
In de
LinkedIn-groep 2.0 is een discussie gaande over ict-beurzen.
Menno Van Hasselt stelde daar 8 maanden geleden de vraag wat de toegevoegde waarde is van de overkill aan ICT-beurzen in het onderwijs. Menno stelt dat het hem opvalt dat de meeste bedrijven op ict-beurzen niets met onderwijs te maken hebben. Ze bieden oplossingen voor het administratieve proces of de infrastructuur maar niet voor het primaire proces. Hij zegt dat het zou helpen wanneer we in Nederland één beurs organiseren waar de onderwijsbehoefte van een kind of de didactische behoefte van de leerkracht centraal staat en niet de technische oplossingsmogelijkheden.
Op de vraag van Menno zijn in de afgelopen 8 maanden meer dan 120 reacties binnengekomen en inmiddels staan we aan het begin van een nieuwe reeks onderwijsbeurzen en conferenties: De Onderwijsdagen, de i&i conferentie, in januari de NOT: we kunnen de komende maanden weer terecht op allerlei plekken.
De meeste mensen die reageren zijn het van harte eens met Menno:
- er zijn teveel beurzen; het zou beter zijn als congresorganisatoren hun krachten bundelen en één grote beurs zouden aanbieden,
- we bereiken alleen de ict-coördinatoren en ICT&O-medewerkers,
- voor standhouders is het kostbaar om op zoveel beurzen te staan en voor de bezoekers is het moeilijk om een keuze te maken omdat er beperkt tijd en geld beschikbaar is voor dit soort zaken,
- er is vooral aandacht voor techniek en niet voor didactiek,
- docenten hebben helemaal geen tijd om beurzen te bezoeken.
Ik volg de discussie nu al een tijdje en vraag me af of we het nu allemaal echt zo verkeerd doen. Ook ik vind het moeilijk om keuzes te maken omdat er zoveel is en omdat alles geld kost en ook ik mis de docenten op de conferenties. Is de oplossing om - zoals door sommigen wordt geadviseerd - één grote conferentie te organiseren waarin vooral aandacht wordt besteed aan didactiek?
Daar heb ik mijn twijfels bij. Om te beginnen vind ik diversiteit belangrijk: alhoewel er tussen de verschillende beurzen duidelijk overlap is, zijn er ook altijd verschillen: in onderwerpen, de manier waarop die onderwerpen aangeboden worden en natuurlijk ook in locatie, tijdstip en en duur van de conferentie. Uit het feit dat alle beurzen naast elkaar kunnen bestaan (en dus blijkbaar voldoende bezoekers trekken om de kosten tegen de baten weg te kunnen strepen), trek ik de conclusie dat het grote aanbod voldoet aan een behoefte. Als wij als bezoekers niet zouden komen, dan zouden er pas een aantal beurzen minder zijn. Idem geldt voor standhouders: het is niet verplicht om te komen, maar omdat er blijkbaar voldoende bezoekers zijn, is het voor hen interessant om op die beurzen te komen. Vergelijk het met winkels: zouden we het fijn vinden als we in de toekomst alleen nog maar eten kunnen halen bij Albert Heijn, kleding bij C&A en auto's bij de Opelfabrieken? Dat lijkt me geen prettig vooruitzicht.
De bezoekers van de beurzen zijn bijna altijd mensen die zich bezighouden met ICT in het onderwijs: ICT&O-medewerkers en ict-coördinatoren, beleidsmedewerkers met ICT in hun portefeuille. Dat vind ik niet vreemd. ICT en onderwijsbeurzen worden als regel georganiseerd door mensen die zich vanuit hun ICT-expertise bezighouden met onderwijs. Hun netwerk bestaat uit andere ICT-en-onderwijsexperts, en niet uit docenten. Als zij een conferentie willen organiseren voor docenten, dan zullen ze daarvoor een beroep moeten doen op andere netwerken en duidelijk moeten maken waarom gebruik van ICT voorwaarde is voor goed onderwijs. Ik ben bang dat we daarin falen: het is ons nog altijd niet gelukt om die noodzaak goed over te brengen. Niet voor niets hangt Kennisnet - terecht - aan de bel bij de overheid dat
het gebruik van ICT in het onderwijs versneld moet worden: dat proces verloopt te langzaam om onze plannen om Nederland neer te zetten als kennismaatschappij te kunnen realiseren. Ook op de werkvloer kost het ons moeite om de docent te overtuigen dat hij ICT moet inzetten: het is een probleem dat (bijna) iedere ict-coördinator/ICT&O-medewerker zal herkennen. Trainingen, bijscholingsdagen die door ons georganiseerd worden op onderwijsinstellingen worden soms alleen bezocht omdat ze verplicht worden gesteld: als die stok achter de deur verdwijnt, blijkt de behoefte aan deze professionaliseringsactiviteiten van de school soms te verdwijnen als sneeuw voor de zon.
Dat het organisatoren van congressen en beurzen niet lukt om massaal docenten naar deze evenementen te laten komen, is dan ook niet iets wat we hen kunnen verwijten: het is een probleem dat op heel veel plaatsen speelt. En niet alleen m.b.t. ICT: ik heb ook onderwijsonderzoekers wel horen klagen dat ze er niet in slagen om met de vruchten van hun werk de docent te bereiken. Op de één of andere manier lijkt ons aanbod niet goed aan te sluiten op de vraag van de docenten.
Om docenten te kunnen bereiken moeten we volgens mij eerst hun vraag kennen: wat zijn de problemen waar docenten voor staan? Welke problemen willen zij oplossen, waar lopen ze tegenaan in hun dagelijkse lespraktijk? Ik verwacht antwoorden als:
- hoe kan ik ervoor zorgen dat ik minder tijd kwijt ben aan nakijken?
- waar vind ik snel bruikbaar oefenmateriaal?
- hoe kan ik mijn leerlingen/studenten actiever laten deelnemen aan de les?
- hoe zorg ik ervoor dat leerlingen/studenten hun werk beter plannen?
Maar misschien heb ik dat helemaal mis en staan andere vragen bij docenten op de eerste plaats. Een onderzoek zou helderheid moeten verschaffen.
Ik denk dat docenten het antwoord op hun vragen vaak niet direct zullen zoeken in ICT. Waarschijnlijk hebben ze gelijk en zijn er (ook) andere manieren om hun problemen op te lossen. Om antwoord te kunnen geven op de vraag van de docent moeten we - denk ik - onze ICT-bril afzetten en niet alleen kijken naar hoe je die problemen kunt oplossen met ICT, maar met een veelheid aan middelen en manieren. Een andere didactiek, andere leermiddelen, een andere schoolorganisatie: er is meer dan ICT om een docent terzijde te staan.
Het lijkt mij geweldig om een beurs te organiseren voor docenten die helemaal uitgaat van de vragen die docenten hebben, en waar we met didactici, psychologen, organisatiedeskundigen, lifehackers, neuropsychologen onderwijsonderzoekers enz. ingaan op de vragen die naar voren zijn gekomen uit onderzoek naar de behoeften van docenten. En zou het dan niet geweldig zijn als we de docenten niet alleen de tools kunnen aanbieden, maar ook de didactiek die het beste daarbij past, of een overzicht van welke tools passen bij welke leerstijlen, of hoe je de lessen die we leren uit onderwijsonderzoek kunt vormgeven met ICT? Ik ben ervan overtuigd dat ICT niet altijd het enige antwoord is op de vragen die leven bij docenten, maar dat het wel bijna altijd een bijdrage kan leveren aan de oplossing.
Ik durf te wedden dat als we op die manier een conferentie organiseren, heel wat docenten zich zullen opgeven als bezoeker. Voor de docenten die zich niet van hun gewone taken vrij kunnen maken en niet fysiek aanwezig kunnen zijn, verzorgen wij als ICT'ers dat de inhoud van de beurs op een andere manier voor hen bereikbaar is. Dat moet voor ons toch geen probleem zijn, lijkt me ;-) Ik doe hierbij een oproep aan organisatoren van ICT en Onderwijsbeurzen om onderzoek te doen naar de behoeften van de docent, en dan vervolgens samen met anderen die zich bezig houden met het verbeteren van onderwijs één grote gezamenlijke beurs te organiseren.
En wat mij betreft houden we daarnaast onze eigen ICT&Onderwijsbeurzen want we moeten als ICT&O'ers zelf natuurlijk ook gevoed worden. Ik doe zelf in ieder geval elke keer weer heel wat inspiratie op: door de inhoud en de gesprekken met vakgenoten en bedrijven. Face-to-face contacten zijn belangrijk, naast alle digitale contacten. Al was het alleen maar om de inhoud van deze blogpost eens met anderen te bespreken. Nu alleen nog kiezen waar ik wel en waar ik niet naar toe ga ....... !
Afbeelding van Myles!, gepubliceerd onder CC-by-nc-sa.