vrijdag 27 juni 2008

Leestips voor de vakantie

In dit laatste blogje voor de zomervakantie nog twee boekentips voor iedereen die (bijna) op vakantie gaat.

Anno heeft weer een vakantieboek uitgebracht met prachtig lees- en doemateriaal over allerlei historische zaken voor kinderen. alle kinderen in Nederland tussen 8 en 12 jaar kunnen een gratis exemplaar van het Anno Vakantieboek afhalen bij 23 musea en archieven en bij 110 ANWB-winkels door heel Nederland. Handig voor in de auto, op de camping, het vakantiehuisje of hotel en natuurlijk ook voor thuis.

Voor wie zich voorneemt om volgend schooljaar er echt voor te zorgen dat het leven iets minder stressvol is: download gratis 100 lifehacking tips van o.a. Martijn Aslander, Frank Meeuwsen, Taco Oosterkamp, Sanne Roemen. Wie die tips volgend schooljaar in acht neemt zal het volgend schooljaar zeker uitgerust aan de vakantie beginnen!

donderdag 26 juni 2008

En zo sluiten wij dit jaar af...

Door: Martijn van den Berg

Het zit er weer op voor dit jaar voor mij. Officieel ben ik maandag klaar met school. Ik kon nog weken doorschrijven, maar ik mag niet. De vakanties beginnen en dat betekent voor dit blog een zomerstop. Mij staat een leuke vakantie te wachten, en ik denk dat dat voor meer mensen geldt. De afsluiting van dit blogjaar komt wel opeens voor mij, en aangezien ik het schooljaar op een mooie manier af wil bloggen, wil ik even een overzichtje schrijven van wat er dit blogjaar allemaal is gebeurd.

Het begon dit jaar allemaal met de grote review van Oblivion, een game waarvan ik nog steeds vind dat deze zijn tijd ver vooruit is. Ik zie nog steeds mensen die deze game kopen om er lang achter te gaan zitten. Het is altijd makkelijker om een review te schrijven vor een game waar je een passie voor hebt, en dit zie je af en toe wel terug in mijn blogjes. Het was af en toe zoeken naar een goed formaat voor mijn reviews, maar aan het eind heb ik er toch voor gekozen om het simpel te houden.

Ik heb niet alleen reviews geschreven, ik heb veel artikelen geschreven. Nieuw hierin is dat ik ook veel over mijn schoolomgeving ben gaan schrijven, wat voor mij wel een leuke innovatie was en ik denk voor anderen ook wel interessant om te lezen. Ik ben na het schrijven van de artikeltjes op een heel andere manier gaan denken over het onderwijs. Dingen vallen me op. Dat ik in de mediatheek ben en opeens inspiratie krijg om iets te schrijven. Voor de rest ook nog een aardig aantal artikelen over games, omdat dat nog steeds een gebied is waar ik veel verstand van heb.

Hoogtepunt dit jaar vond ik de TeleTop gebruikersdag. Ik vond het heel leuk om daar een presentatie te geven, en om zoiets mee te maken. Deze ervaring heeft me heel veel inzicht gegeven in de wereld van het onderwijs zoals die beleefd wordt buiten de leerlingen en ik heb daar een hele hoop aardige mensen gezien, waaronder fantastische leraren die alles wilden doen om zo goed mogelijk les te geven. Dat was voor mij echt een kijkje hoe het er aan toe ging buiten mijn school, en dat vond ik echt top.

Ik ben dit jaar veel minder gaan gamen. Een ervaring waar ik zowel last van heb als plezier. Plezier omdat ik nu veel meer tijd over heb om andere dingen te doen, en ik heb er ook wel eens last van omdat je soms net tussendoor niets te doen hebt. Ik heb mijn ervaringen hiermee opgeschreven, en door over dit onderwerp na te denken ben ik ook veel wijzer geworden erover.

In de vakantie staan mij een aardig aantal games te wachten. Vrijdag komt de nieuwe Guitar Hero binnen, de Wii Fit staat nog boven en ik hoorde dat mijn moeder ook nog wat spul had gekocht. Ik ga natuurlijk door met bloggen. Ik vind het veel te leuk om mijn gedachten op te kunnen schrijven en te proberen mensen daarmee te interesseren. Mijn eerste blogje na de vakantie zal weer een grote review zijn. Waarover verklap ik niet, maar fanatieke lezers zullen vast wel een goede gooi kunnen doen. Ik wens iedereen prettige vakantie toe.

woensdag 25 juni 2008

Creativiteit, luistervaardigheid en vertrouwen

In deze laatste week voordat mijn weblog 'sluit' een overpeinzing over onderwijs. Blijkbaar haalt uitzicht op vakantie mijn contemplatieve inslag naar boven ;-)

Ik was vorige week bij de evaluatie van de projecten die het afgelopen jaar zijn uitgevoerd met subsidie van Stichting TQ-NL. Stuk voor stuk prachtige projecten waar leerlingen en leerkrachten en docenten heel enthousiast over waren. De projecten werden gepresenteerd door leerlingen die vol enthousiasme en ook heel helder vertelden wat er het afgelopen jaar was gedaan en wat ze daarvan hadden geleerd. Het was overduidelijk dat de leeropbrengst van de projecten groot was. De conclusie lag voor de hand dat leren met ICT wat oplevert. Uit onderzoek is gebleken dat dat inderdaad het geval kan zijn, mits het op de juiste wijze ingezet wordt in de les. De clou daarbij is natuurlijk: wat is 'de juiste wijze'?

Wat mij vorige week opviel was dat de meest succesvolle projecten geleid/geïniteerd zijn door docenten die, naast vakkennis en een didactisch instrumentarium beschikken over luistervaardigheid, creativiteit en die vertrouwen kunnen geven. Een voorbeeld uit de basisschoolpraktijk van een leerkracht die een groep 2 onder haar hoede had.

Op een dag kwam één van de kinderen naar haar toe met de mededeling dat hij niet meer naar school wilde. Op haar vraag wat hij dan wel wilde, antwoordde hij: “televisie kijken”. Helaas: daar kon de juf niet in meegaan dus vroeg ze hem of er nog iets anders was waar hij zijn tijd mee wilde doorbrengen. Daarop antwoordde hij: “biljarten”. Dat leek de juf wel wat, maar ja, dan moest hij wel helpen. Want er was geen biljart in de school en de juf wist daar ook niks van. Het jochie beloofde grif om een biljart te maken, want dat was voor hem geen probleem.

Er volgden maanden van formaten berekenen, tekenen op papier en karton, knippen en plakken, onderzoek welke materialen nodig zijn om een biljart te maken, zagen en timmeren. Eerst werd een model van papier gemaakt en na een skype-gesprek met iemand van een bedrijf waar biljarttafels werden gemaakt werd een 'echte' biljarttafel gebouwd. Toen het er eenmaal stond werd er in de klas een poule uitgeschreven waarbij de eerste letters werden geoefend en tussenstanden werden berekend. Aan het einde van het schooljaar was de leerling klaar voor groep 3: hij wist al het nodige van lezen en schrijven, met zijn getalbewustzijn was het prima gesteld, hij wist hoe bomen groeiden en waarom hout krom kan trekken en je hoefde hem niets meer te vertellen over materiaaleigenschappen, wrijvingscoëfficiënten en elastische en inelastische botsingen (ook al noemde hij dat zelf niet zo). En dat terwijl hij, volgens zijn eigen ervaringen, niks anders had gedaan op school dan biljarten…..!

Knap van deze juf vind ik dat ze goed had geluisterd naar de leerling, vervolgens zijn probleem vertaalde naar de verplichte leerdoelen en vervolgens de leerling in vol vertrouwen de vrijheid gaf om zijn eigen weg te gaan.

Vorige week zag ik dezelde vaardigheden terugkomen in alle projecten die werden gepresenteerd. Creativiteit bij degenen die de nieuwste mogelijkheden op ICT-gebied gaan verkennen: virtual reality (klik hier, inloggen met extern_G.Gast; wachtwoord: bezoeker. Kies ruimte VR 2007-2009). Groot vertrouwen bleek ook uit het project van een docent die de leerlingen zelf een subsidie-aanvraag liet indienen en het complete project in handen gaf van leerlingen. Natuurlijk bleef hij er wel bij betrokken, maar hij was 'slechts' de coach; de leerlingen waren de uitvoerders. Of een docent die met zijn slecht in leren te motiveren leerlingen ging racen en die daaraan gelijk wat andere (relevante en leerrijke) opdrachten koppelde. Maar ook bij basisscholen is er sprake van vertrouwen, bijvoorbeeld in de leerlingen die een podcast mochten maken over onderwerpen die ze zelf bedachten.

Dat je iemand vertrouwt wil overigens niet zeggen dat je geen eisen stelt, op een afstand toekijkt wat er gebeurt en niets doet. Eén van de leerkrachten uit het basisonderwijs vertelde dat hij de dure filmcamera die hij voor zijn project met subsidiegeld had aangeschaft met een gerust hart aan zijn leerlingen toevertrouwde. Maar hij wilde dan wel dat ze ook het statief meenamen want hij eiste wel dat ze dan ook een goede film gingen maken! Ik denk zelf dat het juist goed is om eisen te stellen. Als er geen eisen aan je gesteld worden dan kun je ook niet het gevoel van succes ervaren. Dat krijg je immers pas als je hebt gepresteerd. Eisen stellen getuigt juist van vertrouwen: alleen als je iemand echt vertrouwt dan kun je eisen stellen.

Ook moesten leerlingen in de projecten niet alleen een eindproduct opleveren maar ook tussenproducten. Dat waren prachtige beloningsmomenten waardoor leerlingen gestimuleerd werden om verder te gaan. Een goede robot bouwen doe je immers niet na een enkele les: daar gaan heel wat uren oefenen en prutsen aan vooraf! En wat dacht je van een film over 2016? Daarmee waren de leerlingen een heel jaar bezig. Dat houden leerlingen alleen vol als je steeds duidelijk afgebakende, maar ook herkenbare tussenproducten van ze vraagt.

Creativiteit, het vermogen om te luisteren en vertrouwen in leerlingen zijn volgens mij competenties die een goede docent moet hebben. Daarvoor heeft hij natuurlijk op zijn beurt ook het vertrouwen nodig van collega's, directie, onderwijsinspectie en - ten slotte - het Ministerie. De docent die, gebruikmakend van zijn vakmanschap en een breed didactisch instrumentarium, deze competenties mag en kan toepassen in de lessen maakt geweldig onderwijs, mét of zonder ICT!

dinsdag 24 juni 2008

Spelen of leren?

Naar de finale pagina van Make-a-GameOok dit jaar zijn er weer prachtige spellen gemaakt in het kader van de Make-a-Game wedstrijd. Ik heb ze nog niet allemaal gespeeld (daar heb ik echt de vakantie voor nodig), maar de winnaars heb ik wel al bekeken. En bij sommige vraag je je echt af wat je aan het doen bent: spelen of leren. Ik sluit me daarom graag aan bij Marshal McLuhan die ooit zei: "Anyone who makes a distinction between games and education clearly doesn’t know the first thing about either one"!

Welke winnaars waren er dit jaar?

Het verleden is de toekomst is een spel voor en door onderbouwleerlingen. Kelvin van der Want en Leon Stam van het vmbo van de RSG Hoeksche Waard in Oud-Beijerland zijn de makers van het spel. In het beginscherm kun je kiezen welk van de 10 periode van de canon van Commissie de Rooy je wilt bezoeken. Daar aangekomen krijg je eerst wat informatie over die periode. Handig is dat die informatie voorgelezen wordt. In elk tijdvak is er een minispelletje dat je kunt spelen en je krijgt een aantal vragen over die periode die je moet beantwoorden.

Wat Zylom doet met letters en woorden in het spel Bookworm doen Steven Laan en Auke Wiggers uit de 5-gymnasiumklas van het Martinus College in Grootebroek met atomen en moleculen in het spel Atoms. De speler heeft een veld vol atomen. Door de juiste atomen aan te klikken worden moleculen gevormd. Zodra een molecuul is gevormd, verdwijnen de atomen en komen er nieuwe voor in de plaats.

Tijdmachine, ofwel To Go Beyond, is gemaakt door Kim van Dosselaar en Myrthe Tielman van de Regionale Scholengemeenschap Broklede. Het is bedoeld als toets om alle geschiedenislessen die je hebt gehad op de middelbare school af te ronden. In de tijdmachine help je een professor die bij het reizen door de tijd per ongeluk een aantal voorwerpen heeft achtergelaten. Het is de bedoeling dat je die voorwerpen verzamelt. Je kunt met de tijdmachine naar 6 verschillende momenten in de geschiedenis reizen. Als je daar aankomt zie je een tafel met daarop 5 voorwerpen. Eén van die voorwerpen komt uit een andere periode. Als je dat goed hebt geraden kun je de andere voorwerpen aanklikken en krijg je een vraag daarbij.

Hoe overleef je de Middeleeuwen, gemaakt door de brugklasleerlingen Zico van der Laan, Wesley Mensingh en Rick Roerig van het Atlas College in Hoorn gaat over het hofstelsel in de Middeleeuwen. Ik kon het zelf niet spelen: het lukte me niet om het spel met de juiste afmetingen op mijn scherm te krijgen.

In het spel Pompen of verzuipen, gemaakt door Frank Baak, Laurens Dijkgraaf, Paul Goos en Stefan Renne van het Prisma College in Breda draait het erom het waterpeil op het goede niveau te houden. De polderwachter is ziek dus jij moet de sluizen bedienen of water omhoog pompen. Daarvoor heb je energie nodig die je kunt krijgen door molens te bouwen. Als je (te)veel stroom hebt kun je die verkopen. Met dat geld kun je dan weer nieuwe molens kopen, pompen of huizen. Als er genoeg boeren in jouw gebied wonen ben je een goede polderwachter en heb je het spel gewonnnen.

Question Quest is gemaakt door Demian Sempel, Pimm Hogeling en Karim Sempel van het Arentheem College. In tegenstelling tot de andere spellen die met Game Maker gemaakt zijn is dit spel gebouwd in Flash. Je moet het eerst op je p.c. installeren voordat je het kunt spelen. Question Quest is een prachtig vormgegeven spel. Met verschillende minigames kun je urenlang wiskunde rekensommen doen (algebra, basiskennis formules, eenheidscirkel, wortels, vereenvoudigen, differentiëren en primitiveren) ter voorbereiding op van het (VWO) eindexamen. Daarnaast kun je er een rekenspel doen en er is een quiz met allerlei weetjes over de wedstrijd Make-a-Game, het spel zelf en de makers van Question Quest.

De hoofdprijswinnaar van dit jaar is het spel Absurd Physics, gemaakt door een team van het Bogerman College in Sneek: Yoeri Dijkstra, Jelte Zeilstra en Reinout Epke. Zij hebben een spel gemaakt dat in opzet sterk doet denken aan het aloude spel Incredible Machines waarover ik Incredible Machines eerder blogde. Je moet als speler steeds allerlei machines aan de praat krijgen om objecten een bepaalde route af te laten leggen. De leerstof die in Absurd Physics aan de orde komt is bestemd voor leerlingen uit de bovenbouw van havo/vwo, maar omdat je leert het spel te spelen kunnen ook leerlingen die nog niet dat niveau behaald hebben het spel spelen.

Mijn felicitaties voor en dank aan alle leerlingen die, onder begeleiding van hun coaches, deze prachtige spellen hebben gemaakt en daarmee leuk en goed onderwijsmateriaal ter beschikking van het onderwijsveld hebben gesteld!

maandag 23 juni 2008

Interactief filmverhaal

Sinds kort heeft YouTube een nieuwe functionaliteit: je kunt aan een video korte teksten toevoegen (bijv. speech bubbles of een tekst om iets toe te lichten) en - wat ik nog veel interessanter vind - aan die tekst een link hangen waarmee je door kunt klikken naar een andere video. Voor zover ik kon zien zijn tot nu toe met deze nieuwe functionaliteit vooral filmpjes gemaakt van goochelaars die een truc laten zien waarbij je als kijker een kaart mag trekken of moet aangeven waar iets verstopt zit. Ook is er een filmpje (of eigenlijk: een reeks filmpjes) van het spel 'balletje-balletje'. Best aardig om te zien, maar dat is niet de reden waarom ik er hierover blog.

Wat ik interessant vind aan deze nieuwe functionaliteit is dat je nu heel makkelijk een interactief verhaal kunt maken. Een interactief verhaal is een verhaal waarbij je als 'lezer' het verloop van het verhaal bepaalt. Je kunt het verhaal zo maken dat maar één verhaallijn leidt tot het gewenste einde; alle overige verhaallijnen leiden tot een vervroegd einde van het verhaal. Als het verhaal zo ingestoken wordt lijkt het een beetje op een adventure waar je ook vaak keuzes moet maken (bijvoorbeeld de goede materialen verzamelen) om naar een volgend level te gaan.

Een interactief verhaal kun je maken met verschillende tools. Je kunt het maken als website, maar ook PowerPoint en Quandary zijn prima instrumenten. Maar een gefilmd verhaal biedt weer andere mogelijkheden. Ik denk daarbij met name aan rollenspellen, bijvoorbeeld om met elkaar uit te vinden wat je nu wel en wat niet moet doen als je als leerling gepest wordt of hoe je om kunt gaan met agressie (zoals bijv. op deze ThinkQuest-site). Met de nieuwe functionaliteit van YouTube kun je leerlingen zelf een verhaallijn laten bedenken over dit soort zaken, vervolgens in kleine groepjes onderdelen uit laten werken en een script laten schrijven, verfilmen en met links aan elkaar verbinden. Het materiaal dat het oplevert kun je de jaren daarna inzetten als instructiemateriaal.

Wat je ervan leert lijkt me duidelijk: leerlingen moeten informatie opzoeken, selecteren en verwerken, ze moeten creatief schrijven, samenwerken en plannen en ze leren over het medium film, eventueel ook nog voorzien van geluid. En natuurlijk leren ze ook over het onderwerp waarover ze het interactieve verhaal maken. En zoals we allemaal weten: als je iets uitlegt dan onthou je het ook nog na langere tijd!

vrijdag 20 juni 2008

Games en kunst

Het woord games roept bij iedereen andere associaties op. Samen gamen,verslaving, even afleiding zoeken, geweld en agressie, leren : iedereen heeft er zo zijn eigen beeld bij. Maar er zijn maar weinig mensen die als eerste associatie bij het woord games zullen denken aan kunst en cultuur. Jammer: ik denk dat dat een belangrijk aspect is van games. Of eigenlijk: verschillende aspecten want ik denk dat games op verschillende manieren zijn gekoppeld aan cultuur en kunst.

Wie een keer één van de grote entertainmentgames heeft gezien weet dat bij het maken daarvan héél veel aandacht wordt besteed aan vormgeving. Maar dat is niet alleen het geval bij de grote games: er zijn ook veel kleinere games waarbij vormgeving voorop staat. De vormgeving van games is anders dan die van andere kunstvormen en ontwikkelt zich nog volop. Er zijn gelukkig al wel opleidingen in die richting, o.a. aan de HKU.

Een ander aspect van games is de cultuur die hier omheen wordt gevormd: hoe beïnvloeden games ons en onze cultuur? Hiernaar wordt o.a. door de opleiding Nieuwe Media & Digitale Cultuur van de Universiteit van Utrecht onderzoek gedaan.

Waar volgens mij nog minder mensen bij stil staan zijn de mogelijkheden die virtuele werelden bieden aan de 'oude' kunstvormen, zoals theater en beeldende kunst. Een toneelstuk dat uitgevoerd wordt in Second Life heeft een heel andere impact dan een toneelstuk in de schouwburg. Aan de ene kant biedt een virtueel optreden minder mogelijkheden (er zijn - op dit moment - nog veel minder mogelijkheden in mimiek); aan de andere kant zijn er meer mogelijkheden (er zijn andere interactievormen mogelijkheden en de mogelijkheden voor de enscenering zijn afwijkend).

Op dezelfde manier kun je kijken naar beeldende kunst. Wat zijn de mogelijkheden hiervoor in een virtuele wereld? Een geweldig voorbeeld hiervan vind ik het overzetten van een schilderij van Vincent van Gogh in een 3d-omgeving door leerlingen van het Haags Montessori-lyceum en Stichting L3D. Door het schilderij 3-dimensionaal weer te geven kijk je niet meer van een afstand naar het werk van de kunstenaar, maar lijkt het alsof je door zijn ogen naar de wereld kijkt. Een prachtig voorbeeld hoe nieuwe media nieuwe kunstvormen mogelijk maken!

Ik vind het jammer dat er betrekkelijk weinig aandacht nog is voor dit soort zaken. Ik denk dat de negatieve manier waarop veelal in de (traditionele) pers aandacht wordt besteed aan games daar debet aan is. Hierbij een oproep aan alle game-bloggers om dit negatieve imago te doorbreken en massaal ons licht te laten schijnen op wat games ons allemaal bieden op het gebied van kunst en cultuur!

donderdag 19 juni 2008

Samengevat waardeloos!

Door: Martijn van den Berg
Het ministerie van onderwijs heeft ons verplicht om verspreid over je hele schooltijd een aantal boeken te lezen. Vergeleken bij de oude generatie mogen we dan geluk hebben met het aantal boeken dat we moeten lezen, maar ik vind het altijd weer een grote klus om de gemiddeld 150 pagina's van een boek te moeten doorlezen. Ik moet toegeven dat ik behalve de Donald Duck en wat nieuws niet zo veel voor mijn plezier lees. De boeken die ik dan lees voor school doe ik, vergeleken met ander huiswerk, dan redelijk lang over.

Maar het kan ook anders. Sterker nog: het wordt veel anders gedaan. Er zijn genoeg mensen die de boeken niet lezen, uiteindelijk is het enige wat je er meer doet een verslagje schrijven met een samenvattin en wat details over de inhoud, wat dan naar behoren moet zijn. En dan als je een bepaald aantal boeken hebt gelezen, krijg je een mondeliing over de boeken, wat eigenlijk amper over de inhoud van de boeken gaat, meer over de achtergrond. Met die verslagjes gaan we met de tegenwoordige studentencultuur meestal voor voldoende, er is tenslotte toch geen verschil tussen het verslag dat net voldoende is en het verslag dat briljant in elkaar zit. Ik zie veel mensen die geen zin hebben om het boek te lezen en alles gewoon op een samenvatting doen. Om vervolgens bij de mondeling zichzelf met een aardige dosis achtergrondinformatie in te spuiten en voor de mondeling dan nog een mooi cijfer krijgen. Dat was toch niet de bedoeling van het literatuuronderwijs?

Maar wat iis dat de bedoeling van het literatuuronderwijs, hoor ik vaak mensen vragen. Waarom lezen wij eigenlijk boeken? Het wordt ons nooit uitgelegd. Ik denk dat wij boeken lezen om onze woordenschat te verhogen en onze algemene kennis op te krikken. Ik denk persoonlijk niet dat je er iets aan hebt om alle achtergrondinformatie van een schrijver te weten. Wel denk ik dat literatuurgeschiedenis handig is, als het ook echt in de les behandeld wordt. Ik zie zeker dat boeken lezen nut heeft.

Ik vind persoonlijk dat mensen meer op de inhoud van boeken moeten worden getoetst. Ik vind "naar behoren" of "niet naar behoren" geen beoordeling. Je moet zorgen dat mensen hun best doen op de boekverslagen, en dit meetellen voor het literatuurcijfer. Dan gaan mensen ook echt de boeken lezen, en dan gaan mensen het ook echt belangrijk vinden. twee cijfers is niet genoeg voor een cijfer dat uiteindelijk op je eindelijst komt te staan. Daar is veel meer voor nodig.

woensdag 18 juni 2008

Wild Web Woods

Naar het spelEen tijdje geleden mocht ik een intro schrijven bij een onderzoek over het spel Wild Web Woods. Dat is een serious game (o.a. beschikbaar in het Nederlands) bedoeld voor kinderen vanaf een jaar of 7 tot ca. 10 jaar, gemaakt door de Raad van Europa. De Raad van Europa wil hiermee de rechten van het kind bevorderen en kinderen beschermen tegen elke vorm van geweld. Hieronder mijn visie op dat spel.

In het spel Wild Web Woods komen spelers in aanraking met de mogelijkheden en de problemen van internet. Gamen is leuk als je leuke spelletjes kunt vinden, weet hoe je kunt voorkomen dat je op sites terecht komt waar je niet wilt zijn en als gamen niet in de plaats komt van andere leuke dingen. En natuurlijk moet je ook voorkomen dat je privé informatie achterlaat op internet of zonder dat je het in de gaten hebt virussen binnenlaat op je computer.

Hoe je dat moet doen kunnen kinderen leren door het spelen van dit spel. Bij elk level krijgen ze in kleine tekstblokjes informatie over telkens andere mogelijkheden van het net. Dat is tevens een belangrijke beperking van het spel: het lezen van de informatie haalt de vaart uit het spel. Bovendien is het voor het spelen van het spel niet nodig om de informatie toe te passen in het spel.

Om de spelers het geleerde goed te laten onthouden en om te laten zetten naar een verandering in het internetgedrag zou in Wild Web Woods het educatieve element meer verweven kunnen worden met het spel. Door informatie niet aan te bieden in tekstblokjes maar de speler zelf te laten bedenken en ervaren waarom je geen typfouten moet maken bij het intypen van een URL of wat er gebeurt als je teveel tijd besteed aan gamen kan een speler kennis op zijn eigen niveau construeren. Alleen als de speler het juiste gedrag heeft kan het spel doorlopen worden. Op die manier wordt voorkomen dat een speler informatie aangeboden krijgt die hij zich al eigen heeft gemaakt en hij wordt gedwongen verworven kennis direct in de praktijk toe te passen. Nog mooier zou het zijn als van het spel een multiplayer versie gemaakt kan worden. Dat zou het spel uitdagender maken, realistischer en daarmee ook leerzamer!

dinsdag 17 juni 2008

Cijfers

ontwikkelingCijfers geven is al jaren een punt van discussie. Moeten er beoordeeld worden of niet, en als we beoordelen doen we dat dan met woorden (voldoende, onvoldoende) of met cijfers? Hanteren we bij cijfers een 10-puntsschaal of liever een 5-puntsschaal? Hoe ronden we af?

Ik ben zelf geen fan van cijfers omdat het zo slecht weergeeft wat een leerling niet kan en al helemaal niet wat hij wel kan. Maar ik kan me wel goed voorstellen dat een rapportage in woorden niet altijd haalbaar en soms ook niet wenselijk is omdat woorden soms nog minder vertellen dan cijfers.

Ik denk dat het wel goed is om prestaties van leerlingen op de een of andere manier te beoordelen. Maar ik wil er hier een lans voor breken om niet alleen cijfers te geven voor wat een leerling op dat moment presteert op een bepaald vakgebied (zoals gebeurt bij een repetitie of overhoring), maar om ook de progressie van de leerling in een cijfer vast te leggen.

Een voorbeeld. Een basisschoolleerling is slecht in rekenen. Hij doet vreselijk zijn best maar het lukt hem maar niet om de rijtjes met sommen foutloos te maken. Hij boekt weliswaar vooruitgang maar zijn klasgenoten doen dat ook. Hij blijft daarom achterstand houden: hij scoort steevast lager dan zijn klasgenoten. Na verloop van tijd zal deze leerling waarschijnlijk de moed opgeven. Hij realiseert zich dat hij de achterstand toch niet kan inhalen: rekenen is nu eenmaal niet zijn ding. Jammer: want hij gaat wel vooruit, al is het wat langzamer dan zijn klasgenoten.

Door deze leerling - naast of in plaats van het gewone cijfer - een cijfer te geven voor de vooruitgang kun je hem stimuleren om op zijn eigen niveau door te zetten en steeds de eigen prestaties te verbeteren.

Een ander voorbeeld over rapportcijfers.
Leerling x scoort voor wiskunde al tijden gemiddeld een 3 en ook zijn eerste rapport in het nieuwe jaar prijkt een rode 3. Hij wil graag overgaan, maar realiseert zich dat hij weinig kans maakt dat om binnen een jaar tot een voldoende te komen. Door een cijfer te geven waarin de vooruitgang tot uitdrukking wordt gebracht en dit cijfer mee te laten tellen bij de eindbeoordeling zal x meer gemotiveerd zijn om aan de slag te gaan. Leerling y haalt meestal een 7. Ook zijn motivatie om te presteren is beperkt. Hij heeft voldoende reserves om ook met weinig inspanning over te gaan. Ook door zijn docenten wordt hij weinig gestimuleerd: een 7 is immers ruim voldoende en daar zijn ze tevreden mee. X zal vermoedelijk meer gemotiveerd zijn om aan de slag te gaan als hij zijn eindresultaat niet alleen afhangt van wat hij kan, maar ook van de progressie die hij boekt.

De praktijk op veel scholen is helaas vaak andersom. Vaak wordt het eindcijfer bepaald door het gemiddelde van de rapportcijfers van de trimesters, waarbij eventueel een weging wordt toegepast: het eerste cijfer weegt het minst zwaar en het laatste cijfer telt extra mee. Op die manier wordt niet de vooruitgang gewaardeerd, maar wordt de leerling afgerekend op het feit dat hij in het begin van het jaar slecht presteerde. Zo kan een leerling die achtereenvolgens een 3, een 4, een 5 en ten slotte een 6 scoorde uiteindelijk toch een onvoldoende krijgen op zijn rapport. Dat lijkt me heel frusterend: je hebt het hele jaar er hard aan getrokken om je cijfer te verbeteren en je eindigt met een onvoldoende. Zou het niet eerlijker zijn als we in de uiteindelijke beoordeling mee kunnen tellen als een leerling zijn eigen prestatie consequent verbeterd heeft?

maandag 16 juni 2008

ICT in de praktijk

Eén van mijn opdrachtgevers is Stichting TQ-NL. De missie van Stichting TQ-NL is het stimuleren van onderwijs-innovatieve internetactiviteiten in het Nederlandse onderwijs. Zij doen dat door scholen in het basis- en voortgezet onderwijs subsidie te geven om projecten ten uitvoer te brengen Ook in het afgelopen jaar zijn met subsidiegelden van de stichting een aantal projecten uitgevoerd.

Aanstaande woensdag, 18 juni, zal er een afsluitende bijeenkomst waarbij leerkrachten/docenten en leerlingen met elkaar de projecten evalueren: wat ging goed en wat kon er beter? Hoe kunnen andere scholen de goede voorbeelden van deze pioniers navolgen? De bijeenkomst wordt ook bijgewoond door degenen die volgend jaar met geld van de stichting een project gaan uitvoeren. In de ochtend komen de VO-scholen bij elkaar; in de middag is de beurt aan de basisscholen.

Bij deze nodig ik iedereen uit om deze bijeenkomst bij te wonen, de goede afloop te vieren van de projecten van het afgelopen jaar en vooruit te kijken naar de projecten die komend jaar worden uitgevoerd. Er zitten weer heel wat spannende projecten bij, zowel in het basis- als in het voortgezet onderwijs!

De bijeenkomst vindt plaats op het kantoor van SURFnet in Utrecht. Wil je erbij zijn, stuur me dan even een mailtje dan zorg ik dat je een plaatsje krijgt.

vrijdag 13 juni 2008

Wedstrijdjes rekenen

Naar de site TutpupLeren moet uitdagend zijn. Je maakt leren uitdagend door het niveau van datgene wat geleerd moet worden goed aan te laten sluiten op het niveau van de leerlingen. Dat is niet eenvoudig: in een klas heb je meestal tussen de 20 en 30 leerlingen en elke leerling heeft zijn eigen sterke en zwakke punten.

Een leuke manier om leerlingen op hun eigen niveau te laten oefenen is het doen van onderlinge wedstrijdjes, bijv. een wedstrijdje wie het beste de tafels kent. Dat is niet altijd makkelijk te realiseren in een klas: leerlingen lopen heen en weer en voor je het weet is er ruzie wie het goede antwoord het snelste gaf!

Een website waarmee je heel makkelijk leerlingen in tweetallen wedstrijdjes kunt laten doen op het gebied van rekenen (enkelvoudige sommen, meervoudige sommen, tafels) en op het gebied van het spellen van Engelse woorden is Tutpup. Je kunt kiezen of je je aansluit bij een wedstrijd die een ander is begonnen of dat je speelt tegen een willekeurige speler. Aan het einde van elke ronde krijg je feedback over wat jij en je tegenstander goed en fout hebben gedaan. Als je je registreert (waarvoor toestemming van de ouders wordt gevraagd) worden je resultaten opgeslagen in een 'Win Wall' waar je kunt zien welke spellen je van wie hebt gewonnen. De 'Graduation' is een scorecard waarop wordt bijgehouden welke wedstrijdjes je hebt gedaan en op welk niveau je die hebt gespeeld. Als je in 3 spellen 10 vragen goed hebt beantwoord ga je door naar het volgende level.

De site is goed beveiligd. Om je aan te melden moet je het e-mailadres van een ouder doorgeven. Alhoewel daar geen controle op uitgevoerd kan worden vind ik het positief dat het wel gevraagd wordt. Maar de veiligheid wordt ook op andere manieren geboden: je kunt niet je eigen naam opgeven: je naam bestaat uit de combinatie van een dier, een kleur en een cijfer. Verder hoef je nagenoeg geen informatie te geven om een account te krijgen. Via de site kun je niet communiceren met je mede- of tegenstanders waardoor er ook geen foute communicatie kan plaatsvinden. Op de site is bovendien een e-mailadres zodat je contact op kunt nemen met de makers van de site als je vragen hebt of zich problemen voordoen.

Ik vind Tutpup een echte aanrader voor het basisonderwijs en ben onder de indruk van de goed doordachte aanpak!

donderdag 12 juni 2008

Hoe krijgen we vrouwen aan de games?

Door: Martijn van den Berg

Een tijdje geleden kwam er bij mij een pakketje op de mat met een stel plastic instrumenten er in. Ik nodig een paar vrienden uit om te gaan spelen. Een meisje vraagt aan mij wat we dan allemaal bij mij gaan doen. Ik zeg dat we liedjes gaan spelen op een stel plastic instrumenten. Ze draait zich om, ongeïnteresseerd en loopt weg. En toch, het is weliswaar zo dat minder vrouwen gamen dan mannen, maar er zijn genoeg gamende vrouwen. Ze gamen alleen op een andere manier.


Vroeger waren gamende mensen wel vrijwel alleen mannen. Gameontwerpers zagen dit en begonnen manieren te bedenken om vrouwen aan het gamen te krijgen. Eerste poging was om de mannelijke hoofdrolspelers te vervangen door vrouwelijke hoofdrolspelers zodat vrouwen zich meer konden inleven in de hoofdpersoon. Beste poging hiertoe was de Lara Croft reeks waarin men op zoek ging naar verborgen schatten. Maar de soorten games veranderden niet tot de Sims-reeks uitkwam. Een spel dat ging over vriendschappen en alledaags leven in plaats van ergens een avontuur opzoeken. Dit was wel een succesvolle poging. De meest recente manier om vrouwen aan het gamen te krijgen, maar ook andere mensen is de wii. Wat mij betreft tot nu het meest geslaagde initiatief.

Volgens mij is het zo dat als een man een game speelt, hij het fanatiek doet, en het gaat er hen ook echt om dat ze er ook echt goed in zijn. Je zal ook sneller bij een man frustraties zien als het niet lukt. Ik denk dat doordat veel mannen zo serieus gamen, mannen ook meer verslavingsgevoelig zijn. Er zijn nog steeds genoeg mannen die niet verslaafd zijn. Voor veel mannen zijn games net het auto-cliché. Ze willen er meer over weten, praten er vaker over en kopen dan ook meer games per persoon en kunnen ook uitkijken naar nieuwe games. Mannen gamen dan ook vaker in grotere groepen.

Volgens mij zijn games voor vrouwen net zo iets als televisie kijken: ze kunnen zich er heel erg op concentreren en er erg fanatiek in zijn, maar uiteindelijk blijft het een grapje en kunnen ze het makkelijk midden in het spel wegleggen en als dan iets niet opgeslagen wordt maakt dit niet zo veel uit. Dan kan je het een andere keer weer doen. Termen als "Een 24-uurs game marathon" zal je dan ook vrijwel nooit tegenkomen bij vrouwen. Vrouwen zullen ook nooit een game opzoeken om even in een andere wereld te zijn.

Wat we kunnen doen om meer vrouwen aan het gamen te krijgen is wat er nu allemaal gebeurt. De wii is een mooie basis en misschien dat we in deze moderne tijd ons kunnen richten op wat meer puur vrouwgerichte games met wat meer kleur en wat minder schieten en racen. Een vrouw in de hoofdrol helpt wel, maar als je echt vrouwgerichte games wil maken moet je games relateren naar dingen die vrouwen zelf doen, zodat het een aansluiting is op de dingen die ze in het dagelijks leven kunnen doen, maar dan met wat meer foefjes eraan of het moet gewoon een leuk grapje zijn dat je even kan spelen. Maar over het algemeen blijft het een groep die heel moeilijk blijft aan te spreken en er volgens mij ook nooit heel veel aan uit zal geven.

woensdag 11 juni 2008

Maak je eigen dansmat

Download hier het spel Twister voor de dansmatIk mag nog wel eens op scholen een praatje houden over games en onderwijs. Als het even kan neem ik dan zoveel mogelijk games, consoles en bijbehorende randapparatuur mee zodat bezoekers van de presentatie of de workshop zelf aan de slag kunnen met games. Want over games moet je bij voorkeur niet alleen horen; je moet ze vooral ook zelf spelen.

Wat altijd een groot succes is, is de dansmat. De dansmat is een input device dat je bedient met je voeten. De meest bekende spellen die ermee gespeeld worden zijn vermoedelijk Stepmania en Dance Dance Revolution. Bij die spellen zie je op je scherm pijlen die aangeven op welk moment je waar je voeten op de dansmat moet zetten. Als ik het spel speel ziet het er erg houterig uit, maar de echte cracks doen er een swingende dansen mee.

Een dansmat heb je al vanaf ca. € 17,50 en het programma Stepmania kun je gratis downloaden. Ook het spel Twister kun je gratis downloaden en spelen met je dansmat. Verder heb je alleen nog een p.c. nodig. Je kunt ook twee dansmatten aansluiten op je p.c. zodat je simultaan kunt dansen en een wedstrijdje kunt doen. Voor de dansmat is ook educatieve software (Denk-Stap-Sprong) beschikbaar waarbij de speler loopt op de dansmat en tussendoor vragen moet beantwoorden. Kortom: redenen genoeg om voor school een paar dansmatten aan te schaffen.

Maar je kunt ook met je leerlingen zelf dansmatten maken, zo kreeg in onlangs een tip van een docent van het Mondriaan College. Moeilijk is dat niet: op de site van Klokhuis wordt stap voor stap uitgelegd hoe dat moet. Je kunt bij het vak techniek de dansmatten maken, bij de kunstvakken beschilder je de matten, bij sport kun je wedstrijdjes organiseren, bij aardrijkskunde laat je leerlingen topografie inoefenen met de dansmat. Kun je iets bedenken dat educatiever is dan games???

dinsdag 10 juni 2008

Mediawijs met de Sims

plaatje van De SimsZoals ik al wel eens eerder schreef: ik denk dat het zijn niet de spellen met veel bloedspetters en geweld waarvoor we op onze hoede moeten zijn. Ik merk dat iets oudere kinderen vaak heel goed weten dat dit soort spellen geen enkele overeenkomst vertoont met de realiteit. Ik ben daarom meer op mijn hoede voor spellen die onverdacht lijken. Veel ouders vinden het geen enkel bezwaar als hun kinderen spellen spelen als uit de Sims-reeks. Wat ze zich dan niet realiseren is dat die spellen zijn gebaseerd op een nogal behoudende en romantisch beeld van de Amerikaanse samenleving.

Om je Sim gelukkig te maken kun je het best ruimhartig aankopen doen, zorgen voor een mooi en luxe ingericht huis, mooie kleren kopen zodat je er goed uitziet, kinderen krijgen en veel (blanke) vrienden maken. Ik vind het zelf een weinig genuanceerd beeld, en vind het daarom belangrijk om met kinderen in gesprek te gaan hoe zij daarover denken.

Tjsa, en dat biedt natuurlijk materiaal voor een les, bijvoorbeeld:
  • Zoek op internet informatie over het spel de Sims. Geef ten minste 5 URL's van sites met informatie over de Sims. Van welke site kun je het beste je informatie vandaan halen?
  • Interview ten minste 3 mensen in je omgeving over de Sims om te ontdekken hoe je een Sim gelukkig kunt maken;
  • Speel zelf het spel. Bekijk de plaatjes en luister naar de muziek van het spel. Hoe ondersteunen het geluid en de plaatjes/kleuren de boodschap van De Sims?
  • Schrijf een opstel of een scenario over hoe jij denkt dat je zelf gelukkig kan worden;
  • Schrijf puntsgewijs op hoe je denkt dat de wereld gelukkig kan worden. Zijn dat dezelfde dingen?
Leerlingen kunnen die opdracht ook in groepjes maken, waarbij de taken verdeeld worden. Belangrijk is dan natuurlijk wel dat je als docent dat proces begeleidt zodat de samenwerking goed is èn dat de leerlingen leren van elkaar. Hoe het past in het curriculum? Ik denk dat daarvoor ingangen genoeg zijn. Zoeken op het web, het beoordelen van de gevonden informatie, interviewtechnieken, schrijfvaardigheid, creatief schrijven, maatschappijleer: het komt allemaal aan de orde in deze les. En het maakt zeker dat kinderen anders gaan kijken naar de spellen die ze spelen. Misschien worden ze dan wel mediawijzer dan hun ouders!

maandag 9 juni 2008

Internet voor autistische kinderen

Internet is voor veel jonge kinderen een prachtig medium waarop veel te doen is voor ze. Ze kunnen er bijvoorbeeld filmpjes kijken, verhaaltjes beluisteren, een tekening inkleuren of een spelletje spelen. Om hun weg te kunnen vinden hebben jonge kinderen vaak wel de hulp nodig van hun ouders of hun leerkrachten. Gelukkig zijn er sites waar veel materialen te vinden zijn voor kinderen vanaf een jaar of 4. Ze kunnen bijvoorbeeld terecht bij Kennisnet of de Zappelinsite.

Maar voor sommige kinderen met een stoornis in het autistisch spectrum zijn deze sites niet optimaal. Op de sites is teveel te zien en te doen waardoor ze geen keuzes meer kunnen maken en in verwarring raken. John LeSieur, werkzaam in de software en grootouder van de autistische Zackarias, ging daarom op zoek naar een middel waarmee hij een selectie kon maken uit het rijke aanbod van internet en zodanig kon aanbieden dat zijn kleinzoon niet verder kon klikken. Dat bleek er niet te zijn; voor hem een reden om het zelf te ontwikkelen. Dat leverde een browser op die hij noemde naar zijn kleinzoon: de Zac-browser. Deze browser kan gratis gedownload en - al dan niet na installatie op de eigen p.c. - gebruikt worden.

Via de Zac-browser kunnen kinderen filmpjes kijken, spelletjes spelen, muziek maken of luisteren naar verhaaltjes. De items die worden aangeboden zijn speciaal geselecteerd voor de doelgroep. Als de Zac-browser is geopend is het niet mogelijk om dingen aan te klikken buiten het scherm of buiten de geselecteerde items. Of de selectie ook werkelijk aansluit bij de doelgroep kan betwijfeld worden: er zijn heel veel verschillende stoornissen in het autistisch spectrum en voor elke stoornis zou in principe een andere selectie gemaakt moeten worden. Ik hoop daarom dat er nog een versie komt van de Zacbrowser waarbij ouders en opvoeders zelf een selectie kunnen maken uit het aanbod van de complete Zacbrowser.

Voor zover ik weet is er voor deze doelgroep niets soortgelijks in het Nederlandstalige gebied. In principe is het aanbod van de Zac-browser Engelstalig maar omdat lang niet alles gesproken tekst bevat is er ook veel geschikt voor Nederlandstalige kinderen. Mogelijk kan van de Zacbrowser een Nederlandse versie gemaakt worden. Het zou mij niet verbazen als John LeSieur hiervoor toestemming wil geven. Iets voor het Landelijk Netwerk Autisme om op te pakken?

Bron: artikel Associated Press.

vrijdag 6 juni 2008

Er is meer dan bol.com!

Naar de Libris bestelshopIk hoor steeds vaker mensen die hun boeken bestellen bij Bol.com. Begrijpelijk: ze hebben er veel en je hebt het boek binnen een paar dagen op je deurmat liggen. Ik maak er zelf ook wel gebruik van: het gemak dient de mens, nietwaar? Maar als het mogelijk is geef ik er toch de voorkeur aan om te bestellen via een gewone, Nederlandse boekhandel.

Waarom? Omdat ik de adviezen die ik daar krijg beter vind dan de adviezen die ik krijg van Bol.com. Zo was ik laatst op zoek naar een boek waarin het gedachtengoed van verschillende grote schoolhervormers besproken werd. Op Bol.com is dat lastig zoeken maar een goede boekhandel weet met dat soort vragen wel raad. Net als wanneer je een boek zoekt voor iemand maar geen titel weet. "Weet u een goed boek voor iemand die houdt van spanning en avontuur, en zijn vakantie graag doorbrengt in Aziatische landen?". Of "ik ben op zoek naar een science fiction boekje voor in het vliegtuig dat niet zwaar weegt, grote letters heeft en niet teveel kost zodat ik het na het lezen achter kan laten?" Gelukkig weten ze bij mijn boekhandel wel raad met dit soort vragen. Bij Bol.com is me dat nog niet gelukt.

Daarom wil ik deze keer in mijn weblog eens een lans breken voor de Nederlandse boekhandel in het algemeen en in het bijzonder voor de nieuwe service van de Libris-boekhandels: de Libris-webshop. Op deze website kun je online boeken bestellen die dan naar keuze naar je huisadres opgestuurd kunnen worden of naar je eigen favoriete boekhandel. Je kunt, net als bij Bol.com, gewoon online betalen. Op dit moment zijn alle boeken die door het Centraal Boekhuis geleverd kunnen worden online te bestellen, inclusief de Engelse titels die ze daar aanbieden.

De webshop is nog niet zo lang online, en er zijn nog (veel) plannen om die uit te breiden. Ik ben er zelf wel blij mee: online zoeken is nu eenmaal wel handig. Voor mij geldt dus niet 'Koop Hollandsche waar dan helpen we elkaar', maar 'koop bij een Hollandsche middenstander, dan helpen we elkander' ;-)

woensdag 4 juni 2008

Rekentraining

Naar de site van RekentrainingEr blijven maar allerlei trainingsspellen komen voor de Nintendo DS. Dr. Kawashima's Braintraining, Sight Training, My Word Coach: allemaal spelletjes waarmee je je iets kunt trainen: je geheugen, lees- en rekenvaardigheid, je gezichtsvermogen en je woordkennis: wie wat wil oefenen kan met een Nintendo veel kanten uit. Het laatste spel in deze serie dat ik heb gspeeld is Rekentraining, uitgebracht door Nintendo zelf. Blijkbaar denken ze daar dat het helpt bij de verkoop van software als je in de titel de naam van een professor opneemt want de volledige titel luidt: Professor Kageyama's Rekentraining.

Omdat er zoveel gemopperd wordt op de rekenvaardigheden van leerlingen en (aankomende) leerkrachten leek het me een goed idee om deze titel eens te bekijken. Verbetert het spel je rekenvaardigheid? En, wat ik zelf nog interessanter zou vinden: leer ik er nieuwe/andere manieren mee om dingen te berekenen? Aan de slag ermee!

Als je spel Rekentraining opstart kun je, na je te hebben voorgesteld aan Dr. Kagayama, kiezen uit drie opties:
  • Dagelijkse test
  • Rekenen volgens de Dr. Kageyama methode
  • Oefeningen.
Om te beginnen wilde ik natuurlijk weten hoe het staat met mijn rekenvaardigheden. Om dat in kaart te krijgen koos ik voor de dagelijkse test. Die bleek wel een heel laag niveau te hebben: tellen, optellen en aftrekken. Daarbij gingen de sommetjes niet verder dan 10. Op alle 3 de toetsen scoorde ik op het hoogste niveau dus ik had verwacht dat ik direct een level zou stijgen. Maar helaas: daarvoor moest ik toch nog een paar dagen geduld hebben. Pas na nog 4 dagen kun je door. Dat was dus flink doorzetten, want elke dag sommetjes maken die je niet uitdagen is een klus.

Helaas werd het op level 2 niet veel beter. De sommen werden wel iets lastiger en ik mocht ook gaan vermenigvuldigen maar echt lastig werd het niet. De dagelijkse training focust daarmee vooral op inoefenen en niet op het vergroten van het begrip van berekeningen.

Maar er is meer te vinden in het spel dan de dagelijkse training. Bij de Dr. Kageyama methode, waarbij je in een matrix de tafels van vermenigvuldiging invult, kun je een wedstrijdje opzetten met een aantal anderen. Dat is natuurlijk uitdagender dan spelen tegen een computer die niet op jouw niveau speelt.

Wat betreft de rekenmogelijkheden zelf is het onderdeel Oefeningen het meest interessant. In dit onderdeel van het spel krijg je de grootste variatie aangeboden in het rekenen. Je kunt er optellen en aftekken, vermenigvuldigen en delen, maar ook samengestelde sommen doen (van 10x steeds de waarde x aftrekken totdat je eindigt op 1x, of andersom steeds weer een x optellen bij de vorige waarde tot 10x) en bij sommen ontbrekende getallen invullen. Nieuw is het allemaal niet, maar wel redelijk gevarieerd. Jammer is dat bij dit onderdeel tegen anderen spelen niet mogelijk is: je kunt alleen je eigen score verbeteren. Anders dan bij de meeste spellen kun je niet een historisch verloop opvragen van je prestaties: je ziet alleen de hoogste 3 scores.

Wat is mijn conclusie? Met het spel Rekentraining kun je, met het nodige doorzettingsvermogen, goed je rekensnelheid verbeteren. Echt leuk wordt het spel niet: de dagelijkse test vind ik veel te weinig uitdagend en ik zal zelf niet zo gauw mijn vrienden uitdagen voor een wedstrijdje rekenen op de Nintendo. Maar als ik een rekentest zou moeten doen dan kan ik me voorstellen dat een wedstrijdje op de DS leuker is dan samen sommen maken op papier.

Ik zou daarom ook best een paar Nintendo's willen hebben in elke basisschool. Dat biedt je de mogelijkheid om leerlingen bij wie het rekenen nog wat moeizaam gaat extra oefenmateriaal te geven. Extra oefenmateriaal aanbieden aan leerlingen die op een lager niveau zitten is vaak lastig omdat ze meestal niet met plezier rekenen en je bovendien wilt voorkomen dat je ze een stempel opdrukt. Maar welk kind wil er nu niet een Nintendo mee naar huis? En als je dan na verloop van tijd kunt zeggen dat je het hoogste niveau hebt bereikt en je kunt je vriendjes uitdagen voor een wedstrijd, dan is je 'achterstand' ineens een 'voorstand' geworden!

dinsdag 3 juni 2008

Gamingonderzoek

Klik hier om het onderzoek van de ISFE te downloadenAlweer een tijdje geleden verscheen een rapport over een onderzoek naar games: het Nationaal Gaming Onderzoek 2008. Hiervoor is van alles onderzocht: wie gamen er, welke (soorten) spellen worden gespeeld en waarom? Helaas is het rapport nogal duur: de samenvatting kost maar liefst 1750 euro en ik zou het liefst ook nog de ruwe datatabellen inzien. Maar dat kost 3500 euro…! Gelukkig mag ik binnenkort bij iemand het rapport gaan inzien, maar ik zou het natuurlijk nog veel beter vinden als deze gegevens openbaar gemaakt werden. Maar daar zal het onderzoekscentrum waarschijnlijk weinig oren naar hebben.

Gelukkig denkt niet iedereen er zo over. Afgelopen week is de managementsamenvatting van de resultaten van een onderzoek van de International Software Federation Europe bekend gemaakt: Video Gamers in Europe 2008. Daarin staan gegevens over gaming in verschillende Europese landen. Helaas zit Nederland daar niet bij maar als ik het goed begrijp zal ons landje in de toekomst wel meegenomen worden in dit jaarlijkse onderzoek. Van Video Gamers in Europe zijn de ruwe datatabellen niet online te vinden, maar er is aanzienlijk meer vrijgegeven dan van het Nationaal Gamingonderzoek.

Eén van de redenen waarom ik zo geïnteresseerd ben in deze onderzoeksgegevens is dat ik persoonlijk de ervaring heb dat het spelen van games behoorlijk wat eisen aan je stelt. Met name het spelen van de grote entertainmentgames vind ik een fikse klus. Om die grote games uit te kunnen spelen moet je, vind ik, best wat in huis hebben:
  • je moet doorzettingsvermogen hebben. In elk spel zitten behoorlijk wat regels die vlot uitspelen bemoeilijken. Dat is natuurlijk een uitdaging maar wie van nature makkelijk het bijltje erbij neergooit zal volgens mij niet ver komen in het spelen van games,
  • je moet bereid zijn om je in te lezen in de games. Alhoewel de meeste denken dat gamers alleen maar achter het scherm te vinden zijn kan ik uit eigen waarnemingen vertellen dat veel gamers behoorlijk wat tijd investeren in lezen: wat zijn de beste games en hoe speel je die uit? Veel is te vinden op internet, maar er worden ook tijdschriften geraadpleegd. En heb je ooit wel eens de handleiding gezien van Civilizations? Die telt (bij de versie die ik heb, versie IV) zo'n 200 pagina's. En die worden weliswaar niet allemaal, maar wel voor een groot deel gelezen door de fanatieke Civilization-gamers!
  • je moet een netwerk en sociale vaardigheden hebben. De meeste grote games zijn dusdanig ingewikkeld dat je daarbij wel hulp kunt gebruiken. En van oude games is wel veel te vinden op internet, maar als je een nieuw spel wilt spelen is het handig als je een beroep kunt doen op een netwerkje van vrienden die hetzelfde spel spelen als jij. Ook voor het spelen van games is zo'n netwerk handig. Uit het Europese onderzoek blijkt dat 20% van de fanatieke gamers altijd en 27% meestal met anderen speelt.
  • je moet ervan houden om een probleem te onderzoeken, veronderstellingen te testen en op basis daarvan weer nieuwe hypotheses op te stellen. Een game spelen is niets anders dan proberen te achterhalen welke regels de programmeurs in een spel hebben ingebouwd. Een soort achteraf programmeren dus. Daarvoor heb je een behoorlijk onderzoekende geest nodig, volgens mij.
Ik vermoed dan ook dat de fanatieke gamers mensen zijn die heel wat in hun mars hebben. In het persbericht van het Nationaal Gamingonderzoek vind ik alleen dat Nederlanders die wel eens een museum, theater of filmhuis bezoeken evenveel en soms zelfs meer gamen dan degenen die dit niet doen. Dat duidt er in ieder geval op dat fanatieke gamers meer doen dan alleen maar gamen, maar daarmee is mijn stelling natuurlijk nog niet bewezen. Vandaar dat ik het hele onderzoek wel eens zou willen lezen. Dus mocht je het beschikbaar hebben en mij een tijdje willen lenen: heel graag!

maandag 2 juni 2008

Mediawijsheid in een spel: wie test er mee?

Naar het weblog van de testcoördinatorVoor het symposium Ugame-Ulearn dat gehouden is op 4 en 5 maart en waar ik met een aantal collega's ook een workshop mocht verzorgen, is aan een aantal studenten van het Grafisch Lyceum Rotterdam, de Haagse Hogeschool en de TU Delft (Computer Science) gevraagd om een spel te maken over mediawijsheid. Dat vind ik natuurlijk geweldig interessant: mediawijsheid zou volgens mij veel meer aandacht moeten krijgen, binnen en buiten het onderwijs, en gaming lijkt mij daarvoor een heel goed middel.

Nu zijn er al wel wat spellen te vinden op internet op dit gebied, maar over geen daarvan ben ik echt tevreden. Sommigen zijn erg educatief en weinig fun, van andere games is de vormgeving teleurstellend of ze bestrijken maar een heel klein aspect van het onderwerp mediawijsheid. Ik begreep van blogster Moqub die één van de organisatoren van Ugame-Ulearn was, dat de inhoud van het spel door de studenten zelf bepaald is. Dat maakt me wel nieuwsgierig: wat vinden onze studenten nu zelf van mediawijsheid? Wat denken zij dat belangrijk is om te weten? Maar daarover kon Moqub me nog niks vertellen. Wel liet ze me een paar beelden zien die in de game gebruikt worden en die waren prachtig!

Toen me gevraagd werd of ik één van de testers van het spel wilde zijn kon ik daarom geen nee zeggen. Ik wilde wel eens zien wat er nu eigenlijk gemaakt wordt. En het is natuurlijk ongelooflijk leuk om door het testen een steentje bij te dragen aan het spel. Want een spel kan alleen echt goed worden als het héél véél getest wordt.

Vandaar dat ik hier in dit blog, in overleg met de testcoördinator, een oproep doe voor nog meer testers. Wil je meer informatie over het testen of je aanmelden kijk dan even op het blog van Harald Warmelink en neem contact op met hem. Ik hoop dat er veel mensen meehelpen met testen zodat er uiteindelijk een educatief maar vooral ook leuk spel ontstaat op het gebied van mediawijsheid!