vrijdag 28 november 2008

Tech-Ed: het vervolg op Red Fred

Klik hier om naar het spel Tech-Ed te gaanEen van mijn favoriete educatieve spellen is Red Fred. In dat spel leren leerlingen over een aantal technische principes zoals hefbomen, lucht- en waterdruk en tandwielen. In het spel helpen ze door creatief gebruik te maken van deze middelen de hamster Fred te ontsnappen uit het huis van de buren. Het spel spreekt me erg aan omdat het erg humoristisch is en de omdat er op een onconventionele manier gebruik wordt gemaakt van techniek.

Sinds kort is er een opvolger van dit spel: Tech Ed, bestemd voor de bovenbouw van het basisonderwijs. Tech Ed was ooit een liefhebber van een techniek maar nadat hij een keer een foutje had gemaakt (met een explosie tot gevolg) liet hij techniek liever aan anderen over. Totdat op een kwade avond zijn familie gekidnapped wordt. Dan komt Ed in actie. Maar hij kan het niet alleen af: de speler moet Ed helpen om de knoppen van de elektromotoren te bedienen, de juiste tandwielencombinaties te kiezen en te bepalen welke katrollen gebruikt moeten worden om gewichten te verplaatsen enz. Ed moet van de ene naar de andere plek lopen om alles goed in te stellen om alle familieleden te kunnen bevrijden terwijl hij voortdurend bedreigd wordt door allerlei robots die hem met elektrische schokken om het leven willen brengen.

Het spel Tech-Ed is net Red Fred weer met veel humor gemaakt. Educatief gezien is het slim opgebouwd: in het begin van een level krijg je alle tijd om uit te zoeken hoe de afzonderlijke technische componenten werken; aan het einde van het level moeten al die componenten in korte tijd op de juiste tijd allemaal samen op de juiste manier ingezet worden om een familielid te kunnen bevrijden. In een pdf-bestandje staan de afzonderlijke technische componenten beschreven die in het spel worden ingezet.

Ik vond het spel zelf lastig om te spelen. Ik vermoed dat veel docenten (net als ik als ik geen hulp had gehad van mijn behoorlijk spelvaardige zoon) het spel niet uit zullen kunnen spelen. Dat is jammer want zoals in de docenteninformatie staat: het is handig om als docent eerst zelf het spel te verkennen. Ik denk dat dat voor veel leerkrachten nu geen haalbare zaak is. Dus ik hoop dat er nog een uitgebreide handleiding komt voor de leerkracht waarin die het spel kan doorlopen zonder het zelf helemaal te spelen. En laat het dan maar over aan de leerlingen om te laten zien welk niveau ze halen: beginner, amateur, professional of techspert. Want als ze eenmaal op school de smaak te pakken hebben dan zou het me niet verbazen als ze er thuis verder mee gaan. En daartoe biedt het spel alle mogelijkheden!

donderdag 27 november 2008

Fantasticcontraption; creatief leren

Door: Martijn van den Berg

We zaten met de klas bij lob (leren onder begeleiding oftewel mentor-uur) meestal heeft onze mentor niet veel te zeggen en is het gewoon een paar dingen uitdelen en dan mag je weg. Wat we dan meestal gaan doen, is dat met met z'n allen in de aula gaan zitten wachten op het volgende uur. Maar deze keer niet. Het lokaal waar we altijd zitten is een computerlokaal, dus ik maakte van de gelegenheid gebruik om daar nog even een blogje te schrijven. Toen ik pauseerde, zag ik dat er een paar mensen bezig waren met een spel dat fantastic contraptions heet, en dat spel intresseerde mij wel.

Fantastic contraptions is een spel waarbij je door wieltjes die een bepaalde richting op draaien te verbinden een balletje in het rode vak krijgt. Je kan wielen gebruiken die naar rechts draaien, naar links en wielen die beide kanten op kunnen draaien. Je hebt vaste en transparante verbindingen. Door constructies te maken met deze elementen kunnen de meest verbazende constructies gemaakt worden.

Het eerste waar ik aan dacht bij dit spel was linerider, een spel dat iets meer dan een jaar geleden heel erg populair was. Maar hier zit meer in. Door allerlei constructies te maken, experimenteer je met gewicht en krachten. Je leert krachten te gebruiken om de meest onmogelijke plaatsen te bereiken. Het spel is simpel, maar het idee geweldig. Hier onder een voorbeeld van wat er allemaal gemaakt wordt met dit spel.


woensdag 26 november 2008

Centraal beheer schooldocumenten

Scholen schrijven. Er wordt meer geschreven dan je zou denken. Er wordt geschreven aan 'de achterkant' van de school: verslagen van vergaderingen, brieven voor ouders, de schoolkrant, enz. Er wordt ook veel geschreven voor de voorkant, het primaire proces: een les of een serie lessen, toetsen, een project, een handleiding. Er staat veel in de methodes maar er wordt ook veel zelfgemaakt.

Wat mij opvalt is dat ik tot nu toe nog geen school ben tegengekomen die een structureel beleid voert over het beheer van deze, voor het primaire proces belangrijke, informatie. De informatie voor het secundaire proces wordt wel centraal beheerd, net als de informatie die naar buiten gaat: correspondentie naar ouders en andere partijen buiten de school. Maar zodra het informatie over het primaire proces betreft wordt het beheer vaak overgelaten aan de schrijvers zelf. Soms worden wel binnen secties wel bestanden uitgewisseld: er worden gezamenlijk toetsen gemaakt of je vraagt bij een collega of die misschien opdrachten heeft bij een bepaald onderwerp. Maar dat gaat meestal om ad-hoc samenwerking en is afhankelijk van de organisatie van de secties afzonderlijk.

Ik zie daarin een mooie taak voor de mediathecarissen van de scholen. Zij zijn immers in staat om informatie te structureren en te ontsluiten. Zou het niet ontzettend makkelijk zijn als op school een centrale databank is met toetsen van de afgelopen jaren, ontsloten op niveau en op onderwerp? Of een bestand waarin allerlei lesideeën te vinden zijn die je kunt vertalen naar je eigen lessen? Of handleidingen voor het schrijven van werkstukken of voor het gebruik van hard- en software, die telkens weer opnieuw gebruikt kunnen worden, eventueel aangepast voor het speciale doel waarvoor de handleiding gebruikt gaat worden?

Een school die dit soort zaken niet structureel organiseert doet zichzelf m.i. tekort: het gaat om documenten die in opdracht van school zijn geschreven en het is natuurlijk vreemd dat de toegang tot die documenten afhankelijk is van de werknemers afzonderlijk. Een ander gevolg van het ontbreken van centraal beheer is dat als een docent vertrekt die documenten die hij heeft geschreven veelal verloren gaan voor school. Met de verwachte vergrijzing van het onderwijs lijkt me daarom kennismanagement iets is dat hoog op de prioriteitenlijst van scholen moet komen te staan!

Afbeelding: D'Arcy Norman

dinsdag 25 november 2008

Techniek in de les

Bij toeval kwam ik onlangs terecht op een site van Schooltelevisie: Mystrix. Deze site is gebouwd bij een serie televisieprogramma's met dezelfde naam. In de programma's (en op de site) gaat het over techniek, of - zoals beschreven staat op de Schooltelevisiepagina: over technische oplossingen ontwerpen en natuurkundige verschijnselen. De serie loopt nog: morgen is er een uitzending over o.a. oppervlaktespanning en zon & aarde.

Maar ook voor wie de afleveringen niet volgt is de site bruikbaar en leuk. Je vindt er informatie over technische zaken zoals constructies en hefbomen en katrollen en over belangrijke wetenschappers/ontdekkingen op die vakgebieden. Bij elk onderwerp is een soort spel/interactieve oefening die de leerlingen kunnen doen en er zijn filmpjes te vinden en tips voor proefjes in de les. Als je alle interactieve oefeningen goed hebt gedaan krijg je de cijfers van een code die je aan het einde nodig hebt om door de poort te kunnen gaan. Op de site staan ook nog links naar andere technieksites en er is een themapagina in Teleblik met allerlei filmpjes over de onderwerpen die in Mystrix aan de orde komen.

Het materiaal leent zich er goed voor om te gebruiken met het digibord. Het digibord kan dan bestuurd worden worden door de leerlingen; de site is het startpunt om leerlingen met elkaar ervaringen uit te laten wisselen over de technische toepassingen die op de site behandeld worden.

Voor wie (net zoals ik) niet genoeg kan krijgen van techniek: sinds kort is de site W(etenschap)T(echniek)-wijzer online. Hierin staan talloze tips voor technieklessen in het basisonderwijs. Overigens: ook bruikbaar voor leerkrachten die niet alleen met techniek bezig willen zijn. Want om een goed verslag te maken moet je gebruik maken van taal, om een plaatje te maken moet je tekenen en om gemiddelde scores te weten moet je rekenen. Techniek in de klas kan een leuke kapstok zijn voor alle vakken!

maandag 24 november 2008

Vrouwen in bèta, techniek en ict

Logo VHTOOp de website van de VSNU vond ik een berichtje over het feit dat er steeds meer vrouwen instromen bij de bèta-studies. Eenzelfde soort bericht las ik het afgelopen weekend in de Volkskrant. Een positieve ontwikkeling, vind ik, omdat we nog altijd veel behoefte hebben aan technisch geschoolde mensen. Maar we zijn er nog niet. Uit ervaring kan ik zeggen dat op sommige scholen jongens meer gestimuleerd worden dan meisjes om te kiezen voor techniek, of zelfs dat breed wordt aangeraden om alleen voor techniek te kiezen als je voor de bètavakken ten minste ruim voldoende scoort.

Een goed moment om eens stil te staan bij hoe het nu verder moet met vrouwen en techniek is de jubileumconferentie van het VHTO: Changez! Maak nú plaats voor vrouwen in bèta, techniek en ict. Die zal plaatsvinden in Den Haag op 1 december. Ik ga zeker proberen om daarna toe te gaan en ik hoop dat ik daar veel andere mensen zal treffen die meiden willen stimuleren te kiezen voor techniek. En als ik nog inspirerende dingen tegenkom hoe je meiden meer bij techniek kunt betrekken dan horen jullie van mij!

vrijdag 21 november 2008

Mscape: een mobiel spel maken

Klik hier om naar de website van Mscape te gaanAl weer een tijdje geleden was ik bij SURFnet waar ik een workshop bijwoonde over het maken van een mobiel spel met behulp van Mscapers. Met dat programma kun je een soort speurtocht maken door aan gps-locaties bestanden te koppelen. Als je de speurtocht daarna inlaad in een gps-apparaat dat draait op windows mobile (wat het geval is bij meeste mobiele telefoons en pda's) dan zullen die bestanden zich openen als je bent op de betreffende plek.

Ik kende Mscape al wel en was erg gecharmeerd van de eenvoud daarvan. Het enige dat ik lastig vond was het toekennen van coördinaten aan de kaart. Maar tot mijn grote vreugde bleek er inmiddels alweer een nieuwe versie te zijn waarbij juist dat gedeelte aangepast is. Je kunt nu met één klik op de knop een kaart importeren uit de Mscape Map service en je hoeft daar geen coördinaten meer aan te hangen. Dat systeem werkt prima, mits je de taalinstellingen op je computer hebt gezet op 'Engels/Amerikaans'. Dat doe je door te kiezen voor Instellingen --> Configuratiescherm --> Landinstellingen, en dan in het bovenste veld te kiezen voor 'Engels/Verenigde Staten'. Heb je dat gedaan dan is het importeren van een kaart een fluitje van een cent.

De stappen daarna zijn nog eenvoudiger: om een bestand aan een locatie te koppelen markeer je eerst een gebiedje op de kaart en vervolgens sleep je het bestand naar die plek op de kaart. Een kind kan de was doen.

Voor wie er meer van wil weten: de mensen die de workshop verzorgen hebben een uitstekende (Nederlandstalige) handleiding gemaakt bij Mscape. Ik kan je de workshop zelf overigens van harte aanraden: hij wordt aangeboden door SURFnet en verzorgd door Roel Martens en Frank Niesten van de educatieve dienstverlening van Fontys PTH. Naast de handleiding hebben zij ook een literatuuronderzoek gedaan naar leren met GPS en PDA, met behulp van Mscape.

De workshop was niet alleen informatief, hij was ook gezellig en ik heb weer een heleboel mensen ontmoet die net als ik op zoek zijn naar toepassingen van GPS in het onderwijs. Een prima actie dus van SURFnet die inhoudelijk goed ingevuld was door Fontys PTH!

O, en BTW: als je geen zin hebt om zelf een Mscape te maken dan kan je ook gebruik maken van de Mscapes in de bibliotheek die niet plaatsgebonden zijn. Die speel je als regel op een open veldje. Je markeert alleen je startpunt: de rest van de route wordt daardoor bepaald. Er zijn al behoorlijk wat van dit soort routes te vinden op de site! De onderwerpen variëren van diepzeeduiken tot klimaatvraagstukken en van sportactiviteiten tot Boter, Kaas en Eieren.

En wil je echt het naadje van de kous weten: op 2 en 3 december is in Belfast een conferentie over Mediascapes.

donderdag 20 november 2008

De filosofie van onderwijsvernieuwing

Door: Martijn van den Berg

Vroeger, in de tijd dat mijn moeder nog les had, ging men naar school omdat men iets wou leren en kauwde alles wat de leraar hen in de mond stopte. Er bestonden wel lastige studenten maar in principe ging het grootste deel er gewoon voor. School was niet het leukste wat je deed, maar het was je toekomst. Tegenwoordig is dat wel anders. De student emancipeert zich door te laten zien dat deze de les saai vindt. De wat oudere docenten zien dit meestal als ongehoorzaamheid tegenover hun les.

Tegenwoordig hebben we nieuwe middelen die we kunnen toepassen bij het lesgeven. Ik zeg expres kunnen, want veel middelen tot onderwijsvernieuwing worden niet benut. Dit komt vooral door de wat oudere garde docenten die gewoon gewend is les te geven uit een boek en die de enkele leerling die het niet eens is met de lesmethode strafwerk opgeeft. Deze mensen hebben vaak ook niet de kennis van andere onderwijsmethoden, omdat ze dat simpelweg nooit geleerd hebben.

Een voorbeeld: de computer is vooral de laatste 20 jaar gebruikt door mensen. Met de computer zijn (zoals veel mensen wel weten) veel dingen mogelijk. Onderwijsmethoden met de computer bestaan ook al een aantal jaar door de opkomst van verschillende media en internet. Probleem is dat veel oudere leraren niet zijn opgegroeid met een computer. Zoals wij het vanzelfsprekend vinden dat wij alles kunnen, hebben veel oudere leraren vaak totaal geen idee wat ze ermee aan moeten.

Onderwijsvernieuwing is een mooi woord, en klinkt hoop vol. Maar ik denk dat onze tijd nog niet rijp is voor drastische didactische veranderingen. En wordt nu bij de lerarenopleidingen veel gedaan aan innovatie van het onderwijs, maar je kunt niet verwachten van de mensen die dit nooit hebben geleerd dat ze met een simpele bijscholing alles kunnen. Je kan niet verwachten van scholen dat ze nu opeens al hun personeel gaan bijscholen om beter les te geven. Voor onderwijsvernieuwing is toch echt tijd nodig. Maar in de tussentijd kun je altijd individueel je steentje bijdragen.

woensdag 19 november 2008

Namen van spieren

Moet je leren wat de namen zijn van de spieren in het menselijk lichaam? Dan vind je hier een plek waar je dat kunt doen. Het spel is goed opgebouwd. De eerste keer moet je 8 spieren benoemen. Om je te helpen krijgt de spier die je moet aanwijzen een afwijkende kleur. De keer daarna moet je dezelfde spieren benoemen, maar is de kleur maar minimaal gewijzigd. De keer daarna moet je 17 spieren benoemen. En tot slot moet je 24 spieren benoemen.

Ik heb het spel geprobeerd en het is niet het leukste spel dat ik ken. Maar het is wel effectief: je moet de namen echt kennen om het spel tot het einde uit te spelen! En ik denk dat veel leerlingen dit toch leuker vinden dan een overhoring!

dinsdag 18 november 2008

Mobile Game Quest

Klik hier om naar de wedstrijdsite te gaanHoera, ik kan weer een nieuw om een wedstrijdje aankondigen! Deze keer is het een wedstrijd die georganiseerd wordt door De Waag, de organisatie die eerder het spel Frequentie 1550 uit heeft gebracht.

Voor de wedstrijd Mobile Game Quest worden docenten opgeroepen om hun leerlingen een mobiel spel te laten maken met de nieuw ontwikkelde tool Games Atelier. Hiermee kun je 3 verschillende soorten spellen maken:
  • Secret Trail: een speurtocht waarbij gebruik wordt gemaakt van gps en sms;
  • Collect & Trade: idem, maar in dit geval moet een specifieke combinatie van objecten verzameld (en geruild) worden;
  • Adventure: een spel waarbij elke speler een eigen specifieke vaardigheid heeft die goed ingezet moet worden in het spel.
Scholen die meedoen aan de wedstrijd kunnen gratis deelnemen aan een instructiebijeenkomst over het maken van een mobiel spel. De genomineerde teams mogen bovendien de spellen gratis spelen met de klas onder begeleiding van Games Atelier experts. Zij komen langs met de geschikte mobiele telefoons. De andere scholen kunnen tegen gereduceerd tarief een workshop Games Atelier op school krijgen en gebruik maken van de juiste telefoons en de bij de software behorende handleiding. Voor de winnaars zijn er tot slot 3 Nintendo Wii's voor gebruik in de klas.

Na afloop van de wedstrijd zal voor het gebruik van de online omgeving een licentie gekocht moeten worden. De prijs van deze licentie is op dit moment nog niet bekend. Het gebruik van de server en het verzenden van data zit dan bij de prijs inbegrepen.
De telefoons moeten echter zelf aangeschaft worden. De wedstrijd Mobile Game Quest is dus een mooie gelegenheid om eens aan deze nieuwe tool te ruiken en om onder begeleiding van experts op dit gebied te ervaren wat het maken van mobiele games voor jouw lessen kan betekenen.

Aanmelden kan hier!

maandag 17 november 2008

De macht van bloggers

Vorige week was ik bij de SURF onderwijsdagen waar druk werd gefotografeerd en gefilmd. Velen hebben daar al over geschreven (o.a. hier) en volgens mij zijn de belangrijkste dingen daar al over gezegd dus dat ga ik hier niet nog een keer doen. Maar wat mij nog wel bezig houdt is de macht van bloggers.

Ik heb de indruk dat er op een aantal vakgebieden steeds meer bloggers komen die verslag doen van de (grote) bijeenkomsten en conferenties binnen dat vakgebied. In mijn geval zijn dat bijeenkomsten op het gebied van bibliotheek en onderwijs. We doen daar met een heleboel bloggers verslag van. Mijn insteek bij dit soort zaken is om alleen verslag te doen van de positieve zaken die ik tegenkom: dingen die ik interessant vond en die ik verder wil uitzoeken of waar ik anderen mee in aanraking wil brengen. Sessies die me tegenvielen zal ik in mijn blog niet ter sprake brengen omdat ik denk dat niemand daarop zit te wachten en omdat ik mensen die zich tijdens zo'n conferentie hebben ingezet om hun verhaal te vertellen met mijn geschrijf op geen enkele manier wil beschadigen. Ik heb naar aanleiding van de Onderwijsdagen de berichtgeving van andere bloggers hierover eens bekeken en het viel mij op dat ook bij andere bloggers weinig negatieve berichten te vinden zijn. Ik vermoed dus dat er meer mensen zijn die daarover soortgelijke ideeën hebben als ik.

Maar tegelijkertijd merk ik dat we met zijn allen niet echt zorgen voor een compleet overzicht van wat op de Onderwijsdagen te beleven was. De nadruk in de berichtgeving van de bloggers (via weblog, video, foto en Twitter) ligt - voor zover ik kan nagaan - op de meer technisch georiënteerde presentaties, en minder op de meer didactisch/organisatorische presentaties. Ik denk dat daarmee een eenzijdig beeld is neergezet en dat het tekort doet aan wat er nog meer te halen was.

Is dat iets waar wij als bloggers consequenties aan moeten verbinden? Ik denk van niet. Ik denk niet dat het mijn taak als blogger is om een objectief en compleet beeld te geven van de conferenties die ik bezoek. Mijn doelstelling met dit blog is om mijn persoonlijke ervaringen te delen met anderen. Omdat ik mezelf niet kan opsplitsen (helaas: ik zou soms wel willen) en omdat ik nu eenmaal het een interessanter vind dan het ander zal dat dus altijd een eenzijdig en objectief beeld geven. En omdat ik mijn interesses deel met veel andere bloggers zullen wij als groep vermoedelijk altijd een subjectief en zeer incompleet beeld bieden van dit soort bijeenkomsten. En inmiddels gebeurt dat niet meer alleen in weblogs, maar ook via allerlei andere kanalen zoals foto, video en Twitter. Soms geeft dat een (voor sommigen misschien wel overrompelend en ongewenst) eenzijdig beeld van een conferentie.

Ik denk wel dat het iets is waar de organisatoren van dit soort conferenties rekening mee moeten houden. Zij zullen, vermoed ik, graag het complete plaatje van de bijeenkomst willen schetsen in de media. Dat betekent dat ze bij hun berichtgeving rekening zullen moeten houden met de bloggers in de zaal. Dat kan door zelf te zorgen voor een (hopelijk onafhankelijke) verslaglegging van alle sessies, door bloggers uit te nodigen om alle sessies te verslaan of door afspraken te maken met bloggers hoe hiermee om te gaan.

Mijn conclusie is dat nu de blogosfeer groot lijkt te worden organisaties er zelden meer over in hoeven te zitten dat er verslag wordt gedaan van de bijeenkomsten die ze organiseren, maar dat hun prioriteit moet liggen bij het brengen van evenwicht in de verslaglegging. En ik zou het een goede zaak vinden als dat gedaan wordt in overleg met degenen die de verslaglegging doen. Daar zou ik graag een bijdrage aan willen leveren!

Afbeelding van: Lorri37.

vrijdag 14 november 2008

Weblessen maken voor geschiedenis

De laatste jaren krijgt het onderwijs steeds meer interesse in digitale leermaterialen. De computer en internet zijn immers niet meer weg te denken uit onze maatschappij en het werken met digitaal materiaal biedt weer nieuwe mogelijkheden ten opzichte van het werken met folio-materiaal. Daarnaast is het besluit van de overheid om de scholen te verplichten zelf leermaterialen aan te schaffen en hen daarvoor een vergoeding te geven van 'slechts' 318 euro per leerling, een grote stimulans voor scholen om te onderzoeken of er alternatieven zijn voor het gebruik van boeken. En daarbij komen scholen dan al gauw terecht op internet omdat daar al veel te vinden is.

Of dat ook de stimulans is geweest voor het Geheugen van Nederland om een weblessentool te ontwikkelen weet ik niet, maar dat vind ik ook niet zo interessant. Ik ben vooral blij dat die er is ;-)

Het Geheugen van Nederland is het nationale programma voor de digitalisering van het Nederlands cultureel erfgoed. Op de website van Het Geheugen vind je prachtig materiaal over de geschiedenis van Nederland: beeldmateriaal, affiches, teksten, films en geluidsbestanden. Een deel van de website is speciaal voor het onderwijs: daar vind je ook nog lesmateriaal (voor de vakken Geschiedenis, CKV, Maatschappijleer en Aardrijkskunde) op onderwijsniveau gegroepeerd is (VMBO basisonderwijs, VMBO 3 + 4, HAVO/VWO basisvorming en HAVO/VWO 2e fase). Vanaf die pagina kun je de collectie doorzoeken op trefwoorden die gerangschikt zijn binnen de tijdvakken zoals die gedefinieerd zijn in de Canon van de Nederlandse geschiedenis.

En sinds kort is er dus ook een weblessentool. Hiermee kun je lessen maken waarbij je gebruikt kunt maken van de collectie van Het Geheugen. Je kunt zelf kiezen hoe groot je gebruikersgroep is; of je de lessen beschikbaar wilt stellen voor iedereen (zonder inloggen toegankelijk), alleen voor leerlingen (leerlingen krijgen na inloggen een overzicht van alle lessen, inclusief de door jou gemaakte les) of alleen voor een bepaalde school of klas. Je kunt in de weblessentool zelf klassen aanmaken en vervolgens kun je aan die klas dan leerlingen toevoegen. Dat systeem werkt nog niet echt handig: ik hoop dat ze daar nog wat aan gaan doen. Maar sowieso wil ik er hier een lans voor breken dat iedereen die gebruik maakt van de weblessentool van het Geheugen van Nederland die lessen aan iedereen ter beschikking stelt. Hoe meer mensen lessen ontwerpen en ter beschikking stellen, des te meer variatie we straks onze leerlingen kunnen aanbieden!

Het bijzondere van de weblessentool van het Geheugen van Nederland zit 'm in de mogelijkheid om (een deel van) het beeldmateriaal uit het archief te gebruiken in de les, en de manieren waarop dat gedaan kan worden. Er zijn verschillende opdrachten mogelijk:
  • de beeld-in-tijd opdracht: door de docent geselecteerd beeldmateriaal laten combineren met data in een tijdlijn of door de docent geschreven teksten/omschrijvingen;
  • de fotoboekwerkopdracht: door de docent geselecteerd beeldmateriaal door de leerling laten 'bewerken'(d.w.z. een uitsnede daarvan laten waarin het antwoord op de vraag te vinden is);
  • de meerkeuze opdracht: de leerling beantwoordt een meerkeuzevraag, al dan niet voorzien van beeldmateriaal. Eventueel kan de docent vragen aan de leerling om zijn keuze toe te lichten (vrije tekst);
  • de memorixzoek opdracht: de leerling moet passend beeldmateriaal zoeken in het archief van het Geheugen van Nederland;
  • de openvraag opdracht: de leerling moet een open vraag beantwoorden;
  • de upload opdracht: de leerling moet een vraag beantwoorden door passend beeldmateriaal te vinden en die te uploaden.
Daarnaast is het natuurlijk mogelijk om leerlingen informatie te geven in de vorm van beeld of tekst (leesopdracht).

Er zijn nog een aantal zaken die ik mis in de weblessentool. Allereerst vind ik de mogelijkheden tot metadatering beperkt: je kunt aangeven voor welk vak en welk niveau je les geschikt is, maar ik zou ook graag de mogelijkheid willen hebben om trefwoorden toe te kennen daaraan waarin je kunt aangeven om wat voor soort materiaal het gaat, welke (kern-)doelen gerealiseerd worden met de les, en waarin het onderwerp van de les nauwer omschreven kan worden. Op dezelfde wijze zou ik het materiaal willen kunnen doorzoeken: op niveau, vak, kerndoel, trefwoord en soort materiaal. Verder hoop ik dat de lessen worden opgenomen in de repository van Samenzoeken van Kennisnet zodat docenten niet op meer plaatsen hoeven te zoeken als ze op zoek zijn naar leermateriaal.

Maar misschien zit dat allemaal nog in de pijplijn. Voorlopig vind ik dit een leuk initiatief en ik hoop dat veel mensen er gebruik van zullen maken.

donderdag 13 november 2008

Fable 2; een reis door Albion

Door: Martijn van den Berg

Het is nu iets meer dan 2 weken na de release van Fable II. Ik heb in die tijd het spel uitgespeeld, alle sidequests gedaan en alles verzameld wat er te verzamelen valt. Ik ben verrast door dit spel, maar aan de andere kant ook een beetje teleurgesteld. Ik had hoge verwachtingen van dit spel. Verwachtingen die in sommige opzichten uit zijn gekomen maar in sommige opzichten ook helemaal niet.

De helden in Albion waren niet meer nodig en zijn vermoord of weggejaagd. Er zijn slechts 4 helden over, verstopt en verspreid over de wereld. Jij bent de vierde van deze helden, en er is iemand die de kracht van de eerste drie helden wil voor eigen gebruik en deze probeert jou te vermoorden. Natuurlijk overleef je dit en je groeit op in een zigeunerkamp, om na je jeugd uit te groeien tot de grootste van de vier helden in Albion. Jij moet de andere drie helden vinden voor de slechterik het doet.

Vergeleken met het eerste deel vallen de beelden al meteen op. Ze zijn mooii in detail en grafisch wordt je oog gestreeld. Overigens is in de hele game veel aandacht besteed aan detail. Er zijn heel veel dingen te verzamelen en je zult ook bijna altijd wel wat te doen hebben. Zeker bij je first look zul je naast de main quest veel andere dingen willen doen. De focus is gelegd op de goede of slechte daden en deze beinvloeden de wereld waar je in speelt en dit is ook heel realistisch gedaan.

Ik ging aan de slag met deze game een paar dagen voor het randje van mijn toetsweek, heb alle sidequests gedaan en ging toen aan de slag met de main quest en tot mijn verbazing was ik vrij snel klaar. Het verhaal was best wel voorspelbaar zonder onverwachte draaiingen. En dit vond ik heel erg jammer voor een game die 2 jaar in ontwikkeling is geweest. Ik had wel gehoopt op een langer verhaal. Ondanks dit minpunt is Fable II nog steeds een leuk spel geweest voor mij. Mocht er nog downloadable content komen, zal ik deze zeker nemen.

woensdag 12 november 2008

Quiz maken met powerpoint

plaatje Alles of NietsAls je je, net als ik, veel bezig houdt met het maken van spelletjes en quizzen, dan kun je bijna niet om powerpoint heen. Met dat programma (of een diapresentatieprogramma van een ander merk) kun je een heleboel soorten quizzen maken zonder dat je enige kennis hebt van programmeren of van html of meer van dat soort 'vreemde' talen.

Op het web zijn kant-en-klare formats te vinden om quizzen te maken, bijvoorbeeld voor het spel Weekend Miljonairs of Jeopardy. De meeste zijn Engelstalig (bijv. hier en uitgewerkte formats met tips hoe je ze kunt gebruiken hier), maar in het kader van het project Groeien door Games dat door de Onderwijsvernieuwingscoöperatie wordt uitgevoerd zijn er een aantal vertaald. Die vind je hier. Een voorbeeld van een uitwerking voor het leergebied Mens en Gezondheid (het gebit) van het daar genoemde format van Weekend Miljonairs vind je hier.

Maar met wat knutselwerk kun je nog meer leuke dingen maken. Zo bedacht ik me laatst dat in Powerpoint een optie zit om gebruik te maken van de tijd, waardoor je na verloop van tijd automatisch doorgaat naar een volgende dia. Het leek me wel leuk om daarvan gebruik te maken in een quiz die je kunt gebruiken op een interactief bord. Na een half uurtje had ik een voorbeeld van een quiz waarbij je echt alle vragen goed moet beantwoorden om het einde te halen: Alles of Niets. In de quiz krijg je een aantal vragen voorgelegd. Geef je op tijd het goede antwoord dan ga je door naar de volgende vraag, maar wacht je te lang met antwoorden of geef je het verkeerde antwoord dan moet je opnieuw beginnen. Niet een heel flitsend format, maar wel weer een andere manier om kennis te toetsen. Nog leuker wordt het als je met meer muizen tegelijk op het interactief bord kunt klikken, zoals laatst te lezen was op de Scholenlijst. Bovendien is dit een heel makkelijke manier (voor docenten èn leerlingen) om zelf een quiz te maken. Als je wilt kijken hoe ik het heb gedaan dan kun je hier klikken om een zipbestand te downloaden met de powerpointpresentatie zelf en dezelfde presentatie (m.b.v. Flash Spring) omgezet in Flash.

En zo is er natuurlijk nog veel meer te bedenken. Ik ben ervan overtuigd dat als je leerlingen wat tips geeft hoe je van powerpoint een quiz kunt maken en ze uitdaagt om daarmee aan het werk te gaan, je de meest geweldige quizen krijgt. Je zou bijvoorbeeld aan het einde van elk hoofdstuk een groepje leerlingen de opdracht kunnen geven een quiz te maken van de leerstof. De quiz wordt voorafgaand aan de repetitie in de klas gespeeld. Aan het einde van het jaar bepalen de leerlingen welk groepje leerlingen de mooiste quiz heeft gemaakt door alle quizen nog een keer te spelen en vervolgens hun stem uit te brengen op de winnaar. Een betere (en ik denk ook: leukere) herhaling van de lessen kun je niet hebben ;-)

N.B. Als jijzelf of je leerlingen een leuke quiz hebben gemaakt vind je het misschien wel leuk om mee te doen met de wedstrijd Het beste Digibordidee. Wie weet win je een set stemkastjes voor bij het digitale schoolbord of een digitale microscoop die je kunt aansluiten op het digibord! Inzenden kan tot 1 januari 2009.

dinsdag 11 november 2008

Drumsteps

Klik hier om naar de site van Drumsteps te gaanLang geleden moest ik leren over maatsoorten. Driekwartsmaten en zes-achtste, tweekwarts en vierkwarts en onregelmatige maatsoorten zoals vijfachtste en zevenzestiende. We leerden het door te luisteren en vooral door te klappen. Leuk vond ik het niet, en al helemaal niet inspirerend. Gelukkig wordt tegenwoordig op veel scholen op andere manieren geleerd wat maatsoorten zijn. Op de school van mijn kinderen werd daarvoor gebruik gemaakt van een drumstel. Dat leek me al veel leuker maar het betekende wel dat er per les maar een paar leerlingen mee aan de slag konden. De meeste scholen beschikken immers niet over voldoende budget om alle leerlingen in een klas tegelijkertijd achter een drumstel te zetten.

Maar dat hoeft ook niet: op internet zijn genoeg websites te vinden waar je virtueel kunt drummen. Dat is (bijna) net zo leuk als drummen op een echt drumstel! Met het programmaatje Drumsteps van de BBC is het misschien zelfs nog leuker dan in het echt. Bij Drumsteps maak je een soort knikkerbaan waar je een balletje overheen laat rollen. Elke keer als het balletje op iets stuitert maakt het geluid. Je kunt zelf bepalen welk geluid het balletje maakt: van een cymbaal of een harp, een tamboerijn of de grote trom enz. Je kunt het balletje steeds één (groot) stuk laten vallen maar je kunt het ook kleine stukjes laten vallen. Je kunt verschillende balletjes tegelijk laten vallen, maar je kunt ook het ene balletje laten beginnen als het andere ophoudt.

Op deze manier maatsoorten leren lijkt me leuk en bovendien aantrekkelijk voor meer visueel ingestelde leerlingen. En omdat scholen tegenwoordig allemaal beschikken over p.c.'s met internet is het is veel goedkoper dan de aanschaf van (inspirerende) ritme-instrumenten voor alle leerlingen.

N.B. Op één p.c. kreeg ik het programma niet aan de praat. Ik vermoed dat de oorzaak daarvan was dat ik daarop niet de goede versie van Shockwave had geïnstalleerd. Mocht het bij jou ook mis gaan, probeer het dan ook eens op een andere p.c.!

maandag 10 november 2008

Nog 1 keer: animatietools

In de afgelopen weken heb ik al twee tools genoemd waarmee je eenvoudig animaties kunt maken: Xtranormal en GoAnimate. Alhoewel beide tools erg gebruikersvriendelijk zijn, toch zullen ze voor sommige basisschoolleerlingen te moeilijk zijn, al was het alleen maar omdat de uitleg Engelstalig is. Gelukkig zijn er ook Nederlandstalige initiatieven.

Toyinima is software die gemaakt is door de Vlaamse omroep Ketnet. Je kunt de software gratis downloaden en installeren op je p.c. Het maken van een animatie is een fluitje van een cent, zeker als je gebruik maakt van een webcam. Je kunt ook een animatie maken van tekeningen maar dan moet je wel heel veel tekeningen maken voor een filmpje! Maak je gebruik van de webcam dan kun je door op de knop 'Toevoegen' te klikken foto's maken. Door die foto's direct in een tijdlijn te zetten kun je ze nadat ze zijn opgeslagen, als een filmpje achter elkaar kunt afspelen. Daarna voeg je geluid toe of overgangseffecten van het ene naar het andere frame. De filmpjes die je maakt worden op je eigen p.c. opgeslagen maar je kunt ze (nadat je een account hebt aangemaakt) ook uploaden naar de site van Ketnet en ze daar

De animatietool van Cinekid werkt volgens hetzelfde principe maar dan online. Om met de tools van Cinekid te kunnen werken moet je eerst een account aanmaken. Daarna kies je naar welke studio je gaat; er zijn er een heleboel. Om een animatie te maken met behulp van een webcam ga je naar de Foto Film Maker. Je stelt je camera in en je klikt met regelmatige tussenpozes op de rode opnameknop terwijl je zelf de scène speelt. In de studio van de Foto Film Maker kun je ook filmpjes maken (Filmpjesmaker), foto's maken (Fotomaker), flitsfilmpjes maken (waarbij de software met regelmatige intervallen automatisch foto's maakt). In de Tekenfilmmaker van Cinekid kun je vervolgens je zelfgemaakte animatie voorzien van geluiden.

Waarom is het maken van animaties leerzaam? Omdat het op allerlei manieren de creativiteit van leerlingen stimuleert. Om een animatie te maken moet je immers eerst een verhaal bedenken en verwoorden. Er moet nagedacht worden over enscenering en de volgorde van verschillende scenes en eventueel moeten decors en spelers ontworpen worden. Natuurlijk leren kinderen ook over mediawijsheid: wat breng je wel in beeld en wat niet en waarom maak je die keuzes? Wat gebeurt er als je je camera boven de spelers plaatst en hoe ervaar je het als kijker als de camera op dezelfde hoogte staat als de 'spelers'? En hoe maak je je verhaal spannend met geluiden en met licht?

En, last but not least: zelf iets maken en je werk laten zien aan anderen is natuurlijk ook erg leuk! En als Cinekid en Ketnet het je zo makkelijk maken: waarom zou je het dan laten?

vrijdag 7 november 2008

Spelletjes van Kaatje

Klik hier om een spelletje te spelenRegelmatig worden in dit weblog games voor het basisonderwijs besproken. Meestal zijn dat spelletjes die geschikt zijn voor de bovenbouw, maar deze keer heb ik spelletjes voor de kleuters. Want ook zij vinden het leuk om met de computer te spelen en ook voor hen zijn er spelletjes die ze helpen bij hun ontwikkeling.

Dat is zeker het geval bij de spelletjes van Kaatje. Kaatje is een meisje uit de programma's van Ketnet. De spelletjes in de wereld van Kaatje stimuleren kinderen op allerlei manieren: de fijne motoriek, oog-hand coördinatie, fantasie, logisch denken, associëren, kleuren leren, geheugentraining enz. De spelletjes zijn leuk vormgegeven en eventuele uitleg wordt voorgelezen.Het ziet er allemaal vrolijk uit en voor kleuters is het prachtig materiaal om mee bezig te zijn.

Ben je uitgekeken op de wereld van Kaatje of wil je iets moeilijker spellen kijk dan ook nog even naar de andere spelletjes van Ketnet. Ook daar zitten leuke en leerzame spelletjes bij. Ik vond vooral de Apenslinger erg leuk en voor slimme kleuters een goede uitdaging! Mooi materiaal van onze zuiderburen!

donderdag 6 november 2008

Nerding around

Door: Martijn van den Berg

Op het moment dat dit blogje gepubliceerd wordt is de dag van mijn laatste toets deze week en dus het einde van de toetsweek. Alles is gedaan en enige wat ik kan doen is wachten op mijn cijfers. Toetsweek draagt behoorlijk bij aan je cijfer, maar alsnog vind ik het een opgeblazen fenomeen, want als je alles bijhoudt, hoef je niet de hele week te leren. Je kan in principe voor de week al alles geleerd hebben als je een beetje geluk hebt met je toetsen.

Ik ben nooit goed geweest met toetsweken. Te veel stof werd in een te klein stuk toets geplakt, en ik ben dus ook altijd een voorstander geweest van tussentoetsen. Omdat mijn toetsweekresultaten niet altijd denderend waren, heb ik met mijn ouders afgesproken om de week voor de toetsweek en in de toetsweek niet meer uit te gaan en niet langs te gaan bij vrienden. Werken en sporten doe ik wel, want dit zijn dingen die je gewoonweg niet kan afzeggen.

Maar op een bepaalde manier heb ik het gevoel dat dit toch niet helemaal werkt. Het zorgt er wel voor dat ik op tijd aan het werk ga, maar leren gaat toch moeilijker als je continu bezig bent, en ik merk dat aan het eind van de toetsweek of de fut er uit is, of je gewoon tijd over houdt omdat de makkelijkste proefwerken aan het eind van de toetsweek zijn.

Ik zou het qua school niet anders willen hebben. Als de school toetsen wil geven, heb ik deze liever niet tussen de lessen door, want dit als je die dag ook op andere vakken moet concentreren, zit je mentaal niet bij het vak dat je uiteindelijk moet maken.Maar stoppen met dingen doen is ook geen optie. Als ik leren suf ben of ik heb tijd over, ga ik toch weer afleiding zoeken, en dan ben ik toch weer bezig. Een beetje afleiding is toch wel nodig tussen het leren vol, om uiteindelijk langer je concentratie te houden.

woensdag 5 november 2008

Conferentietijd

Logo conferentie Meaningful PlayDeze maanden zijn er weer overal conferenties. Ik vind het altijd moeilijk om een keuze te maken: er is zo verschrikkelijk veel interessants (ik ben redelijk breed geïnteresseerd: van techniek tot didactiek, van lesgeven tot beleid maken en van vraag tot aanbod) en in een etmaal gaan nu eenmaal maar 24 uur. Ik moet me dus beperken. Belangrijke criteria voor mij om wel of niet voor een conferentie te kiezen zijn:
  1. het programma van de conferentie,
  2. de mensen die er komen,
  3. de kosten van de conferentie.
Mijn keuze is dus persoonlijk en beperkt, maar dat weerhoudt me er niet van om hier een aantal conferenties te noemen waar ik graag naar toe zou willen gaan en in sommige gevallen ook echt naar toe kan gaan.

Zoals ik al zei: ik kan helaas niet al deze conferenties bijwonen. Maar ik probeer toch zoveel mogelijk graantjes mee te pikken. Want via een blog met mensen praten is leuk maar nog leuker is het om ze ook IRL te ontmoeten en met ze van gedachten te wisselen!

dinsdag 4 november 2008

Nogmaals: animaties maken

Klik hier om je eigen animatie te maken met GoAnimateVorige week schreef ik hier hoe je met Xtranormal online animaties kunt maken. Deze week aandacht voor een andere tool die hetzelfde doet: GoAnimate. Met GoAnimate heb je meer mogelijkheden dan met Xtranormal om animaties te maken. Je kunt kiezen uit een grote hoeveelheid achtergronden, geluiden en karakters maar je kunt ook zelf gemaakte achtergronden of geluiden gebruiken of karakters met op de plaats van het hoofd een foto van jezelf of (wat in de verkiezingstijd veel gebeurt) van een bekende (politieke) figuur.

Moeilijk is het absoluut niet: alles werkt met slepen en klikken. Je kiest een achtergrond en één of meer karakters. Per scène laat je je karakters iets doen en/of iets zeggen. Je kunt ook gebruik maken van speciale effecten, bijv. het beeld heen en weer schudden (zoals bij een aardbeving), bijv. als iemand erg kwaad is, inzoomen op een deel van het beeld en fade-in of fade-out. Je kunt je karakters laten praten door onder de scène een geluidsbestandje te zetten of door middel van tekstballonnetjes. De site is Engelstalig maar dat zal voor de meeste kinderen geen enkel probleem zijn.

Als je een animatie hebt gemaakt kun je die voor jezelf houden of publiek maken zodat anderen je werk kunnen zien en erop kunnen reageren. Je kunt er dan ook nog voor kiezen of anderen al dan niet je werk mogen kopiëren om het zelf te bewerken of niet.

GoAnimate is in feite zo makkelijk in het gebruik dat het risico groot is dat leerlingen er direct mee aan de slag willen gaan en geen tijd meer nemen om eerst een leuk of een goed verhaal te bedenken. En dat is natuurlijk de kracht van GoAnimate: het is een verschrikkelijk leuke manier om leerlingen verhalen te laten vertellen in het Nederlands of in een andere taal, om ze een samenvatting te laten maken van een boek dat ze gelezen hebben of een film die ze hebben gezien of om ze een 'geanimeerd' betoog te laten houden over een maatschappelijk onderwerp.

Dat laatste wordt op dit moment veel gedaan: op de site zijn een heleboel animaties te vinden over McCain en Obama. Maar omdat Halloween ook nadert (en voor Nederlandse kinderen Sint Maarten) hieronder een animatie over dat onderwerp. Het kan even duren voordat de animatie geladen is, maar het is de moeite waard!

N.B. Als de animatie niet laadt kun je ook op deze link klikken. Wil je zien wat na een half uurtje uitproberen mijn eerste resultaten waren, klik dan hier.

maandag 3 november 2008

Leerlingen en de dood

Naar de projectsiteVerbaasd was ik, toen ik hoorde van een lesproject waarin leerlingen zich bezighouden met de toekomst van de dood. Is dat waar je je mee bezig houdt als je ergens tussen de 12 en de 18 jaar bent? Maar toen ik er wat meer over ging nadenken en de inhoud van het project bekeek, toen werd ik toch enthousiast. Ik denk namelijk dat er veel meer leerlingen zich bezighouden met dood en mystieke ervaringen dan je zou verwachten bij die leeftijd en het project biedt een prachtige gelegenheid om te praten over rituelen en geloof

In het project 'De toekomst van de dood' wordt aan leerlingen gevraagd om na te denken over begraven, cremeren en vooral ook herdenken in een multiculturele samenleving en om dat vervolgens te verbeelden: in tekst of in beeld. Bij het project is een website met informatie over dit onderwerp lesmateriaal voor de vakken CKV, godsdienst en Nederlands.

In alle lessenseries (voor vmbo, havo en vwo) verdiepen leerlingen zich in rituelen rond de dood en delen ze hun kennis en persoonlijke ervaringen. Ze verdiepen zich in verschillende culturen, religies, levensbeschouwingen en landen. Doordat het onderwerp gekoppeld is aan een praktische opdracht wordt het minder 'zweverig' en kunnen leerlingen hun verhaal net zo persoonlijk maken als ze zelf willen en kunnen.

Het lijkt me een interessante opdracht; ik ben benieuwd of veel scholen meedoen.