donderdag 29 november 2012

Voor op mediawijze verlanglijstjes

Ik hou er niet zo van om reclame te maken, maar als je net als ik mediawijsheid belangrijk vind, van boeken houd èn altijd op zoek bent naar manieren om jongeren te laten reflecteren over wat media zijn, wat ze je te bieden hebben en hoe je er zelf je voordeel mee kan doen, dan moet je echt nummer 3 van 'boektijdschrift' DUF (met de fraaie ondertitel: Waanwijs) bekijken.

DUF hanteert voor hun uitgaven de titel 'boektijdschrift' en daarmee wordt direct duidelijk dat het iets is dat tussen boek en tijdschrift in hangt: te dik voor een tijdschrift; te divers voor een boek. De vormgeving is prachtig: de kaft is lenticulair drukwerk (drukwerk waarbij je afhankelijk van de kijkhoek verschillende afbeeldingen ziet), er zijn verschillende soorten papier gebruikt en het geheel is voorzien van prachtige afbeeldingen en een leeslintje zodat je geen ezelsoren hoeft te maken.

DUF is gericht op pubers (of om preciezer te zijn: 12- tot 17-jarigen). Dat merk je o.a. in het taalgebruik (dat is (lekker) direct) en in de vormgeving (veel beelden). Maar DUF is niet een makkelijk tijdschrift: het biedt enorm veel informatie en gaat behoorlijk de diepte in.

Zoals gezegd is het onderwerp van aflevering 3 van dit boektijdschrift mediawijsheid. In het nummer vind je cursussen (o.a. een snelcursus smeuïge soaps schrijven), er zijn testjes (feitencheck: slik jij alles voor zoete koek?), puzzels (herken bekende afbeeldingen, herken broodje aap verhalen), columns (o.a. van Aaf Brandt Corstius), informatie om over na te denken (o.a. snap ik waarom ik draag wat ik draag) en nog veel meer.

Er is zoveel dat dit boektijdschrift dat één inhoudsopgave niet genoeg is. Er zijn er dan ook twee: een inhoudsopgave waarin de inhoud van Waanwijs onderverdeeld is in de categorieën Ik, Doen, Wereld en Denken, waarin met kleuren wordt aangegeven of het gaat om Internet, Reclame & Entertainment, Wetenschap & Journalistiek of om Persoonlijke Ontwikkeling, en een inhoudsopgave waarin je zoekt in rubrieken als Wetenswaardigheden, Advertising, Waanzien (beeldtaal) en Journalistiek. Echt makkelijk zoeken is het niet in de beide inhoudsopgaven, maar het past wel bij de doelgroep (vermoed ik) en zeker ook bij internet: associatief en hypertekst-achtig.

Ik zou dit boektijdschrift graag willen neerleggen op scholen: zowel bij de leerlingen in de kantine als op de leestafel in docentenkamer. Er valt voor beiden veel te halen uit dit blad: wijsheid over media en heel veel manieren hoe je kan stilstaan bij het fascinerende en veelzijdige onderwerp mediawijsheid.

N.B. Deze derde aflevering van DUF kost 19,95 euro. Aflevering nr. 1 (24,95) is niet meer verkrijgbaar bij de uitgever, maar nog wel bij Bol.com. Nummer 2 kan je voor 24,95 euro bestellen op de site van DUF. Prachtige cadeautjes voor de Sint (alhoewel hij sterke pieten moet hebben om die boektijdschriften mee te dragen: ze wegen per stuk (ruim) 1 kilo) of voor onder de kerstboom!


maandag 26 november 2012

Vier in balans, ict-professionalisering en mediawijsheid

Een dag of 10 geleden was ik te gast bij De Onderwijsdagen. Daar was veel aandacht voor mediawijsheid: er waren maar liefst 11 presentaties aan gewijd. Daarnaast (en gedeeltelijk overlappend) lag er een sterke focus op de veranderende rol van de leraar en (de daarmee samenhangende) docentprofessionalisering.

Veel grote woorden, maar in feite natuurlijk onderwerpen die al oud zijn en door elke docent onderkend worden. Wil je je vak goed uitoefenen, dan is het zaak op de hoogte te zijn van wat er speelt in je vakgebied en op het gebied van didactiek (bijv. 'de leerling centraal'), bij de leerlingen (bijv. het gebruik van sociale media) en in de maatschappij (bijv. de toenemende inzet van ict). Ik ken geen docent die zich hier niet van bewust is en die niet op de één of andere manier hiermee bezig is: door vakliteratuur te lezen, cursussen te volgen of door met collega's van gedachten te wisselen, al dan niet gecombineerd met het op basis van die bevindingen en ervaringen doorvoeren van vernieuwingen in de eigen lessen.

De winst van de presentaties vind ik dan ook niet dat er aandacht is voor dit soort zaken, maar wel dat er een poging werd gedaan om te komen tot heldere definiëringen en om structuur aan te brengen in de containerbegrippen mediawijsheid en ict-professionalisering. Want het gevaar is anders groot dat je urenlange gesprekken voert voordat je tot de conclusie komt dat de een een andere opvatting heeft bij mediawijsheid dan de ander, dat er geen eenduidige visie is op wat een docent moet weten en kunnen of dat de een ict vooral ziet als een middel om besparingen door te voeren en de ander als middel om het onderwijs te verbeteren.

Daarom van harte aanbevolen de volgende documenten:
  • over mediawijsheid: wat is het en wat verwachten we dat leerlingen moeten kennen, kunnen en doen na afloop van hun opleiding:
    Het competentiemodel is een prima basis voor een gesprek op elke school, met docenten, leerlingen, directie, bestuur en ouders: welke vaardigheden wil je je leerlingen meegeven, wat verwacht je van de aanleverende onderwijsinstellingen, welke taken en verantwoordelijkheden leg je bij de school, bij de leerlingen en bij de ouders? 
  • Over welke ict-vaardigheden we verwachten van docenten:
    • het Kader voor ict-bekwaamheid van leraren.
      Dit document helpt scholen om invulling te geven aan de algemene vakbekwaamheidseisen voor leraren, zoals omschreven door de Onderwijscoöperatie (2012), waarin wordt gezegd dat bekwame leraren kennis hebben van digitale leermaterialen en -middelen en als zij de pedagogisch-didactische mogelijkheden en beperkingen daarvan kennen. Daarnaast kunnen zij doelmatig gebruikmaken van beschikbare digitale leermaterialen en -middelen.
Daarnaast kregen we alvast een korte inkijk in de Vier in Balans monitor 2012, waarin (m.i. terecht) wordt gesteld dat de kwaliteit van de leraar de belangrijkste succesfactor is. Bij de presentatie daarvan werd een boeiende, heerlijk relativerende presentatie gegeven over ict in het onderwijs door filosofiedocent Jan Verweij, VO-docent van het jaar. Een duidelijker bewijs dat de docent de basis is van goed onderwijs en dat ict alleen een hulpmiddel kan zijn, kon er volgens mij niet gegeven worden!

maandag 19 november 2012

Slimme wiskunde!

Ik ben altijd weer onder de indruk van wat je met een computer kan doen. Maar dat betekent nog niet dat ik denk dat je overal het beste de computer voor in kan zetten. Dat weten we natuurlijk allemaal wel: wie 3 en 5 bij elkaar wil optellen kan dat met de computer of de rekenmachine doen, maar uit je hoofd gaat het natuurlijk sneller. En als ik naar het winkelcentrum in mijn woonplaats loop, zal ik echt geen gebruik maken van de gps-functionaliteit in mijn computer.

Maar hoe zit dat met lootjes trekken? Is er een manier hoe je bij lootjes trekken kan voorkomen dat je jezelf trekt, zonder dat je daarvoor een computer gebruikt? Ionica Smeets, één van de twee Wiskundemeisjes, vertelt hieronder hoe dat kan in een 'Wetenschap 101'-filmpje.Ze daagt je uit om zelf een ingewikkeldere variant te bedenken, bijvoorbeeld eentje waarbij partners elkaar lootje niet mogen krijgen.



N.B. Smaakt de tip naar meer? Lees dan ook de columns van Ionica en haar collega 'Wiskunde-meisje' Jeanine Daems. ze zijn te vinden op het web en in in de Volkskrant. Afgelopen zaterdag schreef Ionica over hoe het komt dat de publieksstem bepalend is bij wie er door gaat naar de volgende ronde in The Voice of Holland, èn hoe het komt dat Martijn Krabbé daar niets van snapt.....!

maandag 12 november 2012

Begrijpelijk of discriminatie?

Het leven van een student gaat niet altijd over rozen. Er moet (door sommigen) hard gewerkt worden om voldoende resultaat te boeken en inkomen te vergaren en het vinden van huisvesting is niet altijd eenvoudig. Als ouder van een student probeer ik te helpen waar ik mag en kan. Dat betekende dat ik afgelopen zomer probeerde een weekje een huisje te boeken voor 'mijn' student en een paar van zijn vrienden. En toen in het studentenhuis van mijn student geen verwarming was en de elektriciteit vaak uitviel, ging ik op zoek naar een huisje in een vakantiepark. Er staat immers op dit moment genoeg leeg, en in de kou studeren, valt niet mee.

Maar studenten zijn lang niet overal welkom, merkte ik. Toen ik aan de eigenaar van het zomerhuisje meldde dat een deel van de tijd dat ik het huisje wilde huren, mijn zoon erin zou trekken met zijn vrienden, toen werd mij onomwonden meegedeeld dat het huis niet verhuurd werd aan studenten, ook niet als dat gebeurde onder mijn naam en ik tevoren de huurpenningen overmaakte. Toen ik het vakantiepark belde en vertelde waarom ik een huisje wilde huren, werd me verteld dat het park vol was geboekt. Vreemd, want via internet zag ik dat er nog ruimte genoeg was en toen ik later belde om een huisje te boeken voor een familiereünie, was dat geen enkel probleem.

Nu snap ik best dat niet iedereen ervan gecharmeerd is om studenten onderdak te bieden. Ik vermoed dat als je de statistieken bekijkt, studenten vaker dan bijvoorbeeld ouderen voor overlast zorgen. Er zal vast meer sneuvelen in een huisje als dat bewoond wordt door studenten, dan wanneer het bewoond wordt door een gezin, en ik kan me voorstellen dat studenten meer geluidsoverlast bezorgen dan de werknemers van het bedrijf dat op survivalkamp gaat. Maar dat lijkt mij geen reden om bij voorbaat studenten te weigeren. Wat voor een aantal leden van een groep geldt, hoeft niet van toepassing te zijn op de totale groep. En ons rechtstelsel is volgens mij zo ingericht dat je onschuldig bent, totdat het tegendeel bewezen is.

Naar aanleiding van de weigering heb ik bij het vakantiepark een klacht ingediend. Na wat heen en weer gepraat hebben zij aangegeven dat ze uitsluiting van bepaalde groepen voor de toekomst willen voorkomen en dat ze een passende oplossing daarvoor gaan doorvoeren. Daar ben ik natuurlijk blij mee. Maar het feit dat ik twee keer mijn neus heb gestoten bij het zoeken naar een huisje voor een student, kan bijna geen toeval zijn. Ik vermoed dat dit beleid gevoerd wordt bij veel meer verhuurders van vakantiewoningen. Van studenten die ik hierover sprak,begreep ik dat ze het heel gewoon vonden. Of waren ze er intussen aan gewend, en accepteerden ze de situatie zoals die was omdat verzet niet hielp?

Ik ben eerlijk gezegd best geschokt door het feit dat studenten zomaar geweigerd kunnen worden en misschien nog wel meer door het feit dat dit zomaar geaccepteerd wordt door de studenten zelf. Zoek ik spijkers op laag water of vinden jullie dit ook een vorm van discriminatie?

Afbeelding van Hannes de Geest, gepubliceerd onder CC-by-nc.



woensdag 7 november 2012

Robomind: programmeren voor iedereen

Van de makers van Robomind kreeg ik het verzoek om hun programma eens uit te proberen en er hier over te schrijven. Dat doe ik graag: programmeren vind ik iets wat iedereen ten minste een keer in zijn leven zou moeten doen. Om een programma te kunnen schrijven moet je logisch nadenken en dat komt natuurlijk bij alle vakken van pas. Daarnaast heb ik gemerkt dat als je een programmeertaal kent, je daarna veel makkelijker allerlei andere 'talen' leert: of het nu gaat om het schrijven van een programma of om het gebruiken ervan.

Robomind is een heel eenvoudig aan te leren programma waarmee kinderen op de basisschool leren een robotje te programmeren. In een aantal lessen leren ze hoe ze het robotje kunnen laten bewegen, het pad dat het robotje aflegt te laten 'verven', hoe ze de robot stappen kunnen laten herhalen en hoe ze het robotje kunnen vertellen dat hij alleen maar iets mag doen als aan een bepaalde voorwaarde voldaan is (bijv. hij mag alleen vooruit gaan als er geen obstakel voor hem staat). Die voorwaardelijke opdrachten kunnen ook gecombineerd worden met een herhalingsopdracht; dat wordt een logische expressie genoemd.

De laatste stap is dat kinderen leren hoe ze zelf een aantal procedure kunnen schrijven: een soort miniprogrammaatje dat je steeds binnen het grote programma kan herhalen, maar waarin je dan wel een aantal waarden kan veranderen (bijv. een programmaatje om een rechthoek te tekenen, waarbij je per keer kan bepalen hoe groot de rechthoek wordt).

Het klinkt redelijk ingewikkeld als je het beschrijft, maar in de praktijk valt dat erg mee omdat er bij het programma duidelijke lessen zijn waarin precies staat beschreven hoe je het robotje moet programmeren om het te laten doen wat jij wilt. Handig daarbij vind ik de 'afstandsbediening': een virtuele console met daarop knoppen om het robotje te besturen, hem de door hem afgelegde weg te laten verven en dingen op te laten pakken of neer te laten zetten. Door hiermee aan de slag te gaan, ervaren kinderen hoe het robotje beweegt en welke voorwaarden ze aan de commando's moeten stellen.

Alhoewel het maken van een programma behoorlijk wat abstractieniveau vraagt, zullen alle leerlingen goede resultaten kunnen boeken met Robomind door de heldere, stap voor stap uitleg in de lessen. Leerkrachten die leerlingen willen laten werken met Robomind hoeven geen ervaren programmeurs te zijn: ze krijgen tal van tips waarop ze de leerlingen moeten attenderen en hoe ze ze kunnen begeleiden. De filmpjes die bij de uitleg aangeboden worden maken duidelijk dat we al heel veel met robots werken voor allerlei klussen. Kinderen zullen al snel doorhebben dat zo'n robot best handig kan zijn!

Ik heb zelf alleen de lessen voor het basisonderwijs bekeken. Die vond ik leuk, maar niet uitdagend genoeg voor de snellere leerlingen. Gelukkig zijn er ook lessen voor het voortgezet onderwijs en zelfs voor het hoger onderwijs, dus leerlingen, studenten en docenten die meer willen kunnen daar terecht.

Voor de slimme leerling in het basisonderwijs zou je extra uitdaging kunnen bieden door ze zelf (of met wat hulp van de leerkracht) een omgeving te laten creëren waarbinnen ze hun robotje laten bewegen. Op die manier kunnen ze zelf iedere keer moeilijker (of makkelijker) opdrachten bedenken. Daardoor ontstaat ook een soort spel: de ene leerling kan de andere uitdagen om een programma te bedenken om de robot een door hem bepaald doel te laten bereiken. Wie maakt de mooiste kaart en bedenkt de leukste hindernissen voor zijn robot?

Met Robomind kan je niet alleen een virtuele robot aansturen, maar ook een echte (NXT Mindstorms) robot. Daarmee kan je natuurlijk weer extra uitdagingen creëren voor je leerlingen.

Wil je met Robomind aan de slag? Voor gebruik thuis hoef je niets te betalen. Wil je het op school inzetten, dan betaal je ofwel 29,95 euro per individuele licentie, ofwel 212,36 euro voor een licentie voor de hele school. Voor de lespakketten betaal je afzonderlijk: 181,50 euro voor een pakket van 7 lessen waarmee je in de klas direct aan de slag kan gaan. Nederlandstalig lesmateriaal voor hogere niveaus is in ontwikkeling.

dinsdag 6 november 2012

Het onderwijs: een kennisvergiet?

In het novembernummer van het blad InDruk van Kennisnet dat afgelopen week op mijn deurmat viel, staat een pleidooi om op scholen een informatiemanager te benoemen: iemand die beleid bepaalt dat ervoor moet zorgen dat iedereen op het juiste moment beschikt over de voor hem benodigde informatie. In dit betoog wordt het informatiebeleidsplan (dat opgesteld wordt door de informatiemanager) gezet tussen het onderwijsvisiebeleidsplan en het ict-beleidsplan. Het informatiebeleidsplan moet ervoor zorgen dat er samenhang ontstaat tussen het onderwijsbeleidsplan en de ict-investeringen:

Uit: InDruk, november 2012. Vermeer, Margreet. Benoem een Informatiemanager.
 Ik kan me volledig vinden in het betoog. Niet alleen omdat het in kaart brengen en structureren van informatiestromen van belang is voor het ICT-beleidsplan maar ook omdat er op scholen zo verschrikkelijk veel informatie verloren gaat.

Daaraan heb ik 4 jaar geleden al eens een blogpost gewijd. Het onderwijzend en onderwijs-ondersteunend personeel van scholen maakt talloze (virtuele) documenten: leermaterialen, lesbrieven en lesplannen, instructies voor projectweken, opdrachten en toetsen, ze verzamelen bronnen om zelf lessen te maken en voor leerlingen om de lesstof van verschillende kanten te belichten enz. Helaas is van uitwisseling van die documenten door docenten en onderwijsondersteuners maar weinig sprake. Niet omdat er sprake is van onwil, maar omdat niemand weet wat er allemaal is en omdat er geen enkele manier is om in die documenten te zoeken. Jammer: het zou natuurlijk reuze makkelijk zijn als ergens alle toetsvragen, lessen, instructies, opdrachten enz. terug te vinden zijn: per vak, per onderwerp en per niveau. Of als je eens kan snuffelen in de favoriete video's of websites van je collega-toa. Door op scholen beleid te ontwikkelen hoe deze materialen verzameld en ontsloten kunnen worden, kan voorkomen worden dat onderwijs(ondersteuners) telkens opnieuw het wiel opnieuw uitvinden.

De winst die geboekt kan worden door het ontwikkelen van een informatiebeleid, wordt nog groter in de komende jaren. Door de vergrijzing zullen op de meeste scholen in de komende jaren veel docenten met pensioen gaan. Lang niet altijd zullen zij tijd investeren om hun archief over te dragen aan hun jongere collega's. En zelfs als zij dat willen doen (en daarvoor tijd vrij kunnen en willen maken), dan zal ieder zelf een systeem moeten bedenken welke materialen ze overdragen en hoe ze die toegankelijk maken. De kans dat dit leidt tot een goed toegankelijke informatieverzameling is natuurlijk nihil.

Er zijn natuurlijk docenten die al op allerlei manieren hun materialen delen met anderen: via communitiesWikiwijsweblogs en websites. Ook na hun pensioen blijven sommigen nog bezig met delen van kennis, zoals bijv. Sjaak Janssen, oud-docent van de KSE, die zijn CKV-materialen online ter beschikking stelt. Als dit privé en buiten school al gedaan wordt, dan moet het toch ook lukken om binnen scholen hierop beleid te ontwikkelen.  

Margreet Vermeer pleit er in haar artikel in InDruk voor om op scholen een informatiemanager te benoemen. Voor mij is het logisch dat de mediathecaris een rol gaat spelen in dat traject: als informatiemanager of als informatie-analist, met name waar het gaat om informatiestromen ten behoeve van het primaire proces: het onderwijs zelf. 

Wil je meer weten over wat een informatiemanager kan doen voor een school? Lees dan het novembernummer van InDruk