Posts weergeven met het label overig. Alle posts weergeven
Posts weergeven met het label overig. Alle posts weergeven

maandag 26 november 2012

Vier in balans, ict-professionalisering en mediawijsheid

Een dag of 10 geleden was ik te gast bij De Onderwijsdagen. Daar was veel aandacht voor mediawijsheid: er waren maar liefst 11 presentaties aan gewijd. Daarnaast (en gedeeltelijk overlappend) lag er een sterke focus op de veranderende rol van de leraar en (de daarmee samenhangende) docentprofessionalisering.

Veel grote woorden, maar in feite natuurlijk onderwerpen die al oud zijn en door elke docent onderkend worden. Wil je je vak goed uitoefenen, dan is het zaak op de hoogte te zijn van wat er speelt in je vakgebied en op het gebied van didactiek (bijv. 'de leerling centraal'), bij de leerlingen (bijv. het gebruik van sociale media) en in de maatschappij (bijv. de toenemende inzet van ict). Ik ken geen docent die zich hier niet van bewust is en die niet op de één of andere manier hiermee bezig is: door vakliteratuur te lezen, cursussen te volgen of door met collega's van gedachten te wisselen, al dan niet gecombineerd met het op basis van die bevindingen en ervaringen doorvoeren van vernieuwingen in de eigen lessen.

De winst van de presentaties vind ik dan ook niet dat er aandacht is voor dit soort zaken, maar wel dat er een poging werd gedaan om te komen tot heldere definiëringen en om structuur aan te brengen in de containerbegrippen mediawijsheid en ict-professionalisering. Want het gevaar is anders groot dat je urenlange gesprekken voert voordat je tot de conclusie komt dat de een een andere opvatting heeft bij mediawijsheid dan de ander, dat er geen eenduidige visie is op wat een docent moet weten en kunnen of dat de een ict vooral ziet als een middel om besparingen door te voeren en de ander als middel om het onderwijs te verbeteren.

Daarom van harte aanbevolen de volgende documenten:
  • over mediawijsheid: wat is het en wat verwachten we dat leerlingen moeten kennen, kunnen en doen na afloop van hun opleiding:
    Het competentiemodel is een prima basis voor een gesprek op elke school, met docenten, leerlingen, directie, bestuur en ouders: welke vaardigheden wil je je leerlingen meegeven, wat verwacht je van de aanleverende onderwijsinstellingen, welke taken en verantwoordelijkheden leg je bij de school, bij de leerlingen en bij de ouders? 
  • Over welke ict-vaardigheden we verwachten van docenten:
    • het Kader voor ict-bekwaamheid van leraren.
      Dit document helpt scholen om invulling te geven aan de algemene vakbekwaamheidseisen voor leraren, zoals omschreven door de Onderwijscoöperatie (2012), waarin wordt gezegd dat bekwame leraren kennis hebben van digitale leermaterialen en -middelen en als zij de pedagogisch-didactische mogelijkheden en beperkingen daarvan kennen. Daarnaast kunnen zij doelmatig gebruikmaken van beschikbare digitale leermaterialen en -middelen.
Daarnaast kregen we alvast een korte inkijk in de Vier in Balans monitor 2012, waarin (m.i. terecht) wordt gesteld dat de kwaliteit van de leraar de belangrijkste succesfactor is. Bij de presentatie daarvan werd een boeiende, heerlijk relativerende presentatie gegeven over ict in het onderwijs door filosofiedocent Jan Verweij, VO-docent van het jaar. Een duidelijker bewijs dat de docent de basis is van goed onderwijs en dat ict alleen een hulpmiddel kan zijn, kon er volgens mij niet gegeven worden!

woensdag 17 oktober 2012

Worden privé-activiteiten minder leuk door er leerdoelen aan te koppelen?

Onlangs hoorde ik het weer een keer: 'je moet het spelen van kinderen niet de school in halen: dan haal je het plezier eruit'. Ik kan me bij die opmerking alles voorstellen: meestal worden privé-activiteiten en hobby's niet leuker als je er allerlei verplichte leerdoelen aan koppelt. Naar een pretpark gaan vinden de meeste kinderen leuk, maar het wordt vast minder leuk als je na afloop van het bezoek een verslag daarvan moet maken waar je een cijfer voor krijgt. Toch ben ik ervan overtuigd dat het wel mogelijk is om onderwijs te maken van activiteiten die leerlingen buiten de school ontplooien en interesses die ze hebben, maar het lukt alleen als je daarbij rekening houdt met de volgende zaken.

Vrije keuze
Om in de les voort te borduren op privé activiteiten, hobby's of interesses die kinderen hebben, zal er om te beginnen sprake moeten zijn van vrije keuze van de leerling. De leerling moet de vrijheid hebben om zelf te bepalen welke buitenschoolse activiteiten hij binnen de schoolomgeving halen: omdat hij trots is op wat hij bereikt heeft, omdat hij er vragen over heeft, omdat hij er medeleerlingen bij wil betrekken of omdat hij denkt dat het bruikbaar is binnen het leerproces. Als de leerling activiteiten, hobby's of interesses voor zichzelf wil houden, dan moet dat natuurlijk mogelijk zijn. Bijvoorbeeld omdat hij er (nog) niet aan toe is om erover te vertellen, omdat hij (al dan niet terecht) bang is dat het afbreuk doet aan zijn imago of omdat hij binnen de schoolomgeving andere dingen belangrijker vindt.

Respect voor privacy
Voor onderwijs kan het interessant zijn om een beroep te doen op het netwerk van leerlingen. Je kan bijvoorbeeld leerlingen vragen om onderzoek te doen binnen hun netwerk. Ze kunnen opa's of oma's vragen over hoe het vroeger was, een enquête houden onder hun Hyvesvrienden over wie welke kranten lezen, anderstalige penvrienden zoeken of vrienden bevragen over leefgewoontes in andere culturen. Door het netwerk van leerlingen bij het onderwijs te betrekken, kan je de wereld buiten de klas naar binnen halen.
Maar ook hier geldt dat de leerling de vrije keuze moet hebben. Hij moet zelf kunnen bepalen of hij zijn netwerk wil aanspreken voor onderwijsdoeleinden. Je kan er niet van uit gaan dat leerlingen hun netwerk, virtueel of 'in real life' willen benutten om leerdoelen te behalen. Als een leerling een goede band heeft met zijn grootouders kan het leuk zijn om met hen in gesprek te gaan en zo uit de eerste hand te horen over vroeger. Maar heeft een leerling die band niet en wordt hij door de school verplicht om een gesprek te voeren, dan kan dat heel vervelend zijn. Dat geldt ook voor virtuele contacten: een leerling moet de vrijheid hebben om zelf te kiezen of hij zijn Facebook, Hyves of MSN-contacten wil benaderen met vragen, ook als die anoniem gesteld kunnen worden. 

Door leren waarde toevoegen aan het leven buiten school 
Een heel andere voorwaarde waar je aan moet voldoen om met succes leerdoelen te koppelen aan activiteiten die leerlingen ondernemen buiten schooltijd, is dat de waarde die die activiteiten voor de leerling privé ten minste intact gelaten en liever nog vergroot moet worden. De activiteiten die leerlingen ondernemen leveren hem iets op: plezier in het uitvoeren van de activiteit, respect of waardering van zijn vrienden, enz. Het koppelen van leerdoelen aan activiteiten die leerlingen buiten de school ondernemen moet niet alleen gericht zijn op de waarde daarvan voor het onderwijs, maar ook op de waarde buiten de school. Denk bijvoorbeeld aan een leerling die op school vertelt dat hij in een boom geklommen is. In een rekenles over verhoudingen (kerndoel 26 rekenen/wiskunde) zou je de leerling dan kunnen leren hoe hij kan inschatten hoe hoog die boom is, of je kan hem in de gymles verschillende klimtechnieken aanleren. Daarmee bereikt de leerling niet alleen schoolse leerdoelen bereikt, maar ook daarbuiten. Hij kan immers beter klimmen en hij kan vertellen hoe hoog de boom is waar hij in is geklommen.

Ik denk dat als je op deze manier buitenschoolse activiteiten de school inhaalt, je niet alleen voorkomt dat het spelen minder leuk wordt, maar zowel aan het spelen als aan het leren een extra dimensie toevoegt.

dinsdag 18 september 2012

Blogminderen

Door: Martijn van den Berg
Het is alweer een tijdje geleden sinds mijn laatste blogje. Ik heb inmiddels een geweldige (en leerzame) periode in Zuid Afrika achter de rug. Eenmaal terug kon ik meteen de zomervakantie inluiden. Ik heb besloten na een half jaar uit het bloggen te zijn, voorlopig te stoppen met iedere week een blogje te schrijven.

De reden hiervoor is dat ik voor het laatste jaar van mijn opleiding een jaar fulltime stage loop bij Bilderberg Oosterbeek, waar ik me volledig op wil gaan storten. Aangezien dit toch een stuk meer uren kost dan ik destijds in Leeuwarden aan mijn studie kwijt was, heb ik besloten niet meer iedere donderdag te gaan bloggen.

Ik ben iets meer dan 7 jaar geleden begonnen met het reviewen van games, en ben geleidelijk aan steeds meer gaan schrijven over onderwijs. Dankzij het bloggen heb ik mee mogen helpen aan supergave projecten als de creative game challenge, 21 Learners,en nog veel meer.

Dankzij het bloggen ben ik heel anders gaan kijken naar onderwijs, iets waar ik voorlopig mee bezig zou blijven. Ik blijf naast het blog bezig met 4T2, nog wat lokale opdrachten, en voor de rest wat er op mijn pad komt. Ik blijf af en toe misschien nog een blogje schrijven, maar komend jaar gaat onderwijs toch echt voor schrijven over onderwijs.

woensdag 4 juli 2012

De laatste lessen voor de vakantie

Voor sommigen (waaronder ikzelf ;-) ) begint vrijdag de zomervakantie. Maar nog niet voor iedereen. Voor hen komen er nog een paar weken aan. Weken waarin het soms lastig is om je leerlingen te motiveren: omdat ze - net als jij - moe zijn, omdat de zon buiten schijnt en het benauwd is in de klas, omdat ze al weten dat ze over zijn of dat ze er niets meer aan kunnen veranderen dat ze dat niet zijn of omdat het jaar al zo lang heeft geduurd en ze toe zijn aan verandering.

Voor wie deze laatste weken van het schooljaar anders-dan-anders-lessen wil geven, waarin wel geleerd wordt, maar niet uit het boek, hierbij een paar ideeën voor de laatste lessen van het jaar.
  • Laat je leerlingen een openbare les verzorgen. Bepaal tevoren de regels: moet het over een vakgerelateerd onderwerp gaan of mogen ze helemaal zelf het onderwerp van hun openbare les bepalen? Denk daarbij aan een les over hoe de leerlingen zelf hun onderwijs zouden willen inrichten, over wat de belangrijkste dingen zijn die zij in het afgelopen jaar hebben geleerd of een les over een goed doel. De openbare les kan gericht zijn op de ouders van de leerlingen en plaats vinden in de school, maar je kan er ook voor kiezen om iedereen toe te laten en te vragen of die bijvoorbeeld gegeven kan worden in de openbare bibliotheek of het cultureel centrum/schouwburg enz. 
  • Laat je leerlingen voor elkaar de vakantie voorbereiden. Vraag de leerlingen waar ze naar toe gaan in de vakantie en laat leerlingen voor elkaar zoeken naar leuke dingen om daar te doen, bijzondere flora of fauna die daar te vinden is, historische plaatsen, kunst of architectuur in die omgeving enz. Daarbij zijn niet alleen de plekken ver weg interessant: je zult ervan staan te kijken wat er in de omgeving van de woonplaats van de leerlingen te vinden en te doen is. Als je met de groep/klas een (besloten) Flickr-groep begint (of een groep op een andere foto-sharingsite), kunnen ze tijdens de vakantie vastleggen welke tips ze hebben opgevolgd. 
  • Laat leerlingen in groepjes een speurtocht maken voor elkaar. In de speurtocht kunnen ze vragen opnemen die beantwoord moeten worden. De eerste letters van de antwoorden moeten samen een woord vormen. Als de leerlingen elkaar speurtocht lopen, kan je extra regels toevoegen, bijvoorbeeld dat als ze een ander team tegenkomen ze één van de vragen die ze moeten beantwoorden moeten stellen aan het andere team. Is het antwoord goed, dan levert dat het andere team een punt op, en ze winnen er zelf een letter bij van het antwoord. Het andere team kan er ook voor kiezen om een fout antwoord te geven. Dan krijgen ze geen punt, maar ze maken het ook moeilijk voor het team dat de vraag stelt om het woord te vinden. 
  • Doe een wedstrijd: wie kan het beste zoeken op internet? Daarbij kan je gebruik maken van de opdrachten die Google dagelijks bedenkt in 'a Google a Day' of de weblog SearchResearch. Een mooie gelegenheid om met elkaar van gedachten te wisselen over hoe je handig kan zoeken op internet èn hoe je gevonden websites op waarde kan beoordelen. Op de posters die Google heeft gemaakt voor het onderwijs, vind je al een aantal tips voor verschillende zoekmachines van Google. Je kan ook gebruik maken van deze site met zoektips. De volgende les krijgen de leerlingen de opdracht om in groepjes zelf een zoekposter te maken (bijv. met Glogster) met de zoektips die zij het meest waardevol vonden, met handige zoektools of met tips hoe je gevonden informatie kan beoordelen. De resultaten van deze les kunnen volgend schooljaar handig zijn!
Voor mij houdt het schooljaar na deze week op. Ik ben al druk bezig met de voorbereiding van het nieuwe jaar en hoop dan weer meer tijd vrij te kunnen maken voor bloggen. Tot dan!

N.B. Mocht je nog niet je hotel geboekt hebben en ben je een Mac-gebruiker, kijk dan verder dan de eerste adviezen die je krijgt. Vorige week bleek dat de hotelboekingssite Orbitz Mac-gebruikers verwijst naar duurdere hotels dan gebruikers van andere computers. Dat wat je ziet op internet wordt afgestemd op wat je zoekt op internet, dat wisten we natuurlijk al na alle publicaties over de filter bubble, maar ik had me nog niet gerealiseerd dat ook het operatingsysteem van je computer effect kan hebben op wat je op je scherm te zien krijgt!

Afbeelding van Chris Campbell, gepubliceerd onder CC-by-nc

woensdag 27 juni 2012

Methodes en multitools

Je hebt het vast ook wel eens gedaan: gezocht naar de ideale oplossing. De oplossing die beantwoordt aan alle eisen. Het gereedschap waarmee je kan timmeren en zagen, boren en hakken, schuren en schaven. De keukenmachine waarmee je deeg kan maken en een ei kan klutsen, tomatensoep kan maken en puree, sinaasappels kan persen en snijbonen kan snijden. Een jas die je zowel beschermt tegen de regen als tegen de kou, die handig is op de fiets en in de auto, die leuk staat op een broek en op een jurk, die makkelijk gewassen kan worden en ook nog een beetje charmant staat. Een laptop die je makkelijk kan meenemen, maar wel alles kan wat je desktop ook kan, die bij het aanzetten alle voor jou belangrijke programma's klaarzet en toch binnen 2 seconden startklaar is, een laptop die een lekker groot scherm heeft, veel in- en uitgangen heeft en natuurlijk een dvd-speler, een snelle processor en een webcam aan de binnen- en de buitenkant, maar tegelijkertijd handzaam is en natuurlijk ook niet al te duur.

En, is het gelukt? Bleek de oplossing die je gevonden hebt ook echt ideaal te zijn?

Waarschijnlijk niet. Die ideale oplossingen zijn er namelijk maar zelden. Vaak doe je er beter aan om verschillende apparaten te gebruiken. Een laptop, een desktop, een mobieltje en misschien ook nog een tablet. Jassen voor in de regen en in de kou. Een mixer en een rasp. Een hamer en een zaag, een boormachine en een beitel. Dat levert je uiteindelijk veel meer kwaliteit en mogelijkheden dan wanneer je dat éne apparaat koopt, met al die verschillende mogelijkheden. 

In het onderwijs zoeken we vaak naar een multitool voor onze lessen: de methode. Die methodes zijn ontworpen om leerlingen vanaf leerjaar 1 tot het einde van hun schoolloopbaan alle aspecten van een vak te leren. De aanschaf van een methode is dan ook niet simpel: alle leerlingen moeten ermee werken, de kosten van de aanschaf zijn aanzienlijk en als regel wordt een methode pas na lange tijd afgeschreven.

Ik denk dat we met die alomvattende methodes het onderwijs tekort doen. Zoeken naar de ideale oplossing werkt volgens mij ook hier niet. Zouden we er niet beter aan doen om in plaats van te kiezen voor één ideale oplossing, meer oplossingen in te zetten? Het kost meer tijd om die verschillende oplossingen bij elkaar te zoeken, maar je kan er wel meer kwaliteit mee krijgen!

Afbeelding van Snazzo, gepubliceerd onder CC-by-sa.

maandag 11 juni 2012

Vernieuwen roept weerstand op

Mensen houden vaak niet van veranderen. Dat betekent dat als je in het onderwijs vernieuwingen door wilt voeren, je vaak te maken krijgen met weerstand. Daarom is het lastig als mensen verplicht worden te vernieuwen. 'We doen het al jaren zo, en het gaat toch altijd goed?', 'ik zie het nut er niet van in, van al die vernieuwingen' of 'bewijs eerst maar eens dat die nieuwe aanpak beter is dan de oude', zijn zaken die je vaak te horen krijgt als mensen tegen hun wil in moeten vernieuwen. We kennen het verschijnsel van weerstand tegen vernieuwingen allemaal en er zijn dan ook allerlei cursussen waarin mensen die willen vernieuwen, leren hoe ze om kunnen gaan met weerstand.

Maar wie onderwijs wil vernieuwen moet niet alleen rekening houden met weerstand van volwassenen: ook leerlingen staan niet altijd te springen als ze verplicht worden om ander onderwijs te volgen. Een filmpje maken in plaats van een werkstuk kost meer tijd, als je moet samenwerken met medeleerlingen is de kans reëel dat de anderen een andere inzet hebben dan jijzelf, en betekenisvol onderwijs klinkt interessant, maar als je voor je eindexamen je kan beperken tot het vak, dan wil je liever niet investeren in het begrijpen hoe de samenhang is met andere vakken. En helemaal onbegrijpelijk vind ik die argumenten niet: leerlingen worden immers maar heel beperkt (tot niet) afgerekend op zaken die in allerlei vernieuwende onderwijsvormen zo belangrijk zijn: leren leren, samenwerken, communicatieve vaardigheden enz.

Ik heb in het verleden diverse malen leerlingen gevraagd hoe ze onderwijs willen hebben. Eén van de vragen die ik ze stelde was of ze liever hun lessen zouden willen hebben in de vorm van een game of liever 'gewoon' klassikaal. Bijna altijd was het antwoord dat ze gamen wel leuk vonden, maar veel te weinig effectief en dat ze daarom liever gewone lessen wilden. Argumenten dat je van een goede serious game meer leert dan alleen de lesstof, dat gamen zo leuk is dat je niet in de gaten hebt dat het tijd kost en dat je het geleerde beter kan toepassen in de praktijk, konden ze niet overtuigen. Pas als ze een keer bezig waren met een goede (serious) game, dan veranderden ze nogal eens van mening.

Ik denk dat we bij onderwijsvernieuwingen te weinig rekening houden met de weerstand van leerlingen. Wie onderwijs wil innoveren moet niet alleen weerstand wegnemen bij directie, staf, onderwijsgevend en onderwijsondersteunend personeel, maar ook bij leerlingen, omdat anders de weerstand van de leerlingen leidt tot hernieuwde of versterkte weerstand bij onderwijsgevend en onderwijsondersteunend personeel. En leerlingen bij de start van een vernieuwing niet overtuigd zijn van het nut en de noodzaak daarvan, zullen zeker niet bijdragen aan de resultaten van vernieuwingen, ook als leerlingen achteraf aangeven dat de nieuwe aanpak hen goed bevallen is.

Afbeelding van toffehoff, gepubliceerd onder CC-by-sa.

donderdag 24 mei 2012

Is bewijs wel nodig?

Gisteren was ik bij de de jaarlijkse conferentie over ‘Wat werkt met ict in het onderwijs’. Een meer dan overvol programma, vol met (onder andere) pitches over onderzoeken naar de toegevoegde waarde van ICT.

De uitkomsten van die onderzoeken waren gevarieerd: soms werd geen effect gemeten, soms werd positief effect gemeten en soms werd geconstateerd dat er te weinig gegevens waren om zinvolle conclusies te trekken. Wat me daarbij opviel was dat als geen effect werd gemeten, er steeds gezocht werd naar verklaringen voor het uitblijven van dat positieve effect. Ik kan me geen pitch herinneren waar gezocht was naar oorzaken voor het uitblijven van negatieve effecten van ICT-gebruik, terwijl ik denk dat (ook) daarvoor wel bewijs gevonden kan worden. Voor zover overigens van 'bewijs' gesproken kan worden: zoals Han van der Maas vertelde in zijn presentatie, is het voor het bewijzen van oorzaak en gevolg, nodig dat onderzoek gerandomiseerd en dubbelblind wordt uitgevoerd. Voor het onderwijs in feite een onhaalbare zaak.

We komen niet verder dan de constatering dat ICT leren leuker, beter, effectiever kan maken als dat wordt gedaan met een goed werkende ICT-toepassing, passend bij de behoefte van de leerling, met de juiste didactische aanpak, begeleid door een kundige docent, en aansluitend op de visie van de school. Tsja, en die conclusie kan ik ook trekken over het gebruik van het goede oude krijtbord, een flip-over, schriftjes, een rekenlineaal enz.

Voor mij was de conclusie van de dag dan ook dat het weinig zinvol is om te willen bewijzen dat ICT werkt. Ik denk dat dat helemaal niet nodig is omdat we het volgens mij in en buiten het onderwijs allang eens zijn over een drietal andere zaken:
  • het is van belang dat we variatie brengen in het onderwijs: we leren nu eenmaal allemaal op andere manieren en bijna niemand vindt het leuk om dingen altijd maar op dezelfde manier te doen. 
  •  ICT biedt mogelijkheden om variatie te brengen in het onderwijs.
  • omdat we onze leerlingen goed willen toerusten voor de maatschappij en omdat in de maatschappij op alle mogelijke manieren gebruik wordt gemaakt van ICT, moeten we in het onderwijs ook gebruik maken van ICT.
Als we het inderdaad hierover eens zijn, dan moeten we ICT gaan gebruiken in het onderwijs. Omdat leerlingen moeten leren om ICT te gebruiken en omdat het een middel is om variatie in het onderwijs te brengen. Het is zeker niet het enige middel en het is ook zeker niet altijd het beste middel, maar het is wel één van de middelen die ons ter beschikking staan. Wat het oplevert, hangt af van de omstandigheden waaronder het middel wordt ingezet.

Daarom wil ik me aansluiten bij de uitspraak van Alfons ten Brummelhuis van Kennisnet, dat het van het grootste belang is dat docenten leren wanneer ze welk middel moeten inzetten. Dat vraagt zowel kennis van didactiek als van de gereedschappen die gebruikt kunnen worden. Zoals een timmerman precies weet voor welke klus hij welk gereedschap moet inzetten: welke hamer hij gebruikt om een spijker in hout te slaan en welke om een wig in een gat te kloppen, zo moet een docent weten welk (ict-)middel hij in kan zetten om in verschillende onderwijssituaties het beste resultaat te bereiken. Om die vakkennis te verwerven moet een docent tijd krijgen: om te leren, te oefenen en om zelf materiaal te maken. En tijd om de opgedane ervaringen uit te wisselen met collega's: niet als bewijs dat het werkt, maar als voorbeeld van een manier waarop je ICT kan inzetten.

Een goede zaak dus dat Kennisnet nu met Hogeschool Iselinge het project ‘Het Leren van de Toekomst met de Pabo’ gaat doen. Als aankomende docenten al in hun opleiding leren hoe ze ICT-gereedschappen didactisch in kunnen zetten, dan kunnen ze als ze voor de klas staan de beste gereedschappen uitkiezen!

Afbeelding van Velo Steve, gepubliceerd onder CC-by-sa.

dinsdag 8 mei 2012

Terug van weggeweest

Het is een paar weken stil geweest op ons blog. Martijn is vertrokken naar Zuid-Afrika waar hij de komende 3 maanden een minor volgt voor zijn studie op de locatie van Stenden in Zuid-Afrika. Ik heb die kans aangegrepen om dat land te bezoeken omdat ik graag wil weten waar mijn zoon terecht komt. Daarnaast was het natuurlijk een prachtige gelegenheid om een kijkje te nemen in Zuid-Afrika, dat niet alleen overweldigend natuurschoon biedt, maar me ook fascineert door zijn cultuur en historie.

Inmiddels is Martijn begonnen aan zijn studie daar, en ik ben weer thuis, nog een nagenietend van (en peinzend over) wat ik heb gezien en beleefd. Ik  heb de draad van mijn werk weer opgepakt en zal vanaf vandaag ook weer gaan schrijven in dit blog. Martijn zal voorlopig waarschijnlijk geen bijdrage meer aan leveren: hij heeft het druk met zijn studie en natuurlijk ook met het leven in zijn nieuwe omgeving.

Ik ben van plan om - net als voorheen - in de lesweken 3 dagen per week een blogpost te publiceren. Op welke dagen ik ga publiceren weet ik nog niet: dat zal afhangen van de inspiratie die ik opdoe en van de tijd die ik heb. Je zult dus niet meer elke maandag, dinsdag, woensdag en donderdag hier een blogpost vinden, maar op 3 (wisselende) dagen van de week.

donderdag 12 april 2012

Logeren in eigen huis

 Door: Martijn van den Berg
Over een paar dagen ga ik naar Zuid Afrika. Ik heb al mijn spullen inmiddels verhuisd naar het huis van mijn ouders, en zit om de laatste dingen in Leeuwarden te regelen een paar dagen bij een huisgenoot op de kamer. Ik merk dat sinds ik weg ben, het huishouden met de dag minder wordt. De WC ligt vol met lege rolletjes toiletpapier. De afwas is al een dag niet gedaan, en in de gang ligt troep op de grond. Het is net een stukje minder mijn huis.

De reden dat alles net iets minder strak loopt, is dat ik in de tijd dat ik hier gewoond heb, een huishouden heb geprobeerd te runnen. Dit is me niet altijd even goed gelukt, maar over het algemeen ben ik er redelijk in geslaagd om een situatie te creëren waar iedereen zijn eigen bijdrage levert aan het huishouden. Er werd bijna nooit meer dan één maaltijd per dag op hetzelfde fornuis gekookt, de vuilniszak zat nooit meer dan vol, en de keuken was meestal wit.

Nu ik weg ga, hoef ik me niet meer bezig te houden met het huishouden, en laat ik de rest zijn gang gaan. En dit heeft best wel veel effect. In de dagen dat ik nu bij een huisgenoot logeer, is het alsof ik logeer in mijn eigen huis, en toch voel ik me een gast. Alsof ik er nooit gewoond heb. Dingen veranderen nu zo snel.

Als ik over een paar jaar terug kom, verwacht ik dat het hele huis compleet veranderd zal zijn. Alle moeite die ik dan gedaan heb, zullen ze daar niet kennen. Aan de ene kant is dit raar om te beseffen. Aan de andere kant is het ook belangrijk om te weten dat wat ik gedaan heb, mij een erg leuke tijd heeft bezorgd in mijn studententijd. Als andere mensen een ander systeem vinden waar ze blij mee kunnen zijn, dan zal ik daar ook gelukkig mee zijn. Het blijft logeren in een huis waar je ooit gewoond hebt.

N.B. Na deze blogpost zal het een tijdje stil zijn op dit blog. Martijn gaat tot aan de zomervakantie studeren in Zuid-Afrika en zijn ouders mogen hem wegbrengen ;-) Dat betekent dat in ieder geval tot 7 mei er geen nieuwe berichten gepost zullen worden. Tot over een paar weken,

Margreet

woensdag 4 april 2012

Motivatie 2.0

Door: Martijn van den Berg
Er zijn drie soorten motivatie. Een is waarbij je iets doet, en je erna kapot bent en gedemotiveerd, omdat je er geen drol aan vindt. In deze situatie zal je ook niet je uiterste best doen, omdat je er eigenlijk niets aan vindt. De tweede situatie is als je iets niet geweldig vindt, maar er een of andere beloning voor krijgt, in de vorm van geld of iets wat je graag wilt. De derde situatie is als je iets doet, wat je zo leuk vindt, dat je er meer energie van krijgt. En dat is motivatie 2.0.

Denk hierbij bij een ondernemer die in zijn eigen succesvolle bedrijf loopt. Of een muzikant die optreedt op een groot podium. Maar ook een student kan motivatie 2.0 hebben.

Motivatie 2.0 komt bij studenten voor als je ongelofelijk geïnteresseerd bent in een bepaald onderwerp. Zo geïnteresseerd, dat je zelfs in je vrije tijd bezig bent met informatie zoeken. Dit gebeurt meestal niet met het onderwerp waar je op school mee bezig bent, omdat hier erg veel voor nodig is. Lessen moeten inspirerend zijn. Zo inspirerend, dat je zelfs na de lessen nog bezig bent met wat er gezegd is.

Voor mij is het slechts een paar leraren gelukt om mij voor een vak gemotiveerd 2.0 te maken. Over het algemeen zeer ervaren leraren, die continu de eigen lessen aan het evalueren waren. Deze lessen maken is een proces van uitproberen en testen. Zeker in de onderwijswereld is het moeilijk dit te bereiken, omdat je dezelfde les meerdere keren geeft. Maar als het lukt, loopt het onderwijsproces bijna vanzelf.

dinsdag 3 april 2012

Vernieuwing in het onderwijs

Zo, hij is weer achter de rug: de IPON. De Jaarbeurs stond weer vol met allerlei soft- en hardwareproducten. De commerciële uitwerking van vernieuwingen die de afgelopen jaren in het onderwijs hebben plaatsgevonden. Maar als je echt op de hoogte wilt zijn van de laatste ontwikkelingen, dan vind je die (bijna) niet op de stands op de IPON: vernieuwen vraagt vaak veel investeringen en lang niet altijd weet je tevoren of die investeringen ook rendement gaan opbrengen. De meeste bedrijven nemen dan ook het zekere voor het onzekere en brengen vooral producten op de markt waarvan ze al weten dat er interesse voor bestaat een groot aantal scholen. Er zijn maar heel weinig bedrijven die produceren voor de voorlopers op het gebied van onderwijsvernieuwing.Gelukkig waren die bedrijven ook te vinden op de IPON ;-)

Wie geïnteresseerd was in de nieuwste trends kon wel zijn hart ophalen bij een aantal presentaties. Het meest heb ik geleerd van de verhalen die onderling werden uitgewisseld: bij de lunch, na afloop van de presentaties, aan de stands. Wat een heerlijk bevlogen branche is het onderwijs toch!

Heb je de IPON gemist en wil je weten wat de laatste ontwikkelingen zijn in het onderwijs, dan kan ik je het jaaroverzicht van het SURFnet/Kennisnet Innovatieprogramma aanbevelen. Het is al een tijdje uit, maar ik was er nog niet aan toegekomen om erover te bloggen. Maar het is te mooi en te handig voor innovators om onbesproken te laten!

Het jaaroverzicht 2011 is vormgegeven als een soort interactief tijdschrift. Het verslag is ingedeeld in thema's en projecten die door SURFnet en Kennisnet zijn uitgevoerd, samen met het onderwijs:
In het tijdschrift vind je op elk van deze thema's/projecten een korte inleiding wat het thema/project behelst, wat je ermee kan doen (hoe je het kan inzetten) en wat die inzet je oplevert. Vaak zijn de inleidingen voorzien van een filmpje, waardoor je snel een beeld krijgt van het onderwerp. Elke inleiding is voorzien van een groot aantal links: naar een projectwebsite, naar projecten die in het kader van het programma zijn uitgevoerd, naar theorie en naar praktijkvoorbeelden. Erg  handig: als je het tijdschrift doorleest zonder door te klikken weet je in een half uurtje wat de belangrijkste trends in het onderwijs zijn. Wil je meer informatie, dan zijn er meer dan genoeg links om verder te lezen. Veel leesplezier!

donderdag 15 maart 2012

"Doen alsof" projecten

Door: Martijn van den Berg
Ik ben geen groot fan van theorie stampen, aangezien telkens luisteren naar informatie niet veel rendement oplevert. Dit geldt voor veel studenten, en daarom proberen docenten vaak met oplossingen te komen om het geheel meer praktisch te maken. Vaak worden hier dan simulatieprojecten opgebouwd.
Een simulatieproject is eigenlijk één groot toneelstuk. Je moet doen alsof je een bepaalde functie hebt in een bedrijf en vervolgens moet je je gaan bedenken wat je zou gaan doen als je deze persoon was. Alle projectgenoten, en zelfs leraren nemen een rol aan om het zo echt mogelijk te maken.

Wat bedoeld is als een manier om de theoretische kennis in mijn ogen duidelijker te maken, gaat in mijn ogen compleet de verkeerde kant op. Uiteindelijk maak je een heel project, je krijgt er een cijfer voor, en gooit het vervolgens weer weg. Je bent een hoop tijd kwijt met een project, wat je uit zelfstudie veel sneller had kunnen leren.

Ik ben niet tegen op het wat meer realistisch maken van kennis, maar het moet wel een doel hebben, of op z'n minst iemand uit de industrie die bereid is om ernaar te luisteren. Lukt dit niet, dan is misschien theorie leren en een toets een betere optie. Er zijn genoeg alternatieven om ook dit leren leuker te maken.

dinsdag 31 januari 2012

ICT toepasbaar gemaakt in innovatieve projecten

Vorige week nodigde ik via dit weblog iedereen die geïnteresseerd is in innovatie in het onderwijs met behulp van ICT uit om naar het seminar Innovatie door Inspiratie te komen, op 15 februari in Maarssen. In dat seminar worden 36 innovatieve projecten gepresenteerd uit alle onderwijssectoren, vanaf het basisonderwijs tot en met het universitair onderwijs. Projecten die - denk ik - navolging verdienen: omdat ze heel direct praktisch toepasbaar zijn,, omdat ze prikkelend zijn, omdat ze onderwijs nieuwe mogelijkheden bieden of omdat de resultaten vragen om verdere uitdieping en onderzoek.

Van alle projecten is een eindevaluatie geschreven en de producten die in het kader van het project ontwikkeld zijn, worden gedeeld met het onderwijs door middel van een Creative Commons licentie. Maar ik kan me voorstellen dat niet iedereen de tijd kan vrijmaken om al die verslagen door te lezen. Ik ben daarom erg blij met het feit dat een aantal projectleiders de essentie van hun project hebben samengevat in een 'ePitch': een kort filmpje dat met dia's verrijkt is, zoals bij een weblecture.De filmpjes zijn te vinden in het 'kanaal' van de SURFnet/Kennisnet Innovatieregeling.

Ik vind deze vorm van pitchen een handig middel om anderen te vertellen over je project. Omdat de filmpjes maar kort zijn vraag je niet teveel van je kijkers, maar omdat in het commentaarveld een link staat naar meer informatie over de projecten kan iedereen die dat wil verder klikken. Hieronder een overzicht van de pitches die gemaakt zijn.
  • Woordenboek in context, van de Universiteit van Tilburg, Faculteit Katholieke Theologie. Klik hier voor meer informatie over dit project.
  • Coach in the pocket, van de Hogeschool Leiden. Klik hier voor meer informatie over dit project.
  • Flipcamera, van het Mondriaan College Oss. Klik hier voor meer informatie over dit project.
  • Videovergelijker, van de Guyotschool, thema: Nieuwe videotoepassingen. Klik hier voor meer informatie over dit project.
  • History in Close-up, van Lentiz onderwijsgroep | Dalton MAVO. Klik hier voor meer informatie over dit project.

Ik ben heel benieuwd wat jullie van deze pitches vinden. Wat vind je van deze manier om je verhaal te vertellen? En wat vind je van de pitches zelf? Door middel van een 'duimpje omoog' kan je laten weten welk(e) project(en) je aanspreekt/aanspreken.

En mocht je naar het seminar willen komen? Er zijn nog plaatsen vrij. Wel even aanmelden dan!

dinsdag 17 januari 2012

Seminar Innovatie door Inspiratie

Hebreeuws leren via filmpjes en 3-dimensionale beelden, zien wat zich onder de grond bevindt aan aardlagen en hoe oud die lagen zijn, met behulp van een webcam als het ware door je eigen lichaam heen kijken om te zien welke organen zich daarin bevinden, op je stage gebruik maken van een iPad om je ervaringen daar te delen met je medestudenten en je begeleider, kijken naar een video over paleis Soestdijk waarbij je kunt inzoomen op alle details zonder scherpte te verliezen: het zijn maar enkele voorbeelden van de projecten die het afgelopen jaar in het kader van de SURFnet/Kennisnet Innovatieregeling 2011 zijn uitgevoerd door onderwijsinstellingen in Nederland.

Op 15 februari a.s. organiseren Kennisnet en SURFnet het seminar ‘Innovatie door Inspiratie 2011’, waar de resultaten van deze projecten, op het gebied van augmented reality, nieuwe videotoepassingen, leren op afstand/online samenwerken of 4K-video, gepresenteerd zullen worden aan het onderwijsveld door de projectleiders. De dag staat in het teken van uitwisseling en inspiratie: hoe kan het onderwijsveld gebruik maken van de projecten die door deze voorhoedespelers op het gebied van ict en onderwijs zijn uitgevoerd?

Het seminar Innovatie door Inspiratie vindt plaats in Meetingplaza in Maarssen. Het programma begint om 9.30 uur en eindigt om 17.00 uur. Het seminar is – na aanmelding en zolang er plaatsen beschikbaar zijn - gratis toegankelijk voor iedereen die in het onderwijsveld werkzaam is. De hashtag die gebruikt zal worden op Twitter is #snkninspiratie.

Kom je ook?

Meer informatie en aanmelden kan hier.

donderdag 12 januari 2012

Wat brengt dit jaar?

Door: Martijn van den Berg
Allereerst wil ik iedereen een gelukkig nieuwjaar wensen, met veel succes en geluk. Voor mij wordt dit jaar absoluut iets om naar uit te kijken. Na vorig jaar een start te hebben gemaakt met een aantal projecten, gaat dat dit jaar door. Dit zullen dan ook de voornaamste thema's van mijn blogjes worden. Even een overzichtje:

Microsoft Tuning Team
Ik ben teamleider geworden van het Microsoft Tuning Team. Dat betekent dat ik voor Microsoft naar scholen toe ga met een team, om studenten te laten zien hoe ICT studeren makkelijker kan maken. Hierbij proberen we dit vanuit het perspectief van de student te zien, door te proberen zo handig en goedkoop mogelijke software te gebruiken. Daarnaast is het mijn taak de vraag te peilen binnen deze scholen naar eventuele producten die nog niet bestaan, en om dit weer naar boven toe te gooien. Ik begin midden februari met de project, en de eerste fase duurt twee maanden.

21 Learners
Het project waar ik vorig jaar aan meegedaan heb, krijgt een staartje, of beter gezegd, een staart. Wat we vorig jaar uitgezocht hebben met de 21 Learners is goed opgepikt in de onderwijswereld, en daarom heeft Kennisnet dit jaar ook een budget vrijgemaakt voor ons groepje. Wat er precies gaat gebeuren, is nog niet helemaal bekend, maar wel is bekend dat het hoogstwaarschijnlijk uit drie elementen zal gaan bestaan: Een denktank, met mensen die gaan denken over hoe het onderwijs verbeterd kan worden, trendwatchers, die stukjes gaan schrijven over de nieuwe ontwikkelingen in het onderwijs en ambassadeurs, die naar scholen in het land gaan om daar uit te leggen hoe je de 21st Century Skills in het onderwijs kan gebruiken.

Zuid Afrika
Ik ga voor mijn school drie maanden studeren in Zuid Afrika, bij een departement van Stenden in Zuid Afrika. Ik ga hier projecten opbouwen om het toerisme te bevorderen. Ik ga hier iedere week proberen internet op te zoeken om te kijken wat de verschillen in onderwijs zijn, en op deze manier hoop ik vanuit daar door te bloggen.

Dit zijn de drie belangrijkste thema's van komend jaar, en ook de dingen waar ik het meeste naar uitkijk. Ik vind het ongelofelijk leuk dat ik deze dingen kan doen. 2012 wordt voor mij in ieder geval een topjaar!

woensdag 21 december 2011

ICT: het middel is nodig om het doel te bereiken

In mijn laatste post in dit kalenderjaar wil ik even mijmeren over waarom ik ICT nu zo belangrijk vind en waarom ik denk dat je nu geen onderwijs meer kan geven zonder ICT.

Er is in de afgelopen jaren heel wat onderzoek gedaan naar wat onderwijs met ICT kan opleveren.Uit een meta-onderzoek gedaan door John Hattie blijkt dat het gebruik van ICT op zich maar heel weinig effect heeft op onderwijs. Veel belangrijker zijn zaken als het enthousiasme waarmee de docent les geeft, de kwaliteit van de feedback die hij geeft en de kennis die de docent heeft van wat de leerling, weet en kan, van wat hem boeit en hoe hij leert. Heel kort gezegd komt het er - volgens het meta-onderzoek van Hattie, erop neer dat een goede docent goed onderwijs geeft.

Ook in Nederlands is onderzoek gedaan naar de bijdrage die ICT kan leveren aan het onderwijs. Lees maar eens de publicaties uit de Kennisnet-onderzoeksreeks. Uit de meeste van die onderzoeken blijkt dat lesgeven met ICT ten minste evenveel (en soms meer) kan opleveren dan onderwijs zonder ICT. Natuurlijk moet dan wel aan een aantal voorwaarden voldaan worden: ICT moet met het juiste doel en op een goede manier ingezet worden.

Dat is natuurlijk een uitkomst die van toepassing is op heel veel (onderwijs)instrumenten: als je een instrument gebruikt voor een verkeerd doel of niet vakkundig gebruikt, dan helpt het je weinig verder. Een timmerman kan wonderen doen met een boormachine, maar niet als hij niet weet hoe die werkt of als hij 'm gebruikt om brooddeeg mee te kneden! Maar als de timmerman zijn boormachine gebruikt om een gaatje te boren in een kast om zo een pen-en-gat-verbinding te maken, dan helpt de boormachine hem om sneller, mooier en/of effectiever een kast te maken. Dat gaat natuurlijk ook op voor onderwijs: een docent die beschikt over hulpmiddelen en weet wanneer en hoe hij die het beste in kan zetten, geeft effectiever, beter of leuker onderwijs dan een docent die niet over die middelen beschikt.


Is ICT een middel dat je kan vergelijken met andere middelen en - bij gelijke geschiktheid - uit je gereedschapskist kan halen en vervangen door andere middelen? Nee, dat vind ik niet. ICT is een gereedschap dat nu op zoveel verschillende manieren in de maatschappij wordt ingezet, dat we als onderwijs de plicht hebben om onze leerlingen te leren hoe ze daarvan gebruik moeten maken, zowel voor de uitoefening van hun toekomstige beroep, als om hen in staat te stellen ook buiten school en na hun opleiding door te gaan met leren, èn om in de maatschappij te kunnen functioneren.

Om dat te bereiken moeten scholen een leerlijn ontwikkelen waarin leerlingen leren ICT in te zetten om hun doel te bereiken. Om informatie te zoeken, te beoordelen en te presenteren, om met anderen te communiceren en om dingen te creëren. Die leerdoelen moeten door alle vakken heen gerealiseerd worden, waarbij wat in het ene vak geleerd en geoefend wordt, wordt toegepast in de andere vakken.

Dat betekent niet dat alle vakken op dezelfde wijze en in even grote mate aandacht moeten besteden aan ICT: elk vak biedt daarvoor specifieke mogelijkheden. Nadat een school in kaart heeft gebracht over welke ICT-competenties leerlingen moeten beschikken, moeten ze per vak en per activiteit bepalen welke bijdrage ICT kan leveren aan het vak èn hoe leerlingen daardoor kunnen leren ICT op zinvolle wijze te gebruiken. Op basis daarvan moet een leerlijn ontwikkeld worden, waarbij er zorg voor wordt gedragen dat alle leerlingen door hun hele schoolloopbaan heen, in aanraking komen met alle facetten van ICT die ze nodig hebben, nu en straks, en dat ze bij het gebruik daarvan begeleid worden.Alleen dan is ICT zowel een gereedschap dat goede docenten kunnen gebruiken om nog beter onderwijs te geven èn leren leerlingen op hun beurt hoe dit gereedschap hen zelf kan helpen om hun doelen te bereiken.

Afbeelding van Kimmo Palosaari, gepubliceerd onder CC-by.

donderdag 21 april 2011

De waarde van een opleiding

Door: Martijn van den Berg
Voor wie de volkskrant leest, zal de laatste tijd niet ontgaan zijn dat er de laatste tijd nodag veet te doen is om Stenden, maar ook scholen in het algemeen. Alles wordt onder de loep genomen door de onderwijsinspectie. Stenden was hier in het bijzonder de dupe van, omdat er net iemand uit het bestuur was vertrokken die het klaarblijkelijk niet zo best had gedaan. In die tijd heeft Stenden geprobeerd veel dingen te doen aan het onderwijs, omdat anders de opleidingen van Stenden slecht te boek zouden komen te staan, en hiermee de diplomas minder waard zouden zijn. Nu kwam er gisterenochtend bij alle docenten een bericht binnen dat ze hier blijkbaar glansrijk in geslaagd waren, en mij werd verteld dat mijn diploma nu juist meer waard werd.

Wat ik hiervan moet geloven weet ik niet. Het is in dit geval moeilijk om nieuws als 'betrouwbaar' vast te stellen. Wat me wel ongelofelijk verbaast, is dat klaarblijkelijk je diploma minder waard kan worden in de tijd dat je studeert. Waar je als je begint aan een opleidingen verwachtingen schept, kan het dus zijn dat dit uiteindelijk totaal anders uitpakt. En dit allemaal terwijl je nog steeds dezelfde stof krijgt, en het op dezelfde manier aangeboden wordt.

Ik geloof absoluut in het feit dat bedrijven liever iemand hebben van een bepaalde opleiding omdat deze een betere inhoud heeft. Maar dat is een reputatie die je opbouwt door de jaren heen als school, en ik geloof niet dat dit zo snel kan veranderen. Daarnaast is het vaak appels met peren vergelijken, want binnen gelijksoortige opleidingen bestaat er ook een verschil in wat er geleerd wordt.

Ik maak me geen zorgen over mijn opleiding over een paar jaar. Een werknemer zal uiteindelijk selecteren op wat er het beste bij het bedrijf past. En dan is het nog de vraag of het op de lange termijn gaat werken, want je moet in je baan continu laten zien dat je de geschikte persoon bent voor de baan. Bovendien het ik nu nog twee jaar voor het einde van mijn opleiding, en in die twee jaar kan er nog van alles gebeuren met de waarde van mijn opleiding, althans volgens sommige mensen op Stenden.

vrijdag 25 maart 2011

SIG Netwerkdag op woensdag 20 april

logo SURFfoundationOp verzoek van SURF bij deze de aankondiging van de SIG Netwerkdag 2011. Voor wie daar vorige jaren niet bij is geweest: de SIG Netwerkdag is een bijeenkomst van de Special Interest Groups van SURF. Het ochtendgedeelte van de bijeenkomst staat in het teken van digitale rechten. De SIG SURF Direct SURFdirect zal ingaan op de vragen die door de andere SIG's tevoren zijn en worden ingediend. In de middag hebben alle SIG's een eigen programma. Er zijn SIG's rond de volgende onderwerpen:
  • Webstroom (video)
  • Weblectures (video)
  • NL Portfolio (portfolio)
  • Virtuality (seriouw gaming/ virtuele werelden)
  • SURFdirect (digitale rechten)
  • SIGMA/ digitaal toetsen (wiskunde aansluiting/ toetsen)
  • XS = USE (digitale toegankelijkheid)
  • DLWO (digitale leer- en werkomgeving)
  • OER (open educational resources)
  • Duurzame ontwikkeling in het hoger onderwijs (groen)
Je hoeft geen lid van een SIG te zijn om de dag bij te wonen. Dat mag natuurlijk wel maar je kunt de dag ook zien als een goede kans om kennis te maken met één of meer SIG's. Ook als je niet in het hoger onderwijs werkt, maar in een andere onderwijssector, dan kan ik je de bijeenkomst aanraden. Want dingen die in het hoger onderwijs vragen, zijn ook voor de andere sectoren relevant.

De bijeenkomst is gratis, aanmelden is verplicht en kan hier.

donderdag 10 maart 2011

South park in de les?

Door: Martijn van den Berg
Op school zijn er af en toe theorieën waar je met een boek amper doorheen komt. Dingen die op het eerste gezicht zo nieuw en abstract zijn, dat niemand ze eigenlijk kan uitleggen. Dingen als molecuulberekeningen, de eerste formule etc. Het is al bekend dat het versimpelen van deze theorie tot makkelijke voorbeelden helpt de theorieën te begrijpen (breuken leren door taart te delen) maar sommige South Park afleveringen doen precies hetzelfde.

Voor de mensen die niet weten wat South Park is: South Park is een cartoon-achtige serie over vier jongens uit South Park, Colorado die iedere keer de meest uiteenlopende, maffe dingen uithalen. Nu klinkt dat niet als iets dat behalve vermakelijk ook nog erg leerzaam is. Maar South Park is ook erg maatschappij-kritisch, en haakt in op zaken die (met name in de Verenigde Staten) in het nieuws zijn geweest.

Nu zijn de meeste afleveringen bedoeld als vermaak en niet bedoeld om iets uit te leggen, en dus moeilijk om iets mee te doen in het onderwijs, maar daarop zijn uitzonderingen. Bijvoorbeeld de aflevering over de kredietcrisis legt op een hele simpele (en ook grappige manier) uit hoe banken aan andere banken geld hebben geleend en hoe het nooit helpt als mensen niet meer gaan uitgeven.

South Park is vooral populair bij mensen in het voortgezet en het hoger onderwijs, en daarom spreek je mensen meteen aan als je zo iets meeneemt. Ondanks het feit dat er maar weinig afleveringen bruikbaar zijn, kan dit een manier zijn om het laatste nieuws beter te begrijpen. Of in ieder geval een manier om meer interesse te wekken voor het onderwerp.

donderdag 27 januari 2011

De kosten van milieubewust zijn

Door: Martijn van den Berg
"We use 1,3 earth at the moment, but we only have 1" Dit staat op het bordje dat je tegenkomt als je de kantine van Stenden binnen komt. Wat je vervolgens ziet, is een erg grote, ruime kantine met vijf verschillende afdelingen. Wat nog het meest opvalt, is dat al het eten biologisch, en organisch is. De kopjes (voorzien van Stenden logo) zijn ook gerecycled en biologisch afbreekbaar. Zo is de hele school voorzien van dit soort dingen. Werkstukken moeten ingeleverd worden in gerecyclede mapjes, die speciaal verkrijgbaar zijn in de ReproShop in de school.

Het is natuurlijk prachtig dat Stenden als School aan het milieu denkt, en het is natuurlijk een geweldige PR-tool. Maar wat kost dit de student? Die gerecyclede mapjes zijn natuurlijk erg duur om te kopen, en het is nu ook niet bepaald leuk terug geroepen te worden bij de kassa omdat je 15 cent moet bijbetalen omdat je een tweede beker voor je soep gepakt hebt. Daarnaast zijn de prijzen van sommige artikelen een stuk hoger doordat deze biologisch zijn.

De gemiddelde student is zich weliswaar wel bewust van het milieu, maar om daarvoor continu bij te betalen is naar mijn mening net iets teveel gevraagd. Veel studenten moeten erg op hun geld letten, en aangezien de kantine vaak de enige mogelijkheid is om iets vers te halen, heb je niet veel keus. Je kan natuurlijk altijd zelf brood meenemen, maar als je bijvoorbeeld praktijk loopt, is dit je enige optie tot een warme hap.

Daarnaast zie je ook dat fastfood veel goedkoper is dan gezonde broodjes. Zo kost een pannenkoek, of een frikandel rond de euro, terwijl een gezond broodje al snel 2,25 euro kost, met een lage winstmarge. Dit allemaal omdat alle ingrediënten biologisch moeten zijn.

Er bestaat bij ieder bedrijf een milieuverantwoordelijkheid. Het ene bedrijf zal dit iets verder trekken dan het andere bedrijf. Maar een Green Key certificaat is naar mijn mening eerder een pr tool, dan je eigen maatregelen treffen. En op dat moment moet je je gaan afvragen wat anderen moeten bijdragen aan jouw certificaat, en op welke gebieden je wel op het milieu kan letten en welke niet. Bijdragen aan het milieu is prachtig, maar besef wel wat de consequenties hiervan zijn voor de buitenwereld.