Posts weergeven met het label mediagebruik. Alle posts weergeven
Posts weergeven met het label mediagebruik. Alle posts weergeven

donderdag 26 mei 2011

Popplet; interactieve mindmaptool







Door: Martijn van den Berg
Ik probeer zelf altijd nieuwe manieren te zoeken om te presenteren. Totnogtoe zie je zeer vaak dat powerpoint, en de laatste tijd ook prezi veel gebruikt wordt. Maar dat zijn nog maar twee programma's, kan dat niet anders? Dat is de vraag die ik mezelf continu stel. Eigenlijk lijkt bijna iedere presentatie op elkaar, en ik wil altijd er uit springen, zodat mijn presentatie mensen bijblijft. Die zoektocht bracht me laatst bij popplet.

Popplet is een tool waarmee je een mindmap kan maken in de vrije zin waarin een mindmap bedoeld is: je gebruikt hierbij niet alleen woorden, maar ook plaatjes, of zelfs YouTube filmpjes. Je begint in het midden met de kern, en bouwt in verschillende vakken eromheen alles wat je denkt met dit onderwerp te maken te hebben.

Vervolgens maak je een presentatie: je sorteert alle vakken, en kiest de volgorde in welke je ze wilt presenteren, en voila, een presentatie is geboren. Het voordeel aan Popplet is dat het erg simpel werkt. Geen gedoe met opmaak en waar je het precies wilt hebben. Daarnaast is het een heel erg mooie manier om de verschillende onderwerpen in een presentatie te structureren.

Ik vind Popplet een mooie nieuwe tool, en deze ga ik zeker in de toekomst meer gebruiken. Wat echter wel heel erg belangrijk is om rekening mee te houden, is dat er niet één tool is die bij alle presentaties past. Iedere tool is weer nuttig voor een bepaalde soort presentatie. Het is net hou je het zelf invult. Daarom is het belangrijk altijd te bedenken wat je nu eigenlijk wilt vertellen, en vooral: wat zou jij willen horen als je zelf in het publiek zou zitten. En creativiteit is altijd meer dan welkom in dit soort gevallen.

donderdag 7 april 2011

De nieuwe powerpoint?

Door: Martijn van den Berg
Bij een presentatie wordt in principe vaak powerpoint gebruikt. Daar is in principe niets mis mee, want powerpoint is nog steeds erg functioneel, maar in een tijd van talloze ICT vernieuwingen is het misschien tijd om verder te kijken. Powerpoint heeft zijn voordelen, maar uiteindelijk zie je toch dat iedere presentatie op een bepaalde manier op elkaar lijkt.Het is daarom tijd om verder je kijken.

Na veel powerpoints te hebben gezien op school gebruikte één van mijn docenten op school Prezi. Prezi is een gratis online presentatie-maker, waarbij je stuk voor stuk je keywords neerzet en hier een plaatje van maakt, waar je door in-en uitzoomen doorheen bladert. Het is zeer makkelijk te maken, en erg gebruikersvriendelijk.

Wat ik merkte bij het kijken van deze presentatie, is dat ik telkens weer ging zoeken naar het volgende woord, naar wat er daarna gezegd zou worden. Dit zorgde ervoor dat ik meer aandacht voor de presentatie had. Daarnaast was het erg verrassend dat er eindelijk iemand een andere methode gebruikte dan met powerpoint.

Als je jezelf een kwartiertje verdiept in Prezi, kan je er al leuke dingen mee maken. Natuurlijk zal je niet alles kunnen met prezi, omdat er een veel kleiner team achter schuilt dan dat van microsoft, maar het is zeker een mooie afwisseling om een keer uit te proberen.

donderdag 10 maart 2011

South park in de les?

Door: Martijn van den Berg
Op school zijn er af en toe theorieën waar je met een boek amper doorheen komt. Dingen die op het eerste gezicht zo nieuw en abstract zijn, dat niemand ze eigenlijk kan uitleggen. Dingen als molecuulberekeningen, de eerste formule etc. Het is al bekend dat het versimpelen van deze theorie tot makkelijke voorbeelden helpt de theorieën te begrijpen (breuken leren door taart te delen) maar sommige South Park afleveringen doen precies hetzelfde.

Voor de mensen die niet weten wat South Park is: South Park is een cartoon-achtige serie over vier jongens uit South Park, Colorado die iedere keer de meest uiteenlopende, maffe dingen uithalen. Nu klinkt dat niet als iets dat behalve vermakelijk ook nog erg leerzaam is. Maar South Park is ook erg maatschappij-kritisch, en haakt in op zaken die (met name in de Verenigde Staten) in het nieuws zijn geweest.

Nu zijn de meeste afleveringen bedoeld als vermaak en niet bedoeld om iets uit te leggen, en dus moeilijk om iets mee te doen in het onderwijs, maar daarop zijn uitzonderingen. Bijvoorbeeld de aflevering over de kredietcrisis legt op een hele simpele (en ook grappige manier) uit hoe banken aan andere banken geld hebben geleend en hoe het nooit helpt als mensen niet meer gaan uitgeven.

South Park is vooral populair bij mensen in het voortgezet en het hoger onderwijs, en daarom spreek je mensen meteen aan als je zo iets meeneemt. Ondanks het feit dat er maar weinig afleveringen bruikbaar zijn, kan dit een manier zijn om het laatste nieuws beter te begrijpen. Of in ieder geval een manier om meer interesse te wekken voor het onderwerp.

dinsdag 20 mei 2008

Kinderen en usability

Het is alweer een tijdje geleden dat ik betrokken was bij de ThinkQuest web-strijden waarbij docenten en leerkrachten, studenten maar vooral ook leerlingen educatieve websites bouwden. De jury had er geen eenvoudige klus aan om die websites te beoordelen: sommige websites waren technisch sterk, anderen hadden interessante inhoud en er waren ook websites die bijzonder mooi of creatief vorm gegeven waren. Er waren maar weinig websites die op alle punten uitblonken en het was voor de jury lastig te bepalen wat zwaarder woog: moest een website waarvoor een heel eigen contentmanagementsysteem was gemaakt een prijs krijgen of vonden ze het belangrijker dat er met het medium geëxperimenteerd werd? Het was vaak appels met peren vergelijken.

Een aspect van websites dat maar weinig werd besproken was usability. Dat werd mede veroorzaakt door het feit dat de jury wel op de hoogte was van hoe volwassenen naar websites keken en hun weg vonden in de navigatie, maar over hoe kinderen dat deden was weinig bekend. De kleurstellingen van sommige door kinderen gemaakte websites waren soms verpletterend: gele letters op een zwarte ondergrond, een website waarbij op elke pagina andere kleuren werden gebruikt en websites waarvan de ondergrond zo bont was dat de letters daartegen wegvielen. Ook wat betreft de navigatie maakten sommige teams wonderlijke zaken: websites waarbij de navigatie bestond uit één pijl op elke pagina zodat je alleen lineair door de website kon navigeren, websites waarbij je moest zoeken naar een navigatiemenu en websites waarbij het menu zowel links als rechts als bovenaan elke pagina te vinden was. Maar alhoewel de jury zelf vaak zijn twijfels had bij deze bijzondere sites, gaven ze de kinderen het voordeel van de twijfel. Want niemand wist of kinderen dit soort extremen misschien wel waardeerden: er was nog maar weinig onderzoek beschikbaar over hoe kinderen naar websites kijken. De jury ging er daarom vaak maar vanuit dat de websites die door kinderen zelf gemaakt waren, ook goed gebruikt konden worden door kinderen.

Maar sinds gisteren is er onderzoek beschikbaar over dit onderwerp. Mijn Kind Online heeft, samen met 2C Usability in kaart gebracht:
  • hoe gaan kinderen (tussen 8 en 12 jaar) om met internet: hoeveel tijd brengen ze door op internet, wat doen ze daar, wat mogen ze wel en niet van hun ouders, hoe zoeken ze informatie en hoe bepalen ze wat relevante informatie is,
  • hoe denken ze over aanmelden & privacy,
  • hoe reageren ze op reclame op websites,
  • wat doen ze als onverwachte dingen gebeuren zoals pop-ups,
  • wat zijn de favoriete websites van kinderen.
Het onderzoek leidt tot een aantal aanbevelingen voor makers van kinderwebsites èn voor ouders en leerkrachten. Makers van kinderwebsites krijgen o.a. het advies om:
  • domeinnamen te claimen die lijken op de domeinnaam die ze zelf gebruiken. Op die manier kan voorkomen worden dat kinderen die een foutje maken bij het intypen van de domeinnaam op allerlei ongewenste sites terecht komen,
  • sites zo licht mogelijk te maken omdat kinderen erg ongeduldig zijn en afhaken als ze lang moeten wachten omdat het lang duurt voordat een applicatie geladen is,
  • niet al te creatief te zijn bij het maken van hyperlinks. Als die afwijken van de standaard worden ze vaak niet herkend door kinderen,
  • links binnen de eigen website niet aan de rechterkant van het scherm te plaatsen omdat kinderen op die plaats reclame verwachten,
  • bij een zoekmachine suggesties te geven bij een verkeerde spelling van een zoekwoord,
  • de tekst van een site aan te laten sluiten bij het begrippenkader van de doelgroep (zonder 'kinderachtig' te zijn),
  • multimedia alleen te gebruiken als die functionaliteit van de site niet in de weg staat.
Voor ouders en leerkrachten zijn er tips hoe ze kinderen kunnen helpen hun weg te vinden op internet, o.a.:
  • vertel kinderen dat ze foutmeldingen niet weg moeten klikken maar moeten lezen en dat ze bij twijfel iemand om hulp moeten vragen,
  • leer kinderen dat ze kunnen zoeken met meer dan één zoekterm
  • dat ze, met name op educatieve websites, vaak makkelijker kunnen vinden wat ze zoeken als ze gebruik maken van de zoekmachine binnen die site,
  • hoe ze reclame op internet kunnen herkennen,
  • dat ze niet zomaar privé-informatie moeten achterlaten op internet,
  • en dat ze altijd een volwassene mogen vragen om hulp als er dingen gebeuren die ze vervelend vinden of die ze niet begrijpen.
Maar er is nog veel meer. Wie het hele rapport wil lezen kan een mailtje sturen aan Remco Pijpers van Mijn Kind Online, dan krijgen ze het kosteloos toegestuurd.

donderdag 14 februari 2008

Gameverslaving; stoppen is moeilijk

Afbeelding van GGL
Door: Martijn van den Berg

In het derde en voorlopig laatste stuk over gameverslaving wil ik schrijven over hoe je van je verslaving af kunt komen. Als je eenmaal verslaafd bent en gamen boven andere belangrijke dingen gaat kiezen, is het vaak moeilijk om te stoppen. Je leeft van de ene prestatie tot de andere, en als je niet aan het gamen bent, zit je vaak te denken aan hoe je de volgende prestatie kan halen, om als je weer dicht bij je console zit dit uit te voeren. Je denkt vaak niet meer aan dingen die ook nog moeten. En als je eenmaal achter de console zit, heb je vaak geen besef van tijd en dan is het vaak nog even dit en nog even dat, en voor je het weet ben je al weer een aantal uur verder.

Het moeilijke aan stoppen met gamen is dat je het zelf moet willen. Ouders of buitenstaanders kunnen wel helpen, maar als de gamer niet meewerkt, vind deze toch altijd wel een manier om te gamen. Bovendien zijn veel ouders hier te soft in. Begrijpelijk, want het blijft je kind. Enige manier om te stoppen is om zelf te bedenken van: Wat levert gamen mij nou eigenlijk op? Voordelen of nadelen? Vervolgens moet je constateren dat gamen niet belangrijk is en zelf de wil en moed hebben om te stoppen.

Stoppen met gamen doe je niet geleidelijk. De verleiding is veel te groot om toch even te gamen, en zeker voor zwaar verslaafden zal dit vaak resulteren in een nog grotere drang naar games en dus ook uiteindelijk meer verslaving. Stoppen met gamen doe je door voor jezelf te bedenken wat voor jou de grens is tussen verslaving en hobby. Een mooie manier is om het te vergelijken met een sport die je speelt. En dan kijken hoeveel tijd je daar in stopt. Beste manier is zelfs nog om met alles te stoppen. Maar daarvoor is dan weer een sterke wil nodig.

Eenmaal gestopt duurt het best een tijd voor je geen drang naar games meer hebt, naar gelang je fanatieker speelt, het je hier meer drang naar. Dit is lastig, maar daarom is het ook belangrijk om iets anders leuks te doen vinden. Net zoals rokers nicotinekauwgumpjes eten, kunnen gamers inplaats van gamen bijvoorbeeld tv kijken, of huiswerk maken. Dit is veel ontspannender. Voor de een duurt het was langer voordat hij "clear" is dan de ander. Maar uiteindelijk kan de combinatie van een goed initiatief en een sterke wil de verslaving overwinnen.

donderdag 7 februari 2008

Gameverslaving, Hoe en wat?

Door: Martijn van den Berg

Een gameverslaving heb je zo: men neme een persoon, liefst een jongen. Men zet hem een dag non-stop achter een internetgame, herhaalt dit een paar keer en voila, we hebben een gameverslaafde. Internetgames, oftewel MMORPG's en internetgames die je moet bijhouden behoren tot de categorie meest verslavende games. De combinatie van het feit dat er eeuwig beloningen te halen vallen in combinatie met het feit dat je tegen andere mensen speelt met het principe: hoe meer je speelt, hoe hoger je komt maakt deze games superverslavend. Je begint ermee en ziet dat je niets kan bereiken als je niet meer speelt en zo ga je steeds vaker spelen. Binnen de kortste keren raak je verslaafd.

Grootste verslavingsgame is toch wel World of Warcraft. WoW is qua prestaties niet eens zo'n origineel spel en het idee van orcs, mensen en elfen is ook al oeroud. Een van de dingen die WoW zo verslavend maakt is het feit dat je het met anderen doet, vaak in clanverband. Met je clan doe je meestal zogenaamde raids, waarbij je met je clan een aantal uren op pad gaat om samen een queeste te voltooien. Als je in een beetje goede clan wilt zitten, moet je algauw een flink aantal uur aanwezig zijn om bij deze raids aanwezig te zijn, anders heeft je clan niets aan je.

Tweede reden dat dit spel zo verslavend is, is dat het een heel groot gebied is en er dus overal wel wat te doen valt, en de makers van het spel continu nieuwe content toevoegen, en je dus nooit alle missies kan hebben gedaan. Dit te accepteren valt voor heel veel mensen heel erg zwaar. Met name de eerste reden geldt voor veel games, het feit dat als je iets wilt zijn, je veel online moet zijn, maakt mensen al heel gauw verslaafd aan een game. De tweede reden geldt vooral voor MMORPG's.

Natuurlijk is het ook mogelijk om aan gewone games verslaafd te raken, maar deze zijn niet oneindig, en bovendien is het erg duur om eens in de twee weken een nieuw spel te kopen, dus hier is meestal een limiet aan en staan mensen sneller bij stil wat ze nu eigenlijk aan het doen zijn, wat ook uiteindelijk de beste menier is om te stoppen met gamen. Maar daarover volgende week meer.

maandag 4 februari 2008

MSN: belangrijker dan je denkt

Afbeelding van een meisje dat aan het MSN'en isMSN is een communicatiemiddel van deze tijd. Veel leerlingen starten het programma 's morgens al op en ze sluiten het pas af als ze naar bed gaan. Ook bij mij in huis hoor ik regelmatig een pingeltje als er weer een berichtje binnen komt voor deze of gene. Ik heb me vaak afgevraagd wat nu precies de meerwaarde is van dit communicatiemiddel. Ik maak er zelf maar weinig gebruik van omdat ik niet wil dat ik tijdens het werk allerlei niet belangrijke berichtjes krijg en omdat ik ook geen zin heb om steeds aan allerlei mensen te laten weten wanneer ik wel en wanneer niet online ben. Misschien ouderwets, maar voor mij is het geen communicatiemedium dat me trekt.

Tegenstanders van MSN zeggen vaak dat MSN-contacten geen 'echte' contacten zijn, maar virtueel en oppervlakkig. Het is makkelijk om veel MSN-contacten te hebben, maar je leert er niet om in het echte leven contacten te hebben en te onderhouden. Maar wat zou jongeren dan drijven om het zo vaak te gebruiken?

Ik denk dat één voordeel van MSN ten opzichte van andere communicatiemiddelen is dat je je minder kwetsbaar opstelt als je contact legt via MSN. Stel je hebt iemand ontmoet die je wel aardig vindt. Een vriend van een vriend, tijdens een feestje of zomaar ergens. Je wilt daarmee meer contact hebben. Gewoon omdat je hem of haar leuk vindt en je het leuk zou vinden om die persoon tot je vriendenkring te rekenen.

In de tijd dat we nog geen MSN hadden betekende dat dat je moest bellen, langsgaan of een brief schrijven. Afwachten kon natuurlijk ook maar daarmee werd je geduld vaak wel erg op de proef gesteld. Maar een brief schrijven, langsgaan of bellen betekende dat je je erg kwetsbaar opstelde. Het zou natuurlijk zomaar kunnen dat die ander niet gediend was van verder contact. Met MSN of via een profielsite is dat soort contact veel vrijblijvender te leggen. Tijdens het MSN'en vraag je aan de persoon die je beter wilt leren kennen of hij/zij je wil toevoegen aan zijn/haar lijst van contacten. Meestal wordt die vraag wel met 'ja' beantwoord. De etiquette van MSN en Hyves is (voor zover ik heb kunnen nagaan) dat je iedereen accepteert die je ook maar enigszins kent en waarvan niet bewezen is dat die slechte bedoelingen heeft. Het vraagt dus niet veel moed om zo'n eerste contact te leggen. Ben je een keer toegelaten tot de contactpersonen dan kun je rustig elkaars leefwereld verkennen en kun je kijken of meer contact (van beide kanten) gewenst is.

In dat opzicht hebben m.i. tegenstemmers van MSN en Hyves gelijk: contacten via deze media starten vaak vrijblijvend. Maar dat wil niet zeggen dat dat zo blijft: vaak worden MSN- en Hyvescontacten 'in real life' verder uitgewerkt. De mogelijkheid voor verder contact is in ieder geval gelegd.

MSN en Hyves vind ik daarom een prachtige aanvulling op andere communicatiemiddelen. Zeker voor jongeren die vaak nog zo onzeker zijn bij het leggen van contacten!

donderdag 31 januari 2008

Als een hobby een gewoonte wordt

Door: Martijn van den Berg

Games bestaan nog niet zo lang, maar games ontwikkelen zich toch erg snel door de grote vraag ernaar. Dit brengt niet alleen geld op voor de makers, maar ook nieuwe problemen. Grootse probleem van games is de verslaving hieraan. Gameverslaving kan je fysiek niet aantasten zoals roken, drugs en alcohol. Maar met gameverslaving sluit je je af voor de buitenwereld en zo mis je een hele hoop dingen die je normaal graag had willen inruilen voor gamen.

"Iemand die gameverslaafd is kiest gameprestaties als aanvulling of als vervanging voor prestaties uit het echte leven"

Een game bestaat uit prestaties en beloningen. De kick van een game is om verder te komen en net die beloning te halen, zoals betere wapens, een nieuwe auto of een beter character. In een game leef je van prestatie tot prestatie om continu beloningen te halen en dit geeft een bepaald gevoel van voldoening. Het verslavende hieraan is dat mensen vaak nog door willen tot de volgende beloning, en dan weer. En voor je het weet ben je alweer een paar uur verder, zeker met de games van tegenwoordig.

"Een gameverslaafde maakt vrije tijd voor games, in plaats van te gamen in zijn vrije tijd."

Een game spelen is niets verslavends aan over het algemeen. Je moet alleen weten als je iets wilt doen dat voor jou belangrijk is en je hebt de keuze tussen of dat doen of gaan gamen, kunnen denken van: "Wat bereik ik nu eigenlijk als ik nu ga gamen en deze prestaties haal?" en vervolgens tot de conclusie komen dat de meeste dingen toch wel belangrijker zijn dan gamen, want uiteindelijk bereik je met gamen niets op de lange termijn.

"Gamen is meestal een hobby. Voor een gameverslaafde is dit meer een gewoonte"

Gameverslaving wordt snel erger. Iedere keer even dat spelletje spelen tussendoor, en voor je het weet zit je er meer dan 30 uur per week achter. De verslaving is het gevoel eraan te denken wat er zou gebeuren als er geen games meer waren, maar toch blijft een gameverslaafde zichzelf wijsmaken dat het een onschuldige hobby is. En dat is het gemene bij gameverslaving. Het feit dat er geen duidelijke grens is tussen verslaving en hobby. Bovengenoemde zinnen geven dit aardig weer. Nu is gamen niets gevaarlijks, zelfs als je het een flink aantal uur in een week doet, maar het gevaar van verslaving is er altijd.

donderdag 21 juni 2007

Onderzoek games

Klik op dit logo om het onderzoek te downloadenDe BBFC (British Board of Film Classification) heeft onderzoek gedaan naar videogames. Om meer precies te zijn: Research to improve understanding of what players enjoy about video games, and to explain ther preferences for particular games'. Ik kreeg een exemplaar van het rapport van Wim Bekkers, van het Nicam. Het Nicam en de BBFC werken samen aan de PEGI, een classificatiesysteem voor games, waarin op een soortgelijke manier als bij de Kijkwijzer aan de consument informatie wordt gegeven over de geschiktheid van films/games voor kinderen. Games worden ingedeeld in 5 leeftijdscategorieën: 3 +, 7 +, 12 +, 16 + en 18 +. Daarnaast krijgt elke game een inhoudskwalificatie m.b.v. pictogrammen:
  • grof taalgebruik
  • discriminatie
  • drugs
  • angst
  • gokken
  • seks
  • geweld.
Het Nicam geeft ook algemene voorlichting over (o.a.) games. Op de (uitstekende!) site Weetwatzegamen.nl geven ze algemene informatie over games:
Bij het Nicam volgen ze de onderzoeken over games op de voet. En zo konden ze mij dus wijzen op het onderzoek van de British Board of Film Classification. En zo is het gekomen.... ;-)

(Tjsa, en als ik nu toch reclame aan het maken ben voor games: kijk ook even op de site Gamenisgoed.nl. Hij is nog niet erg gevuld, maar ik heb goede hoop dat er binnenkort meer te vinden is.)

vrijdag 1 juni 2007

Mijn stories

Naar de site Mijn StoriesVorige week verwees ik jullie in dit weblog naar de Soundwalk over Zoetermeer die gemaakt was door Digital Playground. André maakte me in zijn commentaar attent op de prachtige site Podguides.net waar een eenvoudige handleiding te vinden is (plus een podcast-generator) hoe je Podguide (reisgids in podcast-vorm) kunt maken. Het goede van de handleiding vond ik dat die vooral ingaat op de inhoud van de Podguide en niet op de techniek. Dat soort handleidingen zijn namelijk al ruimschoots op het web te vinden, en volgens mij is het bij het maken van een podguide om te beginnen van belang wat daarin komt te staan.

De site Mijn Stories is een ander project waarbij gebruik gemaakt wordt van media om mensen wegwijs te maken in een buurt. In dit geval gaat het er niet om om gebouwen, natuur, beelden enz. in de stad te leren kennen, maar vooral om het leven van de bewoners van een wijk in kaart te brengen. Via de weblogs (over de Transvaalbuurt in Den Haag en de Afrikaanderwijk in Rotterdam) bij de site kun je de vorderingen van het onderzoek volgen.

De basis van MijnStories is een groot sociologisch onderzoek in twee (migranten)wijken in Rotterdam en Den Haag. Er wordt literatuuronderzoek gedaan en er vinden observaties plaats, voornamelijk in de vorm van enquêtes: oriënterende gesprekken, straatinterviews, locatie-interviews en diepte-interviews. Het doel van dit onderzoek is inzicht te krijgen in het leven van de wijkbewoners. De onderzoeksgegevens worden op 2 manieren verwerkt: ze worden in een verhaal verwerkt tot een 'buurt(sound)soap', die dus 'uit het leven gegrepen' is. Daarnaast komt er een wetenschappelijke bundel, ondermeer bestaande uit een culturele atlas van de buurt en reeks artikelen.

Aan het onderzoek is een jongerentraject gekoppeld waarbij leerlingen werd gevraagd om een bijdrage te leveren aan Mijn Stories. De opdracht was om over je wijk en leefomgeving te vertellen. In tegenstelling tot het onderzoek waarvoor uitsluitend geluidsopnamen werden gemaakt, konden in het jongerentraject de verhalen met behulp van verschillende media vastgelegd worden, dus bijvoorbeeld ook met foto's of filmpjes.

Net als de Soundwalk vind ik dit een mooi voorbeeld van hoe je de leefwereld van jongeren kunt integreren in het onderwijs, en welke rol media daarbij kunnen spelen. Handig is dat op de site al een aantal onderzoeksvragen geformuleerd staan, en een mooie afbakening van het traject. Leerlingen kunnen daarmee hun voordeel doen als ze zelf een onderzoek willen opzetten over hun eigen wijk of de wijk van de school.

dinsdag 29 mei 2007

Geheimzinnig....!

Ga naar de site T-A-HHeerlijk: ik ben gek om geheimzinnige dingen. En deze site is wel erg geheimzinnig! Alleen al de titel: T-A-H, wat blijkt te staan voor They Are Here. De game moet vandaag om 10.00 uur van start gaan en eindigt op 24 juni. Veel meer kan ik er niet van vertellen, want op de site is geen verdere informatie te vinden over wat er gaat gebeuren. Het enige wat ik verder kon ontdekken was een pagina waarop staat dat de site gehackt zou zijn door Wallfly. Overigens heeft die pagina ook een fraaie titel: WALLFLY owNz y0u n0w. Met op de pagina de melding: 'Hi Master, you are too L8. This system is under my ctrl now!'. De hacker vertelt dat hij een aantal zaken aan de weet is gekomen die hij met je wil delen in een veilige omgeving.

Als je je aanmeldt, voor het spel 'They're Here', krijg je een mailtje waarin iets meer informatie staat:
THE HUNT FOR CLUES HAS JUST BEGUN!
Je bent zojuist toegetreden tot de game. De komende 507 uur beland je in een parallelle wereld die ingrijpt op alle facetten van je dagelijks leven. De jacht op aanwijzingen wordt een doolhof van gebeurtenissen en clues waarbij je soms aanwijzingen krijgt via e-mail, internet of sms en soms via krant, televisie en radio. Er is maar een ding 100% zeker in deze jacht: het kost je niets, behalve tijd, geduld, doorzettingsvermogen en goed denkwerk.


Aan jou de taak om te winnen. We nemen contact met je op zodra de jacht begint.
Als het goed is, en dan gaat de game over een paar uurtjes van start. Nog even wachten dus. Ik ben vandaag op pad, maar ik heb me al ingeschreven en ik ga vanavond zeker kijken wat er is gebeurd. Leuk!! En ik gok dat er ook het nodige te halen zal zijn voor school: in ieder geval leer je ervan over mediawijsheid en verhalen vertellen, maar mogelijk is er meer. Als jullie ook meedoen, ontmoeten we misschien elkaar wel ergens 'in virtual space' ;-)

zaterdag 26 mei 2007

Zoetermeer Soundwalks

naar het bericht van Digital Playground over de SoundwalkIn de nieuwsbrief van Digital Playground las ik over de soundwalk die ze hebben georganiseerd in Zoetermeer. In de soundwalk worden de leerlingen door de stad geleid met een mp3 speler waarop ze verteld wordt hoe ze moeten lopen en wat ze tegenkomen. Dat klinkt misschien saai, maar dat is het in dit geval zeker niet!

De Zoetermeerse soundwalk draait om Foxie. Foxie is locatiescout. Dat wil zeggen dat ze op zoek is naar locaties waar films gedraaid kunnen worden. Door haar verhalen ga je op een heel andere manier naar de stad kijken: op iedere straathoek, in elk park of in het winkelcentrum kan wat gebeuren. Een kind kan verdwalen, een moord kan gepleegd worden en met wat fantasie kan van het park een middeleeuwse kasteeltuin gemaakt worden.

Bijzonder vind ik de vermenging van beeld en geluid in de soundwalk. Door de duidelijke beschrijving van de beelden krijg je - letterlijk - een andere kijk op een locatie. Het was misschien meer voor de hand liggend geweest om niet te werken met geluid maar met film. Daarin hadden de fantasieën van Foxie vertaald kunnen worden naar concrete beelden. Maar mij spreekt het juist aan dat er gebruik gemaakt wordt van geluidsbestanden zodat er ook nog ruimte is voor eigen fantasieën. Mocht je ooit in de gelegenheid zijn om deze soundwalk te doen (er komt er volgend schooljaar ook een in Rotterdam), dan kan ik je dat zeker aanraden!

Maar wat als dat nu niet het geval is? Dan zou je ook kunnen overwegen om je leerlingen een soundwalk te laten ontwerpen. Dat kan op basis van eenzelfde verhaal, maar dan gesitueerd in de plaats waar de school staat. Welke plaatsen zou een locatie scout daar willen benutten en waarom? Maar je kunt de leerlingen ook een ander verhaal kiezen als raamwerk voor de soundwalk. Laat ze bijvoorbeeld de stad beschrijven vanuit het leven van iemand uit een ander tijdperk. Welke dingen zou die gezien hebben, en wat zou die persoon daar beleefd hebben? Door verschillende groepen leerlingen steeds een persoon uit een ander tijdperk centraal te laten stellen, ontstaat een mooi beeld van de historie van de plaats. Je zou ook de plaats kunnen laten bezoeken door een ornitholoog, of een entomoloog: wat zouden zij beleven als ze naar de stad van de school zouden komen? Of hoe zou het leven van een insect eruit zien op de verschillende plaatsen in de stad? Wat zijn goede plekken om te overleven, en welke 'vrienden en vijanden' zouden de insecten hebben? Er zijn genoeg verhalen te bedenken waar je een leuke soundwalk bij zou kunnen bedenken.

Het leuke van het maken van een soundwalk is dat je er weinig hulpmiddelen en weinig technische kennis voor nodig hebt. Veel mp3-spelers zijn ook geschikt om geluiden op te nemen, en het afspelen van die bestanden kan op bijna alle mobiele apparaten. Natuurlijk op mp3-spelers, maar vaak ook op mobiele telefoons en pda's. Om de geluidsbestanden te bewerken kun je gebruik maken van Audacity, een programma dat gratis te downloaden is van het web. Volgens mij is het maken van een soundwalk een goed haalbare en zeer aansprekende en zinvolle opdracht!

woensdag 23 mei 2007

Leren met Picasa

Ga naar de wiki Picasa In EducationOp de site Infinite Thinking Machine staan vaak leuke ideeën hoe je gebruik kunt maken van gratis ICT-tools in het onderwijs. Zo hadden ze vorige week een leuke post over het gebruik van Picasa. Picasa is een programma van Google waarmee je foto's kunt opslaan, bewerken en delen met anderen. Nu zijn er al een heleboel ideeën om gebruik te maken van foto's in het onderwijs, maar het leuke van dit verhaal is dat het gekoppeld wordt aan de visie van Marzano, een onderwijskundige wiens visie ten grondslag ligt aan de webquest. In het artikel worden een aantal manieren genoemd waarop digitale camera's (en Picasa) gebruikt kunnen worden ter ondersteuning van research-based strategies:
  • Ask students to compare or classify images.
  • Ask students to delete, edit, or re-order images to facilitate analysis of the information at a deep level.
  • Create a slide show to recognize student effort, achievement, and mastery.
  • Create a slide show to illustrate time-sequence, or cause-effect patterns.
  • Use images to document individual and group accountability - or to facilitate group reflection.
  • Use images to support “corrective” feedback. (The instant nature of digital images – and means of sharing digital images – can facilitate timely feedback.)
  • Use images taken with your digital camera as cues and advance organizers
In het artikel op Infinite Thinking Machine vind je een heleboel ideeën hoe je met foto's kunt werken in het onderwijs. Nog leuker vind ik het feit dat op basis van dit artikel en een workshop die over dit onderwerp is gegeven, een wiki is opgezet over dit onderwerp. In de wiki vind je (links naar) handleidingen over het gebruik van Picasa (maar ook voor Photostory3 van Windows en iPhoto van Apple). De wiki is duidelijk nog 'under construction' en bevat nog weinig meer dan de post op de site Infinite Thinking Machine, dus ik hoop dat een heleboel docenten en leerkrachten hun ideeën en best practices over het gebruik van foto's eraan toevoegen!

maandag 26 maart 2007

Wedstrijd Zoeken op internet

Naar de site van SerendipVoor wie het nog niet gelezen heeft op Voelspriet: er is een nieuwe wedstrijd 'Zoeken op internet' van start gegaan. De Krakercompetitie (en de Jeugdkrakercompetitie) van de Openbare Bibliotheek zal inmiddels bij veel lezers van mijn weblog wel bekend zijn, maar deze wedstrijd is volgens mij net zo uitdagend en leuk. Wekelijks wordt een vraag gepubliceerd waarvan het antwoord op internet gevonden kan worden. De vragen zijn verpakt in een kort verhaaltje, en gaan vaak over feitjes of wetenswaardigheden waar ik nog nooit van had gehoord, bijv. een bevolkingsgroep die een gele badge moesten dragen als onderscheidingskenmerk of een dialect dat genoemd is naar een dier. Het spreekt mij bovendien wel aan dat met deze wedstrijden geen grote prijzen gewonnen kunnen worden: het gaat echt om de eer. De site biedt ook mogelijkheden om samen te werken: er is een forum waar de zoekers elkaar op weg kunnen helpen. Uiteraard is het ten strengste verboden om daar een antwoord weg te geven!

De naam Serendip komt, zo staat te lezen op Voelspriet, van Serendipiteit. Serendipiteit betekent dat je, terwijl je het ene zoekt, het andere ontdekt. Dat is met deze wedstrijd ook zo. Behalve het antwoord op de vraag, vind je ook andere onverwachte informatie en het contact met anderen', aldus de organisator van de wedstrijd.

Afgelopen weken was de testperiode van deze wedstrijd, en ik kreeg gisteren bericht dat ze nu 'voor het eggie' gaan.

Ik kan me heel goed voorstellen dat deze wedstrijd gebruikt wordt op school, als kapstok om leerlingen te leren zoeken. Je kunt bijvoorbeeld elke week een groepje het antwoord op een vraag laten zoeken. Ze moeten dan natuurlijk ook vertellen hoe ze aan het antwoord zijn gekomen. Zonodig kun je dan aanhaken bij hun verhaal door te wijzen op andere zoekmethoden, andere bronnen, het beoordelen van de sites en het vermelden van bronnen. Als je met genoeg leerlingen meedoet kun je er bovendien ook op school nog een leuke wedstrijd van maken!

dinsdag 20 februari 2007

Veilig internetten

CyberNetiquette van DisneyVeilig internetten is een onderwerp waar veel ouders en leerkrachten/docenten zich mee bezig houden. Terecht: net zoals we moeten leren hoe we ons moeten gedragen in het verkeer, zo moeten we leren hoe je de digitale (snel)weg op moet gaan. Heel bewust zet ik 'snel' tussen haakjes, want alhoewel internet voor sommige ouderen eruit ziet als een snelweg; sommige kinderen gedragen zich alsof het een dorpsstraatje is. Het is aan ons om ze te leren dat de digitale weg een prachtige manier is om van A naar B te komen, maar dat ze dan wel op moeten letten passerend verkeer!

En: jong geleerd is oud gedaan! Omdat ik de laatste tijd weer veel vragen krijg over veilig internet en hoe je dat op een goede manier ter sprake kunt brengen bij jonge kinderen, wil ik hier melding maken van een tweetal, al vrij oude filmpjes, die ik nog steeds erg leuk en nuttig vindt.

Het zijn filmpjes van Disney: moderne versies van oude sprookjes. Disney noemt het 'interactieve fabels'. De eerste fabel is een variant op Sneeuwwitje. In deze versie van dit sprookje krijgt Goofy een 'vergiftigd' bestandje toegestuurd. Aan de lezer van het verhaal wordt de keus geboden wat hij moet doen met dat bestand.
In de tweede fabel bouwen de drie kleine biggetjes een huis. Ze krijgen een mailtje van 'Lief Schaap', of hij binnen mag komen. Ook hier mag je zelf kiezen wat de biggetjes antwoorden.

Ik heb het altijd leuke verhalen gevonden: duidelijk, en ze bieden een goed aanknopingspunt voor een gesprek over veilig internetten. Je zou het bekijken van de verhalen een vervolg kunnen geven door de leerlingen te vragen om in groepjes zelf zo'n verhaal te bedenken en eventueel ook op te schrijven. Ze moeten dan eerst bedenken wat je wel en niet moet doen op internet, en daar omheen bedenken ze dan een verhaal. En het wordt natuurlijk helemaal leuk als ze bij dat verhaal een tekening of foto's maken, of plaatjes zoeken op internet. Wil je het helemaal compleet maken, dan kunnen ze er een interactief verhaal van maken door de plaatjes en de teksten te verwerken in een diapresentatie of website waarbij de verschillende scènes met hyperlinks aan elkaar gelinkt zijn.

De resultaten van deze lessen kun je gebruiken als inleiding op een ouderavond over veilig internetten. Ik ben ervan overtuigd dat de ouders dat zeer op prijs zullen stellen!

maandag 18 december 2006

Cijfers

cijfers, cijfers en nog eens cijfersCijfers, cijfers en nog meer cijfers: ik ben er gek op! Ik vind het heerlijk om allerlei cijfers naast elkaar te zetten en te proberen om daarin trends te ontdekken. De laatste weken is er van alles verschenen: de ESA (Entertainment Software Association) publiceerde nieuwe getallen over de game-industrie, bij het SCP verscheen 'De tijd als spiegel', een publicatie over hoe Nederlanders hun tijd besteden, de Kaiser Family Foundation publiceerde 'Media multitasking amoung American Youth' en NewRulez (dochterbedrijf van Ilse Media, die zich bezighoudt met jongeren en marketing) onderzocht het mediagedrag en mediagebruik van jongeren in de leeftijd van 15 tot 24 jaar. Het verslag van dit onderzoek kan gedownload worden bij AG Rapportenservice.

Ik heb het nog niet allemaal even intensief bestudeerd, maar er is - zoals verwacht kon worden - een groot verschil in de kwaliteit van het cijfermateriaal. De cijfers van de ESA vind ik leuk, maar ik kan er verder weinig mee. Mijn grootste bezwaar tegen de getallen die ze publiceren, is dat ze het begrip 'games' niet inkaderen. Ze stellen dat in 69 % van de Amerikaanse huishoudens computer- of videogames (consolegames) worden gespeeld. Dat zijn indrukwekkende cijfers, maar het zegt mij niet zoveel: hebben ze het hier over de grote, commerciële entertainmentgames, of worden hier ook gratis (online) minigames als FreeCell of Tetris onder verstaan? En ik vind het leuk om te lezen dat 79% van de Amerikaanse gamers zegt gemiddeld 20 uur per maand te sporten, maar hoeveel uren sporten niet gamers in Amerika?

Heel anders is het rapport van het SCP. Op basis van die gegevens krijg je werkelijk inzicht in de veranderingen in de tijdsbesteding van de Nederlanders. Ik was erg enthousiast over de conclusies van het rapport waarin het SCP de aanbeveling doet om, gezien het veranderende mediagebruik in Nederland, informatievaardigheden op de maatschappelijke agenda te zetten. Weer een belangrijke organisatie die ervan overtuigd is dat de huidige maatschappij vraagt om aandacht voor deze vaardigheid!

Het onderzoek van New Rulez geeft mij vooral het beeld van jongeren die een groot deel van de dag contact hebben met anderen via allerlei digitale media. Ze brengen gemiddeld 2,7 uur door op internet, en hun favoriete tijdsbesteding is daar MSN'en (81% MSN't dagelijks). Daarna komt mailen: 70% van de jongeren tussen 15 en 24 jaar maakt dagelijks gebruik van mail. Maar ze leggen ook contact via hun eigen sites (22% is daar dagelijks mee bezig), via weblogs (11%) of Hyves (10%). 18% van de jongeren speelt dagelijks online games: wat natuurlijk ook een manier is om contact te hebben met anderen. En vlak daarnaast het gebruik van de mobiele telefoon niet uit: 98,3% van de jongeren heeft een mobiele telefoon, waarmee gemiddeld 24 minuten per dag gebeld wordt, en 4,7 sms'jes verzonden worden. Een druk bestaan!

De Kaiser Family Foundation ten slotte, heeft onderzocht of jongeren gebruik maken van meer media tegelijkertijd. De meeste (Amerikaanse) jongeren lijken dat te doen, maar uit het onderzoek blijkt dat er ook een aanzienlijke groep jongeren is (ca. 20% van de 8- 18-jarigen) die zelden tegelijkertijd van meer media gebruik maken. Grappig vond ik dat uit het onderzoek van NewRulez blijkt dat Nederlandse jongeren gemiddeld 2,5 uur de televisie aan hebben staan, maar dat ze gemiddeld maar 1,7 uur kijken. Ik ben wel benieuwd wat ze die 0,8 uur doen! Verder blijkt uit het rapport van de KFF dat de televisie bij Amerikaanse jongeren het favoriete medium is. Daaraan wordt door hen ca. 3 keer zoveel tijd besteed als aan de computer. In Nederland ligt dit, volgens NewRulez, anders: het gemiddelde aantal uren aantal uren dat de televisie aanstaat (2,5 uur) ligt iets lager dan het aantal uren dat jongeren op internet doorbrengen (2,7 uur) . Maar daarbij moet je dan nog wel bedenken dat ze niet alle uren ook werkelijk kijken naar televisie, en dat ze hier geen inzicht wordt gegeven in het aantal uren dat jongeren offline achter de computer doorbrengen. De verschillen zouden dus wel eens veel groter kunnen zijn!

Al met al dus weer een heleboel cijfers waar we ons voordeel mee kunnen doen, en .... weer een heleboel vragen die onderzocht kunnen worden!