woensdag 19 december 2012

Informatie beoordelen en zoeken

Onlangs deed Dialogic in opdracht van Mediawijzer.net een onderzoek naar het mediagebruik en -gedrag van vmbo-jongeren in 2012. Eén van de - voor mij niet verbazingwekkende - uitkomsten was dat 80% van de vmbo-jongeren niet structureel de betrouwbaarheid van gebruikte bronnen checkt. Dit werd onderzocht door leerlingen stellingen voor te leggen als:
  • Als ik informatie vind op internet voor een schoolopdracht, controleer ik die informatie via andere websites/bronnen.
  • Ik controleer waar de informatie vandaan komt (de bron).
  • Ik klik op een link zonder de omschrijving bij het zoekresultaat te lezen.
Uit: Achter de schermen:
Mediagebruik en -gedrag vmbo-jongeren 2012. Dialogic, 2012.
Ik was aangenaam verrast toen ik las dat maar liefst 71% van de ondervraagde leerlingen wel eens gevonden informatie heeft gecontroleerd via andere websites of bronnen en dat zelfs 76% wel eens de bron heeft gecontroleerd. Waarom ik dat hoge percentages vind?
Omdat:
  1. informatie die vmbo-leerlingen zoeken op op het web vaak betrouwbaar wordt weergegeven omdat het gaat om feitenkennis,
  2. in de meeste zoekmachines betrouwbare bronnen op het gebied van feitenkennis vaak hoog scoren, o.a. omdat er vaak naar gelinkt wordt,
  3. omdat de 'straf' die staat op het citeren uit onbetrouwbare bronnen vaak beperkt is, terwijl de tijdwinst die het oplevert door informatie en bronnen niet te controleren vaak groot is.

Bewust of onbewust
Als ik mijn eigen zoekgedrag aan onderzoek onderwerp, dan kan ik alleen maar zeggen dat ik ook lang niet altijd bewust informatie en bronnen controleer. Soms biedt de gevonden informatie me voldoende houvast (bijv. omdat ik me alleen maar wil oriënteren op een bepaald onderwerp) en soms vind ik het niet heel belangrijk is of de gevonden informatie correct is of komt het antwoord overeen met wat ik verwachtte (bijv. als ik wil controleren of iemand in een bepaalde eeuw heeft geleefd). Allemaal redenen om niet actief en bewust bronnen of informatie te controleren.

Maar onbewust doe ik natuurlijk wel het een en ander, ook in bovenstaande situaties:
  • ik ken veel bronnen en weet welke daarvan (redelijk) betrouwbaar zijn,
  • ik doe een 'educated guess' van wie de website die ik bezoek afkomstig is,
  • ik zoek vaak op meer sites en zoek verder als ik merk dat die elkaar tegenspreken,
  • ik ga na of het antwoord aansluit bij de kennis die ik heb over dat onderwerp.
Ik vermoed dat leerlingen soms ook dit soort controles uitvoeren maar zich er niet van bewust zijn dat ze dat doen. Het zou me daarom niet verbazen als de percentages die ik hierboven noem in feite nog hoger liggen.

Beter zoeken
De belangrijkste uitkomst van het onderzoek van Dialogic vind ik zeker niet het feit dat zo'n groot deel van de vmbo-jongeren niet structureel de betrouwbaarheid van gebruikte bronnen checkt. Vele malen interessanter vind ik de uitkomst dat intensieve internetgebruikers significant zorgvuldiger zoeken: een ander aspect van informatievaardigheden. In het onderzoek staat hierover: "Intensieve internetgebruikers hebben waarschijnlijk gaandeweg veel bijgeleerd over het gebruik van internet. Ze hebben meer goede en meer slechte bronnen gevonden, wat hun beter in staat stelt te reflecteren op hun zoekgedrag.".

Dat lijkt me een goede basis voor wie jongeren wil helpen om de mogelijkheden van internet beter te benutten: laat ze veel gebruik maken van internet. Het effect daarvan is tweeledig: niet alleen ervaren leerlingen op die manier wat voor hen bruikbare bronnen zijn en wat niet en kunnen ze reflecteren op hun zoekgedrag, ook stelt het ze in staat om op zoek te gaan naar betere bronnen als de eerste bronnen niet voldoen aan hun eisen. Dat maakt de inspanning om op zoek naar goede bronnen te gaan kleiner. Om leerlingen de stap die daartussen ligt - het beoordelen van de bronnen - te laten zetten, moeten ze gemotiveerd en geholpen worden. Motivatie door de keuze voor een goede bron van belang te laten zijn voor hun studie; hulp door hun reflectie op zoekvaardigheden uit te breiden naar beoordelingsvaardigheden en zich zo bewust te worden van door hen waarschijnlijk al onbewust (maar ook nog onvoldoende) toegepaste beoordelingstechnieken.

woensdag 5 december 2012

Nadenken over nu en straks: dat doen we op school

Ik volg met veel plezier de filmpjes van de RSA, 'The Royal Society for the encouragement of Arts, Manufactures and Commerce', die zich ten doel stelt om vernieuwende, praktische oplossingen te vinden op problemen die zich in onze maatschappij voordoen. In de filmpjes geven grote denkers hun visie op allerlei zaken in onze maatschappij, waarbij ze ook tips geven over hoe je daarmee kan omgaan.

The RSA maakt ook getekende en geanimeerde filmpjes, waarbij de teksten verbonden worden met beeld. Ik vind het prachtige visuele spektakelstukken die ik graag een paar keer bekijk om alle elementen goed tot me te laten doordringen.


Onderstaand filmpje vertelt Roman Krznaric, filosoof en schrijver, over het belang van empathie: dat we moeten weten, begrijpen en voelen wat belangrijk is voor anderen, wat anderen drijft en wat ze weerhoudt. Hij doet daarbij het voorstel om een 'empathiemuseum' in te richten. In dat museum kan je een t-shirt maken onder dezelfde omstandigheden zoals in sweatshops, waarbij je voor je t-shirt beloond wordt met een paar centen, waar je bij je kopje een filmpje kan zien over de omstandigheden van werkers op koffieplantages en waar een bibliotheek is met mensen die je kan 'lenen' om gesprekken met hen te voeren over hoe zij leven.

Het lijkt me een prachtig project voor scholen. Vanuit verschillende (mens- en maatschappij)vakken kunnen kunstwerken voor zo'n empathiemuseum gemaakt worden. Voor aardrijkskunde maken leerlingen filmpjes over wat het betekent om te migreren of ze maken een nieuwsreportage over de schade die wordt toegebracht door een orkaan, voor geschiedenis wordt een spel gemaakt waarin je het leven van personen die leven in de tweede wereldoorlog volgt, voor economie wordt een spreadsheet gemaakt waarin je - op basis van economische modellen - kan zien wat er gebeurt met de economie als we landen zoals Spanje of Griekenland aan hun lot overlaten, en voor godsdienst of levensbeschouwing worden gerechten klaargemaakt uit allerlei culturen die je voorgeschoteld krijgt zodra je weet waarom die gerechten zijn zoals ze zijn.

Je kan het project ook dichter bij huis houden door de problemen die leven binnen de school als onderwerp te nemen van het museum. Welke politieke overtuigingen zijn er binnen de school, welke culturele groepen zijn er, hoe voelt het om alleen gelaten of gepest te worden vanwege je uiterlijk, je seksuele geaardheid of 'zomaar'? 

Natuurlijk kan je bij zo'n project ook hulp van buiten de school betrekken: de bibliotheek kan helpen om bronnen te verzamelen, culturele en religieuze organisaties kunnen toelichting geven op verschillende onderwerpen en er zijn ook vast leerlingen en ouders die wat kunnen vertellen over wat hen drijft.

Als het museum klaar is, vraag je niet alleen de ouders van de leerlingen om een bezoek te brengen aan je museum, maar alle mensen in de buurt. Want met jouw museum kan je laten zien dat de wereld jou ter harte gaat.