Posts weergeven met het label kunst en cultuur. Alle posts weergeven
Posts weergeven met het label kunst en cultuur. Alle posts weergeven

maandag 25 maart 2013

Wat zijn mooie, leuke, goede websites en apps?

 Elk jaar wordt de verkiezing van de Gouden Apenstaart gehouden: de verkiezing van de beste website en app voor kinderen. Dit jaar zijn er 4 categorieën:
  1. Gouden @penstaart voor websites voor kinderen (leeftijd 6-12 jaar) die gemaakt zijn door professionals, ongeacht of dit commerciële organisaties zijn, niet-commerciële organisaties of particulieren.
  2. Gouden @penstaart voor websites door kinderen die gemaakt zijn door kinderen zelf (leeftijd tot 16 jaar).
  3. Media Ukkie Award voor apps voor ukkies (leeftijd 0-6 jaar) die gemaakt zijn door professionals, ongeacht of dit commerciële organisaties zijn, niet-commerciële organisaties of particulieren.
  4. Gouden @penstaart voor apps door kinderen die gemaakt zijn door kinderen zelf (leeftijd tot 16 jaar).
De organisatie heeft inmiddels de beste inzendingen geselecteerd; nu is het aan het publiek (volwassenen en kinderen) om - voor de eerste 3 categorieën - uit deze selectie te stemmen op de site of app die zij het beste vinden.

Omdat het om sites en apps gaat voor kinderen, ligt het voor de hand om kinderen te vragen naar hun mening. Een goede aanleiding om met kinderen te praten over hoe zij media beoordelen. Hoe bepalen zij of een site of app leuk is en past bij wat zij willen? Hanteren zij dezelfde criteria als de organisatie van de Gouden Apenstaart? En vinden zij al die criteria even belangrijk of zijn sommige criteria belangrijker dan andere? En hoe beoordelen zij de nominaties van dit jaar op basis van de door henzelf opgestelde criteria? Een voorbeeld van hoe een les over het beoordelen van websites eruit zou kunnen zien, vind je hier.

Wat kinderen kunnen leren van zo'n les en het uitbrengen van hun stem (op de genomineerde sites en apps)?
  • ze leren kritisch kijken naar media, bijv.: moet je alles geloven wat online staat, welke invloed kunnen beelden hebben op hoe je iets beoordeelt, hoe kan je zien wie de maker is van een site of app en waarom is dat belangrijk?
  • ze leren hoe ze hun mening kunnen verwoorden.
  • ze leren hoe je gezamenlijk een oordeel kan vormen door met elkaar te discussiëren en voors en tegens te benoemen en af te wegen.
  • ze leren hoe je te werk kan gaan als je een keuze moet maken.
Je kan natuurlijk daarnaast ook de inhoud van de te beoordelen websites en apps gebruiken voor een les, bijv. een biologieles, een les over kunst en cultuur of over het milieu en energie. Of geef een rekenles over procenten: als er 300 inzendingen zijn en er worden 5 genomineerd, hoeveel procent is dat dan? En als er 15.000 mensen hun stem uitbrengen op één van de sites en de winnaar verzamelt er 4000, hoeveel procent is dat? En, een lastige vraag: hoeveel stemmen heb je bij zoveel stemmers tenminste nodig om de verkiezing te winnen?

Je kan stemmen tot 14 april; op 17 april worden de winnaars bekend gemaakt. Tijd genoeg dus om met je leerlingen al dat moois te bekijken en te beoordelen!

dinsdag 19 maart 2013

Geanimeerde boeksamenvattingen

Afgelopen vrijdag is de boekenweek van start gegaan. Het thema dit jaar is 'Gouden Tijden, Zwarte Bladzijden'. Natuurlijk wordt daar op vele scholen aandacht aan besteed, waarbij verschillende organisaties tips en leermaterialen aanbieden. Zo ook door Schooltv: zij hebben op hun site videofragmenten verzameld die aansluiten bij het thema.

Een niet op de site genoemde manier om aandacht te besteden is leerlingen de opdracht te geven een animatie te maken van een boek dat past binnen het thema. Schooltv heeft daarvan zelf een aantal prachtige voorbeelden uit de jeugdliteratuur, boeken bestemd voor voor de leeftijdsgroep 10-13 jaar, maar een animatie maken van een boek is ook voor oudere leerlingen een goede opdracht. Door leerlingen een (korte) animatie te laten maken, moeten ze goed nadenken over wat de kern van het verhaal is. En natuurlijk is het risico van 'knippen en plakken' bij het maken van een animatie veel kleiner dan bij het schrijven van een samenvatting.In dit blog vind je verschillende tools en tips waarmee en hoe leerlingen (eenvoudige) animaties kunnen maken.

Je kan leerlingen vragen om een animatie te maken van een boek dat past in het thema van de boekenweek (uitgezocht met behulp van de Boekentipper of de Boekenzoeker), maar ook van een zelf bedacht of een waar gebeurd verhaal. Je kan de opdracht gebruiken voor de Nederlandse les, maar ook voor de vreemde talen, voor de kunst- en cultuurvakken, geschiedenis, maatschappijleer en economische vakken. Als je er een vakoverstijgende opdracht van maakt, hebben de leerlingen meer tijd om er iets moois van te maken en heb je als docent extra handjes bij de begeleiding van de leerlingen. Voor het beoordelen kan je de leerlingen zelf vragen om hun visie te geven op het werk van hun medeleerlingen.

Het resultaat van de opdracht kan je in de komende jaren gebruiken om leerlingen te helpen die op zoek zijn naar een boek dat past bij hun interesse.


Get Microsoft Silverlight
Bekijk de video in andere formaten.


maandag 7 februari 2011

Google Art Project

Google heeft weer iets leuks gemaakt: het Google Art Project. Dit project stelt je in staat om een virtueel bezoek te brengen aan (op dit moment: 17) belangrijke musea, verspreid over de hele wereld. In die musea kan je rondlopen (zoals bij streetview in Google Maps), en de belangrijkste schilderijen (je herkent ze aan een plusje bij het schilderij) kan je tot op het kleinste detailniveau inzoomen.

Het project is ontwikkeld in samenwerking met de musea, waardoor er ook informatie van de musea zelf opgenomen kon worden binnen het project. Zo vind je bij het schilderij vaak informatie over het schilderij, over de schilder en soms kun je er ook (een deel van) een audiotour beluisteren die in het museum aangeboden wordt.

En ook erg handig: je kunt een eigen collectie samenstellen van schilderijen. Daarbij kan je een detail van het hele schilderij en je kunt er aantekeningen bij maken. Wil je in een les iets laten zien over het impressionisme, dan kan je een selectie maken uit alles wat het Art Project te bieden heeft, en leerlingen zelf door de collectie laten rondsnuffelen.

Het project kan natuurlijk vooral ingezet worden voor kunst- en cultuurlessen, maar het biedt ook mogelijkheden voor de talen. De beelden kunnen gebruikt worden als inspiratie voor het schrijven van een verhaal of een gedicht. En het is natuurlijk ook interessant om de cultuur van een land te leren kennen door de belangrijkste schilders van dat land te bestuderen of door te kijken hoe dat land in het verleden in beeld is gebracht.

Maar laat je overtuigen door het project zelf: het is echt ongelooflijk van hoe dichtbij je de schilderijen kunt bekijken. In het museum kan je vaak minder zien dan op deze site!

Op dit moment kun je een virtueel bezoek afleggen aan de volgende musea:
  1. Alte Nationalgalerie, Berlin - Germany
  2. Freer Gallery of Art, Smithsonian, Washington DC - USA
  3. The Frick Collection, NYC - USA
  4. Gemäldegalerie, Berlin - Germany
  5. The Metropolitan Museum of Art, NYC - USA
  6. MoMA, The Museum of Modern Art, NYC - USA
  7. Museo Reina Sofia, Madrid - Spain
  8. Museo Thyssen - Bornemisza, Madrid - Spain
  9. Museum Kampa, Prague - Czech Republic
  10. National Gallery, London - UK
  11. Palace of Versailles - France
  12. Rijksmuseum, Amsterdam - The Netherlands
  13. The State Hermitage Museum, St Petersburg - Russia
  14. State Tretyakov Gallery, Moscow - Russia
  15. Tate Britain, London - UK
  16. Uffizi Gallery, Florence - Italy
  17. Van Gogh Museum, Amsterdam - The Netherlands
Ik hoop dat het er nog veel meer worden!

donderdag 13 januari 2011

Internationalisering eist zijn tol

Door: Martijn van den Berg
Het artikel in bovenstaande link viel mij op in een vluchtige blik in de volkskrant. Dit artikel gaat erover dat Stenden misschien te veel geld zou hebben verspild bij het openen van buitenlandse vestigingen. Stenden heeft een aantal buitenlandse vestigingen in onder andere Zuid-Afrika, Quatar en Bali. Voor de studenten aan Stenden geven deze scholen de mogelijkheid om een module in een van deze landen te lopen en andersom. Daarnaast geeft Stenden studenten de mogelijkheid om het laatste jaar hun stage in het buitenland te geven. De communicatie bij het internationaliseren kost veel geld. Is dit wel nodig?

Horeca wordt veel geassocieerd met internationalisatie. Stenden is hier niet de enige in. Dit niet ten onrechte overigens, want in de horeca werken, betekent dus vaak veel met gasten werken uit andere landen. Het lijkt me dus redelijk logisch dat studenten, en vooral managers, op z'n minst hun talen moeten kennen, maar kan dit niet gewoon door een aantal taal- en cultuurlessen en daarnaast wat interactie met de buitenlanders die op school komen?

Internationalisering kost veel geld. Zo kost het opzetten van een school in het buitenland veel geld. Niet alleen de éénmalige investering van het opbouwen, maar ook het contact onderhouden met deze scholen. Stageprocedures kosten hierin ook veel geld. Stenden kent meer dan 30 stagelanden, en naar iedere streek zal eens in de zoveel tijd een stagebegeleider heen, om te kijken hoe het gaat en voor eventuele begeleiding.

Er is geen betere manier om een taal en cultuur te leren dan in het land zelf te zijn, wordt vaak gezegd. En terecht. Je zult je toch in een vreemd land moeten redden, en de enige manier om dit te doen is door jezelf aan te passen aan andermans cultuur en gebruiken. Daarnaast zie je dat mensen die een tijd in het buitenland hebben gewoond vaak veel volwassener zijn als ze terug komen. Dit zie ik absoluut in het rijtje met vaardigheden van een manager passen.

Dat Stenden te veel geld uitgeeft aan dit soort dingen is absoluut mogelijk, en als dit verminderd kan worden zonder dat het huidige programma in gevaar komt, zal dit absoluut moeten gebeuren. Maar als je kijkt naar de positieve kant; alle dingen die Stenden doet om het een leuke en leerzame school te maken, kan je wat mij betreft absoluut concluderen dat Stenden uiteindelijk een goede pluim verdient.

donderdag 18 november 2010

Interculturaliteit op Stenden

Door: Martijn van den Berg
Vandaag, terwijl we bezig waren met de les, hoorden we opeens een feestelijk geluid ons lokaal binnenkomen. Het geluid van bongo's, saxofonen en drums vulde ons lokaal. Toen ik door het raam van het lokaal naar buiten keek, zag ik veel mensen langs de verschillende kraampjes zwerven. Het was International Day op Stenden.

Stenden kent studenten van 82 verschillende nationaliteiten en is erg trots dat hun marketing zo de hele wereld bereikt, en wil met deze dag interesse wekken voor de verschillende culturen.

Maar dit is niet het enige waaruit blijkt dat Stenden een internationale school is. De meeste opleidingen binnen Stenden zijn in het Engels en binnen de praktijkdepartementen wordt ook gestimuleerd om Engels te praten, om de internationale studenten die onze taal niet kennen niet buiten de boot te laten vallen. Daarnaast kan men op Stenden veel verschillende talen leren en worden er lessen gegeven in interculturele communicatie.

Maar er zitten ook addertjes onder het gras. Hoe Stenden ook zijn best doet, het blijft een school in Nederland. Daarom praten de meeste studenten onderling, maar ook vaak met leraren gewoon Nederlands, en zie je zelfs dat praktijkbegeleiders en leraren onderling vaak ook onderling Nederlands spreken. Men vindt dit gemakkelijker.

De gemiddelde Nederlander kan de Duitse cultuur best begrijpen, maar bij de Chinese cultuur wordt het al erg moeilijk. Zo heb ik onder andere mensen gezien die in de feedback van Chinese mensen opgeschreven dat ze niet genoeg zelfvertrouwen hadden of beter Engels moesten gaan leren. In mijn ogen is dat even onbegripvol als iemand met één been een voetbal geven.

Ik begrijp dat op een school in Nederland, die zo groot is, het moeilijk is om dingen in de hand te houden, maar ik zou toch wel verwachten dat de leraren, die werken op een internationale school en vaak ook zelf internationale ervaring hebben, toch wat meer begrip hebben voor andere culturen. Maar af en toe gaat het toch mis, en dit is jammer, want internationale kennis en begrip kan je horizon ongelofelijk vergroten naar mijn mening.

Het blijft een ingewikkeld probleem. In Nederland, waar men toch de Nederlandse identiteit heeft, is het moeilijk van mensen te verlangen dat ze de hele dag op school Engels praten. Toch streef ik er zelf altijd wel naar om in het bijzijn van mensen met een andere nationaliteit Engels te praten of in sommige gevallen zelfs hun eigen taal. Of ik een Don Quichot ben? Misschien wel.

donderdag 23 september 2010

Yearbook; hoe zagen mijn voorouders eruit?

Door: Martijn van den Berg

Als jeugd van tegenwoordig kijkt naar hoe mensen er vroeger uitzagen, kijken ze vaak raar op. De mens verandert door de geschiedenis, en daarmee zijn normen, waarden en standaarden. Toch is het wel leuk om af te vragen hoe ik eruit had gezien als ik bijvoorbeeld in de jaren 80 had geleefd. Yearbook geeft mij een indruk.

Yearbook is een website die mensen de kans geeft om een webcamfoto om te bouwen tot een foto van jezelf in een bepaalde tijd aan de hand van verbouwde portretten van mensen uit die tijd. Je kan een tijd kiezen van 1950 tot 2000 en dan jouw gezicht achter die figuren zetten. Daarnaast wordt ook nog informatie weergeven over wat men in deze tijd over het algemeen droeg.

Er zijn veel van dit soort dingen te vinden op het internet, maar zelden zijn ze zo precies, en bij deze wekt het ook nog interesse voor de culturen uit die tijd. Daarnaast is het ook gewoon interessant hoe figuren uit een andere tijd eruit zien en ongelofelijk grappig om met deze toepassing te experimenteren.

vrijdag 2 juli 2010

Einde van het schooljaar

screenshot logo Zimmer TwinsZoals Martijn gisteren al zei: voor dit schooljaar zit het webloggen er weer op. Bloggen is leuk om te doen, maar niet bloggen kan ook erg prettig zijn ;-)

Maar voordat we de deur achter ons dicht trekken nog wat tips voor de vakantie. Voor leerlingen en docenten in het voortgezet onderwijs: in september gaat de Creative Game Challenge weer van start. Volgend jaar is het thema van de wedstrijd 'water'. En rond dat thema zijn leuke games te maken: over ijs en alles wat daarbij hoort (niet gek, als het zo warm is als nu), over waterleidingen, over de zee of over stoom, over waterpistolen of over communicerende vaten: er is genoeg te bedenken.

Voor leerkrachten en leerlingen in het basisonderwijs: verdiep je eens in de tool Zimmer Twins. Daarmee maak je met gemak in een uurtje een complete animatie van een zelfverzonnen verhaal, op basis van een een aantal kant-en-klare achtergronden met daarbij één of meer characters. Bij elk character zijn een aantal animaties beschikbaar:
  • animaties waarbij het figuurtje iets zegt of denkt. In de spraakbubbel kan je een tekst invullen
  • animaties waarbij je figuurtje beweegt, bijv. lopen, springen, dansen, verstoppen enz.
  • animaties waarbij je figuurtje een emotie uitdrukt, bijv. boos, verveeld, opgelucht enz.
  • animaties als tussenbeelden, zonder het figuurtje erbij, bijv. een animatie van een explosie, een afbeelding met daarop de tekst 'later', een krant waar je een tekst in kunt schrijven enz.
Je kiest de gewenste animatie en door erop te klikken. In een zinnetje wordt beschreven wat er gebeurt in die animatie, bijv.: 'Edgar geeft Eva niets in de straat'. In die omschrijving zijn een aantal woorden aanklikbaar, In dit voorbeeld zijn dat 'Edgar', 'Eva', 'niets' en 'straat'. Door op zo'n woord te klikken, kan je ze veranderen in een ander, bijvoorbeeld: 'Eva geeft Edgar een boek in het park. De wijzigingen worden zichtbaar gemaakt in het beeld, waardoor weer een heel andere animatie ontstaat.

Door een aantal animaties achter elkaar te zetten ontstaat een filmpje. Als je een (gratis) account hebt aangemaakt, kan je het filmpje opslaan in je eigen bibliotheek. Wie een betaald account neemt, kan die filmpjes ook aan anderen laten zien: met een gratis account kan je alleen als je ingelogd bent je filmpjes bekijken. Je kunt dus niet een link doorsturen aan iemand anders: daarvoor heb je een betaald account nodig. Maar kinderen kunnen natuurlijk wel aan elkaar hun filmpje laten zien in de klas.

Sterk van Zimmer Twins vind ik het gemak waarmee de animaties gemaakt kunnen worden, de variatie van de beschikbare beelden en het feit dat ze kinderen als ze zich aanmelden vragen om een e-mailadres van een ouder. De gegevens om in te loggen worden vervolgens ook naar die ouder gestuurd, waardoor kinderen (in principe) niet zonder medeweten van hun ouders een account aan kunnen maken.

Werken met Zimmer Twins is echt leuk: binnen een paar minuten ben je in staat om met de tool te werken en er verhalen mee te maken. En dat is iets waar veel kinderen erg van genieten!

Maar voor nu: prettige vakantie allemaal en tot in september!

woensdag 30 juni 2010

Stopmotionfilmpjes maken

Er is een heleboel software om stopmotion-filmpjes te maken: filmpjes die worden opgebouwd uit een serie foto's van een steeds iets veranderend beeld. De software wordt steeds makkelijker in gebruik: je hoeft vaak alleen maar te klikken om de losse beelden van zo'n filmpje met je webcam vast te leggen. De software zet vervolgens de beelden achter elkaar waardoor een filmpje ontstaat, zoals bijvoorbeeld de stopmotion-filmpjes van Buurman en Buurman, één van mijn favorieten. Bekende software om stopmotion-filmpjes mee te maken is iStopmotion (voor de Mac), Moviemaker (voor Windows) en Toyinima (ontwikkeld door het Vlaamse Ketnet), of webbased software zoals de FotoFilmmaker van Cinekidstudio (wel even eerst een account aanmaken).

Maar met de techniek alleen heb je nog geen filmpje. Daarvoor heb je een verhaal nodig en attributen en natuurlijk geluid. Terwijl veel kinderen de techniek al na een paar minuten in de vingers hebben, zullen ze bij het bedenken en uitwerken van het verhaal zeker hulp nodig hebben. Voor leerkrachten die ook niet precies weten hoe je een stopmotionfilmpje maakt, is op de site Making Stopmotion Movies een duidelijke (Engelstalige) handleiding te vinden, met daarbij tips hoe je het onderwerp in de klas kunt aanbieden, en hoe het maken van een stopmotion-filmpje past in de leerdoelen. Op de site vind je ook een aantal voorbeelden van het werk van leerlingen. Erg leuk en inspirerend!

N.B. Via de site vind je ook een link naar de website ABCYA, met onder de knop 'Fourth Grade' (of Fifth Grade) een link naar een voor mij onbekende tool om eenvoudige animaties te maken (Make an animation). Maar het loont de moeite om eens verder te kijken op de site: er staan erg veel leuke spelletjes op om als de kinderen moe en het weer slaapverwekkend is, even het energieniveau weer op te krikken ;-)

Afbeelding van Wesley Fryer, gepubliceerd onder CC-by-sa.

donderdag 10 juni 2010

Intercultureel lesgeven

Door: Martijn van den Berg
Aan het eind van het jaar valt de interesse vaak weg. Mensen worden het leren zat en geven vaak alleen nog maar om de laatste loodjes. Het verbaast mij dan ook niet als mensen onderuitgezakt en half dromend in hun stoelen zitten. Waar docenten normaal al moeite hebben om een originele manier van lesgeven te vinden om zo de aandacht van de leerlingen te krijgen, lukt het op dit tijdstip van het jaar vaak helemaal niet meer. Een mooi voorbeeld zag ik van de week, toen een leraar een volledig stille klas voor zich krijgt, maar dit keer was het niet het tijdstip van het jaar...

Hij sloeg de plank volledig mis door de aanname dat studenten in Nederland continu op zoek zijn naar allerlei relevante kennis, met alleen maar het doel tot zelfverrijking. Na ingewikkelde theorieën als huiswerk bestudeerd te hebben, verwachtte hij dat dit ons zou aanzetten om hier in de klas een uitgebreide onderlinge discussie over te voeren. Toen deze niet tot stand kwam, loste hij dit op door de klas extra huiswerk te geven, met als gevolg dat de klas er geen zin in had.

En toch, de docent kon ik de schuld niet geven. Zijn intenties waren puur. Hij wilde vanuit zijn visie de klas helpen in hun tocht naar kennisvergaring. En deze methode zou in andere landen hebben gewerkt, maar hier blijkbaar niet.

Mijn school kent meerdere culturen, en zo ook meerdere mentaliteiten wat betreft leren. Zo heb je de Duitsers, die vaak erg gemotiveerd zijn, en de Chinezen, die vaak ongelofelijk veel tijd en energie in hun studie steken, maar die hier uit bescheidenheid en verlegenheid vaak niet mee te koop lopen. En naast verschillende culturen onder studenten zijn er ook verschillende culturen onder leraren: de leraren zijn vaak professionals, die van over de hele wereld zijn gehaald om daar zonder enige lerarenopleiding hun kennis te delen. Sommigen van hen kunnen zelfs niet of amper Nederlands.

Op een internationaal kruispunt als Stenden is het voor iedere docent een uitdaging om op een goede manier les te geven, en misschien zijn de lessen niet altijd even effectief. Maar elke dag is wel weer een andere ervaring, en de verschillende stijlen van lesgeven houden je wel scherp.

dinsdag 23 maart 2010

Verhalen, verhalen en nog eens verhalen

Klik hier om naar de site Register van de Dag van Gister te gaanBijna altijd als er in verhalen wordt verwezen naar die geweldige docent die zo goed verhalen kon vertellen, dan wordt daarmee een geschiedenisdocent bedoeld die verhalen vertelde die je meenamen in de tijd, naar een ander land, een andere omgeving. Ik herinner me zelf ook zo'n docent. Hij was al behoorlijk oud en een beetje doof waardoor zijn stem soms hard, maar soms ook te zacht was. Je moest daarom wel heel stil luisteren om zijn verhaal te horen, maar dat was geen probleem: zijn verhalen waren altijd boeiend. En het was ook heerlijk om lekker te luisteren zonder direct allerlei vragen te hoeven beantwoorden, maar je mee te laten voeren naar waar hij je bracht.

Niet elke docent heeft die gave van vertellen. Je kunt dan natuurlijk gebruik maken van boeken, maar een verhaal van 'iemand die erbij was' is soms leuker en spannender dan een verhaal uit een boek. Een heel leuke site om op zoek te gaan naar getuigenissen, is de site 'Het Register van de Dag van Gister'. Op deze site worden persoonlijke herinneringen van senioren vastgelegd voor wie er maar naar wil luisteren. De meeste verhalen op de site zijn met speciale hardware (een 'verhalenkabinet', met een scherm, toetsenbord, scanner en telefoonhoorn) toegevoegd in het kader van een programma dat draait in bibliotheken in Noord- en Zuid-Holland, maar de verhalen beluisten kan iedereen. Ook kan iedereen die dat wil verhalen toevoegen via de site.

Daarmee biedt het programma niet alleen mogelijkheden voor scholen in Noord- en Zuid-Holland (zij kunnen zich via de site aanmelden om mee te doen aan een educatief project rondom deze site), maar voor alle scholen in Nederland.

Allereerst kan je de site gebruiken voor het vak geschiedenis, door de leerlingen de verhalen over de recente geschiedenis van ons land te lezen en te beluisteren. Maar er is veel meer mogelijk. Je kunt bijvoorbeeld je leerlingen de opdracht geven om een verhaal op te schrijven van een ouder iemand die 'een belangrijke gebeurtenis' heeft meegemaakt in het verleden. Dat kan een iets zijn wat landelijk speelde (bijv. de hongersnood), maar het kan ook gaan over een lokale gebeurtenis (Paard te water) of plek uit de omgeving (de molen) of over de het dagelijkse bestaan in een bepaalde periode (gezinsleven). De leerlingen kunnen daarvoor iemand zoeken in hun eigen omgeving, maar je kunt ook als school contact leggen met een ouderenorganisatie in de omgeving en met hun hulp op zoek gaan naar verhalen.

Voor de kunstvakken kunnen kunnen leerlingen op zoek gaan naar beeldmateriaal (jpg of png) om zo, samen met de oudere wiens verhaal ze opschrijven, een compleet beeld te creëren van die gebeurtenis. Bij zo'n verhaal kunnen de leerlingen dan weer een eigen verhaal vertellen: wat zijn nu belangrijke gebeurtenissen, welke belangrijke gebouwen of kunstwerken worden nu neergezet in hun omgeving en wat is het verschil in cultuur tussen vroeger en nu?

Voor het vak Nederlands kan je je leerlingen opdracht geven om op basis van de verhalen een dagboek te schrijven van een gefingeerde persoon die leefde in een bepaalde periode. In dat dagboek moeten ze dan een aantal van de gevonden verhalen verwerken, waarbij je ze kunt laten spelen met zaken als flashbacks, vertelde tijd en tijdverdichting, tijdsprong enz.

En tot slot: ga ook zelf eens een kijkje nemen op de site als je van verhalen houdt. Het is geen literatuur, maar het is wel interessant, soms ontroerend en vaak boeiend om te luisteren, te kijken en te lezen!

dinsdag 19 januari 2010

Strips maken

Comic van Sanji-SanStrips kwamen toen ik klein was niet bij mij in huis. Mijn ouders vonden dat geen echte boeken. Het werd beschouwd als 'plaatjes kijken' en er waren genoeg echte boeken in huis - vonden mijn ouders - om me aan te laven. Ik was het natuurlijk daarmee niet eens: ik had lang niet altijd zin in het lezen van de 'verantwoorde' boeken die wij thuis hadden, en strips lazen zo lekker weg. Afijn: ik heb mijn schade nadat ik het huis uit was dubbel en dwars ingehaald en ook nu nog lees ik in alle kranten en tijdschriften die ik onder ogen krijg altijd de strips. Heerlijk!

Gelukkig is het beeld van stripverhalen inmiddels over het algemeen positiever. Je ziet ook in veel schoolbibliotheken strips, iets wat op de (voormalige nonnen-)school die ik destijds bezocht absoluut niet het geval was. Een goede ontwikkeling: een strip combineert twee kunstvormen: literatuur en beeld.

Om een strip te maken moet je natuurlijk eerst een verhaal bedenken. Dat kan een verhaal zijn met een begin, een midden en een eind, maar het kan ook een satirische prent zijn. Je kunt ook een bestaand verhaal 'vertalen' in stripvorm, of er een samenvatting mee maken. Een strip kan ook gebruikt worden voor educatieve doeleinden: om een proces in beeld te brengen (bijv. de waterkringloop) of een deel van de geschiedenis, je kunt met een strip uitleg geven over natuur- of scheikundige principes of maatschappelijke ontwikkelingen becommentariëren.

Ook over de beelden van een strip moeten keuzes gemaakt worden: hoe teken je je figuurtjes: maak je ze groot of klein, teken je ze zo realistisch mogelijk of maak je meer een karikatuur van ze, welke uitdrukking geef je hun gezicht en vanuit welke hoek laat je je lezers de scène bekijken? Daarmee biedt het maken van strips ingangen naar informatievaardigheden en mediawijsheid. Leerlingen moeten immers leren om informatie te beoordelen en héél veel informatie komt in de vorm van beelden. Om die beelden te kunnen beoordelen moet je je bewust zijn van de keuzes die gemaakt zijn bij het maken van die beelden. En de beste manier om te leren over de effecten van die keuzes is om zelf die keuzes te maken.

Het maken van een strip is niet eenvoudig, en al helemaal niet voor iemand die, zoals ik, geen tekentalent heeft. Gelukkig zijn er op het web allerlei tools waarmee ook minder begenadigden een strip kunnen maken. Pixton is zo'n tool: met behulp van verschillende achtergrondjes en figuurtjes die je naar je eigen ideeën kunt aanpassen en in de gewenste houding kunt zetten, maak je makkelijk je eigen strip. Door het maken van strips verdien je credits waardoor je steeds meer mogelijkheden krijgt in de vormgeving van je figuurtjes. Ik heb er zelf wat mee geëxperimenteerd en het werkt allemaal heel makkelijk. Wat je gemaakt hebt, kan je online delen met vrienden, vrienden en fans of met alleen betalende leden van Pixton, die je strips dan kunnen beoordelen. Je kunt ze natuurlijk ook voor jezelf houden, maar dat is natuurlijk jammer als je iets moois hebt gemaakt!

Wil je nog meer ideeën hebben over wat je met strips kan doen? Bekijk dan de onderwijspagina's op de website van de Stichting Beeldverhaal; daar vind je tientallen tips.

vrijdag 15 januari 2010

1000 woorden of nog meer

Klik hier om naar de website van de AAECAls één beeld meer kan vertellen dan 1000 woorden, dan kan, volgens mij, één cartoon meer zeggen dan een heel boek. Ik ben een liefhebber van cartoons: in één kleine tekening geeft de maker zijn, meestal ironische, visie. Cartoons worden veel gebruikt in lesmethodes voor de mens- en maatschappijvakken en het is natuurlijk ook leuk materiaal voor de kunstvakken.

Ben je op zoek naar een cartoon die past bij het onderwerp waar je mee bezig bent, dan valt dat lang niet altijd mee. Maar voor wie iets zoekt over Amerikaanse politiek, ontdekte ik een mooie site: Editorial Cartoonists, van de Association for American Editorial Cartoonists. Op deze site kan je de meest recente cartoons bekijken ('Today at a glance'), en je kunt ook op onderwerp zoeken naar cartoons, waarbij je kunt filteren op jaar van verschijnen en op de naam van de cartoonist. In de collectie staan cartoons vanaf 1954, maar dat zijn er maar een paar. De collectie wordt pas echt interessant vanaf 2001: uit dat jaar vind je 572 cartoons. En als je zoekt op Obama in de periode 2009/2010, dan vind je maar liefst 1645 cartoons met dat onderwerp!

Op de site Editorial Cartoonists vind je niet alleen cartoons: er is een speciale onderwijspagina met lesmateriaal. Elke 14 dagen verschijnt er een nieuwe les. Die lessen zijn niet altijd 1 op 1 over te nemen voor gebruik in Nederland, maar het is wel leuk om te bekijken en om je erdoor te laten inspireren. In het archief vind je op dit moment 163 lessen.

Ik vind het een prachtige site om te cartoons te zoeken voor een les (geschiedenis, maatschappijleer, Engels, kunstvakken en - in beperkte mate - aardrijkskunde), maar ook om gewoon te snuffelen. Mocht het weekend nog te koud zijn om lekker naar buiten te gaan, dan kan je op deze site van de Association of American Editorial Cartoonists je hart ophalen.

donderdag 15 oktober 2009

Onze kleine-huisjescultuur

Door: Martijn van den Berg
Tijdens PBL (problem based learning), dwalen we wel eens af naar andere onderwerpen. Zo ook deze keer, toen we over cultuur aan het praten waren. Uiteindelijk vroegen we een van de internationale studentes wat haar opviel aan de Nederlanders. Het antwoord was dat wij zo erg van het leven genieten, en heel erg veel buitenshuis zijn. Verklaring hiervoor gaf ze als volgt: “Nederlanders leven in veel kleinere huisjes dan andere landen, en daarom moeten ze wel naar buiten, anders vervelen ze zich gewoon.”

Ik ben het eens met de uitspraak, maar ik denk dat een andere verklaring logischer is. Ik denk ook dat deze uitspraak meer voor studenten geldt dan voor volwassen mensen, aangezien volwassenen meestal een heel erg uitgezet leven hebben. Mijn verklaring luidt als volgt:
“De studiecultuur in het buitenland is anders. In het buitenland studeert men het meeste in de vrije tijd, en zijn de tijden waarop men sociale activiteiten uitvoert meer vastgezet”.

Het bewijs voor mijn verhaal vind ik in de redenen waarom ik niet in het buitenland wilde studeren, en in de dingen die ik in het dagelijks leven zie hier in Leeuwarden. We gaan chronologisch vandaag, dus ik begin bij waarom in niet in het buitenland wilde studeren. Ik was namelijk bang voor wat ik daar zou aantreffen. Ik ben gewend heel erg vrij te zijn in wat ik met mijn studie doe, en in het buitenland kan dit dus alleen maar achteruit gaan.
Het tweede bewijs voor mijn verhaal vind ik in de studenten die hierheen komen om te studeren. Ik zie dat veel studenten die hier komen en uiteindelijk langzaam inburgeren in onze cultuur, heel erg genieten van de eindeloze vrijheid door hier gigantisch veel uit te gaan, feestjes te geven. Dit is al vaak genoeg mis gegaan met de verscheidene uitwisselingen met het buitenland die ik ondergaan heb, doordat studenten zich iets te vrij voelden.

Ik ga niet zeggen welke cultuur beter is. Dat hangt er heel erg vanaf waar je opgegroeid bent, en wat je interesses zijn. Ik ben blij dat ik hier leef, alhoewel ik het erg interessant had gevonden om dit in een andere cultuur te proeven. Uiteindelijk gaat het er vooral om dat je je comfortabel voelt in de cultuur waar je in leeft.

maandag 12 januari 2009

Alles van waarde in een doosje

Klik hier om naar de site Museum Box te gaanHeb jij dat ook gehad: dat je mooie dingen verzamelde in doosjes en potjes? Ik heb de meest bijzondere verzamelingen gehad, variërend van mooie steentjes tot sleutelhangers, speldjes en mooie plaatjes. Heerlijk om het allemaal bij elkaar te hebben en dan te bekijken en te sorteren. Kleur bij kleur, grootte bij grootte, of juist op vorm. En nog altijd vind ik het leuk om dingen te verzamelen en daar ben ik niet de enige in. Op internet zijn talloze ruilbeurzen te vinden voor mensen die hun verzameling compleet willen krijgen.

De website Museum Box speelt in op dat sentiment. Je kunt op de website je eigen ladenkast vullen met inhoud. Je mag zelf bepalen of je 1, 2 of 3 laatjes hebt in je kast en hoeveel vakjes er in elk laatje zitten. In elk vakje zit dan weer een kubus waar je je informatie op kwijt kunt: een tekst, plaatjes, video of geluid, een (link naar een) webpagina of bestanden (Word, PowerPoint, Excel of PDF) die je uploadt naar de website.

Wat kun je hier nu mee in het onderwijs? Mijn eerste inval was om de website te gebruiken voor de ckv-vakken: een verzameling schilderijen, gebouwen met een bepaalde architectuur, muziekstijlen: het is leuk om er een verzameling van aan te leggen van informatie die je hebt gevonden of misschien ook zelf gemaakt (muziek die je zelf hebt gemaakt en opgenomen, een toelichtende tekst of presentatie die je hebt gemaakt enz.). Maar je kunt museumboxen voor veel meer gebruiken: je kunt materiaal verzamelen om een stelling te onderbouwen (en misschien op basis daarvan een betoog te schrijven), om iets te maken (een game of een website), om een leesdossier te maken, om je portfolio samen te stellen, om je verzameling favorieten te delen enz.

Handig van de site is dat je als docent een wachtwoord voor een klas kunt aanvragen. Je kunt dan zelf leerling-accounts aanmaken of leerlingen zich laten aanmelden voor jouw klas. Als leerlingen hun eigen ladenkast hebben gemaakt kunnen ze die bij hun docent 'inleveren'. De docent kan dan vervolgens de ladenkast publiceren zodat anderen de kast kunnen bekijken. Je kunt ook je leerlingen een berichtje over hun werk sturen via de site. Maar dat hoeft natuurlijk niet: je kunt ook je leerlingen een privé-account aan laten maken en ze vragen je een mailtje te sturen als ze klaar zijn met hun werk.

Deze tool biedt natuurlijk technisch gezien niet echt meerwaarde ten opzichte van allerlei andere sites waar je bestanden kunt uploaden en delen. Maar het is wel een heel speelse en visuele manier van presenteren die mij in ieder geval erg aanspreekt!

vrijdag 31 oktober 2008

Dramalessen

Naar de site Pasjijdrama.nlEen vak dat ik op de basisschool noch in het voortgezet onderwijs heb gehad is Drama. Jammer: toen ik er tijdens vervolgopleidingen mee in aanraking kwam vond ik het erg leuk en leerzaam. Je kunt in dramalessen leren over jezelf, over contacten met anderen, je kunt spelen met taal, het doet een beroep op je creativiteit, het kan sociale banden in de klas verbeteren en daarnaast geeft het natuurlijk inzicht in de kunstvorm.

Veel goede redenen dus om met drama aan de slag te gaan in de klas. Je kunt dat net zo intensief doen als je zelf wilt: je kunt een dramales geven van een kwartiertje maar je kunt er ook een hele lessenserie van maken.

De website Pasjijdrama.nl is een eindproduct van vijf vierdejaars PABO-studenten van de Differentiatiewerkgroep Drama 2007-2008 van Hogeschool Zeeland in Vlissingen. Je vindt er een heleboel ideeën voor dramalessen. Erg handig vind ik dat de studenten filmpjes hebben gemaakt, soms ook van echte lessen op school, waardoor je niet alleen het idee te zien krijgt maar ook hoe je de les in de praktijk vorm kunt geven. Naast de lessen van de studenten vind je op de site ook links naar dramalessen elders op het web.

Wat ik wel erg jammer vind is dat niet bij de lessen wordt aangegeven wat de lesdoelen zijn en hoe je de lessen kunt uitwerken. Veel lessen lenen zich er namelijk uitstekend voor om ze in andere lessen verder uit te werken of om er verder over te praten in klasseverband. Op de site vind je wel een link naar de website van de SLO waar een uitwerking te vinden is van tussendoelen en leerlijnen van kerndoel 54 (kunstzinnige oriëntatie: de leerlingen leren beelden, muziek, taal, spel en beweging te gebruiken, om er gevoelens en ervaringen mee uit te drukken en om er mee te communiceren) dat met dramalessen ingevuld kan worden. Maar met kennis van de kerndoelen en leerlijnen en met wat creativiteit kun je met deze website een heel eind komen!

vrijdag 20 juni 2008

Games en kunst

Het woord games roept bij iedereen andere associaties op. Samen gamen,verslaving, even afleiding zoeken, geweld en agressie, leren : iedereen heeft er zo zijn eigen beeld bij. Maar er zijn maar weinig mensen die als eerste associatie bij het woord games zullen denken aan kunst en cultuur. Jammer: ik denk dat dat een belangrijk aspect is van games. Of eigenlijk: verschillende aspecten want ik denk dat games op verschillende manieren zijn gekoppeld aan cultuur en kunst.

Wie een keer één van de grote entertainmentgames heeft gezien weet dat bij het maken daarvan héél veel aandacht wordt besteed aan vormgeving. Maar dat is niet alleen het geval bij de grote games: er zijn ook veel kleinere games waarbij vormgeving voorop staat. De vormgeving van games is anders dan die van andere kunstvormen en ontwikkelt zich nog volop. Er zijn gelukkig al wel opleidingen in die richting, o.a. aan de HKU.

Een ander aspect van games is de cultuur die hier omheen wordt gevormd: hoe beïnvloeden games ons en onze cultuur? Hiernaar wordt o.a. door de opleiding Nieuwe Media & Digitale Cultuur van de Universiteit van Utrecht onderzoek gedaan.

Waar volgens mij nog minder mensen bij stil staan zijn de mogelijkheden die virtuele werelden bieden aan de 'oude' kunstvormen, zoals theater en beeldende kunst. Een toneelstuk dat uitgevoerd wordt in Second Life heeft een heel andere impact dan een toneelstuk in de schouwburg. Aan de ene kant biedt een virtueel optreden minder mogelijkheden (er zijn - op dit moment - nog veel minder mogelijkheden in mimiek); aan de andere kant zijn er meer mogelijkheden (er zijn andere interactievormen mogelijkheden en de mogelijkheden voor de enscenering zijn afwijkend).

Op dezelfde manier kun je kijken naar beeldende kunst. Wat zijn de mogelijkheden hiervoor in een virtuele wereld? Een geweldig voorbeeld hiervan vind ik het overzetten van een schilderij van Vincent van Gogh in een 3d-omgeving door leerlingen van het Haags Montessori-lyceum en Stichting L3D. Door het schilderij 3-dimensionaal weer te geven kijk je niet meer van een afstand naar het werk van de kunstenaar, maar lijkt het alsof je door zijn ogen naar de wereld kijkt. Een prachtig voorbeeld hoe nieuwe media nieuwe kunstvormen mogelijk maken!

Ik vind het jammer dat er betrekkelijk weinig aandacht nog is voor dit soort zaken. Ik denk dat de negatieve manier waarop veelal in de (traditionele) pers aandacht wordt besteed aan games daar debet aan is. Hierbij een oproep aan alle game-bloggers om dit negatieve imago te doorbreken en massaal ons licht te laten schijnen op wat games ons allemaal bieden op het gebied van kunst en cultuur!

woensdag 6 februari 2008

Moviestorm

Machinima zijn filmpjes gemaakt in een gamewereld. Ik vertelde hier al eens over een machinima van één van de Canterbury Tales, waarop ik prompt bericht kreeg van een leerling van het Sintermeerten dat zij ook met Machinima aan de slag waren gegaan.

Het maken van een machinima-filmpje is op zich niet lastig, vertelde hij, maar als je meer spelers wilt hebben in je filmpje moet je wel een aantal mensen paraat hebben op het goede moment in de game-omgeving waarin je het filmpje wilt opnemen. Een alternatief waarbij je kunt beschikken over net zoveel mensen als je wilt is Moviestorm. Moviestorm is software waarmee je een virtuele, drie-dimensionale omgeving maakt waarin je allerlei verschillende characters kunt zetten en kunt laten bewegen en praten.

Eerst kies je een decor waarin je de gewenste decorstukken plaatst en muren, plafond en vloer voorziet van stoffering en je zorgt voor belichting. Daarna kies je de characters die je wilt laten optreden in je film en je geeft ze het uiterlijk dat je wenst. Als het totaalplaatje je bevalt kun je je characters allerlei bewegingen laten maken en hun stemmingen aanpassen. Je kunt ook geluid toevoegen. Overal op de set kun je camera's plaatsen. Je kunt de beelden van de verschillende camera's met elkaar combineren en de gemaakte filmpjes opslaan delen met anderen, bijvoorbeeld op de website van Moviestorm, of opslaan en bewaren op je eigen p.c. (en ze dan weer uploaden naar YouTube).

Wat kun je ermee in het onderwijs? Allereerst is Moviestorm natuurlijk een prachtig middel om te laten zien wat er allemaal komt kijken bij het maken van een film. Maar je kunt er ook machinima mee maken. Een samenvatting van een boek, een verfilming van een scène, of een verfilming van je zelf bedachte verhaal. Maar ook: een rollenspel om te leren solliciteren, een commercial, je eigen muziekoptreden (Idols) in een Moviestormfilm of met een groep leerlingen een scène bedenken over hoe je moet reageren als je in de winkel staat en je vragen krijgt van klanten. De filmpjes die je maakt kun je bewaren en het volgend jaar weer inzetten als lesmateriaal. Niet moeilijk, wel heel leuk om te doen met leerlingen. De software is gratis te downloaden, dus wat let je om ermee aan de slag te gaan??

vrijdag 23 november 2007

Games cultureel erfgoed

Afbeelding Game-event Zeeuwse bibliotheekGoed nieuws! Op de site van InformatieProfessional las ik dat de Amerikaanse Library of Congress gaat onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om structureel games te archiveren, omdat ze van mening zijn dat games ook tot het culturele erfgoed behoren en daarom voor het nageslacht bewaard moeten worden.

Hoe het aangepakt moet worden moet nog uitgezocht worden en het zal ook allemaal nog wel een tijdje duren voordat het zijn beslag gaat krijgen, maar ik ben blij met de erkenning van games als cultureel erfgoed. Ik ben het daarmee hartgrondig eens: games zijn niet alleen leuk, ze weerspiegelen ook de cultuur van deze tijd en met de gamecultuur ontwikkelen zich nieuwe kunstvormen. Op het gebied van vormgeving, maar de gamecultuur dringt ook door in andere kunstvormen, zoals film (machinima, waarbij de film in het spel wordt opgenomen) en toneel (toneelvoorstellingen die 'uitgevoerd' worden in een virtuele omgeving zoals Second Life).

Dat games daarnaast ook nog leerzaam zijn en dat wij het onderwijs kunnen verbeteren door van gamedesigners te leren hoe je aandacht kunt trekken en vast kunt houden en mensen kunt motiveren, is natuurlijk mooi meegenomen. Ik hoop dat bibliotheken nu massaal games gaan omarmen en ze een plek gaan gunnen in hun collectie. Er zijn al een aantal initiatieven, zoals in Rotterdam, Middelburg, Delft en Heerlen, en ik hoop dat nu overal in Nederland bibliotheken op hun eigen manier met games aan de slag gaan!

(Edwin en Rita: ik hoop dat jullie het goed vinden dat ik beeldmateriaal van jullie bibliotheken bij deze post heb geplaatst!)


maandag 8 januari 2007

Lesmateriaal bekroonde jeugdboeken

heruitgave bekroonde boeken Woutertje Pieterse PrijsTer gelegenheid van het 20-jarig bestaan van de Woutertje Pieterse Prijs worden in de komende weken 8 van de door hen bekroonde boeken heruitgegeven èn voorzien van (nieuw) gratis lesmateriaal.

Afgelopen zaterdag is de eerste titel gepresenteerd in de Volkskrant: Iep! van Joke van Leeuwen, bekroond in 1997. Lestips zijn te vinden op de site van Woutertje Pieterse Prijs. Tot en met 24 februari 2007 wordt elke week een nieuwe titel gepresenteerd. De boeken kunnen met een kortingsbon voor € 6,95 per stuk gekocht worden bij de boekhandel of via de krant besteld worden.

De titels die in deze serie heruitgegeven worden zijn:
De lessuggesties zien er prima uit. Ze kennen een vaste indeling: Boek, Leeftijd en (voor-)lezen, Groepsgesprek, Praten, Doen en Links. Ze zijn gemaakt door Lieke van Duin (publicist, redacteur en auteur) en Jos van Hest (publicist, poëziedocent en dichter) en mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van de Stichting Lezen.

Ik kan de boeken van harte aanbevelen: ze zijn stuk voor stuk prachtig. De allermooiste vind ik zelf Broere, maar de andere boeken vind ik ook zeker de moeite van het lezen waard. Als de boeken nog niet in de (school-)bibliotheek staan, dan kun je ze nu voor een klein bedrag aanschaffen.