Posts weergeven met het label hotelschool. Alle posts weergeven
Posts weergeven met het label hotelschool. Alle posts weergeven

donderdag 10 juni 2010

Intercultureel lesgeven

Door: Martijn van den Berg
Aan het eind van het jaar valt de interesse vaak weg. Mensen worden het leren zat en geven vaak alleen nog maar om de laatste loodjes. Het verbaast mij dan ook niet als mensen onderuitgezakt en half dromend in hun stoelen zitten. Waar docenten normaal al moeite hebben om een originele manier van lesgeven te vinden om zo de aandacht van de leerlingen te krijgen, lukt het op dit tijdstip van het jaar vaak helemaal niet meer. Een mooi voorbeeld zag ik van de week, toen een leraar een volledig stille klas voor zich krijgt, maar dit keer was het niet het tijdstip van het jaar...

Hij sloeg de plank volledig mis door de aanname dat studenten in Nederland continu op zoek zijn naar allerlei relevante kennis, met alleen maar het doel tot zelfverrijking. Na ingewikkelde theorieën als huiswerk bestudeerd te hebben, verwachtte hij dat dit ons zou aanzetten om hier in de klas een uitgebreide onderlinge discussie over te voeren. Toen deze niet tot stand kwam, loste hij dit op door de klas extra huiswerk te geven, met als gevolg dat de klas er geen zin in had.

En toch, de docent kon ik de schuld niet geven. Zijn intenties waren puur. Hij wilde vanuit zijn visie de klas helpen in hun tocht naar kennisvergaring. En deze methode zou in andere landen hebben gewerkt, maar hier blijkbaar niet.

Mijn school kent meerdere culturen, en zo ook meerdere mentaliteiten wat betreft leren. Zo heb je de Duitsers, die vaak erg gemotiveerd zijn, en de Chinezen, die vaak ongelofelijk veel tijd en energie in hun studie steken, maar die hier uit bescheidenheid en verlegenheid vaak niet mee te koop lopen. En naast verschillende culturen onder studenten zijn er ook verschillende culturen onder leraren: de leraren zijn vaak professionals, die van over de hele wereld zijn gehaald om daar zonder enige lerarenopleiding hun kennis te delen. Sommigen van hen kunnen zelfs niet of amper Nederlands.

Op een internationaal kruispunt als Stenden is het voor iedere docent een uitdaging om op een goede manier les te geven, en misschien zijn de lessen niet altijd even effectief. Maar elke dag is wel weer een andere ervaring, en de verschillende stijlen van lesgeven houden je wel scherp.

donderdag 3 juni 2010

Personal coaching

Stel je voor: je zit net op een nieuwe school. Je kijkt er helemaal naar uit, maar als je een paar weken bezig bent realiseer je dat het helemaal niets is. Je kan het niet vinden met de mensen om je heen, je weet totaal niet hoe het systeem werkt, en je raakt continu helemaal in de war van alles wat er nog moet gebeuren. Aangezien je niet wil opgeven, is er maar één persoon die je uit de sleur kan helpen: de personal coach.

Natuurlijk was dit een lichtelijk overdreven voorbeeld, en zal een personal coach natuurlijk ook positieve ervaringen met zich meebrengen, maar toch. Ik heb meerder mensen om één van bovenstaande redenen zien afvallen. En zelfs nu, aan het einde van het eerste jaar, zijn er nog steeds mensen die hun ei gewoon nog niet hebben kunnen vinden. En in dat soort situaties kan een personal coach, die ervaring heeft met dit soort situaties, net het verschil maken.

En niet alleen bij het hoger onderwijs. De meeste scholen stellen één of meer personen aan om studenten te helpen. Zo had ik op de middelbare school de peter en de meter, twee medescholieren uit een hogere klas die alles konden uitleggen aan de mensen in de eerste klas. En zo had je ook de mentor, die in de meeste gevallen probeerde zo veel mogelijk betrokken te zijn, om zo problemen op een goede manier aan te pakken, maar ook om af en toe leuke activiteiten te organiseren.

Op mijn school bestaat personal coaching ook. Je krijgt aan het begin een personal coach toegewezen die je door het hele jaar behoudt. Dit gaat gepaard met regelmatige gesprekjes, waarin je jezelf bespreekt. Je ambities, persoonlijke situatie en eventuele problemen komen allemaal aan bod. Doel is dat uiteindelijk er een dossier uitkomt over jezelf, dat je helpt om later te bepalen welke kant je op wilt.

Voor mij is personal coaching op de hotelschool voornamelijk een kans om continu te evalueren wat je aan het doen bent, en om je doelen scherp te stellen. Daarnaast is het ook vooral gezellig. Personal coaching is geen straf. Het is altijd handig om iemand te hebben om op terug te kunnen vallen.

donderdag 20 mei 2010

Buiten(studeer)weer

Door: Martijn van den Berg
Als ik zeg dat het mooi weer buiten is, ben ik waarschijnlijk de suiker na de koffie. Na een zeer strenge winter met een kachel die het een lange tijd niet heeft gedaan, ben ik blij dat het weer zich heeft omgekeerd. Dit maakt een groot verschil voor je dagelijks leefpatroon, maar wat voor verschil eigenlijk?

Ik schreef eind vorig jaar al, toen ik met de eindexamens bezig was, hoe hard het is jezelf te concentreren als de zon buiten schijnt en er zo veel verleiding is om buiten iets leuks te gaan doen. Dat is er dit jaar niet minder op. Verschil is alleen, dat waar ik vorig jaar het nodige met het aangename kon combineren door in de tuin te studeren, ik dit jaar geen tuin heb, omdat ik op mezelf woon. Dit is toch wel jammer.

Het is zo leuk om na of tijdens school even een terrasje te pakken, of even de stad in te gaan. Maar des te meer plezier je maakt, des te meer je huiswerk en andere dingen blijft uitstellen. En dit is jammer, aangezien het jaar bijna over is en de laatste loodjes naar de propedeuse tochgelegd moeten worden. Ik probeer nog steeds keihard door te gaan. Maar van het mooie weer genieten is ook een must, ik ben tenslotte een student.

donderdag 29 april 2010

Op zoek naar de zomer

Door: Martijn van den Berg
Als student kan je niet altijd genoeg geld hebben. Je zult dus wat bij moeten verdienen. Dit kan het beste in de verschillende vakanties, waarvan de zomervakantie de grootste is. Voor mij tien weken in totaal. En aangezien veel studenten amper op vakantie gaan dus tien weken helemaal vrij. Sommige studenten gebruiken deze periode om uit te rusten, sommigen om te werken. Aangezien ik een van die mensen ben die niet stil kan zitten, ga ik voor de zomerbaan.

De zomerbaan is dé ultieme gelegenheid om geld bij te verdienen en tegelijkertijd een beetje nieuwe kennis op te doen. Op zoek naar de ideale zomerbaan is nog best moeilijk. Je wilt dat het goed verdient, het een beetje leuk werk is en dat je er in de meeste gevallen ook nog wat kennis aan overhoudt.

Maar hoe ziet een potentiele werkgever dit? Je bent een student met weinig kennis en ervaring, wilt een enigszins unieke ervaring als werk zijnde, en je wilt er ook nog eens wat mee verdienen. Maar aan de andere kant kunnen veel werkgevers niet zonder zomerkrachten, aangezien deze een tijdelijke opvulling geven aan de opkomende drukte.

Conclusie die je hieruit kan trekken, is dat als je een zomerbaantje zoekt, je niet te hoog moet grijpen. Ga niet voor de hoogste positie, het is slechts tijdelijk. Een hoog salaris moet je vooral goed voor zoeken en goed zijn in sollicitaties. Maar voor alles geldt: Begin op tijd.

Ik ben nog op zoek naar een zomerbaantje. Liefst in de horeca, in het bijzonder een pretpark. Als iemand nog mensen kent die mij kunnen helpen, hou ik mij aanbevolen.

Het blog sluit na dit blogje tot 17 mei ivm koninginnedag en vakantie. Wij wensen iedereen een fijne vakantie toe!

donderdag 22 april 2010

PBL: de praktijk en wat er mis kan gaan

Door: Martijn van den Berg
Driekwart jaar praktijkervaring met PBL heb ik. En niet zo maar praktijkervaring. Ik heb mijn eigen tactieken ontwikkeld. Tactieken waarmee ik hoge punten kan scoren. Tactieken waarmee ik de groep kan helpen verder te komen in het proces van kennisvergaring. Tactieken om een PBL sessie te veranderen.

Allereerst begin ik met het grootste voordeel en nadeel van PBL. De leraar die erbij zit. Iedere leraar is anders, dus binnen een moduul kan het zijn dat twee verschillende leraren bij verschillende groepen totaal een andere strategie hebben van PBL geven. De een is bijvoorbeeld meer betrokken bij het proces, en de ander laat het graag over zich heen komen. De verwachtingen zijn ook verschillend bij iedere leraar, en zo ook helaas de punten.

Als leerling zul je hierop in moeten spelen. Iedere leraar heeft een bepaald beeld van een ideale PBL leerling. Aan jou de taak om uit te vinden hoe je dit bent. Moet je bijvoorbeeld op de achtergrond blijven en alleen aanvullingen maken of moet je iedere keer direct de leiding nemen? Moet je veel informatie onthullen of slechts de groep inspireren door een tipje van de sluier op te lichten. Allemaal aspecten die je in overweging moet nemen.

Een ander groot probleem zijn de dominante mensen in een groep. De mensen die bij iedere vraag meteen een perfect antwoord geven en geen kans meer laten aan de andere mensen in de groep, het zij de iets meer verlegen mensen. Je mag passief zijn in een groep, maar verlegen is zeker een niet aan te raden kwaliteit. Dominante mensen zijn niet tegen op te boksen. Je kunt ze slechts veranderen door ze te confronteren met hun gedrag. Immers, twee dominante mensen draait vaak uit op een verbale ruzie.

Dit was mijn serie blogjes over PBL. Ik hoop dat ik iedereen genoeg heb kunnen informeren over PBL. Ik vind het zelf een originele manier van leren, alhoewel veel leerlingen het niet de meest prettige manier vinden. Niet iedere module is PBL leuk, af en toe is het bikkelen. Maar uiteindelijk is toch mijn ervaring dat het wel werkt.

donderdag 15 april 2010

PBL; strategieën en tactieken

Door: Martijn van den Berg
Ik denk persoonlijk dat PBL (PGO in het Nederlands) effectiever is dan alleen hoorcolleges. Mensen leren er meer van dan de vele manieren en wanhopige pogingen die op de middelbare school gebruikt worden om mensen bij te spijkeren. Maar om goed te kunnen leren van PBL, zul je eerst duidelijk moeten weten hoe het in elkaar zit. En dit is iets waar veel mensen een trage start mee maken. Maar dit is niet erg, want die trage start maak je met z'n allen.

Je persoonlijke doel is om zo veel mogelijk punten te scoren iedere sessie. PBL is ten slotte een groot deel van je totaal aantal punten in ieder moduul. Daarnaast is het doel van PBL om coöperatief nieuwschierigheid op te wekken en hier samen van te leren. Nu gaat het er in de praktijk er vooral om dat iedereen zo hoog mogelijk wil scoren.

Vreemd genoeg ligt de basis van een goede score vaak niet aan de hoeveelheid en kwaliteit van de informatie die je meebrengt. Als je deze informatie niet uitspreekt, heb je er niets aan, want dan kan je niemand overtuigen van je voorbereiding. Het beste zal zijn als je goede informatie hebt van betrouwbare bronnen, en dit goed in je eigen woorden weet samen te vatten in de sessie. Daar zou je volgens het principe van PBL de meeste punten mee krijgen. Wat het in de praktijk vaak is, is dat diegene die het meeste praat, en daarbij het meest wijs over komt, de meeste punten krijgt.

Ik moet eerlijk toegeven, ben een van dit soort mensen. Mijn bronnen zijn vaak praktijkervaring en internet, terwijl leraren graag hebben dat ik boeken gebruik. Ik heb meestal wel een goed idee waar alles over gaat, en maak vaak een goede indruk door dit met enige zelfvertrouwen te vertellen.

Ik ben heel eerlijk, er zijn genoeg mensen die meer tijd besteden aan de voorbereiding, betere andwoorden hebben, maar wel minder punten krijgen omdat ze hun eigen informatie niet uitspreken, of niet weten waar ze moeten beginnen met samenvatten. Dit veroorzaakt verschillende groepssituaties. De dominante mensen zijn vaak de mensen die veel zeggen, maar niet veel informatie bijdragen aan het groepsproces. Deze worden dan ook het meest gevreesd. De ideale PBL groepsgenoot is diegene die luistert, en waar nodig iets toevoegt. Dit zijn drie vormen van PBL strategieën. Afhankelijk van de combinatie van dit soort mensen, zal het proces van de groep beïnvloed worden. Soms gaat dit het resultaat te goede, soms eindigt dit in verbale gevechten, of gewoon lange stiltes.

donderdag 8 april 2010

PBL 1: Basisvaardigheden





















Als iemand bij Stenden op school wil, bij een opleiding waar meer mensen zich aanmelden dan er plaats is, wordt er selectie gedaan. Een selectie bij mij op school bestaat meestal uit drie onderdelen. De klassieke intelligentietest, het persoonlijkheidsgesprek en als laatste de groepsopdracht. Vooral de groepsopdracht is wat mijn school uniek maakt ten opzichte van andere scholen. Dit is omdat de vorm van lesgeven op school uit PBL bestaat.

Ik heb in een van mijn eerste blogjes dit jaar al een basisuitleg gegeven over PBL. Ik heb daar het hele jaar al wat dieper op in willen gaan. PBL is tenslotte de manier waarop ik in mijn dagelijkse studie les krijg, naast de workshops en hoorcolleges. Daarom schrijf ik een serie van drie blogjes over PBL de komende drie weken. Vandaag zal ik de basisprincipes uitleggen, de volgende keer ga ik in op strategieën en tactieken, en in mijn laatste blogje zal ik uitleggen hoe dit in de praktijk gaat en wat er mis kan gaan.

PBL staat voor Problem Based Learning, en handelt direct het probleem af waar je in de middelbare school altijd moest vragen waar de kennis die je opdeed nu in de praktijk voor diende. In bovenstaand schema wordt het proces weergegeven.

Het begint allemaal met het probleem: een veelvoorkomend probleem in de praktijk. Met de groep wordt geanalyseerd wat nu precies de kern van het probleem is door het maken van een probleemstelling, en vervolgens wordt er vastgesteld welke kennis nodig is om dit probleem op te lossen in de vorm van vragen. Iedereen gaat vervolgens thuis antwoorden opzoeken op deze vragen. Dit gebeurt meestal in boeken, maar er kan bijvoorbeeld ook praktijkervaring van anderen toegepast worden, en goede internetbronnen zijn ook toegestaan. Ten slotte wordt de volgende sessie deze antwoorden besproken om uiteindelijk tot een oplossing voor de probleemstelling te komen. Iedereen wordt iedere sessie geëvalueerd op individuele contributie in de groep, en iedere vier sessies wordt iedereen geëvalueerd op het verantwoording dragen voor het groepsresultaat.

Een PBL sessie kent een voorzitter, een notulist en een bordschrijver. De rest is groepslid. De voorzitter leidt het geheel, om iedere sessie to the point en gestructureerd te houden, zodat de groep niet afdwaalt. De notulist houdt bij wie er absent is, wat de probleemstelling is, wat de leerdoelen zijn en maakt de agenda voor de volgende sessie en ten slotte de bordsschrijver schrijft tijdens de het analyseren alle relevante dingen op het bord.

Dit is de totale basis van het PBL, en nodig om het geheel te begrijpen. Ik ben nu driekwart jaar bezig met PBL. Genoeg om in ieder geval te begrijpen hoe het er aan toe gaat. Volgende keer ga ik in op de verschillende strategieën die ik door de verschillende modules geleerd heb met PBL. Ik begin net met de laatste moduul, en ik ben iedere week dus weer wat praktijkervaring rijker.

donderdag 1 april 2010

Moderne presentatietechnieken

Door: Martijn van den Berg
Mijn moduul is bijna over. Nu komt het erop aan. Het grote werkstuk moet ingeleverd worden, de toetsen geleerd. Maar het meest belangrijke deel is misschien nog wel de presentaties van dit moduul. Presenteren is naar mijn idee namelijk een van de belangrijkste vaardigheden van een horecamanager. Een manager moet niet alleen het bedrijf presenteren en vertegenwoordigen aan potentiele gasten, maar ook zichzelf continu presenteren aan werknemers en gasten. Daarnaast voelt het voor mij alsof ik dit weblog vertegenwoordig als ik presenteer, dus ik moet continu innovatief blijven.

Vandaag was een van die dagen. Ik moest een presentatie geven over leiderschap. Bij definitie is leiderschap het innovatiever zijn dan anderen, dus ik moest wel goed over de brug komen. Een paar voorbeelden van presentatietechnieken die ik gebruikt heb voor deze presentatie:

Het verrassingselement:
Wat mensen verwachten van een presentatie is meestal dat jij met een powerpoint punt voor punt langs gaat om zo concepten uit te leggen. Alles wat je hierin omdraait werkt tot je voordeel. In mijn geval was het de schrikreactie van het opeens powerpoint uitzetten, en op een compleet nieuwe manier verder gaan. Het is het mensen een bepaalde kant op leiden, om vervolgens compleet om te draaien.

Het gebruik van geen of weinig bulletpoints:
Onder normale omstandigheden kijken mensen naar de powerpoint en niet naar jou. Aangezien de meeste informatie nonverbaal wordt overgebracht, verlies je een heel belangrijk deel van je presentatie. Je kan effectief presenteren door je powerpoint saaier te maken, door bijvoorbeeld alleen een plaatje of twee bulletpoints in te voegen. Daardoor verliezen mensen snel interesse voor de powerpoint en krijgen ze meer aandacht voor jou, mits je natuurlijk op een interessante manier nonverbale comminucatie kan overbrengen.

Interactiviteit
De concentratieboog van de gemiddelde persoon is niet meer dan vijf minuten. Stil zitten en luisteren is niet de beste vaardigheid van de mens. Je kunt daarom het publiek actief laten meedoen. Dit kan je beter niet doen door vragen te stellen, want de gemiddelde luisteraar zal daar niet van wakker schrikken. Je kan het best materiaal meenemen waar mensen kort mee aan de slag kunnen. Dit kan elk voorwerp zijn mits op de juiste manier gebruikt. Pas wel op, want door mensen iets te doen te geven, verliezen ze snel hun concentratie.

Het is jammer dat ik de presentatie van vandaag niet kon laten zien. Het was een mooi voorbeeld van hoe je in je presenatie bewust mensen op een bepaalde manier kan laten reageren, en bepaalde gevoelens laten krijgen. Ik kan redelijk presenteren, en ben nog in opleiding. Ik denk daarom dat dit element in de toekomst helemaal goed komt!

donderdag 4 maart 2010

De Joint Venture

Door: Martijn van den Berg
Vroeger keek ik altijd klokhuis. Als kind vond ik dat razend interessant. Ik leerde er altijd heel erg veel van. Zo staat me bij dat ik ook iets heb geleerd over dat bij de marine iedereen een zogenaamde buddy had. Zo kunnen vermisten makkelijk opgespoord worden, en zo had je altijd iemand om voor te zorgen. Na meer dan een half jaar op school te zitten, valt mij opeens op dat iedereen op school ook continu met dezelfde persoon omgaat.

Het is heel erg apart om te zien, maar na het introductiemoment gaat iedereen met elkaar socializen, en komen ze er allemaal in koppels uit. Bijna iedereen vindt een compleet vreemde bij de studie waar ze dan dagelijks mee omgaan en alles mee delen. Meestal is het in dit geval ook vrouw zoekt vrouw en man zoekt man, vanwege de manier van informatie delen tussen de verschillende geslachten en de mate van begrijpbaarheid. Dit is naar mijn idee omdat mensen al snel vrienden willen maken bij een nieuwe opleiding. Dan ontmoet je al snel iemand die dit ook wil, en dan ga je al snel veel dingen delen. Dit lukt vaak goed, omdat je dezelfde opleiding doet, in dezelfde stad woont en uiteindelijk dezelfde dingen meemaakt.

Aan de ene kant vind ik dat een nadeel, aangezien ik graag met iedereen wil omgaan, en als er groepjes gemaakt worden, gaat iedereen al snel met zijn of haar "partner". Daarnaast zijn er ook mensen die achter blijven op dit gebied en ook heel graag zo iemand vinden, en het dan uiteindleijk heel moeilijk vinden om in een dergelijk groepje te komen. Daarnaast is het ook wel een voordeel, omdat je bij sommige groepjes kunt aansluiten bij de activiteiten die ze al gepland hebben, zonder enige nuttige imput te hebben. Het levert altijd wel grappige situaties op.

En voor mij? Heb ik mijn joint venture gevonden? Misschien niet binnen mijn klas, maar mijn klas verandert te vaak om daar nut aan te hebben. Ik vind het persoonlijk handiger om iemand thuis te vinden. Dit geeft je de kans voor elkaar te zorgen, en als zoiets succesvol is, zal je er ook dagelijks iets aan hebben. Misschien dat we daarom in Holland het gezegde hebben: beter een goede buur dan een verre vriend. ;-)

donderdag 4 februari 2010

De studentenvereniging

Door: Martijn van den Berg
Ik heb het expres niet gedaan. Ik heb vanaf het begin af aan sociaal altijd mijn hachje kunnen redden. Ik heb het natuurlijk over de studentenvereniging. Toch is het wel grappig dat vooral de wat meer sociale types ook vaak bij de studentenvereniging gaan. Nu lijkt dat onlogisch, maar dit zijn vaak zelfs de types die in het dispuut gaan, een vorm van betrokkenheid, waarbij je heel erg betrokken moet zijn. Een kleine beschrijving van de studentenvereniging van Leeuwarden.

Het begint allemaal bij de inschrijving. Je moet een bepaald bedrag in de maand betalen om ingeschreven te zijn. Vervolgens begin je met een, naar vergelijking, kleine ontgroening, waarvan ik er nog steeds niet achter ben gekomen wat die nou eigenlijk in Leeuwarden is. Ik weet wel dat het een week duurt, en dat mensen opgelucht zijn als ze het achter de rug hebben.

Dan begint het leven bij de studentenvereniging. Je moet een paar keer in de maand koken of bar draaien. Dit gebeurt vooral bij de mensen die er net in zitten, en je zal dus veel tijd kwijt zijn in het begin, zeker als je daarnaast ook nog van je lidmaatschap wilt profiteren.

Veel mensen kiezen er dan ook voor om bij een dispuut te zitten, wat dus eigenlijk een van de verschillende secties is binnen een studentenvereniging. Ieder dispuut heeft zijn eigen trui en dus teken. Om hier bij te komen is al helemaal een procedure van een paar weken. Men moet door te brassen, discussieren om daarna iemand bij de kraag om te trekken, genoeg krediet verdienen om bij de studentenvereniging te horen. Deze procedure is lang en neemt veel vrije tijd en avonden in beslag.

Eenmaal daar, zijn er weinig mensen die ooit nog bij de vereniging weg gaan, en weinig mensen die niet tevreden zijn. Uiteindelijk betekent een studievereniging in het begin hard werken, en dat er veel gebruik van je gemaakt wordt, maar uiteindelijk hebben veel mensen er plezier van. Voor mij blijft het niets, omdat het ten koste zou kunnen gaan van mijn studie. En dat wil ik natuurlijk niet.

donderdag 28 januari 2010

Einde praktijk, tijd voor de theorie?

Door: Martijn van den Berg
Op het moment dat ik dit schrijf ga ik weer eens veel te laat naar bed voor een praktijkdag. En het was absoluut niet de eerste, want hier als beginnend student heb ik af en toe rare toeren uitgehaald met de vroege praktijk. Maar ik was er altijd. Nu is het bijna het einde van alle praktijk en ga ik naar mijn theoriemodules, wat toch een totaal andere draai gaat worden.





Klaar met praktijk, niet helemaal. Klaar met praktijk als eerstejaars, dus als werknemer. Volgend jaar moet ik nog wel terugkomen als supervisor, maar dat is toch een ander gevoel. Ik heb, naast veel studenten hier, mijn draai niet kunnen vinden bij praktijk. Je gaat natuurlijk altijd voor de hoogste punten, alleen is de manier waarop je deze scoort bij iedere tweedejaars verschillend. Zo moet je bijvoorbeeld bij de een vooral niet zeuren, terwijl je bij de andere veel moet vragen en op de hoogte moest zijn. Dit leidde vaak bij mij tot frustratie, omdat er nooit één manier was om het goed te doen.





Ik mag niet klagen, ik vond praktijk lopen vaak leuk, alhoewel er ook apepakkies zijn die ik diep in de kast zal gooien.Het is heel erg anders dan je op de middelbare school krijgt, maar misschien ook wel wat je op de middelbare school mist, want het leidt toch uiteindelijk veel veel mensen tot een breder inzicht in de branche, en het verduidelijkt je gevoel van interesse voor je studie.





Volgend jaar kom ik terug, en hoop ik naar eigen inzicht ook een goede tweedejaars te zijn, niet alleen voor mijn punten, maar ook dat ik aan mijn eerstejaars een comfortabel gevoel kan geven en een leerzame ervaring te bezorgen.

donderdag 3 december 2009

De verleidingen van het dagelijks leven

Door: Martijn van den Berg
Ik schrijf dit blogje voor mijn doen redelijk laat. De reden hiervoor ligt in een bepaald gedrag dat ik sinds begin middelbare school niet meer bij mezelf heb gezien. Ik heb het niet druk. Toch heb ik af en toe moeite de dingetjes op een rijtje te krijgen.

Ik maak mijn blogje meestal begin van de week, liefst meerdere voor meerdere weken, afhangende van de inspiratie die mijn school me die week geeft. Echter, een van de lastigste dingen als student zijnde is plannen. Als je dingen niet meteen doet, en omdat je vaak veel tijd over hebt, heb je al gauw de neiging om dingen naar het laatste moment te schuiven. Dit werkt meestal, omdat je dan nog genoeg tijd hebt om de dingen goed op een rijtje te zetten.

Echter, in de praktijk blijken dit soort planningen vaak moeilijk. Studenten beslissen vaak niet meer dan een dag van tevoren wat te doen, en in de praktijk leidt dit er vaak toe dat je op het laatste moment gebeld wordt om iets te gaan doen. En aangezien ja zeggen vaak makkelijker is dan nee zeggen, komt het er in de praktijk op neer dat de ene week ontzettend druk is, en de andere ontzettend rustig, maar dat je dit nooit van tevoren weet.

Uiteindelijk heb je wel voldoende tijd en is misschien het grootste probleem nog het geld. De tijd kan je moeilijk plannen, maar in de rustige momenten van de week is het dan vaak verstandig om even achterover te gaan zitten, van de rust te genieten, en dan wat huiswerk te gaan maken of in dit geval een blogje te schrijven. Ze maken het (nog) niet moeilijk voor ons voorlopig, maar als ze dat doen is het zeker verstandig om hier op voorbereid te zijn.

donderdag 12 november 2009

School in de vakantie?

Door: Martijn van den Berg
School en vakantie zijn net als werk en vakantie dingen die totaal het tegenovergestelde van elkaar zijn. Onder normale omstandigheden kan het een niet het ander zijn en het ander niet het een. Er zijn echter uitzonderingen op deze regel. Eén van deze uitzonderingen zit bij mijn school. Toen de hele school vakantie had, moest ik praktijk lopen. In de catering om precies te zijn, wat inhoudt dat je koffieautomaten bijvult en mensen koffie en thee brengt. Het doel hiervan is het hotel en restaurant draaiende te houden.

Wat mij opviel bij het bijvullen van de koffieautomaten, was dat er eigenlijk helemaal niemand nog koffie nam, en er ook geen mensen waren die koffie en thee bestelden. Mijn shift bestond dus uit rondjes lopen om uiteindelijk er achter te komen dat er nog steeds niets te doen was.

Gelukkig kregen ze dit door. Ik werd overgeplaatst naar de kantine. Niet omdat ze daar hulp nodig hadden, maar omdat ze dan de shifts korter konden maken. Hier heb ik nog steeds niet veel te doen gehad. Dit maakt het gemotiveerd blijven, wat verplicht is om hoge punten te scoren, erg moeilijk.

Wat ik mij dan afvraag is: ons wordt continu gezegd de gasten uit te leggen dat dit een leerbedrijf is, waarom doen ze dan zo veel moeite om dit hotel in de vakantie open te houden? Ik begrijp dat in de vakantie de meeste gasten komen, maar dit hotel gaat toch niet om de winst maar om de leerervaring? En in dit geval gaat de winst ten koste van de leerervaring, want bijna niemand krijgt echt een speciale kans om dingen te leren, zoals in normale weken wel gebeurt.

Het tweede wat ik mij dan afvraag is: als ze dan het hotel open willen houden, en voor mijn part dan ook het restaurant, waarom laten ze alle faciliteiten dan open? De kantine draait verlies, omdat ze wel onze instructeurs moeten betalen. Je kan beter gewoon een maaltijd voor iedereen regelen die praktijk loopt, of mensen zelf eten mee laten nemen. Je voelt je niet erg nuttig op school.

Ondanks dit alles heb ik alsnog een gezellige week gehad. Het maakt het wel wat persoonlijker als er weinig mensen zijn, alhoewel mijn leerervaring deze week niet zo groot was. Ik ga toch hopen, volgende keer gewoon tegelijk met de rest van het land vakantie te krijgen.

donderdag 15 oktober 2009

Onze kleine-huisjescultuur

Door: Martijn van den Berg
Tijdens PBL (problem based learning), dwalen we wel eens af naar andere onderwerpen. Zo ook deze keer, toen we over cultuur aan het praten waren. Uiteindelijk vroegen we een van de internationale studentes wat haar opviel aan de Nederlanders. Het antwoord was dat wij zo erg van het leven genieten, en heel erg veel buitenshuis zijn. Verklaring hiervoor gaf ze als volgt: “Nederlanders leven in veel kleinere huisjes dan andere landen, en daarom moeten ze wel naar buiten, anders vervelen ze zich gewoon.”

Ik ben het eens met de uitspraak, maar ik denk dat een andere verklaring logischer is. Ik denk ook dat deze uitspraak meer voor studenten geldt dan voor volwassen mensen, aangezien volwassenen meestal een heel erg uitgezet leven hebben. Mijn verklaring luidt als volgt:
“De studiecultuur in het buitenland is anders. In het buitenland studeert men het meeste in de vrije tijd, en zijn de tijden waarop men sociale activiteiten uitvoert meer vastgezet”.

Het bewijs voor mijn verhaal vind ik in de redenen waarom ik niet in het buitenland wilde studeren, en in de dingen die ik in het dagelijks leven zie hier in Leeuwarden. We gaan chronologisch vandaag, dus ik begin bij waarom in niet in het buitenland wilde studeren. Ik was namelijk bang voor wat ik daar zou aantreffen. Ik ben gewend heel erg vrij te zijn in wat ik met mijn studie doe, en in het buitenland kan dit dus alleen maar achteruit gaan.
Het tweede bewijs voor mijn verhaal vind ik in de studenten die hierheen komen om te studeren. Ik zie dat veel studenten die hier komen en uiteindelijk langzaam inburgeren in onze cultuur, heel erg genieten van de eindeloze vrijheid door hier gigantisch veel uit te gaan, feestjes te geven. Dit is al vaak genoeg mis gegaan met de verscheidene uitwisselingen met het buitenland die ik ondergaan heb, doordat studenten zich iets te vrij voelden.

Ik ga niet zeggen welke cultuur beter is. Dat hangt er heel erg vanaf waar je opgegroeid bent, en wat je interesses zijn. Ik ben blij dat ik hier leef, alhoewel ik het erg interessant had gevonden om dit in een andere cultuur te proeven. Uiteindelijk gaat het er vooral om dat je je comfortabel voelt in de cultuur waar je in leeft.

donderdag 8 oktober 2009

Het Dubbele Dilemma

Door: Martijn van den Berg
Het is een lang verhaal waarom ik naar deze school ben gegaan. Het komt erop neer dat ik uiteindelijk van niets zekerder was dan dat ik naar de hotelschool wilde gaan. Uiteindelijk zijn er veel mensen die tegen mij hebben gezegd dat dit iets voor mij was, en met mijn horeca-ervaring werd ik er nog zekerder van. De laatste overtuiging kwam van niemand minder dan de selectiecoördinator zelf, die na mijn presentatie zei dat ik ongelofelijk origineel was geweest. Toch zijn er altijd dingen die minder leuk zijn aan een opleiding. In mijn geval omdat ik nog moet uitzoeken welke kanten van de horeca ik leuk vind, omdat ik zeer weinig van de diverse kanten van horeca weet.

En dan kom je af en toe wel eens nadenkmomentjes tegen. Zo ook deze week. Ik stond in de keuken, en moest tussendoor afwassen. De shift nam bijna mijn hele dag in beslag, was redelijk zwaar, en was bij lange na niet zo professioneel als wat ik bij hetzelfde concept op Schiphol heb gezien.

Mijn eerste dilemma is dan ook of het counterconcept iets voor mij was. Ik heb op Schiphol een heel erg leuke tijd gehad, maar het counterconcept op school geeft me weinig gevoel van leren, omdat er weinig op feedback wordt gelet, en omdat eigenlijk niemand die de keus heeft, zin heeft om in de keuken voor de kantine te werken. Ik heb het gevoel dat het het zieke kindje van de school is. Niet omdat het counterconcept zo oninteressant is, alleen omdat de school het niet goed kan verwoorden.

Mijn tweede dilemma is dan, omdat het natuurlijk wel de schoolkantine is die we draaiende houden, met producten van niet al te hoge kwaliteit, en daarnaast ook nog eens stewarding (afwas) moeten doen voor een dag, dat de school niet af en toe gebruik van ons maakt, om te besparen op personeel en dat, terwijl de producten op school naar mijn idee niet erg goedkoop zijn. Het is waar dat de afwas ook gedaan moet worden, en dat wij later ons personeel op de afwas ook moeten kunnen instrueren, maar een dagje afwas draagt daar amper aan bij. En daarnaast zou de school toch wat moeten doen om hun zieke kindje weer aantrekkelijk te maken.

Gelukkig wordt de kantine verbouwd. Alhoewel ik daar met praktijk het slachtoffer van ben, omdat de kantine in de tussentijd verhuist, ben ik er wel blij mee. Dit geeft mij misschien een kans om mijn interesse in het counterconcept volgend jaar als supervisor goed te maken.

donderdag 1 oktober 2009

Het rechte pad naar het goede doel

Door: Martijn van den Berg
Men gaat naar school om iets te leren. Iedere school heeft een van tevoren vastgezette leerstof, waarbij men, als men deze bevat, een papier krijgt als bewijs van het bewaren van deze kennis. Doel van iedere opleiding is dus het behalen van deze kennis, met de methode die deze school voorschrijft. Echter, ieder mens is anders en niet iedereen kan over dezelfde kam geschoren worden. Iedereen heeft dus zijn eigen manier van het interpreteren van deze methode.

Maar hoe testen we of een interpretatie die men uitkiest nuttig is ook echt werkt. Als je gewoon je eigen wijze volgt, kom je er in de meeste gevallen pas te laat achter dat dit niet werkt. De oplossing voor dit probleem is het stellen van persoonlijke doelen, waarmee je tussentijds kan checken hoe ver je bent en of er eventueel nog een bijstelling nodig is.

Persoonlijke doelen worden vaak gebruikt, vooral in het hoger onderwijs, omdat men daar zeek specifieke kennis opdoet. Zo ook bij mijn opleiding. Het is belangrijk om je te realiseren bij een module waar je heen wilt, en aangezien je niet alles perfect kan weten, welk deel van de stof je het meeste aan moet doen en op welke manier je die extra kennis gaat vergaren.

Belangrijk is ook vooral, dat je het behalen of niet behalen van deze doelen evalueert, omdat je anders niet weet of deze doelen al dan niet haalbaar of juist te makkelijk waren. Uiteindelijk helpt dit systeem je om jezelf te leren kennen en dus ook je eigen capaciteiten. En zelfkennis is dé manier om het beste uit jezelf te halen.

donderdag 24 september 2009

De Basisprincipes

Door: Martijn van den Berg

Nu ik in Leeuwarden zit, zal het bloggen over games voorlopig tot een nulniveau komen, maar des te meer zal ik over onderwijs bloggen. Mijn inspiratie ligt bij de school waar ik nu studeer. (International Hospitality Management aan het Stenden in Leeuwarden)Vanuit dit oogpunt zal ik iedere keer schrijven. Het is daarom belangrijk om te weten hoe mijn school in elkaar zit, zodat ik in mijn blogjes specifiek kan verwijzen naar bepaalde elementen. Een lesje IHM vandaag dus.

Mijn opleiding dit jaar bestaat uit vier modules die qua tijd gelijk zijn aan elkaar. Iedere module neemt tien weken in beslag. Deze vier modules bestaan uit twee praktijkmodules en twee theoriemodules. Een praktijkmodule bestaat ui t een week praktijk, waar je in een van de horecafaciliteiten van de school werkt, en dit 32 uur in een week. De theorieweken bestaan uit verschillende lezingen en workshops, die specifiek op horeca gericht zijn, en lessen algemene kennis. (Duits, Engels, economie, etc.) In de theoriemodules heb je alleen theorieweken.

Ik begin met de twee praktijkmodules, waarvan de eerste Rooms Division is, en de tweede Food &Beverage. De tweede helft van het jaar zal ik theoriemodules doen.

We maken gebruik van het propedeusesysteem, wat betekent dat je met een goede prestatie in het eerste jaar als je alles voor het jaar haalt, met 60 studiepunten je propedeuse haalt. Met minstens 40 punten mag je naar het volgende jaar, om het jaar erna de laatste punten in te halen. Er zijn helaas veel mensen die het eerste jaar niet halen; 40% valt gemiddeld af.

Dit was een basisintroductie aan de studiewereld waar ik me op dit moment in bevind. Mocht ik heel specifieke en aparte elementen naar boven halen in mijn blogjes, dan zal ik dat nader uitleggen. Voor de meeste blogjes zal deze uitleg voldoende zijn.