Posts weergeven met het label overig. Alle posts weergeven
Posts weergeven met het label overig. Alle posts weergeven

donderdag 16 december 2010

De youtube generatie

Door: Martijn van den Berg

YouTube, een van de snelst gegroeide successen. Wat in februari 2005 begon als een simpel initiatief om familiefilmpjes met andere te delen, is nu even bekend als google. En dat merk je. Alles wat je wilt zien, is op youtube te vinden: muziek, filmtrailers, het laatste nieuws, en allerlei aparte filmpjes. YouTube is echt een geweldige uitvinding. Een paar aspecten van youtube.

Waar je vroeger dingen kon leren, door andere mensen te zoeken die iets wel konden, kan je nu youtube gebruiken. Er vallen filmpjes te zien over van alles en nog wat. Zo kon een vriend van mij na twee maanden opeens de meest onmogelijke trucjes met een speciale jojo doen. En zo gebruik ik YouTube regelmatig om bepaalde liedjes op drums uit te vogelen.

Waar men vroeger een muziekcollectie had, die mensen op feest aan konden zetten voor wat extra gezelligheid, zie je tegenwoordig vaker dat men YouTube gebruikt om aan muziek te komen. Alle liedjes zijn tegenwoordig binnen een paar klikken op YouTube te krijgen. Naast dat, zijn er vaak ook nog vele varianten van liedjes te zien, door mensen die graag hun muzikaliteit op internet zetten. Sommige artiesten zijn zelfs via YouTube bekend geworden, zoals Esmee Denters, of Tyler Ward.

Wat ik nog wel het meest maffe vind aan YouTube, is de mensen die zich de hele dag met die site kunnen vermaken. YouTube is ook een poort naar de buitenwereld. Je kan alles zien wat er gebeurt in de wereld. En het ergste is dat na elk leuk filmpje, er een keuzemenu volgt naar meer leuke filmpjes, en zo kan je erg lang bezig zijn met het kijken naar telkens variërend beeldmateriaal. Televisie wordt zelfs vervangen door YouTube bij sommigen.

YouTube is weer een mooie uitvinding die de globalisatie van tegenwoordig mogelijk maakt. Het bevat vele mogelijkheden, en misschien nog niet eens allemaal ontdekt. Youtube is qua jaren nog maar jong, maar zo ongelofelijk ontwikkeld. Wie weet wat de toekomst nog voor YouTube in petto heeft...

De komende drie weken geen blogjes meer, want dan is het vakantie. Wij wensen iedereen alvast prettige kerstdagen en een leerzaam 2011 toe!

woensdag 24 november 2010

Nuttige hebbedingen?

afbeelding van een apparaat dat stuk isDagelijks krijg ik mailtjes, feeds en tweets binnen over allerlei handige apparaatjes. Ik ben een behoorlijke gadgetfreak en als mijn portemonnee vol genoeg was geweest, zou ik vast een heleboel van die apparaatjes kopen. Maar helaas: mijn portemonnee heeft een bodem, dus ik moet altijd de afweging maken of het apparaat zinvol is of niet en of de kosten ervan opwegen tegen de baten. Dat is niet altijd makkelijk te beoordelen omdat de verhalen die je leest als regel afkomstig zijn van de producent van de gadgets (en die is natuurlijk per definitie verschrikkelijk enthousiast over dat ding) of van mensen die het apparaat net hebben gekocht en - volgens de theorie van de cognitieve dissonantiereductie - daar juichend over publiceren omdat ze voor zichzelf niet willen toegeven dat ze hun geld aan een apparaat hebben uitgegeven dat minder leuk/zinvol is dan ze hadden verwacht.

Gelukkig hebben SURFnet en Kennisnet daar wat op gevonden. In het kader van het Innovatieprogramma worden (jaarlijks) een aantal nieuwe apparaten aangeschaft. Wie een idee heeft hoe die apparaten in het onderwijs ingezet kunnen worden, kan zijn idee inzenden. De inzendingen worden beoordeeld: wie het beste idee heeft krijgt het apparaat dat bij zijn idee hoort 3 maanden te leen. Daarbij krijgen ze dan wel de verplichting om te schrijven over hun ervaringen. In september van dit schooljaar zijn zeven aanvragen van hogeronderwijsinstellingen gehonoreerd. Zij hebben tot 30 november de tijd om de apparaten uit te testen en hiervan verslag uit te brengen op het weblog van het Innovatieprogramma Onderwijsdevices.

Er zijn een aantal positieve aspecten aan deze manier van testen. Om te beginnen worden de tests allemaal uitgevoerd op de werkvloer: in het onderwijs. Dat betekent dat je veel meer informatie krijgt dan alleen informatie over het apparaat zelf. De tests geven ook inzicht in de technische plussen en minnen van het apparaat. Als een apparaat niet functioneert als je er thuis mee aan het spelen bent, is dat over het algemeen minder frustrerend dan wanneer het apparaat niet werkt terwijl er een aantal studenten verwachtingsvol naar je kijkt en je maar één lesuur tot je beschikking hebt om de leerstof door te nemen.

Daarnaast krijg je informatie over hoe studenten het werken met het apparaat ervaren. Ze zijn vaak erg kritische consumenten: ze zitten als regel niet te wachten op techniek om de techniek, maar alleen op een goede manier om de leerstof tot zich te nemen (alhoewel een iPad ook voor hen best een leuk hebbeding is natuurlijk!).

Omdat de aanvragers het apparaat niet zelf hoeven aan te schaffen, zullen ze vermoedelijk ook meer geneigd zijn om daarover eerlijk te rapporteren. Natuurlijk is het jammer als het idee dat je had met een apparaat in de praktijk niet blijkt te functioneren zoals je had gehoopt, maar omdat je dat geen centen kost, is het iets makkelijker om voor de teleurstelling uit te komen. Voldoet het gebruik van het apparaat wel aan de verwachtingen, dan heb je als potentiële koper niet alleen informatie over het apparaat, maar - veel belangrijker - ook een idee over een toepassingsmogelijkheid en de randvoorwaarden om het apparaat succesvol in te zetten.

Gewoon een verschrikkelijk goed idee, dit SURFnet/Kennisnet-programma. Kijk op de site welke apparaten aangeboden zijn, welke projecten gehonoreerd zijn en uitgevoerd gaan worden en lees de verslagen over de projecten in de blogs. Overweeg je één van de apparaten in te gaan zetten in je eigen onderwijs? Dan is dit een mooi moment om een vraag te stellen aan de gebruikers van de apparaten via hun blogposts. Wie weet vallen er mooie kongsies te vormen om gezamenlijk een aantal apparaten aan te schaffen of om projecten te doen!

Afbeelding van makelessnoise, gepubliceerd onder CC-by.

maandag 8 november 2010

ICT-beurzen: teveel van het goede?

In de LinkedIn-groep 2.0 is een discussie gaande over ict-beurzen. Menno Van Hasselt stelde daar 8 maanden geleden de vraag wat de toegevoegde waarde is van de overkill aan ICT-beurzen in het onderwijs. Menno stelt dat het hem opvalt dat de meeste bedrijven op ict-beurzen niets met onderwijs te maken hebben. Ze bieden oplossingen voor het administratieve proces of de infrastructuur maar niet voor het primaire proces. Hij zegt dat het zou helpen wanneer we in Nederland één beurs organiseren waar de onderwijsbehoefte van een kind of de didactische behoefte van de leerkracht centraal staat en niet de technische oplossingsmogelijkheden.

Op de vraag van Menno zijn in de afgelopen 8 maanden meer dan 120 reacties binnengekomen en inmiddels staan we aan het begin van een nieuwe reeks onderwijsbeurzen en conferenties: De Onderwijsdagen, de i&i conferentie, in januari de NOT: we kunnen de komende maanden weer terecht op allerlei plekken.

De meeste mensen die reageren zijn het van harte eens met Menno:
  • er zijn teveel beurzen; het zou beter zijn als congresorganisatoren hun krachten bundelen en één grote beurs zouden aanbieden,
  • we bereiken alleen de ict-coördinatoren en ICT&O-medewerkers,
  • voor standhouders is het kostbaar om op zoveel beurzen te staan en voor de bezoekers is het moeilijk om een keuze te maken omdat er beperkt tijd en geld beschikbaar is voor dit soort zaken,
  • er is vooral aandacht voor techniek en niet voor didactiek,
  • docenten hebben helemaal geen tijd om beurzen te bezoeken.
Ik volg de discussie nu al een tijdje en vraag me af of we het nu allemaal echt zo verkeerd doen. Ook ik vind het moeilijk om keuzes te maken omdat er zoveel is en omdat alles geld kost en ook ik mis de docenten op de conferenties. Is de oplossing om - zoals door sommigen wordt geadviseerd - één grote conferentie te organiseren waarin vooral aandacht wordt besteed aan didactiek?

Daar heb ik mijn twijfels bij. Om te beginnen vind ik diversiteit belangrijk: alhoewel er tussen de verschillende beurzen duidelijk overlap is, zijn er ook altijd verschillen: in onderwerpen, de manier waarop die onderwerpen aangeboden worden en natuurlijk ook in locatie, tijdstip en en duur van de conferentie. Uit het feit dat alle beurzen naast elkaar kunnen bestaan (en dus blijkbaar voldoende bezoekers trekken om de kosten tegen de baten weg te kunnen strepen), trek ik de conclusie dat het grote aanbod voldoet aan een behoefte. Als wij als bezoekers niet zouden komen, dan zouden er pas een aantal beurzen minder zijn. Idem geldt voor standhouders: het is niet verplicht om te komen, maar omdat er blijkbaar voldoende bezoekers zijn, is het voor hen interessant om op die beurzen te komen. Vergelijk het met winkels: zouden we het fijn vinden als we in de toekomst alleen nog maar eten kunnen halen bij Albert Heijn, kleding bij C&A en auto's bij de Opelfabrieken? Dat lijkt me geen prettig vooruitzicht.

De bezoekers van de beurzen zijn bijna altijd mensen die zich bezighouden met ICT in het onderwijs: ICT&O-medewerkers en ict-coördinatoren, beleidsmedewerkers met ICT in hun portefeuille. Dat vind ik niet vreemd. ICT en onderwijsbeurzen worden als regel georganiseerd door mensen die zich vanuit hun ICT-expertise bezighouden met onderwijs. Hun netwerk bestaat uit andere ICT-en-onderwijsexperts, en niet uit docenten. Als zij een conferentie willen organiseren voor docenten, dan zullen ze daarvoor een beroep moeten doen op andere netwerken en duidelijk moeten maken waarom gebruik van ICT voorwaarde is voor goed onderwijs. Ik ben bang dat we daarin falen: het is ons nog altijd niet gelukt om die noodzaak goed over te brengen. Niet voor niets hangt Kennisnet - terecht - aan de bel bij de overheid dat het gebruik van ICT in het onderwijs versneld moet worden: dat proces verloopt te langzaam om onze plannen om Nederland neer te zetten als kennismaatschappij te kunnen realiseren. Ook op de werkvloer kost het ons moeite om de docent te overtuigen dat hij ICT moet inzetten: het is een probleem dat (bijna) iedere ict-coördinator/ICT&O-medewerker zal herkennen. Trainingen, bijscholingsdagen die door ons georganiseerd worden op onderwijsinstellingen worden soms alleen bezocht omdat ze verplicht worden gesteld: als die stok achter de deur verdwijnt, blijkt de behoefte aan deze professionaliseringsactiviteiten van de school soms te verdwijnen als sneeuw voor de zon.

Dat het organisatoren van congressen en beurzen niet lukt om massaal docenten naar deze evenementen te laten komen, is dan ook niet iets wat we hen kunnen verwijten: het is een probleem dat op heel veel plaatsen speelt. En niet alleen m.b.t. ICT: ik heb ook onderwijsonderzoekers wel horen klagen dat ze er niet in slagen om met de vruchten van hun werk de docent te bereiken. Op de één of andere manier lijkt ons aanbod niet goed aan te sluiten op de vraag van de docenten.

Om docenten te kunnen bereiken moeten we volgens mij eerst hun vraag kennen: wat zijn de problemen waar docenten voor staan? Welke problemen willen zij oplossen, waar lopen ze tegenaan in hun dagelijkse lespraktijk? Ik verwacht antwoorden als:
  • hoe kan ik ervoor zorgen dat ik minder tijd kwijt ben aan nakijken?
  • waar vind ik snel bruikbaar oefenmateriaal?
  • hoe kan ik mijn leerlingen/studenten actiever laten deelnemen aan de les?
  • hoe zorg ik ervoor dat leerlingen/studenten hun werk beter plannen?
Maar misschien heb ik dat helemaal mis en staan andere vragen bij docenten op de eerste plaats. Een onderzoek zou helderheid moeten verschaffen.

Ik denk dat docenten het antwoord op hun vragen vaak niet direct zullen zoeken in ICT. Waarschijnlijk hebben ze gelijk en zijn er (ook) andere manieren om hun problemen op te lossen. Om antwoord te kunnen geven op de vraag van de docent moeten we - denk ik - onze ICT-bril afzetten en niet alleen kijken naar hoe je die problemen kunt oplossen met ICT, maar met een veelheid aan middelen en manieren. Een andere didactiek, andere leermiddelen, een andere schoolorganisatie: er is meer dan ICT om een docent terzijde te staan.

Het lijkt mij geweldig om een beurs te organiseren voor docenten die helemaal uitgaat van de vragen die docenten hebben, en waar we met didactici, psychologen, organisatiedeskundigen, lifehackers, neuropsychologen onderwijsonderzoekers enz. ingaan op de vragen die naar voren zijn gekomen uit onderzoek naar de behoeften van docenten. En zou het dan niet geweldig zijn als we de docenten niet alleen de tools kunnen aanbieden, maar ook de didactiek die het beste daarbij past, of een overzicht van welke tools passen bij welke leerstijlen, of hoe je de lessen die we leren uit onderwijsonderzoek kunt vormgeven met ICT? Ik ben ervan overtuigd dat ICT niet altijd het enige antwoord is op de vragen die leven bij docenten, maar dat het wel bijna altijd een bijdrage kan leveren aan de oplossing.

Ik durf te wedden dat als we op die manier een conferentie organiseren, heel wat docenten zich zullen opgeven als bezoeker. Voor de docenten die zich niet van hun gewone taken vrij kunnen maken en niet fysiek aanwezig kunnen zijn, verzorgen wij als ICT'ers dat de inhoud van de beurs op een andere manier voor hen bereikbaar is. Dat moet voor ons toch geen probleem zijn, lijkt me ;-) Ik doe hierbij een oproep aan organisatoren van ICT en Onderwijsbeurzen om onderzoek te doen naar de behoeften van de docent, en dan vervolgens samen met anderen die zich bezig houden met het verbeteren van onderwijs één grote gezamenlijke beurs te organiseren.

En wat mij betreft houden we daarnaast onze eigen ICT&Onderwijsbeurzen want we moeten als ICT&O'ers zelf natuurlijk ook gevoed worden. Ik doe zelf in ieder geval elke keer weer heel wat inspiratie op: door de inhoud en de gesprekken met vakgenoten en bedrijven. Face-to-face contacten zijn belangrijk, naast alle digitale contacten. Al was het alleen maar om de inhoud van deze blogpost eens met anderen te bespreken. Nu alleen nog kiezen waar ik wel en waar ik niet naar toe ga ....... !


Afbeelding van Myles!, gepubliceerd onder CC-by-nc-sa.

maandag 25 oktober 2010

Herfstvakantie

afbeelding van bordje met daarop de tekst GESLOTENVandaag begint voor de noordelijke regio de herfstvakantie. Voor mij een mooi moment om even niet te schrijven, en meer tijd te besteden aan lezen. En natuurlijk aan de kick-off van MediaMachtig, die woensdag zal zijn. Deze week dus geen blogjes: volgende week zijn we er weer.

Afbeelding van slimmer_jimmer, gepubliceerd onder CC-by-nc-nd.

dinsdag 12 oktober 2010

Webpagina's uitprinten

logo Print What You LikeWat onze nieuwe regering straks ook gaat bedenken voor ons: één ding is zeker. We zullen het voorlopig zuinig aan moeten doen. Het leuke van zuinig aan doen, is dat het vaak niet alleen winst oplevert voor je portemonnee, maar ook nog voor het milieu. Mooi meegenomen ;-)

Een manier om te bezuinigen, is door minder te printen. Ik doe daar al het nodige voor: ik heb een e-reader die ik gebruik om pdf-bestanden te lezen, waardoor ik ze nooit meer uit hoef te printen. Ik weet overigens niet zeker of dat milieuwinst oplevert: het kan zijn dat het maken van zo'n apparaat zoveel belasting oplevert voor het milieu dat printen uiteindelijk milieuvriendelijker is, maar daar ga ik maar niet van uit. Om bij mij thuis de berg papierafval klein te houden, heb ik verder een printer die dubbelzijdig afdrukt. Dat kan ik iedereen aanraden: het scheelt een berg papier!

Om nog meer papier te kunnen bezuinigen heb ik nu in mijn favorieten een bookmarklet opgenomen waarmee ik overbodige informatie van een webpagina kan halen, voordat ik die ga printen. Ik maak daarvoor gebruik van 'Print What You Like'. Met die tool kan je allerlei 'bewerkingen' doen op een webpagina voordat je die afdrukt. Je kan bijvoorbeeld advertenties of afbeeldingen weghalen maar je kan ook juist een afbeelding of een deel van de pagina isoleren en uitprinten. Als de tekst in grote letters is geschreven, kan je hem met Print What You Like kleiner maken. Je kunt ook een aantal pagina's (van dezelfde of andere sites) onder elkaar zetten en samen afdrukken. Vooral handig als je een artikel uit een krant of tijdschrift wilt printen, is mijn ervaring. Wie het bestand wil bewaren om later nog eens te bekijken (of uit te printen voor leerlingen), kan het opslaan als pdf.

Je kunt Print What You Like gebruiken door op hun homepage de URL van de website in te typen. Makkelijker vind ik het om Print What You Like als bookmarklet in je favorieten op te slaan. Als je dan een webpagina bekijkt die je wilt opschonen voordat je gaat printen, hoef je alleen maar op die knop te drukken om het programma te activeren.

Het is natuurlijk niet spectaculair wat je met dit soort programma's bespaart aan papier, maar alle kleine beetjes helpen en het is daarnaast ook erg prettig dat je op je printjes nooit meer reclameteksten hebt!

vrijdag 17 september 2010

Waarom dit blog voortaan op vrijdag leeg is

afbeelding: vrijdagJarenlang hebben Martijn en ik dit blog elke schooldag gevuld. En daarmee houden we ook nog niet op. Maar op vrijdag zal dit blog voorlopig even leeg zijn. Met spijt in het hart, moet ik zeggen, want bloggen is leuk en dankbaar werk, en ik leer er zelf enorm veel van. Maar ....
  • het kost me veel tijd om elke keer te zoeken naar onderwerpen waarvan ik verwacht dat jullie die interesseren en waar jullie ook iets mee kunnen in het onderwijs,
  • het is wel veel werk, als je probeert om niet alleen een linkje te geven, maar ook aan te geven hoe je die website, die tool of dat inzicht kunt gebruiken in je vak,
  • het schrijven op zich gaat snel, maar daaraan vooraf gaat - om de hierboven genoemde redenen - veel tijd zitten,
  • ik heb het de afgelopen periode erg druk gehad met het werk voor MediaMachtig. De droom komt uit, maar om die goed uit te werken ben ik heel veel uurtjes aan het werk. Het geeft wel een heel goed gevoel om dit te kunnen doen, maar in geld levert het me niks op.
  • In de tijd die overblijft, ben ik - gelukkig - heel druk met klussen die overigens ook erg leuk zijn, maar waar ik mijn geld mee verdien ;-)
Het zijn allemaal redenen om mijn focus de komende tijd iets te verleggen, en dit blog één dag in de week leeg te laten. Maar ik hoop wel weer terug te komen. In dit blog of misschien wel via het blog van MediaMachtig, want daar zou ik graag wat meer willen vertellen over waarom mediawijsheid in het onderwijs zo belangrijk en zo leuk is. En wie weet zijn er dan mensen die af en toe een gastblogje willen schrijven: samenwerken is leuker dan alleen werken!

Afbeelding van atache, gepubliceerd onder CC-by-nc-sa.

dinsdag 30 maart 2010

Open leermaterialenbank en Wikiwijs

Van de week kreeg ik de nieuwe folders toegestuurd over o.a. VO-content, de open leermaterialenverzameling in opbouw, van de VO-raad. Omdat ik dat een prachtig initiatief vindt, leek me het verschijnen van de folders een goede gelegenheid om er hier eens wat over te vertellen.

VO-content is een initiatief van de VO-Raad. Eén van de projecten van deze club is het Innovatieplatform VO. Het innovatieplatform heeft 3 speerpunten:
  1. Het leren centraal,
  2. Kwaliteitsvolle inzet van docenten,
  3. De schoolleider als motor.
Er wordt gewerkt aan de realisatie van die speerpunten door middel van 5 projecten die in samenhang worden uitgevoerd:
  1. Schoolorganisatiemodellen,
  2. Leermiddelenbeleid,
  3. Professionalisering (o.a. (prodocent.nl, waaronder de cursus 23 OVC Dingen),
  4. Onderzoek
  5. Digitaal leermateriaal (waarover dus deze blogpost gaat).
Binnen het project 'Digitaal leermateriaal' werkt het Innovatieplatform-VO aan de ontwikkeling van VO-content. VO-content is de Open Leermaterialenbank voor het voortgezet onderwijs: een verzamelbak met vrij te gebruiken leermateriaal voor leerlingen en docenten. Je kunt de bak doorzoeken via de site Wikiwijs.

Wikiwijs bestaat uit 2 componenten: je kunt er materialen maken en plaatsen en je kunt er zoeken. Via de zoekmachine van Wikiwijs zoek je zowel naar materialen op Wikiwijs zelf, als materialen die op andere plekken staan, o.a. in VO-content. Wikiwijs geeft overigens niet alleen toegang tot VO-content, maar ook tot leermaterialen voor het PO, SBaO, VO, SO en MBO. De zoekmachine van Wikiwijs zou je kunnen zien als de catalogus voor de totale verzameling van leermaterialen.

Als je via Wikiwijs wilt zoeken naar leermaterialen, kies je het tabblad met de gewenste onderwijssoort. Daarbinnen kan je zoeken op woorden en/of de materialen filteren op:
  • leerniveau (PO, VO, SO en MBO),
  • doelgroep (PO, SBAO, VO, SO en MBO),
  • vakgebied (PO, SBAO, VO, SO en MBO),
  • kerndoelen (PO, SBAO, VO en MBO),
  • eindtermen (PO, SBAO, VO en SO),
  • studierichtingen (alleen voor MBO).
De treffers die je dan krijgt, kan je daarna verder filteren op:
  • aggregatieniveau (bijv. een fragment of een complete leereenheid),
  • soort leermateriaal (bijv. een toets of een open opdracht),
  • kosten (gratis of betaald)
  • collectie (oftewel de leverancier van de materialen),
  • adoptiegroep (geen idee wat dit criterium inhoudt, maar je kunt het ook nog niet gebruiken, dus het lijkt me nog niet van belang).
Vanaf 2012 zal VO-content, de verzamelbak voor het voortgezet onderwijs, gevuld zijn met leermateriaal voor ca. 20.000 uur onderwijstijd, genoeg om de kerndoelen en eindtermen af te dekken van het VO, vanaf het praktijkonderwijs tot en met het gymnasium. Natuurlijk kan het materiaal ook ingezet worden voor onderwijs aan excellente leerlingen én aan leerlingen die meer tijd of meer zorg nodig hebben.

Die klus klaart het Innovatieplatform niet in zijn eentje: de bak wordt gevuld door scholengroepen, vakontwikkelgroepen, gesubsidieerde initiatieven voor leermateriaal ontwikkeling en docenten. Het SLO zal (vanaf september 2010) de kwaliteit van de materialen bewaken (zie p. 4 van het IP-VO-katern, feb. 2010) ; Kennisnet ondersteunt bij de technische realisatie.

Wie stopt er nu leermaterialen in die verzamelbak? Dat is nog niet zo makkelijk te achterhalen, maar met een truc kom je daar wel uit. Je gaat naar één van de tabbladen op Wikiwijs. Daar klik je één van de filters aan, bijv. de filter 'leerniveau'. Zet een vinkje voor 'Leerniveau' en klik op 'Toon'. Nu krijg je de mogelijkheid je zoekresultaten te verfijnen, o.a. op 'Collectie'. Als je die knop aanklikt, zie je wie er op dit moment allemaal materialen aanleveren voor de verzameling. Er zijn er een heleboel, variërend van materialen ontwikkeld door (samenwerkingsorganen van) scholen (bijv. de Onderwijsvernieuwingscoöperatie en Digilessen VO) tot musea (bijv. museum Naturalis) en van commerciële leermaterialenontwikkelaars (bijv. educatieve uitgeverij Tumult) tot expertisecentra (bijv. het Freudenthal Instituut) en stichtingen met een (o.a.) een educatieve doelstelling (bijv. de stichting Math4All).

Via Wikiwijs vind je nu nog een beetje rijp en groen door elkaar. Het is dan ook verstandig om wat je vindt zelf te scannen op kwaliteit. De eenvoudigste manier daarvoor is te onderzoeken wie de leverancier is: als je weet wie het materiaal heeft gemaakt, zul je als regel ook wel weten hoe betrouwbaar dat materiaal is.

VO-content is nog verre van klaar: er moet nog een heleboel materiaal aan toegevoegd worden voordat het kerndoel-/eindtermendekkend is, en de kwaliteitsfiltering gaat pas van start in september, en dan alleen nog voor een deel van het materiaal. Maar dat wil niet zeggen dat er nu niets te halen is; integendeel. Wie er wat tijd en energie in stopt zal ontdekken dat er heel veel moois te vinden is. En met de tijd wordt dat steeds meer!

Voor wie geïnteresseerd is hierbij de pdf-bestanden van de folders:

maandag 22 maart 2010

Ugame-Ulearn: niet alleen voor gamers

Klik hier om naar de website van Ugame-Ulearn te gaanOp 1 april (echt waar, geen grapje) ga ik naar Ugame-Ulearn. Dat is een symposium waar ik me elk jaar op verheug. Inhoudelijk, omdat er altijd mensen komen die een verhaal te vertellen hebben, maar misschien nog wel meer vanwege de vorm en de manier waarop het symposium wordt ingevuld. Niet voor niets heeft Ugame-Ulearn dit jaar als ondertitel: 'The user experience'; het draait bij Ugame-Ulearn niet om het kennis nemen van (droge) feiten maar om een onderdompeling in een andere wereld.

Ik denk dat Ugame-Ulearn heel goed past bij jongeren van nu: het is internationaal, ze zetten op een dynamische manier inhoud neer met een emotionele lading, waardoor er een community wordt ontwikkeld van één dag die aansluit bij verschillende sociale netwerken zoals de blogosfeer en Twitter. Daarbij wordt niemand uitgesloten. Of je nu bekend met sociale netwerken of niet: iedereen brengt zijn eigen expertise in en draagt zo zijn steentje bij. Ugame-Ulearn vind ik leren met een hoge funfactor en ik denk dat al deze kenmerken samen ervoor zorgen dat Ugame-Ulearn past bij deze tijd.

Afgaand op de titel van deze happening, verwacht je dat Ugame-Ulearn gaat over games. Dat beeld is onjuist. De eerste keer dat dit symposium werd georganiseerd stond gaming inderdaad centraal, maar in de daaropvolgende versies stond het woord 'game' volgens mij meer voor de speelse vorm waarin het onderwerp van het symposium (dit jaar vooral innovatie en inspiratie in bibliotheken) gegoten wordt.

Waarom ik naar Ugame-Ulearn ga? Gedeeltelijk om mensen te ontmoeten, maar vooral ook omdat ik de manier waarop hier geleerd wordt heel bijzonder vind en omdat ik graag wil leren hoe ze dat doen. En natuurlijk ook om de inhoud: hoe je websites gebruikersvriendelijk kunt maken, een leeromgeving die ontwikkeld wordt op basis van onderzoek onder de gebruikers, hoe je social media kunt inzetten om je doel te bereiken en over bibliotheken, een leven-lang-leren en web 2.0. Deze sessies worden afgewisseld met een interactieve beursvloer waar standjes te vinden zijn, waar je workshops kunt volgen en waar je in 7 minuten op de zeepkist kunt vertellen wat volgens jouw bibliotheek, museum of onderwijsinstelling 'user experience' is. Je mag natuurlijk ook komen luisteren naar wat anderen te vertellen hebben!
Bekijk onderstaand filmpje als je meer wilt weten over het programma. Ik heb er in ieder geval nu al zin in!

maandag 4 januari 2010

Een nieuw jaar: wat gaat het ons brengen?

We gaan weer beginnen. Er ligt een vers jaar voor ons klaar. Een lekker gevoel: een jaar met nieuwe kansen waarin je goed kunt doen wat je het jaar daarvoor fout hebt gedaan. Een jaar waarin misschien wel allerlei leuke dingen op ons liggen te wachten. Nieuwe ideeën en plannen, nieuwe kennis, nieuwe projecten, bijzondere verhalen over inspirerend onderwijs en leuke ontmoetingen met docenten die met enthousiasme, inzet, liefde, geduld, creativiteit en vakkennis hun leerlingen begeleiden bij het leren van een vak.

Een nieuw jaar is een stapel cadeautjes die je mag uitpakken waarvan je niet weet wat erin zit. Sommige cadeautjes zijn geweldig zoals ze zijn en andere cadeautjes bieden het basismateriaal om zelf iets leuks te maken. Misschien zijn er ook cadeautjes die niet leuk zijn: dat kan je niet zien aan het papiertje dat erom heen zit. Maar ook met niet-leuke cadeautjes kan je leuke dingen doen: soms kan je het inzetten voor iets heel anders dan waarvoor het bedoeld is en soms kan je de onderdelen gebruiken om er iets heel anders van te maken. Maar nu, aan het begin van het nieuwe jaar, weet je nog niets van de inhoud van al die pakjes.

Ik verheug me op dit nieuwe jaar en alles wat het gaat brengen en ik hoop dat jullie er ook zin in hebben!

Afbeelding van Rachel D, gepubliceerd onder CC-by-nc-sa.

maandag 30 november 2009

Onbewust bekwaam

In publicaties als 'Leren van Jongeren' (Wim Veen en Frans Jacobs) en 'Generatie Einstein' (Jeroen Boschma en Inez Groen en ) wordt de indruk gewekt dat jongeren van nu alles weten van computers. Op het eerste gezicht lijkt dat juist: de meeste jongeren zijn prima in staat om hun mobieltje te bedienen, een filmpje op te zoeken op YouTube, een Hyvespagina te vullen of via MSN te communiceren met anderen. Activiteiten waar menig volwassene (ook docenten) behoorlijk wat moeite mee hebben.

Maar schijn bedriegt: niet alle jongeren zijn even vaardig met de computer en er moet ook onderscheid gemaakt worden in verschillende soorten vaardigheden. Het spelen van een game is iets anders dan het zoeken naar informatie en het bekijken van een filmpje is iets anders dan het maken ervan. Ook als je kijkt naar de vaardigheden in het omgaan met verschillende softwarepakketten zal je onderscheid moeten maken. Bijna elke jongere is in staat om met een zoekmachine informatie te zoeken of een tekst te typen in een office-pakket maar of de gevonden informatie relevant is of hoe je een document moet vormgeven is bij lang niet iedere jongere bekend. Maar zolang er geen eisen worden gesteld aan hoe jongeren met computers/internet/media omgaan, zullen ze zich niet bewust zijn van hun gebrek aan kennis. Ik denk dat we wel kunnen stellen dat veel jongeren onbewust onbekwaam zijn: ze denken dat ze heel goed alle ins en outs van digitale media kennen maar in de praktijk valt dat tegen.

Voor docenten geldt vaak het omgekeerde: ze denken dat ze weinig weten van elektronische media en voelen zich vaak de mindere van jongeren. Daar kan ik me van alles bij voorstellen: als ik zie hoe makkelijk sommige jongeren de meest ingewikkelde apparaten onder de knie krijgen en daarmee allerlei verbluffende trucs uithalen, dan kan ik ook alleen maar vol bewondering zijn. Maar toch denk ik dat docenten zich met die visie ongelooflijk tekort doen: ze hebben misschien niet dezelfde technische vaardigheden als jongeren maar ze zijn wel in staat om kritisch te reflecteren op wat ze zelf doen en wat ze willen bereiken met het gebruik van de media. En dat zijn nu net zaken waar veel jongeren het heel moeilijk mee hebben. Iedere docent kan:
  • een vraag benoemen en afbakenen, en zoektermen bepalen waarop gezocht kan worden
  • gevonden informatie (tekst en beeld) beoordelen
  • bepalen hoe je een tekst moet vormgeven
  • benoemen waarom je sommige dingen wel en andere dingen niet openbaar moet maken
  • hoe je op een prettige manier met anderen om kunt gaan
  • hoe je kritisch kunt reflecteren op je eigen acties.
Met name het kritisch kunnen reflecteren is van belang omdat het alle andere zaken overstijgt: wat doe je wel en wat niet en waarom? Zou het beter kunnen en zo ja: hoe? Wie kan reflecteren kan zichzelf altijd verder ontwikkelen omdat hij weet waar zwakke punten zitten en vervolgens op zoek kan gaan naar hoe die punten versterkt kunnen worden.

Ik denk dat iedere docent deze vaardigheden beheerst, terwijl die voor leerlingen vaak nog ver buiten bereik liggen. Ik denk daarom dat docenten, in tegenstelling tot leerlingen 'onbewust bekwaam' zijn: ze weten veel meer dan ze zelf denken. Natuurlijk moeten hun vaardigheden 'vertaald' worden naar een digitale omgeving, maar wie de vaardigheden van leerling en docent bij elkaar voegt moet daarin een heel eind komen!

maandag 21 september 2009

Picnic Young: zien we elkaar?

Aanstaande woensdag mag ik naar Picnic Young, volgens de site 'de plek voor creatieve technologie en innovatie in het onderwijs'. Of het de enige plek is weet ik niet maar wat ik wel weet is dat er daar een heleboel leuke dingen gaan gebeuren. Zo is er een seminar 'Out of the box learning' dat gaat over leren buiten de educatieve context en geeft Kati London van Area/Code Games een presentatie. Ook Eric Rosenbaum van het MIT komt. Hij vertelt over hun project life long kindergarten waar o.a. Scratch en Picocrickets zijn ontwikkeld. Je begrijpt dat dat als gebruiker van Scratch en gelukkige eigenaar van Picocrickets mijn speciale interesse heeft!

Verder zijn er korte presentaties van IJsfontein, Omroep Gelderland en het 'h.a.n.g. plekken' programma van het NAI en er is een jongerenpanel.

Ik heb enorm veel zin om te gaan. Geef een seintje als jij ook gaat (er zijn nog kaartjes): wie weet kunnen we elkaar daar ontmoeten!

woensdag 16 september 2009

Mobieltjes: hoe ga je ermee om?

Over hoe je met mobieltjes omgaat in de klas zijn de meningen verdeeld. Op de meeste scholen is het verboden om ze aan te hebben staan gedurende de les. Anderen zijn strenger en verbieden überhaupt dat mobieltjes meegenomen worden naar de klas. Meestal betekent dit dat leerlingen ze wel meenemen in hun tas maar uitzetten wat natuurlijk nogal eens vergeten wordt. Afpakken levert ook nog wel eens problemen op: sommige leerlingen weigeren hun mobiel af te geven en wettelijk schijnt het verboden te zijn (alhoewel het Laks daar een andere mening over heeft). Ook voor mensen die mobieltjes inzetten in de les blijft het lastig om een strategie te bepalen. Want het mag dan handig en leerzaam zijn als je tijdens de les dingen kunt laten opzoeken met mobieltjes: tijdens een overhoring is het bar storend als er een mobieltje afgaat.

Op de website Change.org heeft in de zomervakantie iemand geschreven over dit probleem, dat blijkbaar niet alleen in Nederland speelt. Er zijn opvallend veel reacties binnengekomen, zowel vanuit het basis- als het voortgezet onderwijs. Daarmee is er een prachtig overzicht ontstaan van argumenten pro en contra het toestaan van mobieltjes in de les èn van manieren waarop je met mobieltjes in de les kunt omgaan. Het lijkt me een prachtig startpunt voor het formuleren van schoolbeleid op dit punt of om met leerlingen in gesprek te gaan over hoe zij denken over mobiele etiquette. En daarbij komen dan dit en onderstaand filmpje van Sire prachtig van pas!

Afbeelding van graciepoo, gepubliceerd onder CC-nc-sa.

dinsdag 15 september 2009

Héél erg trots!

Normaal gesproken gebruik ik mijn blog alleen om te vertellen over dingen die te maken hebben met mijn werk, maar deze keer maak ik daar een uitzondering op omdat ik zo verschrikkelijk trots ben dat ik het even kwijt moet!

Gisteren is namelijk mijn dochter geslaagd voor haar propedeuse bij de pabo. En dat vind ik een geweldige prestatie. Na een aantal jaren havo heeft ze een overstap gemaakt naar het mbo en vervolgens het hbo. Het is haar zeker niet aan komen waaien: ze heeft er keihard voor gewerkt en fikse tegenslagen moeten overwinnen. Ik heb enorm respect voor haar doorzettingsvermogen èn ik ben blij met de hulp die ze daarbij krijgt van mensen: docenten en medestudenten.

Overigens: de keuze voor de pabo heeft ze niet van mij maar ik vind het natuurlijk wel erg leuk dat ik met haar mag meebeleven wat er gebeurt op 'haar' stagescholen. Zo sta ik op afstand toch een beetje voor de klas ;-)

Afbeelding van ~LiLi~, gepubliceerd onder CC-by-nc-nd.

maandag 14 september 2009

Who wants to be a superhero?

Klik hier om naar de website van het BBC televisieprogramma te gaanIn de zomervakantie was ik een paar weken in Engeland. En waar ik anders vrijwel nooit aan toekom, kwam ik nu wel aan toe: televisiekijken. Een programma dat me opviel was 'Who wants te be a superhero', een programma op BBC waarin kinderen strijden om de titel Superhero. In elke uitzending moesten de kinderen opdrachten uitvoeren om te laten zien dat ze een superheld waren. De opdrachten waren gevarieerd: bijv. ergens zo snel mogelijk ergens naar toe gaan of een bom onschadelijk maken. Met veel vuur en enthousiasme (hoe kan dat ook anders als je zo'n gaaf supermannenpak hebt) kweten de kinderen zich van hun taken.

Maar wat de kinderen meestal niet in de gaten hadden was dat achter elke opdracht een andere opdracht verborgen zat waarop ze beoordeeld werden. Want een superheld is niet alleen snel: hij is ook hulpvaardig, stort zich niet zonder nadenken in avontuur, weet goed om te gaan met stress, kan samenwerken in een team enz. Daarom werden de kinderen tijdens de race-opdracht geconfronteerd met een oude dame die haar boodschappen op de grond had laten vallen. Tsja, en wat doe je dan: ren je door of help je eerst? En als je in een kamer bent met een bom, ga je dan eerst even heel goed nadenken of ga je zo snel mogelijk overal aan trekken of duwen? Het waren geen gemakkelijke keuzes waar de kinderen voor werden gesteld. Maar het was wel leuk (ook al vond ik het wel heel erg sneu als er bekend gemaakt werd wie er elke ronde af viel) en ik denk dat de kinderen ook echt anders zijn gaan kijken naar wat iemand nu echt tot een superheld maakt.

Waarom vertel ik jullie dit hier? Ik denk dat dit format ook heel goed bruikbaar is in het onderwijs. Je zou er een klassewedstrijd van kunnen maken waarbij je de kinderen structureel beloond als ze zich gedragen als superhelden. Door andere leerlingen te helpen, door goed samen te werken, door anderen kansen te bieden, door soms niet te doen maar eerst te denken enz. Je kunt opdrachten voor de leerlingen bedenken die ze uit moeten voeren en je kunt - daarnaast - ook belonen als ze daarnaast superheldgedrag vertonen.

Een wedstrijd 'Superhero' biedt kansen. Je kunt het natuurlijk gebruiken om kinderen na te laten denken over hoe je met elkaar omgaat; op school maar ook daarbuiten en ook op internet kan je superheldengedrag vertonen. Met de wedstrijd kunnen ook kinderen die bij de gewone schoolactiviteiten niet zo opvallen in het zonnetje komen te staan. Superhero kan ook gebruikt worden om contact te leggen met mensen die hulp kunnen gebruiken en kinderen bewust maken dat er verschillen zijn in de wereld.

Het lijkt me leuk om zo'n wedstrijd te organiseren en op die manier structureel goed gedrag bij leerlingen te benoemen en belonen en wat mij betreft ook in een oorkonde of iets dergelijks vast te leggen. En wie weet wil de lokale pers er ook wel aandacht aan besteden want een superheld op school dat is wel heel bijzonder! Maar pers of geen pers erbij: het lijkt me voor kinderen wel een stimulerende en coole manier om goed gedrag beloond te zien!


Afbeelding van Massdistraction, gepubliceerd onder CC-by-nc-nd.

donderdag 2 juli 2009

Het einde van het blogjaar

Door: Martijn van den Berg
Dit blogje is namens mij het laatste blogje van dit schooljaar. Dit betekent dat de schoolvakantie voor de deur staat. Het is nu het einde van het derde jaar dat ik ben toegevoegd aan het weblog, en ik ben nog lang niet van plan te stoppen. Het is toch wel het meest interesante jaar geweest. Daarom in dit blogje een overzicht van het verleden, en een klein kijkje in de toekomst.

Afgelopen jaar begon met een grote review van Rock Band, waarvan de tweede versie toch wel een van de meest inspirerende spellen voor mij geweest afgelopen jaar. Ik heb afgelopen jaar het laatste beetje gameverslaving van mij afgeschud en heb daardoor een betere studiementaliteit gekregen. Dit was te merken aan het feit dat ik meer blogjes over school ben gaan schrijven. Het leukste aan afgelopen jaar vond ik de verschillende activiteiten waaraan ik heb meegewerkt. Het debat gaming en laaggeletterdheid, het helpen bij groeien door games, en het (van eind vorig schooljaar) spreken bij TeleTop. Hoogtepunt dit jaar was toch wel het winnen van de mediawijsheidsprijs, omdat dit een ongelofelijk mooie waardering was voor het hobbyen wat ik met dit blog doe.

Ik ben geslaagd voor mijn VWO, heb ik gisteren te horen gekregen. Dit betekent dat ik volgend jaar op de hotelschool in Leeuwarden zit. Dit weerhoudt mij er echter niet van te stoppen met bloggen. Ik heb een laptopje in Leeuwarden, en hopelijk kent mijn kamertje internet, dus van mij kan je volgend jaar blogjes over de vorm van onderwijs op mijn HBO opleiding verwachten, en blogjes over de ervaring van het studentenleven. Daarnaast ga ik ook proberen meer te doen met gastbloggers. Volgens traditie zal ik aan het begin van het nieuwe schooljaar een groot artikel schrijven over een game, en dit wordt dan ook waarschijnlijk de laatste review die jullie van mij gaan krijgen.

Dan rest mij nog om iedereen een prettige, zonnige vakantie te wensen.


woensdag 1 juli 2009

Picnic Young komt er weer aan


Vorig jaar heb ik met veel plezier een dagje doorgebracht op het Picnic Festival: een festival dat draait om creativiteit en technologie, met workshops, presentaties en ontmoetingen. Tijdens het Picnic Festival is er ook Picnic Young: een creatieve 'speelplaats' voor jongeren van 12 tot 18 jaar. Ook komend jaar is er weer een Picnic Festival: van 23 tot 25 september op het terrein van de Westergasfabriek in Amsterdam. En net als vorig jaar is er ook weer Picnic Young, georganiseerd door Waag Society, Creative Learning Lab, Stichting Kennisnet en het SURFnet/Kennisnet innovatieprogramma.

Elke dag, van 9.30-15.30 uur, is er een 'creative playground' waarbij leerlingen aan de slag kunnen gaan. Een Playground bestaat uit een ochtendprogramma met gaming en workshops waarbij met ict dingen worden gemaakt zoals interactieve installaties en gadgets (ik vermoed dat ze daarvoor gebruik gaan maken van Picocrickets en/of Picoboards), en een afsluiting die bestaat uit een presentatie van door leerlingen gemaakte werk en een performance.

Daarnaast zijn er 2 seminars:'Out of the box learning' en 'Connected'. Een seminar bestaat uit een 2 onderdelen. De ochtend start met een uitgebreide lezing, 4 pecha kucha presentaties en aantal presentaties van succesvol ingezette projecten. De middag wordt vervolgens actief ingevuld met het spelen van locatiegebonden games, een rondleiding in de Creative Playground en discussietafels. Het seminar 'Out of the box learning' (voorlopig gepland op woensdag 23 september) gaat over 'anders' leren, zoals leren van commerciële games en locatiegebonden games, leren in een Fablab en leren met inzet van allerlei moderne media-/ictaplicaties en hoe je deze vorm van leren kunt inzetten in het onderwijs. Het tweede seminar, 'Connected', staat gepland voor vrijdag 25 september. Connected staat voor de inzet van locatiegebonden games en virtuele werelden ten behoeve van internationalisering, interculturele samenwerking en tijd- en plaatsonafhankelijke kennisuitwisseling in het onderwijs.

Ik hoop zelf na de vakantie weer een dagje op het terrein van de Westergasfabriek door te kunnen brengen: niet alleen bij het Picnic Festival maar ook bij Picnic Young. Vanwege de inspirerende lezingen, de leuke workshops en om leerlingen in actie te zien met allerlei nieuwe dingen.

Ik weet uit ervaring dat er veel belangstelling is, voor het Picnic Festival en Picnic Young. Vandaar de tip om je nu alvast aan te melden, liefst natuurlijk met één of meer klassen. Want dat levert ze een motivatieboost om met technologie aan de slag te gaan voor de rest van het schooljaar!

vrijdag 19 juni 2009

Eindevenement Stichting TQ-NL: een bron van inspiratie

Volgende week maandag is het eindevenement van de projectenronde 2008-2009 Stichting TQ-NL. Die dag worden de projecten gepresenteerd die het afgelopen jaar zijn uitgevoerd met subsidie van Stichting TQ-NL. Ik heb de projecten mogen volgen, en geloof me: er zitten weer heel inspirerende projecten tussen.

Sommige projecten zijn inspirerend omdat ze de educatieve grenzen verkennen van ICT (leren met Virtual Reality en het maken van 3d-films en leerlingen die hun eigen hardware maken om een zelf-gemaakt spel te kunnen besturen), andere omdat ze het gebruik van ICT verankeren in het curriculum (hoe beoordeel je niet-papieren werkstukken zoals websites, video's enz., welk onderwijsdoel kan het maken van een animatie of een videofilm dienen) en weer anderen omdat ze de communicatieve mogelijkheden van ICT verkennen (contacten tussen een SO-school en een gewone school, of een project waarbij kinderen in Engeland en Nederland samenwerken aan een internationale onderneming). En er zijn projecten die het accent leggen op de motivatie die het werken met ICT-toepassingen kan opleveren: leerlingen die zelf een speurtocht maken met GPS, basisschoolleerlingen die een speurtocht lopen waarbij gebruik wordt gemaakt van GPS en Google Earth en leerlingen die 6 weken lang werken in een project allerlei opdrachten doen rondom een thema en zo kennis en vaardigheden opdoen.

Ik ben erg blij met de projecten die dit jaar zijn uitgevoerd: ze inspireren me om op zoek te gaan naar hoe je ICT transformatief en geïntegreerd in het curriculum kunt inzetten. Ben je geïnteresseerd in de projecten dan ben je van harte uitgenodigd om bij dit eindevenement aanwezig te zijn. Het vindt plaats op maandag 22 juni, in Utrecht, in het kantoor van SURFnet (dus makkelijk bereikbaar met de trein). Stuur me even een mailtje of reageer via dit weblog zodat ik je op de gastenlijst kan zetten.

dinsdag 2 juni 2009

Designing activities for the 2.0 Language Classroom

Klik hier om naar de cursuswebsite te gaanDesigning activities for the 2.0 Language Classroom'. Helaas past die cursus niet in mijn planning: hij wordt gegeven van 11 tot 17 juli en dan heb ik al andere afspraken. Maar ik wil hem wel heel graag bij jullie onder de aandacht brengen omdat ik denk dat het echt een heel boeiende week gaat worden.

De cursus Designing activities for the 2.0 Language Classroom is bestemd voor (aankomende) talendocenten. In de cursus bekijk je lesmaterialen van anderen en je ontwikkelt je eigen lesmateriaal waarbij je gebruik maakt van allerlei Web 2.0 toepassingen zoals wiki's en weblogs. In de cursus komen ook de educatieve mogelijkheden van virtuele werelden ook aan bod, evenals het gebruik van digiborden. Tijdens en na de cursus wordt ook gebruik gemaakt worden van web videoconferencing zodat je ook met mensen buiten de cursusruimte 'virtueel face-to-face' van gedachten kunt wisselen.

Het maken van digitaal leermateriaal is natuurlijk op dit moment 'hot'. Scholen kunnen zich veel geld besparen als ze zelf hun leermaterialen maken. Digitaal leermateriaal ligt dan voor de hand, maar dat is m.i. alleen haalbaar en zinvol als je gebruik maakt van internet je biedt. Zelf leermaterialen ontwerpen wordt haalbaar door samen te werken met anderen. Zinvol wordt het als je van je materialen meer maakt dan een 'platgeslagen boek door gebruik te maken van de talloze applicaties die er zijn, zowel op internet (wiki's, weblogs, virtuele werelden) als in de klas (digiborden). Wat me aanspreekt in de cursus is het feit dat je praktisch aan de slag gaat aan de hand van goed onderbouwde ontwerprichtlijnen.

Ik kreeg van de organisator van de cursus een paar linkjes zodat je je een beeld kunt vormen van de rijkdom van het aanbod. Ik zet ze hieronder: ik vond ze erg interessant om ze te bekijken.

Over Talenquests:
Wat publicaties over virtuele werelden:
Over digiborden:
Een internationaal Blog voor MVT (het bloggersteam is nog in ontwikkeling dus als je mee wilt doen: geef een seintje via dit blog of rechtstreeks via het MVT-blog).

Mocht je besluiten om te gaan dan hoor ik graag achteraf wat je ervan vond!

dinsdag 12 mei 2009

Inspiratie opdoen bij De Waag

Het Creative Learning Lab van Waag Society 'onderzoekt en ontwikkelt innovatief onderwijs met creatieve technologie'. Uit de koker van De Waag zijn al heel wat inspirerende projecten gekomen: Teylers Adventure: een spel waarbij je onderzoek moet doen in het Teylers museum om te voorkomen dat de museumcollectie wordt verkocht, Scratchworx: een project waarbij jongeren zelf video-, foto- en geluidopnames maken, bewerken en mixen tot een live performance en Frequentie 1550: één van de eerste mobiele spellen (het eerste mobiele spel voor het onderwijs was volgens mij Codex Kodanski dat ontwikkeld is door Hootchie Cootchie).

Wil je inspiratie opdoen voor onderwijs dan is het de moeite waard eens je licht op te steken bij Creative Learning Lab. Je kunt dat natuurlijk doen door de projecten op hun site uitgebreid te bekijken maar Creative Learning Lab maakt het je makkelijker: ze organiseren inspiratiebijeenkomsten voor docenten en leidinggevenden van het basisonderwijs (20 mei, 15.00 tot 17.00 uur), het voortgezet onderwijs (28 mei, 15.00 tot 17.00 uur) en voor PABO studenten/docenten (27 mei, 15.00 tot 17.00). De bijeenkomsten zijn gratis en je kunt er van alles zien, horen en doen. Een greep uit de mogelijkheden:
  • Het maken van animatiefilmpjes (met iStopMotion voor de Mac)
  • Het maken van technisch speelgoed (met Picocrickets. Ik hoop daar binnenkort in dit weblog wat meer over te kunnen vertellen)
  • Het maken van GPS spellen (met het Games Atelier van De Waag)
De (4 à 5) miniworkshops staan opgesteld in een ruimte. De deelnemers kunnen na een korte introductie zelf bepalen hoeveel en welke miniworkshops ze gaan volgen of bekijken. Na het volgen en bekijken van de miniworkshops volgt een discussie over de mogelijkheden binnen het onderwijs.

De toepassingen waarmee je gaat werken zijn laagdrempelig; d.w.z. dat het niet moeilijk is om hiermee te leren werken. Maar de mogelijkheden ervan zijn groot: met een animatie kun je leerlingen een verhaal laten vertellen of een visie neer laten zetten, leerstof laten uitleggen, vormgeven, muziek maken, enz. Een GPS-spel kun je maken voor alle vakken en met Picocrickets kun je allerlei zaken die te maken hebben met techniek aan de orde laten komen. Er kan dus makkelijk aangesloten worden bij het curriculum.

Maar nog belangrijker dan aansluiting bij het curriculum vind ik de creatieve impuls die uitgaat van het werken met deze middelen. Creativiteit krijgt over het algemeen maar een heel bescheiden plaatsje op onze scholen: hoe verder je komt in je schoolloopbaan des te minder aandacht is er vaak voor de niet-cognitieve vakken. Jammer, vind ik: ik denk dat cognitieve ontwikkeling belangrijk is maar er is zoveel meer! Cognitieve zaken kunnen steeds vaker/beter door computers worden overgenomen worden maar creativiteit (nog) niet. Ik denk daarom dat het van cruciaal belang is dat we onze leerlingen juist op dat gebied meer gaan stimuleren, en ict kan daarbij een prachtig middel zijn.

Meld je dus aan voor één van de inspiratiebijeenkomsten door een mail te sturen aan trainingen_apenstaart_creativelearninglab.org. Om inspiratie op te doen voor je lessen of natuurlijk om je zelf creatief uit te leven ;-)
Reblog this post [with Zemanta]

vrijdag 3 april 2009

Oproep: wie ben jij?

Zoals ik woensdag al zei: vandaag weer een peinspost. ;-)

Iets wat me de laatste tijd veel bezighoudt is de vraag wat de positie is van de bloggers onder ons. Ik heb de indruk dat bloggers door beleidsmensen wel gezien worden als vertegenwoordiging van het onderwijs of een soort 'zieners'. Een tijdje geleden werd een groep bloggers uitgenodigd om deel te nemen aan een panelgesprek over ICT in het onderwijs en ik word ook wel eens benaderd door mensen die wat willen weten over onderwijs.

Ik heb daar soms een beetje een onaangenaam gevoel bij. Niet omdat ik het niet leuk vind om mensen te ontmoeten of met mensen van gedachten te wisselen: integendeel. En ik vind het nog leuker als zo'n ontmoeting ertoe leidt dat er kennis en ervaringen worden uitgewisseld zodat alle partijen ervan leren. Wat mij dwars zit is dat het bij mij de indruk wekt dat 'de edublogger' gezien wordt als een onderwijsexpert of een vertegenwoordiger of koploper van het onderwijsveld. Zo ervaar ik het niet. Ik zie mezelf eerder als een pionier die nieuwe media verkent op de mogelijkheden voor het onderwijs. Niets meer en niets minder. Ik ben zoekend naar wat bruikbaar is en daarover wil ik graag met het onderwijsveld van gedachten wisselen (ik hoop natuurlijk dat het onderwijsveld aan de slag gaat met mijn adviezen). Ik denk dat juist door die uitwisseling nieuwe inzichten tot stand komen. Ik zie mezelf dus niet als 'vertegenwoordiger van' en ook niet als 'onderwijsexpert' maar als aandrager van nieuwe mogelijkheden die tot vernieuwing van onderwijs kunnen leiden als we samen de goede manier vinden om de tools in het onderwijs in te zetten.

Dat brengt me dan ook aan het twijfelen over het nut van dit weblog. Ik denk dat als de dialoog niet tot stand komt de waarde van mijn geschrijf beperkt is. Het begrip 'dialoog' vat ik in dit verband breed op: die kan tot stand komen via een discussie op dit weblog maar dat hoeft niet; dat kan ook buiten dit blog om. In dat perspectief vind ik een initiatief als 'Meet the bloggers' dus zeker interessant als dat leidt tot een dialoog tussen edubloggers en docenten. Maar ik heb de indruk dat edublogs het meest worden gelezen door bloggende niet-docenten en dat er maar weinig docenten zijn die tijd hebben/maken om blogs te lezen. Overigens betekent dat niet dat ik de dialoog met andere bloggers niet op prijs stel, alleen het moet daar m.i. daar niet toe beperkt blijven. Ik heb geen onderzoek gedaan naar wie dit blog leest: uit de statistieken kan ik niet opmaken wie mijn lezers zijn. Maar ik zou het wel graag willen weten.

Vandaar dat ik hierbij een oproep doe aan wie dit leest: wil je je bekend maken? Je hoeft geen naam achter te laten als je niet wilt, maar ik wil wel heel graag weten wat je functie is, waarom je dit blog leest en wat je in de toekomst zou willen lezen. Ik hoop dat ik met die informatie dit blog beter inhoud kan geven door aan te sluiten op wat jullie willen weten. Nog mooier zou het zijn als die informatie-uitwisseling leidt tot gedachtenuitwisseling; dat wil ik graag afwachten!

Reageren op deze post kan door te klikken op 'reacties' onderaan deze post of door mij een mailtje te sturen. Mijn e-mailadres staat op mijn visitekaartje.

Afbeelding van Rogiro