vrijdag 30 mei 2008

Mingoville

Naar MingovilleAlweer een tijdje geleden las ik in de nieuwsbrief van de vakcommunity Engels over de cursus Mingoville. In Mingoville ga je spelenderwijs aan de slag met de Engelse taal. Mingoville wordt gepresenteerd als cursus en is bestemd voor leerlingen tussen de 5 en de 14 jaar. Zelf ervaar ik het meer als een spel dat vooral geschikt is voor leerlingen van het basisonderwijs.

Mingoville is een plaats die helemaal bewoond is door (Engelssprekende) flamingo’s. In de stad kun je als bezoeker allerlei missies uitvoeren, rondom de cijfers, letters, eten, het lichaam, kleding enz. Ik denk dat kinderen het erg leuk vinden om er een kijkje te nemen. Soms zullen ze het lastig vinden om de teksten te snappen (bijv. bij de uitleg) maar de oefeningen zelf zijn (voor zover ik kan beoordelen) goed opgebouwd. Er wordt een combinatie aangeboden van plaatjes, teksten en voorgelezen teksten. Het leukste is dat het gratis is: je moet je alleen aanmelden als je de resultaten op wilt laten slaan. Op de site staat een uitgebreide uitleg wat je allemaal kunt doen en beleven op de site: lezen, schrijven, luisteren, thematische opdrachten, interactieve verhalen.

Het plan is om in de toekomst Mingoville geschikt te maken voor meer talen zoals Frans en Spaans. Als dat laatste gebeurt dan ga ik ermee aan de slag. Ik heb ooit een blauwe maandag Spaanse lessen gevolgd maar die kennis moet hoognodig opgepoetst worden. En ook al is Mingoville niet voor mij bedoeld: leuk is het wel ;-)

donderdag 29 mei 2008

Plagiaat in games!?

Door: Martijn van den Berg

In de eerste klas wordt er niet zo op gelet, het begint meestal pas als je in de vierde klas zit. Mijn leraren hebben me altijd geleerd dat plagiaat slecht was en in het bedrijfsleven zie ik dat mensen af en toe een dikke boete moeten betalen omdat ze proberen andermans succes te stelen. Ik ben de laatste tijd een beetje met muziekgames bezig, ik heb net Rock Band in huis gehaald, en sta op het punt om mijn Guitar Hero gitaar in de hoek te leggen. Ik kijk op de cover van mijn Rock Band instrumentendoos, en ik zie een flink aantal liedjes in de track list staan die ook in Guitar Hero zitten.

En dat is nog maar het begin. Rock band is uniek doordat deze naast een gitaar ook een microfoon en een drum set heeft om het ultieme muziek gevoel te krijgen. Dan leees ik het nieuws en dan kijk ik naar het nieuws over de nieuwe Guitar Hero die eind dit jaar uit komt, de zogenaamde Guitar Hero World Tour. Laat deze world tour nu net het belangrijkste onderdeel van Rock Band zijn. En wat zien we vervolgens ernaast staan: een Guitar Hero drumstel en microfoon. De spellen hadden elkaar letterlijk op kunnen volgen onder dezelfde naam als de bedrijven geen ruzie met elkaar hadden.

En dit is slechts een van de resultaten die wel enig succes heeft. Een ander voorbeeld is Rollercoaster Tycoon, de pretparkserie. Dit was een grote revolutie in de tijd dat deze gemaakt werd. Heel veel mensen zochten de rand van se plagiaat op door andere sim games te gaan maken. Vandaag de dag kan je nog steeds een hele hoop business sim games in de winkel vinden die het succes niet gehaald hebben. Thrillville kwam nog het dichtst bij dit succes, alhoewel nog steeds niet het succes van Rollercoaster Tycoon. Het concept van simgames bestond al veel langer, maar na Rollercoaster Tycoon begon het echt te groeien.

Nu is de vraag, mag je dingen overnemen van andere succesvolle games om zo zelf meer geld in het laatje te brengen? Er valt natuurlijk heel veel te bedenken als je een game gaat maken, er zijn genoeg verschillende dingen waar je een game van kan maken. Uiteindelijk gaat het ten koste van de originaliteit van games, maar af en toe is het ook wel leuk om op hetzelfde genre te blijven zitten. Perosonlijk vind ik dat het wel mag, maar alleen bij heel specifieke genre games. Maar als je te veel games van hetzelfde soort maakt, zal je verkoop vanzelf dalen, dus in dit gevalt straft het systeem de overtreders.

woensdag 28 mei 2008

CatchUp!

Naar het spel CatchUp!Her en der verschijnen op het land weer tomatenplanten. Maar hoe komen die tomaten straks in de winkel? En hoe kun je achterhalen waar de tomaten die jij eet gekweekt zijn?

Met het spel CatchUp! doorlopen spelers de hele keten van de tomatenhandel: vanaf de losse tomaten bij de teler tot aan de van etiket voorziene verpakkingen in de winkel. De spelers maken in het spel keuzes: hoe ze de tomaten verpakken, hoe de tomaten getransporteerd worden, welke informatie op de labels gezet wordt voor het transport, welke prijs ze vragen voor hun handel enz. Met dit spel kunnen leerlingen op een speelse manier kennismaken met een aantal economische begrippen en over de noodzaak van tracking en tracing van voedingsmiddelen in het kader van voedselveiligheid. Welk leerlingenteam maakt de meeste winst?

CatchUp! is gemaakt voor MBO, niveau's 3 en 4, sector food & agri. Ik heb het spel gespeeld en het viel me nog helemaal niet mee om de goede keuzes te maken. Bij het spel is wel een uitgebreide bibliotheek waarin informatie te vinden is over tracking en tracing (het belangrijkste onderwerp van het spel) maar de taal waarin die teksten geschreven zijn en de hoeveelheid tekst maakt lezen zeker niet eenvoudig. Maar gelukkig is het ook niet noodzakelijk om alle informatie tevoren door te lezen: met een korte introductie van een goede docent en wat experimenteren in het spel kunnen leerlingen MBO-studenten vermoedelijk vrij snel hun weg vinden en zelf achterhalen waarom en hoe het transport van tomaten van begin tot eind gevolgd wordt. En het zou mij niet verbazen als het spel ook haalbaar blijkt voor VMBO-leerlingen in het 3e en 4e leerjaar. Ze hebben dan vermoedelijk wel wat extra uitleg nodig van hun docent maar de spelvorm zal ze zeker uitdagen om te onderzoeken hoe tracking en tracing in elkaar steekt.

En nu maar hopen dat er veel tomaten gaan in de richting van exporteur WasserBombe want dan blijven de lekkerste tomaatjes over voor op mijn bord ;-)

dinsdag 27 mei 2008

Aardrijkskunde in puzzelvorm

Naar de weblessen van Bart BossuytBart van Bossuyt is een bevlogen aardrijkskundedocent in Vlaanderen die al langere tijd weblessen maakt. Ik schreef daarover een jaartje geleden. Sinds kort houdt hij ook een weblog bij. Er staat nog niet veel in maar wat er staat is nu al de moeite waard.

Zijn post 'Hoe heet de grote liefde van Serge', waarin je aan de hand van wat tips en met gebruikmaking van een kaart gemaakt met Google-Maps moet achterhalen bracht mij op de gedachte om leerlingen zelf zo'n raadsel te laten maken. De opdracht zou dan bestaan uit 2 onderdelen: eerst moeten ze in een klein groepje een raadsel bedenken en het antwoord moeten ze verstoppen in een kaart die ze zelf maken met Google maps. Je moet ze dan wel een aantal richtlijnen meegeven, bijvoorbeeld:
  • zorg dat je in je raadsel gebruik maakt van de schaal van de kaart (de te vinden locatie moet bijv. op een afstand van .. km. liggen van een plaats die je noemt),
  • maak in je raadsel gebruik van tenminste 2 zaken die in de legenda van de meeste kaarten te vinden zijn (een spoorweg, een weg, een grensovergang, een rivier enz.),
  • verstop informatie in een foto die je op de kaart plaatst.
De tweede opdracht die ze krijgen is vanzelfsprekend: los het raadsel van één van de andere groepen op.

De beoordeling wordt vastgesteld op basis van het maken èn het oplossen van de raadsels.

Leuk: toch weer een spelletje in de les ;-)

maandag 26 mei 2008

Zomerfotowedstijd

naar het reglement van de zomerfotowedstrijdOok dit jaar organiseert Wikikids weer een zomerfotowedstrijd. Leerlingen tot 15 jaar, juffen en meesters of scholen kunnen hun mooiste vakantiefoto opsturen en meedingen naar prachtige prijzen. Als je bij de foto ook nog een goed artikel schrijft in Wikikids maak je nog meer kans om de hoofdprijs in de wacht te slepen.

Waarom ik het belangrijk vindt om deze wedstrijd onder de aandacht te brengen? Door mee te doen aan de wedstrijd kunnen kinderen iets leren over:
  • fotograferen: hoe gebruik je een camera, wat is belichting, wat is vlakverdeling etc.?
  • hoe je je mening/visie kunt weergeven door middel van beelden,
  • hoe je foto's die je hebt genomen kunt overzetten naar de computer en kunt plaatsen in Wikikids,
  • dat er copyright/beeldrecht (en soms ook portretrecht) zit op beeldmateriaal en wat dat inhoudt,
  • hoe je een artikel schrijft over een onderwerp,
  • de omgeving waar ze hun vakantie vieren: wat is daar bijzonder, wat zouden andere kinderen leuk en interessant vinden?
Daarnaast dragen de fotografen bij aan de groei van de beeldbank van Wikikids: een verzameling foto's die door iedereen gebruikt kan worden ter illustratie van de artikelen in deze encyclopedie voor en door kinderen.

Leerkrachten kunnen in de les alvast aandacht besteden aan een eventuele deelname aan de wedstrijd door de leerlingen, bijvoorbeeld door ze alvast een stukje te laten schrijven in Wikikids over hun vakantiebestemming (een instructie hoe dat moet vind je hier en hier vind je er nog veel meer), de leerlingen een webquest te laten maken (over het schrijven over actuele zaken of over hoe je feiten kunt controleren) of een opdracht over fotografie.

Al met al meer dan genoeg redenen volgens mij om mee te doen met de wedstrijd. Benieuwd naar de foto's die vorig jaar met een prijs werden bekroond? Klik dan hier.

vrijdag 23 mei 2008

Mediawijsheid in perspectief

Ga naar de website Mediawijsheid in PerspectiefAfgelopen woensdag schreef ik over de start van het Mediawijsheid Expertisecentrum. Sjaak Jansen, docent aan de Katholieke Scholengemeenschap Etten-Leur, wees mij op de recent verschenen publicatie en websiteMediawijsheid in Perspectief van de Raad voor Cultuur.

Deze publicatie kan ik iedereen aanbevelen: met een heleboel argumenten wordt duidelijk gemaakt waarom onze maatschappij mediawijs moet worden en wat dat allemaal inhoudt. In de publicatie staan interviews met mensen uit de sectoren cultuur, media, onderwijs, zorg, economie, veiligheid en openbaar bestuur die allemaal hun visie geven op het fenomeen mediawijsheid. Daarnaast bevat het een essay van Karin Spaink die een pleidooi houdt om enerzijds vooral oog te houden voor bescherming van privacy van de burgers en anderzijds het auteursrecht anders in te richten zodat wij als burgers meer toegang krijgen tot onze eigen cultuur zonder dat er allerlei drempels worden opgeworpen door uitgevers en distributeurs.

Ik vind het wel jammer dat tijdens de start van het Mediawijsheid Expertisecentrum deze publicatie niet werd genoemd (of ik heb ergens zitten slapen). Het was mooi geweest als de publicatie aan de aanwezigen uitgereikt was. Ik vind dat wie zich bezig houdt met mediawijsheid, dit boekwerk niet mag missen. Bovendien: ere wie ere toekomt: het was de Raad voor Cultuur die de term 'Mediawijsheid' heeft neergezet en die een fikse aanzet heeft gegeven voor de oprichting van het expertisecentrum. Met hun laatste publicatie bewijzen ze dat ze het onderwerp nog steeds belangrijk vinden en ook scherp in het vizier hebben!

donderdag 22 mei 2008

I will survive!

Door: Martijn van den Berg

Met de derde toetsweek al lang achter de rug en mijn rapport in mijn schooltas loop ik de vakantie in. Het is geen toprapport, maar ik ben er toch tevreden mee. Ik heb een aantal slechte vakken opgehaald. Ik ben niet onvoldoendeloos, maar iedere student heeft vakken waar je minder goed in bent. Zoals het er nu uit ziet ga ik over, maar in mijn tas zit ook een agenda, een agenda met toetsen voor de komende periode. Een aangezien ik toch wel gehecht ben aan mijn voldoendes, ga ik in de vakantie aan de slag. Tijd voor de laatste loodjes.

De laatste periode is de meest vermoeiende in het school jaar. Het is een periode van opofferingen en doorzettingsvermogen. Met het zicht op de lange zomervakantie is het af en toe moeilijk om je gedachten bij het schoolwek te houden en met de zon buiten is het moeilijk om boven huiswerk te maken. Het gaat allemaal om pure concentratie.
Je hebt je cijfers, je hebt misschien niet alles voldoende, maar je hoopt toch om uiteindelijk zo hoog mogelijk te eindigen, zeker met je examentoetsen. Al sta je na drie periodes nog onvoldoende, dan moet je zeer hoog scoren voor deze periode om het ook maar een beetje op te halen. Ik sta er niet zo slecht voor, maar er zijn ook mensen die op dit moment op het randje zitten, en die opofferingen moeten maken, of anders riskeren dat ze het hele jaar overnieuw moeten doen.
En dan die vernieuwde tweede fase Mocht je dit jaar niet overgaan en je zit net zoals ik in 5VWO, dan mag je dus een aantal vakken helemaal gaan bijwerken, terwijl je aan andere vakkan die je al wel één of twee jaar hebt gevolgd niets hebt, en waarvoor je dus ook geen cijfer op je eindrapport krijgt. En dat is geen goed uitzicht. De laatste periode zul je net iets meer moeten geven voor sommigen, anderen rusten op de hoge cijfers die ze al hebben. Het is verstandig in dit geval om vooruit te kijken. En voor degenen die dat niet hebben gedaan: doorzetten.

woensdag 21 mei 2008

Mediawijsheid

naar de Mediawijsheid KaartVorige week was ik bij de aftrap/opening/start van het Mediawijsheid Expertisecentrum. Dit is een netwerkorganisatie die zich ten doel stelt 'een toename in vaardigheden van mensen te realiseren en bij te dragen aan een bewuste, kritische en actieve houding en mentaliteit van burgers en instellingen in de gemedialiseerde samenleving'. Bij het expertisecentrum zijn allerlei partijen betrokken die zich op de een of andere manier bezig houden met mediawijsheid voor verschillende doelgroepen, dus niet alleen jongeren/leerlingen, maar ook ouderen, mensen in achterstandswijken enz. Maar om te beginnen heeft het netwerk het onderwijs als speerpunt benoemd.

Bij de start van het Mediawijsheid Expertisecentrum werd ook de Mediawijsheid Kaart gepresenteerd, een kaart waarin je kunt zoeken welke initiatieven er zijn op het gebied van mediawijsheid, verdeeld over 8 verschillende thema's:
  • informatie en strategische vaardigheden
  • mediabewustzijn
  • verantwoord gebruik en veiligheid
  • praktische vaardigheden
  • participatie en productie
  • empowerment
  • auteursrecht
  • innovatie.

Een handig overzicht, waarin overigens nog lang niet alle bestaande initiatieven verwerkt zijn. Wie nog een initiatief kent dat nog niet in de lijst is opgenomen wordt van harte uitgenodigd om contact op te nemen met de makers van de kaart.

Ik vind zelf de kaart handig maar ik vind het voor docenten niet echt makkelijk om in de kaart mogelijkheden te vinden die in de eigen lessen gebruikt kunnen worden. Nog lastiger wordt het als je uit deze initiatieven een doorgaande leerlijn wilt samenstellen. Ik wil hierbij dan ook de makers van de kaart uitnodigen om kant-en-klare ritten (doorgaande leerlijnen) samen te stellen voor docenten. In die doorgaande leerlijnen zouden dan alle aspecten van mediawijsheid uitgewerkt moeten worden. Zo jou je kunnen samenstellen
  • een ritje basisonderwijs, VMBO, Havo, VWO,
  • een ritje gratis/zelf uit te werken initiatieven,
  • een ritje initiatieven met ondersteuning door derden,
  • een ritje dat aansluit bij een visie waarbij leerlingen niet of juist wel volledig vrij worden gelaten op internet,
  • een ritje klassikaal frontaal onderwijs, Montessori-onderwijs, Dalton-onderwijs enz.,
  • een ritje scholing voor docenten, enz.
Waarschijnlijk zijn er bij bepaalde ritjes alternatieve routes mogelijk: die zouden dan in de aanbevelingen verwerkt kunnen worden. Om al die standaardritten te maken zou er ook een lijst opgesteld kunnen worden met criteria wat leerlingen gedurende hun schooltijd zouden moeten leren om mediawijs genoemd te kunnen worden. Voor scholen lijkt het me handig om dit soort zaken benoemd te hebben èn om een lijst te hebben van doorgaande leerlijnen waarin al die zaken aan de orde komen.

Laat het weten als jullie nog meer tips en vragen hebben over de lijst. Ik zal ervoor zorgen dat jullie opmerkingen terecht komen bij de makers van de Mediawijsheidkaart!

dinsdag 20 mei 2008

Kinderen en usability

Het is alweer een tijdje geleden dat ik betrokken was bij de ThinkQuest web-strijden waarbij docenten en leerkrachten, studenten maar vooral ook leerlingen educatieve websites bouwden. De jury had er geen eenvoudige klus aan om die websites te beoordelen: sommige websites waren technisch sterk, anderen hadden interessante inhoud en er waren ook websites die bijzonder mooi of creatief vorm gegeven waren. Er waren maar weinig websites die op alle punten uitblonken en het was voor de jury lastig te bepalen wat zwaarder woog: moest een website waarvoor een heel eigen contentmanagementsysteem was gemaakt een prijs krijgen of vonden ze het belangrijker dat er met het medium geëxperimenteerd werd? Het was vaak appels met peren vergelijken.

Een aspect van websites dat maar weinig werd besproken was usability. Dat werd mede veroorzaakt door het feit dat de jury wel op de hoogte was van hoe volwassenen naar websites keken en hun weg vonden in de navigatie, maar over hoe kinderen dat deden was weinig bekend. De kleurstellingen van sommige door kinderen gemaakte websites waren soms verpletterend: gele letters op een zwarte ondergrond, een website waarbij op elke pagina andere kleuren werden gebruikt en websites waarvan de ondergrond zo bont was dat de letters daartegen wegvielen. Ook wat betreft de navigatie maakten sommige teams wonderlijke zaken: websites waarbij de navigatie bestond uit één pijl op elke pagina zodat je alleen lineair door de website kon navigeren, websites waarbij je moest zoeken naar een navigatiemenu en websites waarbij het menu zowel links als rechts als bovenaan elke pagina te vinden was. Maar alhoewel de jury zelf vaak zijn twijfels had bij deze bijzondere sites, gaven ze de kinderen het voordeel van de twijfel. Want niemand wist of kinderen dit soort extremen misschien wel waardeerden: er was nog maar weinig onderzoek beschikbaar over hoe kinderen naar websites kijken. De jury ging er daarom vaak maar vanuit dat de websites die door kinderen zelf gemaakt waren, ook goed gebruikt konden worden door kinderen.

Maar sinds gisteren is er onderzoek beschikbaar over dit onderwerp. Mijn Kind Online heeft, samen met 2C Usability in kaart gebracht:
  • hoe gaan kinderen (tussen 8 en 12 jaar) om met internet: hoeveel tijd brengen ze door op internet, wat doen ze daar, wat mogen ze wel en niet van hun ouders, hoe zoeken ze informatie en hoe bepalen ze wat relevante informatie is,
  • hoe denken ze over aanmelden & privacy,
  • hoe reageren ze op reclame op websites,
  • wat doen ze als onverwachte dingen gebeuren zoals pop-ups,
  • wat zijn de favoriete websites van kinderen.
Het onderzoek leidt tot een aantal aanbevelingen voor makers van kinderwebsites èn voor ouders en leerkrachten. Makers van kinderwebsites krijgen o.a. het advies om:
  • domeinnamen te claimen die lijken op de domeinnaam die ze zelf gebruiken. Op die manier kan voorkomen worden dat kinderen die een foutje maken bij het intypen van de domeinnaam op allerlei ongewenste sites terecht komen,
  • sites zo licht mogelijk te maken omdat kinderen erg ongeduldig zijn en afhaken als ze lang moeten wachten omdat het lang duurt voordat een applicatie geladen is,
  • niet al te creatief te zijn bij het maken van hyperlinks. Als die afwijken van de standaard worden ze vaak niet herkend door kinderen,
  • links binnen de eigen website niet aan de rechterkant van het scherm te plaatsen omdat kinderen op die plaats reclame verwachten,
  • bij een zoekmachine suggesties te geven bij een verkeerde spelling van een zoekwoord,
  • de tekst van een site aan te laten sluiten bij het begrippenkader van de doelgroep (zonder 'kinderachtig' te zijn),
  • multimedia alleen te gebruiken als die functionaliteit van de site niet in de weg staat.
Voor ouders en leerkrachten zijn er tips hoe ze kinderen kunnen helpen hun weg te vinden op internet, o.a.:
  • vertel kinderen dat ze foutmeldingen niet weg moeten klikken maar moeten lezen en dat ze bij twijfel iemand om hulp moeten vragen,
  • leer kinderen dat ze kunnen zoeken met meer dan één zoekterm
  • dat ze, met name op educatieve websites, vaak makkelijker kunnen vinden wat ze zoeken als ze gebruik maken van de zoekmachine binnen die site,
  • hoe ze reclame op internet kunnen herkennen,
  • dat ze niet zomaar privé-informatie moeten achterlaten op internet,
  • en dat ze altijd een volwassene mogen vragen om hulp als er dingen gebeuren die ze vervelend vinden of die ze niet begrijpen.
Maar er is nog veel meer. Wie het hele rapport wil lezen kan een mailtje sturen aan Remco Pijpers van Mijn Kind Online, dan krijgen ze het kosteloos toegestuurd.

maandag 19 mei 2008

My Word Coach: een taalkundig spelletje

Naar de site van het spelVoor de Nintendo-DS worden erg veel educatieve spellen ontwikkeld. Dr. Kawashima's Brain Training, English Training, en recent My Word Coach: Verbeter je woordenschat. Ik heb de afgelopen vakantie benut om beide laatst genoemde spellen te spelen: de Rekentraining en de Word Coach.

Bij het spel My Word Coach kun je je expressievaardigheden verbeteren door een aantal woordspelletjes te spelen:
  • Ontbrekende letter, waarbij je van een gegeven woord een missende letter moet invullen,
  • Drie-twee-een-nu, waarbij je van een woord de goede betekenis moet raden uit twee opties,
  • Woordenbrei, waarbij je 4 omschrijvingen krijgt en 5 of 6 woorden en je - uiteraard - moet bepalen welk woord bij welke omschrijving hoort,
  • Lettersoep. Bij dit spel zijn de letters door elkaar gehusseld. Je krijgt de betekenis van het woord en je moet de letters in de juiste volgorde zetten om het gezochte woord te maken,
  • Letterblokken. Een variatie op het bekende spelletje Tetris. Op de blokjes die vallen staan letters. Met deze letters moet je zo snel mogelijk de door het spel opgegeven woorden maken.
  • Kraak de code, een spel waarbij je - sneller dan de computer of een eventuele tegenstander - letter voor letter het juiste woord bij een omschrijving moet spellen.
De opbouw van het spel zit, voor zover ik kan oordelen, didactisch sterk in elkaar: woorden die herhaald worden, een duidelijke afbakening wat geleerd moet worden en hoe het in een context geplaatst moet worden. Ook krijg je na verloop van tijd een seintje dat je beter kunt stoppen en de volgende dag verder kunt gaan als je zoveel mogelijk woorden wilt onthouden. Maar ik heb wel mijn twijfels bij het nut van de woorden die geleerd worden: na een weekje of twee spelen kon ik niet één keer zeggen dat ik buiten het spel een woord las of hoorde dat ik in het spel had geleerd.

Maar mijn grootste aarzelingen hebben betrekking op de gameplay. Ik vind het spel vooral saai. De vormgeving vind ik weinig aantrekkelijk, de antwoorden zijn goed of fout en je kunt er weinig strategie op loslaten om het antwoord te vinden, er zit geen leuk verhaal achter, humor is ver te zoeken en de feedback is hetzelfde of je nu heel snel speelt of langzaam ('Jij communiceert erg goed!'). Het wordt wel leuker als je toegang krijgt tot nieuwe levels maar dat duurt soms wel lang.

Er zitten ook een paar ontspanningsgames bij het spel. Bij één daarvan leer je hoe je met de Nintendo de letters moet schrijven. Niet overbodig want zeker in het begin overkwam het me herhaaldelijk dat ik een letter verkeerd schreef waardoor die niet herkend werd en mijn antwoord fout gerekend werd. Heel frustrerend. Je leert overigens op die manier wel snel om je handschrift aan te passen, dus misschien biedt dat ruimte voor een schrijfspel waarbij je kinderen leert om op de goede manier letters te schrijven. Maar dat is weer een ander verhaal!

vrijdag 16 mei 2008

Onderwijs moet aansluiten bij de leerlingen

Het wordt vaak gezegd: het onderwijs moet aansluiten bij de leefwereld van de leerlingen. Een leuke gedachte die de meeste mensen wel onderschrijven, maar hoe geef je daar nu vorm aan? Betekent het dat je de leerlingen elke dag achter de computer moet zetten? Moeten ze hun eigen leervragen formuleren? Er is veel over geschreven en een aantal grote didactici hebben er hun visie op gegeven. Desondanks wil ik hier variatie op de aanpak van anderen beschrijven, vanuit mijn ervaring om leerlingen zelf te betrekken bij het onderwijs.

Ik denk namelijk dat het voor mij als volwassene onmogelijk is om een goed beeld te hebben van de leefwereld van onze leerlingen. Er is, denk ik, niet zoiets als één leefwereld: die varieert per regio, per school, per klas, per leerling. Bovendien is die niet statisch maar voortdurend aan verandering onderhevig. Ik denk dat het een onbegonnen zaak is om die leefwereld zelf in beeld te krijgen: daar hebben we de hulp van de leerlingen zelf bij nodig.

Om een idee te krijgen van wat leerlingen bezig houdt zou ik ze graag aan het begin van het jaar willen vragen wat ze doen in hun vrije tijd, welke baantjes ze hebben of ambiëren, wat hun drijfveren zijn, en wat ze denken dat ze over een jaar of 3 of 5 bezig houdt. De mentor van de klas krijgt die informatie in handen en zorgt ervoor dat op basis van die informatie voor elke leerling ten minste één les of lessenserie wordt samengesteld. Natuurlijk gebeurt dat in overleg tussen de docent en de leerling. De leerling licht zijn dossier toe en de docent geeft aan hoe zijn vak de leerling kan helpen om zijn doel te bereiken. Dat laatste is heel belangrijk: de les moet de leerling iets leren waarmee hij verder kan met zijn ambities en niet een het overdragen van kennis die de docent belangrijk vindt maar de leerling niet.

Is je hobby paardrijden dan kan de docent wiskunde bijvoorbeeld een les samenstellen over allerlei wiskundige figuren die bij de dressuurproeven gereden moeten worden. Staat surfen bij een leerling hoog op de lijst? Dan ligt een natuurkundeles voor de hand waarbij in kaart wordt gebracht welke krachten op de surfplank worden uitgeoefend bij het surfen en hoe je de plank dus beter kunt beheersen. Ben je meer het type dat ervan houdt om te reizen? Dan wordt er een les gemaakt over hoe je je kunt redden in de outback van Australië. Enzovoort: bij elke hobby of ambitie valt wel een les te bedenken.

Op deze manier wordt een beroep gedaan op de kennis van de docent: hij moet er immers voor zorgen dat de verplichte lesstof in een jaar afgehandeld wordt. Het vraagt behoorlijk wat creativiteit om bij de vragen van de leerlingen zo te benaderen dat ze passen in het curriculum. En voor die lessen is natuurlijk geen kant-en-klaar materiaal: dat moet ontwikkeld worden.

Een tweede voordeel van deze aanpak lijkt mij dat het kansen biedt aan leraar en leerling om samen te werken en van elkaars expertise te leren. Daarnaast kan het een goede manier zijn voor leerlingen om elkaar te leren kennen: wat zijn nu eigenlijk de drijfveren van die leerling die meestal stil in een hoekje zit, waar gaat de leerling voor die direct na de lessen op zijn fiets naar huis gaat en wat is het toekomstbeeld van de studiebol in de klas? Die interesse kan overigens natuurlijk alleen maar bloeien als er een veilige sfeer is in de klas, dus daarin is voor het docententeam een belangrijke taak weggelegd.

Deze aanpak vraagt een behoorlijke investering van het onderwijs: leerlingen moeten gestimuleerd worden om te vertellen over hun drijfveren, de dossiers die het oplevert moeten verdeeld worden over het docententeam, er moet overlegd worden met leerlingen en lessen moeten ontwikkeld worden. Geen geringe klus in het toch al behoorlijk volle takenpakket van de meeste scholen en docenten. Maar als het nu eens inspirerender werk oplevert voor docenten en meer motiverende lessen voor de leerlingen, zou het dan niet de inspanning waard zijn?

donderdag 15 mei 2008

Computer of buiten zitten

Door: Martijn van den Berg

Het is weer zomer. Afgezien van een paar kleine uitzonderingetjes is het weer zomer zelfs voor het weer. Het duurde even, maar de regen mindert nu en de zon verslaat de wolken. Ik ben altijd wel blij met de zomer, en heb meteen mijn winterkleren in de kast gegooid en een zomercoupe genomen. Ik ben er helemaal klaar voor. Enige probleem is: hoe kan je games combineren met buiten zitten, want je kan moeilijk je hele spelcomputer buiten zetten met bedrading en al, en het licht van de zon verduistert menig scherm. Dan zit er niets anders op dan te stoppen met gamen voor de zomer. Of toch niet?

Gamen en de zon zijn aartsvijanden van elkaar. Beide zijn een bekend vermaak en het ene kan niet samen gaan met het ander met de huidige technologie. De zon schijnt op je scherm, de bedrading krijg je niet buiten en er bestaat niet zo iets als portable stroom. Bedrijven ontwikkelen schermen voor de computers zodat men nog wel normaal kan werken, want het werk gaat gewoon door, en dus ook het huiswerk. Ook op de computer.

Zoals misschien sommigen onder ons wel weten is net GTA IV uitgekomen. Ik ben er zelf niet zo'n fan van, het is niet mijn type game, maar ik heb mensen horen zeggen dat ze als GTA uit zou komen, drie dagen niets anders zouden doen, en zo zijn er wel meer games die in de zomer uitkomen. En toch, het zou toch wel de ultieme combinatie zijn om te kunnen genieten van de zon terwijl je jezelf vermaakt met een leuk spel. Genieten van twee werelden tegelijk als het ware.

Het blijft moeilijk kiezen. Lekker weer en games gaan niet samen, en zullen waarschijnlijk ook nooit samen gaan, want voor games heb je toch een scherm nodig om iets om dingen op te projecteren, en de zon zal dit altijd in de weg zitten. De voorlopige oplossing: het uithouden met kopen van nieuwe games tot het wat minder weer is. Maar die periode is gelukkig nog heel erg ver weg op dit moment.

woensdag 14 mei 2008

Junior Food Detectives

Naar het spelHet - Engelstalige - spel Junior Food Detectives gaat, zoals de titel al doet vermoeden, over eten. Het spel heeft als doelstelling kinderen aan te zetten tot gezonder eten, meer bewegen en minder tijd door te brengen achter de televisie en de computer.

In het spel Junior Food Detective wordt de speler gevraagd om 'the Amazing Food Detective' te helpen een achttal cases op te lossen.
  • Cole, die teveel junkfood eet,
  • Catherine, die niet zo heel veel weerstand heeft
  • Michael, die te weinig aan lichaamsbeweging doet,
  • Antonia, die meer zou moeten spelen,
  • Emily, die teveel eet,
  • Enrique, die slechte tanden heeft en zwakke botten
  • Matthew, die altijd moe is
  • Althea, die het ontbijt overslaat.
Bij elke case krijgt de speler een opdracht, bijv. om calcium- of eiwitrijke voedingsmiddelen aan te klikken, de hoeveelheid eten te verminderen, de juiste activiteiten te selecteren. Na afloop van een case kan de speler een pdf'je uitprinten waarop opdrachten staan die zonder de computer uitgevoerd moeten worden, bijv. het klaarmaken van een gezond gerecht, een schema waarin bijgehouden kan worden welke 'gezonde doelen' je hebt behaald in een maand, of een zoekplaatje waarin een bepaalde soort gerechten gezocht moet worden. Ook zijn er bij elke case minigames: heel eenvoudige spellen, meestal variaties op bestaande minigames, die te maken hebben met de case. Bijv. het maken van doelpunten, snacks met een knuppel weg slaan, een fitness quiz enz.

Door op deze manier intensief bezig te zijn met wat goed voedsel is en wat niet zullen kinderen vermoedelijk meer bewust worden van wat ze eten.

Bijzonder van het spel vind ik dat het de daad bij het woord voegt: na 20 minuten spelen sluit het spel uit zichzelf af en krijgt de speler de hint om actief te worden: 100 push-ups doen! Op de p.c. waarop je het spel speelde kun je pas na een uur weer het opstarten. Een prima manier om kinderen bewust te maken dat ze tijdens het spelen vaak de tijd vliegt!

dinsdag 13 mei 2008

Scratch in het Nederlands

naar de site van ScratchDe afgelopen weken heb ik heerlijk rustig aan gedaan: eindelijk eens tijd om al die tijdschriften, papieren en linkjes door te nemen! Natuurlijk heb ik van alles 'ontdekt', dus de komende periode zal ik daarvan verslag uitbrengen.

Zo kwam ik erachter dat het programma Scratch tegenwoordig een Nederlandse vertaling heeft. Als je de nieuwste versie van het programma downloadt (gratis) en installeert kun je in het programma kiezen voor Nederlands. Ik heb geen idee hoe lang het er al is: misschien loop ik hopeloos achter. Maar voor degenen die net als ik niet altijd alle ontwikkelingen bij kunnen houden is het misschien interessant nieuws.

Scratch is een programma waarmee kinderen zelf een animatie of een spel kunnen maken. Volgens de site is het programma geschikt voor kinderen vanaf een jaar of 8. Maar volgens mij praat je dan wel over de slimmerikjes: ik denk dat de meeste leerlingen er pas vanaf een jaar of 10 aan toe zijn. Maar het programma is niet moeilijk onder de knie te krijgen. Het doet mij denken aan de programmeertaal Logo die in de jaren '80/'90 wel werd aangeboden in het (basis)onderwijs. Je hebt een aantal commando's ('zet .. stappen', 'draai .. graden om je as', 'speel .. seconden op de drum', enz.) die je aan elkaar kunt koppelen. Je kunt de commando's laten herhalen en er condities aan hangen (als... dan ....). Het is allemaal heel visueel gemaakt door de commando's als bouwsteentjes te presenteren die je aan elkaar kunt klikken.

Ik kwam er per toeval achter omdat ik een handleiding voor het programma bekeek die gemaakt is door de TU-Delft. Bij de TU doen ze leuke dingen voor kinderen van basisscholen die een hoge CITO-score hebben: die gaan op de TU met een aantal studenten aan de slag met Scratch. De resultaten zijn wisselend: soms zijn het variaties op bestaande dingen maar andere leerlingen zijn erg creatief. Leuk om te zien! Op de site van het project vind je niet alleen de resultaten van de leerlingen maar ook een Nederlandstalige hands-on handleiding voor leerlingen met daarin een aantal opdrachten.

Toen ik de site van Scratch verder bekeek, ontdekte ik daar ook dat er een speciale groep bestaat voor spellen voor het vak wiskunde en voor science. In die spellen worden allerlei begrippen uit die vakken uitgelegd: kansverdeling, zwaartekracht enz. Erg de moeite waard om eens te bekijken en om leerlingen uit te dagen zelf een begrip uit te leggen met Scratch!