Posts weergeven met het label biologie. Alle posts weergeven
Posts weergeven met het label biologie. Alle posts weergeven

maandag 25 maart 2013

Wat zijn mooie, leuke, goede websites en apps?

 Elk jaar wordt de verkiezing van de Gouden Apenstaart gehouden: de verkiezing van de beste website en app voor kinderen. Dit jaar zijn er 4 categorieën:
  1. Gouden @penstaart voor websites voor kinderen (leeftijd 6-12 jaar) die gemaakt zijn door professionals, ongeacht of dit commerciële organisaties zijn, niet-commerciële organisaties of particulieren.
  2. Gouden @penstaart voor websites door kinderen die gemaakt zijn door kinderen zelf (leeftijd tot 16 jaar).
  3. Media Ukkie Award voor apps voor ukkies (leeftijd 0-6 jaar) die gemaakt zijn door professionals, ongeacht of dit commerciële organisaties zijn, niet-commerciële organisaties of particulieren.
  4. Gouden @penstaart voor apps door kinderen die gemaakt zijn door kinderen zelf (leeftijd tot 16 jaar).
De organisatie heeft inmiddels de beste inzendingen geselecteerd; nu is het aan het publiek (volwassenen en kinderen) om - voor de eerste 3 categorieën - uit deze selectie te stemmen op de site of app die zij het beste vinden.

Omdat het om sites en apps gaat voor kinderen, ligt het voor de hand om kinderen te vragen naar hun mening. Een goede aanleiding om met kinderen te praten over hoe zij media beoordelen. Hoe bepalen zij of een site of app leuk is en past bij wat zij willen? Hanteren zij dezelfde criteria als de organisatie van de Gouden Apenstaart? En vinden zij al die criteria even belangrijk of zijn sommige criteria belangrijker dan andere? En hoe beoordelen zij de nominaties van dit jaar op basis van de door henzelf opgestelde criteria? Een voorbeeld van hoe een les over het beoordelen van websites eruit zou kunnen zien, vind je hier.

Wat kinderen kunnen leren van zo'n les en het uitbrengen van hun stem (op de genomineerde sites en apps)?
  • ze leren kritisch kijken naar media, bijv.: moet je alles geloven wat online staat, welke invloed kunnen beelden hebben op hoe je iets beoordeelt, hoe kan je zien wie de maker is van een site of app en waarom is dat belangrijk?
  • ze leren hoe ze hun mening kunnen verwoorden.
  • ze leren hoe je gezamenlijk een oordeel kan vormen door met elkaar te discussiëren en voors en tegens te benoemen en af te wegen.
  • ze leren hoe je te werk kan gaan als je een keuze moet maken.
Je kan natuurlijk daarnaast ook de inhoud van de te beoordelen websites en apps gebruiken voor een les, bijv. een biologieles, een les over kunst en cultuur of over het milieu en energie. Of geef een rekenles over procenten: als er 300 inzendingen zijn en er worden 5 genomineerd, hoeveel procent is dat dan? En als er 15.000 mensen hun stem uitbrengen op één van de sites en de winnaar verzamelt er 4000, hoeveel procent is dat? En, een lastige vraag: hoeveel stemmen heb je bij zoveel stemmers tenminste nodig om de verkiezing te winnen?

Je kan stemmen tot 14 april; op 17 april worden de winnaars bekend gemaakt. Tijd genoeg dus om met je leerlingen al dat moois te bekijken en te beoordelen!

dinsdag 19 juni 2012

MapSkip

Er zijn vaak momenten in het onderwijs waarbij je gebruik maakt van een atlas. Uiteraard heb je die nodig voor aardrijkskunde, maar ook voor geschiedenis is het handig om een atlas bij de hand te hebben, bij de talen kan je een atlas gebruiken om te laten zien waar bepaalde schrijvers hebben geleefd of waar een verhaal zich afspeelt, bij maatschappijleer kan je een kaart gebruiken om een te laten zien waar bepaalde actuele gebeurtenissen zich afspelen, bij biologie om te laten zien waar bepaalde dieren of planten te vinden zijn en bij de beeldende vakken kan je op een kaart aangeven waar bepaalde architectuurstijlen, standbeelden of bouwwerken te vinden zijn.

Door bij het leren beelden te gebruiken, help je leerlingen de materie te onthouden: hoe meer zintuigen je gebruikt daarbij, des te beter beklijft de stof. Onthouden gaat nog beter wanneer je leerlingen actief aan de slag zet, bijvoorbeeld door ze zelf een kaart te laten maken of door ze bij de plaatsen op een kaart aantekeningen te laten maken of beelden erbij te zetten.

Wie op die manier aan de slag wil, kan gebruik maken van de (gratis toegankelijke en reclamevrije) tool MapSkip. In MapSkip kan je bij de plaatsen op de kaart (afkomstig van Google) een tekst schrijven. Bij die tekst kan je een foto of een geluidsbestand uploaden of er een YouTube video onder zetten.

Er zijn wel meer tools online te vinden waarbij je kaarten kan voorzien van je eigen informatie, zoals Communitywalk, Mapme en natuurlijk Google Maps, maar die vind ik persoonlijk minder makkelijk te gebruiken dan MapSkip. Maar wat MapSkip bijzonder maakt is dat het je de mogelijkheid biedt om leerlingenaccounts aan te maken. Daarmee kan je bijhouden wat je leerlingen toevoegen op MapSkip. Bij je leerlingenaccounts kan je aangeven of iedereen mag reageren op de door je leerlingen aangemaakte 'stories', of dat er alleen op gereageerd mag worden door je eigen leerlingen.

Verhalen die door je leerlingen worden toegevoegd op MapSkip, worden automatisch aan elkaar gelinkt onder de naam van de school die door de docent is opgegeven. Dat betekent dat je al je leerlingen kan laten samenwerken aan een project. Dat kan bijvoorbeeld een project zijn waarbij je je leerlingen een atlas laat maken van waar dieren uit de dierentuin in het wild leven en hoe ze daar leven, een project waarbij de bouwwerken van een architect getoond worden met daarbij een beschrijving wat er bijzonder is aan die bouwwerken, een project waarbij werken van Shakespeare getoond worden op de plaats waar ze zich afspelen enz. Wil je meer projecten opzetten die onafhankelijk van elkaar zijn, dan doe je er verstandig aan om per project een account aan te maken.

Een nadeel van MapSkip vind ik dat je plaatsen & stories die je als docent hebt aangemaakt, niet kan verwijderen; je kan alleen de naam en de tekst van het verhaal bewerken. De plaatsen/stories van je leerlingen kan je wel op onzichtbaar zetten, maar een optie om door jouzelf of door je leerlingen gemaakte plaatsen en verhalen te verwijderen, zou ik een welkome aanvulling vinden. Maar dat zou mij er niet van weerhouden om MapSkip in te zetten voor de les.


maandag 12 maart 2012

Verhalen vertellen

Verhalen van leerlingen kunnen een prachtige bron zijn voor de les. Een verhaal over een uitstapje naar het bos kan gebruikt worden voor een biologieles, een verhaal van opa of oma voor een geschiedenisles, de nieuwe fiets die een leerling heeft gekregen kan gebruikt worden voor een les over afstanden enz. Elk eigen verhaal biedt kapstokken voor onderwijs dat aansluit bij de leefwereld van de leerling.

Er zijn verschillende manieren om kinderen verhalen te laten vertellen. Op bijna alle basisscholen wordt wel iets gedaan aan kringgesprekken waarin de leerlingen vertellen over wat ze in het weekend of in de vakantie hebben gedaan. De verhalen kunnen dienen als basis voor één of meer lessen, maar je kan leerlingen ook vragen om een verhaal te bedenken naar aanleiding van een les. Bijvoorbeeld een verhaal dat zich afspeelt in het land of het tijdperk waarover ze les hebben gehad, een verhaal waarin verteld wordt over een proefje of de resultaten van een onderzoek dat ze hebben gedaan, een verhaal waarin ze hun eigen visie geven over een onderwerp dat besproken is in de les etc.

Verhalen kunnen gewoon verteld worden, maar je kan ook verhalen vertellen in beelden. Deze week een tweetal tools om verhalen te vertellen in beelden: in de vorm van een animatie of een fotoverhaal. Niet alleen voor leerlingen in het basisonderwijs, maar ook voor leerlingen in het voortgezet onderwijs.

Om te beginnen wat ideeën voor verhalen:
  • een verhaal over iets wat de leerlingen in het weekend/in de vakantie hebben gedaan,
  • een verhaal over een droom die ze hebben, een doel wat ze willen bereiken,
  • een verhaal over zichzelf in de toekomst,
  • een verhaal over een held,
  • een verhaal over een fantasiedier, een fantasieland,
  • een verhaal over zichzelf in de geschiedenis (als ridder, als Romein, Griek, Noorman, enz.),
  • een verhaal over hoe de wereld er uitziet over 100 jaar, enz.
Door het vertellen van verhalen wordt de woordenschat van leerlingen vergroot, ze leren over oorzaak en gevolg en je kan ze vertellen over zaken als tijdsduur (versnelling, vertraging, tijdsprong) en tijdsvolgorde (flashback, flashforward en chronologie), over beeldtaal (compositie, kleurgebruik en belichting, perspectief) en over zaken als privacy, beeldrecht en auteursrecht.

Natuurlijk kan je leerlingen 'gewoon' laten vertellen over hun verhaal, maar door ze een animatie of film van hun verhaal te laten maken zijn ze intensiever bezig met de taal en met het onderwerp van hun verhaal. Daarnaast biedt het de mogelijkheid om ze samen aan de slag te laten gaan, projectmatig te werken en dus te plannen en te organiseren.

Het maken van een animatie of video kent altijd de volgende stappen:
  1. Bedenk het verhaal,
  2. Maak een storyboard waarin je in de vorm van tekeningetjes per scene kort noteert wat er gebeurt en wat je te zien krijgt,
  3. Verzamel of maak attributen: kleifiguren, legopoppetjes of andere figuren, requisiten, een decor enz. Als een animatie of fotoverhaal wordt gemaakt van tekeningen, dan kan deze stap natuurlijk overgeslagen worden.
  4.  Maak de beelden. Als je een animatie wilt maken, kan je de beelden maken met een speciaal animatieprogramma, zodat je de beelden niet later in dat programma hoeft te importeren,
  5. Voeg de beelden samen tot een animatie of fotoverhaal in een video-editor of animatieprogramma.. Voeg eventueel muziek of speciale effecten toe.
Heel belangrijk is het om het maken van de animatie of het fotoverhaal goed te plannen. De meeste leerlingen zullen daarbij  hulp nodig hebben. Geef per stap aan wat de leerlingen moeten opleveren, bijv.:
  1. de opzet van het verhaal: wie zijn de hoofdpersonen, waar speelt het verhaal zich af, welke problemen moeten overwonnen worden,
  2. een storyboard met tenminste 5 scènes en per scène een beschrijving van de benodigde attributen,
  3. een foto van de attributen die verzameld zijn, 
  4. de tekeningen en/of foto's die gebruikt worden voor het fotoverhaal of de animatie,
  5. de animatie/het fotoverhaal.  

Maak gebruik van lesmaterialen die anderen hebben gemaakt, zoals bijv. deze lesbrief van OBS Merenwijk, waarin leerlingen leren een film te maken. Begeleid en beoordeel het werk van de leerlingen per stap. Dat hoef je als leerkracht natuurlijk niet alleen te doen: je kan ook de leerlingen elkaars werk laten bekijken en om feedback vragen.

Morgen en overmorgen aandacht voor tools waarmee je dit soort verhalen kan maken: een animatietool en een tool om fotoverhalen mee te maken, met bij elk een handleiding. 


Afbeelding van jaci XIII, gepubliceerd onder CC-by-nc-sa.

woensdag 7 december 2011

Leren door verhalen te vertellen

Gisteren besprak ik hier hoe je met Moglue interactieve verhalen kan maken. Vandaag vertel ik hoe je het maken van zo’n boek gebruikt om les te geven, niet alleen de taal- maar ook de rekenles, de geschiedenisles, de aardrijkskundeles of de biologieles. En hoe je tussen neus en lippen door je leerlingen laat nadenken over copyright, over het zoeken en beoordelen van bronnen op internet, over hoe je informatie kan presenteren en over privacyzaken.

Taal-poëzie
Leerlingen maken een boek over een fictief beest. Daarvoor laat je ze eerst kennismaken met de Gorgelrijmen van Cees Buddingh. Daarbij kan je gebruik maken van deze nieuwe uitgave, geïllustreerd door Katinka van Haren waarvan hier een voorproefje te vinden is. In deze les kan je verder aandacht besteden aan poëzie, bijvoorbeeld op basis van de webpagina’s over poëzie op de site Leerkracht.nl.

Biologie
Vraag de kinderen vervolgens een lijst te maken van favoriete dieren en daaruit een top 3 te kiezen. Daarmee gaan ze straks een nieuw fabeldier samenstellen. Maar voordat het zover is, vraag je de leerlingen goed onderzoek te doen naar de eigenschappen van hun dieren: hoe zien ze eruit, wat zijn de karaktereigenschappen van de door hen gekozen dieren: leven ze in groepen of alleen, wat eten ze, hoe verplaatsen ze zich, hoe planten ze zich voort, met welke andere dieren leven ze samen?
Informatie zoeken en beoordelen
Bespreek met de kinderen tevoren hoe ze gaan zoeken en welke zoekwoorden ze gebruiken. Maak hiervoor een mindmap. Bespreek ook hoe ze de gevonden resultaten gaan beoordelen. Vraag ze te onderzoeken wie de makers zijn van de sites die ze hebben gevonden, waarom ze die sites hebben gemaakt en wanneer voor het laatst informatie is toegevoegd op die site. Maak hiervoor eventueel gebruik van de informatie op Schoolbieb.nl. Beoordeel samen met de leerlingen of ze gewerkt hebben met de juiste sites, of dat ze beter andere sites hadden kunnen gebruiken en waarom.

Samenwerken
Vraag de leerlingen de gevonden informatie samen te voegen zodat er per dier een compleet beeld ontstaat. Geef ze dan de opdracht een nieuw fabeldier te bedenken. Het nieuwe dier heeft de romp van het ene dier, de kop van het tweede dier, en de poten en eventueel vleugels van het derde dier. Het fabeldier heeft ook de eigenschappen van alle drie de dieren die de kinderen hebben onderzocht: het leeft bijvoorbeeld net als konijnen in grote groepen, het legt eieren om zich voort te planten en leeft in de woestijn. Bespreek met de leerlingen hoe ze gaan kiezen: gaan ze stemmen per eigenschap of willen ze met elkaar in debat, gaan ze onderhandelen?

Mens- en maatschappijvakken
Een verhaal kan overal plaatsvinden: in de omgeving van de school of juist in een andere plaats of ander land. Of op een plaats die niet bestaat: in een fictief land of op een onbekende planeet. En een verhaal kan zich afspelen in het nu, maar ook in het verleden of de toekomst. Bespreek met de leerlingen waar en wanneer het verhaal zich afspeelt. Je kan dit natuurlijk koppelen aan het onderwerp waarmee je in lessen aardrijkskunde of geschiedenis bezig bent.

Taal: proza-stelopdracht
Lees met de kinderen een verhaal en bespreek hoe dat verhaal is opgebouwd. Bijvoorbeeld eerst wordt verteld wie de hoofdpersoon is en hoe en waar hij leeft, dan wordt verteld hoe die persoon in de problemen komt, vervolgens wordt verteld hoe het probleem wordt opgelost, en tot slot hoe het de hoofdpersoon vergaat nadat de problemen zijn opgelost. Maak hierbij eventueel gebruik van dit achtergrondmateriaal, te vinden op de website van College de Heemlanden. Om het je leerlingen makkelijk te maken kan je de verhaallijn in een schema weergeven, zoals hier gedaan is door Henny Jellema. Je kan je leerlingen elk een eigen verhaal laten schrijven in een wiki, zoals leerkracht Elke Das, van basisschool St. Willibrordus, dat doet.

Tekenen
Natuurlijk moeten bij het verhaal ook tekeningen gemaakt worden. Hierbij kan je de taken verdelen en de kinderen in groepjes laten samenwerken. Je kan ervoor kiezen om elk groepje een eigen pagina te laten maken en één of meer objecten, of om per groepje ‘reeksen’ afbeeldingen te laten maken (bijv. achtergronden, hoofdpersonen, objecten). Stimuleer dat de leerlingen hun eigen fantasie gebruiken, dan is het geen enkel probleem als de tekeningen in stijl niet bij elkaar passen. Je kan tekeningen laten maken, maar je kan natuurlijk ook het verhaal 3-dimensionaal laten afbeelden en de leerlingen decors laten bouwen en kleifiguren laten maken. Maak daar dan foto’s die je kan gebruiken in je boek. Je kan er natuurlijk ook voor kiezen om je boek niet te maken met Moglue, maar om er een klei-animatie/stopmotion-filmpje van te maken. Lees in mijn blog welke tools je daarvoor kan gebruiken.

Mediawijsheid-copyright
Nu ga je het verhaal maken. Scan de tekeningen in en maak de achtergronden van de objecten transparant, bijv. met het gratis te downloaden programma Photofiltre. Laat leerlingen zoeken naar bij het verhaal passende geluidsbestanden. Bespreek dat je niet zomaar geluidsbestanden mag downloaden van internet, omdat daar copyright op zit, maar dat je wel gebruik mag maken van bestanden die gepubliceerd zijn onder een Creative Commons licentie. Maak hierbij eventueel gebruik van de informatie die hierover te vinden is op Wikikids: over auteursrecht en over Creative Commons. Upload het gevonden materiaal naar de Moglue builder.

Computervaardigheden
Nu ga je het boek echt maken. Maak nu zoveel pagina’s aan als nodig is voor het boek en sleep per pagina de achtergronden en de objecten in de pagina. Op de achtergrond plaats je een tekstblok waarin je de tekst van je verhaal zet. Aan de objecten koppel je de geluiden en de animaties. Kom je er niet uit hoe dat moet, raadpleeg dan de handleiding of stel een vraag in het Moglue-forum.

Rekenen
Wie een boek heeft geschreven, wil dat boek natuurlijk ook gaan verkopen. Dat kan met Moglue. Je kan je boek aanbieden via de Moglue Store. Maar het bedrag dat de mensen betalen voor jouw boek is niet helemaal voor jou: de app-store van Apple en de Android-Market willen éénderde deel van de opbrengst. Van het geld dat je verdient wil de belasting misschien ook wel een deel hebben. En om je boek te kunnen maken moest je zelf misschien een tablet aanschaffen, of een camera of een scanner om je tekeningen in te scannen. Hoeveel boeken moet je per jaar verkopen en welke prijs moet je ervoor vragen om na 1 jaar winst te maken? En na 2 jaar? Genoeg ingangen voor een uitgebreide rekenles met breuken en procenten.

Taal
Nog behoefte aan een extra les taal? Laat je leerlingen dan eens het boek voorlezen. Daarbij kan je bijvoorbeeld de dialogen laten voorlezen door verschillende kinderen, je kan letten op het aanbrengen van  rustpauzes in het voorlezen op basis van de interpunctie, enz. Je kan er - als je dat wilt - een wedstrijd van maken: wie leest het leukste voor en waarom vind je dat?

Tot slot
In dit blogje vertel ik hoe je een geanimeerd verhaal kan maken met Moglue omdat ik dat zo'n inspirerende tool vindt. Maar je kan natuurlijk ook een verhaal maken met andere software (bijv. met de tool TaleSpring, die ongeveer hetzelfde doet als Moglue), je kan er (zoals ik gisteren al suggereerde) een klei-animatie van maken of een diapresentatie waarbij je het verhaal laat voorlezen, en je kan natuurlijk ook 'gewoon' het verhaal op (virtueel) papier zetten. De lessen draaien niet om de software, maar om het vertellen van een verhaal. De tool die je gebruikt kan je les wel verrijken.

Deze serie lessen is natuurlijk maar een voorbeeld: er zijn allerlei andere manieren waarop je het maken van een boek kan gebruiken als kapstok voor een les. Je hoeft het maken van een boek natuurlijk ook niet zo uitgebreid en verspreid over zoveel lessen te doen: je kan er ook voor kiezen om er maar een paar lessen aan te besteden. Je kan ervoor kiezen om te laten stemmen op het beste/mooiste/spannendste boek, en daarvoor prijzen uit te laten reiken. Je kan al je leerlingen hun eigen boek laten maken, of ze in teams laten werken. En je kan het project verspreiden over de verschillende bouwen: leerlingen uit de onderbouw maken de tekeningen, leerlingen uit de middenbouw doen onderzoek en leerlingen uit de bovenbouw schrijven het verhaal en animeren het.

Leerlingen een boek laten maken biedt heel veel kapstokken: jij kan als leerkracht kiezen welke jassen je eraan ophangt!

Afbeelding van ticoneva, gepubliceerd onder CC-by-nc.

woensdag 2 november 2011

Hoe het komt dat ....

foto van een paardenkastanjeWe zitten alweer hoog en breed in de herfst. Ik kan er erg genieten van de natuur in dit jaargetijde, maar helaas heb ik geen geheugen voor namen en lukt het me dus zelden om te benoemen wat ik heb gezien. Daarom was ik blij een site te ontdekken met verhalen over de natuur en hoe de variëteit aan flora en fauna ontstaan is. Je kunt er lezen hoe de regenboog is ontstaan en waarom hij zoveel kleuren heeft, waarom het blad van de eik gelobd is, waarom loofbomen hun bladeren niet verliezen en waarom paddenstoelen rommel in het bos opruimen.

Het leuke van dit soort verhalen vind ik dat het mooie ezelsbruggetjes zijn om te onthouden hoe planten eruit zien of hoe ze heten. Alhoewel het waarheidsgehalte van de meeste van dit soort verhalen op zijn minst twijfelachtig is, zijn ze dus toch zeker bruikbaar voor wie namen wil onthouden van dieren en planten.

Natuurverhalen kan je ook zelf schrijven. Ga met de kinderen de natuur in en laat ze zelf eens nadenken waarover ze een verhaal zouden kunnen bedenken: waarom heeft een eikel een hoedje, waarom heeft een paardekastanje een bolster met stekels en waarom zouden beukennootjes nooit alleen maar altijd met een zijn tweeën in een napje zitten? Met wat fantasie kunnen leerlingen er prachtige verklaringen over verzinnen. Je kan ze de verhalen laten opschrijven of er een (foto)stripverhaal van laten maken, en misschien zijn er zelfs kinderen die er een animatie van kunnen maken.

Andere plekken waar je verhalen kunt lezen over het hoe en waarom van dieren en planten:
Afbeelding van bbusschots, gepubliceerd onder CC-by-nc-nd.

dinsdag 21 juni 2011

Animaties maken

afbeelding van een kind dat bezig is met een webcam opnames te maken voor een animatieVoor de vakantie schreef ik een blogje over het gebruik van animaties als middel om de leerstof te verduidelijken. Daarmee heb ik maar één kant belicht van de mogelijkheden van animaties. Je kunt ze namelijk niet alleen bekijken: je kunt ze ook maken. Je kunt zelf animaties maken voor je les of dat als opdracht geven aan je leerlingen. Door de enorme hoeveelheid gratis te gebruiken animatiesoftware en de grote gebruikersvriendelijkheid daarvan is dat een leeractiviteit die goed uit te voeren is binnen de lestijd èn binnen het budget van het onderwijs. Dat het een leerzame activiteit is zal duidelijk zijn: om een animatie te maken moet je wat je wilt vertellen tot de essentie terugbrengen en bepalen hoe je dat in beeld brengt.

Je kunt animaties (laten) maken over allerlei verschillende onderwerpen. Je kunt bijv. processen in beeld brengen (bloedcirculatie van het hart, spijsvertering van de koe, mythose, de gevolgen van een windturbine voor de vogels in de omgeving van die turbine), maar je kunt ook een geanimeerde samenvatting van een verhaal laten maken (zoals onderstaande animatie over 'De mooiste vis van de zee', een prentenboek van Marcus Pfister) of van een spreekwoord of gezegde. Je kan leerlingen ook animaties laten maken over historische of mythische verhalen, bijv. het verhaal van het Paard van Troje of het verhaal van Icarus of ze zelf een gedicht laten schrijven waarbij ze een animatie maken. Ook kan je geanimeerde handleidingen maken, zoals bijv. deze handleiding hoe je een mummie maakt. En het maken van een animatie is natuurlijk ook een prachtige activiteit in het kader van de kunstvakken.

Kijk voor meer voorbeelden op dit YouTube-kanaal op de site Eurocreator of op SAM Animation.

Als je zelf, of met leerlingen, een stopmotion animatie wilt maken, dan zul je eerst moeten bepalen welke software je daarvoor wilt gebruiken. Ga je eerst zelf aan de slag met het maken van animaties, dan kan ik je aanraden om te beginnen met de gratis software, bijv.:
Heb je besloten dat je je leerlingen er ook mee wilt laten werken en heb je niet genoeg aan de mogelijkheden van de gratis tools, dan kan je eens kijken wat de betaalde tools te bieden hebben. Betaalde tools zijn o.a.:
Het zou leuk zijn als je hier een berichtje achterlaat wanneer jij of je leerlingen een animatie gemaakt hebben die in het onderwijs gebruikt kan worden. Succes!

Afbeelding van tplcstudents, gepubliceerd onder CC-by-sa.


woensdag 11 mei 2011

Media: van alle tijden

Alweer een tijdje geleden zag ik onderstaande video waarin het verhaal van de Exodus wordt verteld aan de hand van (nagemaakte) Twitterberichten, zoekopdrachten, Facebookprofielen enz. Ik geniet erg van dat soort prachtige anachronismen waarin de meest moderne middelen ingezet worden om een verhaal te vertellen dat zich al lang geleden heeft afgespeeld. Zo te zien ben ik daarin niet de enige: het filmpje is - op het moment van schrijven - al meer dan 2 miljoen keer bekeken!

Je kunt dit soort filmpjes bekijken, maar je kunt ze ook maken. Daar valt veel van te leren: de maker van het filmpje over de Exodus zal het verhaal zeker goed kennen en hij zal zeker ook de nodige kennis hebben over moderne media. Het maken van zo'n film is dan ook een prachtige opdracht om leerlingen mediawijs te maken èn tegelijkertijd te leren over een schoolvak. Voor geschiedenis een filmpje over de gebeurtenissen die leidden tot de Vrede van Utrecht, over de overgang van censuskiesrecht naar algemeen kiesrecht, voor KCV een filmpje over deel van de Illias of de Odyssee, voor Engels een filmpje over Romeo and Juliet en voor aardrijkskunde een filmpje over het ontstaan van de continenten (daarvoor kan je ter inspiratie de trailer van Ice Age gebruiken ;-) ) en voor biologie een filmpje over de werking van het centrale zenuwstelsel of de spieren.

Door tevoren aan te geven uit hoeveel scènes het filmpje mag bestaan en hoeveel media erin verwerkt mogen worden, kan je de opdracht zo uitgebreid maken als je zelf wilt. Laat je leerlingen een compleet Facebookprofiel maken van de hoofdpersoon (al dan niet met behulp van dit Google-sjabloon) of maken ze alleen historische tweets? Of laat je ze voor de scènes alleen gebruik maken van zoekopdrachten, bijvoorbeeld met behulp van Google Search Stories, waarbij je in 6 zoekopdrachten een verhaal vertelt?

Om je leerlingen mediawijs te maken is het van belang ze niet alleen het filmpje te laten maken, maar ook om met ze het gesprek aan te gaan welke informatie zij achterlaten op het net. Zijn zij zich ervan bewust dat zoekopdrachten opgeslagen kunnen worden, dat je Facebook erg blij maakt door ze te vertellen wat jij leuk vindt en dat je door het invullen van een test spam kunt krijgen waar je helemaal niet op zit te wachten? Vraag ze eens of zij zelf voorbeelden kennen van plekken op internet waar de informatie die je moet invullen gebruikt wordt voor andere doelen dan je in eerste instantie zou verwachten. Door in de klas daarover te praten, helpen ze elkaar (en jou) verder. Handig, want zelfs ervaren mediagebruikers vallen wel eens in kuilen die anderen (voor de grap) voor hen graven .....!

Afbeelding van tweet, gemaakt door Patrick Kelly, afkomstig van de website Historical Tweets.


dinsdag 26 april 2011

Beleef de lente

Screenshot Beleef de Lente JuniorZo na een paar heerlijke paasdagen is het niet makkelijk om weer aan je werk te beginnen. Ik vermoed dat niet alleen menig volwassene maar ook een heleboel leerlingen daar moeite mee zullen hebben. Daarom vandaag aandacht voor een site waarmee je buiten een beetje naar binnen kunt halen: Beleef de Lente.

Beleef de Lente is de website van De Vogelbescherming, gemaakt door IJsfontein. Of liever gezegd: zijn de websites. Er zijn namelijk twee versies van deze website: een juniorversie en een versie voor volwassenen of oudere kinderen. Beide sites draaien om het volgen van een achttal vogels door middel van een webcam in hun nest:
  1. steenuil,
  2. ooievaar,
  3. ijsvogel,
  4. oehoe,
  5. boerenzwaluw,
  6. boomklever
  7. purperreiger
  8. slechtvalk.
Het is ongelooflijk leuk om de beelden van de vogels en hun jongen te zien en hun geluiden te horen!

Wie beelden wil hebben van eerder in het broedseizon kan ook fragmenten van eerdere opnames dit jaar bekijken. Ook kan je in het dagboek van elke vogel lezen wat er precies is gebeurd in de afgelopen periode. Wie de vogels van zo nabij volgt zal vermoedelijk ook meer willen weten. Daarin voorzien de beide sites met een kopje 'Achtergrondinformatie' dat te zien is bij elke vogel.

De juniorversie van Beleef de Lente biedt daarnaast nog bij elke vogel en op 3 niveau's (groep 3/4, groep 5/6 en groep 7/8) een aantal tips om zelf aan de slag te gaan met de informatie op de site. Daarvoor heeft de Vogelbescherming per vogel, per niveau en voor de acht vogels in het algemeen Doe-brieven online gezet. Daarin vind je zaken zoals kleurplaat of een spelletje, maar ook een werkblad waarop leerlingen kunnen berekenen hoe lang verschillende vogels moeten broeden op hun eieren en een werkblad waarin wordt uitgelegd hoe je van een melkpak een voerhuisje voor vogels kunt maken. Volgens de informatie op de site wordt binnenkort een handleiding voor leerkrachten online gezet.

Naar buiten gaan en zelf de natuur onderzoeken is natuurlijk het allerleukste om te doen, ook al zie je dan natuurlijk veel minder van de jonge vogels dan via de site. Maar de site Beleef de Lente geeft je wel een prachtig inkijkje in het leven van de vogels. De bijbehorende werkbladen leveren je als leerkracht leuke lessen en omdat het allemaal kant-en-klaar is bespaar je je heel wat tijd die je lekker buiten door kunt brengen!

p.s. Het bekijken van al die webcambeelden is natuurlijk een schitterende aanleiding om met de leerlingen webcamgedrag te bespreken. Wanneer zetten zij de webcam aan, bijvoorbeeld bij MSN, en wat laten ze wel en niet aan elkaar en anderen zien?

maandag 18 april 2011

Kijk in je brein

Veel docenten en leerlingen denken dat intelligentie een vaste entiteit is: een onveranderlijke eigenschap. Je bent intelligent of niet en daar valt niets aan te veranderen. Wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje. Deze entiteitstheorie is echter nog nooit bewezen. Wel is uit onderzoek van Carol Dweck gebleken dat deze theorie bij zijn aanhangers leidt tot slechtere prestaties. Wie daarentegen de overtuiging heeft dat intelligentie vormbaar is en dat het mogelijk is om je eigen intellectuele capaciteiten - met de nodige inspanning en hulp - kan vergroten, is gemotiveerd om zich in te spannen om tot hogere prestaties te komen, wat uiteindelijk ook leidt tot een beter leerresultaat.

Om leerlingen te motiveren door ze het vertrouwen te geven dat ze zich kunnen ontwikkelen heeft Carol Dweck speciale cursussen ontwikkeld. Die zijn helaas in het Engels, dus voor ons onderwijs lang niet overal bruikbaar, maar gelukkig is er ook heel mooi Nederlandstalig materiaal waarin je leert over de werking van je brein.

Zo is onlangs door de Universiteit Leiden de site Kijk in je Brein gelanceerd. Daarop wordt op een interactieve manier informatie aangeboden over de werking van het brein. Er zijn ook een paar leuke proefjes en spelletjes te vinden waarmee leerlingen praktisch aan de slag kunnen gaan. Voor docenten zijn er lesmodules voor het basisonderwijs, voor het VMBO, voor de onderbouw HAVO/VWO en voor de bovenbouw HAVO/VWO. Bij elke lesmodule hoort een uitprintbare lesbrief voor de leerlingen.

Wil je liever op pad met je leerlingen, dan kan ik je een bezoek aanbevelen aan het Breinlab van NEMO. Docenten die benieuwd zijn welke factoren het succes bepalen van een schoolloopbaan, wil ik wijzen op een onderzoek van het onderzoeksinstituut LEARN! van de Vrije Universiteit en het Centrum Brein & Leren.

Het zal vast nog een hele tijd gaan duren voordat we snappen hoe we leren en hoe we dat leren kunnen optimaliseren, maar in de tussentijd kan het geen kwaad (en vind ik het persoonlijk fascinerend) om te lezen over hoe het brein werkt.

woensdag 13 april 2011

logo Molecular workbench"Eén beeld zegt meer dan duizend woorden", zeggen ze wel. Daar maken we in het onderwijs dankbaar gebruik van: onze boeken en digitale lessen staan vol met prachtig beeldmateriaal. Maar lessen worden leuker en inspirerender als je ze niet alleen voorziet van beeld, maar de leerling ook uitdaagt om zelf te experimenteren. Daarvoor gebruiken we (o.a.) simulaties in de vorm van applets. Daarvan zijn er talloze te vinden op het web. Kijk maar eens op deze site van Walter Fendt, snuffel rond in deze interactieve bibliotheek met applets of bekijk wat ons eigen Nederlandse Freudenthal Instituut te bieden heeft aan applets op het gebied van wiskunde.

Het bijzondere van de site Molecular Workbench is dan ook niet zozeer dat daar heel veel mooie, inspirerende en voor het onderwijs bruikbare applets te vinden zijn, maar dat je op die site ook een tool vindt waarmee je je eigen simulaties kunt maken. Heel eenvoudig is dat niet, maar bij de tool zit een uitgebreide handleiding (in Java) die je een eind op weg helpt.

Als je liever alleen gebruik maakt van de kant-en-klare applets, dan kan je je leerlingen de opdracht geven om een screencast te maken waarin ze, bijvoorbeeld met behulp van Jing, in tekstballonnen beschrijven wat er gebeurt in de simulatie. Kijk voor meer tips en lessen in de database van Molecular Workbench: er is veel moois te vinden!




maandag 6 december 2010

3D op het Digibord

afbeelding van iemand die naar een 3d-model kijkt als augmented realityHet digibord is natuurlijk een prachtig middel om je lessen met beeldmateriaal te ondersteunen. Meestal denken we daarbij aan 2-dimensionale beelden, maar met 3-dimensionale beelden kan je vaak nog meer laten zien omdat je het beeld van verschillende kanten kunt bekijken.

Het Google-3d-Warehouse bevat een prachtige verzameling van beelden die je kan gebruiken in het onderwijs. Wat dacht je van het menselijk lichaam in 3D, Byzantijnse architectuur, snel kunnen laten zien hoe een microscoop eruit ziet, een dna-molecuul laten zien, bij wiskunde een dodecaeder of een kegel van alle kanten bekijken en bij scheikunde een helium-atoom, en natuurlijk is het leuk om bij de geschiedenisles gebouwen uit het oude Rome te bekijken.

De figuren in het Google 3d-Warehouse kan je in het warehouse zelf in 3d bekijken, maar leuker is het om ze te downloaden en te bekijken in Google SketchUp. Als je de figuren bekijkt in het warehouse, dan kan je ze alleen naar links of rechts laten draaien: bekijk je ze met Google SketchUp, dan kan je ze alle kanten op roteren, groter of kleiner maken en natuurlijk: bewerken.

Een handleiding over hoe je dat moet doen, vind je op de site van Google SketchUp in de vorm van een serie (Engelstalige) video's. Vind je het fijner om te leren met Nederlandstalige handeldingen, dan kan je deze (Vlaamse) handleiding of de screencasts van Gerard Dummer gebruiken. Om te beginnen hoef je alleen te leren hoe je de beelden kan manipuleren. Ben je een stapje verder, dan vind je het misschien ook leuk om zelf iets te maken, of om je leerlingen figuren te laten maken.

Heb je geen zin om je te verdiepen in SketchUp of heb je geen digibord maar wel een p.c. met webcam? De figuren in het Warehouse kan je ook als 3d-projectie op een vel papier bekijken (augmented reality). Daarvoor maak je een print van deze afbeelding (in AR-terminologie: de 'marker'). Vervolgens installeer je op je p.c. een plug-in voor Google SketchUp en, als je die nog niet op je p.c. hebt staan, het programma SketchUp zelf. Om een model als augmented reality te bekijken, start je Google SketchUp, je opent het betreffende model en tot slot klik je op het ikoontje van de nieuw geïnstalleerde plug-in. Hou dan je marker voor de webcam, en je ziet je model op je beeldscherm bewegen.

Er is een gratis versie van de plug-in: daarmee kan je het model steeds maximaal 30 seconden bekijken en het logo van de software (AR-media van Inglobe Technologies) blijft in beeld. Voor 29 euro kan je een schoollicentie kopen, waarmee je van die nadelen af bent. Maar of dat de moeite waard is? Ik betwijfel het. Maar het is wel leuk om eens te proberen!

Afbeelding van digitalsean, gepubliceerd onder CC-by-nc-sa.

dinsdag 22 juni 2010

Immune Attack

Klik hier om naar de site van Immune Attack te gaanImmune Attack is een Engelstalig spel over immunologie dat is gemaakt door de FAS: de Federation of American Scientists. Het spel is geschikt voor spelers uit de bovenbouw Havo/VWO en voor studenten uit het hoger onderwijs. In het spel leer je over nanotechnologie, onderwerpen uit de moleculaire biologie en uit de celbiologie doordat je als 'nanobot' door het menselijk lichaam reist en in minigames zeven hindernissen moet overwinnen:
  1. Monocyte to Macrophage (Transmigration),
  2. Follow the Chemical Trail (of C3a),
  3. Recognize the Enemy (Activate LPS Receptors),
  4. Eat the Pseudomonas!,
  5. Call the Neutrophil to the Site of Infection (Activate CXCL8),
  6. Transfer Abilities to Neutrophils,
  7. Eat the Staphyloccocus.
Op de site vind je o.a.:

Leuk voor de dagen in de zomervakantie, waarop het weer iets minder mooi is: download Immune Attack en speel het spel, zodat je het volgend schooljaar aan je leerlingen kunt aanbieden. Laat je overtuigen door deze Amerikaanse docent.

maandag 14 juni 2010

Timeglider: samenwerken aan tijdlijnen

Al een paar keer eerder schreef ik over de mogelijkheden van tijdlijnen voor het onderwijs (o.a. hier). Met tijdlijn-software kan je gebeurtenissen plaatsen op een tijdlijn. Op de tijdlijn kan je een tekst neerzetten, die je meestal kunt aanvullen met een afbeelding en een link en soms ook een video.

Een tijdlijn kan je natuurlijk inzetten voor geschiedenis: op de tijdlijn zet je in chronologische volgorde wat er gebeurde in een bepaalde periode. Je zou nu bijvoorbeeld voor de komende periode een tijdlijn kunnen maken over het formeren van het nieuwe kabinet, waarbij de leerlingen elke keer iets mogen toevoegen aan de tijdlijn: met welke fractieleiders Beatrix heeft gesproken, wanneer een informateur of een formateur benoemd worden, welke mensen benaderd worden voor een ministersfunctie enz. Een leuke tijdlijn om later nog eens te bekijken!

Maar je kunt tijdlijnen ook laten maken voor andere vakken: bij biologie kan je een tijdlijn maken over de voedselkringloop of de waterkringloop, of om het proces van fotosynthese te illustreren, en bij aardrijkskunde kan je tijdlijnen gebruiken om te laten zien hoe een orkaan ontstaat. Voor de talen kan je een tijdlijn laten maken over het leven van een schrijver, maar je kunt een tijdlijn ook gebruiken om een plot te bedenken voor een verhaal.

Het maken van een complete tijdlijn kan een tijdrovende klus zijn, vooral als je op de tijdlijn veel activiteiten wilt plaatsen. Je kunt leerlingen natuurlijk samen laten werken aan een tijdlijn onder één account, maar dat heeft meestal als nadeel dat je als docent niet goed zicht hebt op wat elke leerling afzonderlijk heeft gedaan.

Een handige (gratis) tool om samen te werken aan een tijdlijn is Timeglider. Met Timeglider kan je anderen uitnodigen om samen met jou een tijdlijn te bewerken. Dat is op zich niet zo bijzonder: ook andere tools bieden die mogelijkheid. Maar het bijzondere bij Timeglider is dat je bij elke gebeurtenis die je aanmaakt voor een tijdlijn, je kunt aangeven op welke tijdlijn die geplaatst moet worden. Je kunt zo leerlingen elk een eigen tijdlijn laten maken, en tegelijkertijd ook één grote tijdlijn laten ontstaan waar alle gebeurtenissen die alle leerlingen maken, in samengevoegd worden.

Zo kan je hele grote tijdlijnen laten ontstaan, waarop heel veel gebeurtenissen geplaatst worden. Niet door één leerling, maar door alle leerlingen samen: allemaal in dezelfde periode (bijvoorbeeld als huiswerkopdracht), of na elkaar (elke leerling krijgt in de loop van een jaar opdracht een stukje aan de tijdlijn toe te voegen).

De tijdlijnen kunnen online bewaard en toegankelijk gemaakt worden, zodat ze later, door andere leerlingen, gebruikt worden als achtergrondinformatie bij de te bestuderen stof. Makkelijk om te hebben!


Hieronder een tijdlijn over de Eerste Wereldoorlog, gemaakt met Timeglider.

vrijdag 11 juni 2010

Verrijkingsstof

Veel aandacht in het onderwijs gaat uit naar leerlingen die moeite hebben om de les te volgen: omdat ze de stof niet snappen, omdat ze niet gemotiveerd zijn of omdat ze andere zorgen aan hun hoofd hebben. Maar er zijn natuurlijk ook leerlingen die de stof eigenlijk te makkelijk vinden: leerlingen die meer uitdaging nodig hebben en dieper op de stof in willen gaan.

Speciaal voor die leerlingen is er nu de site Verrijkingsstof: een initiatief van Naturalis, het Museon en het Universiteitsmuseum Utrecht. Op deze site hebben ze hun kennis gebundeld en bieden ze het onderwijs lessen aan voor de vakken:
Er zijn zowel lessen voor het basisonderwijs als voor het voortgezet onderwijs. De collectie is nog niet heel uitgebreid (10 lessen voor het PO en 14 voor het VO), maar hopelijk worden er in de toekomst nog lessen toegevoegd.

Wat is er nu zoal aan opdrachten te vinden? Er is een opdracht waarbij leerlingen onderzoek doen naar fossielen, en een waarbij ze de grond in hun eigen tuintje aan een onderzoek onderwerpen. Daarbij vraag ik me dan wel af hoe leerlingen die ergens 5-hoog in de grote stad wonen die opdracht moeten uitvoeren, maar dat is met enige creativiteit wel op te lossen. Wie zijn leerlingen een geschiedenisles wil aanbieden, komt terecht op de al langer bestaande site van het Museon: Land van Heden en Verleden.

Bij een aantal van de lessen is een docentenhandleiding gemaakt, waarin aangegeven staat hoe de les aansluit bij de lesstof. Helaas is dit niet bij alle lessen het geval en ook in andere opzichten rammelt de site een beetje. Ik vond her en der in lessen de opmerking 'Dit is een testversie', maar ik kon niet achterhalen wat er dan nog getest moest worden. Ik heb de indruk dat de site gebruikt wordt om educatief materiaal dat de deelnemende musea al hadden, opnieuw onder de aandacht te brengen, maar dat weet ik niet zeker.

Ondanks alle losse eindjes (geen vast format voor alle lessen, ontbrekende docentenhandleidingen, een pop-up die aangeeft dat ik werk met Netscape, terwijl ik toch echt gebruik maak van Firefox), vind ik de site wel de moeite waard omdat de opdrachten wel gevarieerd zijn en passen bij leerlingen die wat meer de diepte in willen. Maar ik hoop wel dat Naturalis, het Museon en het Universiteitsmuseum Utrecht de site nog verder ontwikkelen. Het principe is goed, maar de uitwerking kan beter!

maandag 7 juni 2010

Creaza: voor striptekenaars en filmmakers in wording

klik hier om naar de tool Creaza te gaanEen leuke tool die ik onlangs tegenkwam, is Creaza. Creaza, een Noorse tool, is nog vrij nieuw. Hun weblog start in april 2009 in het Noors, maar wordt al gauw internationaal: vanaf juni 2009 worden de blogposts in het Engels geschreven zijn omdat de tool uitgebracht wordt in Zweden. Dit jaar kreeg Creaza een nominatie voor de BETT-awards voor 'Tools for Learning and Teaching'. Creaza is op dit moment beschikbaar in het Noors, Engels, Zweeds, Fins, Deens, Duits èn het Nederlands.

Creaza biedt een aantal mogelijkheden: je kunt er mindmaps maken (met het programma Mindomo) , een strip of een filmpje (ze noemen dat bij Creaza: 'Creative Story Telling'). De basisversie van Creaza is gratis. Daarmee kan je al heel snel leuke dingen maken. Voor wie meer wil is er een betaalde versie. De prijzen daarvan worden niet op de site genoemd: daarvoor moet je een mailtje sturen naar de makers.

Ik vond met name de mogelijkheid om een stripverhaal te maken erg leuk.

Voor het maken van een strip kan je je eigen tekeningen uploaden maar je kunt ook gebruik maken van een achttal 'sets' van beelden, bijvoorbeeld beelden van het sprookje Roodkopje, het kerstverhaal, Manga-tekeningen en historische beelden (oudheid, Vikingen, Middeleeuwen, en de Tweede Wereldoorlog). Elke set biedt een aantal achtergronden, characters, gebouwen en requisiten. Het leuke van de kant-en-klare sets vind ik dat je ze heel makkelijk kunt aanpassen: je kunt bijvoorbeeld characters voorzien van een lachend, verdrietig of boos uiterlijk, bij een banaan kan je kiezen of je een hele banaan wilt of een gepelde en bij een schuur kun je aangeven of de deur open moet of dicht. Uiteraard kan je alle beelden voorzien van spraak-, schreeuw- of gedachtenbubbels, waar je tekst in kunt zetten.

Met Creaza kan je ook filmpjes maken. Helaas kan je daarvoor niet gebruik maken van de beelden in de striptekentool. Je kunt wel je eigen plaatjes en filmpjes uploaden naar de server van Creaza. Maar ik vond de mogelijkheden van deze tool in de gratis versie beperkt: er zijn andere gratis tools waarmee je meer kunt bereiken. Ik vermoed dat de betaalde versie wel meerwaarde biedt, maar die heb ik niet uitgeprobeerd.

De Creaza tools zijn wel allemaal erg eenvoudig in gebruik: een handleiding is overbodig, zeker als je al eens eerder met dit soort tools hebt gewerkt. De mogelijkheden liggen vooral op het gebied van de talen, maar ze kunnen ook ingezet worden voor vakken waarbij verhalen verteld worden. Voor geschiedenis zijn die mogelijkheden al ingebouwd, maar door de leerlingen zelf plaatjes te laten uploaden, kan je ze ook het verhaal van bijvoorbeeld de waterkringloop laten vertellen, over gezond en ongezond eetgedrag of over de ontwikkeling van een kikkervisje tot een kikker. Er zijn mogelijkheden genoeg!

vrijdag 23 april 2010

Stel je voor met een filmpje

Klik hier om naar Google Search Stories te gaanEr zijn al een aantal blog- en Twitterberichtjes over verschenen: de Searchstories van Google en YouTube. Een Searchstory is een kort verhaaltje in de vorm van beelden van 6 zoekopdrachten. Een Searchstory maak je door 6 zoekopdrachten in te voeren, waarbij gezocht kan worden naar teksten op het web, naar een locatie in Google Maps, naar afbeeldingen (via Google Images), naar nieuws (via Google News), je kunt zoeken in blogberichten (in Google Blogsearch), naar producten (via Google Product Search) en naar boeken (via Google Books).

In onderstaande searchstory zie je hoe je door een aantal zoekvragen te combineren, een verhaal kunt maken. Je krijgt een beeld van de hoofdpersoon doordat je over zijn schouder meekijkt naar de informatie die hij nodig heeft om zijn leven te leiden. Een erg leuk concept voor een verhaal vind ik, en zeker ook bruikbaar in het onderwijs.

Je kunt searchstories ook op een andere manier gebruiken: je kunt leerlingen vragen om zich voor te stellen aan een ander op basis van zoekvragen, voor een kennismaking met leerlingen van een partnerschool (in het buitenland) of voor een vak als levensbeschouwing of maatschappijleer. De zoekvragen kunnen dan gaan over hun hobbies, ze kunnen hun vriendenkring ermee in beeld brengen, een weekend- of vakantiebaan, hun toekomstdromen, karaktereigenschappen of waarden die ze belangrijk vinden enz. Voor aardrijkskunde kan je leerlingen een searchstory laten maken over een plaats, regio of land, voor geschiedenis kan je een tijdperk of een historische figuur in kaart laten brengen, en voor biologie kan je een searchstory laten maken van het milieu in de omgeving van de school.

Wat is de winst van het gebruik van een searchstory? Om te beginnen zijn leerlingen vaak gemotiveerder om met beeld en computer aan de slag te gaan, dan met boeken en tekst. Om een searchstory te kunnen schrijven, moeten leerlingen heel wat informatie zoeken en selecteren, waarbij aandacht besteed kan worden aan het slim formuleren van een zoekvraag en het beoordelen van gevonden informatie en aan de verschillende manieren waarop informatie gepresenteerd kan worden: in beeld of tekst. Aan het maken van het verhaal zelf hoeven ze maar weinig aandacht te besteden: de tool is zo gebruiksvriendelijk dat ze die praktisch direct zullen doorgronden. Dat maakt searchstories dus interessant zowel voor het verwerken van de gewone leerstof als voor het mediawijs maken van leerlingen. Voorwaarde daarvoor is wel dat leerlingen begeleid worden bij het omgaan met informatie op internet, want dat leren ze - net zo min als andere vakken - niet vanzelf!

maandag 12 april 2010

Locatiegebonden verhalen vertellen

Klik hier om je aan te melden voor een gratis account bij ScribblemapsVerhalen vertellen is leuk en zinvol. Je kunt verhalen gebruiken voor alle vakken: van rekenen tot taal, en van aardrijkskunde tot geschiedenis. Ik houd zelf ook van verhalen die zich afspelen in een omgeving die ik ken: dat geeft een verhaal een extra dimensie.

Een tool waarmee je dat kan doen, is Scribblemaps. Met Scribblemaps kan je aan op een kaart tekenen en je kunt er tekst en afbeeldingen aan toevoegen. Het gebruik van Scribblemaps is gratis. Op dit moment kan je ook gratis inschrijven voor de pro-versie van de software; het kan zijn dat dat na verloop van tijd een betaalde versie wordt of dat bepaalde functies alleen tegen betaling zijn, maar op dit moment is dat in ieder geval nog niet het geval. Er zijn erg veel kaarten beschikbaar in Scribblemaps: je kunt niet alleen gebruik maken van de gewone Google-kaarten, maar bijvoorbeeld ook van kaarten van ESRI en zelfs sterrenkaarten.

Op de kaarten kan je teksten schrijven en je kunt er afbeeldingen aan toevoegen. Dat kunnen afbeeldingen zijn op het web die je met behulp van een linkje in de kaart plaatst, maar je kunt ook zelf afbeeldingen uploaden en ze dan in je kaart plaatsen. Het is even wat uitproberen voordat je weet hoe het werkt, maar je leert het snel.

Met Scribblemaps kan je leerlingen allerlei verhalen laten vertellen: een verhaal over iets bijzonders in hun eigen leefomgeving, over de natuur of over wat ze tegenkomen onderweg naar school. Of een verhaal over het leven van een bijzondere persoon: een schrijver, een bekende wetenschapper of een historische figuur. Je kunt leerlingen ook een samenvatting laten maken van een boek dat zich afspeelt op verschillende locaties. Op de sterrenkaart kan je een droomverhaal laten vertellen of - natuurlijk - een science fiction verhaal.

De kaart die je maakt kan je opslaan en - zoals hieronder - embedden in een website of weblog, waar je anderen je verhaal kunt laten lezen en kunt vragen om reacties. En dat is misschien nog wel het allerleukste van verhalen schrijven: dat ze gelezen worden!






dinsdag 19 januari 2010

Strips maken

Comic van Sanji-SanStrips kwamen toen ik klein was niet bij mij in huis. Mijn ouders vonden dat geen echte boeken. Het werd beschouwd als 'plaatjes kijken' en er waren genoeg echte boeken in huis - vonden mijn ouders - om me aan te laven. Ik was het natuurlijk daarmee niet eens: ik had lang niet altijd zin in het lezen van de 'verantwoorde' boeken die wij thuis hadden, en strips lazen zo lekker weg. Afijn: ik heb mijn schade nadat ik het huis uit was dubbel en dwars ingehaald en ook nu nog lees ik in alle kranten en tijdschriften die ik onder ogen krijg altijd de strips. Heerlijk!

Gelukkig is het beeld van stripverhalen inmiddels over het algemeen positiever. Je ziet ook in veel schoolbibliotheken strips, iets wat op de (voormalige nonnen-)school die ik destijds bezocht absoluut niet het geval was. Een goede ontwikkeling: een strip combineert twee kunstvormen: literatuur en beeld.

Om een strip te maken moet je natuurlijk eerst een verhaal bedenken. Dat kan een verhaal zijn met een begin, een midden en een eind, maar het kan ook een satirische prent zijn. Je kunt ook een bestaand verhaal 'vertalen' in stripvorm, of er een samenvatting mee maken. Een strip kan ook gebruikt worden voor educatieve doeleinden: om een proces in beeld te brengen (bijv. de waterkringloop) of een deel van de geschiedenis, je kunt met een strip uitleg geven over natuur- of scheikundige principes of maatschappelijke ontwikkelingen becommentariëren.

Ook over de beelden van een strip moeten keuzes gemaakt worden: hoe teken je je figuurtjes: maak je ze groot of klein, teken je ze zo realistisch mogelijk of maak je meer een karikatuur van ze, welke uitdrukking geef je hun gezicht en vanuit welke hoek laat je je lezers de scène bekijken? Daarmee biedt het maken van strips ingangen naar informatievaardigheden en mediawijsheid. Leerlingen moeten immers leren om informatie te beoordelen en héél veel informatie komt in de vorm van beelden. Om die beelden te kunnen beoordelen moet je je bewust zijn van de keuzes die gemaakt zijn bij het maken van die beelden. En de beste manier om te leren over de effecten van die keuzes is om zelf die keuzes te maken.

Het maken van een strip is niet eenvoudig, en al helemaal niet voor iemand die, zoals ik, geen tekentalent heeft. Gelukkig zijn er op het web allerlei tools waarmee ook minder begenadigden een strip kunnen maken. Pixton is zo'n tool: met behulp van verschillende achtergrondjes en figuurtjes die je naar je eigen ideeën kunt aanpassen en in de gewenste houding kunt zetten, maak je makkelijk je eigen strip. Door het maken van strips verdien je credits waardoor je steeds meer mogelijkheden krijgt in de vormgeving van je figuurtjes. Ik heb er zelf wat mee geëxperimenteerd en het werkt allemaal heel makkelijk. Wat je gemaakt hebt, kan je online delen met vrienden, vrienden en fans of met alleen betalende leden van Pixton, die je strips dan kunnen beoordelen. Je kunt ze natuurlijk ook voor jezelf houden, maar dat is natuurlijk jammer als je iets moois hebt gemaakt!

Wil je nog meer ideeën hebben over wat je met strips kan doen? Bekijk dan de onderwijspagina's op de website van de Stichting Beeldverhaal; daar vind je tientallen tips.

woensdag 11 november 2009

W24: films over wetenschap

Klik hier om naar de website W24 te gaanGelezen in de nieuwsbrief van Webstroom, de community die zich bezighoudt met video (in het hoger onderwijs): er is een nieuwe portal gelanceerd met filmpjes over wetenschap: W24, oftewel Wetenschap24. Ik ben altijd erg geïnteresseerd in techniek, dus ik heb er even een kijkje genomen. En wat ik zie valt me niet tegen: integendeel! Er is veel moois te halen: op de site vind je, naast ruim 380 video's, een weblog over wetenschap, tips voor radio- en televisie-uitzendingen, dossiers waarin informatie (video's, weblogspost en links naar andere websites) over een thema bij elkaar is gezet en een pagina met allerlei tests (wetenschapsquiz, welk 'broodje-aap-verhaal' klopt wel en welke niet, enz.).

De video's op de site zijn afkomstig van NEMO, Kennislink, NPO, Teleac en VPRO. De video's zijn ondergebracht in thema's:
  • Mens en gedrag
  • Natuur en leven
  • Techniek en gadgets
  • Heelal en reizen
  • Aarde en klimaat
  • Samenleving en geld
  • Cultuur en rituelen
  • Raar
  • Alledaags
  • Toekomst
  • Verleden
  • Even voor gaan zitten.
Een leuke mix van thema's, vond ik: aansluitend op wat op school gebeurt maar ook prikkelend voor wie geen wetenschapsvakken volgt.

Als je een account maakt op de site kun je aan je favoriete video's opslaan en er tags aan toekennen, je kunt video's beoordelen en erop reageren en je krijgt een nieuwsbrief. Voor ieder die wetenschap leuk vindt: doen!

dinsdag 19 mei 2009

Virussen verspreiden

screenshot van Killer FluVoor de vakantie schreef ik over The Great Flu, een spel dat ontwikkeld is door Ranj en waarin je leert hoe een virus zich verspreid en wat de overheid kan doen om verdere verspreiding te voorkomen. Toen ik het schreef was er nog niets bekend over de Mexicaanse groep (of zo je dat liever wilt: varkensgriep) en inmiddels lijkt het gevaar van die griep alweer een beetje geweken. Maar zo snel als het kwam en ging: game-ontwikkelaars zijn er snel op ingesprongen.

In het spel Sneeze gaat het erom dat je in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk mensen besmet met het (griep)virus. Dat doe je door te niezen als er mensen in de buurt zijn. Kinderen zijn makkelijk te infecteren omdat ze weinig weerstand hebben. Infecteren levert 5 punten op. Als je pensionado’s infecteert levert dat 15 punten op, maar ze komen vervolgens met maar weinig mensen in contact dus het virus verspreidt zich minder snel. Volwassenen infecteren levert 10 punten op, maar ze verspreiden het virus lekker snel ;-)

Ook bij Killer Flu moet je ervoor zorgen dat een virus zich verspreidt: een virus van een seizoensvirus, een heel nieuw virus of een variant van het H5N1-virus. Bij een seizoensvirus moet je eerst de mensen besmetten door een virus samen te stellen waar die persoon geen weerstand tegen heeft opgebouwd. Vervolgens moet je (bij alle virussen) de besmette persoon naar de omgeving sturen waar hij thuishoort: een kantoor, een huis, een boerderij enz.

Alle 3 de spellen zijn leuk om te spelen maar de educatieve waarde ervan is verschillend. Sneeze is vooral leuk maar je leert er weinig van, Killer Flu is educatief en leuk (in die volgorde). The Great Flu ten slotte zou ik niet zozeer leuk betitelen als intellectueel uitdagend (en op die manier ook leuk om te spelen) en héél erg leerzaam. Complimenten voor de (Nederlandse) makers van dit spel!