Posts weergeven met het label mobiele toepassingen. Alle posts weergeven
Posts weergeven met het label mobiele toepassingen. Alle posts weergeven

dinsdag 14 juni 2011

Tablets: de killer-app in het onderwijs?

foto van een pot met tablets-pillenIn de vakantie was ik te gast bij Kennisnet, op De Verdieping, waar een bijeenkomst was over tablets in het onderwijs. Een interessante bijeenkomst met - zoals viel te verwachten - vooral fans van tablets en met name van iPads. Bijna alle aanwezigen hadden zo'n apparaat en er werd druk informatie uitgewisseld welke apps iedereen gebruikte.

Maar daar bleef het natuurlijk niet bij. We hoorden ervaringen uit de onderwijspraktijk van:
Ook makers van apps kwamen aan het woord. Er waren presentaties van:
Naast bovengenoemde presentaties waren er ook presentaties die niet direct vanuit de onderwijspraktijk kwamen, maar vooral gingen over de mogelijkheden van de iPad:
Uit alle verhalen werd duidelijk dat de iPad mogelijkheden biedt voor het onderwijs, zowel voor docenten als voor leerlingen. De iPad is een handig apparaat dat zich makkelijk laat meenemen en dat heel makkelijk in gebruik is. Bestanden kunnen op het apparaat zelf gezet worden of opgeslagen worden in de cloud en van daaruit benaderd worden. Je kunt het apparaat gebruiken als ebookreader: je ogen raken niet snel vermoeid en ook bij redelijk fel licht blijven teksten leesbaar. In tegenstelling tot ebookreaders kunnen teksten op de iPad verrijkt zijn met (kleurrijke) multimedia en hyperlinks naar aanvullende informatie op het web. En er zijn veel apps die mogelijkheden bieden voor (interactieve, mobiele) lessen, o.a. met behulp van de ingebouwde camera's, GPS-voorziening en bewegingssensor.

Maar is het de killer-app is voor het onderwijs? Kunnen scholen laptops, p.c.'s en mac's de deur uitdoen en vervangen door iPads?

Zover is het volgens mij nog lang niet:
  • de meeste apps zijn Engelstalig. Dat is niet echt een probleem als het gaat om creatieve applicaties (tekenen, foto- en filmbewerking, het maken van een animatie enz.) of om activiteiten waarin taal een beperkte rol speelt (het inoefenen van de tafels) maar het wordt lastig voor onderwerpen waarbij je wilt uitleggen hoe iets werkt en (bijna) onmogelijk als het gaat om vakken die in Nederland een andere inhoud hebben dan in het land van herkomst van de app (geschiedenislessen in Nederland zijn anders dan geschiedenislessen in de VS en dat geldt natuurlijk ook voor het leren van onze eigen taal),
  • de iPad is niet voorzien van een ethernet of usb-ingang. Om toegang te hebben tot internet en bestanden op te slaan in de cloud, moeten iPadgebruikers beschikken over een goed draadloos netwerk. De school kan natuurlijk zelf zorgen voor een goed werkend draadloos netwerk, maar daarmee is nog niet gegarandeerd dat de iPad ook thuis gebruikt kan worden door leerlingen en docenten.
  • op de iPad draait geen Flash en ook geen Java. Daarvoor zijn al wel een aantal tools beschikbaar en er worden steeds meer Flash- en Java-tools geprogrammeerd in HTML-5, maar het zal nog wel even duren voordat we net zoveel tools hebben in HTML-5 als we nu hebben in Flash en Java.
  • sommige webapplicaties zijn slecht tot niet bruikbaar op de iPad. Zo werkt de editor in LinkedIn niet goed, een blogpost schrijven in Blogger kan alleen met behulp van andere tools (zoals Blogsy) en menu's die werken met een mouse-over effect (sommige uitklapmenu's) zijn niet toegankelijk.
  • Typen op de iPad gaat redelijk maar het kost wel meer energie dan op een toetsenbord omdat je je hand niet kan laten rusten. Voor een kort mailtje geen probleem, maar wel lastig als je bijv. een werkstuk moet schrijven.
Ik denk dus dat we voorlopig in ieder geval nog geen afscheid kunnen nemen van de p.c./laptop/Mac. Ook op scholen waar alle leerlingen en docenten een iPad hebben zal behoefte zijn aan laptops, p.c.'s of Mac's. Om sites te bekijken die op de iPad niet te bekijken zijn, om met software te werken waarvan op de iPad alleen een versie beschikbaar is met beperkte mogelijkheden of om ontspannen een tekst te kunnen schrijven. En waarschijnlijk zullen die leerlingen en docenten ook thuis nog regelmatig gebruik blijven maken van hun 'oude' computer. Of scholen iPads gaan aanschaffen voor leerlingen en/of docenten is volgens mij dus geen vraag van óf het één óf het ander, maar van èn het één en het ander. De vraag is hoeveel scholen dat willen en kunnen betalen (kosten aanschaf en afschrijving hardware, ontwikkeling content, professionalisering) en organiseren (toegang tot volwaardig draadloos netwerk en liefst ook mobiele toegang, veilig en doelgericht gebruik internet als informatie-, communicatie- en creatiemedium).

Maar ik verwacht wel dat de tablets in toenemende mate een eigen plek gaan opeisen in het onderwijs. Als pen en papier, als middel om contacten te onderhouden met anderen (mail, MSN, Skype, Facebook enz.), om roosters en werk van leerlingen te bekijken, als werkboek en om snel het web op te gaan om iets op te zoeken of te bekijken. Voor mij is het in ieder geval, naast mijn oude vertrouwde p.c., een heel handig apparaat!

N.B. Tot slot voor wie op zoek is naar bruikbare apps voor iPod, iPhone of iPad nog een paar overzichten van apps (er zijn er nog veel meer, maar dit is een aardige start):
Afbeelding van adamwilson, gepubliceerd onder CC-by.


Get Microsoft Silverlight
Bekijk de video in andere formaten.

dinsdag 27 april 2010

Onderzoek location based learning & geschiedenisonderwijs dichtbij huis

Zo af en toe krijg ik een verzoek of ik mee wil helpen bij een afstudeeronderzoek, door mee te helpen zoeken naar geschikte literatuur, vragen te beantwoorden of mee te helpen zoeken naar experts. Als dat mogelijk is, help ik graag.

Daarom sta ik vandaag mijn blogruimte af aan Jan Willem Lutgendorff. Hij studeert aan de Pabo en is bezig met een afstudeeronderzoek. In zijn onderzoek wil hij een vergelijking trekken tussen de traditionele geschiedenislessen en de mogelijkheden van het location based learning. Voor zijn onderzoek wil hij leerkrachten een interview afnemen. In de tekst hieronder vertelt Jan Willem zelf waar zijn onderzoek over gaat, en welke informatie hij nodig heeft. ik hoop dat jullie zijn vragen willen beantwoorden!



In Layar wordt de Berlijnse muur
d.m.v 3D model weer teruggezet.
Screenshot LayarIn de afgelopen jaren hebben we verschillende pilots en projecten voorbij zien komen rondom location based learning. Met een smartphone de omgeving verkennen. In de publicatie ‘De wereld als Leeromgeving’ kijkt SURFnet terug op een aantal projecten. Het laat ons zien dat er zoveel mogelijk is met behulp van een smartphone en GPS ondersteuning. In de voorbeelden wordt ook beschreven hoe stimulerend het werkt op de leerlingen. Inmiddels zien we dat er nieuwe projecten worden uitgezet waarbij de mogelijkheden van location based learning worden uitgebreid. Het opgekomen augmented reality waarover Margreet eerder al geschreven heeft, kent verschillende mogelijkheden voor het onderwijs.

Zelf zie ik voor het geschiedenisonderwijs veel mogelijkheden met location based learning. Om historisch besef bij te brengen worden er bij de geschiedenisles beeldvormers gebruikt. Dit zijn bijvoorbeeld afbeeldingen, video’s of verhalen. Hoewel er een heel scala aan mogelijke beeldvormers is, worden ze lang niet altijd gebruikt in een reguliere les. Met de mogelijkheden van een smartphone kunnen leerlingen worden uitgedaagd om een interview af te nemen, het bezoeken van een monument en met de mogelijkheden van augmented reality kan het kasteel worden geprojecteerd op de plek waar vroeger een kasteel stond.

Waar ik als onderzoeker naar geïnteresseerd ben is of u als onderwijzer er klaar voor bent om met uw groep erop uit te gaan met smartphones. Het onderzoek richt zich ook op geschiedenisonderwijs. Welke beeldvormers gebruikt u in uw geschiedenisles? Ziet u het zitten om een met behulp van een GPS wandeling het thema ‘Tweede Wereldoorlog’ dichtbij huis te halen? Misschien wordt door location based learning geschiedenis opeens wel erg boeiend! Uiteindelijk hoop ik een conclusie te kunnen trekken waarbij ik niet alleen een beeld zal geven hoe het onderwijs de inzet van smartphones ziet maar ook de waarde van location based learning naar voren brengen met betrekking tot geschiedenisonderwijs.

Ik hoop dat u als lezer de enquête zou willen invullen, welke vijf minuten duurt. De enquête richt zich op de bovenbouw van het basisonderwijs (5-8). Juist naar uw praktijkervaring als leerkracht ben ik op zoek!
Klik hier voor de enquête. De uitkomsten zal ik met jullie delen via dit weblog!

woensdag 7 april 2010

Mobiele verkenningen

afbeelding logos Wikitude en GowallaIk heb het paasweekend onder andere gebruikt om eens te gaan experimenteren met een aantal programmaatjes voor 'augmented reality'. Met augmented reality programma's leg je bovenop de realiteit, een laag met extra informatie, bijv. een stukje tekst, een foto of zelfs een filmpje. Je kunt het vergelijken met wat je vroeger ook wel in boeken zag: een tekening waaraan je, door er een doorzichtige pagina overheen te leggen, een beeld opbouwde. De basistekening was bijvoorbeeld een afbeelding van het menselijk lichaam waarover je achtereenvolgens een pagina legde met daarop de luchtwegen, vervolgens eentje van de bloedcirculatie en ten slotte een afbeelding van de overige organen en de huid.

Augmented reality werkt eigenlijk op dezelfde manier, alleen is daarbij je onderste laag geen tekening, maar het beeld dat je ziet door de camera van je mobiele apparaat; meestal een mobiele telefoon. In die mobiele telefoon zit gps-software en een kompas. De gps-software maakt dat de software weet waar je bent; het kompas zorgt ervoor dat de software weet welke kant je opkijkt. Op basis van die informatie wordt informatie opgehaald uit een database. Als je dan door de lens van je camera kijkt wordt die informatie - als een transparante pagina - gelegd over het beeld dat je dan te zien krijgt. Het is dus niet zo dat de software het beeld herkent dat jij door je camera ziet. Dat soort software wordt overigens wel ontwikkeld, maar die wordt, voor zover ik weet, nog maar zelden gebruikt voor augmented reality programma's.

Er is inmiddels aardig wat software waarmee augmented reality wordt gecreëerd. Een heel enkele keer zie je over het beeld in je camera een afbeelding of een filmpje, zoals in dit filmpje, waarbij je door je camera ziet hoe vliegtuigen het WTC in vliegen. Maar meestal gaat het om teksten die geprojecteerd worden over een beeld: informatie over een buiten-kunstwerk, over een historisch gebouw, een bijzondere boom enz. Vanuit die tekst kan je dan soms doorklikken naar meer informatie op het web: een afbeelding, filmpje of een website.

Bij de eerste augmented reality programma's konden alleen ict-experts lagen maken en beschikbaar maken via internet. Maar tegenwoordig zijn er ook programma's waarmee iedereen dat kan doen. Ik heb het weekend zitten oefenen met Gowalla en Wikitude. Met allebei deze programma's kan je lagen maken die je aan een locatie koppelt. Bij Gowalla doe je dat via je mobiele telefoon; bij Wikitude maak je een laag op je computer. Het maken van zo'n laag is kinderlijk eenvoudig: je hoeft alleen de aanwijzingen op je telefoon of je computer op te volgen.

Ik zie in augmented reality prachtige voorbeelden voor het onderwijs. Voor de biologielessen kan je je leerlingen in groepen elk seizoen naar buiten sturen met de opdracht om in de omgeving te zoeken naar kenmerken van het seizoen vast te leggen (in tekst of beelden) en die in Gowalla of Wikitude op te nemen. In het daarop volgende seizoen lopen ze die route opnieuw en vergelijken ze wat ze zien met de vorige tocht, enz. Voor geschiedenis en de CKV-vakken kan je teams van leerlingen in tekst of beeld vast laten leggen wat in de omgeving te zien is. Aan die beelden koppelen ze ook opdrachten. Andere teams lopen die route en doen de opdrachten. Voor een vak als maatschappijleer kunnen leerlingen per wijk informatie opzoeken en in Gowalla of Wikitude vastleggen, bijvoorbeeld over de cultuur van een wijk, statistische informatie over aantallen bewoners, gemiddeld inkomen e.d., en je kunt ze op zoek laten gaan naar samenhang tussen verschillende soorten informatie. Dat zelfde geldt voor het vak aardrijkskunde: vraag leerlingen eens om de infrastructuur van de stad of het dorp te verklaren op basis van de informatielaag die de docent of een team van medeleerlingen heeft geplaatst in Wikitude. En je kunt voorafgaand aan een schoolreisje de leerlingen in Wikitude voor hen belangrijke plaatsen laten vastleggen die ze, als ze eenmaal ter plaatse zijn, gaan bekijken en van een ter plekke gemaakte foto gaan voorzien.

Is dit nu heel anders dan een ouderwetse speurtocht? Nee, niet echt, maar het voelt wel anders. Deels komt dat omdat je via Wikitude en Gowalla ook informatie ziet van andere gebruikers. Dat is natuurlijk een risico, omdat je niet weet wat anderen 'achterlaten' in die virtuele laag. Maar het plaatst je als leerling tegelijkertijd ook in de wereld, die groter is dan school. Wat Gowalla verder bijzonder maakt, is dat je kunt zien waar anderen hebben gelopen, en wie hebben ingecheckt op 'point of interest' die jij hebt toegevoegd. Bij Gowalla kan je ook 'trips' maken door een aantal points of interest samen te voegen en je kunt op je route virtuele items achterlaten, die door anderen opgepakt kunnen worden. En natuurlijk is het leuk om zo te spelen met je mobiele telefoon en een spoor achter te laten dat door anderen gevolgd kan worden. Ook daarbij is begeleiding belangrijk, want dat biedt allerlei contactmogelijkheden die niet altijd gewenst zijn, maar dat is een prachtige gelegenheid om te bespreken hoe je met dit soort dingen omgaat!

Prachtig spul, dus, die augmented reality programma's: nu alleen nog even zorgen dat scholen de apparatuur hiervoor in huis krijgen ;-)

maandag 29 maart 2010

Augmented reality en mobiel leren

Zo langzamerhand komen er steeds meer mogelijkheden om leren plaats te laten vinden in de omgeving waarover je leert. Leren over geschiedenis op de locatie waar je over leert, leren over weidevogels in de wei en leren over kunst in je eigen woonplaats als je daar bent. De echte werkelijkheid gecombineerd met een virtuele laag, wordt wel 'augmented reality' genoemd.

Ik heb zelf sinds kort het programma Layar op mijn telefoon. Daarmee worden over datalagen (layers) gelegd over wat je ziet door de camera van je mobiele telefoon. Zo zie je bijvoorbeeld door je camera een gebouw, en over dat beeld wordt een tekst geprojecteerd wat voor gebouw dat is, door welke architect het is ontworpen, in welke tijd enz. Je hoeft niet te wachten totdat je een object door je camera ziet: je kunt het programma ook gebruiken om uit te vinden of een object uit de datalaag die je bekijkt, zich in je omgeving bevindt. De software wijst je dan vervolgens de weg hoe je daar moet komen. De meeste layers zijn vooral aantrekkelijk voor privé-gebruik (welke huizen in de buurt te koop zijn, waar een supermarkt is, waar je in de buurt kunt uitgaan of eten enz.), maar er zijn ook al een heleboel layers die ook aantrekkelijk zijn voor het onderwijs, bijv. over schrijvers in Den Haag, kunst op straat in Nijmegen, belangrijke historische plekken (Canon) in Nederland, informatie over wat er te vinden is in het Kröller-Muller museum. De faculteit Informatica van de Universiteit Utrecht heeft, ontdekte ik, een datalaag gemaakt met daarin roosterinformatie voor studenten Informatica en Informatietechnologie. Wat daarvan het nut is, is me niet duidelijk; ik vermoed dat het een opdracht is geweest om studenten te leren werken met deze tool.

Maar mobiel leren blijft niet beperkt tot Layar: er zijn inmiddels veel meer programmaatjes beschikbaar die mobiel leren mogelijk maken. Vorige week publiceerde SURFnet/Kennisnet het verslag van een z.g. 'Technology Scout': een onderzoek naar beschikbare technologieën met augmented reality voor het onderwijs. Daarin vind je nog veel meer voor het onderwijs interessante programma's, zoals Pocket Universe (over de sterrenhemel), Juniao en Gowalla (waarmee je objecten kunt achterlaten op virtuele locaties, die door anderen opgepikt kunnen worden) en Wikitude (waarmee je zelf 'points of interest', voorzien van een korte tekst en een link, kunt plaatsen op de kaart, die door anderen gezien kunnen worden).

Ik realiseer me dat deze techniek nog voor lang niet iedereen binnen handbereik is. Voor veel van dit soort programma's heb je een iPhone of een mobiele telefoon met het Android besturingssysteem nodig. Dat zijn behoorlijk kostbare apparaten die niet iedereen zomaar kan aanschaffen. Bovendien heb je toegang tot internet nodig om dit soort programma's te kunnen gebruiken, wat natuurlijk ook niet iedereen heeft. Maar het werken met augmented reality wordt wel steeds meer realiteit: ik ben ervan overtuigd dat het mogelijkheden biedt en dat we binnen niet al te lange tijd veel mensen hiervan gebruik gaan maken. En ik hoop dat het onderwijs op tijd aanhaakt: leren in de omgeving zelf is leuk en voegt - bijna letterlijk - een dimensie toe aan leren in de klas. Ik ga zelf de komende tijd eens experimenteren met de programma's die worden genoemd in het rapport van SURFnet/Kennisnet. Met een beetje mooi weer lijkt me dat in ieder geval een prettige en heel gezonde activiteit ;-)


woensdag 16 december 2009

Leren met je mobieltje

De mobieltjes die we hebben, hebben steeds meer functies en er zijn steeds meer programma's die je op je mobieltje kunt zetten. Maar wat zijn de educatieve mogelijkheden van die apparaatjes? Om die vraag te kunnen beantwoorden breng ik eerst in kaart wat je in het algemeen met een mobieltje kan doen.
  1. De belangrijkste functie van een mobieltje is nog altijd communicatie: je kunt ermee bellen, sms'en, twitteren, foto's en video's versturen.
  2. Daarnaast bieden mobieltjes toegang tot internet. De groep jongeren die daartoe toegang heeft, wordt steeds groter. Van de jongeren tussen 12 en 15 jaar maakt 31 % gebruik van mobiel internet; van de jongeren tussen 15 en 25 geldt dat voor 49 %. gebruik van mobiel internet.
  3. Met een mobieltje kan je in beeld (foto, video) en geluid (mp3) vastleggen wat je ziet, doet en hoort.
  4. In steeds meer mobieltjes zit GPS en kompas ingebouwd. Daarmee kan je uitgezette routes volgen, waarbij je onderweg bestanden kunt bekijken waarin informatie over de omgeving te vinden is of opdrachten die je moet uitvoeren. Dat kan gaan om tekst, foto's of video die tevoren op je mobieltje is opgeslagen of om informatie die wordt opgehaald via internet.
Uitgaande van deze functies van mobieltjes kom ik op de volgende educatieve mogelijkheden:
  1. Communicatie:
    • in het klaslokaal: leerlingen/studenten kunnen stemmen op stellingen of de docent kan kennis toetsen door vragen te stellen die de leerlingen via hun mobiel (Twitter of SMS) beantwoorden. Met behulp van applicaties als SMS2vote en Poll Everywhere kunnen de uitkomsten van de stemming of van een vragensessie direct mooi grafisch weergegeven worden. Ook kunnen leerlingen met hun telefoon een klein onderzoekje doen, bijvoorbeeld door hun vrienden via SMS één of meer vragen voor te leggen.
    • buiten het klaslokaal: als leerlingen onderzoek doen buiten het klaslokaal kunnen ze contact leggen met school of met andere groepen leerlingen met behulp van hun mobiele telefoon. Zo kunnen verschillende groepen samenwerken aan één opdracht waarbij elke groep een deel van het onderzoek uitvoert. Denk daarbij bijv. aan onderzoek naar cultuur en kunst in verschillende wijken, veldonderzoek gecombineerd met onderzoek op internet, enz.
  2. Internet: mobiel internet biedt leerlingen de mogelijkheid om onderweg informatie op te zoeken, hun kennis te toetsen (bijv. met WRTS-mobiel). Als ze onderweg zijn naar school of naar huis of als ze, in opdracht van school, veldonderzoek doen, een museum verkennen of de architectuur in de stad in kaart brengen.
  3. Foto en video:
    • Bij onderzoek in het veld is het handig als je beelden kunt vastleggen: een plant die je niet kunt thuisbrengen, een inscriptie in een vreemde taal die je niet begrijpt, of een lied dat je hoort en waarvan je later de tekst nog eens wilt doorgronden. Met een foto- en videocamera leg je alles vast waardoor je het later nog eens kunt bekijken.
    • Handig is het ook om je eigen acties vast te laten leggen, bijv. tijdens een stage, een telefoongesprek dat je voert of een interview dat je afneemt. Wat je hebt gedaan kan je op school nog eens bekijken en voorleggen aan je medeleerlingen en/of je docent.
    • Je kunt (met een iPhone) video streamen en aanbieden waardoor mensen die niet bij de les kunnen zijn deze toch kunnen volgen.
    • Ook interessant is de mogelijkheid om mensen van buiten de school te betrekken bij een discussie die op school wordt gevoerd met behulp van een backchannel van bijv. Slandr, Jaiku of Tweetgrid. Met een backchannel kunnen mensen via Twitter of SMS reacties sturen op een live gestreamde presentatie of les. Deze berichten worden tijdens de presentatie getoond op een groot scherm waardoor de spreker of aanwezigen in de zaal hierop kunnen reageren.
  4. GPS en kompas: van GPS (en kompas) wordt gebruik gemaakt bij het maken van puzzel- en speurtochten zoals Frequentie 1550 en Codex Kit. Het maken van dit soort tochten is eenvoudiger dan je denkt. Leerlingen kunnen hier redelijk zelfstandig mee aan de slag, bijv. met het (gratis te downloaden) programma Mscape, al dan niet begeleid door Kunstgebouw, of met het Games Atelier dat Waag Society ontwikkelde. Maar er is ook kant-en-klare software waarvoor je niets hoeft te ontwikkelen. Met het programma Layar kan je een aantal bronnen doorzoeken op informatie die past bij de GPS-locatie (in combinatie met de kompasgegevens) waar je je bevindt. Zo kan je informatie ophalen uit wikipedia over de stad waar je bent, over waar in de buurt WiFi-spots zijn van Eduroam, of over moderne architectuur.
In dit overzicht heb ik bewust de ultra-mobiele laptops buiten beschouwing gelaten. Ik denk namelijk dat die geen extra mogelijkheden toevoegen aan dit overzicht omdat ze over het algemeen ongeveer dezelfde mogelijkheden hebben als mobiele telefoons. Maar er zijn veel meer mobiele apparaten die ik hier niet besproken heb: e-readers, mp-3 en mp4-spelers, gameconsoles: er zijn steeds meer apparaten die je onderweg kunt gebruiken. Ik vind zelf de mobiele telefoon het meest interessant omdat die zoveel verschillende functionaliteiten biedt. Ik realiseer me dat ik daarmee geen compleet overzicht biedt van mobiel leren maar alleen van leren met een mobiele telefoon.

Als iemand aanvullingen heeft op dit overzicht hou ik me aanbevolen!

Afbeelding van The Lightworks, gepubliceerd onder CC-by.

maandag 28 september 2009

Android van T-mobile

Klik hier om naar de website van Layar te gaanNa Pierre Gorissen en Renée Filius was ik aan de beurt om voor het SURFnet/Kennisnet Innovatieprogramma de T-Mobile Android telefoon te testen. Dat was best een lastige opgave omdat Pierre over de techniek mijns inziens alles al zo'n beetje heeft opgeschreven. Ik ga het hier dan ook niet hebben over de technische mogelijkheden maar in de toepassingsmogelijkheden die ik zie voor het onderwijs.

Om te kijken of het apparaat een functie kan hebben in het onderwijs ben ik op zoek gegaan naar 'apps': meestal kleine programmaatjes die je op je telefoon kunt gebruiken. Bij de iPhone ga je daarvoor naar App store van Apple (leuke alliteratie overigens ;-) ); voor Android telefoons ga je naar de Android Market. Zoals Pierre al aangaf is er een belangrijk verschil in hoe apps voor deze beide telefoons de markt bereiken: als je een app hebt gemaakt voor de iPhone moet die eerst goedgekeurd worden door Apple voordat die in de winkel komt, terwijl voor de Android iedereen die zonder toestemming van wie dan ook in de Android Market kan plaatsen. Je zou kunnen verwachten dat dit ertoe leidt dat de apps voor de Android van minder goede kwaliteit zijn maar dat heb ik niet kunnen constateren. Ik heb heel wat apps bekeken en de meeste werkten probleemloos.

Maar het zoeken naar apps is wel heel verschillend. Bij beide apparaten kun je de apps rechtstreeks via je telefoon downloaden. Maar voor een Android telefoon kun je wel een deel van het assortiment doorzoeken op de p.c maar daar is maar een heel klein deel van de apps te vinden die er zijn. Het totale aanbod van apps voor de Android is alleen te doorzoeken op je telefoon. En dat is behoorlijk lastig als je zoekt naar apps voor het onderwijs, want in de indeling in categorieën komt het woord onderwijs absoluut niet voor. Verder zijn de omschrijvingen van de apps heel beperkt: meestal niet meer dan 50 woorden. Voor screenshots word je verwezen naar de website van de ontwikkelaar; wel zijn de omschrijvingen die de makers van de apps voor de Android hebben gegeven aangevuld met de commentaren van de gebruikers.

Voor de iPhone kun je zowel op de telefoon als op in de webwinkel op je computer zoeken. Ik ben daar een voorstander van: op een groot scherm ga je toch veel makkelijker snuffelen naar een app die je kunt gebruiken dan op het kleine scherm van de iPhone. En als je in de store een app hebt gevonden kun je die eenvoudig op je telefoon opzoeken door de naam van de app in het zoekveld in te typen en dan de app te downloaden. Ook de apps in de iTunes app-store zijn ingedeeld in categorieën, waarbij de categorie één keer voorkomt als zelfstandige categorie en één keer als subcategorie onder de categorie Games. Je begrijpt dat het voor iemand die op zoek is naar apps voor het onderwijs veel makkelijker is om te zoeken in de app store van iPhone dan in de Android Market. Daarnaast zijn de omschrijvingen die je in de app store vindt véél uitgebreider dan in de Android Market en ze zijn voorzien van screendumps waardoor je heel snel een indruk krijgt van wat een app kan. Tot slot zijn er in de iPhone app store op dit moment veel meer apps te vinden dan in de Android Market, maar dat kan snel veranderen. Ik vermoed dat veel mensen zullen gaan ontwikkelen voor de Android omdat dat helemaal vrij gelaten wordt door Google èn dat heel veel ontwikkelaars voor de iPhone hun apps gaan ombouwen voor gebruik naar de Android.

Maar op dit moment is het niet zover. Ik heb naarstig gezocht naar appjes die ik voor het onderwijs zou kunnen gebruiken. Ik vond wat quizjes en dergelijke maar die zijn al op zoveel verschillende platforms en plekken te vinden dat ik dat geen enkele reden zou vinden om een Android telefoon in het onderwijs te gaan gebruiken. De enige app die ik echt wat vind toevoegen aan het onderwijs is Layar. Daarover is al heel veel geschreven dus ik denk dat de meeste mensen al wel ongeveer weten wat die doet.

Layar is een browser die bovenop de beelden die je ziet door de camera van je telefoon een extra laag met data legt. Als je je camera beweegt kun je bijvoorbeeld bij een huis zien of het te koop is en voor welk bedrag (informatie van de website Funda), welke voorstellingen worden gegeven in het theater dat je ziet (data uit de Uitagenda) of wat Wikipedia zegt over de omgeving die je bekijkt (bijv. over een rivier of over een plaats). Layar zou volgens mij een killer-app kunnen zijn voor het onderwijs. Stel je voor dat je in Amsterdam langs de Hollandse Schouwburg loopt en dat je ineens kunt lezen wat daar allemaal gebeurd is in de Tweede Wereldoorlog. Of dat je aan het wandelen bent op de Vaalserberg en op je telefoon leest hoe hoog die heuvel is en welke flora en fauna daar te vinden is. Of je komt tijdens je schoolreis door het dorp Terherne en je krijgt een fragment te lezen uit één van de Kameleonboeken.

Op dit moment zijn er ruim 100 layers toegevoegd aan de app Layar en het zullen er, daarvan ben ik overtuigd, nog veel meer komen. Binnen het onderwijs is SURFnet al aan het experimenteren met Layar: ze hebben sinds vorige week een layer waarmee te zien is waar de hotspots zijn van hun Eduroam netwerk. Ik hoop dat ze hun kennis gaan delen met allerlei organisaties die plaatsgebonden informatie hebben die interessant is voor het onderwijs: musea, archieven, bibliotheken, gemeentes enz. Hoe meer layers er komen, des te meer kansen voor het onderwijs om die informatie te benutten voor het onderwijs. En leren gaat nu eenmaal makkelijker als je ook in het 'echt' kunt zien!

Mijn conclusie voor de Android telefoon: voor de apps hoef je (nog) geen Android Phone te kopen, helemaal niet zolang hun collectie zo slecht ontsloten is. Alles wat op de Android te vinden is, is op andere platformen net zo goed of nog beter te vinden. Maar Layar is wel heel interessant en dat werkt alleen nog op een Android telefoon. Maar daarvoor zou ik de aanschaf van een Android telefoon wel kunnen overwegen als meer instellingen hun informatie via dat kanaal toegankelijk maken.

Demonstratie Layar Augmented Reality 3D op Picnic 2009 from MarketingFacts on Vimeo.

woensdag 13 mei 2009

Codex Kit: verhalen vertellen

Net voor de vakantie was ik bij de lancering van Codex KIT: een tool waarmee je locatiegebonden verhalen kunt vertellen. Codex Kit is gemaakt door Ranj en Hootchie Cootchie Mediacollectief die eerder Codex Kodanski maakten (de eerste educatieve location-based game), samen met Kunstgebouw die ook de verdere distributie verzorgt. Een locatiegebonden verhaal is een verhaal dat je ervaart (door het te beluisteren of te bekijken) in de omgeving waar het zich afspeelt. Bij Codex KIT gebeurt dit met behulp van een PDA en GPS, zodat je het verhaal door middel van geluid en beeld uit de PDA op de locatie zelf ervaart. In de vakantie mocht ik van de makers de tool uitproberen; hierbij mijn verslag.

Door het schrijven van zo'n verhaal kun je leerlingen een hoop kennis laten opdoen. Uiteraard leren ze ervan hoe je een verhaal kunt vertellen: welke structuren een verhaal kan hebben, hoe een plot zich kan ontwikkelen, wat een point of view is enz.

Om het verhaal te kunnen schrijven moeten leerlingen daarnaast ook kennis opdoen van de omgeving: heeft zich daar in het verleden iets afgespeeld, is er iets bijzonders te vertellen of te beleven daar, wonen er mensen met een inspirerend verhaal? De makers van de tool vertelden dat elke omgeving eigenlijk is opgebouwd uit een aantal 'lagen': je kunt kijken naar de geschiedenis van de omgeving maar ook naar de flora en fauna ervan, je kunt een verhaal vertellen dat zich afspeelt onder de grond (bedenk maar eens een leuk verhaal dat zich afspeelt in het riool van de stad) of een verhaal waarvoor je de statistische gegevens van de plaats benut.

Last but not least leren leerlingen hoe ze in hun verhaal beelden en geluiden kunnen verwerken, hoe je die kunt bewerken en welke effecten je daarmee kunt bereiken. Daarmee vergroten ze hun technische ict-vaardigheden maar ze worden er ook mediawijzer van.

De basis van de Codex KIT is het pakket Mscape dat je gratis kunt downloaden. Wat de makers van Codex Kit aan de software hebben toegevoegd is een handige digitale tutorial die de leerlingen stap voor stap door de software leidt, en - belangrijker - tips geeft hoe ze een goed (locatiegebonden) verhaal vertellen. Verder krijg je bij het pakket een kant-en-klare digitale kaart van je eigen omgeving die je kunt gebruiken om het verhaal te schrijven. De bijbehorende internetsite biedt erg veel mogelijkheden voor uitbreiding van de kennis over verhalen vertellen, geluid- en beeld bewerken en werken met Mscape.

Als je de Codex KIT bestelt krijg je een uitgebreidere versie van deze handleiding met complete lesprogramma's op 4 verschillende niveaus (een introductie van 1 lesuur, en lessen van 2 lesuren, van 3 tot 4 en van minimaal 6 lesuren. Daarbij komt dan nog het lopen van de wandelingen).

Wat ik sterk vind van de kit is dat het zich beperkt tot de basismogelijkheden van Mscape en de focus leggen op de (educatieve) mogelijkheden ervan. Voor de techneuten/informatica-liefhebbers onder ons is dat misschien jammer: er is nog véél meer mogelijk met het programma Mscape en al helemaal als je de allernieuwste (beta-)versie gebruikt. Maar daarmee is de kit wel heel interessant voor alle andere vakken, van biologie tot geschiedenis, van wiskunde tot Nederlands: je kunt met Codex KIT leren voor alle vakken en aangepast aan de tijd die je daarvoor hebt.

Tot slot: wat kost de Codex KIT en wat krijg je daarvoor? Alle informatie daarover vind je op de pagina voor docenten 'Codex KIT bestellen' en 'Het lespakket'.
Het totale Codex KIT pakket bestaat uit:
Een leskist met daarin:
  • 15 PDA’s met cradle, oplader en de benodigde software (al geïnstalleerd),
  • 15 koptelefoons,
  • 15 leerlingenhandleidingen.
Daarnaast krijg je een cd met bestanden (ook met een code te downloaden via de site)
  • Docentenhandleiding,
  • Codex KIT Tutorial waarmee de leerling door het project wordt geleid.
Op de cd staat ook MScape en Active Sync. Dat is handig omdat je dan de goede versie van het programma hebt en alles bij elkaar hebt maar die software is ook gratis te downloaden via de site van HP, de maker van het programma MScape.

Om de kit 2 weken in huis te hebben betaal je € 355,= (incl. € 60,= vervoerskosten). Voor elke week die je de kit langer in huis wilt hebben komt daar € 100,= bij. Een week voordat je de kit ontvangt krijg je toegang tot het downloadgedeelte van de site zodat je met je leerlingen alvast aan de slag kunt gaan met het verkennen van de software en misschien ook al een begin kunt maken met het verzamelen van materialen e.d. voor het schrijven van het verhaal.

Er is één minpunt: de kit kan op dit moment alleen nog besteld worden door scholen in Zuid Holland. Ik hoop dat die beperking er gauw afgaat want de Codex Kit is natuurlijk een prachtige kans voor alle scholen in Nederland!

dinsdag 7 april 2009

SURFacademy: Mobiel Leren

Van 13 tot en met 15 mei organiseren SURFfoundation en SURFnet een Spring Academy rond mobiel leren. De 'academy' wordt gehouden in het multimedialab van de Open Universiteit in Heerlen en richt zich op docenten, ICT&O deskundigen en onderwijskundigen uit het hele onderwijsveld (dus niet alleen het hoger onderwijs maar ook basis- of voortgezet onderwijs). De academy/cursus is echt gericht op de praktijk en is bestemd voor mensen die mobiele technologie graag in hun onderwijs willen toepassen en een overzicht willen krijgen van wat er allemaal mogelijk is en welke kansen dit biedt.

Op het programma staan lezingen van onderwijsinstellingen die al ervaring hebben met mobiele toepassingen in het onderwijs of die onderzoek op dit gebied uitvoeren. Ervaringen in het hoger onderwijs worden o.a. gedeeld door de Open Universiteit (Marcus Specht: Best practices en onderzoek aan de OU over de inzet van mobiele technologie in het onderwijs); Waag Society heeft met hun Games Atelier vooral ervaringen opgedaan in het voortgezet onderwijs. Ik denk dat juist deze mix van ervaringen kan leiden tot nieuwe inzichten en ideeën over hoe mobiel leren in het eigen onderwijs ingezet kan worden.

De deelnemers gaan ook zelf praktisch aan de slag: ze gaan met PDA’s de stad in, en er worden ‘oortjes’ uitgeprobeerd waarmee je bijvoorbeeld studenten/leerlingen op afstand kunt coachen. In het programma zal ook ruimte zijn om te werken aan een eigen concept voor de inzet van mobiel leren in het eigen onderwijs.

De kosten van de Academy zijn 150 euro, wat ik erg weinig vind voor het driedaagse (!) programma dat geboden wordt. Aanmelden kan hier. Ik heb me in ieder geval opgegeven: deze kans om mobiel leren van zoveel kanten te bekijken vind ik te mooi om te laten lopen!

woensdag 4 maart 2009

Gratis workshop mobiele games

Nu de sneeuwklokjes weer overal hun kopjes boven de grond steken trekt het mij steeds sterker om naar buiten te gaan. Heerlijk in de frisse lucht in plaats van in een afgesloten ruimte waar je geen vogels hoort zingen maar alleen maar het gezoem van de computer. Buiten leren is voor mij dan ook erg aantrekkelijk nu! Gelukkig heb je ook daarvoor allerlei ict-middelen en ook die moeten getest worden dus dat geeft me een goede smoes om achter de p.c. weg te gaan... ;-)

Een leuke manier om leerlingen buiten te laten leren is ze de opdracht te geven zelf een mobiele game te maken. De winst die dat oplevert is tweeledig: om de game te maken moeten de leerlingen buiten onderzoek doen en het eindresultaat van hun inspanningen is weer bruikbaar voor andere leerlingen. Denk bij mobiele games nou niet direct aan dure apparatuur en allerlei technische hoogstandjes: je kunt het net zo ingewikkeld maken als je zelf wilt en leerlingen hebben vaak zelf al de benodigde apparatuur in huis. Denk maar eens aan een mp3-speler: die hebben ze bijna allemaal. Met een mp3-speler en het programma Audacity kun je bijvoorbeeld een speurtocht maken naar allerlei historische plaatsen of naar interessante plekken in de natuur. Op de mp3 speler staan vragen die ze moeten beantwoorden door met hun mobieltje een sms'je te sturen naar de docent of naar een groep die een soortgelijke speurtocht loopt en de antwoorden nodig heeft om de eigen vragen te beantwoorden. Op die manier kun je ook allerlei competitieve en samenwerkingselementen in de opdracht brengen.

Wie de beschikking heeft over GPS-apparatuur op een Windows-Mobile systeem (veel moderne smartphones hebben dat) kan aan de slag met Mscape. Daarmee maak je een speurtocht die gebaseerd is op het GPS-systeem zoals ook wordt gedaan in allerlei routesystemen. Niet moeilijk om te doen (er is een uitstekende handleiding gemaakt door Fontys PTH), en wel heel leuk.

Ben je geïnteresseerd in de mogelijkheden van mobiele games maar weet je nog niet goed hoe je dat vorm moet geven of wat er mogelijk is, dan kun je je nu inschrijven voor een gratis workshop bij Stichting De Waag. De Waag is al lange tijd bezig met mobiele games. Dat begon met de pilot Frequentie 1550 waarna ze in de afgelopen jaren het Games Atelier hebben ontwikkeld waarmee leerlingen mobiele games kunnen maken met mobiele telefoons, internet en GPS. Die software is behoorlijk geavanceerd dus je kunt echt zien wat er al allemaal mogelijk is. In het kader van de prijsuitreiking van de wedstrijd Mobile Game Quest biedt De Waag docenten een gratis workshop aan om kennis te maken met de mogelijkheden van het Games Atelier. Ook kun je dan zien wat leerlingen met de software doen en je zo laten inspireren om het maken van een mobiele game in je eigen onderwijs te implementeren. Ik heb zelf al wat van de software gezien en het lijkt me verschrikkelijk leuk maar vooral ook een prachtige manier om onderwijs te geven. Ik hoop dus dat ik er zelf ook bij kan zijn!

woensdag 14 januari 2009

Cram: toetsen maken op je iPod


Ik ben al een tijdje de gelukkige bezitter van een iPod Touch. Niet omdat ik zoveel muziek beluister maar omdat het een leuk apparaat is om spelletjes op te spelen. Ik ben met name erg gecharmeerd van de ingebouwde versnellingsmeter waardoor je sommige spellen kunt aansturen door je iPod schuin te houden of ermee te schudden (of natuurlijk juist niet). Voor wie geen iPod Touch of iPhone heeft onderaan deze post een demo-filmpje.

Maar voor de iPod zijn ook talloze onderwijstoepassingen (edu-apps) verkrijgbaar. Vooral op basisschoolniveau zijn leuke applicaties te vinden om mee te leren tellen, spellen, tekenen enz. Maar ook voor het voortgezet onderwijs zijn er mooie applicaties, bijv. applicaties over het menselijk lichaam e.d. Helaas zijn de edu-apps bijna allemaal Engelstalig waardoor ze maar heel beperkt bruikbaar zijn voor het Nederlandse basis- en voortgezet onderwijs. Maar nu heb ik er een paar te pakken waarmee je tests met multiplechoicevragen kunt maken op je computer die je dan via je iPod kunt (laten) spelen. Niet heel erg spannend dus, maar ik denk dat het toch best leuk is als je dit soort zaken kunt aanbieden aan je leerlingen om een keer extra te oefenen met de leerstof. Voor als ze in de bus zitten en toch nog even willen oefenen voor hun repetitie, of om leerlingen de mogelijkheid te geven te testen of ze de stof voldoende begrijpen enz. Je kunt zelf de vragen maken maar je kunt ook (groepjes van) leerlingen vragen om zelf vragen te bedenken en daarbij de antwoorden in te voeren. Als je daarbij dan de opdracht geeft dat ze maximaal 30% weetvragen mogen stellen, en dat ze bij 40% van de vragen moeten laten zien dat ze inzicht hebben in de stof en de overige 30% dat ze het geleerde kunnen toepassen dan zullen leerlingen van die exercitie al heel veel leren. Door de ingeleverde vragen samen te voegen hebben leerlingen - als het goed is - voldoende vragen om hun kennis en inzicht te toetsen en als docent houd je er een leuke serie vragen aan over die kan dienen als basis van deze of volgende repetities.

Ik heb verschillende tools gevonden waarmee je tests kunt maken maar de meest gebruiksvriendelijke vond ik Cram. Ik heb de software op mijn iPod gezet en vervolgens op de computer vragen gemaakt. Je kunt je vragen delen met andere gebruikers van Cram. Er staat nu nog niet veel in de bibliotheek maar de software is natuurlijk nog vrij nieuw (net als overigens het bredere gebruik van de iPod) dus dat is niet zo verbazingwekkend. Handig van Cram vind ik dat je er mc-vragen als Flashcards mee kunt maken (kaarten met op de ene kant de vraag en de andere kant het antwoord).

Cram kost € 6,95 dus dat is voor de meesten wel op te hoesten. Nu de iPod nog.... ;-)

woensdag 19 maart 2008

Subsidie voor mobile-learning projecten

Naar de site over mobielleren van SURFnet/KennisnetZo langzamerhand komen er steeds meer mobiele diensten. Kon je aanvankelijk met je mobieltje alleen een tekstberichtje versturen (1979), tegenwoordig kun je er veel meer mee. Plaatjes versturen, mail ophalen en versturen, internetten, met behulp van gps en internet achterhalen welke restaurants er zijn in de omgeving waar je bent op dat moment, een mobiel spel spelen (met behulp van gps en sms) en betalen. En dan heb ik het nog niet over de mogelijkheden van het maken van podcasts en vodcasts, het stemmen met je mobieltje en (dat schijnt in opkomst te zijn) het gebruik van je mobieltje als afstandsbediening.

Ook binnen het onderwijs wordt gekeken naar de mogelijkheden van mobiele apparaten. De Waag ontwikkelde al in 2005 het spel Frequentie 1550 en er zijn scholen die hun roosters versturen per sms, of sms'jes versturen naar leerlingen en studenten over allerlei (andere) zaken.

Ook SURFnet en Kennisnet zijn bezig om de mogelijkheden te onderzoeken van mobiele applicaties in het onderwijs en welke rol zij daarin kunnen vervullen. Ze doen daarom een oproep aan scholen voor hoger onderwijs om projectvoorstellen in te dienen. Onderwijsinstituten kunnen subsidie aanvragen voor een project waarin ze zelf in de dagelijkse onderwijspraktijk experimenteren met de mogelijkheden van mobile learning en op basis van een gelijktijdig uitgevoerd onderzoek de leerervaringen hiervan vastleggen en verspreiden. De regeling is bedoeld voor alle HBO en WO onderwijsinstellingen in Nederland en breedbandscholen en clusters van breedbandscholen. Het maximale subsidiebedrag is € 35.000,=.

Ik kan zo een heleboel dingen bedenken die me de moeite van het onderzoeken waard lijken. Natuurlijk het ontwikkelen en gebruiken van mobiele games, maar ook het gebruik van gps voor aardrijkskunde, toegang bieden tot de elo via de mobiele telefoon, het maken van soundwalks (met behulp van gps en mp3-spelers) e.d. om de mogelijkheden van een gebied te leren kennen, de mogelijkheden van umpc's bij gedigitaliseerd onderwijs, het afnemen van een toets via mobiele apparaten, het gebruik van een mobieltje als stemkastjes tijdens een college, contacten met experts via mobiele apparaten, werken met Shotcodes enz. Er zijn mogelijkheden genoeg voor leuke en boeiende projecten, lijkt mij.

Een aanvraag indienen kan door een aanvraagformulier op te vragen. Hoe dat moet kun je vinden op de site Mobieleonderwijsdiensten.nl. Let op: de deadline voor het indienen van de aanvraag is 1 april (geen grapje!). Een leuk klusje voor de paasdagen misschien. 't Schijnt niet te best weer te worden ;-)

Ter inspiratie hieronder de presentatie van Tomi T. Ahonen, een Finse goeroe op het gebied van mobiele diensten, gegeven tijdens een bijeenkomst van Mobile Mondays in september 2007.

vrijdag 8 februari 2008

Shotcode

Gisteren kreeg ik een uitnodiging om in de betatest te gaan experimenteren met Shotcode. Shotcode kun je zien als een soort barcode die verbonden is aan een website. Als je de barcode inleest, kom je terecht op de website. Het leuke van een shotcode is dat je daarvoor geen speciale barcode/shotcode-lezer nodig hebt, maar dat je die uitleest met je mobieltje. Je hebt daarvoor wel speciale software nodig, maar die kun je gratis downloaden.

Shotcodes worden bijvoorbeeld gebruikt als reclamemiddel. Je maakt een foto van een shotcode op een billboard en je komt direct terecht op de juiste website. Een makelaar kan een shotcode zetten op een aanplakbiljet bij een huis dat te koop staat. Handig: je hoeft dan alleen maar een foto te maken van de shotcode en je komt op de website van de makelaar waar je ziet wat het huis kost, hoe het interieur eruit ziet enz.

Volgens mij zijn shotcodes ook erg leuk om te gebruiken bij de introductie van nieuwe leerlingen/studenten. Her en der in de school hang je affiches met daarop shotcodes. Met behulp van die codes kun je via een website opdrachten geven aan nieuwe leerlingen of juist antwoorden geven op vragen die tijdens de introductie gesteld zijn. Een soort speurtocht door de school, maar dan wel met moderne middelen. Dat hoeft niets te kosten: een shotcode kun je gratis aanmaken bij Shotcode.org (het gratis zusje van Shotcode.com) dus je hoeft alleen de software te laten downloaden door de bezoekers. Ze moeten dan wel mobiel internet hebben op hun telefoon en dat heeft natuurlijk niet iedereen.

Wie bereid is om te investeren kan voor de school een aantal mobiele telefoons aanschaffen, die te voorzien van mobiel internet en ze uit te lenen aan de bezoekers. Succes gegarandeerd! Als je een telefoon met GPS-voorziening hebt kun je die ook gebruiken voor het programma Mscape waarmee leerlingen makkelijk een educatieve game voor buiten kunnen maken (zie mijn blogpost van oktober vorig jaar). Ook De Waag is bezig met allerlei mobiele applicaties waarbij gebruik gemaakt wordt van mobiele telefoons met GPS-voorziening zoals in het Gamesatelier en Mobile Math en TNO heeft het spel Triangler. De laatste toepassingen zijn nog niet voor breed gebruik beschikbaar maar het laat wel zien dat mobiele middelen steeds meer ingezet kunnen worden als onderwijsmiddel. Het werken met Shotcodes kan de eerste stap zijn voor een school om location-based-learning aan te bieden!