maandag 19 oktober 2009

Spel 13 in de Oorlog van IJsfontein

screenshot van het spel 13 In de OorlogIk had gezegd dat ik niet zou bloggen in de herfstvakantie maar het spel '13 in de oorlog' is te mooi om te laten liggen tot na de vakantie. Vandaar dus toch maar een blogje.

Vandaag wordt tijdens het Cinekidfestival in Amsterdam een aantal nieuwe producties gelanceerd: de NPS-series 'De Oorlog' en '13 In de oorlog'. De Oorlog is een 9-delige geschiedenisserie, waarin het verhaal van de bezetting van Nederland door Duitsland en van Nederlands-Indië door Japan verteld wordt. Het verhaal wordt gedeeltelijk verteld op locatie: in Westerbork, Auschwitz, Arnhem en Bandung. Tegelijkertijd met De Oorlog, start het tv-programma 13 in de Oorlog, een 13-delige geschiedenisserie voor kinderen over de Tweede Wereldoorlog.

Bij deze serie heeft IJsfontein een spel gemaakt, met dezelfde titel als de serie: '13 in de oorlog'. In het spel is het 14 mei 1940. Je bent 13 jaar en je woont in Rotterdam. De stad is gebombardeerd en je vader is vermist. Natuurlijk ga je op zoek naar je vader maar dat is helemaal niet makkelijk: iedereen die je tegenkomt heeft zijn eigen problemen. Er zijn gewonden die geholpen moeten worden en mensen die weg willen maar geen geld hebben om de boot te betalen. Sommige mensen kunnen jou helpen maar dan moet jij hen ook helpen. En soms moet je risico's nemen: vertel je de Duitse officier dat je op zoek bent naar informatie of doe je alsof je neus bloedt en hoop je dat je gewoon door mag lopen? Gebruik je het medicijn dat je hebt gekregen van de arts om de gewonde Duitse soldaat te helpen in ruil voor geld dat je weer kunt gebruiken om een moeder met haar kind verder te helpen of gebruik je het voor een Nederlandse soldaat die op sterven ligt?

De keuzes die je als speler moet maken zijn niet vanzelfsprekend en zullen zeker tot discussies leiden in de klas. En daarmee dient het spel zijn doel: het zet de speler aan tot denken wat een oorlog betekent, hoe moeilijk het is om in een oorlog goede keuzes te maken en dat goede keuzes soms ook nare gevolgen kunnen hebben.

De eerste episode van het spel komt op 25 oktober beschikbaar op internet; na elke aflevering van 13 In de Oorlog verschijnt er een nieuwe episode. Zodra ik de link van het spel weet zal ik hem hier vermelden. Vandaag zal ook het gelijknamige boek van Ad van Liempt gepresenteerd worden, waarop de televisieserie geënt is. Goede achtergrondinformatie voor de docent die in de les aandacht gaat besteden aan de oorlog, en interessante lectuur voor degenen die nu echt met vakantie zijn!

vrijdag 16 oktober 2009

Mscape-fest in Nederland

afbeelding van logo Mscape-Fest 2009Mscape is een (gratis) programma waarmee je routes kunt uitzetten op een mobiele telefoon of een ander apparaat met GPS dat draait op Windows Mobile (maar dat kan natuurlijk anders worden). Aan die locaties op die route kan je verschillende bestandjes koppelen: teksten, plaatjes, geluidsbestanden of video's. Als degene die de route loopt op zo'n locatie komt opent zich het bestand. Op die manier kan je vrij eenvoudig een spel maken waarbij de spelers op een route opdrachten krijgen of informatie moeten verzamelen waarmee ze een probleem kunnen oplossen.

De basistechniek om een route te maken met Mscape is kinderlijk eenvoudig: je maakt gebruik van een bestaande kaart en sleept de bestandjes naar de plaats waar je wilt dat ze zichtbaar worden. Werkelijk waar: kinderen vanaf een jaar of 10 kunnen al met de software overweg. De software biedt ook mogelijkheden voor wie meer wil: je kunt bijvoorbeeld de score bijhouden van multiple choice-vragen die je stelt of een extra tip geven als iemand een vraag goed beantwoordt.

Ik vind Mscape prachtige software voor het onderwijs. Je kunt er wandelroutes mee uitzetten voor het jaarlijkse schoolreisje, een natuurspeurtocht maken of een spel. Je kunt dat als docent zelf doen maar je kunt het ook door je leerlingen laten doen en er dan eventueel een vakoverstijgend project van maken: de leerlingen die biologie (of bij een Romereis: Latijn, of bij een geschiedenisspel: geschiedenis enz.) volgen bedenken de inhoud van de route, de leerlingen informatica doen het programmeerwerk en de leerlingen die beeldende vorming in hun pakket hebben geven het geheel vorm. Een leuke samenwerking en het levert gegarandeerd bruikbare content op voor de lessen van dit en - mogelijk - vele volgende jaren!

Waarom ik dit programma nog eens onder de aandacht breng (ik had er al over geblogd in oktober 2007 en november 2008) is dat er op 25 en 26 november in Tilburg een internationaal evenement is over Mscape: het Mscape-Fest 2009. Er worden daar zo'n 200 mensen verwacht, uit binnen- en buitenland en dat betekent dat je je hart kunt ophalen aan verhalen en ervaringen van gebruikers van het programma. Het Fest bijwonen kost helemaal niks: je hoeft je er alleen voor aan te melden.

Een andere reden om nog een keer melding te maken van Mscape is dat Fontys PTH een handleiding heeft gemaakt voor gevorderden: daarin leer je eenvoudige programmaatjes te maken met Mscape zoals ik hierboven al beschreef. Ik heb de handleiding bekeken en die ziet er, net als de handleiding voor beginners die ze eerder maakten, prima uit. Praktisch, met goede tips zowel om goede inhoud te bedenken als om het programmaatje te schrijven om dat idee vorm te geven. Heel bruikbaar dus!

Na vandaag begint voor het noorden en het midden van het land de herfstvakantie en de week daarna volgt het zuiden. Tijd genoeg dus om Mscape eens uit te proberen en zelf een route uit te zetten of een route van de site te downloaden en te lopen. Er zijn routes die plaatsafhankelijk zijn maar er zijn ook routes die je overal kunt lopen (meestal heb je dan wel een open veldje o.i.d. nodig). Kijk eens op de site van Mscape: er is vast wel een route die je aanspreekt.

Ik ga de komende 2 weken even geen blogjes posten. Ik ben heel druk bezig met andere zaken en wil daar prioriteit aan geven. Ik ga in november een aantal uren in de week werken bij SURFfoundation (als het kan en mag zal ik daar zeker ook over gaan bloggen) dus ik ga proberen om voor die tijd een paar andere klussen af te ronden. Ik kom over 2 weken hier weer terug en hoop jullie dan te kunnen vertellen over wat ik in de tussentijd heb gelezen en gedaan. Tot 2 november!

donderdag 15 oktober 2009

Onze kleine-huisjescultuur

Door: Martijn van den Berg
Tijdens PBL (problem based learning), dwalen we wel eens af naar andere onderwerpen. Zo ook deze keer, toen we over cultuur aan het praten waren. Uiteindelijk vroegen we een van de internationale studentes wat haar opviel aan de Nederlanders. Het antwoord was dat wij zo erg van het leven genieten, en heel erg veel buitenshuis zijn. Verklaring hiervoor gaf ze als volgt: “Nederlanders leven in veel kleinere huisjes dan andere landen, en daarom moeten ze wel naar buiten, anders vervelen ze zich gewoon.”

Ik ben het eens met de uitspraak, maar ik denk dat een andere verklaring logischer is. Ik denk ook dat deze uitspraak meer voor studenten geldt dan voor volwassen mensen, aangezien volwassenen meestal een heel erg uitgezet leven hebben. Mijn verklaring luidt als volgt:
“De studiecultuur in het buitenland is anders. In het buitenland studeert men het meeste in de vrije tijd, en zijn de tijden waarop men sociale activiteiten uitvoert meer vastgezet”.

Het bewijs voor mijn verhaal vind ik in de redenen waarom ik niet in het buitenland wilde studeren, en in de dingen die ik in het dagelijks leven zie hier in Leeuwarden. We gaan chronologisch vandaag, dus ik begin bij waarom in niet in het buitenland wilde studeren. Ik was namelijk bang voor wat ik daar zou aantreffen. Ik ben gewend heel erg vrij te zijn in wat ik met mijn studie doe, en in het buitenland kan dit dus alleen maar achteruit gaan.
Het tweede bewijs voor mijn verhaal vind ik in de studenten die hierheen komen om te studeren. Ik zie dat veel studenten die hier komen en uiteindelijk langzaam inburgeren in onze cultuur, heel erg genieten van de eindeloze vrijheid door hier gigantisch veel uit te gaan, feestjes te geven. Dit is al vaak genoeg mis gegaan met de verscheidene uitwisselingen met het buitenland die ik ondergaan heb, doordat studenten zich iets te vrij voelden.

Ik ga niet zeggen welke cultuur beter is. Dat hangt er heel erg vanaf waar je opgegroeid bent, en wat je interesses zijn. Ik ben blij dat ik hier leef, alhoewel ik het erg interessant had gevonden om dit in een andere cultuur te proeven. Uiteindelijk gaat het er vooral om dat je je comfortabel voelt in de cultuur waar je in leeft.

woensdag 14 oktober 2009

Service iRex?

Voor het SURFnet/Kennisnet innovatieprogramma heb ik de afgelopen weken een aantal apparaten mogen testen. Dat was natuurlijk leuk werk: wie vind het nou niet leuk om te spelen met de allernieuwste hebbedingen? Soms blijken die hebbedingetjes uitermate handige apparaten te zijn. Zo gebruik ik al weer bijna een jaar de iRex e-reader 1000S en ik ben er 100% tevreden over: het apparaat heeft de functionaliteiten die ik nodig heb in huis (goed leesbare pdf's), ik vind hem makkelijk te bedienen en het scheelt me veel sjouwwerk. Het toeval wilde dat mijn e-reader het juist in de afgelopen periode begaf: ik moest hem talloze malen resetten, de knoppen onderaan het scherm deden niet meer wat ze moesten doen en toen er een upgrade van de software kwam lukte het me niet meer om de e-reader te laten communiceren met mijn p.c. Omdat ik het apparaat echt veel gebruik aarzelde ik om hem terug te brengen want ik wilde hem niet graag missen. Maar ja, zo ging het eigenlijk ook niet langer. En, zo redeneerde ik, voor een apparaat van 699 euro verwacht je een uitstekende service dus het zou vast niet lang duren.

Om te beginnen belde ik dus naar iRex om het probleem voor te leggen. Helaas: daar ving ik bot: ik moest een ticket aanmaken op de website van iRex; alleen dan kon mijn klacht in behandeling genomen worden. Dus maar naar de site, die overigens helemaal in het Engels is terwijl iRex toch echt een Nederlands bedrijf is. Met wat moeite lukte het me om een account aan te maken en vervolgens mijn klacht door te geven via een 'ticket'. De dag erna kreeg ik al bericht: ik kon de software upgrade ook op een andere manier uitvoeren (helaas, zo bekende de helpdesk, zat er nog een bug in de software waardoor je de upgrade niet kon uitvoeren met de ingebouwde Companion software). En of ik mijn klacht nog nader kon omschrijven. De upgrade lukte maar daarmee was ik nog niet van de problemen af. Prompt kreeg ik de tip om eerst een keer de e-reader helemaal leeg te laten lopen en daarna weer op te laden; misschien dat dat het probleem zou verhelpen. Dat was niet het geval: nu begaf de e-reader het helemaal. Ik kreeg een mailtje dat ik een retourdoos zou krijgen met daarbij een slecht uit het Engels vertaalde handleiding wat ik in de doos moest doen. Ongeveer twee weken nadat ik het apparaat had opgestuurd kreeg ik het terug. Het apparaat werkte nu weer goed en ik heb hem direct weer in gebruik genomen.

Na de reparatie heb ik nog wel contact gehad met iRex. Ik vond de service bijzonder teleurstellend, zeker als je je realiseert dat het gaat om een Nederlands apparaat dat meer dan 2 keer zo duur is als zijn Amerikaanse tegenhanger. iRex vertelde me dat ze met onderwijsinstellingen wel speciale afspraken maken: de contactpersoon van een onderwijsinstelling die een aantal apparaten afneemt kan een contactpersoon benoemen die rechtstreeks contact kan opnemen met iRex, dus buiten het ticketsysteem om. Maar ja, daarmee was ik natuurlijk niet geholpen en als ik een onderwijsinstelling zou zijn dan zou ik het graag aan mijn studenten willen overlaten om problemen met hardware op te lossen. Ik hoop daarom dat iRex iets gaat doen aan hun m.i. zeer gebrekkige service. Voor mij is het in ieder geval een reden om te adviseren nog even heel goed na te denken voordat je een e-reader koopt, ook al vind ik nog steeds dat de iRex 1000S voor mij het ideale apparaat is.

Afbeelding van BlueOut, gepubliceerd onder CC-by-nc-nd.

dinsdag 13 oktober 2009

Pico projector PK 101

Klik hier om naar de Nederlandse site van Optoma te gaanHet afgelopen weekend heb ik, na Gerard Dümmer, de Picoprojector PK 101 van Optoma mogen testen in het kader van het SURFnet-Kennisnet Innovatieprogramma. De Picoprojector is een heel kleine projector (ca. 10x5x1,5 cm) die bedoeld is om foto's en filmpjes vanaf je pda of mobiele telefoon te laten zien. Ik maak zelf maar heel weinig foto's en nog minder filmpjes, dus voor mij persoonlijk leek het apparaat me niet zoveel te bieden. Toen ik de doos met de Picoprojector in handen kreeg leek het zelfs onmogelijk om het ding te testen omdat voor de apparaten die ik gebruik geen geschikt stekkertje/snoertje in de doos zat. Dat viel me behoorlijk tegen: er zaten heel veel snoeren in de doos:
  • een snoer met aan de ene kant een jack plug van 1,5 mm en aan de andere kant 3 vrouwtjes tulp stekkertjes;
  • een snoer met aan de ene kant een jack plug van 2,5 mm en aan de andere kant 3 mannetjes tulp stekkertjes;
  • een snoer met een mini-usb en een usb-stekker
  • een 220 Volt stekker met een usb-ingang.
Het aantal stekkers gaf mij goede hoop dat één daarvan geschikt zou zijn voor ofwel mijn telefoon (HTC Touch) ofwel mijn MP4-speler (iPod Touch) maar dat viel dus tegen: ik had alleen nog een (oude) pda van HP waar ik de Picoprojector op kon aansluiten. Er zijn, zo bleek na een bezoekje aan de website, nog veel meer stekkertjes te koop: elk voor weer andere telefoons of mp4-spelers. Om de Picoprojector dus werkend te krijgen zou ik een nieuw verloopstuk moeten aanschaffen. En zou ik de Picoprojector aan iemand willen uitlenen met een ander merk telefoon dan zou ik vermoedelijk weer een ander verloopstuk nodig hebben. Niet echt praktisch dus.

Maar eigenlijk wilde ik vooral weten of ik de Pico ook kon aansluiten op mijn laptop. Want daarin zag ik veel mogelijkheden voor het onderwijs: het leek me reuze handig om, wanneer je bezig bent met een groepje mensen, even snel aan de anderen te kunnen laten zien wat je aan het doen bent. Toen ik mijn dochter, student op de Pabo, vroeg wat zij van dat idee vond, vertelde ze me dat ze het vooral handig zou vinden voor de presentaties die de studenten moeten geven op school. Daarvoor moeten ze tevoren een beamer aanvragen en ophalen en dat is niet altijd handig. Een kleine betaalbare beamer die ze zo vanuit huis kon meenemen leek haar helemaal het einde.

Ik ben daarom maar eens gaan bellen met Optoma, de leverancier van de Picoprojector, om te achterhalen of het überhaupt mogelijk is om de Picoprojector aan een laptop te hangen. Het was de eerste keer niet makkelijk om ze te pakken te krijgen maar de informatie die ze me in de dagen daarna gaven was uitstekend dus daarover niets dan lof.

Uit de gesprekken leerde ik dat er wel een snoertje te koop is om de Picoprojector aan te sluiten op de laptop maar dat de beeldkwaliteit die dat oplevert eigenlijk onvoldoende is, zeker als je tekstbestanden wilt laten zien of presentaties met veel tekst. Dat snoertje is om die reden niet te vinden in de webwinkel maar ze wilden het mij wel leveren als me maar wel duidelijk was dat ik er niet teveel van moest verwachten. Verder werd me duidelijk dat van de Picoprojector PK101 inmiddels al een opvolger is die binnenkort leverbaar is in Nederland: de PK102. Deze projector heeft niet alleen een geheugen waar je foto's en filmpjes op kunt bewaren: hij heeft ook standaard de mogelijkheid om hem via USB te verbinden met een p.c. of laptop. Maar, werd me verteld: deze projector kan wel gebruikt worden voor video en foto's maar ook de resolutie van de PK102 te laag om tekstbestanden te laten zien of presentaties te geven. Optoma zal in 2010 een heel nieuwe projector op de markt brengen waar dat wel mee kan, maar daarvoor moeten we nog een tijdje geduld hebben.

Daarom heb ik de Pico PK101 getest, met het verloopsnoertje (van ca. 30 euro) voor de p.c./laptop dat ik inmiddels in huis had. En eerlijk gezegd: dat viel me niet tegen. Als je de projector gebruikt in een verduisterde ruimte en de beamer niet verder dan 2 meter van het scherm zet, kan je een presentatie redelijk goed zien. Een tekst op normale grootte is niet te lezen, maar dat valt goed te verhelpen door in te zoomen op het deel dat je wilt laten zien. Het is even zoeken om het beeld zo scherp mogelijk te krijgen omdat het wieltje dat je daarvoor gebruikt erg klein is en je dus snel te ver doordraait. De projector gaat meer dan een uur mee op een volle batterij. Je kunt het licht op halve sterkte zetten maar dat gaat uiteraard ten koste van de scherpte dus dat vind ik niet echt een optie. Maar in de doos zit een extra batterij dus als je de beamer langer wilt gebruiken kan je snel even de batterij wisselen. Opladen gebeurt via de bijgeleverde USB-kabel. Wat het kost? De prijs van de PK101 is 210 euro (excl. BTW); de PK102 wordt in de VS verkocht voor ca. 250 USD. De prijs van de opvolger van de PK102 is uiteraard nog niet bekend.

Koop ik de Picoprojector zelf? Nee: voor mij biedt deze versie nog onvoldoende mogelijkheden. Ik denk ook niet dat ik de PK102 ga kopen: de extra mogelijkheden van dat apparaat zijn toch vooral gericht op het projecteren van beeldmateriaal (ingebouwd geheugen, mogelijkheid om R/G/B kwaliteit aan te passen voor VGA), ook al kan je hem al wel standaard op je p.c. aansluiten. Maar als de opvolger van de PK102 op de markt komt dan ga ik toch wel kijken of die betaalbaar is. Want die lijkt me toch wel heel handig om mee te nemen in je school- of werktas!

Afbeelding van kisocci, gepubliceerd onder CC-by-sa.

maandag 12 oktober 2009

Te kleine schoenen

afbeelding van heel grote schoenenKennisnet heeft richtlijnen opgesteld over wat volgens de auteurswet wel en wat niet mag bij het (her)gebruiken en ontwikkelen van digitale leermaterialen. In de richtlijnen staat zowel informatie voor de directies van scholen (hoe is het geregeld als docenten leermaterialen ontwerpen in opdracht van de school en dan gaan werken voor een andere school of voor een uitgever?) als voor docenten die voor de klas staan en docenten die leermaterialen maken (bijv: mag je teksten uit je lesmethode inscannen om op het digibord te tonen?).

De richtlijnen zijn in feite een praktische uitwerking van een verkennend onderzoek dat eerder is gedaan in opdracht van Kennisnet: Auteursrecht en Open leermiddelen. Alhoewel het rapport geen makkelijk leesvoer is, kan ik iedereen adviseren het toch te lezen omdat het wel veel meer informatie bevat dan de richtlijnen. Zo gaat het rapport bijvoorbeeld ook in op de positie van leerlingen die digitale leermaterialen maken (daarover is - nog - onvoldoende jurisprudentie) en op de vraag of een uitgever ook digitale rechten heeft op een methode (waarschijnlijk heeft hij die rechten niet als het contract voor het begin van de jaren 1990 is getekend, maar wel als dat van latere datum is).

Voor mij persoonlijk is het niet zo relevant om het allemaal precies uit te zoeken maar ik schrik toch elke keer als ik me daarin verdiep van alle beperkingen die de auteurswet ons oplegt, simpel omdat die is geschreven in een tijd dat we nog geen elektronische publicaties kenden en informatiestromen nog heel overzichtelijk waren. De auteurswet zou ons moeten beschermen en verder helpen, zoals een schoen je voet beschermt en tegelijkertijd steun geeft als je een eind wilt gaan wandelen. Maar inmiddels is die schoen veel te klein geworden en het landschap waar we doorheen wandelen is niet meer vlak maar vol met hobbels en kuilen. De auteursrechtschoen belet ons nu om te gaan waar we willen. Ik vind het hoog tijd voor de overheid om die schoen eens te gaan bekijken want zo kan het niet langer. Tot die tijd roep ik iedereen op om na te denken over onder welke rechten je zelf wilt publiceren: wil jij dat jouw blogposten, tweets, wiki-bijdragen, websites en (gedrukte) artikelen gepubliceerd onder het oude auteursrecht vallen of ga je voor een meer open licentie zoals Creative Commons? Ik ben in ieder geval een grote voorstander van die laatste optie en heb dan ook het CC-logo hier rechts op mijn weblog gezet. Omdat ik denk dat het goed is om kennis te delen, en ook omdat ik hoop dat als héél veel mensen hun werk zo publiceren de overheid er meer vaart achter zal zetten om de auteurswet aan te passen. Want lopen op schoenen die niet meer passen is 'killing'! En als we nu geen nieuwe schoenen krijgen dan moeten onze leerlingen verder op die oudjes van ons. Dat willen we toch zeker niet?!

Afbeelding van eleveninth, gepubliceerd onder CC-by-nc-nd.

vrijdag 9 oktober 2009

Mingoville: om Engels te leren

Klik hier om naar Mingoville te gaanModerne vreemde talen spreken vond ik leuk maar ik was niet echt gemotiveerd om ze te leren: het leren van de woordjes ging redelijk vlot, maar ik had een hekel aan het leren van de grammaticaregels. En ik was al helemaal niet gemotiveerd om dat ook nog eens te oefenen. Het gevolg daarvan is dat ik behoorlijk wat fouten maak als ik Frans of Duits spreek ;-(

Mijn Engelse taalvaardigheden zijn aanzienlijk beter. Niet omdat ik veel tijd investeerde in het bestuderen van die taal maar omdat ik die taal dagelijks sprak. Elke dag onderweg van en naar school sprak ik Engels met mijn zus die op dezelfde school zat als ik. Zij vond het vak Engels erg leuk en vond het leuk om de taal te oefenen. En ik deed mijn best om haar in het Engels te beantwoorden. Ik heb er goed Engels door leren spreken: niet vreemd als je je realiseert dat de weg van school naar huis ongeveer 15 kilometer lang was en we die al Engels pratend aflegden!

Om een taal onder de knie te krijgen hoef je dus niet altijd over je boeken gebogen te zitten: er zijn andere manieren om te oefenen. Mingoville is een site waar leerlingen van het basisonderwijs spelenderwijs Engels kunnen leren. Mingoville is een stad waar flamingo's wonen en waar je allerlei spelletjes kunt doen. De vormgeving is grappig, en het is leuk om steeds meer veren en punten te verdienen en natuurlijk in de highscore te komen. Met je punten worden weer nieuwe onderdelen van de wereld toegankelijk: je koopt bijvoorbeeld een beker zeewater voor de flamingo bij het station en als dank daarvoor krijg je een treinkaartje. Daarvoor moet je natuurlijk wel begrijpen wat de Flamingo tegen je zegt.

Er zijn heel veel gratis activiteiten in Mingoville, maar een paar dingen zijn voorbehouden aan betalende gebruikers. Voor docenten is er tegen betaling de mogelijkheid om de activiteiten van leerlingen te monitoren en zelf oefeningen te maken. Maar ook zonder dat je betaalt vind ik Mingoville een leuke plek om kinderen naar toe te sturen. Oefening baart kunst, zeggen ze, maar mij leverde het een dikke voldoende op bij mijn eindexamen!

donderdag 8 oktober 2009

Het Dubbele Dilemma

Door: Martijn van den Berg
Het is een lang verhaal waarom ik naar deze school ben gegaan. Het komt erop neer dat ik uiteindelijk van niets zekerder was dan dat ik naar de hotelschool wilde gaan. Uiteindelijk zijn er veel mensen die tegen mij hebben gezegd dat dit iets voor mij was, en met mijn horeca-ervaring werd ik er nog zekerder van. De laatste overtuiging kwam van niemand minder dan de selectiecoördinator zelf, die na mijn presentatie zei dat ik ongelofelijk origineel was geweest. Toch zijn er altijd dingen die minder leuk zijn aan een opleiding. In mijn geval omdat ik nog moet uitzoeken welke kanten van de horeca ik leuk vind, omdat ik zeer weinig van de diverse kanten van horeca weet.

En dan kom je af en toe wel eens nadenkmomentjes tegen. Zo ook deze week. Ik stond in de keuken, en moest tussendoor afwassen. De shift nam bijna mijn hele dag in beslag, was redelijk zwaar, en was bij lange na niet zo professioneel als wat ik bij hetzelfde concept op Schiphol heb gezien.

Mijn eerste dilemma is dan ook of het counterconcept iets voor mij was. Ik heb op Schiphol een heel erg leuke tijd gehad, maar het counterconcept op school geeft me weinig gevoel van leren, omdat er weinig op feedback wordt gelet, en omdat eigenlijk niemand die de keus heeft, zin heeft om in de keuken voor de kantine te werken. Ik heb het gevoel dat het het zieke kindje van de school is. Niet omdat het counterconcept zo oninteressant is, alleen omdat de school het niet goed kan verwoorden.

Mijn tweede dilemma is dan, omdat het natuurlijk wel de schoolkantine is die we draaiende houden, met producten van niet al te hoge kwaliteit, en daarnaast ook nog eens stewarding (afwas) moeten doen voor een dag, dat de school niet af en toe gebruik van ons maakt, om te besparen op personeel en dat, terwijl de producten op school naar mijn idee niet erg goedkoop zijn. Het is waar dat de afwas ook gedaan moet worden, en dat wij later ons personeel op de afwas ook moeten kunnen instrueren, maar een dagje afwas draagt daar amper aan bij. En daarnaast zou de school toch wat moeten doen om hun zieke kindje weer aantrekkelijk te maken.

Gelukkig wordt de kantine verbouwd. Alhoewel ik daar met praktijk het slachtoffer van ben, omdat de kantine in de tussentijd verhuist, ben ik er wel blij mee. Dit geeft mij misschien een kans om mijn interesse in het counterconcept volgend jaar als supervisor goed te maken.

woensdag 7 oktober 2009

Gametechnologie

Klik hier om naar de website van de studierichting Gametechnologie te gaanVoor iedereen die geïnteresseerd is in games en die zich nog/weer aan het oriënteren is op een studie: de Universiteit Utrecht start volgend jaar met de universitaire opleiding Gametechnologie: een volwaardige studierichting binnen de opleiding Informatica.

In de bacheloropleiding komen alle aspecten aan bod die van belang zijn bij het bouwen van computer games, zoals het programmeren van games, kunstmatige intelligentie, computer graphics, game design, 3D modelleren, simulatie en internetprogrammeren. In die periode bouwen studenten in een team een game bouwen, samen met studenten van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht.

Aansluitend op de bacheloropleiding kunnen studenten de master Game and Media Technology volgen. Die opleiding bestaat al langer: ik weet dat daar echt leuke en vernieuwende dingen worden gedaan.

Wat me aanspreekt in deze studie is de samenwerking met andere opleidingen, binnen en buiten de UU. Daarnaast hebben de Universiteit Utrecht, de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, de Hogeschool Utrecht en de gemeente en provincie Utrecht samen de Dutch Game Garden opgericht, een stichting die studenten stimuleert en helpt om hun eigen game bedrijven op te richten. In Utrecht zit je echt in het hart van gamedesign in Nederland. Verder is de opleiding Gametechnologie de enige complete game-opleiding in Nederland op universitair niveau: als je de studie doorlopen hebt dan heb je ook echt wat op zak.

De studie start volgend jaar, maar je kunt je nu al aanmelden voor de bachelor.

dinsdag 6 oktober 2009

SIG Serious Games en Virtuele Werelden

Al tijden staat het op mijn lijstje om een keer over te bloggen: de SIG (Special Interest Group) Serious Games en Virtuele Werelden. De SIG is opgericht door SURFfoundation en SURFnet om mensen uit het hoger onderwijs die zich bezig houden met games en virtuele werelden in het onderwijs bij elkaar te brengen en ontwikkelingen op dit gebied te stimuleren. Iedereen die dit blog leest zal snappen dat deze SIG mijn interesse heeft.

De SIG is op verschillende plekken zichtbaar: op SURFspace, waar leden van de SIG af en toe een bijdrage aan leveren, en via hun eigen LinkedIn-groep. Deze plekken hebben elk hun eigen functie: op SURFspace vind je heel veel actuele informatie over games en virtuele werelden, in de LinkedIn-groep kan je terecht als je anderen hulp wilt vragen of je bevindingen wilt delen. De laatste tijd gaan er regelmatig mailtjes heen en weer tussen de leden van de groep, bijv. een oproep om een voorstel in te dienen voor een 'mobiel project', een oproep om mee te doen met een subsidie-aanvraag en een link naar het eindrapport van een onderzoek naar de effectiviteit van games in het (middelbaar beroeps-)onderwijs. Als je geïnteresseerd bent in games en virtuele werelden is het zeker de moeite waard om je aan te sluiten bij deze LinkedIn-groep!

maandag 5 oktober 2009

Waarom ik blog

afbeelding van bloggende vrouwToevallig kreeg ik onlangs van twee mensen de vraag waarom ik eigenlijk blog. Zij hadden beiden de indruk dat ik blog omdat ik het vindt. Niet onterecht, maar het heeft wel enige nuance nodig, zeker omdat er een vraag aan gekoppeld werd: is het wel goed om iemand in het onderwijs te verplichten om te bloggen? Ik wil op beide vragen graag ingaan.

Ik ben, inmiddels alweer bijna 5 jaar geleden, begonnen met bloggen om 2 redenen. De eerste reden was dat ik steeds meer weblogs van anderen ging lezen en daar veel van leerde. Ik had de behoefte had om daar wat tegenover te stellen en een logische stap was daarom om zelf een weblog te beginnen. De tweede reden was dat ik in die tijd de hoofdredactie deed van een tijdschrift voor bibliothecarissen en regelmatig mensen (redacteuren en schrijvers van artikelen voor ons tijdschrift) wilde attenderen op interessante ontwikkelingen in het vak. Zeer regelmatig stuurde ik daarover mailtjes rond, maar dat kostte veel tijd. Door de berichten in een weblog te zetten kon ik iedereen bereiken en hoefde ik steeds maar één bericht op te stellen in plaats van iedereen persoonlijk te attenderen.

Inmiddels is het tijdschrift waarvoor ik destijds werkte ter ziele dus het argument van tijdwinst telt voor mij niet meer om te bloggen. Integendeel: het bijhouden van dit blog kost me een halve tot een hele dag in de week. Behoorlijk wat tijd dus, en alhoewel ik redelijk idealistisch ben denk ik toch niet dat ik om die reden al die tijd ben blijven schrijven. Er zijn dus andere argumenten in het spel.

Voor sommige bloggers is het bijhouden van een weblog een manier om 'in the picture' te komen. Er zijn organisaties die om die reden een bedrijfsblog bijhouden: het is een mooie manier van PR en - als je blog goed gelezen wordt - vergroot het je netwerk. Voor mij is dat, zoals gezegd, niet de reden waarom ik ben gaan bloggen, maar ik kan wel beamen dat het wel zo werkt: door mijn blog ben ik met veel mensen in contact gekomen en als ik op conferenties, symposia e.d. kom hoor ik vaak dat mensen me al kennen van mijn weblog. Dat is natuurlijk best leuk, maar voor mij is het nog steeds geen reden om elke week zoveel tijd te stoppen in het bijhouden van dit blog.

Wat mij de energie geeft om elke dag een stukje te schrijven is het feit dat het me dwingt om iets te doen met alles wat ik lees en hoor: om de informatie die tot me komt om te zetten in kennis door erop te reflecteren, het in te bedden in wat ik al weet en wat ik niet weet erbij op te zoeken. Dat is lang niet altijd leuk. Je moet je hoofd vrij maken om na te denken over waar de informatie bij aansluit, er tijd voor vrijmaken om er meer informatie bij te zoeken en dan conclusies te trekken of nieuwe ideeën te laten ontstaan. Soms is het ook teleurstellend: dan lees ik over een nieuw snufje waar ik helemaal blij van wordt en als ik dan ga nadenken kan ik er geen enkele toepassing voor vinden in het onderwijs. Over dat soort 'teleurstellingen' schrijf ik niet omdat ik denk dat anderen daar niet zoveel aan hebben: ik denk dat jullie liever lezen over dingen die wel gebruikt kunnen worden in het onderwijs. Maar voor mij betekent het dus een investering die 'weblogsgewijs' niets oplevert.

Maar op deze manier dwing ik mezelf wel om te leren. En, daar kom ik eerlijk voor uit: leren is iets wat ik geweldig leuk vind, ook al is de weg die ik daarvoor moet afleggen soms helemaal niet leuk. Ik ervaar leren een beetje als hardlopen (wat ik ook graag doe): soms is het afzien om de eindstreep te bereiken maar de voldoening is groot als het je gelukt is om er te komen. Soms is de uitdaging groot en loop je een lange route; een andere keer neem je genoegen met je vaste rondje. Maar altijd is er weer de uitdaging om door te zetten: de deur uit te gaan, weer en wind te trotseren, het beste uit je lijf te halen. Bij bloggend leren haal ik het beste uit mijn hoofd: dat geeft net zoveel voldoening. Een leuke bijkomstigheid van leren door bloggen is dat ik kan terugblikken op de weg die ik heb afgelegd: het levert me een voor mij heel handig archief op van alle dingen die ik heb gelezen en waarvoor ik onderwijstoepassingen heb bedacht!

Als je bloggen in dat perspectief bekijkt, dan is verplicht bloggen voor het onderwijs misschien niet zo'n vreemde stap. Je moet daarbij dan wel kijken naar de condities waaronder je leerlingen of studenten laat bloggen: hoe zorg je ervoor dat het bloggen ook leidt tot leren? Moet hun blog openbaar zijn of niet en waarover moeten ze bloggen? Moeten ze ook reflecteren op wat ze zelf schrijven of hun studiegenoten? En hoe inspireer je je leerlingen om te leren door bloggen? Het zijn zaken die ik ook graag met mijn leerlingen zou willen bespreken. Want ook al is het verplicht: leren gaat beter als je daarvoor gemotiveerd bent!

Afbeelding van Mike Licht, gepubliceerd onder CC-by.

vrijdag 2 oktober 2009

Hyves: heerlijke honing maar kijk uit voor bijensteken!

Klik hier om naar het downloadpagina van Mijn Kind Online te gaanOnlangs heeft Mijn Kind Online een rapport uitgebracht over het gebruik van Hyves door kinderen en jongeren (8-18 jaar): Krabbels & Respect plz?: Hyves en Kinderen. Hyves komt van het werkwoord Hive dat opslaan of verzamelen van gegevens betekent. Een andere betekenis van hive is bijenkorf: een plaats waar bijen af en aan vliegen en het zoemt van de activiteit. Omdat domeinnamen met de naam hive al bezet waren, kozen de oprichters van Hyves voor de schrijfwijze met een y: Hyves.

Het rapport van Mijn Kind Online onderscheidt verschillende activiteiten die Hyve-gebruikers kunnen ondernemen op hun profiel:
  1. contacten onderhouden. Via Hyves kun je contacten leggen met anderen en je kunt er met anderen praten door middel van privé berichten en krabbels. Je kunt er ook foto's en films laten zien, van jezelf of van zomaar dingen die je leuk vindt. Ook kun je anderen laten weten hoe je over hen denkt door
  2. gadgets plaatsen. Gadgets zijn leuke dingen (spelletjes, quizzen, muzieklijsten enz.) die je kunt plaatsen op je Hyvespagina.
  3. status: laten zien wie je bent en wat je belangrijk vindt. Je kunt dat doen doen o.a. door te vertellen welke merken je belangrijk vindt en van welke Hyvesgroepen je lid bent.
  4. nieuwe vrienden maken. Om nieuwe vrienden te maken kun je vrienden van vrienden vragen of ze ook jouw vriend willen worden. Er is zelfs een groep van Hyvers die 1000 vrienden hebben: het maximale aantal vrienden dat is toegestaan.
Hyven is dus leuk, vinden kinderen. Ze komen dan ook massaal op 'de honing' van Hyves af: steeds meer kinderen zijn op Hyves te vinden. Tot 12 jaar neemt het aantal kinderen dat op Hyves zit het sterkst toe. Op dit moment heeft meer dan driekwart van de Nederlandse tieners een Hyvesprofiel. Maar wie bijen houdt weet dat je je niet zomaar de honing uit de bijenkorft kunt halen: je moet wel je voorzorgsmaatregelen nemen anders word je gestoken door de bijen. Dat kan pijnlijk zijn en soms zelfs fataal. Reden genoeg voor een imker om de nodige maatregelen te treffen. Hij bestudeert het gedrag van zijn bijen, trekt beschermende kleding aan en berookt de bijen om ze loom te maken. En voor het geval het toch nog misgaat en hij gestoken wordt door een bij, dan heeft hij wel een zalfje om op de steek te smeren.

Voor Hyves geldt hetzelfde: je moet een aantal voorzorgsmaatregelen treffen voordat je ermee aan de slag gaat. Om te beginnen moet je weten wat er mis kan gaan. Ook daarover kun je lezen in het rapport van Mijn Kind Online:
  1. Via Hyves kan je contact leggen met - bijna - de hele wereld. Dat is iets waar je je voortdurend bewust van moet zijn. Om te voorkomen dat jouw informatie de hele wereld overgaat moet je om te beginnen je profiel afschermen: je kunt als Hyver zelf bepalen wie wat mag zien. Voor kinderen is dit vaak heel lastig dus daar moeten ze een handje bij geholpen worden. Daarnaast is het voor kinderen moeilijk om te bepalen wat ze met wie willen delen: vertel je nu wel of niet via Hyves wie je beste vriendin is, en kun je vertellen over de scheiding van je ouders? Ook bij het maken van die keuzes hebben kinderen begeleiding nodig.
  2. Gadgets zijn leuke dingen, maar ze worden wel gemaakt door vaak onbekende partijen. Achter een gadget zit vaak de naam van een groot bedrijf en via je gadget maak je dus meestal reclame voor dat bedrijf. Soms geen probleem maar om dat te beoordelen hebben kinderen hulp nodig. Daarnaast kan een gadget soms ook vervelende situaties opleveren, bijvoorbeeld doordat Hyvers via zo'n gadget communiceren met elkaar. De afzenders van de gadgets houden niet altijd rekening met de leeftijd van hun doelgroep, dus het kan gebeuren dat kinderen via een gadget worden uitgenodigd om iemand (virtueel) te schoppen of te slaan. Het is weliswaar virtueel maar het doet evengoed zeer als het je overkomt!
  3. Hyvers laten zien wie ze zelf zijn en waar ze voor staan via hun profiel. De digitale identiteit die Hyvers hebben is vooral belangrijk voor kinderen tussen 12 en 15 jaar. Hyves is een prachtig middel voor jongeren om te oefenen hoe ze zich kunnen presenteren. Maar let wel: het gaat om oefenen. Wie zich verkeerd presenteert kan contacten verliezen en buiten de groep komen te liggen.
  4. Voor wie Hyvet ligt de wereld open. Je kunt er talloze 'vrienden' maken. Maar hoe moet je die vriendschappen vertalen naar het echte leven? Kun je afspraken maken met vrienden van vrienden van vrienden? En hoe belangrijk vind je het als een vriend van een vriend van een vriend je 'ontvriend' omdat hij daarvoor een gratis hamburger krijgt?
Ouders en leerkrachten die weten hoe bijen zich gedragen, hun kinderen voorzien van beschermende kleding en hulpmiddelen om de bijen te kunnen benaderen èn smeermiddeltjes hebben als de kinderen desondanks gestoken worden, kunnen hun kinderen met een gerust hart de honing uit de bijenkorf laten halen. Met de honing is niets mis: die zit vol gezonde stoffen waar kinderen groot van kunnen worden. Maar pas wel op voor de bijen: die kunnen gemeen steken als je niet oppast!

N.B. Voor wie het rapport te lang vindt en vooral op zoek is naar praktische tips om kinderen te begeleiden bij het gebruik van Hyves, heeft Mijn Kind Online twee brochures uitgegeven: Mijn Kind op Hyves en Mijn Puber op Hyves. Daarin vind je kort uitgelegd wat Hyves is, wat de beide leeftijdsgroepen daar doen en hoe je ze daar als opvoeders bij kunt begeleiden. Ook voor leerkrachten en docenten handige info!


Afbeelding
van Squash713, gepubliceerd onder CC-by-nc-nd.

donderdag 1 oktober 2009

Het rechte pad naar het goede doel

Door: Martijn van den Berg
Men gaat naar school om iets te leren. Iedere school heeft een van tevoren vastgezette leerstof, waarbij men, als men deze bevat, een papier krijgt als bewijs van het bewaren van deze kennis. Doel van iedere opleiding is dus het behalen van deze kennis, met de methode die deze school voorschrijft. Echter, ieder mens is anders en niet iedereen kan over dezelfde kam geschoren worden. Iedereen heeft dus zijn eigen manier van het interpreteren van deze methode.

Maar hoe testen we of een interpretatie die men uitkiest nuttig is ook echt werkt. Als je gewoon je eigen wijze volgt, kom je er in de meeste gevallen pas te laat achter dat dit niet werkt. De oplossing voor dit probleem is het stellen van persoonlijke doelen, waarmee je tussentijds kan checken hoe ver je bent en of er eventueel nog een bijstelling nodig is.

Persoonlijke doelen worden vaak gebruikt, vooral in het hoger onderwijs, omdat men daar zeek specifieke kennis opdoet. Zo ook bij mijn opleiding. Het is belangrijk om je te realiseren bij een module waar je heen wilt, en aangezien je niet alles perfect kan weten, welk deel van de stof je het meeste aan moet doen en op welke manier je die extra kennis gaat vergaren.

Belangrijk is ook vooral, dat je het behalen of niet behalen van deze doelen evalueert, omdat je anders niet weet of deze doelen al dan niet haalbaar of juist te makkelijk waren. Uiteindelijk helpt dit systeem je om jezelf te leren kennen en dus ook je eigen capaciteiten. En zelfkennis is dé manier om het beste uit jezelf te halen.