Posts weergeven met het label school-algemeen. Alle posts weergeven
Posts weergeven met het label school-algemeen. Alle posts weergeven

donderdag 1 december 2011

Over creativiteit op school

Door: Martijn van den Berg
"School kills creativity", een welbekende quote van Ken Robinson. Maar hoe moet het dan wel? Dat is de vraag waar het bij TedX twee weken geleden om ging in de workshop. Vorige week heb ik iets geschreven over de dag van Tedx zelf, maar ik vind het zeker niet onbelangrijk om ook nog iets over deze workshop te schrijven.

Mijn bijdrage bij deze workshop was om te laten zien wat creativiteit nu eigenlijk was. Ik zie creativiteit als het verbinden van woorden met elkaar. Om een woord te nemen, en zo veel mogelijk woorden hiermee te kunnen associëren, en ze dingen aan elkaar kunnen linken die normaal gesproken vergezocht zouden zijn, tot in het eindeloze.

In de discussie met de aanwezige mensen, kwamen we tot de conclusie dat iedere restrictie die je leerlingen oplegt, zorgt dat de creativiteit gelimiteerd wordt. De meest creatieve mensen zijn de mensen die geen grenzen opgelegd krijgen. Daarnaast moet je creatief willen zijn. Je moet in staat zijn iets te kunnen doen dat je erg leuk vindt, zodat je er ook met plezier mee aan de slag gaat.

De meest interessante conclusie was nog wel dat met het huidige beoordelingssysteem mensen worden gestraft als ze fouten maken, door middel van lage cijfers en uiteindelijk niet over gaan, terwijl fouten juist de belangrijkste leermomenten zijn in het leven. Het gaat zelfs zo ver dat als je ergens niet goed in bent, je het continu opnieuw mag gaan doen, terwijl als je iets goed doet, je jezelf niet meer kan verbeteren.

Als je dit gaat analyseren naar een ideale leersituatie, dan kom je er op uit dat je leerlingen gewoon een heel erg algemene opdracht moet geven, waar ze zelf interpretatie aan kunnen geven. Als je leerlingen in groepsverband een opdracht geeft, gaan ze automatisch het werk verdelen, wat er in dit geval toe leidt dat ieder doet waar hij of zij goed in is, wat uiteindelijk leidt tot een keihard werkende groep met een hoop ideeën. Tussendoor kan je als docent ondersteuning geven als leerlingen richting nodig hebben, en verbeterpunten als het niet helemaal goed loopt.

Dit is uiteraard een ideaal leerproces, en zal ook niet zo maar ingevoegd worden zonder problemen, omdat het het huidige schoolsysteem ingrijpend zou moeten veranderen. Maar het is toch iets om over na te denken, aangezien creativiteit naar mijn mening een van de belangrijkste vaardigheden is om in het bedrijfsleven je te onderscheiden van andere mensen, aangezien creativiteit een persoonlijk iets is. Daarom is het misschien toch wel belangrijk om aandacht aan te geven in het onderwijs.

donderdag 17 november 2011

Schrijven is zilver...

Door: Martijn van den Berg
Het is dinsdag half 6. De laatste les van de dag. Buiten is het al bijna volledig donker. De les gaat over boekhouding. Duidelijk wordt al snel, dat dit niet de meest interessante les is voor de meeste mensen. Twee geluiden heersen in het klaslokaal: het praten van de docent en het driftig geschrijf van pennen. Iedereen schrijft klakkeloos over wat de leraar zegt, in de hoop later iets van te begrijpen. Toch heb ik het idee dat dit nog een grote uitdaging gaat zijn voor de meeste mensen.

Ik geloof niet dat het schrijven iets oplevert, aangezien niemand een vraag stelt in de les, en niemand ook maar reageert op de vragen die gesteld worden. En dit gebeurt in praktisch iedere les, wat tot resultaat heeft dat bijna iedere les een eenrichtingsverkeer is van de docent, zonder enige feedback van leerlingen of alle informatie wel begrepen wordt.

Ik vind dat je, om het meeste uit de les te halen, actief moet meedoen, en niet als een toerist alles moet opschrijven om het later te lezen. Ten slotte heb je als student invloed op hoe uitgebreid bepaalde stof behandeld wordt, en kan je vragen om iets nog beter uit te leggen, als je het niet helemaal begrijpt. Dat is veel effectiever dan alles opschrijven en later kijken of je het wel begrijpt.

Natuurlijk ligt een deel van de verantwoordelijkheid ook bij de docent, maar het is een proces dat twee kanten op gaat. Net zoals dat ik vaak genoeg benadruk dat docenten creatiever les kunnen geven, denk ik ook dat een leerling ook veel aan een les kan toevoegen. Alleen zo wordt 1+1 3.

donderdag 19 mei 2011

Learners of the 21st Century

Door: Martijn van den Berg
Het zal niemand verbazen als ik zeg dat social media op dit moment heel erg groot zijn. Volgens onderzoek gebruikt 76% van alle mensen social media, en bedrijven maken daar dapper gebruik van. Een van die bedrijven is Kennisnet. Deze willen ook meer te weten komen over het effect van social media, en hebben daarom aan YoungWorks gevraagd om een onderzoek in te stellen. Doel van het onderzoek is om te testen hoe jongeren social media gebruiken en hoe juist jongeren zich dit eigen maken.

21 Jongeren in de leeftijdscategorie van 15-25 jaar doen samen aan dit project mee. Ik ben er één van, maar met mij nog veel mensen. Allemaal hebben ze iets met social media te maken. Allemaal wonen ze 4 bijeenkomsten bij, waar gepraat wordt over social media, om zo bruikbare praktijkcases naar boven te halen. Daarnaast krijgen we allemaal opdrachten en vragen tussendoor.

Ik was meteen omver toen ik gevraagd werd. Naast dit creatieve experiment, is het natuurlijk ongelofelijk leuk om van andere mensen te leren, aangezien social media zo ongelofelijk in opkomst is. Volgende week is de eerste bijeenkomst. Ik ben benieuwd! Misschien nog wel een onderwerp dat voor meer blogjes vatbaar is.

donderdag 17 maart 2011

Beoordelen van docenten

Door: Martijn van den Berg
Ik betaal schoolgeld om op school te zitten. Ik verwacht dan als student ook dat iedere docent gekwalificeerd is en iedere dag zo goed mogelijk zijn best doet om mij les te geven, net zoals ik ook mijn best doe om mijn huiswerk te maken. Dit gebeurt dan ook meestal. Maar je best doen is niet genoeg om goed les te geven. Sommige docenten hebben totaal verkeerde ideeën van wat goed lesgeven is, terwijl ze het goed bedoelen. Wie gaat dan vertellen hoe het wel moet?

Ik ben van mening dat de enige personen die een docent op een goede manier kunnen beoordelen studenten zijn. Je kan van alles proberen met het meten van resultaten, maar dit werkt in de praktijk niet. Als een docent slecht lesgeeft, beseffen leerlingen vaak dat ze niets weten en extra veel leren. Als een docent goed lesgeeft, kunnen studenten beseffen dat ze alles weten en minder voorbereiden voor een toets, en zo lopen ze als de toets moeilijker is tegen de paal. Cijfers zeggen eigenlijk niets.

Een beoordeling van een student is natuurlijk ook zeer subjectief. Het is allemaal afhankelijk van verwachtingen. Waar de ene leerling verwacht dat een docent grappig is en op een creatieve manier de stof brengt, zal de andere leerling gewoon kort en bondige informatie willen, om gewoon als aantekeningen over te schrijven, en te leren voor een toets. Er is geen manier om iedereen tevreden te stellen.

Het grootste probleem met dit soort beoordelingen is, dat het praktisch nooit gebeurt dat een leerling na de les naar een leraar loopt en deze een schouderklopje, of opbouwende kritiek meegeeft. Als leerlingen vinden dat ze niets leren, wordt dit meestal niet gezegd, omdat je als enkele leerling toch niets kunt veranderen. Bovendien kan de mening van een leerling totaal anders zijn dan de mening van de groep.

Het is daarom ongelofelijk belangrijk om als docent af en toe aan de klas te vragen wat men vindt van de manier van lesgeven. Immers, als niemand ooit zegt dat je iets fout doet, zal je daar zonder te beseffen mee doorgaan zonder te weten dat je iets fout doet. Naar mijn ervaring wordt ongelofelijk weinig de mening van de student gevraagd door docenten, en dit is jammer. Dit is naar mijn mening een gemiste kans. Van fouten leert men ten slotte, maar alleen als men weet wat fout gedaan wordt.

donderdag 10 februari 2011

Deurtje open, deurtje dicht

Door: Martijn van den Berg
Afgelopen week ben ik verhuisd. Mijn voorgaande huis was niet erg hoogwaardig te noemen, dus zodra ik iets ruimers zag dat scherper geprijsd was, was ik snel over. Daarna natuurlijk een hoog regelwerk en een week geleden was het dan zover. Met een flinke verhuisploeg, hebben we binnen twee dagen alles over gekregen. Ik ben hartstikke blij met mijn nieuwe kamer, maar het is toch erg wennen.

In mijn vorige huis woonde ik in totaal met vier personen, waarvan ik twee amper zag. Je leeft dus eigenlijk samen met één persoon. Nu woon ik in een studentenhuis met een totaal van 11 inwoners. Dat is toch een opmerkelijke verandering.

In mijn oude huis heb ik nooit echt als in een studentenhuis geleefd. Ik woonde met zn tweeën, en je bent dan erg op elkaar gefocust. Iedere dag om precies 5 uur stond er eten klaar, en iedere dag ruimde ik samen alles op. Nu probeer ik enigszins een eetsysteem op te zetten, wat mij amper lukt doordat veel studenten hun eigen plan trekken, en van het opruimen van de gezamenlijke ruimtes is een gigantische organisatie.Het is een beetje een uitdaging om alles zo te ordenen als in mijn oude huis.

Maar wat me nog het meeste opvalt is dat het huis meer leeft. Ik liet vroeger altijd standaard mijn deur open voor iedereen. Zo had ik het redelijk rustig, want er waren maar twee mensen die mogelijk een praatje wilden maken. Als ik nu mijn deur open laat staan, wandelt iedereen zo binnen om een praatje te maken. Dit vind ik erg gezellig, maar af en toe ben je met iets bezig en dan wil je niet dat er mensen binnen komen. Dan moet je de deur dicht doen. Dit heeft als gevolg dat in het hele huis men de deur vaak dicht heeft, wat voor mij erg wennen is.

Elf zielen, elf aparte levens, ieder zijn eigen gewoontes. Je huisgenoten kan je niet kiezen, maar je kunt wel zorgen dat je het onderling een beetje gezellig gaat, door proberen af en toe samen te eten, of door zelf af en toe te gaan buurten. Mocht dit niet lukken, dan zijn er nog genoeg andere mensen over. Ik mag absoluut niet klagen, maar ik kan het ook niet laten om te zeggen dat het daarnaast erg wennen is om met zo veel personen in een huis te leven. Voorlopig deurtje open, maar af en toe toch deurtje dicht.

donderdag 27 januari 2011

De kosten van milieubewust zijn

Door: Martijn van den Berg
"We use 1,3 earth at the moment, but we only have 1" Dit staat op het bordje dat je tegenkomt als je de kantine van Stenden binnen komt. Wat je vervolgens ziet, is een erg grote, ruime kantine met vijf verschillende afdelingen. Wat nog het meest opvalt, is dat al het eten biologisch, en organisch is. De kopjes (voorzien van Stenden logo) zijn ook gerecycled en biologisch afbreekbaar. Zo is de hele school voorzien van dit soort dingen. Werkstukken moeten ingeleverd worden in gerecyclede mapjes, die speciaal verkrijgbaar zijn in de ReproShop in de school.

Het is natuurlijk prachtig dat Stenden als School aan het milieu denkt, en het is natuurlijk een geweldige PR-tool. Maar wat kost dit de student? Die gerecyclede mapjes zijn natuurlijk erg duur om te kopen, en het is nu ook niet bepaald leuk terug geroepen te worden bij de kassa omdat je 15 cent moet bijbetalen omdat je een tweede beker voor je soep gepakt hebt. Daarnaast zijn de prijzen van sommige artikelen een stuk hoger doordat deze biologisch zijn.

De gemiddelde student is zich weliswaar wel bewust van het milieu, maar om daarvoor continu bij te betalen is naar mijn mening net iets teveel gevraagd. Veel studenten moeten erg op hun geld letten, en aangezien de kantine vaak de enige mogelijkheid is om iets vers te halen, heb je niet veel keus. Je kan natuurlijk altijd zelf brood meenemen, maar als je bijvoorbeeld praktijk loopt, is dit je enige optie tot een warme hap.

Daarnaast zie je ook dat fastfood veel goedkoper is dan gezonde broodjes. Zo kost een pannenkoek, of een frikandel rond de euro, terwijl een gezond broodje al snel 2,25 euro kost, met een lage winstmarge. Dit allemaal omdat alle ingrediënten biologisch moeten zijn.

Er bestaat bij ieder bedrijf een milieuverantwoordelijkheid. Het ene bedrijf zal dit iets verder trekken dan het andere bedrijf. Maar een Green Key certificaat is naar mijn mening eerder een pr tool, dan je eigen maatregelen treffen. En op dat moment moet je je gaan afvragen wat anderen moeten bijdragen aan jouw certificaat, en op welke gebieden je wel op het milieu kan letten en welke niet. Bijdragen aan het milieu is prachtig, maar besef wel wat de consequenties hiervan zijn voor de buitenwereld.

donderdag 14 oktober 2010

ICT op Stenden

Door: Martijn van den Berg
Toen ik deze school uitkoos, en daarbij besloot 170 kilometer verderop te wonen, hoopte ik dat deze school beter zou worden dan de vorige. Op mijn middelbare school heb ik veel tijd gestoken in het me irriteren aan alle dingen die verouderd waren, en aangezien deze school er toch heel erg vernieuwend uitzag, heb ik toch deze school gekozen.

Stenden is redelijk vernieuwend wat betreft ICT. Het kent een digitale leeromgeving waar alle stof nog een keer bekeken kan worden. Deze wordt gebruikt als een digitale opslagplaats voor leraren. Daarnaast is er een website waar men zich kan intekenen voor toetsen en waar resultaten bekeken kunnen worden. Stenden heeft ook nog eens een interne website waar men zich kan inschrijven voor bedrijfspresentaties, waar men de roosters kan raadplegen en waar de online catalogus huist.

Klinkt dit nog niet verwarrend? Voor mij in ieder geval wel toen ik hier op deze school kwam. Omdat de school veel waarde hecht aan de feedback van studenten, heeft Stenden een website in het leven geroepen waar alle links op staan. Het vermijden van het gebruik van verschillende websites is vrij onmogelijk, daarom is dit een manier om alles in ieder geval te bundelen.

Uiteindelijk brengt dat me ook terug bij mijn eerste vraag. Hoe goed zijn de ICT faciliteiten van mijn school eigenlijk? Ik vind het feit dat ze altijd op zoek zijn en openstaan voor verbetering op ICT gebied al een groot verschil met veel andere scholen. Daarnaast kan je zien dat ICT gefaciliteerd wordt, door de vele lokalen met beamer, de uitleen van ICT middelen en de stimulans van de kant van docenten om ICT te gebruiken. Mijn school is niet de top wat betreft ICT, maar vaart wat mij betreft een goede koers.

donderdag 7 oktober 2010

De angst om maximaal te waarderen

Door: Martijn van den Berg
In het onderwijs willen we graag de prestatie van leerlingen in schaal zetten door middel van cijfers. Er zijn veel verschillende schalen in cijfers, de bekendste in Nederland toch wel de schaal van 1 tot 10. Hier gold vroeger bij sommige scholen dat een 10 voor god was, een 9 voor de koningin en een 8 voor de meester, betekenende dat je dus maximaal een 7,9 kon halen. Alhoewel overdreven en achterhaald, komt de maximale waardering nog zelden voor.

Een toets zonder fouten is een 10 waard, dat is waar. Hier kan je ook niets tegenin brengen qua kritiek. Maar als het wat abstracter wordt zoals met schrijfwerk of opdrachten wordt het allemaal anders. Een mooi voorbeeldje op mijn school zijn de zogenaamde participatiepunten. Docenten krijgen opeens vijf punten per les in de hand geduwd. Deze worden uitgereikt naar hoeveel leerlingen meedoen met de les. Meestal worden er maar vier punten uitgereikt, als al het mogelijke gedaan wordt. Redenen hiervoor zijn: "Als je alle punten krijgt, ga je volgende keer niet je best doen" of "je moet compleet nieuwe dingen meebrengen om zo hoog te scoren".

Dit kan zeer frustrerend zijn voor mensen die voor het hoogste aantal punten gaan. Wat verwachten docenten nu eigenlijk van studenten? Dat ze dingen maken die beter zijn dan de docent en lesmateriaal blijven aandragen? Of meer dat ze gewoon altijd netjes op tijd zijn, het huiswerk af hebben en meedoen met de les?

Soms is veel punten geven juist een reden tot motivatie. Als iemand keihard gewerkt heeft mag deze ook beloond worden, zodat deze volgende keer weer hard gaat werken. Wordt iemand die keihard gewerkt heeft niet genoeg beloond, dan kan dit een reden zijn om de volgende keer veel minder werk te leveren.

Belangrijk naar mijn mening is op een rijtje hebben wat je van je studenten verwacht en ook concreet zeggen hoe men de maximale punten verdient. En dit is helaas iets dat mist op sommige scholen.

donderdag 16 september 2010

Het einde van de vakantie; een nieuw begin?

Door: Martijn van den Berg
Na een lang schooljaar, en een welverdiende propedeuse, is het heerlijk om weer de vakantie in te gaan. De meeste studenten gaan in de vakantie naar hun ouderlijk huis. En dit is wel lekker. Even niets hoeven te doen, en volledig zelf bepalen wat je doen wilt. Even niet al je zaken zelf hoeven te regelen, maar kunnen vertrouwen op je ouders. Maar er komt een moment dat dit over is...

En dit was ook wel fijn, eerlijk gezegd. Bij je ouders wonen is leuk voor een tijdje, maar als je eenmaal op jezelf woont, ligt de plek waar je je thuis voelt toch in je kamertje, hoe gemakkelijk het ook is om in je ouderlijk huis te leven. Het is toch weer heerlijk om de rust in te gaan van je eigen kamer, en niet meer in de dagelijkse procedures van het ouderlijk huis te zitten.

Daarnaast zijn er ook een aantal minder prettige zaken. Je moet natuurlijk als je op jezelf woont al je eigen zaken regelen, en bent verantwoordelijk voor alles wat je doet. En deze zaken stapelen zich in de vakantie alleen maar op. Zo moest ik bijvoorbeeld zorgen dat de kapotte dingen weer gemaakt werden en de belastingen betaald.

Over het algemeen is het toch fijn om weer thuis te zijn. Er mogen wel negatieve kanten aan zitten, maar niets kan op tegen het gevoel van vrijheid dat je krijgt door het hebben van je eigen kamer. Door de vakantie realiseer ik me weer hoe goed het eigenlijk is. Vooral nu ik in het tweede jaar zit, de omgeving ken, en de meeste mensen die dit vorig jaar niet hebben gedaan ook op kamers gaan wonen. Ik hou van dit leven!

donderdag 24 juni 2010

Eindelijk volledig klaar!

Door: Martijn van den Berg
Zoals ik in mijn vorige blogje al schreef, er zijn afvallers die het niet halen. Maar de kern zit nog steeds in de mensen die boven de 40 punten haalt of zelfs 60. Dit maakt de tegenstelling dan af en toe ook heel zuur, en duidt de grens heel duidelijk aan.

Ik ben een van de mensen die 60 punten heeft gehaald het eerste jaar. Het nieuws kwam vandaag binnen. Het is zelfs zo dat ik in de vakantie geen herkansingen nodig heb, maar dat ik gewoon lekker feest kan gaan vieren. De laatste (en ook lastigste) module was het grootste probleem, maar door veel moeite op het laatste moment is ook deze gelukt.

Op een moment als dit stop ik even, om stil te staan bij de mensen die het net niet gehaald hebben. Niet uit sadisme, maar om te ontdekken wat mij nu een sprong verder heeft gezet dan die andere mensen. Ik ben ook niet de meest gemotiveerde leerling geweest afgelopen jaar. Niet door een gebrek aan interesse, maar door alle afleidingen die zich voordoen. Alle goede voornemens die je als het erop aankomt in de wind slaat.

Wat heeft mij er dan door geslagen? Ik denk dat het voor een deel voorkennis is, een deel discipline, en een deel snappen wat je opzoekt. Ik kom van het VWO en veel kennis heb ik dan al of begrijp ik veel beter. Ik kan hele dagen non-stop werken als het echt moet, en ik probeer altijd te begrijpen wat ik opzoek. Toch betwijfel ik of deze dingen mij succes in de toekomst gaan opleveren. Ten slotte eindigt voorkennis ergens, en zal ik in de toekomst ook weer andere dingen moeten aan vinden.

donderdag 17 juni 2010

Knopen doorhakken

Door: Martijn van den Berg
Toen ik aan mijn opleiding begon, werd er gezegd dat in het eerste jaar gemiddeld 60% af zou vallen. Na er zelf mee bang gemaakt te zijn, dacht ik te zien dat dit een trucje was om studenten aan het werk te houden. Na ongeveer driekwart jaar heb ik al veel mensen de opleiding zien verlaten, maar nog steeds geen 60%. Deze week begreep ik eindelijk waar die 60% vandaan kwam, en dat was moeilijk.

Ieder jaar kan men 60 punten halen om het jaar te halen. 40 punten hiervan zijn nodig om door te gaan naar het volgende jaar. Met minder punten kan je ook door naar het volgende jaar, maar hier moet de examencommissie over beslissen. Het eerste jaar is hierin cruciaal, want daar vallen de meeste mensen af. De drie voornaamste redenen hiervoor zijn het niet bevallen van de opleiding, het niet voldoende (kunnen) inzetten voor de opleiding en het sociaal niet kunnen vinden. Haal je de 60 punten van het eerste jaar, dan krijg je je propedeuse.

Het eerst vallen de mensen af die hun ei niet helemaal kwijt kunnen en voor wie de opleiding niets is. Rond driekwart van het jaar zie je mensen opgeven omdat ze de 40 punten nooit meer kunnen halen. Dat laat nog een deel over die de 40 punten proberen te halen, maar uiteindelijk overgeleverd worden aan de beslissing van de examencommissie.

Dit zijn de zware beslissingen, want als je iemand weg stuurt, heeft deze een heel jaar verspild. Dit gaat nog verder, want sommige mensen rekenen niet op een eventuele negatieve beslissing, en zien hun toekomst dan in duigen gaan. In het ergste geval heb je mensen die hun complete studiefinanciering moeten terugbetalen. Best wel een zware beslissing.

Ik denk dat iedereen die zegt dat deze met de opleiding kan en wil doorgaan een kans verdient. De examencommissie denkt vaak anders over, voor de bestwil van de studenten. Ten slotte, als deze doorgaan en het volgende jaar niet kunnen opbrengen, ze twee jaar verspild aan niets. Het is dus een lastige beslissing die ze moeten maken. Alhoewel ik weet dat deze beslissingen gemaakt moeten worden, hoop ik nog steeds dat de mensen die echt op de opleiding willen blijven, nog net onder het stokje door kunnen lopen.

donderdag 10 juni 2010

Intercultureel lesgeven

Door: Martijn van den Berg
Aan het eind van het jaar valt de interesse vaak weg. Mensen worden het leren zat en geven vaak alleen nog maar om de laatste loodjes. Het verbaast mij dan ook niet als mensen onderuitgezakt en half dromend in hun stoelen zitten. Waar docenten normaal al moeite hebben om een originele manier van lesgeven te vinden om zo de aandacht van de leerlingen te krijgen, lukt het op dit tijdstip van het jaar vaak helemaal niet meer. Een mooi voorbeeld zag ik van de week, toen een leraar een volledig stille klas voor zich krijgt, maar dit keer was het niet het tijdstip van het jaar...

Hij sloeg de plank volledig mis door de aanname dat studenten in Nederland continu op zoek zijn naar allerlei relevante kennis, met alleen maar het doel tot zelfverrijking. Na ingewikkelde theorieën als huiswerk bestudeerd te hebben, verwachtte hij dat dit ons zou aanzetten om hier in de klas een uitgebreide onderlinge discussie over te voeren. Toen deze niet tot stand kwam, loste hij dit op door de klas extra huiswerk te geven, met als gevolg dat de klas er geen zin in had.

En toch, de docent kon ik de schuld niet geven. Zijn intenties waren puur. Hij wilde vanuit zijn visie de klas helpen in hun tocht naar kennisvergaring. En deze methode zou in andere landen hebben gewerkt, maar hier blijkbaar niet.

Mijn school kent meerdere culturen, en zo ook meerdere mentaliteiten wat betreft leren. Zo heb je de Duitsers, die vaak erg gemotiveerd zijn, en de Chinezen, die vaak ongelofelijk veel tijd en energie in hun studie steken, maar die hier uit bescheidenheid en verlegenheid vaak niet mee te koop lopen. En naast verschillende culturen onder studenten zijn er ook verschillende culturen onder leraren: de leraren zijn vaak professionals, die van over de hele wereld zijn gehaald om daar zonder enige lerarenopleiding hun kennis te delen. Sommigen van hen kunnen zelfs niet of amper Nederlands.

Op een internationaal kruispunt als Stenden is het voor iedere docent een uitdaging om op een goede manier les te geven, en misschien zijn de lessen niet altijd even effectief. Maar elke dag is wel weer een andere ervaring, en de verschillende stijlen van lesgeven houden je wel scherp.

donderdag 3 juni 2010

Personal coaching

Stel je voor: je zit net op een nieuwe school. Je kijkt er helemaal naar uit, maar als je een paar weken bezig bent realiseer je dat het helemaal niets is. Je kan het niet vinden met de mensen om je heen, je weet totaal niet hoe het systeem werkt, en je raakt continu helemaal in de war van alles wat er nog moet gebeuren. Aangezien je niet wil opgeven, is er maar één persoon die je uit de sleur kan helpen: de personal coach.

Natuurlijk was dit een lichtelijk overdreven voorbeeld, en zal een personal coach natuurlijk ook positieve ervaringen met zich meebrengen, maar toch. Ik heb meerder mensen om één van bovenstaande redenen zien afvallen. En zelfs nu, aan het einde van het eerste jaar, zijn er nog steeds mensen die hun ei gewoon nog niet hebben kunnen vinden. En in dat soort situaties kan een personal coach, die ervaring heeft met dit soort situaties, net het verschil maken.

En niet alleen bij het hoger onderwijs. De meeste scholen stellen één of meer personen aan om studenten te helpen. Zo had ik op de middelbare school de peter en de meter, twee medescholieren uit een hogere klas die alles konden uitleggen aan de mensen in de eerste klas. En zo had je ook de mentor, die in de meeste gevallen probeerde zo veel mogelijk betrokken te zijn, om zo problemen op een goede manier aan te pakken, maar ook om af en toe leuke activiteiten te organiseren.

Op mijn school bestaat personal coaching ook. Je krijgt aan het begin een personal coach toegewezen die je door het hele jaar behoudt. Dit gaat gepaard met regelmatige gesprekjes, waarin je jezelf bespreekt. Je ambities, persoonlijke situatie en eventuele problemen komen allemaal aan bod. Doel is dat uiteindelijk er een dossier uitkomt over jezelf, dat je helpt om later te bepalen welke kant je op wilt.

Voor mij is personal coaching op de hotelschool voornamelijk een kans om continu te evalueren wat je aan het doen bent, en om je doelen scherp te stellen. Daarnaast is het ook vooral gezellig. Personal coaching is geen straf. Het is altijd handig om iemand te hebben om op terug te kunnen vallen.

donderdag 20 mei 2010

Buiten(studeer)weer

Door: Martijn van den Berg
Als ik zeg dat het mooi weer buiten is, ben ik waarschijnlijk de suiker na de koffie. Na een zeer strenge winter met een kachel die het een lange tijd niet heeft gedaan, ben ik blij dat het weer zich heeft omgekeerd. Dit maakt een groot verschil voor je dagelijks leefpatroon, maar wat voor verschil eigenlijk?

Ik schreef eind vorig jaar al, toen ik met de eindexamens bezig was, hoe hard het is jezelf te concentreren als de zon buiten schijnt en er zo veel verleiding is om buiten iets leuks te gaan doen. Dat is er dit jaar niet minder op. Verschil is alleen, dat waar ik vorig jaar het nodige met het aangename kon combineren door in de tuin te studeren, ik dit jaar geen tuin heb, omdat ik op mezelf woon. Dit is toch wel jammer.

Het is zo leuk om na of tijdens school even een terrasje te pakken, of even de stad in te gaan. Maar des te meer plezier je maakt, des te meer je huiswerk en andere dingen blijft uitstellen. En dit is jammer, aangezien het jaar bijna over is en de laatste loodjes naar de propedeuse tochgelegd moeten worden. Ik probeer nog steeds keihard door te gaan. Maar van het mooie weer genieten is ook een must, ik ben tenslotte een student.

donderdag 29 april 2010

Op zoek naar de zomer

Door: Martijn van den Berg
Als student kan je niet altijd genoeg geld hebben. Je zult dus wat bij moeten verdienen. Dit kan het beste in de verschillende vakanties, waarvan de zomervakantie de grootste is. Voor mij tien weken in totaal. En aangezien veel studenten amper op vakantie gaan dus tien weken helemaal vrij. Sommige studenten gebruiken deze periode om uit te rusten, sommigen om te werken. Aangezien ik een van die mensen ben die niet stil kan zitten, ga ik voor de zomerbaan.

De zomerbaan is dé ultieme gelegenheid om geld bij te verdienen en tegelijkertijd een beetje nieuwe kennis op te doen. Op zoek naar de ideale zomerbaan is nog best moeilijk. Je wilt dat het goed verdient, het een beetje leuk werk is en dat je er in de meeste gevallen ook nog wat kennis aan overhoudt.

Maar hoe ziet een potentiele werkgever dit? Je bent een student met weinig kennis en ervaring, wilt een enigszins unieke ervaring als werk zijnde, en je wilt er ook nog eens wat mee verdienen. Maar aan de andere kant kunnen veel werkgevers niet zonder zomerkrachten, aangezien deze een tijdelijke opvulling geven aan de opkomende drukte.

Conclusie die je hieruit kan trekken, is dat als je een zomerbaantje zoekt, je niet te hoog moet grijpen. Ga niet voor de hoogste positie, het is slechts tijdelijk. Een hoog salaris moet je vooral goed voor zoeken en goed zijn in sollicitaties. Maar voor alles geldt: Begin op tijd.

Ik ben nog op zoek naar een zomerbaantje. Liefst in de horeca, in het bijzonder een pretpark. Als iemand nog mensen kent die mij kunnen helpen, hou ik mij aanbevolen.

Het blog sluit na dit blogje tot 17 mei ivm koninginnedag en vakantie. Wij wensen iedereen een fijne vakantie toe!

donderdag 22 april 2010

PBL: de praktijk en wat er mis kan gaan

Door: Martijn van den Berg
Driekwart jaar praktijkervaring met PBL heb ik. En niet zo maar praktijkervaring. Ik heb mijn eigen tactieken ontwikkeld. Tactieken waarmee ik hoge punten kan scoren. Tactieken waarmee ik de groep kan helpen verder te komen in het proces van kennisvergaring. Tactieken om een PBL sessie te veranderen.

Allereerst begin ik met het grootste voordeel en nadeel van PBL. De leraar die erbij zit. Iedere leraar is anders, dus binnen een moduul kan het zijn dat twee verschillende leraren bij verschillende groepen totaal een andere strategie hebben van PBL geven. De een is bijvoorbeeld meer betrokken bij het proces, en de ander laat het graag over zich heen komen. De verwachtingen zijn ook verschillend bij iedere leraar, en zo ook helaas de punten.

Als leerling zul je hierop in moeten spelen. Iedere leraar heeft een bepaald beeld van een ideale PBL leerling. Aan jou de taak om uit te vinden hoe je dit bent. Moet je bijvoorbeeld op de achtergrond blijven en alleen aanvullingen maken of moet je iedere keer direct de leiding nemen? Moet je veel informatie onthullen of slechts de groep inspireren door een tipje van de sluier op te lichten. Allemaal aspecten die je in overweging moet nemen.

Een ander groot probleem zijn de dominante mensen in een groep. De mensen die bij iedere vraag meteen een perfect antwoord geven en geen kans meer laten aan de andere mensen in de groep, het zij de iets meer verlegen mensen. Je mag passief zijn in een groep, maar verlegen is zeker een niet aan te raden kwaliteit. Dominante mensen zijn niet tegen op te boksen. Je kunt ze slechts veranderen door ze te confronteren met hun gedrag. Immers, twee dominante mensen draait vaak uit op een verbale ruzie.

Dit was mijn serie blogjes over PBL. Ik hoop dat ik iedereen genoeg heb kunnen informeren over PBL. Ik vind het zelf een originele manier van leren, alhoewel veel leerlingen het niet de meest prettige manier vinden. Niet iedere module is PBL leuk, af en toe is het bikkelen. Maar uiteindelijk is toch mijn ervaring dat het wel werkt.

donderdag 15 april 2010

PBL; strategieën en tactieken

Door: Martijn van den Berg
Ik denk persoonlijk dat PBL (PGO in het Nederlands) effectiever is dan alleen hoorcolleges. Mensen leren er meer van dan de vele manieren en wanhopige pogingen die op de middelbare school gebruikt worden om mensen bij te spijkeren. Maar om goed te kunnen leren van PBL, zul je eerst duidelijk moeten weten hoe het in elkaar zit. En dit is iets waar veel mensen een trage start mee maken. Maar dit is niet erg, want die trage start maak je met z'n allen.

Je persoonlijke doel is om zo veel mogelijk punten te scoren iedere sessie. PBL is ten slotte een groot deel van je totaal aantal punten in ieder moduul. Daarnaast is het doel van PBL om coöperatief nieuwschierigheid op te wekken en hier samen van te leren. Nu gaat het er in de praktijk er vooral om dat iedereen zo hoog mogelijk wil scoren.

Vreemd genoeg ligt de basis van een goede score vaak niet aan de hoeveelheid en kwaliteit van de informatie die je meebrengt. Als je deze informatie niet uitspreekt, heb je er niets aan, want dan kan je niemand overtuigen van je voorbereiding. Het beste zal zijn als je goede informatie hebt van betrouwbare bronnen, en dit goed in je eigen woorden weet samen te vatten in de sessie. Daar zou je volgens het principe van PBL de meeste punten mee krijgen. Wat het in de praktijk vaak is, is dat diegene die het meeste praat, en daarbij het meest wijs over komt, de meeste punten krijgt.

Ik moet eerlijk toegeven, ben een van dit soort mensen. Mijn bronnen zijn vaak praktijkervaring en internet, terwijl leraren graag hebben dat ik boeken gebruik. Ik heb meestal wel een goed idee waar alles over gaat, en maak vaak een goede indruk door dit met enige zelfvertrouwen te vertellen.

Ik ben heel eerlijk, er zijn genoeg mensen die meer tijd besteden aan de voorbereiding, betere andwoorden hebben, maar wel minder punten krijgen omdat ze hun eigen informatie niet uitspreken, of niet weten waar ze moeten beginnen met samenvatten. Dit veroorzaakt verschillende groepssituaties. De dominante mensen zijn vaak de mensen die veel zeggen, maar niet veel informatie bijdragen aan het groepsproces. Deze worden dan ook het meest gevreesd. De ideale PBL groepsgenoot is diegene die luistert, en waar nodig iets toevoegt. Dit zijn drie vormen van PBL strategieën. Afhankelijk van de combinatie van dit soort mensen, zal het proces van de groep beïnvloed worden. Soms gaat dit het resultaat te goede, soms eindigt dit in verbale gevechten, of gewoon lange stiltes.

donderdag 8 april 2010

PBL 1: Basisvaardigheden





















Als iemand bij Stenden op school wil, bij een opleiding waar meer mensen zich aanmelden dan er plaats is, wordt er selectie gedaan. Een selectie bij mij op school bestaat meestal uit drie onderdelen. De klassieke intelligentietest, het persoonlijkheidsgesprek en als laatste de groepsopdracht. Vooral de groepsopdracht is wat mijn school uniek maakt ten opzichte van andere scholen. Dit is omdat de vorm van lesgeven op school uit PBL bestaat.

Ik heb in een van mijn eerste blogjes dit jaar al een basisuitleg gegeven over PBL. Ik heb daar het hele jaar al wat dieper op in willen gaan. PBL is tenslotte de manier waarop ik in mijn dagelijkse studie les krijg, naast de workshops en hoorcolleges. Daarom schrijf ik een serie van drie blogjes over PBL de komende drie weken. Vandaag zal ik de basisprincipes uitleggen, de volgende keer ga ik in op strategieën en tactieken, en in mijn laatste blogje zal ik uitleggen hoe dit in de praktijk gaat en wat er mis kan gaan.

PBL staat voor Problem Based Learning, en handelt direct het probleem af waar je in de middelbare school altijd moest vragen waar de kennis die je opdeed nu in de praktijk voor diende. In bovenstaand schema wordt het proces weergegeven.

Het begint allemaal met het probleem: een veelvoorkomend probleem in de praktijk. Met de groep wordt geanalyseerd wat nu precies de kern van het probleem is door het maken van een probleemstelling, en vervolgens wordt er vastgesteld welke kennis nodig is om dit probleem op te lossen in de vorm van vragen. Iedereen gaat vervolgens thuis antwoorden opzoeken op deze vragen. Dit gebeurt meestal in boeken, maar er kan bijvoorbeeld ook praktijkervaring van anderen toegepast worden, en goede internetbronnen zijn ook toegestaan. Ten slotte wordt de volgende sessie deze antwoorden besproken om uiteindelijk tot een oplossing voor de probleemstelling te komen. Iedereen wordt iedere sessie geëvalueerd op individuele contributie in de groep, en iedere vier sessies wordt iedereen geëvalueerd op het verantwoording dragen voor het groepsresultaat.

Een PBL sessie kent een voorzitter, een notulist en een bordschrijver. De rest is groepslid. De voorzitter leidt het geheel, om iedere sessie to the point en gestructureerd te houden, zodat de groep niet afdwaalt. De notulist houdt bij wie er absent is, wat de probleemstelling is, wat de leerdoelen zijn en maakt de agenda voor de volgende sessie en ten slotte de bordsschrijver schrijft tijdens de het analyseren alle relevante dingen op het bord.

Dit is de totale basis van het PBL, en nodig om het geheel te begrijpen. Ik ben nu driekwart jaar bezig met PBL. Genoeg om in ieder geval te begrijpen hoe het er aan toe gaat. Volgende keer ga ik in op de verschillende strategieën die ik door de verschillende modules geleerd heb met PBL. Ik begin net met de laatste moduul, en ik ben iedere week dus weer wat praktijkervaring rijker.

donderdag 4 maart 2010

De Joint Venture

Door: Martijn van den Berg
Vroeger keek ik altijd klokhuis. Als kind vond ik dat razend interessant. Ik leerde er altijd heel erg veel van. Zo staat me bij dat ik ook iets heb geleerd over dat bij de marine iedereen een zogenaamde buddy had. Zo kunnen vermisten makkelijk opgespoord worden, en zo had je altijd iemand om voor te zorgen. Na meer dan een half jaar op school te zitten, valt mij opeens op dat iedereen op school ook continu met dezelfde persoon omgaat.

Het is heel erg apart om te zien, maar na het introductiemoment gaat iedereen met elkaar socializen, en komen ze er allemaal in koppels uit. Bijna iedereen vindt een compleet vreemde bij de studie waar ze dan dagelijks mee omgaan en alles mee delen. Meestal is het in dit geval ook vrouw zoekt vrouw en man zoekt man, vanwege de manier van informatie delen tussen de verschillende geslachten en de mate van begrijpbaarheid. Dit is naar mijn idee omdat mensen al snel vrienden willen maken bij een nieuwe opleiding. Dan ontmoet je al snel iemand die dit ook wil, en dan ga je al snel veel dingen delen. Dit lukt vaak goed, omdat je dezelfde opleiding doet, in dezelfde stad woont en uiteindelijk dezelfde dingen meemaakt.

Aan de ene kant vind ik dat een nadeel, aangezien ik graag met iedereen wil omgaan, en als er groepjes gemaakt worden, gaat iedereen al snel met zijn of haar "partner". Daarnaast zijn er ook mensen die achter blijven op dit gebied en ook heel graag zo iemand vinden, en het dan uiteindleijk heel moeilijk vinden om in een dergelijk groepje te komen. Daarnaast is het ook wel een voordeel, omdat je bij sommige groepjes kunt aansluiten bij de activiteiten die ze al gepland hebben, zonder enige nuttige imput te hebben. Het levert altijd wel grappige situaties op.

En voor mij? Heb ik mijn joint venture gevonden? Misschien niet binnen mijn klas, maar mijn klas verandert te vaak om daar nut aan te hebben. Ik vind het persoonlijk handiger om iemand thuis te vinden. Dit geeft je de kans voor elkaar te zorgen, en als zoiets succesvol is, zal je er ook dagelijks iets aan hebben. Misschien dat we daarom in Holland het gezegde hebben: beter een goede buur dan een verre vriend. ;-)

donderdag 28 januari 2010

Einde praktijk, tijd voor de theorie?

Door: Martijn van den Berg
Op het moment dat ik dit schrijf ga ik weer eens veel te laat naar bed voor een praktijkdag. En het was absoluut niet de eerste, want hier als beginnend student heb ik af en toe rare toeren uitgehaald met de vroege praktijk. Maar ik was er altijd. Nu is het bijna het einde van alle praktijk en ga ik naar mijn theoriemodules, wat toch een totaal andere draai gaat worden.





Klaar met praktijk, niet helemaal. Klaar met praktijk als eerstejaars, dus als werknemer. Volgend jaar moet ik nog wel terugkomen als supervisor, maar dat is toch een ander gevoel. Ik heb, naast veel studenten hier, mijn draai niet kunnen vinden bij praktijk. Je gaat natuurlijk altijd voor de hoogste punten, alleen is de manier waarop je deze scoort bij iedere tweedejaars verschillend. Zo moet je bijvoorbeeld bij de een vooral niet zeuren, terwijl je bij de andere veel moet vragen en op de hoogte moest zijn. Dit leidde vaak bij mij tot frustratie, omdat er nooit één manier was om het goed te doen.





Ik mag niet klagen, ik vond praktijk lopen vaak leuk, alhoewel er ook apepakkies zijn die ik diep in de kast zal gooien.Het is heel erg anders dan je op de middelbare school krijgt, maar misschien ook wel wat je op de middelbare school mist, want het leidt toch uiteindelijk veel veel mensen tot een breder inzicht in de branche, en het verduidelijkt je gevoel van interesse voor je studie.





Volgend jaar kom ik terug, en hoop ik naar eigen inzicht ook een goede tweedejaars te zijn, niet alleen voor mijn punten, maar ook dat ik aan mijn eerstejaars een comfortabel gevoel kan geven en een leerzame ervaring te bezorgen.