vrijdag 25 april 2008

Kunstboek of boekkunst

Kunstwerk van Brian DettmerVia het weblog van Mees! (een van de voorlopers op onderwijsblog- en podcastgebied) kwam ik terecht op deze site waar (vind ik) prachtige kunstwerken zijn gemaakt met boeken.

Ik bedacht dat ik wel vaker (kunst-)objecten had gezien die gemaakt waren van boeken. Waarom boeken blijkbaar de geesten van beeldend kunstenaars prikkelen weet ik niet, maar het leek me wel leuk om de laatste dag voor de vakantie eens een paar van dit soort objecten naast elkaar te zetten. Niet nuttig misschien, maar wel leuk en een stimulans om de komende vakantie het boek eens met andere ogen te bekijken.

Klik maar eens hier of hier, hier of hier of op deze site waar je een heleboel boekkunstwerken bij elkaar vindt. Er is ook meubilair gemaakt met boeken: een boekenkast, nog een boekenkast en nog een boekenkast, zelf-maak tafelpoten, een console en hier een tentoonstelling van boekmeubilair.

En ik ben natuurlijk heel benieuwd hoe de beeldende kunst straks omgaat met de nieuwe media ;-)

p.s. De komende weken nemen Martijn en ik vakantie van dit weblog; het volgende blogje is te lezen op 13 mei!

donderdag 24 april 2008

Digitale leeromgeving; top of flop

Door: Martijn van den Berg

Naar de website van TeletopEergisteren, 22 april, was ik uitgenodigd om een praatje te houden bij het bedrijf TeleTop, een bedrijf dat zich bezig houdt met digitale leeromgevingen. Een digitale leeromgeving is een soort website waar zowel leerlingen als leraren samenwerken om digitaal hun taken op te slaan, waar mensen kunnen discussieren over huiswerk en nog veel meer functie. Ik had voorheen nog nooit zo iets gezien, en was eigenlijk wel geïnteresseerd, als ik dan toch daar een presentatie moest geven, om uit te vinden hoe zo'n digitale leeromgeving nou eigenlijk gebruikt kon worden in het onderwijs, en wat nu de voordelen en de nadelen zijn.

Ik volgde daar een presentatie van een docent Nederlands die deze digitale leeromgeving fanatiek gebruikt. Op het eerste gezicht leek deze toepassing me ideaal. Als je bekijkt dat je je taken zo kan uploaden, dus geen moeite meer met dingen die je vergeet of dingen die je kwijtgeraakt bent. Bovendien kan je ieder moment opzoeken of je opdracht al nagekeken zijn en wat je cijfers zijn. Het vergt natuurlijk een grote aanpassing van zowel leraar als leerling om met een digitale leeromgeving te werken, maar dat is slechts een kwestie van tijd.

Grote probleem voor mij van deze digitale leeomgeving is de plagiaatdetectie. Plagiaatdetectie is iets waarvoor leerlingen bang zijn, niet omdat ze zo veel van internet halen, maar omdat ze bang zijn dat ondanks dat ze niets van internet hebben, ze er toch uitgepikt worden door dat programmaatje. De leraar die aan het presenteren was had het wel over het creatief gebruik maken hiervan, maar dan nog steeds heb ik liever niet dat de computer me controleert. Tweede probleem van een digitale leeromgeving is dat sommige leraren misbruik hiervan kunnen maken door heel veel opdrachten op te gaan geven en vervolgens in het overzichtje te zien wie het niet gemaakt heeft, en deze dan vervolgens nog meer werk geven. Het blijft iets waar je goed mee moet kunnen omgaan.

Een digitale leeromgeving is iets dat al veel gebruikt wordt, en ik denk dat het een grote mogelijkheid voor de toekomst is. Ik had voordat ik naar deze gebruikersdag ging een bepaald beeld van een digitale leeromgeving en dat is totaal veranderd door deze dag. Het bevat veel voordelen voor de creatieve leraren onder ons. Maar je moet wel met zowel leerling als leraar de beste manier vinden om de leeromgeving te gebruiken. Want uiteindelijk gaat het er om om iets te leren, en niet om de perfecte leerling te zijn.

woensdag 23 april 2008

Oorlogspropaganda

Naar de tool om zelf een oorlogspropagandafilm te makenBinnenkort is het weer 4 en 5 mei. Ik vind het nog altijd een moment om bij stil te staan omdat er nog zo verschrikkelijk veel oorlog in de wereld is. Hoe je bij jongeren het onderwerp bespreekt vind ik lastig. Sommigen vinden het heel erg een ver-van-hun-bed show; anderen vinden het een saai onderwerp en soms oubollig onderwerp. Ik was daarom blij met de vondst van de Propaganda Filmmaker: een tool om zelf een promotiefilm te maken waarin je het Amerikaanse volk duidelijk maakt waarom het belangrijk was dat de VS zich mengde in de Tweede Wereldoorlog.

Voor het maken van de film maak je gebruik van beeld- en geluidmateriaal uit die tijd. Je kunt zelf bepalen hoe je de beelden combineert. Je zou bij deze website verschillende opdrachten kunnen. Je zou bijvoorbeeld leerlingen kunnen laten nadenken over de vraag of zij vinden dat het optreden van de VS een goede zaak was of niet en of ze ook parallellen kunnen trekken naar inmenging in oorlogsgebieden zoals dat nu gebeurt. Daarna kunnen ze dan met de tool op de website een film maken die hun standpunt promoot.

Je zou ook leerlingen de opdracht kunnen geven om de beelden op de site te bekijken en te ontdekken of de beelden objectief of subjectief zijn en waarom. Als het subjectieve beelden zijn dan zou je ze kunnen vragen om op internet te zoeken naar beelden die het tegenovergestelde subjectieve beeld laten zien van het ingrijpen van de oorlog.

Een derde opdracht zou kunnen zijn dat leerlingen hun eigen mening geven over inmenging in buitenlandse zaken. Dat kan oorlogssituaties betreffen, maar ook een (economische) boycot (Olympische Spelen). Als ze een standpunt hebben gekozen kunnen ze een campagne bedenken en uitwerken om hun mening uit te dragen: eerst moeten ze bepalen wie de doelgroep is van de campagne (leerlingen, docenten) en vervolgens welke media ze gaan gebruiken (bijv. schoolkrant, internet) en welke middelen (posters, website, weblog, film). Om zich te oriënteren hoe beelden gebruikt kunnen worden om een visie neer te zetten kunnen ze beelden van de Propaganda Filmmaker bekijken.

Met deze tool kun je leerlingen niet alleen na laten denken over zaken als oorlog en pacifisme, maar ervaren ze ook de macht en de onmacht van de media.

dinsdag 22 april 2008

Informatievaardigheden: alles of niets

Naar het tijdschrift OnderwijsInnovatie van maart 2008In het blad OnderwijsInnovatie van afgelopen maart stond een boeiend artikel over informatievaardigheden. Twee onderwijsmethodes waarbij werd geleerd om internetinformatie te beoordelen werden vergeleken. Bij de ene onderwijsmethode lag de focus op het proces van informatieproblemen oplossen (waarbij de leerlingen stap voor stap door het proces werden geloodst); bij de andere methode werden de gebruikte websites besproken en beoordeeld door de leerlingen een mindmap te laten maken. Beide lesmethodes bleken rendement te hebben: leerlingen waren naderhand beter in staat zoekresultaten, informatie en websites te beoordelen.

Deze uitkomsten verbaasden mij niet: toen ik nog mediathecaris was heb ik vaak genoeg leerlingen zien worstelen met het zoeken en beoordelen van informatie en met een paar tips konden ze vaak al een eind op weg geholpen worden. Maar, stelde het artikel, de vooruitgang die werd geboekt met beide lessenseries was niet optimaal: die kon nog wel verbeterd worden. Het artikel besloot dan ook met een aantal do's en don'ts voor docenten die met hun leerlingen aan de slag willen met informatievaardigheden. Hierbij een samenvatting van de aanbevelingen met daarbij mijn bedenkingen en opmerkingen:
  1. Leerlingen extrinsiek motiveren. Leerlingen zien vaak niet de noodzaak van het aanleren van informatievaardigheden. Vaak denken ze dat ze die vaardigheid al wel beheersen. In het artikel wordt daarom gesteld dat het geven van een cijfer een belangrijke stimulans kan zijn. Ik voeg daar graag aan toe dat het belangrijk is dat leerlingen een keer ervaren dat hun eigen vaardigheden op dit terrein tekort schieten. Wie één keer goed de mist in is gegaan doordat hij zijn werkstuk baseerde op onjuiste informatie zal zeker gemotiveerd zijn om een volgende keer niet in dezelfde kuil te vallen;
  2. Gebruik gehele taken. In het artikel wordt het advies gegeven om de leerlingen elke keer alle stappen van het informatieproces te laten doorlopen en af te laten ronden met een eindproduct. Met dit advies ben ik het maar gedeeltelijk eens: ik denk namelijk dat het niet altijd haalbaar is om dat te doen en dat soms volstaan kan worden met het doorlopen van een deel van het proces. Je kunt het proces ook opdelen in deeltaken en die door verschillende groepen leerlingen laten uitvoeren of opdrachten geven waarbij stappen door de docent worden ingevuld. Wel zal m.i. elke taak afgerond moeten worden met een bruikbaar eindproduct. Dat hoeft niet altijd een website te zijn: een lijst met gezamenlijk gevonden en beoordeelde favorieten voor een bepaald kan voor leerlingen veel waarde hebben voor de rest van hun (school-)loopbaan.
  3. Neem de tijd voor discussies en evaluaties;
  4. Gebruik niet alleen maar internet. Teveel bezig zijn met internet zorgt, volgens het artikel, voor een overkill bij de leerlingen en een daling in hun motivatie. Dat lijkt me een waarheid als een koe: dat geldt voor alles waar 'te' voor staat. De schrijvers van het artikel geven het advies om internetopdrachten af te wisselen met andere opdrachten zoals het schrijven van een samenvatting. Ik zou daaraan willen toevoegen: er zijn meer bronnen dan alleen internet. En daarbij denk ik niet alleen aan boeken, maar ook aan musea en archieven en allerlei organisaties en experts. Immers, dankzij internet is het heel makkelijk geworden om hen te raadplegen;
  5. Neem niet teveel nieuwe dingen tegelijk: om leerlingen het proces ben het beoordelen en presenteren van informatie goed te kunnen laten doorlopen moeten ze over een aantal basisvaardigheden beschikken, zoals bijvoorbeeld het kunnen schrijven van een artikel. Dit advies loopt volgens mij parallel aan het advies om altijd alleen maar gehele taken te geven aan de leerlingen (advies 2). Volgens mij is het vooral belangrijk om leerlingen betekenisvolle opdrachten te geven, en tegelijkertijd duidelijk te maken op welke criteria hun werk beoordeeld worden. Als het belangrijk is dat leerlingen een goed lopend artikel schrijven, dan moet de beoordeling vooral op dat punt gebeuren. Is het daarentegen vooral belangrijk dat leerlingen informatie leren beoordelen, dan moet gekeken worden welke betekenisvolle taak daaraan gekoppeld kan worden en dan is het logisch dat het werk van de leerlingen vooral op dat punt focust;
  6. Doe het niet alleen: informatievaardigheden moeten door alle vakken en alle niveaus van de schoolloopbaan aangeleerd worden. Met dit advies ben ik het voor 100% eens: vaardigheden leer je niet door een boekje te bestuderen en ook niet door ze één keer in de praktijk toe te passen. Vaardigheden krijg je alleen onder de knie door te steeds opnieuw weer te oefenen, in steeds andere situaties. En, voeg ik daar nog aan toe: informatievaardigheden gaan niet alleen over websites, maar ook over weblogs. En ook over films en foto's en natuurlijk ook games!
Wie meer wil lezen over informatievaardigheden en hoe je leerlingen kunt helpen bij het aanleren van deze vaardigheden verwijs ik graag naar het artikel. Het hele tijdschrift kan online gelezen worden. Je kunt ook een gratis abonnement aanvragen: zeker de moeite waard!

maandag 21 april 2008

Swinxs

Naar de site van SwinxsJa, ik heb 'm: de Swinxs! De Swinxs is een 'spelcomputer' die bedoeld is voor buiten. Er is een centrale unit die het spel aanstuurt. De spelers krijgen elk een armbandje om dat door de centrale eenheid herkend wordt. Als je jezelf bekend maakt bij de centrale eenheid kun je zelf kiezen welk spel je wilt spelen of je kunt je laten verrassen door de computer.

Het zijn nog niet de meest vernieuwende spelletjes die je speelt met Swinxs, maar ik gok dat het aantal spellen snel uitgebreid zal worden. Al was het maar omdat je van de site ook de software kunt downloaden waarmee je zelf spellen kunt maken. Dat lijkt me overigens nog helemaal niet makkelijk maar ik weet dat er een heleboel mensen zijn die veel slimmer zijn dan ik en ik reken er dan ook op dat deze mogelijkheid wel benut zal worden. De basisset van Swinxs is niet duur: je betaalt 149 euro voor één basiseenheid met 4 armbandjes. Een basiseenheid kan maximaal 10 armbandjes herkennen. Een set van vier losse armbandjes kost ca. 10 euro. Nieuwe spellen kunnen gratis gedownload worden van de site. Bij aankoop staan op de basiseenheid een aantal spelletjes geïnstalleerd:
  • Ren je Rot (zo snel mogelijk een zelf gekozen parcours afleggen),
  • DarkSwinxs (waarbij je geblinddoekt je armbandje moet neerleggen, en later weer oppakken),
  • SwinxsCircle (een variant op stoelendans),
  • Tijdbom (probeer als laatste je armband door de basiseenheid te laten scannen voordat de tijdbom afgaat),
  • Quiz (multiple choice; bij het goede antwoord laat je je armband scannen door de centrale unit),
  • Jukebox (niet echt een spel, maar een aantal muziekjes. Je kunt ook zelf muziek downloaden op je Swinxs).

Swinxs lijkt sterk op een product dat in Nederland wordt gedistribueerd door Yalp: Smartus. Ook daar heb je een centrale eenheid die spellen aanbiedt, alleen heb je er in dit geval geen armbandje voor nodig maar tags. Daarnaast heeft Smartus ook nog i-posts: paaltjes waar je langs kunt lopen waarmee extra informatie of opdrachten in het spel gebracht worden, en een springmat. Ook voor Smartus kun je zelf spellen maken en naar wat ik daarvan heb gezien is dat een stuk makkelijker dan voor de Swinxs. Wat betreft kwaliteit en spelplezier lijkt Smartus op dit moment sterker dan Swinxs, alleen: Smartus is héél veel duurder!

Ik ben daarom blij dat de Swinxs er is. Ik hoop wel dat er nog veel meer spelletjes komen: zowel recreatief als educatief. Spellen waarbij de regels van videogames worden toegepast: spellen waarbij er niet één oplossing is maar meer oplossingen, spellen die langzaam maar zeker moeilijker worden, spellen met een verhaal als basis, en spellen waarbij er interactie is tussen het spel en tussen de spelers.

Een voorschotje: ik zou graag een spel hebben waarbij in het eerste level cijfers en in het tweede level sommen worden opgegeven. Elk kind laadt zijn armbandje op bij de centrale eenheid zodat het symbool staat voor één cijfer en één bewerkingsteken (+, -, / en x). Het antwoord op de door de centrale eenheid gegeven som moet een som zijn, dus tenminste 2 cijfers en een berekeningsteken. De groep kinderen die als eerste het goede antwoord geeft scoort punten.

Ik kan het spel helaas zelf niet maken, dus mijn idee geef ik graag weg in de hoop dat ik het straks kan spelen ;-)

vrijdag 18 april 2008

Taaltreffers

Naar Taal TreffersWie denkt dat voetbalverenigingen alleen maar oog hebben voor voetballen, heeft het mis. Bij veel clubs is een heel beleid uitgestippeld voor de jeugd. Een belangrijk element daarbij is natuurlijk om jong talent in huis te halen, maar niet zelden worden in het jeugdbeleid ook maatschappelijke doelstellingen meegenomen.

Zo ook bij FC Twente. Daar zijn ze behoorlijk ambitieus bezig op dit gebied. In een driejarig traject, Scoren in de Wijk, dat tot doel heeft mensen uit achterstandswijken rondom het stadion van FC Twente, worden tot juli 2008 een aantal initiatieven ontplooid. Eén van deze initiatieven is het ontwikkelen van een taalspel: Taal Treffers. Het spel is bedoeld om kinderen met een taalachterstand van groep 6, 7 en 8 plezier in taal bij te brengen.

In de game worden kinderen aangesproken om Jan van Halst, manager Commerciële zaken bij FC Twente, te helpen. Jan moet namelijk onverwacht wel om een contract te sluiten met een mogelijke nieuwe speler in Brazilië. De speler wordt daarom gevraagd om namens Jan alles in orde te brengen voor een belangrijke kwalificatiewedstrijd die die avond gespeeld moet worden. De assistente van Jan van Halst, Chantal de Zwaan, maakt het je niet makkelijker: zij vindt dat zij veel beter geschikt zou zijn voor die taak. Ze doet er daarom alles aan om je dwars te zitten.

Om Jan te helpen moet je verschillende spelletjes spelen. Om die spelletjes te kunnen spelen heb je woorden nodig die je moet verzamelen overal in het stadion. Als je de betekenis weet van de woorden die je vindt worden ze opgeslagen in de mobiele telefoon die je bij het begin van het spel van Jan van Halst hebt gekregen zodat je ze kunt gebruiken wanneer ze nodig zijn.

Wat mij opviel in het spel was dat de gekozen woorden vaak behoorlijk lastig zijn en voor een groot deel erg voetbalgerelateerd zijn. Vroege goal, schijnbeweging, supporterstrein, gallery play: het zijn woorden die bij niet-voetballiefhebbers tussen de 10 en de 12 jaar vast en zeker vragen zullen oproepen. Ik vraag me ook af in hoeverre ze van belang zijn voor de gemiddelde bovenbouwer. Maar voor voetballiefhebbers zal dat vermoedelijk anders liggen. Ik kan me voorstellen dat die juist die woorden wel kennen en andere, meer gangbare woorden niet. Toch blijven er bij mij wel twijfels: wat hebben kinderen van die leeftijd aan kennis van woorden als babyartikelen, financiële administratie en businesslounge?

Verder vind ik het hele spel redelijk 'macho'. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de rol van de assistente van Jan van Halst: die vind ik wel erg rolpatroonbevestigend. En wat vind je van de omschrijving die de steward van het stadion geeft van 'gehandicapten': 'mensen met een gebrek'? Niet een erg positieve omschrijving, vind ik. Politie wordt door dezelfde steward omschreven als 'mannen in het blauw. Blijkbaar is hij nog nooit een vrouwelijke politieagent tegengekomen.

Maar ik kan me wel voorstellen dat het spel voor jonge voetballiefhebbers aantrekkelijk is en dat ze er behoorlijk wat woorden van leren en mogelijk ook meer plezier ontwikkelen in taal. Taal Treffers is ontworpen voor kinderen uit de eigen regio maar laat zich ook goed spelen door kinderen elders in Nederland: je hebt geen kennis van FC Twente nodig om het spel te spelen.

Wie kinderen in de klas heeft met een taalachterstand zou ik het spel zeker aanraden: door het spel te spelen zijn kinderen intensief bezig met taal. Wel zou ik naderhand het gesprek met ze aangaan en vragen wat zij vinden van het spel. Maar ja, dat vind ik eigenlijk van ieder spel dat je kinderen laat spelen: je leert pas echt door de evaluatie ervan. En dat doen kinderen zelden uit zichzelf en in hun eentje!

donderdag 17 april 2008

Guitar Hero III; een sterk staaltje muziek

Door: Martijn van den Berg

De laatste tijd zie ik dat steeds meer mensen Guitar Hero III kopen. Nu zou je denken dat een spelletje waar je de hele tijd met een gitaar bezig bent niet veel kan voorstellen, maar toch schijnt dit spel redelijk verslavend te werken. Ik had het al een keer eerder gekocht, en het leek me wel wat, dus heb ik stad en land afgezocht naar een 360 versie en heb ik deze uiteindelijk gevonden. Rocken maar!

Het begint vrij makkelijk allemaal. Je krijgt een gitaar met 5 akkoorden en een klepje dat je heen en weer beweegt en samen kan je zo de benodigde noten vormen. Je begint in easy met slechts 3 akkoorden, en gaat daarna door met medium met 4 akkoorden, daarna hard met 5 akkoorden om uiteindelijk zo goed te worden dat je expert kan doen, wat dus echt een gekkenhuis van noten is. Als een liedje je niet lukt, kan je een deel van dat liedje uitkiezen om dit vertraagd af te spelen en zo te oefenen.

Naarmate het spel steeds moeilijker wordt, wordt het ook steeds moeilijker om verder te komen. Het spel is zo gemaakt dat er flink wat moeite moet worden gedaan om uiteindelijk het laatste liedje om moeilijk uit te spelen, om het nog maar niet te hebben over liedjes die extra beschikbaar zijn. De gemiddelde speler zal dus niet het hele spel uitspelen.

Maar dat is niet erg, want de liedjes die je moet spelen zijn vaak herkenbaar, en daarom heel erg leuk om te spelen. Het spel verveelt niet. Als je iets niet kan spelen, ga je gewoon een liedje terug opnieuw proberen, en dan gaat het vaak later wel. En zelfs voor de mensen die niet zo ver komen zijn er altijd nog veel leuke liedjes beschikbaar om jezelf mee te vermaken. Het spel is redelijk origineel en goed uitgewerkt en er zit ook nog een co-op op voor als je met vrienden wilt rocken. Een zeer geslaagd spel wat mij betreft!

woensdag 16 april 2008

Keykids

Alhoewel ik vaak op pad ben voor mijn werk, zijn er ook dagen dat ik niet achter mijn laptop vandaan kom. Dingen bestuderen, mailen, stukken schrijven, redigeren: het hoort er allemaal bij.

Soms is er er veel tijdsdruk en dan is het risico om een muisarm te krijgen groot. Tot nu toe heb ik daar gelukkig weinig last van. Niet omdat ik veel pauzes neem: daar neem ik zelden de tijd voor. Ik heb wel andere maatregelen getroffen: ik let op mijn werkhouding en heb een trackball in plaats van een standaardmuis. Toch blijft werken met een muis belastend. Daarom maak ik heel veel gebruik van sneltoetsen: ctrl-v, ctrl-c, ctrl-x en ctrl-y. Maar ook ctrl-esc om het startmenu te openen, alt-tab om van scherm te wisselen, ctrl-f om iets te zoeken, enz. Ik ben nog van de generatie die met DOS is begonnen en door de jaren heen heb ik mijn repertoire aan sneltoetsen steeds verder uitgebreid. Maar kinderen die nu starten met computeren weten vaak niet beter dan dat je alles doet met een muis.

Een leuke manier voor kinderen van de basisschool om sneltoetsen te leren kennen is via het Sneltoetsspel. De conciërge van de school heeft allerlei beesten opgesloten en de speler moet ze bevrijden. Maar hij wordt op de hielen gezeten door de conciërge die alles uit de kast haalt om de beesten te bewaken. Hij gebruikt daarvoor allerlei (Microsoft) computerprogramma's: mail, excel, MSN enz. Bij elk programma moet de speler de pesterijen van de conciërge trotseren. En dat kan natuurlijk het handigst door gebruik te maken van de sneltoetsen.

Ik vind het spel een aanrader alhoewel het nu al wel gedeeltelijk achterhaald is voor degenen die werken met Vista. Maar ook bij dat besturingssysteem zijn de meeste sneltoetsen gelijk gebleven dus die 'schade' is beperkt. Dus: op naar het spel!

dinsdag 15 april 2008

CO2-emissie

Niet elk reclamespel zet aan tot consumptie. Starbucks, de 'coffee company' heeft samen met Global Green USA het spel Planet Green Game uitgebracht op het web. In dit spel word je geconfronteerd met de gevolgen van de keuzes die je maakt op de emissie van CO2 en de opwarming van de aarde.

In het spel moet je een aantal plaatsen bezoeken. Daar beantwoord je vragen of je speelt een minigame. Als spel heeft het niet veel om het lijf en de reclame voor Starbucks en de goede daden van Global Green USA zijn overduidelijk aanwezig in het spel, maar het is wel een aardige manier om te kijken naar de gevolgen van je eigen levensstijl.

Het spel lijkt me een goede basis voor een opdracht voor leerlingen: maak je eigen klimaatspel. Daarmee sluit ik aan op een wedstrijd die uitgeschreven was in het kader van Climate Quest: een gamingportal waar zowel games als quests te vinden zijn die het klimaat als onderwerp hebben. Ook Climate Quest is mede gefinancieerd met gelden uit het bedrijfsleven (Ruimte voor Geo-Informatie-RGI, Essent, Microsoft MSN, Outbackup en de provincie Limburg, in samenwerking met UNESCO), maar die zijn veel minder zichtbaar dan de bedrijven in Planet Green Game.

Op de site Climate Quest zijn een aantal spellen te vinden die gemaakt zijn door leerlingen. Daarnaast zijn er quests: korte sets van vragen die beantwoord moeten worden. Als je een quest gehaald hebt wordt dat bijgeschreven in je profiel. Toch wel een eer als je lijstje lang is! Geen zorg overigens als het niet lukt: je mag een mislukte quest een dagje later overdoen. De site/het project Climate Quest wordt nog uitgebreid dus er komen misschien nog kansen om een prijs te winnen!

Kortom: wie met klimaat aan de slag wil gaan kan met deze sites zijn hart ophalen!

Naar de site Climate Quest

maandag 14 april 2008

Gamen en geweld

afbeelding van http://www.flickr.com/photos/mjcr/Buiten school, bij de fietsenstalling. Twee knullen van 15. Eentje van mij; de ander een vriend van school. Lang, beetje witte gezichten, donzig baardhaar in wording en pukkels. Veel pukkels. "Wacht maar: vanavond ga je ten onder!".

's Avonds, rond een uur of negen. Jongens met verhitte koppen, in een felle discussie. Een grote fles cola erbij met natuurlijk ruim voldoende chips voorhanden om de ergste honger te stillen. Of om de emoties mee weg te eten.

"Met mijn nieuwe strategie kun je nooit van me winnen!"
"Oh, dat dacht je. Wacht maar eens wat ik heb bedacht. Jouw leger gaat binnen een half uur ten onder".
Even is het stilte. Je hoort niks behalve af en toe wat geklik. Stilte voordat het geweld losbarst. De stellingen worden ingenomen; de eerste acties gedaan. Waar zetten ze op in: wordt het voetvolk opgeofferd om de soldaten te paard te beschermen? Of worden die juist als eerste ingezet?
"Je kasteel wordt platgebrand!", juicht één van de jongens.
"Nou, jouw ridder heeft anders net mooi 't loodje gelegd", is het triomfantelijke antwoord. "En je mist ook al je geestelijke macht. Echt jongen, je kunt 't wel shaken!"
"Wacht jij maar, ik geef 't echt nog niet op. Kijk maar eens wat deze dame gaat doen. Die gaat echt overal dwars doorheen."

Ik bemoei me nergens mee: ik weet wel beter. Op sommige momenten kun je je kinderen maar beter niet storen. Ik hou niet van gewelddadige spelletjes maar daar zal ik het straks wel eens met hem over hebben. Als ik nu wat zet krijg ik de chips naar mijn hoofd gegooid.

Dan gebeurt het: een woeste kreet klinkt door de kamer. De oorlog is gestreden; mijn zoon heeft het onderspit moeten delven. Stampvoetend loopt hij de kamer uit; mij wat beduusd achterlatend. Zijn vriend heeft het amper in de gaten: die zit te genieten van zijn overwinning. Gelukkig komt hij al snel weer terug en het afscheid is weer vriendelijk.

Heftig hoor, dat schaken!


N.B. Iedere overeenkomst met bestaande personen is louter toeval ;-)

vrijdag 11 april 2008

Virussen

Naar het spelGelukkig is de tijd van de griepjes en de verkoudheden voor de meeste mensen weer achter de rug. De virussen lijken overwonnen maar helaas komen ze altijd weer terug. Maar hoe zat het nu ook al weer met die witte en die rode bloedlichaampjes? Ik heb het ooit moeten leren maar ik moet eerlijk bekennen dat die kennis ver weg is gezakt.

Een boek lezen hierover is misschien wat veel gevraagd, maar een spelletje gaat er natuurlijk altijd wel in ;-) In Infect.Evolve.Repeat ben je een virus en moet je ervoor zorgen dat je overleeft. Je maakt gebruik van de rode bloedlichaampjes om je te vermenigvuldigen, maar je moet wel oppassen voor witte bloedlichaampjes en antibiotica die erop uit zijn om jou uit de weg te helpen. Het hoogste doel is om immuun te worden.

Het spel is leuk om te spelen en je haalt er bliksemsnel je kennis mee op. Alhoewel ik betwijfel of de biologiedocent blij is met die kennis. Want is het allemaal wel waar wat je ervan leert?? Een opdracht voor de lessen biologie of verzorging: speel het spel, schrijf op wat je ervan leert en achterhaal of het allemaal juist is. Daarvoor kun je bijvoorbeeld dit artikel uit de Nederlandse Wikipedia gebruiken. Je krijgt een goed cijfer als je weet te vertellen hoe in het spel virussen de gezondheid ondermijnen. Wie de meeste punten haalt krijgt een bonuspunt, net als degenen die onjuistheden in het spel weten te benoemen.

donderdag 10 april 2008

The 2-way play

Door: Martijn van den Berg

Ik verbaas me de laatste tijd continu over mijn cijfers voor M&O, een vak dat ik als keuzevak heb gekozen dit jaar, omdat het me wel interesseert. Ik denk steeds dat ik de toetsen goed heb gemaakt, maar dat valt me toch iedere keer weer tegen. Ik heb altijd gedacht dat als je geïnteresseerd was in een vak, en je maakt netjes de opgegeven opgaven, en je neemt voor de toets het nog een beetje door, dat je dan goed voorbereid zou zijn. Voor wiskunde interesseer ik me totaal niet, daar begin ik 3 dagen voor de toets opgaven te maken. Toch zijn mijn wiskundecijfers bijna het dubbele van mijn M&O cijfers. Wat is er dan aan de hand? Is er iets met de methode, is de stof moeilijk, of is er toch iets mis met de toverkunsten van mijn leraar?

De doorsnee leerling is lui. Lui in de vorm van als hij een keuze moet maken tussen hobby (het leuke) en huiswerk (het nodige) hij altijd de keuze zal maken voor het leuke. Maar de leerling kijkt ook wat nodig is, en selecteert zorgvuldig het huiswerk waarbij deze denkt dat dit een goede toevoeging is voor wat hij uiteindelijk moet weten. Zo komt het voor dat bij sommige vakken iedereen zijn huiswerk maakt en bij andere vakken bijna niemand. Een leerling is er altijd op uit om met zo min mogelijk moeite goede cijfers te halen, en een leraar om de leerling zo veel mogelijk kennis bij te brengen. Als een leraar zich interesseert in de methode of wat de leraar zegt, dan zal deze makkelijker werk voor dit vak gaan maken.

Als een leerling een slecht cijfer haalt, dan zal deze vaak maatregelen nemen om de volgende keer dit beter te doen. Als een klas een slecht cijfer haalt, zal deze het vaak afschuiven op de leraar, in de vorm van dat de toets te moeilijk was. Wat ik echter vaak zie, is dat er docenten zijn die ik heel erg hun best zie doen, maar de leerling steekt er niets van op. Docenten die niet bevoegd zijn om les te geven in een bepaald vak, docenten die denken dat de leerling alles al weet, en daarom niets uitleggen en docenten van de oude stempel die vaak alles nog op dezelfde manier doen als 10 jaar terug. Als ik zie wat voor methoden docenten gebruiken die net van de lerarenopleiding komen, zou ik willen dat docenten die de opleiding al langere tijd achter de rug hebben of er nog nooit zijn geweest af en toe een bijscholing volgen op de lerarenopleiding om dezelfde goede methodes te leren.

We blijven in de onderwijswereld teren op toetsen. Een moment waar alle geconsumeerde kennis samenkomt op een punt waar men alles wat men weet eruit moet gooien. En dit terwijl er manieren zijn om de leerling zelf kennis op te laten zoeken. Je kan bijvoorbeeld projecten maken af en toe, waarbij je mensen binnen een bepaald gebied zelf kan laten opereren. Nog steeds bij de meeste vakken is 20% PO en 80% toetsen. Ik begrijp ook wel dat men bepaalde kennis gewoon nodig heeft, en dat niet alles persoonlijk gemaakt kan worden, maar als je later een beroep kiest, kies je ook alleen het gedeelte dat je interresant vind. En bij praktische opdrachten is de leerling zich ook meer bewust dat als deze er weinig tijd in stopt, hij niet eens een compleet project heeft. En zo halen ze hogere cijfers. En wees origineel in de projecten, en wees niet bang om iets nieuws uit te proberen.

woensdag 9 april 2008

Questionaut

Naar het spel QuestionautBij de BBC is weer een prachtig spel verschenen: Questionaut. In het spel moet je de hoofdpersoon verder helpen op zijn luchtreis om een weggevlogen hoed terug te vinden. Dat doe je door vragen te beantwoorden op het gebied van de Engelse taal, wiskunde en de bèta-vakken. Ook zitten er wat speelse grapjes in: dingen waar je op kunt klikken waardoor er iets gebeurt. Soms moet je eerst iets in werking zetten door zaken in de juiste volgorde op te starten.

Wat betreft gameplay is het geen hoogdravend spel. Integendeel: een spel dat draait om het beantwoorden van vragen is niet iets waar de meeste gamers voor thuisblijven. Wat het spel bijzonder maakt is de prachtige vormgeving en de humor. Ik ga daarover hier niets vertellen: het is veel leuker om het zelf te ervaren. Ik kan het iedereen aanraden om dit spel te spelen, ook niet-gamers. Gegarandeerd dat je je na een kwartiertje spelen (meer tijd dan dat vraagt het niet) je weer helemaal opgekikkerd bent!

p.s. Voor het geval je trek hebt in nog meer: speel ook eens Samarost 1 en 2 van dezelfde makers. Even mooi en avontuurlijk en zonder lastige vragen ;-)

dinsdag 8 april 2008

Leuke educatieve games

plaatje FabeltjeskrantHeel veel educatieve games zijn saai. Ontzettend saai. Vaak wordt dat veroorzaakt door het feit dat in de game het leren gebeurt als tijdens de vervelendste lessen op school: eerst veel lezen en dan een heleboel vragen beantwoorden. Een educatieve game wordt meestal ingezet om leerlingen enthousiast te maken voor een onderwerp. Maar als je in de game eerst een heel stuk theorie moet gaan lezen dan werkt dat averechts. Vragen beantwoorden kan wel leuk zijn, zeker als je dat doet in een spannende competitie. Niet voor niets dat er op televisie veel quizen te bekijken zijn. Een game in de vorm van een quiz kan ook leuk zijn, mits de game ruimte biedt voor interactie: tussen de game en de speler (bijv. door het niveau van de vragen aan te passen aan het niveau van de speler) of tussen de spelers onderling.

Om een educatieve game leuk te maken moet je dus anders omgaan met de leerstof. Dat is niet makkelijk: je moet behoorlijk boven de leerstof staan om die op een aansprekende manier en in hapklare brokken te kunnen presenteren. Maar er zijn wel wat tips.

Allereerst moet je nagaan hoe je de leerstof verpakt. Je kunt kijken hoe datgene wat geleerd moet worden in de praktijk gebruikt wordt. De stelling van Pythagoras is voor velen niet interessant maar kan wel handig zijn als je een rechte hoek wilt metselen. Of als je een huis wilt gaan schilderen en moet berekenen hoe lang je ladder moet zijn.

Je kunt ook eens kijken naar de historische achtergrond van wat je wilt leren. Het verhaal over massa en soortelijk gewicht heeft mij nooit aangesproken, maar het verhaal van Archimedes die voor de koning moest uitzoeken of het gouden cadeau dat hij had gekregen wel helemaal van goud was heb ik wel altijd boeiend gevonden.

Nog een andere manier om leerstof te verpakken is het gebruik van metaforen en/of allegorieën. We kennen dat natuurlijk allemaal uit sprookjes. Het verhaal van Roodkapje kun je lezen als een verhaal over een meisje, haar oma en een wolf maar kan op veel andere manier uitgelegd worden. Van (iets) recenter datum is de Fabeltjeskrant waarin dieren verschillende menselijke karakters vertegenwoordigen en waar levenswijsheden in voor kinderen begrijpelijke taal worden uitgelegd. Op dezelfde manier kan complexe leerstof uitgelegd worden, bijv. over politiek of over (sociale) processen.

Het zijn allemaal geen nieuwe zaken die ik hier vertel. Integendeel: veel docenten maken dagelijks gebruik van dit soort trucs. Ik denk dan ook dat een gamedesigner die een educatieve game wil gaan maken er verstandig aan doet om eens te rade te gaan bij docenten. Want zij hakken al jaren met dit bijltje en hebben op dat gebied de nodige ervaring opgebouwd. Ze hebben proefondervindelijk vastgesteld niet alleen wat bruikbaar is, maar ook wat aansluit bij jongeren. Ik pleit er daarom ook voor dat gamedesigners en docenten een pact sluiten!

maandag 7 april 2008

Wis-dom of the crowds?

foto van http://flickr.com/photos/vividbreeze/Afgelopen zaterdag stond in De Volkskrant een interview met Andrew Keen. Keen stelt dat 'internet een grenzeloos virtueel terrein is waar een verheerlijking van de amateur heerst. Dat we ons moeten hoeden voor de libertaire, anarchistische afwijzing van elke vorm van autoriteit en we moeten waken voor een wereld zonder experts en intellectuele orde, waarin 'de massa' mag bepalen wat waar is goed is en waarde heeft'.

Ik kan mezelf absoluut niet vinden in deze beschrijving van internet, maar het heeft me wel aan het denken gezet over de waarde van internet in het algemeen en web 2.0 in het bijzonder. Is het zo dat op internet verheerlijking van de amateur heerst?

Om te beginnen vind ik het opvallend dat in het artikel internet vooral neergezet wordt als een plek waar informatie te vinden is en veel minder als communicatiekanaal. Ik denk dat de communicatiemogelijkheden van internet ten minste van even groot belang zijn als de mogelijkheden om via internet informatie te verkrijgen.

Als ik kijk naar internet als informatievoorziening dan zie ik dat daar zeker een groot aantal amateurs aan de slag is. Daarbij gebruik ik het woord amateur zoals dat beschreven staat in de Van Dale: 'iemand die een ambacht, kunst of sport uit liefhebberij en niet beroepsmatig beoefent'. Maar als je iets niet beroepsmatig doet dan wil dat niet zeggen dat je er niets vanaf weet.

Keen noemt Wikipedia 'een riool waar iedereen met twee duimen en lagere-school-onderwijs alles mag plaatsen'. Dat is juist: iedereen mag op Wikipedia wat plaatsen. Maar er is wel degelijk controle op wat daar gebeurt. Binnen de Wikipedia-gemeenschap hebben sommige mensen meer rechten dan anderen. Bepaalde pagina's (waaronder die over Keen zelf) mogen slechts door een beperkt aantal mensen bewerkt worden. Deze hiërarchie is niet ontstaan op basis van diploma's of maatschappelijke/beroepsstatus van de deelnemers, maar op basis van hun prestaties binnen de Wikipedia-gemeenschap. Logisch: het gaat immers ook over het werk dat ze doen binnen Wikipedia en niet over het werk dat ze daarbuiten doen.

In het artikel zegt Keen 'de wijsheid van de meute vervangt de correspondent in Bagdad. Het is een diepe vijandigheid tegenover elke vorm van externe autoriteit. Maar je weet niet wie de massa vormt, ze is makkelijk te manipuleren en anoniem.'.
Keen snijdt daar m.i. twee verschillende zaken aan. Ik denk dat hij terecht constateert dat de ervaringsdeskundige een belangrijke rol heeft gekregen in de verslaggeving. Ik denk dat dat niet verkeerd is: het verhaal van de inwoner van Bagdad die slachtoffer is van een bombardement in zijn stad is anders dan dat van de journalist die is komen overvliegen naar Bagdad om verslag te doen. Beider verhalen hebben volgens mij een functie: ze vullen elkaar aan, het emotionele, subjectieve verhaal versus het rationele, objectieve verslag. Geen wisdom of crowds maar juist een meer compleet beeld van één gebeurtenis.

Met betrekking tot Wikipedia wordt wel gesproken van Wisdom of te crowds. Die term vind ik zelf volstrekt onjuist. Wikipedia is mijns inziens niet een naslagwerk met wijsheid, maar een verzameling feiten. De Wikipedia-gemeenschap steekt er veel energie in om de teksten zoveel mogelijk vrij te houden van meningen en waarden en uitsluitend feiten weer te geven. Over 'wijsheid' zegt Van Dale: 'het vermogen om verstandig te handelen'. Dat is dus veel meer dan een verzameling data bij elkaar. Lang geleden op de bibliotheekopleiding leerde ik onderscheid te maken tussen data en feiten, informatie en kennis. Data en feiten zijn de bouwstenen. Informatie ontstaat als aan data en feiten betekenis wordt gegeven. Kennis ten slotte is het product van de informatie, de ervaring, de vaardigheid en attitude waarover iemand op een bepaald moment beschikt. De kracht van Wikipedia zit 'm volgens mij juist daarin dat er niet geprobeerd wordt om wijsheid te verzamelen maar feiten. Waarbij je je vervolgens de vraag kunt stellen hoe belangrijk feiten zijn nu die zo makkelijk en bijna overal toegankelijk zijn.

Toch bestaat er volgens mij wel zoiets als 'the wisdom of crowds'. Ik denk namelijk dat die kan ontstaan omdat we op internet met elkaar onze feitenkennis kunnen delen. Via Wikipedia, maar ook via weblogs, wiki's enz. Via dat soort kanalen delen we weliswaar geen feiten maar het zijn platforms waarin we van elkaar kunnen leren. Soms omdat het je aan het denken zet, soms omdat je het eens bent met datgene wat je leest, soms omdat je het zo oneens bent met wat je leest dat het je ertoe aanzet om je eigen mening te formuleren. De verzameling feiten en meningen die te vinden zijn op internet stelt 'wijze' mensen in staat om verstandige dingen te zeggen. Op internet 'groeien' meningen en ideeën, normen en waarden en worden ontdekkingen gedaan. Er ontstaan inderdaad experts die leading zijn in de meningsvorming. Maar de opinievormers zijn geen crowds maar individuen die vaak door jarenlang publiceren en vooral communiceren erkenning hebben gekregen. Geen 'wisdom of the crowd' dus, maar 'wisdom door de crowd'!

vrijdag 4 april 2008

Goede projectideeën

Naar de wizard SciencebuddiesAls moeder van 2 kinderen heb ik regelmatig de vraag moeten beantwoorden of ik niet een leuk onderwerp wist voor een project, een opstel of een onderzoek. Lastig, vond ik altijd. Je wilt natuurlijk zo goed mogelijk aansluiten bij het dagelijks leven van de kinderen maar zelfs bij je eigen kinderen is dat soms lastig in kaart te brengen. Laat ik het zo zeggen: sympathieën en antipathieën voor schoolvakken zijn bij ons thuis zelden het onderwerp van gesprek.

Ik ben daarom blij met de wizard van Sciencebuddies: een tool waarmee je advies kunt krijgen welke onderzoeksopdrachten je zou kunnen doen voor de betavakken. Het werkt heel simpel: je vult in op welk niveau (vanaf groep 1 tot en met de hoogste klassen in het voortgezet onderwijs) je een onderzoek wilt doen, op welke termijn je het onderzoek gaat uitvoeren, voor welk vak je onderzoek gaat doen en wat je interesses zijn. Daarvoor moet je antwoord geven op vragen als: 'hou je ervan om apparaten met veel knoppen en draaischijven te bedienen?', 'hou je van koken?', 'hou je meer van dieren dan van machines?', 'speel je een muziekinstrumen?', enz. Nadat je op de knop verzenden hebt gedrukt krijg je een lijst met allerlei onderzoeksideeën en wat tips en handleidingen om dat onderzoek uit te voeren.

Ik heb natuurlijk geprobeerd welk onderzoek bij mij zou passen en de meeste ideeën die ik kreeg aangereikt leken me inderdaad geweldig interessant. Dus mocht ik nog eens een keer tijd hebben, dan ga ik misschien nog eens de onderzoekskant op! Maar het is natuurlijk ook handig voor leerlingen die op zoek zijn naar een onderwerp voor een profielwerkstuk of een sectorwerkstuk. En misschien ook wel een alternatief voor de musical van groep 8: een onderzoekstraject voor de hele klas waarbij de resultaten worden gepresenteerd op de laatste schooldag!

donderdag 3 april 2008

Nieuwe ervaringen

Door: Martijn van den Berg


Fanatieke lezers van dit blog zullen wel weten dat ik afgelopen herfst naar Canada ben geweest met mijn klas. Als TTO (Tweetalig Onderwijs) is dit niet het enige reisje dat ik gemaakt heb. Ik ben ook al naar Finland op uitwisseling geweest, naar België, Duitsland, Frankrijk en Engeland, niet te vergeten. Iedere reis had zijn voor en nadelen, en iedere reis was het ook waard om mee te gaan. Voor de reis naar Canada heb ik een aardig bedrag moeten neerdokken, omdat de gemeente geen volledige subsidie geeft. De Canadezen, die morgen naar Nederland zullen komen, hebben de hele reis zelf moeten betalen, en dat met de Canadese dollar, die net als de Amerikaanse dollar erg laat staat. Heel leuk dit allemaal, maar heeft het wel not, zo'n hele reis?

Ik herinner me nog dat we terug kwamen van Canada, en dat we bij Engels kwamen. We hadden daar niet bewust projecten gemaakt, hadden alleen veel musea en bezienswaardigheden gezien, die je waarschijnlijk ook zou bekijken als je ergens met je ouders op vakantie was. Toen we daar bij Engels zaten vroeg de leraar wat we daar allemaal geleerd hadden, en niemand in de hele klas wist iets te zeggen. Alsof we niets geleerd hadden.

Maar dat hadden we zeker wel. Bedenk maar eens de impact op je Engels als je twee weken de helft van de dag alleen maar Engels praat, en dat je gedwongen wordt als je iets wil, als je daar met mensen om wilt gaan, Engels moet praten. Dit dwingt je om te willen om zo goed mogelijk Engels te praten, en ook zo goed mogelijk over te komen op de ander. Bovendien heb ik ook relaties op uitwisselingen zien ontstaan, wat je al helemaal dwingt om perfect Engels te kunnen, om maar niet te spreken over het praten op de msn.

Dit is allemaal wel leuk en aardig, maar behalve Engels, leer je daar dan nog wel wat? Als ik alle informatie moet terughalen die we in de musea hebben gezien, zou dit heel moeilijk worden, maar mocht ik ooit de onderwerpen tijdens mijn studie tegenkomen, dan herinner ik me waarschijnlijk nog wel een paar van de dingen die ik daar gezien en gelezen heb, en dit helpt me andere stof beter te begrijpen. Maar ik denk dat de focus toch op het leren van die andere taal ligt.

Het kost natuurlijk een aardig duitje, als het gesubsidieerd wordt door de overheid, en ik denk niet dat elke uitwisseling evenveel nodig is. Als je de taal van het land waar je heen gaat totaal niet beheerst, ga je het daar ook niet proberen te spreken. Maar als je een bepaalde taal studeert, is het natuurlijk een geweldige aanvulling als je daar kan gaan kijken hoe de taal in het echt uitgesproken wordt, en de cultuur van de taal even te proeven krijgt. Vandaar dat het altijd handig is om bij een uitwisseling die echt groot wordt te kijken hoeveel de eigen bijdrage van de ouders moet worden. Dit legt de grens voor ouders en laat ze samen met de studenten nadenken over of het nou eigenlijk wel een nuttige ervaring is. Maar het blijft natuurlijk vooral een leuke en unieke ervaring.

woensdag 2 april 2008

Dierenspellen

Naar de dierenspellenDieren zijn nogal eens onderwerp van een spreekbeurt op de basisschool, en ook in het voortgezet onderwijs zie je regelmatig werkstukken over allerlei soorten dieren. Blijkbaar hebben veel kinderen wat met dieren. Er zijn talloze sites waar teksten en plaatjes te vinden zijn over dieren, maar op deze site vind je een verzameling spellen waarin dieren de hoofdrol spelen. Geen informatie over hond, kat, konijn en cavia, maar spellen over zaken als de voedselketen, bedreigde diersoorten, carnivoren, herbivoren en omnivoren, vijverdieren en tuindieren en nog véél meer!

De spelletjes zijn Engelstalig maar omdat de hoeveelheid woorden van de spelletjes beperkt is, zijn ze over het algemeen ook geschikt voor leerlingen van het basisonderwijs. De spellen zijn leuk vormgegeven: duidelijk en eenvoudig maar niet kinderlijk. Het spelen van een spelletje kost maar een paar minuutjes, maar kan een goede inleiding zijn voor één van de genoemde onderwerpen. Prachtig materiaal dus voor het digibord!

dinsdag 1 april 2008

Bloed, zweet en tranen

Naar het spelAl jaren ren ik een paar keer per week een rondje in de buurt. Altijd op hetzelfde merk schoenen. Toch zit me dat niet echt lekker want ik weet dat die superverende, steunende, ventilerende enz. sportschoenen soms gemaakt worden in sweatshops waar kinderen en hun moeders uren achter elkaar tegen een zeer karig loontje bezig zijn met mijn schoenen. Omdat ze zo slecht betaald worden is er geen tijd meer over voor onderwijs voor de kinderen waardoor het nagenoeg onmogelijk is om de cirkel te doorbreken en waardoor de kinderen opgroeien en sterven in dezelfde armoede als hun ouders.

Ik voel me daar een beetje machteloos bij. Ik wil graag betalen voor mijn schoenen zodat niet alleen ik maar ook de makers plezier hebben van mijn aankoop, maar ik heb geen idee onder welke omstandigheden mijn schoenen tegenwoordig geproduceerd worden. Ik weet dat in het verleden door mijn merk weinig aandacht besteed werd aan de leefomstandigheden van de arbeiders maar ook dat er sindsdien het een en ander verbeterd is. Zolang ik geen zekerheid heb of mijn schoenen 'sweatshop-free' zijn draag ik mijn oude schoenen in ieder geval zo lang mogelijk. En de volgende keer dat ik schoenen nodig heb ga ik toch weer eens kijken of een ander merk wat meer garantie kan bieden over hoe de schoenen gemaakt worden. Reebok schijnt in ieder geval redelijk te scoren op dat punt.

Om leerlingen te vertellen over hoe moeilijk het is om je levensomstandigheden te verbeteren als je in een sweatshop werkt kan het spel SIM*SWEAT ingezet worden. Geen leuk spel om te spelen, maar wel een spel waarbij je al heel snel kunt inleven in het leven van een fabrieksarbeider in een sweatshop. In het spel ben je zelf arbeider en moet je kiezen wanneer je iets drinkt of eet, hoe je je kinderen van het nodige voorziet, of je energie steekt in een vakbond enz. Je speelt het spel in een paar minuten maar de knoop in mijn maag bleef veel langer zitten....

Voor de onderbouwing van de game hierbij wat links:
Schone Kleren Kampagne (Nl.): arbeidsomstandigheden in de kledingindustrie;
Make Trade Fair (Nl.): eerlijke kleding, voedsel, make-up enz.
Fair Wear Foundation (Nl.): eerlijke kleding
Offside! Labor rights and sportswear production in Asia (Eng.): volledig rapport en samenvatting