Posts weergeven met het label open (leer)materialen. Alle posts weergeven
Posts weergeven met het label open (leer)materialen. Alle posts weergeven

donderdag 7 april 2011

De nieuwe powerpoint?

Door: Martijn van den Berg
Bij een presentatie wordt in principe vaak powerpoint gebruikt. Daar is in principe niets mis mee, want powerpoint is nog steeds erg functioneel, maar in een tijd van talloze ICT vernieuwingen is het misschien tijd om verder te kijken. Powerpoint heeft zijn voordelen, maar uiteindelijk zie je toch dat iedere presentatie op een bepaalde manier op elkaar lijkt.Het is daarom tijd om verder je kijken.

Na veel powerpoints te hebben gezien op school gebruikte één van mijn docenten op school Prezi. Prezi is een gratis online presentatie-maker, waarbij je stuk voor stuk je keywords neerzet en hier een plaatje van maakt, waar je door in-en uitzoomen doorheen bladert. Het is zeer makkelijk te maken, en erg gebruikersvriendelijk.

Wat ik merkte bij het kijken van deze presentatie, is dat ik telkens weer ging zoeken naar het volgende woord, naar wat er daarna gezegd zou worden. Dit zorgde ervoor dat ik meer aandacht voor de presentatie had. Daarnaast was het erg verrassend dat er eindelijk iemand een andere methode gebruikte dan met powerpoint.

Als je jezelf een kwartiertje verdiept in Prezi, kan je er al leuke dingen mee maken. Natuurlijk zal je niet alles kunnen met prezi, omdat er een veel kleiner team achter schuilt dan dat van microsoft, maar het is zeker een mooie afwisseling om een keer uit te proberen.

woensdag 3 februari 2010

Cartoons voor op je website

Afbeelding gemaakt door Marina NoordegraaffIk weet het: ik ben vaak lang van stof, en mijn teksten zijn meestal veel te lang om lekker op het web te kunnen lezen. Dat is de reden waarom ik bij ieder blogje een afbeelding plaats: daarmee probeer ik het mijn lezers iets makkelijker te maken om die hele lap tekst te verwerken ;-)

Als ik nog langere teksten schrijf (bijvoorbeeld voor een cursus) dan verlevendig ik die graag met een cartoon. Dat is best lastig: heel veel cartoons zijn auteursrechtelijk beschermd en ik overtreed niet graag de regels. Maar soms ga ik in de fout. Zo zette ik onlangs een cartoon online waarop auteursrecht berustte. Ik dacht dat ik die auteursrechten kon ontwijken door de cartoon niet zelf te herpubliceren maar door de link naar die cartoon in de HTML-code op te nemen. Gelukkig werd ik erop gewezen dat ook dat niet toegestaan is. Uiteraard heb ik de cartoon toen weggehaald, maar een nieuwe kon ik niet zo gauw vinden. Maar ook daarbij werd ik geholpen: ik kreeg een aantal links naar websites met cartoons die onder een Creative Commons licentie beschikbaar worden gesteld: Noise to Signal (van Rob Cottingham), Blaugh en Geek en Poke. Dat leverde me meer dan genoeg materiaal op, en ik heb dus de sites in mijn favorietenlijstje van CC-beeldmateriaal gezet.

Met veel dank aan Marina Noordegraaf, expert op het gebied van naar informatievaardigheden, copyright & creative commons, digitale identiteit, de wet op internet, informatiebewustzijn èn maker van prachtig beeldmateriaal, die me alle tips en links gaf, en me ook nog aanbod om een van haar eigen foto's voor de website mocht gebruiken.

Afbeelding van verbeeldingskr8, gepubliceerd onder CC-by-nc-sa.

maandag 16 november 2009

Open content: een bak met bouwstenen

Afbeelding van een bak met legosteentjesTijdens De Onderwijsdagen sprak Richard Baraniuk over open content voor het onderwijs. Ik ben daar een groot voorstander van. Ik denk dat juist daarin de meerwaarde ligt van internet voor onze kennismaatschappij: het feit dat we van elkaar kunnen leren en door op elkaars schouders te gaan staan steeds beter onze lerenden kunnen bedienen. Er zijn op dit moment tal van initiatieven waar docenten hun leermaterialen delen met anderen, zowel in het hoger als in het voortgezet onderwijs, bijv. Lorenet en de OVC-Lesbank. Ook komen er steeds meer mogelijkheden om alle beschikbare materialen te doorzoeken, zoals Edurep en Sharekit.

Prachtige initiatieven maar ik denk niet dat we er daarmee zijn. Richard Baraniuk gebruikte in zijn presentatie het beeld van een bak met Legosteentjes waar docenten uit konden putten om een prachtig gebouw te maken. Dat lijkt me een nobel streven: de docent kan zo voor (en evt. met) elke leerling/student kan een eigen gebouw maken: een gebouw met een puntdak of een plat dak, een huis met veel ramen of weinig, met allerlei erkertjes of juist helemaal vierkant. Voor iedereen een bouwwerk dat past bij zijn niveau, leerstijl en interesses.

Maar wat we soms lijken te vergeten is dat je moet leren bouwen met lego. Het valt namelijk helemaal niet mee om van al die losse steentjes een echt bouwwerk te maken. Een paar steentjes op elkaar zetten is niet zo'n probleem maar hoe bouw je ramen en deuren in je bouwwerk en hoe voorkom je dat het instort als het hoger wordt? Hoe maak je een dak en hoe zorg je dat het geheel een fraai uiterlijk krijgt in plaats van een (ongewild) bont geheel en dat je uitkomt met je steentjes?

Het samenstellen van een curriculum stelt je voor soortgelijke problemen. Een curriculum of cursus is meer dan een verzameling leerobjecten: er moet samenhang zijn tussen de elementen zodat ze sterk genoeg zijn om verder op te bouwen, je moet beginnen bij de basis om er aan het einde een dak op te kunnen zetten en je moet weten welke lessen passen bij welke leerstijlen en niveaus.

Leerobjecten ontsluiten stelt daarom hoge eisen aan metadata: er moet niet alleen ontsloten worden op inhoud, type object en niveau, maar ook op zaken als vereiste voorkennis en op aansluitmogelijkheden. Er moet gezocht kunnen worden op thema's om daarmee een kader te kunnen creëren om leerinhouden/vakken met elkaar te kunnen verbinden en het materiaal moet ontsloten zijn op de tijd die leerlingen/studenten nodig hebben om de leereenheden te verwerken.

Er zijn verschillende manieren om met lego te leren werken. Sommige kinderen leren het door ermee te experimenteren. Ze proberen van alles uit en op een goede dag hebben ze opeens een huisje gebouwd. Na verloop van tijd worden de huizen steeds mooier en kunnen ze een huis bouwen zoals ze dat in hun hoofd hebben. Andere kinderen leren met lego bouwen omdat er iemand is die ze daarbij helpt. Je kunt ook leren hoe je een huis bouwt door eerst aan de slag te gaan met bouwpakketten en zo te ervaren welke functie de verschillende steentjes hebben. Als hij de eerste huizen heeft gebouwd kan hij kijken hoe het raam uit het ene huis in het andere kan zetten, en of hij misschien nog een extra deur kan toevoegen uit de bak met stenen die hij over heeft.

Ik hoop dat het onderwijsveld op dezelfde manier de gelegenheid gaat krijgen om te leren hoe je van een berg leerobjecten een cursus of curriculum bouwt en dat docenten ruimte krijgen om dat op hun eigen manier te leren: de een door langzaam maar zeker te leren wat je kan doen met leerobjecten, de ander aan de hand van een ervaren curriculumbouwer en weer een ander met een aantal 'bouwplaten' waarmee hij verschillende curricula kan bouwen.

Open leermaterialen hebben, denk ik, de toekomst. Maar dan moeten ze wel goed ontsloten zijn en degenen die ermee moeten gaan werken moeten de gelegenheid krijgen om er iets moois mee te maken. Want leren is meer dan een losse verzameling lesjes volgen!

Afbeelding van Craig A Rodway, gepubliceerd onder CC-by-nc-nd.

maandag 12 oktober 2009

Te kleine schoenen

afbeelding van heel grote schoenenKennisnet heeft richtlijnen opgesteld over wat volgens de auteurswet wel en wat niet mag bij het (her)gebruiken en ontwikkelen van digitale leermaterialen. In de richtlijnen staat zowel informatie voor de directies van scholen (hoe is het geregeld als docenten leermaterialen ontwerpen in opdracht van de school en dan gaan werken voor een andere school of voor een uitgever?) als voor docenten die voor de klas staan en docenten die leermaterialen maken (bijv: mag je teksten uit je lesmethode inscannen om op het digibord te tonen?).

De richtlijnen zijn in feite een praktische uitwerking van een verkennend onderzoek dat eerder is gedaan in opdracht van Kennisnet: Auteursrecht en Open leermiddelen. Alhoewel het rapport geen makkelijk leesvoer is, kan ik iedereen adviseren het toch te lezen omdat het wel veel meer informatie bevat dan de richtlijnen. Zo gaat het rapport bijvoorbeeld ook in op de positie van leerlingen die digitale leermaterialen maken (daarover is - nog - onvoldoende jurisprudentie) en op de vraag of een uitgever ook digitale rechten heeft op een methode (waarschijnlijk heeft hij die rechten niet als het contract voor het begin van de jaren 1990 is getekend, maar wel als dat van latere datum is).

Voor mij persoonlijk is het niet zo relevant om het allemaal precies uit te zoeken maar ik schrik toch elke keer als ik me daarin verdiep van alle beperkingen die de auteurswet ons oplegt, simpel omdat die is geschreven in een tijd dat we nog geen elektronische publicaties kenden en informatiestromen nog heel overzichtelijk waren. De auteurswet zou ons moeten beschermen en verder helpen, zoals een schoen je voet beschermt en tegelijkertijd steun geeft als je een eind wilt gaan wandelen. Maar inmiddels is die schoen veel te klein geworden en het landschap waar we doorheen wandelen is niet meer vlak maar vol met hobbels en kuilen. De auteursrechtschoen belet ons nu om te gaan waar we willen. Ik vind het hoog tijd voor de overheid om die schoen eens te gaan bekijken want zo kan het niet langer. Tot die tijd roep ik iedereen op om na te denken over onder welke rechten je zelf wilt publiceren: wil jij dat jouw blogposten, tweets, wiki-bijdragen, websites en (gedrukte) artikelen gepubliceerd onder het oude auteursrecht vallen of ga je voor een meer open licentie zoals Creative Commons? Ik ben in ieder geval een grote voorstander van die laatste optie en heb dan ook het CC-logo hier rechts op mijn weblog gezet. Omdat ik denk dat het goed is om kennis te delen, en ook omdat ik hoop dat als héél veel mensen hun werk zo publiceren de overheid er meer vaart achter zal zetten om de auteurswet aan te passen. Want lopen op schoenen die niet meer passen is 'killing'! En als we nu geen nieuwe schoenen krijgen dan moeten onze leerlingen verder op die oudjes van ons. Dat willen we toch zeker niet?!

Afbeelding van eleveninth, gepubliceerd onder CC-by-nc-nd.

dinsdag 23 juni 2009

Waarom zou je lesmaterialen online zetten?

Er zijn op dit moment aardig wat initiatieven waarbij lesmaterialen gedeeld worden. Soms gebeurt dat in een kleine groep; soms ook worden de materialen vrij op internet gezet zodat iedereen erbij kan. Ik ben een groot voorstander van die laatste aanpak: ik denk dat je daar niet alleen anderen een plezier mee doen maar dat je uiteindelijk zelf daarbij ook het meeste baat bij hebt. Een aantal redenen om vrij je lesmateriaal te delen, via een ELO of nog liever via internet:
  • Wie zijn materialen online zet, geeft zijn leerlingen de mogelijkheid om nog eens terug te kijken naar wat ze hebben geleerd. Dat kan erg handig zijn als je leerlingen zeggen dat ze iets 'echt nog nooit hebben gehad'.
  • Als je je materialen online hebt staan kun je ze zelf ook altijd terugvinden. Dat vind ik zelf één van de voordelen van dit weblog: het is mijn persoonlijk archief van wat ik allemaal heb gevonden op internet en hoe ik over zaken dacht. Misschien ben ik zelf wel de meest fanatieke gebruiker van de zoekknop op dit weblog ;-)
  • Als je je leermaterialen online zet en deelt met anderen, dan nodig je anderen uit om hetzelfde te doen. Dat kan leiden tot vermindering van de werkdruk, verlaging van de kosten en/of verbetering van de materialen doordat je de beste elementen van elkaars lessen kunt gebruiken
  • Als je je leermaterialen online zet, zijn ze ook vindbaar voor collega-docenten. Dat is handig om lessen uit te wisselen maar ook wanneer je in je les onderwerpen behandelt waarvan je vermoedt/weet dat die ook in de lessen van andere vakken aan de orde zijn gekomen. Handig om te zien hoe de natuurkundedocent uitleg geeft over het oplossen van een tweedegraadsvergelijking of hoe de docent Duits uitlegt wat een bijwoordelijke bepaling is.
  • Door je leermaterialen voor iedereen zichtbaar online te zetten bied je anderen de mogelijkheid daarop te reflecteren. Dat kan je zien als nadeel (negatief commentaar krijgen is niet altijd leuk), maar ik denk dat het vooral een voordeel is: het biedt je de mogelijkheid om je materialen te verbeteren.
  • Als je leermaterialen online hebt staan dan kun je dat ook zien als portfolio: je laat zien welke kennis en kunde je in huis hebt. Zo weten mensen je soms te vinden en doe je soms onverwachte maar erg leuke contacten op.
Er zijn vast nog meer redenen om lesmaterialen online te delen. Wie vult mijn lijstje aan?

Foto van Shutterstock, gepubliceerd onder een vrije licentie.