Posts weergeven met het label natuurkunde. Alle posts weergeven
Posts weergeven met het label natuurkunde. Alle posts weergeven

vrijdag 5 oktober 2012

Lesideeën bij Dingen om te doen en voor een studiemiddag

Ik had beloofd dat ik deze week een blogpost zou maken bij één van de activiteiten in het project 'Dingen die je kan doen'. Bij deze. Ik heb een activiteit gekozen die nu uitgevoerd kan worden: glijden van een (modder)glijbaan. Zo wordt regen toch nog leuk ;-)

Ik ga in deze blogpost niet alle tips beschrijven: het document met alle lestips kan je vinden via de wiki van Dingen om te doen. Er zijn overigens al veel meer documenten beschikbaar, maar nog niet alles is zover als ik het zou willen hebben. Daar ben ik nog wel een tijdje mee bezig. Maar kijk gerust wat al wel online staat.

Wat me elke keer weer opvalt als ik op zoek ga naar lesideeën bij de activiteiten, is dat er bij alles wat kinderen doen wel aanknopingspunten te vinden zijn voor de les. Niet altijd is het voor de hand liggend: hoe ga je in de les in op een verhaal van een leerling die een (geheime) club heeft opgericht en wat doe je als een leerling verteld heeft dat hij in het weekend van een hoog duin is afgerold

Het vraagt allemaal wat denkwerk, maar als je een keer aan het zoeken bent geslagen, kom je vaak van het ene op het andere onderwerp. Ik vind het zelf heel inspirerend om zo door te denken over de mogelijkheden van de verschillende activiteiten en het maakt dat ik steeds vaker ook bij andere dingen die ik doe of zie nadenk over hoe ik daarop zou kunnen aansluiten in de les.

Het lijkt me daarom een zinvolle activiteit voor een studiemiddag in het basisonderwijs: bedenk bij 3 willekeurig gekozen activiteiten lessen voor de onder-, midden- en bovenbouw voor de verschillende vakken. Wedden dat je daarmee je creativiteit stimuleert ook voor de andere lessen?

maandag 12 maart 2012

Verhalen vertellen

Verhalen van leerlingen kunnen een prachtige bron zijn voor de les. Een verhaal over een uitstapje naar het bos kan gebruikt worden voor een biologieles, een verhaal van opa of oma voor een geschiedenisles, de nieuwe fiets die een leerling heeft gekregen kan gebruikt worden voor een les over afstanden enz. Elk eigen verhaal biedt kapstokken voor onderwijs dat aansluit bij de leefwereld van de leerling.

Er zijn verschillende manieren om kinderen verhalen te laten vertellen. Op bijna alle basisscholen wordt wel iets gedaan aan kringgesprekken waarin de leerlingen vertellen over wat ze in het weekend of in de vakantie hebben gedaan. De verhalen kunnen dienen als basis voor één of meer lessen, maar je kan leerlingen ook vragen om een verhaal te bedenken naar aanleiding van een les. Bijvoorbeeld een verhaal dat zich afspeelt in het land of het tijdperk waarover ze les hebben gehad, een verhaal waarin verteld wordt over een proefje of de resultaten van een onderzoek dat ze hebben gedaan, een verhaal waarin ze hun eigen visie geven over een onderwerp dat besproken is in de les etc.

Verhalen kunnen gewoon verteld worden, maar je kan ook verhalen vertellen in beelden. Deze week een tweetal tools om verhalen te vertellen in beelden: in de vorm van een animatie of een fotoverhaal. Niet alleen voor leerlingen in het basisonderwijs, maar ook voor leerlingen in het voortgezet onderwijs.

Om te beginnen wat ideeën voor verhalen:
  • een verhaal over iets wat de leerlingen in het weekend/in de vakantie hebben gedaan,
  • een verhaal over een droom die ze hebben, een doel wat ze willen bereiken,
  • een verhaal over zichzelf in de toekomst,
  • een verhaal over een held,
  • een verhaal over een fantasiedier, een fantasieland,
  • een verhaal over zichzelf in de geschiedenis (als ridder, als Romein, Griek, Noorman, enz.),
  • een verhaal over hoe de wereld er uitziet over 100 jaar, enz.
Door het vertellen van verhalen wordt de woordenschat van leerlingen vergroot, ze leren over oorzaak en gevolg en je kan ze vertellen over zaken als tijdsduur (versnelling, vertraging, tijdsprong) en tijdsvolgorde (flashback, flashforward en chronologie), over beeldtaal (compositie, kleurgebruik en belichting, perspectief) en over zaken als privacy, beeldrecht en auteursrecht.

Natuurlijk kan je leerlingen 'gewoon' laten vertellen over hun verhaal, maar door ze een animatie of film van hun verhaal te laten maken zijn ze intensiever bezig met de taal en met het onderwerp van hun verhaal. Daarnaast biedt het de mogelijkheid om ze samen aan de slag te laten gaan, projectmatig te werken en dus te plannen en te organiseren.

Het maken van een animatie of video kent altijd de volgende stappen:
  1. Bedenk het verhaal,
  2. Maak een storyboard waarin je in de vorm van tekeningetjes per scene kort noteert wat er gebeurt en wat je te zien krijgt,
  3. Verzamel of maak attributen: kleifiguren, legopoppetjes of andere figuren, requisiten, een decor enz. Als een animatie of fotoverhaal wordt gemaakt van tekeningen, dan kan deze stap natuurlijk overgeslagen worden.
  4.  Maak de beelden. Als je een animatie wilt maken, kan je de beelden maken met een speciaal animatieprogramma, zodat je de beelden niet later in dat programma hoeft te importeren,
  5. Voeg de beelden samen tot een animatie of fotoverhaal in een video-editor of animatieprogramma.. Voeg eventueel muziek of speciale effecten toe.
Heel belangrijk is het om het maken van de animatie of het fotoverhaal goed te plannen. De meeste leerlingen zullen daarbij  hulp nodig hebben. Geef per stap aan wat de leerlingen moeten opleveren, bijv.:
  1. de opzet van het verhaal: wie zijn de hoofdpersonen, waar speelt het verhaal zich af, welke problemen moeten overwonnen worden,
  2. een storyboard met tenminste 5 scènes en per scène een beschrijving van de benodigde attributen,
  3. een foto van de attributen die verzameld zijn, 
  4. de tekeningen en/of foto's die gebruikt worden voor het fotoverhaal of de animatie,
  5. de animatie/het fotoverhaal.  

Maak gebruik van lesmaterialen die anderen hebben gemaakt, zoals bijv. deze lesbrief van OBS Merenwijk, waarin leerlingen leren een film te maken. Begeleid en beoordeel het werk van de leerlingen per stap. Dat hoef je als leerkracht natuurlijk niet alleen te doen: je kan ook de leerlingen elkaars werk laten bekijken en om feedback vragen.

Morgen en overmorgen aandacht voor tools waarmee je dit soort verhalen kan maken: een animatietool en een tool om fotoverhalen mee te maken, met bij elk een handleiding. 


Afbeelding van jaci XIII, gepubliceerd onder CC-by-nc-sa.

maandag 10 oktober 2011

Je leert het met muziek

Er is veel onderzoek waaruit blijkt dat muziek een bijdrage kan leveren aan onderwijs. En het is dan ook niet voor niets dat er op veel scholen lekker gezongen wordt met de leerlingen. En dat creativiteit van belang is maar op scholen soms in de verdrukking komt: daar is ook weinig onenigheid over. Als je die twee zaken met elkaar wilt combineren, muziek en creativiteit, dan kom je al gauw uit bij muziek componeren. Dat lijkt ingewikkeld en ik ken dan ook weinig scholen waar kinderen hun eigen muziek componeren, maar met Isle of Tune, een nieuwe app voor de iPad, is dat wel mogelijk en verschrikkelijk leuk!

Isle of Tune is een 'spel' waarbij je wegen aanlegt waar je autootjes overheen kan laten rijden. Langs de wegen plaats je bomen, plantenbakken, huizen, verkeersborden en lantaarnpalen. Elk object koppel je aan een noot die op een instrument wordt gespeeld of een geluidseffect. Met bruggen kan je het autootje lang of kort laten stoppen. Wanneer het autootje langs een object rijdt, klinkt de toon die het object vertegenwoordigt. Zo kan je eenvoudige melodietjes laten klinken, maar ook (ingewikkelde) songs. Je kan één weg maken, maar ook een aantal wegen, en je kan één autootje laten rijden, maar ook een aantal autootjes tegelijkertijd.

Het is erg verslavend om met Isle of Tune te spelen. Noten lezen is een behoorlijk abstract iets: door een melodie weer te geven als een weg wordt het veel concreter. Daardoor maak je met deze app al gauw eenvoudige 'liedjes'. Ben je eenmaal zo ver dat je je eerste liedje hebt gemaakt, dan kan je van daaruit steeds nieuwe dingen/tonen toevoegen, al is het maar een tweede, gelijke weg waarmee het door jou gecomponeerde liedje ineens als canon te beluisteren is.

Ik zou kinderen graag met Isle of Tune laten werken. Ze kunnen er hun creativiteit en hun muzikaliteit mee ontwikkelen. Wil je Isle of Tune gebruiken voor de basisvakken, denk dan eens aan taal (poëzie) en aan rekenen. Hoeveel kwart-noten gaan er in een halve noot?? Je kunt Isle of Tune natuurlijk ook gebruiken om uit te leggen hoe geluid tot stand komt, en hoe de verschillende instrumenten geluidsgolven produceren. Je leert het met muziek!

p.s. Denk nu niet dat muziek maken met Isle of Tune alleen is weggelegd voor bezitters van een iPad. Het spel bestaat al veel langer op het web, dus iedereen kan ermee aan de slag!

dinsdag 28 juni 2011

Natuurkunde-apps voor de iPad

screenshot app WindtunnelAl eerder schreef ik over de iPad en andere tabletcomputers dat volgens mij die apparaten voorlopig nog niet de laptops of macs uit de scholen zullen laten verdwijnen. Eén van de redenen daarvoor is dat er nog maar weinig Nederlandstalige apps zijn.

Dat is natuurlijk vooral een probleem als die apps vooral op tekst gebaseerd zijn, iets wat helaas nog maar al te vaak het geval is. Jammer, want ik denk dat voor het onderwijs juist de interactieve mogelijkheden van de tablet meerwaarde kunnen bieden ten opzichte van software op laptops en desktopcomputers. Daarop draaien wel meer applicaties (vaak gemaakt in flash of java, waardoor ze niet op een iPad te zien zijn), maar die moet je bedienen met een muis en een toetsenbord waardoor je toch meer afstand houdt tot wat er op het scherm gebeurt. Het doen van bijvoorbeeld een proefje met zo'n applicatie kan je daarom gevoelsmatig niet vergelijken met het doen van een proefje in het echt.

Eén van de vakken waarvoor ik relatief veel interessante (lees: interactieve) content vond, is natuurkunde. De nadruk ligt daarbij op het gebruik maken van verschillende krachten. Maar er zijn ook wat andere mogelijkheden. Hieronder een aantal natuurkunde-apps voor de iPad die ik heb uitgeprobeerd:

  • Touch Physics: een spel waarbij je de zwaartekracht moet gebruiken om een bal naar een bepaald punt te laten vallen, rollen of stuiteren. Je kunt ook je eigen levels maken, waarbij je je eigen hindernissen kunt tekenen.
  • TinkerBox: een uitgebreide variant op het al oude spel Crazy Machines. Ook bij dit spel moet je een bal naar een bepaald punt brengen, maar in dit spel maak je niet alleen gebruik van de zwaartekracht maar ook van veren, scharen, transportbanden en nog veel meer.
  • Rafter HD: in dit spel moet je een object (rechthoek of cirkel) tekenen om daarmee een bal te laten exploderen. Daarbij maak je gebruik van de zwaartekracht (je bepaalt zelf de grootte van het object dat je laat vallen), een zijwaartse kracht (lucht), de snelheid waarmee het object valt en botsingen waarbij je zelf bepaalt met hoeveel kracht het object terugstuit vanaf de ondergrond.
  • Isaac Newton's Gravity HD: ook weer een game waarin je de zwaartekracht en verschillende objecten moet gebruiken om een bal naar een bepaald punt te brengen.
  • Bubble Ball: idem, maar wel eenvoudiger dan bovengenoemde spellen. Bijzonder: het spel is gemaakt door een 14-jarige jongen in de VS.
  • Building Parallel Circuits: een app waarmee je 6 parallelle stroomkringen moet maken. Daarbij wordt in korte teksten en animaties uitgelegd hoe de stroom loopt in een parallelle stroomkring, er is een docentenblad en een korte toets over de werking van de circuits.
  • Building Serial Circuits: idem, maar dan voor seriële stroomkringen.
  • Xperica:een app om proefjes te doen over:
    • de Wet van het behoud van Moment,
    • weerstand in een serieschakeling,
    • het kookpunt van water,
    • harmonische trillingen,
    • uitzetting van metalen,
    • slingerbeweging,
    • kogelbaan,
    • katrollen,
    • waterdruk,
    • Wet van Archimedes.
  • Vernier Video Physics:een app om video's te analyseren, bijv. de snelheid waarmee een bal wordt gegooid. Zie ook onderstaande video.
  • Mechanics:korte uitleg met simulaties over belangrijke begrippen op het gebied van:
    • kinematica,
    • dynamica,
    • energie,
    • moment,
    • rotatie,
    • zwaartekracht.
  • Wind Tunnel: een simulatie van een windtunnel. Je kunt in de windtunnel o.a. verschillende objecten plaatsen, de druk in de windtunnel verhogen en rook toevoegen.
  • Electrostatics: een simulatiegame over elektrostatica en de Wet van Coulomb. Dit spel kan overigens ook op internet gespeeld worden,
  • Coolheat (van dezelfde hand als Electrostatics): een simulatiespel over kinetische gastheorie,
  • Bouncyblue (ook weer van dezelfde maker): een simulatie waarmee je ballen (deeltjes) kunt tekenen die met verschillende snelheid bewegen over het scherm. Volgens de beschrijving van de app o.a. bruikbaar voor demo's over de dichtheid van gassen, Brownse beweging en nog veel meer (maar daarvoor reikt mijn natuurkundige kennis niet ver genoeg).
Al met al aardig wat mogelijkheden voor de natuurkundeles, lijkt me!


dinsdag 24 mei 2011

Physion: simulaties voor natuurkunde maken of gebruiken

screenshot logo PhysionHet is alweer heel wat jaartjes geleden dat ik natuurkunde had en ik ben dan ook veel vergeten van die lessen. Maar één les heb ik nog scherp op het netvlies staan: de les waarin de leraar vertelde over behoud van impulsmoment. Dat ik die les onthouden heb is omdat de docent daarin liet zien wat het verder nogal abstracte begrip inhield door op een draaistoel te gaan zitten en zich daarop rond te laten draaien, waarbij hij afwisselend de benen en armen strekte en boog. Het was niet zo sierlijk als de pirouette van een kunstschaatser, maar het maakte op mij in ieder geval wel zoveel indruk dat ik de les - en de wet van behoud van impulsmoment - tot op de dag van vandaag heb onthouden. Ook al heb ik misschien niet alle finesses van de wet doorgrond: mijn interesse was zeker gewekt en nog altijd zal je mij met fascinatie zien kijken naar een gyroscoop of een Powerball die door sommigen wordt aangeraden als middel tegen RSI/CANS.

Maar niet iedere docent zal het leuk vinden om zo op een stoel rond te draaien. En soms heb je meer nodig om te laten zien hoe iets werkt. Een prachtige tool om natuurkunde-simulaties te maken is Physion. Met Physion kan je allerlei mechanicawetten demonstreren: wrijving, zwaartekracht, hoeksnelheid enz. Je kunt met Physion objecten maken met verschillende vormen, waarbij je vervolgens aangeeft wat de natuurkundige eigenschappen zijn daarvan, bijv. hoe zwaar dat object is, wat de wrijvingscoëfficiënt is of (bij een veer) wat de veerconstante is. Als je Physion download krijg je een bibliotheek met een aantal bruikbare simulaties voor de wiskundeles. Je kunt die simulaties bewerken of natuurlijk heel nieuwe simulaties maken.

Je kunt Physion gebruiken als docent om iets te laten zien, maar nog leerzamer is het als je leerlingen vraagt om zelf een simulatie te maken met Physion. Het programma is niet moeilijk in gebruik; wel zal het voor sommige leerlingen makkelijk zijn als de in het programma gebruikte Engelse termen vertaald worden naar het Nederlands.

Als je leerlingen hebt die handig zijn met programmeren, dan kan je ze ook laten werken met de scriptingtaal van Physion. Ga eens praten met de informaticadocent (als je school dat vak aanbiedt): misschien zijn er leerlingen die als eindopdracht voor dat vak je kunnen helpen bij het maken van een serie simulaties. De tool biedt heel veel mogelijkheden (zie bijv. ook dit filmpje over het maken van een simulatie van magneten m.b.v. Physion), dus als je de goede mensen bij elkaar brengt, dan zijn de mogelijkheden legio.

Jezelf als demo neerzetten van een natuurkundewet blijft voor mij de meest aansprekende manier om je les te illustreren, maar als dat niet mogelijk is dan is Physion een goed alternatief ;-)

woensdag 27 april 2011

Leerlingen leggen uit hoe het moet

Op menig school zijn tegenwoordig digiborden te vinden. Vaak worden die borden vooral gebruikt om te werken met door de uitgever van de lesmethode ontwikkeld leermateriaal, om filmpjes te laten zien of zelfs alleen maar als 'wit schoolbord'. Jammer: er zijn zoveel meer mogelijkheden met zo'n bord.

Een van de mogelijkheden die een digibord biedt is het maken van (korte) filmpjes (screencasts) waarin je voordoet hoe een bepaald probleem (meestal een berekening, bijv. voor wiskunde, economie, natuurkunde of scheikunde) wordt opgelost. Die filmpjes bewaar je in de ELO van de school, zodat de leerling die altijd terug kan vinden. Makkelijk wanneer je de stof even terug wilt halen of een deel van de uitleg in de klas hebt gemist.

Erg moeilijk is het maken van zo'n filmpje niet: terwijl je de berekening op het bord voordoet, vertel je wat je aan het doen bent. Met het digibord neem je zowel de spraak op als de acties die je doet op het digibord. In feite kan je dit soort filmpjes maken tijdens de les. Dat levert natuurlijk niet het beste resultaat op, omdat je tijdens de uitleg vaak ook nog allerlei andere dingen vertelt, vragen beantwoordt van leerlingen en/of leerlingen tot orde maant. Het beste resultaat bereik je door buiten de les om aan de slag te gaan, al dan niet met een tevoren uitgeschreven script.

Op het web zijn heel veel van dit soort instructiefilmpjes te vinden, gemaakt met een digibord of - nog eenvoudiger - met een p.c., eventueel gecombineerd met een tekentablet. Zoek maar eens op het woord 'mathcast' en laat je verbazen door de hoeveelheid resultaten.

Voor leerlingen is het prettig om op die manier nog even de door jou gegeven uitleg terug te kunnen halen. Maar je kunt het ook anders aanpakken: je kunt de leerlingen vragen om zelf dit soort filmpjes te maken. Dat is gedaan in Mathtrain, een project van Eric Marcos, docent op de Lincoln Middle School in Santa Monica in California. Op zijn site verzamelt hij niet alleen door hemzelf gemaakt mathcasts maar ook mathcasts van zijn leerlingen. Dat zijn er op dit moment al meer dan 100!

Door zelf uitleg te geven, gaan de leerlingen echt de diepte in met het onderwerp. Immers: om de stof uit te kunnen leggen, moet je die optimaal beheersen. Een ander effect van het laten maken van dit soort filmpjes staat niet beschreven op de site, maar lijkt mij zeker niet onbelangrijk.

Daarvoor maak ik een uitstapje naar het reilen en zeilen mijn eigen gezin een aantal jaren geleden toen mijn kinderen tot 'taak' kregen om om elke week een maaltijd te maken voor het gezin. Daarmee leerden ze niet alleen hoe ze moesten koken, maar ook dat koken niet altijd leuk is en dat de resultaten niet altijd gewaardeerd worden. Sinds die tijd was er heel wat meer begrip voor als de maaltijd die ze voorgeschoteld kregen niet helemaal naar hun zin was.

Ik vermoed dat door leerlingen te zetten op de positie van de leraar, ze ook meer inzicht krijgen wat de leuke en de moeilijke aspecten zijn van het geven van onderwijs, waarom de resultaten soms, ook bij een grote inzet van de docent, tegenvallen èn dat die slechte resultaten niet alleen voor de leerlingen vervelend zijn maar ook voor de docent. Als dat leidt tot gesprekken over en weer hoe het onderwijsproces het beste vorm gegeven kan worden, dan denk ik dat je daarmee de grootste winst boekt!

Afbeelding van Max Choong, gepubliceerd onder CC-by-nc-nd.

woensdag 13 april 2011

logo Molecular workbench"Eén beeld zegt meer dan duizend woorden", zeggen ze wel. Daar maken we in het onderwijs dankbaar gebruik van: onze boeken en digitale lessen staan vol met prachtig beeldmateriaal. Maar lessen worden leuker en inspirerender als je ze niet alleen voorziet van beeld, maar de leerling ook uitdaagt om zelf te experimenteren. Daarvoor gebruiken we (o.a.) simulaties in de vorm van applets. Daarvan zijn er talloze te vinden op het web. Kijk maar eens op deze site van Walter Fendt, snuffel rond in deze interactieve bibliotheek met applets of bekijk wat ons eigen Nederlandse Freudenthal Instituut te bieden heeft aan applets op het gebied van wiskunde.

Het bijzondere van de site Molecular Workbench is dan ook niet zozeer dat daar heel veel mooie, inspirerende en voor het onderwijs bruikbare applets te vinden zijn, maar dat je op die site ook een tool vindt waarmee je je eigen simulaties kunt maken. Heel eenvoudig is dat niet, maar bij de tool zit een uitgebreide handleiding (in Java) die je een eind op weg helpt.

Als je liever alleen gebruik maakt van de kant-en-klare applets, dan kan je je leerlingen de opdracht geven om een screencast te maken waarin ze, bijvoorbeeld met behulp van Jing, in tekstballonnen beschrijven wat er gebeurt in de simulatie. Kijk voor meer tips en lessen in de database van Molecular Workbench: er is veel moois te vinden!




dinsdag 19 oktober 2010

Irritante zoemers voor natuurkunde of biologie

afbeelding muskietDe meeste scholen verbieden het: mobieltjes die tijdens de les afgaan. Begrijpelijk want het kan natuurlijk verschrikkelijk storend zijn in bepaalde situaties. Maar het is best leuk om af en toe die mobieltjes bewust wel te gaan gebruiken. Bijvoorbeeld voor een les over geluid, voor de vakken biologie, natuurkunde of - op de basisschool - techniek.

Om te beginnen laat je de leerlingen de site Free Mosquito Ringtones bezoeken. Op die site kan je ringtones beluisteren en downloaden met verschillende frequenties, van 8 tot en met 22 khz. Een ringtone met een frequentie van 8khz is nog voor (bijna) iedereen hoorbaar, maar om een ringtone van 22 khz te kunnen horen moet je niet ouder zijn dan 18 jaar (of natuurlijk een verschrikkelijk goed gehoor hebben). Ik vond het erg leuk om op die manier eens te horen hoe goed/slecht mijn gehoor is. En het is echt heel vreemd om te ervaren dat je bepaalde geluiden niet meer hoort, terwijl anderen om je heen die wel horen!

Na wat met de geluiden te hebben gespeeld, krijgen de leerlingen de opdracht om met het gratis te downloaden programma Audacity te onderzoeken of de op de site opgegeven frequentie juist is en hoe zo'n golfpatroon eruit ziet. Met het eveneens gratis programma Visual Analyzer kunnen ze vervolgens hun eigen stemgeluid in beeld brengen. Laat ze maar eens proberen hoe hoog het geluid is dat ze kunnen produceren (wel zelf watjes meenemen voor in je oren!).

Na één les met deze experimenten heb je genoeg vragen voor een aantal lessen over geluid en de werking van het menselijk oor.

O ja: als je indruk wilt maken op je leerlingen, schaf dan tevoren een heel gevoelige microfoon aan en sluit die - voor je leerlingen onzichtbaar - aan op het programma Visualiser op je p.c. Wanneer dan leerlingen afhaken bij een te hoge frequentie, dan kan je achteloos zeggen dat jij het nog wel hoort (ziet) ...... !


Afbeelding van Gustavo, gepubliceerd onder CC-by-nc-sa.

vrijdag 11 juni 2010

Verrijkingsstof

Veel aandacht in het onderwijs gaat uit naar leerlingen die moeite hebben om de les te volgen: omdat ze de stof niet snappen, omdat ze niet gemotiveerd zijn of omdat ze andere zorgen aan hun hoofd hebben. Maar er zijn natuurlijk ook leerlingen die de stof eigenlijk te makkelijk vinden: leerlingen die meer uitdaging nodig hebben en dieper op de stof in willen gaan.

Speciaal voor die leerlingen is er nu de site Verrijkingsstof: een initiatief van Naturalis, het Museon en het Universiteitsmuseum Utrecht. Op deze site hebben ze hun kennis gebundeld en bieden ze het onderwijs lessen aan voor de vakken:
Er zijn zowel lessen voor het basisonderwijs als voor het voortgezet onderwijs. De collectie is nog niet heel uitgebreid (10 lessen voor het PO en 14 voor het VO), maar hopelijk worden er in de toekomst nog lessen toegevoegd.

Wat is er nu zoal aan opdrachten te vinden? Er is een opdracht waarbij leerlingen onderzoek doen naar fossielen, en een waarbij ze de grond in hun eigen tuintje aan een onderzoek onderwerpen. Daarbij vraag ik me dan wel af hoe leerlingen die ergens 5-hoog in de grote stad wonen die opdracht moeten uitvoeren, maar dat is met enige creativiteit wel op te lossen. Wie zijn leerlingen een geschiedenisles wil aanbieden, komt terecht op de al langer bestaande site van het Museon: Land van Heden en Verleden.

Bij een aantal van de lessen is een docentenhandleiding gemaakt, waarin aangegeven staat hoe de les aansluit bij de lesstof. Helaas is dit niet bij alle lessen het geval en ook in andere opzichten rammelt de site een beetje. Ik vond her en der in lessen de opmerking 'Dit is een testversie', maar ik kon niet achterhalen wat er dan nog getest moest worden. Ik heb de indruk dat de site gebruikt wordt om educatief materiaal dat de deelnemende musea al hadden, opnieuw onder de aandacht te brengen, maar dat weet ik niet zeker.

Ondanks alle losse eindjes (geen vast format voor alle lessen, ontbrekende docentenhandleidingen, een pop-up die aangeeft dat ik werk met Netscape, terwijl ik toch echt gebruik maak van Firefox), vind ik de site wel de moeite waard omdat de opdrachten wel gevarieerd zijn en passen bij leerlingen die wat meer de diepte in willen. Maar ik hoop wel dat Naturalis, het Museon en het Universiteitsmuseum Utrecht de site nog verder ontwikkelen. Het principe is goed, maar de uitwerking kan beter!

dinsdag 19 januari 2010

Strips maken

Comic van Sanji-SanStrips kwamen toen ik klein was niet bij mij in huis. Mijn ouders vonden dat geen echte boeken. Het werd beschouwd als 'plaatjes kijken' en er waren genoeg echte boeken in huis - vonden mijn ouders - om me aan te laven. Ik was het natuurlijk daarmee niet eens: ik had lang niet altijd zin in het lezen van de 'verantwoorde' boeken die wij thuis hadden, en strips lazen zo lekker weg. Afijn: ik heb mijn schade nadat ik het huis uit was dubbel en dwars ingehaald en ook nu nog lees ik in alle kranten en tijdschriften die ik onder ogen krijg altijd de strips. Heerlijk!

Gelukkig is het beeld van stripverhalen inmiddels over het algemeen positiever. Je ziet ook in veel schoolbibliotheken strips, iets wat op de (voormalige nonnen-)school die ik destijds bezocht absoluut niet het geval was. Een goede ontwikkeling: een strip combineert twee kunstvormen: literatuur en beeld.

Om een strip te maken moet je natuurlijk eerst een verhaal bedenken. Dat kan een verhaal zijn met een begin, een midden en een eind, maar het kan ook een satirische prent zijn. Je kunt ook een bestaand verhaal 'vertalen' in stripvorm, of er een samenvatting mee maken. Een strip kan ook gebruikt worden voor educatieve doeleinden: om een proces in beeld te brengen (bijv. de waterkringloop) of een deel van de geschiedenis, je kunt met een strip uitleg geven over natuur- of scheikundige principes of maatschappelijke ontwikkelingen becommentariëren.

Ook over de beelden van een strip moeten keuzes gemaakt worden: hoe teken je je figuurtjes: maak je ze groot of klein, teken je ze zo realistisch mogelijk of maak je meer een karikatuur van ze, welke uitdrukking geef je hun gezicht en vanuit welke hoek laat je je lezers de scène bekijken? Daarmee biedt het maken van strips ingangen naar informatievaardigheden en mediawijsheid. Leerlingen moeten immers leren om informatie te beoordelen en héél veel informatie komt in de vorm van beelden. Om die beelden te kunnen beoordelen moet je je bewust zijn van de keuzes die gemaakt zijn bij het maken van die beelden. En de beste manier om te leren over de effecten van die keuzes is om zelf die keuzes te maken.

Het maken van een strip is niet eenvoudig, en al helemaal niet voor iemand die, zoals ik, geen tekentalent heeft. Gelukkig zijn er op het web allerlei tools waarmee ook minder begenadigden een strip kunnen maken. Pixton is zo'n tool: met behulp van verschillende achtergrondjes en figuurtjes die je naar je eigen ideeën kunt aanpassen en in de gewenste houding kunt zetten, maak je makkelijk je eigen strip. Door het maken van strips verdien je credits waardoor je steeds meer mogelijkheden krijgt in de vormgeving van je figuurtjes. Ik heb er zelf wat mee geëxperimenteerd en het werkt allemaal heel makkelijk. Wat je gemaakt hebt, kan je online delen met vrienden, vrienden en fans of met alleen betalende leden van Pixton, die je strips dan kunnen beoordelen. Je kunt ze natuurlijk ook voor jezelf houden, maar dat is natuurlijk jammer als je iets moois hebt gemaakt!

Wil je nog meer ideeën hebben over wat je met strips kan doen? Bekijk dan de onderwijspagina's op de website van de Stichting Beeldverhaal; daar vind je tientallen tips.

woensdag 18 november 2009

Een spelletje voor zomaar even

Ook al schrijf ik er niet zo vaak meer over: ik verzamel nog altijd games waar je wat van kan leren. Vandaag kwam ik weer zo'n game tegen: Boxycraft. Boxycraft is een spel waarbij je een poppetje allerlei hindernissen moet laten nemen. Daarbij kan je gebruik maken van allerlei hulpmiddelen: dingen waar je op kunt klimmen, tandwielen die je met elkaar kunt verbinden met een ketting, water en drijvende blokjes, scharnieren enz. Het spel is een variant op het aloude spel Incredible machines, of - van meer recente datum, Launchball en Phun.

Het zijn nog altijd spellen waar kinderen en jongeren uren lang mee kunnen experimenteren. Ze kunnen een prima startpunt zijn voor een les over allerlei natuurkundige principes. Launchball is ook echt met dat doel gemaakt; de andere spellen lijken mij meer gemaakt om te spelen maar zijn in feite net zo educatief. Je kunt dit soort spellen op verschillende manieren inzetten. Je kunt leerlingen het spel laten spelen en ze vragen om in groepjes één van de natuurkundige principes te onderzoeken en daarover een presentatie te geven in de les waarbij ze voorbeelden geven van toepassingen van dat principe in de praktijk (een voor de hand liggende: als je geen rekening houdt met zwaartekracht kan je geen goede achtbaan bouwen). Je kunt ze natuurlijk ook een wiki laten maken waarin alle verschillende natuurkundige principes uitgewerkt worden. Dan hebben ze een document waar ze allemaal profijt van hebben.

De spellen Launchball en Incredible Machines bieden de mogelijkheid om leerlingen zelf levels te laten ontwerpen; voor het spel Boxycraft is een level-editor in de maak. Met een level-editor zou je een wedstrijdje kunnen uitschrijven waarbij elk groepje een beperkt aantal natuurkundige principes mag gebruiken: wie maakt het moeilijkste of het leukste level? Daarbij spreekt het natuurlijk voor zich dat de makers zelf hun zelfgemaakte level kunnen uitspelen ;-). Na afloop van de wedstrijd kan je met elkaar bespreken waarom dat level lastig is en wat de werking is van de door hen gebruikte natuurkundige principes. Misschien kan je de leerlingen het spel in het echt laten bouwen; dat hangt af van de objecten waar je gebruik van maakt. Om de leerlingen van elkaars ervaringen te laten leren kan je ze de opdracht geven een weblog bij te houden en ze daarbij op elkaars berichten laten reflecteren: welke tip zou jij geven om het level of het spel nog leuker te maken?

Er zijn mogelijkheden genoeg. Het zal zeker tijd kosten om op die manier een aantal natuurkundige principes te behandelen, maar ik ben ervan overtuigd dat hetgeen geleerd wordt wel beter begrepen wordt en langer beklijft. En dat levert dan weer tijdwinst op waardoor het uiteindelijke rendement toch weer positief kan zijn. Wie werkt er al op die manier?

woensdag 11 november 2009

W24: films over wetenschap

Klik hier om naar de website W24 te gaanGelezen in de nieuwsbrief van Webstroom, de community die zich bezighoudt met video (in het hoger onderwijs): er is een nieuwe portal gelanceerd met filmpjes over wetenschap: W24, oftewel Wetenschap24. Ik ben altijd erg geïnteresseerd in techniek, dus ik heb er even een kijkje genomen. En wat ik zie valt me niet tegen: integendeel! Er is veel moois te halen: op de site vind je, naast ruim 380 video's, een weblog over wetenschap, tips voor radio- en televisie-uitzendingen, dossiers waarin informatie (video's, weblogspost en links naar andere websites) over een thema bij elkaar is gezet en een pagina met allerlei tests (wetenschapsquiz, welk 'broodje-aap-verhaal' klopt wel en welke niet, enz.).

De video's op de site zijn afkomstig van NEMO, Kennislink, NPO, Teleac en VPRO. De video's zijn ondergebracht in thema's:
  • Mens en gedrag
  • Natuur en leven
  • Techniek en gadgets
  • Heelal en reizen
  • Aarde en klimaat
  • Samenleving en geld
  • Cultuur en rituelen
  • Raar
  • Alledaags
  • Toekomst
  • Verleden
  • Even voor gaan zitten.
Een leuke mix van thema's, vond ik: aansluitend op wat op school gebeurt maar ook prikkelend voor wie geen wetenschapsvakken volgt.

Als je een account maakt op de site kun je aan je favoriete video's opslaan en er tags aan toekennen, je kunt video's beoordelen en erop reageren en je krijgt een nieuwsbrief. Voor ieder die wetenschap leuk vindt: doen!

vrijdag 6 februari 2009

Science en Engels

Ik ben dol op (semi-)wetenschappelijke programma's op televisie waarin allerlei proefjes worden gedaan. Ik ben dan ook een trouwe kijker van programma's als Braniac en Mythbusters en ik zit ook wel eens te snuffelen op de site The Naked Scientist, een radioprogramma van de BBC. De proeven die gedaan worden bij Braniac en Mythbusters zijn erg van het gehalte van 'don't do this at home', maar op de site van The Naked Scientist vind je proefjes die je zelf thuis kunt uitvoeren.

Van een docent Engels van het Elzendaalcollege kreeg ik de tip dat je met deze website een prachtige vakoverstijgende opdracht kunt geven voor de vakken Engels en de BiNaSk-vakken. Leerlingen moeten dan een proefje van de site halen dat past bij het onderwerp dat op dat moment aan de orde is bij de binask-vakken. Ze beluisteren de podcast bij het proefje waarin soms aanvullende informatie gegeven wordt bij het proefje zoals beschreven op de site. Ze voeren het proefje (of een variant daarop) zelf uit en geven er vervolgens in het Engels een presentatie over, al dan niet geïllustreerd met filmpjes die ze gemaakt hebben van het proefje. Daarmee oefenen de leerlingen leesvaardigheid (selecteren van een leuke proef), luistervaardigheid (beluisteren van de podcast) en spreekvaardigheid (presentatie van het proefje en de resultaten ervan).

Het lijkt me niet alleen een leuke opdracht, maar vooral ook handig omdat leerlingen op die manier hun tijd efficiënt gebruiken omdat ze twee vakken tegelijkertijd doen. En ik ben natuurlijk heel benieuwd met welke proefjes de leerlingen komen. De proefjes van The Naked Scientist zijn wel wat braafjes: ik denk dat ik de leerlingen zelf de hint zou geven ook eens te kijken bij Mythbusters of Braniac ;-)

maandag 19 januari 2009

Crayon Physics DeLuxe

klik hier om naar de site te gaanIk speelde de (gratis) demoversie al een tijdje maar nu is hij eindelijk officieel uitgebracht: Crayon Physics. Het spel is te leuk om niet te hebben, vind ik, en voor het natuurkunde-onderwijs vind ik het een must. Maar het is zeker ook bruibaar voor techniek en de beeldende vakken.

Crayon Physics is een spel waarbij je een balletje naar een bepaald punt moet laten rollen. Daarvoor moet je eerst een route ontwerpen door objecten tekenen waarover het balletje kan rollen: rondjes, rechthoeken, driehoeken enz. Ook kun je lijnen trekken of touwen spannen. Je kunt maken wat je wilt: van autootjes tot aapjes en van kettingen tot katrollen. Om het balletje te laten rollen of de objecten te laten bewegen maak je gebruik van de zwaartekracht. Je kunt ook (zijwaartse) kracht geven, bijvoorbeeld in de vorm van een raket. Door de objecten al of niet of gedeeltelijk te verankeren kun je ze verschillende bewegingen laten maken. De basis van Crayon Physics zijn de puzzels die je moet oplossen. De levels worden voorgesteld door eilanden die je kunt bezoeken. Pas als je de puzzels van één eiland hebt opgelost mag je door naar het volgende eiland.

Met Crayon Physics kun je allerlei krachtenprincipes laten zien. Het begint natuurlijk met zwaartekracht maar je ook laten zien wat een moment is en wat torsiekrachten zijn enz. Je kunt als docent Crayon Physics daarom gebruiken om de werking van krachten te demonstreren, bijvoorbeeld op het interactieve bord. Je kunt leerlingen opdracht geven om met de level-editor 'machines' te maken waarin gebruik wordt gemaakt van die krachten. Voor de beeldende vakken kun je leerlingen de opdracht geven een virtueel kinetisch kunstwerk te maken.

Leuk aan Crayon Physics is de vormgeving: het voelt aan alsof je tijdens het telefoneren tekeningetjes aan het maken bent die tot leven komen. Wat Crayon Physics verslavend maakt is het feit dat elke puzzel op allerlei manieren opgelost kan worden. Iedereen maakt immers zijn eigen tekeningetjes en het maakt een (groot) verschil of je een balletje klein of groot maakt of dat je gebruik maakt van een gewicht aan een arm of een raket om het balletje een zet te geven. Je ziet daarom nu al dat er op internet, zowel op YouTube als op Vimeo, een groot aantal screencaptures gezet zijn waarin trots oplossingen van puzzels getoond worden. En natuurlijk zijn er al velen bezig om nieuwe puzzels te bedenken en uit te wisselen. De $ 19,95 die ik heb uitgegeven aan het spel vind ik daarom absoluut goed besteed!


Crayon Physics.... One possible solution from Highway6 on Vimeo.

vrijdag 19 december 2008

Nogmaals natuurkunde met games

Klik hier om naar het spel Trebuchet Challenge te gaanWie natuurkunde geeft en van spelletjes houdt die heeft mazzel. Op dat gebied is er enorm veel beschikbaar. Dat heeft ermee te maken dat een aantal natuurkundewetten al ingebouwd zitten in de meeste gamebouwsoftware. Denk daarbij aan zaken als de zwaartekrachtwet, botsingen, wrijving enz. Daarnaast is natuurkunde (en met name mechanica) een vak dat vaak goed te visualiseren is. Je ziet, ook zonder hulpmiddelen zoals een microscoop of een digitale vertrotende camera, dat iets valt, botst en terugkaatst of niet, dat iets makkelijker glijdt op het ene oppervlak dan het andere enz.

Al eerder heb ik software besproken waarbij leerlingen hun eigen natuurkundespel maken (woensdag 3 en maandag 15 december), deze keer vond ik een paar spellen die ze kunnen spelen.

In deze lasergame, geschikt voor optica, moet je met behulp van spiegels een lichtstraal zo buigen dat hij een bepaald punt bereikt. Wie wat meer wil weten over hefbomen kan het spel Levers spelen. Het deed mij door de vormgeving erg denken aan het maken van een mobile zoals je die wel in kinderkamers ziet: zo'n ding met allemaal frutsels eraan die precies met elkaar in evenwicht zijn. Iets minder lieflijk in vormgeving is het spel Trebuchet Challenge waarbij je een blijde (een soort katapult) bedient. Om een kogel over een bepaalde afstand weg te gooien stel je in de massa van de kogel en van het contragewicht en de hoogte van het contragewicht. In dit spel gaat het natuurlijk over potentiële en kinetische energie.

Dit soort spelletjes zijn leuk voor op het digibord of de beamer. Leerlingen mogen dan zelf proberen om het beste resultaat te halen waarna je kunt bespreken welke natuurkundige wetten daaraan ten grondslag liggen. Je hebt een goede kans dat je dat niet meer zelf hoeft uit te leggen omdat de leerlingen dat zelf al hebben uitgevonden.

Dit was alweer het laatste blogje van dit jaar. Natuurlijk hoort daarbij nog een spelletje (goed voor het milieu) en een filmpje (over hoe vuurwerk gemaakt wordt) om dit blogjaar af te sluiten. Prettige kerstdagen en wees voorzichtig met vuurwerk! Tot na de vakantie ;-)

maandag 15 december 2008

Newtoon

Klik hier om naar de site van Newtoon te gaanAfgelopen woensdag besprak ik hier de software Phun waarmee je zoveel leuke dingen kunt maken. Veel simpeler, en daarom wel bruikbaar als opstapje naar Phun, is de software Newtoon. Met Newtoon maak je kleine spelsimulaties met behulp van een bal en een veer. Het is de bedoeling dat je één van de objecten bestuurt met de pijltjestoetsen, er is (ten minste) één hindernis en er is een object dat het doel vormt dat je wilt bereiken.

Bij de bal kun je instellen hoe groot die is, welke elektische lading die heeft (positief of negatief, en hoe sterk die lading is), en of de bal los is of vastzit op de plek waar hij wordt geplaatst. Als je een veer gebruikt moet je van elke veer aangeven hoe lang die is, en wat de elasticiteit ervan is. Ballen en veren worden geplaatst in een omgeving waarvan je moet bepalen hoe groot de zwaartekracht is, en wat de wrijving met de ondergrond is. Om te kunnen zien wat er gebeurt kun je de simulatie met pijlen aan laten geven bij elk object hoe groot de snelheid is en wat de versnelling.

Het makkelijke van Newtoon t.o.v. Phun is dat je het binnen 3 minuten doorhebt en dat je heel snel een aantal dingen kunt laten zien, bijv. op het digibord of met een beamer. Wil je niet zelf iets maken dan kun je ook kijken in de bibliotheek of er iets is om je verhaal te illustreren. Maar veel leuker is het natuurlijk om leerlingen (in kleine groepjes) zelf iets te laten maken om te laten zien dat ze snappen waar het over gaat. De spelletjes die zo gemaakt worden kunnen samengevoegd worden met de Newtoon Gamestack in een 'stack' en vervolgens ge-upload worden naar de site of een mobieltje. Gaaf, je eigen telefoonspel maken!

woensdag 3 december 2008

Phun; natuurkunde mag niet zonder!

Ga naar de website van PhunEr zijn nog niet zo heel veel bruikbare spellen die leerstofvervangend ingezet kunnen worden in het Nederlandse basis- of voortgezet onderwijs. Gelukkig komt er steeds meer op de markt. In het buitenland verschijnen wel veel spellen maar die worden maar zelden vertaald. En dat is soms toch een barrière: niet iedere leerling beheerst immers Engels, de taal waarin de meeste educatieve spellen geschreven zijn. Maar gelukkig gaat dat niet op voor het spel Phun, waar ik al eens eerder over schreef.

Ik zag dat die software inmiddels al weer verder ontwikkeld is: op dit moment kan versie 4.22 gedownload worden. En - nog leuker - er is een Nederlandse vertaling gemaakt van de software waardoor dit spel nu zonder problemen ook gebruikt kan worden door Nederlandstalige scholen!

Phun kun je gebruiken voor bijna alles waar het gaat om krachten: zwaartekracht, luchtweerstand en wrijving, botsingen, torsiekrachten, veren enz. Je kunt met Phun allerlei toepassingen tekenen waarin van krachten gebruik gemaakt wordt, vanaf een achtbaan tot en met een waterpomp en van een blender om een aardbeienmilkshake te maken tot een crossmotor die je zelf kunt besturen met de pijltjestoetsen en een Crazy-Machine-achtige bouwsels.

Het leuke van Phun is dat terwijl de simulatie die je hebt gemaakt loopt allerlei gegevens worden bijgehouden: krachten, snelheid en hoeksnelheid, massa enz. Je kunt dus aan je simulatie van alles berekenen en zo de snelste achtbaan bouwen of de mooiste knikkerbaan.

Op de wiki van Phun zijn een bouwsels van Phun-liefhebbers te vinden. Op YouTube is een groep gemaakt voor Phun. Daarin staan op dit moment maar liefst 1340 video's van Phun-bouwsels. Ruim genoeg dus om zelf ideeën op te doen om leerlingen aan het werk te zetten of om leerlingen te inspireren hun eigen bouwwerk te bedenken. In de volgende les worden de bouwsels bekeken en er worden er een paar uitgepikt die de leerlingen moeten optimaliseren voor de volgende les, bijv. een achtbaan die start vanaf een bepaalde hoogte en die zonder verder hulp tenminste 1 looping moet maken of een knikkerbaan waarbij de knikker precies de volgende hindernis bereikt. Degene die het beste resultaat bereikt krijgt bij de volgende repetitie een bonuspunt!

N.B. Phun is verkrijgbaar in een Windowsversie èn een Macversie. Ook voor Linuxgebruikers is er een versie van Phun.

dinsdag 28 oktober 2008

Webquest Een ongemakkelijke waarheid

Naar de site met de webquestsAl een tijdje heb ik de dvd met daarop de film van Al Gore in huis: An inconvenient truth. De film is door velen bejubeld maar er kwam ook commentaar: sommige mensen vonden het beeld dat in de film werd neergezet overdreven en beschuldigden Al Gore ervan om op publiciteit uit te zijn. Hoe het ook zij: ik ben wel blij met de aandacht voor het milieu die de film (en de later aan Al Gore toegekende Nobelprijs) opleverde.

Het programma 'Leren voor Duurzame Ontwikkeling' heeft bij de film leermaterialen ontwikkeld in de vorm van webquests. De webquests èn de film kunnen gratis aangevraagd worden (zolang de voorraad strekt). De webquests zijn daarnaast ook online te vinden. In de webquest maken de leerlingen een filmpje over een onderwerp dat betrekking heeft op de film. Voor die opdracht moeten ten minste 20 lesuren uitgetrokken worden. Dat is behoorlijk wat maar ik vermoed dat het maken van de film de leerlingen ook veel inzicht in de materie zal opleveren.

Er zijn webquests voor de volgende vakken:
  • Aardrijkskunde
  • Geschiedenis
  • Maatschappijleer
  • Economie
  • Biologie
  • Natuurkunde
  • Scheikunde
  • Culturele en kunstzinnige vorming
  • Algemene natuurwetenschappen.
Voor de vakken aardrijkskunde, geschiedenis, maatschappijleer en economie ligt de
nadruk in de webquest op de interactie tussen mens en milieu: gebruik van het
milieu (produceren en consumeren) en veranderingen daarin. Voor de vakken biologie, scheikunde en natuurkunde ligt het accent op de aard van het probleem: hoe werken broeikasgassen? Hoe en waarom reageert of verandert de natuur? Op welke vakdomeinen de webquests precies aansluiten is hier te zien.

Wie een filmpje had gemaakt kon meedoen met de wedstrijd die was uitgeschreven door Leren voor Duurzame Ontwikkeling. Die wedstrijd is eind vorig jaar afgerond en de ingezonden filmpjes zijn online te bekijken. Klik hier om het winnende filmpje te zien.

Ik vind het mooi en bruikbaar materiaal waarbij de leerlingen en en passant ook nog veel leren over mediawijsheid. Want door het maken van een film ervaar je in de praktijk op hoeveel verschillende manieren je een shot kunt maken, wat geluid/muziek kan toevoegen aan het beeld dat je wilt neerzetten en wat het effect is van verschillende manieren van monteren op het uiteindelijke resultaat.

Je kunt de webquests zo in de les als opdracht aan groepjes leerlingen meegeven maar je kunt ze ook gebruiken als oriëntatie op de complexe materie van het milieu. Door de webquests bij de verschillende vakken te bekijken krijg je een indruk hoeveel zaken een rol spelen bij milieubeheer. Handig daarom ook voor wie bijv. een profielwerkstuk wil maken hierover. Ik kan het leermateriaal aan iedereen aanbevelen.

N.B. Ik heb de film en de cd-rom met de webquests hier liggen maar doe er verder niets mee. Ben je docent en wil je het materiaal hebben voor je lessen dan kan je via dit weblog reageren. De eerste die zich meldt krijgt van mij de cd-rom en de dvd toegestuurd.

dinsdag 24 juni 2008

Spelen of leren?

Naar de finale pagina van Make-a-GameOok dit jaar zijn er weer prachtige spellen gemaakt in het kader van de Make-a-Game wedstrijd. Ik heb ze nog niet allemaal gespeeld (daar heb ik echt de vakantie voor nodig), maar de winnaars heb ik wel al bekeken. En bij sommige vraag je je echt af wat je aan het doen bent: spelen of leren. Ik sluit me daarom graag aan bij Marshal McLuhan die ooit zei: "Anyone who makes a distinction between games and education clearly doesn’t know the first thing about either one"!

Welke winnaars waren er dit jaar?

Het verleden is de toekomst is een spel voor en door onderbouwleerlingen. Kelvin van der Want en Leon Stam van het vmbo van de RSG Hoeksche Waard in Oud-Beijerland zijn de makers van het spel. In het beginscherm kun je kiezen welk van de 10 periode van de canon van Commissie de Rooy je wilt bezoeken. Daar aangekomen krijg je eerst wat informatie over die periode. Handig is dat die informatie voorgelezen wordt. In elk tijdvak is er een minispelletje dat je kunt spelen en je krijgt een aantal vragen over die periode die je moet beantwoorden.

Wat Zylom doet met letters en woorden in het spel Bookworm doen Steven Laan en Auke Wiggers uit de 5-gymnasiumklas van het Martinus College in Grootebroek met atomen en moleculen in het spel Atoms. De speler heeft een veld vol atomen. Door de juiste atomen aan te klikken worden moleculen gevormd. Zodra een molecuul is gevormd, verdwijnen de atomen en komen er nieuwe voor in de plaats.

Tijdmachine, ofwel To Go Beyond, is gemaakt door Kim van Dosselaar en Myrthe Tielman van de Regionale Scholengemeenschap Broklede. Het is bedoeld als toets om alle geschiedenislessen die je hebt gehad op de middelbare school af te ronden. In de tijdmachine help je een professor die bij het reizen door de tijd per ongeluk een aantal voorwerpen heeft achtergelaten. Het is de bedoeling dat je die voorwerpen verzamelt. Je kunt met de tijdmachine naar 6 verschillende momenten in de geschiedenis reizen. Als je daar aankomt zie je een tafel met daarop 5 voorwerpen. Eén van die voorwerpen komt uit een andere periode. Als je dat goed hebt geraden kun je de andere voorwerpen aanklikken en krijg je een vraag daarbij.

Hoe overleef je de Middeleeuwen, gemaakt door de brugklasleerlingen Zico van der Laan, Wesley Mensingh en Rick Roerig van het Atlas College in Hoorn gaat over het hofstelsel in de Middeleeuwen. Ik kon het zelf niet spelen: het lukte me niet om het spel met de juiste afmetingen op mijn scherm te krijgen.

In het spel Pompen of verzuipen, gemaakt door Frank Baak, Laurens Dijkgraaf, Paul Goos en Stefan Renne van het Prisma College in Breda draait het erom het waterpeil op het goede niveau te houden. De polderwachter is ziek dus jij moet de sluizen bedienen of water omhoog pompen. Daarvoor heb je energie nodig die je kunt krijgen door molens te bouwen. Als je (te)veel stroom hebt kun je die verkopen. Met dat geld kun je dan weer nieuwe molens kopen, pompen of huizen. Als er genoeg boeren in jouw gebied wonen ben je een goede polderwachter en heb je het spel gewonnnen.

Question Quest is gemaakt door Demian Sempel, Pimm Hogeling en Karim Sempel van het Arentheem College. In tegenstelling tot de andere spellen die met Game Maker gemaakt zijn is dit spel gebouwd in Flash. Je moet het eerst op je p.c. installeren voordat je het kunt spelen. Question Quest is een prachtig vormgegeven spel. Met verschillende minigames kun je urenlang wiskunde rekensommen doen (algebra, basiskennis formules, eenheidscirkel, wortels, vereenvoudigen, differentiëren en primitiveren) ter voorbereiding op van het (VWO) eindexamen. Daarnaast kun je er een rekenspel doen en er is een quiz met allerlei weetjes over de wedstrijd Make-a-Game, het spel zelf en de makers van Question Quest.

De hoofdprijswinnaar van dit jaar is het spel Absurd Physics, gemaakt door een team van het Bogerman College in Sneek: Yoeri Dijkstra, Jelte Zeilstra en Reinout Epke. Zij hebben een spel gemaakt dat in opzet sterk doet denken aan het aloude spel Incredible Machines waarover ik Incredible Machines eerder blogde. Je moet als speler steeds allerlei machines aan de praat krijgen om objecten een bepaalde route af te laten leggen. De leerstof die in Absurd Physics aan de orde komt is bestemd voor leerlingen uit de bovenbouw van havo/vwo, maar omdat je leert het spel te spelen kunnen ook leerlingen die nog niet dat niveau behaald hebben het spel spelen.

Mijn felicitaties voor en dank aan alle leerlingen die, onder begeleiding van hun coaches, deze prachtige spellen hebben gemaakt en daarmee leuk en goed onderwijsmateriaal ter beschikking van het onderwijsveld hebben gesteld!

dinsdag 13 mei 2008

Scratch in het Nederlands

naar de site van ScratchDe afgelopen weken heb ik heerlijk rustig aan gedaan: eindelijk eens tijd om al die tijdschriften, papieren en linkjes door te nemen! Natuurlijk heb ik van alles 'ontdekt', dus de komende periode zal ik daarvan verslag uitbrengen.

Zo kwam ik erachter dat het programma Scratch tegenwoordig een Nederlandse vertaling heeft. Als je de nieuwste versie van het programma downloadt (gratis) en installeert kun je in het programma kiezen voor Nederlands. Ik heb geen idee hoe lang het er al is: misschien loop ik hopeloos achter. Maar voor degenen die net als ik niet altijd alle ontwikkelingen bij kunnen houden is het misschien interessant nieuws.

Scratch is een programma waarmee kinderen zelf een animatie of een spel kunnen maken. Volgens de site is het programma geschikt voor kinderen vanaf een jaar of 8. Maar volgens mij praat je dan wel over de slimmerikjes: ik denk dat de meeste leerlingen er pas vanaf een jaar of 10 aan toe zijn. Maar het programma is niet moeilijk onder de knie te krijgen. Het doet mij denken aan de programmeertaal Logo die in de jaren '80/'90 wel werd aangeboden in het (basis)onderwijs. Je hebt een aantal commando's ('zet .. stappen', 'draai .. graden om je as', 'speel .. seconden op de drum', enz.) die je aan elkaar kunt koppelen. Je kunt de commando's laten herhalen en er condities aan hangen (als... dan ....). Het is allemaal heel visueel gemaakt door de commando's als bouwsteentjes te presenteren die je aan elkaar kunt klikken.

Ik kwam er per toeval achter omdat ik een handleiding voor het programma bekeek die gemaakt is door de TU-Delft. Bij de TU doen ze leuke dingen voor kinderen van basisscholen die een hoge CITO-score hebben: die gaan op de TU met een aantal studenten aan de slag met Scratch. De resultaten zijn wisselend: soms zijn het variaties op bestaande dingen maar andere leerlingen zijn erg creatief. Leuk om te zien! Op de site van het project vind je niet alleen de resultaten van de leerlingen maar ook een Nederlandstalige hands-on handleiding voor leerlingen met daarin een aantal opdrachten.

Toen ik de site van Scratch verder bekeek, ontdekte ik daar ook dat er een speciale groep bestaat voor spellen voor het vak wiskunde en voor science. In die spellen worden allerlei begrippen uit die vakken uitgelegd: kansverdeling, zwaartekracht enz. Erg de moeite waard om eens te bekijken en om leerlingen uit te dagen zelf een begrip uit te leggen met Scratch!