aan gps-locaties. Als je dat geheel vervolgens laadt in een pda (uiteraard eentje met gps-voorziening) dan zal dat bestand zich vanzelf openen. Dat bestand kan dan bijvoorbeeld een opdracht bevatten, of een tip hoe je een vraagstuk kunt oplossen of waar je iets kunt vinden enz. In Create-a-Scape kun je werken met tekstbestanden, geluidsbestanden en plaatjes (gif of jpeg).

De opvolger van Create-a-Scape is Mscape. In dat programma kun je ook werken met filmpjes, wat ik erg handig en nuttig vindt. Ik hoorde van Roel dat ze nu ook voor dat programma een handleiding hebben gemaakt. Tot mijn grote vreugde mocht ik de handleiding aanbieden aan iedereen via de wiki van de Games2Learn community. Daar kun je hem nu dus downloaden.

Wat kun je ermee? Met Mscape kun je als docent zelf spellen maken voor je leerlingen. Met de handleiding van Fontys PTH is dat nu niet moeilijk meer! Denk bijvoorbeeld aan een biologiespel waarbij leerlingen de flora in de omgeving van de school gaan ontdekken of een aardrijkskundespel waarbij het gaat om stedenbouw.

Maar je kunt ook leerlingen een spel laten maken. Dat kan een spel zijn voor één van de vakken, maar je kunt de leerlingen ook vragen om een gps-spel te maken als voorbereiding op een excursie. Er kunnen dan in groepjes spellen gemaakt worden. De leerlingen hoeven niet tevoren de locatie te bezoeken: ze kunnen de gps-locaties waar ze de spelers naar toe willen sturen via bijvoorbeeld Google Earth opzoeken en daaraan een tekst, foto of filmpje koppelen die ze zelf hebben gemaakt of van internet gehaald hebben (Flickr voor foto's en YouTube, Google- of Yahoo-video voor filmpjes). Als de spellen klaar zijn worden ze uitgewisseld zodat elk groepje het spel van een andere groep speelt. En als het gaat om een uitwisseling, dan wordt er natuurlijk ook een spel gemaakt voor de leerlingen die op bezoek komen uit het buitenland!

Ik kan iedereen aanraden om de site van Mscape eens te bezoeken. Ook als je geen pda met gps voorziening hebt, want in de software zit een emulator waarmee je het scherm van de pda nabootst en a.h.w. virtueel rondloopt. Op de site van Mscape vind je de software, maar ook spellen die door anderen gemaakt zijn. Sommige spellen zijn gekoppeld aan bepaalde omgevingen, maar er zijn ook spellen die je overal kunt spelen. Leuk om zelf te spelen en een goede inspiratiebron voor jezelf en je leerlingen!

N.B. Inmiddels (15-10-2008) is het oude pakket van Create-a-Scape van de markt gehaald en verwijst de site van Create-a-Scape naar de verbeterde versie van het pakket: Mscape. Ik heb de links naar de oude handleiding daarom maar weggehaald. Gelukkig hebben ze bij Fontys niet stil gezeten en hebben ze hun handleiding aangepast. Ik heb de handleiding maar even in Games2Learn gezet.

dinsdag 3 juli 2007

Nieuwe gamedesignsoftware

Naar het bericht van NintendoSeptember vorig jaar meldde ik hier dat Microsoft software had vrijgegeven waarmee spellen ontwikkeld kunnen worden voor de XBox. Naar verluiden krijgen binnenkort gamedesigners - professionals en amateurs - ook de mogelijkheid om games te gaan ontwikkelen voor de Nintendo WII van Nintendo. Daar ben ik erg blij mee. Ik vind de WII (net als de Nintendo DS) heel vernieuwende apparaten die gaming een heel nieuwe impuls hebben gegeven, maar waar volgens mij nog veel meer mee gedaan kan worden dan nu het geval is. Door de ontwikkelsoftware (WiiWare) vrij te geven, kunnen anderen meedenken over hoe je de mogelijkheden van de WII het best kunt benutten. Ik hoop dat er op die manier weer nieuwe gameconcepten ontstaan. Ik zal me graag opwerpen als tester ;-)

We moeten alleen nog wel even geduld hebben. Nintendo heeft nog niet gezegd wanneer de software beschikbaar komt. Ook is er nog niets bekend over de prijs daarvan. Ik hoop dat ze er niet teveel voor gaan vragen, want dan zullen een aantal mensen die het bouwen van games als hobby doen afhaken. En de beste ideeën hoeven niet per sé te komen van professionals!

Er komt in ieder geval een platform voor de gebruikers van de software. Ik ben benieuwd wat het allemaal gaat opleveren!

Bron

woensdag 13 juni 2007

Memory Maker

Leerlingen leren veel door in teamverband een spel te maken. Maar ... dat kost wel veel tijd, en dat is soms lastig. Een alternatief kan zijn om leerlingen alleen de content voor een spel te laten maken. De vorm van het spel staat dan vast, maar de inhoud ontbreekt nog. Er zijn verschillende tools om dit te doen. Bij sommige tools heb je als gebruiker nog vrij veel keuze om de inhoud te bepalen (zoals bij Story Inventor of Create-a-Scape), bij andere kun je alleen vragen invoeren. Dat is natuurlijk lang niet zo inspirerend als zelf een heel spel bedenken en maken, maar het maken van een quiz kan een welkome afwisseling zijn op andere manieren van leren.

Programma's om een quiz te maken zijn er volop. Eén daarvan is Brainteaser. Voor dit spel, gemaakt door leerlingen van het Sintermeerten College, kunnen leerlingen zelf vragen maken, waarna het spel door andere leerlingen gespeeld kan worden. Brainteaser is één van mijn favorieten omdat het een echt leuk spel oplevert. Maar er zijn meer van dit soort tools. Sommige zijn behoorlijk prijzig, zoals Gameshow Prep en Allprep, maar voor wie minder te besteden heeft zijn er, naast Brainteaser, alternatieven. Je kunt bijvoorbeeld vrij eenvoudig met behulp van PowerPoint het spel Lotto Weekend Miljonairs nabootsen, en op de site van het SLO kun je Memory Maker downloaden. Met Memory Maker kunnen leerlingen makkelijk een memoryspel maken, met naar keuze 12, 20 of 30 kaartjes, gevuld met tekst, plaatjes of geluiden.

Natuurlijk is het nog veel leuker om zelf een format te bedenken èn uit te voeren. Maar voor een enkele les is dat vaak teveel gevraagd. Werken met kant-en-klare quiz-formats kan een goede opstap zijn naar grotere projecten, of een manier om variatie aan te brengen in de werkvormen. Verandering van spijs doet immers nog altijd eten!

vrijdag 8 juni 2007

Communitywalk

Naar de site CommunitywalkIn Heerlen, op het Sintermeerten College, zijn ze volop bezig met allerlei vernieuwende zaken. Zaken als Machinima, leerlingen die games bouwen, werken met web 2.0 tools als Gliffy: het is daar allemaal doodgewoon. De twee drijvende krachten hierachter zijn Guido van Dijk en Isidore Postmes: ongelooflijk wat die twee allemaal weten en wat ze doen met hun leerlingen. Erg inspirerend!

Eén van de dingen waar ze mee bezig zijn is mobiel leren. Van Guido kreeg ik de tip dat er een nieuwe (beta-)versie is van Create-a-Scape: HP Mediascape. Daarmee zijn Guido en Isidore nu zelf druk aan het experimenteren. Maar de leerlingen werken (ter voorbereiding) al met CommunityWalk: een site waar je in Google maps makkelijk locaties kunt aanwijzen, en ze dan voorzien van een tekst, een foto of een geluidsbestand. Die kaarten kun je dan (als KML-bestand) weer exporteren naar Google Earth. Op die manier kun je vanuit het klaslokaal allerlei interessante wandelingen maken, die de leerlingen virtueel of IRL kunnen lopen. Je zou op die manier een spel kunnen maken waarbij de thuisbasis opdrachten geeft aan een groep leerlingen die allerlei opdrachten moeten doen in de stad zelf. De thuisbasis heeft dan de beschikking over de kaarten van Google Earth en alle andere bronnen die ze op school kunnen raadplegen; de andere groep kan in de omgeving op zoek gaan naar informatie. Een beetje hetzelfde dus als wat De Waag doet met Frequentie 1550, maar dan uitgevoerd met software die gratis voorhanden is, en die binnen een paar minuten te doorgronden is.

Op het Sintermeerten College wordt Community Walk op een andere manier ingezet, namelijk als onderdeel van de materialen die ontwikkeld worden voor MScape. Deze materialen worden o.a. door de leerlingen zelf ontwikkeld in de lessen CKV, Informatica, Informatiekunde en andere vakken die betrokken zijn. Zo zullen de leerlingen van L5 in de Informatica de interacties die in Mscape ingebracht kunnen worden, in Flash programmeren. Bij de andere vakken gaan ze aan de slag met het verzamelen van data. Hiermee proberen ze de vakken samen te laten werken.

De bedoeling is dat ook It’s Learning Mobile (speciaal voor de mobieltjes) bij Create-a-scape opdrachten ingezet wordt. Leerlingen hoeven niet tot school of thuis te wachten om opdrachten in te leveren, maar doen dat met behulp van hun mobiele apparaat vanaf de buitenlocatie.

Kortom: een goede tip en geweldige plannen van de mannen van het Sintermeerten College in Heerlen. Wil je meer tips? Kijk eens in de Delicious-verzameling van Guido of Isidore. Daar is nog veel meer te vinden!

dinsdag 13 maart 2007

Nog meer tools: Alice

Vorige week besprak ik in dit weblog de mogelijkheden van Scratch; vandaag is het programma Alice aan de beurt. Alice is ontwikkeld door Carnegie Mellon University, een universiteit die behoorlijk actief is op het gebied van videogames, met name de School of Computer Science. Het programma Alice is door Stage3, een onderdeel van deze club, gemaakt, en dat is te merken. Het is een hoogwaardig programma, met ongelooflijk veel mogelijkheden.

Alice is een programma waarmee je in 3d kunt programmeren. Net als Game Maker en Scratch gaat het bij Alice om object-georiënteerd programmeren. Aan elk object worden een aantal instructies toegekend. In het programma zelf is een uitgebreide tutorial te vinden. Daarnaast staan op de site een tweetal filmpjes die een inleiding geven op het programma. Bij het programma krijg je een grote en zeer gevarieerde bibliotheek met objects en werelden (o.a. met de thema's Japan, Middeleeuwen, het oude Egypte, high school en muziekinstrument), waarmee je direct aan de slag kunt.

Het scherm van Alice is in 4 stukken verdeeld: links boven zie je de objecten die je in de wereld hebt geplaatst, linksonder kun je per object bekijken wat de eigenschappen daarvan zijn (en die eventueel aanpassen), welke instructies (methods) je kunt hangen aan die objecten, en welke functies (bijv. object is groter/kleiner dan, object komt op positie x,y, enz). Rechtsonder in het scherm verschijnt welke methods je per object hebt geselecteerd, en rechtsboven kun je zien wat de resultaten zijn van je programmeerwerk.

De basis van het programma is eenvoudig: je kiest een wereld waarin je allerlei objecten kunt plaatsen. Je kunt de objecten eenvoudig slepen naar de plaats waar je ze wilt hebben. Elk object heeft een groot aantal 'methods', variërend van veranderen in grootte, tot bewegen op allerlei manieren, praten enz. Je kunt ook een aantal opdrachten tegelijkertijd laten uitvoeren, of alleen als aan bepaalde voorwaarden voldaan wordt. Daarvoor koppel je aan de geselecteerde methods de opdrachten:
  • do in order
  • do together
  • if/else
  • loop
  • while
  • for all in order
  • for all together
Zoals gezegd: de basis van Alice is makkelijk onder de knie te krijgen, vooral omdat je het resultaat van iedere nieuwe opdracht direct in het scherm rechtsboven kunt bekijken door op de knop 'play' te drukken. Maar omdat het programma veel meer mogelijkheden heeft dan bijv. het gisteren besproken Scratch, kost het veel meer tijd om het programma in zijn finesses in de vingers te krijgen. Scratch lijkt me daarom uitstekend geschikt voor leerlingen vanaf een jaar of 12, dus een goede opvolger voor het programma Scratch.

Een voordeel van dit programma boven Scratch vind ik dat je het resultaat kunt exporteren naar een html-file, zodat je het in je browser kunt bekijken. Het lijkt me leuk om de producten van een hele klas zo via het web aan te bieden! Door de grote (gratis bijgeleverde, en ook online te bekijken) bibliotheek biedt het ook massa's mogelijkheden voor het maken van educatieve games of animaties. Zijn er in Nederland al mensen die met Alice hebben gewerkt in de klas?

woensdag 7 maart 2007

Tools om games te bouwen: Scratch

In mijn voortdurende zoektocht naar software om games te bouwen, kwam ik weer twee voor mij onbekende tools tegen: Alice en Scratch. Over Alice zal ik morgen meer vertellen, vandaag lees je hier mijn bevindingen met Scratch.

Het programma Scratch is ontwikkeld door het MIT (Massachussets Institute of Technology). Het kan gratis gedownload worden. Volgens de site is het programma bedoeld om er interactieve verhalen, games, muziek en kunst mee te maken. Het programma is bedoeld voor kinderen van een jaar of 10 tot 12, maar ik denk dat het ook voor iets oudere kinderen (onderbouw voortgezet onderwijs) ook nog interessant is. Bij de software is vrij veel documentatie: o.a. een filmpje voor een eerste introductie van het programma (dat ook gedownload kan worden), een kindvriendelijke handleiding in pdf-formaat, een wat meer uitgebreide verklaring van alle begrippen en opdrachten die in het programma gebruikt worden en tips voor het gebruik van Scratch in de les.

Scratch vind ik uitermate gebruiksvriendelijk: ik kon er zonder een handleiding te lezen direct mee aan de slag. De vormgeving is vrolijk en overzichtelijk. Het scherm bestaat uit 4 delen:
  1. een overzicht van de mogelijke commando's,
  2. een overzicht van de gekozen commando's,
  3. een scherm waarin je direct kunt zien wat het resultaat is van de gekozen commando's,
  4. een overzicht van de sprites (objecten) die gebruikt worden en de opdrachten die je bij elke sprite hebt gekozen.
Ik ben erg enthousiast over het programma, omdat het een heel goede introductie is op zelf (object-georiënteerd) programmeren. Je kunt een aantal opdrachten aan elkaar koppelen (bijv. het object gaat 10 stappen naar voren, het draait 90 graden, het object gaat naar een bepaalde x- en y-coördinaat, er klinkt een muziekje ter ondersteuning enz.) en daarna koppel je er een voorwaarde aan (bijv. deze reeks opdrachten start zodra op het object wordt geklikt en/of het herhaalt totdat een bepaalde toets wordt ingedrukt of een bepaalde waarde wordt bereikt enz.). Je leert dus if-then-else commando's, je leert wat variabelen zijn, wat een x- en een y-as zijn enz.

Toch heb ik het niet ervaren als een 'technisch' programma: omdat het programma menu-gestuurd is hoef je niet eerst allerlei commando's hoeft te leren (en je krijgt ook geen syntaxis-fouten: mijn eigen zwakke punt ;-) ). Omdat er een redelijk uitgebreide bibliotheek van sprites en geluiden bij zit, kun je ook zonder tekentalent ermee aan de slag.

Als je Scratch downloadt krijg je ook een aantal voorbeelden van 'projecten' die door anderen gemaakt zijn. Ik kan je aanraden om die te bekijken omdat het een goed beeld geeft wat er mogelijk is met deze software. Ik vond vooral de interactieve verhalen, en de projecten onder de noemer 'Speak up' (waarin een pleidooi wordt gehouden voor of tegen iets) erg aansprekend. Voor de iets jongere kinderen vond ik de geanimeerde namen prachtig.

Het enige minpuntje dat ik aan het programma kan ontdekken is dat het niet mogelijk is om de gemaakte projecten op te slaan als een exe-bestand. Als je je werk dus wilt laten zien aan anderen, dan moet die andere persoon ook het programma Scratch op de computer hebben staan. Maar omdat Scratch gratis te downloaden is, lijkt me dat probleem overkomelijk. Mijn conclusie is dan ook dit Scratch een pracht programma is om de eerste stappen te zetten op het pad van programmeren, om zelf interactieve animaties te maken of om leerlingen zelf (educatieve) content te laten maken!

vrijdag 9 februari 2007

Story Inventor: nieuwe editie

Story InventorBegin december maakte ik op dit blog melding van het programma Story Inventor. Story Inventor is een programma van Koala Games waarmee je heel makkelijk 'branching story-games' kunt maken. Dat zijn games die gebaseerd zijn op het maken van keuzes volgens een boomstructuur. Ik vertelde toen dat ik het een heel interessant programma vind om games mee te maken, omdat het erg gebruiksvriendelijk is, en daardoor bij het maken van een game de nadruk legt op de inhoud van de game en niet op het programmeren ervan. In de versie die ik toen had, kon ik alleen toen geen filmpje toevoegen.

Goed nieuws: er is een nieuwe versie uit van het programma, en daar lukte het me zonder enig probleem. En niet alleen dat: er is nu ook een mogelijkheid om kleine animaties toe te voegen. Dat lijkt spectaculairder dan het is: je maakt daarin gebruik van standaard achtergronden en animaties. Alleen de tekst die je aan de animatie toevoegt is helemaal vrij. Maar ik denk dat het voor veel kinderen toch een leuk extraatje is waar ze graag mee zullen spelen! De kosten van het programma zijn te overzien: ik kreeg het toegestuurd voor 40 euro. Ik vond het wel de moeite waard om in te investeren, omdat je hiermee een heel makkelijke manier hebt om games (of interactieve films) te maken.

Hoe je dat doet? Je legt je leerlingen een probleem voor en je vraagt ze hiervoor verschillende scenario's uit te werken. Neem bijvoorbeeld het onderwerp cyberpesten. Vraag de kinderen om te bedenken wat je kunt doen als je een anonieme hate-mail krijgt, en wat zij denken dat er dan gebeurt. Laat ze verschillende scenario's bedenken en uitwerken. Bijvoorbeeld: je vertelt het je vriendin, en die zegt dat je een mailtje terug moet sturen. Of je neemt een nieuw e-mailadres dat je alleen aan je beste vrienden geeft. Of je vertelt het je juf of meester. Wat gebeurt er als je dat doet? De scenario's worden met behulp van het programma Story Inventor uitgewerkt in een storyboard. Van elk scène maken ze een filmpje, een tekening of een animatie (eventueel zelfs met geluid), en de scènes worden aan elkaar gelinkt m.b.v. Story Inventor. Zo ontstaat er langzaam maar zeker een spel waarin je kunt zien wat nu de beste manier is voor de leerlingen om met zo'n probleem om te gaan.

Het resultaat van de tijd die je hieraan hebt besteed? Als je die vraag aan de kinderen stelt, dan zullen ze waarschijnlijk zeggen dat het een mooi spel heeft opgeleverd. Maar ik denk dat de weg ernaar toe het meeste effect heeft: de kinderen gaan met elkaar het gesprek en alle voor- en nadelen van de verschillende opties worden doorgesproken. Zo krijgen ze echt inzicht in wat de mogelijkheden zijn en wat het oplevert. Het spel is daarbij in mijn ogen een mooi bijproduct!

Als je wilt weten hoe Story Inventor werkt, dan kun je dit filmpje bekijken.

vrijdag 2 februari 2007

Games maken voor je mobieltje

voorbeeld van een mobiele gameOp de site InformaticaVO las ik dat Paul Bergervoet, docent/ontwikkelaar bij ICA op de HAN, de software die hij en zijn collega's hebben ontwikkeld om een mobiele game te ontwerpen, nu aan anderen ter beschikking stelt. Paul werkte zelf al eerder in zijn lessen met de software, maar ik vermoed dat de software nu zover uitgetest is dat hij er ook anderen mee durft te laten werken. En daar ben ik erg blij mee, want een game maken is natuurlijk leuk, maar dat doen wel meer mensen. Met een zelfgemaakte game voor je mobieltje kun je natuurlijk echt helemaal de blits maken ;-)

Om de software te kunnen downloaden moet je een docentenaccount aanvragen op InformaticaVO. Als je die hebt, kun je niet alleen de software downloaden: je krijgt er ook een handleiding en een diapresentatie over de software bij, en een voorbeeldgame.

Ik heb zelf niet gewerkt met de software, maar ik heb Paul er wel mee zien werken. Omdat het programma menugestuurd is kun je er zonder veel kennis van Java mee aan de slag. Echt moeilijk lijkt het niet, alhoewel het wel wat ingewikkelder lijkt dan Game Maker. Maar misschien ligt dat aan mijn gebrek aan programmeerkennis: ik ben nooit echt verder gekomen dan Basic ;-).

woensdag 31 januari 2007

Kahootz

KahootzVorig jaar heb ik de wedstrijd Make-a-Game op poten mogen zetten. Een enorm leuke klus waar ik met veel plezier op terug kijk. Naar aanleiding van die wedstrijd kreeg ik van verschillende mensen de vraag of een soortgelijke wedstrijd niet ook opgezet kon worden voor het basisonderwijs. Nu ben ik daar een grote voorstander van, maar ik denk wel dat voor veel leerlingen het bouwen van een game met behulp van het programma Game Maker erg veel gevraagd is. Ik weet dat er wel leerlingen zijn van de hoogste klassen die goed met het programma overweg kunnen (getuige bijvoorbeeld het spel dat door een basisschoolleerling is gemaakt bij de ThinkQuest website DinoByte), maar voor veel basisschoolleerlingen is dat echt niet haalbaar. Ik ben daarom op zoek gegaan naar software waarmee basisschoolleerlingen makkelijk een echte game kunnen programmeren. Ik wilde een pakket waarmee je redelijk eenvoudig goede resultaten kunt behalen, maar dat ook voor gevorderden interessant is. En natuurlijk moeten de gemaakte games een beetje professioneel ogen, en de games moeten gespeeld kunnen worden op gewone (niet al te geavanceerde) schoolp.c.'s.

En, je raadt het al: ik denk dat ik zo'n pakket heb gevonden. Op de BETT ontdekte ik het pakket Kahootz. Kahootz is gemaakt door de 'Australian Children's Television Foundation'. Ik heb me laten vertellen dat de laatste 2 jaar in Australië het maken van games steeds meer wordt gezien als een goede manier om probleemoplossend vermogen en de creativiteit van leerlingen te vergroten, en dat iets meer dan 25% van de Australische scholen gebruik maakt van Kahootz software.

Ik heb het niet gecontroleerd, maar ik kan me wel wat voorstellen bij dat percentage. Het werken met Kahootz is erg simpel: je kunt na een half uurtje al je eerste game maken. 'Cool' (of 'vet' of 'lauw') is het zeker: je werkt namelijk in een 3d-omgeving. En voor wie ver gevorderd is, biedt het pakket allerlei (extra) mogelijkheden. Wat ik bijvoorbeeld erg leuk vond is dat je een met Kahootz gemaakte animatie of game, kunt combineren met een filmpje dat gemaakt is met een z.g. 'green screen' (ook wel blue screen of chroma key).

Op de site van Kahootz staan verschillende voorbeelden van hoe je met Kahootz onderwerpen uit het curriculum kunt behandelen. Je kunt er namelijk niet alleen games mee maken, je kunt er ook animaties mee maken. En dat kun je weer heel goed gebruiken voor bijv. taalonderwijs of voor de creatieve vakken. Het werken in een 3d-omgeving bevordert het ruimtelijk inzicht. En door educatieve games te maken leer je wat over het vakgebied waar je game voor gemaakt is. Hier vind je een voorbeeld van een spel dat is gemaakt voor basisschoolleerlingen.

Iemand van de Australian Children's Television Foundation vertelde me dat ze overwegen om Kahootz uit te brengen op de Nederlandse markt. Dat zou ik geweldig vinden. En het liefst zou ik dan een internationale Kahootz-game-making wedstrijd organiseren. Want je leert volgens mij echt veel als je met andere leerlingen in internationaal verband samenwerkt aan een game!