Posts tonen met het label geschiedenis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geschiedenis. Alle posts tonen

dinsdag 19 maart 2013

Geanimeerde boeksamenvattingen

Afgelopen vrijdag is de boekenweek van start gegaan. Het thema dit jaar is 'Gouden Tijden, Zwarte Bladzijden'. Natuurlijk wordt daar op vele scholen aandacht aan besteed, waarbij verschillende organisaties tips en leermaterialen aanbieden. Zo ook door Schooltv: zij hebben op hun site videofragmenten verzameld die aansluiten bij het thema.

Een niet op de site genoemde manier om aandacht te besteden is leerlingen de opdracht te geven een animatie te maken van een boek dat past binnen het thema. Schooltv heeft daarvan zelf een aantal prachtige voorbeelden uit de jeugdliteratuur, boeken bestemd voor voor de leeftijdsgroep 10-13 jaar, maar een animatie maken van een boek is ook voor oudere leerlingen een goede opdracht. Door leerlingen een (korte) animatie te laten maken, moeten ze goed nadenken over wat de kern van het verhaal is. En natuurlijk is het risico van 'knippen en plakken' bij het maken van een animatie veel kleiner dan bij het schrijven van een samenvatting.In dit blog vind je verschillende tools en tips waarmee en hoe leerlingen (eenvoudige) animaties kunnen maken.

Je kan leerlingen vragen om een animatie te maken van een boek dat past in het thema van de boekenweek (uitgezocht met behulp van de Boekentipper of de Boekenzoeker), maar ook van een zelf bedacht of een waar gebeurd verhaal. Je kan de opdracht gebruiken voor de Nederlandse les, maar ook voor de vreemde talen, voor de kunst- en cultuurvakken, geschiedenis, maatschappijleer en economische vakken. Als je er een vakoverstijgende opdracht van maakt, hebben de leerlingen meer tijd om er iets moois van te maken en heb je als docent extra handjes bij de begeleiding van de leerlingen. Voor het beoordelen kan je de leerlingen zelf vragen om hun visie te geven op het werk van hun medeleerlingen.

Het resultaat van de opdracht kan je in de komende jaren gebruiken om leerlingen te helpen die op zoek zijn naar een boek dat past bij hun interesse.


Get Microsoft Silverlight
Bekijk de video in andere formaten.


woensdag 5 december 2012

Nadenken over nu en straks: dat doen we op school

Ik volg met veel plezier de filmpjes van de RSA, 'The Royal Society for the encouragement of Arts, Manufactures and Commerce', die zich ten doel stelt om vernieuwende, praktische oplossingen te vinden op problemen die zich in onze maatschappij voordoen. In de filmpjes geven grote denkers hun visie op allerlei zaken in onze maatschappij, waarbij ze ook tips geven over hoe je daarmee kan omgaan.

The RSA maakt ook getekende en geanimeerde filmpjes, waarbij de teksten verbonden worden met beeld. Ik vind het prachtige visuele spektakelstukken die ik graag een paar keer bekijk om alle elementen goed tot me te laten doordringen.


Onderstaand filmpje vertelt Roman Krznaric, filosoof en schrijver, over het belang van empathie: dat we moeten weten, begrijpen en voelen wat belangrijk is voor anderen, wat anderen drijft en wat ze weerhoudt. Hij doet daarbij het voorstel om een 'empathiemuseum' in te richten. In dat museum kan je een t-shirt maken onder dezelfde omstandigheden zoals in sweatshops, waarbij je voor je t-shirt beloond wordt met een paar centen, waar je bij je kopje een filmpje kan zien over de omstandigheden van werkers op koffieplantages en waar een bibliotheek is met mensen die je kan 'lenen' om gesprekken met hen te voeren over hoe zij leven.

Het lijkt me een prachtig project voor scholen. Vanuit verschillende (mens- en maatschappij)vakken kunnen kunstwerken voor zo'n empathiemuseum gemaakt worden. Voor aardrijkskunde maken leerlingen filmpjes over wat het betekent om te migreren of ze maken een nieuwsreportage over de schade die wordt toegebracht door een orkaan, voor geschiedenis wordt een spel gemaakt waarin je het leven van personen die leven in de tweede wereldoorlog volgt, voor economie wordt een spreadsheet gemaakt waarin je - op basis van economische modellen - kan zien wat er gebeurt met de economie als we landen zoals Spanje of Griekenland aan hun lot overlaten, en voor godsdienst of levensbeschouwing worden gerechten klaargemaakt uit allerlei culturen die je voorgeschoteld krijgt zodra je weet waarom die gerechten zijn zoals ze zijn.

Je kan het project ook dichter bij huis houden door de problemen die leven binnen de school als onderwerp te nemen van het museum. Welke politieke overtuigingen zijn er binnen de school, welke culturele groepen zijn er, hoe voelt het om alleen gelaten of gepest te worden vanwege je uiterlijk, je seksuele geaardheid of 'zomaar'? 

Natuurlijk kan je bij zo'n project ook hulp van buiten de school betrekken: de bibliotheek kan helpen om bronnen te verzamelen, culturele en religieuze organisaties kunnen toelichting geven op verschillende onderwerpen en er zijn ook vast leerlingen en ouders die wat kunnen vertellen over wat hen drijft.

Als het museum klaar is, vraag je niet alleen de ouders van de leerlingen om een bezoek te brengen aan je museum, maar alle mensen in de buurt. Want met jouw museum kan je laten zien dat de wereld jou ter harte gaat.


maandag 24 september 2012

Lestip woordenwolk

Heb je al eens de troonrede in een woordenwolk gezet? Ik wel. Hieronder het resultaat, gemaakt met Wordle. Opvallend vind ik het dat in de verslaggeving in de kranten die ik las, vooral het accent werd gelegd op de offers die Nederland moet brengen en de veerkracht die daarvoor nodig is. Uit de woordenwolk komt een ander beeld naar voren, vind ik. Lijkt me een leuke vraag om aan leerlingen voor te leggen: wat vinden zij de beste 'samenvatting' van de troonrede en hoe komt het dat het beeld dat naar voren komt in de pers afwijkt van het beeld dat de woordenwolk geeft?

Deze manier van gebruik van woordenwolken is natuurlijk te gebruiken bij elke speech waarover in de pers wordt geschreven. Je kan ook woordenwolken gebruiken om samenvattingen die door leerlingen gemaakt zijn met elkaar en met de originele tekst te vergelijken. Dat kan leerlingen op weg helpen om de essentie van een tekst te bepalen.
Wordle: Woordenwolk Troonrede 2012



dinsdag 19 juni 2012

MapSkip

Er zijn vaak momenten in het onderwijs waarbij je gebruik maakt van een atlas. Uiteraard heb je die nodig voor aardrijkskunde, maar ook voor geschiedenis is het handig om een atlas bij de hand te hebben, bij de talen kan je een atlas gebruiken om te laten zien waar bepaalde schrijvers hebben geleefd of waar een verhaal zich afspeelt, bij maatschappijleer kan je een kaart gebruiken om een te laten zien waar bepaalde actuele gebeurtenissen zich afspelen, bij biologie om te laten zien waar bepaalde dieren of planten te vinden zijn en bij de beeldende vakken kan je op een kaart aangeven waar bepaalde architectuurstijlen, standbeelden of bouwwerken te vinden zijn.

Door bij het leren beelden te gebruiken, help je leerlingen de materie te onthouden: hoe meer zintuigen je gebruikt daarbij, des te beter beklijft de stof. Onthouden gaat nog beter wanneer je leerlingen actief aan de slag zet, bijvoorbeeld door ze zelf een kaart te laten maken of door ze bij de plaatsen op een kaart aantekeningen te laten maken of beelden erbij te zetten.

Wie op die manier aan de slag wil, kan gebruik maken van de (gratis toegankelijke en reclamevrije) tool MapSkip. In MapSkip kan je bij de plaatsen op de kaart (afkomstig van Google) een tekst schrijven. Bij die tekst kan je een foto of een geluidsbestand uploaden of er een YouTube video onder zetten.

Er zijn wel meer tools online te vinden waarbij je kaarten kan voorzien van je eigen informatie, zoals Communitywalk, Mapme en natuurlijk Google Maps, maar die vind ik persoonlijk minder makkelijk te gebruiken dan MapSkip. Maar wat MapSkip bijzonder maakt is dat het je de mogelijkheid biedt om leerlingenaccounts aan te maken. Daarmee kan je bijhouden wat je leerlingen toevoegen op MapSkip. Bij je leerlingenaccounts kan je aangeven of iedereen mag reageren op de door je leerlingen aangemaakte 'stories', of dat er alleen op gereageerd mag worden door je eigen leerlingen.

Verhalen die door je leerlingen worden toegevoegd op MapSkip, worden automatisch aan elkaar gelinkt onder de naam van de school die door de docent is opgegeven. Dat betekent dat je al je leerlingen kan laten samenwerken aan een project. Dat kan bijvoorbeeld een project zijn waarbij je je leerlingen een atlas laat maken van waar dieren uit de dierentuin in het wild leven en hoe ze daar leven, een project waarbij de bouwwerken van een architect getoond worden met daarbij een beschrijving wat er bijzonder is aan die bouwwerken, een project waarbij werken van Shakespeare getoond worden op de plaats waar ze zich afspelen enz. Wil je meer projecten opzetten die onafhankelijk van elkaar zijn, dan doe je er verstandig aan om per project een account aan te maken.

Een nadeel van MapSkip vind ik dat je plaatsen & stories die je als docent hebt aangemaakt, niet kan verwijderen; je kan alleen de naam en de tekst van het verhaal bewerken. De plaatsen/stories van je leerlingen kan je wel op onzichtbaar zetten, maar een optie om door jouzelf of door je leerlingen gemaakte plaatsen en verhalen te verwijderen, zou ik een welkome aanvulling vinden. Maar dat zou mij er niet van weerhouden om MapSkip in te zetten voor de les.


maandag 12 maart 2012

Verhalen vertellen

Verhalen van leerlingen kunnen een prachtige bron zijn voor de les. Een verhaal over een uitstapje naar het bos kan gebruikt worden voor een biologieles, een verhaal van opa of oma voor een geschiedenisles, de nieuwe fiets die een leerling heeft gekregen kan gebruikt worden voor een les over afstanden enz. Elk eigen verhaal biedt kapstokken voor onderwijs dat aansluit bij de leefwereld van de leerling.

Er zijn verschillende manieren om kinderen verhalen te laten vertellen. Op bijna alle basisscholen wordt wel iets gedaan aan kringgesprekken waarin de leerlingen vertellen over wat ze in het weekend of in de vakantie hebben gedaan. De verhalen kunnen dienen als basis voor één of meer lessen, maar je kan leerlingen ook vragen om een verhaal te bedenken naar aanleiding van een les. Bijvoorbeeld een verhaal dat zich afspeelt in het land of het tijdperk waarover ze les hebben gehad, een verhaal waarin verteld wordt over een proefje of de resultaten van een onderzoek dat ze hebben gedaan, een verhaal waarin ze hun eigen visie geven over een onderwerp dat besproken is in de les etc.

Verhalen kunnen gewoon verteld worden, maar je kan ook verhalen vertellen in beelden. Deze week een tweetal tools om verhalen te vertellen in beelden: in de vorm van een animatie of een fotoverhaal. Niet alleen voor leerlingen in het basisonderwijs, maar ook voor leerlingen in het voortgezet onderwijs.

Om te beginnen wat ideeën voor verhalen:
  • een verhaal over iets wat de leerlingen in het weekend/in de vakantie hebben gedaan,
  • een verhaal over een droom die ze hebben, een doel wat ze willen bereiken,
  • een verhaal over zichzelf in de toekomst,
  • een verhaal over een held,
  • een verhaal over een fantasiedier, een fantasieland,
  • een verhaal over zichzelf in de geschiedenis (als ridder, als Romein, Griek, Noorman, enz.),
  • een verhaal over hoe de wereld er uitziet over 100 jaar, enz.
Door het vertellen van verhalen wordt de woordenschat van leerlingen vergroot, ze leren over oorzaak en gevolg en je kan ze vertellen over zaken als tijdsduur (versnelling, vertraging, tijdsprong) en tijdsvolgorde (flashback, flashforward en chronologie), over beeldtaal (compositie, kleurgebruik en belichting, perspectief) en over zaken als privacy, beeldrecht en auteursrecht.

Natuurlijk kan je leerlingen 'gewoon' laten vertellen over hun verhaal, maar door ze een animatie of film van hun verhaal te laten maken zijn ze intensiever bezig met de taal en met het onderwerp van hun verhaal. Daarnaast biedt het de mogelijkheid om ze samen aan de slag te laten gaan, projectmatig te werken en dus te plannen en te organiseren.

Het maken van een animatie of video kent altijd de volgende stappen:
  1. Bedenk het verhaal,
  2. Maak een storyboard waarin je in de vorm van tekeningetjes per scene kort noteert wat er gebeurt en wat je te zien krijgt,
  3. Verzamel of maak attributen: kleifiguren, legopoppetjes of andere figuren, requisiten, een decor enz. Als een animatie of fotoverhaal wordt gemaakt van tekeningen, dan kan deze stap natuurlijk overgeslagen worden.
  4.  Maak de beelden. Als je een animatie wilt maken, kan je de beelden maken met een speciaal animatieprogramma, zodat je de beelden niet later in dat programma hoeft te importeren,
  5. Voeg de beelden samen tot een animatie of fotoverhaal in een video-editor of animatieprogramma.. Voeg eventueel muziek of speciale effecten toe.
Heel belangrijk is het om het maken van de animatie of het fotoverhaal goed te plannen. De meeste leerlingen zullen daarbij  hulp nodig hebben. Geef per stap aan wat de leerlingen moeten opleveren, bijv.:
  1. de opzet van het verhaal: wie zijn de hoofdpersonen, waar speelt het verhaal zich af, welke problemen moeten overwonnen worden,
  2. een storyboard met tenminste 5 scènes en per scène een beschrijving van de benodigde attributen,
  3. een foto van de attributen die verzameld zijn, 
  4. de tekeningen en/of foto's die gebruikt worden voor het fotoverhaal of de animatie,
  5. de animatie/het fotoverhaal.  

Maak gebruik van lesmaterialen die anderen hebben gemaakt, zoals bijv. deze lesbrief van OBS Merenwijk, waarin leerlingen leren een film te maken. Begeleid en beoordeel het werk van de leerlingen per stap. Dat hoef je als leerkracht natuurlijk niet alleen te doen: je kan ook de leerlingen elkaars werk laten bekijken en om feedback vragen.

Morgen en overmorgen aandacht voor tools waarmee je dit soort verhalen kan maken: een animatietool en een tool om fotoverhalen mee te maken, met bij elk een handleiding. 


Afbeelding van jaci XIII, gepubliceerd onder CC-by-nc-sa.

maandag 23 januari 2012

Fakebook

Meestal als je iemand hoort zeggen dat iets 'fake' is, dan wil hij daarmee zeggen dat hij het minder waardevol vindt dan het origineel. Maar Fakebook van Classtools is voor het onderwijs misschien nog wel leuker dan het 'echte' Facebook.

Fakebook is een website waarmee je 'net echte' Facebookprofielen kan maken. Maar in tegenstelling tot Facebook is het bij Fakebook niet de bedoeling om je eigen leven in kaart te brengen, maar juist het leven van anderen. Van historische figuren of hedendaagse kunstenaars, van politici of uitvinders, van schrijvers of van wetenschappers enz. Door het leven van die personen vast te leggen in Fakebook, kan je leren over die persoon en over het tijdperk en de cultuur waarin die persoon leeft of leefde. Je kan dat natuurlijk ook doen door een profiel te maken in het echte Facebook, maar dat is door Facebook formeel verboden. Daarnaast geldt er voor Facebook een leeftijdsgrens van 13 jaar, dus leerlingen in het basisonderwijs mogen er geen gebruik van maken.

Fakebook kent die beperkingen niet: de enige beperking die daaraan zit is dat het alleen bestemd is voor onderwijskundige doeleinden. Verder mag iedereen die dat wil met Fakebook een profiel aanmaken van iedereen die hij wil. En op dat profiel kan je behoorlijk wat informatie kwijt:
  • in het profiel zelf geef je een beschrijving in feiten van je leven, bijv. je geboortedatum, opleiding, werk, hobby's, burgerlijke status enz., en je zet bij je profiel een foto,
  • je kunt posts plaatsen bij je profiel over wat je hebt gedaan. 
  • In een post kan je YouTube-filmpjes embedden
  • bij die posts kan je comments plaatsen: van jezelf of van andere (imaginaire) figure,
  • bij een comment kan je een duimpje omhoog (like) of omlaag (dislike) zetten,
  • je kan ook aangeven wie je vrienden zijn en ook van hen kan je een foto online zetten. 

Foto's voor je eigen profiel of de profielfoto's van je vrienden kan je uploaden vanaf je eigen p.c. of automatisch laten zoeken door Google Image Safe Search. Daarmee loop je heel weinig risico dat je beelden krijgt die je liever niet wilt laten zien aan kinderen, maar het voegt natuurlijk wel wat toe als je leerlingen zelf plaatjes laat zoeken, zeker als je ze vraagt om een beeld te kiezen dat past bij het imago dat ze die persoon willen geven.

Om met Fakebook te kunnen werken heb je geen kennis nodig van HTML of dat soort zaken: je werkt gewoon met een tekstverwerker en als je een filmpje in een post wilt plakken, dan hoef je alleen de URL van het filmpje in je post te zetten. Als je een Fakebookprofiel hebt gemaakt, kan je dat opslaan in het archief zodat anderen er gebruik van kunnen maken, en/of opslaan op je eigen p.c.

Wil je dat leerlingen op elkaars profielen reageren? Embed dan de profielpagina's in een site of weblog zodat ze daarin hun reactie kunnen plaatsen. Daarmee creëer je de mogelijkheid om een rollenspel te spelen. Je kan je leerlingen de opdracht geven Fakebookprofielen te maken van historische figuren uit een bepaalde historische periode en die op elkaar laten reageren, of je kan leerlingen een rollenspel laten spelen waarbij ze een bepaald probleem toelichten vanuit het leven van hun profielpersoon (bijv. de vraag of we moeten vasthouden aan de Euro, gezien vanuit een ondernemer, een bank, de Nederlandse bank, een multinational, een pensionado die de winter doorbrengt in Spanje enz.).

Er zijn al heel wat Fakebooks gemaakt. Een deel daarvan is terug te vinden in het archief. Ook als je niet door je leerlingen een Fakebookprofiel wilt laten maken, is het leuk om er eens een kijkje te nemen. Misschien vind je er wel een profiel van iemand over wie jij net wat wilt gaan vertellen in de les.



View Fullscreen | Create your own


N.B. Je kunt natuurlijk ook met andere sociale media een (historische) periode in kaart brengen. Kijk maar eens wat Alwyn Collinson doet met haar Twitteraccount RealTimeWWII. Zo uitgebreid is misschien niet haalbaar, maar wat let je om een poging te wagen met je leerlingen?

woensdag 7 december 2011

Leren door verhalen te vertellen

Gisteren besprak ik hier hoe je met Moglue interactieve verhalen kan maken. Vandaag vertel ik hoe je het maken van zo’n boek gebruikt om les te geven, niet alleen de taal- maar ook de rekenles, de geschiedenisles, de aardrijkskundeles of de biologieles. En hoe je tussen neus en lippen door je leerlingen laat nadenken over copyright, over het zoeken en beoordelen van bronnen op internet, over hoe je informatie kan presenteren en over privacyzaken.

Taal-poëzie
Leerlingen maken een boek over een fictief beest. Daarvoor laat je ze eerst kennismaken met de Gorgelrijmen van Cees Buddingh. Daarbij kan je gebruik maken van deze nieuwe uitgave, geïllustreerd door Katinka van Haren waarvan hier een voorproefje te vinden is. In deze les kan je verder aandacht besteden aan poëzie, bijvoorbeeld op basis van de webpagina’s over poëzie op de site Leerkracht.nl.

Biologie
Vraag de kinderen vervolgens een lijst te maken van favoriete dieren en daaruit een top 3 te kiezen. Daarmee gaan ze straks een nieuw fabeldier samenstellen. Maar voordat het zover is, vraag je de leerlingen goed onderzoek te doen naar de eigenschappen van hun dieren: hoe zien ze eruit, wat zijn de karaktereigenschappen van de door hen gekozen dieren: leven ze in groepen of alleen, wat eten ze, hoe verplaatsen ze zich, hoe planten ze zich voort, met welke andere dieren leven ze samen?
Informatie zoeken en beoordelen
Bespreek met de kinderen tevoren hoe ze gaan zoeken en welke zoekwoorden ze gebruiken. Maak hiervoor een mindmap. Bespreek ook hoe ze de gevonden resultaten gaan beoordelen. Vraag ze te onderzoeken wie de makers zijn van de sites die ze hebben gevonden, waarom ze die sites hebben gemaakt en wanneer voor het laatst informatie is toegevoegd op die site. Maak hiervoor eventueel gebruik van de informatie op Schoolbieb.nl. Beoordeel samen met de leerlingen of ze gewerkt hebben met de juiste sites, of dat ze beter andere sites hadden kunnen gebruiken en waarom.

Samenwerken
Vraag de leerlingen de gevonden informatie samen te voegen zodat er per dier een compleet beeld ontstaat. Geef ze dan de opdracht een nieuw fabeldier te bedenken. Het nieuwe dier heeft de romp van het ene dier, de kop van het tweede dier, en de poten en eventueel vleugels van het derde dier. Het fabeldier heeft ook de eigenschappen van alle drie de dieren die de kinderen hebben onderzocht: het leeft bijvoorbeeld net als konijnen in grote groepen, het legt eieren om zich voort te planten en leeft in de woestijn. Bespreek met de leerlingen hoe ze gaan kiezen: gaan ze stemmen per eigenschap of willen ze met elkaar in debat, gaan ze onderhandelen?

Mens- en maatschappijvakken
Een verhaal kan overal plaatsvinden: in de omgeving van de school of juist in een andere plaats of ander land. Of op een plaats die niet bestaat: in een fictief land of op een onbekende planeet. En een verhaal kan zich afspelen in het nu, maar ook in het verleden of de toekomst. Bespreek met de leerlingen waar en wanneer het verhaal zich afspeelt. Je kan dit natuurlijk koppelen aan het onderwerp waarmee je in lessen aardrijkskunde of geschiedenis bezig bent.

Taal: proza-stelopdracht
Lees met de kinderen een verhaal en bespreek hoe dat verhaal is opgebouwd. Bijvoorbeeld eerst wordt verteld wie de hoofdpersoon is en hoe en waar hij leeft, dan wordt verteld hoe die persoon in de problemen komt, vervolgens wordt verteld hoe het probleem wordt opgelost, en tot slot hoe het de hoofdpersoon vergaat nadat de problemen zijn opgelost. Maak hierbij eventueel gebruik van dit achtergrondmateriaal, te vinden op de website van College de Heemlanden. Om het je leerlingen makkelijk te maken kan je de verhaallijn in een schema weergeven, zoals hier gedaan is door Henny Jellema. Je kan je leerlingen elk een eigen verhaal laten schrijven in een wiki, zoals leerkracht Elke Das, van basisschool St. Willibrordus, dat doet.

Tekenen
Natuurlijk moeten bij het verhaal ook tekeningen gemaakt worden. Hierbij kan je de taken verdelen en de kinderen in groepjes laten samenwerken. Je kan ervoor kiezen om elk groepje een eigen pagina te laten maken en één of meer objecten, of om per groepje ‘reeksen’ afbeeldingen te laten maken (bijv. achtergronden, hoofdpersonen, objecten). Stimuleer dat de leerlingen hun eigen fantasie gebruiken, dan is het geen enkel probleem als de tekeningen in stijl niet bij elkaar passen. Je kan tekeningen laten maken, maar je kan natuurlijk ook het verhaal 3-dimensionaal laten afbeelden en de leerlingen decors laten bouwen en kleifiguren laten maken. Maak daar dan foto’s die je kan gebruiken in je boek. Je kan er natuurlijk ook voor kiezen om je boek niet te maken met Moglue, maar om er een klei-animatie/stopmotion-filmpje van te maken. Lees in mijn blog welke tools je daarvoor kan gebruiken.

Mediawijsheid-copyright
Nu ga je het verhaal maken. Scan de tekeningen in en maak de achtergronden van de objecten transparant, bijv. met het gratis te downloaden programma Photofiltre. Laat leerlingen zoeken naar bij het verhaal passende geluidsbestanden. Bespreek dat je niet zomaar geluidsbestanden mag downloaden van internet, omdat daar copyright op zit, maar dat je wel gebruik mag maken van bestanden die gepubliceerd zijn onder een Creative Commons licentie. Maak hierbij eventueel gebruik van de informatie die hierover te vinden is op Wikikids: over auteursrecht en over Creative Commons. Upload het gevonden materiaal naar de Moglue builder.

Computervaardigheden
Nu ga je het boek echt maken. Maak nu zoveel pagina’s aan als nodig is voor het boek en sleep per pagina de achtergronden en de objecten in de pagina. Op de achtergrond plaats je een tekstblok waarin je de tekst van je verhaal zet. Aan de objecten koppel je de geluiden en de animaties. Kom je er niet uit hoe dat moet, raadpleeg dan de handleiding of stel een vraag in het Moglue-forum.

Rekenen
Wie een boek heeft geschreven, wil dat boek natuurlijk ook gaan verkopen. Dat kan met Moglue. Je kan je boek aanbieden via de Moglue Store. Maar het bedrag dat de mensen betalen voor jouw boek is niet helemaal voor jou: de app-store van Apple en de Android-Market willen éénderde deel van de opbrengst. Van het geld dat je verdient wil de belasting misschien ook wel een deel hebben. En om je boek te kunnen maken moest je zelf misschien een tablet aanschaffen, of een camera of een scanner om je tekeningen in te scannen. Hoeveel boeken moet je per jaar verkopen en welke prijs moet je ervoor vragen om na 1 jaar winst te maken? En na 2 jaar? Genoeg ingangen voor een uitgebreide rekenles met breuken en procenten.

Taal
Nog behoefte aan een extra les taal? Laat je leerlingen dan eens het boek voorlezen. Daarbij kan je bijvoorbeeld de dialogen laten voorlezen door verschillende kinderen, je kan letten op het aanbrengen van  rustpauzes in het voorlezen op basis van de interpunctie, enz. Je kan er - als je dat wilt - een wedstrijd van maken: wie leest het leukste voor en waarom vind je dat?

Tot slot
In dit blogje vertel ik hoe je een geanimeerd verhaal kan maken met Moglue omdat ik dat zo'n inspirerende tool vindt. Maar je kan natuurlijk ook een verhaal maken met andere software (bijv. met de tool TaleSpring, die ongeveer hetzelfde doet als Moglue), je kan er (zoals ik gisteren al suggereerde) een klei-animatie van maken of een diapresentatie waarbij je het verhaal laat voorlezen, en je kan natuurlijk ook 'gewoon' het verhaal op (virtueel) papier zetten. De lessen draaien niet om de software, maar om het vertellen van een verhaal. De tool die je gebruikt kan je les wel verrijken.

Deze serie lessen is natuurlijk maar een voorbeeld: er zijn allerlei andere manieren waarop je het maken van een boek kan gebruiken als kapstok voor een les. Je hoeft het maken van een boek natuurlijk ook niet zo uitgebreid en verspreid over zoveel lessen te doen: je kan er ook voor kiezen om er maar een paar lessen aan te besteden. Je kan ervoor kiezen om te laten stemmen op het beste/mooiste/spannendste boek, en daarvoor prijzen uit te laten reiken. Je kan al je leerlingen hun eigen boek laten maken, of ze in teams laten werken. En je kan het project verspreiden over de verschillende bouwen: leerlingen uit de onderbouw maken de tekeningen, leerlingen uit de middenbouw doen onderzoek en leerlingen uit de bovenbouw schrijven het verhaal en animeren het.

Leerlingen een boek laten maken biedt heel veel kapstokken: jij kan als leerkracht kiezen welke jassen je eraan ophangt!

Afbeelding van ticoneva, gepubliceerd onder CC-by-nc.

maandag 7 november 2011

Historisch museum: gratis te bezoeken

Onlangs kwam ik terecht op de site van Historisch Museum JoCas. Ik vind 'm te leuk om 'm jullie te onthouden, vandaar een blogje erover.

Historisch museum JoCas is een site die gemaakt is door jeugd -en jongerenvereniging JoCas. De teksten op de site zijn gebaseerd op de teksten in Wikipedia. Dat is niet vreemd: de redacteuren van deze site zijn ook actief op Wikipedia. De eindredactie op de site wordt gedaan door Cor Bastinck, die zich inzet om kennis over het brede terrein van de geschiedenis door te geven en breed bereikbaar te maken, niet alleen via het online historisch museum, maar ook als oprichter van Jocas, een landelijke vereniging voor jongeren die op een avontuurlijke, actieve manier bezig willen zijn met geschiedenis.

Zoals je kan zien aan de screendump, is de site behoorlijk druk, om niet te zeggen: overladen. En ook de teksten zijn niet altijd even makkelijk om te lezen. Ze zijn weliswaar allemaal in korte stukjes opgeknipt, maar in de stukjes missen alinea's, waardoor het toch een behoorlijke letterbrij wordt.

Niet iedereen is daarom gecharmeerd van de site van dit virtueel historisch museum en ik kan me ook voorstellen dat veel kinderen op deze site de weg kwijt zullen raken (al was het alleen maar omdat het bovenste menu na de eerste klik uit beeld verdwijnt). Maar er zullen ook zeker kinderen zijn die zich juist door deze site - die qua vormgeving van een kinderhand zou kunnen zijn - zullen laten verleiden om nog even verder te klikken, en nog wat verder en nog wat verder .... en zo ongemerkt heel wat kennis over de historie tot zich zullen nemen. Over de geschiedenis van de muziek of over belangrijke uitvindingen en ontdekkingen, of, natuurlijk altijd leuk: over de geschiedenis van toiletten! Moppen en weetjes doen het natuurlijk ook altijd goed en welk kind is er niet te porren voor een spelletje? En het is natuurlijk ook leuk om zelf een 'weetje' uit de geschiedenis te vinden en die op te sturen naar de site: de conservator van het museum staat er open voor. Een mooie uitdaging voor kinderen om zelf op zoek te gaan naar leuke, spannende of bijzondere gebeurtenissen in de geschiedenis!


woensdag 12 oktober 2011

Spreaker: een 27 mc bakkie op internet

screendump SpreakerNog altijd hoor je soms mensen met weemoed praten over hun 27 mc bakkie: de zendapparatuur waarmee ze een eigen radio-uitzending verzorgden. Ik heb het zelf nooit gedaan, maar ik kan me wel voorstellen dat het een kick gaf om - tegen de wet in - de wereld te laten weten dat jij bestaat. Wat dat betreft zou je profielsites (Hyves en Facebook) en video- en fotosharingsites (Youtube, Flickr) kunnen zien als een moderne variant van deze bakkies. Ook daar kan je immers jezelf laten horen en zien en anderen laten delen in je (media)voorkeuren.

De webtool Spreaker heeft voor mij ongeveer dezelfde uitstraling als het 27 mc bakkie van destijds. Met Spreaker maak je je eigen (live) radio-uitzending van maximaal een half uur. Voor het maken van die uitzending krijg je een mengpaneel op je scherm waarmee je muziek kan laten horen, afgewisseld met jingles, loops en soundeffects en natuurlijk je eigen stemgeluid. Je kunt gebruik maken van de muziek die klaargezet is in Spreaker, maar je kan ook je eigen geluidsbestanden uploaden. Van belang is daarbij natuurlijk wel dat je het recht hebt om die geluidsbestanden te uploaden: je mag natuurlijk niet auteursrechtelijk beschermd materiaal gebruiken in je radio-uitzending.

Een tool als Spreaker (of andere tools om je eigen podcast/radio-uitzending te maken) lenen zich natuurlijk geweldig voor het leren spreken van vreemde talen. Leerlingen kunnen een radio-uitzending maken in de doeltaal, met daarin bijvoorbeeld interviews met elkaar of met native-speakers van de vreemde taal, ze kunnen vertellen over hun eigen hobby of over de muziek die ze laten horen, ze kunnen een radio-uitzending maken over zichzelf en dan uitwisselen met een klas in het buitenland enz.

Spreaker kan ook ingezet worden om leerlingen op zoek te laten gaan naar informatie over allerlei onderwerpen. Ze kunnen voor LOB vakmensen interviewen, voor de kunstvakken kunstenaars uit de regio, voor geschiedenis iemand die werkt in een oudheidkundig museum enz. In een uitzending kan ook een live Skypegesprek opgenomen worden. Daarvoor moet je wel een aantal instellingen op je computer aanpassen, en het vraagt een gedegen voorbereiding om zo'n gesprek goed te laten verlopen. Voor het onderwijs zou ik er zelf de voorkeur aangeven om zo'n interview tevoren op te nemen en het daarna in de uitzending te plakken. Dat heeft als voordeel dat je tevoren delen uit het gesprek kan knippen zonder dat je de hele radio-uitzending over hoeft te doen.

De radio-uitzendingen die door de leerlingen gemaakt worden kunnen door de school ingezet worden als communicatiemiddel, bijvoorbeeld met de ouders, met 'aanleverende' scholen of met het beroepenveld. En natuurlijk kan je Spreaker ook gebruiken om radio-uitzendingen te maken voor en door de leerlingen zelf. Leuk toch, om je eigen uitzending te horen in de pauze?!

Wil je wat hulp hebben bij het gebruik van Spreaker dan kan je gebruik maken van de handleiding die ik heb gemaakt.

dinsdag 4 oktober 2011

Weeskinderen vier eeuwen geleden

logo game Kleine WeeshuisHoe het leven in vroeger tijden was, is niet altijd even makkelijk voor te stellen. Gelukkig zijn er mensen die daar prachtig over kunnen vertellen, er zijn boeken die je bijna niet weg kan leggen omdat ze zo mooi, ontroerend of grappig vertellen over lang vervlogen tijden en er zijn games waar je kan rondlopen in een wereld die lijkt op hoe het vroeger ooit is geweest.

Sinds kort is er een nieuw geschiedenisspel online te vinden: Het Kleine Weeshuis, gemaakt door Flavour in opdracht van het Amsterdam Museum. In dit spel kom je terecht in het Burgerweeshuis in Amsterdam. Daar maak je kennis met een regentes van het weeshuis en je helpt haar om haar bril te vinden. Daarna ga je op zoek naar de sleutel waarmee je op de binnenplaats van het weeshuis kan komen. Onderweg help je een weesmeisje bij het zoeken naar haar inktpot en veer die ze nodig heeft om te schrijven, voor de kokkin zoek je de ingrediënten waarmee ze pap kan maken en voor de muis zoek je een stukje kaas. Onderweg kom je allerlei zaken nodig die te maken hebben met hoe het leven in het weeshuis. Waarom heeft het weeshuis een eigen bierbrouwerij, wat zijn een plak en een pechvogel, wat gebeurde er als je te laat kwam, wat aten de weeskinderen en hoe maakten ze het eten warm?

Het spel is uitdagend genoeg om het uit te spelen en de teksten zijn lekker kort en krachtig gehouden waardoor de kans groot is dat kinderen ze ook echt lezen. Speel je het spel uit dan krijg je als beloning een bon waarmee je in het echte weeshuis een pannenkoek kan gaan eten. Ook kan je daar een code krijgen waarmee je een geheime kamer kan openen in het virtuele weeshuis. Daarmee wordt het aantrekkelijk om het echte museum te gaan bezoeken, maar het is geen noodzaak om het spel te kunnen spelen en zo weer wat meer inzicht te krijgen in het verleden. Als kinderen na het spelen van het spel en een eventueel bezoek aan het museum nog meer willen doen, dan kunnen ze op de site kleurplaten/knutselvellen downloaden om een eigen weeshuis mee te bouwen. Een goede mix van online en real life activiteiten!

woensdag 28 september 2011

Maak geschiedenis met de klas

Als we het hebben over momenten van frontaal klassikaal onderwijs waar mensen van hebben genoten, dan wordt vaak verwezen naar een geschiedenisdocent die van die spannende verhalen kon vertellen. Ik heb ook zo'n docent gehad: hij vertelde zijn verhalen aan de klas en ik zat vaak een heel uur stil te luisteren. Maar hoe spannend ik de verhalen ook vond: het bleef voor mij lastig om de verhalen te onthouden. Ik denk dan ook dat verhalen vertellen niet genoeg is: na het vertellen van een verhaal moet je leerlingen ook iets laten doen met dat verhaal om het verhaal in het lange-termijn-geheugen op te laten slaan.

Een manier om dat te doen is door leerlingen te vragen beelden te zoeken bij het geschiedenisverhaal dat ze hebben gehoord (of gelezen) en die vast te prikken op een wereldkaart, op de locatie waar de geschiedenis zich afspeelde. Bij een verhaal over het einde van de Tweede Wereldoorlog kunnen ze bijvoorbeeld een foto zoeken van hotel de Wereld, waar op 5 mei 1945 onderhandelingen plaats vonden over de overgave van de Duitse bezetter in Nederland. En bij de lessen over Nederlands-Indië kunnen ze beelden zoeken van de plaatsen waarover in Max Havelaar verteld wordt. En natuurlijk kan je ze ook vragen om na te denken over 'historische' momenten in hun eigen leven en daar foto's bij te zoeken.

Met de tool HistoryPin kunnen deze foto's, voorzien van een titel en een toelichtende tekst, vervolgens op een wereldkaart geprikt worden en van een datum voorzien. Een leuk extraatje van deze tool is dat als je een oude foto hebt van een locatie (bijv. een foto van Hotel de Wereld in Wageningen), je die foto kunt plakken over de Google Streetview van die locatie, zodat precies kunt zien hoe de omgeving er toen uit zag in vergelijking met nu.

Je kunt HistoryPin ook gebruiken om beelden te zoeken bij de geschiedenis. Daarvoor zoom je op de kaart in op de plaats en je geeft aan uit welke periode je beelden wilt bekijken. Je kunt ook zoeken op woorden in de titel of in de toelichtende teksten bij de foto's (zoek bijv. op WWII). Je kunt op tijd zoeken vanaf 1840 tot nu; wil je iets zoeken uit de periode daarvoor dan moet je zoeken op woorden (bijv. Napoleon).Door de foto's die jij of je leerlingen vinden te benoemen als jouw favorieten, kan je daarmee (en ook met de foto's die je zelf online zet) een 'tour' samenstellen. Deze tour kan je bekijken als lijst van foto's, geplaatst in de kaart of als diashow.

Met HistoryPin kan je actief aan de slag met geschiedenis en beelden toevoegen aan verhalen om zo de verhalen langer te laten beklijven. Maar let wel op: je mag alleen foto's uploaden waarvan je zelf de rechten hebt, of die vrij te gebruiken zijn. De foto's die de leerlingen online zetten zijn vervolgens wel beschermd door copyright en gekoppeld aan hun gebruikersnaam en profiel op de site. Wie een foto online zet, doet dat dus niet anoniem. Dat kan zowel positief zijn (ere wie ere toekomt), als negatief (als je 'rare' foto's online zet kan de eigenaar achterhaald worden).

Dus vraag leerlingen zelf hun eigen foto's (of tekeningen) te maken of laat ze zoeken naar vrij te gebruiken beeldmateriaal. Dan leren ze niet alleen over geschiedenis, maar worden ze ook mediawijzer!


dinsdag 21 juni 2011

Animaties maken

afbeelding van een kind dat bezig is met een webcam opnames te maken voor een animatieVoor de vakantie schreef ik een blogje over het gebruik van animaties als middel om de leerstof te verduidelijken. Daarmee heb ik maar één kant belicht van de mogelijkheden van animaties. Je kunt ze namelijk niet alleen bekijken: je kunt ze ook maken. Je kunt zelf animaties maken voor je les of dat als opdracht geven aan je leerlingen. Door de enorme hoeveelheid gratis te gebruiken animatiesoftware en de grote gebruikersvriendelijkheid daarvan is dat een leeractiviteit die goed uit te voeren is binnen de lestijd èn binnen het budget van het onderwijs. Dat het een leerzame activiteit is zal duidelijk zijn: om een animatie te maken moet je wat je wilt vertellen tot de essentie terugbrengen en bepalen hoe je dat in beeld brengt.

Je kunt animaties (laten) maken over allerlei verschillende onderwerpen. Je kunt bijv. processen in beeld brengen (bloedcirculatie van het hart, spijsvertering van de koe, mythose, de gevolgen van een windturbine voor de vogels in de omgeving van die turbine), maar je kunt ook een geanimeerde samenvatting van een verhaal laten maken (zoals onderstaande animatie over 'De mooiste vis van de zee', een prentenboek van Marcus Pfister) of van een spreekwoord of gezegde. Je kan leerlingen ook animaties laten maken over historische of mythische verhalen, bijv. het verhaal van het Paard van Troje of het verhaal van Icarus of ze zelf een gedicht laten schrijven waarbij ze een animatie maken. Ook kan je geanimeerde handleidingen maken, zoals bijv. deze handleiding hoe je een mummie maakt. En het maken van een animatie is natuurlijk ook een prachtige activiteit in het kader van de kunstvakken.

Kijk voor meer voorbeelden op dit YouTube-kanaal op de site Eurocreator of op SAM Animation.

Als je zelf, of met leerlingen, een stopmotion animatie wilt maken, dan zul je eerst moeten bepalen welke software je daarvoor wilt gebruiken. Ga je eerst zelf aan de slag met het maken van animaties, dan kan ik je aanraden om te beginnen met de gratis software, bijv.:
Heb je besloten dat je je leerlingen er ook mee wilt laten werken en heb je niet genoeg aan de mogelijkheden van de gratis tools, dan kan je eens kijken wat de betaalde tools te bieden hebben. Betaalde tools zijn o.a.:
Het zou leuk zijn als je hier een berichtje achterlaat wanneer jij of je leerlingen een animatie gemaakt hebben die in het onderwijs gebruikt kan worden. Succes!

Afbeelding van tplcstudents, gepubliceerd onder CC-by-sa.


woensdag 11 mei 2011

Media: van alle tijden

Alweer een tijdje geleden zag ik onderstaande video waarin het verhaal van de Exodus wordt verteld aan de hand van (nagemaakte) Twitterberichten, zoekopdrachten, Facebookprofielen enz. Ik geniet erg van dat soort prachtige anachronismen waarin de meest moderne middelen ingezet worden om een verhaal te vertellen dat zich al lang geleden heeft afgespeeld. Zo te zien ben ik daarin niet de enige: het filmpje is - op het moment van schrijven - al meer dan 2 miljoen keer bekeken!

Je kunt dit soort filmpjes bekijken, maar je kunt ze ook maken. Daar valt veel van te leren: de maker van het filmpje over de Exodus zal het verhaal zeker goed kennen en hij zal zeker ook de nodige kennis hebben over moderne media. Het maken van zo'n film is dan ook een prachtige opdracht om leerlingen mediawijs te maken èn tegelijkertijd te leren over een schoolvak. Voor geschiedenis een filmpje over de gebeurtenissen die leidden tot de Vrede van Utrecht, over de overgang van censuskiesrecht naar algemeen kiesrecht, voor KCV een filmpje over deel van de Illias of de Odyssee, voor Engels een filmpje over Romeo and Juliet en voor aardrijkskunde een filmpje over het ontstaan van de continenten (daarvoor kan je ter inspiratie de trailer van Ice Age gebruiken ;-) ) en voor biologie een filmpje over de werking van het centrale zenuwstelsel of de spieren.

Door tevoren aan te geven uit hoeveel scènes het filmpje mag bestaan en hoeveel media erin verwerkt mogen worden, kan je de opdracht zo uitgebreid maken als je zelf wilt. Laat je leerlingen een compleet Facebookprofiel maken van de hoofdpersoon (al dan niet met behulp van dit Google-sjabloon) of maken ze alleen historische tweets? Of laat je ze voor de scènes alleen gebruik maken van zoekopdrachten, bijvoorbeeld met behulp van Google Search Stories, waarbij je in 6 zoekopdrachten een verhaal vertelt?

Om je leerlingen mediawijs te maken is het van belang ze niet alleen het filmpje te laten maken, maar ook om met ze het gesprek aan te gaan welke informatie zij achterlaten op het net. Zijn zij zich ervan bewust dat zoekopdrachten opgeslagen kunnen worden, dat je Facebook erg blij maakt door ze te vertellen wat jij leuk vindt en dat je door het invullen van een test spam kunt krijgen waar je helemaal niet op zit te wachten? Vraag ze eens of zij zelf voorbeelden kennen van plekken op internet waar de informatie die je moet invullen gebruikt wordt voor andere doelen dan je in eerste instantie zou verwachten. Door in de klas daarover te praten, helpen ze elkaar (en jou) verder. Handig, want zelfs ervaren mediagebruikers vallen wel eens in kuilen die anderen (voor de grap) voor hen graven .....!

Afbeelding van tweet, gemaakt door Patrick Kelly, afkomstig van de website Historical Tweets.


dinsdag 1 februari 2011

Stamboom maken

afbeelding van een stamboom gemaakt met Grow a TreeDe geschiedenislessen op school vond ik als regel erg interessant. De sfeer, de verhalen, de manier waarop mensen leefden: ik genoot ervan. Maar het werd lastig als ik moest onthouden wie wie was en wat deed: het lukte me nooit om al die namen te onthouden en te weten wie wanneer leefde. Het zou mij zeker geholpen hebben als ik die namen in een stamboom had kunnen zetten: met beeld als geheugensteuntje onthou je de feitjes beter.

Er zijn verschillende programma's waarmee je zo'n stamboom kan maken. Je hoeft daarvoor niet eens een officieel programma te gebruiken: je kunt ook aan de slag met een tekenprogramma. Maar je maakt het jezelf makkelijker met een eenvoudig programma als Grow a Tree. Met dit programma kunnen leerlingen makkelijk zelfstandig uit de voeten. Bij een (standaard) plaatje zetten ze een naam, een geboorte- en een sterfdatum en een korte beschrijving van die persoon en vervolgens geven ze in het plaatje aan wie met wie verbonden moet worden.

Wil je iets meer (bijv. bij de namen een foto zetten of extra informatie toevoegen), dan kan je gebruik maken van online programma's zoals MyHeritage of FamilyEcho. Voor het maken van stambomen van historische figuren zijn dit soort sites prima te gebruiken. Mocht je ze willen gebruiken voor het maken van je eigen stamboom, dan zou ik je willen adviseren tevoren na te gaan of degenen die je opneemt in je stamboom het wel op prijs stellen dat hun namen (en evt. foto's) daar te vinden zijn. Niet iedereen stelt dat op prijs!

Wie een stamboom niet online wil maken, kan natuurlijk ook gebruik maken van stamboomsoftware die op de eigen p.c. draait. Er is behoorlijk wat open source software beschikbaar op dit gebied. Maar die is lang niet altijd makkelijk in gebruik en daarmee (zeker voor het basisonderwijs) ongeschikt om snel even een stamboom in elkaar te zetten. Voor een groot project kan ik de gratis downloadbare software van My Heritage aanbevelen. Die heeft erg veel mogelijkheden.

Bruikbaar natuurlijk voor geschiedenis, maar ook voor taal (bijv.: schrijf een biografie van een persoon in de stamboom), voor aardrijkskunde (bijv.: verzamel informatie over de woonplaats van één van de personen in de stamboom) en de kunst en cultuurvakken (bijv.: ontwerp een familiewapen of een standbeeld voor de familie).

Mocht je nog op zoek zijn naar een voorbeeld van een stamboom voor kinderen in de basisschool, bekijk dan de les voor groep 5 op de site Grensland Vestingland. Daar vind je niet alleen een voorbeeld van een stamboom van een (familie uit Noord-Groningen), maar ook informatie over het leven in die regio in het begin van de vorige eeuw. Erg de moeite waard!

maandag 6 december 2010

3D op het Digibord

afbeelding van iemand die naar een 3d-model kijkt als augmented realityHet digibord is natuurlijk een prachtig middel om je lessen met beeldmateriaal te ondersteunen. Meestal denken we daarbij aan 2-dimensionale beelden, maar met 3-dimensionale beelden kan je vaak nog meer laten zien omdat je het beeld van verschillende kanten kunt bekijken.

Het Google-3d-Warehouse bevat een prachtige verzameling van beelden die je kan gebruiken in het onderwijs. Wat dacht je van het menselijk lichaam in 3D, Byzantijnse architectuur, snel kunnen laten zien hoe een microscoop eruit ziet, een dna-molecuul laten zien, bij wiskunde een dodecaeder of een kegel van alle kanten bekijken en bij scheikunde een helium-atoom, en natuurlijk is het leuk om bij de geschiedenisles gebouwen uit het oude Rome te bekijken.

De figuren in het Google 3d-Warehouse kan je in het warehouse zelf in 3d bekijken, maar leuker is het om ze te downloaden en te bekijken in Google SketchUp. Als je de figuren bekijkt in het warehouse, dan kan je ze alleen naar links of rechts laten draaien: bekijk je ze met Google SketchUp, dan kan je ze alle kanten op roteren, groter of kleiner maken en natuurlijk: bewerken.

Een handleiding over hoe je dat moet doen, vind je op de site van Google SketchUp in de vorm van een serie (Engelstalige) video's. Vind je het fijner om te leren met Nederlandstalige handeldingen, dan kan je deze (Vlaamse) handleiding of de screencasts van Gerard Dummer gebruiken. Om te beginnen hoef je alleen te leren hoe je de beelden kan manipuleren. Ben je een stapje verder, dan vind je het misschien ook leuk om zelf iets te maken, of om je leerlingen figuren te laten maken.

Heb je geen zin om je te verdiepen in SketchUp of heb je geen digibord maar wel een p.c. met webcam? De figuren in het Warehouse kan je ook als 3d-projectie op een vel papier bekijken (augmented reality). Daarvoor maak je een print van deze afbeelding (in AR-terminologie: de 'marker'). Vervolgens installeer je op je p.c. een plug-in voor Google SketchUp en, als je die nog niet op je p.c. hebt staan, het programma SketchUp zelf. Om een model als augmented reality te bekijken, start je Google SketchUp, je opent het betreffende model en tot slot klik je op het ikoontje van de nieuw geïnstalleerde plug-in. Hou dan je marker voor de webcam, en je ziet je model op je beeldscherm bewegen.

Er is een gratis versie van de plug-in: daarmee kan je het model steeds maximaal 30 seconden bekijken en het logo van de software (AR-media van Inglobe Technologies) blijft in beeld. Voor 29 euro kan je een schoollicentie kopen, waarmee je van die nadelen af bent. Maar of dat de moeite waard is? Ik betwijfel het. Maar het is wel leuk om eens te proberen!

Afbeelding van digitalsean, gepubliceerd onder CC-by-nc-sa.

woensdag 10 november 2010

Geschiedenis in verhalen

afbeelding voorkant brochureGeschiedenis was een vak waar ik op school van genoot. Vooral die ene docent in de brugklas, die zo prachtig verhalen kon vertellen. Wat aan de vreugde bijdroeg, was dat de man een beetje doof was. Dat had tot gevolg dat zijn stemgeluid wisselde van fluisterstil (waardoor je wel heel goed moest luisteren, anders verstond je niet wat hij zei), tot luid gebulder. Dat werd waarschijnlijk minder gewaardeerd door de docent in het klaslokaal naast ons, maar het hield me absoluut bij de les!

Maar niet iedere leraar heeft de gave van het vertellen. Gelukkig voor hen zijn er boeken die die taak van hen over kunnen nemen. De Stichting Lezen en het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken hebben een handige brochure gemaakt waarin ze bij elk van de 50 vensters van de Canon van Nederland boeken gezocht voor kinderen van 8 tot 14 jaar. Zoals in de brochure staat:
Verhalen die de geschiedenis inkleuren, verlevendigen en voor de jonge lezers aantrekkelijk maken. Verhalen die hen meenemen naar het verleden en hun even het gevoel geven in de beschreven periode rond te dwalen.
In de brochure wordt bij elk venster van één boek een korte beschrijving gegeven, en verwezen naar een aantal andere boeken die gaan over de betreffende periode. De titels zijn overgenomen van de site Entoennu.

Openbare bibliotheken hebben zich ten doel gesteld om de boeken uit de brochure zoveel mogelijk in de collectie op te nemen en aan te bieden aan scholen. Uit de brochure:
Leerkrachten die een bepaald venster behandelen, kunnen een beroep doen op de bibliotheek voor het leveren van bijbehorende boeken en ondersteunende expertise.
Dat lijkt me een heel mooi aanbod voor scholen. Hiermee stimuleer je dat kinderen (meer) lezen en tegelijkertijd is er aandacht voor geschiedenis. En als kinderen niet zelf lezen, dan heb je prachtig materiaal om voor te lezen. Want voorgelezen worden is altijd leuk, ook als je al lang zelf kunt lezen!

donderdag 23 september 2010

Yearbook; hoe zagen mijn voorouders eruit?

Door: Martijn van den Berg

Als jeugd van tegenwoordig kijkt naar hoe mensen er vroeger uitzagen, kijken ze vaak raar op. De mens verandert door de geschiedenis, en daarmee zijn normen, waarden en standaarden. Toch is het wel leuk om af te vragen hoe ik eruit had gezien als ik bijvoorbeeld in de jaren 80 had geleefd. Yearbook geeft mij een indruk.

Yearbook is een website die mensen de kans geeft om een webcamfoto om te bouwen tot een foto van jezelf in een bepaalde tijd aan de hand van verbouwde portretten van mensen uit die tijd. Je kan een tijd kiezen van 1950 tot 2000 en dan jouw gezicht achter die figuren zetten. Daarnaast wordt ook nog informatie weergeven over wat men in deze tijd over het algemeen droeg.

Er zijn veel van dit soort dingen te vinden op het internet, maar zelden zijn ze zo precies, en bij deze wekt het ook nog interesse voor de culturen uit die tijd. Daarnaast is het ook gewoon interessant hoe figuren uit een andere tijd eruit zien en ongelofelijk grappig om met deze toepassing te experimenteren.

maandag 14 juni 2010

Timeglider: samenwerken aan tijdlijnen

Al een paar keer eerder schreef ik over de mogelijkheden van tijdlijnen voor het onderwijs (o.a. hier). Met tijdlijn-software kan je gebeurtenissen plaatsen op een tijdlijn. Op de tijdlijn kan je een tekst neerzetten, die je meestal kunt aanvullen met een afbeelding en een link en soms ook een video.

Een tijdlijn kan je natuurlijk inzetten voor geschiedenis: op de tijdlijn zet je in chronologische volgorde wat er gebeurde in een bepaalde periode. Je zou nu bijvoorbeeld voor de komende periode een tijdlijn kunnen maken over het formeren van het nieuwe kabinet, waarbij de leerlingen elke keer iets mogen toevoegen aan de tijdlijn: met welke fractieleiders Beatrix heeft gesproken, wanneer een informateur of een formateur benoemd worden, welke mensen benaderd worden voor een ministersfunctie enz. Een leuke tijdlijn om later nog eens te bekijken!

Maar je kunt tijdlijnen ook laten maken voor andere vakken: bij biologie kan je een tijdlijn maken over de voedselkringloop of de waterkringloop, of om het proces van fotosynthese te illustreren, en bij aardrijkskunde kan je tijdlijnen gebruiken om te laten zien hoe een orkaan ontstaat. Voor de talen kan je een tijdlijn laten maken over het leven van een schrijver, maar je kunt een tijdlijn ook gebruiken om een plot te bedenken voor een verhaal.

Het maken van een complete tijdlijn kan een tijdrovende klus zijn, vooral als je op de tijdlijn veel activiteiten wilt plaatsen. Je kunt leerlingen natuurlijk samen laten werken aan een tijdlijn onder één account, maar dat heeft meestal als nadeel dat je als docent niet goed zicht hebt op wat elke leerling afzonderlijk heeft gedaan.

Een handige (gratis) tool om samen te werken aan een tijdlijn is Timeglider. Met Timeglider kan je anderen uitnodigen om samen met jou een tijdlijn te bewerken. Dat is op zich niet zo bijzonder: ook andere tools bieden die mogelijkheid. Maar het bijzondere bij Timeglider is dat je bij elke gebeurtenis die je aanmaakt voor een tijdlijn, je kunt aangeven op welke tijdlijn die geplaatst moet worden. Je kunt zo leerlingen elk een eigen tijdlijn laten maken, en tegelijkertijd ook één grote tijdlijn laten ontstaan waar alle gebeurtenissen die alle leerlingen maken, in samengevoegd worden.

Zo kan je hele grote tijdlijnen laten ontstaan, waarop heel veel gebeurtenissen geplaatst worden. Niet door één leerling, maar door alle leerlingen samen: allemaal in dezelfde periode (bijvoorbeeld als huiswerkopdracht), of na elkaar (elke leerling krijgt in de loop van een jaar opdracht een stukje aan de tijdlijn toe te voegen).

De tijdlijnen kunnen online bewaard en toegankelijk gemaakt worden, zodat ze later, door andere leerlingen, gebruikt worden als achtergrondinformatie bij de te bestuderen stof. Makkelijk om te hebben!


Hieronder een tijdlijn over de Eerste Wereldoorlog, gemaakt met Timeglider.

vrijdag 11 juni 2010

Verrijkingsstof

Veel aandacht in het onderwijs gaat uit naar leerlingen die moeite hebben om de les te volgen: omdat ze de stof niet snappen, omdat ze niet gemotiveerd zijn of omdat ze andere zorgen aan hun hoofd hebben. Maar er zijn natuurlijk ook leerlingen die de stof eigenlijk te makkelijk vinden: leerlingen die meer uitdaging nodig hebben en dieper op de stof in willen gaan.

Speciaal voor die leerlingen is er nu de site Verrijkingsstof: een initiatief van Naturalis, het Museon en het Universiteitsmuseum Utrecht. Op deze site hebben ze hun kennis gebundeld en bieden ze het onderwijs lessen aan voor de vakken:
Er zijn zowel lessen voor het basisonderwijs als voor het voortgezet onderwijs. De collectie is nog niet heel uitgebreid (10 lessen voor het PO en 14 voor het VO), maar hopelijk worden er in de toekomst nog lessen toegevoegd.

Wat is er nu zoal aan opdrachten te vinden? Er is een opdracht waarbij leerlingen onderzoek doen naar fossielen, en een waarbij ze de grond in hun eigen tuintje aan een onderzoek onderwerpen. Daarbij vraag ik me dan wel af hoe leerlingen die ergens 5-hoog in de grote stad wonen die opdracht moeten uitvoeren, maar dat is met enige creativiteit wel op te lossen. Wie zijn leerlingen een geschiedenisles wil aanbieden, komt terecht op de al langer bestaande site van het Museon: Land van Heden en Verleden.

Bij een aantal van de lessen is een docentenhandleiding gemaakt, waarin aangegeven staat hoe de les aansluit bij de lesstof. Helaas is dit niet bij alle lessen het geval en ook in andere opzichten rammelt de site een beetje. Ik vond her en der in lessen de opmerking 'Dit is een testversie', maar ik kon niet achterhalen wat er dan nog getest moest worden. Ik heb de indruk dat de site gebruikt wordt om educatief materiaal dat de deelnemende musea al hadden, opnieuw onder de aandacht te brengen, maar dat weet ik niet zeker.

Ondanks alle losse eindjes (geen vast format voor alle lessen, ontbrekende docentenhandleidingen, een pop-up die aangeeft dat ik werk met Netscape, terwijl ik toch echt gebruik maak van Firefox), vind ik de site wel de moeite waard omdat de opdrachten wel gevarieerd zijn en passen bij leerlingen die wat meer de diepte in willen. Maar ik hoop wel dat Naturalis, het Museon en het Universiteitsmuseum Utrecht de site nog verder ontwikkelen. Het principe is goed, maar de uitwerking kan beter!

maandag 7 juni 2010

Creaza: voor striptekenaars en filmmakers in wording

klik hier om naar de tool Creaza te gaanEen leuke tool die ik onlangs tegenkwam, is Creaza. Creaza, een Noorse tool, is nog vrij nieuw. Hun weblog start in april 2009 in het Noors, maar wordt al gauw internationaal: vanaf juni 2009 worden de blogposts in het Engels geschreven zijn omdat de tool uitgebracht wordt in Zweden. Dit jaar kreeg Creaza een nominatie voor de BETT-awards voor 'Tools for Learning and Teaching'. Creaza is op dit moment beschikbaar in het Noors, Engels, Zweeds, Fins, Deens, Duits èn het Nederlands.

Creaza biedt een aantal mogelijkheden: je kunt er mindmaps maken (met het programma Mindomo) , een strip of een filmpje (ze noemen dat bij Creaza: 'Creative Story Telling'). De basisversie van Creaza is gratis. Daarmee kan je al heel snel leuke dingen maken. Voor wie meer wil is er een betaalde versie. De prijzen daarvan worden niet op de site genoemd: daarvoor moet je een mailtje sturen naar de makers.

Ik vond met name de mogelijkheid om een stripverhaal te maken erg leuk.

Voor het maken van een strip kan je je eigen tekeningen uploaden maar je kunt ook gebruik maken van een achttal 'sets' van beelden, bijvoorbeeld beelden van het sprookje Roodkopje, het kerstverhaal, Manga-tekeningen en historische beelden (oudheid, Vikingen, Middeleeuwen, en de Tweede Wereldoorlog). Elke set biedt een aantal achtergronden, characters, gebouwen en requisiten. Het leuke van de kant-en-klare sets vind ik dat je ze heel makkelijk kunt aanpassen: je kunt bijvoorbeeld characters voorzien van een lachend, verdrietig of boos uiterlijk, bij een banaan kan je kiezen of je een hele banaan wilt of een gepelde en bij een schuur kun je aangeven of de deur open moet of dicht. Uiteraard kan je alle beelden voorzien van spraak-, schreeuw- of gedachtenbubbels, waar je tekst in kunt zetten.

Met Creaza kan je ook filmpjes maken. Helaas kan je daarvoor niet gebruik maken van de beelden in de striptekentool. Je kunt wel je eigen plaatjes en filmpjes uploaden naar de server van Creaza. Maar ik vond de mogelijkheden van deze tool in de gratis versie beperkt: er zijn andere gratis tools waarmee je meer kunt bereiken. Ik vermoed dat de betaalde versie wel meerwaarde biedt, maar die heb ik niet uitgeprobeerd.

De Creaza tools zijn wel allemaal erg eenvoudig in gebruik: een handleiding is overbodig, zeker als je al eens eerder met dit soort tools hebt gewerkt. De mogelijkheden liggen vooral op het gebied van de talen, maar ze kunnen ook ingezet worden voor vakken waarbij verhalen verteld worden. Voor geschiedenis zijn die mogelijkheden al ingebouwd, maar door de leerlingen zelf plaatjes te laten uploaden, kan je ze ook het verhaal van bijvoorbeeld de waterkringloop laten vertellen, over gezond en ongezond eetgedrag of over de ontwikkeling van een kikkervisje tot een kikker. Er zijn mogelijkheden genoeg!