Posts weergeven met het label beeldende vakken. Alle posts weergeven
Posts weergeven met het label beeldende vakken. Alle posts weergeven

dinsdag 19 juni 2012

MapSkip

Er zijn vaak momenten in het onderwijs waarbij je gebruik maakt van een atlas. Uiteraard heb je die nodig voor aardrijkskunde, maar ook voor geschiedenis is het handig om een atlas bij de hand te hebben, bij de talen kan je een atlas gebruiken om te laten zien waar bepaalde schrijvers hebben geleefd of waar een verhaal zich afspeelt, bij maatschappijleer kan je een kaart gebruiken om een te laten zien waar bepaalde actuele gebeurtenissen zich afspelen, bij biologie om te laten zien waar bepaalde dieren of planten te vinden zijn en bij de beeldende vakken kan je op een kaart aangeven waar bepaalde architectuurstijlen, standbeelden of bouwwerken te vinden zijn.

Door bij het leren beelden te gebruiken, help je leerlingen de materie te onthouden: hoe meer zintuigen je gebruikt daarbij, des te beter beklijft de stof. Onthouden gaat nog beter wanneer je leerlingen actief aan de slag zet, bijvoorbeeld door ze zelf een kaart te laten maken of door ze bij de plaatsen op een kaart aantekeningen te laten maken of beelden erbij te zetten.

Wie op die manier aan de slag wil, kan gebruik maken van de (gratis toegankelijke en reclamevrije) tool MapSkip. In MapSkip kan je bij de plaatsen op de kaart (afkomstig van Google) een tekst schrijven. Bij die tekst kan je een foto of een geluidsbestand uploaden of er een YouTube video onder zetten.

Er zijn wel meer tools online te vinden waarbij je kaarten kan voorzien van je eigen informatie, zoals Communitywalk, Mapme en natuurlijk Google Maps, maar die vind ik persoonlijk minder makkelijk te gebruiken dan MapSkip. Maar wat MapSkip bijzonder maakt is dat het je de mogelijkheid biedt om leerlingenaccounts aan te maken. Daarmee kan je bijhouden wat je leerlingen toevoegen op MapSkip. Bij je leerlingenaccounts kan je aangeven of iedereen mag reageren op de door je leerlingen aangemaakte 'stories', of dat er alleen op gereageerd mag worden door je eigen leerlingen.

Verhalen die door je leerlingen worden toegevoegd op MapSkip, worden automatisch aan elkaar gelinkt onder de naam van de school die door de docent is opgegeven. Dat betekent dat je al je leerlingen kan laten samenwerken aan een project. Dat kan bijvoorbeeld een project zijn waarbij je je leerlingen een atlas laat maken van waar dieren uit de dierentuin in het wild leven en hoe ze daar leven, een project waarbij de bouwwerken van een architect getoond worden met daarbij een beschrijving wat er bijzonder is aan die bouwwerken, een project waarbij werken van Shakespeare getoond worden op de plaats waar ze zich afspelen enz. Wil je meer projecten opzetten die onafhankelijk van elkaar zijn, dan doe je er verstandig aan om per project een account aan te maken.

Een nadeel van MapSkip vind ik dat je plaatsen & stories die je als docent hebt aangemaakt, niet kan verwijderen; je kan alleen de naam en de tekst van het verhaal bewerken. De plaatsen/stories van je leerlingen kan je wel op onzichtbaar zetten, maar een optie om door jouzelf of door je leerlingen gemaakte plaatsen en verhalen te verwijderen, zou ik een welkome aanvulling vinden. Maar dat zou mij er niet van weerhouden om MapSkip in te zetten voor de les.


donderdag 14 juni 2012

Young Science Investigators: Cool Creations

Wie kinderen wil laten spelen met (en leren over) techniek, kan op internet een heleboel leuke sites vinden. Vandaag kwam ik terecht op de educatieve site van BP (BPES), waar zowel voor het basis- als voor het voortgezet onderwijs lessen zijn te vinden over allerlei technische onderwerpen.

Bij de lessen voor het voortgezet onderwijs ligt het accent op zaken waar BP zich mee bezig houdt, c.q. waar ze zich graag mee willen presenteren: energie, duurzaamheid, klimaatproblemen en -oplossingen, chemie en ondernemerschap. In de lessen voor het basisonderwijs komen ook andere zaken aan bod: je vindt er ook filmpjes, animaties en zelfbouwtips over met name fysische onderwerpen, zoals krachten, trillingen en elektriciteitsleer.

Omdat het materiaal Engelstalig is, is het vaak niet direct voor leerlingen bruikbaar. Maar voor de docent zal dat waarschijnlijk geen probleem zijn. En dan is de BP-site echt de moeite waard, met name voor het basisonderwijs. Vooral de 'Cool Creations' van de 'Young Science Investigators' spreken mij aan. Je vindt er tips voor lessen over hoe je leerlingen kunt leren over trillingen en geluid door ze een gitaar te laten maken, een les over torens bouwen van papier, over hoe je een karretje kan bouwen met echte wielen en assen, of - voor wie nog iets verder is - een elektrische helicopter enz. Bij elke les vind je uitleg over hoe je het voorwerp kan maken en plaatjes van verschillende variaties op het voorwerp. Ook is er bij elke les een animatie die laat zien waar zich in het bouwproces problemen kunnen voordoen. De animaties zijn bestemd voor de leerlingen, maar omdat ze Engelstalig zijn kan je ze daarvoor niet gebruiken. Wel kan je ze als leerkracht zelf gebruiken om het gesprek met leerlingen aan te gaan, bijv. over waarom het van belang is om eerst een ontwerp te maken voordat je gaat bouwen, hoe je je bouwsel kan testen en verbeteren, over hoe je snaren hoger en lager kan laten klinken, enz.

Sommige lessen zijn al bruikbaar voor leerlingen van groep 3; andere lessen zijn meer geschikt voor leerlingen van groep 6. Maar je kan natuurlijk ook zelf de lessen iets aanpassen.

Om van alle mogelijkheden (dus bijv. ook de werkbladen) gebruik te maken, moet je een gratis login aanmaken. Op zich wel de moeite waard, vind ik, omdat je met de tips op deze site heel wat lesmateriaal hebt voor de technieklessen en voor de creatieve vakken. Maar zonder login kan je er ook in komen: dan moet je creatief knippen en plakken met de links. Hieronder beschrijf ik hoe dat moet. Zo leidt deze link zonder mankeren naar het lesmateriaal over elektriciteit, krachten en materiaalsoorten, deze naar een onderdeel met onderzoeken en proefjes, en deze naar de hierboven besproken 'Cool Creations'. Het is niet zoals BP het bedoeld heeft, maar blijkbaar vinden ze het ook niet zo belangrijk dat ze het strikt afschermen ;-)

N.B. Creatief knippen en plakken met de links doe je zo:
  • Klik met je rechtermuisknop op de link van de les waar je naar toe wilt. Kies voor 'hyperlink kopiëren'. Je krijgt dan een link die er ongeveer zo uitziet javascript:openInPopup('liveassets/bp_internet/bpes_new/bpes_new_uk/STAGING/protected_assets/flash/primary_resources/ysi_project_kit/index.html','600','800')
  • Knip van deze link het voorste deel af, tot aan het enkele aanhalingsteken → javascript:openInPopup('
  • Knip vervolgens het achterste deel van de link af: alles wat staat achter .html →','600','800')
  • Plak wat nu overblijft achter www.bp.com/. Je link komt er dan ongeveer zo uit te zien:  www.bp.com/liveassets/bp_internet/bpes_new/bpes_new_uk/STAGING/protected_assets/flash/primary_resources/ysi_project_kit/index.html.
  • Plak deze link in je browser: klaar!

dinsdag 13 maart 2012

Verhalen vertellen met Jellycam

Gisteren vertelde ik over de mogelijkheden die het biedt om kinderen verhalen te laten vertellen. Vandaag en morgen laat ik jullie twee eenvoudige tools zien om leerlingen hun verhalen vorm te laten geven: een animatietool en een video-editor om foto- of videoverhalen mee te maken.

Met de (gratis te downloaden) tool Jellycam kunnen kinderen animaties maken: filmpjes die bestaan uit een serie stilstaande beelden die snel achter elkaar vertoond worden, waardoor het lijkt of de plaatjes bewegen. Een vorm van stopmotion zijn klei-animaties: filmpjes van figuren van klei (of ander materiaal) zoals bijvoorbeeld de animaties van Buurman en Buurman.

Veel heb je niet nodig, om met Jellycam een verhaal te vertellen: een p.c. met een webcam is voldoende. Kinderen vanaf de middenbouw kunnen - met wat hulp - al met Jellycam een eenvoudige animatie maken.

Bedenk tevoren of je de kinderen in groepjes elk een eigen animatie wilt laten maken of dat je de groepjes elk een scène van één grote animatie wilt laten maken. Het voordeel van het maken van één grote animatie is, dat het werk verdeeld kan worden over meer kinderen. Als gekozen wordt voor het maken van één grote animatie, dan moeten er in de groep afspraken gemaakt worden wie de hoofdrolspelers zijn en waar en hoe elke scène begint en eindigt, zodat de scènes goed op elkaar aansluiten.

Bekijk voordat je aan de slag gaat met de leerlingen een filmpje waarin uitgelegd wordt wat een animatie is, zoals deze aflevering van Klokhuis of onderstaand filmpje. 

Bedenk daarna met de leerlingen wat er verteld gaat worden. Daarvoor kan je de leerlingen (per groepje) een verhaal laten bedenken en dan eventueel de beste of leukste selecteren, maar je kan ook de groep gezamenlijk een verhaal laten bedenken. Bijvoorbeeld door eerst een groepje te laten bepalen wie de hoofdfiguren moeten zijn en hoe die eruit zien, een volgend groepje dan de keuze te laten maken in welke tijd het verhaal zich afspeelt, een derde groep bepaalt waar het verhaal zich afspeelt, een vierde groep bedenkt voor welk probleem de hoofdrolspelers gesteld worden en de vijfde groep bedenkt hoe het probleem opgelost wordt.

Vervolgens ga je de hoofdrolspelers en eventuele attributen maken en/of verzamelen, en er wordt een decor gebouwd. Afhankelijk van het verhaal wordt per scène een decor gemaakt of er wordt gewerkt met één decor waarin het hele verhaal zich afspeelt.

Pas als alles klaar is, wordt de animatie gemaakt. Daarvoor kan je gebruik maken van Jellycam. Ik heb over het werken met Jellycam een korte handleiding gemaakt die je hier kan downloaden.

Morgen een introductie op en een handleiding voor Wevideo: een andere tool om leerlingen te stimuleren verhalen te vertellen. 

woensdag 7 december 2011

Leren door verhalen te vertellen

Gisteren besprak ik hier hoe je met Moglue interactieve verhalen kan maken. Vandaag vertel ik hoe je het maken van zo’n boek gebruikt om les te geven, niet alleen de taal- maar ook de rekenles, de geschiedenisles, de aardrijkskundeles of de biologieles. En hoe je tussen neus en lippen door je leerlingen laat nadenken over copyright, over het zoeken en beoordelen van bronnen op internet, over hoe je informatie kan presenteren en over privacyzaken.

Taal-poëzie
Leerlingen maken een boek over een fictief beest. Daarvoor laat je ze eerst kennismaken met de Gorgelrijmen van Cees Buddingh. Daarbij kan je gebruik maken van deze nieuwe uitgave, geïllustreerd door Katinka van Haren waarvan hier een voorproefje te vinden is. In deze les kan je verder aandacht besteden aan poëzie, bijvoorbeeld op basis van de webpagina’s over poëzie op de site Leerkracht.nl.

Biologie
Vraag de kinderen vervolgens een lijst te maken van favoriete dieren en daaruit een top 3 te kiezen. Daarmee gaan ze straks een nieuw fabeldier samenstellen. Maar voordat het zover is, vraag je de leerlingen goed onderzoek te doen naar de eigenschappen van hun dieren: hoe zien ze eruit, wat zijn de karaktereigenschappen van de door hen gekozen dieren: leven ze in groepen of alleen, wat eten ze, hoe verplaatsen ze zich, hoe planten ze zich voort, met welke andere dieren leven ze samen?
Informatie zoeken en beoordelen
Bespreek met de kinderen tevoren hoe ze gaan zoeken en welke zoekwoorden ze gebruiken. Maak hiervoor een mindmap. Bespreek ook hoe ze de gevonden resultaten gaan beoordelen. Vraag ze te onderzoeken wie de makers zijn van de sites die ze hebben gevonden, waarom ze die sites hebben gemaakt en wanneer voor het laatst informatie is toegevoegd op die site. Maak hiervoor eventueel gebruik van de informatie op Schoolbieb.nl. Beoordeel samen met de leerlingen of ze gewerkt hebben met de juiste sites, of dat ze beter andere sites hadden kunnen gebruiken en waarom.

Samenwerken
Vraag de leerlingen de gevonden informatie samen te voegen zodat er per dier een compleet beeld ontstaat. Geef ze dan de opdracht een nieuw fabeldier te bedenken. Het nieuwe dier heeft de romp van het ene dier, de kop van het tweede dier, en de poten en eventueel vleugels van het derde dier. Het fabeldier heeft ook de eigenschappen van alle drie de dieren die de kinderen hebben onderzocht: het leeft bijvoorbeeld net als konijnen in grote groepen, het legt eieren om zich voort te planten en leeft in de woestijn. Bespreek met de leerlingen hoe ze gaan kiezen: gaan ze stemmen per eigenschap of willen ze met elkaar in debat, gaan ze onderhandelen?

Mens- en maatschappijvakken
Een verhaal kan overal plaatsvinden: in de omgeving van de school of juist in een andere plaats of ander land. Of op een plaats die niet bestaat: in een fictief land of op een onbekende planeet. En een verhaal kan zich afspelen in het nu, maar ook in het verleden of de toekomst. Bespreek met de leerlingen waar en wanneer het verhaal zich afspeelt. Je kan dit natuurlijk koppelen aan het onderwerp waarmee je in lessen aardrijkskunde of geschiedenis bezig bent.

Taal: proza-stelopdracht
Lees met de kinderen een verhaal en bespreek hoe dat verhaal is opgebouwd. Bijvoorbeeld eerst wordt verteld wie de hoofdpersoon is en hoe en waar hij leeft, dan wordt verteld hoe die persoon in de problemen komt, vervolgens wordt verteld hoe het probleem wordt opgelost, en tot slot hoe het de hoofdpersoon vergaat nadat de problemen zijn opgelost. Maak hierbij eventueel gebruik van dit achtergrondmateriaal, te vinden op de website van College de Heemlanden. Om het je leerlingen makkelijk te maken kan je de verhaallijn in een schema weergeven, zoals hier gedaan is door Henny Jellema. Je kan je leerlingen elk een eigen verhaal laten schrijven in een wiki, zoals leerkracht Elke Das, van basisschool St. Willibrordus, dat doet.

Tekenen
Natuurlijk moeten bij het verhaal ook tekeningen gemaakt worden. Hierbij kan je de taken verdelen en de kinderen in groepjes laten samenwerken. Je kan ervoor kiezen om elk groepje een eigen pagina te laten maken en één of meer objecten, of om per groepje ‘reeksen’ afbeeldingen te laten maken (bijv. achtergronden, hoofdpersonen, objecten). Stimuleer dat de leerlingen hun eigen fantasie gebruiken, dan is het geen enkel probleem als de tekeningen in stijl niet bij elkaar passen. Je kan tekeningen laten maken, maar je kan natuurlijk ook het verhaal 3-dimensionaal laten afbeelden en de leerlingen decors laten bouwen en kleifiguren laten maken. Maak daar dan foto’s die je kan gebruiken in je boek. Je kan er natuurlijk ook voor kiezen om je boek niet te maken met Moglue, maar om er een klei-animatie/stopmotion-filmpje van te maken. Lees in mijn blog welke tools je daarvoor kan gebruiken.

Mediawijsheid-copyright
Nu ga je het verhaal maken. Scan de tekeningen in en maak de achtergronden van de objecten transparant, bijv. met het gratis te downloaden programma Photofiltre. Laat leerlingen zoeken naar bij het verhaal passende geluidsbestanden. Bespreek dat je niet zomaar geluidsbestanden mag downloaden van internet, omdat daar copyright op zit, maar dat je wel gebruik mag maken van bestanden die gepubliceerd zijn onder een Creative Commons licentie. Maak hierbij eventueel gebruik van de informatie die hierover te vinden is op Wikikids: over auteursrecht en over Creative Commons. Upload het gevonden materiaal naar de Moglue builder.

Computervaardigheden
Nu ga je het boek echt maken. Maak nu zoveel pagina’s aan als nodig is voor het boek en sleep per pagina de achtergronden en de objecten in de pagina. Op de achtergrond plaats je een tekstblok waarin je de tekst van je verhaal zet. Aan de objecten koppel je de geluiden en de animaties. Kom je er niet uit hoe dat moet, raadpleeg dan de handleiding of stel een vraag in het Moglue-forum.

Rekenen
Wie een boek heeft geschreven, wil dat boek natuurlijk ook gaan verkopen. Dat kan met Moglue. Je kan je boek aanbieden via de Moglue Store. Maar het bedrag dat de mensen betalen voor jouw boek is niet helemaal voor jou: de app-store van Apple en de Android-Market willen éénderde deel van de opbrengst. Van het geld dat je verdient wil de belasting misschien ook wel een deel hebben. En om je boek te kunnen maken moest je zelf misschien een tablet aanschaffen, of een camera of een scanner om je tekeningen in te scannen. Hoeveel boeken moet je per jaar verkopen en welke prijs moet je ervoor vragen om na 1 jaar winst te maken? En na 2 jaar? Genoeg ingangen voor een uitgebreide rekenles met breuken en procenten.

Taal
Nog behoefte aan een extra les taal? Laat je leerlingen dan eens het boek voorlezen. Daarbij kan je bijvoorbeeld de dialogen laten voorlezen door verschillende kinderen, je kan letten op het aanbrengen van  rustpauzes in het voorlezen op basis van de interpunctie, enz. Je kan er - als je dat wilt - een wedstrijd van maken: wie leest het leukste voor en waarom vind je dat?

Tot slot
In dit blogje vertel ik hoe je een geanimeerd verhaal kan maken met Moglue omdat ik dat zo'n inspirerende tool vindt. Maar je kan natuurlijk ook een verhaal maken met andere software (bijv. met de tool TaleSpring, die ongeveer hetzelfde doet als Moglue), je kan er (zoals ik gisteren al suggereerde) een klei-animatie van maken of een diapresentatie waarbij je het verhaal laat voorlezen, en je kan natuurlijk ook 'gewoon' het verhaal op (virtueel) papier zetten. De lessen draaien niet om de software, maar om het vertellen van een verhaal. De tool die je gebruikt kan je les wel verrijken.

Deze serie lessen is natuurlijk maar een voorbeeld: er zijn allerlei andere manieren waarop je het maken van een boek kan gebruiken als kapstok voor een les. Je hoeft het maken van een boek natuurlijk ook niet zo uitgebreid en verspreid over zoveel lessen te doen: je kan er ook voor kiezen om er maar een paar lessen aan te besteden. Je kan ervoor kiezen om te laten stemmen op het beste/mooiste/spannendste boek, en daarvoor prijzen uit te laten reiken. Je kan al je leerlingen hun eigen boek laten maken, of ze in teams laten werken. En je kan het project verspreiden over de verschillende bouwen: leerlingen uit de onderbouw maken de tekeningen, leerlingen uit de middenbouw doen onderzoek en leerlingen uit de bovenbouw schrijven het verhaal en animeren het.

Leerlingen een boek laten maken biedt heel veel kapstokken: jij kan als leerkracht kiezen welke jassen je eraan ophangt!

Afbeelding van ticoneva, gepubliceerd onder CC-by-nc.

woensdag 12 oktober 2011

Spreaker: een 27 mc bakkie op internet

screendump SpreakerNog altijd hoor je soms mensen met weemoed praten over hun 27 mc bakkie: de zendapparatuur waarmee ze een eigen radio-uitzending verzorgden. Ik heb het zelf nooit gedaan, maar ik kan me wel voorstellen dat het een kick gaf om - tegen de wet in - de wereld te laten weten dat jij bestaat. Wat dat betreft zou je profielsites (Hyves en Facebook) en video- en fotosharingsites (Youtube, Flickr) kunnen zien als een moderne variant van deze bakkies. Ook daar kan je immers jezelf laten horen en zien en anderen laten delen in je (media)voorkeuren.

De webtool Spreaker heeft voor mij ongeveer dezelfde uitstraling als het 27 mc bakkie van destijds. Met Spreaker maak je je eigen (live) radio-uitzending van maximaal een half uur. Voor het maken van die uitzending krijg je een mengpaneel op je scherm waarmee je muziek kan laten horen, afgewisseld met jingles, loops en soundeffects en natuurlijk je eigen stemgeluid. Je kunt gebruik maken van de muziek die klaargezet is in Spreaker, maar je kan ook je eigen geluidsbestanden uploaden. Van belang is daarbij natuurlijk wel dat je het recht hebt om die geluidsbestanden te uploaden: je mag natuurlijk niet auteursrechtelijk beschermd materiaal gebruiken in je radio-uitzending.

Een tool als Spreaker (of andere tools om je eigen podcast/radio-uitzending te maken) lenen zich natuurlijk geweldig voor het leren spreken van vreemde talen. Leerlingen kunnen een radio-uitzending maken in de doeltaal, met daarin bijvoorbeeld interviews met elkaar of met native-speakers van de vreemde taal, ze kunnen vertellen over hun eigen hobby of over de muziek die ze laten horen, ze kunnen een radio-uitzending maken over zichzelf en dan uitwisselen met een klas in het buitenland enz.

Spreaker kan ook ingezet worden om leerlingen op zoek te laten gaan naar informatie over allerlei onderwerpen. Ze kunnen voor LOB vakmensen interviewen, voor de kunstvakken kunstenaars uit de regio, voor geschiedenis iemand die werkt in een oudheidkundig museum enz. In een uitzending kan ook een live Skypegesprek opgenomen worden. Daarvoor moet je wel een aantal instellingen op je computer aanpassen, en het vraagt een gedegen voorbereiding om zo'n gesprek goed te laten verlopen. Voor het onderwijs zou ik er zelf de voorkeur aangeven om zo'n interview tevoren op te nemen en het daarna in de uitzending te plakken. Dat heeft als voordeel dat je tevoren delen uit het gesprek kan knippen zonder dat je de hele radio-uitzending over hoeft te doen.

De radio-uitzendingen die door de leerlingen gemaakt worden kunnen door de school ingezet worden als communicatiemiddel, bijvoorbeeld met de ouders, met 'aanleverende' scholen of met het beroepenveld. En natuurlijk kan je Spreaker ook gebruiken om radio-uitzendingen te maken voor en door de leerlingen zelf. Leuk toch, om je eigen uitzending te horen in de pauze?!

Wil je wat hulp hebben bij het gebruik van Spreaker dan kan je gebruik maken van de handleiding die ik heb gemaakt.

dinsdag 21 juni 2011

Animaties maken

afbeelding van een kind dat bezig is met een webcam opnames te maken voor een animatieVoor de vakantie schreef ik een blogje over het gebruik van animaties als middel om de leerstof te verduidelijken. Daarmee heb ik maar één kant belicht van de mogelijkheden van animaties. Je kunt ze namelijk niet alleen bekijken: je kunt ze ook maken. Je kunt zelf animaties maken voor je les of dat als opdracht geven aan je leerlingen. Door de enorme hoeveelheid gratis te gebruiken animatiesoftware en de grote gebruikersvriendelijkheid daarvan is dat een leeractiviteit die goed uit te voeren is binnen de lestijd èn binnen het budget van het onderwijs. Dat het een leerzame activiteit is zal duidelijk zijn: om een animatie te maken moet je wat je wilt vertellen tot de essentie terugbrengen en bepalen hoe je dat in beeld brengt.

Je kunt animaties (laten) maken over allerlei verschillende onderwerpen. Je kunt bijv. processen in beeld brengen (bloedcirculatie van het hart, spijsvertering van de koe, mythose, de gevolgen van een windturbine voor de vogels in de omgeving van die turbine), maar je kunt ook een geanimeerde samenvatting van een verhaal laten maken (zoals onderstaande animatie over 'De mooiste vis van de zee', een prentenboek van Marcus Pfister) of van een spreekwoord of gezegde. Je kan leerlingen ook animaties laten maken over historische of mythische verhalen, bijv. het verhaal van het Paard van Troje of het verhaal van Icarus of ze zelf een gedicht laten schrijven waarbij ze een animatie maken. Ook kan je geanimeerde handleidingen maken, zoals bijv. deze handleiding hoe je een mummie maakt. En het maken van een animatie is natuurlijk ook een prachtige activiteit in het kader van de kunstvakken.

Kijk voor meer voorbeelden op dit YouTube-kanaal op de site Eurocreator of op SAM Animation.

Als je zelf, of met leerlingen, een stopmotion animatie wilt maken, dan zul je eerst moeten bepalen welke software je daarvoor wilt gebruiken. Ga je eerst zelf aan de slag met het maken van animaties, dan kan ik je aanraden om te beginnen met de gratis software, bijv.:
Heb je besloten dat je je leerlingen er ook mee wilt laten werken en heb je niet genoeg aan de mogelijkheden van de gratis tools, dan kan je eens kijken wat de betaalde tools te bieden hebben. Betaalde tools zijn o.a.:
Het zou leuk zijn als je hier een berichtje achterlaat wanneer jij of je leerlingen een animatie gemaakt hebben die in het onderwijs gebruikt kan worden. Succes!

Afbeelding van tplcstudents, gepubliceerd onder CC-by-sa.


maandag 17 januari 2011

Tekenen, vertellen en animeren met Kerpoof

logo KerpoofEén van de tools die je kunt gebruiken om de creativiteit van kinderen te stimuleren door ze verhalen te laten vertellen, is Kerpoof. Met Kerpoof kun je kinderen tekeningen laten maken: helemaal zelf gemaakt of met kant-en-klare componenten, je kunt er boekjes en kaarten maken voor speciale gelegenheden (bijv. uitnodigingen voor een feestje, felicitatiekaarten enz.) maar ook complete animaties.

Een account bij Kerpoof is gratis. Om te beginnen maak je je avatar aan: een jongen of een meisje, een leuk kapsel en kleding enz. Daarna kan je je uitleven op het maken van tekeningen en animaties. Je krijgt bij de start een behoorlijk aantal objecten waarmee je kunt tekenen en animaties kunt maken. Leuk is dat je punten verdient met alles wat je maakt, waardoor je steeds meer mogelijkheden krijgt om je avatar of je creaties te verfraaien. Je kunt kant-en-klare figuurtjes kiezen, maar ook speciale pennen (bijv. om 'sterrenstof' te tekenen) of structuren om een oppervlakte mee te bedekken.

Bij Kerpoof vind je geen handleiding en dat is ook niet nodig: met wat experimenteren heb je snel door hoe alles werkt. Wel vind je een leerkrachtendeel met o.a. een heleboel tips hoe je Kerpoof kunt inzetten in de klas. Ik noem er een paar:
Je hoeft geen tekentalent te hebben om dit soort opdrachten te maken, maar de resultaten zijn altijd schitterend. Je kunt ze voor jezelf houden, maar je kan ze ook publiceren op de site. Dat wordt overigens gemodereerd, dus als het goed is vind je daar geen aanstootgevende zaken. Wie een teacheraccount aanvraagt kan zijn klassen aanmaken en zo de wachtwoorden beheren. Een erg handig slimmigheidje van de tool: nadat je de wachtwoorden hebt aangemaakt, genereert de software kaartjes voor de leerlingen met daarop de informatie waar en hoe ze moeten inloggen. Goed doordacht!

Met een klassenaccount kunnen de leerlingen onderling berichten sturen naar elkaar. Als je een betaald account neemt, kan je de kinderen ook laten chatten. Ik vind dat zelf niet zo interessant: daarvoor zijn genoeg andere gratis tools beschikbaar, zoals Chatzy, waar ik maandag over schreef. Maar Kerpoof zelf vind ik geweldig, en het biedt enorm veel mogelijkheden voor de lessen. Leuk om op het digibord elke dag een creatie van de leerlingen te zetten!


maandag 20 september 2010

Je eigen (foto)stripverhaal maken

Klik hier om naar de website Pikikids te gaanHet maken van een stripverhaal is een activiteit waar kinderen veel van kunnen leren: ze zijn bezig met taal en met spelling, ze leren op welke verschillende manieren je een verhaal kunt opbouwen en daarnaast zijn ze ook nog bezig om hun verhaal grafisch vorm te geven. Maar het tekenen van een stripverhaal is niet eenvoudig en kinderen zijn wel kritisch: ze willen wel dat hun stripverhaal er net zo mooi uitziet als de strips die ze zien in boeken en tijdschriften.

Er zijn dan ook verschillende softwarepakketten waarmee je strips kunt maken. In die pakketten vind je vaak kant-en-klare tekeningetjes die (al dan niet bewerkt) gebruikt kunnen worden in een verhaal. Je kunt daarbij vaak ook gebruik maken van (zelf gemaakte) foto's, die je in de kaders van een stripverhaal kunt plaatsen en kunt voorzien van tekstballonnetjes. Allemaal erg leuk, maar als je voor 30 leerlingen zo'n pakket moet aanschaffen, dan is dat soms toch net te veel van het goede.

Gelukkig zijn er op internet ook gratis tools om strips mee te maken. Eén van die pakketten besprak ik hier al eerder: Pixton Comics. Met Pixton (in de gratis versie voor privé-gebruik) kan je met behulp van kant-en-klare tekeningen een stripverhaal maken. De basiscollectie afbeeldingen is leuk en je komt er een aardig eind mee, maar het is natuurlijk wel een beperking voor wie echt zijn eigen verhaal wil vertellen.

In dat geval biedt Pikikids uitkomst. Met Pikikids krijg je geen kant-en-klaar materiaal: daar moet je je eigen afbeeldingen uploaden. Dat kunnen foto's zijn, maar ook tekeningen, zolang het maar in png, gif of jpg-formaat is. Als de afbeelding is ge-upload, kan je die vergroten of verkleinen zodat die past in je strip. Vervolgens kan je je afbeelding voorzien van 'fun-stuff': plaatjes die je aan je afbeelding kunt toevoegen, bijv. een pet, een hondenneus, een bril, een pruik enz. En je kunt natuurlijk tekstballonnetjes toevoegen.

Als alles af is, sla je de strip op. Dan krijg je een code waarmee je de strip kunt embedden, bijvoorbeeld in een website of blog. Je kunt de strip ook downloaden als jpg-bestand.

Het verdienmodel achter Pikikids is dat je je strip ook kunt laten afdrukken op een t-shirt, een muismat en andere zaken. Dat is vanuit Nederland redelijk prijzig, omdat je dan behoorlijk wat verzendkosten betaalt. Maar van die optie hoef je geen gebruik te maken: je kunt net zoveel strips maken als je wilt.

En als je dan toch bezig bent op het web: vraag eens aan kinderen of ze hun zelfgemaakte strip publiek willen maken of niet, en of die keuze gevolg heeft voor de plaatjes die ze uploaden. Een leerzaam gesprek om mediawijs te worden!

maandag 7 juni 2010

Creaza: voor striptekenaars en filmmakers in wording

klik hier om naar de tool Creaza te gaanEen leuke tool die ik onlangs tegenkwam, is Creaza. Creaza, een Noorse tool, is nog vrij nieuw. Hun weblog start in april 2009 in het Noors, maar wordt al gauw internationaal: vanaf juni 2009 worden de blogposts in het Engels geschreven zijn omdat de tool uitgebracht wordt in Zweden. Dit jaar kreeg Creaza een nominatie voor de BETT-awards voor 'Tools for Learning and Teaching'. Creaza is op dit moment beschikbaar in het Noors, Engels, Zweeds, Fins, Deens, Duits èn het Nederlands.

Creaza biedt een aantal mogelijkheden: je kunt er mindmaps maken (met het programma Mindomo) , een strip of een filmpje (ze noemen dat bij Creaza: 'Creative Story Telling'). De basisversie van Creaza is gratis. Daarmee kan je al heel snel leuke dingen maken. Voor wie meer wil is er een betaalde versie. De prijzen daarvan worden niet op de site genoemd: daarvoor moet je een mailtje sturen naar de makers.

Ik vond met name de mogelijkheid om een stripverhaal te maken erg leuk.

Voor het maken van een strip kan je je eigen tekeningen uploaden maar je kunt ook gebruik maken van een achttal 'sets' van beelden, bijvoorbeeld beelden van het sprookje Roodkopje, het kerstverhaal, Manga-tekeningen en historische beelden (oudheid, Vikingen, Middeleeuwen, en de Tweede Wereldoorlog). Elke set biedt een aantal achtergronden, characters, gebouwen en requisiten. Het leuke van de kant-en-klare sets vind ik dat je ze heel makkelijk kunt aanpassen: je kunt bijvoorbeeld characters voorzien van een lachend, verdrietig of boos uiterlijk, bij een banaan kan je kiezen of je een hele banaan wilt of een gepelde en bij een schuur kun je aangeven of de deur open moet of dicht. Uiteraard kan je alle beelden voorzien van spraak-, schreeuw- of gedachtenbubbels, waar je tekst in kunt zetten.

Met Creaza kan je ook filmpjes maken. Helaas kan je daarvoor niet gebruik maken van de beelden in de striptekentool. Je kunt wel je eigen plaatjes en filmpjes uploaden naar de server van Creaza. Maar ik vond de mogelijkheden van deze tool in de gratis versie beperkt: er zijn andere gratis tools waarmee je meer kunt bereiken. Ik vermoed dat de betaalde versie wel meerwaarde biedt, maar die heb ik niet uitgeprobeerd.

De Creaza tools zijn wel allemaal erg eenvoudig in gebruik: een handleiding is overbodig, zeker als je al eens eerder met dit soort tools hebt gewerkt. De mogelijkheden liggen vooral op het gebied van de talen, maar ze kunnen ook ingezet worden voor vakken waarbij verhalen verteld worden. Voor geschiedenis zijn die mogelijkheden al ingebouwd, maar door de leerlingen zelf plaatjes te laten uploaden, kan je ze ook het verhaal van bijvoorbeeld de waterkringloop laten vertellen, over gezond en ongezond eetgedrag of over de ontwikkeling van een kikkervisje tot een kikker. Er zijn mogelijkheden genoeg!

maandag 26 april 2010

Clips voor vrijheid

Klik hier om naar de website Clips voor Vrijheid te gaanOnlangs werd ik gewezen op de tool Holy, en de wedstrijd Clips voor Vrijheid. Met de tool Holy kan je eenvoudige animaties maken, waarbij je afbeeldingen over en achter elkaar kunt bewegen, bijv. een poppetje dat je van links naar rechts door je scherm verplaatst. Door voorwerpen in een bepaalde tijd te vergroten of verkleinen wek je de indruk dat een voorwerp in die tijd dichterbij komt, of verder van je af komt te staan. Met Holy kan je ook een tekst toevoegen aan je animatie (bijv. een tekstballon), of geluid, zodat je je figuurtje kunt laten praten. Ik vond zelf de tool niet heel intuïtief werken, maar mij werd verteld dat dat kan komen doordat ik met filmbewerkingssoftware werk: ervaren ict-gebruikers schijnen meer moeite te hebben met de tool dan mensen die geen ervaring hebben. Maar het kan natuurlijk ook gewoon zijn dat ik niet zo'n handige gebruiker ben ;-(

Hoe het ook zij: met wat doorzettingsvermogen en met hulp van Mr. Holy, die je stap voor stap uitlegt wat je moet doen, kan je al na een half uurtje een clip in elkaar zetten. Je kunt daarbij zowel gebruik maken van beeld, geluid en tekst die in de tool beschikbaar is, als van materialen die je zelf uploadt naar de site van Clips voor Vrijheid.

Maar ja, dan komt het echte werk: waarover ga je een clip maken? Het antwoord daarop is, zo kort voor 5 mei, eenvoudig: maak een clip over vrijheid. Op de website Clips voor Vrijheid, zijn al een heleboel clips te vinden van leerlingen die met Holy hun visie op vrijheid hebben weergegeven: door te laten zien dat niet iedereen zomaar kan zeggen wat hij wil, door te vertellen dat je wel een ander geloof kunt hebben, maar vooral ook mens bent, of door te laten zien wat er allemaal is gebeurd in de laatste wereldoorlog.

Door leerlingen een clip te laten maken over vrijheid, zullen ze op zoek gaan naar een beeld over vrijheid dat past bij hun eigen ervaringen en belevingswereld. Ze zoeken naar passende beelden, waarbij natuurlijk ook symbolen gebruikt mogen worden. Ze kunnen ook bij een (zelf geschreven) gedicht een clip maken, waardoor je ze beeld en tekst laat combineren. Het maken van een clip levert een heleboel aanknopingspunten op om te praten over zaken als auteursrecht, (verborgen) boodschappen in tekst, beeld en geluid en hoe en waar je moet zoeken op internet.

Wie nu een clip maakt op de site Clips voor Vrijheid, doet automatisch mee met de wedstrijd. Je moet er wel snel bij zijn: je clip doet mee als je die voor 29 april 'inlevert' op de site. De jury kiest op 3 mei de beste clips. Deze clips worden op één van de landelijke bevrijdingsfestivals vertoond op een groot scherm, en de makers van de clips krijgen daar een Backstage VIP Tour.

vrijdag 9 april 2010

Het heelal, de wereld en het klimaat

Klik hier om naar de site ESA kids te gaanVeel kinderen zijn gefascineerd door sterren, planeten, ruimtevaart en alles wat daarmee samenhangt. De website ESA Kids (van het European Space Agency) springt daarop in: je vindt daar een heleboel informatie over sterren, planeten en melkwegstelsels, over hoe het is om te leven in de ruimte en hoe een raket wordt gelanceerd. Maar de website van ESA Kids gaat verder dan dat: je vindt er ook informatie over de aarde. In dit onderdeel van de website gaat het over klimaatverandering, natuurrampen, de wereld onder water en natuurbescherming. Alle informatie is (ook) in het Nederlands en is goed te begrijpen voor leerlingen van de bovenbouw van het basisonderwijs.

Een onderdeel dat mijzelf erg aanspreekt is 'Nuttige ruimte', waarin je - naast uitleg over het weer - allerlei uitvindingen ziet die gebruikt worden in de ruimtevaart of die uit de ruimtevaart komen en daarbuiten gebruikt worden.

Op de website is ook een lab met bouwplaten die je (op karton) moet printen om ze vervolgens in elkaar te zetten, de (leukste) weetjes van de site verzameld, en een paar dingen die kinderen online kunnen doen. Er is ook een onderdeel 'Fun'. Daarin vind je onder andere quizzen, afbeeldingen die de leerlingen kunnen inkleuren en spelletjes in de vorm van legpuzzels. Dat onderdeel vind ik onhandig uitgevoerd: de puzzels zijn te eenvoudig (als je de stukken over de plaat heen beweegt, geeft een geluidje aan als die op de juiste plaats ligt), om te kleuren moet je vooral een heel goede oog-hand-coördinatie hebben omdat je online met je muis een potlood moet besturen, en de wedstrijd die ze online hebben staan liep tot 2009. Wat ik wel leuk vind in dit onderdeel is 'Kunst': een pagina met tekeningen van (ik vermoed) kinderen over de ruimtevaart. Deze tekeningen kunnen goed gebruikt worden als inspiratiebron voor eigen werk van de leerlingen.

ESA Kids zit knap in elkaar: in elk onderdeel vind je teksten terug uit onderdelen, maar door de duidelijke kopjes en symbolen blijft het overzichtelijk. De site wordt regelmatig vernieuwd, dus het is de moeite waard om na verloop van tijd terug te komen. De informatie is inpasbaar bij vakken als aardrijkskunde, techniek en de creatieve vakken, betrouwbaar èn leuk!

woensdag 10 februari 2010

Kerpoof: om verhalen mee te vertellen

logo KerpoofKinderen verhalen laten vertellen kan inzetten voor heel veel leerdoelen. Maar niet ieder kind vertelt zomaar verhalen: het ene kind uit zich nu eenmaal makkelijker dan het andere, en het ene kind is meer tekstgericht, het andere is visueel ingesteld. Met de site Kerpoof kan je kinderen stimuleren om hun verhaal te vertellen. Met Kerpoof kunnen kinderen tekeningen maken, een stripverhaal of een filmpje.

Je krijgt daarvoor kant-en-klare achtergronden tot je beschikking en figuurtjes en objecten die je daaraan kunt toevoegen. De objecten zijn schaalbaar, en kunnen voorzien worden van een tekstballon en je kunt tekst toevoegen in een apart tekstvak. Je kunt in het ingebouwde tekenprogramma ook eigen figuurtje of object tekenen, en die toevoegen aan je tekening. Je kunt je tekeningen en verhalen online bewaren en kiezen of je die alleen voor jezelf houdt, of dat anderen jouw tekeningen mogen bekijken.

Als je een filmpje maakt, dan kan elk object een aantal handelingen uitvoeren. Poppetjes, beesten en andere figuren kunnen van het ene naar het andere punt lopen, lachen of verdrietig kijken, dansen, springen enz., andere objecten maken andere bewegingen: een tas kan bijv. wiebelen en een telefoon rinkelen. De hele scène kan voorzien worden van regen of sneeuw, en je kunt een muziekje toevoegen: een een klein stukje van de film, een scène of de hele film. Een filmpje kan je niet op je eigen p.c. opslaan: die kan je naar keuze voor jezelf online bewaren of delen met anderen.

Kinderen maken de leukste dingen met Kerpoof. Het stimuleert ze in hun creativiteit en het biedt mogelijkheden om ze te laten vertellen wat ze bezig houdt. Ze zijn bezig met taal èn met tekenen, met kleur en perspectief, en als je met ze mee nadenkt over waarom bij het aanvragen van een account het e-mailadres van hun ouders wordt gevraagd en wat ze wel en wat ze niet online zetten, dan worden ze ook weer een beetje mediawijzer!

Hieronder een filmpje van een leerkracht die een alfabetboek maakt voor zijn leerlingen. Wie maakt er met Kerpoof een Nederlandstalig alfabetfilmpje voor op het digibord? Wie het maakt en hier meldt, krijgt van mij een boek over video en televisie maken.

dinsdag 19 januari 2010

Strips maken

Comic van Sanji-SanStrips kwamen toen ik klein was niet bij mij in huis. Mijn ouders vonden dat geen echte boeken. Het werd beschouwd als 'plaatjes kijken' en er waren genoeg echte boeken in huis - vonden mijn ouders - om me aan te laven. Ik was het natuurlijk daarmee niet eens: ik had lang niet altijd zin in het lezen van de 'verantwoorde' boeken die wij thuis hadden, en strips lazen zo lekker weg. Afijn: ik heb mijn schade nadat ik het huis uit was dubbel en dwars ingehaald en ook nu nog lees ik in alle kranten en tijdschriften die ik onder ogen krijg altijd de strips. Heerlijk!

Gelukkig is het beeld van stripverhalen inmiddels over het algemeen positiever. Je ziet ook in veel schoolbibliotheken strips, iets wat op de (voormalige nonnen-)school die ik destijds bezocht absoluut niet het geval was. Een goede ontwikkeling: een strip combineert twee kunstvormen: literatuur en beeld.

Om een strip te maken moet je natuurlijk eerst een verhaal bedenken. Dat kan een verhaal zijn met een begin, een midden en een eind, maar het kan ook een satirische prent zijn. Je kunt ook een bestaand verhaal 'vertalen' in stripvorm, of er een samenvatting mee maken. Een strip kan ook gebruikt worden voor educatieve doeleinden: om een proces in beeld te brengen (bijv. de waterkringloop) of een deel van de geschiedenis, je kunt met een strip uitleg geven over natuur- of scheikundige principes of maatschappelijke ontwikkelingen becommentariëren.

Ook over de beelden van een strip moeten keuzes gemaakt worden: hoe teken je je figuurtjes: maak je ze groot of klein, teken je ze zo realistisch mogelijk of maak je meer een karikatuur van ze, welke uitdrukking geef je hun gezicht en vanuit welke hoek laat je je lezers de scène bekijken? Daarmee biedt het maken van strips ingangen naar informatievaardigheden en mediawijsheid. Leerlingen moeten immers leren om informatie te beoordelen en héél veel informatie komt in de vorm van beelden. Om die beelden te kunnen beoordelen moet je je bewust zijn van de keuzes die gemaakt zijn bij het maken van die beelden. En de beste manier om te leren over de effecten van die keuzes is om zelf die keuzes te maken.

Het maken van een strip is niet eenvoudig, en al helemaal niet voor iemand die, zoals ik, geen tekentalent heeft. Gelukkig zijn er op het web allerlei tools waarmee ook minder begenadigden een strip kunnen maken. Pixton is zo'n tool: met behulp van verschillende achtergrondjes en figuurtjes die je naar je eigen ideeën kunt aanpassen en in de gewenste houding kunt zetten, maak je makkelijk je eigen strip. Door het maken van strips verdien je credits waardoor je steeds meer mogelijkheden krijgt in de vormgeving van je figuurtjes. Ik heb er zelf wat mee geëxperimenteerd en het werkt allemaal heel makkelijk. Wat je gemaakt hebt, kan je online delen met vrienden, vrienden en fans of met alleen betalende leden van Pixton, die je strips dan kunnen beoordelen. Je kunt ze natuurlijk ook voor jezelf houden, maar dat is natuurlijk jammer als je iets moois hebt gemaakt!

Wil je nog meer ideeën hebben over wat je met strips kan doen? Bekijk dan de onderwijspagina's op de website van de Stichting Beeldverhaal; daar vind je tientallen tips.

donderdag 26 maart 2009

Oorlog: we mogen het niet vergeten

De oorlog: we mogen het niet vergeten. Ik vind het vooral belangrijk dat we ons realiseren wat een ellende een oorlog veroorzaakt. Het verdriet, het gemis, de schrik en de angst, het verlies van vrijheid, het zijn emoties die elke oorlog met zich meebrengt. Er komen steeds meer websites die proberen om die emoties invoelbaar te maken. Onlangs is de website WO2Online gelanceerd waarin je kunt ervaren hoe het geweest moet zijn om in de nacht wakker te worden en op de radio te horen dat Nederland in oorlog was. Maar er is veel meer te zien en te beluisteren: getuigenissen van mensen die de oorlog hebben meegemaakt, beeldmateriaal, kranten en teksten van allerlei bronnen. Een prachtige site die heel goed kan dienen als basis voor een lessenserie in het voortgezet onderwijs over wat de gevolgen waren en zijn van oorlog.
Voor kinderen van de basisschoolleeftijd is er een aparte werkstukkenpagina. De site vind ik voor hen verder minder geschikt: de teksten zijn zeker voor de lagere klassen te moeilijk en de beelden wel erg confronterend.

Een andere nieuwe site is Brandgrens, onlangs onderscheiden met de VGI Innovatieprijs. Deze site, over Rotterdam in de periode '40-'45 staat boordevol met informatie over de Tweede Wereldoorlog: niet alleen de feiten maar ook de impact die de oorlog had op het leven van de Rotterdammers.

Een paar tips om dit onderwerp te behandelen. Om te beginnen kun je op zoek gaan naar lessen van anderen. In de leermiddelenbank PO van Digischool (alleen toegankelijk nadat je een account hebt aangevraagd) vond ik voor het basisonderwijs o.a. een les over Anne Frank. Jack Nowee heeft voor het basisonderwijs het handige 'webje Twee Wereldoorlogen' gemaakt.

Voor het voortgezet onderwijs maakte Albert van der Kaap een les over Entartete Kunst. Je kunt ook met de leerlingen naar de tentoonstelling De Bunker gaan (tot 8 april voor de Stopera in Amsterdam, van 16 april tot 27 mei op de Ossenmarkt in Groningen) en/of hun site bezoeken.

Je kunt natuurlijk ook je eigen les maken. Daarvoor kun je o.a. gebruik maken van de Lessenmaker van Kennisnet of de Weblessenmaker van Het Geheugen van Nederland. Het aardige van die laatste tool is dat je er ook een tijdlijn mee kunt maken en dat al het beeldmateriaal van het Geheugen van Nederland tot je beschikking staat.

Er zijn ook verschillende spellen over oorlog. In Global Conflicts: Palestine moet je als journalist de verschillende kanten van het Palestina conflict in kaart brengen en daarover een artikel schrijven en in het spel Against all Odds ervaar je hoe het leven eruit ziet wanneer je als vluchteling door het leven gaat. En in September 12th moet je kiezen wat je doet met terroristen in een dorp.

Je kunt ook gebruik maken van allerlei (niet-specifiek educatieve) web 2.0 tools. Je zou bijvoorbeeld de leerlingen een wiki kunnen laten maken met daarin biografieën van mensen die zijn omgekomen in de Tweede Wereldoorlog of een weblog van een (fictief) persoon ten tijde van WOII in de eigen woonplaats. Je kunt ook met een klas een rollenspel spelen, waarbij je Hyves gebruikt als middel om met elkaar te communiceren. De docent is journalist en stuurt berichten rond over wat er gebeurt. De leerlingen reageren op die berichten via hun weblog op Hyves of door elkaar krabbels te sturen. Heb je meer tijd nodig om de leerlingen te laten onderzoeken wat oorlog betekent probeer dan andere vakken bij je les te betrekken. In een les beeldende vorming kan gekeken worden naar oorlogskunst of oorlogsmonumenten (leerlingen kunnen die voorzien van hun eigen commentaar via Flickr, zoals hier bij lessen over kunst) of leerlingen kunnen een propagandafilm maken (kijk hier voor een Amerikaanse tool voor het maken van een propagandafilm om soldaten te werven), eventueel gecombineerd met een aantal lessen bij Nederlands waarin leerlingen een propagandistische tekst schrijven.

Er zijn genoeg manieren om aandacht te besteden aan het onderwerp oorlog. 'Leuk' is het niet maar wel belangrijk!

Afbeelding van Lochinvar1

woensdag 11 maart 2009

Je eigen font ontwerpen

Klik hier om naar de site FontStruct te gaanLetters leren vinden bijna alle kinderen leuk. Maar nog leuker wordt het als je je eigen lettertype kunt maken! Op de site FontStruct is dat heel eenvoudig. Je krijgt een virtueel papiertje met vakjes die je naar keuze wit kunt laten of helemaal of gedeeltelijk zwart. Moeilijk is het niet: wel heel leuk. Ik vond het zelf vooral leuk om wat grapjes uit te halen met de filters in de Advanced Mode.

Je kunt leerlingen hun eigen letters laten maken (bijv. op het interactieve bord) als oefening bij het leren van de letters maar je kunt natuurlijk ook voor de beeldende vakken een font laten ontwerpen. Of je kunt een wedstrijdje uitschrijven binnen de school: wie maakt het mooiste lettertype voor de schoolkrant of de schoolwebsite? De lettertypes die je maakt kun je via de site delen met anderen d.m.v. een Creative Commons Licentie. Op de site van Microsoft kun je lezen hoe je zo'n lettertype kunt installeren op je computer zodat je hem kunt gebruiken in Office. Dat staat overigens ook op de website van FontStruct zelf maar daar staat het in het Engels. Nederlands is makkelijker ;-)

Als je zelf niet zo creatief bent kun je ook een lettertype downloaden dat door anderen is gemaakt. Maar als je eenvoudig begint (bijv. door eerst de letters te tekenen met alleen zwarte vierkantjes en daarna blokjes vervangen door andere bouwstenen) dan lukt het eigenlijk altijd.

Bron: iLearn Technology

vrijdag 6 maart 2009

Je eigen film maken: ook voor de basisschool

screenshot film Montessorischool WeertOnderwijs vernieuwt, ook al gaat het soms niet zo hard als ik wil. Maar elke keer als ik ongeduldig wordt dan zie ik weer ergens iets wat me enthousiast maakt: een project dat - vaak met tomeloze energie - wordt uitgevoerd waarbij de kennis, de interesse en de leermogelijkheden van de leerling medebepalend zijn voor de manier waarop de lesstof wordt verwerkt waardoor onderwijs weer iets wordt wat je 'geniet' in plaats van 'ondergaat' .

Zo was ik een paar weken geleden bij de finale van de wedstrijd van het 'Innovative Teachers Network' van Microsoft. Daar werden een paar prachtige projecten gepresenteerd waar ik graag wat over wil vertellen omdat ik hoop dat ze anderen inspireren om er zelf mee aan de slag te gaan.

Jeroen Stultiens, student aan de Fontys pabo Eindhoven/Veghel, presenteerde bij de bijeenkomst zijn deelname aan het 'Hollywood in de Klas'-festival dat hij had uitgevoerd op de Montessorischool Weert. Hollywood in de Klas is een filmproject voor de bovenbouw van het primair onderwijs, waarbij kinderen leren over beeldtaal door zelf een film te maken.

Als een school meedoet aan Hollywood in de Klas dan krijgt de leerkracht informatie over het project en hoe dat begeleid moet worden. De school krijgt daarbij assistentie vanuit de organisatie: er komt (meestal) drie keer iemand langs om met de leerlingen aan de slag te gaan. In de eerste les wordt het project uitgelegd en verteld wat beeldtaal is. De groep wordt dan gevraagd om zelf een verhaal te schrijven. Het beste verhaal wordt uitgekozen om te worden verfilmd. In de tweede les wordt besproken wat de klas allemaal moet gaan doen: er moeten misschien requisieten gemaakt worden en decors, er moet een scenario geschreven worden, een storyboard, een plan waar de verschillende opnames gemaakt moeten worden en vanuit welk standpunt gefilmd moet worden enz. In de derde les ten slotte wordt alles gefilmd.

Maar je kunt natuurlijk ook zelf die lessen geven. Jeroen vertelde dat hij op zijn (stage)school het project had gedraaid met alleen hulp van Hollywood in de Klas via de mail en de telefoon. Dat had hem natuurlijk wel tijd gekost maar hij had er ook veel plezier aan beleefd. En het resultaat is prachtig: de leerlingen zijn er supertrots op (en Jeroen natuurlijk ook!). Maar dat niet alleen: de leerlingen hebben er ook veel van geleerd (ook al voelde het voor hen niet als leren): ze hebben verhalen bedacht en geschreven, decors bedacht en gemaakt, ze hebben geleerd hoe je in een film iets kleins groot kunt laten en hoe je een verhaal kunt vertellen vanuit verschillende perspectieven. Daarnaast hebben ze intensief moeten samenwerken en dat valt niet mee als je het oneens bent met elkaar, als iemand geen zin heeft of - per ongeluk - een foutje maakt. Maar het is allemaal opgelost en het resultaat mag er wezen!

Heb je veel nodig om een film te maken? Niet aan materiaal, wel aan creativiteit en inspiratie. Want het is niet niks om zo'n hele groep te coachen naar het eindresultaat! Ook zul je jezelf de nodige kennis eigen moeten maken over hoe je een film maakt en hoe je moet monteren. Daarvoor zijn gelukkig de nodige handleidingen te vinden op het net, bijv. op de site Documentaire Maken of op Expose Your Talent Bootcamp. Bij Hollywood in de Klas gebruiken ze, voor zover ik kan zien, behoorlijk professionele filmapparatuur maar ik kan je verzekeren dat je ook met een veel eenvoudiger apparaat echt leuke resultaten kunt boeken. De stukken film aan elkaar plakken kan met gratis software, bijv. Moviemaker (Windows) of iMovie (Mac). Extra leuk wordt het als je verschillende groepen leerlingen elk een eigen versie van de film laat maken met het gefilmde basismateriaal. Ze zullen dan ervaren dat 'waarheid' niet bestaat in een film maar dat een film altijd een subjectief verslag is. Een goede manier om mediawijs te worden!

woensdag 21 januari 2009

Getallen aanschouwelijk maken

Ga naar de site Als de Wereld een dorp wasTrendmatcher blogde een tijdje geleden al over Gapminder World: een site waar je allerlei zaken over de wereld in beeld kunt brengen: verdeling rijk-arm, het percentage vrouwen met een baan, het energieverbruik per hoofd van de bevolking enz. De informatie wordt zichtbaar gemaakt door gekleurde bolletjes. Elk land heeft een eigen kleur en hoe groter het bolletje, des te groter het gegeven waarover informatie wordt gezocht (dus in het voorbeeld: des te meer rijkdom, des te groter het aantal werkende vrouwen etc.).

Marcel de Leeuwe reageerde daarop met een verwijzing naar de site WorldMapper. Ook daar kun je zien hoe bepaalde zaken verdeeld zijn in de wereld, alleen wordt het daar zichtbaar gemaakt door de oppervlakte van het land te relateren aan het gegeven waarover informatie wordt gezocht. Je krijgt dat vaak een vervormde wereldkaart te zien, soms zelfs zo erg dat je de afzonderlijke landen bijna niet meer kunt herkennen.

Gisteren kwam ik op Frank-ly nog weer een andere website tegen met gegevens over de wereldbevolking: If the world were a village. Daar worden de getallen weergegeven door poppetjes in een dorp met verschillende 'wijken', zoals een wijk met informatie over voedsel en een wijk over economie.

Al die verschillende manieren om statistische informatie weer te geven: wat leuk! Veel leuker dan de staaf- en cirkeldiagrammen waar ik altijd mee werkte. En er zijn natuurlijk nog veel meer manieren te bedenken. Je zou met woordenwolken kunnen werken die je projecteert op de wereldkaart, in Google Earth kun je markers plaatsen, je kunt 3-dimensionale plaatjes maken, animaties en wie weet wat nog meer! Het lijkt me een prachtige opdracht voor een vakoverstijgende opdracht voor de beeldende vakken en/of informatiekunde en bijvoorbeeld aardrijkskunde: maak op basis van de feitelijke gegevens een visuele interpretatie van de kindersterfte in de wereld in relatie tot het aantal beschikbare artsen, of een kaart waarbij het nationaal inkomen vergeleken wordt met het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking enz. Zijn er docenten die dit soort opdrachten geven??

maandag 19 januari 2009

Crayon Physics DeLuxe

klik hier om naar de site te gaanIk speelde de (gratis) demoversie al een tijdje maar nu is hij eindelijk officieel uitgebracht: Crayon Physics. Het spel is te leuk om niet te hebben, vind ik, en voor het natuurkunde-onderwijs vind ik het een must. Maar het is zeker ook bruibaar voor techniek en de beeldende vakken.

Crayon Physics is een spel waarbij je een balletje naar een bepaald punt moet laten rollen. Daarvoor moet je eerst een route ontwerpen door objecten tekenen waarover het balletje kan rollen: rondjes, rechthoeken, driehoeken enz. Ook kun je lijnen trekken of touwen spannen. Je kunt maken wat je wilt: van autootjes tot aapjes en van kettingen tot katrollen. Om het balletje te laten rollen of de objecten te laten bewegen maak je gebruik van de zwaartekracht. Je kunt ook (zijwaartse) kracht geven, bijvoorbeeld in de vorm van een raket. Door de objecten al of niet of gedeeltelijk te verankeren kun je ze verschillende bewegingen laten maken. De basis van Crayon Physics zijn de puzzels die je moet oplossen. De levels worden voorgesteld door eilanden die je kunt bezoeken. Pas als je de puzzels van één eiland hebt opgelost mag je door naar het volgende eiland.

Met Crayon Physics kun je allerlei krachtenprincipes laten zien. Het begint natuurlijk met zwaartekracht maar je ook laten zien wat een moment is en wat torsiekrachten zijn enz. Je kunt als docent Crayon Physics daarom gebruiken om de werking van krachten te demonstreren, bijvoorbeeld op het interactieve bord. Je kunt leerlingen opdracht geven om met de level-editor 'machines' te maken waarin gebruik wordt gemaakt van die krachten. Voor de beeldende vakken kun je leerlingen de opdracht geven een virtueel kinetisch kunstwerk te maken.

Leuk aan Crayon Physics is de vormgeving: het voelt aan alsof je tijdens het telefoneren tekeningetjes aan het maken bent die tot leven komen. Wat Crayon Physics verslavend maakt is het feit dat elke puzzel op allerlei manieren opgelost kan worden. Iedereen maakt immers zijn eigen tekeningetjes en het maakt een (groot) verschil of je een balletje klein of groot maakt of dat je gebruik maakt van een gewicht aan een arm of een raket om het balletje een zet te geven. Je ziet daarom nu al dat er op internet, zowel op YouTube als op Vimeo, een groot aantal screencaptures gezet zijn waarin trots oplossingen van puzzels getoond worden. En natuurlijk zijn er al velen bezig om nieuwe puzzels te bedenken en uit te wisselen. De $ 19,95 die ik heb uitgegeven aan het spel vind ik daarom absoluut goed besteed!


Crayon Physics.... One possible solution from Highway6 on Vimeo.

vrijdag 16 januari 2009

De Flip

plaatje van mijn FlipVelen hebben er al over geschreven en ik ben dan ook zeker niet de eerste in Nederland die het apparaatje heeft: de Flip. De Flip is een heel handzame videocamera met een ingebouwde usb-stick waarmee je de video's direct op je p.c. kunt zetten. Ik hoorde er voor het eerst over tijdens de SURF Onderwijsdagen waar een paar vroege kopers trots het hebbeding toonden. Ik was er, eerlijk gezegd, nogal terughoudend over. Een snoertje meer of minder leek mij niet echt een goede reden om een andere camera aan te schaffen. Maar toen ik zag wat de kwaliteit was van filmpjes die met de Mino HD versie van de Flip gemaakt waren (kijk maar eens naar dit filmpje van Bart Frouws), toen ging ik overstag.

Ik heb het apparaat daarom besteld en ben er nu wat mee aan het experimenteren geweest. En ik moet zeggen: ik had het bij het verkeerde eind. Ik vind het werken met een ingebouwd stickie echt veel makkelijker dan met een snoertje. Het verschil is maar minimaal maar ik merk dat er nu geen enkele drempel meer is om filmpjes te maken en direct op de p.c. te zetten. Bij de Flip krijg je software (Flipshare) waarmee je van je filmpje een kaart kunt maken en kunt versturen (niet echt 'my cup of tea' maar ik denk dat velen dat wel leuk vinden) en je films online kunt zetten met één druk op de knop, bijv. op YouTube. En je kunt uit je video een frame selecteren waarvan je een foto maakt (wat ik nu ook niet echt erg aantrekkelijk vindt). Ook kun je met de software een paar eenvoudige bewerkingen doen met je zelfgemaakte video, bijvoorbeeld een titel of muziek eraan toevoegen. Leuk, maar voor maak ik liever gebruik van Moviemaker, of - nog handiger - iMovie.

Ik denk dat de Flip een prachtig apparaat kan zijn voor het onderwijs. Geef het kinderen in handen en laat ze ermee experimenteren. Het ding werkt erg intuïtief: je hoeft er nog geen 5 minuten aan te besteden om het werken met de Flip in de vingers te krijgen. Laat leerlingen verhalen vertellen met de videocamera, mensen interviewen (er zit een goede microfoon in), talenopdrachten doen, delen van hun stage-opdracht filmen, een proefje of rollenspellen in de klas (of als huiswerk) vastleggen enz. Leerlingen dingen op film vast laten leggen heeft veel voordelen, bijv.:
  • ze vinden het leuk en motiveert dus om aan de slag te gaan,
  • het levert vaak bruikbaar voorbeeldmateriaal op voor de les,
  • feedback hoeft niet direct op het moment zelf gegeven te worden door degenen die aanwezig zijn maar kan ook naderhand gebeuren en er kunnen anderen bij betrokken worden. Bovendien kun je gebeurtenissen in kleine stapjes bekijken,
  • leerlingen leren om een structuur te bedenken en aan te brengen in een reeks kleine gebeurtenissen door een compleet filmpje te maken,
  • door zelf met media aan de slag te gaan kun je leerlingen mediawijs maken.
Kijk maar eens op de website Documentairemaken van de Piersonschool wat leerlingen kunnen doen als je ze een videocamera in handen geeft (tip: geweldig instructiemateriaal is te vinden onder 'Aan de Slag'). Of deze inzendingen van de wedstrijd Expose Your Talent .

Er zijn genoeg redenen om video te gebruiken in het onderwijs en als apparaten als de Flip Mino HD in Nederland verkrijgbaar worden dan denk ik dat het de moeite waard is voor scholen om er gebruik van te maken. Hij kost nu in de VS $230,- maar het zou mij niet verbazen als die prijs nog wel wat gaat dalen.

vrijdag 14 november 2008

Weblessen maken voor geschiedenis

De laatste jaren krijgt het onderwijs steeds meer interesse in digitale leermaterialen. De computer en internet zijn immers niet meer weg te denken uit onze maatschappij en het werken met digitaal materiaal biedt weer nieuwe mogelijkheden ten opzichte van het werken met folio-materiaal. Daarnaast is het besluit van de overheid om de scholen te verplichten zelf leermaterialen aan te schaffen en hen daarvoor een vergoeding te geven van 'slechts' 318 euro per leerling, een grote stimulans voor scholen om te onderzoeken of er alternatieven zijn voor het gebruik van boeken. En daarbij komen scholen dan al gauw terecht op internet omdat daar al veel te vinden is.

Of dat ook de stimulans is geweest voor het Geheugen van Nederland om een weblessentool te ontwikkelen weet ik niet, maar dat vind ik ook niet zo interessant. Ik ben vooral blij dat die er is ;-)

Het Geheugen van Nederland is het nationale programma voor de digitalisering van het Nederlands cultureel erfgoed. Op de website van Het Geheugen vind je prachtig materiaal over de geschiedenis van Nederland: beeldmateriaal, affiches, teksten, films en geluidsbestanden. Een deel van de website is speciaal voor het onderwijs: daar vind je ook nog lesmateriaal (voor de vakken Geschiedenis, CKV, Maatschappijleer en Aardrijkskunde) op onderwijsniveau gegroepeerd is (VMBO basisonderwijs, VMBO 3 + 4, HAVO/VWO basisvorming en HAVO/VWO 2e fase). Vanaf die pagina kun je de collectie doorzoeken op trefwoorden die gerangschikt zijn binnen de tijdvakken zoals die gedefinieerd zijn in de Canon van de Nederlandse geschiedenis.

En sinds kort is er dus ook een weblessentool. Hiermee kun je lessen maken waarbij je gebruikt kunt maken van de collectie van Het Geheugen. Je kunt zelf kiezen hoe groot je gebruikersgroep is; of je de lessen beschikbaar wilt stellen voor iedereen (zonder inloggen toegankelijk), alleen voor leerlingen (leerlingen krijgen na inloggen een overzicht van alle lessen, inclusief de door jou gemaakte les) of alleen voor een bepaalde school of klas. Je kunt in de weblessentool zelf klassen aanmaken en vervolgens kun je aan die klas dan leerlingen toevoegen. Dat systeem werkt nog niet echt handig: ik hoop dat ze daar nog wat aan gaan doen. Maar sowieso wil ik er hier een lans voor breken dat iedereen die gebruik maakt van de weblessentool van het Geheugen van Nederland die lessen aan iedereen ter beschikking stelt. Hoe meer mensen lessen ontwerpen en ter beschikking stellen, des te meer variatie we straks onze leerlingen kunnen aanbieden!

Het bijzondere van de weblessentool van het Geheugen van Nederland zit 'm in de mogelijkheid om (een deel van) het beeldmateriaal uit het archief te gebruiken in de les, en de manieren waarop dat gedaan kan worden. Er zijn verschillende opdrachten mogelijk:
  • de beeld-in-tijd opdracht: door de docent geselecteerd beeldmateriaal laten combineren met data in een tijdlijn of door de docent geschreven teksten/omschrijvingen;
  • de fotoboekwerkopdracht: door de docent geselecteerd beeldmateriaal door de leerling laten 'bewerken'(d.w.z. een uitsnede daarvan laten waarin het antwoord op de vraag te vinden is);
  • de meerkeuze opdracht: de leerling beantwoordt een meerkeuzevraag, al dan niet voorzien van beeldmateriaal. Eventueel kan de docent vragen aan de leerling om zijn keuze toe te lichten (vrije tekst);
  • de memorixzoek opdracht: de leerling moet passend beeldmateriaal zoeken in het archief van het Geheugen van Nederland;
  • de openvraag opdracht: de leerling moet een open vraag beantwoorden;
  • de upload opdracht: de leerling moet een vraag beantwoorden door passend beeldmateriaal te vinden en die te uploaden.
Daarnaast is het natuurlijk mogelijk om leerlingen informatie te geven in de vorm van beeld of tekst (leesopdracht).

Er zijn nog een aantal zaken die ik mis in de weblessentool. Allereerst vind ik de mogelijkheden tot metadatering beperkt: je kunt aangeven voor welk vak en welk niveau je les geschikt is, maar ik zou ook graag de mogelijkheid willen hebben om trefwoorden toe te kennen daaraan waarin je kunt aangeven om wat voor soort materiaal het gaat, welke (kern-)doelen gerealiseerd worden met de les, en waarin het onderwerp van de les nauwer omschreven kan worden. Op dezelfde wijze zou ik het materiaal willen kunnen doorzoeken: op niveau, vak, kerndoel, trefwoord en soort materiaal. Verder hoop ik dat de lessen worden opgenomen in de repository van Samenzoeken van Kennisnet zodat docenten niet op meer plaatsen hoeven te zoeken als ze op zoek zijn naar leermateriaal.

Maar misschien zit dat allemaal nog in de pijplijn. Voorlopig vind ik dit een leuk initiatief en ik hoop dat veel mensen er gebruik van zullen maken.