- Formeer een projectgroep die Dingen om te Doen gaat implementeren in het onderwijs. In deze projectgroep hebben zowel ouders als leerkrachten zitting. Ouders om het project buiten de school te ondersteunen bij het uitvoeren van de activiteiten en het schrijven daarover; leerkrachten om het onderwijs aan te laten sluiten bij de door de leerlingen ondernomen activiteiten.
- Bepaal in welke groep(en) of bouw(en) je het project Dingen om te Doen gaat aanbieden:
- één of enkele groepen of bouwen,
- de hele school.
- Bepaal wie wat gaat doen in het project:
- communicatie over het project met het schoolteam, de ouders en de leerlingen,
- samenstellen van een aan de wensen en mogelijkheden van de school aangepaste lijst van activiteiten,
- voor zover niet aanwezig: zoeken naar aansluitend lesmateriaal (hiervoor mag altijd een beroep op mij gedaan worden),
- keuze en bouw van een platform waar het project op wordt aangeboden en waarop de leerlingen kunnen vertellen over hun ervaringen,
- ondersteunen van de leerlingen bij het doen van de activiteiten,
- ondersteunen van de leerlingen bij het vertellen over hun ervaringen,
- onderhouden van het platform dat ingezet wordt voor 'Dingen om te Doen'.
- Bekijk het overzicht van activiteiten op de homepage van 'Dingen om te doen voor je 13 wordt' en bepaal welke activiteiten je wilt ondersteunen voor welke groep(en) of bouw(en). Let hierbij op:
- het lesplan en de methode van de groep(en) of de bouw(en) waar het project wordt aangeboden,
- een logische opbouw van de activiteiten door de jaren heen,
- de omgeving van de school (in Drenthe is het lastig om strandactiviteiten uit te voeren en voor leerlingen die aan de kust wonen zal voor het doen van activiteiten die uitgevoerd worden in een bos, mogelijk transport geregeld moeten worden).
- Bepaal welke ondersteuning de leerlingen nodig hebben bij het uitvoeren van de geselecteerde activiteiten en hoe die gegeven kan worden (kunnen leerlingen zelf iemand benaderen om hulp, is er een uitleenmogelijkheid voor materialen, zijn er vrijwilligers die voor transport kunnen zorgen, een oogje in het zeil kunnen houden, helpen bij het gebruik van materialen, software enz.),
- Bepaal welk(e) platform(s) (schoolwebsite, wiki, weblog) gebruikt gaat/gaan worden om het project aan te bieden en om leerlingen over hun ervaringen te laten vertellen.Voor het maken van deze keuze, kan gebruik gemaakt worden van de blogpost van vorige week: Een blog opzetten voor 'Dingen om te doen'.
- Maak afspraken over hoe de leerlingen vertellen over hun activiteiten:
- doen ze dat thuis of krijgen ze daarvoor gelegenheid in de les (bijv. bij de taallessen),
- doen ze dat in woorden of (ook) d.m.v. foto's of video,
- hoe de leerlingen op elkaars verslagen mogen reageren,
- wat er wordt gedaan als leerlingen (per ongeluk) ongewenste zaken online zetten.
- Bouw het platform.
- Geef bekendheid aan het platform (denk ook aan een artikel in de plaatselijke media) en stimuleer het uitvoeren van de activiteiten bij de leerlingen: rechtstreeks en via de ouders.
- Monitor de verslagen op het platform en zorg ervoor dat daarop gereageerd wordt:
- door middel van lessen die aansluiten op de verhalen van de leerlingen,
- door middel van reacties van leerlingen, ouders of leerkrachten.
donderdag 27 september 2012
Stappenplan 'Dingen om te Doen'
Labels:
dingen om te doen
woensdag 26 september 2012
Gameskool en GamesCool
Met ingang van volgend schooljaar zullen alle basisschoolleerlingen in Estland les krijgen in programmeren. Dat lijkt misschien vreemd. Programmeren kan je toch niet op één lijn stellen met vakken als rekenen en taal, die de basis zijn voor allerlei andere vakken èn voor het dagelijkse leven. Maar ik denk dat het maken van programma's meer is dan het leren van een programmeertaal: door een programma te maken leren kinderen o.a. logisch en kritisch denken, het doet een beroep op hun creatieve vaardigheden en op hun reflectievermogen. Daarnaast verkennen ze de mogelijkheden en de onmogelijkheden van de computer en internet en hoe ze daar het beste uit kunnen halen. En dat zijn allemaal competenties die zowel nuttig zijn voor het leren op school als voor het gewone dagelijkse leven.
Ik ben er daarom grote voorstander van dat leerlingen ergens in hun schoolloopbaan, in het basis- of in het voortgezet onderwijs, kennis maken met het vak programmeren en zelf een programma schrijven. Maar niet alleen voor leerlingen: ook voor leraren en directies van scholen is het handig als ze iets weten van programmeren. Omdat je met die kennis meer inzicht krijgt in de mogelijkheden en onmogelijkheden van de computer en internet in het onderwijs en omdat het je een basis geeft om met programmeurs en systeembeheer te overleggen als je ict-zaken wilt regelen.
Vandaar dat ik graag de cursussen Gameskool en Gamescool wil aanbevelen. In de online cursus Gameskool, gegeven door freelance gamedesigner Wouter Baars en een aantal jonge gamedesigners, leren jongeren hoe ze games kunnen maken. Na afloop van deze cursus kunnen ze hun eigen webgame- of iPad-game maken.
Ben je leraar en wil je in jouw lessen leerlingen games laten maken? Schrijf je dan in voor de cursus GamesCool (met een C). In deze cursus ligt de nadruk legt op het zelf maken van games met jongeren, bijvoorbeeld in de klas. Daarnaast is er ook aandacht voor het gebruik van zogenaamde 'serious games' als lesmateriaal. Deze cursus bestaat uit 15 online lessen en 2 bijeenkomsten en wordt gegeven door Wouter Baars en Pauline Maas.
Wil je alvast een indruk krijgen wat games bouwen inhoudt en hoe je een leuk en interessant spel maakt? Lees dan het gratis e-book 'Start Here', geschreven door o.a. Wouter Baars. Of bekijk onderstaande animatie, waar een aantal belangrijke voorwaarden voor goede games worden uitgelegd.
N.B. Degene die reclame maakt voor Gameskool, krijgt 15% korting. Voor mij niet relevant omdat ik de cursus niet ga volgen (ik heb al een basisopleiding programmeren gedaan en ben iets ouder dan de doelgroep van deze cursus), maar ik geef de korting graag weg aan de eerste die zich als cursist aanmeldt bij Gameskool via dit weblog.
Ik ben er daarom grote voorstander van dat leerlingen ergens in hun schoolloopbaan, in het basis- of in het voortgezet onderwijs, kennis maken met het vak programmeren en zelf een programma schrijven. Maar niet alleen voor leerlingen: ook voor leraren en directies van scholen is het handig als ze iets weten van programmeren. Omdat je met die kennis meer inzicht krijgt in de mogelijkheden en onmogelijkheden van de computer en internet in het onderwijs en omdat het je een basis geeft om met programmeurs en systeembeheer te overleggen als je ict-zaken wilt regelen.
Vandaar dat ik graag de cursussen Gameskool en Gamescool wil aanbevelen. In de online cursus Gameskool, gegeven door freelance gamedesigner Wouter Baars en een aantal jonge gamedesigners, leren jongeren hoe ze games kunnen maken. Na afloop van deze cursus kunnen ze hun eigen webgame- of iPad-game maken.
Ben je leraar en wil je in jouw lessen leerlingen games laten maken? Schrijf je dan in voor de cursus GamesCool (met een C). In deze cursus ligt de nadruk legt op het zelf maken van games met jongeren, bijvoorbeeld in de klas. Daarnaast is er ook aandacht voor het gebruik van zogenaamde 'serious games' als lesmateriaal. Deze cursus bestaat uit 15 online lessen en 2 bijeenkomsten en wordt gegeven door Wouter Baars en Pauline Maas.
Wil je alvast een indruk krijgen wat games bouwen inhoudt en hoe je een leuk en interessant spel maakt? Lees dan het gratis e-book 'Start Here', geschreven door o.a. Wouter Baars. Of bekijk onderstaande animatie, waar een aantal belangrijke voorwaarden voor goede games worden uitgelegd.
N.B. Degene die reclame maakt voor Gameskool, krijgt 15% korting. Voor mij niet relevant omdat ik de cursus niet ga volgen (ik heb al een basisopleiding programmeren gedaan en ben iets ouder dan de doelgroep van deze cursus), maar ik geef de korting graag weg aan de eerste die zich als cursist aanmeldt bij Gameskool via dit weblog.
Labels:
games bouwen,
informatica
maandag 24 september 2012
Lestip woordenwolk
Heb je al eens de troonrede in een woordenwolk gezet? Ik wel. Hieronder het resultaat, gemaakt met Wordle. Opvallend vind ik het dat in de verslaggeving in de kranten die ik las, vooral het accent werd gelegd op de offers die Nederland moet brengen en de veerkracht die daarvoor nodig is. Uit de woordenwolk komt een ander beeld naar voren, vind ik. Lijkt me een leuke vraag om aan leerlingen voor te leggen: wat vinden zij de beste 'samenvatting' van de troonrede en hoe komt het dat het beeld dat naar voren komt in de pers afwijkt van het beeld dat de woordenwolk geeft?
Deze manier van gebruik van woordenwolken is natuurlijk te gebruiken bij elke speech waarover in de pers wordt geschreven. Je kan ook woordenwolken gebruiken om samenvattingen die door leerlingen gemaakt zijn met elkaar en met de originele tekst te vergelijken. Dat kan leerlingen op weg helpen om de essentie van een tekst te bepalen.
Deze manier van gebruik van woordenwolken is natuurlijk te gebruiken bij elke speech waarover in de pers wordt geschreven. Je kan ook woordenwolken gebruiken om samenvattingen die door leerlingen gemaakt zijn met elkaar en met de originele tekst te vergelijken. Dat kan leerlingen op weg helpen om de essentie van een tekst te bepalen.
Labels:
geschiedenis,
maatschappijleer,
taalonderwijs
donderdag 20 september 2012
Een blog opzetten voor 'Dingen om te doen'
![]() |
| voorbeeldblog 'Dingen om te doen' |
In het project Dingen om te doen voor je 13 wordt, worden (basisschool)leerlingen gestimuleerd om allerlei activiteiten te ondernemen en daarover te vertellen en te schrijven. Die verhalen kunnen dan door de leerkracht gebruikt worden als introductie voor hun lessen. Als een leerling bijvoorbeeld vertelt hoeveel kilometer hij heeft geschaatst, kan de les daarna gaan over hoeveel centimeters er in een meter gaan en hoeveel meters in een kilometer. Vertelt een leerling dat hij met een clubje een eigen geheimtaal heeft ontwikkeld, dan kan de leerkracht in de les daarna ingaan op wat werkwoorden zijn en hoe je die kan herkennen in een zin, enz.
Om het vertellen van die verhalen mogelijk te maken, moet natuurlijk een platform gekozen en ingericht worden. Ikzelf zou daarvoor de voorkeur geven aan een blog omdat je daarin altijd direct kan zien welke verslagen het meest recent gepost zijn. Aanvullend daarop biedt de meeste blogsoftware de mogelijkheid om ook andere selecties te maken, bijv. op onderwerp (activiteit) of op schrijver (leerling). Omdat ik me kan voorstellen dat het opzetten van zo'n blog niet voor iedereen gesneden kost, is, heb ik een voorbeeldblog opgezet.
Keuze blogsoftware
Als blogplatform heb ik in dit geval gekozen voor Wordpress. Bij Wordpress kan je gratis blogs aanmaken. De mogelijkheden om de vormgeving van je (gratis) blog helemaal naar je eigen hand te zetten zijn daar wel beperkter dan bij Blogger (van Google), maar ruimschoots voldoende om mee uit de voeten te kunnen. De reden waarom ik voor Wordpress heb gekozen is dat er daar geen minimumleeftijd is voor het aanmaken van een account. Bij Google/Blogger is dat 16 jaar, dus daarmee is dat platform voor gebruik door leerlingen op de basisschool niet geschikt.
Indeling blog: pagina's en berichten
De belangrijkste inhoud van een blog zijn natuurlijk de blogposts: de berichten die door de schrijver van een blog worden geschreven. Maar soms is het handig om daarnaast nog extra informatie aan te bieden. Bij een blog voor 'Dingen om te doen voor je 13 wordt' is het natuurlijk handig om ergens het overzicht aan te bieden van de activiteiten die de kinderen kunnen ondernemen. Daarvoor kan je een statische pagina aanmaken, met daarin de tabel zoals die ook gepubliceerd is in de wiki van het project.
In het voorbeeldblog staan alle activiteiten genoemd,maar scholen kunnen er natuurlijk voor kiezen om een selectie te maken uit alle activiteiten, bijv. per bouw of per seizoen, of aangepast aan de omgeving van de school (bijv. een school in Katwijk neemt wel activiteiten op die uitgevoerd worden op het strand, en een school in Arnhem neemt die activiteiten niet op, maar wel de activiteiten die gedaan worden in een bos).
Rollen
Als je een blog hebt aangemaakt bij Wordpress, ben je zelf administrator. Wil je dat de leerlingen zelf posts kunnen schrijven voor het blog, dan moeten ze een eigen (gratis) account aanmaken bij Wordpress. Daarna kan je de leerlingen uitnodigen voor het blog. Daarbij geef je aan welke rol ze krijgen. Ik heb ervoor gekozen om de (fictieve) leerlingen in het blog de rol van 'schrijver' te geven. Daarmee kunnen ze zelf hun eigen blogposts schrijven en publiceren, maar kunnen ze niet per ongeluk de posts van hun medeleerlingen verwijderen.
Toegankelijkheid
Door leerlingen een eigen account aan te laten maken en ze als schrijver toe te voegen aan een wordpress-blog, is het mogelijk om per leerling een overzicht te creëren van de door hem geschreven posts. Zo kan je per leerling bijhouden wat hij heeft gedaan en wat hij daarover heeft geschreven.
Door het gebruik van tags, kan je ook een overzicht creëren per activiteit. Dat is handig wanneer leerlingen willen zien of er al eens eerder iemand een bepaalde activiteit heeft uitgevoerd, en zo ja: hoe dat gedaan is.
Leeractiviteiten
Voordat de leerlingen kunnen gaan bloggen, moet er natuurlijk eerst besproken worden wat je wel en wat je niet op een blog publiceert. Noem je je voor- èn je achternaam in je blogpost, of is dat niet zo handig als ook de naam van de school in de blog genoemd wordt? Welke foto’s zet je online: alleen foto’s van jezelf of ook van anderen? Of moet je dan eerst toestemming vragen aan die anderen? Hoe zouden de leerlingen het vinden als hun foto’s overgenomen worden door anderen? Mag je zomaar foto’s die anderen op het web hebben gezet in jouw blogpost zetten? Stel met de kinderen een lijst op van afspraken over wat ze wel en niet in de blog zetten en hoe dat gedaan wordt.
Daarnaast is het goed om met de kinderen te bespreken hoe een blogpost wordt opgebouwd (bijv. introductie: wat wil ik doen, verhaal: wat heb ik gedaan, conclusie: wat vond ik ervan), wat de functie is van de titel van een blogpost en of er al dan niet beeldmateriaal bij de blogpost moet worden geplaatst.
Uiteraard moet e.e.a. afgestemd worden op het niveau van de leerlingen en op het type informatie dat kinderen in de blogpost zetten. Met kinderen van de bovenbouw kan besproken worden wat auteursrecht is; voor kinderen van de onderbouw is dat nog erg ingewikkeld. Leerlingen uit de onderbouw kunnen wellicht (met hulp) alleen foto’s of een filmpje plaatsen van wat ze hebben gedaan; van kinderen uit de midden- en bovenbouw kan (ook) een korte tekst gevraagd worden.
Natuurlijk is het ook slim om de kinderen tevoren even te laten oefenen met het schrijven van een post. Handig is het om de kinderen elkaar daarbij te laten helpen. Je kan groepjes van leerlingen speciale hulptaken geven: een groepje helpt bij het gebruik van de tekstverwerker, een andere groep helpt als er vragen zijn over spelling, grammatica e.d., en weer een ander groepje helpt bij het zoeken van plaatjes of let op of wat online wordt gezet in overeenstemming is met de privacy-afspraken die gemaakt zijn.
Volgende week zal ik een stappenplan opstellen voor scholen die met 'Dingen om te doen voor je 13 wordt' willen gaan werken. Wat moet je - naast het opzetten van een blogplatform - nog meer doen om met dit project aan de slag te gaan?
Labels:
bloggen,
dingen om te doen
woensdag 19 september 2012
Swinx-ervaringen
Zoals sommigen wel weten, leen ik materialen die ik persoonlijk heb aangeschaft om te testen, na de test uit aan scholen. Voorwaarde om materialen in bruikleen te krijgen, is dat de lener een blogpost schrijft over zijn ervaringen: positief of negatief. Hieronder de ervaringen met de Swinxs van Rick Roelofs, leerkracht van groep 8 op basisschool Tangram, in Eijsden.
SWINX in groep 8 - basisschool Tangram
Op een middag stond er een doos in de klas met daarin een 'verrassing'. Wat leuk dat wij uitverkoren waren om met de SWINX te gaan spelen. Spannend, want niemand had ooit zo'n ding in handen gehad en we waren heel benieuwd wat we er allemaal mee konden. De eindcito moest gaan beginnen en de SWINXS bood een welkome afleiding in de middag.
Maar hoe aan de slag? Een van de eerste dingen die mij opviel was dat ik me zo min mogelijk mocht bemoeien met het gebruik van de SWINXS. Een onmogelijke opdracht, maar heel leerzaam. Het is inderdaad zo dat kinderen heel goed leerden ontdekken hoe het apparaat werkte. Zonder handleiding hebben ze het aan de praat gekregen en ontdekt hoe de knoppen, de bandjes en de spellen werkten.
De kinderen zijn heel enthousiast met de spellen, die op de SWINXS stonden, aan de slag gegaan. Zowel buiten als binnen werd hij veel gebruikt. Zeker de renspelletjes werden buiten veel gebruikt, maar ook de quiz. Na verloop van tijd hadden de kinderen behoefte aan nieuwe spellen en zijn we via de site nieuwe spellen erop gaan zetten. Dit werkte prima. Je hoeft geen whizzkid te zijn en je hebt zo nieuwe spellen geplaatst.
Toch kwam er een periode waarin de SWINXS niet meer gebruikt werd. Het nieuwe was eraf en voor buitenspel hadden de kinderen andere alternatieven als voetballen en gewoon een beetje 'rondhangen'. Net toen ik dacht: "We gaan hem maar eens terugsturen." Werd hij weer vrolijk gebruikt.
Ik heb andere groepen op de hoogte gesteld van de SWINXS, maar één groep heeft hem gebruikt naast mijn groep 8. Het werkt toch beter als je zo'n apparaat voor het grijpen in je klas hebt staan. Dat stimuleert zeker.
De kinderen en ik zijn heel tevreden over het apparaat. Het is een leuke aanvulling van spel. Juist ook voor oudere kinderen.
Waar we minder tevreden over waren was het volume voor buiten. Dat is echt te zacht. Daar zou wat aan gedaan moeten worden in nieuwere versies. Verder zijn de bandjes erg snel stuk bij het gewoon omdoen. Ik heb nieuwe bandjes besteld om in de doos te doen en dat zijn erg prijzige dingen als je het vergelijkt met de aanschafprijs van de SWINXS. Toch overweeg ik het apparaat voor school aan te schaffen.
Bedankt dat we hem zo'n lange periode hebben mogen testen.
Rick Roelofs
Leerkracht groep 8, basisschool tangram, Eijsden
SWINX in groep 8 - basisschool Tangram
Op een middag stond er een doos in de klas met daarin een 'verrassing'. Wat leuk dat wij uitverkoren waren om met de SWINX te gaan spelen. Spannend, want niemand had ooit zo'n ding in handen gehad en we waren heel benieuwd wat we er allemaal mee konden. De eindcito moest gaan beginnen en de SWINXS bood een welkome afleiding in de middag.
Maar hoe aan de slag? Een van de eerste dingen die mij opviel was dat ik me zo min mogelijk mocht bemoeien met het gebruik van de SWINXS. Een onmogelijke opdracht, maar heel leerzaam. Het is inderdaad zo dat kinderen heel goed leerden ontdekken hoe het apparaat werkte. Zonder handleiding hebben ze het aan de praat gekregen en ontdekt hoe de knoppen, de bandjes en de spellen werkten.
De kinderen zijn heel enthousiast met de spellen, die op de SWINXS stonden, aan de slag gegaan. Zowel buiten als binnen werd hij veel gebruikt. Zeker de renspelletjes werden buiten veel gebruikt, maar ook de quiz. Na verloop van tijd hadden de kinderen behoefte aan nieuwe spellen en zijn we via de site nieuwe spellen erop gaan zetten. Dit werkte prima. Je hoeft geen whizzkid te zijn en je hebt zo nieuwe spellen geplaatst.
Toch kwam er een periode waarin de SWINXS niet meer gebruikt werd. Het nieuwe was eraf en voor buitenspel hadden de kinderen andere alternatieven als voetballen en gewoon een beetje 'rondhangen'. Net toen ik dacht: "We gaan hem maar eens terugsturen." Werd hij weer vrolijk gebruikt.
Ik heb andere groepen op de hoogte gesteld van de SWINXS, maar één groep heeft hem gebruikt naast mijn groep 8. Het werkt toch beter als je zo'n apparaat voor het grijpen in je klas hebt staan. Dat stimuleert zeker.
De kinderen en ik zijn heel tevreden over het apparaat. Het is een leuke aanvulling van spel. Juist ook voor oudere kinderen.
Waar we minder tevreden over waren was het volume voor buiten. Dat is echt te zacht. Daar zou wat aan gedaan moeten worden in nieuwere versies. Verder zijn de bandjes erg snel stuk bij het gewoon omdoen. Ik heb nieuwe bandjes besteld om in de doos te doen en dat zijn erg prijzige dingen als je het vergelijkt met de aanschafprijs van de SWINXS. Toch overweeg ik het apparaat voor school aan te schaffen.
Bedankt dat we hem zo'n lange periode hebben mogen testen.
Rick Roelofs
Leerkracht groep 8, basisschool tangram, Eijsden
Labels:
l.o.
dinsdag 18 september 2012
Blogminderen
Door: Martijn van den Berg
Het is alweer een tijdje geleden sinds mijn laatste blogje. Ik heb inmiddels een geweldige (en leerzame) periode in Zuid Afrika achter de rug. Eenmaal terug kon ik meteen de zomervakantie inluiden. Ik heb besloten na een half jaar uit het bloggen te zijn, voorlopig te stoppen met iedere week een blogje te schrijven.De reden hiervoor is dat ik voor het laatste jaar van mijn opleiding een jaar fulltime stage loop bij Bilderberg Oosterbeek, waar ik me volledig op wil gaan storten. Aangezien dit toch een stuk meer uren kost dan ik destijds in Leeuwarden aan mijn studie kwijt was, heb ik besloten niet meer iedere donderdag te gaan bloggen.
Ik ben iets meer dan 7 jaar geleden begonnen met het reviewen van games, en ben geleidelijk aan steeds meer gaan schrijven over onderwijs. Dankzij het bloggen heb ik mee mogen helpen aan supergave projecten als de creative game challenge, 21 Learners,en nog veel meer.
Dankzij het bloggen ben ik heel anders gaan kijken naar onderwijs, iets waar ik voorlopig mee bezig zou blijven. Ik blijf naast het blog bezig met 4T2, nog wat lokale opdrachten, en voor de rest wat er op mijn pad komt. Ik blijf af en toe misschien nog een blogje schrijven, maar komend jaar gaat onderwijs toch echt voor schrijven over onderwijs.
Labels:
overig
dinsdag 11 september 2012
Ik ben er weer: met een cadeautje voor het onderwijs!
Een weekje later dan ik had gehoopt en dan jullie misschien hadden verwacht, mijn eerste blogpost van het schooljaar 2012-2013. Iets later omdat ik mijn eerste post dit jaar wilde besteden aan mijn nieuwe project: 'Dingen om te doen voordat je 13 wordt'. In dit schooljaar zullen jullie daar nog veel meer over horen, dus het leek me goed om het project bij de ingang van dit nieuwe schooljaar hier te introduceren.
Wat is 'Dingen om te doen voordat je 13 wordt'?
Misschien heb je al gelezen over het Engelse initiatief waarop mijn project is gebaseerd: '50 Things 50 things to do before you're 11¾'. Dit initiatief is ontwikkeld door de Engelse organisatie National Trust en heeft tot doel om kinderen meer buiten te laten spelen en dan met name activiteiten te ontwikkelen die te maken hebben met de beleving van de natuur om hen heen. Mijn project beperkt zich niet tot buiten spelen: ik wil kinderen graag stimuleren om de wereld om hen heen te verkennen, binnen en buiten, en daarbij net een stapje verder te gaan dan wat ze al eerder hebben gedaan. Ik wil ze graag hun eigen grenzen laten verleggen: ze dingen laten doen die net iets moeilijker of anders zijn dan wat ze uit zichzelf gedaan zouden hebben. Meer informatie over de achtergrond van 'Dingen om te doen voordat je 13 wordt', vind je hier.
Ik bied kinderen daarom een wiki met 52 dingen die ze kunnen doen, met bij elke activiteit een heel korte uitleg wat dat inhoudt. Omdat ik denk dat wie zijn grenzen verlegt, daarop trots mag zijn, stimuleer ik ze ook om, in een gesprek of online, te vertellen over wat ze hebben gedaan.
Ik hoop dat leerkrachten die ervaringen en verhalen gaan gebruiken in hun onderwijs aan de kinderen. Als een kind vertelt dat hij een geheime club heeft opgericht, kan je als leerkracht vragen hoe in die club besluiten genomen worden. Je kan dan een les besteden aan verschillende regeringsvormen: wat is een dictatuur en wat een democratie en hoe zou het zijn om in een dictatoriaal land te wonen? Of je kan met ze bespreken voor welk goed doel ze een geheime club zouden willen oprichten. Maar je kan ook de kinderen aan de slag zetten en ze een logo laten ontwerpen voor een geheime club die ze zelf zouden willen oprichten.
Alhoewel de activiteiten (grotendeels) door de leerlingen zelfstandig uitgevoerd kunnen worden, wil dat niet zeggen dat hulp niet welkom is. Als een leerling bijvoorbeeld een schaatstocht wil maken, dan heeft hij wel schaatsen nodig, en wil een leerling zelf een filmpje maken dan kan hij vast wel wat hulp gebruiken bij het bewerken van dat filmpje. De ouderraad van een school kan hierbij wellicht goede diensten verrichten. Door de technische/materiële faciliteiten te bieden of door kinderen die daar behoefte aan hebben een handje te helpen. De ouderraad kan ook de leerkracht terzijde staan door nieuwe activiteiten te bedenken die aansluiten bij de leerstof, door kinderen te helpen om hun ervaringen te verwoorden of te publiceren op internet. Meer informatie over hoe scholen 'Dingen om te doen voordat je 13 wordt' kan inzetten, vind je hier.
In de loop van dit schooljaar zal ik bij elke activiteit een aantal ideeën bieden, met - waar mogelijk - links naar lesmaterialen. Zoals je kan zien in de wiki heb ik nu al een aantal activiteiten voorzien van ideeën. Dat is allemaal nog in bewerking: per week zal ik ten minste één activiteit uitwerken en daarover een blog posten. Er zijn 52 activiteiten, dus ik verwacht dat het zeker een jaar zal duren voordat de wiki helemaal compleet is. Maar ik ga natuurlijk proberen om dat iets sneller te doen ;-)
Daarnaast zal ik tips geven hoe het project mediawijs vorm gegeven kan worden. Door kinderen te stimuleren online hun verhalen te vertellen, creëer je de mogelijkheid om met kinderen het gesprek aan te gaan over het gebruik van (mobiel) internet en ze tips te geven hoe ze internet kunnen gebruiken om hun doelen te bereiken. Hoe kunnen kinderen het best online hun verhalen vertellen, hoe kunnen ze zoeken op internet, hoe moeten ze gevonden informatie interpreteren en beoordelen? En hoe kan je veilig surfen?
Dat ik het project heb gegoten in de vorm van een wiki, is omdat ik hoop dat leerkrachten dit initiatief oppakken en er hun eigen ideeën en ervaringen aan toevoegen. Ik zou het verschrikkelijk leuk vinden als ze zelf activiteiten toevoegen aan de wiki en ideeën voor lessen die daarbij aansluiten.
Ook kinderen nodig ik uit te reageren. Zij mogen ideeën insturen voor de wiki. Wat vinden zij leuk om te doen? Wat vinden zij grensverleggende activiteiten? Aan het einde van het schooljaar zal ik het beste idee belonen met een prijs. Wat dat is, hou ik nog even geheim, al was het alleen maar omdat ik dat zelf nog niet weet!
Wat is 'Dingen om te doen voordat je 13 wordt'?
Misschien heb je al gelezen over het Engelse initiatief waarop mijn project is gebaseerd: '50 Things 50 things to do before you're 11¾'. Dit initiatief is ontwikkeld door de Engelse organisatie National Trust en heeft tot doel om kinderen meer buiten te laten spelen en dan met name activiteiten te ontwikkelen die te maken hebben met de beleving van de natuur om hen heen. Mijn project beperkt zich niet tot buiten spelen: ik wil kinderen graag stimuleren om de wereld om hen heen te verkennen, binnen en buiten, en daarbij net een stapje verder te gaan dan wat ze al eerder hebben gedaan. Ik wil ze graag hun eigen grenzen laten verleggen: ze dingen laten doen die net iets moeilijker of anders zijn dan wat ze uit zichzelf gedaan zouden hebben. Meer informatie over de achtergrond van 'Dingen om te doen voordat je 13 wordt', vind je hier.
Ik bied kinderen daarom een wiki met 52 dingen die ze kunnen doen, met bij elke activiteit een heel korte uitleg wat dat inhoudt. Omdat ik denk dat wie zijn grenzen verlegt, daarop trots mag zijn, stimuleer ik ze ook om, in een gesprek of online, te vertellen over wat ze hebben gedaan.
Ik hoop dat leerkrachten die ervaringen en verhalen gaan gebruiken in hun onderwijs aan de kinderen. Als een kind vertelt dat hij een geheime club heeft opgericht, kan je als leerkracht vragen hoe in die club besluiten genomen worden. Je kan dan een les besteden aan verschillende regeringsvormen: wat is een dictatuur en wat een democratie en hoe zou het zijn om in een dictatoriaal land te wonen? Of je kan met ze bespreken voor welk goed doel ze een geheime club zouden willen oprichten. Maar je kan ook de kinderen aan de slag zetten en ze een logo laten ontwerpen voor een geheime club die ze zelf zouden willen oprichten.
Alhoewel de activiteiten (grotendeels) door de leerlingen zelfstandig uitgevoerd kunnen worden, wil dat niet zeggen dat hulp niet welkom is. Als een leerling bijvoorbeeld een schaatstocht wil maken, dan heeft hij wel schaatsen nodig, en wil een leerling zelf een filmpje maken dan kan hij vast wel wat hulp gebruiken bij het bewerken van dat filmpje. De ouderraad van een school kan hierbij wellicht goede diensten verrichten. Door de technische/materiële faciliteiten te bieden of door kinderen die daar behoefte aan hebben een handje te helpen. De ouderraad kan ook de leerkracht terzijde staan door nieuwe activiteiten te bedenken die aansluiten bij de leerstof, door kinderen te helpen om hun ervaringen te verwoorden of te publiceren op internet. Meer informatie over hoe scholen 'Dingen om te doen voordat je 13 wordt' kan inzetten, vind je hier.
In de loop van dit schooljaar zal ik bij elke activiteit een aantal ideeën bieden, met - waar mogelijk - links naar lesmaterialen. Zoals je kan zien in de wiki heb ik nu al een aantal activiteiten voorzien van ideeën. Dat is allemaal nog in bewerking: per week zal ik ten minste één activiteit uitwerken en daarover een blog posten. Er zijn 52 activiteiten, dus ik verwacht dat het zeker een jaar zal duren voordat de wiki helemaal compleet is. Maar ik ga natuurlijk proberen om dat iets sneller te doen ;-)
Daarnaast zal ik tips geven hoe het project mediawijs vorm gegeven kan worden. Door kinderen te stimuleren online hun verhalen te vertellen, creëer je de mogelijkheid om met kinderen het gesprek aan te gaan over het gebruik van (mobiel) internet en ze tips te geven hoe ze internet kunnen gebruiken om hun doelen te bereiken. Hoe kunnen kinderen het best online hun verhalen vertellen, hoe kunnen ze zoeken op internet, hoe moeten ze gevonden informatie interpreteren en beoordelen? En hoe kan je veilig surfen?
Dat ik het project heb gegoten in de vorm van een wiki, is omdat ik hoop dat leerkrachten dit initiatief oppakken en er hun eigen ideeën en ervaringen aan toevoegen. Ik zou het verschrikkelijk leuk vinden als ze zelf activiteiten toevoegen aan de wiki en ideeën voor lessen die daarbij aansluiten.
Ook kinderen nodig ik uit te reageren. Zij mogen ideeën insturen voor de wiki. Wat vinden zij leuk om te doen? Wat vinden zij grensverleggende activiteiten? Aan het einde van het schooljaar zal ik het beste idee belonen met een prijs. Wat dat is, hou ik nog even geheim, al was het alleen maar omdat ik dat zelf nog niet weet!
Labels:
didactiek,
dingen om te doen,
mediawijsheid
woensdag 4 juli 2012
De laatste lessen voor de vakantie
Voor sommigen (waaronder ikzelf ;-) ) begint vrijdag de zomervakantie. Maar nog niet voor iedereen. Voor hen komen er nog een paar weken aan. Weken waarin het soms lastig is om je leerlingen te motiveren: omdat ze - net als jij - moe zijn, omdat de zon buiten schijnt en het benauwd is in de klas, omdat ze al weten dat ze over zijn of dat ze er niets meer aan kunnen veranderen dat ze dat niet zijn of omdat het jaar al zo lang heeft geduurd en ze toe zijn aan verandering.
Voor wie deze laatste weken van het schooljaar anders-dan-anders-lessen wil geven, waarin wel geleerd wordt, maar niet uit het boek, hierbij een paar ideeën voor de laatste lessen van het jaar.
N.B. Mocht je nog niet je hotel geboekt hebben en ben je een Mac-gebruiker, kijk dan verder dan de eerste adviezen die je krijgt. Vorige week bleek dat de hotelboekingssite Orbitz Mac-gebruikers verwijst naar duurdere hotels dan gebruikers van andere computers. Dat wat je ziet op internet wordt afgestemd op wat je zoekt op internet, dat wisten we natuurlijk al na alle publicaties over de filter bubble, maar ik had me nog niet gerealiseerd dat ook het operatingsysteem van je computer effect kan hebben op wat je op je scherm te zien krijgt!
Afbeelding van Chris Campbell, gepubliceerd onder CC-by-nc.
Voor wie deze laatste weken van het schooljaar anders-dan-anders-lessen wil geven, waarin wel geleerd wordt, maar niet uit het boek, hierbij een paar ideeën voor de laatste lessen van het jaar.
- Laat je leerlingen een openbare les verzorgen. Bepaal tevoren de regels: moet het over een vakgerelateerd onderwerp gaan of mogen ze helemaal zelf het onderwerp van hun openbare les bepalen? Denk daarbij aan een les over hoe de leerlingen zelf hun onderwijs zouden willen inrichten, over wat de belangrijkste dingen zijn die zij in het afgelopen jaar hebben geleerd of een les over een goed doel. De openbare les kan gericht zijn op de ouders van de leerlingen en plaats vinden in de school, maar je kan er ook voor kiezen om iedereen toe te laten en te vragen of die bijvoorbeeld gegeven kan worden in de openbare bibliotheek of het cultureel centrum/schouwburg enz.
- Laat je leerlingen voor elkaar de vakantie voorbereiden. Vraag de leerlingen waar ze naar toe gaan in de vakantie en laat leerlingen voor elkaar zoeken naar leuke dingen om daar te doen, bijzondere flora of fauna die daar te vinden is, historische plaatsen, kunst of architectuur in die omgeving enz. Daarbij zijn niet alleen de plekken ver weg interessant: je zult ervan staan te kijken wat er in de omgeving van de woonplaats van de leerlingen te vinden en te doen is. Als je met de groep/klas een (besloten) Flickr-groep begint (of een groep op een andere foto-sharingsite), kunnen ze tijdens de vakantie vastleggen welke tips ze hebben opgevolgd.
- Laat leerlingen in groepjes een speurtocht maken voor elkaar. In de speurtocht kunnen ze vragen opnemen die beantwoord moeten worden. De eerste letters van de antwoorden moeten samen een woord vormen. Als de leerlingen elkaar speurtocht lopen, kan je extra regels toevoegen, bijvoorbeeld dat als ze een ander team tegenkomen ze één van de vragen die ze moeten beantwoorden moeten stellen aan het andere team. Is het antwoord goed, dan levert dat het andere team een punt op, en ze winnen er zelf een letter bij van het antwoord. Het andere team kan er ook voor kiezen om een fout antwoord te geven. Dan krijgen ze geen punt, maar ze maken het ook moeilijk voor het team dat de vraag stelt om het woord te vinden.
- Doe een wedstrijd: wie kan het beste zoeken op internet? Daarbij kan je gebruik maken van de opdrachten die Google dagelijks bedenkt in 'a Google a Day' of de weblog SearchResearch. Een mooie gelegenheid om met elkaar van gedachten te wisselen over hoe je handig kan zoeken op internet èn hoe je gevonden websites op waarde kan beoordelen. Op de posters die Google heeft gemaakt voor het onderwijs, vind je al een aantal tips voor verschillende zoekmachines van Google. Je kan ook gebruik maken van deze site met zoektips. De volgende les krijgen de leerlingen de opdracht om in groepjes zelf een zoekposter te maken (bijv. met Glogster) met de zoektips die zij het meest waardevol vonden, met handige zoektools of met tips hoe je gevonden informatie kan beoordelen. De resultaten van deze les kunnen volgend schooljaar handig zijn!
N.B. Mocht je nog niet je hotel geboekt hebben en ben je een Mac-gebruiker, kijk dan verder dan de eerste adviezen die je krijgt. Vorige week bleek dat de hotelboekingssite Orbitz Mac-gebruikers verwijst naar duurdere hotels dan gebruikers van andere computers. Dat wat je ziet op internet wordt afgestemd op wat je zoekt op internet, dat wisten we natuurlijk al na alle publicaties over de filter bubble, maar ik had me nog niet gerealiseerd dat ook het operatingsysteem van je computer effect kan hebben op wat je op je scherm te zien krijgt!
Afbeelding van Chris Campbell, gepubliceerd onder CC-by-nc.
Labels:
mediawijsheid,
overig
woensdag 27 juni 2012
Methodes en multitools
Je hebt het vast ook wel eens gedaan: gezocht naar de ideale oplossing. De oplossing die beantwoordt aan alle eisen. Het gereedschap waarmee je kan timmeren en zagen, boren en hakken, schuren en schaven. De keukenmachine waarmee je deeg kan maken en een ei kan klutsen, tomatensoep kan maken en puree, sinaasappels kan persen en snijbonen kan snijden. Een jas die je zowel beschermt tegen de regen als tegen de kou, die handig is op de fiets en in de auto, die leuk staat op een broek en op een jurk, die makkelijk gewassen kan worden en ook nog een beetje charmant staat. Een laptop die je makkelijk kan meenemen, maar wel alles kan wat je desktop ook kan, die bij het aanzetten alle voor jou belangrijke programma's klaarzet en toch binnen 2 seconden startklaar is, een laptop die een lekker groot scherm heeft, veel in- en uitgangen heeft en natuurlijk een dvd-speler, een snelle processor en een webcam aan de binnen- en de buitenkant, maar tegelijkertijd handzaam is en natuurlijk ook niet al te duur.
En, is het gelukt? Bleek de oplossing die je gevonden hebt ook echt ideaal te zijn?
Waarschijnlijk niet. Die ideale oplossingen zijn er namelijk maar zelden. Vaak doe je er beter aan om verschillende apparaten te gebruiken. Een laptop, een desktop, een mobieltje en misschien ook nog een tablet. Jassen voor in de regen en in de kou. Een mixer en een rasp. Een hamer en een zaag, een boormachine en een beitel. Dat levert je uiteindelijk veel meer kwaliteit en mogelijkheden dan wanneer je dat éne apparaat koopt, met al die verschillende mogelijkheden.
In het onderwijs zoeken we vaak naar een multitool voor onze lessen: de methode. Die methodes zijn ontworpen om leerlingen vanaf leerjaar 1 tot het einde van hun schoolloopbaan alle aspecten van een vak te leren. De aanschaf van een methode is dan ook niet simpel: alle leerlingen moeten ermee werken, de kosten van de aanschaf zijn aanzienlijk en als regel wordt een methode pas na lange tijd afgeschreven.
Ik denk dat we met die alomvattende methodes het onderwijs tekort doen. Zoeken naar de ideale oplossing werkt volgens mij ook hier niet. Zouden we er niet beter aan doen om in plaats van te kiezen voor één ideale oplossing, meer oplossingen in te zetten? Het kost meer tijd om die verschillende oplossingen bij elkaar te zoeken, maar je kan er wel meer kwaliteit mee krijgen!
Labels:
overig
dinsdag 19 juni 2012
MapSkip
Er zijn vaak momenten in het onderwijs waarbij je gebruik maakt van een atlas. Uiteraard heb je die nodig voor aardrijkskunde, maar ook voor geschiedenis is het handig om een atlas bij de hand te hebben, bij de talen kan je een atlas gebruiken om te laten zien waar bepaalde schrijvers hebben geleefd of waar een verhaal zich afspeelt, bij maatschappijleer kan je een kaart gebruiken om een te laten zien waar bepaalde actuele gebeurtenissen zich afspelen, bij biologie om te laten zien waar bepaalde dieren of planten te vinden zijn en bij de beeldende vakken kan je op een kaart aangeven waar bepaalde architectuurstijlen, standbeelden of bouwwerken te vinden zijn.
Door bij het leren beelden te gebruiken, help je leerlingen de materie te onthouden: hoe meer zintuigen je gebruikt daarbij, des te beter beklijft de stof. Onthouden gaat nog beter wanneer je leerlingen actief aan de slag zet, bijvoorbeeld door ze zelf een kaart te laten maken of door ze bij de plaatsen op een kaart aantekeningen te laten maken of beelden erbij te zetten.
Wie op die manier aan de slag wil, kan gebruik maken van de (gratis toegankelijke en reclamevrije) tool MapSkip. In MapSkip kan je bij de plaatsen op de kaart (afkomstig van Google) een tekst schrijven. Bij die tekst kan je een foto of een geluidsbestand uploaden of er een YouTube video onder zetten.
Er zijn wel meer tools online te vinden waarbij je kaarten kan voorzien van je eigen informatie, zoals Communitywalk, Mapme en natuurlijk Google Maps, maar die vind ik persoonlijk minder makkelijk te gebruiken dan MapSkip. Maar wat MapSkip bijzonder maakt is dat het je de mogelijkheid biedt om leerlingenaccounts aan te maken. Daarmee kan je bijhouden wat je leerlingen toevoegen op MapSkip. Bij je leerlingenaccounts kan je aangeven of iedereen mag reageren op de door je leerlingen aangemaakte 'stories', of dat er alleen op gereageerd mag worden door je eigen leerlingen.
Verhalen die door je leerlingen worden toegevoegd op MapSkip, worden automatisch aan elkaar gelinkt onder de naam van de school die door de docent is opgegeven. Dat betekent dat je al je leerlingen kan laten samenwerken aan een project. Dat kan bijvoorbeeld een project zijn waarbij je je leerlingen een atlas laat maken van waar dieren uit de dierentuin in het wild leven en hoe ze daar leven, een project waarbij de bouwwerken van een architect getoond worden met daarbij een beschrijving wat er bijzonder is aan die bouwwerken, een project waarbij werken van Shakespeare getoond worden op de plaats waar ze zich afspelen enz. Wil je meer projecten opzetten die onafhankelijk van elkaar zijn, dan doe je er verstandig aan om per project een account aan te maken.
Een nadeel van MapSkip vind ik dat je plaatsen & stories die je als docent hebt aangemaakt, niet kan verwijderen; je kan alleen de naam en de tekst van het verhaal bewerken. De plaatsen/stories van je leerlingen kan je wel op onzichtbaar zetten, maar een optie om door jouzelf of door je leerlingen gemaakte plaatsen en verhalen te verwijderen, zou ik een welkome aanvulling vinden. Maar dat zou mij er niet van weerhouden om MapSkip in te zetten voor de les.
Door bij het leren beelden te gebruiken, help je leerlingen de materie te onthouden: hoe meer zintuigen je gebruikt daarbij, des te beter beklijft de stof. Onthouden gaat nog beter wanneer je leerlingen actief aan de slag zet, bijvoorbeeld door ze zelf een kaart te laten maken of door ze bij de plaatsen op een kaart aantekeningen te laten maken of beelden erbij te zetten.
Wie op die manier aan de slag wil, kan gebruik maken van de (gratis toegankelijke en reclamevrije) tool MapSkip. In MapSkip kan je bij de plaatsen op de kaart (afkomstig van Google) een tekst schrijven. Bij die tekst kan je een foto of een geluidsbestand uploaden of er een YouTube video onder zetten.
Er zijn wel meer tools online te vinden waarbij je kaarten kan voorzien van je eigen informatie, zoals Communitywalk, Mapme en natuurlijk Google Maps, maar die vind ik persoonlijk minder makkelijk te gebruiken dan MapSkip. Maar wat MapSkip bijzonder maakt is dat het je de mogelijkheid biedt om leerlingenaccounts aan te maken. Daarmee kan je bijhouden wat je leerlingen toevoegen op MapSkip. Bij je leerlingenaccounts kan je aangeven of iedereen mag reageren op de door je leerlingen aangemaakte 'stories', of dat er alleen op gereageerd mag worden door je eigen leerlingen.
Verhalen die door je leerlingen worden toegevoegd op MapSkip, worden automatisch aan elkaar gelinkt onder de naam van de school die door de docent is opgegeven. Dat betekent dat je al je leerlingen kan laten samenwerken aan een project. Dat kan bijvoorbeeld een project zijn waarbij je je leerlingen een atlas laat maken van waar dieren uit de dierentuin in het wild leven en hoe ze daar leven, een project waarbij de bouwwerken van een architect getoond worden met daarbij een beschrijving wat er bijzonder is aan die bouwwerken, een project waarbij werken van Shakespeare getoond worden op de plaats waar ze zich afspelen enz. Wil je meer projecten opzetten die onafhankelijk van elkaar zijn, dan doe je er verstandig aan om per project een account aan te maken.
Een nadeel van MapSkip vind ik dat je plaatsen & stories die je als docent hebt aangemaakt, niet kan verwijderen; je kan alleen de naam en de tekst van het verhaal bewerken. De plaatsen/stories van je leerlingen kan je wel op onzichtbaar zetten, maar een optie om door jouzelf of door je leerlingen gemaakte plaatsen en verhalen te verwijderen, zou ik een welkome aanvulling vinden. Maar dat zou mij er niet van weerhouden om MapSkip in te zetten voor de les.
Labels:
aardrijkskunde,
beeldende vakken,
biologie,
geschiedenis,
taalonderwijs
donderdag 14 juni 2012
Young Science Investigators: Cool Creations
Wie kinderen wil laten spelen met (en leren over) techniek, kan op internet een heleboel leuke sites vinden. Vandaag kwam ik terecht op de educatieve site van BP (BPES), waar zowel voor het basis- als voor het voortgezet onderwijs lessen zijn te vinden over allerlei technische onderwerpen.
Bij de lessen voor het voortgezet onderwijs ligt het accent op zaken waar BP zich mee bezig houdt, c.q. waar ze zich graag mee willen presenteren: energie, duurzaamheid, klimaatproblemen en -oplossingen, chemie en ondernemerschap. In de lessen voor het basisonderwijs komen ook andere zaken aan bod: je vindt er ook filmpjes, animaties en zelfbouwtips over met name fysische onderwerpen, zoals krachten, trillingen en elektriciteitsleer.
Omdat het materiaal Engelstalig is, is het vaak niet direct voor leerlingen bruikbaar. Maar voor de docent zal dat waarschijnlijk geen probleem zijn. En dan is de BP-site echt de moeite waard, met name voor het basisonderwijs. Vooral de 'Cool Creations' van de 'Young Science Investigators' spreken mij aan. Je vindt er tips voor lessen over hoe je leerlingen kunt leren over trillingen en geluid door ze een gitaar te laten maken, een les over torens bouwen van papier, over hoe je een karretje kan bouwen met echte wielen en assen, of - voor wie nog iets verder is - een elektrische helicopter enz. Bij elke les vind je uitleg over hoe je het voorwerp kan maken en plaatjes van verschillende variaties op het voorwerp. Ook is er bij elke les een animatie die laat zien waar zich in het bouwproces problemen kunnen voordoen. De animaties zijn bestemd voor de leerlingen, maar omdat ze Engelstalig zijn kan je ze daarvoor niet gebruiken. Wel kan je ze als leerkracht zelf gebruiken om het gesprek met leerlingen aan te gaan, bijv. over waarom het van belang is om eerst een ontwerp te maken voordat je gaat bouwen, hoe je je bouwsel kan testen en verbeteren, over hoe je snaren hoger en lager kan laten klinken, enz.
Sommige lessen zijn al bruikbaar voor leerlingen van groep 3; andere lessen zijn meer geschikt voor leerlingen van groep 6. Maar je kan natuurlijk ook zelf de lessen iets aanpassen.
Om van alle mogelijkheden (dus bijv. ook de werkbladen) gebruik te maken, moet je een gratis login aanmaken. Op zich wel de moeite waard, vind ik, omdat je met de tips op deze site heel wat lesmateriaal hebt voor de technieklessen en voor de creatieve vakken. Maar zonder login kan je er ook in komen: dan moet je creatief knippen en plakken met de links. Hieronder beschrijf ik hoe dat moet. Zo leidt deze link zonder mankeren naar het lesmateriaal over elektriciteit, krachten en materiaalsoorten, deze naar een onderdeel met onderzoeken en proefjes, en deze naar de hierboven besproken 'Cool Creations'. Het is niet zoals BP het bedoeld heeft, maar blijkbaar vinden ze het ook niet zo belangrijk dat ze het strikt afschermen ;-)
N.B. Creatief knippen en plakken met de links doe je zo:
Bij de lessen voor het voortgezet onderwijs ligt het accent op zaken waar BP zich mee bezig houdt, c.q. waar ze zich graag mee willen presenteren: energie, duurzaamheid, klimaatproblemen en -oplossingen, chemie en ondernemerschap. In de lessen voor het basisonderwijs komen ook andere zaken aan bod: je vindt er ook filmpjes, animaties en zelfbouwtips over met name fysische onderwerpen, zoals krachten, trillingen en elektriciteitsleer.
Omdat het materiaal Engelstalig is, is het vaak niet direct voor leerlingen bruikbaar. Maar voor de docent zal dat waarschijnlijk geen probleem zijn. En dan is de BP-site echt de moeite waard, met name voor het basisonderwijs. Vooral de 'Cool Creations' van de 'Young Science Investigators' spreken mij aan. Je vindt er tips voor lessen over hoe je leerlingen kunt leren over trillingen en geluid door ze een gitaar te laten maken, een les over torens bouwen van papier, over hoe je een karretje kan bouwen met echte wielen en assen, of - voor wie nog iets verder is - een elektrische helicopter enz. Bij elke les vind je uitleg over hoe je het voorwerp kan maken en plaatjes van verschillende variaties op het voorwerp. Ook is er bij elke les een animatie die laat zien waar zich in het bouwproces problemen kunnen voordoen. De animaties zijn bestemd voor de leerlingen, maar omdat ze Engelstalig zijn kan je ze daarvoor niet gebruiken. Wel kan je ze als leerkracht zelf gebruiken om het gesprek met leerlingen aan te gaan, bijv. over waarom het van belang is om eerst een ontwerp te maken voordat je gaat bouwen, hoe je je bouwsel kan testen en verbeteren, over hoe je snaren hoger en lager kan laten klinken, enz.
Sommige lessen zijn al bruikbaar voor leerlingen van groep 3; andere lessen zijn meer geschikt voor leerlingen van groep 6. Maar je kan natuurlijk ook zelf de lessen iets aanpassen.
Om van alle mogelijkheden (dus bijv. ook de werkbladen) gebruik te maken, moet je een gratis login aanmaken. Op zich wel de moeite waard, vind ik, omdat je met de tips op deze site heel wat lesmateriaal hebt voor de technieklessen en voor de creatieve vakken. Maar zonder login kan je er ook in komen: dan moet je creatief knippen en plakken met de links. Hieronder beschrijf ik hoe dat moet. Zo leidt deze link zonder mankeren naar het lesmateriaal over elektriciteit, krachten en materiaalsoorten, deze naar een onderdeel met onderzoeken en proefjes, en deze naar de hierboven besproken 'Cool Creations'. Het is niet zoals BP het bedoeld heeft, maar blijkbaar vinden ze het ook niet zo belangrijk dat ze het strikt afschermen ;-)
N.B. Creatief knippen en plakken met de links doe je zo:
- Klik met je rechtermuisknop op de link van de les waar je naar toe wilt. Kies voor 'hyperlink kopiëren'. Je krijgt dan een link die er ongeveer zo uitziet javascript:openInPopup('liveassets/bp_internet/bpes_new/bpes_new_uk/STAGING/protected_assets/flash/primary_resources/ysi_project_kit/index.html','600','800')
- Knip van deze link het voorste deel af, tot aan het enkele aanhalingsteken → javascript:openInPopup('
- Knip vervolgens het achterste deel van de link af: alles wat staat achter .html →','600','800')
- Plak wat nu overblijft achter www.bp.com/. Je link komt er dan ongeveer zo uit te zien: www.bp.com/liveassets/bp_internet/bpes_new/bpes_new_uk/STAGING/protected_assets/flash/primary_resources/ysi_project_kit/index.html.
- Plak deze link in je browser: klaar!
Labels:
beeldende vakken,
techniek
maandag 11 juni 2012
Vernieuwen roept weerstand op
Mensen houden vaak niet van veranderen. Dat betekent dat als je in het onderwijs vernieuwingen door wilt voeren, je vaak te maken krijgen met weerstand. Daarom is het lastig als mensen verplicht worden te vernieuwen. 'We doen het al jaren zo, en het gaat toch altijd goed?', 'ik zie het nut er niet van in, van al die vernieuwingen' of 'bewijs eerst maar eens dat die nieuwe aanpak beter is dan de oude', zijn zaken die je vaak te horen krijgt als mensen tegen hun wil in moeten vernieuwen. We kennen het verschijnsel van weerstand tegen vernieuwingen allemaal en er zijn dan ook allerlei cursussen waarin mensen die willen vernieuwen, leren hoe ze om kunnen gaan met weerstand.
Maar wie onderwijs wil vernieuwen moet niet alleen rekening houden met weerstand van volwassenen: ook leerlingen staan niet altijd te springen als ze verplicht worden om ander onderwijs te volgen. Een filmpje maken in plaats van een werkstuk kost meer tijd, als je moet samenwerken met medeleerlingen is de kans reëel dat de anderen een andere inzet hebben dan jijzelf, en betekenisvol onderwijs klinkt interessant, maar als je voor je eindexamen je kan beperken tot het vak, dan wil je liever niet investeren in het begrijpen hoe de samenhang is met andere vakken. En helemaal onbegrijpelijk vind ik die argumenten niet: leerlingen worden immers maar heel beperkt (tot niet) afgerekend op zaken die in allerlei vernieuwende onderwijsvormen zo belangrijk zijn: leren leren, samenwerken, communicatieve vaardigheden enz.
Ik heb in het verleden diverse malen leerlingen gevraagd hoe ze onderwijs willen hebben. Eén van de vragen die ik ze stelde was of ze liever hun lessen zouden willen hebben in de vorm van een game of liever 'gewoon' klassikaal. Bijna altijd was het antwoord dat ze gamen wel leuk vonden, maar veel te weinig effectief en dat ze daarom liever gewone lessen wilden. Argumenten dat je van een goede serious game meer leert dan alleen de lesstof, dat gamen zo leuk is dat je niet in de gaten hebt dat het tijd kost en dat je het geleerde beter kan toepassen in de praktijk, konden ze niet overtuigen. Pas als ze een keer bezig waren met een goede (serious) game, dan veranderden ze nogal eens van mening.
Ik denk dat we bij onderwijsvernieuwingen te weinig rekening houden met de weerstand van leerlingen. Wie onderwijs wil innoveren moet niet alleen weerstand wegnemen bij directie, staf, onderwijsgevend en onderwijsondersteunend personeel, maar ook bij leerlingen, omdat anders de weerstand van de leerlingen leidt tot hernieuwde of versterkte weerstand bij onderwijsgevend en onderwijsondersteunend personeel. En leerlingen bij de start van een vernieuwing niet overtuigd zijn van het nut en de noodzaak daarvan, zullen zeker niet bijdragen aan de resultaten van vernieuwingen, ook als leerlingen achteraf aangeven dat de nieuwe aanpak hen goed bevallen is.
Afbeelding van toffehoff, gepubliceerd onder CC-by-sa.
Maar wie onderwijs wil vernieuwen moet niet alleen rekening houden met weerstand van volwassenen: ook leerlingen staan niet altijd te springen als ze verplicht worden om ander onderwijs te volgen. Een filmpje maken in plaats van een werkstuk kost meer tijd, als je moet samenwerken met medeleerlingen is de kans reëel dat de anderen een andere inzet hebben dan jijzelf, en betekenisvol onderwijs klinkt interessant, maar als je voor je eindexamen je kan beperken tot het vak, dan wil je liever niet investeren in het begrijpen hoe de samenhang is met andere vakken. En helemaal onbegrijpelijk vind ik die argumenten niet: leerlingen worden immers maar heel beperkt (tot niet) afgerekend op zaken die in allerlei vernieuwende onderwijsvormen zo belangrijk zijn: leren leren, samenwerken, communicatieve vaardigheden enz.
Ik heb in het verleden diverse malen leerlingen gevraagd hoe ze onderwijs willen hebben. Eén van de vragen die ik ze stelde was of ze liever hun lessen zouden willen hebben in de vorm van een game of liever 'gewoon' klassikaal. Bijna altijd was het antwoord dat ze gamen wel leuk vonden, maar veel te weinig effectief en dat ze daarom liever gewone lessen wilden. Argumenten dat je van een goede serious game meer leert dan alleen de lesstof, dat gamen zo leuk is dat je niet in de gaten hebt dat het tijd kost en dat je het geleerde beter kan toepassen in de praktijk, konden ze niet overtuigen. Pas als ze een keer bezig waren met een goede (serious) game, dan veranderden ze nogal eens van mening.
Ik denk dat we bij onderwijsvernieuwingen te weinig rekening houden met de weerstand van leerlingen. Wie onderwijs wil innoveren moet niet alleen weerstand wegnemen bij directie, staf, onderwijsgevend en onderwijsondersteunend personeel, maar ook bij leerlingen, omdat anders de weerstand van de leerlingen leidt tot hernieuwde of versterkte weerstand bij onderwijsgevend en onderwijsondersteunend personeel. En leerlingen bij de start van een vernieuwing niet overtuigd zijn van het nut en de noodzaak daarvan, zullen zeker niet bijdragen aan de resultaten van vernieuwingen, ook als leerlingen achteraf aangeven dat de nieuwe aanpak hen goed bevallen is.
Afbeelding van toffehoff, gepubliceerd onder CC-by-sa.
Labels:
overig
woensdag 6 juni 2012
Motivatie-elementen in games
Wie wel eens heeft eens heeft gegamed, weet dat die activiteit behoorlijk verslavend kan zijn. En dat geldt niet alleen voor de hardcore gamer die uren bezig is om games als Bioshock en The Elder Scrolls te doorgronden, maar ook voor de casual gamer die niet kan ophouden met spelletjes als Draw Something, Where's my Water en het aloude Tetris dat op alle platformen te spelen is. Voordat je er erg in hebt, speel je veel langer dan je wilde en moet je je uiterste best doen om de (verloren) tijd weer in te halen.
Hoe doen ze dat toch, die spellenmakers? Is het de vormgeving, de beloning, de competitie? En kunnen we daar ook wat mee in het onderwijs? Want in het onderwijs willen we natuurlijk ook heel graag leerlingen die ongemerkt langer bezig zijn met de leerstof!
Zoals ik al vaker heb geschreven, denk ik dat we veel kunnen leren van gamedesigners. Daarvoor hoef je niet van je hele onderwijs een spel te maken, maar je kan wel gebruik maken van een aantal elementen van games. Hieronder een paar tips hoe je de motivatie van leerlingen kan verhogen door gebruik te maken van game-elementen.
Tot slot wat reclame: Wil je meer weten over gamificiation en met je collega's aan de slag hoe je leren kan brengen als spel, dan verzorg ik (in het volgende schooljaar) graag een workshop.
Afbeelding van Wesley Fryer, gepubliceerd onder CC-by-sa.
Hoe doen ze dat toch, die spellenmakers? Is het de vormgeving, de beloning, de competitie? En kunnen we daar ook wat mee in het onderwijs? Want in het onderwijs willen we natuurlijk ook heel graag leerlingen die ongemerkt langer bezig zijn met de leerstof!
Zoals ik al vaker heb geschreven, denk ik dat we veel kunnen leren van gamedesigners. Daarvoor hoef je niet van je hele onderwijs een spel te maken, maar je kan wel gebruik maken van een aantal elementen van games. Hieronder een paar tips hoe je de motivatie van leerlingen kan verhogen door gebruik te maken van game-elementen.
- In games kan je vaak objecten uitwisselen met je medespelers: een auto om sneller te rijden, tegen een radar die je de weg wijst. Doe dat ook in het onderwijs: laat leerlingen informatie, opdrachten, delen van werkstukken enz. uitwisselen met elkaar,
- In een spel is het superfrustrerend als je de eindstreep niet kan halen omdat je struikelt op één onderdeeltje. In het onderwijs is dat niet anders. Als een leerling slecht is in één onderdeel van de leerstof, biedt hem dan alternatieven om op een andere manier dat punt te scoren. Leg de stof op een andere manier uit (via een filmpje), vraag een medeleerling om te helpen, bedenk andere opdrachten: er zijn vele wegen die naar Rome leiden.
- Geef niet alleen één grote beloning aan het einde van de rit, maar ook veel tussentijdse beloningen.
- Een goed cijfer is een beloning maar misschien zijn er ook andere manieren om leerlingen te belonen. Vraag leerlingen of ze ideeën hebben daarover en wees zelf ook creatief. Een andere manier van lesgeven, tijd vrijmaken voor huiswerk, een speciale opdracht, een andere rol of taak in de klas of in de school: er is van alles mogelijk.
- Geef onverwacht eens iets 'zomaar' weg: dat houdt spelers (en ook leerlingen) alert.
- Geef de leerling zicht op zijn eigen leerproces en hoe zich dat verhoudt tot anderen. Maak een 'leaderboard' waarin je niet alleen de cijfers bijhoudt, maar ook andere aspecten waarin de leerling presteert, bijv. samenwerking, originaliteit, sociaal gedrag enz.
- Geef de leerling controle over het traject dat hij doorloopt om de eindstreep te halen. Biedt de mogelijkheid om te versnellen of te vertragen, andere of meer of minder opdrachten te maken, de stof op een andere manier uitgelegd te krijgen enz. Sta hierin ruilhandel toe: een moeilijker opdracht voor het een kan geruild worden voor een minder tijdrovende opdracht later enz.
- Beloon enerzijds samenwerking en stimuleer anderzijds competitie. Laat leerlingen bijvoorbeeld in groepen werken tegen elkaar en geef ieder groepslid een eigen rol waarin hij zijn talenten kan inzetten.
- Hoe echter hoe beter! Laat leerlingen iets doen waarmee ze ook buiten de school 'scoren'. Misschien zijn er bedrijven in de buurt waarvoor ze een opdracht kunnen uitvoeren. Bijvoorbeeld een filmpje voor de VVV over de geschiedenis van het dorp, een reclamecampagne bedenken en uitvoeren voor de literatuurwedstrijd van de openbare bibliotheek: er zijn vast organisaties die graag gebruik maken van de creativiteit van de leerlingen en de kennis die ze hebben over wat jongeren interessant vinden.
- Breng variatie in de vormgeving: wissel teksten af met audio en video, leer in de klas en daarbuiten, en online en offline.
- Hou de spanning in het leren: door activiteiten binnen een bepaalde tijd uit te laten voeren, onverwachte wendingen te creëren (ga door met het werk van je buurman), een gokelement te introduceren (je mag inzetten op je eigen prestatie: raad je je cijfer goed, dan krijg je een punt extra), enz.
Tot slot wat reclame: Wil je meer weten over gamificiation en met je collega's aan de slag hoe je leren kan brengen als spel, dan verzorg ik (in het volgende schooljaar) graag een workshop.
Afbeelding van Wesley Fryer, gepubliceerd onder CC-by-sa.
Labels:
gamification
maandag 4 juni 2012
Sociale media: we moeten de taal wel leren begrijpen
![]() |
| gebroeders Lumière |
Ik moet eerlijk zeggen dat ik dat probleem helemaal herken: ik vraag me soms ook wel eens af hoe het komt dat alle mensen die ik volg via de sociale media (want het probleem zit natuurlijk niet alleen bij Facebook, maar bij alle sociale media) zoveel leuke dingen beleven, terwijl ikzelf, naast alle ups, ook de nodige downs heb.
Maar dat maakt me nog geen tegenstander van sociale media. Integendeel: het maakt me tot een voorstander omdat ik zie dat als je sociale media leert begrijpen, ze ook positieve kanten hebben. Met sociale media kan je bijvoorbeeld iemand snel even informeren, je kan anderen om hulp vragen, bijblijven wat er gebeurt met neven en nichten: ik vind het handig en leuk. Maar je kan die positieve kanten alleen ten volle benutten als je het medium goed snapt. Inderdaad: je moet niet denken dat Facebook gelijk is aan het gewone leven, je moet op Twitter niet hetzelfde vertellen als bij de winkel op de hoek en je laat op YouTube niet dezelfde filmpjes zien als tijdens een familiereünie.
Maar dat is iets wat we natuurlijk allang weten: mediawijsheid heeft alles te maken met het snappen van de taal van de verschillende media. Het meest sprekende voorbeeld dat ik daarvan ken is de film. Toen de eerste films aan het grote publiek werden vertoond, snapten de mensen daar helemaal niets van. Het leek allemaal zo realistisch! Het verhaal gaat dat bij de vertoning van de film 'L'Arrivee d'un Train en Gare de la Ciotat' van de gebroeders Lumière over een trein die het station binnenkomt, de mensen in paniek raakten omdat ze dachten dat de trein de zaal inreed. Of dit zich echt zo heeft afgespeeld of niet, daar wordt nog over gediscussieerd, maar dat we beeldtaal hebben moeten leren verstaan om film te kunnen begrijpen, daar zal iedereen het over eens zijn. Gelukkig heeft dat er niet toe geleid dat we de film hebben verbannen, al waren er wel mensen die dat wilden. We hebben inmiddels geleerd om beelden te interpreteren en film is een waardevolle aanvulling geworden op onze cultuur.
Ik heb goede hoop dat over een aantal jaren de paniek over Facebook en andere sociale media geluwd zal zijn en dat we - net als van film - kunnen genieten van de virtuele beelden die we via sociale media binnenkrijgen.
Labels:
mediawijsheid
donderdag 24 mei 2012
Is bewijs wel nodig?
Gisteren was ik bij de de jaarlijkse conferentie over ‘Wat werkt met ict in het onderwijs’. Een meer dan overvol programma, vol met (onder andere) pitches over onderzoeken naar de toegevoegde waarde van ICT.
De uitkomsten van die onderzoeken waren gevarieerd: soms werd geen effect gemeten, soms werd positief effect gemeten en soms werd geconstateerd dat er te weinig gegevens waren om zinvolle conclusies te trekken. Wat me daarbij opviel was dat als geen effect werd gemeten, er steeds gezocht werd naar verklaringen voor het uitblijven van dat positieve effect. Ik kan me geen pitch herinneren waar gezocht was naar oorzaken voor het uitblijven van negatieve effecten van ICT-gebruik, terwijl ik denk dat (ook) daarvoor wel bewijs gevonden kan worden. Voor zover overigens van 'bewijs' gesproken kan worden: zoals Han van der Maas vertelde in zijn presentatie, is het voor het bewijzen van oorzaak en gevolg, nodig dat onderzoek gerandomiseerd en dubbelblind wordt uitgevoerd. Voor het onderwijs in feite een onhaalbare zaak.
We komen niet verder dan de constatering dat ICT leren leuker, beter, effectiever kan maken als dat wordt gedaan met een goed werkende ICT-toepassing, passend bij de behoefte van de leerling, met de juiste didactische aanpak, begeleid door een kundige docent, en aansluitend op de visie van de school. Tsja, en die conclusie kan ik ook trekken over het gebruik van het goede oude krijtbord, een flip-over, schriftjes, een rekenlineaal enz.
Voor mij was de conclusie van de dag dan ook dat het weinig zinvol is om te willen bewijzen dat ICT werkt. Ik denk dat dat helemaal niet nodig is omdat we het volgens mij in en buiten het onderwijs allang eens zijn over een drietal andere zaken:
Daarom wil ik me aansluiten bij de uitspraak van Alfons ten Brummelhuis van Kennisnet, dat het van het grootste belang is dat docenten leren wanneer ze welk middel moeten inzetten. Dat vraagt zowel kennis van didactiek als van de gereedschappen die gebruikt kunnen worden. Zoals een timmerman precies weet voor welke klus hij welk gereedschap moet inzetten: welke hamer hij gebruikt om een spijker in hout te slaan en welke om een wig in een gat te kloppen, zo moet een docent weten welk (ict-)middel hij in kan zetten om in verschillende onderwijssituaties het beste resultaat te bereiken. Om die vakkennis te verwerven moet een docent tijd krijgen: om te leren, te oefenen en om zelf materiaal te maken. En tijd om de opgedane ervaringen uit te wisselen met collega's: niet als bewijs dat het werkt, maar als voorbeeld van een manier waarop je ICT kan inzetten.
Een goede zaak dus dat Kennisnet nu met Hogeschool Iselinge het project ‘Het Leren van de Toekomst met de Pabo’ gaat doen. Als aankomende docenten al in hun opleiding leren hoe ze ICT-gereedschappen didactisch in kunnen zetten, dan kunnen ze als ze voor de klas staan de beste gereedschappen uitkiezen!
Afbeelding van Velo Steve, gepubliceerd onder CC-by-sa.
De uitkomsten van die onderzoeken waren gevarieerd: soms werd geen effect gemeten, soms werd positief effect gemeten en soms werd geconstateerd dat er te weinig gegevens waren om zinvolle conclusies te trekken. Wat me daarbij opviel was dat als geen effect werd gemeten, er steeds gezocht werd naar verklaringen voor het uitblijven van dat positieve effect. Ik kan me geen pitch herinneren waar gezocht was naar oorzaken voor het uitblijven van negatieve effecten van ICT-gebruik, terwijl ik denk dat (ook) daarvoor wel bewijs gevonden kan worden. Voor zover overigens van 'bewijs' gesproken kan worden: zoals Han van der Maas vertelde in zijn presentatie, is het voor het bewijzen van oorzaak en gevolg, nodig dat onderzoek gerandomiseerd en dubbelblind wordt uitgevoerd. Voor het onderwijs in feite een onhaalbare zaak.
We komen niet verder dan de constatering dat ICT leren leuker, beter, effectiever kan maken als dat wordt gedaan met een goed werkende ICT-toepassing, passend bij de behoefte van de leerling, met de juiste didactische aanpak, begeleid door een kundige docent, en aansluitend op de visie van de school. Tsja, en die conclusie kan ik ook trekken over het gebruik van het goede oude krijtbord, een flip-over, schriftjes, een rekenlineaal enz.
Voor mij was de conclusie van de dag dan ook dat het weinig zinvol is om te willen bewijzen dat ICT werkt. Ik denk dat dat helemaal niet nodig is omdat we het volgens mij in en buiten het onderwijs allang eens zijn over een drietal andere zaken:
- het is van belang dat we variatie brengen in het onderwijs: we leren nu eenmaal allemaal op andere manieren en bijna niemand vindt het leuk om dingen altijd maar op dezelfde manier te doen.
- ICT biedt mogelijkheden om variatie te brengen in het onderwijs.
- omdat we onze leerlingen goed willen toerusten voor de maatschappij en omdat in de maatschappij op alle mogelijke manieren gebruik wordt gemaakt van ICT, moeten we in het onderwijs ook gebruik maken van ICT.
Daarom wil ik me aansluiten bij de uitspraak van Alfons ten Brummelhuis van Kennisnet, dat het van het grootste belang is dat docenten leren wanneer ze welk middel moeten inzetten. Dat vraagt zowel kennis van didactiek als van de gereedschappen die gebruikt kunnen worden. Zoals een timmerman precies weet voor welke klus hij welk gereedschap moet inzetten: welke hamer hij gebruikt om een spijker in hout te slaan en welke om een wig in een gat te kloppen, zo moet een docent weten welk (ict-)middel hij in kan zetten om in verschillende onderwijssituaties het beste resultaat te bereiken. Om die vakkennis te verwerven moet een docent tijd krijgen: om te leren, te oefenen en om zelf materiaal te maken. En tijd om de opgedane ervaringen uit te wisselen met collega's: niet als bewijs dat het werkt, maar als voorbeeld van een manier waarop je ICT kan inzetten.
Een goede zaak dus dat Kennisnet nu met Hogeschool Iselinge het project ‘Het Leren van de Toekomst met de Pabo’ gaat doen. Als aankomende docenten al in hun opleiding leren hoe ze ICT-gereedschappen didactisch in kunnen zetten, dan kunnen ze als ze voor de klas staan de beste gereedschappen uitkiezen!
Afbeelding van Velo Steve, gepubliceerd onder CC-by-sa.
Labels:
overig
woensdag 23 mei 2012
Ingeblikte docent
Gisteren vertelde ik over de TedTalk van Paul Andersen, een biologiedocent aan de Bozeman High School in de VS. Om zelfstandig werken bij zijn leerlingen te stimuleren, heeft hij heel veel videolessen gemaakt, waarin hij de leerstof uitlegt. Die lessen kunnen zijn leerlingen gebruiken als hij er zelf niet is om uitleg te geven: een soort 'ingeblikte docent' dus. En natuurlijk heeft hij van dat maken van die videolessen ook weer een videoles gemaakt. Een erg duidelijke uitleg, vind ik zelf.
Helaas werkt Paul alleen met een Mac en niet alle software die hij gebruikt is ook beschikbaar voor een windows p.c. Daarom heb ik geprobeerd om - min of meer - gelijkwaardige equivalenten te vinden van de tools waarmee hij werkt: Keynote (een diapresentatieprogramma), Omnidazzle (een programma waarmee je aantekeningen kan maken op je scherm), en Screenflow: een programma waarmee je vast kan leggen wat op je scherm te zien is, inclusief de beelden die opgenomen worden door de (ingebouwde) webcam en de geluiden die opgenomen worden via de (ingebouwde) microfoon van je laptop.
Om soortgelijke screencasts te maken als Paul, maar dan op een windows p.c., kan je bijvoorbeeld gebruik maken van de volgende programma's:
Afbeelding van ednl, gepubliceerd onder CC-by.
Helaas werkt Paul alleen met een Mac en niet alle software die hij gebruikt is ook beschikbaar voor een windows p.c. Daarom heb ik geprobeerd om - min of meer - gelijkwaardige equivalenten te vinden van de tools waarmee hij werkt: Keynote (een diapresentatieprogramma), Omnidazzle (een programma waarmee je aantekeningen kan maken op je scherm), en Screenflow: een programma waarmee je vast kan leggen wat op je scherm te zien is, inclusief de beelden die opgenomen worden door de (ingebouwde) webcam en de geluiden die opgenomen worden via de (ingebouwde) microfoon van je laptop.
Om soortgelijke screencasts te maken als Paul, maar dan op een windows p.c., kan je bijvoorbeeld gebruik maken van de volgende programma's:
- presentatiesoftware:
- diapresentatiesoftware die je op je eigen p.c. draait, zoals PowerPoint of Impress (van OpenOffice),
- online presentatietools, bijv. Prezi, Popplet of Glogster,
- annotatiesoftware:
- betaalde tools, zoals Ink2Go, Presentation Assistent of Presentation Pointer
- gratis tools, zoals ZoomIt en Screenmarker,
- screencast-/weblecturesoftware:
- Screencast-O-Matic (zonder gebruik webcam),
- ePitch-tv,
- Zipcast van Slideshare,
- present.me.
Afbeelding van ednl, gepubliceerd onder CC-by.
Labels:
web 2.0
dinsdag 22 mei 2012
Gamification: niets nieuws maar wel steeds beter
Gamification - het toepassen van gamedesign-principes op niet-game-activiteiten - is hot. Grappig, vind ik, want het idee om van saaie, alledaagse activiteiten een spelletje te maken is al heel oud en wordt al jaren gebruikt in allerlei sectoren. Toen ik op de middelbare school zat, deed mijn docent Engels in de laatste les voor de vakantie als regel iets van een quiz (prijs: muntjes voor de koffie-automaat), bij de Efteling werd het weggooien van je snoeppapiertjes leuk gemaakt door Hollebolle Gijs ('papier hier') en met de Flipje van Tiel-puzzel (van de jam: bestaat die nog?) kon je leuke prijzen winnen.
Maar ik ben wel blij met alle aandacht voor gamification: niet omdat het nieuw is, maar omdat we steeds meer inzicht krijgen in hoe games werken en hoe spelplezier en flow (het helemaal opgaan in iets) ontstaan. En door de kennis over games toe te passen op onderwijs, kunnen we ons onderwijs verbeteren. Dat dat niet zonder slag of stoot gaat, bewijst dit verhaal van Paul Andersen, een docent in de VS. Hij 'verspelde' zijn biologielessen en liet leerlingen zelfstandig spelen/leren. Hij is enthousiast over het resultaat, maar signaleert ook een aantal problemen bij zijn aanpak van onderwijs:
Maar ik ben wel blij met alle aandacht voor gamification: niet omdat het nieuw is, maar omdat we steeds meer inzicht krijgen in hoe games werken en hoe spelplezier en flow (het helemaal opgaan in iets) ontstaan. En door de kennis over games toe te passen op onderwijs, kunnen we ons onderwijs verbeteren. Dat dat niet zonder slag of stoot gaat, bewijst dit verhaal van Paul Andersen, een docent in de VS. Hij 'verspelde' zijn biologielessen en liet leerlingen zelfstandig spelen/leren. Hij is enthousiast over het resultaat, maar signaleert ook een aantal problemen bij zijn aanpak van onderwijs:
- als je leerlingen zelfstandig laat leren, kan je ze niet helemaal loslaten. Je moet erbij blijven om ze - waar nodig - te helpen de goede weg te vinden,
- in een frontaal-klassikale les krijgen leerlingen de informatie aangereikt van hun docent, die de stof uit het leerboek smeuïg maakt, verklaart en voorziet van voorbeelden. Wanneer je leerlingen zelfstandig laat leren, ligt het voor de hand dat je ze zelfstandig teksten laat lezen. Maar leerlingen hebben vaak moeite met (kritisch) lezen. Je zult dus een andere manier moeten vinden om informatie aan te bieden of leerlingen moeten helpen om te lezen,
- zelfstandig leren moet niet hetzelfde zijn als leren in je eentje: leren met en van elkaar maakt leren leuker en beter.
Labels:
gamification
maandag 14 mei 2012
Burgerschap
Mediawijsheid is een term die door de Raad voor Cultuur in 2005 voor het eerst werd genoemd in een advies dat ze uitbrachten aan het Ministerie van OCW. Met dit woord bedoelden zij: "het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld".
De invoering van die nieuwe term betekende een verbreding van de term die tot dat moment werd gebruikt: media-educatie. Mediawijsheid had alles te maken met burgerschap: om in onze maatschappij volwaardig te kunnen participeren, is kennis van media voorwaarde.
Inmiddels is het al weer 7 jaar geleden dat de Raad voor Cultuur haar advies uitbracht. En ook al heeft mediawijsheid nog lang niet in alle scholen (en bij andere betrokken instanties) vorm gekregen, wel is er een algemeen bewustzijn dat het leren omgaan met en het gebruik van media iets is wat je niet vanzelf leert en waar we aandacht aan moeten besteden. En dat geldt ook voor burgerschap: veel scholen besteden er aandacht aan, maar er zijn maar weinig scholen die een visie hebben geformuleerd hoe ze dit onderwerp aan de orde laten komen. En daarbij denk ik dat we inmiddels niet meer alleen moeten denken over burgerschap in onze Nederlandse maatschappij, maar over burgerschap internationaal: wereldburgerschap.
Ik was daarom blij met de aankondiging van de Trainings- en netwerkdag Wereldburgerschap en Onderwijs die op 13 juni georganiseerd wordt door het NCDO in Amsterdam. Op het programma staat o.a. een sessie over ICT en internet. Op de trainingsdag zullen ook de resultaten gepresenteerd worden van een onderzoek dat door het NCDO is uitgevoerd naar wereldburgerschap in het primair en voortgezet onderwijs.
De bijeenkomst vindt plaats op op woensdag 13 juni en duurt van 14.00-19.00 uur. Er zijn plenaire en parallel(luister)sessies, er zijn doesessies en een informatiemarkt en tijdens het eten zijn er discussiesessies. Ruimte genoeg om kennis te halen en te delen.
Volgens de flyer is de bijeenkomst bedoeld voor 'iedereen met interesse in wereldburgerschap in het onderwijs'. Maar ik denk dat die ook van belang is voor iedereen die zich bezighoudt met mediawijsheid. Want mediawijsheid is echt onlosmakelijk verbonden met (wereld)burgerschap!
De invoering van die nieuwe term betekende een verbreding van de term die tot dat moment werd gebruikt: media-educatie. Mediawijsheid had alles te maken met burgerschap: om in onze maatschappij volwaardig te kunnen participeren, is kennis van media voorwaarde.
Inmiddels is het al weer 7 jaar geleden dat de Raad voor Cultuur haar advies uitbracht. En ook al heeft mediawijsheid nog lang niet in alle scholen (en bij andere betrokken instanties) vorm gekregen, wel is er een algemeen bewustzijn dat het leren omgaan met en het gebruik van media iets is wat je niet vanzelf leert en waar we aandacht aan moeten besteden. En dat geldt ook voor burgerschap: veel scholen besteden er aandacht aan, maar er zijn maar weinig scholen die een visie hebben geformuleerd hoe ze dit onderwerp aan de orde laten komen. En daarbij denk ik dat we inmiddels niet meer alleen moeten denken over burgerschap in onze Nederlandse maatschappij, maar over burgerschap internationaal: wereldburgerschap.
Ik was daarom blij met de aankondiging van de Trainings- en netwerkdag Wereldburgerschap en Onderwijs die op 13 juni georganiseerd wordt door het NCDO in Amsterdam. Op het programma staat o.a. een sessie over ICT en internet. Op de trainingsdag zullen ook de resultaten gepresenteerd worden van een onderzoek dat door het NCDO is uitgevoerd naar wereldburgerschap in het primair en voortgezet onderwijs.
De bijeenkomst vindt plaats op op woensdag 13 juni en duurt van 14.00-19.00 uur. Er zijn plenaire en parallel(luister)sessies, er zijn doesessies en een informatiemarkt en tijdens het eten zijn er discussiesessies. Ruimte genoeg om kennis te halen en te delen.
Volgens de flyer is de bijeenkomst bedoeld voor 'iedereen met interesse in wereldburgerschap in het onderwijs'. Maar ik denk dat die ook van belang is voor iedereen die zich bezighoudt met mediawijsheid. Want mediawijsheid is echt onlosmakelijk verbonden met (wereld)burgerschap!
Labels:
mediawijsheid
donderdag 10 mei 2012
Informatievaardigheden verwerven: hoe pak je dat aan?
Afgelopen week kreeg ik van een docent de vraag of er een uitputtende cursus is voor het aanleren van informatievaardigheden door leerlingen van het V(MB)O. Op zijn school willen ze daaraan meer aandacht gaan besteden. Een goede zaak, want zoals alle docenten wel weten zijn de vaardigheden van leerlingen op dat gebied vaak erg beperkt. Dat geldt voor alle fasen van het proces van informatievaardigheden: vanaf het afbakenen van de vraag, via het bepalen van bronnen, het inzetten van de juiste zoektechnieken tot aan het beoordelen van de gevonden informatie en het vermelden welke bronnen gebruikt zijn.
Toch zijn er - voor zover ik weet - weinig tot geen complete cursussen. Er zijn wel boeken over zoeken en vinden op internet, maar die zijn niet geschreven voor leerlingen in het VMBO. Bibliotheken hebben verschillende middelen om leerlingen te leren zoeken, zoals de Webdetective en Zoeken en Vinden van de Haagse bibliotheek, voor onderbouw, VMBO en HAVO/VWO. Maar Webdetective vind ik verouderd en beperkt in zijn aanpak en de webpagina's van de Haagse Bibliotheek bevatten wel tips, maar daarin zit verder geen opbouw. Er zijn wel heel veel voorbeelden van lessen waarin informatievaardigheden aan de orde komen. Deze zijn o.a. te vinden op de site Medialessen, via Wikiwijs (bijv. het mediawijsheidcurriculum van het Thorbeckecollege, waarin veel aandacht wordt besteed aan beeldbronnen) en op de site van Kennisnet.
Aparte cursus of integratie in de vakken?
Maar ik denk ook dat het verwerven van informatievaardigheden in één afgeronde cursus weinig zinvol is. Het risico is dan namelijk groot dat wat geleerd wordt in zo'n cursus door de leerlingen niet wordt toegepast in de andere settings en vakken, zoals je dat ook vaak ziet gebeuren wanneer studievaardigheden als apart vak wordt aangeboden aan leerlingen. Daarnaast is informatievaardigheden geen statisch vak, maar iets wat zich voortdurend ontwikkelt omdat informatie op steeds meer plaatsen aangeboden wordt en via steeds nieuwe routes toegankelijk wordt gemaakt. Daarom heeft het mijn voorkeur om informatievaardigheden gefaseerd (met een duidelijke opbouw) en geïntegreerd in het curriculum aan te bieden, als onderdeel van de 'gewone' vakken.
Om dat te kunnen doen moeten docenten afspraken maken welke vaardigheden ze op welk moment leerlingen bij willen brengen en hoe ze dat onderwerp ook elke keer weer aan de orde laten komen in de lessen en de producten die leerlingen moeten opleveren het toepassen van die vaardigheden een soort vaste routine wordt.
Voorbeelden van lessen:
1. Bepalen van de vraag en zoektermen
Om leerlingen te leren hoe ze hun vraag kunnen afbakenen, kan je in een les een woordspin met ze maken. De woorden uit deze woordspin kunnen ze vervolgens gebruiken bij het bepalen van zoektermen die ze (via Advanced Search) combineren met behulp van de logische operatoren AND, OR en NOT. Als oefening daarbij zou je ze één van de ‘Games with a purpose’ laten spelen, bijv. ESP. In dit spel geven twee spelers onafhankelijk van elkaar trefwoorden aan een plaatje dat ze te zien krijgen. Leerlingen ervaren dan hoe moeilijk het is om een goed trefwoord te bepalen en zelf een strategie bepalen wat goede trefwoorden zijn om op te zoeken.
2. Beoordelen van bronnen
Om leerlingen kritisch te laten kijken naar de zoekresultaten kan je ze bijv. zelf een website laten maken of een stukje laten schrijven voor Wikipedia of Wikikids. Daarmee leren ze dat niet alles wat op het web staat even betrouwbaar is, en ze leren hoe ze kunnen achterhalen hoe de teksten in Wikipedia en Wikikids tot stand komen. Je kan ze ook samen een verzameling favorieten laten aanleggen (bijv. met Diigo) voor een vak of voor een onderwerp uit de leerstof en ze daarbij een beschrijving laten maken van de websites die ze zelf goed vinden volgens een vast formaat (bijv: wie is de maker van de site, wat is de inhoud, wanneer is de inhoud voor het laatst aangepast). Anderen kunnen daar dan op reageren: vinden zij die website ook goed en waarom? Voorafgaand aan het bouwen van zo’n verzameling kan je met de leerlingen bepalen welke trefwoorden ze willen gebruiken: daarmee bouw je dan direct weer voort op wat ze daarvoor hebben geleerd.
3. Verantwoorden van bronnen
Een opdracht voor het verantwoorden van de gebruikte bronnen zou kunnen zijn dat leerlingen een werkstuk moeten maken dat helemaal bestaat uit teksten van anderen. Denk bijvoorbeeld aan een onderwerp als de VOC, een leesverslag of iets over de komende verkiezingen, waarover veel op het web te vinden is. Voor het schrijven mogen ze alleen teksten gebruiken van websites (bijv. van werkstukken.nl: die site gebruiken ze immers al lang), weblogs, wiki’s enz. of in boeken of andere uitgaven. Daarbij moeten ze wel steeds opgeven waar ze die tekst hebben gevonden. Daarnaast kan je ze vragen om bij tenminste 3 stukken tekst ook andere bronnen te noemen en daarbij aan te geven waarom ze die ene bron hebben genomen en niet de alternatieve bron. Daarmee beantwoorden leerlingen vragen als waarom gebruik je een website en geen weblog, wanneer geef je de voorkeur aan Wikipedia en wanneer aan een boek en grijp je dus weer terug op het beoordelen van bronnen.
Meer vaardigheden
Natuurlijk ben je er nog lang niet met bovengenoemde lessen: om leerlingen informatievaardig te maken zal je aan meer zaken aandacht moeten besteden, bijv. kennis van (de kwaliteiten van) de verschillende (web- en folio-)bronnen, het gebruik van databases, kennis van zoekmachines en de manier waarop deze de treffers rangschikken enz. Een mooie opbouw van zoekvaardigheden vond ik bij Google. Deze set is vrij uitgebreid en ik denk dat niet alle hierin genoemde vaardigheden op alle niveaus aan de orde moeten komen, maar het overzicht kan misschien wel dienen als basis voor een eigen plan.
Afbeelding van Go Local , gepubliceerd onder CC-by-nc-nd.
Toch zijn er - voor zover ik weet - weinig tot geen complete cursussen. Er zijn wel boeken over zoeken en vinden op internet, maar die zijn niet geschreven voor leerlingen in het VMBO. Bibliotheken hebben verschillende middelen om leerlingen te leren zoeken, zoals de Webdetective en Zoeken en Vinden van de Haagse bibliotheek, voor onderbouw, VMBO en HAVO/VWO. Maar Webdetective vind ik verouderd en beperkt in zijn aanpak en de webpagina's van de Haagse Bibliotheek bevatten wel tips, maar daarin zit verder geen opbouw. Er zijn wel heel veel voorbeelden van lessen waarin informatievaardigheden aan de orde komen. Deze zijn o.a. te vinden op de site Medialessen, via Wikiwijs (bijv. het mediawijsheidcurriculum van het Thorbeckecollege, waarin veel aandacht wordt besteed aan beeldbronnen) en op de site van Kennisnet.
Aparte cursus of integratie in de vakken?
Maar ik denk ook dat het verwerven van informatievaardigheden in één afgeronde cursus weinig zinvol is. Het risico is dan namelijk groot dat wat geleerd wordt in zo'n cursus door de leerlingen niet wordt toegepast in de andere settings en vakken, zoals je dat ook vaak ziet gebeuren wanneer studievaardigheden als apart vak wordt aangeboden aan leerlingen. Daarnaast is informatievaardigheden geen statisch vak, maar iets wat zich voortdurend ontwikkelt omdat informatie op steeds meer plaatsen aangeboden wordt en via steeds nieuwe routes toegankelijk wordt gemaakt. Daarom heeft het mijn voorkeur om informatievaardigheden gefaseerd (met een duidelijke opbouw) en geïntegreerd in het curriculum aan te bieden, als onderdeel van de 'gewone' vakken.
Om dat te kunnen doen moeten docenten afspraken maken welke vaardigheden ze op welk moment leerlingen bij willen brengen en hoe ze dat onderwerp ook elke keer weer aan de orde laten komen in de lessen en de producten die leerlingen moeten opleveren het toepassen van die vaardigheden een soort vaste routine wordt.
Voorbeelden van lessen:
1. Bepalen van de vraag en zoektermen
Om leerlingen te leren hoe ze hun vraag kunnen afbakenen, kan je in een les een woordspin met ze maken. De woorden uit deze woordspin kunnen ze vervolgens gebruiken bij het bepalen van zoektermen die ze (via Advanced Search) combineren met behulp van de logische operatoren AND, OR en NOT. Als oefening daarbij zou je ze één van de ‘Games with a purpose’ laten spelen, bijv. ESP. In dit spel geven twee spelers onafhankelijk van elkaar trefwoorden aan een plaatje dat ze te zien krijgen. Leerlingen ervaren dan hoe moeilijk het is om een goed trefwoord te bepalen en zelf een strategie bepalen wat goede trefwoorden zijn om op te zoeken.
2. Beoordelen van bronnen
Om leerlingen kritisch te laten kijken naar de zoekresultaten kan je ze bijv. zelf een website laten maken of een stukje laten schrijven voor Wikipedia of Wikikids. Daarmee leren ze dat niet alles wat op het web staat even betrouwbaar is, en ze leren hoe ze kunnen achterhalen hoe de teksten in Wikipedia en Wikikids tot stand komen. Je kan ze ook samen een verzameling favorieten laten aanleggen (bijv. met Diigo) voor een vak of voor een onderwerp uit de leerstof en ze daarbij een beschrijving laten maken van de websites die ze zelf goed vinden volgens een vast formaat (bijv: wie is de maker van de site, wat is de inhoud, wanneer is de inhoud voor het laatst aangepast). Anderen kunnen daar dan op reageren: vinden zij die website ook goed en waarom? Voorafgaand aan het bouwen van zo’n verzameling kan je met de leerlingen bepalen welke trefwoorden ze willen gebruiken: daarmee bouw je dan direct weer voort op wat ze daarvoor hebben geleerd.
3. Verantwoorden van bronnen
Een opdracht voor het verantwoorden van de gebruikte bronnen zou kunnen zijn dat leerlingen een werkstuk moeten maken dat helemaal bestaat uit teksten van anderen. Denk bijvoorbeeld aan een onderwerp als de VOC, een leesverslag of iets over de komende verkiezingen, waarover veel op het web te vinden is. Voor het schrijven mogen ze alleen teksten gebruiken van websites (bijv. van werkstukken.nl: die site gebruiken ze immers al lang), weblogs, wiki’s enz. of in boeken of andere uitgaven. Daarbij moeten ze wel steeds opgeven waar ze die tekst hebben gevonden. Daarnaast kan je ze vragen om bij tenminste 3 stukken tekst ook andere bronnen te noemen en daarbij aan te geven waarom ze die ene bron hebben genomen en niet de alternatieve bron. Daarmee beantwoorden leerlingen vragen als waarom gebruik je een website en geen weblog, wanneer geef je de voorkeur aan Wikipedia en wanneer aan een boek en grijp je dus weer terug op het beoordelen van bronnen.
Meer vaardigheden
Natuurlijk ben je er nog lang niet met bovengenoemde lessen: om leerlingen informatievaardig te maken zal je aan meer zaken aandacht moeten besteden, bijv. kennis van (de kwaliteiten van) de verschillende (web- en folio-)bronnen, het gebruik van databases, kennis van zoekmachines en de manier waarop deze de treffers rangschikken enz. Een mooie opbouw van zoekvaardigheden vond ik bij Google. Deze set is vrij uitgebreid en ik denk dat niet alle hierin genoemde vaardigheden op alle niveaus aan de orde moeten komen, maar het overzicht kan misschien wel dienen als basis voor een eigen plan.
Afbeelding van Go Local , gepubliceerd onder CC-by-nc-nd.
Labels:
mediawijsheid
dinsdag 8 mei 2012
Terug van weggeweest
Het is een paar weken stil geweest op ons blog. Martijn is vertrokken naar Zuid-Afrika waar hij de komende 3 maanden een minor volgt voor zijn studie op de locatie van Stenden in Zuid-Afrika. Ik heb die kans aangegrepen om dat land te bezoeken omdat ik graag wil weten waar mijn zoon terecht komt. Daarnaast was het natuurlijk een prachtige gelegenheid om een kijkje te nemen in Zuid-Afrika, dat niet alleen overweldigend natuurschoon biedt, maar me ook fascineert door zijn cultuur en historie.
Inmiddels is Martijn begonnen aan zijn studie daar, en ik ben weer thuis, nog een nagenietend van (en peinzend over) wat ik heb gezien en beleefd. Ik heb de draad van mijn werk weer opgepakt en zal vanaf vandaag ook weer gaan schrijven in dit blog. Martijn zal voorlopig waarschijnlijk geen bijdrage meer aan leveren: hij heeft het druk met zijn studie en natuurlijk ook met het leven in zijn nieuwe omgeving.
Ik ben van plan om - net als voorheen - in de lesweken 3 dagen per week een blogpost te publiceren. Op welke dagen ik ga publiceren weet ik nog niet: dat zal afhangen van de inspiratie die ik opdoe en van de tijd die ik heb. Je zult dus niet meer elke maandag, dinsdag, woensdag en donderdag hier een blogpost vinden, maar op 3 (wisselende) dagen van de week.
Inmiddels is Martijn begonnen aan zijn studie daar, en ik ben weer thuis, nog een nagenietend van (en peinzend over) wat ik heb gezien en beleefd. Ik heb de draad van mijn werk weer opgepakt en zal vanaf vandaag ook weer gaan schrijven in dit blog. Martijn zal voorlopig waarschijnlijk geen bijdrage meer aan leveren: hij heeft het druk met zijn studie en natuurlijk ook met het leven in zijn nieuwe omgeving.
Ik ben van plan om - net als voorheen - in de lesweken 3 dagen per week een blogpost te publiceren. Op welke dagen ik ga publiceren weet ik nog niet: dat zal afhangen van de inspiratie die ik opdoe en van de tijd die ik heb. Je zult dus niet meer elke maandag, dinsdag, woensdag en donderdag hier een blogpost vinden, maar op 3 (wisselende) dagen van de week.
Labels:
overig
Abonneren op:
Posts (Atom)



















