Posts weergeven met het label taalonderwijs. Alle posts weergeven
Posts weergeven met het label taalonderwijs. Alle posts weergeven

maandag 25 maart 2013

Wat zijn mooie, leuke, goede websites en apps?

 Elk jaar wordt de verkiezing van de Gouden Apenstaart gehouden: de verkiezing van de beste website en app voor kinderen. Dit jaar zijn er 4 categorieën:
  1. Gouden @penstaart voor websites voor kinderen (leeftijd 6-12 jaar) die gemaakt zijn door professionals, ongeacht of dit commerciële organisaties zijn, niet-commerciële organisaties of particulieren.
  2. Gouden @penstaart voor websites door kinderen die gemaakt zijn door kinderen zelf (leeftijd tot 16 jaar).
  3. Media Ukkie Award voor apps voor ukkies (leeftijd 0-6 jaar) die gemaakt zijn door professionals, ongeacht of dit commerciële organisaties zijn, niet-commerciële organisaties of particulieren.
  4. Gouden @penstaart voor apps door kinderen die gemaakt zijn door kinderen zelf (leeftijd tot 16 jaar).
De organisatie heeft inmiddels de beste inzendingen geselecteerd; nu is het aan het publiek (volwassenen en kinderen) om - voor de eerste 3 categorieën - uit deze selectie te stemmen op de site of app die zij het beste vinden.

Omdat het om sites en apps gaat voor kinderen, ligt het voor de hand om kinderen te vragen naar hun mening. Een goede aanleiding om met kinderen te praten over hoe zij media beoordelen. Hoe bepalen zij of een site of app leuk is en past bij wat zij willen? Hanteren zij dezelfde criteria als de organisatie van de Gouden Apenstaart? En vinden zij al die criteria even belangrijk of zijn sommige criteria belangrijker dan andere? En hoe beoordelen zij de nominaties van dit jaar op basis van de door henzelf opgestelde criteria? Een voorbeeld van hoe een les over het beoordelen van websites eruit zou kunnen zien, vind je hier.

Wat kinderen kunnen leren van zo'n les en het uitbrengen van hun stem (op de genomineerde sites en apps)?
  • ze leren kritisch kijken naar media, bijv.: moet je alles geloven wat online staat, welke invloed kunnen beelden hebben op hoe je iets beoordeelt, hoe kan je zien wie de maker is van een site of app en waarom is dat belangrijk?
  • ze leren hoe ze hun mening kunnen verwoorden.
  • ze leren hoe je gezamenlijk een oordeel kan vormen door met elkaar te discussiëren en voors en tegens te benoemen en af te wegen.
  • ze leren hoe je te werk kan gaan als je een keuze moet maken.
Je kan natuurlijk daarnaast ook de inhoud van de te beoordelen websites en apps gebruiken voor een les, bijv. een biologieles, een les over kunst en cultuur of over het milieu en energie. Of geef een rekenles over procenten: als er 300 inzendingen zijn en er worden 5 genomineerd, hoeveel procent is dat dan? En als er 15.000 mensen hun stem uitbrengen op één van de sites en de winnaar verzamelt er 4000, hoeveel procent is dat? En, een lastige vraag: hoeveel stemmen heb je bij zoveel stemmers tenminste nodig om de verkiezing te winnen?

Je kan stemmen tot 14 april; op 17 april worden de winnaars bekend gemaakt. Tijd genoeg dus om met je leerlingen al dat moois te bekijken en te beoordelen!

dinsdag 19 maart 2013

Geanimeerde boeksamenvattingen

Afgelopen vrijdag is de boekenweek van start gegaan. Het thema dit jaar is 'Gouden Tijden, Zwarte Bladzijden'. Natuurlijk wordt daar op vele scholen aandacht aan besteed, waarbij verschillende organisaties tips en leermaterialen aanbieden. Zo ook door Schooltv: zij hebben op hun site videofragmenten verzameld die aansluiten bij het thema.

Een niet op de site genoemde manier om aandacht te besteden is leerlingen de opdracht te geven een animatie te maken van een boek dat past binnen het thema. Schooltv heeft daarvan zelf een aantal prachtige voorbeelden uit de jeugdliteratuur, boeken bestemd voor voor de leeftijdsgroep 10-13 jaar, maar een animatie maken van een boek is ook voor oudere leerlingen een goede opdracht. Door leerlingen een (korte) animatie te laten maken, moeten ze goed nadenken over wat de kern van het verhaal is. En natuurlijk is het risico van 'knippen en plakken' bij het maken van een animatie veel kleiner dan bij het schrijven van een samenvatting.In dit blog vind je verschillende tools en tips waarmee en hoe leerlingen (eenvoudige) animaties kunnen maken.

Je kan leerlingen vragen om een animatie te maken van een boek dat past in het thema van de boekenweek (uitgezocht met behulp van de Boekentipper of de Boekenzoeker), maar ook van een zelf bedacht of een waar gebeurd verhaal. Je kan de opdracht gebruiken voor de Nederlandse les, maar ook voor de vreemde talen, voor de kunst- en cultuurvakken, geschiedenis, maatschappijleer en economische vakken. Als je er een vakoverstijgende opdracht van maakt, hebben de leerlingen meer tijd om er iets moois van te maken en heb je als docent extra handjes bij de begeleiding van de leerlingen. Voor het beoordelen kan je de leerlingen zelf vragen om hun visie te geven op het werk van hun medeleerlingen.

Het resultaat van de opdracht kan je in de komende jaren gebruiken om leerlingen te helpen die op zoek zijn naar een boek dat past bij hun interesse.


Get Microsoft Silverlight
Bekijk de video in andere formaten.


dinsdag 2 oktober 2012

Verhalen bedenken: woordenschat vergroten

In de kantoorboekhandel stuitte ik onlangs op het spel 'Rory's story cubes'. Dit spel bestaat uit 9 dobbelstenen met op elke dobbelsteen verschillende plaatjes van objecten, zoals een telefoon een loupe, een huis, een fontein enz. De bedoeling van het spel is dat je de dobbelstenen gooit en dan een verhaal vertelt waarin elk element voorkomt dat op de dobbelstenen te zien is.

Verhalen passend bij het kind
Ik vind het een prachtige manier om kinderen te stimuleren een verhaal te bedenken en zo hun woordenschat te vergroten. Wat ik jammer vind in de Story Cubes, is dat je de dobbelstenen niet kan aanpassen. Er zijn wel themadobbelstenen (bijv. rond sport), maar het maken van een verhaal kan een extra dimensie krijgen als je dat verhaal kan laten plaatsvinden in je eigen omgeving, als je er mensen in kan laten voorkomen die je kent en er dingen gebeuren die zich ook bij jou afspelen. Denk aan dobbelstenen met afbeeldingen van de school, de winkels in de buurt, van objecten die te vinden zijn in de klas of die de kinderen kort daarvoor hebben gezien bij een schoolreisje of misschien zelf hebben gemaakt in de crealessen. Of dobbelstenen met daarop herfstobjecten, sinterklaas- of paasfiguren, of - rondom de kinderboekenweek - bekende gebouwen of figuren uit de hele wereld.

Verhalen voor moderne vreemde talen
Je zou de cubes ook kunnen gebruiken voor de moderne vreemde talen. Dan zou het handig zijn als je cubes hebt met daarop afbeeldingen van woorden die de leerlingen moeten leren. Veel taalmethodes kennen thema's (in en rond het huis, in de stad, op school, enz.). Het zou goed zijn om leerlingen te stimuleren om dobbelstenen te hebben met die nieuw geleerde woorden en ze op basis daarvan verhalen te laten vertellen.

Verhaalopbouw
Daarnaast zou ik graag variatie in het spel aanbrengen. In Story Cubes krijg je allerlei gelijksoortige plaatjes: allemaal objecten of allemaal activiteiten enz. Om leerlingen te laten ervaren dat verhalen meestal op dezelfde manier zijn opgebouwd, zou ik graag verschillende dobbelstenen willen hebben voor de verschillende bouwstenen van een verhaal:
  • start van het verhaal waarin je kennis maakt met de hoofdpersoon/hoofdpersonen, de plaats waar en de tijd waarin het verhaal zich afspeelt,
  • de plot: het deel van het verhaal waarin de hoofdpersoon geconfronteerd wordt met een probleem dat hij moet overwinnen om zijn doel te kunnen bereiken: een strijd die hij moet strijden, een vijand die hij moet overwinnen enz.
  • einde: de beschrijving wat er gebeurt nadat de problemen zijn opgelost en hoe het leven van de hoofdpersoon er dan uit ziet.
Door bij elk element één of meer eigen dobbelstenen te maken, maak je het leerlingen makkelijker om een verhaal te vertellen dat echt een kop en een staart heeft, in plaats van een verhaal dat gekenmerkt wordt door 'en toen ... en toen .... en toen'. Voor de start van het verhaal zou je 2 dobbelstenen kunnen maken met hoofdpersonen, voor de plot zou je een dobbelsteen kunnen maken met 'rampen' die zich kunnen voordoen: een deur of een doos die gesloten is, onweer, een gevecht, diefstal, ruzie, een boze sprookjesfiguur (reus, draak, heks), enz. Voor het einde van het verhaal kan je een dobbelsteen maken met emoties: vrolijk, verbaasd, verdrietig, boos, bang en chagrijnig. Daarbij kunnen de kinderen dan zelf kiezen aan wie ze die emotie geven: aan de hoofdpersoon van het verhaal of aan een van de andere figuren.


Tools
Rory's Story Cubes kent helaas geen mogelijkheden om zelf de dobbelstenen van het spel aan te passen. Dus wie het spel op deze manier wil gebruiken, zal zelf dobbelstenen moeten maken. Daarvoor heb ik een aantal tools gevonden:
  • Dobbelstenen van karton. Wil je papieren dobbelstenen gebruiken, dan kan je gebruik maken van de dobbelstenenmaker van 'Tools for educators'. Met de dobbelstenenmaker kan je blanco dobbelstenen maken, waar je vervolgens je eigen plaatjes of teksten op kan tekenen of schrijven. Even uitknippen, plakken: klaar!
  • Dobbelstenen op het digibord. De gratis te downloaden webbased tool Triptico biedt verschillende mogelijkheden om een eigen variant te maken van de story cubes. Daarbij maak je dan geen gebruik van dobbelstenen, maar je laat de computer op een andere manier willekeurig kiezen uit een aantal door jou gekozen afbeeldingen of teksten. Triptico biedt de volgende mogelijkheden:
    •  Image Spinner: een tol met 6 plaatjes waaruit de software er willekeurig een kiest. Je kan meer Image Spinners tegelijkertijd aanmaken. Op elke spinner kan je soortgelijke plaatjes zetten (zoals bij Rory's Story Cubes: alleen objecten), of per dobbelsteen verschillende soorten plaatjes die passen bij de verschillende fasen in de opbouw van een verhaal. Een nadeel van de Image Spinner is dat je de Spinners niet kan opslaan, waardoor je elke keer wanneer je aan de slag gaat, je tevoren de plaatjes stuk voor stuk in de Spinners moet zetten.
    • Text Spinner: hetzelfde als de Image Spinner, maar dan met tekstlabels in plaats van met plaatjes. De tekstlabels die je per spinner hebt gemaakt, kan je opslaan in een bestand en een volgende keer met een paar klikken inladen.
    • Random Task Generator. Dit tooltje is gemaakt om willekeurig taken toe te wijzen aan kinderen, maar kan ook gebruikt worden om verhalen te vertellen. In plaats van taken kan je basiselementen van verhalen  benoemen, bijv. mogelijke hoofdpersonen, mogelijke vijanden, plaatsen waar het verhaal zich kan afspelen, tijden waarin het verhaal zich kan afspelen, activiteiten die de hoofdpersoon kan uitvoeren en problemen die zich voor kunnen doen. Vervolgens kan je maximaal 6 keer random een element kiezen. Wordt een element twee keer geselecteerd door de software, dan kan je dat element laten veranderen door een ander. Je kan er ook voor kiezen om net zo lang door te klikken tot je een vaste set van verhaalelementen hebt, bijv. twee personen, een plaats en een tijd van handeling, een activiteit en een probleem.
    • Student selector. In plaats van namen van leerlingen, vul je deze met elementen van verhalen. Vervolgens laat je de computer willekeurig elementen selecteren. 
  • Dobbelstenen op de iPad of iPhone (die vervolgens via een digibord of beamer gepresenteerd kunnen worden). Op de iPhone of iPad kan je met de tool 'Photo Dice' dobbelstenen maken met daarop zelf gemaakte foto's of afbeeldingen die je op je iPhone/iPad hebt gezet. Handig van deze tool is dat je net zoveel dobbelstenen kan maken als je wilt en dat je per keer kan bepalen hoeveel en welke dobbelstenen je gebruikt. Om te voorkomen dat op een aantal kanten van de dobbelstenen een logo van de maker van de tool komt, moet je de app 'ad-free' maken. Dat kost 69 cent.
    N.B. Zoals  hieronder te zien is, is het spel Rory's Story Cubes ook als app verkrijgbaar voor de iPhone, maar die versie kent evenmin als de gewone versie de mogelijkheid om de plaatjes aan te passen.
Conclusie
Wie leerlingen verhalen wil laten vertellen, zou ik willen adviseren om (voor iets minder dan 10 euro) het spel Rory's Story Cubes aan te schaffen. Speel het spel eens, en ervaar hoe het de (groeps)creativiteit versterkt zodat er de meest geweldige verhalen ontstaan. Wil je daarna met de groep aan de slag, dan zou ik in overweging willen geven om eigen sets van dobbelstenen te maken: van papier of karton of - nog makkelijker - virtueel. Met de hierboven genoemde tools doe je dat in een handomdraai.

N.B. Goeie tip van Gallomane: Talking Dice zijn ook dobbelstenen met plaatjes, bedoeld voor het taalonderwijs. Zij hebben een groot aanbod van dobbelstenen rond bepaalde thema's. Ik heb even gekeken: ik vind ook hun ideeën voor lessen en games met de dobbelstenen de moeite waard.

maandag 24 september 2012

Lestip woordenwolk

Heb je al eens de troonrede in een woordenwolk gezet? Ik wel. Hieronder het resultaat, gemaakt met Wordle. Opvallend vind ik het dat in de verslaggeving in de kranten die ik las, vooral het accent werd gelegd op de offers die Nederland moet brengen en de veerkracht die daarvoor nodig is. Uit de woordenwolk komt een ander beeld naar voren, vind ik. Lijkt me een leuke vraag om aan leerlingen voor te leggen: wat vinden zij de beste 'samenvatting' van de troonrede en hoe komt het dat het beeld dat naar voren komt in de pers afwijkt van het beeld dat de woordenwolk geeft?

Deze manier van gebruik van woordenwolken is natuurlijk te gebruiken bij elke speech waarover in de pers wordt geschreven. Je kan ook woordenwolken gebruiken om samenvattingen die door leerlingen gemaakt zijn met elkaar en met de originele tekst te vergelijken. Dat kan leerlingen op weg helpen om de essentie van een tekst te bepalen.
Wordle: Woordenwolk Troonrede 2012



dinsdag 19 juni 2012

MapSkip

Er zijn vaak momenten in het onderwijs waarbij je gebruik maakt van een atlas. Uiteraard heb je die nodig voor aardrijkskunde, maar ook voor geschiedenis is het handig om een atlas bij de hand te hebben, bij de talen kan je een atlas gebruiken om te laten zien waar bepaalde schrijvers hebben geleefd of waar een verhaal zich afspeelt, bij maatschappijleer kan je een kaart gebruiken om een te laten zien waar bepaalde actuele gebeurtenissen zich afspelen, bij biologie om te laten zien waar bepaalde dieren of planten te vinden zijn en bij de beeldende vakken kan je op een kaart aangeven waar bepaalde architectuurstijlen, standbeelden of bouwwerken te vinden zijn.

Door bij het leren beelden te gebruiken, help je leerlingen de materie te onthouden: hoe meer zintuigen je gebruikt daarbij, des te beter beklijft de stof. Onthouden gaat nog beter wanneer je leerlingen actief aan de slag zet, bijvoorbeeld door ze zelf een kaart te laten maken of door ze bij de plaatsen op een kaart aantekeningen te laten maken of beelden erbij te zetten.

Wie op die manier aan de slag wil, kan gebruik maken van de (gratis toegankelijke en reclamevrije) tool MapSkip. In MapSkip kan je bij de plaatsen op de kaart (afkomstig van Google) een tekst schrijven. Bij die tekst kan je een foto of een geluidsbestand uploaden of er een YouTube video onder zetten.

Er zijn wel meer tools online te vinden waarbij je kaarten kan voorzien van je eigen informatie, zoals Communitywalk, Mapme en natuurlijk Google Maps, maar die vind ik persoonlijk minder makkelijk te gebruiken dan MapSkip. Maar wat MapSkip bijzonder maakt is dat het je de mogelijkheid biedt om leerlingenaccounts aan te maken. Daarmee kan je bijhouden wat je leerlingen toevoegen op MapSkip. Bij je leerlingenaccounts kan je aangeven of iedereen mag reageren op de door je leerlingen aangemaakte 'stories', of dat er alleen op gereageerd mag worden door je eigen leerlingen.

Verhalen die door je leerlingen worden toegevoegd op MapSkip, worden automatisch aan elkaar gelinkt onder de naam van de school die door de docent is opgegeven. Dat betekent dat je al je leerlingen kan laten samenwerken aan een project. Dat kan bijvoorbeeld een project zijn waarbij je je leerlingen een atlas laat maken van waar dieren uit de dierentuin in het wild leven en hoe ze daar leven, een project waarbij de bouwwerken van een architect getoond worden met daarbij een beschrijving wat er bijzonder is aan die bouwwerken, een project waarbij werken van Shakespeare getoond worden op de plaats waar ze zich afspelen enz. Wil je meer projecten opzetten die onafhankelijk van elkaar zijn, dan doe je er verstandig aan om per project een account aan te maken.

Een nadeel van MapSkip vind ik dat je plaatsen & stories die je als docent hebt aangemaakt, niet kan verwijderen; je kan alleen de naam en de tekst van het verhaal bewerken. De plaatsen/stories van je leerlingen kan je wel op onzichtbaar zetten, maar een optie om door jouzelf of door je leerlingen gemaakte plaatsen en verhalen te verwijderen, zou ik een welkome aanvulling vinden. Maar dat zou mij er niet van weerhouden om MapSkip in te zetten voor de les.


woensdag 4 april 2012

Een sprookje schrijven en leren werken met Google Docs

Voor en met één van mijn opdrachtgevers, het DaCapo-college in Sittard, heb ik de afgelopen maanden een aantal lessen voor een nascholingscursus voor docenten ontworpen. Onze filosofie bij het ontwerpen is eenvoudig: 'teach as you preach', oftewel 'maak de les met de tools die je in de les behandelt'. Een les over Google Docs maken we dus met Google Docs, een les over zoeken, vinden en verzamelen laten we de cursisten zoeken, vinden en verzamelen we de resultaten in een gezamenlijke collectie enz. Een erg leuke klus om te doen omdat het me dwingt om heel precies de mogelijkheden èn de onmogelijkheden te verkennen van de (web 2.0-)tools die we aanbieden.

Eén van de lessen die we hebben gemaakt is ook bruikbaar voor de taalvakken: in het basis- of in het voortgezet onderwijs. In deze les schrijven leerlingen in groepen in Google Docs een verhaal (een sprookje), verbeteren elkaars (met opzet gemaakte) schrijffouten en overleggen (ook weer in Google Docs) hoe ze het verhaal zo leuk mogelijk kunnen  maken.

Ik heb de les iets aangepast voor jullie en online gezet. Je kan hem downloaden als Word-bestand of in Google Docs bekijken (en kopiëren voor eigen gebruik). Mocht je hem gaan gebruiken, dan stel ik het op prijs als je laat horen wat de resultaten ervan waren.

Afbeelding van cod_gabriel, gepubliceerd onder CC-by-nc-nd.

woensdag 21 maart 2012

Verhalen maken met Toontastic

Als allerlaatste in deze serie over waarom en hoe je leerlingen verhalen kan laten vertellen, aandacht voor een app voor de iPad: Toontastic. Helaas alleen verkrijgbaar voor de iPad, maar zo leuk, inspirerend en boordevol mogelijkheden, dat ik de app niet onbesproken wil laten.

Toontastic is een app waarmee kinderen verhalen vertellen aan de hand in een vaste opbouw in 5 scènes:
    1. setup, 
    2. conflict,
    3. challenge,
    4. climax,
    5. resolution.
      Je kan zelf bepalen of je de leerlingen al deze  scènes wilt laten gebruiken in hun verhaal of dat ze één of meer scènes weg mogen laten. Wees je er wel van bewust dat een verhaal bedenken behoorlijk lastig is en dat je leerlingen enorm helpt door tevoren zaken vast te leggen, al dan niet in overleg met de leerlingen. Wat is de opbouw van het verhaal, wie zijn de hoofdfiguren, wat zijn hun karaktereigenschappen, in welke relatie staan ze tot de andere spelers in het verhaal enz.

      Om hun verhaal vorm te geven, biedt de app een aantal achtergronden. Kinderen kunnen ook zelf een achtergrond tekenen. Voor elke scène kan je een achtergrond kiezen. Bij de achtergrond kies je daarna één of meer personages en attributen, waarover je een verhaal gaat vertellen. Je maakt een animatie door de figuren op het scherm te verschuiven waardoor ze gaan 'lopen', en tegelijkertijd een tekst in te spreken. Per scène kies je tot slot wat voor soort sfeermuziek je erbij wilt hebben: vrolijk, extatisch, verdrietig enz.

      Ik heb vorig jaar voor De Verdieping van Kennisnet een korte handleiding gemaakt (met daarbij een invulformulier voor het maken van een script) om met de app in korte tijd een verhaal te maken. Ze hebben me toestemming gegeven om die lesbrief hier neer te zetten, zodat jullie die naar eigen wens kunnen aanpassen en gebruiken. 

      Ik ben zelf helemaal weg van Toontastic omdat de stapgsgewijze aanpak kinderen uitdaagt om er - samen - mee te gaan experimenteren en zo, zonder dat ze er erg in hebben, hun woordkennis te vergroten. Tegelijkertijd leidt die stapsgewijze aanpak er ook toe dat ze inzicht krijgen in hoe een verhaal wordt opgebouwd en het vergroot de kans op een succes doordat de stappen afzonderlijk overzienbaar zijn en ze steeds zien hoe ver ze al zijn.

      Voor leerkrachten is er overigens een prachtige wiki bij Toontastic, met volop tips hoe je Toontastic in kan zetten en een pagina over de mogelijkheden van Toontastic in het speciaal onderwijs. Voorbeelden van verhalen die gemaakt zijn met Toontastic kan je bekijken op ToonTube.



      Eerdere posts in deze serie waren:

      dinsdag 20 maart 2012

      Photo Story

      Vorige week heb ik WeVideo behandeld; gisteren was Fotobabble aan de beurt in deze serie over het hoe en waarom je leerlingen verhalen kan laten vertellen in het onderwijs. Twee tools waarmee je beiden een verhaal kan vertellen aan de hand van foto's, maar wel heel verschillend wat betreft verdere mogelijkheden. Met Wevideo kan je veel meer dan met Fotobabble, en om ermee te werken heb je ook echt even tijd nodig om je de tool eigen te maken.

      Software die een beetje tussen deze beide tools in zit, zowel wat betreft bedieningsgemak als mogelijkheden, is Photo Story, van Microsoft Je kan Photo Story gratis downloaden, mits je een legale versie hebt van het Windows OS.

      Ik heb van deze software een handleiding gemaakt: zowel in PDF als in .... Photo Story ;-) Als je een handleiding hebt gemaakt met screenshots is het maken van zo'n Photo Story namelijk nog maar heel weinig werk. Je hoeft alleen de foto's te uploaden en de teksten uit je handleiding in te spreken.

      Die handleiding in PDF kan je hier downloaden; de Photo Story op basis van deze handleiding kan je downloaden of hieronder bekijken met - bij één foto - achtergrondmuziek. Wil je liever een versie bekijken zonder achtergrondmuziek (ik word er persoonlijk horendol van), dan kan je hier klikken.

      Morgen de allerlaatste blogpost over een tool om verhalen te vertellen. 

      maandag 19 maart 2012

      Verhalen vertellen met Fotobabble

      Vorige week heb ik jullie uitleg gegeven over het gebruik van WeVideo om een fotoverhaal te maken. Een prachtige tool die heel veel mogelijkheden biedt. Maar je moet wel tijd investeren om de tool te leren kennen en die tijd ontbreekt in het onderwijs nogal eens. Wil je heel snel een fotoverhaal maken, dan is Fotobabble een alternatief. Veel minder mooi, veel minder uitgebreid, maar wel héél makkelijk.

      Fotobabble is heel geschikt voor de basisschool om leerlingen iets te laten vertellen: hoe hun dag eruit ziet, wat ze in het weekend of in de vakantie hebben gedaan, woorden verzamelen die met een bepaalde letter beginnen enz. In het voortgezet onderwijs kan je Fotobabble gebruiken om - zoals in de twee Fotobabbles hieronder - eenvoudige instructies te laten maken of een verslag te laten schrijven van een proefje of een onderzoek.

      Wil je dat leerlingen samenwerken, dan kan je leerlingen de opdracht te geven elk een stukje van een verhaal te schrijven over een voorwerp (bijv. één of meer knuffeldieren) dat ze meekrijgen naar huis. De leerlingen maken een foto van het voorwerp en vertellen daarbij een stukje van een verhaal. Elke leerling moet zijn verhaal eindigen met een 'cliffhanger' waarop de volgende leerling kan voortborduren met zijn verhaal. Zo'n verhaal kan natuurlijk geschreven worden in het Nederlands, maar ook in een vreemde taal. Op die manier spreken de leerlingen niet alleen de taal, maar doen ze ook luistervaardigheden op.

      Voor wie over een iPhone beschikt: Fotobabble is ook als gratis app verkrijgbaar. Op dit moment is er nog geen app voor Android, noch voor Blackberry, maar volgens de maker van Fotobabble wordt daaraan gewerkt, evenals aan de optie om met Fotobabble een slideshow te maken.

      Hieronder in een slideshow van twee 'Fotobabbles' uitleg over de tool, en een Engelstalige uitleg in de vorm van een screencast. 



      dinsdag 13 maart 2012

      Verhalen vertellen met Jellycam

      Gisteren vertelde ik over de mogelijkheden die het biedt om kinderen verhalen te laten vertellen. Vandaag en morgen laat ik jullie twee eenvoudige tools zien om leerlingen hun verhalen vorm te laten geven: een animatietool en een video-editor om foto- of videoverhalen mee te maken.

      Met de (gratis te downloaden) tool Jellycam kunnen kinderen animaties maken: filmpjes die bestaan uit een serie stilstaande beelden die snel achter elkaar vertoond worden, waardoor het lijkt of de plaatjes bewegen. Een vorm van stopmotion zijn klei-animaties: filmpjes van figuren van klei (of ander materiaal) zoals bijvoorbeeld de animaties van Buurman en Buurman.

      Veel heb je niet nodig, om met Jellycam een verhaal te vertellen: een p.c. met een webcam is voldoende. Kinderen vanaf de middenbouw kunnen - met wat hulp - al met Jellycam een eenvoudige animatie maken.

      Bedenk tevoren of je de kinderen in groepjes elk een eigen animatie wilt laten maken of dat je de groepjes elk een scène van één grote animatie wilt laten maken. Het voordeel van het maken van één grote animatie is, dat het werk verdeeld kan worden over meer kinderen. Als gekozen wordt voor het maken van één grote animatie, dan moeten er in de groep afspraken gemaakt worden wie de hoofdrolspelers zijn en waar en hoe elke scène begint en eindigt, zodat de scènes goed op elkaar aansluiten.

      Bekijk voordat je aan de slag gaat met de leerlingen een filmpje waarin uitgelegd wordt wat een animatie is, zoals deze aflevering van Klokhuis of onderstaand filmpje. 

      Bedenk daarna met de leerlingen wat er verteld gaat worden. Daarvoor kan je de leerlingen (per groepje) een verhaal laten bedenken en dan eventueel de beste of leukste selecteren, maar je kan ook de groep gezamenlijk een verhaal laten bedenken. Bijvoorbeeld door eerst een groepje te laten bepalen wie de hoofdfiguren moeten zijn en hoe die eruit zien, een volgend groepje dan de keuze te laten maken in welke tijd het verhaal zich afspeelt, een derde groep bepaalt waar het verhaal zich afspeelt, een vierde groep bedenkt voor welk probleem de hoofdrolspelers gesteld worden en de vijfde groep bedenkt hoe het probleem opgelost wordt.

      Vervolgens ga je de hoofdrolspelers en eventuele attributen maken en/of verzamelen, en er wordt een decor gebouwd. Afhankelijk van het verhaal wordt per scène een decor gemaakt of er wordt gewerkt met één decor waarin het hele verhaal zich afspeelt.

      Pas als alles klaar is, wordt de animatie gemaakt. Daarvoor kan je gebruik maken van Jellycam. Ik heb over het werken met Jellycam een korte handleiding gemaakt die je hier kan downloaden.

      Morgen een introductie op en een handleiding voor Wevideo: een andere tool om leerlingen te stimuleren verhalen te vertellen. 

      maandag 12 maart 2012

      Verhalen vertellen

      Verhalen van leerlingen kunnen een prachtige bron zijn voor de les. Een verhaal over een uitstapje naar het bos kan gebruikt worden voor een biologieles, een verhaal van opa of oma voor een geschiedenisles, de nieuwe fiets die een leerling heeft gekregen kan gebruikt worden voor een les over afstanden enz. Elk eigen verhaal biedt kapstokken voor onderwijs dat aansluit bij de leefwereld van de leerling.

      Er zijn verschillende manieren om kinderen verhalen te laten vertellen. Op bijna alle basisscholen wordt wel iets gedaan aan kringgesprekken waarin de leerlingen vertellen over wat ze in het weekend of in de vakantie hebben gedaan. De verhalen kunnen dienen als basis voor één of meer lessen, maar je kan leerlingen ook vragen om een verhaal te bedenken naar aanleiding van een les. Bijvoorbeeld een verhaal dat zich afspeelt in het land of het tijdperk waarover ze les hebben gehad, een verhaal waarin verteld wordt over een proefje of de resultaten van een onderzoek dat ze hebben gedaan, een verhaal waarin ze hun eigen visie geven over een onderwerp dat besproken is in de les etc.

      Verhalen kunnen gewoon verteld worden, maar je kan ook verhalen vertellen in beelden. Deze week een tweetal tools om verhalen te vertellen in beelden: in de vorm van een animatie of een fotoverhaal. Niet alleen voor leerlingen in het basisonderwijs, maar ook voor leerlingen in het voortgezet onderwijs.

      Om te beginnen wat ideeën voor verhalen:
      • een verhaal over iets wat de leerlingen in het weekend/in de vakantie hebben gedaan,
      • een verhaal over een droom die ze hebben, een doel wat ze willen bereiken,
      • een verhaal over zichzelf in de toekomst,
      • een verhaal over een held,
      • een verhaal over een fantasiedier, een fantasieland,
      • een verhaal over zichzelf in de geschiedenis (als ridder, als Romein, Griek, Noorman, enz.),
      • een verhaal over hoe de wereld er uitziet over 100 jaar, enz.
      Door het vertellen van verhalen wordt de woordenschat van leerlingen vergroot, ze leren over oorzaak en gevolg en je kan ze vertellen over zaken als tijdsduur (versnelling, vertraging, tijdsprong) en tijdsvolgorde (flashback, flashforward en chronologie), over beeldtaal (compositie, kleurgebruik en belichting, perspectief) en over zaken als privacy, beeldrecht en auteursrecht.

      Natuurlijk kan je leerlingen 'gewoon' laten vertellen over hun verhaal, maar door ze een animatie of film van hun verhaal te laten maken zijn ze intensiever bezig met de taal en met het onderwerp van hun verhaal. Daarnaast biedt het de mogelijkheid om ze samen aan de slag te laten gaan, projectmatig te werken en dus te plannen en te organiseren.

      Het maken van een animatie of video kent altijd de volgende stappen:
      1. Bedenk het verhaal,
      2. Maak een storyboard waarin je in de vorm van tekeningetjes per scene kort noteert wat er gebeurt en wat je te zien krijgt,
      3. Verzamel of maak attributen: kleifiguren, legopoppetjes of andere figuren, requisiten, een decor enz. Als een animatie of fotoverhaal wordt gemaakt van tekeningen, dan kan deze stap natuurlijk overgeslagen worden.
      4.  Maak de beelden. Als je een animatie wilt maken, kan je de beelden maken met een speciaal animatieprogramma, zodat je de beelden niet later in dat programma hoeft te importeren,
      5. Voeg de beelden samen tot een animatie of fotoverhaal in een video-editor of animatieprogramma.. Voeg eventueel muziek of speciale effecten toe.
      Heel belangrijk is het om het maken van de animatie of het fotoverhaal goed te plannen. De meeste leerlingen zullen daarbij  hulp nodig hebben. Geef per stap aan wat de leerlingen moeten opleveren, bijv.:
      1. de opzet van het verhaal: wie zijn de hoofdpersonen, waar speelt het verhaal zich af, welke problemen moeten overwonnen worden,
      2. een storyboard met tenminste 5 scènes en per scène een beschrijving van de benodigde attributen,
      3. een foto van de attributen die verzameld zijn, 
      4. de tekeningen en/of foto's die gebruikt worden voor het fotoverhaal of de animatie,
      5. de animatie/het fotoverhaal.  

      Maak gebruik van lesmaterialen die anderen hebben gemaakt, zoals bijv. deze lesbrief van OBS Merenwijk, waarin leerlingen leren een film te maken. Begeleid en beoordeel het werk van de leerlingen per stap. Dat hoef je als leerkracht natuurlijk niet alleen te doen: je kan ook de leerlingen elkaars werk laten bekijken en om feedback vragen.

      Morgen en overmorgen aandacht voor tools waarmee je dit soort verhalen kan maken: een animatietool en een tool om fotoverhalen mee te maken, met bij elk een handleiding. 


      Afbeelding van jaci XIII, gepubliceerd onder CC-by-nc-sa.

      woensdag 8 februari 2012

      Strips maken: iets voor jouw lessen?

      Onlangs is - iets later dan verwacht - het MediaMachtig-project 'Strips maken' afgerond. In dit project bedenken leerlingen een verhaal, leggen dit digitaal vast d.m.v. foto’s en verwerken dit m.b.v. een softwareprogramma tot een eigen stripverhaal. In het project leren leerlingen zelf mediaproducties maken met foto's, ze maken zich de vaardigheden eigen om een digitale camera te gebruiken en ze leren te werken met een programma om strips mee te maken (bijv. ComicLife, Pikikids of PowerPoint). En natuurlijk biedt het zo maken van een strip prachtige ingangen om met de leerlingen in gesprek te gaan over vragen als of je iemand altijd mag fotograferen of dat het alleen mag als iemand toestemming geeft, of je overal foto's mag maken of dat er plaatsen zijn waar dat niet mag (bijv. op het schoolplein, in winkels enz.), of je je strip met daarin de foto's mag publiceren op je Hyves of in de krant enz.

      Het project was een groot succes op de school waar het werd uitgevoerd. En omdat alle materialen die het project heeft opgeleverd worden gedeeld, kan iedereen die dat wil nu met gemak hetzelfde project op de eigen school doen. Je kan vrij gebruik maken van:
      • de mindmap die een overzicht biedt van de activiteiten die de leerlingen moeten uitvoeren om een strip te maken,
      • de handleiding voor de leerkracht die het project ontwikkelt/uitvoert,
      • een opdrachtkaart voor de leerlingen, waarin staat wat ze moeten doen,
      • een scèneblad dat de leerlingen moeten invullen om het door hen verzonnen verhaal vorm te geven,
      • de eindevaluatie waarin de projectleider vertelt tegen welke problemen zij is aangelopen en hoe ze die heeft opgelost.

      Alles bij elkaar prachtig materiaal om mediawijsheid een plaats te geven in de lessen van leerlingen in de midden- en bovenbouw van het basisonderwijs en voor leerlingen die je extra uitdaging wilt bieden.

      woensdag 18 januari 2012

      Games van English Attack

      Al eerder schreef ik over English Attack: een site waar je videomaterialen vindt met daarbij oefeningen om Engels te leren. Sinds kort biedt de site ook de mogelijkheid om er verschillende games te spelen. En die zijn best leuk om te doen!

      Er zijn op de site 5 spellen te vinden:
      • Verb Dash: een spel om onregelmatige werkwoorden te oefenen. Je moet ofwel de tegenwoordige tijd, of de verleden tijd of het voltooid deelwoord invullen van een werkwoord. Als je het goed en snel doet, win je de race;
      • Word Rescue. In dit spel ga je aan de slag met beelden en woorden uit de Videobooster of de Photo Vocab oefeningen. Je krijgt een beeld te zien en moet daarbij het goede woord invullen door de letters op een typemachine aan te klikken. In feite dus een variant op Galgje, en dan met de woorden en beelden uit de andere oefeningen.
      • Swap Mania. Ook voor dit spel wordt gebruik gemaakt van de beelden en woorden uit Videobooster en Photo Vocab. In dit spelkrijg je een plaatje te zien met daarbij het woord, alleen staan er een paar letters in de verkeerde volgorde. Door letters van plaats te laten wisselen, zorg je ervoor dat de letters in de juiste volgorde komen te staan.
      • Speed Pix. In dit spel wordt alleen gebruik gemaakt van het materiaal van Videobooster. In dit spel krijg je een woord en moet je uit een serie beelden zo snel mogelijk de juiste selecteren.
      • Say What: Een spel waarbij je een tekst te horen en te lezen krijgt. Sommige woorden zijn alleen te beluisteren: die moet je zelf invullen in de geschreven tekst. 
      Het sterke van English Attack vind ik dat je op allerlei verschillende manieren aan de slag gaat met Engels. Door dezelfde informatie op verschillende manieren aan te bieden wordt die beter opgeslagen in je hersenen en is de kans dus groter dat je de kennis later kan reproduceren.

      English Attack is niet helemaal gratis: als je er veel gebruik van maakt moet je betalen. Maar er is wel een aardige hoeveelheid gratis oefenmateriaal. Te mooi, vind ik, om ongebruikt te laten!




      donderdag 22 december 2011

      Hoe Engels te leren

      Door: Martijn van den Berg

      Het valt bijna niet te ontkennen dat Engels op dit moment de belangrijkste taal is. Neem een gemiddelde pagina op facebook tegenwoordig, en toch een derde is in het Engels geschreven. Het Engels dat we tegenwoordig schrijven is van een veel hoger niveau. Maar met dat Engels overal, wat leren we nu op school en wat leren we eromheen?


      Als ik bedenk hoe ik Engels heb geleerd, denk ik natuurlijk meteen aan alle games die ik heb gespeeld, en de lessen die ik op de middelbare school in het Engels heb gehad. Toen ik naar de hotelschool ben gegaan, heb ik mijn Engels verder ontwikkeld door met buitenlandse mensen in school te praten. Maar bijna geen enkel deel van mijn Engels komt van wat ik van school heb geleerd.

      Dit wordt nog eens bewezen als je kijkt naar het niveau van Engels van middelbare scholieren. Er zit daar een gigantisch verschil in het niveau, omdat sommige mensen al in hun dagelijks leven al Engels spreken of schrijven, en anderen niet. Daaruit blijkt ook dat mensen daar dus blijkbaar meer mee leren dan Engels op school.

      Maar hoe kan je dit op school het beste aanpakken? Hoe kan je zorgen dat alle studenten op dit niveau komen? Studenten zijn liever bezig met hobby's dan met school. Je kan dus beter proberen studenten te stimuleren deze media in het Engels op te zoeken. Ten slotte worden studenten gemotiveerder als ze weten dat er ook echt iemand iets heeft aan wat ze doen.

      Als je nu aandacht besteedt in de les aan wat leuk is, en niet wat leerzaam is, en dan als leerkracht de controlerende functie uitvoert, door te checken of het niveau van grammatica hoog genoeg ligt. Er zijn eigenlijk veel te veel leuke manieren om Engels te leren, je moet alleen van de bestaande structuur af.

      Eigenlijk zijn het de dagelijkse dingen die je het beste Engels leren. En in de toekomst zal er ook meer Engels in het dagelijkse leven komen. Het is daarom belangrijk van de bestaande mogelijkheden gebruik te maken, dan leren studenten zichzelf Engels.

      N.B. Dit was de laatste blogpost van dit jaar. We zijn weer terug op 9 januari 2012. De beste wensen allemaal!

      woensdag 7 december 2011

      Leren door verhalen te vertellen

      Gisteren besprak ik hier hoe je met Moglue interactieve verhalen kan maken. Vandaag vertel ik hoe je het maken van zo’n boek gebruikt om les te geven, niet alleen de taal- maar ook de rekenles, de geschiedenisles, de aardrijkskundeles of de biologieles. En hoe je tussen neus en lippen door je leerlingen laat nadenken over copyright, over het zoeken en beoordelen van bronnen op internet, over hoe je informatie kan presenteren en over privacyzaken.

      Taal-poëzie
      Leerlingen maken een boek over een fictief beest. Daarvoor laat je ze eerst kennismaken met de Gorgelrijmen van Cees Buddingh. Daarbij kan je gebruik maken van deze nieuwe uitgave, geïllustreerd door Katinka van Haren waarvan hier een voorproefje te vinden is. In deze les kan je verder aandacht besteden aan poëzie, bijvoorbeeld op basis van de webpagina’s over poëzie op de site Leerkracht.nl.

      Biologie
      Vraag de kinderen vervolgens een lijst te maken van favoriete dieren en daaruit een top 3 te kiezen. Daarmee gaan ze straks een nieuw fabeldier samenstellen. Maar voordat het zover is, vraag je de leerlingen goed onderzoek te doen naar de eigenschappen van hun dieren: hoe zien ze eruit, wat zijn de karaktereigenschappen van de door hen gekozen dieren: leven ze in groepen of alleen, wat eten ze, hoe verplaatsen ze zich, hoe planten ze zich voort, met welke andere dieren leven ze samen?
      Informatie zoeken en beoordelen
      Bespreek met de kinderen tevoren hoe ze gaan zoeken en welke zoekwoorden ze gebruiken. Maak hiervoor een mindmap. Bespreek ook hoe ze de gevonden resultaten gaan beoordelen. Vraag ze te onderzoeken wie de makers zijn van de sites die ze hebben gevonden, waarom ze die sites hebben gemaakt en wanneer voor het laatst informatie is toegevoegd op die site. Maak hiervoor eventueel gebruik van de informatie op Schoolbieb.nl. Beoordeel samen met de leerlingen of ze gewerkt hebben met de juiste sites, of dat ze beter andere sites hadden kunnen gebruiken en waarom.

      Samenwerken
      Vraag de leerlingen de gevonden informatie samen te voegen zodat er per dier een compleet beeld ontstaat. Geef ze dan de opdracht een nieuw fabeldier te bedenken. Het nieuwe dier heeft de romp van het ene dier, de kop van het tweede dier, en de poten en eventueel vleugels van het derde dier. Het fabeldier heeft ook de eigenschappen van alle drie de dieren die de kinderen hebben onderzocht: het leeft bijvoorbeeld net als konijnen in grote groepen, het legt eieren om zich voort te planten en leeft in de woestijn. Bespreek met de leerlingen hoe ze gaan kiezen: gaan ze stemmen per eigenschap of willen ze met elkaar in debat, gaan ze onderhandelen?

      Mens- en maatschappijvakken
      Een verhaal kan overal plaatsvinden: in de omgeving van de school of juist in een andere plaats of ander land. Of op een plaats die niet bestaat: in een fictief land of op een onbekende planeet. En een verhaal kan zich afspelen in het nu, maar ook in het verleden of de toekomst. Bespreek met de leerlingen waar en wanneer het verhaal zich afspeelt. Je kan dit natuurlijk koppelen aan het onderwerp waarmee je in lessen aardrijkskunde of geschiedenis bezig bent.

      Taal: proza-stelopdracht
      Lees met de kinderen een verhaal en bespreek hoe dat verhaal is opgebouwd. Bijvoorbeeld eerst wordt verteld wie de hoofdpersoon is en hoe en waar hij leeft, dan wordt verteld hoe die persoon in de problemen komt, vervolgens wordt verteld hoe het probleem wordt opgelost, en tot slot hoe het de hoofdpersoon vergaat nadat de problemen zijn opgelost. Maak hierbij eventueel gebruik van dit achtergrondmateriaal, te vinden op de website van College de Heemlanden. Om het je leerlingen makkelijk te maken kan je de verhaallijn in een schema weergeven, zoals hier gedaan is door Henny Jellema. Je kan je leerlingen elk een eigen verhaal laten schrijven in een wiki, zoals leerkracht Elke Das, van basisschool St. Willibrordus, dat doet.

      Tekenen
      Natuurlijk moeten bij het verhaal ook tekeningen gemaakt worden. Hierbij kan je de taken verdelen en de kinderen in groepjes laten samenwerken. Je kan ervoor kiezen om elk groepje een eigen pagina te laten maken en één of meer objecten, of om per groepje ‘reeksen’ afbeeldingen te laten maken (bijv. achtergronden, hoofdpersonen, objecten). Stimuleer dat de leerlingen hun eigen fantasie gebruiken, dan is het geen enkel probleem als de tekeningen in stijl niet bij elkaar passen. Je kan tekeningen laten maken, maar je kan natuurlijk ook het verhaal 3-dimensionaal laten afbeelden en de leerlingen decors laten bouwen en kleifiguren laten maken. Maak daar dan foto’s die je kan gebruiken in je boek. Je kan er natuurlijk ook voor kiezen om je boek niet te maken met Moglue, maar om er een klei-animatie/stopmotion-filmpje van te maken. Lees in mijn blog welke tools je daarvoor kan gebruiken.

      Mediawijsheid-copyright
      Nu ga je het verhaal maken. Scan de tekeningen in en maak de achtergronden van de objecten transparant, bijv. met het gratis te downloaden programma Photofiltre. Laat leerlingen zoeken naar bij het verhaal passende geluidsbestanden. Bespreek dat je niet zomaar geluidsbestanden mag downloaden van internet, omdat daar copyright op zit, maar dat je wel gebruik mag maken van bestanden die gepubliceerd zijn onder een Creative Commons licentie. Maak hierbij eventueel gebruik van de informatie die hierover te vinden is op Wikikids: over auteursrecht en over Creative Commons. Upload het gevonden materiaal naar de Moglue builder.

      Computervaardigheden
      Nu ga je het boek echt maken. Maak nu zoveel pagina’s aan als nodig is voor het boek en sleep per pagina de achtergronden en de objecten in de pagina. Op de achtergrond plaats je een tekstblok waarin je de tekst van je verhaal zet. Aan de objecten koppel je de geluiden en de animaties. Kom je er niet uit hoe dat moet, raadpleeg dan de handleiding of stel een vraag in het Moglue-forum.

      Rekenen
      Wie een boek heeft geschreven, wil dat boek natuurlijk ook gaan verkopen. Dat kan met Moglue. Je kan je boek aanbieden via de Moglue Store. Maar het bedrag dat de mensen betalen voor jouw boek is niet helemaal voor jou: de app-store van Apple en de Android-Market willen éénderde deel van de opbrengst. Van het geld dat je verdient wil de belasting misschien ook wel een deel hebben. En om je boek te kunnen maken moest je zelf misschien een tablet aanschaffen, of een camera of een scanner om je tekeningen in te scannen. Hoeveel boeken moet je per jaar verkopen en welke prijs moet je ervoor vragen om na 1 jaar winst te maken? En na 2 jaar? Genoeg ingangen voor een uitgebreide rekenles met breuken en procenten.

      Taal
      Nog behoefte aan een extra les taal? Laat je leerlingen dan eens het boek voorlezen. Daarbij kan je bijvoorbeeld de dialogen laten voorlezen door verschillende kinderen, je kan letten op het aanbrengen van  rustpauzes in het voorlezen op basis van de interpunctie, enz. Je kan er - als je dat wilt - een wedstrijd van maken: wie leest het leukste voor en waarom vind je dat?

      Tot slot
      In dit blogje vertel ik hoe je een geanimeerd verhaal kan maken met Moglue omdat ik dat zo'n inspirerende tool vindt. Maar je kan natuurlijk ook een verhaal maken met andere software (bijv. met de tool TaleSpring, die ongeveer hetzelfde doet als Moglue), je kan er (zoals ik gisteren al suggereerde) een klei-animatie van maken of een diapresentatie waarbij je het verhaal laat voorlezen, en je kan natuurlijk ook 'gewoon' het verhaal op (virtueel) papier zetten. De lessen draaien niet om de software, maar om het vertellen van een verhaal. De tool die je gebruikt kan je les wel verrijken.

      Deze serie lessen is natuurlijk maar een voorbeeld: er zijn allerlei andere manieren waarop je het maken van een boek kan gebruiken als kapstok voor een les. Je hoeft het maken van een boek natuurlijk ook niet zo uitgebreid en verspreid over zoveel lessen te doen: je kan er ook voor kiezen om er maar een paar lessen aan te besteden. Je kan ervoor kiezen om te laten stemmen op het beste/mooiste/spannendste boek, en daarvoor prijzen uit te laten reiken. Je kan al je leerlingen hun eigen boek laten maken, of ze in teams laten werken. En je kan het project verspreiden over de verschillende bouwen: leerlingen uit de onderbouw maken de tekeningen, leerlingen uit de middenbouw doen onderzoek en leerlingen uit de bovenbouw schrijven het verhaal en animeren het.

      Leerlingen een boek laten maken biedt heel veel kapstokken: jij kan als leerkracht kiezen welke jassen je eraan ophangt!

      Afbeelding van ticoneva, gepubliceerd onder CC-by-nc.

      maandag 14 november 2011

      Talen spreken met Intervue

      screenshot intervue Nik Peachey
      Wie een taal wil leren spreken moet oefenen. Heel veel oefenen. En dat is is best lastig in een klas want je kan onmogelijk alle leerlingen in een lesuur aan het woord laten komen. Om ze toch te laten oefenen kan je leerlingen de opdracht geven een filmpje te maken waarin ze iets vertellen of reageren op een vraag of een discussie.

      Een handige tool daarvoor is Intervue.me. Hier kan je, na het aanmaken van een - gratis - account, een 'intervue' aanmaken waarin je een aantal vragen stelt of stellingen poneert. Je geeft vervolgens aan of jouw interview op de openbare pagina van de site mag worden geplaatst of alleen zichtbaar is voor wie de link heeft, of alleen mensen mogen reageren die een account hebben op de site of iedereen, en of mensen mogen reageren op de video's die worden geplaatst als reactie op jouw interviewvragen.

      Als je dat hebt gedaan, stuur je je leerlingen de link naar jouw interviewvragen. De leerlingen kunnen daarmee jouw vragen bekijken en op elke vraag reageren door met behulp van een webcam een antwoord op te nemen van maximaal 60 seconden. Als je hebt aangegeven dat iedereen mag reageren op je interview hoeven je leerlingen hiervoor geen eigen account aan te maken.

      Je hoeft als docent niet alle videoreacties van alle leerlingen op alle vragen te bekijken en te beluisteren. Vaak is een kort fragment genoeg om je een indruk te geven wat een leerling ervan heeft gemaakt. Je kan natuurlijk ook aan de leerlingen vragen om elkaar feedback te geven. Dat werkt prima, zeker als je leerlingen ook beloont voor het geven van goede feedback, zoals bijvoorbeeld gedaan wordt in dit project. Om je leerlingen op elkaar te kunnen laten reageren (door middel van geschreven tekst), moet je bij de instellingen hebben aangegeven dat er gereageerd mag worden op de video's. Om te kunnen reageren op een video moeten de leerlingen wel een eigen account aanmaken bij Intervue.

      Vind je het leuk om eens te kijken hoe je Intervue.me kan gebruiken? Nik Peachey, een Engelse blogger, heeft een intervue gemaakt waarin hij je mening vraagt hoe 'digitaal' jouw onderwijs is. Het interview is openbaar, dus je kunt de videoantwoorden van iedereen bekijken en je kan er zelf ook op reageren.Veel succes!

      woensdag 12 oktober 2011

      Spreaker: een 27 mc bakkie op internet

      screendump SpreakerNog altijd hoor je soms mensen met weemoed praten over hun 27 mc bakkie: de zendapparatuur waarmee ze een eigen radio-uitzending verzorgden. Ik heb het zelf nooit gedaan, maar ik kan me wel voorstellen dat het een kick gaf om - tegen de wet in - de wereld te laten weten dat jij bestaat. Wat dat betreft zou je profielsites (Hyves en Facebook) en video- en fotosharingsites (Youtube, Flickr) kunnen zien als een moderne variant van deze bakkies. Ook daar kan je immers jezelf laten horen en zien en anderen laten delen in je (media)voorkeuren.

      De webtool Spreaker heeft voor mij ongeveer dezelfde uitstraling als het 27 mc bakkie van destijds. Met Spreaker maak je je eigen (live) radio-uitzending van maximaal een half uur. Voor het maken van die uitzending krijg je een mengpaneel op je scherm waarmee je muziek kan laten horen, afgewisseld met jingles, loops en soundeffects en natuurlijk je eigen stemgeluid. Je kunt gebruik maken van de muziek die klaargezet is in Spreaker, maar je kan ook je eigen geluidsbestanden uploaden. Van belang is daarbij natuurlijk wel dat je het recht hebt om die geluidsbestanden te uploaden: je mag natuurlijk niet auteursrechtelijk beschermd materiaal gebruiken in je radio-uitzending.

      Een tool als Spreaker (of andere tools om je eigen podcast/radio-uitzending te maken) lenen zich natuurlijk geweldig voor het leren spreken van vreemde talen. Leerlingen kunnen een radio-uitzending maken in de doeltaal, met daarin bijvoorbeeld interviews met elkaar of met native-speakers van de vreemde taal, ze kunnen vertellen over hun eigen hobby of over de muziek die ze laten horen, ze kunnen een radio-uitzending maken over zichzelf en dan uitwisselen met een klas in het buitenland enz.

      Spreaker kan ook ingezet worden om leerlingen op zoek te laten gaan naar informatie over allerlei onderwerpen. Ze kunnen voor LOB vakmensen interviewen, voor de kunstvakken kunstenaars uit de regio, voor geschiedenis iemand die werkt in een oudheidkundig museum enz. In een uitzending kan ook een live Skypegesprek opgenomen worden. Daarvoor moet je wel een aantal instellingen op je computer aanpassen, en het vraagt een gedegen voorbereiding om zo'n gesprek goed te laten verlopen. Voor het onderwijs zou ik er zelf de voorkeur aangeven om zo'n interview tevoren op te nemen en het daarna in de uitzending te plakken. Dat heeft als voordeel dat je tevoren delen uit het gesprek kan knippen zonder dat je de hele radio-uitzending over hoeft te doen.

      De radio-uitzendingen die door de leerlingen gemaakt worden kunnen door de school ingezet worden als communicatiemiddel, bijvoorbeeld met de ouders, met 'aanleverende' scholen of met het beroepenveld. En natuurlijk kan je Spreaker ook gebruiken om radio-uitzendingen te maken voor en door de leerlingen zelf. Leuk toch, om je eigen uitzending te horen in de pauze?!

      Wil je wat hulp hebben bij het gebruik van Spreaker dan kan je gebruik maken van de handleiding die ik heb gemaakt.

      maandag 10 oktober 2011

      Je leert het met muziek

      Er is veel onderzoek waaruit blijkt dat muziek een bijdrage kan leveren aan onderwijs. En het is dan ook niet voor niets dat er op veel scholen lekker gezongen wordt met de leerlingen. En dat creativiteit van belang is maar op scholen soms in de verdrukking komt: daar is ook weinig onenigheid over. Als je die twee zaken met elkaar wilt combineren, muziek en creativiteit, dan kom je al gauw uit bij muziek componeren. Dat lijkt ingewikkeld en ik ken dan ook weinig scholen waar kinderen hun eigen muziek componeren, maar met Isle of Tune, een nieuwe app voor de iPad, is dat wel mogelijk en verschrikkelijk leuk!

      Isle of Tune is een 'spel' waarbij je wegen aanlegt waar je autootjes overheen kan laten rijden. Langs de wegen plaats je bomen, plantenbakken, huizen, verkeersborden en lantaarnpalen. Elk object koppel je aan een noot die op een instrument wordt gespeeld of een geluidseffect. Met bruggen kan je het autootje lang of kort laten stoppen. Wanneer het autootje langs een object rijdt, klinkt de toon die het object vertegenwoordigt. Zo kan je eenvoudige melodietjes laten klinken, maar ook (ingewikkelde) songs. Je kan één weg maken, maar ook een aantal wegen, en je kan één autootje laten rijden, maar ook een aantal autootjes tegelijkertijd.

      Het is erg verslavend om met Isle of Tune te spelen. Noten lezen is een behoorlijk abstract iets: door een melodie weer te geven als een weg wordt het veel concreter. Daardoor maak je met deze app al gauw eenvoudige 'liedjes'. Ben je eenmaal zo ver dat je je eerste liedje hebt gemaakt, dan kan je van daaruit steeds nieuwe dingen/tonen toevoegen, al is het maar een tweede, gelijke weg waarmee het door jou gecomponeerde liedje ineens als canon te beluisteren is.

      Ik zou kinderen graag met Isle of Tune laten werken. Ze kunnen er hun creativiteit en hun muzikaliteit mee ontwikkelen. Wil je Isle of Tune gebruiken voor de basisvakken, denk dan eens aan taal (poëzie) en aan rekenen. Hoeveel kwart-noten gaan er in een halve noot?? Je kunt Isle of Tune natuurlijk ook gebruiken om uit te leggen hoe geluid tot stand komt, en hoe de verschillende instrumenten geluidsgolven produceren. Je leert het met muziek!

      p.s. Denk nu niet dat muziek maken met Isle of Tune alleen is weggelegd voor bezitters van een iPad. Het spel bestaat al veel langer op het web, dus iedereen kan ermee aan de slag!

      woensdag 21 september 2011

      Engels leren

      screenshot website ABEEngels is een taal die we overal om ons heen horen. Maar dat betekent niet dat wel die taal ook allemaal machtig zijn. Gelukkig zijn er veel sites die leerlingen helpen om de taal te leren. Een heel mooie site is de Minneapolis Adult Basic Education, gemaakt door de Minneapolis Community Education. Je vindt er talloze links naar taaloefeningen op het web. Alhoewel de site in principe is gericht op volwassenen, is er voor leerlingen van zowel het basis- als het voortgezet onderwijs - veel te vinden.

      De links zijn gerangschikt op het niveau van de leerder: vanaf level 0 (de beginner) tot aan GED (General Educational Development). Per level vind je dan links naar oefeningen voor grammatica, luisteroefeningen, uitspraakoefeningen, leesoefeningen, spellingsoefeningen, woordenoefeningen en schrijfoefeningen. Er zijn ook links naar oefeningen die betrekking hebben op een thema, zoals het dagelijkse leven, eten, vakantie en 'persoonlijke zaken', zoals familieleven en gevoelens. De variatie in oefeningen is groot: er zijn invuloefeningen, spelletjes, quizzen, matchoefeningen en nog veel meer.

      Daarnaast zijn er voor docenten links naar algemene sites over de Engelse taal en naar sites over de Amerikaanse cultuur, geschiedenis, het dagelijkse leven enz.

      Omdat de oefeningen zowel op niveau als op thema gerangschikt zijn, kan je er makkelijk materiaal vinden ter aanvulling van een les. Voor wanneer het materiaal in de methode onvoldoende mogelijkheden biedt voor oefeningen, om meer variatie te bieden in de oefeningen of voor een leerling die wat extra oefening nodig heeft. De meeste oefeningen kunnen door leerlingen zelfstandig gebruikt worden omdat ze zelf kunnen zien of een antwoord goed of fout is. Wat helaas wel bijna bij alle oefeningen ontbreekt is feedback waarom een antwoord goed of fout is. Je zult dus als docent vinger aan de pols moeten houden of de leerling niet vastloopt of verkeerde ezelsbruggetjes ontwikkelt. De site maakt het je dus wel makkelijker, maar neemt het werk niet van je over!

      dinsdag 21 juni 2011

      Animaties maken

      afbeelding van een kind dat bezig is met een webcam opnames te maken voor een animatieVoor de vakantie schreef ik een blogje over het gebruik van animaties als middel om de leerstof te verduidelijken. Daarmee heb ik maar één kant belicht van de mogelijkheden van animaties. Je kunt ze namelijk niet alleen bekijken: je kunt ze ook maken. Je kunt zelf animaties maken voor je les of dat als opdracht geven aan je leerlingen. Door de enorme hoeveelheid gratis te gebruiken animatiesoftware en de grote gebruikersvriendelijkheid daarvan is dat een leeractiviteit die goed uit te voeren is binnen de lestijd èn binnen het budget van het onderwijs. Dat het een leerzame activiteit is zal duidelijk zijn: om een animatie te maken moet je wat je wilt vertellen tot de essentie terugbrengen en bepalen hoe je dat in beeld brengt.

      Je kunt animaties (laten) maken over allerlei verschillende onderwerpen. Je kunt bijv. processen in beeld brengen (bloedcirculatie van het hart, spijsvertering van de koe, mythose, de gevolgen van een windturbine voor de vogels in de omgeving van die turbine), maar je kunt ook een geanimeerde samenvatting van een verhaal laten maken (zoals onderstaande animatie over 'De mooiste vis van de zee', een prentenboek van Marcus Pfister) of van een spreekwoord of gezegde. Je kan leerlingen ook animaties laten maken over historische of mythische verhalen, bijv. het verhaal van het Paard van Troje of het verhaal van Icarus of ze zelf een gedicht laten schrijven waarbij ze een animatie maken. Ook kan je geanimeerde handleidingen maken, zoals bijv. deze handleiding hoe je een mummie maakt. En het maken van een animatie is natuurlijk ook een prachtige activiteit in het kader van de kunstvakken.

      Kijk voor meer voorbeelden op dit YouTube-kanaal op de site Eurocreator of op SAM Animation.

      Als je zelf, of met leerlingen, een stopmotion animatie wilt maken, dan zul je eerst moeten bepalen welke software je daarvoor wilt gebruiken. Ga je eerst zelf aan de slag met het maken van animaties, dan kan ik je aanraden om te beginnen met de gratis software, bijv.:
      Heb je besloten dat je je leerlingen er ook mee wilt laten werken en heb je niet genoeg aan de mogelijkheden van de gratis tools, dan kan je eens kijken wat de betaalde tools te bieden hebben. Betaalde tools zijn o.a.:
      Het zou leuk zijn als je hier een berichtje achterlaat wanneer jij of je leerlingen een animatie gemaakt hebben die in het onderwijs gebruikt kan worden. Succes!

      Afbeelding van tplcstudents, gepubliceerd onder CC-by-sa.