vrijdag 29 september 2006

GamesParentsTeachers

link naar site GamesParentsTeachersEen heel boeiend initiatief, de site GamesParentsTeachers. Op deze site wordt een poging gedaan om te laten zien dat games niet slecht zijn, maar dat je er juist een heleboel van kunt leren. De site is, zoals de titel al aangeeft, vooral bedoeld voor ouders en docenten. Je vindt er achtergrondinformatie over (de goede kanten van) het maken en spelen van games, en beschrijvingen van games. Een beschrijving van een game bestaat uit 4 onderdelen:
  • een korte beschrijving van de inhoud
  • vragen die ouders kunnen stellen als zij met hun kinderen de games bespreken (bijv. bij het spel GTA San Andreas: 'Are there any things you have to do in the game that make you uncomfortable? Why?'
  • vragen die docenten kunnen stellen als de game gebruikt wordt voor de les (bijv. bij The Sims: 'The Sims could be used as a starting point for a discussion on identity. You could use the game to tackle such challenging issues as personal identity, diversity, and personal, family, and local history.'
  • een vraaggesprekje met een jongere over wat hij/zij vindt van de game.

De games zijn ingedeeld in 'topics': vakken of leerstofgebieden waarvoor de games gebruikt kunnen worden. Daardoor kun je per vakgebied kijken welke games daarvoor ingezet kunnen worden.

Een interessant initiatief, zei ik al, maar ik vind het deel voor docenten erg slecht uitgewerkt, waardoor mijns inziens de site eerder aanleiding zal zijn om games uit het curriculum te schrappen, dan om ermee aan de slag te gaan. De tips die worden gegeven aan docenten zijn namelijk zo algemeen en oppervlakkig dat ik als docent onmiddelijk zou afhaken. Wat moet je met deze opmerking bij het spel 'Rise of nations': 'This game would fit in well to any discussion of world history.'? Of bij 'Half Life': 'This game would fit in well to a discussion about fixing your own mistakes. It would also apply to a unit or discussion on history or philosophy of science.'? Als ik games wil gebruiken in de les, dan zal ik mijn leerlingen tijd moeten geven om die games te gaan spelen. Het kost vele uren om dit soort spellen te doorgronden, dus het moet wel het nodige rendement opleveren om als docent die investering te doen. Een 'discussie over de wereldgeschiedenis' lijkt mij wel een heel brede insteek om leerlingen iets bij te brengen over geschiedenis. Bovendien heb ik sterk het gevoel dat gamers niet zitten te wachten op zo'n discussie; daarmee haal je al gauw alle levendigheid weg die je met gamen juist in je lessen wilt halen.

Waarom dan toch in dit weblog een bespreking van deze site? Omdat ik denk dat de site wel potentie heeft. Het lijkt mij erg goed als deskundigen (docenten en leerlingen, en dan bij voorkeur ook de makers van de games) eens kijken naar wat bestaande games op educatief gebied te bieden hebben. In het onderwijs is veel interesse voor games, maar we zijn er nog lang niet uit hoe die games ingezet kunnen worden. Bij de kleinere games zijn die verbanden vaak nog wel te leggen, maar ik ben ervan overtuigd dat ook de grote (commerciële) games het onderwijs wat te bieden hebben. Wat ik bijzonder vind van deze site is dat er een poging wordt gedaan om dat boven water te halen, en dat daarbij niet alleen aandacht is voor het verhaal van docenten maar ook voor de visie van jongeren, omdat zij goed weten wat de inhoud is van de games, en hoe ze daarmee in een educatieve setting om willen gaan.

Kortom: hier ligt volgens mij nog een mooie klus te wachten voor het (Nederlandse) onderwijs. We hebben al een plek die hiervoor gebruikt zou kunnen worden: de wiki Games2Learn, waarin iedereen die dat wil informatie kan plaatsen over alles wat te maken heeft met educatieve games. Wie (ouders, leerlingen of game-designers) neemt de handschoen op om daarin suggesties te zetten over hoe de al bestaande commerciële games ingezet kunnen worden in het onderwijs?

donderdag 28 september 2006

Gamen met al je zintuigen

amBXVan lang geleden kan ik me herinneren dat er films werden uitgebracht met 'sensurround': een techniek dat het mogelijk maakte om beweging die op het filmdoek werd getoond voelbaar te maken voor de bioscoopbezoeker. Bij de film Earthquake kon je daardoor niet alleen zien hoe de aarde beefde, je trilde letterlijk zelf mee. Het was een techniek waar ik erg van onder de indruk was, maar die voor mij toch eigenlijk maar weinig toevoegde aan de film. Het was leuk om het een keer te ervaren, maar daar bleef het dan ook bij.

Op PCMweb las ik dat er nu een techniek is (amBX) waarbij gamers tijdens het spelen getrakteerd worden op extra effecten, zoals kleuren, geluid, warmte of zelfs een briesje. Om die effecten te kunnen bereiken heb je wel wat extra apparatuur nodig bij je p.c.: een apart speakersysteem, ventilatoren, lampen en een trilapparaat worden via usb door de pc aangestuurd. En uiteraard moeten de games dan wel apart voor dat systeem geschreven zijn.

Ik betwijfel erg of dit veel toevoegt aan games. Over het algemeen is men het erover eens dat niet de graphics bepalen of een game leuk is om te spelen, maar dat de regelset daarvoor primair bepalend is. Allerlei andere factoren zoals graphics, sound en navigatie kunnen een goede game wel beter maken, maar een game met een slechte regelset wordt daarmee niet een goede game. Ik denk daarom dat ook het aanspreken van andere zintuigen nooit meer kan zijn dan iets extra's. En zelfs daar heb ik mijn twijfels bij. Want het spel kan daarmee wel realistischer worden, maar is het niet leuk om ook nog iets aan je eigen verbeelding over te laten? Want de rook die je in je fantasie ruikt bij een brand op het scherm ruikt vast anders dan de geur die uit de ventilatoren komt, en de sensatie die je in gedachten voelt als je in een race-auto door de straten scheurt voelt waarschijnlijk anders dan het trillen van de trilmachine. Nee: laat mij maar liever fantaseren. Bij mij komen al die apparaten er voorlopig niet in!

woensdag 27 september 2006

Animal Crossing Wi-Fi

Nintendo WiFiVorige week was BodyBattle aan de beurt om in dit weblog gereviewed te worden, deze week geeft mijn zoon zijn visie op iets heel anders: de WiFi-mogelijkheden van de Nintendo DS. Al eerder schreef ik dat we in de vakantie met zijn allen intensief het spel Animal Crossing hebben gespeeld. Over het spel schreef Martijn al eerder een review. Daarin maakten we melding van de mogelijkheid om het spel te spelen met anderen via WiFi. Daarover gaat deze review.

Animal Crossing Wi-Fi
(door Martijn van den Berg)

Alweer een tijd geleden introduceerde playstation de PsP (Playstation Portable) en nintendo de Nintendo DS (Nintendo Dual-Screen) Het was toen de vraag wie van deze twee op de markt zou gaan domineren. Zou het de ervaringsrijke nintendo zijn of de techniekrijke Playstation? Persoonlijk was ik meer voor de PsP vanwege het beeld, maar nu ik de DS goed heb gezien, weet ik dat de DS zeker niet onder doet voor de PsP. En wel om 1 reden: Wi-Fi. En dan wil ik het in het bijzonder hebben over het Wi-Fi netwerk van Animal Crossing.

Het begon allemaal toen ik van de vakantie thuiskwam en na het lange vissen wel eens zin had in iets anders. Ik zocht op internet en ik vond een blog waar een lang netwerk was te zien van friend codes. Dus ik begon voor de gezelligheid te spelen, m'n verbinding viel vaak weg maar dat liet me het spel niet belemmeren. Ik vermaakte me met spelletjes als tikkertje, verstoppertje en samen vissen of insecten vangen. Maar dat was pas het begin.

Toen ik een tijdje later weer wat verder aan het kijken was, ontdekte ik een compleet forum dat met dit onderwerp te maken had. Ik registreer me op het forum, en begin te zoeken. Wat blijkt: er is hier een complete ruilhandel van allerlei items. Er worden complete evenementen online georganiseerd en er zijn zelfs complete shops!

Nu heb ik in de vorige review nog niet uitgelegd wat turntips zijn. White turntips zijn knollen die je gedurende 1 week kunt bewaren. In die week kun je ze verkopen bij Tom Nook. De prijs van de white turntips verschilt niet alleen per dag, maar ook tussen de ochtend en de middag. Je hebt dus twee verschillende turntipprijzen per dag. En zo kan je dus als er in andere dorpjes een hoge turntipprijs is je turntips daar verkopen en daarmee een hele hoop geld verdienen. Dus dat gedaan te hebben, had ik opeens in 2 weken een hele hoop geld en begon ik te handelen.

Na eerst een paar zeldzame items gekocht te hebben en een hele hoop dorpjes bezocht te hebben, heb ik mijzelf ten doel gesteld alle meubelsets in mijn catalogus te hebben, zodat ik ze bij Tom Nook kan bijbestellen waar nodig. Dit doe je door een item minstens 1 keer vast te hebben. Algauw ontdek ik dat er meer zijn die dit tot doel hebben, en ik zie hoe druk die winkeltjes dan ook bezocht worden. En wat ontdek ik: er zijn soms wel 40 mensen tegelijk online. Je kan de topics niet bijhouden.

Het is allemaal wel heel erg gezellig, maar elk voordeel heeft z’n nadeel. Je kan er wel mooi allemaal spullen kopen, maar het internet blijkt ook een mooie plaats te zijn om gehackte spullen te verkopen. Je ziet een hele hoop zeldzame spullen voor een lage prijs voorbijkomen. Ik kan niet geloven dat je iets waarvoor je een jaar lang moet werken om het te krijgen, per 9 voor het geld dat je in 2 dagen verdient per stuk verkoopt. En zo kelderen de waarden van zeldzame items. Nou is het wel leuk dat je die items kan gebruiken, maar het haalt de moeilijkheid wel uit het spel.

Nintendo biedt vele mogelijkheden met dit netwerk en voor iedereen die een spel heeft op de DS dat Wi-Fi ondersteunt, kan ik het zeker aanraden. Het is heel mooi dit te ontdekken en uit te zoeken. Deze mogelijkheid laat je gewoon dat beetje extra zien. De game-X-factor zeg maar. En voor mensen die het maximale uit hun game willen halen, is dit zeker een goede mogelijkheid.

dinsdag 26 september 2006

Docentendag 'Digitaal Spelend Leren'

logo Playful, ga naar info docentendagOp 13 oktober organiseert Playful in samenwerking met het Nederlands Instituut voor Filmeducatie in Utrecht de docentendag ‘Digitaal spelend leren’. In één dag kunnen docenten kennis maken met succesvolle Nederlandse projecten op het gebied van digitaal spelend leren, zich verdiepen in de achtergronden van de veranderende didactiek, leren welke kansen ‘serious games’ bieden voor het onderwijs, en ervaren hoe het is om zelf te gamen.

Het programma ziet er als volgt uit. Zowel in de morgen als in de middag is er eerst en theorieverhaal dat wordt gevolgd door praktijkervaringen.
's morgens wordt eerst een presentatie gegeven door Willem Jan Renger, hoofd van de Faculteit Kunst, Media en Technologie van de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Willem Jan Renger heeft zowel gewerkt in het voortgezet als in het hoger onderwijs. Hij gaat in op ontwikkelingen in de samenleving en het onderwijs (en naar ik vermoed: de rol die games daarin - kunnen - spelen).
Later in de morgen zijn er presentaties van allerlei best-practices rond gaming: Digitaal Vertellen, Make-a-Game, Workshops van Digital Playground, Making Movies en Workshops Stichting Filmset.
's Middag bijt Marinka Copier het spits af. Marinka Copier is docent-onderzoeker op het gebied van games en gamecultuur aan de Faculteit Letteren van de Universiteit Utrecht. Zij houdt een inleiding over games: welke typen games worden onderscheiden, welke platforms zijn daarvoor en welke kansen ‘serious games’ bieden aan het onderwijs. In het praktijkdeel van de middag vertellen achtereenvolgens een gamedesigner/-uitgever, een docent/ICT-coördinator en iemand van TNO over serious games.
Tot slot is 't Playtime: bezoekers van de dag kunnen gamen: op het grote doek in de filmzaal, op p.c's of op consoles die klaar staan. Studenten van de UU en de HKU helpen zonodig een handje daarbij!

Wie schroom heeft om te gaan omdat hij/zij (nog) geen ervaring heeft met games: wèl gaan. Volgens de organisatoren vereist de dag vereist namelijk geen speciale voorkennis. Dus ook als je nog nooit eerder hebt gespeeld ben je van harte welkom! De kosten van deelname zijn € 25,-, inclusief lunch.

maandag 25 september 2006

FF Zoeken

FF ZoekenWie op school goede cijfers wil halen, doet er goed aan om ervoor te zorgen dat hij goed overweg kan met informatie. Nee, natuurlijk niet alleen om die te knippen en te plakken in een werkstuk (alhoewel dat héél nuttig kan zijn), maar ook om te weten wanneer je beter op internet kunt zoeken en wanneer ergens anders, hoe je kunt beoordelen of de informatie die je gevonden hebt 'waar' is of niet, en hoe je de informatie die je hebt gevonden kunt verwerken bijvoorbeeld tot een werkstuk of een filmpje. Maar om te beginnen moet je natuurlijk weten hoe je een onderzoek opzet.

Stichting Teleac/NOT heeft een t.v.-programma van 6 afleveringen gemaakt voor leerlingen van groep 6, 7 en 8, waarin ze leren hoe ze zelf onderzoek kunnen doen. De leerlingen mogen zelf bepalen wat ze onderzoeken. In de eerste 4 uitzendingen volgen ze de belevenissen van Isis en Daan bij hun zoektocht naar Afiartis. Zij hebben gehoord dat Afiartis is waar de wind vandaan komt, en ze gaan uitzoeken waar dat ligt. Als ze alle informatie hebben, maken Daan en Isis er een mooi filmpje van. Bij het programma is een site met daarop:
  • een handleiding hoe de leerlingen hun eigen onderzoek kunnen doen,
  • een overzicht van geschikte bronnen,
  • informatie over hoe een verslag gemaakt kan worden (filmpje, dia-presentatie, foto's, kunstwerk, website, werkstuk)
  • een galerij met al eerder door leerlingen gemaakte verslagen.

Een aanrader als je wat wilt doen met informatievaardigheden in het basisonderwijs! De eerste aflevering is a.s. dinsdag 26 september van 10:15 tot 10:30 uur bij Z@PP.

vrijdag 22 september 2006

Phetch

logo PhetchAl eens eerder schreef ik over ESP Game, een spel dat gebruikt kan worden om leerlingen te laten spelen met trefwoorden (of, in web 2.0 terminologie: tags). Van dezelfde maker is er nu een nieuw spel: Phetch. Dit spel gaat een stapje verder dan ESP-game. Bij ESP-game moeten beide spelers trefwoorden toekennen aan een willekeurig, door Google geïndexeerd, plaatje. Als je hetzelfde trefwoord invoert als je tegenspeler, verdien je allebei een punt. Bij Phetch krijgt één van de spelers een (wederom: willekeurig door Google geïndexeerd) plaatje te zien, en moeten de andere spelers datzelfde plaatje gaan zoeken. Vind één van de spelers het plaatje dan krijgt degene die het plaatje beschreven heeft 200 punten. Dgene die het plaatje (als eerste) heeft gevonden krijgt 100 punten, en mag het het volgende plaatje beschrijven.

Niet alleen lijkt me dit spel weer heel bruikbaar voor wie aan de slag wil met informatievaardigheden, ik ben ook erg gecharmeerd van het feit dat de resultaten van dit spel in de index van Google worden gekoppeld aan het plaatje. Ik vermoed (maar dat kon ik nergens lezen) dat deze teksten gebruikt worden als 'alt-tag' (tekst die achter een plaatje zit en die je te zien krijgt als je met je muis over het plaatje beweegt). En dat is vooral natuurlijk voor visueel gehandicapten erg handig, want je kunt tekst wel omzetten in braille, maar om beelden zichtbaar te maken heb je een beschrijving nodig van het plaatje. En helaas zijn er nog heel veel websitebouwers die geen alt-tag toevoegen aan de plaatjes!

Met Phetch kun je dus aan de slag gaan met informatievaardigheden, en gelijk werken aan een goed doel. Misschien een goed moment om dan direct je leerlingen/studenten erop te wijzen dat als ze plaatjes op het web zetten, ze daar een alt-tag bij moeten zetten!

donderdag 21 september 2006

Voorbeelden entertainmentgames in het onderwijs

afbeelding MystOp de site van John Kirriemuir zag ik eental voorbeelden van het gebruik van commerciële games in het onderwijs. Ik was helemaal enthousiast daarover, omdat het bewijst dat niet alleen speciaal daarvoor ontworpen games bruikbaar zijn in het onderwijs, maar dat van de gewone entertainment games erg veel te leren is. Ik denk dat de manier waarop de games in deze voorbeelden gebruikt worden, als inspiratie kan dienen voor docenten hier in Nederland, dus ik zal op mijn eigen manier (een snufje van John Kirriemuir en een snufje van mij) de voorbeelden hier noemen.

Zoo Tycoon
Veel mensen zullen dit spel wel kennen. Je moet hierbij een dierentuin inrichten en zorgen dat er voldoende mensen komen zodat de dierentuin rendabel is. Een docente van een basisschool in Engeland gebruikt dit spel als een soort discussie-tool. Ze speelt het spel met de hele klas via een groot scherm. De klas bespreekt steeds welke besluiten genomen moeten worden: moet er geïnvesteerd worden in extra dieren of moeten er eerste nieuwe hekken komen? En hoe moet de ruimte ingedeeld worden? Het spel wordt een aantal keer per week, maar steeds gedurende korte tijd gespeeld (ca. 15 minuten per keer). Wat ze ervan leren? Onder andere discussiëren en samenwerken, wiskundige begrippen en een strategie op de langere termijn uistippelen. Het zal je niet verbazen om te horen dat de leerlingen zeer gemotiveerd en geconcentreerd bezig zijn!

Myst
Myst is een adventure dat bekend staat om de prachtige grafische vormgeving. Het verhaal speelt zich af op een eiland en de beelden zijn prachtig en zeer fantasievol. Er zijn verschillende delen van het spel; ik geloof dat de laatste deel 5 is (maar misschien loop ik een paar delen achter!). Tim Rylands gebruikt Myst om zijn leerlingen (10 en 11 jaar) te inspireren tot verhalen vertellen en schrijven, luisteren en observeren. Klik hier als je een interview met Tim wilt bekijken.

Harry Potter and the Chamber of Secrets
De bekende Harry Potter verhalen hebben de gamesindustrie geïnspireerd tot het maken van een Harry Potter game. De game wordt over het algemeen niet erg positief beoordeeld; het is natuurlijk ook lastig om iets toe te voegen aan het succes van de boeken en de films. Dit gegeven wordt gebruikt in een les media-educatie. De leerlingen worden eerst in 2 groepen verdeeld: de ene groep speelt de game via het whiteboard, de andere groep geeft adviezen en opdrachten. Vervolgens laat de docent een aantal stukken uit de film zien die hetzelfde fragment behandelen als de stukken die in de game aan de orde zijn geweest. De leerlingen krijgen de opdracht spel en film met elkaar te vergelijken op een aantal punten, bijv. de beelden, het geluid, het verhaal enz. Op deze manier krijgen ze begrip voor de regels van deze beide media waarin bewegende beelden een rol spelen.

Who wants to be a millionaire?
Dit spel is gebaseerd op het gelijknamige televisiespel, dat ook in Nederland op televisie te zien is. Een kandidaat krijgt vragen voorgelegd in oplopende moeilijkheid. Bij elke goed beantwoorde vraag krijgt de kandidaat een steeds groter wordend geldbedrag. Weet de kandidaat het antwoord niet, dan kan hij 3 keer hulp krijgen: één keer door 2 foute antwoorden weg te laten strepen, een keer door het publiek te laten stemmen en één keer door advies te vragen aan een expert. Van dit spel zijn ook versies (o.a. in PowerPoint) te vinden op internet, waarbij je zelf de vragen kunt invullen.
Dit spel wordt gebruikt om bij leerlingen van 7 tot 11 jaar kennis te toetsen over een bepaald onderwerp. Voor tips voor het gebruik van dit spel vond ik een artikel in het tijdschrift Informs : Transactions on Education.

School Tycoon
Weer één van de Tycoon-spellen. In dit spel moet de speler een school bouwen en runnen. Leerlingen van 10 en 11 jaar speelden dit spel met als doel hun ruimtelijk inzicht en hun rekenvaardigheid te vergroten, en om ze te laten nadenken over het sociale functioneren binnen een school. De leerlingen kregen per team een opdracht om een school te bouwen binnen een bepaald budget. Na afloop van het spel werden de verschillende scholen uitgeprint. De leerlingen bekeken elkaars werk en er werd besproken waarom de ene school wel en een andere school niet goed draaide.

Dancing Stage Party edition
Er wordt nog maar weinig gebruik gemaakt wordt van een dansmat, terwijl dit stukje gereedschap heel duidelijk mogelijkheden biedt voor het onderwijs. In het voorbeeld van John Kirriemuir wordt een dansmat gebruikt bij het spel Dancing Stage Party edition. In dit spel moet de speler danspassen nadoen die in het spel worden voorgedaan. Het spel wordt gespeeld op een middelbare school. De doelstelling is om meiden van 15, 16 jaar tot beweging aan te zetten. In de school worden in gangen en lege lokalen, het spel Dance Party geïnstelleerd, met uiteraard de daarbij behorende dansmat. Het duurt niet lang voordat de meiden enthousiast worden. En de jongens volgden al heel snel!
De dansmat wordt in Nederland ook gebruikt door o.a. Geedesign. Bij hun software moeten de leerlingen a.h.w. met hun voeten het goede antwoord geven op vragen, waardoor denken en bewegen gecombineerd wordt. Hetzelfde principe wordt gebruikt in de software van Sonica waarmee je Spaans kunt leren. Daarover schreef ik al eens in maart vorig jaar.

Battle of Austerlitz
Het spel Battle of Austerlitz gaat over Napoleontische oorlogsvoering. Dit spel kan worden gebruikt om studenten (van 18 tot 20 jaar) enthousiast te krijgen voor dit onderwerp, en om ze inzicht te geven in de strategieën die daarin uitgevoerd worden. Er werden historische scenario's gebruikt, en de studenten kregen elk een eigen rol in het spel (bijv. commandant, soldaat of majoor, bij de infanterie, artillerie of de cavalerie).
Ook in Nederland wordt gebruik gemaakt van games in het geschiedenisonderwijs, getuige het (goed bezochte) studiedag Game Over! Games en Geschiedenis. Het verslag hiervan is zeker de moeite waard!

Ben ik compleet met deze opsomming? Nee hoor: er zijn nog meer voorbeelden van gebruik van games in het onderwijs. Ik weet bijvoorbeeld dat het spel Crazy Machines op sommige (basis)scholen wordt ingezet, Professionals wordt gebruikt in het VMBO en de Bizzkidz management competitie is al jaren een succes. In mijn FURL-archief en in Games2Learn vind je nog meer voorbeelden van games die in het onderwijs gebruikt (kunnen) worden. En ik zou het nou zo leuk vinden als mensen die ervaring hebben met games dat hier melden of daarvan verslag doen op de website Games2Learn zodat anderen hun voordeel kunnen doen met hun ervaringen!

woensdag 20 september 2006

BodyBattle

Winnaars Make-a-Game 2005-2006Vorig jaar mocht ik de wedstrijd Make-a-Game opzetten. Een leuke klus die me heel veel uurtjes game-plezier heeft opgeleverd! De hoofdprijswinnaar van de wedstrijd was het team dat de game BodyBattle had gemaakt: een game waarbij je leert hoe het menselijk afweersysteem werkt. De vakjury zei er het volgende over:

Spannend spel, waarbij gameplay en educatie prachtig samenwerken! Om het spel goed te kunnen spelen moet je een slimme strategie bedenken waarbij je de stamcellen zo laat evolueren dat je er optimaal gebruik van kunt maken. Een goede opbouw in levels, waardoor de speler steeds meer begrip krijgt van het immuunsysteem. Door het spelen van dit spel ervaar je hoe het proces van het immuunsysteem in elkaar zit, waardoor je het beter begrijpt dan wanneer je dat uit een boek leert. Grafisch ziet het spel er goed verzorgd uit en de muziek is goed gekozen. Er zijn nog een paar zaken die verbeterd kunnen worden: het spel begint op een hoog niveau waardoor je de handleiding goed moet lezen om het spel te begrijpen. Het zou goed zijn om nog één of meer levels te ontwerpen waarin de speler uitgelegd krijgt wat nu in de handleiding staat en als er een in-game handleiding ingebouwd wordt. Maar overall: een superprestatie waar menig professioneel gamedesigner jaloers op zal zijn!
Een groot deel van de games heb ik samen met mijn zoon bekeken en hij was zo vriendelijk om over een aantal van de games die we samen hebben bekeken een review te schrijven. En - jullie zijn er inmiddels vermoedelijk aan gewend - die publiceer ik hier met veel plezier. Je kunt de game zelf spelen: je kunt hem downloaden van de Make-a-Game site.


Review BodyBattle
(door Martijn van den Berg)

Biologie is altijd een grappig vak. Je moet je voorstellen, alles wat je in het biologieboek leest over je lichaam, gebeurt ook echt in je lichaam. Terwijl jij voor de buis tv zit te kijken, kan je lijf wel in een spannend gevecht zitten met virussen, pompt je hart met een grote kracht door of verzamelt je lijf snel de zuurstof die jij inademt. Is het niet leuk om dit een keer zelf te proberen zonder een leven in gevaar te brengen? Gebruik dan bodybattle!

Bodybattle had bij make-a-game de hoofdprijs gewonnen. Persoonlijk niet mijn favoriet, maar de jury daar zal er wel met een andere visie naar kijken dan ik en dus heb ik het spel nog eens bekeken, en probeer ik te kijken door de ogen van die jury om te kijken waarom zij dat spel nou zo mooi vonden om het de hoofdprijs te geven.

Bodybattle is een strategiespel waarbij het de bedoeling is om als baas van het bloed opdrachten te geven aan de rode en de witte bloedlichaampjes. Te zorgen dat de rode bloedlichaampjes zuurstof en glucose overbrengen om het te gebruiken en te zorgen dat de witte bloedlichaampjes de juiste kleur krijgen zodat de infecties worden bestreden.

Om de visie van de jury helemaal te begrijpen, zal ik wat minder op de bugs ingaan, want als je alle games van make-a-game test, weet je zeker dat het heel veel tijd en moeite kost om een game bugloos te maken. De makers hebben er waarschijnlijk veel tijd in gestoken om te proberen een game zo veel mogelijk te testen en bij de een is dat wat meer gelukt dan de ander. Als je dan een keer een beetje met gamemaker hebt geprutst, weet je dat met een topspel als dit, er ontzettend veel tijd in heeft gezeten.

De makers hebben veel kennis ingedaan voor deze game. De uitgebreide teksten tussen de levels door vertellen in geur en kleur wat er allemaal in je bloed gebeurt. In de levels mag je dit dan ook in de praktijk leren door je bloedlichaampjes te sturen. De rode bloedlichaampjes gaan als ze iets gepakt hebben netjes naar het eind van de bloedbaan en geven het daar af. Als je een bepaald aantal aan zuurstof hebt, krijg je stamcellen. Deze kan je veranderen in een witte of een rode bloedcel.

Ik had tijdens de finale nog een interview met de makers. Ze zeiden dat ze het spel met testen nooit helemaal hadden uitgespeeld zonder cheats. Het is mij, als ervaren strategiespeler ook niet gelukt. En met een beetje denken weet ik hoe dat komt. Je kan als je stamcellen hebt, ze wel veranderen, maar alleen stuk voor stuk, waarna ze vast zitten tussen de andere stamcellen. En dat terwijl je de nieuwe cellen toch echt nodig hebt.

Ik begrijp de visie van de jury uiteindelijk wel. Het idee is mooi en goed uitgewerkt. Ze hadden alleen, zoals met (bijna) elke Make-a-Game-game iemand nodig die er neutraal naar keek en ze zei wat er nog aan verbeterd kon worden om het perfect te maken. Dan zou het richting een professionele game gaan. Maar ja, je hebt de hoofdprijs gewonnen, dus blijkbaar is het al een gigantische prestatie wat ze hebben gedaan. En je moet altijd denken dat je het jezelf zo niet ziet doen. Het idee is mooi, en we gaan niet op details letten.

dinsdag 19 september 2006

Fantaseren bij foto's

In mei maakte ik al een keer melding van de mogelijkheid om verhalen te maken met behulp van beelden. Toen ging het om de wedstrijd Mobigags waar je strips kon maken door foto's te maken en die te voorzien van tekstballonnetjes. Een andere plek om met behulp van foto's verhalen te maken is Flickr.

In de groep 'Visualstory' is het de bedoeling om een verhaal te maken in de vorm van een reeks van 5 foto's. Dat kun je natuurlijk op iedere plek doen, maar het leuke van deze groep is dat de leden van de groep (maar liefst 2302 leden!) de 'verhalen' bekijken en daarop reageren. Die reacties kunnen allerlei vormen aannemen: een beschrijving van het verhaal in woorden (in proza of poëzie), commentaar (positief of negatief) op de foto's of op de opbouw van het verhaal, enz.

Het lijkt mij ontzettend leuk om deze groep (of een eigen variant daarop) te gebruiken bij taallessen. Laat alle leerlingen maar een eigen verhaal maken door foto's te maken. Je kunt natuurlijk de regels volgen van deze groep, maar je kunt er ook je eigen opdrachten aan vastknopen. Het lijkt me leuk om de andere leerlingen te vragen het verhaal of een vervolg daarop in hun eigen woorden of beelden te laten schrijven, of een nieuw verhaal te maken door foto's bij elkaar te zetten van verschillende anderen, ze te vragen om onderschriften te maken bij de foto's enz. En misschien hebben de leerlingen zelf nog veel leukere ideeën: dat zou ik ze zeker willen vragen.

Leuk toch, al die nieuwe middelen die we in het onderwijs kunnen gebruiken?

Littlegreenfroggy: How to move an orangutan. By an orangutan
Littlegreenfroggy: How to move an orangutan. By an orangutan

maandag 18 september 2006

Prinsjesdag

Strip geschiedenis PrinsjesdagBinnenkort is het weer Prinsjesdag. Op veel scholen wordt daaraan aandacht besteed. Niet makkelijk, want het is vaak dorre en droge materie. Het wordt vaak al een stuk leuker als de leerlingen voor de eigen school een begroting mogen maken en presenteren, én als daaraan binnen de school dan ook echt aandacht wordt besteed, bijvoorbeeld door een leerling de 'Troonrede' uit te laten spreken en de miljoenennota te overhandigen in de MR.

Maar voordat je met zoiets aan de slag kunt zul je toch eerst moeten uitleggen wat Prinsjesdag is, en wat er dan gedaan wordt. Het Ministerie van Financiën heeft een tweetal flash-filmpjes daarover die de droge kost verteerbaar maken. Een filmpje gaat over de geschiedenis van Prinsjesdag, in de tweede vertelt het koffertje wat er gebeurt op Prinsjesdag. 't Lijkt me een leuk begin van een les over de Miljoenennota!

vrijdag 15 september 2006

Een les als een game

gamend kindGamen in het onderwijs is natuurlijk leuk (althans: dat vind ik), maar ik kan me voorstellen dat er docenten zijn die daar anders over denken. Of misschien vinden ze gamen op zich wel leuk, maar zijn er zoveel hindernissen te nemen (geen bruikbare content, niet voldoende goede computers, onbekendheid met games) dat ze die stap niet kunnen zetten. Maar je hoeft natuurlijk niet per sé te gamen: je kunt er ook voor kiezen om een les te maken die net zulke aansprekende elementen heeft als games hebben.

Over wat games aantrekkelijk maakt zijn al verschillende onderzoeken gedaan. Ik zal jullie niet vermoeien met een overzicht van wat iedereen ervan vindt, maar alleen de elementen noemen die de meeste experts als de kracht van videogames worden noemen. Dat zijn:

  • competitie,
  • uitdaging,
  • interactie,
  • beheersing/controle: de speler heeft in een game de macht,
  • fantasie,
  • de combinatie beeld, geluid en korte teksten.
Maar hoe kun je dat nu in je les verwerken zonder dat je de leerlingen laat gamen?
Competitie in de les is natuurlijk niet zo heel moeilijk. Je kunt makkelijk een wedstrijdje organiseren tussen de leerlingen. Daarbij is de prijs die gewonnen kan worden natuurlijk wel een belangrijk gegeven. Een goed (extra) cijfer of bonuspunten bij een volgende repetitie kan daarbij helpen, maar voor veel leerlingen zal dat weinig motiveren. Wat motiveert ze dan wel? Wat ik hoor van leerlingen is dat ze het belangrijk vinden dat niet alleen het eindresultaat telt; ook de weg daarnaar toe moet beoordeeld worden. We weten allemaal dat de ene leerling meer moeite moet doen voor een goed resultaat dan een andere, en er zijn ook leerlingen die op een andere manier een grote bijdrage leveren aan een les, bijvoorbeeld doordat ze goed plannen, samenwerken, een prettige werksfeer weten te creëren enz. Bij een repetitie kan dat soms niet meegeteld worden in het cijfer, maar als je een wedstrijdje doet in de klas kunnen dit soort zaken natuurlijk wel benoemd worden, en misschien ook wel gehonoreerd. Een Mars of KitKat of al dat soort verderfelijke, maar door jongeren zeer gewaardeerde lekkernijen kunnen wonderen doen!
Een game die niet uitdagend is, wordt door gamers al heel snel terzijde gelegd. Ik vind het altijd grappig om te zien dat jongeren bereid zijn om uren te investeren om op fora en websites te zoeken naar de beste strategie om een spel te spelen. In games wordt veel aandacht besteed aan leveldesign: als je hebt geleerd wat op een bepaald niveau te leren valt, ga je direct door naar een ander niveau. Je komt dan in een mooiere wereld, je krijgt een snellere auto of een extra wapen enz. En natuurlijk worden er weer nieuwe eisen aan je gesteld. Die nieuwe eisen zijn niet per definitie zwaarder: ze kunnen ook een beroep doen op andere vaardigheden. In het onderwijs zijn we vaak gewend om als een leerling goed is in een vak, hem of haar moeilijker lesstof te geven, en is iemand slecht dan starten we op een lager niveau. Als je games als voorbeeld neemt, dan zou je in je les in zo'n situatie er ook voor kunnen kiezen om een leerling op een andere competentie aan te spreken. Wat ze niet weten zullen ze vaak toch oppikken van andere leerlingen. Als een spel leuk en uitdagend is, zal daarover het nodige overleg gevoerd worden, en dat geldt vast en zeker ook voor lessen die als een game gegeven worden! In ieder geval lijkt het me belangrijk om een nieuw level niet (alleen) te laten bestaan uit nog moeilijker lesstof, maar om de leerling ook een beloning te geven omdat hij een level heeft behaald. Wat die beloning is, hangt natuurlijk helemaal af van wat de mogelijkheden zijn, en welke prestatie geleverd is. Misschien toegang tot extra informatie waarmee een volgend level behaald kan worden? Of toch weer die candybar, een bonuspunt om een slecht cijfer te compenseren??
Interactie is soms lastig in een klas met een stuk of 25 tot soms wel 30 leerlingen. Maar misschien kun je dat wel bereiken door de leerlingen vooral op elkaar te laten reageren. Daarvoor moeten ze natuurlijk om te beginnen wel geïnteresseerd zijn in elkaar en wat er in de les gebeurt, maar misschien kun je dat wel bewerkstelligen door de leerlingen zelf controle te geven over wat er gebeurt.
In een game is het belangrijk dat de speler het gevoel heeft dat hij het spel beheerst. Weinig is zo frustrerend voor een gamer als door een spel 'beheerst' te worden, bijvoorbeeld omdat het spel zo gemaakt is dat het toeval de bepalende factor is in het spel. Ik denk dat het belangrijk is dat een leerling het gevoel heeft dat zijn acties gevolgen hebben voor het verloop van het spel/de les. Niet allen in negatieve zin (ga jij de klas maar uit...), maar ook in positieve zin. En dan is het natuurlijk wel zo prettig als er afspraken zijn hoe je als leerling je een bepaald doel kunt bereiken. En dat hoeft volgens mij weer niet te gaan om een eindcijfer, maar misschien zijn dat ook wel heel korte termijn doelstellingen.
Daarnaast is het in een game belangrijk dat een speler verschillende keuzemogelijkheden heeft om zijn doel te bereiken. Een game waarop je maar op één manier het einde kunt halen, maakt de speler machteloos. Het is veel leuker als je een eigen strategie kunt kiezen, bijv. door de keuze te hebben uit ofwel een snelle auto (die misschien wel kwetsbaar is), ofwel een wat zwaardere auto die minder kwetsbaar is. Ook in de les kun je natuurlijk keuzemogelijkheden inbouwen, bijv. door verschillend informatiemateriaal aan te bieden, de leerlingen de keuze te laten op welke manier ze willen laten zien dat ze de stof onder de knie hebben enz.
Fantasie speelt een belangrijke rol in games. Soms doordat je je in een virtuele wereld bevindt, maar ook omdat je bijvoorbeeld een rol krijgt die je nog niet kent. Het is soms heerlijk om in de huid van een schurk te kruipen, de 'healer' te zijn die de spelers weer beter kan maken zodat ze weer het slagveld kunnen betreden of de leider te zijn van een alliantie die (samen met zijn medespelers) de strategie bepaalt. In de les is het niet zo makkelijk om een nieuwe wereld te maken (alhoewel ik respect heb voor sommige docenten/leerkrachten die elk jaar weer hun lokaal totaal anders inrichten!). Het spelen van een rol is vaak wat eenvoudiger te realiseren. En natuurlijk kun je ook onverwachte elementen inbouwen in de les. Een keer een tegenvaller die ze een stap terug zet, maar tegelijkertijd ook de kans biedt om vervolgens weer 2 stappen vooruit te gaan houdt een les spannend!
Een game kent over het algemeen maar weinig tekst. Wel is er veel beeld en vaak ook veel geluid, waarbij het een het ander ondersteunt. Op het web komt de laatste tijd steeds meer beeldmateriaal beschikbaar (Schooltv-Beeldbank, Teleblik, BBC, maar ook initiatieven als YouTube en GoogleVideo), en als je op zoek bent naar muziek, dan hoef je maar aan een paar leerlingen te vragen hoe zij hun mp-3 speler vullen ;-) Wees niet bang dat muziek de concentratie van de leerlingen verstoort: onderzoek heeft aangetoond dat muziek waar je niet bewust naar hoeft te luisteren juist stimulerend kan zijn bij het leren. En misschien kan een opzwepend muziekje tijdens het laatste lesuur van een lange werkdag de leerlingen ook wel erg stimuleren! Het lijkt mij de moeite van het uitproberen waard!
Het is een hele lijst geworden. En wie voor de klas staat heeft misschien nog veel originelere en of betere ideeën hoe je invulling kunt geven aan de lijst van voor games cruciale elementen die ik hierboven gaf. Maar misschien is het een aanzet om de kracht van games te vertalen naar een les-setting. Als jullie suggesties hebben om dit verder uit te werken: graag!

donderdag 14 september 2006

Leerlingen aan het werk op school

SchoolIn het weekend las ik in de Volkskrant het verhaal van een ondernemer die vertelde dat hij zijn eerste stappen op het ondernemerspad had gezet op school. De school waar hij werkte had de kantine 'uitbesteed' aan de leerlingen: zij moesten ervoor zorgen dat die bevoorraad werd en dat de kantine bemand werd. En blijkbaar hadden ze ook aandelen uitgegeven, want er werden heuse aandeelhoudersvergaderingen gehouden. Prachtig: ik werd er helemaal enthousiast van en kreeg hele visioenen hoe het onderwijs de taken die in en om school verricht moeten worden in kan zetten in het onderwijs, terwijl tegelijkertijd de school gebruik maakt van het potentieel van de leerlingen.

Er zijn natuurlijk op school heel veel zaken te regelen. De kantine is er één van, maar er moeten ook allerlei bijeenkomsten georganiseerd worden, schoolreisjes gepland, contacten gelegd, planningen gemaakt, boekenfondsen georganiseerd, mediatheken gerund enz. Allemaal dingen waaraan docenten en onderwijs-ondersteunend personeel (naast hun directe onderwijstaak) vele uren zoet mee zijn. Als we voor een deel van al deze taken (of misschien zelfs allemaal) nu eens leerlingen konden inzetten? En dan niet (alleen) voor de klussen waarbij stoelen van het ene lokaal naar het andere gesjouwd moeten worden, boeken gestempeld of voor het bedienen van de computer en de geluidsinstallatie, maar bij de klus van begin tot eind?

Van al deze klussen valt van alles te leren: hoe schrijf je een goede brief, in het Nederlands of in het Engels/Duits/Frans, hoe vind je goede bronnen voor de verschillende vakken en hoe kun je die beoordelen en ter beschikking stellen van anderen, wat is het logistieke proces als je boeken moet innemen en het volgend schooljaar verkopen en hoe organiseer je de boekhouding daarvan? Waar haal je de mensen vandaan die de boeken innemen, en hoe zorg je dat je dat iedereen doet waar die voor is aangenomen?

De leerlingen worden betaald voor hun werk in studiepunten of vrijstelling voor (een deel van) een vak en misschien krijgen ze ook wel een deel van de winst. In de schoolkrant of op de website enz. wordt een vacaturelijst gepubliceerd waarbij aangegeven wordt per klus welke functies daarbinnen beschikbaar zijn, welke taken bij die functies horen en hoeveel uren daarvoor nodig zijn, op welke uren gewerkt moet worden, en wat het oplevert. De leerlingen die geïnteresseerd zijn kunnen solliciteren op die functies. De leidinggevende van elke klus mag besluiten wie er in zijn team komt. Eventueel kan hij zich daarbij bij laten staan door de andere leden van zijn team. De tijd die vrijkomt doordat de leerlingen het uitvoerende werk doen kunnen de docenten gebruiken om de leerlingen te begeleiden want dat is vermoedelijk wel noodzakelijk. Tevoren moet goed nagedacht worden over wat de eisen zijn die aan het werk van de leerlingen wordt gesteld.

Voordelen? De leerlingen doen werk dat echt zinvol is, ze zullen zeker soms komen met verrassende oplossingen voor problemen, de oplossingen waarmee zij aan komen dragen zullen over het algemeen goed aansluiten bij de leefwereld van hun medeleerlingen en ik verwacht dat er meer draagvlak zal zijn bij de leerlingen voor genomen besluiten en - breder - meer betrokkenheid bij de school. Nadelen? Onzekerheid voor de school want je zult moeten accepteren dat leerlingen soms een probleem op een andere manier zullen oplossen dan je zelf had bedacht. Ook wordt er een fikse tijdsinvestering gevraagd van de begeleiders van de klussenteams, want zeker in het begin moet het wiel natuurlijk nog helemaal uitgevonden worden. En het leerproces moet steeds bewaakt worden: het gaat natuurlijk niet om een baantje naast school, maar in school! Maar mij lijkt het zeker de moeite waard om het uit te proberen!

woensdag 13 september 2006

Mijn Dierenpraktijk

afbeelding game Mijn DierenpraktijkMijn dochter is een echte paarden'gek'. Met games heeft ze weinig: ze brengt het liefst al haar vrije uurtjes door op de manege. Dat in tegenstelling tot haar broer die paarden maar vindt stinken en niet van de computer los te rukken is. Ik had dan ook niet gedacht dat ze elkaar nog ergens zouden vinden op deze gebieden, maar dat viel mee. Dochterlief kreeg bij een paardenblad een game cadeau: 'Mijn Dierenpraktijk', en haar gamende broer was zo lief om samen met haar het spel te verkennen. En alhoewel ik in eerste instantie niet zo gecharmeerd was van het spel (en nog steeds vind dat het spel wel erg 'truttig' is), heeft hij me ervan overtuigd dat dit spel wel educatieve waarde heeft en dus een plaatsje verdient in dit weblog. Vandaar onderstaand een review van 'Mijn Dierenpraktijk', geschreven door mijn zoon.

Mijn Dierenpraktijk
(door Martijn van den Berg)

Een tijdje geleden kreeg mijn zus bij een abonnement op een paardenblad het spel “Mijn Dierenpraktijk”. Ik keek eerst een tijdje over haar schouder mee, ontdekte daarna dat als je meer dan 1 save had het spel vastliep en ben toen maar verder gegaan met het over de schouder kijken bij mijn zus.

Dit is een spel waarbij het leren bijna perfect verpakt is in het spel. Je kan spelenderwijs een hele hoop leren en het leren levert geen frustratie op. Niet te lange teksten of te moeilijke vragen, gewoon educatief.

Nu is “Mijn Dierenpraktijk” niet het beste spel wat er bestaat. Je begint met een behandelkamer waarin je geld verdient door dieren te behandelen. Dat begint bij kleine dieren zoals parkieten en konijnen, maar als je bepaalde diploma’s haalt kan je de dierenpraktijk uitbreiden tot een complete boerderij, met honden, katten en paarden. Aan het eind is het het doel om alles uitgebreid te hebben en met je paard alles verkend te hebben.

Het behandelen van de dieren is simpel; koop wat medicijn in, onderzoek een dier en doe er wat zalf in of geef ze een spuitje, afhankelijk van de diagnose. Zeer uitgebreid is de game niet in deze ziektes, maar van herhaling leert men tenslotte. Als het dier dan een ernstige ziekte heeft moet het opgenomen worden in een van de daarvoor bestemde hokken, moet je het dagelijks eten geven en iedere dag weer een nieuw spuitje geven of insmeren met zalf.

Maar het mooie van dit spel zijn de cursussen tussendoor. Als je een nieuw dier wilt kunnen behandelen, moet je naar de academie in de stad gaan. Hier krijg je een cursus over het dier dat je wilt kunnen behandelen. Je krijgt eerst een stuk tekst te lezen dat niet te lang maar ook niet te kort is en daarna vragen over die tekst die niet al te moeilijk zijn, maar waar je wel de tekst voor moet hebben gelezen. Het zijn 3 vragen, en heb je er 1 fout, dan moet je de cursus opnieuw doen en het cursusgeld weer betalen. Dit levert geen frustratie op, meer de gedachte van: had ik nu die tekst maar doorgelezen. En dat is nou spelenderwijs leren.

Maar technisch is het spel niet zo best. Het begint met kleine foutjes zoals de tekst ‘mijn kleintje krabt zich al dagenlang’ als de klacht van een paard beschreven wordt, en je paard dat zo de deur van je wachtkamer binnenloopt, maar het eindigt met heuse bugs zoals niet bij de voerbak van de honden kunnen of je paard na het afstijgen achter een muur niet meer kunnen aanklikken. Dit levert ook voor de minder fanatieke speler bijzonder veel frustratie op. (En ik maar denken dat ik de enige was die soms van woede op het toetsenbord kon slaan.)

Ik vind toch dat je van een bedrijf dat games maakt een beter spel kan verwachten. Het is technisch zeker geen goed spel. Dit spel zou ik zeker niet aan mensen aanraden om in hun vrije tijd even te gaan spelen. Maar toch is dit een mijlpaal. Niet in de zin van het spel, maar als andere educatieve games nou hetzelfde educatieve patroon zouden volgen, dan zou leren als een game nog eens leuk kunnen worden. Dit is nou een educatief voorbeeld van een goede educatieve game. En dat is ook wat waard!

dinsdag 12 september 2006

Jongerenwetboek

Wetboek voor JongerenNieuw verschenen: Wetboek voor Jongeren. Ik heb de papieren versie niet gezien, maar wat ik zie op het web stelt me meer dan tevreden. Maar wat ik nu werkelijk niet snap is dat dit een particulier initiatief is en dat de overheid niet het initiatief neemt om dit boek op allerlei plekken gratis en voor niks aan te bieden. Scholen, bibliotheken, maar wat mij betreft ook in jongerencentra en allerlei andere plekken waar jongeren komen. De internetversie zou in ieder geval gratis toegankelijk moeten zijn.

Okee, okee, ik weet het, dat kost geld, maar ik vind dit boek eigenlijk verplichte kost voor iedere Nederlandse burger. Want volgens mij wordt iedere Nederlandse burger verondersteld de wet te kennen, maar wie eens een kijkje heeft genomen in de Nederlandse wetboeken weet dat dit geen sinecure is. De teksten die daarin staan zijn imho voor veel mensen veel te gecompliceerd. Als de overheid wil dat wij de wet kennen, dan moeten ze die wel in een 'leesbare' vorm aanbieden. In het Wetboek voor jongeren vind je natuurlijk niet alle wetten die we hebben in ons landje, maar je vindt er wel een aantal voor jongeren belangrijke wetten. En - heel belangrijk - er staan allerlei duidelijke voorbeelden in. Het maakt dat de wet dichterbij je komt te staan, in plaats van iets dat alleen interessant is voor juristen en politici.

Wat mij betreft wordt dit initiatief daarom overgenomen door de overheid. Zij zouden bijvoorbeeld ervoor kunnen zorgen dat de internetversie van dit boek gratis wordt aangeboden (je moet nu in principe de papieren versie aanschaffen of een speciale key-card kopen om volledige toegang te krijgen tot de site). En wat mij betreft neemt de overheid dan ook plaats in de redactie, zodat duidelijk is dat zij achter de inhoud van het boek/de site staan, én ze tegelijkertijd zelf leren hoe je dingen helder en duidelijk kunt formuleren!

maandag 11 september 2006

Kruistocht in spijkerbroek

Omslag Kruistocht in spijkerbroekIn november komt de verfilming van het boek Kruistocht in spijkerbroek, van Thea Beckman, uit. De film is gemaakt door Ben Sombogaart, die ook (o.a.) Pluk van de Petteflet op zijn naam heeft staan, evenals De Tweeling. Over die films was ik erg enthousiast, dus ik ben benieuwd naar zijn deze film.

ThiemeMeulenhoff heeft bij de film en het boek Kruistocht in spijkerbroek een vakoverstijgend project ontwikkeld, dat gebruikt kan worden bij de lessen Nederlands, geschiedenis en het leergebied kunst en cultuur. Je kunt die nu al bestellen, voor € 4,95 per katern. Er is een katern voor de onderbouw vmbo (ISBN 90-06-10325-x) en een voor onderbouw havo/vwo (ISBN 90-06-10324-1). Later dit jaar zal ThiemeMeulenhoff komen met een lespakket, met daarbij de film op dvd.

Maar je kunt natuurlijk ook heel goed zelf allerlei projecten bedenken rond dit boek en alvast aan de slag gaan. Op de site www.theabeckman.nl zijn al heel wat links te vinden die daarbij gebruikt kunnen worden. Maar voor wie geen zin heeft om zelf te zoeken, hier nog wat links.

Nederlands:
Op de site van is een biografie van Thea Beckman, een overzicht van haar werken en de complete tekst van Kruistocht in Spijkerbroek. In Jeugdliteratuur in de basisvorming van NBD/Biblion, zijn verschillende lessuggesties te vinden voor bij de boeken van Thea Beckman.

Geschiedenis:
Sipke Kloosterman heeft voor leerlingen van de basisschool een aantal links verzameld op zijn Internetwijzer voor het basisonderwijs. Zoeken op 'kruistocht' levert niet alleen links op naar websites met informatie over het boek en de schrijfsters, maar ook over kruistochten. Op Histoforum is lesmateriaal te vinden over de Middeleeuwen, en er zijn heel veel links naar websites over kruistochten. Een enorme hoeveelheid links naar sites over de Middeleeuwen is te vinden op deze site. In de Nederlandstalige Wikipedia is een aparte rubriek voor de Middeleeuwen. Hierin staan allerlei onderwerpen genoemd die met de Middeleeuwen te maken hebben: van het wapen Morgenster tot en met De Zwarte dood, en van de Hoofse liefde tot en met Middeleeuws voetbal.
In de ThinkQuest-bibliotheek zijn een aantal sites te vinden waarop onderwerpen uit de Middeleeuwen behandeld worden. Op de site die gemaakt is door studenten van de hogeschool Domstad in 2001 wordt informatie gegeven over kruistochten, ridders, kastelen, dagelijks leven, heksen, muzikanten en straffen. Meer informatie over straffen in de Middeleeuwen vind je op de site Strafwerk(t).
Natuurlijk zijn er ook spellen waarbij de Middeleeuwen centraal staan. Sipke Kloosterman heeft op zijn Dit.is/geschiedenis een speelse site over de Middeleeuwen. Je neemt daarbij een kijkje bij een kasteel, een boerenwoning en een klooster. De Koninklijke Bibliotheek heeft een soort spel over Nederland in de Middeleeuwen. Daarin worden de eet- en drinkgewoonten in de Middeleeuwen toegelicht. Het uiteindelijke doel van het spel is een moord op te lossen. Een opdracht hierbij zou kunnen zijn om de leerlingen zelf een misdaadverhaal te laten schrijven dat speelt tijdens de kruistochten en waarbij je kennis nodig hebt van dat onderwerp om de moordzaak op te kunnen lossen.


Verzorging en koken
Een andere ThinkQuest-site, gemaakt door leerlingen uit het VO in 2003 behandelt de onderwerpen gezondheid, wonen, voedsel, heksen en muziek. Dat zou een goede basis kunnen zijn voor een opdracht over voeding en verzorging nu en in de Middeleeuwen: wat aten de mensen toen en wat nu, hoe dachten ze over hygiëne en zou je mensen van nu een middeleeuws menu aanbevelen? Misschien kan zo'n opdracht zelfs afgesloten worden met een (aangepaste) middeleeuwse maaltijd ;-)

CKV
Op de site Kunstkijker is informatie te vinden over kunst in de Middeleeuwen. Voor het vak Techniek zou een opdracht bedacht kunnen worden rondom uitvindingen in de Middeleeuwen.

Techniek
In de Middeleeuwen zijn een aantal grote uitvindingen gedaan, bijvoorbeeld ten behoeve van de landbouw (ploeg, halster voor werkpaarden) en er werden allerlei verschillende wapens en wapenuitrustingen gemaakt. Leerlingen kunnen aan de slag gaan met dit onderwerp door uit te zoeken welke uitvindingen gedaan zijn in die tijd, van welke uitvindingen wij nu nog (al dan niet in een verbeterde versie) gebruik maken, en welke uitvindingen achterhaald zijn. En misschien hebben zij zelf nog wel voorstellen voor verbetering van een aantal uitvindingen van toen.

Mode
De titel 'kruistocht in spijkerbroek' daagt natuurlijk uit om een opdracht te geven die met kleding te maken heeft. Leerlingen zouden bijvoorbeeld de volgende opdracht kunnen krijgen: 'Zou een spijkerbroek handig zijn geweest voor een kruisridder? Welke kleding zou iemand die nu dezelfde reis wil maken als destijds de kruisridders in zijn koffer meenemen? Welke toepassing van 'intelligent textiel' of 'smart textile' zou je kunnen bedenken voor een kruisridder van nu?

Kortom: er is van alles te bedenken rondom het boek Kruistocht in spijkerbroek. Ik ben benieuwd of er scholen zijn één of meer lessen gaan besteden aan het boek naar aanleiding van de film. Laat je het weten via dit blog als je plannen hebt?

vrijdag 8 september 2006

Boek of mp3-speler

Goed gevulde boekenkastStichting Lezen kwam eergisteren met een persbericht over een Onderzoek van de Jeugdraad waaruit blijkt dat bijna de helft van de jongeren graag leest in de vrije tijd en dat verplicht lezen voor school voor de meeste jongeren geen probleem is. Meer dan een kwart van de jongeren leest er zelfs meer door. Onder 'lezen' wordt in dit onderzoek verstaan het lezen van boeken.

Dat lijkt niet tegen te vallen, maar in het onderzoeksverslag zelf staat daarnaast ook te lezen dat twee op de tien jongeren (18%) helemaal geen boeken voor school leest, en dat ruim een kwart van de jongeren thuis minder leest t.g.v. het verplichte lezen op school. En dat vind ik dan wel weer bedroevend: de eerste doelstelling van literatuurlessen op school zou mijns inziens toch moeten zijn om leerlingen enthousiast te maken om te lezen.

Ik denk daarom dat het toch verstandig is om leerlingen op een andere manier te enthousiasmeren voor het lezen van boeken dan door ze te verplichten een aantal boeken te lezen. Misschien moeten we leerlingen om te beginnen alleen de inhoud van de boeken aanbieden en niet de letters zelf. Oftewel: laten we eens kijken of het helpt als we onze leerlingen luisterboeken aanbieden. Die kun je beluisteren terwijl je naar huis fietst of scootert, op de fitness probeert om brede schouders en een sixpack te kweken of als je je krantenwijk aan het lopen bent. Errug praktisch als je zo'n druk leven leidt als menig scholier.

Maar als oud-bibliothecaris vind ik het natuurlijk wel spijtig dat boeken daarmee misschien gaan verdwijnen. Ik hecht wel aan die soms wat muffe geur en de rijk geïllustreerde omslagen! Gelukkig is er nu een Amerikaans bedrijf dat begrip heeft voor de tweestrijd waarin ik mij bevind. Zij brengen 'voorbespeelde' mp3-spelers uit in de vorm van een boek. Heerlijk: zo kan ik mijn boeken behouden! Is dit nu substitutie, innovatie of transformatie??

Play Away

Bron

donderdag 7 september 2006

Reclame verbieden en/of kinderen opvoeden?

plaatje tentoonstelling over reclameIk las bij Dennis Hoogervorst dat uit onderzoek blijkt dat de marketing van voedingsproducenten gericht op kinderen soms twijfelachtig is. Het schijnt dat bijvoorbeeld bijvoorbeeld een koekje met chocola wordt aanbevolen als ontbijt of dat in reclame de suggestie wordt gewekt dat het gebruik kinderen meer aanzien geeft bij leeftijdsgenoten. Niets nieuws natuurlijk: we weten allemaal dat in reclame soms niet (de volledige) waarheid wordt gesproken.

Wat ik opvallend vind is dat vaak als dit soort zaken wordt gesignaleerd de conclusie is dat we de fabrikanten allerlei regels moeten opleggen zodat kinderen geen onjuiste voorlichting krijgen. Met die conclusie kan ik het maar gedeeltelijk eens zijn. Ik vind dat de verantwoordelijkheid daarmee erg bij de fabrikanten wordt gelegd. Bovendien denk ik dat verbieden achter de feiten aanlopen is. Niet alleen voor de verkoop van consumptiegoederen wordt soms een eigen beeld van de waarheid (bestaat die eigenlijk??) geschapen, ook andere instanties geven soms een eigen visie op de wereld. Moeten we dat dan ook gaan verbieden? En wie bepaalt dan wat de waarheid is? Zijn zeehondjes zielig en moeten we ze redden in een opvangcentrum of zorgen we er op die manier juist voor dat de soort op den duur zwakker wordt omdat we zwakke dieren in leven houden?

Scholen en ouders hebben volgens mij tot taak om kinderen te leren informatie (en reclame is ook informatie) op waarde te schatten. Alle docenten en leerkrachten die ik daarover spreek zijn het met me eens dat we daaraan aandacht moeten besteden, maar op weinig scholen wordt daarvoor structureel aandacht aan besteed. Het vak media-educatie heeft in ons onderwijs helaas nog steeds geen eigen plek gekregen. Daarmee wil ik overigens niet pleiten om dat als apart vak te positioneren; liever zou ik een doorgaande leerlijn willen ontwikkelen waarbij in de verschillende vakken aandacht besteed wordt aan media-educatie.

Wil dat nu zeggen dat ik vind dat er geen regels moeten zijn voor het maken van reclame? Nee, ik denk wel degelijk dat die regels er moeten komen. Niet afgedwongen door de overheid, maar afspraken waar alle partijen zich in kunnen vinden. En daarnaast vind ik dat ouders en opvoeders zich ook moeten afvragen aan welke media we onze kinderen bloot willen stellen, en hoeveel begeleiding we daarbij geven. En misschien is dat wel de eerste stap die gezet moet worden: wij moeten zelf eerst mediawijs worden om onze kinderen te leren daarmee op de goede manier om te gaan!

O ja, en als we het dan toch hebben over het al dan niet aan banden leggen van reclame-uitingen: vinden jullie het nou ook zo gek dat scholen allerlei frisdrank- en snoepgoedvariëteiten mogen aanbieden op school? En dat vaak zonder dat er daarnaast minder suiker- en vetrijke versnaperingen worden aangeboden? Dát zou ik nou graag eens aan banden willen leggen!

woensdag 6 september 2006

Blob: spel over het stationsgebied Utrecht

BlobVoor de zomervakantie vertelde Willem-Jan Renger van de faculteit Kunst, Media en Technologie van de HKU mij dat een aantal van zijn studenten bezig was met een spel in het kader van de vernieuwing van het stationsgebied in Utrecht. Op 24 juni werd het spel overhandigd aan de wethouder van het stationsgebied. Door de game te spelen krijg je informatie over de nieuwbouwplannen van de Gemeente Utrecht in dit gebied. Ik heb het spel gespeeld samen met mijn zoon, en hij heeft op mijn verzoek een review van de game geschreven. Die vind je hieronder.

Blob jij of blob ik?
Geschreven door Martijn van den Berg

Er is in de ruimte een ongeluk gebeurd. Er stort een rond wezen met zijn ruimteschip op een asteroïde en stort neer op onze planeet, om precies te zijn in hartje Utrecht. Eenmaal hier blijkt dat hij zichzelf kan kleuren door over bewoners heen te rollen, hetgeen enige paniek zaait onder de bewoners. De enige die het wezen kunnen tegenhouden is de inkt politie. Nou speel jij uit de ogen van dat wezen. Jij bent: de blob.

Doel van dit spel is tegen bepaalde belangrijke gebouwen in Utrecht aan te rollen terwijl je een bepaalde kleur hebt en terwijl je over 5 mensen hebt gerold. Hierbij moet je uitkijken voor de inktpolitie, die je zwart maakt, waar je weer vanaf kunt komen door in de Utrechtse gracht te duiken. De mensen zijn in verschillende kleuren en door verschillende kleuren te mengen, kan je weer secondaire kleuren krijgen. Rol je tegen een normaal gebouw aan, dan wordt dat gebouw gekleurd in de kleur die je op dat moment bent en dan krijg je punten. Naast het kleuren van gebouwen moet je ook 50 muntjes pakken die door Utrecht zijn verspreid.

Het is allemaal best wel origineel gedaan. Het zal heel grappig zijn als je in Utrecht woont en opeens je huis paars of bruin kan kleuren. Het is dan ook grappig hoe het gemaakt is. Je kan bijvoorbeeld de wanted borden van jezelf naar reclames van de mcblob maken of blob cola. Of met grote vaart zo veel mogelijk proberen te pakken. Je zult deze game als eerste indruk waarschijnlijk heel leuk vinden. De (on)bekende speelwereld, alle kleuren en de uitdagingen. (om een bepaald gebouw te kleuren, moet je een hindernisbaan door.)

Maar niet alles is koek en blob. Naarmate je over meer mensen rolt en dus groter wordt, kan het zijn dat je ergens vast komt te zitten. Dat kan zijn door je grootte, maar ook door je snelheid. Het spel is dan wel zo dat je niet het spel ervoor opnieuw hoeft te beginnen, maar het is wel frustrerend als je ergens een minuut vastzit en je niet kan bewegen. Vooral als het in een gebouw is. Bovendien word het spel als je alle belangrijke gebouwen hebt gekleurd erg saai, terwijl het de bedoeling is dat je dan nog alle 50 muntjes moet sparen. Je kan hier ook niet even mee stoppen want er zit geen save functie op. Na anderhalf uur had ik dit spel wel gezien.

Blob is een leuk spel om even tussendoor te spelen, maar het zal niet meer worden dan het voor bedoeld is: een informatiespel. Het wordt op een bepaald moment eentonig en dan wil je er liever niet mee verder. Ik heb het volgehouden tot de 41 muntjes. Hoe ver kom jij?

dinsdag 5 september 2006

Virtual worlds: ook voor serieuze zaken

Virtuele wereld van Second LifeSteeds vaker lees ik dat het spel Second Life gebruikt wordt voor allerlei 'serieuze' zaken, zoals het maken van promotie, geven van onderwijs en/of het doen van onderzoek. Met ingang van september zal de gerenommeerde Harvard Universiteit een college geven in Second Life. In dit college gaan studenten discussiëren en pleiten met gebruik van weblogs, podcasts en wiki's. Ed Lamoureux van Bradley University en Professor Beliveau geven dit schooljaar een cursus in Second Life met de titel 'Field Research in Second Life'. Bijzonder is dat deze cursus niet alleen bedoeld is als cursus, maar tegelijk wordt gebruikt om veldonderzoek te doen in een virtuele omgeving. Maar er is nog veel meer onderwijs te vinden in deze virtuele wereld. Pierre Gorissen maakt er in zijn weblog melding van. Maar niet alleen het onderwijs is bezig de mogelijkheden van Second Life te ontdekken: ook politici gaan er nu mee aan de slag. De voormalige governeur van Virginia, Mark Warner, zal in Second Life een interview geven en een Second Life-groep oprichten met de naam Forward Together.

Ik zie wel voordelen van het gebruik van Second Life in het onderwijs: het is een omgeving waar veel /leerlingen en studenten zich thuis zullen voelen, er kan gewerkt worden met allerlei (interactieve) toepassingen, je kunt video gebruiken en (het allerbelangrijkste) onafhankelijk van plaats contact hebben met medecursisten of docenten. Maar er zijn ook nadelen: niet iedereen vindt het prettig om zich in een virtuele omgeving te begeven, het vraagt een behoorlijk goede pc en internetverbinding, en soms is f2f contact te prefereren boven virtueel contact.

Ik ben dus erg benieuwd wat dit allemaal gaat opleveren. Ik hoop dat al deze activiteiten zorgvuldig gemonitord en geëvalueerd zullen worden, en dat de resultaten daarvan via internet ter beschikking gesteld zullen worden. En ik hoop dat we ook in Nederland ervaring gaan opdoen met 'serieus' gebruik van virtuele werelden. Wat mij betreft beperken we ons dan niet tot Second Life, maar gaan we ook eens kijken wat Habbo Hotel te bieden heeft en een helemaal (en vrij eenvoudig) zelf in te richten (en dus specifiek op de behoeften van één of meer scholen afgestemde) omgeving als Active Worlds.

maandag 4 september 2006

Games bouwen; nu ook voor de Xbox

XNA Game Studio Express gratis te downloadenOmdat games op dit moment in onze maatschappij een steeds belangrijker positie innemen, is het goed als zoveel mogelijk mensen verstand hebben daarvan, zodat we de kansen en de bedreigingen daarvan beter kunnen inschatten. Het zelf ontwerpen en bouwen van games is een goede manier (volgens mij: de beste) om inzicht te krijgen hierin. Vandaar dat ik heel blij was vorig jaar invulling te kunnen geven aan de wedstrijd Make-a-Game.

In die wedstrijd maakten leerlingen een educatieve game met het programma Game Maker. Ik ben een grote fan van dat programma omdat je daarmee heel eenvoudig zelf games voor op de p.c. kunt ontwerpen. Je hoeft er niet een hele taal voor te leren: het programma werkt menugestuurd; je kunt met drag&drop de leukste games maken. Wil je meer dan het menu biedt, dan kun je met de ingebouwde programmeertaal nog verder gaan. Een programma dus waarmee zowel beginners als (ver-)gevorderden games kunnen bouwen.

Maar sinds kort is er een nieuwe tool voor gamebouwers. Microsoft stelt voor iedereen die beschikt over een pc met Windows XP gratis XNA Game Studio Express beschikbaar waarmee je games kunt bouwen voor de Xbox 360. Wil je de games die je hebt gemaakt uitwisselen met andere ontwikkelaars, dan betaal je daarvoor 99 dollar per jaar. Voor dat geld krijg je dan ook toegang tot informatie die het ontwikkelingsproces vereenvoudigt. Ik heb me laten vertellen dat de software op dit moment behoorlijk lastig is om onder de knie te krijgen, maar dat binnenkort een verbeterde versie aangeboden zal worden.

Ik ben blij met deze ontwikkeling: hoe meer mensen in aanraking komen met het bouwen van games hoe beter. Voor het bouwen van educatieve games lijkt het me niet erg bruikbaar, simpelweg omdat weinig scholen beschikken over de Xbox en de ontwikkelde games dus maar op weinig scholen gebruikt zullen kunnen worden. Maar ook van het ontwikkelen van entertainmentgames valt veel te leren, dus ik heb geen enkel bezwaar tegen deze stap van Microsoft. Wel hoop ik dat dit niet betekent dat hiermee andere software van de markt gedrukt wordt, maar dat het ook op de langere termijn een verbreding van het aanbod is!

vrijdag 1 september 2006

Hoe wordt een spel gemaakt?

UilenspelDirk-Jan Hoek van Laika wees me erop dat ze een nieuw spel hebben uitgebracht: het Uilenspel. Leuk is dat ze daarbij hebben beschreven hoe zo'n spel ontstaat, vanaf de vraag van de opdrachtgever (in dit geval Vogelbescherming Nederland) tot en met het opleveren en evalueren. Een aanrader voor wie meedoet met Make-a-Game!

Vogelbescherming Nederland wil met dit spel duidelijk maken een aantal vogels in Nederland bedreigd wordt door het ingrijpen van de mens, maar dat we daarin (nog) wel verandering kunnen brengen. De doelgroep van het spel is kinderen tot een jaar of 12.

Door het spelen van het spel (wat overigens helemaal niet makkelijk is!) krijg je inderdaad al snel het inzicht dat er voor vogels in Nederland weinig ruimte is. Wat volgens mij onderbelicht blijft is het tweede deel van de boodschap: 'we kunnen er wat aan doen'. Het spel werkt als volgt: de speler is een velduil. Je moet zorgen dat je te eten krijgt door muizen te vangen. Daarmee verdien je uileballen. Daarbij moet je wel oppassen: je kunt namelijk te pletter vliegen tegen hoge gebouwen, dus die moet je ontwijken. De uileballen kun je vervolgens laten vallen op mensen, waardoor er meer natuur moet ontstaan.

Ik denk dat daar het probleem zit van het spel: als je inderdaad meer natuur zou krijgen door het laten vallen van uileballen, dan zou het spel steeds makkelijker worden. Er komt dan ook niet echt nieuwe natuur als je uileballen laat vallen: je ziet alleen dat mensen verdwijnen. Maar er blijven wel steeds nieuwe mensen komen (dat moet ook wel, want dat is één van de doelstellingen in het spel) en de omgeving waarin de vogel vliegt wordt voller als je naar een volgend level gaat. Kortom: door het gooien van de uileballen wordt het niet makkelijker, maar juist moeilijker omdat je daardoor naar een nieuw level gaat waarin nog meer bedreigingen zijn voor de velduil.

Wat ik ook niet logisch vind is dat je de natuur kunt verbeteren door de vogel uileballen te laten gooien en mensen te laten verdwijnen. Volgens mij is de boodschap van het spel juist dat mensen verandering kunnen brengen in de situatie door actief te worden, bijv. door bij het bouwen rekening te houden met vogels. Mensen moeten dus niet verdwijnen (dat zou ook wel een vreemde boodschap zijn), maar ze moeten zich er wel van bewust zijn dat ze hun omgeving delen met dieren en dat ze daarmee rekening moeten houden.

Maar desondanks vind ik het toch een aardig spel, dat wat mij betreft zeker een plaatsje mag krijgen in de favorietenlijst op basisscholen. Het Uilenspel spelen kost niet veel tijd, en het kan goed de start zijn van een gesprek over de leefomgeving van mensen en dieren, over rekening houden met elkaar, over vogels, bedreigde diersoorten enz. Je kunt het spelletje alleen spelen, maar het is ook mogelijk om de knoppen te verdelen: één kind zorgt ervoor dat de velduil de goede kant uit vliegt, een ander laat de velduil dalen en laat de uileballen vallen. Dat vraagt een goede samenwerking, dus dat alleen al kan een uitdaging zijn voor de leerlingen!