Posts gesorteerd op datum tonen voor zoekopdracht ict-competent. Sorteren op relevantieAlle posts tonen
Posts gesorteerd op datum tonen voor zoekopdracht ict-competent. Sorteren op relevantieAlle posts tonen

vrijdag 25 juni 2010

Media-wijsheid

afbeelding van een uilMedia-wijsheid: ik had lange tijd moeite met die naam. 'Wijs': dat klinkt een beetje zweverig, vind ik. Ik hield het daarom liever op 'ict-competent': vaardigheden, kennis en een positieve houding ten aanzien van het gebruik en ontwikkelen van (digitale) informatie en communicatie.

Maar misschien is het woord 'media-wijsheid' zo gek nog niet. Wijsheid is in mijn ogen iets anders dan competent. Iemand die niets liever doet dan werken met computers, is wel competent, maar niet per definitie 'wijs'. De expert kan wel vragen beantwoorden op zijn expertisedomein, maar veel vragen die we stellen gaan over de grenzen van één expertisedomein heen en hebben ook betrekking op ons persoonlijke leven en interesses.

Wijsheid veronderstelt volgens mij daarom dat iemand in staat is over de grenzen van een expertisegebied heen te kijken, en een vraag kan bekijken van verschillende kanten. Een wijze is in staat om tot de kern van een vraag door te dringen. Om dat te kunnen doen, moet je je in kunnen leven in de achtergrond van de vragensteller: waarom stelt hij die vraag, wat verwacht hij van het antwoord op zijn vraag? Een wijze staat open voor wat de vragensteller belangrijk vindt: hij heeft interesse en respect voor diens visie en zal antwoord zoeken dat misschien objectief gezien niet het beste antwoord is, maar wel het beste is voor die persoon. Een wijze stelt niet zijn eigen kennis voorop, maar de vraag en de behoefte van de vragensteller.

Wat is nu media-wijs? Neem een leerling die op zijn Hyvespagina ineens nare krabbels krijgt van hem onbekende mensen. Hij zou kunnen vragen: hoe kan ik ervoor zorgen dat ik die nare krabbels niet meer krijg? Iemand die het belang van het gebruik van Hyves voor de leerling niet herkent en erkent, zal zeggen dat de leerling zijn account bij Hyves moet opzeggen. Daarmee is de leerling niet echt geholpen: hij wil juist zijn Hyvespagina gebruiken om met anderen in contact te blijven. Iemand met verstand van internet zou hem vertellen dat hij zelf kan bepalen wie toegang heeft tot zijn Hyvespagina via de knop 'privacy' bij zijn profielinstellingen. Dat kan een oplossing zijn van het probleem, maar het kan ook zijn dat daarna de leerling daarna weliswaar niet meer op Hyves, maar nog wel op allerlei andere - virtuele en niet-virtuele plekken - lastig wordt gevallen. De wijze zal met de leerling zoeken naar het beste antwoord in zijn situatie: niet alleen hoe je de techniek kunt gebruiken om pesten te voorkomen, maar ook hoe je omgaat met mensen die je pesten en misschien ook hoe hij zelf weerbaarder kan worden.

Of neem de leerling die de vraag stelt hoe hij een filmpje kan maken. Van de filmspecialist krijgt hij een verhandeling over shots en belichting maar wat hij eigenlijk wil weten is hoe hij zijn band meer bekendheid kan geven. Daarvoor kan je natuurlijk een filmpje maken, maar je kunt ook aanbieden om op schoolfeesten te spelen en dan de lokale pers uitnodigen om een reportage te schrijven.

Een mediawijze docent heeft inzicht in wat media zijn en kunnen, maar is ook in staat de achtergrond van de vraag van de leerling te doorzien en die in een breder kader te plaatsen. Een mediawijze docent hoeft niet per sé expert te zijn op het gebied van knoppenvaardigheid: wel is hij in staat om - eventueel samen met de leerling - de kennis over hoe de knoppen bediend moeten worden ergens vandaan te halen. En hij snapt hoe belangrijk het gebruik van media is voor de vragensteller: omdat hij daarmee contacten kan leggen of omdat hij zich daar kan profileren en door anderen gevonden kan worden, of omdat hij toegang krijgt tot de informatie waar hij naar op zoek is.

Daarmee is mediawijsheid iets wat dichtbij de capaciteiten van de meeste docenten ligt. Want je inleven in wat de leerling wil, vragen in een breder kader plaatsen en samen met leerlingen zoeken naar antwoorden, is iets wat de meeste docenten altijd al doen. Een docent die daarnaast interesse heeft in media en samen met leerlingen in de lessen de mogelijkheden van de media verkent, vindt ik media-'wijs', ook als hij de techniek van de media niet in de vingers heeft. Een expert is meestal gauw gevonden, maar 'wijzen': daar kunnen we er best meer van gebruiken!

Afbeelding van alicepopkorn, gepubliceerd onder CC-by-nd.

woensdag 4 november 2009

Mediawijsheid: wat is het nu eigenlijk?

In de afgelopen weken heb ik me vooral bezig gehouden met mediawijsheid: wat houdt dat begrip nu eigenlijk in?

Het begrip 'mediawijsheid' heeft de Raad voor Cultuur in 2005 als volgt gedefinieerd: ‘het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde samenleving’. De Raad geeft ook aan dat iedereen mediawijs moet zijn, en dat het dus niets iets is wat alleen het onderwijsveld aangaat. Maar duidelijk is wel dat er volgens hen ook binnen het onderwijs aandacht aan besteed moet worden.

In de kerndoelen en eindtermen van het voortgezet onderwijs komt het begrip mediawijsheid niet voor. Wel komen bij de kerndoelen informatievaardigheden in de basisvorming zinnen voor als 'De leerlingen kunnen met apparatuur en programmatuur omgaan. Dat houdt in dat leerlingen de verschillende onderdelen van een computer kunnen gebruiken: toetsenbord, muis, printer, modem, CD-ROM, diskette en harde schijf.'. Mmm, niet echt iets van deze tijd, lijkt mij. Een diskette??? Dan maar eens een kijkje nemen bij de eindtermen van de algemene vakken: 'De kandidaat kan bij de examinering gebruik maken van telecommunicatie, zoals e-mail, discussie- en nieuwsgroepen'. Discussie- en nieuwsgroepen? En waar zijn dan de wiki's en de weblogs en de sociale netwerken? Hoeven ze daar niet mee overweg te kunnen als ze eindexamen doen?

De leerdoelen leken mij hopeloos achter te lopen bij de werkelijkheid. Ik vond meer steun bij een andere indeling waar ik eens over hoorde: content, contact en conduct, oftewel het zoeken naar en valideren van informatie (content), het omgaan met anderen (contact) en het je bewust zijn van de gevolgen van je eigen en andermans acties op internet (conduct). Het aardige van die indeling is dat die m.i. aansluit bij de definitie van de Raad voor Cultuur omdat eruit blijkt dat het niet alleen gaat over het consumeren van media, maar ook om het actieve gebruik ervan. Als je deze termen legt naast de leerdoelen en eindtermen op het gebied van informatie van het VO dan zal je merken dat je met deze indeling een heel eind komt.

Wat ik niet echt kwijt kon in deze indeling waren de technische vaardigheden: die heb je immers bij alle drie de elementen nodig. Voor het onderwijs zijn die vaardigheden wel belangrijk: niet elke leerling is even handig in het werken met de computer en zolang er geen eisen aan ze gesteld worden op dit gebied zullen ze het ook niet leren. Ik ben er daarom wel voorstander van dat deze technische vaardigheden worden verwerkt in het curriculum: niet als aparte lessen maar verwerkt in de opdrachten. Wat mij betreft mag er daarom nog een vierde C bijkomen: die van computervaardigheden (of computer skills, om in stijl te blijven met de andere termen).

Tot slot nog ter relativering: er zijn natuurlijk veel meer definities van het begrip mediawijsheid en andere termen waarmee ongeveer hetzelfde wordt aangeduid. Ik ben ook zeker gecharmeerd van de Vlaamse competentie diamant (p. 4) en ook de term ICT-competent vind ik nog altijd niet slecht. Maar de 4 C's vind ik wel het beste passen bij web 2.0 dus voorlopig hou ik het daar nog maar even op!

dinsdag 18 september 2007

ICT-competent: een discussiestuk

Klik hier om het schema te downloadenMediawijsheid en ICT-competent: het blijft me bezig houden. Ik vind het fascinerende materie, niet alleen omdat ik denk dat leerlingen die ict-competent zijn de wereld beter aan kunnen, maar ook omdat het een prachtige kapstok kan zijn voor onderwijsvernieuwing door scholen. Structureel werken (dus op alle terreinen en in een doorgaande leerlijn) aan ict-competenties biedt veel mogelijkheden voor scholen om het onderwijs op een meer sociaal-constructivistische leest te schoeien, met gebruikmaking van de middelen van nu.

In mijn post van 7 september vertelde ik al dat ik het begrip mediawijsheid/ict-competenties indeel in 4 categorieën:
  • technische vaardigheden en kennis: hoe werkt de soft- en de hardware? Wat is een hoax en wat is phishing en welke maatregelen moet je treffen om dit soort problemen te voorkomen?
  • informatie: hoe moet ik de informatie die mij aangereikt wordt via de media duiden? Welke boodschappen zitten achter een tekst, foto, filmpje of game verborgen? Is de aangeboden informatie juist?
  • communicatie: hoe kan ik via de verschillende media communiceren? Wat zijn de kansen en wat zijn de bedreigingen daarbij? Hoe communiceer ik via een netwerk (zoals Hyves) en hoe via de mail?
  • normen en waarden: welke plaats krijgen media in onze maatschappij? Geven wij in ons leven media een centrale plaats en mag dat ten koste gaan van face-to-face communicatie? Wat is vrijheid van pers en wat betekent dit voor informatie die we op internet kunnen vinden?
Met deze indeling in het achterhoofd kunnen scholen voor zichzelf en in overleg met ouders en overheid, bepalen welke verantwoordelijkheid zij hebben ten aanzien van deze vragen. Moet op school aandacht besteed worden aan al deze aspecten of vindt het onderwijs het voldoende om leerlingen alleen de technische competenties bij te brengen? Wat is de taak van ouders in dit overzicht en wat de taak van de overheid? Vinden wij dat de overheid regels moet stellen ten aanzien van het aanbod op internet? En moet de overheid scholen verplichten aan deze ict-competenties aandacht te besteden en misschien zelfs eisen stellen welke leerdoelen daarbij gehaald worden en dat ook toetsen? Over dit soort vragen is - helaas - nog lang geen overeenstemming, en iedere school zal hierin dus een eigen positie moeten bepalen.

Als eenmaal de positie bepaald is, komt natuurlijk de vraag hoe aan de verantwoordelijkheden van de school invulling gegeven moet worden, en door wie de taken uitgevoerd moeten worden. Het kan natuurlijk zijn dat een school vindt dat ze ervoor moeten zorgen dat leerlingen moeten weten hoe informatie in een film geïnterpreteerd kan worden, maar dat ze de invulling van die verantwoordelijkheid in handen leggen van het lokale culturele centrum. Of dat ze de ouderraad vragen om mee te denken hoe het doel bereikt kan worden en dat de school hun activiteiten ondersteunt door ruimte en begeleiding ter beschikking te stellen en de aangeleerde competenties toetst.

Voor wie geïnteresseerd is: ik heb al deze vragen in een schemaatje gezet dat scholen kunnen gebruiken als ze met mediawijsheid en/of onderwijsvernieuwing aan de slag willen gaan. Want leren om met media om te gaan, doe je vooral door zelf met de media aan de slag te gaan. Met de klas een Hyves-netwerk opzetten voor maatschappijleer (neem een voorbeeld aan het Hyves-netwerk van de community voor groep 3 en 4), een spel maken over de beroepspraktijk, een bijdrage aan een wikiboek leveren voor natuurkunde, een film maken over techniek: allemaal manieren om te werken aan de i, c- en t-competenties.

Wil je weten hoe anderen (onderwijs, politiek en onderwijs-gerelateerde instellingen) denken over mediawijsheid? ICT op School organiseert op woensdag 3 oktober in het Aloysius College in Den Haag een debat over dit onderwerp: Di-beter. In dat kader brengen ze ook een dossier uit; erg de moeite waard om te lezen!

Als je op bovenstaand schema klikt, krijg je mijn schema in Word-formaat zodat je het kunt aanpassen, invullen en/of uitbreiden voor je eigen school.

vrijdag 7 september 2007

Veilig internet, mediawijs of ICT-competent?

Laatst vroeg iemand aan mij of ik wat informatie had over veilig internet. Ik ken inmiddels aardig wat initiatieven op dit gebied, maar om alleen maar een stapel linkjes te sturen leek me niet zo zinvol. Daarom probeerde ik voor mezelf er wat ordening in aan te brengen. Gaat veilig internet nu het voorkomen van virussen op je computer? Of is veilig internet ervoor zorgen dat je niet zomaar je naam en adres op het web achterlaat? Na wat piekeren kwam ik tot het volgende verhaal.

Nieuwe media hebben de mensen altijd voor problemen gesteld. Het eerste probleem dat zich voordoet als er een nieuw medium komt is volgens mij een niet-medium gebonden probleem, namelijk de vraag hoe je met het medium omgaat. Welke plaats willen wij dat het medium inneemt in de maatschappij? Welke omgangsvormen spreken wij met elkaar daarover af? Welke plaats mag het medium innemen in ons leven? Die normen veranderen overigens steeds: toen we nog maar net televisie hadden, was het niet ongebruikelijk om met gasten een avondje voor de buis ging hangen. Nu zullen we dat niet meer zo gauw doen. En hoor je nu ouders roepen 'kom toch eens achter die p.c. vandaan en ga wat doen met je vrienden', dan is dat volgens mij niets anders dan de opmerking die ouders vroeger nog wel eens maakten: 'kom met je neus uit dat boek en ga buiten spelen'.

De overige problemen waar mensen zich voor gesteld zien als nieuwe media hun entree maken, zijn medium-gebonden. Allereerst moeten mensen zich de techniek van het nieuwe medium eigen maken. Toen na de komst van de boekdrukkunst de beschikking kregen over boeken, moesten we eerst leren hoe we met een boek om moeten gaan, en we moesten technisch leren lezen. Onder het beheersen van de techniek vallen niet alleen zaken als kunnen omgaan met de software, maar ook weten wat een computervirus is, een hoax, phishing en meer van dat soort zaken, en hoe je dat kunt voorkomen.

Een direct daaropvolgende kwestie was dat we dat wat we gelezen hadden moesten gaan interpreteren, om in onderwijstermen te blijven: 'begrijpend lezen'. Ging het bij het lezen van een boek vooral om tekst, bij internet komt daar natuurlijk ook beeld (stilstaande en bewegende beelden) bij, en geluid. En, anders dan bij de andere media: het zien niet alleen erkende instanties die informatie verschaffen via de media: in toenemende mate wordt informatie verspreid op persoonlijke titel (bijv. via blogs!). Vergeet daarnaast ook niet de games: in games zit veel informatie en soms lijkt die erg juist. Maar een historicus zal je vertellen dat er verschillende onjuistheden zitten in een spel als 'Total war, Rome', en wie het spel De Sims speelt wordt (meestal ongemerkt) bedolven onder een grote hoeveelheid (Amerikaanse) normen en waarden.

Kenmerkend voor de media van nu is dat het niet (alleen) gaat om informatie, maar ook om communicatie. En dat is dan ook het derde terrein dat vragen oproept: we moeten leren hoe we met de nieuwe media communiceren. Communicatie is weliswaar geen nieuw verschijnsel, maar omdat de middelen waarmee we dat nu doen anders zijn dan de oude middelen, ligt het voor de hand dat we de manier waarop we communiceren met elkaar daarop aanpassen. Hoe moeten we eigenlijk communiceren met mail, via een blog, Hyves of chat?

Mijn conclusie is dat veilig internet een kwestie is van enerzijds het ontwikkelen van algemene etiquetteregels daarvoor, en anderzijds te maken heeft met Informatievaardigheden, Communicatievaardigheden en Technische vaardigheden. ICT-competent dus. En natuurlijk is het zo dat die gebieden soms erg in elkaar overlopen: op een website communiceert de maker van de website met de lezers, en om de informatie op die website te kunnen duiden zal een lezer over een aantal technische vaardigheden moeten beschikken, zoals bijvoorbeeld kunnen achterhalen wie er achter een bepaalde domeinnaam zit, of welke sites naar een domeinnaam linken. Maar door de term 'veilig internetten' te vervangen door ICT-competent hoop ik duidelijk te maken dat veilig internetten zich afspeelt op verschillende terreinen. En ik denk dat we hiermee een fundamentele discussie kunnen voeren over wie waarvoor verantwoordelijk is. Moet er een debat gestart worden over hoe je met de nieuwe media omgaat? Of moeten we dan eerst informatie hebben over de effecten van deze media? Wie moet dat dan onderzoeken? Welke taak hebben ouders hierin? En mogen scholen zelf bepalen of ze hun leerlingen leren hoe je met mail en MSN omgaat of moet de overheid verplicht stellen dat scholen daarop beleid maken? Of moet de overheid een veilig alternatief ontwikkelen voor bijvoorbeeld Hyves, waarin je alleen terecht kunt als je een digitaal paspoort afgeeft? En met betrekking tot de techniek: wat moeten leerlingen op welke leeftijd weten, en mogen scholen dat zelf bepalen of moet de overheid daarvoor richtlijnen opzetten of zelfs verplicht stellen?

Wat mijn advies is om hiermee om te gaan? Zet leerlingen zoveel mogelijk aan de slag met de media. Daarmee krijgen ze in ieder geval de techniek in de vingers die nodig is om met deze media om te gaan. Laat ze websites maken, wiki's, weblogs, filmpjes, games om te ervaren hoe je deze media kunt gebruiken om een boodschap over te brengen. Laat ze MSN'en, met hun mobiel bellen, Twitteren en Hyven om met ze te laten ervaren welke communicatiemiddelen ze kunnen gebruiken om hun doel te bereiken. En bespreek met ze hoe zij denken over zaken als privacy, virtuele en live-contacten via internet en via games, taalgebruik en objectieve en subjectieve informatie. Toegepaste ICT dus, met een vleugje normen en waarden!

Okee, genoeg theorie; nu nog wat links voor wie er meer over wil weten over veilig internet.
Organisaties die zich met deze materie bezig houden:

Nog wat initiatieven:

N.B. Deze lijst is natuurlijk lang niet compleet. Er zijn nog veel meer instanties die zich met dit onderwerp bezig houden en ook nog een heleboel andere initiatieven. Maar met deze sites kun je in ieder geval een heel eind komen.