maandag 31 maart 2008

Guitar Hero op school

Naar de site van het ConsolariumHet spel Guitar Hero is behoorlijk populair bij jongeren. In het spel moet je op een nepgitaar de noten 'spelen' die je op je scherm ziet. Ik kende het spel wel, maar het was niet een spel waar ik direct dacht aan gebruik binnen het onderwijs. Gelukkig zijn er anderen die daar wel mogelijkheden voor zagen.

Het Scottish Centre for Games and Learning (Consolarium) heeft met een school het spel gebruikt voor het basisonderwijs. Rondom het spel hebben ze een groot aantal leerdoelen geformuleerd, op het gebied van Art & design, Drama, English language, science en Environmental Studies. Ik ben er erg enthousiast over: ik denk dat een heleboel leerlingen dit een leuke manier vonden om te leren. Maar ik was ervan overtuigd dat het voor andere scholen niet eenvoudig zou zijn om rondom dit spel zelf een serie lessen te geven omdat de meeste scholen niet beschikken over een gameconsole. Maar onlangs kwam ik erachter dat er ook een open source versie is van het spel: Frets on Fire. Deze versie kan op een gewone p.c. gespeeld worden, zelfs zonder gitaar. Maar die zijn niet zo erg duur; je hebt ze al vanaf een euro of 40 ($49,90). Verder heb je alleen een computer nodig met een geluidskaart. Daarmee komt het spel binnen handbereik van alle scholen.

Dus wie wil: download de software en geef een serie lessen met Guitar Hero op de p.c. Puttend uit en variërend op het voorbeeld van het Consolarium:
  • maak een affiche/logo voor je band,
  • schrijf een advertentie/krantenartikel/reclamefolder voor je band,
  • maak een website voor je band,
  • maak een promofilmpje voor je band,
  • schrijf een eigen songtekst,
  • maak je eigen muziek,
  • onderzoek hoe het komt dat een noot hoger klinkt als je de snaar van een gitaar verkort
  • schrijf een Europese/Nederlandse toernee uit voor je band. In welke plaatsen gaan jullie optreden en hoe kom je daar, op welke podia staan jullie?

Volgens mij meer dan genoeg mogelijkheden voor een leuke en leerzame serie lessen. En natuurlijk verdienen de beste spelers van de klas een plaatsje op de schoolwebsite of de schoolkrant!


N.B. Komende zomer komt er ook een versie van Guitar Hero voor de DS. Lijkt me ook leuk alhoewel het natuurlijk niet zo 'echt' voelt als met een gitaar!

vrijdag 28 maart 2008

Rekenen in een virtuele wereld

Naar de site van de Nationale RekentestEr wordt heel wat afgeklaagd over de rekenvaardigheden van onze leerlingen. Uit de media komt een beeld naar voren dat leerlingen tegenwoordig nog geen optelsom kunnen maken. Dat in tegenstelling tot de mensen van mijn generatie: die kunnen nog uit hun hoofd de vierkantswortel berekenen van 657.819.904. Of dat zo is kunnen we nu onderzoeken. Niet door middel van een toets maar op een manier die past bij deze tijd: in een virtuele wereld.

Op zaterdag 29 maart 2008 zal de virtuele wereld “Rekenen” op het web geopend worden met daarin doolhoven met oefeningen rond de basis van rekenvaardigheden zoals Gemiddelden, Afronden, Rekenen met grote getallen, Procenten en promillages, Grafieken en functies, Machtsverheffen, etc. Het niveau van de toetsen is gebaseerd op de kennis die 12-14 jarigen worden verwacht te hebben.

In de rekenwereld wordt in de komende week een Quest georganiseerd, een speurtocht. Het doel van de speurtocht is zoveel mogelijk eieren te verzamelen. Sommige eieren kun je alleen vinden als je rekenvragen goed beantwoordt. Iedere keer dat je een aantal sommen goed hebt gaat de deur naar de volgende kamer open waar een ei ligt met punten. Hoe verder je komt, hoe meer de eieren waard zijn.

Wil je ook eens oefenen met rekenen en wil je je krachten eens meten met anderen? Wil je meedoen met de Quest? Op de website De Nationale Rekentest vind je informatie wat je moet doen om een kijkje te nemen in de Rekenwereld. De Quest begint op zaterdag 29 maart om 19:00 uur en stopt op zaterdag 5 april om 24:00 uur. De prijsuitreiking is Zondag 6 april om 19:00 uur.

Voor ict-liefhebbers: de software waarmee de rekentoetsen (want dat zijn het natuurlijk) worden afgenomen is Question Mark Perception. Met dat programma kun je snel verschillende soorten toetsen maken. De resultaten van de leerlingen kunnen vastgelegd worden in een ELO en op verschillende manieren gepresenteerd worden. Deze software draait nu in de Active Worlds omgeving waardoor je de virtuele omgeving kunt combineren met de mogelijkheden van een ELO.

donderdag 27 maart 2008

On-line criminaliteit

Door: Martijn van den Berg


Vroeger, toen ik nog een klein ventje was dat achter de grootste computerrages aahuppelde, speelde ik een MMORPG die Runescape heette. Ik speelde het op zich niet zo vaak, de graphics en gameplay waren niet hoogstaand, maar het was wel een grappig spelletje om te spelen. Doel was (zoals bij veel van dit soort spellen) een character op te bouwen, missies te doen, geld te verdienen en items te kopen. Ik was redelijk bekend met wat er allemaal met je account kon gebeuren als ik niet oppaste. Alleen op een dag kwam er een klasgenoot naar me toe en zei dat ik verhoogde levels kreeg als ik een bepaald mailtje stuurde. Ik geloofde er niets van maar, goedgelovig als ik was, werd ik overgehaald. Gevolg: account kwijt. Dit kon ik wel achterhalen omdat het een klasgenoot was, maar dit soort praktijken rekt zich veel verder.

Spelers vinden steeds slimmere manieren uit om dit soort dingen te doen. Dit is meestal vrij makkelijk want als je bij een MMORPG iets geruild hebt, kan je dat niet meer terugruilen. On-line dieven maken hier handig gebruik van door mensen over te halen dingen te ruilen, om vervolgens met de nieuwe waardevolle spullen waarvoor een speler uren heeft moeten sparen weg te lopen. Een tweede manier die vaak gebruikt wordt is om te proberen het password van een bepaalde speler te krijgen door middel van zelf ontworpen mods, add-ons en virussen. Mensen kunnen in dit soort dingen aardig wat tijd steken.

Maar waar ligt het probleem nu precies? Het probleem ligt bij het doel van gamen zelf: de prestaties. De dingen die je na lang spelen weet te krijgen. De dingen in de game waarmee je meer dingen kan doen. MMORPG's kan je nooit uitspelen, dus de prestaties zijn eindeloos. Vaak moet je heel lang herhaaldelijk dezelfde actie uitvoeren om iets te verdienen. Veel spelers hebben hier geen zin in, maar willen wel verder komen en nieuwe dingen halen. Ze willen dit hele proces sneller laten gaan. En doordat dit een nog maar net ontdekt speltype is, zitten er nog veel foutjes in.

On-line criminaliteit is erg. Het feit dat je iets afpakt waar iemand heel veel moeite heeft gedaan. Het hoeft niet eens verslaving te zijn waaruit iemand het doet. Het principe van MMORPG in combinatie met de personaliteit van sommige personen leidt tot dit soort dingen. Ik vind niet dat je hiervoor echt in real life straffen moet gaan uitdelen, omdat dit prestaties in games met real-life verbindt. On-line straffen raken deze mensen veel meer, omdat ze dan zelf alles wat ze zo zorgvuldig hebben opgebouwd. En in dit soort straffen mag je geen medelijden hebben volgens mij.

woensdag 26 maart 2008

De Bunker: multimediale tentoonstelling

Naar de site van De BunkerOp 14 mei wordt de tentoonstelling De Bunker van Anno geopend in Rotterdam. De tentoonstelling is primair bedoeld voor iedereen tussen de 12 en de 65 jaar, mensen die de oorlog niet bewust hebben meegemaakt. In De Bunker word je door middel van geluidseffecten, projecties en lichtdecors geplaatst voor dezelfde dilemma's waar mensen in de tweede wereldoorlog voor werden gesteld: wat doe je als je buurjongen bij je aanklopt om te mogen onderduiken, hoe reageer je als de Duitsers je oproepen?

De Bunker is een reizende tentoonstelling en zal in de komende drie jaar in 7 steden te 'beleven' zijn. Een deel van de inhoud zal per stad verschillend zijn. Per stad wordt samengewerkt met regionale erfgoedinstellingen, scholen en media die worden uitgenodigd om voor de tentoonstelling op zoek te gaan naar verhalen uit de eigen regio en die te verbeelden. Voor de tentoonstelling heeft Anno een onderwijsprogramma gemaakt voor de bovenbouw van het basisonderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs dat bestaat uit een voorbereidende les, een bezoek aan De Bunker en een verwerkingsles.

Wederom een prachtig initiatief van Anno, dat volgens mij ook zonder bezoek aan de tentoonstelling goed te gebruiken is. In elke plaats zijn immers wel mensen te vinden die kunnen vertellen over de problemen waar ze voor werden gesteld tijdens de oorlog. Het is goed als jongeren die verhalen verzamelen en - waar mogelijk - verbeelden. Het lijkt me een prachtig project om op school een eigen bunker te maken waarin die verhalen terug te vinden zijn. Laat leerlingen maar eens inventariseren hoeveel mensen uit hun klas gevaar zouden lopen als Hitler nu aan de macht geweest was. Alle verhalen, geluiden en beelden die gemaakt en verzameld worden worden in een door de leerlingen zelf ingerichte bunker gezet zodat je daar kunt 'voelen' hoe het was als je beste vriend van school werd opgepakt of je ouders een klasgenoot niet wilden laten onderduiken in hun huis uit zorg voor jou.

Zo'n project kan gekoppeld worden aan allerlei vakken, bijvoorbeeld de talen (het gaat immers om verhalen), geschiedenis, maatschappijleer, aardrijkskunde, biologie (voedingsleer: wat heb je nu echt nodig aan voedingsstoffen) en de ckv-vakken. Ingangen genoeg om een zo belangrijk onderwerp de broodnodige aandacht te geven in de les!

dinsdag 25 maart 2008

Cloaking device op internet

onzichbaarNooit eerder heb ik op dit weblog iets verteld over mijn politieke visies. Ik zag daar nooit aanleiding toe: mijn onderwijsvisie is niet gestoeld op mijn politieke overtuiging. Maar aan de actie van Mediamatic om de te verschijnen film van Wilders onzichtbaar te maken wil ik graag meedoen. Omdat ik het eens ben met de bedoeling achter de actie en omdat het een mooie aanleiding kan zijn om met leerlingen te praten over vrijheid van meningsuiting èn over hoe je ervoor kunt zorgen dat iets vindbaar of juist onvindbaar wordt op internet.

Wat houdt de actie van Mediamatic in? Mediamatic doet een oproep aan iedereen om een eigen Fitna-film te maken en die te plaatsen op internet. De inhoud mag een parodie zijn op de (te verwachten) film van Wilders of op Wilders zelf. Als heel veel mensen op heel veel plaatsen dit soort filmpjes plaatsen en die allemaal voorzien van trefwoorden als Wilders, Fitna, moslims, Islam enz. dan zullen mensen die straks de Fitna-film van Wilders zoeken moeite hebben om uit de veelheid van treffers van de zoekmachines de goede te halen. Nog moeilijker wordt het als niet alleen de nepfilmpjes online worden geplaatst maar als ook heel veel sites en blogs naar die nepfilmpjes linken. Daardoor zullen de nepfilmpjes namelijk hoger komen in de ranking van de zoekmachines en raakt de film van Wilders nog verder ondergesneeuwd.

Het bijzondere van deze actie vind ik dat die volledig recht doet aan de vrijheid van meningsuiting waarop Wilders zich baseert en die ikzelf ook een groot goed vind (wat overigens voor mij niet betekent dat iedereen maar alles mag zeggen, maar dat wil ik hier buiten beschouwing laten). Juist omdat iedereen vrij is om zijn mening te geven is het mogelijk om zichtbaar te maken dat we niet allemaal dezelfde ideeën hebben als Wilders. Ik hoop van harte dat heel veel mensen een filmpje maken, al is het maar met de telefoon, en die online plaatsen. Ik ga er zelf zeker eentje maken!

Als ik voor de klas zou staan zou ik verder deze actie aangrijpen om met leerlingen te bespreken wat je wel en niet op internet zet en wat je kunt doen als er zaken op internet staan die je daar liever niet (meer) zou hebben. Dingen die jezelf in het verleden hebt geschreven of die anderen over jou hebben geschreven. Soms kun je die zaken laten verwijderen, maar als dat niet lukt kun je er ook voor kiezen om ze onzichtbaar te maken door ze voor zoekmachines onvindbaar te maken. Meestal doe je dat door aan de zoekmachine aan te geven welke informatie uit de zoekindex verwijderd moet worden, maar de methode die Mediamatic aan de hand doet zou ook wel eens kunnen werken!

donderdag 20 maart 2008

Oplossingen voor zware schooltassen

Door: Martijn van den Berg

Ik woon voor tegenwoordig best wel ver van school af. Toen ik voor het eerst naar school kwam, ging ik met de bus. Ik kreeg een busabonnement van mijn ouders iedere maand en zo kwam ik iedere dag binnen 3 kwartier op school. Probleem was op een gegeven moment dat ik afhankelijk was van de bustijden, dus ik ging fietsen naar school. Dat viel me gigantisch tegen. Ik had een aardige conditie, en fietsen kon ik ook wel, maar die schooltas... Het leek wel legertraining.


Met gemiddelde tassen van 10 kilo en een max van 16 kilo, dat wil je toch niet op je rug hebben. Ik ben nu wat ouder, maar als ik naar de bruggers in de aula kijk, zie ik er af en toe een omvallen omdat hij een duw op zijn tas krijgt. Die tassen zijn bijna groter dan de mensen. Moet je indenken wat een oversttap het is om in de basisschool alleen je lunchbox te moeten dragen en dan opeens een zware tas. Maar hier zijn oplossingen voor. Zowel van de kant van de leraar als de kant van de leerling.

Voor de leerling is het vrij simpel. De meeste scholen hebben lockers. Als je dan je boeken een beetje effectief regelt, gooi je in je locker waar je geen huiswerk voor hebt, en neem je andere boeken mee naar huis. Met een beetje regelen wordt je tas dan zo de helft lichter. Probleem van dit is dat in hogere klassen dit niet meer werkt, omdat je dan meestal voor vrijwel elk vak huiswerk hebt, en je dus bijna niets kan achterlaten. Oplossingt ligt dus bij de schoolboeken.

De schoolboeken moeten dunner. Makkelijker gezegd dan gedaan. Boekenleveranciers zijn bang dat als ze de boeken dunner maken en er dus minder informatie in stoppen, de scholen de methode niet meer willen kopen want scholen selecteren op inhoud, en letten er niet op hoe zwaar het boek eigenlijk is. Maar dan zie je af en toe boeken waar je 2 jaar mee moet doen. Dan loop je een heel jaar te zeulen met een boek waarvan de helft wat erin staat je dit jaar niet nodig hebt. Daarnaast is het ook een handige methode om de boeken in meerdere delen te splitsen, met elk deel een eigen specifiek gebied. Dan heb je niet alleen een lichtere tas, maar is leren ook makkelijker omdat je een hele tijd op hetzelfde gebied blijft leren. Daarnaast is alleen vragen in een werkboek veel handiger dan eronder stippellijntjes voor het antwoord, omdat de een een groter handschrift heeft dan de ander. Een schrift is veel lichter dan een half werkboek. De oplossing voor de tas is vrij simpel, alleen aan het probleem wordt nooit gedacht.

Voor de rest wil ik rond deze feestdagen zeggen dat er helaas deze vrijdag en maandag geen blogjes verschijnen. Dit is ook niet logisch omdat dan de meeste scholen vrij zijn. Eeen vrolijk pasen allemaal en veel eieren gewenst.

woensdag 19 maart 2008

Subsidie voor mobile-learning projecten

Naar de site over mobielleren van SURFnet/KennisnetZo langzamerhand komen er steeds meer mobiele diensten. Kon je aanvankelijk met je mobieltje alleen een tekstberichtje versturen (1979), tegenwoordig kun je er veel meer mee. Plaatjes versturen, mail ophalen en versturen, internetten, met behulp van gps en internet achterhalen welke restaurants er zijn in de omgeving waar je bent op dat moment, een mobiel spel spelen (met behulp van gps en sms) en betalen. En dan heb ik het nog niet over de mogelijkheden van het maken van podcasts en vodcasts, het stemmen met je mobieltje en (dat schijnt in opkomst te zijn) het gebruik van je mobieltje als afstandsbediening.

Ook binnen het onderwijs wordt gekeken naar de mogelijkheden van mobiele apparaten. De Waag ontwikkelde al in 2005 het spel Frequentie 1550 en er zijn scholen die hun roosters versturen per sms, of sms'jes versturen naar leerlingen en studenten over allerlei (andere) zaken.

Ook SURFnet en Kennisnet zijn bezig om de mogelijkheden te onderzoeken van mobiele applicaties in het onderwijs en welke rol zij daarin kunnen vervullen. Ze doen daarom een oproep aan scholen voor hoger onderwijs om projectvoorstellen in te dienen. Onderwijsinstituten kunnen subsidie aanvragen voor een project waarin ze zelf in de dagelijkse onderwijspraktijk experimenteren met de mogelijkheden van mobile learning en op basis van een gelijktijdig uitgevoerd onderzoek de leerervaringen hiervan vastleggen en verspreiden. De regeling is bedoeld voor alle HBO en WO onderwijsinstellingen in Nederland en breedbandscholen en clusters van breedbandscholen. Het maximale subsidiebedrag is € 35.000,=.

Ik kan zo een heleboel dingen bedenken die me de moeite van het onderzoeken waard lijken. Natuurlijk het ontwikkelen en gebruiken van mobiele games, maar ook het gebruik van gps voor aardrijkskunde, toegang bieden tot de elo via de mobiele telefoon, het maken van soundwalks (met behulp van gps en mp3-spelers) e.d. om de mogelijkheden van een gebied te leren kennen, de mogelijkheden van umpc's bij gedigitaliseerd onderwijs, het afnemen van een toets via mobiele apparaten, het gebruik van een mobieltje als stemkastjes tijdens een college, contacten met experts via mobiele apparaten, werken met Shotcodes enz. Er zijn mogelijkheden genoeg voor leuke en boeiende projecten, lijkt mij.

Een aanvraag indienen kan door een aanvraagformulier op te vragen. Hoe dat moet kun je vinden op de site Mobieleonderwijsdiensten.nl. Let op: de deadline voor het indienen van de aanvraag is 1 april (geen grapje!). Een leuk klusje voor de paasdagen misschien. 't Schijnt niet te best weer te worden ;-)

Ter inspiratie hieronder de presentatie van Tomi T. Ahonen, een Finse goeroe op het gebied van mobiele diensten, gegeven tijdens een bijeenkomst van Mobile Mondays in september 2007.

dinsdag 18 maart 2008

Internetfora en aansprakelijkheid

Lees hier het artikelWie schrijft op internet moet weten dat zijn of haar schrijfsels door velen gelezen kunnen worden. Voor sommigen is dat juist de reden om te gaan schrijven. Maar het brengt ook risico's met zich mee. Lezers zouden op basis van jouw verhaal tot ongewenste daden kunnen komen. Denk bijvoorbeeld aan een website waarin beschreven wordt hoe je iemand kunt doden. Wie is er aansprakelijk als die informatie ook werkelijk leidt tot iemands dood? Zolang je zelf schrijft heb je die risico's enigszins in eigen hand en ik verwacht niet dat iemand op basis van mijn schrijven tot moorddadige acties zal komen. Maar wat als andere mensen via de commentaren op dit blog gaan schrijven, wie is er dan aansprakelijk? En hoe zit dat bij internetfora?

Arnout Engelfriet, bekend van de website Ius Mentis waarop recht en wet rondom internetrecht en intellectueel eigendom voor leken wordt uitgelegd, heeft voor het magazine Sync een prachtig en uitermate leesbaar artikel geschreven over aansprakelijkheid op internetfora. Wat doe je als beheerder van een forum als iemand opruiende teksten plaatst? En wat doe je met reclame op je forum? Mag je een bericht op je forum verwijderen als dat ineens duizenden bezoekers trekt?

Ik had er, eerlijk gezegd, geen enkel idee van. Zo wist ik niet dat je als beheerder niet zomaar berichten van een forum mag verwijderen: je moet kunnen bewijzen dat het bericht niet voldoet aan het reglement van het forum. Ook mag je niet zomaar iemand verwijderen van het forum. Het reglement van een forum is dus veel belangrijker dan ik dacht. Overigens: een goede disclaimer is ook geen overbodige luxe!

Voor iedereen die wel eens een forum opent of op een andere manier anderen toegang geeft tot internet is dit artikel een aanrader. Bezint eer gij begint en een goede disclaimer en colofon kunnen (veel) ellende voorkomen. En wat betreft dit blogje? Ik hou alle reacties nauwkeurig in de gaten. Ik hoop maar dat dat genoeg is ;-)

maandag 17 maart 2008

Voorrangsregels bij wiskunde

Naar het spel ArithmeticOnlangs hoorde ik van een docent wiskunde dat veel brugklasleerlingen moeite hebben met het toepassen van de voorrangsregels die bepalen welke bewerkingen in een opgave als eerste moeten worden uitgevoerd. Wij leerden daarvoor destijds de zin 'Meneer van Dalen wacht op antwoord' (machtsverheffen, vermenigvuldigen, delen, worteltrekken, optellen, aftrekken) en alhoewel dat ook niet helemaal de juiste aanpak is, werkte het voor mij perfect. Ik heb me laten vertellen dat het leren van de voorrangsregels in het basisonderwijs soms achterwege blijft omdat het in een veelgebruikte rekenmethode pas aan het einde van groep 8 aan de orde komt en dat is - om allerlei redenen - over het algemeen niet de periode waarin de leerlingen de meeste kennis verwerven! Vandaar dat ik maar eens op zoek ben gegaan naar spelletjes waarmee leerlingen kunnen oefenen met de voorrangsregels.

Het 24-spel is al een oude bekende. Onder andere het Freudenthal Instituut heeft daarvan een versie online staan. In dit spel moet je het getal 24 maken door deelberekeningen te maken met 2 getallen en de uitkomsten van die deelberekeningen te gebruiken in de eindberekening die moet uitkomen op 24. Dit spel kan een goed uitgangspunt zijn voordat gestart wordt met samengestelde berekeningen.

Een andere variant van het 24-spel vind je hier. In dit spel moet je een berekening maken aan de hand van een stel kaarten. Je mag daarbij gebruik maken van de bekende operatoren +, -, / en x, een ook van haakjes. Als je niet snel genoeg bent krijg je de oplossing aangereikt.

In het spel Arithmetic moet je in een som getallen in te vullen zodanig dat de uitkomst klopt. Het nis behoorlijk lastig: je moet er behoorlijk goed voor uit je hoofd kunnen rekenen. Maar het is een aardige uitdaging om de oplossingen te vinden en je kunt er natuurlijk een pen en papiertje bij nemen als je niet zo heel snel uit je hoofd kunt rekenen.

Een tip voor wie met Arithmetic aan de slag wil gaan: vraag de leerlingen om tussendoor of aan het eind van het spel een screendump te maken. Hierop kun je zien op welk niveau de leerlingen afhaken. Met de sommen die de leerlingen niet konden oplossen kun je in de les een wedstrijdje maken. Verdeel de klas in teams en wijs een scheidsrechter aan. Leg de vraag voor aan de teams. Het team dat als eerste drukt mag het antwoord geven. Weten ze het antwoord niet dan verliezen ze een punt en gaat de vraag door naar het volgende team. Het team dat wint krijgt natuurlijk een mooie prijs!

vrijdag 14 maart 2008

Office 2007: soms ook handig!

Naar de site van AddintoolsIk ben sinds een tijdje overgestapt van Office 2003 naar 2007. Met enige tegenzin, dat moet ik bekennen. Van veel mensen hoorde ik moppers over Office 2007. Meestal omdat de vormgeving van het menusysteem zo veranderd is. Daar ben ik het helemaal mee eens, maar er zijn ook voordelen: zo zijn er veel meer plaatjes en animaties in PowerPoint en in Excel kun je makkelijker aan je tabel een gelikt uiterlijk geven. Maar dat zijn geen voordelen waar ik erg warm of koud van wordt: ik zal er weinig gebruik van maken.

Wat ik wel heel prettig vindt is de mogelijkheid om via een menuutje een bronvermelding te maken. Ik ben een bibliothecaris van de slechtste soort: ik vergeet altijd hoe een literatuurverwijzing eruit moet zien. Wat moet ik ook al weer precies vermelden van een tijdschrift, een boek of een website, en in welke volgorde? Waar staan de punten en de komma's? Ik kan het maar niet onthouden. In Word 2007 zit nu een optie om via een menuutje zo'n verwijzing te maken. Je geeft aan of je een verwijzing wilt maken naar een sectie van een boek, een artikel uit een krant of een (vak-)tijdschrift, een bijdrage aan een conferentie, een rapport of een website. Vervolgens vul je de bijbehorende gegevens in en de software doet de rest. Er wordt een bronvermelding gemaakt en tegelijkertijd worden de bronnen opgeslagen zodat ze in een automatisch gegenereeerde bibliografie of een overzicht van geciteerde werken gepubliceerd kunnen worden. Je hebt zelfs nog keuze welk format je wilt gebruiken: APA, Chicago en nog veel meer formats waarvan ik zelfs van het bestaan niet op de hoogte was. Er waren al wel soortgelijke tools te vinden op internet, maar ik vind het wel handig dat het nu in Word is opgenomen zodat geen enkele leerling/student nog een excuus heeft als hij zijn/haar bronnen verkeerd vermeldt.

Was dat nu voor mij de reden om over te stappen naar Office 2007? Nee, net als vele anderen vond ik de overstap van 2003 naar 2007 een hele grote door de gewijzigde navigatie. Maar daar heb ik een oplossing voor gevonden in de vorm van een tooltje: Addintools - Classic Menu for Office (kosten: $ 29,95 dus ca. € 20,=). Met dit tooltje kun je in ieder Officeprogramma een extra tab (Menu) maken. Als je op die tab klikt dan zie je het oude navigatiemenu van Office. Door deze extra mogelijkheid toe te voegen aan het vernieuwde navigatiesysteem kan ik de overstap heel geleidelijk maken. Als ik weet waar ik iets kan vinden in de nieuwe menustructuur dan gebruik ik die, kan ik het daar niet vinden dan klik ik op het extra tabje en zoek ik op de oude manier.

Ik werk nu dus al weer een tijdje zonder problemen met Office 2007. Ik begin al te wennen aan de nieuwe navigatie maar soms val ik terug op de oude manier van navigeren. Reuze handig dat het zo kan: ik kan jullie Addintools dan ook van harte aanbevelen!

donderdag 13 maart 2008

De ondergang van de handheld

Door: Martijn van den Berg

Toen de handheld geïntroduceerd werd was dit een bijzonder fenomeen. Games waren toen nog niet zo ver ontwikkeld als dat ze nu waren, en het feit dat je in plaats van een hele grote machine en een tv-scherm een game mee kan nemen naar waar je maar wilt, was een grote innovatie. Alhoewel het niet in kleur was, was in vergelijking met de andere games die op dat moment op de markt waren, een geweldig ding. Door de populariteit ervan bleef het zich ontwikkelen en kon nintendo (jarenlang monopolist op dit gebied) hier heel veel geld aan verdienen. Maar de laatste tijd zie je de handheld steeds minder. Is de tijd van de handheld voorbij?

Een tijd geleden brak sony het monopolie van nintendo met de introductie van de PsP. Door de mooie beelden die dit apparaatje gaf, moest nintendo het roer omgooien, daarom gooiden ze alles op de nintendo DS, met het nieuwe touchscreen. van beide handhelds vielen de verkoopcijfers tegen. De innovatie van de handhelds kon op lange termijn nooit de innovatie van de consoles bijhouden, waar de gameproducenten ook goed hun hoofd bij moesten houden als ze winst wouden zien.

De games van handhelds vallen tegen, zeker de laatste tijd. Wat er nog komt zijn veelal slechtere versies van console spellen of simpele spellen. De gamer van tegenwoordig ziet er dan ook geen heil in om veel te spelen met een apparaatje dat je mee kan nemen, terwijl je ook thuis kan gamen en daar veel betere beelden en een veel betere sensatie aan overhoudt dan zo'n klein apparaatje. In zie ze nog wel eens, maar ze zijn vaak omgebouwd, gebruikt voor muziek of mensen hebben weinig zin om hier veel games voor te kopen. Bovendien kan je van een handheldoorlog tussen sony en nintendo nauwelijks spreken.

Als mensen een game kopen, willen ze of kwaliteit, of innovatie. Kwaliteit zie je in de vorm van mooie beelden, en innovatie kan je zien in de vorm van nieuwe interactieve mogelijkheden. Als je gaat kijken naar de handhelds richt sony zich vooral op kwaliteit en nintendo vooral op innovatie. Maar als je dit vergelijkt met de meer succesvolle consoles, de playstation 3 van sony en de wii van nintendo, is het veel leuker om daar iets mee te doen. Voor onderweg word de handheld nog wel eens gebruikt. Maar het is slechts een een tweede keus. Iets dat je naast je console hebt en af en toe gebruikt. Meer is het niet.

woensdag 12 maart 2008

Multimedia en techniek: Minatica

Naar de site MinaticaNiet alleen in Nederland zijn mensen actief op het gebied van multimedia en techniek: ook onze zuiderburen doen allerlei interessante dingen. Maar alhoewel Vlaanderen voor mij bijna dichterbij is dan Groningen ben ik toch slecht op de hoogte van Vlaamse websites en weblogs over ict en onderwijs. Gelukkig tref ik via mijn weblog af en toe mensen die me een stapje verder helpen om de Vlaamse ICT-wereld te leren kennen.

Zo kreeg ik onlangs een mailtje van een gamereportor en -moderator van de website www.minatica.be: Andy Janssens. Hij vroeg me of hij een artikel over games dat ik een aantal jaren geleden heb geschreven mocht gebruiken om zelf een artikel te schrijven. Daar heb ik natuurlijk geen enkel bezwaar tegen en het was een mooie aanleiding om eens een kijkje te nemen op zijn site: Minatica.

Minatica is een website/forum voor alle computerproblemen. De bedoeling van de site is om mensen met computerproblemen gratis te helpen en een zo vlot mogelijke service te bieden. Er is echt veel te halen: handige programma's op verschillende terreinen, erg duidelijke tutorials om zelf dingen te leren en lessen over Paint Shop Pro, Animation Shop, Photoshop, PowerPoint en fotografie die je kunt volgen en waarbij je ondersteuning krijgt via het forum.

Het is zeker de moeite waard om hier eens een kijkje te nemen. De lessen en tutorials zijn duidelijk en er is voor elk wat wils: van een instructie hoe je een eigen account aanmaakt in Outlook Express tot hoe je de bios van je pc kunt flashen, en van het aanmaken van etiketten in Word tot hoe je je toetsenbord kunt gebruiken als muis (handig als er weer eens een muis uit het computerlokaal verdwenen is!).

Kortom: er is veel te halen voor iedereen die met computers werkt. En op zijn Hollands: helemaal voor niks, noppes, nada ;-)

dinsdag 11 maart 2008

Graag hulp!

Help mee!Ik heb het voorrecht deel uit te mogen maken van de projectgroep Wikikids, een club mensen die aan de wieg stond van Wikikids, de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. Onlangs werd bekend dat uit de encylopedie op mysterieuze wijze een aantal afbeeldingen en teksten verdwenen waren. Het leek wel alsof ze nooit bestaan hadden: ze stonden niet meer in de encyclopedie en waren ook niet meer terug te vinden in de geschiedenispagina's waarop beschreven staat wat er met een pagina is gebeurd in de loop van de tijd.

Voor ons, de projectgroep, is het een volslagen raadsel hoe dit heeft kunnen gebeuren. Juist bij een wiki wordt immers alles wat er gedaan wordt vastgelegd en we zouden dus moeten kunnen achterhalen wat er gebeurd is. Maar dit keer staan we echt voor een raadsel: ook de 'techneuten' in onze club kunnen niet verklaren hoe dit gebeurd is.

Bij deze wil ik daarom vragen aan ieder die dit leest om mee te helpen te achterhalen wat er gebeurd is, en de schade te repareren. Het is voor ons ondoenlijk om de hele encyclopedie te doorzoeken. We hebben inmiddels meer dan 3.000 artikelen in de encyclopedie dus we hebben vele helpende handen nodig. We hopen dan ook dat er leerkrachten zijn die hun klas willen vragen om ons te helpen. Wat er moet gebeuren en hoe het aangepakt moet worden kun je hier vinden.

Bij deze alvast iedereen bedankt die mee wil helpen!!

maandag 10 maart 2008

Phun: natuurkunde en CKV in een spel

Wie dit weblog volgt heeft al een paar keer berichtjes gezien over spellen waarbij je zelf een baan of een weg o.i.d. moet maken waarna je over de door jou gemaakte baan een voertuig laat rijden, bijv. Linerider en Coasterrider. Of je maakt een aantal voorwerpen waar je allerlei andere krachten op loslaat zoals zwaartekracht, wrijving, potentiële kracht enz., zoals in de spellen Calamity Game, Stick Remover, Launchball en SkyBlocs. Een leuke manier om te zien hoe bepaalde krachten werken. Nu is er (in bèta) een heel nieuw spel dat mijns inziens alle voorgaande spellen op dit gebied overtreft: Phun. Phun is gemaakt als afstudeerproject door Emil Ernerfeldt, student aan de Finse Umeå University en kan gratis gedownload worden.

Net als bij de eerder genoemde spellen moet je bij Phun zelf eerst je omgeving inrichten: met blokjes, cirkels of vast oppervlakten. Je kunt objecten met elkaar verbinden d.m.v. kettingen, scharnieren of veren. Je bepaalt vervolgens of in het spel luchtwrijving een rol speelt en/of zwaartekracht. Per object bepaal je de restitutiecoëfficiënt (de mate waarin een object terugkaatst bij een botsing), de dichtheid en nog een paar zaken meer. Bij elkaar levert het ongekende mogelijkheden op om simulaties te maken, om te experimenteren met krachten of om Tinguely-achtige kunstwerken mee te creëren.

Het kost even wat moeite om je het spel eigen te maken maar dat loont zeker de moeite. Ik verwacht bovendien dat er binnen korte tijd veel handleidingen, tips en trucks gepubliceerd zullen worden op de site die vormgegeven is als wiki. Op de site is ook een forum met een aparte draad voor onderwijsgerelateerde vragen en opmerkingen en er is een plek waar je je Phun-maaksels met anderen kunt delen. Daar staan nu al o.a. een 4-tact motor en een planetarium. Op YouTube is een speciale groep aangemaakt voor Phun. Daar komt ook onderstaand filmpje vandaan.

Ik ben benieuwd wie er in Nederland met Phun aan de slag gaat. Ik zou het fijn vinden als je mij en eventuele andere geïnteresseerden via dit blog op de hoogte houdt van je bevindingen!

vrijdag 7 maart 2008

SkyBlocs: dominoday op je pc

Speel het spelWie houdt van Dominoday, het evenement waarbij duizenden dominosteentjes omvallen, kan zich uitleven in deze game: SkyBlocs. Bij SkyBlocs moet je zelf je eigen dominobaan bouwen. Natuurlijk krijg je daarbij verschillende hulpmiddelen om speciale effecten te maken zoals blokjes waar de dominosteentjes tegenaan rollen, hellinkjes en dozen met daarin een ballonnetje.

Het leuke van het spel is dat je je eigen levels kunt maken en die ook weer kunt delen met anderen. En het is natuurlijk verschrikkelijk leuk om te zien of jouw dominobaan echt werkt! Ik kan me nu een beetje indenken hoe de leiding van Dominoday zich voelt als het uur u is aangebroken ;-) Het lijkt me een goede opdracht voor natuurkunde om dit spel te spelen en dan eens door te denken en te berekenen welke krachten er gebruikt worden om een dominobaan werkend te krijgen.

donderdag 6 maart 2008

Burnout Paradise; brandend rubber

Door: Martijn van den Berg


De Burnout serie was toen deze voor het eerst gelanceerd werd een grote innovatie. Voorheen had je geen auto's op straat tijdens het racen. Of de races werden gehouden in het donker als er geen auto's waren, of je had een circuit, of je racede op een of andere verlaten weg waar toevallig nooit een auto reed. De Burnout serie bracht hier verandering in door verkeer er bij te voegen en bij dit verkeer ook de mogelijkheid om de hele boel van de weg af te beuken en soms ook zelf van de weg gebeukt te worden. Deze serie werd een succes en inmiddels zijn we alweer bij het vijfde deel aanbeland van deze serie: Burnout Paradise.

Nieuw bij dit deel van Burnout is dat in plaats van losse races je in een grote stad bent met overal de zogenaamde events. Deze zijn er in vijf verschillende soorten. De Marked Man, (waarbij je naar een bepaald punt moet komen zonder van de baan gebeukt te worden) De Race, de Burning Route, (tijdrace met een bepaalde auto) de Road Rage (waarbij je zo veel mogelijk auto's van de baan moet beuken) en de totaal nieuwe Stunt Run. (waarbij je door de stad zo veel mogelijk stunts moet maken) Met het halen van deze events spaar je punten om je rijbewijs te verbeteren, en krijg je nieuwe auto's die op hun beurt weer sneller of sterker zijn. Daarnaast zijn er in de stad ook nog de zogenaamde Road Rules (wetten van de weg) te doen waarbij je een zo snel mogelijk door een straat racet of een zo goed mogelijke crash doet en kan je nog door billboards scheuren of superjumps maken (giga sprongen met je auto)

Ben je het racen in de stad even zat? Met één druk op de knop zit je online, en kan je vrienden uitnodigen om met jou te racen en mensen in jouw stad laten komen om samen de zogenaamde challenges te maken, waarbij je samen bepaalede doelen moet halen om de challenge te voltooien. Er zijn in totaal 300 challenges voor 2 tot 8 spelers waar je dus wel een aardig tijdje mee bezig kunt zijn. Voordat je heel burnout hebt uitgespeeld, ben je toch al snel zo'n 300 uur bezig.

Burnout is groot. Burnout is geweldig. Maar Burnout is ook oppassen voor frustratie. Hoe frustrerend is het als je hard aan het racen bent en op weg bent naar de finish en je crasht, waarna je je crash in slowmotion ziet. De tijd gaat door en de tegenstanders ook maar jij kan niet verder. Maar dat is iets waar je op een gegeven moment overheen komt. Dat is meer een kwestie van zoeken tot welke moeilijkheid je wilt en kan gaan. zelfs voor de beginnende Burnouter kent dit spel nog genoeg te doen. En voor de rest: Race, geniet, maar crash vooral niet.

woensdag 5 maart 2008

Savelife

Lang duurde het voor ik eraan toe kwam om de virtuele wereld van Savelife te betreden. Blijkbaar is het voor mij toch een fikse drempel als ik voor een spel eerst software moet downloaden en installeren voordat ik aan de slag kan. Ik vermoed dat ik daarin niet alleen sta: toen ik eindelijk Savelife bezocht trof ik daar maar weinig andere mensen aan.

Savelife is een virtuele wereld die gemaakt is door Robus Systems in opdracht van het Oranje Kruis. In de wereld zijn verschillende minispellen op opdrachten uit te voeren. Bij het voetbalveld moet je je ehbo-kennis gebruiken om een speler op te lappen en in de friettent moet je bijstand verlenen aan de verkoopster die buikpijn heeft. En er is een spel waarbij je vragen moet beantwoorden op het gebied van EHBO. Vreemd genoeg heet dat spel Triviant, waarmee de indruk wordt gewekt dat het gaat om triviale informatie. En er zijn nog een paar andere spellen te vinden.

Ik denk dat deze virtuele wereld best een aardige manier is om kennis over EHBO te testen. Wat me wel opvalt in deze wereld (en in veel andere virtuele werelden die een educatieve doelstelling hebben) is dat humor soms zo ver te zoeken is. Natuurlijk is EHBO geen onderwerp waar veel om te lachen valt, maar dat wil niet zeggen dat je de informatie niet met humor kunt presenteren. Ik vermoed dat de doelstelling van het Oranje Kruis is om met deze wereld aan te sluiten op de gamewereld van jongeren, maar volgens mij is dan humor een eerste vereiste. Een tweede bezwaar van dit spel is, zoals ik in de eerste alinea al opmerkte, dat de browser van Active Worlds gedownload en geïnstalleerd moet worden voordat het spel gespeeld kan worden.

Toch denk ik dat Savelife een leuke manier kan zijn om een serie EHBO-lessen voor kinderen af te ronden. Vooral als de virtuele wereld niet alleen gebruikt wordt om de tevoren geprogrammeerde spellen te spelen maar ook als platform om met leerlingen, leerkracht(en) en misschien ook wel Lotus-slachtoffers (of andere EHBO'ers) een virtueel rollenspel te spelen. De leerlingen kunnen dan tevoren zelf EHBO-situaties bedenken en hoe daarbij gehandeld worden en dan vervolgens zelf het slachtoffer zijn in Lifesaver. Ik denk dat je op die manier wel een héél krachtige leeromgeving krijgt!

dinsdag 4 maart 2008

Doe mee met Cyberdam

Neem een kijkje op de website van CyberdamCyberdam is een virtuele stad en game-/leer-omgeving voor onderwijs en training. In de stad vind je, zoals in alle steden, allerlei bedrijven en organisaties. Musea, winkels, de overheid, horecavoorzieningen, openbaar vervoer, kerken en medische voorzieningen: het is er allemaal. Al die organisaties hebben hun eigen belangen in de stad en soms zijn die tegengesteld aan elkaar.

Wie meedoet met een spel in Cyberdam probeert voor die problemen een oplossing te vinden. Bijvoorbeeld omdat iemand klaagt dat er geluidsoverlast is door de horecavoorzieningen in zijn straat, omdat de winkeliersvereniging tegen de zin van de gemeente de winkelsluitingstijd wil aanpassen of omdat de leden van de Oude Kerk ervoor pleiten om de nabijgelegen speeltuin op zondag te sluiten. Als speler krijg je een rol toegewezen in een conflict. Vanuit die rol moet je je eigen belangen behartigen. Door het spelen van het spel verdiep je je in de achtergronden van het conflict en je leert de argumenten pro en contra kennen.

Het project Cyberdam wordt op dit moment fiks uitgebreid. Dat betekent dat onderwijsinstellingen (zowel voortgezet onderwijs als hoger onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs) nu met de software van Cyberdam zelf een spel kunnen ontwikkelen. Het maken van een spel is technisch niet moeilijk: wel kost het tijd en energie om een goed vraagstuk te bedenken, de rollen goed in te vullen en na te denken over zaken als feedback en samenwerking. Ter ondersteuning biedt Cyberdam o.a. Docentendagen aan. Hoger onderwijsinstellingen kunnen in aanmerking komen voor een financiële ondersteuning van het traject.

Wie zelf een game wil ontwikkelen kan een voorstel indienen bij de projectleiders van Cyberdam. Cyberdam is een prima omgeving voor het simuleren van maatschappelijke (t.b.v. de vakken maatschappijleer, sociologie, rechten) en beroepssituaties (t.b.v. de vakken makelaardij, horeca, notariaat). En omdat de omgeving zowel voor het hoger als voor het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs toegankelijk is, is het een perfecte plaats om samenwerkingstrajecten tussen deze onderwijsinstellingen vorm te geven!

maandag 3 maart 2008

Virtuele omgevingen in het onderwijs: pilot Kennisnet

Klik hier om het rapport te lezenIn de afgelopen maanden zijn zowel Kennisnet als SURFnet actief geweest op het gebied van virtuele omgevingen. De Kennisnetpilot De Kennisnet werd uitgevoerd door scholen uit het VO. De pilot was erop gericht om inzicht te verkrijgen in de mogelijkheden en beperkingen van MUVE’s (Multi User Virtual Environments) binnen het PO, VO en MBO. De scholen formuleerden educatieve experimenten die ze met hun leerlingen wilden uitvoeren. Sommige scholen gingen aan de slag met Active Worlds; anderen gaven de voorkeur aan Second Life. Deelnemende docenten en leerlingen ontvingen een training en gingen aan de slag; de een voortvarender dan de andere.

Nieuwe media en digitale cultuur masterstudent Wietse van Bruggen heeft de projectdeelnemers gevolgd en hun ervaringen in kaart gebracht. Zijn bevindingen zijn te vinden op de site Virtuele Omgevingen van SURFnet/Kennisnet, in het onderdeel MUVE's in het onderwijs.

In het rapport worden, na een aantal algemene inleidende hoofdstukken, per school de ervaringen beschreven en conclusies getrokken op technisch, organisatorisch, technisch en praktisch vlak.
Naast het rapport is ook een samenvatting verschenen met daarin de belangrijkste conclusies. Deze samenvatting is onderverdeeld in de volgende hoofdstukken en paragrafen:
  • Hoe kan ik virtuele omgevingen in de klas inzetten
    • Het kiezen van een onderwerp
    • Welke kennis en ervaringen doen leerlingen op?
    • Fasering binnen het project
    • Rol van de virtuele omgeving
    • Het schoolgebouw nabouwen
    • Docent als procesbegeleider
  • Hoe kan ik het project het best organiseren?
    • Grootte van de projectgroep
    • ICT-vaardigheden van de leerlingen
    • Grootte van de projectomgeving
    • Communicatie
  • Hoe werkt het werken met de virtuele omgevingen tijdens de les zelf?
    • Tijdsbesteding
    • Concreet einddoel
    • Is een training nodig?
  • Waar moet ik technisch rekening mee houden?
    • Testen van de software
    • Welke omgeving is geschikt?
    • Software en instellingen
    • Scriptingtaal
    • Aanpassen van avatars
    • Uploaden en downloaden
    • Heeft iedereen toegang?
    • Teen Grid
Daarna worden de belangrijkste punten gegeven om mee te nemen in de praktijk, net als in het rapport onderverdeeld in aanbevelingen op technisch, organisatorisch, praktisch en didactisch gebied.

Ik vind beide rapporten zeer de moeite waard om te lezen en ik kan ze iedereen aanbevelen die plannen heeft om op school met virtuele omgevingen te gaan werken. Wat ik wel jammer vind is dat de aanbevelingen niet georganiseerd zijn op de managementtool Vier in Balans van Kennisnet zelf. Een aantal zaken daaruit blijven m.i. nu onderbelicht zoals de onderwijsvisie van de school en professionalisering van de docenten. Ik hoop daarom dat er nog een vervolgrapport komt waarin op deze zaken dieper wordt ingegaan.