
In deze laatste week voordat mijn weblog 'sluit' een overpeinzing over onderwijs. Blijkbaar haalt uitzicht op vakantie mijn contemplatieve inslag naar boven ;-)
Ik was vorige week bij de
evaluatie van de projecten die het afgelopen jaar zijn uitgevoerd met subsidie van Stichting TQ-NL. Stuk voor stuk prachtige projecten waar leerlingen en leerkrachten en docenten heel enthousiast over waren. De projecten werden gepresenteerd door leerlingen die vol enthousiasme en ook heel helder vertelden wat er het afgelopen jaar was gedaan en wat ze daarvan hadden geleerd. Het was overduidelijk dat de leeropbrengst van de projecten groot was. De conclusie lag voor de hand dat leren met ICT wat oplevert. Uit
onderzoek is gebleken dat dat inderdaad het geval kan zijn, mits het op de juiste wijze ingezet wordt in de les. De clou daarbij is natuurlijk: wat is 'de juiste wijze'?
Wat mij vorige week opviel was dat de meest succesvolle projecten geleid/geïniteerd zijn door docenten die, naast vakkennis en een didactisch instrumentarium beschikken over luistervaardigheid, creativiteit en die vertrouwen kunnen geven. Een voorbeeld uit de basisschoolpraktijk van een leerkracht die een groep 2 onder haar hoede had.
Op een dag kwam één van de kinderen naar haar toe met de mededeling dat hij niet meer naar school wilde. Op haar vraag wat hij dan wel wilde, antwoordde hij: “televisie kijken”. Helaas: daar kon de juf niet in meegaan dus vroeg ze hem of er nog iets anders was waar hij zijn tijd mee wilde doorbrengen. Daarop antwoordde hij: “biljarten”. Dat leek de juf wel wat, maar ja, dan moest hij wel helpen. Want er was geen biljart in de school en de juf wist daar ook niks van. Het jochie beloofde grif om een biljart te maken, want dat was voor hem geen probleem.
Er volgden maanden van formaten berekenen, tekenen op papier en karton, knippen en plakken, onderzoek welke materialen nodig zijn om een biljart te maken, zagen en timmeren. Eerst werd een model van papier gemaakt en na een skype-gesprek met iemand van een bedrijf waar biljarttafels werden gemaakt werd een 'echte' biljarttafel gebouwd. Toen het er eenmaal stond werd er in de klas een poule uitgeschreven waarbij de eerste letters werden geoefend en tussenstanden werden berekend. Aan het einde van het schooljaar was de leerling klaar voor groep 3: hij wist al het nodige van lezen en schrijven, met zijn getalbewustzijn was het prima gesteld, hij wist hoe bomen groeiden en waarom hout krom kan trekken en je hoefde hem niets meer te vertellen over materiaaleigenschappen, wrijvingscoëfficiënten en elastische en inelastische botsingen (ook al noemde hij dat zelf niet zo). En dat terwijl hij, volgens zijn eigen ervaringen, niks anders had gedaan op school dan biljarten…..!
Knap van deze juf vind ik dat ze goed had geluisterd naar de leerling, vervolgens zijn probleem vertaalde naar de verplichte leerdoelen en vervolgens de leerling in vol vertrouwen de vrijheid gaf om zijn eigen weg te gaan.
Vorige week zag ik dezelde vaardigheden terugkomen in alle projecten die werden gepresenteerd. Creativiteit bij degenen die de nieuwste mogelijkheden op ICT-gebied gaan verkennen: virtual reality (klik
hier, inloggen met extern_G.Gast; wachtwoord: bezoeker. Kies ruimte VR 2007-2009). Groot vertrouwen bleek ook uit het project van een docent die de leerlingen zelf een subsidie-aanvraag liet indienen en het complete project in handen gaf van leerlingen. Natuurlijk bleef hij er wel bij betrokken, maar hij was 'slechts' de coach; de leerlingen waren de uitvoerders. Of een docent die met zijn slecht in leren te motiveren leerlingen ging racen en die daaraan gelijk wat andere (relevante en leerrijke) opdrachten koppelde. Maar ook bij basisscholen is er sprake van vertrouwen, bijvoorbeeld in de
leerlingen die een podcast mochten maken over onderwerpen die ze zelf bedachten.
Dat je iemand vertrouwt wil overigens niet zeggen dat je geen eisen stelt, op een afstand toekijkt wat er gebeurt en niets doet. Eén van de leerkrachten uit het basisonderwijs vertelde dat hij de dure filmcamera die hij
voor zijn project met subsidiegeld had aangeschaft met een gerust hart aan zijn leerlingen toevertrouwde. Maar hij wilde dan wel dat ze ook het statief meenamen want hij eiste wel dat ze dan ook een goede film gingen maken! Ik denk zelf dat het juist goed is om eisen te stellen. Als er geen eisen aan je gesteld worden dan kun je ook niet het gevoel van succes ervaren. Dat krijg je immers pas als je hebt gepresteerd. Eisen stellen getuigt juist van vertrouwen: alleen als je iemand echt vertrouwt dan kun je eisen stellen.
Ook moesten leerlingen in de projecten niet alleen een eindproduct opleveren maar ook tussenproducten. Dat waren prachtige beloningsmomenten waardoor leerlingen gestimuleerd werden om verder te gaan. Een goede
robot bouwen doe je immers niet na een enkele les: daar gaan heel wat uren oefenen en prutsen aan vooraf! En wat dacht je van een
film over 2016? Daarmee waren de leerlingen een heel jaar bezig. Dat houden leerlingen alleen vol als je steeds duidelijk afgebakende, maar ook herkenbare tussenproducten van ze vraagt.
Creativiteit, het vermogen om te luisteren en vertrouwen in leerlingen zijn volgens mij competenties die een goede docent moet hebben. Daarvoor heeft hij natuurlijk op zijn beurt ook het vertrouwen nodig van collega's, directie, onderwijsinspectie en - ten slotte - het Ministerie. De docent die, gebruikmakend van zijn vakmanschap en een breed didactisch instrumentarium, deze competenties mag en kan toepassen in de lessen maakt geweldig onderwijs, mét of zonder ICT!