donderdag 20 november 2008

De filosofie van onderwijsvernieuwing

Door: Martijn van den Berg

Vroeger, in de tijd dat mijn moeder nog les had, ging men naar school omdat men iets wou leren en kauwde alles wat de leraar hen in de mond stopte. Er bestonden wel lastige studenten maar in principe ging het grootste deel er gewoon voor. School was niet het leukste wat je deed, maar het was je toekomst. Tegenwoordig is dat wel anders. De student emancipeert zich door te laten zien dat deze de les saai vindt. De wat oudere docenten zien dit meestal als ongehoorzaamheid tegenover hun les.

Tegenwoordig hebben we nieuwe middelen die we kunnen toepassen bij het lesgeven. Ik zeg expres kunnen, want veel middelen tot onderwijsvernieuwing worden niet benut. Dit komt vooral door de wat oudere garde docenten die gewoon gewend is les te geven uit een boek en die de enkele leerling die het niet eens is met de lesmethode strafwerk opgeeft. Deze mensen hebben vaak ook niet de kennis van andere onderwijsmethoden, omdat ze dat simpelweg nooit geleerd hebben.

Een voorbeeld: de computer is vooral de laatste 20 jaar gebruikt door mensen. Met de computer zijn (zoals veel mensen wel weten) veel dingen mogelijk. Onderwijsmethoden met de computer bestaan ook al een aantal jaar door de opkomst van verschillende media en internet. Probleem is dat veel oudere leraren niet zijn opgegroeid met een computer. Zoals wij het vanzelfsprekend vinden dat wij alles kunnen, hebben veel oudere leraren vaak totaal geen idee wat ze ermee aan moeten.

Onderwijsvernieuwing is een mooi woord, en klinkt hoop vol. Maar ik denk dat onze tijd nog niet rijp is voor drastische didactische veranderingen. En wordt nu bij de lerarenopleidingen veel gedaan aan innovatie van het onderwijs, maar je kunt niet verwachten van de mensen die dit nooit hebben geleerd dat ze met een simpele bijscholing alles kunnen. Je kan niet verwachten van scholen dat ze nu opeens al hun personeel gaan bijscholen om beter les te geven. Voor onderwijsvernieuwing is toch echt tijd nodig. Maar in de tussentijd kun je altijd individueel je steentje bijdragen.

6 opmerkingen:

Willem Karssenberg zei

Als ik een lesauto inhaal (sorry mensen) kijk ik altijd naar de rechterstoel en probeer de leeftijd te schatten van de rijinstructeur. Vaak is dat iemand van zeg maar boven de 50 jaar.
Denk je dat deze mensen zijn blijven hangen in de voorrangsregels van de jaren '70 en tegen hun leerlingen zeggen: "rij maar door bij die rotonde, dat deed ik vroeger ook"?
Nee, natuurlijk niet want ze zouden gelijk zonder baan zitten en begrijpen dus donders goed dat ze zich niet kunnen beroepen op een ooit gehaald certificaat, maar constant moeten zorgen dat ze bijblijven.
Kijk eens wat een boer van tegenwoordig moet weten van bedrijfsvoering en milieuwetten. Zo zijn uit alle branches voorbeelden te noemen waarbij we het heel normaal en logisch vinden dat beroepsbeoefenaars bijblijven.
Waarom accepteren we het dan wel van de oudere leerkrachten dat ze "dit nooit geleerd" hebben zoals jij zegt? En waarom is dat opeens de verantwoordelijkheid van de onderwijsinstellingen? Hebben wij allemaal zelf niet ook de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat we bijblijven?
Ik weiger me erbij neer te leggen en wil het gewoon niet accepteren wanneer ik een leerkracht hoor zeggen: dat hou ik allemaal niet meer bij...
Of zijn je moeder en ik de uitzondering op de regel? :-)

Edwin zei

Ik ben het eens met Willem. Bij sommige docenten ben ik blij dat ze docent zijn en geen dokter....

Je eerste alinea is trouwens ook wel erg kort door de bocht. Ik denk leerlingen van nu in de basis niet zo veel verschillen met vroeger. Wel hebben leerlingen heel andere middelen en mogelijkheden tot hun beschikking daar moet het onderwijs op anticiperen.

Riepke Paulusma zei

Je krijgt de mensen in beweging Martijn met dit artikel. Prima.
Wat mij opvalt is dat we van leerlingen verwachten dat ze in pak em beet een jaar of 5 (bijvoorbeeld) het voortgezet onderwijs behalen.
Mogen docenten in eenzelfde periode dan 'stilzitten' qua kennisontwikkeling?
Samen leren (docent...leerling) zou op ICT vlak wel eens erg leuk kunnen zijn.

Martijn van den Berg zei

Gelukkig zijn er uitzonderingen op de regel. Er zijn wel leergierige leraren op het gebied van didactiek, maar ik denk meer dat het een kwestie is van leraren die leraren leren dan leerlingen die leraren leren. Leerlingen hebben vaak niet veel kennis in innovatief leren. Het zijn meestal de leraren die net van de opleiding die heel leuk les geven.

@willem, jullie zijn een uitzondering, maar omdat er zo weinig uitzonderingen op de regel zijn, kan je helaas als individu niets bereiken.

vanessa zei

Ik ben toch blij dat je het woord vaak gebruikt en niet het woord altijd.
Samen leren klinkt mooi.
Een docent kan ook niet alles weten en als een student dit weet, waarom zou je er niet open voor staan i.p.v boos te worden.
Ik spreek uit eigen ervaring.
Inderdaad je hebt ook leergierige leraren (ik ken er enkele).

Mvg
van een leergierige student

Willem Koper zei

Helpt het als studenten kennis hebben van didactiek?

Als afgestudeerd onderwijzer week ik 31 jaar geleden uit naar
Barcelona alwaar ik tot vandaag de dag me heb toegelegd op het onderwijs van Engels. De nodige interactie en het voordeel dat ik zelf exstudent ben van de materie, dus geen native die de basiskennis van Chomsky over grammatica niet kent, heeft er toe geleid dat al mijn studenten leerde hoe hun leerproces van een vreemde taal te analyseren.

Nu heb ik een eigen talenservice bedrijf met vele leerkrachten en studenten die op afstand werken en leren. Vooral per telefoon.
zie http://www.backuplines.com

Onze filosofie is dat een vreemde taal leren is als een SPORT leren spelen. Veel oefening en minder regels.
Wij zijn dan ook eerder tutoren dan docenten, otw. TRAINERS ipv. SCHEIDSRECHTERS.

Met de onderwijsrevolutie voor de deur en met alle digitale mogelijkheden zullen we een ander uitgangspunt moeten hanteren misschien de verantwoordelijkheid delen en ook de studenten helpen door inzicht te geven over hoe we leren. Dan kunnen zij zelf kiezen hoe ze wat hen wordt voorgeschoteld willen leren, op de meest interessante en effectieve wijze.
IPV vragen over het gebruik van digitaal leermaterialen, wat vroeger multimedia in de klas werd genoemd, zouden we ons moeten afvragen hoe het gebruik de activiteit en interactie van leerling en leerkracht beïnvloedt.

Wat voor maatschappijbeeld hoort daarbij en nog veel meer diepzinnige punten die ter discussie liggen en dus voor het oppakken door nog niet burntout onderwijspersoneel.

Misschien kunnen we praten over de motivatie voor beide partijen (leerders en exleerders) van de combinatie modern les materiaal, interactieve lesplanning en de voldoening voor de leergenerators (geen docenten) die hun monopolie kwijt zijn.

Misschien is het Montesori onderwijs toch niet geheel achterhaald…

Willem Koper 34 93 266 40 39