maandag 31 januari 2011

De bibliotheek: wat verwachten we ervan?

afbeelding van een woordenwolk met begrippen die te maken hebben met web 2.0 en bibliothekenDat de schoolbibliotheek niet kan blijven zoals die was, dat zal iedereen duidelijk zijn. Als het onderwijs verandert, moet de schoolbibliotheek mee veranderen. Maar wat een schoolbibliotheek (of schoolmediatheek) op dit moment moet zijn, daar zijn we met ons allen nog niet over uit.

In het weblog van het School library journal vond ik een interessante post over welke ideeën of overtuigingen schoolmediathecarissen zouden moeten 'afleren' of vergeten om hun bibliotheek aan te laten sluiten bij de huidige (web 2.0)-praktijk. Ik kan me niet in alle adviezen vinden, maar bij het uitgangspunt van het verhaal - we moeten een aantal heilige huisjes omver schoppen om de schoolmediatheek een plek te geven in het onderwijs van het web w.0 tijdperk - kan ik me wel vinden. Daarom hieronder een mix van de adviezen van Joyce Valenza, teacher-librarian op Springfield Township High School en schrijfster van de originele post, en van mijzelf. Net als Joyce beperk ik me tot 20 adviezen, maar er zijn er natuurlijk veel meer te bedenken. Dus heb je aanvullingen of ben je het ergens niet mee eens: ik hoor het graag!

Ideeën die schoolmediathecarissen moeten laten varen zijn:
  1. dat kleine dingen van belang zijn voor onze doelgroep (bijv. of we besluiten of informatie over Mc en Mac op dezelfde plank moeten zetten),
  2. dat Booleaanse logica de beste zoekstrategie is, of liever nog: dat er één ideale zoekstrategie is,
  3. dat Wikipedia te allen tijde slecht, of in ieder geval minder dan 'goed' is,
  4. dat databases de enige betrouwbare bronnen zijn,
  5. dat op het web aanwezig zijn een keuze is,
  6. dat informatie minder waard wordt wanneer die gedeeld wordt,
  7. dat auteurs het meeste erbij winnen als hun kennis wordt vastgelegd in boeken die niet gekopieerd mogen worden,
  8. dat informatie in gedrukte publicaties objectief is,
  9. dat bibliotheken netjes en opgeruimd moeten ogen,
  10. dat bibliotheken stil moeten zijn,
  11. dat alleen bibliothecarissen verantwoordelijk zijn voor het ontsluiten van informatie,
  12. dat alleen bibliothecarissen kunnen helpen bij het zoeken en vinden van informatie,
  13. dat het presenteren van informatie een taak is van anderen,
  14. dat informatie alleen informatie is als het vastgelegd is in tekst of beelden,
  15. dat een bibliothecaris geen verantwoording heeft ten aanzien van het bouwen, onderhouden en gebruiken van een netwerk door de gebruiker,
  16. dat de gebruiker zich moet aanpassen aan de ordening die door de bibliothecaris wordt gebruikt,
  17. dat leerlingen en docenten vanzelfsprekend betrokken zijn bij wat binnen de bibliotheek gebeurt,
  18. dat een bibliotheek een ruimte is met vier muren,
  19. dat een bibliotheek alleen geopend is als de deur van die ruimte open staat,
  20. dat het werk van de bibliothecaris erg verandert door het web.
Ik realiseer me dat veel van de hierboven genoemde punten al lang achterhaald zijn en dat de praktijk in veel schoolbibliotheken al lang gebaseerd is op heel andere uitgangspunten. Maar ik kom ze soms nog wel tegen, en het lijkt me sowieso goed om in kaart te brengen welke - al dan niet bewuste - ideeën over schoolbibliotheken ons ervan kunnen weerhouden om ons verder te ontwikkelen. Bewustwording is de eerste stap in ontwikkeling naar de toekomst.

Afbeelding van Anna-Stina, gepubliceerd onder CC-by.

donderdag 27 januari 2011

De kosten van milieubewust zijn

Door: Martijn van den Berg
"We use 1,3 earth at the moment, but we only have 1" Dit staat op het bordje dat je tegenkomt als je de kantine van Stenden binnen komt. Wat je vervolgens ziet, is een erg grote, ruime kantine met vijf verschillende afdelingen. Wat nog het meest opvalt, is dat al het eten biologisch, en organisch is. De kopjes (voorzien van Stenden logo) zijn ook gerecycled en biologisch afbreekbaar. Zo is de hele school voorzien van dit soort dingen. Werkstukken moeten ingeleverd worden in gerecyclede mapjes, die speciaal verkrijgbaar zijn in de ReproShop in de school.

Het is natuurlijk prachtig dat Stenden als School aan het milieu denkt, en het is natuurlijk een geweldige PR-tool. Maar wat kost dit de student? Die gerecyclede mapjes zijn natuurlijk erg duur om te kopen, en het is nu ook niet bepaald leuk terug geroepen te worden bij de kassa omdat je 15 cent moet bijbetalen omdat je een tweede beker voor je soep gepakt hebt. Daarnaast zijn de prijzen van sommige artikelen een stuk hoger doordat deze biologisch zijn.

De gemiddelde student is zich weliswaar wel bewust van het milieu, maar om daarvoor continu bij te betalen is naar mijn mening net iets teveel gevraagd. Veel studenten moeten erg op hun geld letten, en aangezien de kantine vaak de enige mogelijkheid is om iets vers te halen, heb je niet veel keus. Je kan natuurlijk altijd zelf brood meenemen, maar als je bijvoorbeeld praktijk loopt, is dit je enige optie tot een warme hap.

Daarnaast zie je ook dat fastfood veel goedkoper is dan gezonde broodjes. Zo kost een pannenkoek, of een frikandel rond de euro, terwijl een gezond broodje al snel 2,25 euro kost, met een lage winstmarge. Dit allemaal omdat alle ingrediënten biologisch moeten zijn.

Er bestaat bij ieder bedrijf een milieuverantwoordelijkheid. Het ene bedrijf zal dit iets verder trekken dan het andere bedrijf. Maar een Green Key certificaat is naar mijn mening eerder een pr tool, dan je eigen maatregelen treffen. En op dat moment moet je je gaan afvragen wat anderen moeten bijdragen aan jouw certificaat, en op welke gebieden je wel op het milieu kan letten en welke niet. Bijdragen aan het milieu is prachtig, maar besef wel wat de consequenties hiervan zijn voor de buitenwereld.

woensdag 26 januari 2011

ICT in de gymles

Klik hier om het boek van P.E. Geek te bestellenComputers in de gymnastiekles: het is een combinatie die niet zo voor de hand ligt. Maar dat ze heel veel nieuwe mogelijkheden bieden, daarvan ben ik overtuigd na het lezen van het boek 'Using technology in physical education', van 'P.E. Geek' (oftewel Jarrod Robinson, een gymnastiekdocent in Victoria, Australië).

In dit boek, dat je voor een bedrag van € 2,38 kunt downloaden via de webshop Lulu, kan je lezen op welke manieren deze docent in zijn lessen gebruik maakt van videogames, zoals Dance Dance Revolution en How Fit are Wii? Zet zo'n apparaat eens neer op school en laat leerlingen zelf wedstrijden uitschrijven. Dat leidt tot meer activiteit en leerlingen leren direct hoe ze competities moeten organiseren.

Een heel bijzonder toepassing van de Wii vond ik de tip om de Wii-mote te gebruiken als apparaat om bewegingen en krachten te meten. Door de Wii-mote in een bal te doen en die via bluetooth te verbinden met de computer, kan je de bewegingen van de bal vastleggen en ze later gebruiken. Voor de gymnastiekles (hoe hard kan je een bal gooien), maar bijvoorbeeld ook voor de natuurkundeles (welke krachten worden uitgeoefend op een bal als je die omhoog gooit?). Hieronder een video van dit project; in het weblog van P.E. Geek lees je er meer over.

Mobieltjes zet P.E. Geek o.a. in als stopwatch, als mp3-spelers om instructies vast te leggen zodat ze die later kunnen afspelen als hijzelf niet in de buurt is om uitleg te geven. De mobieltjes worden ook ingezet om SMS'jes te sturen naar leerlingen om ze ook buiten schooltijd te stimuleren aan lichaamsbeweging te doen en om op afstand opdrachten te geven. Ook gebruikt hij mobieltjes om de leerlingen tijdens de les video-opnames te laten maken van elkaar. Door deze opnames vertraagd af te spelen kan makkelijk geanalyseerd worden welke bewegingen goed zijn en welke minder. Die analyse kan gedaan worden door de docent, maar je kunt die analyse natuurlijk ook overlaten naar de leerling.

Je kunt ook gebruik maken van video-opnames. Ik weet dat topturners gebruik maken van video als ze bijvoorbeeld nieuwe sprongen moeten leren. Door naar de video's van anderen te krijgen, schijnt het dat ze zelf hun spieren al 'opwarmen' en zo sneller de beweging onder de knie krijgen.

QR-codes en GPS (geocaching, een moderne variant van schatgraven) bieden leuke mogelijkheden om buitensporten spannender te maken. Met spreadsheet-software kan je leuke grafiekjes maken waarmee leerlingen hun eigen vorderingen bij kunnen houden. Voor velen werkt zo'n grafiekje stimulerender dan een cijfer aan het einde van een trimester! En heeft P.E. Geek nog veel meer tips hoe je met techniek de gymnastiekles leuker, intensiever en effectiever maakt.

Wat ik bijzonder vind aan het boek, is dat er niet alleen aandacht wordt besteed aan de techniek, maar ook aan de vraag hoe je het gebruik daarvan georganiseerd krijgt. Wat doe je als maar een paar leerlingen een iPhone hebben en je daarvan toch graag gebruik wilt maken en hoe zorg je ervoor dat ouders weten dat er in de les wel gebruik wordt gemaakt van mobieltjes maar dat ze daarvoor zelf geen (dure) apparatuur hoeven aan te schaffen?

Wie meer wil weten, adviseer ik om het weblog van P.E. Geek te bekijken en/of zijn boek te kopen. Ik vond het 't geld meer dan waard!

Afbeelding van joealterio, gepubliceerd onder CC-by-nc-nd


dinsdag 25 januari 2011

Answer Garden: een andere manier van stemmen

logo Answer GardenOp veel weblogs worden regelmatig onderzoekjes gedaan: naar je mening over een bepaald onderwerp (bijv. wat vind je van het kerstfeest), naar wat je doet (bijv. welke browser je gebruikt), of wat je bent (bijv. hoe oud je bent).Ik zie wel voordelen van dat soort kleine onderzoekjes: ze dagen je als lezer uit om even stil te staan bij de vraag en voor de maker van de vraag is een poll een handige manier om snel informatie te krijgen.

Meestal heb je bij een poll de keuze uit een aantal antwoorden. Klik je op een antwoord, dan krijg je vervolgens te zien hoeveel mensen jouw mening delen en hoe hoog de andere antwoorden scoorden.

Answer Garden is een tool waarmee je niet gebruik maakt van voorgeformuleerde antwoorden, maar je lezers juist de mogelijkheid biedt om zelf een antwoord te geven. De antwoorden worden vervolgens als een woordenwolk weergegeven. Daarmee is Answer Garden volgens mij vooral handig als middel om te brainstormen over een bepaald onderwerp. De resultaten van de Answer Garden kan je in laten lezen bij Tagxedo of Wordle en zo als bestand bewaren.

Om te experimenteren hoe Answer Garden werkt, hieronder een vraag aan jullie: wat vinden jullie het belangrijkste onderwerp van mediawijsheid? Ligt voor jouw school het accent op zaken als veilig internetten en cyberpesten? Gaat het vooral om ict-vaardigheden of informatievaardigheden? Of vind je andere aspecten belangrijker? Vul in deze 'Answer Garden' je antwoord in (max. 20 karakters) en kijk wat anderen erover zeggen. De antwoorden die gegeven worden zijn binnen een paar seconde als een woordenwolk zichtbaar onder de vragenbalk.

Mediawijsheid: waarom?... at AnswerGarden.ch.

maandag 24 januari 2011

Te leen: techno-gadgets om te leren

voorbeeld programmacode, gemaakt met het programma ScratchVoor mijn werk schaf ik soms producten aan om te kijken of die geschikt zijn voor gebruik in het onderwijs. Nadat ik ze zelf van alle kanten beklopt en bekeken heb, er wat mee heb gespeeld en natuurlijk erover geblogd heb, leen ik die producten graag uit aan docenten/leerkrachten omdat de beste test natuurlijk plaats vindt op de werkplek zelf: in de klas. Als tegenprestatie voor het lenen van die producten vraag ik om een stukje voor mijn blog, omdat kennis zich vermenigvuldigt als we die delen.

Op deze manier heb ik al eens mijn set Picocrickets en mijn Picoboard uitgeleend: materialen, gekoppeld aan sensoren, die aangestuurd worden door software (Scratch) waarmee kinderen (vanaf een jaar of 10) zelf een programma schrijven. Mijn Swinxs (een soort spelconsole die vooral wordt gebruikt voor (educatieve) spelactiviteiten op het schoolplein) heeft zelfs al op een aantal scholen uitgetest. De laatste lener is Brigit Moonen, intern begeleider van OBS De Driehoek in Hilvarenbeek. Onder de streep kun je lezen wat haar ervaringen zijn met de Swinxs.

Wil je zelf een aantal maanden de mogelijkheden van Picocrickets of Swinxs uitproberen in je klas? Laat dan een reactie achter in dit blog, zodat ik contact met je kan opnemen. Ik stuur de spullen dan naar je op. De tegenprestatie die ik van je vraag is dat je je ervaringen deelt via dit blog, ongeacht of het positieve of negatieve ervaringen zijn. Ik heb geen aandelen bij Swinxs of Picocrickets: mijn enige belang is dat ik het belangrijk vind dat we met elkaar de mogelijkheden en onmogelijkheden van dit soort 'nieuwe' gereedschappen verkennen.

Afbeelding van een stukje programmacode gemaakt met Scratch, afkomstig uit de handleiding Scratch voor basisschoolleerlingen, gemaakt door de TUDelft.


Van: Brigit Moonen

Via Margreet van den Berg heb ik een Swinxs te leen. Hij kwam een week voor de herfstvakantie binnen. Met de kinderen van de Plusklas hebben we hem -binnen- uitgeprobeerd. We komen al snel tot de ontdekking dat het veel leuker is om hem buiten te gebruiken omdat je voor veel van de spelletjes lekker moet rennen en dus ruimte nodig hebt. Maar omdat het op dat moment nogal hard regent, testen we hem binnen. Met elf kinderen tegelijk is dat niet echt een groot succes, maar ja, een pratend groen geval is toch wel erg aantrekkelijk.

De bedoeling is om na de vakantie te gaan proberen of we de Swinxs zelf kunnen programmeren. Samen met enkele kinderen bekijk ik op internet wat je daar voor moet doen. Vooraf heb ik zelf al het een en ander opgezocht en om eerlijk te zijn: het gaat mij allemaal boven mijn pet. Ik heb het idee dat je best wel de basisprincipes van een programmeertaal moet kennen om er echt mee aan de slag te kunnen. Via mijn eigen blog vertel ik iets over mijn eerste ervaringen.

Al snel krijg ik een reactie van @Swinxs op mijn blogbericht! Letterlijk: “@brigitmoonen Leuke post! Quiz maken met Swinxs kan ook simpeler zonder SDK (files zelf opnemen, juiste naam geven en opslaan in juiste map)”.
Huh? Komt natuurlijk door de 140 tekens maar deze cryptische boodschap vind ik toch lastig te ontcijferen. De leen-Swinxs heb ik op school laten staan dus ik kan het nu ook niet snel even uitproberen. Ik houd van moeilijke puzzels maar hier kan ik niet veel mee. Zal ik dan toch even naar school fietsen en de Swinxs ophalen? Uiteindelijk doe ik dat niet met als gevolg dat het programmeren van de Swinxs nog even op de agenda blijft staan. Wel heb ik contact met de supportafdeling van Swinxs. Inmiddels weet ik hoe ik samen met de kinderen van de Plusklas de quiz helemaal kan aanpassen. We moeten het alleen nog “eventjes” doen maar dat gaat zeker dit schooljaar nog gebeuren.

Intussen heb ik nog een idee voor de Swinxs. Hij (of is het een zij?) is bedoeld als speelcomputer, en dan vooral om actief mee aan te slag te gaan. Een quiz is wel leuk, maar daar wordt niet erg veel bij bewogen. De toegevoegde waarde van de Swinxs is nou juist het bewegen. Als intern begeleider van de groepen 1 t/m 4 merk ik dat veel kinderen moeite hebben met de overgang van de kleutergroep waarin veel wordt bewogen, gelopen, gerend en buiten gespeeld, naar groep 3. In groep 3 wordt van de kinderen verwacht dat ze langer op een stoeltje zitten en meer naar de leerkracht luisteren terwijl ze stilzitten. Ook de verwerking van de lesstof doen ze vaak zittend op een stoel aan een tafel. Natuurlijk spelen ze ‘s ochtends een kwartier buiten, en tussen de middag nog langer, maar dat is voor een aantal kinderen niet genoeg. Het gevolg is dat ze in de klas erg onrustig zijn en moeite hebben om te blijven zitten. En dat zie ik vooral zo rond half tien, als ze een uurtje aan het werk zijn en half twaalf, een klein uur na het speelkwartier. De periodes tussen de pauzes zijn gewoon net te lang. Mijn bedoeling is om de kinderen uiteindelijk zelfstandig met de Swinxs naar buiten te sturen. Nu het weer wat beter wordt, gaat dat er zeker van komen.

Leuk gevolg van dit alles is dat ik met mijn klas mag gaan bloggen over de Swinxs. Ik krijg er nu dus eentje voor onze school. Via het blog van Swinxs kun je meer lezen over onze avonturen!

donderdag 20 januari 2011

De praktijk: het motivatieprobleem

Door: Martijn van den Berg
Stel je voor: het is alweer de laatste week praktijk. Je hebt vier weken keihard geprobeerd zo veel mogelijk punten binnen te halen en hebt eigenlijk nergens meer zin in omdat je alles wel gezien hebt. Tot overmaat van ramp krijgen alle studenten geen punten meer de laatste week. Iedereen is het eigenlijk helemaal zat om te werken, maar je moet toch door de laatste week heen, wat veel leuker is met gemotiveerde mensen. Wat nu?

Ik heb eerder een blogje geschreven over de angst om maximaal te waarderen. Punten zijn een gereedschap in de juiste handen, maar wat als men geen punten heeft om te belonen? Het antwoord zit hem in deze situatie in de feedback. Naast punten geef je ook iedere dag feedback. Je zegt iedere dag iets positiefs (top) en een verbeterpuntje (tip) aan je eerstejaars, in de filosofie dat men altijd wel iets goed en iets verkeerd doet.

Dit systeem faalt echter op vele punten. Supervisors gaan hameren op kleine puntjes en standaardfeedback omdat men niets weet en daarom werkt het systeem niet of zelfs demotiverend. Ik kan het bijvoorbeeld niet over mijn hart verkrijgen om iemand die de hele dag keihard en perfect heeft gewerkt en op het randje van breken staat ook nog eens in het gezicht negatieve feedback te geven.

Maar wat als je nu kijkt naar wat je wilt bereiken met het systeem. Als een student daadwerkelijk na herhaaldelijk vragen iets fout doet, kan je het opschrijven als een reminder. Maar als een student ongelofelijk gedemotiveerd is, werkt het misschien beter om zo iemand te overladen met complimentjes, om zo de motivatie op te krikken. Maar het werkt ook andersom. Iemand die keihard gewerkt heeft, heeft veel meer aan een beetje erkenning, dan een manier om nog harder te werken.

Om terug te komen op het begin. Omdat de laatste week punten niets uitmaken en iedereen gedemotiveerd is, probeer ik via positieve energie de motivatie erin te houden. Een grapje, een hoop complimenten en veel positieve feedback doen in mijn ervaring wonderen met mensen. En hoe motiveer ik mezelf? De positieve reacties van anderen op wat ik doe doen ook wonderen.

woensdag 19 januari 2011

Weblinks verzamelen om mediawijs te worden

logo WeblistEen belangrijk onderdeel van mediawijsheid is het kunnen vinden en beoordelen van de websites die je ergens voor nodig hebt. Dat kunnen websites zijn voor school, bijvoorbeeld websites met informatie voor een werkstuk, maar natuurlijk ook voor je privé-bestaan: websites voor een hobby, een website waar je je brommerrijbewijs kunt aanvragen enz.

Vaak is het grootste probleem niet het vinden van een website, maar het selecteren van de beste website: welke website is betrouwbaar, beantwoordt mijn vraag het best, sluit aan bij het niveau van mijn voorkennis en biedt eventueel mogelijkheden om verder op zoek te gaan?

Op scholen wordt niet altijd aandacht besteed aan deze vragen omdat we er vanuit gaan dat leerlingen dat wel kunnen. Uit tal van onderzoeken komt steeds duidelijker naar voren dat onze leerlingen helaas maar weinig vaardigheden hebben op dit gebied, en we zullen ze dus moeten helpen om die vaardigheden te verwerven.

Een eerste vereiste om websites te leren beoordelen, is dat we leerlingen stimuleren om gebruik te maken van websites. Direct daarop volgt de opdracht om kritisch te zijn in wat je gebruikt. Een goede manier om aan die opdrachten invulling te geven is om leerlingen lijsten te laten maken van websites die ze kunnen gebruiken. Natuurlijk moet gemotiveerd worden welke websites wel en welke niet worden opgenomen en waarom.

Voor het maken van lijsten zijn talloze tools, zoals Delicious en Diigo. Prima tools, maar in vormgeving nauwelijks stimulerend te noemen in het gebruik. De tool Weblist.me vind ik veel beter ogen: van elke site die je opneemt op de lijst wordt een screendump gemaakt die getoond wordt in het overzicht. Heel handig is ook dat je bij Weblist.me niet alleen websites kunt opnemen in je lijst, maar ook stukjes tekst, plaatjes of bestanden die je uploadt, en links naar video's. Voor het onderwijs biedt dat natuurlijk prima mogelijkheden om alle informatie die leerlingen nodig hebben voor het maken van een opdracht bij elkaar te zetten.

Een andere mogelijkheid van weblist.me is dat je ze, net als bij andere bookmarking tools, kunt gebruiken om na te gaan welke favorieten anderen hebben. Weblist.me maakt je dat wat makkelijker omdat lijsten ondergebracht zijn in categorieën, waaronder de categorie 'Education'. Die indeling is natuurlijk wel beperkt: als er veel lijsten komen dan zul je subcategorieën moeten toevoegen. Je kunt ook gebruik maken van het zoekveld bovenaan om te zoeken in de titels of de beschrijvingen in de lijsten.

Ik vind weblist.me wel een tool om in de gaten te houden. Hij zou wat mij betreft nog wel uitgebreid kunnen worden op het sociale aspect: ik zou het bijvoorbeeld handig vinden als je met één klik de favorieten uit lijstjes van anderen kunt overnemen in je eigen lijst. Maar misschien komt die functionaliteit nog. Maar ook zonder dat vind ik deze tool de moeite waard.

dinsdag 18 januari 2011

Samen verhalen vertellen

logo StorybirdAls je mensen vraagt naar wie hun beste leraar was, dan krijg je vaak het antwoord dat dat die docent was die zo goed kon vertellen. Maar leerlingen zitten zelf ook vaak vol verhalen die verteld moeten worden en verhalen zijn een prima basis om te leren. Daarom nog een keer een blogje over een tool waarmee je verhalen kunt vertellen: Storybird.

Storybird is een tool om prentenboeken mee te vertellen. Dat doe je aan de hand van losse tekeningen die gemaakt zijn door verschillende kunstenaars. Als je een boek wilt maken, kies je een set tekeningen van één kunstenaar. Daarna kies je een tekening en een titel voor de kaft van je boekje, en je maakt net zoveel pagina's als je wilt. Een pagina bestaat ten minste voor de helft uit één van de tekeningen die je hebt gekozen; op het andere deel van de pagina kan je een tekst schrijven.

De mogelijkheden zijn niet groot: je kunt de tekeningen niet vergroten, verkleinen of bewerken en je kunt ook geen eigen tekeningen maken. Daardoor ligt het accent helemaal op het vertellen van een verhaal.

Een grappig extraatje van Storybird is dat je samen kunt werken aan het verhaal. Je maakt daarvoor een beginnetje van een boek, en nodigt dan iemand uit om samen me je aan het boek te werken. Die andere persoon maakt ook een account, en voegt één of meer pagina's toe aan het verhaal. Daarna geeft hij de eerste persoon weer de beurt, door op de knop 'Switch turns' te klikken en - via de website - een mailtje te sturen naar zijn collega-schrijver. In zo'n mailtje kan je bijvoorbeeld vertellen welke verhaallijn je in gedachten hebt, of juist vragen aan die ander om door te gaan op zijn eigen manier enz. Uitdagend om zo samen een verhaal te schrijven!

Storybird kan gebruikt worden voor het schrijven van verhalen. Voor het vak Nederlands of de moderne vreemde talen. Maar je kunt het natuurlijk ook gebruiken om te vertellen over allerlei andere zaken. En je kunt Storybird gebruiken om leerlingen verhalen te laten lezen. Het merendeel van de verhalen is in het Engels; er zitten heel leuke en inspirerende verhalen tussen.

Hieronder een verhaal over een boek.

The Secret Life of Books by cooperlibrary on Storybird

maandag 17 januari 2011

Tekenen, vertellen en animeren met Kerpoof

logo KerpoofEén van de tools die je kunt gebruiken om de creativiteit van kinderen te stimuleren door ze verhalen te laten vertellen, is Kerpoof. Met Kerpoof kun je kinderen tekeningen laten maken: helemaal zelf gemaakt of met kant-en-klare componenten, je kunt er boekjes en kaarten maken voor speciale gelegenheden (bijv. uitnodigingen voor een feestje, felicitatiekaarten enz.) maar ook complete animaties.

Een account bij Kerpoof is gratis. Om te beginnen maak je je avatar aan: een jongen of een meisje, een leuk kapsel en kleding enz. Daarna kan je je uitleven op het maken van tekeningen en animaties. Je krijgt bij de start een behoorlijk aantal objecten waarmee je kunt tekenen en animaties kunt maken. Leuk is dat je punten verdient met alles wat je maakt, waardoor je steeds meer mogelijkheden krijgt om je avatar of je creaties te verfraaien. Je kunt kant-en-klare figuurtjes kiezen, maar ook speciale pennen (bijv. om 'sterrenstof' te tekenen) of structuren om een oppervlakte mee te bedekken.

Bij Kerpoof vind je geen handleiding en dat is ook niet nodig: met wat experimenteren heb je snel door hoe alles werkt. Wel vind je een leerkrachtendeel met o.a. een heleboel tips hoe je Kerpoof kunt inzetten in de klas. Ik noem er een paar:
Je hoeft geen tekentalent te hebben om dit soort opdrachten te maken, maar de resultaten zijn altijd schitterend. Je kunt ze voor jezelf houden, maar je kan ze ook publiceren op de site. Dat wordt overigens gemodereerd, dus als het goed is vind je daar geen aanstootgevende zaken. Wie een teacheraccount aanvraagt kan zijn klassen aanmaken en zo de wachtwoorden beheren. Een erg handig slimmigheidje van de tool: nadat je de wachtwoorden hebt aangemaakt, genereert de software kaartjes voor de leerlingen met daarop de informatie waar en hoe ze moeten inloggen. Goed doordacht!

Met een klassenaccount kunnen de leerlingen onderling berichten sturen naar elkaar. Als je een betaald account neemt, kan je de kinderen ook laten chatten. Ik vind dat zelf niet zo interessant: daarvoor zijn genoeg andere gratis tools beschikbaar, zoals Chatzy, waar ik maandag over schreef. Maar Kerpoof zelf vind ik geweldig, en het biedt enorm veel mogelijkheden voor de lessen. Leuk om op het digibord elke dag een creatie van de leerlingen te zetten!


donderdag 13 januari 2011

Internationalisering eist zijn tol

Door: Martijn van den Berg
Het artikel in bovenstaande link viel mij op in een vluchtige blik in de volkskrant. Dit artikel gaat erover dat Stenden misschien te veel geld zou hebben verspild bij het openen van buitenlandse vestigingen. Stenden heeft een aantal buitenlandse vestigingen in onder andere Zuid-Afrika, Quatar en Bali. Voor de studenten aan Stenden geven deze scholen de mogelijkheid om een module in een van deze landen te lopen en andersom. Daarnaast geeft Stenden studenten de mogelijkheid om het laatste jaar hun stage in het buitenland te geven. De communicatie bij het internationaliseren kost veel geld. Is dit wel nodig?

Horeca wordt veel geassocieerd met internationalisatie. Stenden is hier niet de enige in. Dit niet ten onrechte overigens, want in de horeca werken, betekent dus vaak veel met gasten werken uit andere landen. Het lijkt me dus redelijk logisch dat studenten, en vooral managers, op z'n minst hun talen moeten kennen, maar kan dit niet gewoon door een aantal taal- en cultuurlessen en daarnaast wat interactie met de buitenlanders die op school komen?

Internationalisering kost veel geld. Zo kost het opzetten van een school in het buitenland veel geld. Niet alleen de éénmalige investering van het opbouwen, maar ook het contact onderhouden met deze scholen. Stageprocedures kosten hierin ook veel geld. Stenden kent meer dan 30 stagelanden, en naar iedere streek zal eens in de zoveel tijd een stagebegeleider heen, om te kijken hoe het gaat en voor eventuele begeleiding.

Er is geen betere manier om een taal en cultuur te leren dan in het land zelf te zijn, wordt vaak gezegd. En terecht. Je zult je toch in een vreemd land moeten redden, en de enige manier om dit te doen is door jezelf aan te passen aan andermans cultuur en gebruiken. Daarnaast zie je dat mensen die een tijd in het buitenland hebben gewoond vaak veel volwassener zijn als ze terug komen. Dit zie ik absoluut in het rijtje met vaardigheden van een manager passen.

Dat Stenden te veel geld uitgeeft aan dit soort dingen is absoluut mogelijk, en als dit verminderd kan worden zonder dat het huidige programma in gevaar komt, zal dit absoluut moeten gebeuren. Maar als je kijkt naar de positieve kant; alle dingen die Stenden doet om het een leuke en leerzame school te maken, kan je wat mij betreft absoluut concluderen dat Stenden uiteindelijk een goede pluim verdient.

woensdag 12 januari 2011

Games: wel even opletten ...

Iedereen die mijn blogs leest, weet dat ik een grote fan ben van games. Je kunt er een boel van opsteken, zowel voor de schoolvakken als voor je ontwikkeling op sociaal-emotioneel gebied. Maar dat wil niet zeggen dat alle games leuk zijn voor iedereen. Maar bij boeken en andere traditionele media hebben kinderen het vaak snel door als de inhoud niet past bij hun ontwikkeling of hun behoefte. Ze kunnen het tijdschrift, de krant of het boek snel doorbladeren en merken het al gauw als het niet aansluit, bijvoorbeeld omdat ze de woorden niet begrijpen, er geen plaatjes in staan of omdat het boek te dik is.

Bij games ligt dat anders: de teksten die gebruikt worden zijn vaak ook voor kinderen begrijpelijk (ook al zal de onderliggende betekenis ze soms ontgaan) en de beelden zijn meestal aantrekkelijk voor ze. Daarom is het, meer nog dan voor traditionele media, bij games van belang om als opvoeder (of media-verstrekker) een afweging te maken wat je aan kinderen meegeeft.

Het NICAM (Nederlands Instituut voor de Classificatie van Audiovisuele Media, het instituut dat de Kijkwijzer heeft ontwikkeld, heeft ook voor games een classificatiesysteem: PEGI (Pan European Game Information). Omdat lang niet alle ouders op de hoogte zijn van het systeem en dus ook niet van de symbolen die op alle commerciële games te vinden zijn, start het NICAM de promotiecampagne 'Wees wijs met games'. De campagne bestaat uit vijf korte clipjes die elk aandacht besteden aan mogelijke risicovolle inhoud van games:
Daarnaast is ook een langere clip beschikbaar waarin een aantal van deze thema’s zijn samengebracht. Die vind je hieronder. Van harte aanbevolen aan iedereen die met kinderen praat over games!

dinsdag 11 januari 2011

Mediawijsheid in de school: een visie ontwikkelen

afbeelding van een gebouw dat omvaltScholen die het belang van mediawijsheid onderstrepen, vragen me vaak hoe ze mediawijsheid vorm kunnen geven. Dat ze die vraag stellen, begrijp ik: mediawijsheid is een term die je vaak hoort en waaraan iedereen zijn eigen invulling geeft. De Raad voor Cultuur heeft er een definitie van gegeven ("Mediawijsheid duidt op het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld") maar in feite is mediawijsheid een soort containerbegrip.

Mediawijsheid in de school kan zowel gaan over het primaire proces (het onderwijs) als het secundaire proces (de onderwijsorganisatie), en het gaat over alle organisatorische lagen heen. Niet alleen docenten moeten mediawijs zijn: ook directies en onderwijsondersteunend personeel moeten de media goed kunnen benutten om het onderwijs en de onderwijsorganisatie goed vorm te kunnen geven. En leerlingen moeten leren om de media te benutten om te leren en te leven.

Wie in de school met mediawijsheid aan de slag wil, zal eerst een visie moeten ontwikkelen: wt verstaat de school precies onder mediawijsheid, wat rekent ze tot haar verantwoordelijkheid en welke verantwoordelijkheid legt ze neer bij de leerlingen, de ouders en de overheid? En hoe kunnen die doelen gerealiseerd worden, gerelateerd aan het onderwijsbeleid?

Voor zover ik weet zijn er nog maar weinig scholen die daarover wat op papier hebben gezet. Daarom hier een mogelijke opzet/indeling voor zo'n stuk:
  1. Beschrijf het begrip mediawijsheid in algemene termen: wat houdt dat in volgens de school? Hierbij kan je je natuurlijk baseren op het in 2005 geformuleerde advies van de Raad van Cultuur.
  2. Baken het werkterrein van de school af: geef aan welke taak je geeft aan de school en wat je verwacht van andere partijen, zoals ouders en eventueel de overheid.
  3. Beschrijf hoe het mediawijs maken van de school past binnen andere visies en beleid van de school, bijv. de visie op onderwijsvisie, het veiligheidsbeleid van de school, het communicatiebeleid en het personeelsbeleid.
  4. Bepaal per doelgroep (directie, docenten, leerlingen) de doelstellingen van de school t.a.v. mediawijsheid. Daarbij kan je het onderwerp indelen in clusters. Denk bijvoorbeeld aan
  5. Beschrijf de huidige stand van zaken op de school ten aanzien van mediawijsheid.
  6. Beschrijf per doelgroep en eventueel per cluster hoe je de gestelde doelen wilt behalen, wie verantwoordelijk is voor de realisatie van die doelen, op welke termijn ze gerealiseerd moeten zijn en wat daarvoor nodig is aan kennis, software en hardware.
  7. Beschrijf hoe dat proces gecoördineerd en geëvalueerd wordt.
De punten 5, 6 en 7 - in feite de uitwerking van de visie - kunnen ook buiten het visiestuk gehouden worden en als projectplan uitgewerkt worden.

Om deze opzet wat concreter te maken, hieronder wat vragen waarop je in het visiestuk en/of het projectplan het antwoord zou moeten vinden:
  • Hoe zouden, door directie, onderwijsondersteuners, docenten en leerlingen, media optimaal benut kunnen worden, voor de onderwijsorganisatie en voor het onderwijs?
  • Op welke punten wordt niet aan dit ideaalbeeld voldaan? Waarom niet?
  • Waarom vindt de school mediawijsheid voor leerlingen belangrijk? Is mediawijsheid vooral belangrijk om media te kunnen gebruiken voor de studie of (ook) voor een toekomstig beroep en/of om als burger optimaal te kunnen deelnemen aan de maatschappij?
  • Moet mediawijsheid gezien worden als vak apart, of juist als onderdeel van alle vakken?
  • Is op de school de gewenste kennis over mediawijsheid aanwezig? Bedenk hierbij dat mediawijsheid betrekking heeft op actief, bewust en kritisch gebruik van media. Actief gebruik is niet hetzelfde als kritisch gebruik wat betekent dat de benodigde kennis hiervoor verspreid kan zijn in de school. Hoe kan de op school aanwezige kennis op het gebied van mediawijsheid optimaal benut worden? Denk hierbij eens aan het inzetten van leerlingen als leraren op het gebied van ict-vaardigheden en/of aan het benoemen van aparte mediawijsheidcoördinatoren (naast ict-coördinatoren).
  • Zijn er partners met wie de school kan samenwerken om de doelen te bereiken? Andere onderwijsinstellingen, bedrijven?
Natuurlijk is dit maar een opzet voor een visiestuk: om het te vullen zullen er heel wat mensen geraadpleegd en discussies gevoerd moeten worden. Maar zonder zo'n visie blijft het bij incidentele, individuele initiatieven. En dat kost heel veel energie, terwijl het op den duur bijna altijd leidt tot frustratie waardoor je het risico loopt dat uiteindelijk het onderwerp mediawijsheid van de agenda verdwijnt. Daarom zou ik iedere school die met mediawijsheid aan de slag wil gaan, adviseren om eerst gezamenlijk een visie te formuleren. Dat is het fundament waarop je moet bouwen, en zonder fundament is het risico groot dat het bouwwerk omvalt.

Afbeelding van daniel john buchanan, gepubliceerd onder CC-by-nc-nd.

maandag 10 januari 2011

MediaMachtig: wie kregen subsidie?

afbeelding van bureau met 2 laptops om te chatten en te skypenNa een lange kerst-'vakantie', vandaag mijn eerste blogpost van het nieuwe jaar.

Een deel van die vakantie heb ik besteed aan MediaMachtig: de stichting die subsidie geeft voor projecten waarbij mediawijsheid geïntegreerd in het basisonderwijs wordt aangeboden.

Nadat eind november de deadline voor het indienen van subsidie-aanvragen verstreken was, was het Comité van Machtigen aan zet om de aanvragen te beoordelen. Het Comité bestaat uit Tessa van Zadelhoff, Michel Boer, Mario Vervlossen en Hans Konings. Voor het beoordelen van een aanvraag uit het SBO werd het Comité terzijde gestaan door Frits Meijer.

Het werd het Comité niet makkelijk gemaakt om te overleggen. Op de dag waarop het overleg gepland was werd Nederland bedekt met een dikke laag sneeuw waardoor de wegen spekglad werden en de treinen nog maar heel beperkt reden. In een inderhaast ingerichte chatroom van Chatzy, gevolgd door een telefonische conferentie, werd een nieuw overleg werd daarom gepland: deze keer met Skype, zodat het weer geen roet meer in het eten kon gooien. Maar ook dat ging mis: toen de leden van het Comité Skype opstartten op hun p.c.'s, bleek dat Skype plat lag door een internationale storing. ook nu weer bracht Chatzy uitkomst en werd een nieuw overleg gepland voor de volgende dag. Helaas bleek de storing toen nog niet verholpen en in de chatroom werd besloten om in tussen kerst en oud en nieuw een nieuwe poging te wagen. En ja hoor: eindelijk was Skype in de lucht en konden de leden van het Comité met elkaar in overleg welke aanvragen gehonoreerd moesten worden.

Wat dit traject me geleerd heeft over het gebruik van ICT?
  • hou een gezonde achterdocht ten aanzien van ict en zorg dat je altijd een alternatief hebt voor als dingen niet werken zoals ze moeten doen,
  • een telefonische conferentie is een alternatief voor als Skype niet werkt, maar heeft als nadeel dat je niet kunt zien wie er aan het woord is. Wel is de geluidskwaliteit vaak beter dan bij Skype,
  • Chatzy (een tip die ik kreeg van Elke Das) is een heel handig alternatief als je snel met een paar mensen wilt overleggen. Je maakt een chatroom aan in een paar seconden, en je bepaalt zelf wie je daartoe toegang biedt. Notuleren is niet nodig: je kunt het gesprek opslaan als html-bestand of als tekst-bestand, waarna je het kunt printen. Daarbij kan je dan ook nog kiezen of je de chats wilt laten staan in de volgorde waarin ze gemaakt zijn (nieuwste bericht onderaan), of als blog (oudste bericht onderaan).
logo MediaMachtigAfijn, na heel veel mislukte pogingen en uiteindelijk een geslaagde bijeenkomst, heeft het Comité besloten waar de MediaMachtig-subsidies naar toe gaan:

Alle scholen zullen van hun projecten verslag uitbrengen via het blog van MediaMachtig, dus laat je daar inspireren om zelf aan de slag te gaan met mediawijsheid in de les.

Afbeelding van Johann C. Rocholl, gepubliceerd onder CC-by-nc-sa.