dinsdag 30 september 2008

Angst om af te gaan

Eén van de redenen die vaak genoemd worden waarom ict in het onderwijs maar mondjesmaat gebruikt wordt is dat docenten bang zouden zijn om te laten zien dat leerlingen hen op dat gebied de baas zouden zijn. Ik heb inderdaad wel van docenten gehoord dat ze zich die materie eigen willen maken voordat ze hun leerlingen daarmee aan de slag zetten. Ik kan me dat wel voorstellen: je voelt je nu eenmaal zekerder van je zaak als je zelf precies van de hoed en de rand weet en hebt ervaren hoe je problemen die zich voordoen kunt oplossen. En in de pers wordt maar al te vaak benadrukt hoe slim leerlingen wel niet zijn in het gebruik van ict en hoe dom docenten zijn op dit gebied. Niet de beste manier om zelfvertrouwen te kweken om met ict-middelen aan de slag te gaan!

Ik denk dat het niet juist is om te denken dat je zelf de middelen moet kunnen gebruiken om ze in te kunnen zetten in de les. Je hoeft toch ook niet verslaafd te zijn geweest om iemand te helpen die van een verslaving af wil komen? En wie verwacht van de meester dat hij net als de leerlingen kan touwtjespringen met twee touwen en tussendoor een handstand maakt? Voor sommige leerlingen geen probleem maar voor veel meesters en juffen niet echt hun primaire talent!

Natuurlijk is het makkelijk als je als docent zelf hebt ervaren hoe dingen in elkaar zitten. Maar nog belangrijker is het m.i. dat je afstand kunt nemen van wat er geleerd moet worden en dat in een breder kader kunt zetten. Dus niet leren hoe je een handstand moet maken terwijl je touwtjespringt maar wel weten hoe je dat kunt aanleren, weten hoe je een pleister moet plakken, de leerling aanmoedigen en zelf de touwtjes draaien zodat de leerling kan oefenen.

Datzelfde gaat volgens mij op voor het werken met ict: om bijvoorbeeld een leerling te helpen met het zoeken naar informatie hoef je niet zelf de knoppen te kunnen bedienen. Je moet als docent wel weten hoe je de vraag helder moet krijgen, hoe je je zoektermen moet bepalen hoe je de gevonden informatie moet beoordelen. Dat is een vaardigheid die docenten al lang hebben omdat die niet alleen noodzakelijk is bij het zoeken naar informatie op internet maar ook bij het zoeken naar informatie in andere bronnen. Bijzonder is dat leerlingen deze vaardigheden juist niet hebben: ze zijn goed in het bedienen van de knoppen maar ze hebben weinig tot geen idee hoe ze hun zoekvraag moeten afbakenen, hoe ze zoektermen moeten formuleren en op basis van welke criteria ze gevonden informatie kunnen beoordelen. Door de vaardigheden en inzichten van leerlingen en docenten samen te voegen ontstaat de kennis die nodig is om het informatieverwervingsproces met succes te doorlopen.

Idem dito geldt voor bijvoorbeeld het maken van educatieve games. Je hoeft als docent niet het programma waarmee de game gemaakt wordt in zijn geheel te doorgronden. Wel moet je weten hoe het hele proces van het bouwen van een game in stappen onderverdeeld kan worden, hoeveel tijd er voor de verschillende stappen ingepland moet worden, hoe je een spel leuk en/of spannend kunt maken, op welke verschillende manieren je de educatieve content kunt aanbieden, waar leerlingen informatie over het gebruik van de software kunnen vinden enz. Je moet dus als docent wel een heleboel weten en kunnen maar het doorgronden van de software is niet noodzakelijk.

Toch merk ik nog vaak dat bij professionalisering van docenten de aandacht uitgaan naar het beheersen van het instrumentarium. Dat vind ik jammer: ik denk dat de focus bij scholing van docenten op ict-gebied moet liggen op hoe je leerlingen kunt coachen bij het gebruiken van ict. Door zelf met de tools te werken zul je ongetwijfeld tegen een aantal problemen oplopen waarmee ook leerlingen geconfronteerd worden als ze die tools gaan gebruiken. Maar je zult ook tijd investeren in dingen die voor leerlingen geen enkel probleem zijn terwijl je andere zaken die voor leerlingen wel lastig zijn en voor jou niet over het hoofd zult zien. Leren hoe je een tool kunt gebruiken kan daarom een hulpmiddel zijn in de professionalisering van de docent maar ik denk dat we ervoor moeten oppassen om het daarbij te laten!

maandag 29 september 2008

Stagecast: software om educatieve games te maken

Naar de website van de wedstrijdAl eerder schreef ik over Stagecast: software waarmee kinderen vanaf een jaar of 10 makkelijk animaties en spelletjes kunnen maken. Dat kinderen al vanaf ongeveer groep 5 ermee kunnen werken wil overigens niet zeggen dat de mogelijkheden beperkt zijn: met Stagecast kun je ook behoorlijk ingewikkelde spellen maken. Het aardige van Stagecast vind ik dat het een beroep doet op het creatieve vermogen van kinderen: omdat de tool zo eenvoudig is aan te leren kan alle aandacht gegeven worden aan het ontwikkelen en vormgeven van het spel of de animatie.

Ik schreef destijds dat ik erg enthousiast was over de software. Dat heeft er uiteindelijk toe geleid dat ik de software ben gaan inzetten in een nieuwe wedstrijd die ik organiseer: Groeien door Games. Dat is een wedstrijd die is uitgezet op de scholen van De Onderwijsvernieuwingscoöperatie. We dagen leerlingen van die scholen uit om in teamverband een educatieve game te maken. Daarvoor mogen ze o.a. gebruik maken van het programma Stagecast.

De afgelopen zomervakantie hebben we hard gewerkt om de wedstrijd in de steigers te zetten. De spelregels zijn bepaald, er zijn voor de deelnemende teams werkruimtes in de ELO ingericht en er zijn verschillende handleidingen gemaakt, o.a. voor het gebruik van Stagecast. Er zit weliswaar bij die software zelf een uitstekende Nederlandstalige in-game handleiding, maar die is dermate uitgebreid dat we ook voor de wat snellere leerlingen een handleiding wilden hebben. Ook vonden we het belangrijk dat er doe-handleidingen zijn, kijk-handleidingen en lees-handleidingen. Met andere woorden: we wilden voor elke leerling en docent een handleiding op zijn eigen niveau en aansluitend bij zijn eigen manier van leren. Als je een voorbeeld wilt bekijken van een educatief spel dat gemaakt is met Stagecast, klik dan hier voor een game over de voedselketen (let op: om het spel te kunnen spelen moet je de laatste versie van Java geïnstalleerd hebben). Als je zelf eens wilt zien hoe de software werkt dan kun je een (Nederlandstalige) trialversie downloaden voor de Mac of voor Windows.

Mede dankzij de hulp van Hans Hak (die maar liefst 9 screencasts heeft gemaakt!) is het ons gelukt om in de zomervakantie een zeer complete serie handleidingen online te zetten. Wij zijn ervan overtuigd dat met deze handleidingen iedereen die dat wil een educatief spel kan maken (mits hij natuurlijk een goed spelontwerp heeft!).

Naast het maken van een educatieve game mogen leerlingen ook een (nationale of internationale) reclamecampagne maken om hun game te promoten. Ook voor het maken van een reclamecampagne is lesmateriaal gemaakt. Dat is zowel beschikbaar in PDF-formaat als in Word zodat docenten die ermee aan de slag willen gaan het materiaal naar eigen wens kunnen aanpassen.

Ik denk dat we met deze handleidingen de deelnemers aan de wedstrijd een plezier doen. Maar misschien zijn er wel meer mensen die er gebruik van kunnen maken, vandaar dat ik er hier melding van maak. Het staat allemaal online en mag door iedereen gebruikt worden dus doe er je voordeel mee als je wilt!

N.B. Ter informatie: ik heb geen aandelen in de software en ik krijg ook geen percentage van de omzet van Stagecast ;-)

vrijdag 26 september 2008

Tijdlijnen

Klik hier om naar de website TimeRime te gaanEen tijdje geleden werd ik, naar aanleiding van een post over het gebruik van Tribbit, gewezen op TimeRime: een andere tool om online tijdlijnen te maken. Ik had toen geen tijd om me te verdiepen in die tool maar inmiddels heb ik er wat op zitten studeren en ik moet zeggen: ik ben onder de indruk.

TimeRime bestaat nog niet zo lang: op 1 juli ging de betaversie online en de tool is nog steeds in beta. Maar dat is er niet aan af te zien: de site oogt rustig en overzichtelijk. Voordeel van TimeRime ten opzichte van bijv. Tribbit is dat het Nederlandstalig is zodat ook degenen die wat minder goed zijn in Engels hiermee aan de slag kunnen.

Nadat je een gratis account hebt aangemaakt kun je aan de slag. Je kunt zelf bepalen of je de tijdlijn openbaar wilt maken of dat je er alleen zelf toegang toe wilt hebben. Je geeft je tijdlijn een titel en kiest de categorie waarin je tijdlijn ondergebracht moet worden, bijv. 'Persoonlijk', 'Kunst en cultuur', 'Wetenschap en techniek', 'Film' of 'Sport'. Daarna kun je je tijdlijn gaan vullen. In de tijdlijn kun je gebeurtenissen plaatsen of periodes. In de tijdlijn kun je tekst zetten, plaatjes (gif, jpg, jpeg, png) en geluiden (mp3). Dezelfde soorten informatie kun je kwijt onder de tijdlijn als toelichting op de gebeurtenis of de periode in de tijdlijn. Onder de tijdlijn kun je ook nog een YouTube filmpje plaatsen. De tijdlijn kan voorzien worden van een ikoon dat getoond wordt in de zoekresultaten. Tijdlijnen die jezelf hebt gemaakt of die door anderen publiek zijn gemaakt kun je embedden in een website of blog.

Er zijn al behoorlijk wat tijdlijnen te vinden die bruikbaar zijn voor het onderwijs, bijv. de 'Tijdreis door de klassieke muziek' en 'Actievoeren in de jaren tachtig'. Als je even door de voorbeelden snuffelt zie je direct waar de mogelijkheden liggen voor het onderwijs: een tijdlijn geeft een chronologisch overzicht van een periode waarbij ook op elke periode of gebeurtenis afzonderlijk in detail ingegaan kan worden. Daarbij staat beeld voorop, alhoewel er ook mogelijkheden zijn voor tekst en geluid. Het maken van een tijdlijn past natuurlijk prima bij het vak geschiedenis maar kan ook ingezet worden bij het maken van een biografie van bijv. een schrijver, een kunstenaar of een wetenschapper. Vooral voor visueel ingestelde leerlingen een handige tool om te gebruiken en daarmee een goed hulpmiddel om te leren.




donderdag 25 september 2008

Spore; spore je wel?

Door: Martijn van den Berg

Eén idee, één bedenker en één uitgever. Dat is alles wat je in feite nodig hebt om een goede game te maken. In het geval van Spore begon het met het idee om af te wijken van alle games die ooit gemaakt zijn, en een game te maken die verschillende genres bevat. de bedenker is de bekende Will Wright, die uiteindelijk erg trots was op zijn schepping. En de uitgever is EA, toch wel een van de grotere game-uitgevers. En deze combinatie, samen met een hele hoop werk, creëerde Spore.

Spore is een game die zich baseert op het vanaf de cel opbouwen van een wezen en met dit wezen steeds verder te evolueren naar andere, betere vormen en daarna uit te groeien tot en beschaving, om uiteindelijk door de ruimte te reizen en oneindig machtig te worden. Dit doe je in verschillende fases die je moet doorlopen, waarbij je bij iedere fase weer iets toevoegt aan je wezen, en bij iedere fase weer een grotere wereld inneemt.

Ik moet eerlijk zeggen, ik ben geen pc gamer. Ik vind niet dat er de laatste tijd veel leuke titels uitkomen die ik niet op mijn xbox kan spelen, en daarom was ik in het begin ook sceptisch over deze game. Het genre was ook geheel nieuw voor mij en het idee van een aantal totaal verschillende genres in één game vond ik dan ook niet het beste idee. Maar na een paar uurtjes spelen, merkte ik dat het totaal niet was wat ik had gedacht. De gameplay is simpel gehouden zodat het voor de casual gamers goed speelbaar is. Het ziet er lekker kleurig uit, maar toch niet kinderachtig en is redelijk veelzijdig.

Hoewel ik het aardig lang heb gespeeld, blijft het nog geen game die ik uit mezelf zou kopen. Ik vind het meer een game voor personen die iets minder bekend zijn met games. Ik vind het een mooie game, en zeker de tijd van het spelen waard. Ik zie ook duidelijk een leerzaam patroon, wat ik wel leuk vind. Voor de rest is het ongelofelijk uitgebreid en het loopt goed (afgezien van een paar bugs) Wat mij betreft wordt Will Wright de nieuwe verkondiger van de Darwin theorie.

woensdag 24 september 2008

Oproep klankbordroep mediawijsheid

afbeelding kindStichting Mijn Kind Online zoekt docenten die het leuk vinden mee te denken over de ontwikkeling van een site voor het basis- als en voortgezet onderwijs op het gebied van mediawijsheid. De site moet een soort 'lessenbank' worden voor docenten die op zoek zijn naar lessen op het gebied van mediawijsheid.

De te bouwen website
Wat is precies de doelsteling van de website? Stichting Mijn Kind Online maakt om te beginnen een aantal lessen rondom het onderwerp mediawijsheid. Die lessen zijn bedoeld als voorbeeld hoe je mediawijsheid in het onderwijs vorm kunt geven. Mijn Kind Online hoopt dat daarna instanties, waaronder (mensen uit) het onderwijs zelf, lessen gaan toevoegen. Lessen waarbij aan de orde komt welk medium je wanneer kunt inzetten en hoe je dat moet doen, wat de waarde is van verschillende, hoe je kunt achterhalen door wie iets is gepubliceerd en waarom, wanneer je de voorkeur geeft aan een filmpje als informatiebron en wanneer aan een website of een weblog en welke normen 'verstopt' zitten in een internetspel. Over al dit soort zaken zijn lessen gemaakt en Stichting Mijn Kind Online hoopt die op de te bouwen site te verzamelen en te ontsluiten.

Taak van de klankbordgroep
De Stichting wil af en toe vraagstukken voorleggen aan de klankbordgroep om de website zo nauw mogelijk aan te laten sluiten bij de wensen van het onderwijsveld. Hoe kan de inhoud het best gepresenteerd en ontsloten worden zodat iedereen kan vinden wat hij zoekt? Vooralsnog is het de bedoeling dat de vragen aan de klankbordgroep voorgelegd via e-mail zodat deelnemers geen tijd kwijt zijn met reizen.

Wat levert het op om in de klankbordgroep te zitten?
Om te beginnen is het natuurlijk leuk om op de hoogte te zijn van wat er gebeurt. Daarnaast levert deelname aan de klankbordgroep je een netwerk op van mensen die geïnteresseerd zijn in mediawijsheid en op dat gebied ook expertise hebben. En je krijgt de mogelijkheid om invloed uit te oefenen op de inrichting van een lessenbank over mediawijsheid die je zelf in de toekomst vast wilt gebruiken. Want in een wereld waar media zo'n belangrijke rol spelen zullen leerlingen geschoold moeten worden in het gebruik van die media en het onderwijs zal daar zeker een rol in spelen.

Meer weten?
Wie meer wil weten kan een reactie achterlaten op dit weblog. Mijn Kind Online zal dan je vragen beantwoorden. Je kunt ook mij via dit weblog een mailtje sturen. Mijn mailadres staat op het visitekaartje in mijn profiel.

Wie plannen heeft om binnenkort in school aandacht te gaan besteden aan mediawijsheid wil ik graag wijzen op de Mediawijsheid Markt die plaats vindt op 3 oktober in Hilversum. Op die markt zal overigens Mijn Kind Online zich ook presenteren, dus als je vragen hebt kun je die ook bewaren voor dat moment!

dinsdag 23 september 2008

Zelf een spelquiz maken

Er zijn verschillende tools op het web waarmee je een quiz kunt maken. Je hebt de eGames Generator, Classtools en Memoryspelen van Digischool. Een tool die ik nog niet kende maar waar docenten en leerlingen zonder problemen mee overweg zullen kunnen is te vinden op de site The Sims Carnival. Op die site kun je allerlei spellen maken met de Game Creator. Alhoewel die tool redelijk eenvoudig te gebruiken is, is het niet makkelijk om daarmee een leuk educatief spel te maken omdat het maken van een goed spel nu eenmaal behoorlijk wat creativiteit vraagt. Voor wie snel een spel wil maken is daarom op de site een wizard te vinden waarmee je heel gemakkelijk variaties kunt maken op bestaande gameformats.

Er zijn behoorlijk wat formats van spellen, variërend van shooters tot actionspellen en van racing tot strategy. Maar die formats lenen zich niet heel vanzelfsprekend voor het maken van een educatieve game omdat je er geen teksten of vragen aan kunt toevoegen. Wel zie ik mogelijkheden in het racegameformat omdat je daarin onder de motorkap mag kruipen door zelf de car physics te bepalen: hoe snel laat je de auto versnellen en vertragen, hoe snel kun je remmen in het spel, hoe scherp zijn de bochten die je kunt draaien, wat is de wrijvingscoëfficiënt van de weg en wat de botsingscoëfficiënt van de auto? Ik denk dat je daarmee een leuke simulatie kunt maken en leerlingen kunt uitdagen de ideale auto samen te stellen!

Het format dat de meeste kansen biedt voor het onderwijs is het puzzle-format. Daarmee kan je een quiz maken met meerkeuzevraagstukken. Ik kies daarvoor de Text-Based Puzzle en dan de Advanced Quiz. Dat klinkt heel professioneel maar me hoeft alleen de vragen in te toetsen en bij elke vraag 4 mogelijke antwoorden. Daarnaast kun je nog wat zaken instellen als het aantal punten dat je kunt verdienen per vraag, of je het spel kunt uitspelen tot de laatste vraag en dan gaat voor een hoge eindscore of dat het spel eindigt bij een fout antwoord enz. Als je het spel hebt gemaakt kun je met de 'Swapper' nog per frame de plaatjes en de teksten wijzigen zodat je quiz helemaal je eigen lay-out kan krijgen.

Er zijn natuurlijk al een heleboel spellen gemaakt met deze tool die te vinden zijn onder het kopje 'Games'. De meeste zijn natuurlijk Engelstalig maar als je zoekt op bijvoorbeeld 'math' dan vind je wel spellen die ook voor Nederlandse scholen bruikbaar zijn. Maar volgens mij is het 't allerleukst om je eigen quiz te maken en die door de leerlingen te laten spelen of om de leerlingen voor elkaar een quiz te laten maken. Als de leerlingen inloggen met een eigen account worden de scores opgeslagen en kan de maker van de quiz de high score tabel bekijken om te zien wie de hoogste score heeft behaald. Goed voor een vermelding op de website van de school en een uitdaging aan de ouders om de score te verbeteren??

maandag 22 september 2008

Roadmap Leren in virtuele 3D-werelden

Klik hier voor de RoadmapOp verschillende onderwijsinstellingen wordt gewerkt met virtuele werelden. Het afgelopen jaar in het kader van een SURFnet-pilot ervaring opgedaan met Active Worlds. Maar sommige instellingen zijn al veel langer bezig met virtuele werelden. Fontys bijvoorbeeld heeft een eigen eiland in Second Life waar ze op verschillende manieren onderwijs vorm geven.

Paul Dirckx, Frank Niesten en Roel Martens schreven de Roadmap Leren in virtuele werelden. In die roadmap delen ze de kennis die ze hebben opgedaan bij het onderzoek naar en het gebruik van virtuele werelden. De Roadmap beschrijft de ontwikkeling op het gebied van leren in virtuele 3D-werelden, onderwijstoepassingen in deze werelden, de hard- en software die ervoor nodig is en blikt ten slotte kort vooruit naar de toekomst.

In de roadmap van Fontys worden verschillende mogelijkheden genoemd op welke manier virtuele werelden in het onderwijs ingezet kunnen worden zoals presentatie van eigen werk in virtuele werelden en ontwerpen. Ik vind de roadmap een goed startpunt van waaruit je verder kunt gaan denken of het zinvol is om virtuele werelden in je eigen onderwijs een plaats te geven. Het bedenken en maken van een virtuele wereld is over het algemeen tamelijk tijdrovend in vergelijking met allerlei andere (ict-)middelen. Het is daarom alleen zinvol om ervan gebruik te maken als het ook echt wat toevoegt aan je onderwijs en als het een probleem oplost dat met andere, eenvoudiger toe te passen middelen, niet opgelost kan worden.

Ik vind zelf virtuele werelden vooral interessant omdat ze de mogelijkheid bieden om groepen mensen bij elkaar te brengen in een - min of meer - authentieke omgeving. Zo kunnen in een virtuele omgeving verschillende beroepsgroepen met elkaar samenwerken op een virtuele werkplek, bijv. apothekersassistenten die samenwerken met apothekers in een virtuele apotheek, onderwijsassistenten en leerkrachten in een virtueel klaslokaal of de tandartsassistent met de tandarts. In de virtuele omgeving kunnen allerlei rollenspellen gedaan worden waarbij ieder vanuit zijn eigen vak moet handelen. Op die manier doe je niet alleen kennis op op je eigen vakgebied: je leert ook welke taken je (toekomstige) collega's hebben en hoe je daarmee moet samenwerken.

Een mooi voorbeeld hiervan is het project ViTAAL van de Hogeschool Utrecht waarin leraren in opleiding praktijkervaring opdoen met het begeleiden van leerlingen bij hun taalontwikkeling. Wil je van dit project en van andere projecten die zijn uitgevoerd in virtuele werelden meer weten meld je dan aan voor de evaluatie van de pilot van SURFnet op 1 oktober in Utrecht. Deelname is gratis en er zijn nog een aantal plaatsen beschikbaar!

vrijdag 19 september 2008

Waarom studeer jij??

Afgelopen week blogde Inter-net-viewer dat ze soms het gevoel had dat de studie die ze uit interesse begonnen was haar nu vaak het gevoel gaf van moeten: "een aaneenschakeling van taken die gedaan moeten worden". Grappig: ik was tot een soortgelijke ontdekking ontdekking gekomen: ik mis bij heel veel studenten het plezier in het leren zelf, de intrinsieke motivatie voor de studie.

Als je studenten daarnaar vraagt geven ze soms aan dat de oorzaak hiervan ligt in het feit dat studiefinanciering gelimiteerd is: je moet nu eenmaal een prestatie leveren om je beurs te kunnen behouden. Maar ik denk niet dat dat het knelpunt is. Het gaat me er juist niet om dat je plezier hebt in de dingen die je naast je studie doet maar juist dat je plezier hebt van de studie zelf.

Ik denk dat een belangrijke oorzaak van dit gebrek aan plezier zit in het - beperkte - beeld dat veel studenten hebben van hun toekomstige beroep. Ik merk op middelbare scholen dat er maar heel weinig leerlingen zijn die echt weten wat ze willen worden. Een studie wordt vaak gekozen omdat allerlei andere studies afvallen. Bijvoorbeeld omdat leerlingen niet goed zijn in bepaalde vakken of juist wel in het vak van hun keuze, omdat er goedbetaalde banen zijn in het vak van hun keuze of omdat een opleiding makkelijk lijkt. Een dergelijke keuze leidt uiteraard niet tot de beste motivatie.

Maar ook voor studenten die wel een duidelijk beroepsbeeld hebben (bijv. studenten die vanuit het MBO naar het HBO overstappen) is het vaak lastig om de motivatie vast te houden. Ik vermoed dat dat komt omdat bij de opleidingen vaak veel nadruk ligt op het halen van de propedeuse. Mijn dochter, die net begonnen is met de Pabo, wist me na de eerste colleges haarfijn te vertellen wat ze allemaal moest doen om na het eerste jaar de opleiding te mogen vervolgen. Aan het waarom van de vakken was (bijna) geen aandacht besteed; blijkbaar werd verondersteld dat dat voor iedereen duidelijk was. Begrijpelijk, maar daarmee was het accent wel komen te liggen op 'moeten' in plaats van 'willen weten'. En dat is jammer want dat levert vermoedelijk op de korte termijn wel motivatie op, maar op langere termijn is het volgens mij beter om te weten waarom het van belang is om te leren wat je leert en welk profijt je daarvan hebt. Want zeg nu zelf: het is toch veel leuker om te leren omdat je iets wilt weten dan omdat het moet??

donderdag 18 september 2008

Het gemene aan geen cijfers

Door: Martijn van den Berg
6VWO, het jaar dat bekend staat als het laatste jaar van een lang durende opleiding, het jaar waar je enige cijfers de cijfers zijn die zwaar tellen, het jaar waarin je alles wat je doet goed moet doen, anders ga je lerend ten onder. Je hoort over mensen die continu zitten te leren. Ik neem deel aan dit jaar. En toch, ik heb behalve alle preken van de mentor over studiekeuze en de uitleg van leraren over examentoetsen nog niets gemerkt.

De planner is niet leeg. Het enige dat me opvalt is dat onder het anders zo volle vakje met toetsing meestal slechts één ding staat, af en toe zelfs niets. Dit komt omdat men het nutteloos acht cijfers te geven in het laatste jaar behalve de examencijfers om de redenen dat leerlingen al genoeg werk hebben en omdat men het nutteloos vindt mensen een kans te geven dat ze niet over gaan terwijl ze wel al hun examens gehaald hebben.

En dit vind ik terecht, maar aan de andere kant ook verraderlijk. Want sommige mensen hebben toetsing nodig als motivatie om te werken. Toetsing is niet alleen een manier om te testen wat leerlingen weten, het is ook een manier om ze bij te houden. En het probleem met huiswerk is dat als je het niet bijhoudt, het heel moeilijk is om op te pakken. Daarnaast is er ook nog het probleem van de bezemklas, die wij schijnen te zijn. Dat betekent dat als iemand uit mijn jaar het examen niet haalt, hij een probleem zal krijgen vanwege de vernieuwde tweede fase.

Op dit moment heb ik een rustige start. Dit betekent dat ik alles probeer bij te houden. Maar uiteindelijk zal ik er ook aan moeten geloven. Het laatste jaar. Ik weet nog niet precies hoe druk het gaat worden, maar zeker is wel dat ik er flink aan zal moeten trekken. Ik ben toch van plan na dit jaar van deze school weg te zijn.

woensdag 17 september 2008

Diplomamaker

Naar de DiplomamakerIk heb in de loop van de jaren behoorlijk wat wedstrijden en wedstrijdjes georganiseerd. Dat was niet alleen leuk werk voor mij, maar ook de deelnemers vonden het leuk en zetten vaak hun beste beentje voor. Uren staken sommigen erin om de mooiste website of het beste spel te maken. Ik op mijn beurt vond het altijd belangrijk om de inzendingen ook echt stuk voor stuk te bekijken en de deelnemers zo goed mogelijk feedback te geven. Wat waren de sterke punten van hun inzending en wat kon nog verbeterd worden? En natuurlijk hoorde daarbij een diploma waarin stond dat mensen hadden deelgenomen aan de wedstrijd en wat het resultaat daarvan was.

Het bedenken van een format voor zo'n diploma kostte me meestal behoorlijk wat tijd want het moest natuurlijk wel enig cachet hebben. Allereerst moest er een tekst bedacht worden, dan moest ik een rechtenvrij plaatje zoeken, plaatjes en tekst moesten goed verdeeld worden over het vlak en er moest natuurlijk een mooie rand om het geheel gezet worden. Dat lijkt allemaal eenvoudig maar geloof me: het kost meer tijd dan je meestal wilt besteden aan dit soort zaken!

Blijkbaar was ik niet de enige die hier wel eens tegenaan liep. In de zomervakantie kreeg ik een berichtje van Sipke Kloosterman dat hij een tooltje heeft gemaakt waarmee je online heel snel een diploma kunt maken: de Diplomamaker. Makkelijker dan dit kan het bijna niet. Je bepaalt eerst welk lettertype je gebruikt voor het diploma en welke tekst je op het diploma wilt zetten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in Titel, Commentaar en Onderschrift. Dat biedt je voldoende mogelijkheden om alle informatie die je kwijt wilt in het diploma te zetten, bijvoorbeeld de naam van de organisatie die het diploma uitreikt, de wedstrijd waaraan is deelgenomen en de resultaten van de deelnemer. Vervolgens kies je een plaatje dat je wilt zetten op het diploma. Je hebt daarbij de keuze uit plaatjes die in de tool ingebouwd zitten (verdeeld over verschillende thema's zoals beroepen, school, feest en thuis) of een plaatje dat je zelf uploadt en je kiest één van de 34 beschikbare kaders. Tot slot voer je de datum in waarop het diploma wordt uitgereikt en natuurlijk de naam van degene die het diploma in ontvangst neemt.

Daarna hoef je alleen nog maar te klikken op 'Print pagina' en je kunt je diploma uit de printer halen. Als je meer diploma's wilt uitreiken dan hoef je alleen de naam en eventueel de resultaten te veranderen. Als je veel dezelfde diploma's moet maken dan is het handiger om te werken met een tekstverwerker gecombineerd met een spreadsheet, maar voor wie maar een paar diploma's moet maken is dit super handig. Daarom bij deze een diploma voor de maker van deze tool (èn van de Sommenmaker, de site Klokrekenen, YURLS, Musical op School, de Onderwijsnieuwsdienst en nog veel meer: Sipke Kloosterman!

dinsdag 16 september 2008

Franse werkwoorden vervoegen

Naar de siteFrans was op de basisschool niet mijn sterkste vak. Ja: bij mij op de basisschool werden geen Engelse lessen gegeven maar Franse. Ik had er een fikse hekel aan. De lessen werden gegeven na de gewone schooltijd en bovendien bakte ik er maar weinig van. Al die verschillende vervoegingen konden me maar matig interesseren.

Op de middelbare school bleek ik overigens veel voordeel te hebben van de lessen die ik had gehad. Ik had daarmee namelijk ondanks de slechte resultaten van de jaren daarvoor toch een voorsprong op de meeste van mijn klasgenoten die pas op de middelbare school hun eerste Franse lessen kregen. Ik was nu al redelijk bekend met de klank van de taal en kon me concentreren op de onderdelen die ik eerder niet had begrepen. Ik denk dat ik door de lessen op de basisschool uiteindelijk de middelbare school verliet met een redelijk hoog cijfer voor Frans ;-)

Maar ik kan me heel goed voorstellen dat Frans voor veel leerlingen een lastige taal is om te leren: de klanken die we niet gewend zijn, de accenttekens die we in het Nederlands (bijna) niet gebruiken, de werkwoordvormen. Bijzonder handig vond ik daarom de link naar de site Conjugueur die stond in het e-zine Taalpost. Op die site, gemaakt in samenwerking met de Franse krant Le Figaro, kun je een werkwoord invullen waarna je keurig alle vervoegingen op een rijtje krijgt. En andersom: als je een werkwoordvorm invult krijg je te zien welke vervoeging dat is.

Je kunt op de site ook oefenen, o.a. met de werkwoordsvormen van être en avoir, de bepaling tot welke groep een werkwoord hoort, met het gebruik van accenten in werkwoorden (één van de dingen die mij op de basisschool menig maal een onvoldoende opleverde), met homoniemen (bijv. peu-peux-peut), met het schrijven van getallen en nog veel meer.

Verder vind je op de site een link naar een woordenboek (Frans en Engels), naar een woordenboek met Franse synoniemen, en naar een Engelse en een Spaanse versie van de Conjugueur. Handig vind ik: met deze éne site kom je een heel eind als je een Franse tekst moet schrijven of lezen!

maandag 15 september 2008

Wedstrijdje doen?

Naar de wedstrijdsiteVeel mensen schreven er al over in hun blog: de wedstrijd Online Kaarten waarin docenten uit het basis- en voortgezet onderwijs worden uitgedaagd een lesopzet te maken waarin wordt gewerkt met online kaarten en virtuele globes zoals Google Earth, Yahoo Maps, Google Maps, Windows Live Maps enzovoort. Ik hou wel van wedstrijdjes: veel mensen vinden het leuk om uitgedaagd te worden en de mogelijkheid te krijgen om te laten zien wat ze in huis hebben en natuurlijk is het leuk om daarmee kans te maken op een prijs. Maar meedoen aan Kaarten Online is ook een manier om de hoeveelheid beschikbare content voor het onderwijs op het web te vergroten. Het lesmateriaal dat wordt ingestuurd wordt namelijk verzameld in een wiki zodat iedereen er zijn voordeel mee kan doen. Een initiatief waar de Onderwijsraad vast blij mee zal zijn, gezien hun recente advies waarin ze pleiten voor open source leermiddelen die door docenten gebruikt en bewerkt kunnen worden.

Ook als je niet meedoet met de wedstrijd is het interessant om de website eens te bekijken. Je vindt er namelijk een heleboel ideeën hoe je online maps e.d. kunt gebruiken in de les. Niet alleen in de aardrijkskundelessen: je kunt dit soort tools ook gebruiken voor andere lessen. Bijvoorbeeld een serie lessen Maatschappijleer waarbij de leerlingen een reportage maken over een wijk die ze in Google Maps plaatsen of een literatuurles m.b.v. Google Earth. Maar je kunt ook denken aan een biologieles waarbij leerlingen in een kaart aangeven welke planten- of dierensoorten op bepaalde plaatsen te vinden zijn, een les CKV waarin leerlingen hun favoriete kunstwerk op de kaart zetten, een les Engels/Frans/Duits waarbij leerlingen een route uitzetten van de belangrijkste/bekendste plaatsen die toeristen zeker moeten bezoeken, een les geschiedenis waarin op de kaart wordt aangegeven hoe een volk zich over de wereld heeft verspreid of een les economie waarbij de grootste multinationals op een kaart worden gezet. Kijk ook eens in het dossier 'Google Earth en Earthquests' van Andre Manssen, de site 'Werken met Google Earth' van Gerard Dümmer of de site Edugis en laat je inspireren om zelf een les te maken. Er zijn voor elk vak wel ideeën te bedenken. Je kunt jouw lesidee insturen tot en met zondag 30 november 2008. Lees alles over de voorwaarden èn de prijzen op de wedstrijdsite.


O ja, als je op de hoogte gebracht wilt worden van de laatste ontwikkelingen op dit gebied, dan kun je je aanmelden voor het (gratis) seminar: Think outside the (geo)box! op donderdag 18 september in de Uithof.

vrijdag 12 september 2008

Webtools voor het onderwijs

Naar de wiki Webtools4u2useWeb 2.0 is in volle bloei: er komen steeds meer webgereedschappen die goede diensten kunnen bewijzen in het onderwijs. Weblogs, wiki's, podcasts: je maakt ze met gratis tools op het web. Maar wat heb je er nu aan? Wat leveren ze het (basis- en voortgezet) onderwijs op? De wiki Webtools4u2use probeert op die vraag (en nog een heleboel andere vragen) antwoord te geven. Je vindt er informatie over allerlei web 2.0 gereedschappen: wat ze zijn, hoe je ze kunt gebruiken, en hoe je ze in het onderwijs kunt inzetten.

De wiki is duidelijk ingedeeld op basis van de producten die de verschillende tools opleveren, bijv. podcasts, blogs, kalenders, agenda's en to-do-lijstjes, presentatiegereedschappen, gereedschappen om quizzen en polls te maken enz. Wat ik wel jammer vind is dat er niet ook een indeling is op basis van onderwijs. Ik denk dan aan een een overzicht welke tools zich het best lenen voor welke vakgebieden of welke competenties, of de tools passen bij docentgericht en vakspecifiek onderwijs of meer voor vakoverstijgend studentgericht onderwijs, of voor welk aspect van leren (kennis verwerven, integreren, toepassen, kennis toetsen enz.) de verschillende tools zich lenen enz. Ik realiseer me dat het niet mogelijk is om dit soort zaken één op één met elkaar in verband te brengen maar ik denk dat het handig is als bijv. de wiskundedocent met één muisklik tips krijgt welke web 2.0 tools passen bij zijn onderwijs en welke voordelen die opleveren in het onderwijsproces.

Als oud-mediathecaris vind ik het grappig om te constateren dat deze wiki is opgezet voor schoolmediathecarissen. Ik hoop dat de inhoud van deze wiki door deze beroepsgroep wordt opgepakt èn dat scholen de kennis en ervaring van hun schoolmediathecarissen op dit gebied dan ook gaan inzetten. Want mijn ervaring is dat dát op veel scholen maar heel beperkt gebeurt. En natuurlijk hoop ik dat er ook vanuit de Nederlandse schoolpraktijk ervaringen worden gedeeld in deze wiki, want daar zijn wiki's nu eenmaal voor gemaakt!

Overigens ook gevonden in deze wiki: de wiki Digital Research Tools waarin gereedschappen en bronnen verzameld worden voor het doen van onderzoek, met name op het gebied van de humaniora en sociale wetenschappen. Doelgroep van die wiki is in principe het hoger onderwijs maar ik denk dat die ook heel goed gebruikt kan worden voor het tweede fase onderwijs!

donderdag 11 september 2008

Wii fit; sporten en gamen tegelijk?

Naar de site van de Wii Fit Door: Martijn van den Berg

Over het algemeen is Nintendo met de Wii van de drie consoles het bedrijf dat de meeste innovatieve games ontwikkelt. Er zijn veel bedrijven die hebben geprobeerd even innovatief te zijn met games als nintendo, en er zijn een aantal heel goed in geslaagd, maar ook een aantal gigantisch in mislukt. Over het algemeen vind ik de games die van Nintendo komen zelf het leukst omdat ze iedere keer wel iets nieuws hebben. Geen enkele game lijkt op een andere. Deze vakantie heb ik me bezig gehouden met de Wii fit, een van de nieuwe innovatieve snufjes van de Wii.


Toen ik de Wii Fit voor het eerst zag, dacht ik meteen aan de powerplate, een apparaat dat je in veel sportscholen tegen komt waar je oefeningen op doet om zo een bepaald doel te bereiken. Maar toch, de wii fit is anders. Je bent aan het sporten, en je hebt het bij de meeste oefeningen niet eens in de gaten. De Wii Fit is een plateau dat je gewicht bijhoudt en waarop je door middel van balans oefeningen kan doen. Deze kunnen in de richting zijn van kracht, aerobics, yoga en balans. Daarbij zijn de oefeningen van aerobics en balans in de vorm van spelletjes en de rest in de vorm van oefeningen, waarbij je dus wel bewust aan het trainen.

Ik ging staan en ontdekte dat mijn BMI wel aardig was. Ik speelde tenslotte niet met een doel, ik wou gewoon graag ontdekken wat de Wii Fit allemaal te bieden had. Daarom sloeg ik de yoga en de kracht over om aan de spelletjes door te gaan. Deze waren redelijk origineel verzonnen en hadden dan ook nog eens verschillende moeilijkheidsgraden. Je begint met een beperkt aantal spelletjes en er is genoeg vrij te spelen. De balans games waren hierbij het meest origineel. De aerobics oefeningen waren leuk, maar begonnen al snel veel van hetzelfde te worden.
De kracht en yoga vond ik niets, in de huiskamer is het toch een raar gevoel als je staat te sporten. Je hebt toch te veel het gevoel dat je staat te sporten. Met de spelletjes kan je echter wel eindeloos bezig blijven. Ik vind de wii fit een origineel idee en leuk om je er mee te vermaken, maar toch liever sportschool voor mij. Ik vind het leuk als een spelletje, en om met vrienden te spelen, maar ik vind het niet echt serieus te nemen als serieuze optie als vervanging van echte sport.

woensdag 10 september 2008

MyBee

Naar de website van My BeeAl voor de zomervakantie kreeg ik een berichtje dat Mijn Kind Online My Bee op de markt zou brengen: een gratis browser voor kinderen waarmee voorkomen kan worden dat kinderen in aanraking komen met ongewenste websites. Met My Bee op de computer kun je andere browsers op de p.c. uitschakelen en kinderen alleen toegang bieden tot een aantal goedgekeurde websites. Dat kunnen websites zijn die zijn goedgekeurd door de redactie van My Bee, door de ouders zelf of websites die zijn voorgedragen door een aantal andere ouders en die ook door de redactie van My Bee goedgekeurd zijn.

Over het algemeen ben ik niet zo'n voorstander van dit soort browsers omdat ik vind dat ze een schijnveiligheid creëren. Weinig ouders en opvoeders realiseren zich dat dit soort kinderbrowsers door slimme kindertjes vaak gehackt kunnen worden. Omdat ze denken dat ze hun kinderen in een volledig beveiligde omgeving laten surfen bestaat het risico dat ouders zich minder gaan bemoeien met wat hun kinderen doen en zo het contact hierover met de kinderen kwijtraken. En juist dat contact is voorwaarde om kinderen te helpen mediawijs te worden.

Maar My Bee vind ik anders. Enerzijds omdat het werkt met een whitelist (en zo de positieve kanten van het web benadrukt) en anderzijds omdat het ouders juist activeert om zelf websites te selecteren. Ze kunnen dat doen op 'gevoel' maar ze kunnen ook gebruik maken van de door My Bee opgestelde beoordelingscriteria. Niet alleen voor de eigen kinderen, maar - volgens de web 2.0 gedachte - ook voor anderen. Zijn er genoeg ouders die een site bruikbaar vinden voor een bepaalde leeftijdscategorie dan wordt die site bekeken door de My Bee redactie en toegevoegd aan de lijst van goedgekeurde websites. Ik vind deze strategie slim: je kunt als redactie niet zelf voortdurend bijhouden welke nieuwe sites er zijn en je kunt al helemaal niet alle nieuwe sites bekijken en beoordelen. De webgemeenschap kan dat wel en die kracht wordt hier handig benut.

Ik heb de browser op mijn eigen p.c. geïnstalleerd om ermee te experimenteren. Een handleiding had ik niet echt nodig alhoewel ik het zelf wel prettig vond om te lezen welke voorzorgsmaatregelen Mijn Kind Online heeft genomen om te voorkomen dat ongewenste websites op de lijst van goedgekeurde sites komen te staan. Ze hebben daarvoor niet alleen de redactie: ze houden ook de statistieken in de gaten en er wordt gekeken van welk IP-adres de aanmeldingen komen. My Bee is prettig vormgegeven en gebruikers kunnen zelf favoriete sites op hun homepage zetten en kiezen welke kleur ze op de achtergrond willen hebben.

Al met al vind ik My Bee een prettig instrument om ouders te helpen hun kinderen te begeleiden bij het betreden van de digitale snelweg.

dinsdag 9 september 2008

Games en didactiek

De afgelopen vakantie gaf me, naast tijd voor een heleboel andere dingen, ook tijd om nog eens kritisch te kijken naar wat ik nu belangrijk vind in games voor het onderwijs van nu en waarom ik denk dat games een goed leermiddel kunnen zijn. Ofwel: welke binnen games gehanteerde didactische principes zijn volgens mij waardevol en welk antwoord geven games op de kritieken die nu in de pers te lezen zijn? Ik kwam tot het volgende lijstje:
  • Een game wordt in feite bepaald door de regels en de content. In de regels wordt bepaald onder welke voorwaarden dingen gebeuren; de content is de achtergrondinformatie die je nodig hebt om de regels te kunnen doorgronden. De regels van een spel ontdek je vaak grotendeels door het spelen van het spel; de content vind je soms in de handleiding van het spel en soms ook krijg je tijdens het spelen informatie aangeboden. Om een spel goed te kunnen spelen moet je zowel de content als de regels doorgronden. Ik zie daarin parallelellen met het onderwijs: wie leerstof wil doorgronden moet zowel de nodige achtergrondinformatie hebben als snappen waarom dingen gebeuren. Het lijkt me een goed antwoord op de kritiek die in het kader van 'het nieuwe leren' zo vaak te beluisteren valt: onze leerlingen hebben helemaal geen feitenkennis meer. Goed onderwijs is voor mij als een goede game: om het tot een goed einde te kunnen brengen heb je zowel feitenkennis nodig als inzicht in het waarom van de regels!
  • Een goede game biedt veel herhaling: je kunt eindeloos oefenen als je bepaalde vaardigheden niet onder de knie hebt, niet weet hoe een regel in elkaar steekt of de feiten nog niet kent. Ook hier kun je weer een vergelijking trekken met veel gehoord commentaar op het onderwijs van nu: om te leren rekenen moet je niet alleen snappen hoe een som in elkaar zit: je moet heel veel oefenen om dat inzicht in de vingers te krijgen. Dus ja: verhaaltjessommen om te laten zien dat je weet wanneer je welke regels moet toepassen, maar ook rijtjes maken en herhalen om de regels in de vingers te krijgen.
  • In games wordt voortdurend gebruik gemaakt van de zone van de naaste ontwikkeling: de speler moet steeds zijn kennis en inzicht ontwikkelen om verder te komen in het spel.
  • Een goede game heeft steeds nieuwe uitdagingen: om kennis te vergaren, regels te doorgronden of vaardigheden te ontwikkelen.
  • In games wordt gebruik gemaakt van scaffolding: in het begin van het speel krijgt een speler veel begeleiding en naarmate die verder komt steeds minder.
  • In een goede game zijn de stapjes klein: er zijn een heleboel levels zodat enerzijds de speler steeds beloond wordt voor wat hij al heeft bereikt en anderzijds de hindernissen die hij nog moet nemen overzichtelijk blijven.
  • In een game wordt gebruik gemaakt van multimedia wat de inhoud van de game versterkt.
Natuurlijk valt er aan dit lijstje nog wel een en ander toe te voegen. Zo ben ik nog niet ingegaan op de verhaalmogelijkheden van games of de samenwerking tussen spelers. Maar ik denk dat dit wel een aantal zaken zijn die op dit moment erg spelen en aansluiten bij de vragen die in de actualiteit zijn.

maandag 8 september 2008

Symposia over virtuele werelden

Naar de webpagina van het symposium van EduverseNiet alleen bij SURFnet en SURFfoundation houden ze zich bezig met virtuele werelden: ook andere organisaties zijn geïnteresseerd in wat virtuele werelden kunnen betekenen voor het onderwijs. De Eduverse Foundation is daar één van. De Eduverse Foundation wil het gebruik van virtuele werelden in het onderwijs stimuleren o.a. door in kaart te brengen wat wel en wat niet werkt, door het gebruik van virtuele werelden te faciliteren, testcases te ontwikkelen en onderzoek naar en in virtuele werelden te bevorderen.

Op 23 september organiseert de Eduverse Foundation een symposium over verschillende aspecten van virtuele werelden. Er is van alles te ontdekken daar: over allerlei verschillende virtuele omgevingen (bijv. Second Life, ExitReality - dat nog volledig in ontwikkeling is - en Open Croquet), over virtuele omgevingen, games en sociale netwerken en over filosofie en Virtual Reality. Er zijn een heleboel bekende sprekers, o.a. Philip Rosedale, oprichter van Linden Lab en voormalig CEO, Christian Renaud (een internationale goeroe op het gebied van virtuele omgevingen), David Williamson Shaffer van Epistemic Games.

Een ticket voor het symposium (€ 200,= en € 100,= voor studenten) kan online besteld worden bij De Balie.

En mocht je nog een warming-up nodig hebben voor deze bijeenkomst, meld je dan aan voor het (gratis) symposium 'Identiteit in Virtuele Werelden' dat door de KNAW georganiseerd wordt op 18 september. Ik heb me daarvoor al aangemeld dus misschien zie ik je daar wel ;-)

vrijdag 5 september 2008

Hoe kun je overstromingen voorkomen?

Naar het spel Flood SimGisteren stond het in veel kranten: de verwachting is dat de komende jaren de zeespiegel wel tot 1.30 meter kan stijgen. Ik woon in de polder en ben me bewust van de risico's die we hier lopen. Maar hoe kunnen we overstromingen voorkomen? Wat moet er op landelijk niveau gedaan worden en wat regionaal? Wat kost dat en wat zijn de effecten van de verschillende acties die je kunt ondernemen?

Niet alleen in Nederland speelt deze vraag: ook elders in de wereld zijn mensen hiermee bezig. In Engeland hebben ze een spel hierover gemaakt: Flood Sim. Het is online te spelen. In het spel maak je keuzes hoe je een watersnoodramp in Engeland wilt voorkomen. Je krijgt een budget voor 3 jaar om zowel op landelijk als op regionaal niveau maatregelen te treffen. Welke voorzorgsmaatregelen wil je treffen, waar ga je bouwen en waar niet en hoe kun je de mensen het best informeren? Na elke ronde krijg je te horen hoe jouw keuzes hebben uitgepakt: hoeveel mensen hebben last gehad van overstromingen en wat waren de economische gevolgen?

Helaas is dit een Engelstalig spel wat voor sommige leerlingen een barrière zal zijn. Dat probleem kan grotendeels ondervangen worden door bij het spel een woordenlijstje te maken en dat leerlingen aan te bieden. Je zou dat ook door de leerlingen zelf kunnen laten doen als onderdeel van de Engelse lessen. In die les zou je dan ook aandacht kunnen besteden aan de verschillende regio's van Engeland: waar valt de meeste regen, in welke gebieden is veel landbouw, welk deel van Engeland is het dichtst bevolkt en waar komen de meeste toeristen? Daarmee leren de leerlingen niet alleen over Engeland: het levert ze ook informatie op om het spel beter te kunnen spelen. Op die manier kun je van de nood een deugd maken!

donderdag 4 september 2008

Rock Band; vier instrumenten in één spel

Door: Martijn van den Berg


De vakantie is voorbij, ook voor mij. Ik heb geen moeite met naar school gaan, maar het is altijd zo verdomd moeilijk om weer in het ritme te komen. De eerste keer de wekker zetten was dan ook weer een aparte ervaring. In de vakantie ben ik weg geweest, maar heb ook genoeg tijd gehad om nieuwe games uit te testen. Iedere reviewer heeft zijn favorieten aan spellen, en aangezien ik de laatste tijd aardig met ritme-games bezig ben, was het spel dat ik deze vakantie het meest uitgeprobeerd heb Rock Band is.



"The louder the better"

Eerste wat handig is voor dit spel is een band. Dus ik heb wat vrienden bij elkaar gesleept en ieder achter een instrument gezet om hier vervolgens samen steeds beter in te worden. In Rock Band kan je met vier instrumenten tegelijk (drums, gitaar, bas en zang) liedjes spelen van bekende artiesten door de jaren heen. Je kan dit individueel doen, (Solo Tour) met een verzameld bandje, (Band World Tour) of online tegen, of met elkaar. Daarnaast kan je in vier verschillende niveaus spelen om zo steeds beter te worden. Het concept van Rock band is simpel, maar je kunt er heel lang mee bezig zijn en het blijft boeien.

Zodra ik het spel had, heb ik meteen de band bij elkaar geroepen en zijn we van start gegaan. Ik had al een paar video's vanuit de Verenigde Staten gezien, en gezien dat onze buren over de zee er ook aardig wat van konden. Ik heb het zingen op me genomen omdat niemand anders daar zin in had. Meteen hebben we de Band World Tour doorgespit en zo werden we steeds beter. We gingen met ons vliegtuig van stad naar stad op zoek naar nieuwe optredens. En we werden continu beter. In het midden van de vakanties waren de repetities tijdelijk stilgezet vanwege vakantie, maar daarna weer knallen.

Ik moet zeggen, het is af en toe heel moeilijk met reviewen om neutraal te blijven, want ik heb genoeg mensen gezien die het niets vonden wat ik geweldig vond. Ik vind dit een geweldig spel waar ik mezelf goed mee kan vermaken. Je kan moeilijk zeggen hoe leuk een spel is, omdat er meestal anderen zijn die er zelf anders over denken. Ik kan alleen mijn ervaring beschrijven.

Op het moment dat dit blogje gepubliceerd is, is het nog twee weken voor de tweede versie van dit spel uitkomt. Met nog meer mogelijkheden. Helaas moeten we hier in Europa nog even wachten, Noord Amerika is eerst aan de beurt. Ik zal in ieder geval een van de eerste Nederlanders zijn die Rock Band 2 koopt!

woensdag 3 september 2008

Gustav en Katrina: wat doet zoiets met je?

Naar het spelHet directe gevaar in New Orleans lijkt geweken maar voor degenen die 2 jaar geleden de orkaan Katrina hebben meegemaakt zullen het moeilijke tijden zijn. Wat doe je als het gevaar van een orkaan weer dreigt? Hoe voel je je als mensen in je woonplaats om hulp roepen en je zelf op zoek bent naar iemand die je bent kwijtgeraakt? Voel je je schuldig als je haar niet kunt vinden? Hoe kwam het dat de hulpverlening niet direct op gang kwam?

Het zijn allemaal vragen die de bewoners van New Orleans nu misschien wel weer door het hoofd schieten. Herinneringen van hoe het was, de angst, de paniek,het verdriet en de twijfels.

Wie een indruk wil krijgen van wat het betekent als er zomaar ineens een orkaan woedt in je woonplaats wil ik graag verwijzen naar het spel Hurricane Katrina; tempest in Crescent City. In dat spel ben je Vivica Waters die in New Orleans op zoek gaat naar haar moeder. Onderweg kom je langs stadsgenoten die je hulp nodig hebben, maar ook langs mensen die goederen hebben die nodig zijn om anderen te redden of die je informatie kunnen geven over je moeder. Maar je hebt haast: je kunt alleen zoeken zolang de zon nog niet onder is. Daarna is het te donker en de wind wakkert nog steeds aan...!

Alhoewel het een Engelstalig spel is, zal het spel voor veel leerlingen die al wat Engelse lessen hebben gevolgd goed te volgen zijn. Bij het spel wordt de nodige achtergrondinformatie gegeven over de orkaan en wat er daarna gebeurde en er is een pagina met lesmateriaal. Voor leerlingen van de onderbouw zal die informatie over het algemeen te lastig zijn; bovenbouwleerlingen kunnen er vermoedelijk wel mee uit de voeten. Maar het is in ieder geval bruikbaar materiaal voor docenten die een les willen maken over de orkaan en allerlei zaken die daarmee samenhangen. Bijvoorbeeld het optreden van de overheid bij de ramp, maatschappelijke ongelijkheid, of er een relatie is tussen de Golf-oorlogen en de orkaan Katrina enz. Het spel biedt aanknopingspunten met name voor de mens-en maatschappijvakken.

Het spel zelf is niet moeilijk om te spelen en kan in een kwartiertje gespeeld worden. De gesprekken en discussies die daarna kunnen ontstaan zullen zeker veel meer tijd in beslag nemen!

dinsdag 2 september 2008

Digibordspelletjes voor rekenen

Naar de site ICT-gamesUit onderzoek van Kennisnet blijkt dat het aantal digitale schoolborden het afgelopen jaar in het basisonderwijs is verviervoudigd (van 11 naar 48%). Er zijn al een heleboel mensen die websites verzamelen die handig zijn voor het digibord. Beeldmateriaal om de les visueel te maken en spelletjes of interactieve websites om te oefenen met de lesstof.

Een aantal van die sites op een rijtje:

Maar in geen van deze overzichten vond ik deze website terug: ICT-games. Misschien is dat omdat het een Engelstalige pagina is. Voor de doelgroep (basisonderwijs) kan dat natuurlijk een belemmering zijn. Maar omdat het hier gaat om materiaal op het gebied van rekenen is dat amper het geval. En er zijn wel allerlei leuke dingen te vinden: spelletjes, interactieve oefeningen en demonstratiemateriaal om de rekenlessen te visualiseren (bijv. een getallenlijn). De activiteiten zijn gesorteerd in categorieën, zoals optellen, aftrekken, verdubbelen, maten en vormen, meer of minder enz.

Ik vind het speels materiaal om rekenen mee te oefenen. Op het digibord maar het kan natuurlijk ook individueel gebruikt worden.

maandag 1 september 2008

Virtuele werelden

afbeelding gemaakt door Aarioch: http://aarioch.deviantart.com/Na een lekkere lange vakantie weer een berichtje. Ik ben weer vol ideeën voor een schooljaar bloggen. De vakantie was goed voor het lezen van allerlei artikeltjes die ik in de loop van het jaar had uitgeknipt maar nog niet gelezen. Daarnaast heb ik veel studieboeken gelezen: het was prettig om weer eens de tijd nemen om de diepte in te gaan met allerlei onderwerpen. Verder heb ik in opdracht van en samen met SURFnet en SURFfoundation een Summerschool georganiseerd op het gebied van virtuele werelden. Dat was niet alleen een erg leuke klus om te doen: ik heb er ook heel veel van opgestoken over wat wel en wat niet werkt in virtuele werelden.

De belangrijkste les die ik heb geleerd was dat het gebruik van een virtuele wereld alleen zinvol is als het een probleem oplost dat in de echte wereld niet (of niet goed) opgelost kan worden. Dat lijkt voor de hand liggend: wat je 'in real life', al dan niet geholpen door allerlei web 2.0 toepassingen, vanzelfsprekend doet (bewegen, communiceren, dingen oppakken, bekijken enz.) vraagt in een virtuele wereld nog steeds behoorlijk wat handigheid. Toch zie je dat er nog steeds allerlei applicaties gebouwd worden die vooral zijn gebaseerd op het gewone leven. Virtuele klaslokalen, plekken waar filmpjes getoond worden, vergaderruimtes: allemaal dingen die vaak makkelijker te organiseren zijn in een gewoon gebouw of met behulp van andere internettoepassingen (MSN, Skype, YouTube, Slideshare, Vimeo enz.). Allemaal acties die weliswaar uitgevoerd kunnen worden in een virtuele omgeving maar die daar van de gebruiker behoorlijk wat handigheid vragen.

Maar wanneer zijn virtuele werelden dan wel zinvol? De beste toepassingen die ik heb gezien waren erop gebaseerd dat in een gesimuleerde omgeving mensen bij elkaar gebracht worden die IRL lastig bij elkaar te brengen zijn. Bijvoorbeeld studenten van een lerarenopleiding Moderne vreemde talen die les geven aan leerlingen in een Franse, Duitse of Engelse omgeving, onderwijsassistenten die kennismaken met het beroep van leerkracht door ze in een virtueel klaslokaal les te laten geven onder begeleiding van docenten van de pabo of studenten die de cultuur van een land en een toekomstig stagebedrijf willen leren kennen door ze te laten overleggen met oud-stagiairs en opdrachtgevers in hun virtuele toekomstige werkplek.

Ik denk dat de combinatie van simulatie en communicatie uiterst krachtig is omdat de kennis die je opdoet door met andere mensen aan de slag te gaan niet te vangen is in boeken of andere publicaties en omdat het een beroep doet op zelf ervaren. Belangrijk is daarbij dat niet tevoren alles al is vastgelegd: gebruikers moeten de ruimte hebben om hun eigen vragen te formuleren en eventueel ook hun eigen aanpassingen te doen in de ruimte.

Een andere, net zo krachtige manier, om virtuele werelden in te zetten in het onderwijs is om gebruikers hun eigen content te laten creëren. Wie bijvoorbeeld een virtuele tentoonstelling wil inrichten over een schilder moet heel goed weten wat de ins en outs zijn van die schilder. Gedurende het bouwen kunnen bouwers om feed-back vragen van de bezoekers en zo hun visie verder ontwikkelen. Dat wil overigens niet zeggen dat alle leerlingen/studenten bouwers moeten worden: binnen een opleiding kunnen 'bouwteams' benoemd worden die op basis van de specificaties van medeleerlingen/-studenten bouwen in virtuele omgevingen.

Wat me wel opviel tijdens de Summerschool was dat er nog maar weinig van dit soort toepassingen zijn in de (in de onderwijswereld) meest gebruikte virtuele omgevingen: Second Life en Active Worlds. Veruit de meeste toepassingen die in virtuele omgevingen gebouwd worden zijn imitaties van bestaande omgevingen en met name van gebouwen. Ik vind dat er maar heel weinig creatieve toepassingen zijn waarbij zo realistisch mogelijk gebouwd wordt. Ik vraag me af of je een vergelijking zou kunnen trekken tussen de ontwikkelingen die de kunst in de afgelopen eeuwen heeft doorgemaakt en de 'kunst' die nu ontwikkeld wordt in virtuele omgevingen. Krijgen we misschien over een paar jaar ook impressionistische of expressionistische werelden of worden het magisch-realistische werelden? En dan niet als wereld om te bekijken, maar als wereld om te doen en te beleven??