woensdag 30 september 2009

Zijn sociale media sociaal?

'Kennis is macht', is een oud spreekwoord en ik denk dat dat door de eeuwen ook vaak zo is geweest. Mensen die toegang hadden tot informatie hadden vaak macht, denk maar eens aan de macht van de kerken en kloosters die vaak grote bibliotheken hadden.

Media kunnen de expertise die mensen hebben uitdragen waardoor die mensen nog meer macht krijgen maar media kunnen ook macht geven aan mensen die geen andere expertise hebben dan het bespelen van de media. En dat is, zo weten we uit de geschiedenis van o.a. de Tweede Wereldoorlog, een riskante situatie.

Internet en met name social media bieden weer nieuwe mogelijkheden. Was het beheersen van de media tot deze eeuw nog voorbehouden aan een handjevol mensen, door de opkomst van internet en met name web 2.0 is het voor bijna iedereen mogelijk om de wereld in beroering te krijgen. Via de verschillende netwerken op internet is het relatief eenvoudig om een verhaal snel te verspreiden. Verhalen die vroeger rond de dorpspomp werden verteld krijgen een enorme omvang als ze via web 2.0 verspreid worden. Natuurlijk vraagt dat enige kennis van hoe web 2.0 werkt maar ook die informatie is her en der op het web te vinden.

Aan die ontwikkeling zit zeker een positieve kant: er zijn heel veel mensen die toegang hebben tot het web en in principe kan iedereen die toegang heeft tot het web zijn mening uitdragen. Web 2.0 lijkt dus een bijdrage te leveren aan onze democratie. Maar ik ben bang dat het niet altijd zo werkt. In feite is de groep die gebruik maakt van de sociale media om de eigen stem te laten horen maar heel klein. En het risico is groot dat we vooral luisteren naar de groep die de media inzet om hun visie uiteen te zetten en dat de groep gebruikers de groep niet-gebruikers gaat overvleugelen. En omdat we nu eenmaal met ons allen nog lang niet mediawijs zijn mag je je afvragen of we wel in staat zijn om de verhalen die ons via de nieuwe - sociale - media bereiken wel goed kunnen duiden.

Ik ben er daarom voorstander van om enerzijds ons eigen geblog en getwitter toch vooral te relativeren en mensen mediawijs te maken en om anderzijds mensen te stimuleren om nieuwe media in te zetten om hun doelen te bereiken. Ik hoop dat we als gebruikers van sociale media daaraan een bijdrage kunnen leveren. Pas dan vind ik de term 'social' media van toepassing op wat we doen!


Afbeelding
van Erf-goed.be, gepubliceerd onder CC-by-nc-sa

dinsdag 29 september 2009

It´s all in the games

Klik hier om naar de website van het symposium en het boek te gaanVan verslavingsdeskundige Herm Kisjes en onderwijsjournalist Erno Mijland verschijnt binnenkort 'It's all in the games. Gamen is geweldig | Gamen geeft problemen'. Het boek is bedoeld voor opvoeders en begeleiders en geeft een overzicht van de mogelijkheden én de risico's van gamen. Erno vroeg me aandacht te besteden aan het symposium dat georganiseerd wordt voor de lancering van het boek. Daar geef ik graag gevolg aan.

Op woensdag 21 oktober 2009 is bij Fontys Hogescholen Verpleegkunde in Eindhoven van 13.30 - 16.30 uur het symposium ‘It’s all in the games’. In dit symposium wordt ingegaan op de risico's en de de mogelijkheden van het gamen. Spreker op dit symposium is o.a. Ben Schouten, lector Serious Game Design, verbonden aan Fontys Hogeschool ICT, met de presentatie ‘Gamen en onderwijs’. Arthur Vankan, oud-wereldkampioen en Europees kampioen in Halo 2 en Gotham Racing 2 (onder gamers bekend als King Tuur) vertelt iets over ‘Gamesport’ en Martin Reddeman en Nicolle van Mill, verbonden aan Novadic-Kentron houden een presentatie met de titel: ‘Wat is game-verslaving?’. Daarna komen Herm en Erno aan het woord. Deelname aan het symposium kost € 45,00 inclusief een exemplaar het boek.

Het is een symposium waar ik graag naar toe zou zijn gegaan maar ik volg die dag een cursus in Utrecht en ik kan me helaas nog altijd niet in tweeën splitsen. Maar misschien is er iemand die dit weblog leest die er graag naar toe wil gaan. Ik mag van Erno Mijland mijn uitnodiging doorgeven aan iemand anders op voorwaarde dat die persoon een verslagje schrijft van het symposium voor mijn blog. Wie kan ik mijn uitnodiging toesturen voor het symposium (met daarbij gratis een exemplaar van het boek ‘It’s all in the games’ van Herm Kisjes en Erno Mijland) en schrijft als dank daarvoor een stukje voor dit blog? Je kunt via dit blog reageren: wie het eerst komt, die het eerst maalt!

Heb je pech en is iemand anders je voor: je kunt je hier zelf aanmelden voor het symposium.

maandag 28 september 2009

Android van T-mobile

Klik hier om naar de website van Layar te gaanNa Pierre Gorissen en Renée Filius was ik aan de beurt om voor het SURFnet/Kennisnet Innovatieprogramma de T-Mobile Android telefoon te testen. Dat was best een lastige opgave omdat Pierre over de techniek mijns inziens alles al zo'n beetje heeft opgeschreven. Ik ga het hier dan ook niet hebben over de technische mogelijkheden maar in de toepassingsmogelijkheden die ik zie voor het onderwijs.

Om te kijken of het apparaat een functie kan hebben in het onderwijs ben ik op zoek gegaan naar 'apps': meestal kleine programmaatjes die je op je telefoon kunt gebruiken. Bij de iPhone ga je daarvoor naar App store van Apple (leuke alliteratie overigens ;-) ); voor Android telefoons ga je naar de Android Market. Zoals Pierre al aangaf is er een belangrijk verschil in hoe apps voor deze beide telefoons de markt bereiken: als je een app hebt gemaakt voor de iPhone moet die eerst goedgekeurd worden door Apple voordat die in de winkel komt, terwijl voor de Android iedereen die zonder toestemming van wie dan ook in de Android Market kan plaatsen. Je zou kunnen verwachten dat dit ertoe leidt dat de apps voor de Android van minder goede kwaliteit zijn maar dat heb ik niet kunnen constateren. Ik heb heel wat apps bekeken en de meeste werkten probleemloos.

Maar het zoeken naar apps is wel heel verschillend. Bij beide apparaten kun je de apps rechtstreeks via je telefoon downloaden. Maar voor een Android telefoon kun je wel een deel van het assortiment doorzoeken op de p.c maar daar is maar een heel klein deel van de apps te vinden die er zijn. Het totale aanbod van apps voor de Android is alleen te doorzoeken op je telefoon. En dat is behoorlijk lastig als je zoekt naar apps voor het onderwijs, want in de indeling in categorieën komt het woord onderwijs absoluut niet voor. Verder zijn de omschrijvingen van de apps heel beperkt: meestal niet meer dan 50 woorden. Voor screenshots word je verwezen naar de website van de ontwikkelaar; wel zijn de omschrijvingen die de makers van de apps voor de Android hebben gegeven aangevuld met de commentaren van de gebruikers.

Voor de iPhone kun je zowel op de telefoon als op in de webwinkel op je computer zoeken. Ik ben daar een voorstander van: op een groot scherm ga je toch veel makkelijker snuffelen naar een app die je kunt gebruiken dan op het kleine scherm van de iPhone. En als je in de store een app hebt gevonden kun je die eenvoudig op je telefoon opzoeken door de naam van de app in het zoekveld in te typen en dan de app te downloaden. Ook de apps in de iTunes app-store zijn ingedeeld in categorieën, waarbij de categorie één keer voorkomt als zelfstandige categorie en één keer als subcategorie onder de categorie Games. Je begrijpt dat het voor iemand die op zoek is naar apps voor het onderwijs veel makkelijker is om te zoeken in de app store van iPhone dan in de Android Market. Daarnaast zijn de omschrijvingen die je in de app store vindt véél uitgebreider dan in de Android Market en ze zijn voorzien van screendumps waardoor je heel snel een indruk krijgt van wat een app kan. Tot slot zijn er in de iPhone app store op dit moment veel meer apps te vinden dan in de Android Market, maar dat kan snel veranderen. Ik vermoed dat veel mensen zullen gaan ontwikkelen voor de Android omdat dat helemaal vrij gelaten wordt door Google èn dat heel veel ontwikkelaars voor de iPhone hun apps gaan ombouwen voor gebruik naar de Android.

Maar op dit moment is het niet zover. Ik heb naarstig gezocht naar appjes die ik voor het onderwijs zou kunnen gebruiken. Ik vond wat quizjes en dergelijke maar die zijn al op zoveel verschillende platforms en plekken te vinden dat ik dat geen enkele reden zou vinden om een Android telefoon in het onderwijs te gaan gebruiken. De enige app die ik echt wat vind toevoegen aan het onderwijs is Layar. Daarover is al heel veel geschreven dus ik denk dat de meeste mensen al wel ongeveer weten wat die doet.

Layar is een browser die bovenop de beelden die je ziet door de camera van je telefoon een extra laag met data legt. Als je je camera beweegt kun je bijvoorbeeld bij een huis zien of het te koop is en voor welk bedrag (informatie van de website Funda), welke voorstellingen worden gegeven in het theater dat je ziet (data uit de Uitagenda) of wat Wikipedia zegt over de omgeving die je bekijkt (bijv. over een rivier of over een plaats). Layar zou volgens mij een killer-app kunnen zijn voor het onderwijs. Stel je voor dat je in Amsterdam langs de Hollandse Schouwburg loopt en dat je ineens kunt lezen wat daar allemaal gebeurd is in de Tweede Wereldoorlog. Of dat je aan het wandelen bent op de Vaalserberg en op je telefoon leest hoe hoog die heuvel is en welke flora en fauna daar te vinden is. Of je komt tijdens je schoolreis door het dorp Terherne en je krijgt een fragment te lezen uit één van de Kameleonboeken.

Op dit moment zijn er ruim 100 layers toegevoegd aan de app Layar en het zullen er, daarvan ben ik overtuigd, nog veel meer komen. Binnen het onderwijs is SURFnet al aan het experimenteren met Layar: ze hebben sinds vorige week een layer waarmee te zien is waar de hotspots zijn van hun Eduroam netwerk. Ik hoop dat ze hun kennis gaan delen met allerlei organisaties die plaatsgebonden informatie hebben die interessant is voor het onderwijs: musea, archieven, bibliotheken, gemeentes enz. Hoe meer layers er komen, des te meer kansen voor het onderwijs om die informatie te benutten voor het onderwijs. En leren gaat nu eenmaal makkelijker als je ook in het 'echt' kunt zien!

Mijn conclusie voor de Android telefoon: voor de apps hoef je (nog) geen Android Phone te kopen, helemaal niet zolang hun collectie zo slecht ontsloten is. Alles wat op de Android te vinden is, is op andere platformen net zo goed of nog beter te vinden. Maar Layar is wel heel interessant en dat werkt alleen nog op een Android telefoon. Maar daarvoor zou ik de aanschaf van een Android telefoon wel kunnen overwegen als meer instellingen hun informatie via dat kanaal toegankelijk maken.

Demonstratie Layar Augmented Reality 3D op Picnic 2009 from MarketingFacts on Vimeo.

vrijdag 25 september 2009

Het nieuwe schooljaar beginnen

Toen ik - lang geleden - nog in de bibliotheek werkte vond ik het altijd leuk om met de deur open te werken en zo (stiekem) af te luisteren hoe het er in de verschillende klaslokalen aan toe ging. Met name in het begin van het jaar waren de verschillen vaak groot: er waren docenten die het nieuwe jaar met straffe hand begonnen om zo de leerlingen direct te laten dat er in hun lessen duidelijke grenzen werden gesteld. Die docenten waren soms een gang verderop nog te horen. Andere docenten waren veel minder streng, bijvoorbeeld omdat ze vonden dat leerlingen zelf tot de conclusie moesten komen dat het werken in een rustige omgeving prettiger en effectiever was.

Ik ken ook een docent die bij de eerste les van het schooljaar elke leerling een hand gaf. Dat was een redelijk goede ' overval-tactiek': leerlingen waren soms zo verbaasd dat ze er stil van werden. Soms pakte het ook anders uit: dan leverde het enorm geroezemoes op, maar in ieder geval had iedere leerling het gevoel dat hij ' gezien' was door de docent.

Er waren docenten die het jaar startten door de leerlingen te vertellen hoe zwaar het jaar wel zou worden en dat ze toch echt moesten rekenen op vele uren huiswerk voor hun vak, terwijl anderen de eerste lessen rustig aan startten en het werk voor de leerlingen doseerden in hapklare brokken.

Ik vond het als buitenstaander leuk om te observeren hoe iedereen zijn eigen manier had om kennis te maken met een nieuwe klas (of de kennismaking met een oude klas te vernieuwen) en om de orde in een klas voor het komende schooljaar te bepalen. Ik ben zelf van het type 'doe maar rustig aan en geef het de tijd' , maar ik weet uit ervaring dat dat niet altijd werkt. In de klas werkt het bij mij averechts als ik bij het begin te horen krijg wat me allemaal te wachten staat: dan haak ik al direct af. Maar als ik steeds kleine portiers werk krijg ben ik een harde werker en zal ik als regel mijn werk ruimschoots op tijd afhebben. Voor anderen werkt die aanpak averechts: ze starten pas als de druk hoog oploopt en dan is de opgelopen achterstand niet meer in te halen. Kortom: ik denk dat er niet één ideale aanpak is maar dat wat voor de ene leerling goed werkt, voor een andere leerling slecht uitpakt.

Ik ben heel benieuwd hoe jullie je opstellen aan het begin van het nieuwe schooljaar: wat doe je om je leerlingen te leren kennen en hoe breng je sfeer en orde in de klas? Lezen jullie tevoren alle leerlingendossiers of wisselen jullie informatie uit met collega's over de klassen die je dat jaar les gaat geven of wil je juist zo min mogelijk weten? Begin je het jaar met waarschuwingen en een stevige aanpak of neem je afstand en kijk je wat er ontstaat? Heb je speciale methodes om je klas te leren kennen?

Ik zou het erg op prijs stellen als jullie je aanpak met mij willen delen: misschien ontdekken we met ons allen wel de ideale start voor het nieuwe schooljaar!

Afbeelding van Marquette University, gepubliceerd onder CC-by-nc-nd.

donderdag 24 september 2009

De Basisprincipes

Door: Martijn van den Berg

Nu ik in Leeuwarden zit, zal het bloggen over games voorlopig tot een nulniveau komen, maar des te meer zal ik over onderwijs bloggen. Mijn inspiratie ligt bij de school waar ik nu studeer. (International Hospitality Management aan het Stenden in Leeuwarden)Vanuit dit oogpunt zal ik iedere keer schrijven. Het is daarom belangrijk om te weten hoe mijn school in elkaar zit, zodat ik in mijn blogjes specifiek kan verwijzen naar bepaalde elementen. Een lesje IHM vandaag dus.

Mijn opleiding dit jaar bestaat uit vier modules die qua tijd gelijk zijn aan elkaar. Iedere module neemt tien weken in beslag. Deze vier modules bestaan uit twee praktijkmodules en twee theoriemodules. Een praktijkmodule bestaat ui t een week praktijk, waar je in een van de horecafaciliteiten van de school werkt, en dit 32 uur in een week. De theorieweken bestaan uit verschillende lezingen en workshops, die specifiek op horeca gericht zijn, en lessen algemene kennis. (Duits, Engels, economie, etc.) In de theoriemodules heb je alleen theorieweken.

Ik begin met de twee praktijkmodules, waarvan de eerste Rooms Division is, en de tweede Food &Beverage. De tweede helft van het jaar zal ik theoriemodules doen.

We maken gebruik van het propedeusesysteem, wat betekent dat je met een goede prestatie in het eerste jaar als je alles voor het jaar haalt, met 60 studiepunten je propedeuse haalt. Met minstens 40 punten mag je naar het volgende jaar, om het jaar erna de laatste punten in te halen. Er zijn helaas veel mensen die het eerste jaar niet halen; 40% valt gemiddeld af.

Dit was een basisintroductie aan de studiewereld waar ik me op dit moment in bevind. Mocht ik heel specifieke en aparte elementen naar boven halen in mijn blogjes, dan zal ik dat nader uitleggen. Voor de meeste blogjes zal deze uitleg voldoende zijn.

woensdag 23 september 2009

Web 2.0 toepassingen voor het onderwijs

Klik hier om naar de wiki Cooltoolsforschools te gaanIk ben de laatste tijd druk bezig met het concept van de 23Dingen cursus die door Helene Blowers ontwikkeld is, en vervolgens door Rob Coers aangepast is voor de Nederlandse bibliotheken. Hij heeft er voor de Overijsselse bibliotheek ook een onderwijsversie van gemaakt. Ik mag meedenken met o.a. De Onderwijsvernieuwingscoöperatie en SURFnet hoe dat concept gebruikt kan worden voor hun professionaliseringsplannen voor het voortgezet en het hoger onderwijs.

Ik ben daarom de laatste tijd me weer helemaal aan het verdiepen in web 2.0 applicaties: wat is er en hoe kan je het gebruiken in het onderwijs? Vorige week kreeg ik van Wikispaces een nieuwsbrief waarin verwezen werd naar een prachtig overzicht van tools: Cooltoolsforschools. Op die site vind je een overzicht van tools, gerangschikt in rubrieken met bij iedere tool een korte beschrijving wat het is en doet en soms ook een voorbeeld erbij. Ook vind je er 'teacher resources': links naar websites met lesmateriaal en materialen en hulpmiddelen om lessen te maken.

Ik vind het een heel makkelijk overzicht: er is veel te vinden (ik denk wel meer dan 200 sites) en als een tool niet helemaal precies doet wat je wilt dan kun je door de rubrieksindeling makkelijk op zoek gaan naar vergelijkbare tools. Als je op zoek bent naar gratis online tools en producten die anderen ermee hebben gemaakt, dan moet je zeker eens kijken naar deze wiki. En heb je zelf bruikbare web 2.0 tools voor het onderwijs die nog niet zijn opgenomen: het is een wiki dus een bijdrage wordt zeer op prijs gesteld!

dinsdag 22 september 2009

Duurzame vis

Er is de laatste tijd weer veel te doen over vis: minister Verburg wil een vangstverbod op paling maar dat levert natuurlijk de nodige weerstand op. Iedereen is het er wel over eens dat er iets moet gebeuren om de palingstand te verbeteren maar hoe dat moet, daarover verschillen de meningen. Mijn antwoord op alle problemen rond vis is dat ik me vooralsnog beperk tot het eten van de vissen die als 'groen' staan vermeld in de Viswijzer (wat overigens geen echte opoffering is ;-) ).

Ook op scholen is aandacht voor duurzaamheid van vis. Dit soort zaken is niet altijd makkelijk om onder de aandacht te brengen: als je niet oppast wordt het makkelijk een negatieve les waarin vooral allerlei zaken verboden worden. Een game kan in zo'n situatie uitkomst bieden. Studenten van de HKU hebben een spel gemaakt over de vele kilometers die soms worden afgelegd om vis te krijgen. Heel veel educatieve inhoud heeft het spel niet: het maakt je er alleen van bewust dat veel vis van heel ver weg komt, zoals uit Alaska en India enz.

Een ander aspect van duurzaamheid is dat paling in zijn voortbestaan bedreigd wordt omdat het leefklimaat van de paling verslechterd is. Daarover gaat het spel Ali P., gemaakt door IJsfontein.

Om het beeld van de problematiek nog completer te maken kun je dit Sustainabilityspel spelen waarin je ervaart waarom het soms moeilijk is om rekening te houden met duurzaamheid.

Ter voorbereiding van een les over duurzaamheid kun je leerlingen in groepjes deze spellen laten spelen en ze vragen om een betoog te houden dat in lijn is met het spel. Natuurlijk moeten ze bij dat betoog een aantal websites of artikelen zoeken die hun stelling onderbouwen. In de les mogen ze proberen elkaar te overtuigen van hun visie. Ik ben benieuwd wat eruit komt!

maandag 21 september 2009

Picnic Young: zien we elkaar?

Aanstaande woensdag mag ik naar Picnic Young, volgens de site 'de plek voor creatieve technologie en innovatie in het onderwijs'. Of het de enige plek is weet ik niet maar wat ik wel weet is dat er daar een heleboel leuke dingen gaan gebeuren. Zo is er een seminar 'Out of the box learning' dat gaat over leren buiten de educatieve context en geeft Kati London van Area/Code Games een presentatie. Ook Eric Rosenbaum van het MIT komt. Hij vertelt over hun project life long kindergarten waar o.a. Scratch en Picocrickets zijn ontwikkeld. Je begrijpt dat dat als gebruiker van Scratch en gelukkige eigenaar van Picocrickets mijn speciale interesse heeft!

Verder zijn er korte presentaties van IJsfontein, Omroep Gelderland en het 'h.a.n.g. plekken' programma van het NAI en er is een jongerenpanel.

Ik heb enorm veel zin om te gaan. Geef een seintje als jij ook gaat (er zijn nog kaartjes): wie weet kunnen we elkaar daar ontmoeten!

vrijdag 18 september 2009

Screenshots maken

Klik hier om naar het bericht over Aviary te gaanVoor dit weblog maak ik heel vaak een screenshot van een webpagina om te laten zien welke site ik bedoel. Daarvoor zijn een heleboel goede programma's, zowel gratis als betaald, maar Aviary kende ik nog niet. Aviary is webbased en je kunt er screenshots mee maken en ze bewerken. Dat doe je door voor de URL van de pagina waarvan je een screenshot wilt maken 'aviary.com/' te plakken. Om een screenshot van mijn weblog te maken zou je dus in de URL moeten typen: aviary.com/ict-en-onderwijs.blogspot.com.

Aviary heeft standaard eenvoudige bewerkingsmogelijkheden maar met een knopje kun je naar uitgebreide bewerkingsmogelijkheden waarmee je lagen kunt toevoegen aan je foto, delen weg kunt knippen enz. Je kunt de gemaakte screenshots opslaan op je eigen p.c. maar je kunt ze, als je een (gratis) account hebt, ook online bewaren: in het eigen formaat of als thumbnail.

Het nadeel van Aviary is dat het enige tijd duurt voordat de screenshot geladen is (met de Firefox Addon gaat het overigens wel sneller); het voordeel is dat je er geen speciale software voor op je p.c. hoeft te hebben en dat je je screenshots met één druk op de knop online kunt bewaren en ernaar kunt linken vanuit je website, weblog of wiki. Overigens: het screenshot bovenaan dit bericht heb ik uiteraard gemaakt met Aviary ;-)

donderdag 17 september 2009

Begrijpt ie er nou niets van?

Door: Martijn van den Berg
Tijdens mijn rondje nieuws van deze week kwam ik langs deze speech van Obama, waarin hij zei dat gamen slecht is voor een kind. In deze wereld weet men dat dit cliché al veel langer bestaat en dat er tig onderzoeken zijn geweest voor en tegen gamen als een middel om mensen iets te leren en dus een zeer nuttige methode. Ik, als regelmatig gamer en blogger over games in het onderwijs denk bij dit soort dingen dat een persoon maar dingen zegt en er weinig onderzoek bij heeft gedaan.

En ik kan hem de schuld niet geven, met alle onderzoeken die er zijn. Ik acht Obama niet ondeskundig, maar een man kan niet op alle fronten wijs zijn. Obama is niettemin een heel charismatisch man, en als hij zo uitvalt (in dit geval naar de xbox) kan dat grote gevolgen hebben. Grappig vind ik wel dat hij naar de xbox uitvalt, aangezien dit duidelijk het bekendste entertainmentsysteem is, en ook het enige systeem dat iets doet aan te lang gamen.

Maar ik heb niet alleen een mening, ik heb ook een reden om die mening te hebben.Natuurlijk zit er altijd een duivel achter games, de verslavingsduivel, zoals ik in een reeks eerdere blogjes heb beschreven, maar er zit ook achter dat je dingen leert zonder dat je het zelf merkt. En dit zelfs bij de games waarvan je op het eerste gezicht zou denken dat ze totaal niet educatief zouden zijn. Dit is iets wat veel mensen zich niet realiseren, of niet kunnen geloven. Gamen kent naast waardeloos entertainment ook vooral voordelen. En het is daarom ook belangrijk om de mogelijkheden tegen de nadelen af te wegen voor zo iets te zeggen.

woensdag 16 september 2009

Mobieltjes: hoe ga je ermee om?

Over hoe je met mobieltjes omgaat in de klas zijn de meningen verdeeld. Op de meeste scholen is het verboden om ze aan te hebben staan gedurende de les. Anderen zijn strenger en verbieden überhaupt dat mobieltjes meegenomen worden naar de klas. Meestal betekent dit dat leerlingen ze wel meenemen in hun tas maar uitzetten wat natuurlijk nogal eens vergeten wordt. Afpakken levert ook nog wel eens problemen op: sommige leerlingen weigeren hun mobiel af te geven en wettelijk schijnt het verboden te zijn (alhoewel het Laks daar een andere mening over heeft). Ook voor mensen die mobieltjes inzetten in de les blijft het lastig om een strategie te bepalen. Want het mag dan handig en leerzaam zijn als je tijdens de les dingen kunt laten opzoeken met mobieltjes: tijdens een overhoring is het bar storend als er een mobieltje afgaat.

Op de website Change.org heeft in de zomervakantie iemand geschreven over dit probleem, dat blijkbaar niet alleen in Nederland speelt. Er zijn opvallend veel reacties binnengekomen, zowel vanuit het basis- als het voortgezet onderwijs. Daarmee is er een prachtig overzicht ontstaan van argumenten pro en contra het toestaan van mobieltjes in de les èn van manieren waarop je met mobieltjes in de les kunt omgaan. Het lijkt me een prachtig startpunt voor het formuleren van schoolbeleid op dit punt of om met leerlingen in gesprek te gaan over hoe zij denken over mobiele etiquette. En daarbij komen dan dit en onderstaand filmpje van Sire prachtig van pas!

Afbeelding van graciepoo, gepubliceerd onder CC-nc-sa.

dinsdag 15 september 2009

Héél erg trots!

Normaal gesproken gebruik ik mijn blog alleen om te vertellen over dingen die te maken hebben met mijn werk, maar deze keer maak ik daar een uitzondering op omdat ik zo verschrikkelijk trots ben dat ik het even kwijt moet!

Gisteren is namelijk mijn dochter geslaagd voor haar propedeuse bij de pabo. En dat vind ik een geweldige prestatie. Na een aantal jaren havo heeft ze een overstap gemaakt naar het mbo en vervolgens het hbo. Het is haar zeker niet aan komen waaien: ze heeft er keihard voor gewerkt en fikse tegenslagen moeten overwinnen. Ik heb enorm respect voor haar doorzettingsvermogen èn ik ben blij met de hulp die ze daarbij krijgt van mensen: docenten en medestudenten.

Overigens: de keuze voor de pabo heeft ze niet van mij maar ik vind het natuurlijk wel erg leuk dat ik met haar mag meebeleven wat er gebeurt op 'haar' stagescholen. Zo sta ik op afstand toch een beetje voor de klas ;-)

Afbeelding van ~LiLi~, gepubliceerd onder CC-by-nc-nd.

maandag 14 september 2009

Who wants to be a superhero?

Klik hier om naar de website van het BBC televisieprogramma te gaanIn de zomervakantie was ik een paar weken in Engeland. En waar ik anders vrijwel nooit aan toekom, kwam ik nu wel aan toe: televisiekijken. Een programma dat me opviel was 'Who wants te be a superhero', een programma op BBC waarin kinderen strijden om de titel Superhero. In elke uitzending moesten de kinderen opdrachten uitvoeren om te laten zien dat ze een superheld waren. De opdrachten waren gevarieerd: bijv. ergens zo snel mogelijk ergens naar toe gaan of een bom onschadelijk maken. Met veel vuur en enthousiasme (hoe kan dat ook anders als je zo'n gaaf supermannenpak hebt) kweten de kinderen zich van hun taken.

Maar wat de kinderen meestal niet in de gaten hadden was dat achter elke opdracht een andere opdracht verborgen zat waarop ze beoordeeld werden. Want een superheld is niet alleen snel: hij is ook hulpvaardig, stort zich niet zonder nadenken in avontuur, weet goed om te gaan met stress, kan samenwerken in een team enz. Daarom werden de kinderen tijdens de race-opdracht geconfronteerd met een oude dame die haar boodschappen op de grond had laten vallen. Tsja, en wat doe je dan: ren je door of help je eerst? En als je in een kamer bent met een bom, ga je dan eerst even heel goed nadenken of ga je zo snel mogelijk overal aan trekken of duwen? Het waren geen gemakkelijke keuzes waar de kinderen voor werden gesteld. Maar het was wel leuk (ook al vond ik het wel heel erg sneu als er bekend gemaakt werd wie er elke ronde af viel) en ik denk dat de kinderen ook echt anders zijn gaan kijken naar wat iemand nu echt tot een superheld maakt.

Waarom vertel ik jullie dit hier? Ik denk dat dit format ook heel goed bruikbaar is in het onderwijs. Je zou er een klassewedstrijd van kunnen maken waarbij je de kinderen structureel beloond als ze zich gedragen als superhelden. Door andere leerlingen te helpen, door goed samen te werken, door anderen kansen te bieden, door soms niet te doen maar eerst te denken enz. Je kunt opdrachten voor de leerlingen bedenken die ze uit moeten voeren en je kunt - daarnaast - ook belonen als ze daarnaast superheldgedrag vertonen.

Een wedstrijd 'Superhero' biedt kansen. Je kunt het natuurlijk gebruiken om kinderen na te laten denken over hoe je met elkaar omgaat; op school maar ook daarbuiten en ook op internet kan je superheldengedrag vertonen. Met de wedstrijd kunnen ook kinderen die bij de gewone schoolactiviteiten niet zo opvallen in het zonnetje komen te staan. Superhero kan ook gebruikt worden om contact te leggen met mensen die hulp kunnen gebruiken en kinderen bewust maken dat er verschillen zijn in de wereld.

Het lijkt me leuk om zo'n wedstrijd te organiseren en op die manier structureel goed gedrag bij leerlingen te benoemen en belonen en wat mij betreft ook in een oorkonde of iets dergelijks vast te leggen. En wie weet wil de lokale pers er ook wel aandacht aan besteden want een superheld op school dat is wel heel bijzonder! Maar pers of geen pers erbij: het lijkt me voor kinderen wel een stimulerende en coole manier om goed gedrag beloond te zien!


Afbeelding van Massdistraction, gepubliceerd onder CC-by-nc-nd.

vrijdag 11 september 2009

Woorden opzoeken

Klik hier om naar Lingro te gaanIk ben opgegroeid in een tijd dat we woorden nog moesten opzoeken in woordenboeken. Ik had er een gloeiende hekel aan: tegen de tijd dat ik het woordenboek tevoorschijn had gehaald en het woord had opgezocht was ik helemaal kwijt waar de tekst die ik aan het lezen was over ging. Resultaat: ik gokte meestal maar naar de betekenis van het woord. Soms ging dat goed maar ik herinner me bij Latijn een tekst die volgens mijn vertaling ging over nieuwe kinderen, terwijl die volgens de docent ging over negen boeken. De docent had gelijk ;-)

Gelukkig heb je tegenwoordig meer manieren om een vertaling van een woord op te zoeken. Onlangs kwam ik terecht op de voor mij onbekende vertaalsite Lingro. Die maakt woordjes opzoeken wel heel gemakkelijk: je typt het woord in, geeft aan van welke taal naar welke taal je wilt vertalen en klaar is die. Wie werkt met Firefox kan een extensie installeren waardoor je van woorden die je tegenkomt op internet met één klik de vertaling kunt vinden. Je kunt ook een document 'inlezen' in Lingro. Dat document verschijnt dan in je browser en vervolgens kun je elk woord aanklikken om de vertaling ervan op te vragen. Héél makkelijk.

Er zijn natuurlijk een heleboel woordenboeken op het net, maar Lingro vind ik heel handig omdat de website zo prettig kaal is. Veel woordenboekensites staan helemaal vol met reclames en dat leidt - net als vroeger het opzoeken - alleen maar af van waar je mee bezig bent.

Voor het onderwijs biedt Lingro nog meer. Als je een (gratis) account hebt gemaakt houdt de site bij welke woorden je hebt opgezocht. Deze woorden kan je toevoegen aan een woordenlijst zodat je ze op een later moment (voor een repetitie) nog een keer kunt oefenen. Je kunt er ook Flashcards van maken: kaarten waarop aan de ene kant het woord en aan de andere kant de vertaling staat. Door op de kaart te klikken krijg je de andere kant te zien.

Lingro maakt gebruik van woorden uit woordenboeken die gepubliceerd zijn onder een open licentie, zoals de Wiktionary woordenboeken. Wie erg goed is in zijn talen kan kijken of hij nog woorden kan toevoegen aan Lingro. Dat zal niet meevallen: er zijn al heel veel vertalingen. Maar het is wel een uitdaging om te kijken of je iets kunt verbeteren!

donderdag 10 september 2009

Berichtje uit het hoge noorden

Door: Martijn van den Berg
28 augustus; ik zit nu in de trein terug naar mijn trouwe thuisdorpje met een grote tas met was. Ik kom vanuit het verre Leeuwarden, ook wel Ljouwert genoemd. Ik heb nieuwheid kunnen proeven in meerdere manieren. Ik heb voor het eerst een week op mezelf gewoond, ik heb mijn leuke klas ontmoet, ik heb mijn eerste week school in Leeuwarden gehad. Kortom, ik voel me groen als gras. Tijd voor een verslagje.

Na zondag de laatste spulletjes gebouwvakt te hebben en nog een filmpje gekeken te hebben, ga ik voor mijn eerste nacht gezonde slaap in de Friese omgeving. Vervolgens fiets ik maandag met mijn hoofd op nul voor de eerste dag naar school. Eenmaal aangekomen zou ik eigenlijk een saai praatje verwachten, maar niets is minder waar. We beginnen met een muziekquiz. Daarna begonnen de standaardrituelen van de schooltour en de stadstour, waar je uiteindelijk niet zo veel aan hebt, omdat je kriskras door het dorp raast, en alle plaatsen toch niet meer terug kan vinden. In de avond een feestje.

De tweede dag gingen we down under. Eerste alle (maarliefst!) 4 systemen leren kennen die de school gebruikt, vervolgens omdat ik laat was met inschrijven twee oersaaie workshops. (Ik wou zo graag bier tappen) Tot slot nog een introductieles Probleem gestuurd Onderwijs, waar ik in latere blogjes op terug zal komen. In de avond weer feest.

De derde dag bestond uit een wirwar van activiteiten, de belangrijkste daarvan de van-alles-en-nog-wat fair, waar kraampjes waren met nuttige dingen in Leeuwarden. Ik denk dat iedereen daar toch wel zijn slagje uit heeft kunnen slaan op een bepaalde manier. In de avond weer een feest.

De laatste dag was de knal op de champagne, om maar even in horecatermen te praten. De sportdag, waar iedereen zich gelijk kon voelen door de ongelofelijk aparte onderdelen die deze sportdag bevatte. Deze dag was zeker goed voor de teambuilding. In de avond deze keer een goede nacht slaap. Vrijdag nog even mijn apenpakkie opgehaald en hier zit ik nu dan, op weg terug.

woensdag 9 september 2009

iRex e-reader1000S

Over het derde apparaat dat ik heb getest in het kader van het SURFnet/Kennisnet innovatieprogramma heb ik al eens eerder iets geschreven. Inmiddels heb ik het apparaat nu ruim een jaar en ik moet zeggen: voor mij persoonlijk doet het precies wat ik ervan had verwacht. Ik heb nu altijd ruim voldoende leesvoer bij me op me tijdens lange treinreizen niet te vervelen, ik raak nooit meer pdf'jes kwijt en aantekeningen die ik bij de pdf'jes heb gemaakt kan ik altijd terugvinden. Mijn persoonlijk testverslag van iRex e-reader 1000S

Wat zit er in de doos?
  • De e-reader met daarbij de stylus
  • USB-kabel om bestanden over te zetten van de p.c. naar de reader (de iRex heeft geen WiFi) en om op te laden
  • De handleiding
Waar is het apparaat voor bedoeld?
De iRex e-reader is een apparaat waarmee je verschillende soorten (tekst)bestanden kunt lezen. In de reclames rond dit soort apparaten wordt meestal alleen gesproken over het lezen van boeken, maar met de meeste e-readers kunnen ook andere documenten gelezen worden. De iRex e-reader ondersteunt de formaten PDF, TXT en HTML, de meest gangbare tekenformaten (JPEG, PNG, GIF, TIFF en BMP) en het boeken-formaat Mobipocket.

Het verschil tussen het scherm van e-readers en de meeste andere digitale apparaten is dat het werkt met e-ink: een techniek waarmee beeld bestaat uit een vlak van bolletjes. Die bolletjes kunnen, afhankelijk van de elektrische lading, zwart of wit worden. Een bolletje hoeft maar één keer een lading te krijgen en behoudt daarna zijn kleur. Het scherm van een e-bookreader gebruikt daarom veel minder stroom dan andere schermen. Een volledig opgeladen i-Rex levert ongeveer 8 uur leesplezier.
E-ink (en dus e-bookreaders) heeft bovendien geen backlight waardoor het heel prettig leest en, net zoals een boek, ook in vol zonlicht gebruikt kan worden. Daarnaast passen in een e-boek talloze boeken waardoor je minder hoeft te sjouwen.
De iRex 1000S is op dit moment nog één van de weinige e-bookreaders met een groot (10,2’’) scherm. Dat is handig voor het lezen van niet-schaalbare bestanden zoals pdf, omdat dan de hele tekst op een voldoende groot formaat zichtbaar is en er weinig van links naar rechts gescrold hoeft te worden.

Wat kan het nog meer?
De iRex1000S kan niet alleen gebruikt worden om te lezen: je kunt er ook aantekeningen mee maken. Die functie is wel beperkt: het duurt vrij lang voordat op het scherm zichtbaar wordt wat je hebt geschreven. Als het gaat om een paar korte notities bij een tekst is dat niet zo’n probleem maar voor het maken van uitgebreide notities is de iRex niet geschikt.
De iRex biedt verder de mogelijkheid om teksten te vergroten. Dat kost wel veel tijd en als je de tekst in één stap sterk wilt vergroten dan krijg je soms de melding dat er onvoldoende geheugen vrij is daarvoor. In dat geval moet je de vergroting in kleinere stappen doen.
Waar de iRex niet mee overweg kan is kleur. Er zijn wel e-bookreaders waarmee kleuren weergegeven kunnen worden maar de iRex heeft alleen zwart en wit. Voor tekstbestanden is dat niet zo’n groot probleem maar e-bookreaders zijn ongeschikt voor boeken met veel beeldmateriaal. Denk daarbij bijv. aan anatomieboeken of kunstboeken waarbij kleur noodzakelijk is voor de inhoud.

Gebruikerservaringen
Om de e-reader te kunnen gebruiken heb je eigenlijk geen handleiding nodig: je kunt er bijna vanzelf mee aan de slag. Maar er zijn inmiddels wel heel veel programmaatjes die aansluiten op de e-reader. Software om DRM te omzeilen, om bestanden om te zetten naar mobipocketformaat enz. De informatie daarover is erg verspreid dus als je buiten de gebaande paden wilt dan kost je dat wel veel tijd.

De ontwikkelingen op het gebied van e-readers gaan op dit moment heel snel: er komen steeds nieuwe apparaten uit die weer andere mogelijkheden hebben en ook de software van bestaande e-readers komen regelmatig met updates van hun software waardoor nieuwe mogelijkheden komen. Zo biedt de laatste versie van de iRex software de mogelijkheid van tabbed browsing zodat je verschillende schermen open kunt houden.

Het nadeel van e-ink (en dus van alle e-bookreaders) is dat het traag is: het duurt soms langer dan een seconde voordat een pagina is opgebouwd in de iRex. Dat is geen bezwaar als je gewoon doorleest maar als je wat wil bladeren dan houdt dat enorm op.
Een algemeen nadeel van e-bookreaders is dat er geen algemene standaard is voor de boeken die ermee gelezen kunnen worden. De iRex kan alleen overweg met het Mobipocket formaat, de Amazon Kindle leest boeken in het AZW-formaat, en de readers van Sony ondersteunen ePub. De boeken kunnen niet zonder meer van het ene naar het andere formaat overgezet worden dus wie nu een collectie boeken aanschaft voor de iRex en straks besluit om over te stappen op een andere e-reader loopt het risico dat zijn hele boekencollectie niet meer toegankelijk is. Er is weliswaar software om deze rechten te kraken, maar die is niet legaal en het is nog onzeker of uiteindelijk één formaat de overhand krijgt en zo ja: welk formaat dat dan is.
Wie problemen krijgt met de (dure) e-bookreader van Iliad kan niet zomaar met zijn apparaat terug naar de fabriek. Om hulp te krijgen moet je via de website een ‘ticket’ invullen waarop je de klacht omschrijft. Je krijgt dan eerst via de mail hulp. Ik vermoed dat als je er op die manier niet uitkomt je uiteindelijk wel het apparaat terug kunt sturen maar ik vind het een weinig klantvriendelijke aanpak.

Hoe kan het ingezet worden in het onderwijs?
De meest voor de hand liggende inzet van de e-bookreader in het onderwijs is vermoedelijk om er boeken en readers op te zetten. Maar dat valt tegen omdat bij het studeren vaak meer boeken naast elkaar geraadpleegd worden. Dat kost veel tijd omdat elke keer het ene boek afgesloten moet worden voordat een nieuw boek geopend kan worden en het inlezen van de pagina’s kost nu eenmaal veel tijd. Maar voor wie boeken of vakliteratuur van begin tot eind wil lezen is de e-reader wel handig, ook al omdat die vaak in pdf-formaat beschikbaar zijn.
De e-reader misschien nog wel het handigst voor docenten die veel werk van leerlingen of studenten moeten lezen en beoordelen. Nu wordt dat vaak uitgeprint omdat veel lezen van het scherm nu eenmaal vermoeiend is voor de ogen, voorzien van aantekeningen en zo geretourneerd aan de student. Handig is dat niet: er wordt veel geprint, papieren kunnen kwijt raken en wie veel werk van studenten moet lezen sjouwt met zware stapels papier. Met de iRex hoeft het werk niet uitgeprint te worden en de docent kan het werk digitaal van (kort) commentaar voorzien.

De iRex is door het grote formaat, het scherpe beeld en de mogelijkheid om teksten te vergroten ook handig voor leerlingen en studenten met een visuele beperking. Zij kunnen hun leerboeken laten omzetten naar pdf-bestanden en/of boeken op A3-formaat. Dat laatste is voor gebruik binnen de onderwijsinstelling natuurlijk veel sjouwwerk en het lezen van de pdf-bestanden op een pc-scherm is erg vermoeiend. Met een groot formaat e-reader hoeven ze weinig mee te sjouwen en het is rustig voor de ogen.

Meer informatie:

dinsdag 8 september 2009

De TouchNote 1028 getest

Vandaag het verslag van het tweede apparaat dat ik heb getest in het kader van het SURFnet/Kennisnet Innovatieprogramma: de TouchNote 1028.

Wat zit er in de doos?
- Tablet netbook (+ accu)
- Extra stylus
- Tas
- Voeding
- handleiding

Waar is het apparaat voor bedoeld?
De TouchNote is een netbook (ook wel minilaptop of umpc-ultra-mobile-pc genoemd) met een touchscreen. Het apparaat heeft een 10,1 inch scherm (wat apparaat oplevert van 26x19 cm) met een hoge schermresolutie (1366x768). De TouchNote wordt afgeleverd met een Windows XP Home edition. Dat levert een haarscherp beeld op. Het apparaat weegt 1,5 kg en is daarmee heel prettig draagbaar.
In het apparaat zitten een intern geheugen van 1 GB en een harde schijf van 160 GB en tal van in- en uitgangen om te communiceren met andere apparaten (o.a. Bluethooth, WiFi van 300 Mbps, memorycardreader). Technisch gezien kan de TouchNote een laptop vervangen.

Wat kan het nog meer?
Een bijzondere functionaliteit van de TouchNote is de gesture manager. Hiermee kun je aan een beweging op je touchscreen een actie toekennen, bijv. het openen van een bepaald programma. Erg leuk om mee te spelen, maar het kost enige tijd voordat je in je vingers hebt wat welke functies je aan de verschillende bewegingen hebt toegekend. Veel tijdwinst levert deze functionaliteit niet op, maar het is wel leuk om mee te spelen.

Gebruikerservaringen
Het beeldscherm van de TouchNote is zoals gezegd van erg goede kwaliteit, maar de beelden zijn wel erg klein. Consequentie daarvan is dat het apparaat, net als alle andere minilaptops, niet echt prettig is om langdurig achter elkaar mee te werken. De linker- en rechtermuisknop zitten, anders dan bij de meeste apparaten, links en rechts van het touchpad, maar het gebruik daarvan went snel.

Hoe kan het ingezet worden in het onderwijs?
Op alle onderwijsinstellingen zijn computers in gebruik: netbooks, laptops of desktops. In de vaste opstelling binnen de onderwijsinstellingen wordt meestal gekozen voor desktops. Als studenten/leerlingen zelf computers moeten aanschaffen die ze op de onderwijsinstelling moeten gebruiken (al dan niet verschaft via de onderwijsinstelling) wordt gebruik gemaakt van laptops en in enkele gevallen netbooks. Het voordeel van laptops boven p.c.’s is duidelijk: ze kunnen (makkelijk) meegenomen en op verschillende plaatsen worden gebruikt. Nadelen zijn er ook: een laptop gaat over het algemeen minder lang mee dan een desktop computer en ze moeten regelmatig opgeladen worden. Overigens: een desktop computer kan natuurlijk ook niet zonder stroom maar de bedrading daarvoor is meestal weggewerkt en levert dus geen problemen op. Een nadeel van laptops is dat ze –bij gelijkwaardige functionaliteit - over het algemeen duurder zijn dan desktops.

Een netbook lijkt beide te overtreffen. Ze zijn goedkoop (ze zijn al te koop vanaf ca. € 300,= ) en ze zijn nog makkelijker mee te nemen dan laptops. Maar schijn bedriegt: de goedkope netbooks hebben minder mogelijkheden dan laptops van dezelfde prijs (laat staan in vergelijking met desktops). Ze zijn wel heel makkelijk om mee te nemen omdat ze licht en klein zijn. Dat ze zo klein zijn is niet alleen een voordeel maar ook een nadeel: de toetsenborden typen net iets minder makkelijk dan de standaard toetsenborden en langdurig lezen van een klein scherm is erg vermoeiend. Nu zullen studenten/leerlingen op de onderwijsinstelling (hopelijk) niet de hele dag hun (mini-)laptop gebruiken maar bij de studie thuis zal dat vaak wel het geval zijn. En omdat er maar weinig leerlingen/studenten zijn die voor hun studie willen/kunnen beschikken over 2 apparaten lijkt het me in eerste instantie niet handig om te kiezen voor een netbook. Maar uit kostenoverwegingen kan een netbook natuurlijk wel aantrekkelijk zijn en wie veel moet sjouwen met een laptop zal blij zijn met een netbook.

Maar de Gigabyte 1028 is niet zomaar een netbook: het bijzondere van dit apparaat is dat het een touchscreen heeft. Helaas sluit het bijgeleverde operating systeem (Windows XP) daar niet echt op aan doordat het geen handschriftherkenning heeft. Je kunt dus wel, net als met de muis, dingen ‘aanklikken’ met de bijgeleverde stylus (of met je vingers) maar schrijven kan alleen in een tekenprogramma en dat is daar natuurlijk niet echt geschikt voor. Jammer, want de mogelijkheden van het touchscreen worden nu niet echt benut. Het zou logischer zijn geweest als de netbook werd geleverd met Vista of met Windows XP Tablet PC Edition 2005. Hierbij kan het (gratis) Education Pack gebruikt worden wat het o.a. mogelijk maakt om met z.g. ‘flashcards’ te werken om woorden, formules e.d. uit het hoofd te leren en wiskundige vergelijkingen op te schrijven.

Een andere toepassing waarbij je voordeel kunt hebben van een touchscreen in het onderwijs leek me het voorbereiden van lessen voor het digibord. Omdat ik niet de beschikking heb over een digibord heb ik daarover bij twee leveranciers van digiborden in Nederland navraag gedaan. Geen van beide leveranciers had die mogelijkheid overwogen, omdat het gebruik van een tablet overbodig is als je die koppelt aan het digibord. Maar beiden vonden het idee om de lessen te kunnen voorbereiden m.b.v. een laptop of netbook met touchscreen een idee waar ze nog eens over wilden nadenken. Ik vond het zelf in ieder geval prettig om op dezelfde manier te kunnen interacteren met het touchscreen van de Touchnote als met een digibord.

Maar daarmee zijn er nog geen toepassingen voor de TouchNote die bruikbaar zijn voor leerlingen. Daarvoor ging ik te rade bij de makers van de Skoolmate: net als TouchNote een netbook met een touchscreen1. Ik was benieuwd welke toepassingen hen voor ogen stonden bij het op de markt brengen van hun apparaat dat speciaal gemaakt is voor het basisonderwijs. De keuze voor een netbook was voor hen in eerste instantie prijsbepaald: een goedkope netbook kan weliswaar minder dan een laptop, maar heeft genoeg in huis voor gebruik in het basisonderwijs. Een ander argument is voor hen de draagbaarheid van het apparaat: voor kinderhanden is een netbook beter hanteerbaar dan een laptop. Daarnaast is voor de Skoolmate speciale software ontwikkeld voor gebruik in het basisonderwijs. Deze software maakt gebruik van schriftherkenning en een ingebouwde bewegingssensor waarmee je bijvoorbeeld een knikker over het scherm kunt laten rollen of een bak water leeg kunt gieten en er is een schrijfprogramma dat direct feedback geeft wanneer een leerling een letter verkeerd schrijft.
Maar al deze zaken zijn in de TouchNote niet aanwezig. Een aantal belangrijke voordelen voor het onderwijs - lagere kosten, speciale touchscreensoftware – blijven daarmee onbenut. Het enige argument dat telt in de overweging om een TouchNote aan te schaffen voor het onderwijs dat overblijft is dat het apparaat makkelijk draagbaar is omdat het klein en licht is. Maar dat weegt m.i. niet op tegen het feit dat het werken met een klein toetsenbord en scherm onprettig is als je het apparaat lang achtereen gebruikt. Voor gadgetliefhebbers en voor wie ervan houdt om filmpjes onderweg te kunnen kijken lijkt de TouchNote me een aanrader maar voor het onderwijs lijkt het apparaat mij daarom niet geschikt.

Meer informatie:
De leverancier

1 De Skoolmate kan overigens verder niet vergeleken worden met de TouchNote. Hij is heel specifiek voor basisscholieren gemaakt en heeft daarom heel andere specs. Mogelijk volgt er over een tijdje nog een test met dit apparaat.

maandag 7 september 2009

Test-test-test

Na een heerlijke lange vakantie weer terug op honk. Nou ja, vakantie: ik ben behoorlijk druk geweest met allerlei klussen. Ik ben volop bezig met de organisatie van de Creative Game Challenge (deze week hopen we de definitieve site online te hebben), met een project rondom virtuele werelden voor SURFnet, twee projecten die gebaseerd zijn op het 23-Dingen concept. Kortom: genoeg leuke dingen om je een vakantie lang mee bezig te houden ;-)

Een klusje waar ik recent voor ben gevraagd door SURFnet is om een aantal gadgets te testen op bruikbaarheid voor het onderwijs en gebruiksgemak. Ik doe dat niet alleen maar in een team waarbij ieder zijn eigen specialisme heeft. Ik mag de gadgets testen op bruikbaarheid in het onderwijs, met name in het VO, Pierre is één van de anderen die hierbij betrokken is: hij test de gadgets vanuit technisch en leertechnologisch perspectief.

Het toeval wilde dat ik een aantal van de gadgets die SURFnet wilde uittesten al zelf had aangeschaft: van het nut van die apparaten voor mij privé was ik dus al overtuigd ;-) Maar het is ontzettend leuk om de apparaten ook eens te bekijken vanuit een ander perspectief.

Ik heb inmiddels 3 gadgets getest en - in overleg met SURFnet - zal ik hier mijn ervaringen delen. Vandaag het eerste apparaat: de Pulse Smartpen.

Wat zit er in de doos?
  • Pen met ingebouwde microfoon
  • ‘oortjes’ (koptelefoon)
  • Schrijfblok met Livescribe microdot-papier
  • Dockingstation om de bestanden over te zetten op de p.c.
De bijbehorende software kan gedownload worden van de website.

Waar is het apparaat voor bedoeld?
De Pulse Smartpen is een apparaat dat bedoeld is om gesprekken, presentaties of colleges vast te leggen, in de vorm van een geluidsbestand gecombineerd met aantekeningen. De met de pen gemaakte aantekeningen worden aan de geluidsbestanden gekoppeld, waardoor het makkelijk is om achteraf de gewenste fragmenten terug te zoeken.
Een voorbeeld: de Smartpen wordt gebruikt tijdens een interview t.b.v. een artikel. Het interview wordt opgenomen met de Smartpen. Tegelijkertijd maakt de interviewer aantekeningen van in gesprek in de vorm van steekwoorden: welke onderwerpen aan de orde komen, wat opviel in het gesprek, wat nog verder opgezocht moet worden enz. Wanneer het interview verwerkt moet worden koppelt de interviewer de Smartpen aan de computer waardoor de bestanden (zowel het geluidsbestand als de gemaakte aantekeningen) worden overgezet naar het programma Livescribe Desktop op de computer. De interviewer kan er nu voor kiezen om het hele gesprek nog een keer te beluisteren maar hij kan ook een woord in zijn aantekeningen aanwijzen met de pen waarna de pen het geluidsbestand afspeelt vanaf dat punt.

Wat kan het nog meer?
Het aantekeningenbestand wordt opgeslagen als grafisch bestand en kan geconverteerd worden naar het pdf-formaat. In Livescribe Desktop zit OCR1 waardoor ook in de tekst gezocht kan worden. Vreemd genoeg kan de tekst echter niet in zijn geheel overgezet worden naar digitaal leesbare tekst: je kunt het alleen zien als grafisch bestand. De geluidsbestanden kunnen geconverteerd worden naar MP4.
Livescribe biedt de mogelijkheid om de bestanden online op te slaan en daar te delen met anderen. Je kunt de bestanden privé houden maar je kunt ook anderen toegang geven daartoe door ze een uitnodiging te sturen of ze voor iedereen toegankelijk maken in de Livescribe Community. Je kunt de bestanden ook zichtbaar maken in Facebook.

Gebruikerservaringen
De opnamekwaliteit van de pen is prima, net als die van de bijgeleverde oortjes. Opnames zijn goed te volgen, ook als ze gemaakt zijn in een collegezaal of tijdens een presentatie. Je kunt in 3 kwaliteiten opnemen: low, medium en high, en de gevoeligheid van de microfoon kent 3 standen: automatic, conference room en lecture hall maar als er niet al te veel geluid is is de minimale kwaliteit eigenlijk al voldoende om de opnames terug te kunnen luisteren.
Het gebruik van de pen is erg makkelijk: je hoeft geen uitgebreide handleidingen te lezen om ermee te kunnen werken. Na afloop van een les, interview of vergadering kun je makkelijk de belangrijkste fragmenten terughalen, maar als je de inhoud in de toekomst nog vaker nodig hebt dan is het verstandig de aantekeningen op papier uit te werken: tot een artikel, notulen of een samenvatting van de les of het college. Het telkens opnieuw afluisteren van de geluidsfragmenten zal immers in de meeste gevallen veel tijd kosten.
Het gebruik van de Pulse Smartpen levert een aantal voordelen op t.o.v. het maken van alleen aantekeningen:
  • Tijdens het gesprek kan alle aandacht blijven bij de inhoud van het gesprek omdat er tussentijds geen uitgebreide aantekeningen gemaakt hoeven te worden;
  • Het uitwerken van het gesprek, de les of de vergadering zal niet zozeer veel sneller gaan maar het resultaat kan beter zijn omdat alles wat gezegd is vastgelegd is door de pen;
  • Als er twijfel is over wat er gezegd is (bijv. bij vergaderingen), kan het geluidsbestand uitsluitsel bieden.

Nadelen heeft het gebruik van de Smartpen natuurlijk ook. Om te beginnen kun je geen gewoon papier gebruiken om je aantekeningen op te maken: je hebt er het speciale ‘microdot’-papier voor nodig. Voor 4 blokken met elk 100 vellen betaal je op dit moment $ 19.95. Gelukkig doe je er als regel lang mee omdat je meestal alleen in trefwoorden vastlegt wat gezegd wordt. Je kunt ook je eigen micro-dotpapier printen maar daarvoor heb je wel een goede kleurenprinter nodig. Een ander nadeel is het feit dat de Livescribebestanden maar op één computer kunnen worden opgeslagen. Je kunt wel de geluids- en de grafische bestanden apart overzetten naar andere computers maar dan gaat de koppeling tussen beide bestanden verloren. Daarvoor is wel een (gratis) programma op de markt: de Livescribe Desktop Configurator.

Hoe kan het ingezet worden in het onderwijs?
De Pulse Smartpen kan gebruikt worden in elke situatie waarin het belangrijk is om gesproken tekst vast te leggen. De meest voor de hand liggende optie is het vastleggen van interviews, maar de pen kan natuurlijk ook gebruikt worden om lessen of colleges vast te leggen of vergaderingen. Ook zie ik toepassingsmogelijkheden voor lessen waarbij iets voorgedaan moet worden zoals het maken van een wiskundige berekeningen, tekenvaardigheden en (bord)schrijven. Hiervan zouden lessen gemaakt kunnen worden die via een digitale leeromgeving of via de Livescribe community toegankelijk gemaakt zouden kunnen worden voor leerlingen of studenten.
In de community van Livescribegebruikers vond ik o.a.
  • een bestand van iemand die woordjes had geleerd en de uitspraak ervan vast had gelegd met de pen;
  • uitleg over het schrijven van Chinees;
  • een college over wiskunde;
  • een uitleg van het maken van een cartoon/tekening.
Het zoeken van bestanden in de community is behoorlijk onhandig: je kunt alleen maar browsen door de categorieën en als je een bestand bekeken hebt kun je niet terug naar de pagina waar je vandaan kwam.

Meer informatie

1 OCR=Optical Character Recognition. Software die handgeschreven tekst kan lezen en kan omzetten naar digitaal leesbare tekst.