donderdag 16 december 2010

De youtube generatie

Door: Martijn van den Berg

YouTube, een van de snelst gegroeide successen. Wat in februari 2005 begon als een simpel initiatief om familiefilmpjes met andere te delen, is nu even bekend als google. En dat merk je. Alles wat je wilt zien, is op youtube te vinden: muziek, filmtrailers, het laatste nieuws, en allerlei aparte filmpjes. YouTube is echt een geweldige uitvinding. Een paar aspecten van youtube.

Waar je vroeger dingen kon leren, door andere mensen te zoeken die iets wel konden, kan je nu youtube gebruiken. Er vallen filmpjes te zien over van alles en nog wat. Zo kon een vriend van mij na twee maanden opeens de meest onmogelijke trucjes met een speciale jojo doen. En zo gebruik ik YouTube regelmatig om bepaalde liedjes op drums uit te vogelen.

Waar men vroeger een muziekcollectie had, die mensen op feest aan konden zetten voor wat extra gezelligheid, zie je tegenwoordig vaker dat men YouTube gebruikt om aan muziek te komen. Alle liedjes zijn tegenwoordig binnen een paar klikken op YouTube te krijgen. Naast dat, zijn er vaak ook nog vele varianten van liedjes te zien, door mensen die graag hun muzikaliteit op internet zetten. Sommige artiesten zijn zelfs via YouTube bekend geworden, zoals Esmee Denters, of Tyler Ward.

Wat ik nog wel het meest maffe vind aan YouTube, is de mensen die zich de hele dag met die site kunnen vermaken. YouTube is ook een poort naar de buitenwereld. Je kan alles zien wat er gebeurt in de wereld. En het ergste is dat na elk leuk filmpje, er een keuzemenu volgt naar meer leuke filmpjes, en zo kan je erg lang bezig zijn met het kijken naar telkens variërend beeldmateriaal. Televisie wordt zelfs vervangen door YouTube bij sommigen.

YouTube is weer een mooie uitvinding die de globalisatie van tegenwoordig mogelijk maakt. Het bevat vele mogelijkheden, en misschien nog niet eens allemaal ontdekt. Youtube is qua jaren nog maar jong, maar zo ongelofelijk ontwikkeld. Wie weet wat de toekomst nog voor YouTube in petto heeft...

De komende drie weken geen blogjes meer, want dan is het vakantie. Wij wensen iedereen alvast prettige kerstdagen en een leerzaam 2011 toe!

woensdag 15 december 2010

Audivididici

screenshot van het maken van een nieuwe woordenlijstOm woordjes te overhoren worden door docenten en leerlingen vaak gebruik gemaakt van het programma WRTS. Een mooi programma, vind ik, en ook handig omdat het de mogelijkheid biedt om lijsten uit te wisselen. Maar het is jammer dat het programma geen mogelijkheid biedt om het leren van woorden te ondersteunen met beelden of geluiden. Het - eveneens gratis - programma Audivididici doet dat wel: daarmee kan je aan een woord een beeld of een geluid naar keuze koppelen waardoor je de mogelijkheden om woorden te leren vergroot.

Hoe werkt Audivididici? Als je woorden wilt leren, dan maak je eerst een woordenlijst. Bij elk woord kan je de vertaling van dat woord invoeren, met daarbij een afbeelding en een geluidsopname. Je kunt daarvoor beeld- en geluidmateriaal gebruiken dat op je p.c. staat of een URL ingeven van beeld- of geluidmateriaal op internet. Je kunt ook binnen het programma zelf een geluidopname maken.

Woorden oefenen kan op verschillende manieren:
  • diapresentatie: je krijgt alle vragen en antwoorden te zien en te horen,
  • oefenen: hierbij krijg je de vraag te zien met het daarbij behorende beeld en/of geluid. Je geeft het antwoord voor jezelf,
  • overschrijven: je krijgt het antwoord op de vraag te zien en je schrijft het over. De software controleert of je het goed doet,
  • dictee: je krijgt de vraag met het bijbehorende beeld en geluid; je vult zelf het antwoord in. De software controleert de antwoorden,
  • uitspraak: je krijgt het woord met het daarbij behorende beeld en spreekt voor jezelf het goede antwoord uit. Je beluistert daarna het geluidsbestand en vinkt aan of je antwoord goed was of niet.
Wie al woordenlijsten heeft gemaakt met het programma Teach2000 of met Overhoor, kan deze bestanden converteren naar Audivididici. Werk je met WRTS, dan moet je die bestanden eerst inlezen bij Teach2000, waarna je die bestanden weer kunt overzetten naar Audivididici. Maar ik zou er zelf de voorkeur aan geven om bij iedere les één leerling de opdracht te geven om een complete woordenlijst (incl. beeld en geluid) te maken bij die les, en die aan de andere leerlingen aan te bieden. Een complete goede woordenlijst wordt natuurlijk beloond, net zoals het vinden van een fout in een woordenlijst van een ander. Daarmee bouw je snel een bestand op dat de leerlingen ook in latere jaren nog kunnen gebruiken.

Overigens: met wat creativiteit is het programma bruikbaar voor alles waarbij je iets uit je hoofd moet leren. Je kunt het natuurlijk ook gebruiken om begrippen uit andere vakken te leren kennen, topografie te leren, jaartallen of perioden uit de geschiedenis of muziek te leren herkennen. Je hoeft je met het gebruik van Audivididici dus niet te beperken tot de talen!

dinsdag 14 december 2010

Raadsel om de dag mee te beginnen

screenshot website FigureThisOm interesse in wiskunde te stimuleren, is het leuk om leerlingen elke week een wiskundige vraag voor te leggen. Dat moet dan natuurlijk wel een leuke vraag zijn: een onderwerp dat past bij kinderen, niet te theoretisch (maar wel met een wiskundige theorie erachter), en liefst ook nog iets waar je zelf wat aan kunt onderzoeken. Dat soort vragen bedenken is helemaal niet eenvoudig.

Op de site Figure This (of 'Take a Challenge', van dezelfde makers als de site Illuminations: het National Council of Teachers of Mathematics) vind je wel 80 van dit type vragen. Wat smelt langzamer: een paar losse ijsblokjes of één grote, is er ieder jaar een 'vrijdag de dertiende', hoe kan ik een vierkante taart in 6 gelijke stukken verdelen (met ieder evenveel icing aan de zijkant), hoe kan je een groot en een klein vierkant zo in stukken knippen dat er één groot vierkant ontstaat enz. Bij de vraag krijg je meestal een hint waarmee je kinderen kunt helpen zelf het antwoord te zoeken. Je krijgt altijd:
  • het antwoord op de vraag,
  • soortgelijke vragen (die je moet kunnen beantwoorden als je het antwoord op de eerste vraag hebt begrepen),
  • aanvullende vragen, die voortborduren op de eerste vraag,
  • grappige weetjes die met het vraagstuk te maken hebben,
  • een lijst met Engelstalige boeken die met het vraagstuk te maken hebben.
Figure This biedt daarmee een heleboel manieren om een vraagstuk op te lossen, waardoor de site goed bruikbaar is voor wie uitgaat van meervoudige intelligentie.

Wat ook erg handig is voor het onderwijs, is dat er een index is op de vraagstukken op basis van het onderwerpsgebied, bijv. vragen die te maken hebben met statistiek en kansberekening, met maten en afmetingen, met getallen en berekeningen enz. Als je bezig bent met bepaalde stof in de les, dan kan je met deze index daarbij makkelijk een passende vraag zoeken.

De site is Engelstalig, dus je zult de vragen niet aan je leerlingen voor kunnen leggen zonder ze tenminste te helpen met de vertaling.

Je kunt de inhoud van de site ook op cd kopen (let op: de link op de site is niet juist), maar wat daar de meerwaarde van is, is mij niet duidelijk. Mogelijk krijg je dan extra materiaal om het oplossen van het vraagstuk te ondersteunen, maar volgens mij biedt de site zelf al meer dan voldoende ingangen.

Kom je in deze drukke weken niet toe aan het stellen van vragen of het beantwoorden ervan? Misschien is het dan leuk om de leerlingen een paar vragen mee te geven om thuis over na te denken en eventueel onderzoek naar te doen. Bijvoorbeeld de vraag op welk koekje de meeste chocolade zit, hoe ver een auto kan rijden op een volle tank of de vraag op welke dag het kindje Jezus is geboren als we ervan uitgaan dat hij geboren is op 25 december in het jaar 0.

Wedden dat die vragen tot gesprekken leiden tijdens de kerstdagen? Degene die het goede antwoord geven na de vakantie mogen op 6 januari, het Driekoningenfeest, koning zijn ;-)

maandag 13 december 2010

Wiskunde en rekenen op het digibord

Illuminations is een website die wordt gevuld door de NCTM, de (Amerikaanse) National Council of Teachers of Mathematics. Op deze site zijn verschrikkelijk veel leuke en leerzame activiteiten te vinden op het gebied van wiskunde en rekenen. De activiteiten zijn prima geschikt voor de computer en het digibord. Ze zijn bruikbaar voor zowel het basis- als het voortgezet onderwijs. Ik heb een aantal activiteiten uitgeprobeerd, en had moeite om ermee op te houden. Dat kan aan mij liggen (ik vind wiskunde een leuk vak), maar het materiaal is ook wel erg verleidelijk!
  • Turtle pond: laat een kikkertje van de ene naar de andere coördinaat laten springen en draaien om in de vijver te komen,
  • Bobbie Bear: rekenen hoeveel combinaties je kunt maken met de truien en broeken van Bobbie Bear,
  • How many under the shell: eenvoudige optel- en aftreksommetjes met de inktvis,
  • Fractal Tool: fractals maken,
  • Angle Sums: hierbij ervaar je dat de som van de hoeken gelijk blijft bij bepaalde wiskundige figuren,
  • In een staafdiagram laten zien waar jij op een dag je tijd aan besteed (of staafdiagram op basis van andere data),
  • Onderwaterduel, waarbij je het tegen een octopus opneemt in een soort 21-spel,
  • Een tooltje om allerlei uitslagen te maken van wiskundige figuren of printjes van getallenlijnen en nog veel meer.
Op de site staan overigens naast al dit soort online activiteiten ook lessen over de volgende onderwerpsgebieden:
  • Number & Operations
  • Algebra
  • Geometry
  • Measurement
  • Data Analysis & Probability
Het aardige is dat je in die lessen kunt zoeken naar materiaal waarbij gebruik wordt gemaakt van de activiteiten die worden aangeboden. Daarmee kun je dus voor verdieping zorgen in het werken met de activiteiten. Als je een activiteit leuk vindt, krijg je overigens ook te zien hoe je die kunt combineren met wat er nog meer op de site te vinden is.

Ben je op zoek naar materiaal voor een reken- of wiskundeles, dan loont het zeker de moeite om te kijken op deze site.



N.B. Voor wie niet bekend is met het Amerikaanse systeem van 'grades', hierbij een overzicht van de grades met de leeftijd die daarbij past.
  • Preschool: 4-5
  • Elementary School:
    • Kindergarten: 5-6
    • 1st Grade: 6-7
    • 2nd Grade: 7-8
    • 3rd Grade: 8-9
    • 4th Grade: 9-10
    • 5th Grade: 10-11
  • Middle School:
    • 6th Grade: 11-12
    • 7th Grade: 12-13
    • 8th Grade: 13-14
  • High School:
    • 9th Grade: 14-15
    • 10th Grade: 15-16
    • 11th Grade: 16-17
    • 12th Grade: 17-18

donderdag 9 december 2010

De praktijk; leren we wel?

Door: Martijn van den Berg
Als ik naar een school ga, doe ik dat om te leren. Mijn ouders betalen een flink bedrag ieder jaar aan boeken en schoolgeld om mij op school te laten zitten. Dan verwacht ik toch dat mij de mogelijkheid wordt gegeven om kennis op te nemen. Nu mag ik op zich niet klagen op Stenden, ik krijg een hoop interessante informatie te horen. Maar wat ik compleet niet vind kloppen is het praktijk lopen. Als je dan gratis voor een school werkt, hoop je dan toch dat je iets zal leren, dat je interessante informatie voor de kiezen krijgt. De teleurstelling is dan groot als je dit niet krijgt.

Laat ik even specifiek zijn. Ik heb het over de meest geestdodende afdeling van Stenden, de kantine. Je werkt 9 uur op een dag, vijf dagen in de week, met maar een half uur pauze. Het enige wat je tijdens deze 9 uur staat te doen is broodjes bakken, zelfs als supervisor. Het is nu twee dagen en zowel ik als mijn medesupervisors en eerstejaars zijn compleet uitgeput.

Naast het probleem van de lange werktijden en het zware werk is er hier vooral een didactisch probleem: mensen worden fysiek tot het einde gedreven met saaie klusjes, terwijl ze er mentaal niets op vooruit gaan. In het echte leven heb je vaak je salarisstrook om naar uit te kijken, dus hier hoop je toch op even wat afleiding.

De oplossing voor dit probleem valt te vinden in de andere afdelingen van het hotel. Veel afdelingen hebben een trainingsplan, waar verschillende activiteiten gepland zijn die studenten helpen hun functie binnen de afdeling beter te vervullen. Dit zorgt voor afwisseling binnen de afdeling, en geeft studenten een betrokken gevoel bij de afdeling.

Maar voor zoiets geïmplementeerd kan worden, zal eerst de basis aangepakt moeten worden. Er moeten meer medewerkers komen, zodat mensen gemist kunnen worden, en dit zal ook meer ruimte geven voor andere activiteiten en eventuele training. Eerst zal de fundering aangepakt moeten worden, maar ik heb het geloof dat hierop uiteindelijk iets heel moois gebouwd kan worden.

woensdag 8 december 2010

Praten over kerst en mediawijs worden

Het sinterklaasfeest is weer achter de rug: tijd om na te denken over het kerstfeest ;-)

Om in de sfeer te komen en om na te denken over wat het kerstfeest is, hoe het is ontstaan en wat het voor de leerlingen betekent, kun je ze kaarten laten maken. Bijvoorbeeld door ze foto's te laten maken en die te bewerken. Daarmee denken leerlingen niet alleen na over het kerstfeest: ze leren ook iets over beeldtaal (bijv. waarom er een duif staat op heel veel kerstkaarten), en over hoe je foto's kunt manipuleren zodat ze passen bij het verhaal dat je wilt vertellen (bijv. door de mensen en/of dieren van een kerstmannenmuts te voorzien, door kerstklokken in de foto te plakken, door sneeuwvlokjes in je foto te tekenen enz.).

Er zijn een heleboel programma's waarmee je foto's kunt bewerken, van heel simpel tot heel uitgebreid en van online tot offline. Hieronder een paar gratis programma's waarmee je foto's kunt bewerken.
  • Picasa is een offline programma. Je moet het downloaden en installeren op je eigen p.c. om het te gebruiken. Je kunt de foto's online delen via Picasaweb, maar je kunt er ook voor kiezen om ze alleen op je eigen p.c. te bewaren. Machiel Karels heeft een handleiding gemaakt bij dit programma.
  • FotoFlexer is een online programma. Met dit programma kan je heel makkelijk extraatjes aan je foto toevoegen, zoals sneeuwvlokken of een warme wintermuts. Als je hulp nodig hebt bij het leren werken met Fotoflexer, kan je het beste even kijken op YouTube: daar vind je volop filmpjes met tips.
  • GIMP is een open source fotobewerkingsprogramma waarmee je zo'n beetje alles kan doen wat je wilt. Het is wel een programma voor wie al wat verder gevorderd is: het kost veel tijd om het programma onder de knie te krijgen. Bij het programma is een half Engels-/half Nederlandstalige handleiding; je kunt ook gebruik maken deze Nederlandse handleiding (inloggen als 'gast'), Vlaamse handleiding of van de grote hoeveelheid YouTubefilmpjes.
  • Gimphoto is gebaseerd op GIMP, maar is iets eenvoudiger in gebruik. De basis van het gebruik van deze tool kan je leren met dit YouTube-filmpje.
  • Veel eenvoudiger is het programma IrfanView. Ook dit programma moet je downloaden om ermee aan de slag te gaan. Als je iets op je foto's wilt tekenen, dan kun je het programma IrfanPaint als plug-in toevoegen aan IrfanView. Een uitgebreide handleiding voor het werken met IrfanView vind je op de site Solveg; een screencast is hier te vinden.
  • Een andere redelijk eenvoudige tool is Picnik. Als je foto's hebt geüpload naar Flickr kan je ze daar met Picnik bewerken, maar je kunt de tool ook daarbuiten gebruiken. Op het forum van Helpmij vind je een korte uitleg over het gebruik van Picnik. (inloggen als 'gast').
Hebben alle leerlingen een foto gemaakt? Maak er dan een collage van (bijv. met Picasa) en publiceer die op de website van de school, zet 'm in de schoolkrant of print hem uit en geef hem mee aan de kinderen wanneer ze op vakantie gaan. Leuk om thuis te laten zien en met de ouders te bespreken hoe zij kerstmis beleven.


Nog niet gevonden wat je zocht? Bekijk dan dit overzicht van fototools in de Gotoweb2.0-wiki. Daar zijn er nog veel meer te vinden!

Afbeelding van My Buffo, gepubliceerd onder CC-by-sa.

dinsdag 7 december 2010

DeweyDigger

screenshot DeweyDiggerIn bibliotheken worden informatieve boeken opgeruimd op onderwerp. Daarvoor zijn verschillende systemen. In de openbare bibliotheek in Nederland wordt meestal gebruik gemaakt van SISO: Schema voor de Indeling van de Systematische catalogus in Openbare bibliotheken. Ik heb zelf tijdens mijn opleiding daarmee gewerkt maar ook met UDC (Universeel Decimaal Classificatiesysteem): een soort uitgebreide versie van SISO. Maar bijna alle systemen werken volgens hetzelfde principe: alle onderwerpen worden ingedeeld in een tiental hoofdgroepen, die op hun beurt weer onderverdeeld worden in subgroepen enz. Het is handig als je een beetje overweg kunt met dit soort indelingssystemen: het kan je veel tijd besparen bij het zoeken naar literatuur.

Om ervaring op te doen met zo'n indelingssysteem hoef je niet naar de bibliotheek. Je kunt je leerlingen op het web eens laten spelen met Dewey Digger, een tool om te leren werken met de Dewey Decimal Classification (DDC). De DDC is een indelingssysteem dat veel in de VS gebruikt wordt. Ons SISO-systeem is sterk verwant met de DDC: de indeling in hoofdgroepen is grotendeels gelijk. Op de homepage van DeweyDigger zie je de hoofdgroepen. Bovenaan de homepage zie je de hoofdgroepen staan, en midden op de pagina zie je per hoofdgroep een foto die past bij dat onderwerp.

Klik je op de hoofdgroepen bovenaan de pagina, dan krijg je een overzicht van de subgroepen. Klik je één van die subgroepen aan, dan krijg je een overzicht van trefwoorden in de subgroep.
Wanneer je klikt op zo'n foto (ze worden voortdurend gewisseld), dan krijg je een overzicht van de trefwoorden die passen bij die foto.

Die trefwoorden zijn aanklikbaar. Als je dat doet kom je in een nieuw scherm met daarin verschillende zoekmachines. Je kunt dan kiezen met welke zoekmachine je wilt zoeken naar dat onderwerp. Van dat overzicht word ik erg blij omdat er ook een behoorlijk aantal zoekmachines in staan waarmee je kunt zoeken naar wetenschappelijke bronnen. En misschien vind ik dat wel het grootste pluspunt van DeweyDigger: het helpt je om je zoektocht te verdiepen, door niet alleen gebruik te maken van de standaard zoekmachine(s), maar ook eens te kijken wat andere zoekmachines te bieden hebben. Zeker voor leerlingen uit de bovenbouw havo en vwo een bruikbare tool.

maandag 6 december 2010

3D op het Digibord

afbeelding van iemand die naar een 3d-model kijkt als augmented realityHet digibord is natuurlijk een prachtig middel om je lessen met beeldmateriaal te ondersteunen. Meestal denken we daarbij aan 2-dimensionale beelden, maar met 3-dimensionale beelden kan je vaak nog meer laten zien omdat je het beeld van verschillende kanten kunt bekijken.

Het Google-3d-Warehouse bevat een prachtige verzameling van beelden die je kan gebruiken in het onderwijs. Wat dacht je van het menselijk lichaam in 3D, Byzantijnse architectuur, snel kunnen laten zien hoe een microscoop eruit ziet, een dna-molecuul laten zien, bij wiskunde een dodecaeder of een kegel van alle kanten bekijken en bij scheikunde een helium-atoom, en natuurlijk is het leuk om bij de geschiedenisles gebouwen uit het oude Rome te bekijken.

De figuren in het Google 3d-Warehouse kan je in het warehouse zelf in 3d bekijken, maar leuker is het om ze te downloaden en te bekijken in Google SketchUp. Als je de figuren bekijkt in het warehouse, dan kan je ze alleen naar links of rechts laten draaien: bekijk je ze met Google SketchUp, dan kan je ze alle kanten op roteren, groter of kleiner maken en natuurlijk: bewerken.

Een handleiding over hoe je dat moet doen, vind je op de site van Google SketchUp in de vorm van een serie (Engelstalige) video's. Vind je het fijner om te leren met Nederlandstalige handeldingen, dan kan je deze (Vlaamse) handleiding of de screencasts van Gerard Dummer gebruiken. Om te beginnen hoef je alleen te leren hoe je de beelden kan manipuleren. Ben je een stapje verder, dan vind je het misschien ook leuk om zelf iets te maken, of om je leerlingen figuren te laten maken.

Heb je geen zin om je te verdiepen in SketchUp of heb je geen digibord maar wel een p.c. met webcam? De figuren in het Warehouse kan je ook als 3d-projectie op een vel papier bekijken (augmented reality). Daarvoor maak je een print van deze afbeelding (in AR-terminologie: de 'marker'). Vervolgens installeer je op je p.c. een plug-in voor Google SketchUp en, als je die nog niet op je p.c. hebt staan, het programma SketchUp zelf. Om een model als augmented reality te bekijken, start je Google SketchUp, je opent het betreffende model en tot slot klik je op het ikoontje van de nieuw geïnstalleerde plug-in. Hou dan je marker voor de webcam, en je ziet je model op je beeldscherm bewegen.

Er is een gratis versie van de plug-in: daarmee kan je het model steeds maximaal 30 seconden bekijken en het logo van de software (AR-media van Inglobe Technologies) blijft in beeld. Voor 29 euro kan je een schoollicentie kopen, waarmee je van die nadelen af bent. Maar of dat de moeite waard is? Ik betwijfel het. Maar het is wel leuk om eens te proberen!

Afbeelding van digitalsean, gepubliceerd onder CC-by-nc-sa.

donderdag 2 december 2010

New Super Mario Bros Wii; gewoon super!

Door: Martijn van den Berg

Het gebeurt niet vaak, maar af en toe worden er spelletjes gemaakt die zo ongelofelijk leuk zijn dat ze op ieder moment retro zijn. Het mooiste voorbeeld is Super Mario Bros, dat ontwikkeld was voor de NES in 1985. Het spel waarbij je als loodgieter de prinses moest bereiken die door de boze schildpad gegijzeld was. Sindsdien bouwt Nintendo nog vaak voort op hun bekende loodgieter. Het was dan ook dat toen ik op zoek was naar een spel voor de wii dat ik met een stel studenten kon spelen, ik snel aan dit spel dacht.

Super Mario Bros Wii (SMBw) bouwt voor op het aloude Mario. Dit betekent als vrolijk loodgietermannetje bovenop monsters springen, door pijpen kruipen om uiteindelijk de prinses te redden. Weinig uitleg nodig, wat mij betreft. Wat nieuw is in dit spel, is dat als je met meer mensen bent, je de hulp in kan roepen van Mario's vriendelijke loodgietercollega Luigi en daarnaast ook nog twee paddestoelfiguren, de zogenaamde toads, zodat je het spel met vier spelers tegelijk kan spelen.

Samen de wereld afstruinen blijkt geniaal. Niet alleen omdat je allemaal met één doel bezig bent, maar ook omdat je verplicht bent om samen te werken. Zo moet je bijvoorbeeld boven op elkaar springen of elkaar gooien om bij speciale gebieden te komen. Daarnaast zul je ook enigszins bij elkaar moeten blijven. Als er één iemand denkt het level sneller uit te kunnen spelen, verliest de rest een leven omdat ze achterblijven. Dit leidt tot erg lachwekkende acties.

Mijn doel met dit spel was iets te kopen dat je met vier studenten kon spelen zonder te veel te hoeven bewegen. Het resultaat: tot nog toe vier avonden erg veel plezier en nog niet eens halverwege. SMBw is een prachtig spel, en laat ook zien waarvoor de wii naar mijn mening dient: samen gezellig gamen. Voor het luttele bedrag van 40 euro is dit wat mij betreft een van mijn beste aankopen ooit in games, of in ieder geval namens mijn vrienden.

woensdag 1 december 2010

Zelf lessen maken met ICT

afbeelding van een woordenwolk over ict in de lesEr komen steeds meer tips over hoe je ICT kunt gebruiken in de les. Er is heel veel materiaal voor docenten en leerkrachten die ICT willen gebruiken. Kijk maar eens in Wikiwijs: bij professionalisering voor het VO, en bij professionalisering voor het PO. Of kijk op Share Teacher Education Resources (TEC): ook daar is heel veel te vinden. Op de site van Leraar 24 staan op dit moment 66 video's uit de praktijk over het gebruik van ICT in het onderwijs. En laten we Klascement niet vergeten: de site van onze zuiderburen, waar - na het maken van een (gratis) account - erg veel lesmateriaal te vinden is.

Maar er zijn ook kleinschaliger initiatieven, en die zijn zeker ook de moeite waard. Ik noem er een paar:
  • 23 OVC Dingen: 23 lessen over tools die je kunt gebruiken in je les: om je les interactiever te maken, om leerlingen te stimuleren een actieve bijdrage te leveren of om zelf tijd te besparen,
  • Op de site Walhak vind je héél veel handleidingen voor het gebruik van allerlei ict-gereedschappen: van een cursus over de ELO Moodle tot een serie lessen over de verschillende Google tools (o.a. Google Docs en Google sites) en nog veel meer,
  • De cursus Leren met ICT, van Serge de Beer, met tips voor docenten die ict willen inzetten in de les, zowel met heel eenvoudig te gebruiken ict-gereedschappen als met wat meer gecompliceerde tools,
  • Zelf lessen maken met ICT, een nieuw initiatief van Station to Station. Hier vind je lesbrieven voor lessen waarbij gebruik wordt gemaakt van ICT met daarbij - heel handig - een handleiding voor de leerlingen hoe ze de betreffende tool moeten gebruiken. De lessen zijn bestemd voor het basisonderwijs, maar ook prima te gebruiken in het voortgezet onderwijs.
  • Medialessen.nl: een site met heel veel lessen voor het basisonderwijs, waarbij leerlingen gebruik maken van media.
Een deel van dit materiaal is ontsloten via Wikiwijs, maar het loont de moeite om deze sites in zijn geheel te bekijken.Veel van het materiaal is gratis te gebruiken. Wil je er ondersteuning bij hebben, dan kan je in de meeste gevallen terecht bij de organisaties die de cursussen hebben gemaakt.

Ben je op zoek naar meer materiaal over het gebruik van ICT in het onderwijs en kan je het niet vinden? Laat een berichtje achter wat je zoekt, dan help ik je daarbij.

Afbeelding van ergonomic, gepubliceerd onder CC-by.