Posts weergeven met het label school-algemeen. Alle posts weergeven
Posts weergeven met het label school-algemeen. Alle posts weergeven

donderdag 14 januari 2010

De hbo?

Door: Martijn van den Berg
Ik kan vaak lof schrijven, of op zijn minst de slechte dingen verklaren die mijn school doet. Gelukkig, want bij mijn nieuwe school schrijf ik natuurlijk liever lof dan dat ik compleet verhalen tegen mijn school ga schrijven. Ik heb tenslotte zelf deze opleiding gekozen, en drie uur reizen, is best wel een eind, dan moet je wel heel graag naar die opleiding willen. Ik zet het in een blogje op een rijtje, zodat ik er over op kan houden de volgende weken.

Toetsen op zaterdag: Ik heb mezelf eindelijk een baan gevonden op de zaterdag, de enige dag dat ik zeker weet dat ik vrij ben, (afgezien van praktijk) Moet ik een extra zaterdag terug gaan, mijn werk afzeggen, om naar een toets te gaan. En natuurlijk gaan de toetsen voor, maar al het heen en weer gereis en dat ik mijn baan af moet zeggen is echt heel moeilijk af en toe.

Een praktijkweek die verplaatst wordt: Je krijgt aan het begin van een module je rooster. Je zet alles in je agende. Je verwacht misschien een paar kleine roosterwijzigingen, dus je gaat dingen plannen. Maar als een complete praktijkweek verplaatst wordt, en je een totaal ander rooster krijgt en sommigen zelfs een extra weekendshift, kan je eigenlijk echt niets meer.

Interne studiepunten: Ik vind het leuk dat ze je de kans geven om voor een studiepunt een departement uit te kiezen en hier bij te leren. Maar als je vanwege een roosterwijziging die afspraak probeert te verzetten, en ze vragen je drie compleet verschillende dagen terug te komen omdat ze je dan meer nodig hebben, of anders een deel van je zomervakantie op te geven, ziet het er wel heel erg uit als uitbuiting van studenten.

Ik was hierover aan het praten met een paar van mijn klasgenoten en één daarvan maakte de opmerking dat dit gewoon bij hbo hoort. Omdat ik nog niet zo veel hbo heb gezien, en al zeker geen andere opleiding, kan ik geen antwoord op deze vraag vinden. Nu vraag ik me af, omdat ik vaak tegen onderwijsexperts praat, of er iemand is die wel antwoord op deze vraag kan geven. Ik ben benieuwd naar de reacties. :)

vrijdag 18 december 2009

Het 1000ste blogje

Door: Martijn van den Berg
Het zat er al een tijdje aan te komen. Ik had hem opgemerkt, maar volgens mij is Margreet het alweer vergeten. Ik hoopte eigenlijk ook dat Margreet het blogje zou krijgen, omdat zij toch de meeste inzet heeft getoond voor dit weblog en dit lukte helaas niet. Daarom is dit nu officieel het 1000ste blogje, en voor zover ik weet, weet Margreet noch van dit blogje noch van ons historisch moment. Aangezien Margreet nogal vaak op haar weblog zit, gaat het nog een hele toer worden om deze ongezien erachter te krijgen.

Zoals al gezegd, we hebben ons 1000ste berichtje erop zitten, en dit vind ik wel eens een speciaal moment. Voor mij, maar vooral voor Margreet. Het begon allemaal vijf jaar geleden, toen Margreet een manier zocht om haar kennis en ervaringen te archiveren, om er een leuk overzichtje van te krijgen. Dit is blijkbaar een goede bezigheid geweest, want al gauw werd het weblog één van haar vaste taken.

Er zijn in de tussentijd twee erg belangrijke updates geweest van blogger die het ons het leven makkelijker hebben gemaakt. Vroeger ging Margreet altijd vroeg uit bed om haar blogje te publiceren op precies het juiste tijdstip. Dat was voor mij erg apart, want ik moest mestal als eerste naar school, en om dan je moeder als een soort internetverslaving beneden haar blogje te zien publiceren, was voor mij altijd een apart gezicht. Daarnaast vind ik het ook wel handig dat ik op een gegeven moment mijn eigen blogjes zelf kon publiceren, want dit bespaarde Margreet, die toch al zo druk bezig was met het weblog veel werk. (Naast haar eigen blogjes haalde ze ook in het begin mijn spelfouten eruit

In de ruim vijf jaar dat dit weblog bestaat, heeft Margreet het gepresteerd om iedere doordeweekse dag met uitzondering van vakanties een blogje te publiceren met daarin altijd nuttige dingen van hoog niveau. Dit getuigt van een gigantische inspiratie. Een inspiratie die veel lezers naar mijn idee wijzer heeft gemaakt. En hier heb ik heel erg veel respect voor.

Ik denk dat Margreet en ik voorlopig zeker doorgaan met bloggen, beide met eigen motieven om te bloggen, maar uiteindelijk komt het er gewoon op neer dat het erg leuk is om te doen. Ik wil Margreet feliciteren met dit blogje en ik weet zeker dat er nog veel meer zullen komen.

donderdag 3 december 2009

De verleidingen van het dagelijks leven

Door: Martijn van den Berg
Ik schrijf dit blogje voor mijn doen redelijk laat. De reden hiervoor ligt in een bepaald gedrag dat ik sinds begin middelbare school niet meer bij mezelf heb gezien. Ik heb het niet druk. Toch heb ik af en toe moeite de dingetjes op een rijtje te krijgen.

Ik maak mijn blogje meestal begin van de week, liefst meerdere voor meerdere weken, afhangende van de inspiratie die mijn school me die week geeft. Echter, een van de lastigste dingen als student zijnde is plannen. Als je dingen niet meteen doet, en omdat je vaak veel tijd over hebt, heb je al gauw de neiging om dingen naar het laatste moment te schuiven. Dit werkt meestal, omdat je dan nog genoeg tijd hebt om de dingen goed op een rijtje te zetten.

Echter, in de praktijk blijken dit soort planningen vaak moeilijk. Studenten beslissen vaak niet meer dan een dag van tevoren wat te doen, en in de praktijk leidt dit er vaak toe dat je op het laatste moment gebeld wordt om iets te gaan doen. En aangezien ja zeggen vaak makkelijker is dan nee zeggen, komt het er in de praktijk op neer dat de ene week ontzettend druk is, en de andere ontzettend rustig, maar dat je dit nooit van tevoren weet.

Uiteindelijk heb je wel voldoende tijd en is misschien het grootste probleem nog het geld. De tijd kan je moeilijk plannen, maar in de rustige momenten van de week is het dan vaak verstandig om even achterover te gaan zitten, van de rust te genieten, en dan wat huiswerk te gaan maken of in dit geval een blogje te schrijven. Ze maken het (nog) niet moeilijk voor ons voorlopig, maar als ze dat doen is het zeker verstandig om hier op voorbereid te zijn.

donderdag 12 november 2009

School in de vakantie?

Door: Martijn van den Berg
School en vakantie zijn net als werk en vakantie dingen die totaal het tegenovergestelde van elkaar zijn. Onder normale omstandigheden kan het een niet het ander zijn en het ander niet het een. Er zijn echter uitzonderingen op deze regel. Eén van deze uitzonderingen zit bij mijn school. Toen de hele school vakantie had, moest ik praktijk lopen. In de catering om precies te zijn, wat inhoudt dat je koffieautomaten bijvult en mensen koffie en thee brengt. Het doel hiervan is het hotel en restaurant draaiende te houden.

Wat mij opviel bij het bijvullen van de koffieautomaten, was dat er eigenlijk helemaal niemand nog koffie nam, en er ook geen mensen waren die koffie en thee bestelden. Mijn shift bestond dus uit rondjes lopen om uiteindelijk er achter te komen dat er nog steeds niets te doen was.

Gelukkig kregen ze dit door. Ik werd overgeplaatst naar de kantine. Niet omdat ze daar hulp nodig hadden, maar omdat ze dan de shifts korter konden maken. Hier heb ik nog steeds niet veel te doen gehad. Dit maakt het gemotiveerd blijven, wat verplicht is om hoge punten te scoren, erg moeilijk.

Wat ik mij dan afvraag is: ons wordt continu gezegd de gasten uit te leggen dat dit een leerbedrijf is, waarom doen ze dan zo veel moeite om dit hotel in de vakantie open te houden? Ik begrijp dat in de vakantie de meeste gasten komen, maar dit hotel gaat toch niet om de winst maar om de leerervaring? En in dit geval gaat de winst ten koste van de leerervaring, want bijna niemand krijgt echt een speciale kans om dingen te leren, zoals in normale weken wel gebeurt.

Het tweede wat ik mij dan afvraag is: als ze dan het hotel open willen houden, en voor mijn part dan ook het restaurant, waarom laten ze alle faciliteiten dan open? De kantine draait verlies, omdat ze wel onze instructeurs moeten betalen. Je kan beter gewoon een maaltijd voor iedereen regelen die praktijk loopt, of mensen zelf eten mee laten nemen. Je voelt je niet erg nuttig op school.

Ondanks dit alles heb ik alsnog een gezellige week gehad. Het maakt het wel wat persoonlijker als er weinig mensen zijn, alhoewel mijn leerervaring deze week niet zo groot was. Ik ga toch hopen, volgende keer gewoon tegelijk met de rest van het land vakantie te krijgen.

donderdag 15 oktober 2009

Onze kleine-huisjescultuur

Door: Martijn van den Berg
Tijdens PBL (problem based learning), dwalen we wel eens af naar andere onderwerpen. Zo ook deze keer, toen we over cultuur aan het praten waren. Uiteindelijk vroegen we een van de internationale studentes wat haar opviel aan de Nederlanders. Het antwoord was dat wij zo erg van het leven genieten, en heel erg veel buitenshuis zijn. Verklaring hiervoor gaf ze als volgt: “Nederlanders leven in veel kleinere huisjes dan andere landen, en daarom moeten ze wel naar buiten, anders vervelen ze zich gewoon.”

Ik ben het eens met de uitspraak, maar ik denk dat een andere verklaring logischer is. Ik denk ook dat deze uitspraak meer voor studenten geldt dan voor volwassen mensen, aangezien volwassenen meestal een heel erg uitgezet leven hebben. Mijn verklaring luidt als volgt:
“De studiecultuur in het buitenland is anders. In het buitenland studeert men het meeste in de vrije tijd, en zijn de tijden waarop men sociale activiteiten uitvoert meer vastgezet”.

Het bewijs voor mijn verhaal vind ik in de redenen waarom ik niet in het buitenland wilde studeren, en in de dingen die ik in het dagelijks leven zie hier in Leeuwarden. We gaan chronologisch vandaag, dus ik begin bij waarom in niet in het buitenland wilde studeren. Ik was namelijk bang voor wat ik daar zou aantreffen. Ik ben gewend heel erg vrij te zijn in wat ik met mijn studie doe, en in het buitenland kan dit dus alleen maar achteruit gaan.
Het tweede bewijs voor mijn verhaal vind ik in de studenten die hierheen komen om te studeren. Ik zie dat veel studenten die hier komen en uiteindelijk langzaam inburgeren in onze cultuur, heel erg genieten van de eindeloze vrijheid door hier gigantisch veel uit te gaan, feestjes te geven. Dit is al vaak genoeg mis gegaan met de verscheidene uitwisselingen met het buitenland die ik ondergaan heb, doordat studenten zich iets te vrij voelden.

Ik ga niet zeggen welke cultuur beter is. Dat hangt er heel erg vanaf waar je opgegroeid bent, en wat je interesses zijn. Ik ben blij dat ik hier leef, alhoewel ik het erg interessant had gevonden om dit in een andere cultuur te proeven. Uiteindelijk gaat het er vooral om dat je je comfortabel voelt in de cultuur waar je in leeft.

vrijdag 3 juli 2009

Tuinman: het mooiste vak dat er is

Bijna vakantie. Geen laptop, geen spelconsoles, geen rapporten. Voor mij betekent vakantie vooral veel buiten zijn en slenterend, wandelend en hardlopend genieten van wat er groeit en bloeit. Ik vind het ook heerlijk om in de tuin zo her en der wat plantjes moed in te praten om ze extra te laten bloeien, of wat water te spetteren om ze extra groeikracht te geven. Waarbij ik overigens niet gehinderd (noch geholpen) wordt door enige kennis over plantjes en tuinen ;-)

Metaforen als 'boom der wijsheid' en 'zaad dat in vruchtbare aarde gezaaid wordt' spreken mij dan ook aan. De laatste dag voor de vakantie lijkt mij een goed moment om eens te kijken òf en zo ja waar ict past in die metafoor.

Als ik de leerling als de tuin zie, dan is de docent de tuinman. Net als in mijn tuin groeit bij de leerling van alles, ook zonder dat ik daar moeite voor doe. Maar met wat hulp erbij kan het wel veel mooier worden. Ik zorg voor het tuinplan en ik zorg dat er plantjes in komen. Als tuinman heb ik natuurlijk idee hoe een tuin eruit kan zien. Maar om mijn idee vorm te geven moet ik wel rekening houden met de tuin: ligt die op het zuiden of het noorden, is de grond rivierklei of zand? En wat staat er buiten de tuin: is er iets dat schaduw geeft of gaat het om een vrije en open tuin? Een goede tuinman heeft verstand van planten maar ook van de condities waaronder die planten gedijen. En hij heeft gereedschap om de grond te bewerken, jonge plantjes te verspenen en oudere planten te snoeien. De planten staan in deze metafoor voor voor het vak dat de docent onderwijst en het gereedschap zijn de middelen die hij daarvoor gebruikt: van krijtje tot digibord en van zijn verhaalkunst tot een filmpje.

Om van de tuin een fraai geheel te maken heeft de tuinman verstand nodig van bloemen en planten (zijn vak) en hij moet weten welke condities hij moet scheppen om alles tot bloei te brengen (kennis van pedagogiek en didactiek). Om die condities te creëren moet hij weten hoe hij zijn gereedschap moet bedienen. Sommige gereedschappen (ict-middelen) zijn eenvoudig te bedienen; andere gereedschappen vragen langdurige studie of oefening.

De vraag die vaak gesteld wordt is wat nu het belangrijkst is voor een docent: kennis van zijn vak of van didactiek? Als je bovenstaande metafoor gebruikt zie je dat geen van beiden gemist kan worden: zonder planten geen gevulde tuin maar zonder goed gereedschap zal de tuin niet optimaal uitgroeien.

Maar ik ben ervan overtuigd dat het allerbelangrijkst de tuinman is en zijn liefde voor tuinen. Want ook al ken je niet alle planten en weet je niet op welk plekje in de tuin ze het beste groeien: als je van planten houdt en de tijd neemt om te ontdekken wat ze kunnen worden en hoe je ze moet behandelen dan krijg je toch een prima tuintje. Het ziet er misschien niet zo uit als je tevoren had bedacht en natuurlijk kan een tuinman met verstand van zaken en een goede gereedschapskist er veel meer van maken. Dit laatste blogje is daarom bedoeld als ode aan de tuinman, oftewel de docent!

Ik ga na vandaag genieten van veel buiten zijn, van boeken lezen, van samen dingen doen en nog veel meer. Na de vakantie zijn we weer terug met nieuwe ontdekkingen!

Afbeelding van Cohdra, gepubliceerd onder een open licentie.

donderdag 14 mei 2009

A2; de nieuwe weg

Door: Martijn van den Berg
Als men mij vraagt wat voor onderwijs ik nu aan het volgen ben, antwoord ik meestal TTO. Hoewel mijn TTO officieel in de vierde klas is beëindigd, en ik alleen nog Engels in het Engels heb, vind ik het toch altijd grappig om TTO te zeggen, om de verwarde blikken te zien bij deze, voor nog veel mensen onbekende, manier van onderwijs. Afgelopen maandag heb ik de laatste 25% van het TTO A2-examen afgerond, dus het is misschien tijd om terug te blikken en misschien TTO iets bekender te maken. Een interview met mezelf. :)

Wat is TTO?
TTO staat voor Tweetalig Onderwijs, en dit betekent dat je de eerste vier jaar de helft van je vakken in het Engels krijgt, om na het vierde jaar twee jaar alleen nog Engels Engelstalig te leren. Uiteindelijk is het de bedoeling dat je (bijna) even goed Engels kan spreken als iemand die al jaren in een Engelstalig land woont. Tijdens de lessen Engels bestudeer je verschillende dingen. Je bestudeert aan de ene kant literatuur, en aan de andere kant zaken die in de wereld aan de hand zijn, maar dit alles wel uit de Angelsaksische cultuur. Je wordt uiteindelijk getoetst met vier proeven. De interactive orals, (interactieve presentatie) de individual oral, (literatuurbespreking) paper 1, (vergelijkingsopstel) en paper 2 (opstel over jouw vergaarde kennis).

Hoe was het om TTO te doen?
In het eerste jaar was het een beetje wennen, omdat het toch iets ongelofelijk nieuws was. Het tweede en derde jaar heb ik een hele slechte docente gehad, om de laatste jaren een docent te hebben, die de draad supersnel wist op te pakken. Uiteindelijk waren wij de eerste groep op onze school, en dus mochten we alle reisjes als eerste uitproberen, wat voordelen en nadelen heeft gehad. Omdat we als eerste waren, werd er bij ons ook geëxperimenteerd met verschillende manieren van les geven. Wij spraken in de les al Engels, en hadden het spreken al vrij snel door. In plaats daarvan hebben wij een multicultureel programma gevolgd, wat ons toch wel veel heeft opgeleverd. Niet alleen in de vorm van kennis, maar ook in de vorm van vaardigheden, wat ons af en toe zelfs bij andere vakken heeft geholpen.

Hoe kijk je achteraf naar TTO?
In het begin heb ik er moeite mee gehad, omdat het natuurlijk wel een extra studielast is geweest. Later ben ik het meer gaan waarderen, omdat wij een ervaring kregen die eigenlijk uniek op school was. Vooral het ontmoeten van verschillende culturen heb ik geweldig gevonden. Je leert er heel veel van om een andere cultuur in huis te hebben. Het is een zeer persoonlijke manier van een cultuur leren kennen. Ik had wel verwacht dat het extra kopzorgen zou zijn voor de examentijd, maar uiteindelijk past het precies tussen je examens. Het is natuurlijk ook leuk dat je een internationaal geldig papiertje krijgt uiteindelijk, waarvoor je een minimumscore van slechts 4 hoeft te halen. TTO is iets wat je leuk vind of niet. Dat hangt van je karakter af. Voor mensen die net iets meer uitdaging willen, is dit zeker een aanrader.

vrijdag 24 april 2009

Beter worden dan de klas of jezelf verbeteren?

Afbeelding van een lopende figuurElke keer weer als ik zie hoeveel stress het maken van repetities, tentamens of examens met zich meebrengt vraag ik me af of dat niet anders kan. Het is niet alleen de stress die me dwars zit: ik heb er ook veel moeite mee dat met het in het VO gebruikelijke toetssysteem vooral gemeten wordt hoeveel een leerling van het gemiddelde/de rest van de klas afwijkt en niet hoeveel hij zichzelf heeft verbeterd. Voor de leerlingen die niet zo goed kunnen leren lijkt me dat uitermate frusterend: ook al doen ze nog zo hun best ze blijven altijd op het randje scoren. Daar gaat volgens mij heel weinig stimulans van uit. Dat geldt overigens ook voor de 'gemiddelde' en 'bovengemiddelde' leerling: hun resultaten zullen over het algemeen redelijk stabiel zijn. Als je altijd een zeven scoort zul je daar vermoedelijk niet heel veel bezwaar tegen maken maar het lijkt mij inspirerender als zichtbaar gemaakt wordt wat je in de loop van een jaar leert.

Een manier om dat te doen is door te werken met voortgangstoetsen. In het begin van de lesperiode neem je alle leerlingen een nultoets af. Deze toets is bestemd om te achterhalen wat de leerling al weet van de leerstof die in de komende periode behandeld zal worden. De toets hoeft door de leerlingen niet voorbereid te worden en telt niet mee voor het eindresultaat. Over het algemeen zal die toets slecht gemaakt worden: de leerling moet zich de stof immers nog eigen maken. Mogelijk is er wel een aantal leerlingen dat al bekend is met (delen van) de leerstof: het zou mooi zijn als je hen een aangepast programma zou kunnen aanbieden bijvoorbeeld door hen te betrekken bij het uitleggen van de stof aan de rest van de groep.

Aan het einde van de lesperiode als de leerstof behandeld is (en eventueel ook tussendoor), wordt de toets vervolgens herhaald: uiteraard zullen de leerlingen nu veel meer vragen goed kunnen beantwoorden. De leerling die begon met een 4 zit nu misschien op een 6 en de leerling die begon op een 0 is gestegen naar een 5. Bij een gewone toets betekent dat voor de laatste leerling een onvoldoende, maar het is natuurlijk een prima prestatie als je zo vooruit bent gegaan. En het is voor beide leerlingen leuk om te zien dat ze de afgelopen periode niet voor niets hebben gewerkt: ze hebben allebei het nodige van de lessen opgestoken.

De gemeten vooruitgang zal op veel scholen niet meegeteld kunnen worden voor het rapportcijfer omdat examens nu eenmaal niet draaien om (relatieve) vooruitgang maar om het (absolute) eindresultaat. Maar je kunt leerlingen die echt zijn vooruitgegaan natuurlijk wel op andere manieren belonen: een complimentje wordt altijd gewaardeerd en een opmerking op het rapport zal ook vast op prijs gesteld worden. Of vraag de leerling hoe hij/zij die vooruitgang tot stand heeft gebracht en geef dat als tip mee in de schoolkrant of op de schoolwebsite. Of roep een prijs in het leven voor de leerling die de meeste vooruitgang boekt in een schooljaar en ga daarmee naar de lokale pers. Of vraag de leerlingen zelf of ze suggesties hebben hoe je dit kunt belonen. Wedden dat ze iets leuks verzinnen?!

Dit was weer het laatste blogje voor de vakantie. Wij zijn weer terug op 4 mei 11 mei. Dan horen jullie van Martijn over de mediawijsheidprijs die hij heeft gewonnen. Wat zijn verhaal is kan ik jullie niet vertellen; dat is helemaal van hem. Maar dat ik apetrots ben dat kunnen jullie vast wel begrijpen! Prettige vakantie allemaal!




Afbeelding van Roujo, CC-licentie
Foto van Martijn van Trendmatcher, CC-licentie

donderdag 23 april 2009

Kunstmatige examenstress

Door: Martijn van den Berg

Ondanks andere belangrijke activiteiten begint bij mij het "aftellen-voor-het-examen" fenomeen toch wel aardig te komen. Ik ben misschien niet altijd de meest gemotiveerde student geweest, maar als je bedenkt dat je, na de 100% aan examencijfers die je al gehaald hebt, je opeens in 2 weekjes nog 100% moet doen, begint er toch wel een balletje te rollen. En dan begin je in mijn geval goed naar je sterke en zwakke punten te kijken.

Als mensen aan mij vragen hoe ik er voor sta met mijn examen, weet ik vaak moeilijk te antwoorden. Goed is niet het goede woord, omdat het totaal niet zeker is of ik slaag. Slecht vind ik ook niet het goede woord, omdat ik toch nog een aardige marge ingebouwd heb en een paar opties om vakken eventueel te laten vallen. Het is alleen dat, als ik naar het afgelopen jaar kijk, ik zie dat mijn cijfers die ik in de vijfde klas deels heb opgebouwd, voor het grootste deel omlaag zijn gegaan. En als ik naar dit jaar kijk, dat ik zie dat vooral in de laatste periode cijfers aardig omlaag gaan. En als ik kijk naar de cijfers van andere leerlingen, zie ik meestal hetzelfde.

De reden hiervoor ligt op onze school, en heeft een aantal docenten mij uitgelegd. Ik vond de proefwerken van deze toetsweek erg moeilijk, terwijl ik in deze toetsweek misschien wel de meeste moeite heb gestopt van allemaal. De reden ligt bij proefwerken die onduidelijk zijn, streng nagekeken worden en strikvragen. Ik heb het gevoel dat ik deze toetsweek flink onder handen ben genomen. Dit komt doordat docenten ons een steuntje in de rug willen geven, ons scherp maken dat we er nog niet zijn, zorgen dat we extra hard gaan leren voor de centrale examens. Daarom proberen ze de laatste toets zo moeilijk mogelijk te maken. Dit verbaasde mij enigszins.

Ik kan de redenering begrijpen, en ik denk dat het aardig wat mensen scherp heeft gemaakt. Maar ik denk ook dat het grootste aantal mensen zich zelf wel realiseert dat dit belangrijk is en dat er veel moeite voor moet worden gedaan. Er zullen wel een aantal leerlingen makkelijk over denken vanwege het mooie weer, en de vele afleiding die er is, maar als het gemiddelde van een proefwerk een 4,5 is, (een van de proefwerken) denk ik toch echt dat je als docent hier iets te ver in bent gegaan, en dus zal moeten ophogen. De laatste toets moeilijk maken kan een goed idee zijn, maar je moet heel goed weten wat je doet.

donderdag 2 april 2009

Is kennis macht?

Door: Martijn van den Berg

Bij mij op school worden nooit docenten ontslagen. Dat realiseerde ik me van de week. Docenten gaan weg, of gaan met pensioen, er komen zelfs docenten terug van pensioen om les te geven, maar nooit is er iemand ontslagen. Het wou toevallig dat ik deze week van een docente hoorde dat ze ontslagen werd. De reden hiervoor is dat ze een keer terwijl ze aan het uitleggen was, per ongeluk doorschoot op de een of andere ondergangstheorie, wat de school blijkbaar niet erg leuk vond.

Nu praatte ik met een van de leerlingen die haar als docente gehad heeft, en diegene zei dat het een hele slimme docent was, alleen dat deze haar kennis moeilijk over wist te brengen aan leerlingen. En dit probleem komt veel vaker voor. Omdat docenten voor de bovenbouw minstens universiteit gedaan moeten hebben voor ze les mogen geven aan de bovenbouw, zie je al snel dat deze te veel kennis hebben en door schieten boven het onderwerp.

Wie les gaat geven met de passie om kennis over te brengen komt bedrogen uit. Er zijn veel docenten die geen zin hebben in een wetenschapsbaan en dan maar les gaan geven. Dit kan ik niet adviseren. De stof helemaal beheersen is één ding, het uitleggen is een tweede. In je hoofd kan alles kloppen, maar overbrengen is wat anders. Ik ben er van overtuigd dat iedere docent die mij les geeft zelf de kennis heeft van de stof, maar af en toe begrijp ik er niets van.

Wijsheid is benodigd om docent te worden, maar ik denk dat vooral een passie voor het vak en een zevende zintuig voor uitleggen belangrijk is. En natuurlijk een hoge dosis aan creativiteit!

donderdag 19 maart 2009

Maffe mensen met een missie

Door: Martijn van den Berg
Sinterklaas is alweer een tijdje geleden. Wij hebben op school altijd een aparte manier van sinterklaas vieren. Wij pakken één of twee leraren, zetten ze in een kostuum, en maken er een verhaaltje bij waarom sinterklaas dit jaar in dat figuur is veranderd. Op het podium laten we deze mensen dan roddels voorlezen om mensen het podium op te roepen en via de prettige manier of via de onprettige manier het toneel te verlaten. Afgelopen keer waren er twee geschiedenisdocenten aan de beurt om Mario en Luigi te spelen. Twee mensen waarvan ik naderhand dacht dat ze meer bij elkaar hoorden dan ik aanvankelijk dacht.

Gisteren ging ik met twee mensen uit mijn klas bij de betreffende geschiedenisdocent kijken of zij een voldoende hadden. Deze docent, die erg spraakzaam is, gaf ons vervolgens een verhaal over hoe slecht onderwijs tegenwoordig was en hoe weinig mensen eigenlijk hoefden te weten. Hij vond dat men tegenwoordig overspoeld wordt met informatie en dus heel veel weet, maar de informatie niet snapt, en er daarom uiteindelijk niets mee kan. Dit soort klachten hoor ik wel vaker van de oude generatie.

Ik zelf denk dat dit fenomeen komt doordat we in een overgangsfase zitten. Vroeger waren het onderwijs en de leerling in harmonie, en daardoor was onderwijs effectief. Tegenwoordig zet de jeugd zich af tegen de ouderwetse methodes, en heeft het onderwijs zich daar nog niet op aangepast. Terug gaan of terug denken aan de oude tijd heeft geen zin meer. We zullen vooruit moeten gaan. En dat is waar onder andere deze twee docenten blijven steken...

donderdag 12 maart 2009

Moe van het kilometers maken

Door: Martijn van den Berg
Ik zit er al een aantal jaren mee dat mijn Duits redelijk slecht is . Ik ben in de tweede klas begonnen met Duits en toen was het een compleet nieuwe taal. Oppakken was lastig. Als onderbouwleerling zat ik niet zo veel met Duits, het continu woordjes leren was saai en niet interessant. Later besefte ik dat ik op deze manier mijn examen niet zou gaan halen. Daarom ben ik toen zelf brieven gaan schrijven en zelf zo'n beetje iedere luistertoets gemaakt die ik in mijn handen kreeg. Ik heb uiteindelijk op de toets net voldoende gehaald. Nu, vlak voor mijn eindexamen, moet ik volgens mijn docente weer kilometers maken met leesteksten. Sindsdien heb ik vele kilometers gemaakt, maar ben geen meter verder gekomen.

Examenteksten zijn over het algemeen niet allemaal interessant. Het examen is ook iets dat nodig is om de school achter je te laten. Echter, met oefenen is er een keus. Het uitindelijke doel is je leesvaardigheid in Duits beter te maken, en dit kan met bijna iedere tekst van niveau. Dit hoeft niet met het traditionele patroon van een tekst met vragen. Geef mij een economische tekst over bijvoorbeeld de koers van de pond en ik ben een half uur toegewijd aan het lezen. Hier zijn geen vragen voor nodig, want zo lang ik het een leuke tekst vind, ga ik het zelf proberen te begrijpen.

Door onderwijs persoonlijker te maken wordt het leuker. Dit geldt in het bijzonder voor talen. Talen zijn over het algemeen niet erg leuk om uit een boek te leren. Daarom is het belangrijk van de traditionele manier af te wijken en af en toe wat originaliteit in de lessen te laten zien. Ik heb Duits altijd moeilijk gevonden om te leren, omdat je continu theorie zit te leren om uiteindelijk uit te komen op een examen in spreken, lezen en luisteren. Dit examen kan ook gehaald worden door continu dezelfde actie te doen, maar naar mijn ervaring heb je er meer aan om elders leermiddelen te zoeken.

donderdag 5 maart 2009

Studentenbijles; een wél goed systeem

Door: Martijn van den Berg
Ik zit in de klas met een aantal hele slimme mensen. Ik geef het eerlijk toe. Dit mag ook wel op het VWO maar toch, als ik soms bij anderen kijk verbaas ik mij toch weer over hoe snel ze alle moeilijke stof snappen. Leraren zijn ook slim, daarvoor hebben ze tenslotte gestudeerd. Alleen leraren weten af en toe niet hoe ze hun slimheid zo over kunnen brengen op de klas, dat deze geïnteresseerd luistert. Dit is een probleem, want daardoor snappen leerlingen af en toe niet wat ze moeten leren. De oplossing: laat de slimme leerlingen de leerlingen die het niet snappen bijles geven, dan is iedereen tevreden.

Op school hebben wij op de site een lijstje met mensen die bereid zijn om in hun vrije tijd als bijbaantje (het kost 8 euro per uur) kinderen van lagere klassen bijles te geven in vakken waar ze goed in zijn. Om op deze lijst te komen is natuurlijk toestemming van de school nodig om zeker te weten dat die mensen ook echt slim zijn. Dan kom je op de lijst terecht met je telefoonnummer en word je af en toe gebeld door mensen om bijles te geven. Dit kan in een tussenuur, en voor of na de les. Afhankelijk van wat je afspreekt met elkaar.

Aanvankelijk viel mij het systeem niet zo op, omdat het amper gebruikt werd. Maar dit jaar neemt de populariteit toe. Leerlingen uit mijn klas gebruiken het als handig bijbaantje. De leerlingen zijn dankbaar, omdat de uitleg van studenten blijkbaar veel beter is dan die van de leraar en deze bijles helpt ze proefwerken te halen. En als ik de samenwerking dan zie van twee mensen, zie ik dat het gemakkelijk is omdat het dichtbij is. De kwaliteit van de bijles is goed en je kan bijles in praktisch alles krijgen. Een mooi idee dus!

donderdag 5 februari 2009

De een na laatste toetsweek

Door: Martijn van den Berg
Vorige toetsweek stopte ik met alle dingen die ik normaal zou doen en ging non-stop leren. Dit werkte niet perfect, want aan het eind was ik al mijn energie kwijt. Nu had ik daarna nog 2 toetsweken om de perfecte manier te vinden om zo veel mogelijk rendement uit mijn tijd te halen. Vorige week had ik weer toetsweek. Deze keer heb ik het totaal tegenovergestelde geprobeerd.

Ik ben gewoon doorgegaan met de dingen die ik normaal zou doen. Uitgaan, gamen, sporten, alles. Ik ben rond dezelfde periode voor de toetsweek begonnen. Nu moet ik wel zeggen dat ik een beetje griepjes was aan het begin, waardoor er minder fut in zat, maar dat ging vrij snel over.

Ik merk, dat als ik gewoon van alles ga doen, ik excuses ga zoeken om niet te leren. Mezelf wijs maken dat ik alles al ken, en dat leren niet meer nodig is. Ik moet mezelf op een gegeven moment echt aan het werk zetten en ook actief bezig proberen te zijn. Dit gaat de uiteindelijke truc niet worden. De vorige was toch echt beter, alleen minder toepasbaar met veel proefwerken. Ik denk dat ik uiteindelijk de juiste combinatie moet vinden.

donderdag 8 januari 2009

Computers op school zijn schaars

Door: Martijn van den Berg

Ik schrijf dit blogje in de mediatheek, op de laatst beschikbare computer, eentje die vergeten in een hoekje staat. Onze mediatheek heeft ongeveer de oppervlakte van 15 klaslokalen ruw geschat, en heeft ongeveer 80 computers. Daarnaast hebben wij nog 2 computerlokalen vol met computers, waar bij een volle klas iedereen een computer kan gebruiken. En ondanks dat dat heb ik moeite mij achter een computer te zetelen.


Ik heb 2 tussenuren. Ik begon te werken. Vervolgens komt er een lerares op mij af die vraagt of ik ergens anders heen wil gaan omdat ze hier les heeft. Nu ga ik wel weg, veel keus heb ik niet, maar dat betekent dat ik al mijn werk moet afsluiten en op een andere computer verder moet gaan. Een uur later heeft dezelfde lerares aan de andere kant van de mediatheek les en gebeurt me hetzelfde. Dit kan toch niet?

Op dit moment zitten drie klassen op het leerplein. Genoeg om bijna alle computers te bezetten. De paar leerlingen die hier komen om te studeren zitten nu in het midden ander werk te doen. Ik vind dit niet kunnen. Veel van het huiswerk dat ik tegenwoordig op krijg moet achter de computer, en in tussenuren vind ik het handig om hiermee aan de slag te gaan, omdat ik door het lawaai in de mediatheek me niet echt kan concentreren op andere dingen.

Dus bij deze, omdat ik denk dat ik niet de enige school ben met dit fenomeen. Docenten, hou eens rekening met de leerlingen en gebruik het computerlokaal wanneer dat kan. Schuif de les met computers op, tot er wel plaats is in de computerlokalen en ga niet massaal met z'n allen tegelijk in de mediatheek zitten, want dit hoort toch echt het domein van de leerlingen te zijn.

donderdag 11 december 2008

Standaardirritaties op school

Door: Martijn van den Berg

Ik zit nu bijna 6 jaar op de middelbare school, en ik blog nu al iets meer dan 2 jaar. De eerste paar jaren nam ik het onderwijs gewoon voor wat het was. Alles wat naar me toe kwam accepteerde ik gewoon. Maar de laatste paar jaren beginnen me steeds meer dingen te irriteren waar ik af en toe gewoon echt boos om word. Bij mij op school bestaat goed onderwijs en slecht onderwijs volledig door elkaar. Mijn top-5 van irritaties.

5. Docenten die over familie en thuis gaan praten

Een docent hoort, tenzij relevant voor thuis, niet klassikaal privéverhalen te vertellen, tenzij relevant voor de les. Even iets tussendoor zeggen is niet erg, en houdt de aandacht van mensen bij de les, maar ik heb voorbeelden meegemaakt waar een docent een half uur non-stop over familie en vakantie aan het praten was en als ik dan met iemand in de klas ging praten, werd mij gezegd dat ik mijn mond moest houden.

4. Docenten die te laat komen

Ik vind dat op het moment dat er leerlingen aankomen bij het lokaal, de docent al aanwezig moet zijn. Ik zie te vaak op school dat er docenten 10 minuten te laat komen. Dat er af en toe leerlingen te laat komen kan gebeuren, er zijn tenslotte meer leerlingen dan docenten dus de kans is ook groter dat een leerling te laat komt. Maar voor een docent is les geven gewoon zijn werk en dus komt hij te laat op zijn werk. Dit kan bij geen enkele baan.

3. Docenten die vinden dat hun leerlingen bepaalde voorkennis moeten hebben

Niet iedere leerling interesseert hetzelfde. Je kan dan ook niet veronderstellen dat alle leerlingen iets weten. In een klas van 30 leerlingen zijn er altijd wel leerlingen die iets niet weten, hoe bekend dan ook. Het is dan ook uitermate irritant als een leraar gaat zeggen dat we dom zijn omdat we bepaalde dingen niet van tevoren weten of veronderstelt dat we alles van 2 jaar geleden nog weten.

2. Mensen hun vragen zelf laten uitzoeken

Ik vind dat een docent te alle tijden een vraag van een leerling moet beantwoorden, hoe dom deze ook is. Vragen tonen het initiatief van een leerling om ergens achter te komen. Ik vind het dan ook niet kunnen als ik ergens met een vraag kom en als er dan tegen mij wordt gezegd dat ik deze zelf maar moet gaan opzoeken.

1. Aan de klas vragen wat er gedaan moet worden

Dit is echt mijn nummer één irritatie. Leraren die totaal niet weten hoe ze mensen dingen moeten leren, een planning maken, en vervolgens aan de leerlingen gaan vragen wat ze moeten gaan doen. Een docent hoort verstand te hebben van onderwijs. Een leerling heeft dit over het algemeen niet en je kan een leerling niet zichzelf les laten geven.

donderdag 20 november 2008

De filosofie van onderwijsvernieuwing

Door: Martijn van den Berg

Vroeger, in de tijd dat mijn moeder nog les had, ging men naar school omdat men iets wou leren en kauwde alles wat de leraar hen in de mond stopte. Er bestonden wel lastige studenten maar in principe ging het grootste deel er gewoon voor. School was niet het leukste wat je deed, maar het was je toekomst. Tegenwoordig is dat wel anders. De student emancipeert zich door te laten zien dat deze de les saai vindt. De wat oudere docenten zien dit meestal als ongehoorzaamheid tegenover hun les.

Tegenwoordig hebben we nieuwe middelen die we kunnen toepassen bij het lesgeven. Ik zeg expres kunnen, want veel middelen tot onderwijsvernieuwing worden niet benut. Dit komt vooral door de wat oudere garde docenten die gewoon gewend is les te geven uit een boek en die de enkele leerling die het niet eens is met de lesmethode strafwerk opgeeft. Deze mensen hebben vaak ook niet de kennis van andere onderwijsmethoden, omdat ze dat simpelweg nooit geleerd hebben.

Een voorbeeld: de computer is vooral de laatste 20 jaar gebruikt door mensen. Met de computer zijn (zoals veel mensen wel weten) veel dingen mogelijk. Onderwijsmethoden met de computer bestaan ook al een aantal jaar door de opkomst van verschillende media en internet. Probleem is dat veel oudere leraren niet zijn opgegroeid met een computer. Zoals wij het vanzelfsprekend vinden dat wij alles kunnen, hebben veel oudere leraren vaak totaal geen idee wat ze ermee aan moeten.

Onderwijsvernieuwing is een mooi woord, en klinkt hoop vol. Maar ik denk dat onze tijd nog niet rijp is voor drastische didactische veranderingen. En wordt nu bij de lerarenopleidingen veel gedaan aan innovatie van het onderwijs, maar je kunt niet verwachten van de mensen die dit nooit hebben geleerd dat ze met een simpele bijscholing alles kunnen. Je kan niet verwachten van scholen dat ze nu opeens al hun personeel gaan bijscholen om beter les te geven. Voor onderwijsvernieuwing is toch echt tijd nodig. Maar in de tussentijd kun je altijd individueel je steentje bijdragen.

donderdag 6 november 2008

Nerding around

Door: Martijn van den Berg

Op het moment dat dit blogje gepubliceerd wordt is de dag van mijn laatste toets deze week en dus het einde van de toetsweek. Alles is gedaan en enige wat ik kan doen is wachten op mijn cijfers. Toetsweek draagt behoorlijk bij aan je cijfer, maar alsnog vind ik het een opgeblazen fenomeen, want als je alles bijhoudt, hoef je niet de hele week te leren. Je kan in principe voor de week al alles geleerd hebben als je een beetje geluk hebt met je toetsen.

Ik ben nooit goed geweest met toetsweken. Te veel stof werd in een te klein stuk toets geplakt, en ik ben dus ook altijd een voorstander geweest van tussentoetsen. Omdat mijn toetsweekresultaten niet altijd denderend waren, heb ik met mijn ouders afgesproken om de week voor de toetsweek en in de toetsweek niet meer uit te gaan en niet langs te gaan bij vrienden. Werken en sporten doe ik wel, want dit zijn dingen die je gewoonweg niet kan afzeggen.

Maar op een bepaalde manier heb ik het gevoel dat dit toch niet helemaal werkt. Het zorgt er wel voor dat ik op tijd aan het werk ga, maar leren gaat toch moeilijker als je continu bezig bent, en ik merk dat aan het eind van de toetsweek of de fut er uit is, of je gewoon tijd over houdt omdat de makkelijkste proefwerken aan het eind van de toetsweek zijn.

Ik zou het qua school niet anders willen hebben. Als de school toetsen wil geven, heb ik deze liever niet tussen de lessen door, want dit als je die dag ook op andere vakken moet concentreren, zit je mentaal niet bij het vak dat je uiteindelijk moet maken.Maar stoppen met dingen doen is ook geen optie. Als ik leren suf ben of ik heb tijd over, ga ik toch weer afleiding zoeken, en dan ben ik toch weer bezig. Een beetje afleiding is toch wel nodig tussen het leren vol, om uiteindelijk langer je concentratie te houden.

donderdag 23 oktober 2008

Het voordeel van 18 zijn

Door: Martijn van den Berg

Het is al een tijdje zo, maar heb nu eigenlijk pas de kans en het idee om erover te schrijven. Ik ben sinds een maandje officieel 18. En dat voelt heerlijk. Eindelijk mag ik auto en motor rijden en sterke drank kopen. En het voelt ook een stuk ouder als je 18 bent dan dat je 17 bent. En dat gevoel komt dan vooral omdat je door de wet als volwassen wordt beschouwd. En dat heeft gevolgen, je bent verantwoordelijk voor je eigen verzekeringen, je moeder zegt net iets vaker dat je je eigen kleding mag wassen. En op school betekent dit dat je je eigen afwezigheidsbriefjes mag schrijven.


Kan je indenken, de droom van elke brugger. Niet naar de les hoeven te komen zonder dat je ouders iets word gezegd. Niet voor niets laten ze je dit pas doen als je 18 bent. Men verwacht dan ook dat je een redelijk verantwoordelijkheidsgevoel hebt. Als 18 jaar zijnde zit je meestal in het examenjaar en zullen de meeste mensen niet extra gaan spijbelen. Zelf ben ik dan ook een van de mensen. Ik vind het idee leuk dat ik mijn eigen briefjes kan maken dat men mij dat ook kan aanspreken op mijn eigen briefjes.


Maar het gaat ook wel eens fout. Ik zit nu in het begin van het jaar, en ben een van de eersten die 18 wordt, dus ik heb nog niet echt gezien hoe het bij anderen gaat, maar van wat ik hoor over andere opleidingen zijn er ook mensen die niet met deze verantwoordelijkheid om kunnen gaan. Op vervolgopleidingen word je met te veel absentie van school af gegooid. Om het nog maar niet te hebben over de lessen die je dan mist waardoor je je tentamens minder kan maken.


Uiteindelijk moet je de verantwoordelijkheid van de ouder overdragen naar het kind. Probleem is alleen dat de ouders nog wel de financiële verantwoordelijkheid dragen. Maar je moet de verantwoordelijk toch vroeg of laat over aan den kinderen geven. Bij de meeste mensen zal dit geen probleem zijn. Maar de verleiding om iets anders te gaan doen in plaats van naar school gaan is op sommige momenten erg groot.

donderdag 18 september 2008

Het gemene aan geen cijfers

Door: Martijn van den Berg
6VWO, het jaar dat bekend staat als het laatste jaar van een lang durende opleiding, het jaar waar je enige cijfers de cijfers zijn die zwaar tellen, het jaar waarin je alles wat je doet goed moet doen, anders ga je lerend ten onder. Je hoort over mensen die continu zitten te leren. Ik neem deel aan dit jaar. En toch, ik heb behalve alle preken van de mentor over studiekeuze en de uitleg van leraren over examentoetsen nog niets gemerkt.

De planner is niet leeg. Het enige dat me opvalt is dat onder het anders zo volle vakje met toetsing meestal slechts één ding staat, af en toe zelfs niets. Dit komt omdat men het nutteloos acht cijfers te geven in het laatste jaar behalve de examencijfers om de redenen dat leerlingen al genoeg werk hebben en omdat men het nutteloos vindt mensen een kans te geven dat ze niet over gaan terwijl ze wel al hun examens gehaald hebben.

En dit vind ik terecht, maar aan de andere kant ook verraderlijk. Want sommige mensen hebben toetsing nodig als motivatie om te werken. Toetsing is niet alleen een manier om te testen wat leerlingen weten, het is ook een manier om ze bij te houden. En het probleem met huiswerk is dat als je het niet bijhoudt, het heel moeilijk is om op te pakken. Daarnaast is er ook nog het probleem van de bezemklas, die wij schijnen te zijn. Dat betekent dat als iemand uit mijn jaar het examen niet haalt, hij een probleem zal krijgen vanwege de vernieuwde tweede fase.

Op dit moment heb ik een rustige start. Dit betekent dat ik alles probeer bij te houden. Maar uiteindelijk zal ik er ook aan moeten geloven. Het laatste jaar. Ik weet nog niet precies hoe druk het gaat worden, maar zeker is wel dat ik er flink aan zal moeten trekken. Ik ben toch van plan na dit jaar van deze school weg te zijn.