Posts weergeven met het label scheikunde. Alle posts weergeven
Posts weergeven met het label scheikunde. Alle posts weergeven

vrijdag 5 oktober 2012

Lesideeën bij Dingen om te doen en voor een studiemiddag

Ik had beloofd dat ik deze week een blogpost zou maken bij één van de activiteiten in het project 'Dingen die je kan doen'. Bij deze. Ik heb een activiteit gekozen die nu uitgevoerd kan worden: glijden van een (modder)glijbaan. Zo wordt regen toch nog leuk ;-)

Ik ga in deze blogpost niet alle tips beschrijven: het document met alle lestips kan je vinden via de wiki van Dingen om te doen. Er zijn overigens al veel meer documenten beschikbaar, maar nog niet alles is zover als ik het zou willen hebben. Daar ben ik nog wel een tijdje mee bezig. Maar kijk gerust wat al wel online staat.

Wat me elke keer weer opvalt als ik op zoek ga naar lesideeën bij de activiteiten, is dat er bij alles wat kinderen doen wel aanknopingspunten te vinden zijn voor de les. Niet altijd is het voor de hand liggend: hoe ga je in de les in op een verhaal van een leerling die een (geheime) club heeft opgericht en wat doe je als een leerling verteld heeft dat hij in het weekend van een hoog duin is afgerold

Het vraagt allemaal wat denkwerk, maar als je een keer aan het zoeken bent geslagen, kom je vaak van het ene op het andere onderwerp. Ik vind het zelf heel inspirerend om zo door te denken over de mogelijkheden van de verschillende activiteiten en het maakt dat ik steeds vaker ook bij andere dingen die ik doe of zie nadenk over hoe ik daarop zou kunnen aansluiten in de les.

Het lijkt me daarom een zinvolle activiteit voor een studiemiddag in het basisonderwijs: bedenk bij 3 willekeurig gekozen activiteiten lessen voor de onder-, midden- en bovenbouw voor de verschillende vakken. Wedden dat je daarmee je creativiteit stimuleert ook voor de andere lessen?

maandag 12 maart 2012

Verhalen vertellen

Verhalen van leerlingen kunnen een prachtige bron zijn voor de les. Een verhaal over een uitstapje naar het bos kan gebruikt worden voor een biologieles, een verhaal van opa of oma voor een geschiedenisles, de nieuwe fiets die een leerling heeft gekregen kan gebruikt worden voor een les over afstanden enz. Elk eigen verhaal biedt kapstokken voor onderwijs dat aansluit bij de leefwereld van de leerling.

Er zijn verschillende manieren om kinderen verhalen te laten vertellen. Op bijna alle basisscholen wordt wel iets gedaan aan kringgesprekken waarin de leerlingen vertellen over wat ze in het weekend of in de vakantie hebben gedaan. De verhalen kunnen dienen als basis voor één of meer lessen, maar je kan leerlingen ook vragen om een verhaal te bedenken naar aanleiding van een les. Bijvoorbeeld een verhaal dat zich afspeelt in het land of het tijdperk waarover ze les hebben gehad, een verhaal waarin verteld wordt over een proefje of de resultaten van een onderzoek dat ze hebben gedaan, een verhaal waarin ze hun eigen visie geven over een onderwerp dat besproken is in de les etc.

Verhalen kunnen gewoon verteld worden, maar je kan ook verhalen vertellen in beelden. Deze week een tweetal tools om verhalen te vertellen in beelden: in de vorm van een animatie of een fotoverhaal. Niet alleen voor leerlingen in het basisonderwijs, maar ook voor leerlingen in het voortgezet onderwijs.

Om te beginnen wat ideeën voor verhalen:
  • een verhaal over iets wat de leerlingen in het weekend/in de vakantie hebben gedaan,
  • een verhaal over een droom die ze hebben, een doel wat ze willen bereiken,
  • een verhaal over zichzelf in de toekomst,
  • een verhaal over een held,
  • een verhaal over een fantasiedier, een fantasieland,
  • een verhaal over zichzelf in de geschiedenis (als ridder, als Romein, Griek, Noorman, enz.),
  • een verhaal over hoe de wereld er uitziet over 100 jaar, enz.
Door het vertellen van verhalen wordt de woordenschat van leerlingen vergroot, ze leren over oorzaak en gevolg en je kan ze vertellen over zaken als tijdsduur (versnelling, vertraging, tijdsprong) en tijdsvolgorde (flashback, flashforward en chronologie), over beeldtaal (compositie, kleurgebruik en belichting, perspectief) en over zaken als privacy, beeldrecht en auteursrecht.

Natuurlijk kan je leerlingen 'gewoon' laten vertellen over hun verhaal, maar door ze een animatie of film van hun verhaal te laten maken zijn ze intensiever bezig met de taal en met het onderwerp van hun verhaal. Daarnaast biedt het de mogelijkheid om ze samen aan de slag te laten gaan, projectmatig te werken en dus te plannen en te organiseren.

Het maken van een animatie of video kent altijd de volgende stappen:
  1. Bedenk het verhaal,
  2. Maak een storyboard waarin je in de vorm van tekeningetjes per scene kort noteert wat er gebeurt en wat je te zien krijgt,
  3. Verzamel of maak attributen: kleifiguren, legopoppetjes of andere figuren, requisiten, een decor enz. Als een animatie of fotoverhaal wordt gemaakt van tekeningen, dan kan deze stap natuurlijk overgeslagen worden.
  4.  Maak de beelden. Als je een animatie wilt maken, kan je de beelden maken met een speciaal animatieprogramma, zodat je de beelden niet later in dat programma hoeft te importeren,
  5. Voeg de beelden samen tot een animatie of fotoverhaal in een video-editor of animatieprogramma.. Voeg eventueel muziek of speciale effecten toe.
Heel belangrijk is het om het maken van de animatie of het fotoverhaal goed te plannen. De meeste leerlingen zullen daarbij  hulp nodig hebben. Geef per stap aan wat de leerlingen moeten opleveren, bijv.:
  1. de opzet van het verhaal: wie zijn de hoofdpersonen, waar speelt het verhaal zich af, welke problemen moeten overwonnen worden,
  2. een storyboard met tenminste 5 scènes en per scène een beschrijving van de benodigde attributen,
  3. een foto van de attributen die verzameld zijn, 
  4. de tekeningen en/of foto's die gebruikt worden voor het fotoverhaal of de animatie,
  5. de animatie/het fotoverhaal.  

Maak gebruik van lesmaterialen die anderen hebben gemaakt, zoals bijv. deze lesbrief van OBS Merenwijk, waarin leerlingen leren een film te maken. Begeleid en beoordeel het werk van de leerlingen per stap. Dat hoef je als leerkracht natuurlijk niet alleen te doen: je kan ook de leerlingen elkaars werk laten bekijken en om feedback vragen.

Morgen en overmorgen aandacht voor tools waarmee je dit soort verhalen kan maken: een animatietool en een tool om fotoverhalen mee te maken, met bij elk een handleiding. 


Afbeelding van jaci XIII, gepubliceerd onder CC-by-nc-sa.

woensdag 7 september 2011

Scheikunde interactief

Alhoewel scheikunde zeker niet mijn beste vak was, vond ik het toch wel fascinerend om te zien hoe stoffen zijn opgebouwd uit elementen, dat het kleinste deeltje van een element een molecuul is, dat moleculen zijn opgebouwd uit atomen en dat atomen op hun beurt weer zijn opgebouwd uit elektronen, neutronen en protonen. Met die neutronen, protonen en elektronen kan je dus in feite allerlei stoffen maken.

Ik zie daarin overeenkomsten met informatica, waarbij je de wereld terug kunt brengen tot nullen en enen door ingewikkelde vragen op te delen in deelvragen, vervolgens die deelvragen weer terug te brengen naar nog kleinere deelvragen totdat je bij een vraag komt die je kan beantwoorden met ja of nee. Tsja, ik snap dat niet iedereen dat leuk vindt, maar ik hou van dit soort simpele zaken ;-)

Maar scheikunde vond ik toch ingewikkelder en vooral ook erg abstract. Ik vergat steeds hoe het zat met al die verschillende deeltjes. We hadden wel een paar atoommodellen in de kast, maar meestal moesten we het doen met de modellen die de docent voor ons op het bord tekende. En je moest wel heel goed je best doen om je daarbij iets voor te stellen!

Gelukkig zijn er tegenwoordig prachtige middelen om te laten zien hoe stoffen opgebouwd zijn en hoe ze reageren op andere stoffen. Voor de iPad vond ik de app Chemist (zie het filmpje onderaan deze post). Daarmee krijg je een beschikking over een lab waarin je je eigen proefjes kan doen. Het gaf mij het gevoel een heuse alchemist te zijn. Helaas heb ik de Steen der Wijzen nog niet gevonden ;-)

Ook voor wie niet over een iPad beschikt zijn er prachtige sites. Ik ben erg onder de indruk van de site Chemical Education Digital Library. Je kunt daar o.a. geanimeerde atoommodellen bekijken, toelichting krijgen bij de elementen in het periodiek systeem en heel veel tips voor lesmaterialen (waaronder games, simulaties en animaties, zoals deze over de Wet van Boyle). Wil je zelf atoommodellen bouwen? Download dan het (open source) programma Avogadro en leef je uit op het bouwen van eenvoudige en ingewikkelde atoommodellen en toon ze op verschillende manieren (bijv. als bolletjes en stokjes en als draadframe). Bij de software zitten handleidingen en screencasts om uit te leggen wat je er allemaal mee kan doen. Geen overbodige luxe, volgens mij, want de mogelijkheden zijn ruim!

Tot op de dag van vandaag zijn veel scheikundige zaken voor mij geheim gebleven. Maar ik weet zeker dat als ik destijds met dit soort sites had kunnen experimenteren, me veel meer duidelijk was geworden. En mocht ik in bovenstaand stukje allerlei scheikundige missers hebben gemaakt, dan komt dat omdat ik destijds niet de beschikking had over dit soort gereedschappen!


woensdag 25 mei 2011

Games voor wie vakantie heeft of wil leren

logo Creative Game Challenge 2010-2011Voor sommigen is het de komende 2 weken (HePi) vakantie. Anderen gaan dan gewoon door met hun werk: omdat de lessen op school gewoon doorgaan of omdat ze hun werk zo inspirerend/leuk/belangrijk vinden dat ze daar ook in hun vrije tijd mee bezig willen zijn. Daarom vandaag een tip waar zowel de harde werkers als de mensen die willen genieten van een paar dagen rust hun voordeel mee kunnen doen: de inzendingen van de Creative Game Challenge 2010-2011 staan online en kunnen door iedereen gespeeld worden!

Ik heb de afgelopen week rondgekeken wat deze wedstrijd, waarin leerlingen dit jaar werden uitgedaagd om een game te maken rond het thema 'water', heeft opgeleverd. Ik ben er erg van onder de indruk. Niet alleen zijn er heel veel inzendingen dit jaar (113!): ik ben ook onder de indruk van de kwaliteit en de diversiteit. Er zijn puzzelgames, shooters, role-playing games (RPG), platformgames en adventures, inzendingen in 2D en 3D, er zijn games die puur zijn bedoeld als ontspanning en games die je ook (!) kunt gebruiken voor de les, games over water en over ijs, games die zich afspelen boven water en in het water en er zijn games die gaan over water, games die je kunt spelen en games waarbij je daarnaast ook je eigen levels kan ontwerpen, games waarin een gebrek aan water centraal staat en games waarin juist de overvloed van water het probleem is dat opgelost moet worden, er zijn singleplayer en multiplayer games. Feitelijk is er teveel om op te noemen. Je moet het gewoon zelf ervaren!

Heb je tijd de volgende week voor een spel, neem dan een kijkje op de site met de inzendingen van de Creative Game Challenge van dit jaar, verbaas je over wat leerlingen hebben gemaakt dit jaar en laat je verrassen door de geleverde kwaliteit. Zoek naar games die je kan gebruiken in je les, bijv. aardrijkskunde, maatschappijleer, scheikunde of (omdat veel games Engelstalig zijn) voor het vak Engels. Vind je niks van je gading dan kan je ook nog kijken of de (winnende) inzendingen van vorig jaar (over dieren) voor jouw vak relevanter waren.

Je kunt ook je leerlingen eens een paar spellen laten spelen en dan met ze in gesprek gaan over wat games voor hen betekenen, hoe zij staan t.o.v. games waarin een bepaalde boodschap wordt overgebracht (bijv. een ideologie of juist reclame), wat zij belangrijk vinden voor een goede game, of ze gamen een sociale activiteit vinden of juist niet, of ze gamen iets vinden voor jongens, voor meisjes of voor allebei en voor jong of oud. Er is genoeg om over uit te wisselen en eventueel een onderzoek op te zetten (waarbij misschien in de les wiskunde aandacht besteed kan worden aan hoe e.e.a. statistisch in beeld gebracht kan worden). Zo word je al pratend, overleggend en onderzoekend mediawijs met zijn allen. En wie weet is het voor jouw leerlingen de aanleiding om volgend jaar mee te doen met de Creative Game Challenge!

N.B. Morgen schrijft Martijn nog een blogje en dan gaan ook wij een 'HePi-blogvakantie' houden. Dat betekent dat je weer een van mijn hand kunt verwachten op 14 juni.

woensdag 27 april 2011

Leerlingen leggen uit hoe het moet

Op menig school zijn tegenwoordig digiborden te vinden. Vaak worden die borden vooral gebruikt om te werken met door de uitgever van de lesmethode ontwikkeld leermateriaal, om filmpjes te laten zien of zelfs alleen maar als 'wit schoolbord'. Jammer: er zijn zoveel meer mogelijkheden met zo'n bord.

Een van de mogelijkheden die een digibord biedt is het maken van (korte) filmpjes (screencasts) waarin je voordoet hoe een bepaald probleem (meestal een berekening, bijv. voor wiskunde, economie, natuurkunde of scheikunde) wordt opgelost. Die filmpjes bewaar je in de ELO van de school, zodat de leerling die altijd terug kan vinden. Makkelijk wanneer je de stof even terug wilt halen of een deel van de uitleg in de klas hebt gemist.

Erg moeilijk is het maken van zo'n filmpje niet: terwijl je de berekening op het bord voordoet, vertel je wat je aan het doen bent. Met het digibord neem je zowel de spraak op als de acties die je doet op het digibord. In feite kan je dit soort filmpjes maken tijdens de les. Dat levert natuurlijk niet het beste resultaat op, omdat je tijdens de uitleg vaak ook nog allerlei andere dingen vertelt, vragen beantwoordt van leerlingen en/of leerlingen tot orde maant. Het beste resultaat bereik je door buiten de les om aan de slag te gaan, al dan niet met een tevoren uitgeschreven script.

Op het web zijn heel veel van dit soort instructiefilmpjes te vinden, gemaakt met een digibord of - nog eenvoudiger - met een p.c., eventueel gecombineerd met een tekentablet. Zoek maar eens op het woord 'mathcast' en laat je verbazen door de hoeveelheid resultaten.

Voor leerlingen is het prettig om op die manier nog even de door jou gegeven uitleg terug te kunnen halen. Maar je kunt het ook anders aanpakken: je kunt de leerlingen vragen om zelf dit soort filmpjes te maken. Dat is gedaan in Mathtrain, een project van Eric Marcos, docent op de Lincoln Middle School in Santa Monica in California. Op zijn site verzamelt hij niet alleen door hemzelf gemaakt mathcasts maar ook mathcasts van zijn leerlingen. Dat zijn er op dit moment al meer dan 100!

Door zelf uitleg te geven, gaan de leerlingen echt de diepte in met het onderwerp. Immers: om de stof uit te kunnen leggen, moet je die optimaal beheersen. Een ander effect van het laten maken van dit soort filmpjes staat niet beschreven op de site, maar lijkt mij zeker niet onbelangrijk.

Daarvoor maak ik een uitstapje naar het reilen en zeilen mijn eigen gezin een aantal jaren geleden toen mijn kinderen tot 'taak' kregen om om elke week een maaltijd te maken voor het gezin. Daarmee leerden ze niet alleen hoe ze moesten koken, maar ook dat koken niet altijd leuk is en dat de resultaten niet altijd gewaardeerd worden. Sinds die tijd was er heel wat meer begrip voor als de maaltijd die ze voorgeschoteld kregen niet helemaal naar hun zin was.

Ik vermoed dat door leerlingen te zetten op de positie van de leraar, ze ook meer inzicht krijgen wat de leuke en de moeilijke aspecten zijn van het geven van onderwijs, waarom de resultaten soms, ook bij een grote inzet van de docent, tegenvallen èn dat die slechte resultaten niet alleen voor de leerlingen vervelend zijn maar ook voor de docent. Als dat leidt tot gesprekken over en weer hoe het onderwijsproces het beste vorm gegeven kan worden, dan denk ik dat je daarmee de grootste winst boekt!

Afbeelding van Max Choong, gepubliceerd onder CC-by-nc-nd.

woensdag 13 april 2011

logo Molecular workbench"Eén beeld zegt meer dan duizend woorden", zeggen ze wel. Daar maken we in het onderwijs dankbaar gebruik van: onze boeken en digitale lessen staan vol met prachtig beeldmateriaal. Maar lessen worden leuker en inspirerender als je ze niet alleen voorziet van beeld, maar de leerling ook uitdaagt om zelf te experimenteren. Daarvoor gebruiken we (o.a.) simulaties in de vorm van applets. Daarvan zijn er talloze te vinden op het web. Kijk maar eens op deze site van Walter Fendt, snuffel rond in deze interactieve bibliotheek met applets of bekijk wat ons eigen Nederlandse Freudenthal Instituut te bieden heeft aan applets op het gebied van wiskunde.

Het bijzondere van de site Molecular Workbench is dan ook niet zozeer dat daar heel veel mooie, inspirerende en voor het onderwijs bruikbare applets te vinden zijn, maar dat je op die site ook een tool vindt waarmee je je eigen simulaties kunt maken. Heel eenvoudig is dat niet, maar bij de tool zit een uitgebreide handleiding (in Java) die je een eind op weg helpt.

Als je liever alleen gebruik maakt van de kant-en-klare applets, dan kan je je leerlingen de opdracht geven om een screencast te maken waarin ze, bijvoorbeeld met behulp van Jing, in tekstballonnen beschrijven wat er gebeurt in de simulatie. Kijk voor meer tips en lessen in de database van Molecular Workbench: er is veel moois te vinden!




maandag 6 december 2010

3D op het Digibord

afbeelding van iemand die naar een 3d-model kijkt als augmented realityHet digibord is natuurlijk een prachtig middel om je lessen met beeldmateriaal te ondersteunen. Meestal denken we daarbij aan 2-dimensionale beelden, maar met 3-dimensionale beelden kan je vaak nog meer laten zien omdat je het beeld van verschillende kanten kunt bekijken.

Het Google-3d-Warehouse bevat een prachtige verzameling van beelden die je kan gebruiken in het onderwijs. Wat dacht je van het menselijk lichaam in 3D, Byzantijnse architectuur, snel kunnen laten zien hoe een microscoop eruit ziet, een dna-molecuul laten zien, bij wiskunde een dodecaeder of een kegel van alle kanten bekijken en bij scheikunde een helium-atoom, en natuurlijk is het leuk om bij de geschiedenisles gebouwen uit het oude Rome te bekijken.

De figuren in het Google 3d-Warehouse kan je in het warehouse zelf in 3d bekijken, maar leuker is het om ze te downloaden en te bekijken in Google SketchUp. Als je de figuren bekijkt in het warehouse, dan kan je ze alleen naar links of rechts laten draaien: bekijk je ze met Google SketchUp, dan kan je ze alle kanten op roteren, groter of kleiner maken en natuurlijk: bewerken.

Een handleiding over hoe je dat moet doen, vind je op de site van Google SketchUp in de vorm van een serie (Engelstalige) video's. Vind je het fijner om te leren met Nederlandstalige handeldingen, dan kan je deze (Vlaamse) handleiding of de screencasts van Gerard Dummer gebruiken. Om te beginnen hoef je alleen te leren hoe je de beelden kan manipuleren. Ben je een stapje verder, dan vind je het misschien ook leuk om zelf iets te maken, of om je leerlingen figuren te laten maken.

Heb je geen zin om je te verdiepen in SketchUp of heb je geen digibord maar wel een p.c. met webcam? De figuren in het Warehouse kan je ook als 3d-projectie op een vel papier bekijken (augmented reality). Daarvoor maak je een print van deze afbeelding (in AR-terminologie: de 'marker'). Vervolgens installeer je op je p.c. een plug-in voor Google SketchUp en, als je die nog niet op je p.c. hebt staan, het programma SketchUp zelf. Om een model als augmented reality te bekijken, start je Google SketchUp, je opent het betreffende model en tot slot klik je op het ikoontje van de nieuw geïnstalleerde plug-in. Hou dan je marker voor de webcam, en je ziet je model op je beeldscherm bewegen.

Er is een gratis versie van de plug-in: daarmee kan je het model steeds maximaal 30 seconden bekijken en het logo van de software (AR-media van Inglobe Technologies) blijft in beeld. Voor 29 euro kan je een schoollicentie kopen, waarmee je van die nadelen af bent. Maar of dat de moeite waard is? Ik betwijfel het. Maar het is wel leuk om eens te proberen!

Afbeelding van digitalsean, gepubliceerd onder CC-by-nc-sa.

dinsdag 6 april 2010

Scheikundige formules in Word

2D-weergave-stofVia Twitter las ik allerlei berichtjes dat Microsoft een nieuwe add-in heeft voor Word, de tekstverwerker uit hun Officepakket. Met deze add-in, Chem4Word, kan je in een tekst een woord markeren als scheikundige term. Als die term bekend is, dan kan je het woord ook weergeven als formule of als 2d-weergave zoals in de afbeelding hiernaast.

2D-weergave bewerkenJe kunt vervolgens die afbeelding ook weer bewerken, bijv. een ander atoom eraan koppelen. Dat gaat mijn kennis van scheikunde ver te boven, maar ik verwacht dat het voor iemand die er wel verstand van heeft, heel handig is. De tool is namelijk ontwikkeld in samenwerking met het Unilever Centre for Molecular Science Informatics van de Cambridge University, en ik vermoed dat zij wel verstand hebben van deze materie ;-)

Hoe de stoffen eruit zien, en wat de formules zijn e.d. is beschreven in CML: Chemical MarkUp Language. De beschrijvingen zijn opgeslagen in een Gallery, die je kunt vinden in de add-in. Het is jammer dat in de gallery nog maar 6 stoffen te vinden zijn: daarmee kom je niet ver in je scheikundelessen. Het is de bedoeling dat er een community gaat ontstaan van mensen die zich hiermee bezig houden die dan stoffen gaan 'beschrijven' en die met elkaar delen. Nu weet ik niet of Microsoft in staat is om zijn community neer te zetten en te faciliteren: ik heb niet de indruk dat dat hun sterkste kant is. Maar in dit geval hoop ik zeker dat het ze lukt: ik ben ervan overtuigd dat als de 'gallery' van deze add-in goed gevuld is, menig scheikundedocent er veel plezier van zal hebben.

Klik hier voor een filmpje over deze add-in.

dinsdag 19 januari 2010

Strips maken

Comic van Sanji-SanStrips kwamen toen ik klein was niet bij mij in huis. Mijn ouders vonden dat geen echte boeken. Het werd beschouwd als 'plaatjes kijken' en er waren genoeg echte boeken in huis - vonden mijn ouders - om me aan te laven. Ik was het natuurlijk daarmee niet eens: ik had lang niet altijd zin in het lezen van de 'verantwoorde' boeken die wij thuis hadden, en strips lazen zo lekker weg. Afijn: ik heb mijn schade nadat ik het huis uit was dubbel en dwars ingehaald en ook nu nog lees ik in alle kranten en tijdschriften die ik onder ogen krijg altijd de strips. Heerlijk!

Gelukkig is het beeld van stripverhalen inmiddels over het algemeen positiever. Je ziet ook in veel schoolbibliotheken strips, iets wat op de (voormalige nonnen-)school die ik destijds bezocht absoluut niet het geval was. Een goede ontwikkeling: een strip combineert twee kunstvormen: literatuur en beeld.

Om een strip te maken moet je natuurlijk eerst een verhaal bedenken. Dat kan een verhaal zijn met een begin, een midden en een eind, maar het kan ook een satirische prent zijn. Je kunt ook een bestaand verhaal 'vertalen' in stripvorm, of er een samenvatting mee maken. Een strip kan ook gebruikt worden voor educatieve doeleinden: om een proces in beeld te brengen (bijv. de waterkringloop) of een deel van de geschiedenis, je kunt met een strip uitleg geven over natuur- of scheikundige principes of maatschappelijke ontwikkelingen becommentariëren.

Ook over de beelden van een strip moeten keuzes gemaakt worden: hoe teken je je figuurtjes: maak je ze groot of klein, teken je ze zo realistisch mogelijk of maak je meer een karikatuur van ze, welke uitdrukking geef je hun gezicht en vanuit welke hoek laat je je lezers de scène bekijken? Daarmee biedt het maken van strips ingangen naar informatievaardigheden en mediawijsheid. Leerlingen moeten immers leren om informatie te beoordelen en héél veel informatie komt in de vorm van beelden. Om die beelden te kunnen beoordelen moet je je bewust zijn van de keuzes die gemaakt zijn bij het maken van die beelden. En de beste manier om te leren over de effecten van die keuzes is om zelf die keuzes te maken.

Het maken van een strip is niet eenvoudig, en al helemaal niet voor iemand die, zoals ik, geen tekentalent heeft. Gelukkig zijn er op het web allerlei tools waarmee ook minder begenadigden een strip kunnen maken. Pixton is zo'n tool: met behulp van verschillende achtergrondjes en figuurtjes die je naar je eigen ideeën kunt aanpassen en in de gewenste houding kunt zetten, maak je makkelijk je eigen strip. Door het maken van strips verdien je credits waardoor je steeds meer mogelijkheden krijgt in de vormgeving van je figuurtjes. Ik heb er zelf wat mee geëxperimenteerd en het werkt allemaal heel makkelijk. Wat je gemaakt hebt, kan je online delen met vrienden, vrienden en fans of met alleen betalende leden van Pixton, die je strips dan kunnen beoordelen. Je kunt ze natuurlijk ook voor jezelf houden, maar dat is natuurlijk jammer als je iets moois hebt gemaakt!

Wil je nog meer ideeën hebben over wat je met strips kan doen? Bekijk dan de onderwijspagina's op de website van de Stichting Beeldverhaal; daar vind je tientallen tips.

woensdag 11 november 2009

W24: films over wetenschap

Klik hier om naar de website W24 te gaanGelezen in de nieuwsbrief van Webstroom, de community die zich bezighoudt met video (in het hoger onderwijs): er is een nieuwe portal gelanceerd met filmpjes over wetenschap: W24, oftewel Wetenschap24. Ik ben altijd erg geïnteresseerd in techniek, dus ik heb er even een kijkje genomen. En wat ik zie valt me niet tegen: integendeel! Er is veel moois te halen: op de site vind je, naast ruim 380 video's, een weblog over wetenschap, tips voor radio- en televisie-uitzendingen, dossiers waarin informatie (video's, weblogspost en links naar andere websites) over een thema bij elkaar is gezet en een pagina met allerlei tests (wetenschapsquiz, welk 'broodje-aap-verhaal' klopt wel en welke niet, enz.).

De video's op de site zijn afkomstig van NEMO, Kennislink, NPO, Teleac en VPRO. De video's zijn ondergebracht in thema's:
  • Mens en gedrag
  • Natuur en leven
  • Techniek en gadgets
  • Heelal en reizen
  • Aarde en klimaat
  • Samenleving en geld
  • Cultuur en rituelen
  • Raar
  • Alledaags
  • Toekomst
  • Verleden
  • Even voor gaan zitten.
Een leuke mix van thema's, vond ik: aansluitend op wat op school gebeurt maar ook prikkelend voor wie geen wetenschapsvakken volgt.

Als je een account maakt op de site kun je aan je favoriete video's opslaan en er tags aan toekennen, je kunt video's beoordelen en erop reageren en je krijgt een nieuwsbrief. Voor ieder die wetenschap leuk vindt: doen!

vrijdag 6 februari 2009

Science en Engels

Ik ben dol op (semi-)wetenschappelijke programma's op televisie waarin allerlei proefjes worden gedaan. Ik ben dan ook een trouwe kijker van programma's als Braniac en Mythbusters en ik zit ook wel eens te snuffelen op de site The Naked Scientist, een radioprogramma van de BBC. De proeven die gedaan worden bij Braniac en Mythbusters zijn erg van het gehalte van 'don't do this at home', maar op de site van The Naked Scientist vind je proefjes die je zelf thuis kunt uitvoeren.

Van een docent Engels van het Elzendaalcollege kreeg ik de tip dat je met deze website een prachtige vakoverstijgende opdracht kunt geven voor de vakken Engels en de BiNaSk-vakken. Leerlingen moeten dan een proefje van de site halen dat past bij het onderwerp dat op dat moment aan de orde is bij de binask-vakken. Ze beluisteren de podcast bij het proefje waarin soms aanvullende informatie gegeven wordt bij het proefje zoals beschreven op de site. Ze voeren het proefje (of een variant daarop) zelf uit en geven er vervolgens in het Engels een presentatie over, al dan niet geïllustreerd met filmpjes die ze gemaakt hebben van het proefje. Daarmee oefenen de leerlingen leesvaardigheid (selecteren van een leuke proef), luistervaardigheid (beluisteren van de podcast) en spreekvaardigheid (presentatie van het proefje en de resultaten ervan).

Het lijkt me niet alleen een leuke opdracht, maar vooral ook handig omdat leerlingen op die manier hun tijd efficiënt gebruiken omdat ze twee vakken tegelijkertijd doen. En ik ben natuurlijk heel benieuwd met welke proefjes de leerlingen komen. De proefjes van The Naked Scientist zijn wel wat braafjes: ik denk dat ik de leerlingen zelf de hint zou geven ook eens te kijken bij Mythbusters of Braniac ;-)

dinsdag 28 oktober 2008

Webquest Een ongemakkelijke waarheid

Naar de site met de webquestsAl een tijdje heb ik de dvd met daarop de film van Al Gore in huis: An inconvenient truth. De film is door velen bejubeld maar er kwam ook commentaar: sommige mensen vonden het beeld dat in de film werd neergezet overdreven en beschuldigden Al Gore ervan om op publiciteit uit te zijn. Hoe het ook zij: ik ben wel blij met de aandacht voor het milieu die de film (en de later aan Al Gore toegekende Nobelprijs) opleverde.

Het programma 'Leren voor Duurzame Ontwikkeling' heeft bij de film leermaterialen ontwikkeld in de vorm van webquests. De webquests èn de film kunnen gratis aangevraagd worden (zolang de voorraad strekt). De webquests zijn daarnaast ook online te vinden. In de webquest maken de leerlingen een filmpje over een onderwerp dat betrekking heeft op de film. Voor die opdracht moeten ten minste 20 lesuren uitgetrokken worden. Dat is behoorlijk wat maar ik vermoed dat het maken van de film de leerlingen ook veel inzicht in de materie zal opleveren.

Er zijn webquests voor de volgende vakken:
  • Aardrijkskunde
  • Geschiedenis
  • Maatschappijleer
  • Economie
  • Biologie
  • Natuurkunde
  • Scheikunde
  • Culturele en kunstzinnige vorming
  • Algemene natuurwetenschappen.
Voor de vakken aardrijkskunde, geschiedenis, maatschappijleer en economie ligt de
nadruk in de webquest op de interactie tussen mens en milieu: gebruik van het
milieu (produceren en consumeren) en veranderingen daarin. Voor de vakken biologie, scheikunde en natuurkunde ligt het accent op de aard van het probleem: hoe werken broeikasgassen? Hoe en waarom reageert of verandert de natuur? Op welke vakdomeinen de webquests precies aansluiten is hier te zien.

Wie een filmpje had gemaakt kon meedoen met de wedstrijd die was uitgeschreven door Leren voor Duurzame Ontwikkeling. Die wedstrijd is eind vorig jaar afgerond en de ingezonden filmpjes zijn online te bekijken. Klik hier om het winnende filmpje te zien.

Ik vind het mooi en bruikbaar materiaal waarbij de leerlingen en en passant ook nog veel leren over mediawijsheid. Want door het maken van een film ervaar je in de praktijk op hoeveel verschillende manieren je een shot kunt maken, wat geluid/muziek kan toevoegen aan het beeld dat je wilt neerzetten en wat het effect is van verschillende manieren van monteren op het uiteindelijke resultaat.

Je kunt de webquests zo in de les als opdracht aan groepjes leerlingen meegeven maar je kunt ze ook gebruiken als oriëntatie op de complexe materie van het milieu. Door de webquests bij de verschillende vakken te bekijken krijg je een indruk hoeveel zaken een rol spelen bij milieubeheer. Handig daarom ook voor wie bijv. een profielwerkstuk wil maken hierover. Ik kan het leermateriaal aan iedereen aanbevelen.

N.B. Ik heb de film en de cd-rom met de webquests hier liggen maar doe er verder niets mee. Ben je docent en wil je het materiaal hebben voor je lessen dan kan je via dit weblog reageren. De eerste die zich meldt krijgt van mij de cd-rom en de dvd toegestuurd.

dinsdag 24 juni 2008

Spelen of leren?

Naar de finale pagina van Make-a-GameOok dit jaar zijn er weer prachtige spellen gemaakt in het kader van de Make-a-Game wedstrijd. Ik heb ze nog niet allemaal gespeeld (daar heb ik echt de vakantie voor nodig), maar de winnaars heb ik wel al bekeken. En bij sommige vraag je je echt af wat je aan het doen bent: spelen of leren. Ik sluit me daarom graag aan bij Marshal McLuhan die ooit zei: "Anyone who makes a distinction between games and education clearly doesn’t know the first thing about either one"!

Welke winnaars waren er dit jaar?

Het verleden is de toekomst is een spel voor en door onderbouwleerlingen. Kelvin van der Want en Leon Stam van het vmbo van de RSG Hoeksche Waard in Oud-Beijerland zijn de makers van het spel. In het beginscherm kun je kiezen welk van de 10 periode van de canon van Commissie de Rooy je wilt bezoeken. Daar aangekomen krijg je eerst wat informatie over die periode. Handig is dat die informatie voorgelezen wordt. In elk tijdvak is er een minispelletje dat je kunt spelen en je krijgt een aantal vragen over die periode die je moet beantwoorden.

Wat Zylom doet met letters en woorden in het spel Bookworm doen Steven Laan en Auke Wiggers uit de 5-gymnasiumklas van het Martinus College in Grootebroek met atomen en moleculen in het spel Atoms. De speler heeft een veld vol atomen. Door de juiste atomen aan te klikken worden moleculen gevormd. Zodra een molecuul is gevormd, verdwijnen de atomen en komen er nieuwe voor in de plaats.

Tijdmachine, ofwel To Go Beyond, is gemaakt door Kim van Dosselaar en Myrthe Tielman van de Regionale Scholengemeenschap Broklede. Het is bedoeld als toets om alle geschiedenislessen die je hebt gehad op de middelbare school af te ronden. In de tijdmachine help je een professor die bij het reizen door de tijd per ongeluk een aantal voorwerpen heeft achtergelaten. Het is de bedoeling dat je die voorwerpen verzamelt. Je kunt met de tijdmachine naar 6 verschillende momenten in de geschiedenis reizen. Als je daar aankomt zie je een tafel met daarop 5 voorwerpen. Eén van die voorwerpen komt uit een andere periode. Als je dat goed hebt geraden kun je de andere voorwerpen aanklikken en krijg je een vraag daarbij.

Hoe overleef je de Middeleeuwen, gemaakt door de brugklasleerlingen Zico van der Laan, Wesley Mensingh en Rick Roerig van het Atlas College in Hoorn gaat over het hofstelsel in de Middeleeuwen. Ik kon het zelf niet spelen: het lukte me niet om het spel met de juiste afmetingen op mijn scherm te krijgen.

In het spel Pompen of verzuipen, gemaakt door Frank Baak, Laurens Dijkgraaf, Paul Goos en Stefan Renne van het Prisma College in Breda draait het erom het waterpeil op het goede niveau te houden. De polderwachter is ziek dus jij moet de sluizen bedienen of water omhoog pompen. Daarvoor heb je energie nodig die je kunt krijgen door molens te bouwen. Als je (te)veel stroom hebt kun je die verkopen. Met dat geld kun je dan weer nieuwe molens kopen, pompen of huizen. Als er genoeg boeren in jouw gebied wonen ben je een goede polderwachter en heb je het spel gewonnnen.

Question Quest is gemaakt door Demian Sempel, Pimm Hogeling en Karim Sempel van het Arentheem College. In tegenstelling tot de andere spellen die met Game Maker gemaakt zijn is dit spel gebouwd in Flash. Je moet het eerst op je p.c. installeren voordat je het kunt spelen. Question Quest is een prachtig vormgegeven spel. Met verschillende minigames kun je urenlang wiskunde rekensommen doen (algebra, basiskennis formules, eenheidscirkel, wortels, vereenvoudigen, differentiëren en primitiveren) ter voorbereiding op van het (VWO) eindexamen. Daarnaast kun je er een rekenspel doen en er is een quiz met allerlei weetjes over de wedstrijd Make-a-Game, het spel zelf en de makers van Question Quest.

De hoofdprijswinnaar van dit jaar is het spel Absurd Physics, gemaakt door een team van het Bogerman College in Sneek: Yoeri Dijkstra, Jelte Zeilstra en Reinout Epke. Zij hebben een spel gemaakt dat in opzet sterk doet denken aan het aloude spel Incredible Machines waarover ik Incredible Machines eerder blogde. Je moet als speler steeds allerlei machines aan de praat krijgen om objecten een bepaalde route af te laten leggen. De leerstof die in Absurd Physics aan de orde komt is bestemd voor leerlingen uit de bovenbouw van havo/vwo, maar omdat je leert het spel te spelen kunnen ook leerlingen die nog niet dat niveau behaald hebben het spel spelen.

Mijn felicitaties voor en dank aan alle leerlingen die, onder begeleiding van hun coaches, deze prachtige spellen hebben gemaakt en daarmee leuk en goed onderwijsmateriaal ter beschikking van het onderwijsveld hebben gesteld!

dinsdag 13 mei 2008

Scratch in het Nederlands

naar de site van ScratchDe afgelopen weken heb ik heerlijk rustig aan gedaan: eindelijk eens tijd om al die tijdschriften, papieren en linkjes door te nemen! Natuurlijk heb ik van alles 'ontdekt', dus de komende periode zal ik daarvan verslag uitbrengen.

Zo kwam ik erachter dat het programma Scratch tegenwoordig een Nederlandse vertaling heeft. Als je de nieuwste versie van het programma downloadt (gratis) en installeert kun je in het programma kiezen voor Nederlands. Ik heb geen idee hoe lang het er al is: misschien loop ik hopeloos achter. Maar voor degenen die net als ik niet altijd alle ontwikkelingen bij kunnen houden is het misschien interessant nieuws.

Scratch is een programma waarmee kinderen zelf een animatie of een spel kunnen maken. Volgens de site is het programma geschikt voor kinderen vanaf een jaar of 8. Maar volgens mij praat je dan wel over de slimmerikjes: ik denk dat de meeste leerlingen er pas vanaf een jaar of 10 aan toe zijn. Maar het programma is niet moeilijk onder de knie te krijgen. Het doet mij denken aan de programmeertaal Logo die in de jaren '80/'90 wel werd aangeboden in het (basis)onderwijs. Je hebt een aantal commando's ('zet .. stappen', 'draai .. graden om je as', 'speel .. seconden op de drum', enz.) die je aan elkaar kunt koppelen. Je kunt de commando's laten herhalen en er condities aan hangen (als... dan ....). Het is allemaal heel visueel gemaakt door de commando's als bouwsteentjes te presenteren die je aan elkaar kunt klikken.

Ik kwam er per toeval achter omdat ik een handleiding voor het programma bekeek die gemaakt is door de TU-Delft. Bij de TU doen ze leuke dingen voor kinderen van basisscholen die een hoge CITO-score hebben: die gaan op de TU met een aantal studenten aan de slag met Scratch. De resultaten zijn wisselend: soms zijn het variaties op bestaande dingen maar andere leerlingen zijn erg creatief. Leuk om te zien! Op de site van het project vind je niet alleen de resultaten van de leerlingen maar ook een Nederlandstalige hands-on handleiding voor leerlingen met daarin een aantal opdrachten.

Toen ik de site van Scratch verder bekeek, ontdekte ik daar ook dat er een speciale groep bestaat voor spellen voor het vak wiskunde en voor science. In die spellen worden allerlei begrippen uit die vakken uitgelegd: kansverdeling, zwaartekracht enz. Erg de moeite waard om eens te bekijken en om leerlingen uit te dagen zelf een begrip uit te leggen met Scratch!

vrijdag 4 april 2008

Goede projectideeën

Naar de wizard SciencebuddiesAls moeder van 2 kinderen heb ik regelmatig de vraag moeten beantwoorden of ik niet een leuk onderwerp wist voor een project, een opstel of een onderzoek. Lastig, vond ik altijd. Je wilt natuurlijk zo goed mogelijk aansluiten bij het dagelijks leven van de kinderen maar zelfs bij je eigen kinderen is dat soms lastig in kaart te brengen. Laat ik het zo zeggen: sympathieën en antipathieën voor schoolvakken zijn bij ons thuis zelden het onderwerp van gesprek.

Ik ben daarom blij met de wizard van Sciencebuddies: een tool waarmee je advies kunt krijgen welke onderzoeksopdrachten je zou kunnen doen voor de betavakken. Het werkt heel simpel: je vult in op welk niveau (vanaf groep 1 tot en met de hoogste klassen in het voortgezet onderwijs) je een onderzoek wilt doen, op welke termijn je het onderzoek gaat uitvoeren, voor welk vak je onderzoek gaat doen en wat je interesses zijn. Daarvoor moet je antwoord geven op vragen als: 'hou je ervan om apparaten met veel knoppen en draaischijven te bedienen?', 'hou je van koken?', 'hou je meer van dieren dan van machines?', 'speel je een muziekinstrumen?', enz. Nadat je op de knop verzenden hebt gedrukt krijg je een lijst met allerlei onderzoeksideeën en wat tips en handleidingen om dat onderzoek uit te voeren.

Ik heb natuurlijk geprobeerd welk onderzoek bij mij zou passen en de meeste ideeën die ik kreeg aangereikt leken me inderdaad geweldig interessant. Dus mocht ik nog eens een keer tijd hebben, dan ga ik misschien nog eens de onderzoekskant op! Maar het is natuurlijk ook handig voor leerlingen die op zoek zijn naar een onderwerp voor een profielwerkstuk of een sectorwerkstuk. En misschien ook wel een alternatief voor de musical van groep 8: een onderzoekstraject voor de hele klas waarbij de resultaten worden gepresenteerd op de laatste schooldag!

maandag 21 januari 2008

Elemental: tetris voor scheikunde

Onlangs zei ik het al: Scheikunde was niet mijn sterkste vak. Dat wordt nu afgestraft: ik kwam alweer een spel tegen dat gebruikt kan worden bij scheikunde. Ik wist wel dat dat spel ontwikkeld was, maar toen ik voor het eerst ervan hoorde was het spel nog in de maak en kon het dus nog niet gespeeld worden. Maar nu is het blijkbaar af en ik zou het kunnen spelen. Alleen: ik heb echt onvoldoende kennis van scheikunde om resultaat te boeken in het spel. Ik kan er dus niet veel meer over vertellen dan wat op de site te lezen staat. Misschien wil één van de lezers van dit blog het uitproberen en zijn ervaring als reactie op deze post met ons delen?

Elemental is een soort Tetris voor scheikunde. Op de vallende blokjes staan de elementen uit het Periodiek Systeem. Het spel kent 4 levels. In het eerste level moet je ervoor zorgen dat de metalen, de niet-metalen en de metalloïden naast of op elkaar terecht komen. In eerste instantie word je daarbij geholpen door de kleuren van de blokjes: de elementen uit één groep hebben (net als in het PS) dezelfde kleur. Maar als je verder komt dan krijg je die hulp niet meer en moet je zelf weten in welke groep het element op het blokje thuishoort.

Het tweede level is gelijk aan het eerste, maar nu moet je de blokjes groeperen in negen groepen.

In het derde level moet je niet meer gelijksoortige elementen bij elkaar brengen, maar juist verbindingen maken. Twee keer een waterstofatoom met daarbij een zuurstofatoom maakt - uiteraard - water. Het spel helpt je wel daarbij door op het scherm aan te geven welke verbindingen gemaakt moeten worden.

Het vierde en laatste level is goeddeels gelijk aan het derde, alleen het gaat allemaal wat sneller. Bovendien kun je dit laatste level ook met zijn tweeën spelen.

In het spel zitten nog verschillende extra grapjes, bijv. een bommetje dat verkeerd geplaatste elementen kan vernietigen en alchemisten-punten waarmee je een atoom kunt veranderen door het atoomnummer met 1 te verlagen of te verhogen.

Het klinkt me erg uitdagend in de oren, maar ik kom niet verder dan de laagste levels. Wie wel???

vrijdag 21 december 2007

De laatste uren voor de kerstvakantie

De laatste lessen voor de vakantie. Volgens mij is iedereen moe: de docent, de leerlingen en ook deze blogger ;-) Daarom deze keer niet een heel uitgebreide post maar een kleintje met wat linkjes naar sites met (hopelijk) leuke dingen voor de laatste les of de vakantie.

Voor de talen zou je een laatste les kunnen vullen met Bookworm van Zylom. Er zijn verschillende versies, o.a. Frans, Engels, Nederlands en Spaans.

Wie scheikunde heeft zou de laatste les kunnen besteden aan het maken van een lied of een rap met daarbij een animatie waarin alle elementen van het periodiek systeem voorkomen. Een voorbeeld hoe dat zou kunnen klinken en eruit zou kunnen zien vind je hier.

Ouderwets rond de tafel zitten met een Vikingspel dat je gratis kunt downloaden kan gezellig zijn. Als je het vertaalt kun je het in januari in de klas gebruiken.

Ik hoop zelf Twister te gaan spelen op mijn dansmat. Verder ga ik vast en zeker nog wat met de Wii aan de slag en misschien ga ik nog naar de winkel om een spel voor de DS te kopen, bijvoorbeeld PuzzleQuest. Alles natuurlijk voor het goede doel: om ervan te leren ;-)

Prettige vakantie allemaal, een heel fijne kerst en een goed begin van het nieuwe jaar!
Tot ziens

woensdag 19 december 2007

Scheikunde

Naar het Robot-spelScheikunde was niet mijn favoriete vak op de middelbare school. Ik snapte niet waar het om ging en nog minder waarom het belangrijk was. Dat was misschien anders geweest als ik destijds dit spel had mogen spelen: Robot Constructor.

In Robot Constructor moet je met een zelfgemaakte robot goudklompjes verzamelen die verspreid liggen op een route. Je robot moet opgewassen zijn tegen allerlei obstakels zoals hitte, water, oplosmiddelen en elektriciteit. En natuurlijk moet hij voldoende energie hebben of onderweg genoeg energiebronnen vinden om zichzelf op te laden. Je kunt een voorgedefinieerde route lopen met je robot, maar je kunt ook zelf een route maken. Die routes kun je online delen met anderen zodat je anderen kunt uitdagen om jouw route te lopen.

In Robot Constructor komen allerlei scheikundige stoffen aan bod en hoe die stoffen op elkaar reageren. Bij het samenstellen van een route en het maken van de robot krijg je uitleg om welke stof het gaat en wat die stof doet met andere stoffen. Het spel is Engelstalig en je zou de leerlingen bij het spel een woordenlijstje kunnen geven waarin de moeilijkste woorden vertaald worden. Maar ik denk dat de taal voor de meeste leerlingen weinig problemen op zal leveren en dat ze er zonder problemen mee aan de slag gaan. Om zelf robots te maken en kant-en-klare routes te lopen maar vooral om routes te maken en elkaar uit te dagen om hun route te lopen.

N.B. De site werkt het best in Internet Explorer.

dinsdag 6 november 2007

Quiz maken

Naar de site PurposegamesNog altijd ben ik op zoek naar plekken waar je eenvoudig computerspellen kunt maken. Er is natuurlijk software waarmee je games kunt programmeren (zoals Game Maker), maar om daarmee iets te kunnen maken ben je al gauw veel tijd kwijt en je hebt enige kennis nodig van de principes van programmeren. Wil je iets eenvoudigers maken, dan kom je al snel terecht bij spellen volgens een vast format: een memoryspel, ganzenbord of een quiz. Of een quiz een game genoemd kan worden, valt te betwisten, maar feit is wel dat een quiz nog altijd een format is dat werkt. Veel mensen vinden het leuk om een quiz in te vullen en te kijken hoe ze scoren ten opzichte van anderen en zowel online als in de gedrukte pers (m.n. meidentijdschriften) worden vaak een quiz aangeboden.

Een plek waar je makkelijk een quiz kunt maken is de site Purposegames. Je kunt hier een multiple choicequiz maken, of een quiz waarbij je onderdelen van een plaatje benoemt. Je kunt bijvoorbeeld de namen van plaatsen vragen op een blinde kaart (blinde kaarten kun o.a. vinden op de site Blank Map), maar je kunt ook een plaatje nemen van een machine en vragen om de namen bij de juiste onderdelen te zetten. Op de site van Purposegames zijn van beide soorten quizzen erg veel voorbeelden te vinden, bijv. over talen, aardrijkskunde en science (o.a. binask).

Het maken van een quiz is niet moeilijk en werkt volledig menu-gestuurd. Voor een multiple choice quiz voer je een vraag in en daarbij zowel het goede antwoord als ten minste één fout antwoord. Voor een plaatjesquiz upload je de afbeelding die je wilt gebruiken. Daarna zet je stippen op de plaatsen die je door de leerlingen wilt benoemen en je geeft aan welke naam die plaatsen hebben. Daarna publiceer je wat je gemaakt hebt, waarbij je ervoor kunt kiezen om je spel publiek te maken of privé te houden. In beide gevallen wordt overigens een high-score list gemaakt, wat de quiz natuurlijk spannender maakt.

Een leuke quiz vond ik SciFi, waarbij je plaatjes moet koppelen aan bekende Science Fiction boeken. Ik weet niet of die gemaakt is door een docent of door leerlingen, maar dat laatste zou ik zeker een leuke en zinvolle opdracht vinden.

donderdag 28 juni 2007

Het haar van Beethoven

Naar website met spel Beethovens HairBeethovens Hair is een prachtig spel met als insteek de vraag hoe Beethoven om het leven kwam. Het verhaal dat aan de game ten grondslag ligt, gaat als volgt. Toen Beethoven in 1827 in Wenen overleed, knipte een 12-jarige jongen de dag na zijn overleden een lok van zijn haar af als herinnering aan de componist. In 1994, 167 jaar later, dook de haarlok op bij een veiling in Londen. In het spel wordt duidelijk wat er gebeurd is met Beethoven en met de haarlok van Beethoven sinds zijn dood in 1827.


In het spel komen een aantal onopgeloste mysteries aan de orde: wie was de vrouw aan die hij "Immortal beloved" noemde en wat was de oorzaak van de slechte gezondheid van Beethoven?

Beethovens Hair is een leuk (en niet eenvoudig) adventure-spel. Het spel is ingebed in een website waarin allerlei informatie te vinden is over Beethoven en de tijd waarin hij leefde tot nu. Er zijn filmpjes met interviews van Beethoven-kenners, geschiedkundige informatie, en er is natuurlijk muziek van Beethoven. Site en spel zijn prachtig vormgegeven: romantische beelden in een spannend 'whodunnit'-sfeertje. Om alles te bekijken ben je zeker een uurtje bezig, maar wie geboeid raakt kan die tijd makkelijk verdubbelen.

In het spel zijn allerlei aanknopingspunten te vinden voor het onderwijs: muziek speelt de hoofdrol, maar je kunt het spel ook inzetten voor geschiedenis en zelfs voor ANW of scheikunde waar het gaat over het gebruik van haar als om de oorzaak van de slechte gezondheid van Beethoven te achterhalen. CSI Miami is er niets bij ;-)