Posts weergeven met het label school. Alle posts weergeven
Posts weergeven met het label school. Alle posts weergeven

donderdag 2 april 2009

Is kennis macht?

Door: Martijn van den Berg

Bij mij op school worden nooit docenten ontslagen. Dat realiseerde ik me van de week. Docenten gaan weg, of gaan met pensioen, er komen zelfs docenten terug van pensioen om les te geven, maar nooit is er iemand ontslagen. Het wou toevallig dat ik deze week van een docente hoorde dat ze ontslagen werd. De reden hiervoor is dat ze een keer terwijl ze aan het uitleggen was, per ongeluk doorschoot op de een of andere ondergangstheorie, wat de school blijkbaar niet erg leuk vond.

Nu praatte ik met een van de leerlingen die haar als docente gehad heeft, en diegene zei dat het een hele slimme docent was, alleen dat deze haar kennis moeilijk over wist te brengen aan leerlingen. En dit probleem komt veel vaker voor. Omdat docenten voor de bovenbouw minstens universiteit gedaan moeten hebben voor ze les mogen geven aan de bovenbouw, zie je al snel dat deze te veel kennis hebben en door schieten boven het onderwerp.

Wie les gaat geven met de passie om kennis over te brengen komt bedrogen uit. Er zijn veel docenten die geen zin hebben in een wetenschapsbaan en dan maar les gaan geven. Dit kan ik niet adviseren. De stof helemaal beheersen is één ding, het uitleggen is een tweede. In je hoofd kan alles kloppen, maar overbrengen is wat anders. Ik ben er van overtuigd dat iedere docent die mij les geeft zelf de kennis heeft van de stof, maar af en toe begrijp ik er niets van.

Wijsheid is benodigd om docent te worden, maar ik denk dat vooral een passie voor het vak en een zevende zintuig voor uitleggen belangrijk is. En natuurlijk een hoge dosis aan creativiteit!

donderdag 12 maart 2009

Moe van het kilometers maken

Door: Martijn van den Berg
Ik zit er al een aantal jaren mee dat mijn Duits redelijk slecht is . Ik ben in de tweede klas begonnen met Duits en toen was het een compleet nieuwe taal. Oppakken was lastig. Als onderbouwleerling zat ik niet zo veel met Duits, het continu woordjes leren was saai en niet interessant. Later besefte ik dat ik op deze manier mijn examen niet zou gaan halen. Daarom ben ik toen zelf brieven gaan schrijven en zelf zo'n beetje iedere luistertoets gemaakt die ik in mijn handen kreeg. Ik heb uiteindelijk op de toets net voldoende gehaald. Nu, vlak voor mijn eindexamen, moet ik volgens mijn docente weer kilometers maken met leesteksten. Sindsdien heb ik vele kilometers gemaakt, maar ben geen meter verder gekomen.

Examenteksten zijn over het algemeen niet allemaal interessant. Het examen is ook iets dat nodig is om de school achter je te laten. Echter, met oefenen is er een keus. Het uitindelijke doel is je leesvaardigheid in Duits beter te maken, en dit kan met bijna iedere tekst van niveau. Dit hoeft niet met het traditionele patroon van een tekst met vragen. Geef mij een economische tekst over bijvoorbeeld de koers van de pond en ik ben een half uur toegewijd aan het lezen. Hier zijn geen vragen voor nodig, want zo lang ik het een leuke tekst vind, ga ik het zelf proberen te begrijpen.

Door onderwijs persoonlijker te maken wordt het leuker. Dit geldt in het bijzonder voor talen. Talen zijn over het algemeen niet erg leuk om uit een boek te leren. Daarom is het belangrijk van de traditionele manier af te wijken en af en toe wat originaliteit in de lessen te laten zien. Ik heb Duits altijd moeilijk gevonden om te leren, omdat je continu theorie zit te leren om uiteindelijk uit te komen op een examen in spreken, lezen en luisteren. Dit examen kan ook gehaald worden door continu dezelfde actie te doen, maar naar mijn ervaring heb je er meer aan om elders leermiddelen te zoeken.

donderdag 5 maart 2009

Studentenbijles; een wél goed systeem

Door: Martijn van den Berg
Ik zit in de klas met een aantal hele slimme mensen. Ik geef het eerlijk toe. Dit mag ook wel op het VWO maar toch, als ik soms bij anderen kijk verbaas ik mij toch weer over hoe snel ze alle moeilijke stof snappen. Leraren zijn ook slim, daarvoor hebben ze tenslotte gestudeerd. Alleen leraren weten af en toe niet hoe ze hun slimheid zo over kunnen brengen op de klas, dat deze geïnteresseerd luistert. Dit is een probleem, want daardoor snappen leerlingen af en toe niet wat ze moeten leren. De oplossing: laat de slimme leerlingen de leerlingen die het niet snappen bijles geven, dan is iedereen tevreden.

Op school hebben wij op de site een lijstje met mensen die bereid zijn om in hun vrije tijd als bijbaantje (het kost 8 euro per uur) kinderen van lagere klassen bijles te geven in vakken waar ze goed in zijn. Om op deze lijst te komen is natuurlijk toestemming van de school nodig om zeker te weten dat die mensen ook echt slim zijn. Dan kom je op de lijst terecht met je telefoonnummer en word je af en toe gebeld door mensen om bijles te geven. Dit kan in een tussenuur, en voor of na de les. Afhankelijk van wat je afspreekt met elkaar.

Aanvankelijk viel mij het systeem niet zo op, omdat het amper gebruikt werd. Maar dit jaar neemt de populariteit toe. Leerlingen uit mijn klas gebruiken het als handig bijbaantje. De leerlingen zijn dankbaar, omdat de uitleg van studenten blijkbaar veel beter is dan die van de leraar en deze bijles helpt ze proefwerken te halen. En als ik de samenwerking dan zie van twee mensen, zie ik dat het gemakkelijk is omdat het dichtbij is. De kwaliteit van de bijles is goed en je kan bijles in praktisch alles krijgen. Een mooi idee dus!

donderdag 20 november 2008

De filosofie van onderwijsvernieuwing

Door: Martijn van den Berg

Vroeger, in de tijd dat mijn moeder nog les had, ging men naar school omdat men iets wou leren en kauwde alles wat de leraar hen in de mond stopte. Er bestonden wel lastige studenten maar in principe ging het grootste deel er gewoon voor. School was niet het leukste wat je deed, maar het was je toekomst. Tegenwoordig is dat wel anders. De student emancipeert zich door te laten zien dat deze de les saai vindt. De wat oudere docenten zien dit meestal als ongehoorzaamheid tegenover hun les.

Tegenwoordig hebben we nieuwe middelen die we kunnen toepassen bij het lesgeven. Ik zeg expres kunnen, want veel middelen tot onderwijsvernieuwing worden niet benut. Dit komt vooral door de wat oudere garde docenten die gewoon gewend is les te geven uit een boek en die de enkele leerling die het niet eens is met de lesmethode strafwerk opgeeft. Deze mensen hebben vaak ook niet de kennis van andere onderwijsmethoden, omdat ze dat simpelweg nooit geleerd hebben.

Een voorbeeld: de computer is vooral de laatste 20 jaar gebruikt door mensen. Met de computer zijn (zoals veel mensen wel weten) veel dingen mogelijk. Onderwijsmethoden met de computer bestaan ook al een aantal jaar door de opkomst van verschillende media en internet. Probleem is dat veel oudere leraren niet zijn opgegroeid met een computer. Zoals wij het vanzelfsprekend vinden dat wij alles kunnen, hebben veel oudere leraren vaak totaal geen idee wat ze ermee aan moeten.

Onderwijsvernieuwing is een mooi woord, en klinkt hoop vol. Maar ik denk dat onze tijd nog niet rijp is voor drastische didactische veranderingen. En wordt nu bij de lerarenopleidingen veel gedaan aan innovatie van het onderwijs, maar je kunt niet verwachten van de mensen die dit nooit hebben geleerd dat ze met een simpele bijscholing alles kunnen. Je kan niet verwachten van scholen dat ze nu opeens al hun personeel gaan bijscholen om beter les te geven. Voor onderwijsvernieuwing is toch echt tijd nodig. Maar in de tussentijd kun je altijd individueel je steentje bijdragen.

donderdag 18 september 2008

Het gemene aan geen cijfers

Door: Martijn van den Berg
6VWO, het jaar dat bekend staat als het laatste jaar van een lang durende opleiding, het jaar waar je enige cijfers de cijfers zijn die zwaar tellen, het jaar waarin je alles wat je doet goed moet doen, anders ga je lerend ten onder. Je hoort over mensen die continu zitten te leren. Ik neem deel aan dit jaar. En toch, ik heb behalve alle preken van de mentor over studiekeuze en de uitleg van leraren over examentoetsen nog niets gemerkt.

De planner is niet leeg. Het enige dat me opvalt is dat onder het anders zo volle vakje met toetsing meestal slechts één ding staat, af en toe zelfs niets. Dit komt omdat men het nutteloos acht cijfers te geven in het laatste jaar behalve de examencijfers om de redenen dat leerlingen al genoeg werk hebben en omdat men het nutteloos vindt mensen een kans te geven dat ze niet over gaan terwijl ze wel al hun examens gehaald hebben.

En dit vind ik terecht, maar aan de andere kant ook verraderlijk. Want sommige mensen hebben toetsing nodig als motivatie om te werken. Toetsing is niet alleen een manier om te testen wat leerlingen weten, het is ook een manier om ze bij te houden. En het probleem met huiswerk is dat als je het niet bijhoudt, het heel moeilijk is om op te pakken. Daarnaast is er ook nog het probleem van de bezemklas, die wij schijnen te zijn. Dat betekent dat als iemand uit mijn jaar het examen niet haalt, hij een probleem zal krijgen vanwege de vernieuwde tweede fase.

Op dit moment heb ik een rustige start. Dit betekent dat ik alles probeer bij te houden. Maar uiteindelijk zal ik er ook aan moeten geloven. Het laatste jaar. Ik weet nog niet precies hoe druk het gaat worden, maar zeker is wel dat ik er flink aan zal moeten trekken. Ik ben toch van plan na dit jaar van deze school weg te zijn.

donderdag 29 mei 2008

Plagiaat in games!?

Door: Martijn van den Berg

In de eerste klas wordt er niet zo op gelet, het begint meestal pas als je in de vierde klas zit. Mijn leraren hebben me altijd geleerd dat plagiaat slecht was en in het bedrijfsleven zie ik dat mensen af en toe een dikke boete moeten betalen omdat ze proberen andermans succes te stelen. Ik ben de laatste tijd een beetje met muziekgames bezig, ik heb net Rock Band in huis gehaald, en sta op het punt om mijn Guitar Hero gitaar in de hoek te leggen. Ik kijk op de cover van mijn Rock Band instrumentendoos, en ik zie een flink aantal liedjes in de track list staan die ook in Guitar Hero zitten.

En dat is nog maar het begin. Rock band is uniek doordat deze naast een gitaar ook een microfoon en een drum set heeft om het ultieme muziek gevoel te krijgen. Dan leees ik het nieuws en dan kijk ik naar het nieuws over de nieuwe Guitar Hero die eind dit jaar uit komt, de zogenaamde Guitar Hero World Tour. Laat deze world tour nu net het belangrijkste onderdeel van Rock Band zijn. En wat zien we vervolgens ernaast staan: een Guitar Hero drumstel en microfoon. De spellen hadden elkaar letterlijk op kunnen volgen onder dezelfde naam als de bedrijven geen ruzie met elkaar hadden.

En dit is slechts een van de resultaten die wel enig succes heeft. Een ander voorbeeld is Rollercoaster Tycoon, de pretparkserie. Dit was een grote revolutie in de tijd dat deze gemaakt werd. Heel veel mensen zochten de rand van se plagiaat op door andere sim games te gaan maken. Vandaag de dag kan je nog steeds een hele hoop business sim games in de winkel vinden die het succes niet gehaald hebben. Thrillville kwam nog het dichtst bij dit succes, alhoewel nog steeds niet het succes van Rollercoaster Tycoon. Het concept van simgames bestond al veel langer, maar na Rollercoaster Tycoon begon het echt te groeien.

Nu is de vraag, mag je dingen overnemen van andere succesvolle games om zo zelf meer geld in het laatje te brengen? Er valt natuurlijk heel veel te bedenken als je een game gaat maken, er zijn genoeg verschillende dingen waar je een game van kan maken. Uiteindelijk gaat het ten koste van de originaliteit van games, maar af en toe is het ook wel leuk om op hetzelfde genre te blijven zitten. Perosonlijk vind ik dat het wel mag, maar alleen bij heel specifieke genre games. Maar als je te veel games van hetzelfde soort maakt, zal je verkoop vanzelf dalen, dus in dit gevalt straft het systeem de overtreders.

donderdag 22 mei 2008

I will survive!

Door: Martijn van den Berg

Met de derde toetsweek al lang achter de rug en mijn rapport in mijn schooltas loop ik de vakantie in. Het is geen toprapport, maar ik ben er toch tevreden mee. Ik heb een aantal slechte vakken opgehaald. Ik ben niet onvoldoendeloos, maar iedere student heeft vakken waar je minder goed in bent. Zoals het er nu uit ziet ga ik over, maar in mijn tas zit ook een agenda, een agenda met toetsen voor de komende periode. Een aangezien ik toch wel gehecht ben aan mijn voldoendes, ga ik in de vakantie aan de slag. Tijd voor de laatste loodjes.

De laatste periode is de meest vermoeiende in het school jaar. Het is een periode van opofferingen en doorzettingsvermogen. Met het zicht op de lange zomervakantie is het af en toe moeilijk om je gedachten bij het schoolwek te houden en met de zon buiten is het moeilijk om boven huiswerk te maken. Het gaat allemaal om pure concentratie.
Je hebt je cijfers, je hebt misschien niet alles voldoende, maar je hoopt toch om uiteindelijk zo hoog mogelijk te eindigen, zeker met je examentoetsen. Al sta je na drie periodes nog onvoldoende, dan moet je zeer hoog scoren voor deze periode om het ook maar een beetje op te halen. Ik sta er niet zo slecht voor, maar er zijn ook mensen die op dit moment op het randje zitten, en die opofferingen moeten maken, of anders riskeren dat ze het hele jaar overnieuw moeten doen.
En dan die vernieuwde tweede fase Mocht je dit jaar niet overgaan en je zit net zoals ik in 5VWO, dan mag je dus een aantal vakken helemaal gaan bijwerken, terwijl je aan andere vakkan die je al wel één of twee jaar hebt gevolgd niets hebt, en waarvoor je dus ook geen cijfer op je eindrapport krijgt. En dat is geen goed uitzicht. De laatste periode zul je net iets meer moeten geven voor sommigen, anderen rusten op de hoge cijfers die ze al hebben. Het is verstandig in dit geval om vooruit te kijken. En voor degenen die dat niet hebben gedaan: doorzetten.

donderdag 20 maart 2008

Oplossingen voor zware schooltassen

Door: Martijn van den Berg

Ik woon voor tegenwoordig best wel ver van school af. Toen ik voor het eerst naar school kwam, ging ik met de bus. Ik kreeg een busabonnement van mijn ouders iedere maand en zo kwam ik iedere dag binnen 3 kwartier op school. Probleem was op een gegeven moment dat ik afhankelijk was van de bustijden, dus ik ging fietsen naar school. Dat viel me gigantisch tegen. Ik had een aardige conditie, en fietsen kon ik ook wel, maar die schooltas... Het leek wel legertraining.


Met gemiddelde tassen van 10 kilo en een max van 16 kilo, dat wil je toch niet op je rug hebben. Ik ben nu wat ouder, maar als ik naar de bruggers in de aula kijk, zie ik er af en toe een omvallen omdat hij een duw op zijn tas krijgt. Die tassen zijn bijna groter dan de mensen. Moet je indenken wat een oversttap het is om in de basisschool alleen je lunchbox te moeten dragen en dan opeens een zware tas. Maar hier zijn oplossingen voor. Zowel van de kant van de leraar als de kant van de leerling.

Voor de leerling is het vrij simpel. De meeste scholen hebben lockers. Als je dan je boeken een beetje effectief regelt, gooi je in je locker waar je geen huiswerk voor hebt, en neem je andere boeken mee naar huis. Met een beetje regelen wordt je tas dan zo de helft lichter. Probleem van dit is dat in hogere klassen dit niet meer werkt, omdat je dan meestal voor vrijwel elk vak huiswerk hebt, en je dus bijna niets kan achterlaten. Oplossingt ligt dus bij de schoolboeken.

De schoolboeken moeten dunner. Makkelijker gezegd dan gedaan. Boekenleveranciers zijn bang dat als ze de boeken dunner maken en er dus minder informatie in stoppen, de scholen de methode niet meer willen kopen want scholen selecteren op inhoud, en letten er niet op hoe zwaar het boek eigenlijk is. Maar dan zie je af en toe boeken waar je 2 jaar mee moet doen. Dan loop je een heel jaar te zeulen met een boek waarvan de helft wat erin staat je dit jaar niet nodig hebt. Daarnaast is het ook een handige methode om de boeken in meerdere delen te splitsen, met elk deel een eigen specifiek gebied. Dan heb je niet alleen een lichtere tas, maar is leren ook makkelijker omdat je een hele tijd op hetzelfde gebied blijft leren. Daarnaast is alleen vragen in een werkboek veel handiger dan eronder stippellijntjes voor het antwoord, omdat de een een groter handschrift heeft dan de ander. Een schrift is veel lichter dan een half werkboek. De oplossing voor de tas is vrij simpel, alleen aan het probleem wordt nooit gedacht.

Voor de rest wil ik rond deze feestdagen zeggen dat er helaas deze vrijdag en maandag geen blogjes verschijnen. Dit is ook niet logisch omdat dan de meeste scholen vrij zijn. Eeen vrolijk pasen allemaal en veel eieren gewenst.

donderdag 21 februari 2008

Talenonderwijs en gamen

Door: Martijn van den Berg


Ik hoor heel vaak gezeur van studenten waarom we in Nederland zo veel talen moeten leren. Het antwoord, dat dan meestal van een andere student komt, is meestal: "Omdat de andere landen te lui zijn om Nederlands te leren". En daar zit eigenlijk wel een kern van waarheid in, omdat Nederlands geen wereldtaal is. Maar wat we hier niet beseffen is dat Nederland centraal staat tussen 3 wereldmachten en dat er miljoenen mensen zijn die de taal spreken die wij leren. Een van de toepassingen van deze talen is games. Het mag dan wel geen nut hebben in het geld verdienen met games, maar het is wel nuttig.

Vroeger speelde ik altijd van die kleine Engelstalige spelletjes, en hieruit heb ik mijn eerste Engels geleerd. Meeste spelletjes zijn tegenwoordig zelfs Engelstalig, en ik persoonlijk zou het bij de meeste van deze spellen raar vinden als dit in het Nederlands vertaald zou worden. Zelfs Nederlands grootste gameproducenten maken vaak hun games niet in het Nederlands. En terecht, want ons Engels onderwijs is goed genoeg.

En dat is nog maar het topje van de ijsberg. Als ik tegenwoordig on-line zit te gamen op xbox live, zie ik mensen uit allerlei landen. Mensen die Frans, Duits, Engels praten. Als je dan kijkt naar hoe goed ze bijvoorbeeld in Duitsland en Frankrijk Engels leren, zijn er mensen die niet eens een fatsoenlijk gesprek aan kunnen gaan, om het nog maar niet te hebben over hoe Fransen met Duitsers omgaan. Ik moet dan ook vaak als een tolk fungeren tussen verschillende gamers omdat ik zo veel talen kan spreken. Best wel ironisch, dat ons kleine landje toch meer kan dan al die grote landen bij elkaar.

Ik moet wel toegeven dat ik ook niet het minste taalgevoel heb, maar als al die grote landen continu maar denken dat hun eigen taal overal gesproken wordt, kom je jezelf overal tegen. En de gamewereld mag dan wel niet gigantisch belangrijk zijn om geld mee te verdienen, maar het zou mij toch verdomd lastig lijken als ik alleen met mensen uit mijn eigen kleine landje mijn taal konden spreken, en niet dingen kon afspreken of gezellig kletsen on-line. Ik ben trots op ons talenonderwijs.

donderdag 29 november 2007

Normen en waarden

Een paar weken geleden was voor mij en veel van de mensen die ik ken toetsweek. Toetsweek wordt op 2 verschillende manieren gezien. Door leerlingen (vooral van lagere klassen) word de toetsweek vaak gezien als vakantie. Voor leraren is het meestal hopen dat jouw toets in het begin van de toetsweek komt, zodat je een beetje rustig aan kunt nakijken. Voor mij was de toetsweek volhouden. Ik was laat begonnen en moest vooral in het begin continu blijven leren. En daarna natuurlijk wachten op de resultaten...

Mijn probleem bij het maken van cijfers is meestal de normering. Nadat leraren met veel moeite hebben nagekeken, moeten ze met de andere collega's van het vak bespreken hoe het cijfer gaat worden. De meest bekende normering is 60% voor een 6, maar af en toe doen leraren dit hoger of lager, afhankelijk van hoe de toets gemaakt is. Bij mij is de ervaring, vooral in de talen VWO, dat er vaak 80% voor een 6 wordt gedaan, waardoor veel leerlingen stranden.

Ik neem aan dat de leraren willen dat de leerling een zo hoog mogelijk cijfer krijgt, maar dat alles sowieso nog een beetje redelijk moet lijken naar de andere leraren en dat ze daarom beoordelen wat het beste is. De leerling daarintegen is alleen geïntresseerd in een zo hoog mogelijk cijfer krijgen op het rapport.

Groot probleem, vooral in de hogere klassen, is vaak dat er maar 1 toets in een periode afgenomen wordt, en dit betekent dat het toetscijfer ook meteen het uiteindelijke cijfer is. Als je dan net een onvoldoende hebt voor de toets in de toetsweek, heb je meteen een dikke onvoldoende op je rapport. Leraren houden deze factor vaak niet in de gaten, hoe aardig ze ook nakijken.

Dit probleem kan opgelost worden door tussendoor een tussentoets of een kleine overhoring te geven. Op deze manier dwing je de leerlingen om tussendoor de stof te repeteren, en omdat het dan niet zo veel is, kunnen er makkelijk hoge cijfers gehaald worden, zonder de normering laag te hoeven maken. Probleem hierbij is wel dat je dit niet te vaak moet doen in een periode, anders zit de leerling continu de stof te repeteren, en dat neemt veel tijd in beslag en dit beinvloedt dan weer de resultaten. Want uiteindelijk wil zowel de leerling als de leraar toch dat dat leerling goede resultaten behaalt.