woensdag 30 juni 2010

Stopmotionfilmpjes maken

Er is een heleboel software om stopmotion-filmpjes te maken: filmpjes die worden opgebouwd uit een serie foto's van een steeds iets veranderend beeld. De software wordt steeds makkelijker in gebruik: je hoeft vaak alleen maar te klikken om de losse beelden van zo'n filmpje met je webcam vast te leggen. De software zet vervolgens de beelden achter elkaar waardoor een filmpje ontstaat, zoals bijvoorbeeld de stopmotion-filmpjes van Buurman en Buurman, één van mijn favorieten. Bekende software om stopmotion-filmpjes mee te maken is iStopmotion (voor de Mac), Moviemaker (voor Windows) en Toyinima (ontwikkeld door het Vlaamse Ketnet), of webbased software zoals de FotoFilmmaker van Cinekidstudio (wel even eerst een account aanmaken).

Maar met de techniek alleen heb je nog geen filmpje. Daarvoor heb je een verhaal nodig en attributen en natuurlijk geluid. Terwijl veel kinderen de techniek al na een paar minuten in de vingers hebben, zullen ze bij het bedenken en uitwerken van het verhaal zeker hulp nodig hebben. Voor leerkrachten die ook niet precies weten hoe je een stopmotionfilmpje maakt, is op de site Making Stopmotion Movies een duidelijke (Engelstalige) handleiding te vinden, met daarbij tips hoe je het onderwerp in de klas kunt aanbieden, en hoe het maken van een stopmotion-filmpje past in de leerdoelen. Op de site vind je ook een aantal voorbeelden van het werk van leerlingen. Erg leuk en inspirerend!

N.B. Via de site vind je ook een link naar de website ABCYA, met onder de knop 'Fourth Grade' (of Fifth Grade) een link naar een voor mij onbekende tool om eenvoudige animaties te maken (Make an animation). Maar het loont de moeite om eens verder te kijken op de site: er staan erg veel leuke spelletjes op om als de kinderen moe en het weer slaapverwekkend is, even het energieniveau weer op te krikken ;-)

Afbeelding van Wesley Fryer, gepubliceerd onder CC-by-sa.

dinsdag 29 juni 2010

Spezify: om op ideeën te komen

screenshot van de tool SpezifySpezify is een online tool waarmee je met één zoektocht kunt zoeken naar tekst, afbeeldingen en filmpjes. Op zich vind ik dat niet zo bijzonder: veel zoekmachines bieden een soortgelijke mogelijkheid, ook al moet je daar als regel wel steeds een andere zoekoptie selecteren.

Maar Spezify is anders. Allereerst omdat de hits die je krijgt met Spezify gebaseerd zijn op een aantal zoekmachines: Amazon, Yahoo, Twitter, Digg (een social bookmarking tool), Collecta (voor actuele informatie), eBay, MSN Search (wat volgens mij dezelfde treffers oplevert als Bing), Flickr (voor fotomateriaal), Soundcloud (voor geluiden) en YouTube (voor films). Niet echt de zoekmachines waarmee we in Nederland meestal zoeken dus. Maar Spezify is ook anders omdat alle zoekresultaten bij elkaar in één scherm bij elkaar worden gepresenteerd.

Spezify vind ik zelf niet zo heel geschikt om te zoeken, omdat ik zelden gebruik wil maken van deze combinatie van zoekmachines. Als ik op zoek ben naar actuele informatie maak ik gebruik van blogszoekmachines zoals Google Blogsearch of Technorati of ik doe een search met behulp van Twitter Search. Ben ik op zoek naar videomateriaal dan zoek ik via YouTube, Teleblik of SURFmedia enz. Maar Spezify vind ik wèl een heel leuke tool om te brainstormen over de verschillende aspecten van een onderwerp. Bijvoorbeeld voor een brainstorm over de inhoud van een werkstuk of een website die je wilt gaan bouwen of om een sfeerplaatje te creëren. Spezify legt verbanden waar ik zelf zo gauw niet opgekomen zou zijn en het verleid me om door te klikken en een onderwerp vanuit verschillende kanten te bekijken. Probeer het eens met leerlingen ter voorbereiding op een discussie, als startpunt voor het opbouwen van een betoog waarin ze verschillende standpunten naar voren moeten brengen of als voobereiding op het maken van een kunstwerk. Misschien stimuleert deze wat andere insteek de creativiteit van de leerlingen!

maandag 28 juni 2010

En de winnaars zijn ....

Screenshot van het spel dat met de hoofdprijs bekroond isAfgelopen zaterdag heb ik weer een groot project mogen afronden: de Creative Game Challenge. De afsluiting van deze wedstrijd, georganiseerd door de Universiteit Utrecht, waarbij leerlingen werden uitgedaagd een game te bouwen rond het thema 'beesten' was een groot festijn, waarbij volop gegamed kon worden. De Gamekings daagden de aanwezigen, wedstrijddeelnemers en de aankomende studenten voor de nieuwe studierichting Gametechnologie, uit voor een compo Dance Dance Revolution of Guitar Hero. Het was geweldig om te zien hoe sommigen, ondanks de warmte, tekeer gingen op de dansmatten.

Maar het hoogtepunt van de dag was voor mij natuurlijk de prijsuitreiking waarbij we eindelijk konden kennismaken met de makers van de games die we allemaal uitgebreid hadden gespeeld. Ik kan er echt van genieten als ik hoor hoeveel tijd en energie mensen steken in zo'n project en ook hoe sommige van hen daarbij ondersteund zijn door een docent. Leren op zijn leukst: een leerling die zich zelf concrete doelen stelt, en docenten die inspringen waar nodig en terzijde staan waar het kan!

De winnende games waren uitermate gevarieerd. RPG's, platformgames en adventures: het was er allemaal. En er waren echt mooie games. Zoals één van de vakjuryleden bij het beoordelen van de games zei: een aantal van de ingezonden games zou absoluut niet misstaan op bekende games-websites! Dat lijkt me toch een prachtig compliment voor de makers!

Ben je benieuwd wie er gewonnen hebben? Neem dan een kijkje in het overzicht van winnaars en lees wat de vakjury vond van de games. Alle ingeleverde spellen kunnen gratis gedownload en gespeeld worden. Veel gameplezier!

Afbeelding: screenshot van Forest Lord, het spel dat met de hoofdprijs is bekroond.

vrijdag 25 juni 2010

Media-wijsheid

afbeelding van een uilMedia-wijsheid: ik had lange tijd moeite met die naam. 'Wijs': dat klinkt een beetje zweverig, vind ik. Ik hield het daarom liever op 'ict-competent': vaardigheden, kennis en een positieve houding ten aanzien van het gebruik en ontwikkelen van (digitale) informatie en communicatie.

Maar misschien is het woord 'media-wijsheid' zo gek nog niet. Wijsheid is in mijn ogen iets anders dan competent. Iemand die niets liever doet dan werken met computers, is wel competent, maar niet per definitie 'wijs'. De expert kan wel vragen beantwoorden op zijn expertisedomein, maar veel vragen die we stellen gaan over de grenzen van één expertisedomein heen en hebben ook betrekking op ons persoonlijke leven en interesses.

Wijsheid veronderstelt volgens mij daarom dat iemand in staat is over de grenzen van een expertisegebied heen te kijken, en een vraag kan bekijken van verschillende kanten. Een wijze is in staat om tot de kern van een vraag door te dringen. Om dat te kunnen doen, moet je je in kunnen leven in de achtergrond van de vragensteller: waarom stelt hij die vraag, wat verwacht hij van het antwoord op zijn vraag? Een wijze staat open voor wat de vragensteller belangrijk vindt: hij heeft interesse en respect voor diens visie en zal antwoord zoeken dat misschien objectief gezien niet het beste antwoord is, maar wel het beste is voor die persoon. Een wijze stelt niet zijn eigen kennis voorop, maar de vraag en de behoefte van de vragensteller.

Wat is nu media-wijs? Neem een leerling die op zijn Hyvespagina ineens nare krabbels krijgt van hem onbekende mensen. Hij zou kunnen vragen: hoe kan ik ervoor zorgen dat ik die nare krabbels niet meer krijg? Iemand die het belang van het gebruik van Hyves voor de leerling niet herkent en erkent, zal zeggen dat de leerling zijn account bij Hyves moet opzeggen. Daarmee is de leerling niet echt geholpen: hij wil juist zijn Hyvespagina gebruiken om met anderen in contact te blijven. Iemand met verstand van internet zou hem vertellen dat hij zelf kan bepalen wie toegang heeft tot zijn Hyvespagina via de knop 'privacy' bij zijn profielinstellingen. Dat kan een oplossing zijn van het probleem, maar het kan ook zijn dat daarna de leerling daarna weliswaar niet meer op Hyves, maar nog wel op allerlei andere - virtuele en niet-virtuele plekken - lastig wordt gevallen. De wijze zal met de leerling zoeken naar het beste antwoord in zijn situatie: niet alleen hoe je de techniek kunt gebruiken om pesten te voorkomen, maar ook hoe je omgaat met mensen die je pesten en misschien ook hoe hij zelf weerbaarder kan worden.

Of neem de leerling die de vraag stelt hoe hij een filmpje kan maken. Van de filmspecialist krijgt hij een verhandeling over shots en belichting maar wat hij eigenlijk wil weten is hoe hij zijn band meer bekendheid kan geven. Daarvoor kan je natuurlijk een filmpje maken, maar je kunt ook aanbieden om op schoolfeesten te spelen en dan de lokale pers uitnodigen om een reportage te schrijven.

Een mediawijze docent heeft inzicht in wat media zijn en kunnen, maar is ook in staat de achtergrond van de vraag van de leerling te doorzien en die in een breder kader te plaatsen. Een mediawijze docent hoeft niet per sé expert te zijn op het gebied van knoppenvaardigheid: wel is hij in staat om - eventueel samen met de leerling - de kennis over hoe de knoppen bediend moeten worden ergens vandaan te halen. En hij snapt hoe belangrijk het gebruik van media is voor de vragensteller: omdat hij daarmee contacten kan leggen of omdat hij zich daar kan profileren en door anderen gevonden kan worden, of omdat hij toegang krijgt tot de informatie waar hij naar op zoek is.

Daarmee is mediawijsheid iets wat dichtbij de capaciteiten van de meeste docenten ligt. Want je inleven in wat de leerling wil, vragen in een breder kader plaatsen en samen met leerlingen zoeken naar antwoorden, is iets wat de meeste docenten altijd al doen. Een docent die daarnaast interesse heeft in media en samen met leerlingen in de lessen de mogelijkheden van de media verkent, vindt ik media-'wijs', ook als hij de techniek van de media niet in de vingers heeft. Een expert is meestal gauw gevonden, maar 'wijzen': daar kunnen we er best meer van gebruiken!

Afbeelding van alicepopkorn, gepubliceerd onder CC-by-nd.

donderdag 24 juni 2010

Eindelijk volledig klaar!

Door: Martijn van den Berg
Zoals ik in mijn vorige blogje al schreef, er zijn afvallers die het niet halen. Maar de kern zit nog steeds in de mensen die boven de 40 punten haalt of zelfs 60. Dit maakt de tegenstelling dan af en toe ook heel zuur, en duidt de grens heel duidelijk aan.

Ik ben een van de mensen die 60 punten heeft gehaald het eerste jaar. Het nieuws kwam vandaag binnen. Het is zelfs zo dat ik in de vakantie geen herkansingen nodig heb, maar dat ik gewoon lekker feest kan gaan vieren. De laatste (en ook lastigste) module was het grootste probleem, maar door veel moeite op het laatste moment is ook deze gelukt.

Op een moment als dit stop ik even, om stil te staan bij de mensen die het net niet gehaald hebben. Niet uit sadisme, maar om te ontdekken wat mij nu een sprong verder heeft gezet dan die andere mensen. Ik ben ook niet de meest gemotiveerde leerling geweest afgelopen jaar. Niet door een gebrek aan interesse, maar door alle afleidingen die zich voordoen. Alle goede voornemens die je als het erop aankomt in de wind slaat.

Wat heeft mij er dan door geslagen? Ik denk dat het voor een deel voorkennis is, een deel discipline, en een deel snappen wat je opzoekt. Ik kom van het VWO en veel kennis heb ik dan al of begrijp ik veel beter. Ik kan hele dagen non-stop werken als het echt moet, en ik probeer altijd te begrijpen wat ik opzoek. Toch betwijfel ik of deze dingen mij succes in de toekomst gaan opleveren. Ten slotte eindigt voorkennis ergens, en zal ik in de toekomst ook weer andere dingen moeten aan vinden.

woensdag 23 juni 2010

9-box: om te oefenen met de tafels

Klik hier om naar het spelletje 9-box te gaanIk had het spelletje al eens een keer gezien, maar ik kwam het weer tegen op het net: 9-box. In het spel 9-box oefen je de tafels. Je hebt een speelveld met daarin 9 blokjes, voorzien van een cijfer. Elk blokje heeft 9 kruisjes, die oplopen in waarde: het kruisje linksboven heeft de waarde 1, die rechts daarvan de waarde 2, en het kruisje rechtsboven de waarde 3 enz.

In het spel licht elke keer een kruisje op in een blokje. De speler moet dan de uitkomst invullen van de waarde van het kruisje maal de waarde van het blokje. Dat is nog behoorlijk lastig. Je moet, zeker in het begin, goed nadenken welke waarde het kruisje dat oplicht vertegenwoordigt. Maar na een paar minuutjes krijg je dat goed in de vingers en kan je de sommetjes snel maken. Slimme spelers letten overigens helemaal niet op waar de kruisjes staan: die vullen per blokje zonder te kijken keurig de rijtjes in: 4, 8, 12, 16, 20 enz.

Heb je dat een keer door en gaat het spel vervelen, dan komt de grote uitdaging. In level 2 staan de cijfers niet meer netjes op volgorde, maar door elkaar en de kruisjes lichten niet meer per blokje op, maar kris kras door de blokjes heen. Dat betekent nadenken en vooral ook heel snel rekenen. Een goed resultaat krijg je alleen als je de tafels goed hebt geautomatiseerd. Als je dat niet hebt, dan gaat het allemaal veel te traag.

De speler krijgt keurig te zien hoeveel fouten hij heeft gemaakt, hoe vaak hij het juiste cijfer heeft ingevuld en hoeveel tijd hij nodig had voor het spelen van het spel.

Jammer dat de site niet helemaal af is: je kunt je niet aanmelden en je highscore opslaan. Ook zou ik graag extra levels toegevoegd zien, de blokjes in de gewone volgorde en de kruisjes ook per blokje, maar dan door elkaar, en een level waarin de blokjes in de gewone volgorde staan, maar waarbij de kruisjes willekeurig oplichten door de blokjes heen. Maar wie weet worden die levels nog een keer toegevoegd.

Tip: laat de leerlingen elke keer een screendump maken van het resultaat en laat ze proberen hun eigen score te verbeteren: sneller, of minder fouten, of -als ze erg goed zijn - allebei!

dinsdag 22 juni 2010

Immune Attack

Klik hier om naar de site van Immune Attack te gaanImmune Attack is een Engelstalig spel over immunologie dat is gemaakt door de FAS: de Federation of American Scientists. Het spel is geschikt voor spelers uit de bovenbouw Havo/VWO en voor studenten uit het hoger onderwijs. In het spel leer je over nanotechnologie, onderwerpen uit de moleculaire biologie en uit de celbiologie doordat je als 'nanobot' door het menselijk lichaam reist en in minigames zeven hindernissen moet overwinnen:
  1. Monocyte to Macrophage (Transmigration),
  2. Follow the Chemical Trail (of C3a),
  3. Recognize the Enemy (Activate LPS Receptors),
  4. Eat the Pseudomonas!,
  5. Call the Neutrophil to the Site of Infection (Activate CXCL8),
  6. Transfer Abilities to Neutrophils,
  7. Eat the Staphyloccocus.
Op de site vind je o.a.:

Leuk voor de dagen in de zomervakantie, waarop het weer iets minder mooi is: download Immune Attack en speel het spel, zodat je het volgend schooljaar aan je leerlingen kunt aanbieden. Laat je overtuigen door deze Amerikaanse docent.

maandag 21 juni 2010

Games leren maken door te gamen

Klik hier om naar het spel Light-Bot te gaanEr zijn veel manieren om te leren hoe je een game kunt maken. Je kunt boeken bestuderen en lessen volgen over games of je kunt de kunst afkijken bij ervaren gamedesigners. Maar er is een nog leukere manier: leren hoe je een game kunt bouwen door games te spelen!

Onlangs ontdekte ik het spel Light Bot 2.0. In dit spel leer je een aantal principes van programmeren, bijv. het werken met voorwaardelijke functies, sequenties, recursieve functies enz. In elk level van het spel wordt een nieuw programmeerprincipe toegevoegd, waardoor je aan het einde een redelijk beeld hebt wat programmeren is. Mocht je er niet uitkomen: bij elk level is een walkthrough in de vorm van een video: erg handig!

Maar met programmeren alleen maak je nog geen leuk spel. Om te leren hoe je een leuk spel kunt maken, kun je op de gamesite Kongregate de 'Understanding games'-spellen van Pixelate spelen, deel 1, 2, 3 en 4.

Op Kongregate vind je overigens ook een heleboel handleidingen voor het programmeren van games met o.a. Flash. Een leukere manier om te leren hoe je games kunt bouwen, ken ik niet!

vrijdag 18 juni 2010

Nogmaals: COIN

Een tijdje geleden schreef ik jullie al over COIN: het project Collaboration Infrastructure van SURFnet. Gisteren hebben ze een filmpje gemaakt over wat het precies inhoudt. Ik kan het niet mooier vertellen, dus ik voeg er niks meer aan toe!

Geniet van de animatie!

donderdag 17 juni 2010

Knopen doorhakken

Door: Martijn van den Berg
Toen ik aan mijn opleiding begon, werd er gezegd dat in het eerste jaar gemiddeld 60% af zou vallen. Na er zelf mee bang gemaakt te zijn, dacht ik te zien dat dit een trucje was om studenten aan het werk te houden. Na ongeveer driekwart jaar heb ik al veel mensen de opleiding zien verlaten, maar nog steeds geen 60%. Deze week begreep ik eindelijk waar die 60% vandaan kwam, en dat was moeilijk.

Ieder jaar kan men 60 punten halen om het jaar te halen. 40 punten hiervan zijn nodig om door te gaan naar het volgende jaar. Met minder punten kan je ook door naar het volgende jaar, maar hier moet de examencommissie over beslissen. Het eerste jaar is hierin cruciaal, want daar vallen de meeste mensen af. De drie voornaamste redenen hiervoor zijn het niet bevallen van de opleiding, het niet voldoende (kunnen) inzetten voor de opleiding en het sociaal niet kunnen vinden. Haal je de 60 punten van het eerste jaar, dan krijg je je propedeuse.

Het eerst vallen de mensen af die hun ei niet helemaal kwijt kunnen en voor wie de opleiding niets is. Rond driekwart van het jaar zie je mensen opgeven omdat ze de 40 punten nooit meer kunnen halen. Dat laat nog een deel over die de 40 punten proberen te halen, maar uiteindelijk overgeleverd worden aan de beslissing van de examencommissie.

Dit zijn de zware beslissingen, want als je iemand weg stuurt, heeft deze een heel jaar verspild. Dit gaat nog verder, want sommige mensen rekenen niet op een eventuele negatieve beslissing, en zien hun toekomst dan in duigen gaan. In het ergste geval heb je mensen die hun complete studiefinanciering moeten terugbetalen. Best wel een zware beslissing.

Ik denk dat iedereen die zegt dat deze met de opleiding kan en wil doorgaan een kans verdient. De examencommissie denkt vaak anders over, voor de bestwil van de studenten. Ten slotte, als deze doorgaan en het volgende jaar niet kunnen opbrengen, ze twee jaar verspild aan niets. Het is dus een lastige beslissing die ze moeten maken. Alhoewel ik weet dat deze beslissingen gemaakt moeten worden, hoop ik nog steeds dat de mensen die echt op de opleiding willen blijven, nog net onder het stokje door kunnen lopen.

woensdag 16 juni 2010

Zunal: een tool om webquests mee te maken

Ik ben een fan van webquests. Een webquest is een volgens een vast format gestructureerde internetopdracht, waarbij leerlingen gezamenlijk onderzoek doen en met de kennis en inzichten die ze in dat onderzoek verwerven, verbinden met eerder verworven kennis en op basis daarvan een product maken.

Het klinkt allemaal veel ingewikkelder dan het is, daarom een voorbeeld van een webquest (of op zijn Nederlands: webkwestie) over Toetanchamon. In deze webquest moeten leerlingen in groepjes een muurkrant maken over Toetanchamon. De opdracht die ze krijgen is onderverdeeld in stappen:
  • de inleiding, waarin kort wordt verteld waar de webquest over gaat
  • de opdracht, waarin verteld wordt wat ze gaan doen. Een opdracht kan zijn het maken van een folder of poster, een maquette, een presentatie enz.
  • de werkwijze, waarin verteld wordt hoe ze de opdracht moeten uitvoeren, vaak in de vorm van een stappenplan,
  • de informatiebronnen: de plekken waar ze de informatie kunnen vinden die ze nodig hebben voor het uitvoeren van de opdracht. Omdat het gaat om een internetopdracht wordt hier (bijna) altijd gebruik gemaakt van internetbronnen,
  • de beoordeling, meestal op basis van een matrix waarbij beschreven wordt wat de leerling heeft geleerd (bijv. wat ze weten over piramides en hiëroglyfen) en hoe de opdracht is uitgevoerd (bijv. of er spelfouten zijn gemaakt en hoe ze hebben samengewerkt), en op welk niveau dat is gedaan (bijv. beginner, licht gevorderd, gevorderd en excellent),
  • de terugblik, waarin - liefst samen met de leerling - gereflecteerd wordt op hoe het proces verlopen is en wat geleerd is.
Het format van de webquest is bedacht door Bernie Dodge. De bedoeling van een webquest is dat leerlingen hiermee hun probleemoplossend vermogen en beslissingsvaardigheden vergroten.

Het maken van een webquest is iets wat het nodige denkwerk vereist, maar wie een goede webquest maakt, zal daar vaak veel plezier van hebben omdat de didactiek erachter goed doordacht is en leerlingen meestal met plezier de opdracht uitvoeren.

Maar een webquest moet niet alleen inhoud krijgen: op de een of andere manier moet de opdracht natuurlijk op het net worden gezet. Het aanbod van tools om dat te doen is groot. Zo heeft Kennisnet een webquestmaker en op de site van John Demmers (de man die de webkwestie in Nederland heeft geïntroduceerd) staan een aantal hulpmiddelen om met de tekstverwerker Word of met Frontpage een webkwestie te maken. Je kunt ook een webquest maken met websitebouwtools als Google Sites en ik heb ook webquests gezien die gemaakt zijn vanuit een blogprogramma zoals Blogger.

Gisteren ontdekte ik weer een andere tool: Zunal. Ik moet zeggen: ik ben onder de indruk van de gebruikersvriendelijkheid van die tool. Als je een webquest maakt, kan je bij elk onderdeel met één druk op de knop een tekst schrijven, een plaatje erbij zetten en extra bestanden uploaden. De tool heeft wel een aantal nadelen: de tool is niet over te zetten naar het Nederlands, waardoor de interface en de knoppen van de webquest altijd in een vreemde taal zijn (o.a. Engels, Frans en Duits). Een tweede nadeel is dat je aan het vaste format van Zunal vastzit: je kunt per onderdeel maar één plaatje kunt gebruiken dat altijd op een vaste plek wordt getoond en bij het onderdeel beoordeling kan je wel werken met een matrix, maar je hebt max. 4 rijen tot je beschikking. En tot slot: werken met Zunal kost niet veel ($20 voor 3 jaar), maar gratis is het niet. Wie niet betaalt kan één webquest maken, en die wordt dan ook nog eens voorzien van advertenties. Niet echt bruikbaar dus, dat gratis account, voor het onderwijs. Maar goed: voor $20 kan je 3 jaar lang net zoveel webquests maken als je wilt en die zijn wel allemaal reclamevrij. En ik ken geen andere webquest-tool die zo makkelijk in het gebruik is!

Wat in ieder geval de moeite waard is, is om eens te onderzoeken wat er al allemaal is aan webquests. Er is een grote verzameling webkwesties te vinden op de site Webkwestie (voor PO, VO en HO), van John Demmers. Ook op Zunal zijn veel interessante webquests te vinden, alleen zul je die moeten vertalen als je ze voor je eigen klas wilt gebruiken. Via de webquestpagina van Kennisnet kan je zoeken naar webquests in o.a. de Davindi-collectie.

Voor wie meer tijd wil investeren in het maken van webquests: ga eens kijken wat je kan met Google sites. Google sites is gratis (en advertentievrij) voor het onderwijs en het biedt je veel bijna onbeperkte mogelijkheden in de vormgeving. Hoe je met Google Sites een website maakt, kan je hier en hier leren met behulp van screencasts van Hans Hak. Erg handig!

dinsdag 15 juni 2010

Peer review

Afbeelding van Peer-review monsterIn de laatste maanden van het schooljaar moeten er op alle scholen tests gemaakt worden. Repetities, examens: niet alleen leerlingen maar ook docenten zijn er druk mee. Maar het hoort er nu eenmaal bij: om inzicht te krijgen in de vorderingen moet kennis getoetst worden.

Om de werkdruk te verminderen, gaan docenten er soms toe over om leerlingen/studenten elkaars werk te laten beoordelen: peer review. Maar dat valt lang niet altijd mee. Leerlingen/studenten zijn niet gewend om dat te doen, ze zijn onbekend met de beoordelingscriteria, ze zien ertegen op om eerlijk hun mening te geven omdat ze de ander niet voor het hoofd willen stoten en ze zien het beoordelen van elkaars werk als extra klus waarvoor ze niet gemotiveerd zijn. De praktijk blijkt daardoor vaak weerbarstiger dan de theorie.

Toch is er veel winst te behalen voor wie erin slaag om peer review vorm te geven. Peer review kan ertoe leiden dat leerlingen en docenten reflecteren op elkaars en hun eigen werk, ze kunnen leren van hun eigen fouten, ze leren hun ideeën onder woorden te brengen en voor de latere beroepspraktijk is het kunnen geven van feedback een belangrijke competentie. Daarnaast is het voor docenten natuurlijk prettig als hun een deel van het nakijkwerk uit handgen genomen wordt: die vrijgekomen tijd kan besteed worden aan andere voor het onderwijs belangrijke zaken en/of er kunnen extra toetsen afgenomen worden waardoor er eerder/beter zicht is op wat leerlingen/studenten wel en niet kunnen/weten.

Van 2006 tot 2009 is bij de Technische Universiteit Delft, de Universiteit Utrecht en de Vrije Universiteit in Amsterdam een project uitgevoerd rondom het werken met peer review. Eén van de deliverables van dit project is een handleiding voor docenten hoe ze peer review kunnen inzetten in hun eigen onderwijspraktijk. Het is een document dat ik iedere docent kan aanraden: het geeft een mooi overzicht van de mogelijkheden van peer review en staat vol met praktische tips hoe peer review in de praktijk georganiseerd kan worden. Voor wie de peer review wil ondersteunen met computers is er ook een overzicht welke software hiervoor gebruikt kan worden.

Handig voor wie opziet tegen het vele nakijkwerk in de komende/huidige repetitie-, tentamen- en examenperiode!

Afbeelding
van Gideon Burton, gepubliceerd onder CC-by-sa.

maandag 14 juni 2010

Timeglider: samenwerken aan tijdlijnen

Al een paar keer eerder schreef ik over de mogelijkheden van tijdlijnen voor het onderwijs (o.a. hier). Met tijdlijn-software kan je gebeurtenissen plaatsen op een tijdlijn. Op de tijdlijn kan je een tekst neerzetten, die je meestal kunt aanvullen met een afbeelding en een link en soms ook een video.

Een tijdlijn kan je natuurlijk inzetten voor geschiedenis: op de tijdlijn zet je in chronologische volgorde wat er gebeurde in een bepaalde periode. Je zou nu bijvoorbeeld voor de komende periode een tijdlijn kunnen maken over het formeren van het nieuwe kabinet, waarbij de leerlingen elke keer iets mogen toevoegen aan de tijdlijn: met welke fractieleiders Beatrix heeft gesproken, wanneer een informateur of een formateur benoemd worden, welke mensen benaderd worden voor een ministersfunctie enz. Een leuke tijdlijn om later nog eens te bekijken!

Maar je kunt tijdlijnen ook laten maken voor andere vakken: bij biologie kan je een tijdlijn maken over de voedselkringloop of de waterkringloop, of om het proces van fotosynthese te illustreren, en bij aardrijkskunde kan je tijdlijnen gebruiken om te laten zien hoe een orkaan ontstaat. Voor de talen kan je een tijdlijn laten maken over het leven van een schrijver, maar je kunt een tijdlijn ook gebruiken om een plot te bedenken voor een verhaal.

Het maken van een complete tijdlijn kan een tijdrovende klus zijn, vooral als je op de tijdlijn veel activiteiten wilt plaatsen. Je kunt leerlingen natuurlijk samen laten werken aan een tijdlijn onder één account, maar dat heeft meestal als nadeel dat je als docent niet goed zicht hebt op wat elke leerling afzonderlijk heeft gedaan.

Een handige (gratis) tool om samen te werken aan een tijdlijn is Timeglider. Met Timeglider kan je anderen uitnodigen om samen met jou een tijdlijn te bewerken. Dat is op zich niet zo bijzonder: ook andere tools bieden die mogelijkheid. Maar het bijzondere bij Timeglider is dat je bij elke gebeurtenis die je aanmaakt voor een tijdlijn, je kunt aangeven op welke tijdlijn die geplaatst moet worden. Je kunt zo leerlingen elk een eigen tijdlijn laten maken, en tegelijkertijd ook één grote tijdlijn laten ontstaan waar alle gebeurtenissen die alle leerlingen maken, in samengevoegd worden.

Zo kan je hele grote tijdlijnen laten ontstaan, waarop heel veel gebeurtenissen geplaatst worden. Niet door één leerling, maar door alle leerlingen samen: allemaal in dezelfde periode (bijvoorbeeld als huiswerkopdracht), of na elkaar (elke leerling krijgt in de loop van een jaar opdracht een stukje aan de tijdlijn toe te voegen).

De tijdlijnen kunnen online bewaard en toegankelijk gemaakt worden, zodat ze later, door andere leerlingen, gebruikt worden als achtergrondinformatie bij de te bestuderen stof. Makkelijk om te hebben!


Hieronder een tijdlijn over de Eerste Wereldoorlog, gemaakt met Timeglider.

vrijdag 11 juni 2010

Verrijkingsstof

Veel aandacht in het onderwijs gaat uit naar leerlingen die moeite hebben om de les te volgen: omdat ze de stof niet snappen, omdat ze niet gemotiveerd zijn of omdat ze andere zorgen aan hun hoofd hebben. Maar er zijn natuurlijk ook leerlingen die de stof eigenlijk te makkelijk vinden: leerlingen die meer uitdaging nodig hebben en dieper op de stof in willen gaan.

Speciaal voor die leerlingen is er nu de site Verrijkingsstof: een initiatief van Naturalis, het Museon en het Universiteitsmuseum Utrecht. Op deze site hebben ze hun kennis gebundeld en bieden ze het onderwijs lessen aan voor de vakken:
Er zijn zowel lessen voor het basisonderwijs als voor het voortgezet onderwijs. De collectie is nog niet heel uitgebreid (10 lessen voor het PO en 14 voor het VO), maar hopelijk worden er in de toekomst nog lessen toegevoegd.

Wat is er nu zoal aan opdrachten te vinden? Er is een opdracht waarbij leerlingen onderzoek doen naar fossielen, en een waarbij ze de grond in hun eigen tuintje aan een onderzoek onderwerpen. Daarbij vraag ik me dan wel af hoe leerlingen die ergens 5-hoog in de grote stad wonen die opdracht moeten uitvoeren, maar dat is met enige creativiteit wel op te lossen. Wie zijn leerlingen een geschiedenisles wil aanbieden, komt terecht op de al langer bestaande site van het Museon: Land van Heden en Verleden.

Bij een aantal van de lessen is een docentenhandleiding gemaakt, waarin aangegeven staat hoe de les aansluit bij de lesstof. Helaas is dit niet bij alle lessen het geval en ook in andere opzichten rammelt de site een beetje. Ik vond her en der in lessen de opmerking 'Dit is een testversie', maar ik kon niet achterhalen wat er dan nog getest moest worden. Ik heb de indruk dat de site gebruikt wordt om educatief materiaal dat de deelnemende musea al hadden, opnieuw onder de aandacht te brengen, maar dat weet ik niet zeker.

Ondanks alle losse eindjes (geen vast format voor alle lessen, ontbrekende docentenhandleidingen, een pop-up die aangeeft dat ik werk met Netscape, terwijl ik toch echt gebruik maak van Firefox), vind ik de site wel de moeite waard omdat de opdrachten wel gevarieerd zijn en passen bij leerlingen die wat meer de diepte in willen. Maar ik hoop wel dat Naturalis, het Museon en het Universiteitsmuseum Utrecht de site nog verder ontwikkelen. Het principe is goed, maar de uitwerking kan beter!

donderdag 10 juni 2010

Intercultureel lesgeven

Door: Martijn van den Berg
Aan het eind van het jaar valt de interesse vaak weg. Mensen worden het leren zat en geven vaak alleen nog maar om de laatste loodjes. Het verbaast mij dan ook niet als mensen onderuitgezakt en half dromend in hun stoelen zitten. Waar docenten normaal al moeite hebben om een originele manier van lesgeven te vinden om zo de aandacht van de leerlingen te krijgen, lukt het op dit tijdstip van het jaar vaak helemaal niet meer. Een mooi voorbeeld zag ik van de week, toen een leraar een volledig stille klas voor zich krijgt, maar dit keer was het niet het tijdstip van het jaar...

Hij sloeg de plank volledig mis door de aanname dat studenten in Nederland continu op zoek zijn naar allerlei relevante kennis, met alleen maar het doel tot zelfverrijking. Na ingewikkelde theorieën als huiswerk bestudeerd te hebben, verwachtte hij dat dit ons zou aanzetten om hier in de klas een uitgebreide onderlinge discussie over te voeren. Toen deze niet tot stand kwam, loste hij dit op door de klas extra huiswerk te geven, met als gevolg dat de klas er geen zin in had.

En toch, de docent kon ik de schuld niet geven. Zijn intenties waren puur. Hij wilde vanuit zijn visie de klas helpen in hun tocht naar kennisvergaring. En deze methode zou in andere landen hebben gewerkt, maar hier blijkbaar niet.

Mijn school kent meerdere culturen, en zo ook meerdere mentaliteiten wat betreft leren. Zo heb je de Duitsers, die vaak erg gemotiveerd zijn, en de Chinezen, die vaak ongelofelijk veel tijd en energie in hun studie steken, maar die hier uit bescheidenheid en verlegenheid vaak niet mee te koop lopen. En naast verschillende culturen onder studenten zijn er ook verschillende culturen onder leraren: de leraren zijn vaak professionals, die van over de hele wereld zijn gehaald om daar zonder enige lerarenopleiding hun kennis te delen. Sommigen van hen kunnen zelfs niet of amper Nederlands.

Op een internationaal kruispunt als Stenden is het voor iedere docent een uitdaging om op een goede manier les te geven, en misschien zijn de lessen niet altijd even effectief. Maar elke dag is wel weer een andere ervaring, en de verschillende stijlen van lesgeven houden je wel scherp.

woensdag 9 juni 2010

Contact: wat kinderen bezig houdt met nieuwe media

Het is al even geleden dat het van de persen rolde: het boek Contact, van Mijn Kind Online, Sociaal Cultureel Planbureau en het programma Digivaardig & Digibewust. Het boek werd op 26 mei overhandigd aan Willem-Alexander, maar omdat ik het eerst wilde lezen, schrijf ik er nu pas over.

De titel van het boek luidt voluit: Contact: Kinderen en nieuwe media, wordt uitgegeven door Bohn Stafleu van Loghum, en kost in de winkel 26,90 euro.

Contact biedt, op grond van gedegen onderzoek, een overzicht wat kinderen van een jaar of 6 tot 12 leuk vinden op de computer, wat ze wel en wat ze niet kunnen, hoe nieuwe media een bijdrage kunnen leveren aan het onderwijs en hoe ouders omgaan met media-opvoeding. De hoofdstukken in Contact zijn geschreven door verschillende experts, waardoor elk onderwerp maximaal uit de verf komt.

Na een algemene inleiding in hoofdstuk 1, komen in hoofdstuk 2 tot en met 9 achtereenvolgens aan de orde:
  • (commerciële) games, op de computer en op gameconsoles, zoals de Wii en de Nintendo,
  • casual games (op internet), zoals Bejeweled, Tetris en advertentiespelletjes,
  • virtuele werelden, zoals Habbo Hotel en goSupermodel,
  • online communiceren in het algemeen, bijv. via MSN en sociale netwerksites
  • de verschillende mogelijkheden van de sociale netwerksite Hyves; naast communiceren ook spelletjes spelen en laten zien wie je bent,
  • reclame:op welke manieren wordt reclame gemaakt op internet en kunnen kinderen die reclame doorzien?
  • mobiele telefonie: wat doen kinderen met hun mobieltje en waarom willen ze er een hebbben?
  • informatie zoeken: wat kunnen kinderen wel en wat niet, hoe zoeken ze op internet, en hoe bekijken zij een website?
Na deze indeling in verschillende activiteiten van kinderen met nieuwe media, wordt ingegaan op hoe onderwijs en ouders omgaan met kind en nieuwe media: kunnen nieuwe media iets toevoegen aan het onderwijs van kinderen, en hoe staan ouders ten opzichte van het mediagebruik van hun kinderen?

In het laatste hoofdstuk worden wat trends geschetst, bijv. dat kinderen steeds eerder in aanraking komen met nieuwe media, dat er steeds meer aanbod komt dat zich richt op kinderen, en dat mobiele toepassingen sterk in opkomst zijn. In dit hoofdstuk worden ook aanbevelingen gedaan: aan de overheid, ouders en onderwijs.

Ik heb het boek met heel veel plezier gelezen. Natuurlijk weet ik wel ongeveer wat kinderen doen op het gebied van nieuwe media, maar in Contact wordt heel genuanceerd aangegeven waar voor kinderen prioriteiten liggen. Maar wat ik belangrijker vond, was dat het boek ook achtergrondinformatie geeft: waarom vinden kinderen online communiceren zo belangrijk, wat vinden ze leuk aan het spelen van games, waarom doorzien ze bepaalde reclame-uitingen niet? In dit boek worden de vragen die ik altijd stelde aan mijn kinderen beantwoord: 'waarom doe je het' en 'wat heb je eraan'? Waarom heb je de hele dag MSN aan en wat levert het je op? Wat vind je zo leuk aan die games, en wat maakt dat je volhoudt als het je in het spel tegenzit? Waarom moet je mobiele telefoon mee naar je slaapkamer, en wat staat er voor jou tegenover de kosten die je maakt voor dat dure mobieltje?

Die informatie levert mij een hoop op. Ik kan ik makkelijker in gesprek met de kinderen, en ik kan activiteiten bedenken die inspelen op hun specifieke behoefte, rekening houdend met wat ze wel en niet kunnen. Als ik bijvoorbeeld lees dat het voor kinderen van een jaar of 12 belangrijk is om zichzelf te presenteren, dan kan ik daarover een les maken, waarbij ze hun digitale identiteit vorm gaan geven, bijv. door ze een foto van zichzelf te laten maken en die met een fotobewerkingsprogramma te laten plaatsen tegen een achtergrond van dingen die zij belangrijk vinden.

Verder kan ik kinderen helpen om wat ze leren bij het gebruik van die nieuwe media, te vertalen naar de dingen die ze doen in de buurt en andersom. Want zoeken op het web is niet wezenlijk anders dan zoeken in een bibliotheek, en je moet net zo voorzichtig zijn als je contact maakt met mensen op straat als wanneer je contacten legt op het web. Ik kan expliciet oefenen op de vaardigheden die ze kunnen opdoen op het web, kinderen helpen om de opgedane inzichten expliciet te maken en ze toe te passen bij hun andere activiteiten, weg van het web.

Zo zijn er nog veel meer dingen te vinden die je input geven hoe je kinderen een beter begrip kunt geven van nieuwe media, waardoor ze er het beste uit kunnen halen. Het boek voor elke leerkracht tot verplichte kost benoemen is misschien teveel, maar ik vind wel dat het boek thuishoort in de boekenkast van elke basisschool en dat alle ict-coördinatoren het boek moeten lezen. Dat is overigens geen straf: het boek is lekker vlot geschreven, en staat vol met leuke en typerende uitspraken van kinderen en de standpunten van hun ouders.

Tot slot: ik heb een tweetal exemplaren van het boek over. En omdat je van één boek gelukkig wordt, maar van drie overvolle boekenkasten krijgt, wil ik de exemplaren die ik over heb graag cadeau doen aan anderen. Geef je les in het basisonderwijs en heb je interesse, stuur me dan een berichtje (mijn e-mailadres staat op mijn visitekaartje aan de rechterkant van dit blog) of laat hieronder een reactie achter. De eerste twee leerkrachten die reageren krijgen van mij een boek cadeau.

dinsdag 8 juni 2010

Realtime bestanden delen en bespreken

logo drop.ioDat het mogelijk is om bestanden te delen via internet, zal bij iedereen bekend zijn. Maar er zijn tegenwoordig een heleboel tools om de bestanden niet alleen aan anderen ter beschikking te stellen, maar om ze met die anderen realtime te bespreken. Er wordt dan wel gesproken van een webinar: een seminar via het web.

De basis van een webinar zijn de bestanden aan de hand waarvan degene die het webinar verzorgt iets wil vertellen. Om een webinar te geven, plaatst de spreker de bestanden die hij met de anderen wil bespreken in de webinar-omgeving. Hij start vervolgens het webinar en nodigt anderen uit om die bij te wonen. De gasten krijgen hetzelfde scherm te zien als degene die het webinar verzorgt. De spreker kan door de bestanden die hij heeft ge-upload in de webinarruimte heen klikken, bijvoorbeeld een diapresentatie, een filmpje, of gewoon een tekstbestand. De gasten kunnen alle handelingen van de spreker op hun scherm in realtime volgen. Afhankelijk van de tool die gebruikt wordt, kunnen de deelnemers met elkaar en de spreker chatten of praten, ze kunnen de bestanden downloaden naar hun eigen p.c. (als de spreker daar tenminste toestemming voor geeft) en - ook weer afhankelijk van de tool waarmee gewerkt wordt - de bestanden van commentaar voorzien of wijzigingen aanbrengen.

Eén van de tools om een webinar te geven is Drop.io/presentation. Je kunt hier gratis een webinar geven voor maximaal 10 gasten. Drop.io is begonnen als ruimte waar je bestanden kunt uploaden, waarna ze door anderen gedownload kunnen worden. Maar sinds kort is er nu ook de mogelijkheid om in de ruimte waar je de bestanden uploadt, een webinar te verzorgen. Het is even wennen, als je ermee aan de slag gaat, maar de basisbeginselen krijg je snel onder de knie. Onderaan dit blog zie je een filmpje waarin de werking van de webinar-tool van drop.io wordt uitgelegd.

Ik kan me nog niet voorstellen dat het onderwijs op onze scholen en universiteiten massaal en op korte termijn op deze manier van lesgeven overgaat, maar ik zie er wel toekomst in. Op dit moment vind ik een webinar vooral bruikbaar voor leerlingen of studenten die met elkaar iets willen doornemen, als helpdesk voor een docent die een student nog wat extra ondersteuning wil bieden bij een tentamen of om een langdurig zieke leerling te helpen bij het doornemen van de lessen. Webinars zijn erg handig als je een presentatie wilt geven voor een groep mensen die ver uit elkaar wonen: mensen uit verschillende landen of zelfs verschillende werelddelen. Bijzonder vind ik het dat je daarvoor nu al geen dure tools meer nodig hebt, maar dat je gratis een webinar kunt verzorgen.

Drop.io is niet de enige gratis tool die dit soort faciliteiten biedt: ik zal er binnenkort nog wel eens een paar van dit soort tools de revue laten passeren. Ik ga het in ieder geval in de gaten houden, want dat ze in het onderwijs ingezet gaan worden, voor studenten of voor overleg met collegadocenten en anderen: daar ben ik van overtuigd.

maandag 7 juni 2010

Creaza: voor striptekenaars en filmmakers in wording

klik hier om naar de tool Creaza te gaanEen leuke tool die ik onlangs tegenkwam, is Creaza. Creaza, een Noorse tool, is nog vrij nieuw. Hun weblog start in april 2009 in het Noors, maar wordt al gauw internationaal: vanaf juni 2009 worden de blogposts in het Engels geschreven zijn omdat de tool uitgebracht wordt in Zweden. Dit jaar kreeg Creaza een nominatie voor de BETT-awards voor 'Tools for Learning and Teaching'. Creaza is op dit moment beschikbaar in het Noors, Engels, Zweeds, Fins, Deens, Duits èn het Nederlands.

Creaza biedt een aantal mogelijkheden: je kunt er mindmaps maken (met het programma Mindomo) , een strip of een filmpje (ze noemen dat bij Creaza: 'Creative Story Telling'). De basisversie van Creaza is gratis. Daarmee kan je al heel snel leuke dingen maken. Voor wie meer wil is er een betaalde versie. De prijzen daarvan worden niet op de site genoemd: daarvoor moet je een mailtje sturen naar de makers.

Ik vond met name de mogelijkheid om een stripverhaal te maken erg leuk.

Voor het maken van een strip kan je je eigen tekeningen uploaden maar je kunt ook gebruik maken van een achttal 'sets' van beelden, bijvoorbeeld beelden van het sprookje Roodkopje, het kerstverhaal, Manga-tekeningen en historische beelden (oudheid, Vikingen, Middeleeuwen, en de Tweede Wereldoorlog). Elke set biedt een aantal achtergronden, characters, gebouwen en requisiten. Het leuke van de kant-en-klare sets vind ik dat je ze heel makkelijk kunt aanpassen: je kunt bijvoorbeeld characters voorzien van een lachend, verdrietig of boos uiterlijk, bij een banaan kan je kiezen of je een hele banaan wilt of een gepelde en bij een schuur kun je aangeven of de deur open moet of dicht. Uiteraard kan je alle beelden voorzien van spraak-, schreeuw- of gedachtenbubbels, waar je tekst in kunt zetten.

Met Creaza kan je ook filmpjes maken. Helaas kan je daarvoor niet gebruik maken van de beelden in de striptekentool. Je kunt wel je eigen plaatjes en filmpjes uploaden naar de server van Creaza. Maar ik vond de mogelijkheden van deze tool in de gratis versie beperkt: er zijn andere gratis tools waarmee je meer kunt bereiken. Ik vermoed dat de betaalde versie wel meerwaarde biedt, maar die heb ik niet uitgeprobeerd.

De Creaza tools zijn wel allemaal erg eenvoudig in gebruik: een handleiding is overbodig, zeker als je al eens eerder met dit soort tools hebt gewerkt. De mogelijkheden liggen vooral op het gebied van de talen, maar ze kunnen ook ingezet worden voor vakken waarbij verhalen verteld worden. Voor geschiedenis zijn die mogelijkheden al ingebouwd, maar door de leerlingen zelf plaatjes te laten uploaden, kan je ze ook het verhaal van bijvoorbeeld de waterkringloop laten vertellen, over gezond en ongezond eetgedrag of over de ontwikkeling van een kikkervisje tot een kikker. Er zijn mogelijkheden genoeg!

vrijdag 4 juni 2010

Overzicht internettools

Het nadeel van het gebruik van allerlei web 2.0 tools, privé of voor werk of school, is dat het nogal eens gebeurt dat bepaalde tools ineens uit de markt worden genomen, of dat je ervoor moet gaan betalen (zoals je binnenkort moet gaan betalen voor gebruik van de Ning-omgeving). Tsja, en dan zit je te kijken: wat zijn nu goede alternatieven daarvoor?

Gelukkig zijn er een heleboel sites met opsomming van web 2.0 tools. Een heel uitgebreid overzicht vond ik op in de Wikispace-wiki 'Web 2.0 social media in education 2010'. Erg praktisch voor wie op zoek is naar een alternatief voor een tool of zich wil oriënteren op wat er bestaat op het gebied van web 2.0 software.

Overigens: wie nog op zoek is naar een alternatief voor Ning: lees eens dit artikel op de website van Robin Good. Hij geeft niet alleen een aantal alternatieven: hij geeft er ook bij aan in hoeverre die tools overeenkomen met c.q. verschillen van Ning, en of ze gratis of betaald zijn. Erg handig!

Afbeelding van c__, gepubliceerd onder CC-by-nd.

donderdag 3 juni 2010

Personal coaching

Stel je voor: je zit net op een nieuwe school. Je kijkt er helemaal naar uit, maar als je een paar weken bezig bent realiseer je dat het helemaal niets is. Je kan het niet vinden met de mensen om je heen, je weet totaal niet hoe het systeem werkt, en je raakt continu helemaal in de war van alles wat er nog moet gebeuren. Aangezien je niet wil opgeven, is er maar één persoon die je uit de sleur kan helpen: de personal coach.

Natuurlijk was dit een lichtelijk overdreven voorbeeld, en zal een personal coach natuurlijk ook positieve ervaringen met zich meebrengen, maar toch. Ik heb meerder mensen om één van bovenstaande redenen zien afvallen. En zelfs nu, aan het einde van het eerste jaar, zijn er nog steeds mensen die hun ei gewoon nog niet hebben kunnen vinden. En in dat soort situaties kan een personal coach, die ervaring heeft met dit soort situaties, net het verschil maken.

En niet alleen bij het hoger onderwijs. De meeste scholen stellen één of meer personen aan om studenten te helpen. Zo had ik op de middelbare school de peter en de meter, twee medescholieren uit een hogere klas die alles konden uitleggen aan de mensen in de eerste klas. En zo had je ook de mentor, die in de meeste gevallen probeerde zo veel mogelijk betrokken te zijn, om zo problemen op een goede manier aan te pakken, maar ook om af en toe leuke activiteiten te organiseren.

Op mijn school bestaat personal coaching ook. Je krijgt aan het begin een personal coach toegewezen die je door het hele jaar behoudt. Dit gaat gepaard met regelmatige gesprekjes, waarin je jezelf bespreekt. Je ambities, persoonlijke situatie en eventuele problemen komen allemaal aan bod. Doel is dat uiteindelijk er een dossier uitkomt over jezelf, dat je helpt om later te bepalen welke kant je op wilt.

Voor mij is personal coaching op de hotelschool voornamelijk een kans om continu te evalueren wat je aan het doen bent, en om je doelen scherp te stellen. Daarnaast is het ook vooral gezellig. Personal coaching is geen straf. Het is altijd handig om iemand te hebben om op terug te kunnen vallen.

woensdag 2 juni 2010

Edistorm

Klik hier om naar de website Edistorm te gaanWie begint met een nieuw project, zal vaak met een groepje eerst eens gaan brainstormen hoe het project aangepakt moet worden. Je kunt dat doen op verschillende manieren, al dan niet gevoed door een digitaal hulpje, en je kunt er pen en papier bij gebruiken of de computer (bijv. Wallwisher, dat ik al eens eerder beschreef). Ik wissel de middelen die ik gebruik graag af, omdat dat op zich al me in een andere startpositie brengt. Daarom in dit blogje maar weer eens een nieuwe brainstormtool: Edistorm.

Edistorm is, net als Wallwisher, eigenlijk niets anders dan een virtueel plakbord waar de deelnemers aan een brainstorm geeltjes op kunt plakken. Daarbij kan je wel in kleur variëren. Je kunt bijvoorbeeld gele briefjes gebruiken voor de eerste ideeën, en groene voor het uitbouwen van andermans ideeën. Of je kunt je hoofdonderwerp in subonderwerpen verdelen en die allemaal een eigen kleur toekennen enz.

Iedereen die uitgenodigd is voor de brainstorm kan ideeën aanplakken en de anderen volgen. Je kunt ideeën van anderen voorzien van commentaar en je kunt stemmen op de beste ideeën door ze te voorzien van een groene stip. Je ziet op je scherm hoe vaak op een idee is gestemd, maar niet door wie dat is gedaan. Aardig is dat de tool ook voorstellen doet voor woorden die iets te maken hebben met de woorden die door de deelnemers worden ingevoerd. Door de suggesties van de tool die niet aansluiten bij de brainstorm weg te klikken, krijg je nieuwe en op den duur ook steeds betere suggesties.

Als je klaar bent met brainstormen kan degene die de brainstorm is gestart het bestand downloaden als excel en als pdf. Dat is een voordeel ten opzichte van Wallwisher, waar je je ideeën alleen online kunt bekijken.

Een nadeel van Edistorm ten opzichte van Wallwisher is dat je je moet registreren om mee te kunnen doen met een brainstorm. Bij Wallwisher hoef je niet in te tekenen om deel te nemen aan openbare brainstormsessies, waardoor de drempel om mee te doen veel kleiner is.

Edistorm is gratis voor als je in je eentje wilt brainstormen (maar dat lijkt me niet echt zinvol) of als je je brainstorms openbaar maakt. Voor onderwijs zal dat vaak niet zo'n probeem zijn; wie Edistorm bedrijfsmatig wil gebruiken zal mogelijk liever een betaald account nemen. Dat kost, afhankelijk van het aantal brainstorms dat je wilt doen, 5, 10 of 30 dollar (voor resp. 2, 5 en 20 brainstorms per maand. Ik zal dat bedrag niet gauw gaan betalen, omdat ik dit soort tools maar af en toe gebruik: voor mij zou het daarom handiger zijn als je per keer kunt betalen. Maar voorlopig hou ik het bij de gratis versie: die biedt me genoeg mogelijkheden voor wat ik wil doen.


dinsdag 1 juni 2010

Open bronmaterialen

Wie onderwijs geeft, zal daarvoor vaak op zoek zijn naar bronmaterialen: originele teksten en afbeeldingen die je kunt gebruiken in de les en eventueel kunt plaatsen in een digitale les. Helaas wordt heel veel bronmateriaal van algemeen gebruik afgeschermd door allerlei rechten en wetten. Niet iedereen wil zomaar zijn kennis op het net delen, zonder daar inkomsten tegenover te zien.

Op zich ben ik er geen tegenstander van dat er regels en wetten zijn die ervoor zorgen dat niet iedereen zonder meer elkaars werk kan bekijken en kopiëren, maar het lastige van de huidige wetgeving is dat die bescherming nu wel vaak heel lang duurt, en dat het erg lastig is om de rechthebbenden van dat bronmateriaal te achterhalen en om afspraken te maken onder welke voorwaarden het bronmateriaal gebruikt mag worden.

Gelukkig zijn er steeds meer instanties die regelingen treffen waardoor materiaal beschikbaar komt: tegen een beperkte vergoeding of soms zelfs helemaal gratis. Zo kwamen afgelopen week weer een aantal bronnen beschikbaar onder een Creative Commons Licentie. Via Picapp krijg je nu toegang tot een aantal internationale nieuwsfoto's van het persbureau Reuters. Websitebouwers en bloggers mogen het materiaal gratis in hun werk embedden, mits ze dat doen met vermelding van de naam van de maker en voorzien van de juiste teksten. Dat is niet moeilijk te realiseren: als je de bijgeleverde embedcode gebruikt, wordt het plaatje automatisch op de juiste manier geplaatst. Erg makkelijk!

Een nog veel grotere collectie bronmateriaal werd afgelopen week beschikbaar gesteld door de Koninklijke Bibliotheek. Ze hebben de krantenarchieven van een groot aantal kranten gedigitaliseerd en stellen die online beschikbaar voor raadpleging. Op dit moment zijn 1 miljoen historische krantenpagina's van meer dan 70 verschillende kranten te vinden in hun archief, uit de periode 1618 tot 1940. Daaronder zit ook de oudste (bekende) krant van (circa) 14 juni 1618. In de komende anderhalf jaar komen ook de kranten uit de periode 1940-1995 beschikbaar: de Koninklijke bibliotheek is nog druk bezig om de rechten daarvan te regelen.

Het prettige van de digitalisering is dat je niet alleen de kranten in hun geheel kunt lezen: je kunt er ook in zoeken omdat de teksten zijn 'vertaald' naar machine-leesbare teksten. Je kunt daarom niet alleen hele pagina's zoeken, maar ook naar teksten (en zelfs familieberichten) op basis van zoekwoorden. Daarnaast heeft de Koninklijke bibliotheek themadossiers samengesteld over verschillende onderwerpen die een korte samenvatting geven van het krantenmateriaal over dat onderwerp, zoals Pers en Verzuiling, Aanloop WOII en - leuk voor ons in het onderwijs - de puberteit.

Het is niet toegestaan om de artikelen over te nemen in je eigen website, blog of les, maar dat is ook niet nodig: je kunt wel linken naar de artikelen die je vindt en ik ga ervan uit dat de Koninklijke Bibliotheek er wel voor zal zorgen dat de linkjes blijven bestaan. Daarom, en omdat dit geweldig materiaal is voor onderzoek en bruikbaar is voor alle vakken, is dit een bron waar wij in het onderwijs niet omheen kunnen!