Posts weergeven met het label web 2.0. Alle posts weergeven
Posts weergeven met het label web 2.0. Alle posts weergeven

dinsdag 25 januari 2011

Answer Garden: een andere manier van stemmen

logo Answer GardenOp veel weblogs worden regelmatig onderzoekjes gedaan: naar je mening over een bepaald onderwerp (bijv. wat vind je van het kerstfeest), naar wat je doet (bijv. welke browser je gebruikt), of wat je bent (bijv. hoe oud je bent).Ik zie wel voordelen van dat soort kleine onderzoekjes: ze dagen je als lezer uit om even stil te staan bij de vraag en voor de maker van de vraag is een poll een handige manier om snel informatie te krijgen.

Meestal heb je bij een poll de keuze uit een aantal antwoorden. Klik je op een antwoord, dan krijg je vervolgens te zien hoeveel mensen jouw mening delen en hoe hoog de andere antwoorden scoorden.

Answer Garden is een tool waarmee je niet gebruik maakt van voorgeformuleerde antwoorden, maar je lezers juist de mogelijkheid biedt om zelf een antwoord te geven. De antwoorden worden vervolgens als een woordenwolk weergegeven. Daarmee is Answer Garden volgens mij vooral handig als middel om te brainstormen over een bepaald onderwerp. De resultaten van de Answer Garden kan je in laten lezen bij Tagxedo of Wordle en zo als bestand bewaren.

Om te experimenteren hoe Answer Garden werkt, hieronder een vraag aan jullie: wat vinden jullie het belangrijkste onderwerp van mediawijsheid? Ligt voor jouw school het accent op zaken als veilig internetten en cyberpesten? Gaat het vooral om ict-vaardigheden of informatievaardigheden? Of vind je andere aspecten belangrijker? Vul in deze 'Answer Garden' je antwoord in (max. 20 karakters) en kijk wat anderen erover zeggen. De antwoorden die gegeven worden zijn binnen een paar seconde als een woordenwolk zichtbaar onder de vragenbalk.

Mediawijsheid: waarom?... at AnswerGarden.ch.

woensdag 19 januari 2011

Weblinks verzamelen om mediawijs te worden

logo WeblistEen belangrijk onderdeel van mediawijsheid is het kunnen vinden en beoordelen van de websites die je ergens voor nodig hebt. Dat kunnen websites zijn voor school, bijvoorbeeld websites met informatie voor een werkstuk, maar natuurlijk ook voor je privé-bestaan: websites voor een hobby, een website waar je je brommerrijbewijs kunt aanvragen enz.

Vaak is het grootste probleem niet het vinden van een website, maar het selecteren van de beste website: welke website is betrouwbaar, beantwoordt mijn vraag het best, sluit aan bij het niveau van mijn voorkennis en biedt eventueel mogelijkheden om verder op zoek te gaan?

Op scholen wordt niet altijd aandacht besteed aan deze vragen omdat we er vanuit gaan dat leerlingen dat wel kunnen. Uit tal van onderzoeken komt steeds duidelijker naar voren dat onze leerlingen helaas maar weinig vaardigheden hebben op dit gebied, en we zullen ze dus moeten helpen om die vaardigheden te verwerven.

Een eerste vereiste om websites te leren beoordelen, is dat we leerlingen stimuleren om gebruik te maken van websites. Direct daarop volgt de opdracht om kritisch te zijn in wat je gebruikt. Een goede manier om aan die opdrachten invulling te geven is om leerlingen lijsten te laten maken van websites die ze kunnen gebruiken. Natuurlijk moet gemotiveerd worden welke websites wel en welke niet worden opgenomen en waarom.

Voor het maken van lijsten zijn talloze tools, zoals Delicious en Diigo. Prima tools, maar in vormgeving nauwelijks stimulerend te noemen in het gebruik. De tool Weblist.me vind ik veel beter ogen: van elke site die je opneemt op de lijst wordt een screendump gemaakt die getoond wordt in het overzicht. Heel handig is ook dat je bij Weblist.me niet alleen websites kunt opnemen in je lijst, maar ook stukjes tekst, plaatjes of bestanden die je uploadt, en links naar video's. Voor het onderwijs biedt dat natuurlijk prima mogelijkheden om alle informatie die leerlingen nodig hebben voor het maken van een opdracht bij elkaar te zetten.

Een andere mogelijkheid van weblist.me is dat je ze, net als bij andere bookmarking tools, kunt gebruiken om na te gaan welke favorieten anderen hebben. Weblist.me maakt je dat wat makkelijker omdat lijsten ondergebracht zijn in categorieën, waaronder de categorie 'Education'. Die indeling is natuurlijk wel beperkt: als er veel lijsten komen dan zul je subcategorieën moeten toevoegen. Je kunt ook gebruik maken van het zoekveld bovenaan om te zoeken in de titels of de beschrijvingen in de lijsten.

Ik vind weblist.me wel een tool om in de gaten te houden. Hij zou wat mij betreft nog wel uitgebreid kunnen worden op het sociale aspect: ik zou het bijvoorbeeld handig vinden als je met één klik de favorieten uit lijstjes van anderen kunt overnemen in je eigen lijst. Maar misschien komt die functionaliteit nog. Maar ook zonder dat vind ik deze tool de moeite waard.

dinsdag 18 januari 2011

Samen verhalen vertellen

logo StorybirdAls je mensen vraagt naar wie hun beste leraar was, dan krijg je vaak het antwoord dat dat die docent was die zo goed kon vertellen. Maar leerlingen zitten zelf ook vaak vol verhalen die verteld moeten worden en verhalen zijn een prima basis om te leren. Daarom nog een keer een blogje over een tool waarmee je verhalen kunt vertellen: Storybird.

Storybird is een tool om prentenboeken mee te vertellen. Dat doe je aan de hand van losse tekeningen die gemaakt zijn door verschillende kunstenaars. Als je een boek wilt maken, kies je een set tekeningen van één kunstenaar. Daarna kies je een tekening en een titel voor de kaft van je boekje, en je maakt net zoveel pagina's als je wilt. Een pagina bestaat ten minste voor de helft uit één van de tekeningen die je hebt gekozen; op het andere deel van de pagina kan je een tekst schrijven.

De mogelijkheden zijn niet groot: je kunt de tekeningen niet vergroten, verkleinen of bewerken en je kunt ook geen eigen tekeningen maken. Daardoor ligt het accent helemaal op het vertellen van een verhaal.

Een grappig extraatje van Storybird is dat je samen kunt werken aan het verhaal. Je maakt daarvoor een beginnetje van een boek, en nodigt dan iemand uit om samen me je aan het boek te werken. Die andere persoon maakt ook een account, en voegt één of meer pagina's toe aan het verhaal. Daarna geeft hij de eerste persoon weer de beurt, door op de knop 'Switch turns' te klikken en - via de website - een mailtje te sturen naar zijn collega-schrijver. In zo'n mailtje kan je bijvoorbeeld vertellen welke verhaallijn je in gedachten hebt, of juist vragen aan die ander om door te gaan op zijn eigen manier enz. Uitdagend om zo samen een verhaal te schrijven!

Storybird kan gebruikt worden voor het schrijven van verhalen. Voor het vak Nederlands of de moderne vreemde talen. Maar je kunt het natuurlijk ook gebruiken om te vertellen over allerlei andere zaken. En je kunt Storybird gebruiken om leerlingen verhalen te laten lezen. Het merendeel van de verhalen is in het Engels; er zitten heel leuke en inspirerende verhalen tussen.

Hieronder een verhaal over een boek.

The Secret Life of Books by cooperlibrary on Storybird

maandag 17 januari 2011

Tekenen, vertellen en animeren met Kerpoof

logo KerpoofEén van de tools die je kunt gebruiken om de creativiteit van kinderen te stimuleren door ze verhalen te laten vertellen, is Kerpoof. Met Kerpoof kun je kinderen tekeningen laten maken: helemaal zelf gemaakt of met kant-en-klare componenten, je kunt er boekjes en kaarten maken voor speciale gelegenheden (bijv. uitnodigingen voor een feestje, felicitatiekaarten enz.) maar ook complete animaties.

Een account bij Kerpoof is gratis. Om te beginnen maak je je avatar aan: een jongen of een meisje, een leuk kapsel en kleding enz. Daarna kan je je uitleven op het maken van tekeningen en animaties. Je krijgt bij de start een behoorlijk aantal objecten waarmee je kunt tekenen en animaties kunt maken. Leuk is dat je punten verdient met alles wat je maakt, waardoor je steeds meer mogelijkheden krijgt om je avatar of je creaties te verfraaien. Je kunt kant-en-klare figuurtjes kiezen, maar ook speciale pennen (bijv. om 'sterrenstof' te tekenen) of structuren om een oppervlakte mee te bedekken.

Bij Kerpoof vind je geen handleiding en dat is ook niet nodig: met wat experimenteren heb je snel door hoe alles werkt. Wel vind je een leerkrachtendeel met o.a. een heleboel tips hoe je Kerpoof kunt inzetten in de klas. Ik noem er een paar:
Je hoeft geen tekentalent te hebben om dit soort opdrachten te maken, maar de resultaten zijn altijd schitterend. Je kunt ze voor jezelf houden, maar je kan ze ook publiceren op de site. Dat wordt overigens gemodereerd, dus als het goed is vind je daar geen aanstootgevende zaken. Wie een teacheraccount aanvraagt kan zijn klassen aanmaken en zo de wachtwoorden beheren. Een erg handig slimmigheidje van de tool: nadat je de wachtwoorden hebt aangemaakt, genereert de software kaartjes voor de leerlingen met daarop de informatie waar en hoe ze moeten inloggen. Goed doordacht!

Met een klassenaccount kunnen de leerlingen onderling berichten sturen naar elkaar. Als je een betaald account neemt, kan je de kinderen ook laten chatten. Ik vind dat zelf niet zo interessant: daarvoor zijn genoeg andere gratis tools beschikbaar, zoals Chatzy, waar ik maandag over schreef. Maar Kerpoof zelf vind ik geweldig, en het biedt enorm veel mogelijkheden voor de lessen. Leuk om op het digibord elke dag een creatie van de leerlingen te zetten!


woensdag 1 december 2010

Zelf lessen maken met ICT

afbeelding van een woordenwolk over ict in de lesEr komen steeds meer tips over hoe je ICT kunt gebruiken in de les. Er is heel veel materiaal voor docenten en leerkrachten die ICT willen gebruiken. Kijk maar eens in Wikiwijs: bij professionalisering voor het VO, en bij professionalisering voor het PO. Of kijk op Share Teacher Education Resources (TEC): ook daar is heel veel te vinden. Op de site van Leraar 24 staan op dit moment 66 video's uit de praktijk over het gebruik van ICT in het onderwijs. En laten we Klascement niet vergeten: de site van onze zuiderburen, waar - na het maken van een (gratis) account - erg veel lesmateriaal te vinden is.

Maar er zijn ook kleinschaliger initiatieven, en die zijn zeker ook de moeite waard. Ik noem er een paar:
  • 23 OVC Dingen: 23 lessen over tools die je kunt gebruiken in je les: om je les interactiever te maken, om leerlingen te stimuleren een actieve bijdrage te leveren of om zelf tijd te besparen,
  • Op de site Walhak vind je héél veel handleidingen voor het gebruik van allerlei ict-gereedschappen: van een cursus over de ELO Moodle tot een serie lessen over de verschillende Google tools (o.a. Google Docs en Google sites) en nog veel meer,
  • De cursus Leren met ICT, van Serge de Beer, met tips voor docenten die ict willen inzetten in de les, zowel met heel eenvoudig te gebruiken ict-gereedschappen als met wat meer gecompliceerde tools,
  • Zelf lessen maken met ICT, een nieuw initiatief van Station to Station. Hier vind je lesbrieven voor lessen waarbij gebruik wordt gemaakt van ICT met daarbij - heel handig - een handleiding voor de leerlingen hoe ze de betreffende tool moeten gebruiken. De lessen zijn bestemd voor het basisonderwijs, maar ook prima te gebruiken in het voortgezet onderwijs.
  • Medialessen.nl: een site met heel veel lessen voor het basisonderwijs, waarbij leerlingen gebruik maken van media.
Een deel van dit materiaal is ontsloten via Wikiwijs, maar het loont de moeite om deze sites in zijn geheel te bekijken.Veel van het materiaal is gratis te gebruiken. Wil je er ondersteuning bij hebben, dan kan je in de meeste gevallen terecht bij de organisaties die de cursussen hebben gemaakt.

Ben je op zoek naar meer materiaal over het gebruik van ICT in het onderwijs en kan je het niet vinden? Laat een berichtje achter wat je zoekt, dan help ik je daarbij.

Afbeelding van ergonomic, gepubliceerd onder CC-by.

dinsdag 23 november 2010

Aanplakmuren

Ik ben een grote fan van het programma Wallwisher. Wallwisher is een digitale aanplakmuur, waar je met een groep mensen berichtjes achter kunt laten. Handig, bijvoorbeeld als je een brainstorm houdt, als je je leerlingen vraagt om te reflecteren op een onderwerp of om met een groep informatie te verzamelen over een bepaald onderwerp. Je kunt zo'n muur natuurlijk ook gebruiken als aanplakbord voor je klas, als vervanging van of aanvulling op het klassenboek of het gebruikelijke prikbord in de school.

Een bericht op een Wallwisher-muur bestaat uit tekst en - als je dat wilt - een link naar een afbeelding, geluidsbestand, video of een website. Wallwisher heeft wel een aantal beperkingen. Een van de lastigste vind ik dat je op een Wallwisher aanplakbiljet maar een beperkt aantal tekens kwijt kunt: niet meer dan 160.

Gelukkig zijn er inmiddels een paar goede alternatieven, zoals Stixy en Lino-it, die iets andere mogelijkheden dan Wallwisher. Bij deze beide tools kan je een ongelimiteerd aantal karakters kwijt in een berichtje. In welke opzichten verschillen deze tools verder?

Bij Stixy kan je de muur voor iedereen zichtbaar maken of alleen vindbaar maken voor wie de URL heeft. Vervolgens heb je de keuze of iedereen die de muur bekijkt die ook mag bewerken. Je kunt dat voorkomen door een wachtwoord te koppelen aan de muur, zodat alleen degenen die een wachtwoord hebben, de muur kunnen bewerken. Op die manier kan je ervoor zorgen dat alleen de klas die bezig is met het onderwerp berichten kan toevoegen, terwijl je andere klassen wel in de gelegenheid stelt om de muur te bekijken.

Op een Stixy muur kan je tekstberichtjes plakken, afbeeldingen, bestanden (die je kunt uploaden vanaf je eigen p.c.) en to-do-lijstjes. Het is niet mogelijk om al die verschillende soorten informatie aan elkaar te koppelen in één bericht maar je kunt natuurlijk wel berichtjes naast elkaar plaatsen, zodat duidelijk is dat die bij elkaar horen.

De mooiste aanplakmuur vind ik Lino-it. Bij deze tool kan je groepen aanmaken. Per muur bepaal je of je die privé wilt houden, beschikbaar voor een bepaalde groep of dat je de muur voor iedereen toegankelijk wilt maken. Als je muur toegankelijk is voor meer mensen, kan je per bericht bepalen of je die privé wilt houden.

Op een muur van Lino-it kan je tekstberichtjes achterlaten, plaatjes en een link naar een filmpje dat staat op YouTube, Vimeo of Ustream. Je kunt ook een bestand uploaden naar Lino-it en dat als berichtje achterlaten. De verschillende soorten berichtjes (tekst, afbeelding, video en bestand) kunnen niet gecombineerd worden. Je kunt wel in een tekstberichtje een link zetten: die wordt door de software omgezet naar een aanklikbare link.

Bijzonder van Lino-it is dat je aan een berichtje een datum kan koppelen. Als je een datum in de toekomst neemt, wordt het berichtje niet direct op de muur geplakt, maar pas op die datum. Dat kan handig zijn, bijvoorbeeld als je een huiswerkopdracht op de muur op plakt en na een tijdje de leerlingen extra tips wilt geven of een reminder om aan de slag te gaan.

Lino-it heeft ook een paar leuke e-mailmogelijkheden. Elke muur wordt door Lino-it voorzien van een e-mailadres dat je kunt gebruiken om via mail een berichtje te sturen naar de muur. En als je een berichtje op je muur plaatst, kan je direct vanaf je muur een kopie van dat bericht versturen.

Waar kan je zo'n digitale aanplakmuur nu voor gebruiken? Ik vind een aanplakmuur een leuke manier om voorkennis te activeren. Vraag je leerlingen voordat je een nieuw onderwerp gaat bespreken om op de aanplakmuur berichtjes te plaatsen over wat ze al weten van dat onderwerp. Als je vervolgens met het onderwerp aan de slag gaat, kan je de berichtjes groeperen, nieuwe berichtjes plaatsen of aan al geplaatste berichten een link toevoegen of een afbeelding of film ernaast plaatsen. Zo ontstaat een mooi beeld van het totale onderwerp dat de leerlingen kunnen gebruiken voor een eventuele toets.

Een aanplakmuur kan je ook goed gebruiken om te brainstormen of ideeën te verzamelen. Als je dat in de klas doet, wil dat er nog wel eens toe leiden dat het erg rumoerig wordt, dat leerlingen niet luisteren naar elkaar of dat ze al commentaar gaan geven terwijl nog niet alle ideeën geïnventariseerd zijn. Als je alle leerlingen tegelijkertijd aan de slag zet om hun ideeën op een muur te zetten, dan heb je binnen 5 minuten een overzicht dat je vervolgens kunt uitwerken.

woensdag 20 oktober 2010

Zoho: meer dan je denkt

logo ZohoZoho kende ik als een tool waar je, net als Google Docs, online documenten kunt maken en delen. Ik was al lang niet meer op de site geweest, omdat ik gewend ben om met Google docs te werken en daarmee wel tevreden was. Maar toen ik onlangs voor één van mijn opdrachtgevers moest zoeken naar online wiki-software, kon ik bij Google niet terecht en kwam ik weer eens op de site van Zoho.

Daar hebben ze blijkbaar niet stilgezeten: naast de office-tools die ik al kende, bieden ze inmiddels veel meer gereedschappen aan. Je kunt er o.a. chatten en een forum openen, bestanden delen, een wiki aanmaken, een diapresentatie maken, je vindt er een notebook-tool waar je in één document tekst, video, geluid, websites en nog veel meer bij elkaar kunt zetten, en een tool om online tests te maken. Met die laatste tool, Zoho Challenge, kan je multiple choice vragen maken, vragen waarbij een woord of een zin ingevuld moet worden, waar of niet waar-vragen en open vragen. Bij elke vraag kan je aangeven hoeveel daarmee verdiend kan worden en - waar mogelijk - de antwoorden laten nakijken door de software. Je kunt een vragenbank opbouwen en daarmee een test maken, waarbij je kunt aangeven wanneer die test gemaakt kan worden. Erg handig! Daarnaast zijn er ook allerlei tools die op de commerciële markt gericht zijn, zoals een CRM-systeem en online factureringssysteem.

Van elke tool is een gratis versie en er zijn - uiteraard - betaalde versies. De gratis versies van de tools voor particulieren bieden redelijk wat mogelijkheden; wil je een tool gaan inzetten voor de hele school (of voor een bedrijf), dan zal je al gauw moeten betalen. Maar als je leerlingen individueel met de tools wilt laten werken, dan kan je vermoedelijk goed toe met de gratis mogelijkheden.

Wat ik zelf makkelijk vind van Zoho, is dat ze zoveel verschillende mogelijkheden hebben. Een nadeel vind ik dat de tools niet allemaal even makkelijk te vinden zijn. Voor zover ik kon nagaan is het complete overzicht van tools alleen te vinden op de homepage van Zoho, en niet of alleen gedeeltelijk op de pagina's van de verschillende tools afzonderlijk. Het is daarom handig om de tools die je veel gebruikt als favoriet online op te slaan, zodat je die makkelijk terug kunt vinden. Voor mij is Zoho in ieder geval wel weer een plek waar ik nog wel eens terug zal komen.

dinsdag 29 juni 2010

Spezify: om op ideeën te komen

screenshot van de tool SpezifySpezify is een online tool waarmee je met één zoektocht kunt zoeken naar tekst, afbeeldingen en filmpjes. Op zich vind ik dat niet zo bijzonder: veel zoekmachines bieden een soortgelijke mogelijkheid, ook al moet je daar als regel wel steeds een andere zoekoptie selecteren.

Maar Spezify is anders. Allereerst omdat de hits die je krijgt met Spezify gebaseerd zijn op een aantal zoekmachines: Amazon, Yahoo, Twitter, Digg (een social bookmarking tool), Collecta (voor actuele informatie), eBay, MSN Search (wat volgens mij dezelfde treffers oplevert als Bing), Flickr (voor fotomateriaal), Soundcloud (voor geluiden) en YouTube (voor films). Niet echt de zoekmachines waarmee we in Nederland meestal zoeken dus. Maar Spezify is ook anders omdat alle zoekresultaten bij elkaar in één scherm bij elkaar worden gepresenteerd.

Spezify vind ik zelf niet zo heel geschikt om te zoeken, omdat ik zelden gebruik wil maken van deze combinatie van zoekmachines. Als ik op zoek ben naar actuele informatie maak ik gebruik van blogszoekmachines zoals Google Blogsearch of Technorati of ik doe een search met behulp van Twitter Search. Ben ik op zoek naar videomateriaal dan zoek ik via YouTube, Teleblik of SURFmedia enz. Maar Spezify vind ik wèl een heel leuke tool om te brainstormen over de verschillende aspecten van een onderwerp. Bijvoorbeeld voor een brainstorm over de inhoud van een werkstuk of een website die je wilt gaan bouwen of om een sfeerplaatje te creëren. Spezify legt verbanden waar ik zelf zo gauw niet opgekomen zou zijn en het verleid me om door te klikken en een onderwerp vanuit verschillende kanten te bekijken. Probeer het eens met leerlingen ter voorbereiding op een discussie, als startpunt voor het opbouwen van een betoog waarin ze verschillende standpunten naar voren moeten brengen of als voobereiding op het maken van een kunstwerk. Misschien stimuleert deze wat andere insteek de creativiteit van de leerlingen!

maandag 7 juni 2010

Creaza: voor striptekenaars en filmmakers in wording

klik hier om naar de tool Creaza te gaanEen leuke tool die ik onlangs tegenkwam, is Creaza. Creaza, een Noorse tool, is nog vrij nieuw. Hun weblog start in april 2009 in het Noors, maar wordt al gauw internationaal: vanaf juni 2009 worden de blogposts in het Engels geschreven zijn omdat de tool uitgebracht wordt in Zweden. Dit jaar kreeg Creaza een nominatie voor de BETT-awards voor 'Tools for Learning and Teaching'. Creaza is op dit moment beschikbaar in het Noors, Engels, Zweeds, Fins, Deens, Duits èn het Nederlands.

Creaza biedt een aantal mogelijkheden: je kunt er mindmaps maken (met het programma Mindomo) , een strip of een filmpje (ze noemen dat bij Creaza: 'Creative Story Telling'). De basisversie van Creaza is gratis. Daarmee kan je al heel snel leuke dingen maken. Voor wie meer wil is er een betaalde versie. De prijzen daarvan worden niet op de site genoemd: daarvoor moet je een mailtje sturen naar de makers.

Ik vond met name de mogelijkheid om een stripverhaal te maken erg leuk.

Voor het maken van een strip kan je je eigen tekeningen uploaden maar je kunt ook gebruik maken van een achttal 'sets' van beelden, bijvoorbeeld beelden van het sprookje Roodkopje, het kerstverhaal, Manga-tekeningen en historische beelden (oudheid, Vikingen, Middeleeuwen, en de Tweede Wereldoorlog). Elke set biedt een aantal achtergronden, characters, gebouwen en requisiten. Het leuke van de kant-en-klare sets vind ik dat je ze heel makkelijk kunt aanpassen: je kunt bijvoorbeeld characters voorzien van een lachend, verdrietig of boos uiterlijk, bij een banaan kan je kiezen of je een hele banaan wilt of een gepelde en bij een schuur kun je aangeven of de deur open moet of dicht. Uiteraard kan je alle beelden voorzien van spraak-, schreeuw- of gedachtenbubbels, waar je tekst in kunt zetten.

Met Creaza kan je ook filmpjes maken. Helaas kan je daarvoor niet gebruik maken van de beelden in de striptekentool. Je kunt wel je eigen plaatjes en filmpjes uploaden naar de server van Creaza. Maar ik vond de mogelijkheden van deze tool in de gratis versie beperkt: er zijn andere gratis tools waarmee je meer kunt bereiken. Ik vermoed dat de betaalde versie wel meerwaarde biedt, maar die heb ik niet uitgeprobeerd.

De Creaza tools zijn wel allemaal erg eenvoudig in gebruik: een handleiding is overbodig, zeker als je al eens eerder met dit soort tools hebt gewerkt. De mogelijkheden liggen vooral op het gebied van de talen, maar ze kunnen ook ingezet worden voor vakken waarbij verhalen verteld worden. Voor geschiedenis zijn die mogelijkheden al ingebouwd, maar door de leerlingen zelf plaatjes te laten uploaden, kan je ze ook het verhaal van bijvoorbeeld de waterkringloop laten vertellen, over gezond en ongezond eetgedrag of over de ontwikkeling van een kikkervisje tot een kikker. Er zijn mogelijkheden genoeg!

vrijdag 4 juni 2010

Overzicht internettools

Het nadeel van het gebruik van allerlei web 2.0 tools, privé of voor werk of school, is dat het nogal eens gebeurt dat bepaalde tools ineens uit de markt worden genomen, of dat je ervoor moet gaan betalen (zoals je binnenkort moet gaan betalen voor gebruik van de Ning-omgeving). Tsja, en dan zit je te kijken: wat zijn nu goede alternatieven daarvoor?

Gelukkig zijn er een heleboel sites met opsomming van web 2.0 tools. Een heel uitgebreid overzicht vond ik op in de Wikispace-wiki 'Web 2.0 social media in education 2010'. Erg praktisch voor wie op zoek is naar een alternatief voor een tool of zich wil oriënteren op wat er bestaat op het gebied van web 2.0 software.

Overigens: wie nog op zoek is naar een alternatief voor Ning: lees eens dit artikel op de website van Robin Good. Hij geeft niet alleen een aantal alternatieven: hij geeft er ook bij aan in hoeverre die tools overeenkomen met c.q. verschillen van Ning, en of ze gratis of betaald zijn. Erg handig!

Afbeelding van c__, gepubliceerd onder CC-by-nd.

woensdag 2 juni 2010

Edistorm

Klik hier om naar de website Edistorm te gaanWie begint met een nieuw project, zal vaak met een groepje eerst eens gaan brainstormen hoe het project aangepakt moet worden. Je kunt dat doen op verschillende manieren, al dan niet gevoed door een digitaal hulpje, en je kunt er pen en papier bij gebruiken of de computer (bijv. Wallwisher, dat ik al eens eerder beschreef). Ik wissel de middelen die ik gebruik graag af, omdat dat op zich al me in een andere startpositie brengt. Daarom in dit blogje maar weer eens een nieuwe brainstormtool: Edistorm.

Edistorm is, net als Wallwisher, eigenlijk niets anders dan een virtueel plakbord waar de deelnemers aan een brainstorm geeltjes op kunt plakken. Daarbij kan je wel in kleur variëren. Je kunt bijvoorbeeld gele briefjes gebruiken voor de eerste ideeën, en groene voor het uitbouwen van andermans ideeën. Of je kunt je hoofdonderwerp in subonderwerpen verdelen en die allemaal een eigen kleur toekennen enz.

Iedereen die uitgenodigd is voor de brainstorm kan ideeën aanplakken en de anderen volgen. Je kunt ideeën van anderen voorzien van commentaar en je kunt stemmen op de beste ideeën door ze te voorzien van een groene stip. Je ziet op je scherm hoe vaak op een idee is gestemd, maar niet door wie dat is gedaan. Aardig is dat de tool ook voorstellen doet voor woorden die iets te maken hebben met de woorden die door de deelnemers worden ingevoerd. Door de suggesties van de tool die niet aansluiten bij de brainstorm weg te klikken, krijg je nieuwe en op den duur ook steeds betere suggesties.

Als je klaar bent met brainstormen kan degene die de brainstorm is gestart het bestand downloaden als excel en als pdf. Dat is een voordeel ten opzichte van Wallwisher, waar je je ideeën alleen online kunt bekijken.

Een nadeel van Edistorm ten opzichte van Wallwisher is dat je je moet registreren om mee te kunnen doen met een brainstorm. Bij Wallwisher hoef je niet in te tekenen om deel te nemen aan openbare brainstormsessies, waardoor de drempel om mee te doen veel kleiner is.

Edistorm is gratis voor als je in je eentje wilt brainstormen (maar dat lijkt me niet echt zinvol) of als je je brainstorms openbaar maakt. Voor onderwijs zal dat vaak niet zo'n probeem zijn; wie Edistorm bedrijfsmatig wil gebruiken zal mogelijk liever een betaald account nemen. Dat kost, afhankelijk van het aantal brainstorms dat je wilt doen, 5, 10 of 30 dollar (voor resp. 2, 5 en 20 brainstorms per maand. Ik zal dat bedrag niet gauw gaan betalen, omdat ik dit soort tools maar af en toe gebruik: voor mij zou het daarom handiger zijn als je per keer kunt betalen. Maar voorlopig hou ik het bij de gratis versie: die biedt me genoeg mogelijkheden voor wat ik wil doen.


vrijdag 21 mei 2010

SURFgroepen en samenwerken

afbeelding over samenwerkingIn 2005 maakte ik voor het eerst kennis met SURFgroepen: een samenwerkingsomgeving voor het hoger onderwijs. Ik organiseerde dat jaar voor SURFnet/Kennisnet de wedstrijd Make-a-Game, en we wilden voor de jury een plaats creëren waar we als organisatie konden samenwerken met de vakjury die de games ging beoordelen. Dat lukte toen niet: het werken met SURFgroepen was helemaal niet zo eenvoudig als het leek, en niet alles wat we wilden konden we realiseren.

Maar daarmee was mijn interesse in SURFgroepen niet voorbij: de tool werd eenvoudiger in gebruik (of ik leerde er beter mee omgaan), en steeds meer mensen in het hoger onderwijs maakten gebruik van de tool, waardoor ik steeds vaker in een SURFgroep te vinden was. Het werken met SURFgroepen biedt een aantal handige opties: je kunt er beeldmateriaal en documenten delen waarbij je per bestand kunt bepalen wie welke rechten krijgt en je kunt er een video-conferentie mee houden met anderen in je SURFgroep, met gebruik van (eenvoudige) webcams. Verder biedt een SURFgroep standaard een kalender en een wiki en een forum, je kunt er een enquête uitzetten en een planning maken voor de verschillende fasen in een project. Daarnaast kan je er allerlei bestaande web 2.0 tools embedden in een SURFgroep, alhoewel dat niet altijd even makkelijk lukt.

Begin dit jaar werd bekend dat SURFnet met ingang van januari 2012 de ondersteuning van SURFgroepen gaat stopzetten. Dat was voor mij een tegenvaller: ik begon net een beetje te wennen aan de omgeving. Alhoewel ik het zeker geen makkelijke samenwerkingsomgeving vind en SURFgroepen me soms te veel en soms te weinig mogelijkheden biedt, vind ik het wel handig dat SURFgroepen inmiddels aardig ingeburgerd begint te raken en dat je met één account toegang hebt tot alle SURFgroepen waar je deel van uitmaakt. Maar ik was niet de enige die teleurgesteld was: ik hoorde van vele anderen gelijke geluiden. Een reden dus om bij SURFnet te gaan vragen waarom ze deze dienst na 2011 niet langer ondersteunen en of ze tegen die tijd iets anders te bieden hebben. En gelukkig: dat hebben ze!

SURFnet heeft destijds besloten SURFgroepen als dienst aan te bieden omdat ze het hoger onderwijs een plaats wilden bieden waar door mensen uit het hoger onderwijs veilig samengewerkt kon worden. Achter die keuze staan ze nog steeds, maar inmiddels zijn er een heleboel samenwerkingsomgevingen die allemaal andere mogelijkheden bieden. Welke omgeving het beste is, hangt af van wat je wilt. Wil je samenwerken aan documenten die alleen voor jezelf zijn bedoeld, dan kan bijvoorbeeld Google Docs uitkomst bieden maar als je doel is om samen te werken aan een aantal samenhangende documenten die je wilt publiceren, dan kan werken in een wiki in een Sharepointomgeving zoals SURFgroepen handiger zijn. Wie alleen favorieten wil delen, maakt misschien wel het liefst gebruik van Delicious en wil je actuele berichten en beeldmateriaal uitwisselen, dan maak je wellicht graag gebruik van Ning (dat - voor wie het nog niet wist - met ingang van juli alleen nog als betaalde dienst beschikbaar zal zijn).

Ik maak zelf van al die omgevingen gebruik, met als gevolg dat ik talloze identiteiten bezit en evenzovele wachtwoorden. Bij het gebruik van alle gratis omgevingen ben ik wel op mijn hoede omdat de diensten natuurlijk niet echt gratis zijn: je 'betaalt' ervoor door naar allerlei reclames te kijken in die omgevingen en lang niet altijd is duidelijk wat er met je persoonsgegevens gebeurt. Erg lastig als je het zelf allemaal bij moet houden, ook al omdat aanbieders soms zomaar hun privacy-policy wijzigen, waardoor je in de omgeving van die aanbieder opeens alle settings moet aanpassen.

SURFnet is nu in dat gat gesprongen. In 2007 waren ze al gekomen met de SURFfederatie: een dienst die ervoor zorgt dat studenten en medewerkers van hogeronderwijsinstellingen zich met één account kunnen aanmelden bij diensten- en contentleveranciers op het internet. Tot voor kort was het aantal diensten dat binnen de SURFfederatie wordt aangeboden redelijk beperkt: het werd vooral gebruikt binnen hogeschool- en universiteitsbibliotheken en voor de eigen diensten van SURF. Maar daar komt nu verandering in. SURFnet gaat via de SURFfederatie ook samenwerkingsdiensten ontsluiten. Ze zijn daarvoor in gesprek met grote bedrijven als Google en Microsoft, en op termijn zullen ze zeker ook met anderen in gesprek gaan. Het overleg heeft al resultaten opgeleverd: op dit moment wordt binnen de SURFfederatie Google Apps aangeboden (met diensten als Google Docs en Gmail), en er zijn gesprekken met Microsoft Exchange Labs (van Microsoft Live@Edu).

De meerwaarde die SURFnet biedt door deze diensten aan te bieden binnen SURFfederatie is dat je met één account kunt inloggen bij allerlei diensten en - nog belangrijker - dat je privacy gewaarborgd is omdat het beheer van de accountgegevens die je invoert bij SURFfederatie bij de onderwijsinstelling ligt en niet bij de aanbieders van de diensten.

Naast deze dienst wil SURFnet het binnen de SURFfederatie mogelijk gaan maken om de samenwerkingsverbanden die je aanmaakt binnen de ene omgeving, te kopiëren naar een andere omgeving. Als ik dan bijvoorbeeld in Google Docs een samenwerkingsverband aanga, waarbij ik aan verschillende mensen verschillende rechten toe heb gekend, kan ik aangeven dat ik binnen een andere dienst binnen de SURFfederatie wil samenwerken met diezelfde mensen, waarbij ze dan dezelfde rechten behouden. Deze dienst is nog niet uitgewerkt, maar het lijkt me wel handig als die mogelijkheid gecreëerd wordt.
Meer over de visie en de behaalde resultaten tot nu toe, vind je op de SURFnet-site COIN (=Collaboration Infrastructure).

Maar voor het zover is, hebben we nog wel een eindje te gaan, terwijl al wel zeker is dat de ondersteuning van SURFgroepen ophoudt op 1 januari 2012. Gelukkig kijkt SURFnet niet werkeloos toe: ze zijn hard op zoek naar uitbreiding van de diensten in SURFfederatie en ze gaan helpen om bestaande SURFgroepen te migreren naar die alternatieven. Mijn tip: wacht nog even af welke alternatieven SURFnet gaat aanbieden en hoe SURFnet migratie gaat ondersteunen voordat je je zelf allerlei werk op de hals gaat halen.


Afbeelding van ktylerconk, gepubliceerd onder CC-by.

woensdag 28 april 2010

Startpagina maken

Klik hier om naar de website Live Binders te gaanWie weet het nog: lang geleden maakte Durk Jan de Bruin de website Startpagina: een verzameling linkjes die voor Nederlandstaligen de ingang moesten vormen voor het wereldwijde web. het idee was niet nieuw, maar Nederland was erg blij met de Startpagina van Durk Jan: menigeen zocht via Startpagina zijn weg op internet. Na verloop van tijd kreeg die Startpagina dochters: startpagina's rond een thema. Een geweldig idee, waar meneer de Bruin een behoorlijk fortuin mee heeft gemaakt. Er zijn heel wat varianten op Startpagina, voor alle landen van de wereld.

Zelf je eigen startpagina kunnen maken is nog handiger dan gebruik maken van kant-en-klare startpagina's. Daarvoor heb je inmiddels allerlei makkelijke tooltjes, zoals iGoogle, Delicious en Symbaloo. In het Nederlandse onderwijs wordt veel gebruik gemaakt van YURLS: Your favourite URL's, een heel eenvoudige maar doeltreffende tool die je niet alleen in staat stelt om je favoriete URL's online te categoriseren en te bewaren, maar ook om met anderen favoriete URL's uit te wisselen.

Livebinders is een vergelijkbare tool als YURLS: je kunt daarmee je favorieten opslaan en met anderen kunt delen. Vooral dat laatste vind ik interessant: Livebinders zijn ingedeeld in categorieën, waaronder een categorie Education. En die categorie bevat maar liefst 1822 Livebinders: verzamelingen van educatieve websites. Je kunt ook zoeken op woorden in de titel van de Livebinders, bijv. mathematics of educational games (let op: zonder aanhalingstekens!).

Het is de moeite waard om de collectie Livebinders te bekijken: je vindt er allerlei inspirerende sites en leermaterialen. Je kunt ook kijken in de bijbehorende wiki: daar zijn Livebinders op onderwerp (bijv. product tutorials en special needs), schoolvak (bijv. English en ESL) en niveau (van pre-K tot 10th grade) bij elkaar gezet. Hieronder een (kleine) Livebinder over het gebruik van woordenwolken in het onderwijs.

woensdag 21 april 2010

Spring School Leren in Sociale Netwerken

Klik hier om naar de site van SURF-academy te gaanZoals in mijn profiel hiernaast te lezen is, werk ik op dit moment - naast mijn andere klussen - parttime voor SURFfoundation. Eén van de taken die ik daar heb, is het - in samenwerking met SURFnet - vormgeven van SURF-academy, een samenwerkingsverband van SURFnet en SURFfoundation. SURF-academy is een professionaliseringsprogramma rondom ICT in het hoger onderwijs en onderzoek. Binnen dat programma worden allerlei soorten trainingen verzorgd, variërend van één dagdeel, tot een aantal dagen, en vanaf inleiding tot masterclass.

Op 6 en 7 mei organiseert SURF-academy een Spring School Leren in Sociale Netwerken. Sociale netwerken als Hyves en LinkedIn worden door steeds meer mensen gebruikt: om zich te profileren, om contacten te leggen of te onderhouden, om bestanden uit te wisselen enz. Je kunt sociale netwerken privé gebruiken, maar ze bieden ook mogelijkheden in het onderwijs: ten behoeve van de eigen professionalisering of binnen het eigen onderwijs, bijvoorbeeld voor communicatie met (oud-)studenten, het praktijkveld, collega’s en andere specialisten of als leeromgeving waarin lerenden informatie delen en samenwerken. In de Spring School gaan deelnemers actief aan de slag met sociale netwerken, waarbij ze input krijgen van en bijgestaan worden door specialisten op het gebied van Sociale netwerken.

Het programma van de Spring School is samengesteld door een programmacommissie en ik ben erg enthousiast over wat dat heeft opgeleverd. Er is een prachtige mix van luisteren, zelf werken, evalueren en creatief denken, en er komen allerlei verschillende sociale netwerken aan bod. Bijdragen worden geleverd door o.a. Peter Sloep, Indira Reynaert, Sanne Roemen, en door Matthijs Douwes en Simone Levie van Durftevragen.

Ben je ICT&O-medewerker of docent in het hoger onderwijs en wil je in je onderwijsinstelling met sociale netwerken aan de slag gaan, dan ben je van harte uitgenodigd om deel te nemen aan onze Spring School.

vrijdag 12 maart 2010

Facebook in de les

logo FacebookOp het weblog Tomorrow's Tech in todays schools las ik een prikkelende post over het gebruik van Facebook voor het onderwijs.

Hyves zelf zegt dat één en op de zes bekeken pagina's in Nederland een Hyves-pagina is, maar op dit moment is Facebook in opkomst, dus het is tijd voor tips over het gebruik van Facebook in het onderwijs (waarvoor overigens net zo goed gebruik gemaakt kan worden van Hyves).

Op 'Tomorrow's Tech' wordt een voorbeeld gegeven van het gebruik van Facebook voor het vak geschiedenis. Leerlingen krijgen de opdracht een Facebook-profiel te maken van een historische figuur; in het (ppt)voorbeeld is dat John F. Kennedy. Op de Facebookprofielpagina vullen de leerlingen van alles in over hem: waar en wanneer hij geboren is, met wie hij getrouwd is, waar zijn politieke voorkeur lag, wat zijn hobbies waren en wat zijn favoriete films en boeken. Op de fotopagina zetten leerlingen foto's van Kennedy en op het prikbord (wall, in de Engelstalige versie) komt te staan wat Kennedy 'recent' heeft gedaan.

Tomorrow's Tech noemt nog meer voorbeelden van het gebruik van Facebook:
  • een profielpagina over een gesteente (voor het vak science (ANW of NLT),
  • een profielpagina over een land of gebied (voor aardrijkskunde,
  • een profielpagina over een land, een auteur, een historische figuur, een fictieve persoon in dat land,
  • een profielpagina over een bepaalde theorie of formule (voor wiskunde, scheikunde of natuurkunde),
  • een auteur of fictief personage voor de lessen in de eigen taal.


Ik vind de voorbeelden leuk, maar ik mis er nog wel de interactie in. Het maken van een profielpagina over de genoemde onderwerpen is in feite niets anders dan het maken van een werkstuk, alleen dan volgens een tevoren beschreven format. Volgens mij wordt het pas echt leuk als je de leerlingen vervolgens iets gaat laten doen met die pagina. Je kunt leerlingen bijvoorbeeld een aantal profielpagina's laten maken over historische personen en die met elkaar in contact laten komen. In het voorbeeld van Kennedy zou één groep leerlingen de pagina over Kennedy kunnen maken en andere groepen pagina's over mensen die een rol in zijn leven hebben gespeeld, bijv. zijn vrouw, de (toentertijd toekomstige) president Nixon, Eisenhower en Fidel Castro. Als de pagina's klaar zijn beschrijft de docent een historische gebeurtenis. De leerlingen moeten die gebeurtenis beschrijven op hun Facebookpagina, en - afhankelijk van de gebeurtenis - met hun tijdgenoot contact leggen. Via een directe mail, door een berichtje achter te laten voor die persoon of door een reactie te geven op een foto. Via welk medium de leerlingen communiceren met hun tijdgenoten mogen ze zelf bepalen. Duidelijk zal zijn dat een berichtje naar zijn vrouw als regel beter via een persoonlijke (Facebook)mail verstuurd kan worden, terwijl andere reacties aan betekenis winnen als ze door iedereen te bekijken zijn.

Het aardige is dat door de aanpak leerlingen niet alleen heel veel leren over een bepaald tijdvak, maar ook over mediawijsheid: wat kan je op een profielpagina zetten, hoever moet je gaan in het gezellige meechatten, en wanneer kan je beter rechtstreeks met iemand contact opnemen?

Op dezelfde manier kan je leerlingen een aantal stellingen laten verdedigen, je kunt de dieren/planten in een biotoop met elkaar laten 'praten' en je kunt leerlingen een Facebookpagina laten maken van een fictieve robot waaraan ze een aantal eigenschappen toekennen (en vast laten leggen op hun profielpagina's) en die met elkaaar laten strijden (zoals een robotgevecht, waarbij een robot van metaal wint van een robot van plastic als ze door een hete ruimte moeten, en een robot van hout blijft drijven als hij moet zwemmen, terwijl de metalen robot gaat roesten).

Zo zijn er natuurlijk nog tal van andere opdrachten te bedenken. Het zal leerlingen zeker tijd kosten om de pagina te maken en contacten met anderen te onderhouden, maar ik ben ervan overtuigd dat ze zo wel heel goed inzicht krijgen in de besproken figuren/onderwerpen en alles wat daar omheen zit!

woensdag 3 maart 2010

Bloggen op de basisschool

klik hier om naar de website kidblog.org te gaanWie met zijn klas wil bloggen, kan natuurlijk terecht bij diensten als Blogger of Web-log. Maar, zoals ik gisteren al zei: dan is het wel handig als je op de één of andere manier kunt volgen wat je leerlingen doen op dit voor school gemaakte blog. En misschien wil je dat blog ook wel gedeeltelijk afschermen.

Voor basisscholen (en onderbouw VO) is er Kidblog: een gratis en reclamevrije weblog-tool waarmee docenten blogs aan kunnen maken voor hun leerlingen, en waarvan je in één overzicht alle posts van die weblogs kunt bekijken. Als docent heb je toegang tot een heleboel beheersfuncties:
  • je maakt gebruikers aan. Een gebruiker kan docent zijn, leerling, gast, groepsleider of beheerder,
  • je kunt groepen aanmaken. Een leerling die wordt toegevoegd aan een groep, kan per post kiezen of hij publiceert in die groep of niet. Op die manier kan je posts van verschillende leerlingen over één onderwerp bij elkaar houden (bijv. posts over boeken die de kinderen hebben gelezen of over games die ze hebben gespeeld, over een thema dat behandeld wordt in een bepaalde periode enz.),
  • je kunt zien welke blogposts en commentaren recent geschreven zijn,
  • je kunt de posts van je leerlingen bekijken, bewerken of weggooien,
  • je kunt de commentaren op de blogposts bekijken, bewerken of weggooien,
  • je kunt bepalen wie de blogs die gemaakt zijn door je leerlingen mag lezen: iedereen, leerlingen van de klas en gasten die een inlog-account hebben gekregen, alleen leerlingen of alleen de docent,
  • je kunt bepalen wie een reactie mag geven op de blogs van je leerlingen,
  • je bepaalt of de docent altijd eerst een commentaar moet goedkeuren voordat die online verschijnt of niet.
Je blogposts kan je op allerlei manieren verfraaien en compleet maken: je kunt je teksten vormgeven (lettertype & - grootte) en linkjes toevoegen en je kunt bestanden toevoegen, plaatjes, geluidsbestanden en filmpjes die op je computer staan of van YouTube of Google Video. De vormgeving van de blogtool doet mij denken aan Wordpress; ik vind hem zelf erg gebruikersvriendelijk.

Ik kan maar één nadeel ontdekken aan de tool: wie de blogposts wil bekijken van een klas krijgt in het startscherm alleen de titels te zien, en dus geen leuke plaatjes of andere versieringen. Dat nodigt natuurlijk niet uit tot doorklikken. Daar staat tegenover dat je met Kidsblog zelf het beheer houdt over gebruikers en wachtwoorden, en dat je makkelijk kunt zien wat je leerlingen doen. En dat geldt dan weer niet alleen voor de docent: ook de leerlingen zelf krijgen steeds te zien wat hun medeleerlingen doen. En dat lijkt me dan wel weer heel stimulerend om te klikken of zelf te gaan schrijven!

dinsdag 2 maart 2010

Pipes van Yahoo

Klik hier om naar de website Yahoo Pipes te gaanIk ben lange tijd fan geweest van de tool SuprGlu. Met die tool kon je een aantal RSS-feeds aan elkaar plakken tot één geheel, waarbij de posts van de blogs netjes chronologisch werden gerangschikt. Handig: zo kon je bijvoorbeeld de blogs van een hele klas bekijken als ware het één weblog. Helaas bestaat SuprGlu sinds kort niet meer, en ik moest dus op zoek naar een nieuwe tool om hetzelfde te bereiken.

In mijn zoektocht kwam ik terecht bij Yahoo Pipes. Die tool bestaat al wat langer, en je kunt er heel veel mee. Eigenlijk teveel voor mij: je moet er behoorlijk wat tijd in stoppen om alles te doorgronden. Maar het aanmaken van een verzamelfeed voor verschillende blogs is niet moeilijk.

In onderstaand filmpje zie je dat je daarvoor eigenlijk alleen maar één opdracht (in de vorm van een blokje) nodig hebt. In dat blokje verzamel je de feeds van de weblogs die je aan elkaar wilt plakken. Als je klaar bent, klik je op 'Run'. Je kunt je feeds ook sorteren: daarvoor heb je een extra opdracht nodig. Ik heb daarvoor de opdracht 'Sort' gebruikt. Die twee opdrachten heb ik aan elkaar gekoppeld, en klaar is kees. Hier kan je het resultaat zien: de verzamelde blogposts van de cursisten van de cursus 23 OVC Dingen.

De vormgeving van de Tube vind ik niet geweldig. Misschien kan je daar wat aan doen als je je verder verdiept in het Tube-systeem. Maar ik ben wel blij dat je hiermee weer posts aan elkaar kan plakken. Voor een docent die bijv. de blogs van een groep leerlingen/studenten wil volgen, vind ik dit een aanwinst omdat de posts van een bepaalde periode (denk bijvoorbeeld aan het bijhouden van een blog in een projectweek, of tijdens een studiereis) netjes bij elkaar staan.

Een voordeel van Yahoo tubes is dat je ze op allerlei manieren kunt publiceren: je kunt er een RSS-feed van maken, je kunt ze embedden in je website of in een blog, je kunt er een widget van maken voor een iGoogle-pagina en nog veel meer.

Ik ben eigenlijk wel benieuwd wie er nog meer gebruik maakt van Yahoo Pipes en waarvoor. Ik ben ervan overtuigd dat er veel meer handige toepassingen zijn, maar ik zie er een beetje tegenop om het allemaal zelf uit te zoeken. Wie heeft ervaringen met deze tool?

woensdag 17 februari 2010

Google apps voor het onderwijs

afbeelding Google Apps EducationVorige week ontving ik een persbericht waarin werd aangekondigd dat SURF, de een driejarige overeenkomst met Google gesloten zodat ook het hoger onderwijs gratis gebruik mag maken van de onderwijseditie van Google Apps. Dat betekent dat het hele onderwijsveld nu gratis kan beschikken over:
  • de Google messaging tools: Calendar, Talk en Mail (7GB mailbox per gebruiker, met een adres van de school. Dus: leerling@schoolnaam.nl),
  • de Google samenwerkingstools: Docs, Forms en YouTube,
  • de Google security tools: Anti Virus & Anti Spam.
Uitgifte en beheer van de accounts van docenten en studenten/leerlingen binnen de domeinnaam van de onderwijsinstelling, kan via de onderwijsinstelling zelf geregeld worden.

Onderwijsinstellingen krijgen daarbij:
  • een 99.9% SLA (wat betekent dat je de garantie krijgt dat de apps 99,9 % van de tijd in de lucht zijn),
  • Support voor admins
  • APIs & migratie tools (oftewel tools om je gegevens over te zetten van de ene toepassing naar een andere, of om de apps samen te laten werken met een andere applicatie die draait binnen je onderwijsinstelling).
Google biedt daarmee echt veel moois voor het onderwijs: je kunt gratis e-mailadressen aanmaken voor al je leerlingen, een gezamenlijke online kalender aanbieden, websites maken met Google en nog veel meer. Ik denk dat ik de meeste lezers van dit weblog niet hoef te overtuigen van het gemak van de Google apps. Bekijk anders nog even deze Kenniswiki van het ICLON in Leiden. Niet helemaal up-to-date, maar wel informatief!

Maar wat ik niet wist, is dat er al onderwijsinstellingen zijn die de Google apps integreren in andere programma's waar ze gebruik van maken. Zo kan je de Google apps als bouwsteentje inbouwen in de ELO Blackboard, en bij Moodle en It's Learning kan je de gebruikers van die beide ELO's synchronisatie met de Google apps, en ze met één wachtwoord (Single Sign On) in laten loggen op ELO èn Google apps. Dat wordt nog makkelijker als, zoals verwacht wordt, uitgeverijen van online content hun systemen toegankelijk gaan maken via OpenID. Met Google Apps heeft iedere leerling automatisch zo'n ID, waarmee ze dan dus in kunnen loggen op de content van die uitgevers.

Een andere mogelijkheid is dat je met Google Calender een rooster kunt maken voor de hele onderwijsinstelling die je vervolgens kunt laten synchroniseren met de calendars van je gebruikers. Zo kunnen docenten en studenten/leerlingen steeds op de hoogte zijn van de laatste roosterwijzigingen. Erg handig, vond ik.

Met de API's bij de apps zijn er natuurlijk nog veel meer mogelijkheden om de bestaande schoolsoftware te laten integreren met de Google apps. Wie voldoende programmeerkennis in de onderwijsinstelling heeft, kan zelf met de API's aan de slag. Heb je die kennis niet binnen de muren van je onderwijsinstelling, dan kan je een beroep doen op mensen die dat wel hebben. Ik hoorde van het bestaan van deze mogelijkheden met Google apps tijdens een presentatie van het bedrijf g-company op de beurs Onderwijs en ICT. Daar hoorde ik overigens ook dat Google (hopelijk) dit jaar een app wil aanbieden waarmee je kunt videoconferencen. Nu kun je bij Google alleen een één-op-één videogesprek voeren, met de tool die ze in de loop van dit jaar gaan introduceren kan je een videogesprek houden met meer mensen tegelijkertijd. Ook dat zou gratis beschikbaar moeten komen in de apps. Het is nog maar een gerucht, maar het zou wel fijn zijn als die app er komt!

Overigens ben ik me ook zeker bewust van de risico's van het werken met Google: je geeft Google toegang tot heel wat informatie als je al je leerlingen een mailbox bij Google geeft en ze daarmee laat werken. Persoonlijk vind ik dat risico niet opwegen tegen de gemakken van Google, en bovendien denk ik dat andere softwareleveranciers met een gelijksoortig aanbod niet veiliger zijn dan Google. Wat mij betreft is het dus niet zozeer de keuze: Google of een ander, maar meer de keuze: maak ik alleen gebruik van kleinschalige bedrijfjes, of accepteer ik dat ik de controle op dit gebied gedeeltelijk uit handen geef? Voor mij is de keuze duidelijk: ik ga wel met Google in zee, maar ik let wel op waarvoor ik het gebruik.

maandag 15 februari 2010

Wallwisher: interactief aan de slag

Wallwisher is een programma waarmee je een digitale aanplakmuur kunt maken. Best handig, als je met een groep mensen op verschillende plaatsen een discussie wilt voeren of een brainstorm wilt organiseren. Maar ook voor gebruik in (laptop-)klassen, al dan niet in combinatie met een digibord of beamer, kan Wallwisher goede diensten bewijzen.
  • Tijdens een les kan je heel makkelijk en snel reacties vragen van leerlingen, zonder ze allemaal afzonderlijk aan het woord te laten. Handig dus voor een brainstorm. 
  • Wallwisher is ook handig als je leerlingen opdracht hebt gegeven om iets op te zoeken: een plaatje of een tekst. Met Wallwisher krijg je alle antwoorden netjes bij elkaar. Je kunt ook na afloop van een lessenserie leerlingen de opdracht geven om eventuele vragen over dat hoofdstuk achter te laten op de muur. Afhankelijk van het aantal vragen en de moeilijkheidsgraad van de vragen kan je de leerlingen individueel of in groepjes antwoord laten geven op elke vraag.
  • Wil je leerlingen een betoog laten schrijven? Vraag ze in de week daaraan voorafgaand om argumenten pro en contra te bedenken en laat ze die posten op de muur. Het schrijven van het betoog zelf wordt daarmee een stuk makkelijker!
  • Wallwisher leent zich ook voor het evalueren van een lessenserie of een cursus: wat vonden de leerlingen leuk en wat zouden ze op een andere manier willen leren? 
  • Als je leerlingen een filmpje hebt laten publiceren op internet, een foto of een audiobestand, dan kan je een link daarnaar opnemen in een berichtje. Zo stel je een prachtig klasse-portfolio samen van de creatieve uitingen van je klas.
  • Laat leerlingen voor de bespreking van een boek, een gedicht of een artikel een bericht op de muur plakken, eventueel voorzien van een link naar een afbeelding of een uitspraak o.i.d. die daarbij aansluit. 
Wallwisher kent ook een aantal beperkingen. Je kunt per bericht maximaal 160 tekens gebruiken, net zoveel dus als bij een SMS-bericht. Dat dwingt je om je tot de kern van de zaak te beperken, maar voor wie diep op de zaken in wil gaan, zal 160 tekens vaak echt te weinig zijn. Een ander nadeel van Wallwisher is dat je de informatie niet kunt exporteren naar een ander bestand of uit kunt printen. Je zult dus altijd online moeten zijn om die informatie te bekijken.

Wallwisher laat zich goed embedden in allerlei omgevingen. Ik kon het daarom niet laten om ook hier een muurtje te bouwen en jullie te vragen om op mijn muur een berichtje achter te posten. Ik ben heel benieuwd of er dingen zijn waarover jullie meer zouden willen lezen op dit blog. Laat je een berichtje achter op mijn muur?

dinsdag 26 januari 2010

Een-en-twintig eDingen

afbeelding van het getal 21Afgelopen week zijn we bij SURFnet officieel van start gegaan met de cursus 21eDingen. Deze cursus is afgeleid van de cursus 23 Onderwijsdingen, die op zijn beurt afgeleid is van de cursus 23 Dingen. En die cursus is dan weer gebaseerd op de cursus 23Things van Helene Blowers.

In de cursus 21eDingen gaat het over het gebruik van e-tools in het onderwijs. We gokken er voorlopig op dat we 21 e-tools gaan behandelen, maar als de cursus een succes wordt zouden het er ook 121 kunnen worden. De cursus 21eDingen is net als de andere cursussen:
  • een cursus waarbij het gebruik van een weblog centraal staat. In de eerste les maken de cursisten een weblog aan. Dit weblog wordt gebruikt voor communicatie met de medecursisten, de coaches en de buitenwereld;
  • een cursus waarbij je leert door te doen. De cursisten leren over eDingen door ermee aan de slag te gaan;
  • een vorm van blended leren: de inhoud van de cursus wordt via het web aangereikt en bestudeerd; de cursisten worden f2f op hun eigen werkplek ondersteund bij hun studie.
De cursus 21eDingen is in een aantal zaken onderscheidend ten opzichte van de voorgangers:
  • de cursus 21eDingen behandelt niet alleen web 2.0 tools, maar ook andere tools die in het onderwijs gebruikt (kunnen) worden;
  • het is een cursus die bestemd is voor docenten in het hoger onderwijs;
  • de cursus is niet geschreven door één persoon, maar door een team van experts.
Over dat laatste ben ik erg enthousiast: het is de bedoeling dat deze groep schrijvers, samen met anderen die ervaring/inzicht hebben in het gebruik van web 2.0 tools in het hoger onderwijs, een netwerk gaan vormen. Wat het netwerk precies gaat doen, moet nog afgesproken worden, maar het lijkt mij erg handig als er een groep is waar je terecht kunt als je vragen hebt over het gebruik van ict-tools in het hoger onderwijs. Die kennis is nu erg verspreid, omdat het onderwerp ook breed is. Maar ik denk dat als we met ons allen de koppen bij elkaar kunnen steken, we niet alleen in staat zullen zijn te laten zien dat ict mogelijkheden heeft, maar ook hoe we dat voordeel kunnen boeken. En dat lijkt me zeker een stap vooruit!

Afbeelding van Gracias!, gepubliceerd onder CC-by-nc-nd.