
Kort voor de vakantie kreeg ik de
nieuwsbrief van
OSS (Open Source Software) in het onderwijs. Daarin las ik dat zij een 'Startpakket OSS Leereenheden maken' hebben gemaakt dat je kunt
downloaden van hun site. Met dit pakket kun je zelf leereenheden maken en ze voorzien van metadata om ze zo aan te bieden in een elektronische leeromgeving.
Ik wilde dat pakket, eXe, wel eens uitproberen. Ik zie namelijk wel toekomst in het maken van leermaterialen door de scholen zelf. Door zelf leermaterialen te ontwikkelen kun je je lessen helemaal ontwikkelen volgens je eigen ideeën en je kunt inspringen op allerlei actuele zaken. Heel veel docenten en leerkrachten doen dat natuurlijk al lang, maar door het lesmateriaal volgens één standaard te maken kunnen scholen met elkaar materialen gaan uitwisselen, waardoor er steeds meer materiaal beschikbaar kan komen, en docenten en/of leerlingen steeds meer keuzemogelijkheden krijgen hoe de leerdoelen bereikt kunnen worden.
In de vakantie heb ik het startpakket van OSS in het Onderwijs gedownload en ben aan de slag gegaan. Eerst heb ik wat lesmateriaal gemaakt. Dat was redelijk eenvoudig: ik had na een half uurtje of zo de principes al wel onder de knie. Het schrijven of invoegen van een tekstje, flash-filmpje, applet enz., het maken van verschillende toetsen: het wijst zich al snel.
Veel lastiger vond ik het om het zo gegenereerde materiaal te voorzien van metadata. Door metadata toe te kennen, maak je het materiaal beheersbaar (b.v. versiebeheer) en terugzoekbaar. Kennisnet en SURFnet hebben een standaard ontwikkeld daarvoor op basis van de IEE-LOM standaard. Daarvoor moest ik echt de handleiding lezen, zowel van het pakket dat hiervoor gebruikt wordt (Reload), als van de metadateringsregels.
Over het eerste maak ik me niet zoveel zorgen: ik denk dat het gebruik van het pakket in de toekomst wel eenvoudiger zal worden, of dat er andere - meer gebruiksvriendelijke - pakketten voor ontwikkeld zullen worden. Over de moeilijkheidsgraad van het toekennen van de metadata daarentegen maak ik me wel zorgen. Een aantal metadata zullen in de toekomst waarschijnlijk automatisch toegekend worden (bijv. de auteursnaam, versie, soort leermateriaal), maar er zullen volgens mij ook velden blijven die handmatig ingevuld moeten worden. Zo is er een veld 'Keyword' waarbij de inhoud van de leereenheid in trefwoorden omschreven moet worden. Zeker zolang er een beperkte hoeveelheid materiaal is, is het natuurlijk van het grootste belang dat het aanwezige materiaal optimaal ontsloten is. Immers: als je 1000 treffers hebt in een zoekactie is het over het algemeen niet zo erg om er eentje te missen, maar als je maar 5 treffers hebt, dan kan die éne gemiste nu net de informatie bieden waarnaar je op zoek was.
Daarnaast is het opbouwen van een collectie leermaterialen meer dan alleen het verzamelen van leermaterialen waarmee de leerdoelen ingevuld kunnen worden. Om te beginnen zal daarbij in kaart gebracht moeten worden wat de inhoud de op te bouwen collectie minimaal zal moeten hebben: welke leerdoelen zijn er en welke materialen moeten we hebben om invulling te geven aan die doelen? Daarna zal er versiebeheer gedaan moeten worden op de in de ELO opgenomen leermaterialen, en er zullen bij tijd en wijle leermaterialen uit de collectie gehaald moeten worden omdat ze verouderde informatie bevatten, niet meer aansluiten bij de didactische principes van de school of niet meer aansluiten bij de leerdoelen. En soms zullen nieuwe materialen toegevoegd moeten worden, omdat er nieuwe leerdoelen gesteld zijn of ter vervanging van verwijderde leermaterialen.
Ik denk dat scholen die serieus met een ELO aan de slag gaan, van meet af aan daarbij een bibliothecaris moeten betrekken. Het opbouwen en onderhouden van een collectie, het toekennen van metadata, en het terugzoeken van materialen in een collectie, is een vak waarmee bibliothecarissen zich al jarenlang bezig houden. De bibliothecaris is bovendien in staat om vakoverstijgende verbanden te leggen, en die ook als zodanig te ontsluiten. Uiteraard
zal de bibliothecaris bij de opbouw, het ontsluiten en het beheer van de collectie ondersteuning moeten krijgen van vakspecialisten en van informatici die zich met de technische kant van de ELO bezig houden. Maar de bibliothecaris moet, volgens mij, hierbij de spin in het web zijn die alle draden met elkaar verbindt. En daarover heb ik helaas nog maar weinig gehoord van scholen!