vrijdag 19 februari 2010

Mediamindz: wie heeft inspirerende voorbeelden?

afbeelding van een bos krokussenDe laatste dag voor de krokusvakantie gebruik ik dit weblog om de naam van het mediawijsheid-subsidiefonds in oprichting te lanceren. Na lang piekeren en peinzen en in overleg met het bestuur hebben we besloten om het fonds de naam Mediamindz mee te geven. We hopen dat het fonds zijn naam waar gaat maken: media in de mindz van alle leerkrachten en leerlingen van het basisonderwijs!

De naam van het fonds is, zoals ik al zei, gekozen door het bestuur van Mediamindz. Dat bestuur wil ik hierbij graag aan jullie voorstellen. De voorzitter van het bestuur is Marlies Wijnen, adviseur maatschappelijke vraagstukken. Zij heeft ruime bestuurservaring in het onderwijs, en is jarenlang als vakjuryvoorzitter betrokken geweest bij de wedstrijden ThinkQuest en Make-a-Game. Ze is overtuigd van de mogelijkheden van media voor kinderen, en ik ben blij dat ze haar kennis en kunde wil inzetten voor ons fonds.

Remco Pijpers is ons tweede bestuurslid. De meeste mensen zullen hem kennen als directeur van stichting Mijn Kind Online. Mocht je hem niet kennen, volg hem dan eens op Twitter, dan zal je zien dat hij zich op allerlei manieren bezig houdt met jeugd en media, zowel met de kansen die er liggen, als met de bedreigingen.

Ik ben ongelooflijk blij dat deze twee experts me gaan helpen om Mediamindz vlot te trekken. We gaan er hard aan trekken om er invulling aan te geven!

Maar zoals ik al zei in mijn eerste aankondiging van het fonds: we hebben jullie hulp nodig daarbij. We zijn op zoek naar leerkrachten/scholen die mediawijsheid geïntegreerd in hun onderwijs aanbieden aan hun leerlingen. Zijn er basisscholen waar dat gebeurt? Ik ken wel een paar voorbeelden, maar ik zou er graag nog veel meer willen leren kennen. Wie helpt ons de inspirerende voorbeelden te vinden? Als je zelf mediawijsheid integreert in je lessen, of scholen kent waar dat gebeurt, wil je dat ons laten weten? Vertel erover via de knop 'reacties' of stuur me een mailtje. Mijn e-mailadres vind je op mijn visitekaartje.

Tot over een weekje, en geniet van de krokussen die nu echt tevoorschijn komen!

Afbeelding van Leo-setä, gepubliceerd onder CC-by.

donderdag 18 februari 2010

Band Hero; een spel voor de familie

Door: Martijn van den Berg
Aangezien er de laatste tijd heel wat interessante games uit komen, en ik de laatste tijd, met name in het weekend, erg veel nieuwe spellen speel, heb ik besloten een reeks van vier reviews te maken, en deze te sorteren naar educatieve waarde. Aangezien ik dit vorige week genoemd heb, heb ik besloten Dante's Inferno op de tweede plaats te zetten van de vier. Qua speelkwaliteit vind ik het moeilijk om een ranglijst te maken, aangezien het allemaal keuzes van mij zijn.

Deze week pakte ik mijn plastic gitaar weer uit het stof om Band Hero te spelen. Band Hero is weer een van de zoveel muziekgames die de laatste tijd zijn uitgekomen. Het verschil is dat Band Hero, in tegenstelling tot zijn voorgangers Guitar Hero III, Guitar Hero World Tour en Guitar Hero V (die ik wel gespaald heb maar niet gereviewd, omdat deze te veel op zijn voorgangers leek) is dat dit spel volledig gezinsgericht is. Waar de voorgangers vaak alleen maar rock en metal muziek bevatten, bevat deze game heel erg veel algemeen bekende liedjes en klassiekers.

En dit is heel erg leuk. Denk maar eens aan liedjes als Kung Fu fighting van Carl Douglas, of ABC van de Jackson Five. Dit maakt het spel ook leuk voor mensen die niet van de plastic instrumenten houden, of biedt in ieder geval een instapmogelijkheid.

Waar veel muziekspellen vaak ook alleen gespeeld worden om eigen prestaties te verbeteren, zijn in Band Hero de liedjes redelijk simpel gehouden, omvooral het speelplezier te benadrukken. Dit maakt dat Band Hero veel leuker is om met een stel vrienden of met de familie te spelen. Iedereen kent de liedjes, en kan daarom enthousiast worden om mee te spelen. Daarom is Band Hero zeker goed voor een paar avondjes plezier! Qua educatieve waarde zet ik hem op de derde plaats, maar het is sowieso altijd goed vermaak.

woensdag 17 februari 2010

Google apps voor het onderwijs

afbeelding Google Apps EducationVorige week ontving ik een persbericht waarin werd aangekondigd dat SURF, de een driejarige overeenkomst met Google gesloten zodat ook het hoger onderwijs gratis gebruik mag maken van de onderwijseditie van Google Apps. Dat betekent dat het hele onderwijsveld nu gratis kan beschikken over:
  • de Google messaging tools: Calendar, Talk en Mail (7GB mailbox per gebruiker, met een adres van de school. Dus: leerling@schoolnaam.nl),
  • de Google samenwerkingstools: Docs, Forms en YouTube,
  • de Google security tools: Anti Virus & Anti Spam.
Uitgifte en beheer van de accounts van docenten en studenten/leerlingen binnen de domeinnaam van de onderwijsinstelling, kan via de onderwijsinstelling zelf geregeld worden.

Onderwijsinstellingen krijgen daarbij:
  • een 99.9% SLA (wat betekent dat je de garantie krijgt dat de apps 99,9 % van de tijd in de lucht zijn),
  • Support voor admins
  • APIs & migratie tools (oftewel tools om je gegevens over te zetten van de ene toepassing naar een andere, of om de apps samen te laten werken met een andere applicatie die draait binnen je onderwijsinstelling).
Google biedt daarmee echt veel moois voor het onderwijs: je kunt gratis e-mailadressen aanmaken voor al je leerlingen, een gezamenlijke online kalender aanbieden, websites maken met Google en nog veel meer. Ik denk dat ik de meeste lezers van dit weblog niet hoef te overtuigen van het gemak van de Google apps. Bekijk anders nog even deze Kenniswiki van het ICLON in Leiden. Niet helemaal up-to-date, maar wel informatief!

Maar wat ik niet wist, is dat er al onderwijsinstellingen zijn die de Google apps integreren in andere programma's waar ze gebruik van maken. Zo kan je de Google apps als bouwsteentje inbouwen in de ELO Blackboard, en bij Moodle en It's Learning kan je de gebruikers van die beide ELO's synchronisatie met de Google apps, en ze met één wachtwoord (Single Sign On) in laten loggen op ELO èn Google apps. Dat wordt nog makkelijker als, zoals verwacht wordt, uitgeverijen van online content hun systemen toegankelijk gaan maken via OpenID. Met Google Apps heeft iedere leerling automatisch zo'n ID, waarmee ze dan dus in kunnen loggen op de content van die uitgevers.

Een andere mogelijkheid is dat je met Google Calender een rooster kunt maken voor de hele onderwijsinstelling die je vervolgens kunt laten synchroniseren met de calendars van je gebruikers. Zo kunnen docenten en studenten/leerlingen steeds op de hoogte zijn van de laatste roosterwijzigingen. Erg handig, vond ik.

Met de API's bij de apps zijn er natuurlijk nog veel meer mogelijkheden om de bestaande schoolsoftware te laten integreren met de Google apps. Wie voldoende programmeerkennis in de onderwijsinstelling heeft, kan zelf met de API's aan de slag. Heb je die kennis niet binnen de muren van je onderwijsinstelling, dan kan je een beroep doen op mensen die dat wel hebben. Ik hoorde van het bestaan van deze mogelijkheden met Google apps tijdens een presentatie van het bedrijf g-company op de beurs Onderwijs en ICT. Daar hoorde ik overigens ook dat Google (hopelijk) dit jaar een app wil aanbieden waarmee je kunt videoconferencen. Nu kun je bij Google alleen een één-op-één videogesprek voeren, met de tool die ze in de loop van dit jaar gaan introduceren kan je een videogesprek houden met meer mensen tegelijkertijd. Ook dat zou gratis beschikbaar moeten komen in de apps. Het is nog maar een gerucht, maar het zou wel fijn zijn als die app er komt!

Overigens ben ik me ook zeker bewust van de risico's van het werken met Google: je geeft Google toegang tot heel wat informatie als je al je leerlingen een mailbox bij Google geeft en ze daarmee laat werken. Persoonlijk vind ik dat risico niet opwegen tegen de gemakken van Google, en bovendien denk ik dat andere softwareleveranciers met een gelijksoortig aanbod niet veiliger zijn dan Google. Wat mij betreft is het dus niet zozeer de keuze: Google of een ander, maar meer de keuze: maak ik alleen gebruik van kleinschalige bedrijfjes, of accepteer ik dat ik de controle op dit gebied gedeeltelijk uit handen geef? Voor mij is de keuze duidelijk: ik ga wel met Google in zee, maar ik let wel op waarvoor ik het gebruik.

dinsdag 16 februari 2010

Spreekwoordenwedstrijd

klik hier om naar de wedstrijdsite te gaanBen je nog op zoek naar een laatste les voor de vakantie of een leuke les om na de vakantie weer mee te beginnen? Kijk dan eens of je iets kunt doen met de nieuwe wedstrijd van Wikikids. Daarin worden leerlingen uitgedaagd om van een spreekwoord of gezegde in een (al dan niet bewerkte) foto of een filmpje af te beelden. Daarbij mag het gaan om de figuurlijke betekenis van een spreekwoord, maar het is natuurlijk ook leuk om juist de letterlijke betekenis uit te beelden.

De wedstrijd wordt gestreden in maart en april, dus als je er nu aan begint, dan heb je alle tijd om er iets moois van te maken. Het lijkt me reuze leuk om te doen. Ik denk dan vooral aan spreekwoorden zoals 'als er één schaap over de dam is, volgen er meer', 'Als het kalf verdronken is, dempt men de put' of 'De hond in de pot vinden'.

Je kunt je leerlingen foto's laten maken, maar ik zou zelf gaan voor een klei-animatie oftewel stopmotion: een filmpje dat opgebouwd wordt door een aantal foto's achter elkaar te maken van kleifiguurtjes die tussen de foto's in steeds een klein stukje van plaats veranderen. Daarvoor is kant-en-klare software, bijv. iStopMotion voor de Mac (erg makkelijk in gebruik: je hoeft alleen op de spatiebalk te duwen om een filmpje te maken) of met Take5-animatiesoftware (30 dagen gratis op proef) of het gratis te downloaden (Vlaamse) programma Toyinima. Je kunt ook online zo'n filmpje maken, bijv. de Filmpjesmaker van Cinekid (wel even vragen aan de organisatie van Wikikids of je ook zo'n filmpje mag inleveren!). Met het (eveneens gratis) programma Unfreez kan je heel makkelijk een heleboel foto's achter elkaar zetten om er een animatie van te maken. Hoe dat moet en waar je het programma kunt downloaden, lees je hier.

Om inspiratie op te doen, hier een paar sites waar je veel spreekwoorden kunt vinden: Spreekwoorden.nl, Spreekwoord.nl, Vonscheven.net en deze site, waar je een heleboel spreekwoorden vindt die te maken hebben met scheepvaart. En op deze (Chinese?) site vind je een aantal Engelstalige geanimeerde spreekwoorden.

Laat je hier een berichtje achter met een link als je een foto of een filmpje over een spreekwoord maakt met je leerlingen?

maandag 15 februari 2010

Wallwisher: interactief aan de slag

Wallwisher is een programma waarmee je een digitale aanplakmuur kunt maken. Best handig, als je met een groep mensen op verschillende plaatsen een discussie wilt voeren of een brainstorm wilt organiseren. Maar ook voor gebruik in (laptop-)klassen, al dan niet in combinatie met een digibord of beamer, kan Wallwisher goede diensten bewijzen.
  • Tijdens een les kan je heel makkelijk en snel reacties vragen van leerlingen, zonder ze allemaal afzonderlijk aan het woord te laten. Handig dus voor een brainstorm. 
  • Wallwisher is ook handig als je leerlingen opdracht hebt gegeven om iets op te zoeken: een plaatje of een tekst. Met Wallwisher krijg je alle antwoorden netjes bij elkaar. Je kunt ook na afloop van een lessenserie leerlingen de opdracht geven om eventuele vragen over dat hoofdstuk achter te laten op de muur. Afhankelijk van het aantal vragen en de moeilijkheidsgraad van de vragen kan je de leerlingen individueel of in groepjes antwoord laten geven op elke vraag.
  • Wil je leerlingen een betoog laten schrijven? Vraag ze in de week daaraan voorafgaand om argumenten pro en contra te bedenken en laat ze die posten op de muur. Het schrijven van het betoog zelf wordt daarmee een stuk makkelijker!
  • Wallwisher leent zich ook voor het evalueren van een lessenserie of een cursus: wat vonden de leerlingen leuk en wat zouden ze op een andere manier willen leren? 
  • Als je leerlingen een filmpje hebt laten publiceren op internet, een foto of een audiobestand, dan kan je een link daarnaar opnemen in een berichtje. Zo stel je een prachtig klasse-portfolio samen van de creatieve uitingen van je klas.
  • Laat leerlingen voor de bespreking van een boek, een gedicht of een artikel een bericht op de muur plakken, eventueel voorzien van een link naar een afbeelding of een uitspraak o.i.d. die daarbij aansluit. 
Wallwisher kent ook een aantal beperkingen. Je kunt per bericht maximaal 160 tekens gebruiken, net zoveel dus als bij een SMS-bericht. Dat dwingt je om je tot de kern van de zaak te beperken, maar voor wie diep op de zaken in wil gaan, zal 160 tekens vaak echt te weinig zijn. Een ander nadeel van Wallwisher is dat je de informatie niet kunt exporteren naar een ander bestand of uit kunt printen. Je zult dus altijd online moeten zijn om die informatie te bekijken.

Wallwisher laat zich goed embedden in allerlei omgevingen. Ik kon het daarom niet laten om ook hier een muurtje te bouwen en jullie te vragen om op mijn muur een berichtje achter te posten. Ik ben heel benieuwd of er dingen zijn waarover jullie meer zouden willen lezen op dit blog. Laat je een berichtje achter op mijn muur?

vrijdag 12 februari 2010

Waarom lessen informatievaardigheden soms mislukken

Afbeelding van een 4 wheel drive-autoJe rijdt al jaren auto. En best goed, vind je. Autorijden is niet je hobby maar het brengt je wel waar je wezen wilt. Je rijdt al jaren schadevrij, je hebt nooit een bekeuring gehad en je komt altijd waar je wezen wilt. Op een dag rijd je op de snelweg: je bent onderweg naar een vriend en je hebt afgesproken samen het weekend door te brengen. Je hebt er zin in: nog maar een klein stukje in de auto en dan begint je weekend. Helaas: in je achteruitkijkspiegel zie je dat de politie achter je aan rijdt. De politie?? Je hebt je veiligheidsgordel om, je houd je aan de maximumsnelheid: wat kan er mis zijn? Dan gaat het bekende licht aan: stoppen!

Je zet je auto langs de kant van de weg en je draait je raampje open. Je vraagt de agent wat er aan de hand is. Is er misschien een alcoholcontrole? Je wilt best blazen want het is 's morgens 11 uur en je hebt alleen nog maar koffie op. De agent vraagt je om uit te stappen. Want, zegt hij: hij heeft je een tijdje gevolgd en hij vind dat het niet best gesteld is met je rijvaardigheden. Of je maar op les wilt gaan, want zo kan het niet langer. Je bent een gevaar op de weg, voor jezelf en anderen. Je zwabbert over de weg, vindt hij (maar daar ben je het helemaal niet mee eens), je hebt een rondje gereden (nou ja: je rijdt al jaren die route en volgens jou is het echt de snelste manier om bij je vriend te komen), en je zou er goed aan doen eens een andere auto te nemen (nou ja: hij is niet eens onder de indruk van jouw prachtige 4-wheel drive met flitsende beschildering!). Hij bied je aan dat je (helemaal gratis) bij hem een aantal lessen mag volgen. De eerste les, belooft hij, zal hij je eens haarfijn uit de doeken doen hoe je moet schakelen.

Wat zou jij doen? Neem je zijn aanbod aan en volg je direct de lessen en stel je het weekend met je vriend uit? Maak je een afspraak met hem om op een later moment de lessen te volgen? Of foeter je (stilletjes voor jezelf natuurlijk) de agent uit, zegt hem dat je graag naar je vriend toe wilt, echt geen les nodig hebt, dat je geen regel hebt overtreden en dat je ook zonder zijn hulp er ook wel zult komen?

Het klinkt natuurlijk vreemd, maar vergelijk het eens met lessen informatievaardigheden. Leerlingen brengen heel wat tijd door op internet. Ze halen er wat ze nodig hebben: privé en voor school. En daar slagen ze aardig in. Menig werkstuk is een samenraapsel van wat her en der gevonden wordt, en het gebeurt niet zelden dat die methode leidt tot een voldoende of hoger. Vaak zijn leerlingen best trots op het feit dat ze (bijna) altijd vinden wat ze zoeken, en de manier waarop ze dat doen. En ze kunnen best een tekstje schrijven in word en dat voorzien van het nodige beeldmateriaal. En dan krijgen ze ineens lessen in informatievaardigheden!

Soms worden die lessen geïntegreerd en moeten leerlingen informatie zoeken voor een werkstuk. Ze krijgen stap voor stap uitgelegd hoe ze moeten zoeken en hoe ze de gevonden informatie op waarde kunnen schatten. Wie de beste bronnen vindt, krijgt een hoog cijfer. De leerlingen gaan enthousiast aan de slag en zien hoe verschillend de informatie is die ze in de diverse bronnen vinden. Niet slecht, toch?

Ik vind van wel. Er wordt voorbij gegaan aan de kennis die de leerlingen zelf al hebben, en alle leerlingen doorlopen hetzelfde traject. En ze constateren wel in de les dat de waarde van de verschillende bronnen uiteenloopt, maar gedurende hun verdere schoolloopbaan, worden ze daarmee niet meer geconfronteerd, en het vinden van het juiste materiaal wordt als regel na die keer nooit meer beloond: het gaat (bijna) altijd alleen om het eindproduct.

Ik denk dat als je als school echt aan de slag wilt met informatievaardigheden, dat je leerlingen moet motiveren om hun vaardigheden te verbeteren door ze te laten zien dat het wat oplevert als je goed kunt zoeken. Je moet ze belonen voor wat ze al weten, bijvoorbeeld door ze aan elkaar te laten zien wat hun slimste zoektips zijn, en je moet ze steeds weer uitdagen om hun vaardigheden net één trapje hoger moet brengen dan waar ze op dat moment staan. Die ontwikkeling moet ze ook wat opleveren; liefst niet alleen in de vorm van een hoger cijfer, maar ook in hun privé leven. Bewust omgaan met informatie moet onderdeel van elke opdracht die ze krijgen en niet eenmalige actie, en prestaties op het gebied van informatievaardigheden moeten onderdeel zijn van de totale beoordeling.

Dat is niet eenvoudig: de school moet daarin beleid ontwikkelen. Er moeten afspraken gemaakt worden wat leerlingen op welk moment moeten weten en hoe dat wordt gemeten gedurende het hele schooljaar. Daarbij moeten goede opdrachten bedacht worden die geïntegreerd zijn in de vakken en die zowel beoordeeld worden op het eindresultaat als op het proces van informatie zoeken, beoordelen en presenteren. En er moeten afwegingen gemaakt worden, wanneer is het zinvol om leerlingen zelf te laten zoeken naar informatie en wanneer laat je ze aan de slag gaan met door de docent geselecteerde bronnen? Op welke manieren laat je ze de informatie verwerken en presenteren? Een tekst of een film, een werkstuk of een wiki, een weblog of een presentatie, een poster of een mindmap? En er moet lesmateriaal zijn dat op verschillende niveaus gebruikt kan worden, waarmee alleen ontbrekende vaardigheden worden aangeleerd en niet alle benodigde vaardigheden, en waarmee de leerling, zelfstandig of met hulp van medeleerlingen of de docent, zijn vaardigheden op een hoger niveau kan brengen.

Het ontwikkelen van zo'n beleid en alles wat daarbij hoort, is een hele klus, die op het eerste gezicht weinig oplevert. Of leerlingen informatievaardig de school verlaten wordt helaas niet of nauwelijks getoetst en scholen die investeren in het informatievaardig maken van hun leerlingen, ontvangen hiervoor geen extra geld. Desondanks zijn scholen over het algemeen wel overtuigd van het nut van informatievaardigheden. Wie in staat is een vraag te formuleren, de informatie kan vergaren om die te kunnen beantwoorden en dat antwoord op de juiste manier kan presenteren, heeft een goede uitgangspositie voor een loopbaan of een verdere studie. Leerlingen die goed kunnen zoeken hebben betere gereedschappen om te leren en verschillende presentatievormen houden de lessen gevarieerd en uitdagend, en het geleerde kan ook privé benut worden. Docenten kunnen inhoudelijk hogere eisen stellen omdat hun leerlingen in staat zijn de nodige achtergrondinformatie op te zoeken en ze zullen minder vaak geconfronteerd worden met plagiaat en fraude.

Tot slot van mijn betoog nog een paar voorbeelden voor opdrachten in zo'n leerlijn, en criteria waarop ze beoordeeld kunnen worden:
  • leerlingen bouwen gezamenlijk een bibliotheek van favorieten voor een bepaald vak en delen die via Delicious of Diigo of andere social bookmarking tools;
  • leerlingen schrijven een betoog dat helemaal bestaat uit citaten. Er wordt beoordeeld op het vinden van passende citaten en op de juiste bronvermelding;
  • leerlingen zoeken van een boek dat ze hebben gelezen twee boekbesprekingen en vergelijken die met elkaar. Er wordt beoordeeld op de manier waarop de bronnen zijn vergeleken: inhoudelijk en op basis van criteria zoals objectiviteit, actualiteit, kwaliteit van de afzender van de bron;
  • leerlingen maken in groepjes een Hyves-account voor een historische figuur uit een bepaalde periode en de groepjes laten die figuren met elkaar communiceren via hun Hyvespagina's. Het werk wordt beoordeeld op de reacties die ze geven op elkaar, en de keuze van de kanalen die ze gebruiken: een mededeling in de www heeft een andere impact dan een post in het Hyvesblog, en met een mailtje bereik je een ander publiek dan met een krabbel;
  • leerlingen ontwikkelen een virtuele reclamecampagne voor een zelf-bedacht t-shirt. Na verloop van tijd krijgen ze allemaal een virtueel bedrag dat ze moeten uitgeven aan producten van hun klasgenoten. Wie verkoopt de meeste producten en waarom?
Er zijn nog veel meer van dit soort opdrachten te bedenken waarbij informatievaardigheden en mediawijsheid geïntegreerd in de (andere) vakken worden aangeboden. Maar het allerbelangrijkste is dat informatievaardigheden een ongoing project is dat bij alle vakken thuis hoort!

Afbeelding van Allie's.Dad, gepubliceerd onder CC-by-nc-nd.

donderdag 11 februari 2010

Dante’s Inferno; reis door de Italiaanse hel

Door: Martijn van den Berg

Vreemd genoeg is het zo dat ik, nu ik een theoriemodule heb, ik veel meer tijd over houd. Heel erg veel vrije tijd af en toe. Nu zal dit wel veranderen later, omdat je natuurlijk ook moet leren voor de toetsen en je moduulopdracht moet maken, maar voor nu is het wel leuk om te genieten van de tijd die je hebt. In dit geval door een aantal spellen te gaan uitproberen. Te beginnen met het spel Dante’s Inferno.

Op het eerste gezicht lijkt dit weer een standaard veel te gruwelijke actiegame, maar wie diep kijkt ziet meer. Het spel is gebaseerd op een Italiaans gedicht La Divina Commedia. Dante weet ternauwernood van de dood te ontsnappen door de strijd met magere Hein aan te gaan. Als hij terugkeert, ziet hij zijn vrouw Beatrice weggesleept worden de hel in om te boeten voor alle aardse zonden die Dante heeft begaan. Hij houdt zielsveel van haar, en voelt zich schuldig dat een ander voor zijn zonden heeft moeten boeten, en gaat ook de hel in om zijn vrouw terug te halen.

In het originele gedicht was Dante geen kruisvaarder, maar dat maakt de game stoerder in dit geval. Opvallend is wel, dat je vaak regels geciteerd krijgt uit het gedicht, die je laten nadenken over de beslissing van het lot van mensen die je tegen komt: straffen of verlichten. Nu zal je deze keuze niet alleen kunnen maken over de verschillende mensen die aan Dante gerelateerd zijn, maar ook over historische mensen die zonden hebben begaan, zoals Marcus Antonius. Dit maakt de game zonder dat je het door hebt, aardig leerzaam.

Apart is dat aan de ene kant het spel erg leerzaam is, en aan de andere kant toch de lichaamsdelen van de zielen uit de onderwereld door de lucht vliegen. Alhoewel dit aan de ene kant controversieel lijkt, omdat je vaak educatieve spellen geschikt wil maken voor zoveel mogelijk mensen, maakt dat in dit spel de realisme en de stijl. En juist die combinatie maakt dat mensen dit zullen kopen, en dan onbewust iets zullen leren. Een hartstikke interessant spel dus!

woensdag 10 februari 2010

Kerpoof: om verhalen mee te vertellen

logo KerpoofKinderen verhalen laten vertellen kan inzetten voor heel veel leerdoelen. Maar niet ieder kind vertelt zomaar verhalen: het ene kind uit zich nu eenmaal makkelijker dan het andere, en het ene kind is meer tekstgericht, het andere is visueel ingesteld. Met de site Kerpoof kan je kinderen stimuleren om hun verhaal te vertellen. Met Kerpoof kunnen kinderen tekeningen maken, een stripverhaal of een filmpje.

Je krijgt daarvoor kant-en-klare achtergronden tot je beschikking en figuurtjes en objecten die je daaraan kunt toevoegen. De objecten zijn schaalbaar, en kunnen voorzien worden van een tekstballon en je kunt tekst toevoegen in een apart tekstvak. Je kunt in het ingebouwde tekenprogramma ook eigen figuurtje of object tekenen, en die toevoegen aan je tekening. Je kunt je tekeningen en verhalen online bewaren en kiezen of je die alleen voor jezelf houdt, of dat anderen jouw tekeningen mogen bekijken.

Als je een filmpje maakt, dan kan elk object een aantal handelingen uitvoeren. Poppetjes, beesten en andere figuren kunnen van het ene naar het andere punt lopen, lachen of verdrietig kijken, dansen, springen enz., andere objecten maken andere bewegingen: een tas kan bijv. wiebelen en een telefoon rinkelen. De hele scène kan voorzien worden van regen of sneeuw, en je kunt een muziekje toevoegen: een een klein stukje van de film, een scène of de hele film. Een filmpje kan je niet op je eigen p.c. opslaan: die kan je naar keuze voor jezelf online bewaren of delen met anderen.

Kinderen maken de leukste dingen met Kerpoof. Het stimuleert ze in hun creativiteit en het biedt mogelijkheden om ze te laten vertellen wat ze bezig houdt. Ze zijn bezig met taal èn met tekenen, met kleur en perspectief, en als je met ze mee nadenkt over waarom bij het aanvragen van een account het e-mailadres van hun ouders wordt gevraagd en wat ze wel en wat ze niet online zetten, dan worden ze ook weer een beetje mediawijzer!

Hieronder een filmpje van een leerkracht die een alfabetboek maakt voor zijn leerlingen. Wie maakt er met Kerpoof een Nederlandstalig alfabetfilmpje voor op het digibord? Wie het maakt en hier meldt, krijgt van mij een boek over video en televisie maken.

dinsdag 9 februari 2010

E-boeken en pdf bibliotheek

Ook al doe ik weinig meer met mijn oude vak van bibliothecaris: ik ben nog wel altijd van het type van dingen verzamelen en in mapjes stoppen. Best handig, overigens: ik kan bijna altijd de bestanden terugvinden die ik nodig heb. Zo bewaar ik keurig al mijn pdf-documenten en e-books in mapjes op mijn p.c., en als ik tijd heb om te lezen maak ik een selectie daaruit die ik overzet op mijn e-reader en onderweg lees. Ik zit daarom zelden zonder interessant 'leesvoer'.

Maar het ordenen van documenten in mappen biedt natuurlijk maar heel beperkte mogelijkheden om je informatie terug te vinden. Je zult immers een document als regel maar in één mapje opbergen, terwijl je vaak op verschillende ingangen wilt zoeken: de schrijver van een document, de uitgever, een aantal trefwoorden, misschien een jaartal enz. Gelukkig is er een gratis pakket om een bibliotheek te maken van e-boeken: Calibre. Net als bij een bibliotheek van gewone boeken kan je in een Calibre-bibliotheek je boeken beschrijven: je kunt er een auteursnaam aan hangen, het document voorzien van een titel, een uitgever, een ISBN-code (dat geldt uiteraard alleen voor boeken en niet voor PDF-bestanden) een datum, en net zoveel trefwoorden als je zelf wilt. Heerlijk: het voelt bijna weer alsof ik werk met een kaartenbakje ;-)

Als je e-boeken in Calibre opneemt, kan de software, op basis van auteur en titel, automatisch aanvullende informatie ophalen van het web: een korte beschrijving, bibliografische informatie, de omslag enz. Bovenaan in het scherm van Calibre zie je en screenshot van de PDF-bestanden, en - indien mogelijk - het omslag van de boeken die je hebt opgenomen.

Je kunt in Calibre aangeven welke reader je gebruikt. Als je een bestand overzet naar je reader, gaat de software na of het bestand op je p.c. leesbaar is voor die reader. Als dat niet het geval is, wordt het bestand geconverteerd naar een formaat dat voor jouw reader wel leesbaar is. Jammer is dat mijn reader, een iRex, niet is opgenomen in het overzicht. Misschien dat dat gebeurt bij een nieuwe versie: de iRex schijnt sinds kort verkrijgbaar te zijn op de Amerikaanse markt.

Je kunt met Calibre ook bestanden ophalen van verschillende digitale kranten om ze onderweg op je e-reader te kunnen lezen. Voor Nederland zijn dat o.a. het AD, De Volkskrant, Trouw en NRC Next. Ik zal dat weinig gebruiken: ik gebruik mijn reader bijna alleen voor pdf-bestanden.

Calibre vind ik niet alleen handig voor wie een e-bookreader heeft: je kunt het ook gebruiken om een collectie pdf-bestanden op je p.c. te ontsluiten. In Calibre zit een ingebouwde lezer. Handig voor wie geen reader heeft en maar ze wel wil lezen. Ik denk wel dat dat heel vermoeiend is, maar daarmee heb je wel toegang tot behoorlijk wat boeken.

Al met al vind ik Calibre wel een handige manier om mijn pdf'jes te ontsluiten en bij elkaar te houden voor mijn e-reader. En het is best lekker om me zo af en toe weet bibliothecaris te voelen ;-)

maandag 8 februari 2010

Salinger en andere Amerikaanse schrijvers

omslag boek Catcher in the ryeHij stond op mijn literatuurlijst, destijds: Catcher in the Rye, van Salinger. Het hoort nog altijd tot de klassiekers en misschien is zijn dood een goede reden om nog eens te kijken naar zijn werk en - wie weet - in afwachting van zijn (nog) niet gepubliceerde werk. Ter voorbereiding daarop vond ik twee heel informatieve sites over Salinger: eentje van de BBC en eentje van Shmoop.

Vooral de laatste site vind ik prachtig. Je vindt er achtereenvolgens:
  • een (korte) introductie op wie Salinger was en waarom hij belangrijk is. Daarbij proberen de makers van de site zoveel mogelijk aan te sluiten bij de wereld van de leerlingen/studenten die met deze site moeten werken,
  • een biografie,
  • feiten en weetjes,
  • opvallende uitspraken van Salinger,
  • een opsomming van opleiding, banen en het literaire werk van Salinger (een soort CV dus, onder de noemer 'Would you hire J.D. Salinger for a job?'),
  • een tijdlijn van het leven van Salinger,
  • links naar bronnen op het web over Salinger (o.a. boekrecensies, videomateriaal, primaire bronnen (die helaas niet altijd zonder - betaald - abonnement zichtbaar zijn) en muziek),
  • een overzicht van de bronnen die zijn gebruikt om alle informatie over Salinger op te schrijven,
  • een pagina waar je je mening kunt geven, vragen kunt stellen of op vragen en opmerkingen van anderen kunt reageren.
Bij de Teacher Resources vind je nog een heleboel tips en opdrachten die je kunt geven bij het boek. Als je een account aanmaakt bij Shmoop krijg je tips hoe je een essay kunt schrijven, en je kunt het essay online opslaan. Bijzonder handig vind ik ook de knop 'Cite this page' die aangeeft hoe je op in je eigen werk op de goede manier kunt verwijzen naar de pagina die je aan het bekijken bent.

Shmoop heeft niet alleen informatie over Salinger: er staan zo'n 250 auteurs/boeken in, variërend van klassieke tot actuele werken. Er is ook nog een apart hoofdstuk over Amerikaanse poëzie.

Op Shmoop is ook informatie te vinden over andere onderwerpen:
  • US history
  • Civics,
  • Biography (vooral schrijvers, maar ook een aantal Amerikaanse presidenten),
  • Music, met 33 klassiekers, vanaf de Beatles, tot Prince.
De site is nog in opbouw: op verschillende plekken wordt je de vraag gesteld of je suggesties hebt voor nieuwe content. Dus als je nog plannen hebt voor de Engelse lessen voor de bovenbouw: stel je vraag!

O, en mochten je leerlingen het vervelend vinden om boeken te lezen, wijs ze dan eens op Audio-owl. Daar kan je gratis audio-boeken downloaden die je kunt afspelen op je iPod. Helaas geen Salinger, maar wel een heleboel andere boeken. Dat leest vast makkelijker weg dan de papieren versie!

Afbeelding van lungstruck, gepubliceerd onder CC-by-sa-nc.

vrijdag 5 februari 2010

EnerCities

Screenshot van het spelHet spel EnerCities is al een tijdje te spelen via Facebook, maar nu is het voor iedereen en in maar liefst 6 talen beschikbaar. Het spel is geschikt voor leerlingen vanaf de onderbouw VO. Met wat hulp kan het ook gespeeld worden door leerlingen uit de bovenbouw van het PO.

EnerCities lijkt een beetje op SimCity: bij beide spellen moet je een stad bouwen. Bij de eerste versie van SimCity is dat een complexe organisatie: je moet niet alleen zorgen voor wegen en huizen, maar ook voor waterleiding en elektricitiet, voor scholen, politie en brandweer en natuurlijk moet er ook voldoende werkgelegenheid zijn. Terwijl je druk bezig bent om je bewoners te voorzien van alles wat een stad nodig heeft, bedreigen allerlei rampje je stad: er kan een overstroming komen of een brand uitbreken, en als je je inwoners niet tevreden stelt, dan dreigen er opstandjes. Simcity was/is zeker geen spel dat je 'even' speelde: het is een hele uitdaging om het goed in de vingers te krijgen.

Ook bij EnerCities moet je een stad bouwen waar mensen op een beetje prettige manier kunnen leven: omdat er voldoende huizen zijn, ze in een groene omgeving wonen, er voldoende energie is en waar ze kunnen werken om geld te verdienen. Daarbij is er voortdurend aandacht hoe je je stad zo duurzaam mogelijk kunt maken: bouw je een kolencentrale of maak je gebruik van windenergie? En koop je voor je bewoners spaarlampen, of plaats je zonnecellen op de daken? Je kunt bijna alle gebouwen duurzamer maken, maar dat kost natuurlijk wel geld, dus je moet wel zorgen dat je bewoners dat geld kunnen verdienen.

Al met al is EnerCities een spel dat lekker vlot en makkelijk wegspeelt. Het voordeel daarvan is dat het spelen van het spel makkelijk in te passen is in een les, of als huiswerkopdracht meegegeven kan worden. Het nadeel is dat het spel al snel verveelt, zeker voor de ervaren gamer. Voor die groep zou ik liever het spel SimCity Societies inzetten, waarin het niet alleen gaat over duurzame energie, maar ook over een duurzame sociale omgeving.

Of je wat kunt leren van dit soort spellen, staat voor mij buiten kijf. Of je er ook echt wat van leert, hangt af van een heleboel factoren: of je geïnteresseerd bent in het verhaal achter de game (je kunt EnerCities heel makkelijk spelen zonder te letten op de tekst, maar alleen op de cijfers), of de informatie in het spel aansluit bij je eigen kennis, of de game je voldoende informatie geeft en je voldoende spelvaardigheid hebt of eigen kunt maken om het spel uit te kunnen spelen, en of je in staat bent om wat je in het spel ziet of leest te vertalen naar je eigen leven. Een docent kan daarin een cruciale rol spelen: door een goede inleiding te geven op het spel, door inspirerende opdrachten te geven aan de spelers en door het spelen zo te organiseren dat de spelers voldoende ondersteuning krijgen om het spel uit te kunnen spelen, en door achteraf ervoor te zorgen dat wat (impliciet) in het spel geleerd is, expliciet te maken.

Een paar tips: zet een klassecompetitie op (wie haalt de hoogste score) of laat leerlingen in groepjes bepaalde opdrachten uitwerken, bijv. het vergaren van zoveel mogelijk geld of zo zuinig mogelijk omgaan met je grondstoffen of geef ze de opdracht om eerst een regio in Nederland te kiezen waar volgens hen energiezuinig wordt geleefd en laat ze dan het spel zoveel mogelijk 'naar waarheid' spelen. Of vraag de groepen elk de beste strategie bepalen, en laat die vervolgens door een ander groepje spelen. Zet leerlingen die veel game-ervaring hebben in als begeleiders van de teams. Speel het spel met behulp van een beamer of digibord en bespreek (kort, want anders gaat de vaart uit het spel) de keuzes die gemaakt worden. En - last but not least - betrek de leerlingen bij de manier waarop het spel wordt ingezet. Ze zullen je zeker goede adviezen geven! Mocht je daarna nog dieper op het onderwerp in willen gaan met je klas, kijk dan even op de PO-themasite over duurzaamheid, of de VO-themasite over duurzaamheid van Kennisnet.

donderdag 4 februari 2010

De studentenvereniging

Door: Martijn van den Berg
Ik heb het expres niet gedaan. Ik heb vanaf het begin af aan sociaal altijd mijn hachje kunnen redden. Ik heb het natuurlijk over de studentenvereniging. Toch is het wel grappig dat vooral de wat meer sociale types ook vaak bij de studentenvereniging gaan. Nu lijkt dat onlogisch, maar dit zijn vaak zelfs de types die in het dispuut gaan, een vorm van betrokkenheid, waarbij je heel erg betrokken moet zijn. Een kleine beschrijving van de studentenvereniging van Leeuwarden.

Het begint allemaal bij de inschrijving. Je moet een bepaald bedrag in de maand betalen om ingeschreven te zijn. Vervolgens begin je met een, naar vergelijking, kleine ontgroening, waarvan ik er nog steeds niet achter ben gekomen wat die nou eigenlijk in Leeuwarden is. Ik weet wel dat het een week duurt, en dat mensen opgelucht zijn als ze het achter de rug hebben.

Dan begint het leven bij de studentenvereniging. Je moet een paar keer in de maand koken of bar draaien. Dit gebeurt vooral bij de mensen die er net in zitten, en je zal dus veel tijd kwijt zijn in het begin, zeker als je daarnaast ook nog van je lidmaatschap wilt profiteren.

Veel mensen kiezen er dan ook voor om bij een dispuut te zitten, wat dus eigenlijk een van de verschillende secties is binnen een studentenvereniging. Ieder dispuut heeft zijn eigen trui en dus teken. Om hier bij te komen is al helemaal een procedure van een paar weken. Men moet door te brassen, discussieren om daarna iemand bij de kraag om te trekken, genoeg krediet verdienen om bij de studentenvereniging te horen. Deze procedure is lang en neemt veel vrije tijd en avonden in beslag.

Eenmaal daar, zijn er weinig mensen die ooit nog bij de vereniging weg gaan, en weinig mensen die niet tevreden zijn. Uiteindelijk betekent een studievereniging in het begin hard werken, en dat er veel gebruik van je gemaakt wordt, maar uiteindelijk hebben veel mensen er plezier van. Voor mij blijft het niets, omdat het ten koste zou kunnen gaan van mijn studie. En dat wil ik natuurlijk niet.

woensdag 3 februari 2010

Cartoons voor op je website

Afbeelding gemaakt door Marina NoordegraaffIk weet het: ik ben vaak lang van stof, en mijn teksten zijn meestal veel te lang om lekker op het web te kunnen lezen. Dat is de reden waarom ik bij ieder blogje een afbeelding plaats: daarmee probeer ik het mijn lezers iets makkelijker te maken om die hele lap tekst te verwerken ;-)

Als ik nog langere teksten schrijf (bijvoorbeeld voor een cursus) dan verlevendig ik die graag met een cartoon. Dat is best lastig: heel veel cartoons zijn auteursrechtelijk beschermd en ik overtreed niet graag de regels. Maar soms ga ik in de fout. Zo zette ik onlangs een cartoon online waarop auteursrecht berustte. Ik dacht dat ik die auteursrechten kon ontwijken door de cartoon niet zelf te herpubliceren maar door de link naar die cartoon in de HTML-code op te nemen. Gelukkig werd ik erop gewezen dat ook dat niet toegestaan is. Uiteraard heb ik de cartoon toen weggehaald, maar een nieuwe kon ik niet zo gauw vinden. Maar ook daarbij werd ik geholpen: ik kreeg een aantal links naar websites met cartoons die onder een Creative Commons licentie beschikbaar worden gesteld: Noise to Signal (van Rob Cottingham), Blaugh en Geek en Poke. Dat leverde me meer dan genoeg materiaal op, en ik heb dus de sites in mijn favorietenlijstje van CC-beeldmateriaal gezet.

Met veel dank aan Marina Noordegraaf, expert op het gebied van naar informatievaardigheden, copyright & creative commons, digitale identiteit, de wet op internet, informatiebewustzijn èn maker van prachtig beeldmateriaal, die me alle tips en links gaf, en me ook nog aanbod om een van haar eigen foto's voor de website mocht gebruiken.

Afbeelding van verbeeldingskr8, gepubliceerd onder CC-by-nc-sa.

dinsdag 2 februari 2010

Resonance: een muziekspel

screenshot van het spel ResonanceDe winnaars van de Global Game Jam, een belangrijke wedstrijd voor (aankomende) gamedesigners, zijn bekend. In de Global Game Jam ontwerpen teams van gamedesigners en studenten 48 uur - non stop - samen aan een spel. Op zich al een hele prestatie om in zo korte tijd een heel spel te ontwerpen en te bouwen, maar het is nog knapper als je ziet wat mensen in die toch relatief korte tijd kunnen maken. Ik kan het niet nalaten om er hier wat over het winnende spel te vertellen, ook al heeft het niet zoveel met onderwijs te maken. Maar leuk is het wel, het spel Resonance.

In het spel Resonance moet je in elk level de weg naar de uitgang vinden. Je doet dat door van het ene muurtje naar het andere muurtje te springen. Er zijn rode, blauwe, groene en gele muurtjes. Om van het ene naar het andere punt te komen maak je gebruik van die muurtjes. Soms heb je te weinig muurtjes; dan moet je eerst een gekleurde muzieksleutel ophalen. Met die muzieksleutel kan je het bijbehorende muurtje opbouwen of juist weghalen. Door slim gebruik te maken van de muurtjes kan je naar het volgende level komen. Als je een muzieksleutel hebt opgehaald, hoor je dat aan de muziek. Ik vind dat een leuke toevoeging, alhoewel ik na verloop van tijd wel een beetje genoeg kreeg van de muziek. Dat zou wat mij betreft daarom nog verder uitgewerkt mogen worden in een (hopelijk uit te brengen) verder uitgewerkte versie van het spel.

Het spel is gratis te downloaden van de site van de Global Game Jam. Ik kan je aanraden om het eens te spelen. Na het downloaden van het zip-bestand moet je het unzippen. Klik op het bestand game jam game.html om het spel op te starten, en spelen maar.

De andere winnaars van de Global Game Jam vind je op de wedstrijdsite. Je kunt daar ook het juryrapport lezen. Veel plezier!

maandag 1 februari 2010

Handleidingen

afbeelding van een vraagtekenScholen vragen me nogal eens om handleidingen. Voor het werken met Skydrive, met Google Maps of voor het omzetten van bestanden naar een pdf-formaat, het opstellen van een enquête, hoe je grote bestanden kunt verzenden en nog veel meer. Ik heb die handleidingen niet paraat, maar er zijn gelukkig wel mensen die dit soort handleidingen verzamelen. Op hun collecties doe ik graag een beroep. Hier een lijstje van mijn favorieten:
Natuurlijk kan je ook zoeken naar handleidingen met een zoekmachine: als je zoekt op het onderwerp en daaraan het woord 'handleiding' toevoegt (of 'tutorial', 'howto' of andere synoniemen), dan vind je ook vaak veel. Maar van bovenstaand lijstje maak ik zelf vaak gebruik!

Afbeelding van 姒儿喵喵, gepubliceerd onder CC-by-nc-sa.