donderdag 30 september 2010

Fenomeen der evolutie

Door: Martijn van den Berg
95% van alle mensen speelt wel eens een spelletje voor de lol. Toch is het zo dat vrijwel niemand, als deze bij een kennismaking gevraagd wordt naar zijn hobby’s, vrijwel niemand zegt dat hij een gamer is. Men schaamt zich er blijkbaar voor.

Dit komt doordat gamen door veel mensen wordt geassocieerd met de mensen die de hele dag achter een scherm zitten, er niet achter vandaan komen, en vaak niet erg sociaal zijn. Je wordt al heel snel in een bepaald hokje gezet.

Als je zegt dat je gaat tv kijken, is dat geen probleem. Het is ten slotte algemeen bekend dat bijna iedereen tv kijkt. Echter, de overeenkomsten tussen tv kijken en gamen worden steeds groter. Niet alleen omdat je bij beide naar een beeldscherm zit te turen, maar misschien vooral omdat het nog relatief jonge uitvindingen zijn, en beide zijn nog niet aan het eindstadium.

Sporten daarentegen, of andere standaard hobby’s zijn meestal al heel lang in de wereld, en daarom misschien iets meer geaccepteerd. Daarnaast denk ik ook dat gamen en tv kijken vaak wordt gezien als iets waarbij je niet sociaal actief bent.

Als we naar het verleden kijken, zal de toekomst misschien een oplossing bieden. Gamen is al lang niet meer iets wat alleen gedaan wordt. Kijk bijvoorbeeld maar naar alle nieuwe wii games die tegenwoordig uitkomen. Aangezien zo veel mensen gamen, neem ik aan dat het in de toekomst toch sociaal iets meer toegestaan wordt.

woensdag 29 september 2010

Mediawijsheid: wat is dat eigenlijk?

Eergisteren besprak ik hier de door de EU gemaakte uitsplitsing van mediawijsheid in 3 C's: Content, Contact en Conduct. Die indeling is afkomstig van het rapport NL Kids Online: Nieuwe mogelijkheden en risico’s van internetgebruik door jongeren, dat gebaseerd is op gebaseerd op de belangrijkste rapporten van het EU Kids online project.

In het overzicht in het rapport NL Kids Online wordt per 'C' zowel niet alleen de bedreigingen genoemd op dat gebied, maar ook de kansen. Zo wordt bijvoorbeeld bij 'Content' als kans genoemd dat het kinder op internet bij het kind passende informatie kan vinden, maar ook sites kan tegenkomen waar het kind geen weg mee weet: porno of racistische sites. Bij 'Contact' wordt als kans benoemd dat kinderen via internet contact kan onderhouden met vrienden en familie, de keerzijde van de medaille is natuurlijk dat ze via internet ook gepest kunnen worden. En bij 'Conduct' wordt als kans genoemd dat kinderen (op een creatieve manier) hun identiteit kunnen ontwikkelen en tonen, maar wie de negatieve kant van 'Conduct' wil belichten zal onder de aandacht brengen dat kinderen terwijl ze rondhangen op internet ook allerlei ongewenste activiteiten kunnen ontplooien, zoals gokken of illegaal downloaden.

Omdat mij vaak gevraagd wordt wat mediawijsheid nu precies inhoudt en wat je leerlingen moet leren om mediawijs te worden, heb ik op basis van deze 3 C's een poging gedaan om op hoofdlijnen in kaart te brengen welke competenties leerlingen moeten ontwikkelen om de positieve kanten van media te benutten en de negatieve kanten van media het hoofd te kunnen bieden. Daarbij maak ik onderscheid tussen kennis, vaardigheden en attitude.

Ik stel mijn schema graag hier beschikbaar, en hoop dat jullie erop willen reageren: waar zijn jullie het mee eens en wat is volgens jullie niet juist? Wat moet er weggelaten of juist toegevoegd worden aan het overzicht? Ik hoop dat we op die manier met ons allen een overzicht kunnen maken wat we leerlingen bij willen brengen op het gebied van mediawijsheid, en van daaruit een plan kunnen maken hoe we leerlingen willen helpen om zich die competenties eigen te maken.

Afbeelding
van Orin Zebest, gepubliceerd onder CC-by-sa.

dinsdag 28 september 2010

Mediawijsheid: winst voor docenten

spring op de mediawijsheidstreinWanneer we het hebben over mediawijsheid voor docenten, is dat meestal in hun functie als begeleider van leerlingen. Op elke school wordt wel gebruik gemaakt van internet, al was het alleen maar om informatie te zoeken. Een leerling kan dat niet zomaar: informatie zoeken op de enorme web is niet eenvoudig en moet geleerd worden. Zoals onze kroonprins onlangs stelde: "het feit dat jonge mensen veel op het net surfen, betekent nog niet dat zij ook over de vaardigheden beschikken om informatie te beoordelen en effectief in te zetten.". Een mediawijze docent kan zijn leerlingen helpen bij zijn zoektocht op het web en is natuurlijk ook in staat om zelf op internet informatie te vinden voor zijn vak.

Daarnaast kan een docent zijn lessen krachtiger maken met behulp van internet: hij kan via p.c. en beamer of op het digibord gebruik maken van beeld en geluid dat hij op internet gevonden heeft. Een mediawijze docent kent de kracht van internet en de tools die daar te vinden zijn. Een wiki inzetten bij groepswerk biedt de mogelijkheid om te zien wat bijdrage is van elke leerling afzonderlijk en het maakt peer-review makkelijker te organiseren. Een betoog kan geschreven worden op papier, maar een leerling zal het misschien uitdagender vinden om zijn betoog in te leveren in de vorm van een bijdrage aan een weblog dat door velen gelezen wordt. En een presentatie gemaakt met Prezi kan dienen als mindmap waarmee het onderwerp als geheel in kaart wordt gebracht.

Mediawijze docenten zijn niet alleen in staat om informatie te zoeken op het web: ze zijn ook in staat om lessen te ontwerpen waarin ze leerlingen mediawijs maken door ze (voor school) met internet en mobiel te laten werken. Weten waar leermateriaal te vinden is, hoe dat eventueel aangepast kan worden aan de eigen wensen, of hoe je zelf leermateriaal kunt maken en delen met anderen, kan een docent veel tijd besparen. Het onderwijs wordt beter als je op die manier je aanbod aan de leerling kunt verbreden: niet één les voor de gemiddelde leerling, maar een les voor de slimme leerling, een voor de leerling die meer tijd nodig heeft en de stof op een andere manier uitgelegd wil hebben en een les voor de leerling die dyslectisch is en die de informatie graag via een gesproken filmpje tot zich neemt.

Een docent kan zich tijd besparen als hij weet welke tools er zijn op het web en hoe hij daarmee efficiënter kan werken. Lijstjes maken van taken die gedaan moeten worden die op elke plek geraadpleegd kunnen worden, documenten die online gedeeld worden met collega's waardoor het niet meer nodig is om elkaar die documenten toe te sturen, favorieten delen met collega's zodat je niet alles zelf hoeft te ontdekken: het kan je alles bij elkaar uren schelen.

Communities van docenten, mailinglijsten, MSN, Hyves, LinkedIn, Twitter: op internet kan je relatief eenvoudig een groot netwerk opbouwen en onderhouden. Een docent die een netwerk heeft opgebouwd via internet, kan dat gebruiken om contacten te leggen met het beroepsveld, waardoor hij zijn lessen beter op de beroepspraktijk kan afstemmen en mogelijk ook zijn leerlingen in contact kan brengen met experts op zijn vakgebied. Een les waarin leerlingen via Skype en beamer of digibord contact leggen met een iemand die werkt in Pakistan voor Artsen zonder Grenzen kan een prima aanvulling zijn op de les waarin de docent vertelt over het belang van een goede waterhuishouding van landen. Je kunt dat netwerk natuurlijk ook gebruiken als je een vraag hebt waar je zelf niet (snel genoeg) een antwoord op weet, dan kan je die voorleggen aan je netwerk. Als je netwerk groot genoeg is, is er bijna altijd iemand die je kan helpen.

Wil een docent op zoek naar een andere baan, dan heeft hij er baat bij als hij zorgvuldig zijn imago op het web heeft opgebouwd. Door een weblog bij te houden, via Facebook of Hyves contacten te leggen met anderen in het vakgebied of door op LinkedIn te laten zien wie hij is en wat zijn ervaring is: het helpt als je een andere zoekt, binnen of buiten het onderwijsveld.

Het leren werken met digitale media, de voor- en de nadelen ervan kennen en weten hoe je ze veilig kunt inzetten om je doelen te bereiken, kost tijd. En tijd is, zoals we allemaal weten, iets waar we in het onderwijs bijna altijd tekort hebben. Ik denk dat daarvoor maar één oplossing is: we zullen met elkaar moeten samenwerken zodat de 'last' op de schouders van velen komt te liggen. Die samenwerking moet dan niet alleen op het niveau van de docent plaatsvinden: daarbij moet ook de directie, het ondersteunend personeel èn de leerling betrokken worden. In scholen is al heel veel expertise: als we die weten te bundelen dan kunnen we, volgens mij, met ons allen snel mediawijzer worden.

Afbeelding van Matt Hamm, gepubliceerd onder CC-by-nc.

maandag 27 september 2010

Mediawijsheid: niet alleen voor leerlingen

Afbeelding van jonge vogels die het voorbeeld van hun moeder volgenVorige week organiseerde ik, samen met iemand anders, een studiemiddag over mediawijsheid voor een aantal ict-coördinatoren en directieleden van verschillende VO-scholen. Daarbij gingen we uit van de door de EU gemaakte uitsplitsing van mediawijsheid in 3 C's:
  • Content (de leerling als ontvanger: informatievaardigheden),
  • Contact (de leerling als deelnemer: via internet en mobiel contacten onderhouden met anderen),
  • Conduct (de leerling als initiator: zelf iets online zetten, je eigen identiteit ontplooien en ontwikkelen, deelnemen aan maatschappelijke ontwikkelingen).
De insteek van de middag was mediawijsheid voor leerlingen, maar gaandeweg de middag bleek dat we het onderwerp breder moesten pakken. Dat was op zich voor mij niet nieuw, maar toen we er met ons allen over na gingen denken, werd me eigenlijk pas echt duidelijk hoe belangrijk het is dat binnen scholen ook aandacht wordt besteed aan mediawijsheid voor docenten èn voor de onderwijsinstelling. In de post van vandaag zal ik een aantal redenen noemen waarom scholen mediawijs moeten zijn; in die van morgen ga ik in op het belang van mediawijsheid voor docenten. Ik beperk me daarbij voor de voordelen voor VO-scholen, maar de mogelijkheden voor PO-scholen zijn eigenlijk hetzelfde.

Om te beginnen wil ik in kaart breng welke mogelijkheden een mediawijze schoolorganisatie heeft. Daarbij laat ik buiten beschouwing de voordelen die het een school biedt als ze gebruik maken van digitale leermiddelen die via het web te vinden zijn en de noodzaak om op dit gebied beleid te ontwikkelen. Het gebruiken, aanpassen en delen van leermaterialen komt morgen aan bod.

Scholen die sociale media goed benutten, kunnen daarmee verschillende doelgroepen bereiken. Leerlingen van groep 8 kunnen bereikt worden via Hyves of MSN. Er zijn ook veel ouders met een Hyves- en/of Facebookaccount. Onnodig te zeggen dat ouders een belangrijke rol spelen bij de keuze van de middelbare school en dat het van belang is om hen een goed beeld van de school te bieden. Een filmpje op YouTube, een blog dat gevuld wordt door de leerlingen: het zijn prima manieren om te laten zien wat een school te bieden heeft.

Scholen kunnen sociale media ook gebruiken om contact te houden met de leerlingen die afgestudeerd zijn. Dat kan handig zijn als je een reünie wilt organiseren, maar ook bijvoorbeeld bij de organisatie van een studie- of beroepenmarkt. Want leerlingen horen het liefst van andere (oud-)leerlingen wat ze te wachten staat als ze kiezen voor een vervolgopleiding of een werkkring.

VO-scholen zijn geen op zichzelf staande instituten: hun leerlingen lopen stage bij bedrijven in de regio en na afloop van hun middelbare schoolopleiding gaan ze door naar vervolgopleidingen. Mediawijze scholen houden contacten met het bedrijfsleven en vervolglopleidingen om te weten wat de beste toekomstmogelijkheden biedt voor hun leerlingen. Via sociale media kan je makkelijk veel contacten onderhouden. Als je op zoek bent naar een stageplek, dan kan een tweet met de hashtag #durftevragen uitkomst bieden.

Sociale media kunnen ook een keerzijde hebben: een school die geen gebruik maakt van sociale media, loopt het risico dat anderen de media gebruiken om een beeld te schetsen van de school waarin de school zich niet herkent. En dat is heel voorzichtig gesteld: kwaadwillenden kunnen heel snel een school een heel negatief imago bezorgen als de school niet zelf werkt aan zijn virtuele imago. In de Volkskrant van afgelopen zaterdag stond een aardig artikel over de macht van sociale media. Daarin werd o.a. het voorbeeld genoemd van Greenpeace die via kanalen als Twitter en Facebook Nestlé ervan beschuldigde chocolade te maken met palmolie van leveranciers die hiervoor regenwoud kapten. Nestlé was op zo'n actie niet voorbereid, en reageerde door te proberen de berichten van internet te laten verwijderen. Iedereen die mediawijs is had Nestlé kunnen vertellen dat die aanpak alleen maar zou leiden tot meer rumoer. De van de actie waren dan ook groot: Nestlé heeft door de actie veel imagoschade geleden.

Ook Domino Pizza in de VS kan meepraten over wat de gevolgen kunnen zijn als je geen adequaat communicatiebeleid hebt ontwikkeld ten aanzien van de sociale media. Een tweetal van hun medewerkers zette op een dag een filmpje op YouTube. In het filmpje was te zien hoe ze kaas in hun neus staken voordat ze het op de pizza deden, erop spuugden en meer van dat soort smerige grappen uithaalden. Domino Pizza had geen sociaal netwerk opgebouwd en wist, net als Nestlé, niet hoe te reageren, waardoor het publiek geen vertrouwen meer had in de kwaliteit de producten. Inmiddels heeft Domino een nieuw communicatiebeleid ontwikkeld, waarin transparantie en sociale media een grote rol spelen.

Een ander aspect van mediawijsheid is privacy. Op veel scholen wordt door docenten en leerlingen voor school gebruik gemaakt van toepassingen in de cloud, zoals mail (Hotmail, Gmail) en delen documenten (bijv. via Google apps of Microsoft Live). Soms wordt het gebruik van die cloud-toepassingen door scholen gestimuleerd, bijvoorbeeld doordat hun mail wordt verzorgd door Google. Prima service van Google, maar hebben die scholen ook nagedacht over de veiligheid van die documenten en de privacy van hun gebruikers? Bestanden die op een server in de VS staan, kunnen ten gevolge van de Patriot Act door de Amerikaanse overheid ingezien worden als ze denken dat dat van belang is in het kader van terrorismebestrijding. Daarvoor is geen toestemming nodig van de eigenaar van de bestanden: sterker nog: de Amerikaanse overheid heeft het recht om de bestanden in te zien zonder dat ze de eigenaar daarvan ooit hoeven te informeren. Wil een school dat wel? Het lijkt mij een goede zaak dat scholen zich hierin verdiepen en een beleid uitstippelen welke bestanden niet en welke wel in de cloud gezet mogen worden, en dan bij welke dienstenaanbieder.

Ik ken weinig scholen die een beleid hebben ontwikkeld op het gebied van media. Hoeveel scholen hebben een Hyves- en Facebookpagina gemaakt voor hun organisatie, en een Twitter-account aangevraagd? Als je dat niet zelf doet als school, dan is de kans groot dat iemand anders dat doet voor jou en dan is het natuurlijk de vraag wat op dat account gaat gebeuren. Welke scholen hebben afspraken gemaakt over het gebruik van cloudtoepassingen door hun medewerkers voor schooldocumenten? En zijn er internetprotocollen waarin vastgelegd is of hun medewerkers sociale netwerken mogen gebruiken om te vertellen over de school of contact te houden met leerlingen en eventueel binnen welke kaders dat moet gebeuren?

Er zijn vast scholen waar een aantal van dit soort zaken geregeld is, maar ik weet zeker dat er een heleboel scholen zijn die hier nog niet over hebben nagedacht en die dus ook geen afspraken hebben gemaakt.

Laten we, als we mediawijsheid in het onderwijs op de kaart willen zetten, ons niet beperken tot mediawijsheid voor leerlingen, maar ons ook buigen over mediawijsheid voor de docenten en de onderwijsinstelling. Al was het alleen maar omdat de beste manier om onze leerlingen mediawijs te maken, is te laten zien hoe het moet.

Afbeelding van Walmink, gepubliceerd onder CC-by-nc-sa.

donderdag 23 september 2010

Yearbook; hoe zagen mijn voorouders eruit?

Door: Martijn van den Berg

Als jeugd van tegenwoordig kijkt naar hoe mensen er vroeger uitzagen, kijken ze vaak raar op. De mens verandert door de geschiedenis, en daarmee zijn normen, waarden en standaarden. Toch is het wel leuk om af te vragen hoe ik eruit had gezien als ik bijvoorbeeld in de jaren 80 had geleefd. Yearbook geeft mij een indruk.

Yearbook is een website die mensen de kans geeft om een webcamfoto om te bouwen tot een foto van jezelf in een bepaalde tijd aan de hand van verbouwde portretten van mensen uit die tijd. Je kan een tijd kiezen van 1950 tot 2000 en dan jouw gezicht achter die figuren zetten. Daarnaast wordt ook nog informatie weergeven over wat men in deze tijd over het algemeen droeg.

Er zijn veel van dit soort dingen te vinden op het internet, maar zelden zijn ze zo precies, en bij deze wekt het ook nog interesse voor de culturen uit die tijd. Daarnaast is het ook gewoon interessant hoe figuren uit een andere tijd eruit zien en ongelofelijk grappig om met deze toepassing te experimenteren.

woensdag 22 september 2010

MediaMachtig: waarvoor is subsidie mogelijk?

Afbeelding van kind achter computerGisteren kreeg ik de vraag voor wat voor soort projecten je nu eigenlijk subsidie aan kunt vragen bij het subsidiefonds MediaMachtig. In het reglement op de website staat daarover dat subsidie aangevraagd kan worden voor 'voor een onderwijsvernieuwingsproject, waarbij mediawijsheid geïntegreerd wordt in het curriculum en waarbij dus zowel leerdoelen gerealiseerd worden uit de bestaande vakken, als leerdoelen ten aanzien van mediawijsheid'. Een hele mondvol en misschien wat vaag, dus ik wil proberen om hier een toelichting te geven.

Wat we willen bij MediaMachtig is dat mediawijsheid structureel een plaats krijgt in het onderwijs. Mediawijsheid gaat over een aantal zaken:
  • hoe je informatie moeten zoeken, beoordelen en verwerken,
  • hoe je op de goede manier met anderen contact kunt maken en onderhouden
  • hoe je via internet creatief aan de slag kunt gaan en hoe je je daar kunt presenteren op de manier zoals je dat zelf wilt.
Daarbij is het natuurlijk belangrijk dat leerlingen een positief kritische houding ontwikkelen ten aanzien van internet (buiten internet is er ook een wereld) en leren internet veilig te gebruiken: hoe zorg je dat een ander niet bij jouw wachtwoorden kan, wat doe je als ander op een vervelende manier met je omgaat op internet of foto's die jij online hebt gezet zomaar overneemt en misschien ook bewerkt?

Als je mediawijsheid aanbiedt als apart vak dan moet je daarvoor tijd vrijmaken bij de andere vakken. Dat is niet altijd makkelijk, dus het risico is groot dat die lessen mediawijsheid er dan - vroeg of laat - bij inschieten. Als je mediawijsheid onderdeel maakt van een ander vak, dan kost je dat geen extra tijd, waardoor je mediawijsheid een blijvende plaats kunt geven in je lessen.

Mediawijsheid kan heel goed binnen een gewone les aangeleerd worden. Zo kan je bijv. voor de taalles leerlingen iets laten schrijven in Wikikids, waarbij ze niet alleen hun schrijfvaardigheid oefenen, maar waar je met de leerlingen ook kunt praten over wat het betekent als je teksten schrijft die voor iedereen zichtbaar zijn. Tijdens de geschiedenis- of de aardrijkskundeles kunnen leerlingen misschien iemand interviewen via Skype of de chat. Er zijn een heleboel websites waar je via een webcam de natuur kunt observeren: vogels in Nederland (van maart tot en met juni), natuurwebcams van een aantal waddeneilanden of webcams van over de hele wereld. Die kan je goed gebruiken voor de biologieles, waarbij je tegelijkertijd met de kinderen het gesprek aangaat over waarom sommige mensen bezwaar maken tegen webcams in de natuur en wat de leerlingen zelf wel of niet doen met webcams en waarom.

Voor de muziekles kan je leerlingen muziek laten maken en die opnames laten delen met de wereld als podcast. Of je kunt ze voor de kunstvakken een foto van zichzelf laten bewerken en ze dan met elkaar laten bespreken of je zo'n foto dan op je Hyvespagina moet zetten of niet. Je kunt ze via Hyves laten communiceren met een groep leerlingen uit Engeland en dan het onderwerp cyberpesten ter sprake brengen en leerlingen laten ontdekken wat je moet doen als je iemand als vriend uit je netwerk wilt verwijderen of hoe je je Hyves-account kunt opheffen.

Zo zijn er natuurlijk nog veel meer voorbeelden te bedenken. Belangrijk is dat bij het project dat je bedenkt, leerlingen niet alleen werken aan een gewoon schoolvak, maar tegelijk iets leren over mediawijsheid.

Ik weet dat heel veel leerkrachten al in hun lessen aandacht besteden aan mediawijsheid. Alleen: we weten vaak van elkaar niet wat we doen. Door met elkaar nieuwe lessen te ontwikkelen en de materialen via de website van MediaMachtig te delen, krijgen we steeds meer voorbeelden hoe je mediawijsheid geïntegreerd kunt aanbieden in het curriculum. En daar worden we uiteindelijk allemaal (media)wijzer van!

Afbeelding van Old Shoe Woman, gepubliceerd onder CC-by-nc-sa.

dinsdag 21 september 2010

Booleaans zoeken

afbeelding van puzzelstukjes van BoolifyOnlangs sprak ik met iemand over de vraag of het nodig is dat we onze leerlingen leren om Booleaans te zoeken: met het gebruik van AND, OR en NOT. Door die operatoren aan een zoektocht toe te voegen kan je je vraag beter specificeren, waardoor je betere hits krijgt.

Ben je bijvoorbeeld op zoek naar informatie over de mythische figuur Atlas, dan kan je natuurlijk zoeken op die term. Je krijgt dan niet alleen informatie over de god Atlas, maar je krijgt ook een heleboel hits over atlassen, en - met een beetje zoeken - ook informatie over de bovenste nekwervel van een mens die ook wel 'atlas' wordt genoemd. En zo zijn er nog wat meer betekenissen van dit woord. Met Booleaanse operatoren kan je precies aangeven welke woorden niet (NOT of -) en welke juist wel (AND of +) moeten voorkomen in de websites die je zoekt, en welke alternatieve woorden daarvoor gebruikt mogen worden (OR).

Het gebruik van die operatoren is redelijk lastig voor wie niet gewend is om in abstracte termen te denken. Een aardig hulpmiddel kan dan de site Boolify bieden: daarmee kan je met puzzelstukjes aangeven wat wel mag en wat niet. Jammer van de site vind ik, dat je niet zelf kunt bepalen hoe de stukjes aan elkaar klikken, waardoor je termen niet op een voor jou logische manier bij elkaar kunt zetten. In een zoekmachine maak je daarvoor gebruik van haakjes (bijv.: atlas +(god OR titanen) -boek -wervel). Probeer dat maar eens in Boolify op een logische manier weer te geven!

Wie zijn leerlingen Booleaans wil leren zoeken, zou ik daarom aanraden om wel gebruik te maken van papieren puzzelstukjes waarop je met geeltjes woorden laat zetten. Leerlingen kunnen daarna de woorden invoeren in een zoekmachine en kijken wat er verandert in het aantal en de kwaliteit van de hits die ze krijgen, wanneer ze iets veranderen aan de operatoren.

Maar zelf denk ik dat je de meeste leerlingen niet hoeft te vermoeien met wat Booleaanse operatoren zijn. In zoekmachines zit het zoeken met Booleaanse operatoren in de optie 'geavanceerd zoeken'. Daarmee kunnen leerlingen - met wat oefenen - als regel prima uit de voeten. Ze maken dan wel gebruik van die operatoren, maar ze hoeven die kennis niet te abstraheren. Voor wie wil gaan programmeren is begrip van Booleaanse operatoren wel handig, maar dat is kennis die volgens mij niet voor iedereen relevant is.

Wat vinden jullie: moeten leerlingen leren met Booleaanse operatoren te werken? Wat moeten jullie leerlingen weten over zoeken met zoekmachines?

maandag 20 september 2010

Je eigen (foto)stripverhaal maken

Klik hier om naar de website Pikikids te gaanHet maken van een stripverhaal is een activiteit waar kinderen veel van kunnen leren: ze zijn bezig met taal en met spelling, ze leren op welke verschillende manieren je een verhaal kunt opbouwen en daarnaast zijn ze ook nog bezig om hun verhaal grafisch vorm te geven. Maar het tekenen van een stripverhaal is niet eenvoudig en kinderen zijn wel kritisch: ze willen wel dat hun stripverhaal er net zo mooi uitziet als de strips die ze zien in boeken en tijdschriften.

Er zijn dan ook verschillende softwarepakketten waarmee je strips kunt maken. In die pakketten vind je vaak kant-en-klare tekeningetjes die (al dan niet bewerkt) gebruikt kunnen worden in een verhaal. Je kunt daarbij vaak ook gebruik maken van (zelf gemaakte) foto's, die je in de kaders van een stripverhaal kunt plaatsen en kunt voorzien van tekstballonnetjes. Allemaal erg leuk, maar als je voor 30 leerlingen zo'n pakket moet aanschaffen, dan is dat soms toch net te veel van het goede.

Gelukkig zijn er op internet ook gratis tools om strips mee te maken. Eén van die pakketten besprak ik hier al eerder: Pixton Comics. Met Pixton (in de gratis versie voor privé-gebruik) kan je met behulp van kant-en-klare tekeningen een stripverhaal maken. De basiscollectie afbeeldingen is leuk en je komt er een aardig eind mee, maar het is natuurlijk wel een beperking voor wie echt zijn eigen verhaal wil vertellen.

In dat geval biedt Pikikids uitkomst. Met Pikikids krijg je geen kant-en-klaar materiaal: daar moet je je eigen afbeeldingen uploaden. Dat kunnen foto's zijn, maar ook tekeningen, zolang het maar in png, gif of jpg-formaat is. Als de afbeelding is ge-upload, kan je die vergroten of verkleinen zodat die past in je strip. Vervolgens kan je je afbeelding voorzien van 'fun-stuff': plaatjes die je aan je afbeelding kunt toevoegen, bijv. een pet, een hondenneus, een bril, een pruik enz. En je kunt natuurlijk tekstballonnetjes toevoegen.

Als alles af is, sla je de strip op. Dan krijg je een code waarmee je de strip kunt embedden, bijvoorbeeld in een website of blog. Je kunt de strip ook downloaden als jpg-bestand.

Het verdienmodel achter Pikikids is dat je je strip ook kunt laten afdrukken op een t-shirt, een muismat en andere zaken. Dat is vanuit Nederland redelijk prijzig, omdat je dan behoorlijk wat verzendkosten betaalt. Maar van die optie hoef je geen gebruik te maken: je kunt net zoveel strips maken als je wilt.

En als je dan toch bezig bent op het web: vraag eens aan kinderen of ze hun zelfgemaakte strip publiek willen maken of niet, en of die keuze gevolg heeft voor de plaatjes die ze uploaden. Een leerzaam gesprek om mediawijs te worden!

vrijdag 17 september 2010

Waarom dit blog voortaan op vrijdag leeg is

afbeelding: vrijdagJarenlang hebben Martijn en ik dit blog elke schooldag gevuld. En daarmee houden we ook nog niet op. Maar op vrijdag zal dit blog voorlopig even leeg zijn. Met spijt in het hart, moet ik zeggen, want bloggen is leuk en dankbaar werk, en ik leer er zelf enorm veel van. Maar ....
  • het kost me veel tijd om elke keer te zoeken naar onderwerpen waarvan ik verwacht dat jullie die interesseren en waar jullie ook iets mee kunnen in het onderwijs,
  • het is wel veel werk, als je probeert om niet alleen een linkje te geven, maar ook aan te geven hoe je die website, die tool of dat inzicht kunt gebruiken in je vak,
  • het schrijven op zich gaat snel, maar daaraan vooraf gaat - om de hierboven genoemde redenen - veel tijd zitten,
  • ik heb het de afgelopen periode erg druk gehad met het werk voor MediaMachtig. De droom komt uit, maar om die goed uit te werken ben ik heel veel uurtjes aan het werk. Het geeft wel een heel goed gevoel om dit te kunnen doen, maar in geld levert het me niks op.
  • In de tijd die overblijft, ben ik - gelukkig - heel druk met klussen die overigens ook erg leuk zijn, maar waar ik mijn geld mee verdien ;-)
Het zijn allemaal redenen om mijn focus de komende tijd iets te verleggen, en dit blog één dag in de week leeg te laten. Maar ik hoop wel weer terug te komen. In dit blog of misschien wel via het blog van MediaMachtig, want daar zou ik graag wat meer willen vertellen over waarom mediawijsheid in het onderwijs zo belangrijk en zo leuk is. En wie weet zijn er dan mensen die af en toe een gastblogje willen schrijven: samenwerken is leuker dan alleen werken!

Afbeelding van atache, gepubliceerd onder CC-by-nc-sa.

donderdag 16 september 2010

Het einde van de vakantie; een nieuw begin?

Door: Martijn van den Berg
Na een lang schooljaar, en een welverdiende propedeuse, is het heerlijk om weer de vakantie in te gaan. De meeste studenten gaan in de vakantie naar hun ouderlijk huis. En dit is wel lekker. Even niets hoeven te doen, en volledig zelf bepalen wat je doen wilt. Even niet al je zaken zelf hoeven te regelen, maar kunnen vertrouwen op je ouders. Maar er komt een moment dat dit over is...

En dit was ook wel fijn, eerlijk gezegd. Bij je ouders wonen is leuk voor een tijdje, maar als je eenmaal op jezelf woont, ligt de plek waar je je thuis voelt toch in je kamertje, hoe gemakkelijk het ook is om in je ouderlijk huis te leven. Het is toch weer heerlijk om de rust in te gaan van je eigen kamer, en niet meer in de dagelijkse procedures van het ouderlijk huis te zitten.

Daarnaast zijn er ook een aantal minder prettige zaken. Je moet natuurlijk als je op jezelf woont al je eigen zaken regelen, en bent verantwoordelijk voor alles wat je doet. En deze zaken stapelen zich in de vakantie alleen maar op. Zo moest ik bijvoorbeeld zorgen dat de kapotte dingen weer gemaakt werden en de belastingen betaald.

Over het algemeen is het toch fijn om weer thuis te zijn. Er mogen wel negatieve kanten aan zitten, maar niets kan op tegen het gevoel van vrijheid dat je krijgt door het hebben van je eigen kamer. Door de vakantie realiseer ik me weer hoe goed het eigenlijk is. Vooral nu ik in het tweede jaar zit, de omgeving ken, en de meeste mensen die dit vorig jaar niet hebben gedaan ook op kamers gaan wonen. Ik hou van dit leven!

woensdag 15 september 2010

MediaMachtig: ook voor bibliotheken

Maandag vertelde ik hier over de geboorte van het nieuwe subsidiefonds MediaMachtig. Bij dit fonds kunnen scholen voor (speciaal) basisonderwijs een aanvraag indienen voor een subsidie voor een project waarin leerlingen mediawijs worden in de les. Ik schreef ook dat scholen een belangrijke rol spelen bij MediaMachtig: zij bepalen zelf welke aanvragen gehonoreerd worden en welke niet. Maar dat wil niet zeggen dat MediaMachtig alleen voor scholen is: MediaMachtig is er ook voor organisaties die zich bezighouden met onderwijs, zoals openbare bibliotheken.

Veel bibliotheken hebben al contact met basisscholen, er zijn kennismakingsprogramma's voor de kleuters, acties bij de kinderboekenweek en je kinderjury, scholen kunnen boekenkisten lenen enz. Het aanbod op het gebied van mediawijsheid is over het algemeen wat minder uitgebreid. Dat is jammer: enerzijds kunnen scholen best hulp gebruiken bij het bedenken hoe je mediawijsheid in het curriculum kunt inbedden. Anderzijds hebben heel veel bibliotheekmedewerkers de cursus 23Dingen gevolgd, en zij willen hun expertise graag delen.

Bibliotheken die met mediawijsheid aan de slag willen, kunnen nu samen met scholen een project bedenken waarbij mediawijsheid geïntegreerd wordt in het curriculum. De school kan dan het project uitvoeren en kan daarvoor een subsidie aanvragen van 1000 euro; de bibliotheek meldt zich aan als Maatje bij MediaMachtig en zorgt voor de begeleiding van het project. De kansen zijn er: ik hoop dat basisscholen en bibliotheken die kans grijpen!


Afbeelding
van Enokson, gepubliceerd onder CC-by-nc-nd.

dinsdag 14 september 2010

Autumn school over open leermaterialen

afbeelding: college volgen in de treinVoor iedereen die werkt in het hoger onderwijs: van 6 tot 8 oktober organiseert SURF-academy een Autumn school over open leermaterialen. Ik vind het open aanbieden van de leermaterialen van onderwijsinstellingen een boeiende ontwikkeling, waarmee onderwijs onder handbereik van iedereen komt. Ik kijk zelf nogal eens op iTunesU of er interessante colleges zijn. Even downloaden op mijn telefoon om me bij de volgende treinreis weer helemaal vol te gieten met de kennis en inzichten van menig bekende spreker. Als ik niet snap wat er verteld wordt, kijk ik of er nog andere colleges zijn over dat onderwerp. Met wat speurwerk kan je zo een aardig studieprogramma volgen. Als rechtgeaarde Hollander geniet ik daarvan: helemaal gratis!

Voor de onderwijsinstellingen is het ook niet verkeerd: door het online zetten van hun lesmaterialen bereiken ze een veel groter publiek. Als ik weer een studie zou oppakken, heb ik inmiddels een aardig beeld waar ik dat zou willen doen. Ook voor de docenten is het niet slecht: het is een mooie p.r. van hun kennis waar ze geen extra energie in hoeven te steken.

Ook in Nederland komen er steeds meer vrij toegankelijke leermaterialen. De TU-Delft en de Open Universiteit bieden colleges aan via iTunesU, de Universiteit van Tilburg heeft een groot aantal interviews met docenten, onderzoekers en hoogleraren online gezet bij YouTube-Edu, en heel veel hogescholen en universiteiten delen leermaterialen via de HBO Kennisbank. Op dit moment kan iedere instelling die dat wil zijn leermaterialen delen: tekstbestanden, videobestanden en combinaties van beide.

Ik kan iedereen de school over open leermaterialen aanbevelen. Het programma staat online en je kunt je aanmelden via de site.

Afbeelding van Drift Words, gepubliceerd onder CC-by-nc-sa.

maandag 13 september 2010

MediaMachtig: subsidies voor het basisonderwijs

Logo MediaMachtigJa, we gaan weer beginnen! Ik open dit nieuwe blog- en schooljaar met belangrijk nieuws. Met hulp van velen is het me gelukt om mijn droom te verwezenlijken. In de zomervakantie is de Stichting MediaMachtig geboren: een stichting waar basisscholen subsidie kunnen aanvragen voor een mediawijsheidproject. Scholen voor speciaal of gewoon basisonderwijs kunnen een subsidieaanvraag indienen voor een onderwijsvernieuwingsproject, waarbij mediawijsheid geïntegreerd wordt in het curriculum en waarbij dus zowel leerdoelen gerealiseerd worden uit de bestaande vakken, als leerdoelen ten aanzien van mediawijsheid.

MediaMachtig is een project waarin de scholen zelf de belangrijkste rol gaan spelen: alleen scholen kunnen een aanvraag indienen, de beoordeling van de aanvragen zal worden gedaan door mensen die zelf voor de klas staan en ook bij de begeleiding van de projecten ligt een taak voor het onderwijs zelf. De projectleiders zullen worden bijgestaan door 'Maatjes': mensen met kennis en ervaring op het gebied van onderwijs en media.

Basisscholen die een idee hebben voor een project kunnen een aanvraag indienen. Om het fonds in stand te houden, wordt voor het indienen van een aanvraag een bedrag van 25 euro in rekening gebracht. Met dat bedrag maak je kans op een subsidie van 1000 euro. MediaMachtig kan dit schooljaar aan 20 projecten subsidie toekennen.

Het werk voor Stichting MediaMachtig wordt helemaal gedaan op vrijwillige basis, waardoor al het geld dat we krijgen van onze sponsors naar de scholen zelf kan gaan. Dat werk kan natuurlijk niet alleen door het bestuur gedaan worden: daar hebben we hulp bij nodig. Gelukkig hebben we al van een paar mensen hulp gehad: Harm Hofstede heeft heel wat uurtjes gestoken in het opzetten van de website en De Ruimte Ontwerpers heeft een prachtig logo voor ons gemaakt. En - heel belangrijk - we hebben subsidie gehad van het programma DigivaardigDigibewust om de stichting op te richten en subsidies voor het onderwijsveld ter beschikking te kunnen stellen. Maar daarmee zijn we er nog lang niet: we hebben nog veel meer mensen nodig.

Om te beginnen hebben we scholen nodig die een aanvraag gaan indienen. Meer aanvragen per school is ook toegestaan!
Daarnaast hebben we 'Maatjes' nodig: mensen die - op vrijwillige basis - scholen willen helpen bij het uitvoeren van het project. Je kunt je als Maatje aanmelden via de site.
En tot slot hebben we ook mensen nodig die helpen bij de organisatie. We willen een centrale kick-off organiseren en het zou ook fijn zijn als we mensen hebben die helpen bij het uitbouwen van de site. Want die kan nog best wat meer inhoud gebruiken, zowel wat betreft beeld als tekst. Als je daaraan een bijdrage wilt leveren, stuur me dan even een berichtje.

Er is natuurlijk nog veel meer te vertellen over dit project, en dat ga ik de komende weken dan ook zeker doen. Maar neem om te beginnen eens een kijkje op de site. En verspreid dan alsjeblieft deze blogpost: hoe meer mensen ervan weten, des te meer aanvragen we krijgen en hoe meer we kunnen laten zien dat in het onderwijs er veel goede ideeën zijn om kinderen te leren hoe ze bewust gebruik kunnen maken van media. Dus: blog, twitter, stuur mailtjes en vermeld dit bericht in nieuwsbrieven, stuur het bericht door naar collega's, naar directies en besturen en help mee om het onderwijs de kans te geven mediawijsheid een plaats te geven in de les!